Uncategorized

Dobberen op het grote niets

Er waren zoveel schapen geteld dat de draad van hun wol versleten was. Alle roze olifanten, waaraan niet gedacht mocht worden, gingen langszij. Elk slaaplied, de enige echte Lullaby, hield een lange periode van de nacht het denken gevangen en toch bleef de gedachtegang er doorheen spoken. Die had inmiddels al drie keer een generale gelopen voor de weekopening, was maskers aan het verzinnen geweest voor Kikker en de vreemdeling, had een pratend schimmenspel uitgedacht voor hetzelfde verhaal. Er tussendoor spookten de foto’s van afgelopen zondag die rond waren gegaan tijdens de familiebijeenkomst in prachtig sepia, maar mijn silhouet in bed werd grijzer en grijzer en schrompelde in tot een hoopje nergens.

Afbeeldingsresultaat voor mueck oude vrouw in bedOude vrouw in bed: Mueck.

Ze leek op de bejaarde vrouw van Mueck in het overweldigende ledikant. Jaloers bespiedde ik door mijn oogharen Pluis, die warm en ingekruld tegen mijn buikholte aan lag en dichtte mezelf een droomloze, of juist misschien wel een droomvolle slaap toe. Loom deed ze een lodderoog open om vervolgens zich behaaglijk uit te rekken en de andere kant op te krullen. Poezen kunnen dat met een miniem aan geluid. Bij mijn draaien en woelen ging dat met het nodige opschudden van de kussens met veel gesteun gepaard.

O ja, het decor voor de grote voorstelling was ook al af. geen centje pijn. een zinkend schip, kleurrijke bergen en en een grote kartonnen radio, inclusief blikken geluid. In de pepernotenfabriek liep de opzichter op de tonen van Pink Floyds ‘Welcome to the machine’ zijn arbeiderspieten te controleren: check, check en dubbel check. Een scene, die de gelijke zou zijn van de memorabele lopende band van Charly Chaplin in ‘Factory work’ uit de film Modern Times, maar dan met pepernoten. Het was ‘all in the pocket!’

Tussendoor legden mijn handen alles vast in licht en donker, met repoussoirs in passend perspectief en hielden niet op elke herinnering om te zetten in die beelden en te staven. Er gonsde ergens een naar pijntje, die misschien wel de oorzaak was van alle andere gedachtestromen en ademhaling probeerde het te beheren en te reguleren, wat maar ternauwernood lukte. Penicilline deed haar werk en was net zo heftig bezig als mijn hoofd. Ik moest denken aan de klotterende mannetjes in de binnenkant van de mens bij een programma uit de jaren tachtig over dat bedrijf, dat lichaam heette en waar we een kijkje mochten nemen in het grote lijf van een stevige meneer. Een naarstige zoektocht verzandde in de villa Achterwerk bekenden en Roos en haar mannen. Verder kwam het niet.

Gisteren de hele dag rust houden zorgt ervoor dat het vege lijf ergens zijn energie aan moet onttrekken, aan slaap dan maar. Het geeft niet, maar kantelt de tijd, want straks willen de ogen niet meer open blijven en tuimelen meters omlaag of omhoog, net als bij Pluis in zijn diepste innerlijke rust. Ik laat het gebeuren. Niets hoeft, dat is de zorgeloze daadkracht van een ziek lijf. De tuimeling die tijd maakt, zorgt voor nog meer rust. Alles wat in het verschiet ligt, zit in frames in mijn hoofd, kant en klaar uitgeschreven en belicht. Er kan niets meer fout gaan. Het is goed rusten op een zinvolle gedachte, een uitgekiend en passend plan. Weg met schapen, olifanten, en scenario’s. Nu alleen nog dobberen op het grote niets

Uncategorized

Dit is rijkdom en onbetaalbaar

Het was een tranende dag, zo een met snel wisselende luchten in alle grijsschakeringen die er te bedenken zijn. Mijn moeder zou gezegd hebben: Het is een tranendal hier beneden, om vervolgens een plastic kapje om haar gepermanente haren te hebben getrokken en met optimisme en een brede lach de regen in te stappen. Ook de beloofde kisten zure appelen zeilden voorbij en trokken een spoor met hun hagel en slagregens. Binnen vlochten heden en verleden zich aaneen tot een groot tapijt. Anekdotes, die wat vergeeld waren en achterop geraakt, stroomden vrijuit en in volle glorie. Diepste geheimen, maar ook rare bokkensprongen, kinderen uit de buurt, vrolijke verhalen, krakende grappen, het liefste leed voegden de contouren toe aan pa en moe. Ze waren levender dan ooit tevoren sinds het lange afscheid zoveel jaren terug.

IMG_0342.jpgMoe op stap met de kleinkinderen.

Turend op vergeelde kartonnen voegden we, met hulp van de oudsten, tantes toe aan namen uit een grijs verleden, vergeelde steden, zochten naar trekken die overeen kwamen met de gezichten die aanwezig waren. Hier een oogopslag, een kuiltje in de wang, de tonsuurtjes, die almaar groter werden, lachrimpels en neuzen. Pa en Ma ten voeten uit. Ook de buurt kwam weer tot leven, een wereld in de Amandelstraat. Thuis, na het kopje thee, werden we direct naar buiten geveegd,. Lekker gaan spelen en geen ruzie maken. Twee verschillende levens, dat van de oudsten en de jongsten en soms zelfs een wereld van verschil, omdat de tijd er negentien jaar over gedaan had om het hele gezin te vormen. De eersten in plusfours en de laatsten in een minirok en korte broek.

