Uncategorized

Ik droomde verder

Gewapend met de twee banden liep ik het weggetje af langs de andere tuinen. Aan de overkant prijkte het prachtig fluitenkruid als een golvende witte zee. Holland op z’n mooist. Een dag in mei.

IMG_0102

De banden waren er zo onder gezet, maar welke kruiwagen was nu van buuf en welke van mij. Had ik handvatten of juist niet. Was de groene band van mij of de grijze. Een probleem om later op te lossen. Ze zou er twee weken niet zijn. De wilgentenen lagen met blad en al op een troosteloze grote hoop. Zoals altijd bij het grotere werk zette ik de blik op oneindig en begon tak voor tak. Niet denken maar doen. De kort gezaagde stammetjes waren nog niet allemaal opgestapeld. Het gras moest aangeharkt. Ondertussen zat ik met het hoofd al bij de catering voor aanstaande zondag als de hulptroepen zouden komen. Er vielen al twee mensen af. Het was maar goed dat ik er een aantal had gevraagd. Vorige keer waren er broodjes en fris en toen bleek koffie verreweg het grootste verlangen. Dat betekende, thermoskannen op de kop tikken en een ouderwets filter en ‘s ochtends thuis eerst maar koffie zetten. Suiker en melk mee en klaar. Lekkere koeken erbij en de jongens zullen vast en zeker tevreden zijn.

016.JPG

Ik hing met mijn armen in de Guirlande d’Amour, veel doornen, weinig liefde, die volop in knop zat, maar met haar heftige stekels fel uithaalde naar mij, haar belager. Ze liet zich nauwelijks terugduwen door de grote werkmanshandschoenen. Tussen de iep en de vlier was er plek om de overtollige takken op te stapelen. Ondertussen schoten de gedachten heen en weer. Die lieten zich ook niet leiden. Tussendoor harkte ik met de grashark de losse takken uit de hele tuin, zodat ik straks kon maaien. Ontdekte daardoor tot mijn verdriet dat ik de accu vergeten was. Die lag thuis op de tafel. Dat betekende het gras met de handmaaier alvast wat voor maaien. Het langste gras, dan kon morgen de motormaaier er makkelijker overheen.

IMG_0114

Ondertussen was reiger dichterbij komen stappen en tuurde door het hek van de overbuurman. Die zag vast wat jong grut. Ze liet zich niet afleiden door mijn geroep en gefluit, pas bij het klappen vloog ze beledigd op. Op het pad lag een half vergaan skeletje. Bloederige botjes en een dikke wesp die er loom uit kroop. Leven en laten leven. Vanuit mijn ooghoek zag ik wat bewegen in de heg. Het was de kleine winterkoning weer. Ze taalde niet naar me, maar hipte tussen de kleinste openingen door haar weggetje. De koolmezen vlogen af en aan. Hier nog wel. De grote buxussen van de oude zijn allen aangevreten. Maar hij denkt er niet aan om ze te bespuiten. Koolmezen hebben hier op de tuinen nog een onbezorgd bestaan.

IMG_0110

Toen de eerste druppels vielen, was de tuin zo goed mogelijk aan kant, klaar voor het monnikenwerk van zondag. Toen ik door de weelderige rijkdom aan uitbottende lente weer terugliep naar de auto, kiekte het fototoestel het kleine geluk. Zomaar, natuur in de lente, op dat kleine stuk land. Zo voelt ‘Domweg gelukkig’ dacht ik. In de Dapperstraat of waar dan ook. Zelfs op dit postzegeltje natuur ‘ter grootte van een krant’ om met J.C. Bloem te spreken. De grote dichter glimlachte over mijn schouder heen en ik droomde verder.