IMG_0314.jpgIn Plusfours

Er waren nieuwtjes, die een mooie aanvulling waren op lopende verhalen. Ineens stond Jochem in zijn hemdsmouwen eerst films te draaien in de huiskamer op het toegeschoven gordijn, als proef en goedkeuring voor zijn zondagse filmhuis. Ook liep de grote patriarch al stofzuigend zijn taak te vervullen, de was te wringen en de aardappelen te schillen voor het hele gezin als emancipatoire man avant la lettre. Zo werd hij zachter en zachter door de jaren heen. Zure en scherpe kanten schuurden weg.

IMG_0333.jpg

Vol trots keek hij over zijn fiets heen naar de glanzende zwarte citroen, als een kind zo gelukkig en streelde koesterend de binnenkant met zijn ogen. De gebruiksaanwijzing  vertelde hoe hij zijn boegbeeld der natie kon oppoetsen tot een glanzend en soepel lopend vehikel. Auto’s waren zijn ziel en zaligheid. Dat hij op handen gedragen werd bij de voetbalvereniging was me niet bekend door de manier waarop hij buiten spel kwam te staan. Letterlijke en figuurlijk en alleen die periode stond op het netvlies gebrand. Hoe een gebeurtenis een beeld kan tekenen.

Mijn lieve evenwichtige moeder had een paar eigenzinnige kantjes, die meestal door haar optimisme werd ondergesneeuwd, maar wel degelijk  de richting bepaalde en eigengereidheid bleek ons geen van alle vreemd. Oma kwam langs en haar rigoureuze opvoedingsmethoden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat was er met de paplepel ingegoten. Dus verbijten we nu dapper de versleten knieën en schouders, de kleine lichamelijke kwalen aan luchtwegen en hart en ineens realiseer ik me dat mijn vader, 12 jaar jonger dan mijn oudste broer nu, zijn leven in handen moest leggen van al wat hem lief was en met elke dag, elf jaar lang, de zeggenschap verloor over het onstuurbare lijf en de grillige geest.

IMG_0331.jpg

Het is zomaar een dag in november. Het weer schrijft verhalen, binnen dwalen ze rond, breien het portret van de geschiedenis van dat grote gezin van Jochem van der Linden en Alida Driehuis in het huis op de laan van Chartroise en veel langer in de Amandelstraat onder de perenboom en slaan een brug naar het heden. Elf paar warme ogen kijken elkaar aan, ieder met hun eigen invulling en voelen en weten…Dit is rijkdom en onbetaalbaar.

 

 

Uncategorized

Ze wortelt mijn gedachten

De hele maand staat het hoofd al gericht op denken in contrasten en dan met name licht en donker. Elk beeld dat op mijn netvlies binnenkomt vertaal ik naar schaduwen en lichtplekken. Alle foto’s worden gefilterd met een zwart/wit mantel om het in de juiste verhoudingen te blijven zien.

Vanuit het etsen was er een denken in zwarten en witten, want het zwart en zeker het diepste zwart moet veel langer bijten. Dat omgekeerde denken is naast het ontbreken van de lijn bij het etsen een studie waard en geeft ongekende mogelijkheden bij het schilderen en tekenen, waar je ook liever geen lijnen bij gebruikt. Het resutaat is voor mij altijd weer verbluffend. Focus op de uitsparing. Bij linoleumsnede gaat het weer anders. Dan denk je in lagen en kleurschakeringen. Volgend weekend ga ik bij leven en welzijn weer eens linoleumsnede doen.

146 Linoleum in wording van Greet.

Ook daar guts je met je guts de niet af te drukken delen uit. Het hoger gelegen gedeelte drukt af. Hoe dat werkt met lagen over elkaar wil ik uitvogelen. Het werk van de enige grafiek-weekender die erbij was, was prachtig om te zien. Ze had bomen genomen voor het onderwerp. Eigenlijk lag de focus voornamelijk op bomen. Mijn grote liefde voor bomen binnen het tekenen en schilderen kreeg met name ook gestalte door het bestuderen van het late werk van Hockney.

Daar ruisen en ritselen zijn bomen geheimen en strooien met hun tere aftakeling. Daar verstopt zich de aloude wijsheid in elke groef en fluisteren de bladeren  het de wereld in. ‘Zegt het voort.’ Daar siddert de stam van het leven en de dood. Die grote stille vrienden zijn de ijkpunten aan de horizon, de markers langs de weg. Ze tekenen de beelden uit voor beeldhouwers en scheppen houtkunst naar vorm en grilligheid.

Grimm: De oude vrouw in het bos. Illustratie: Arthur Rackham.

In de boeken van Grimm en Andersen wordt de boom vaker gepersonificeerd, als de prins of de heks die hij ooit was. In het verhaal van de tondeldoos bergt het een wereld vol rijkdom onder de wortels. Bomen helpen bij ontij Rozerood en Sneeuwwit met het gevangen houden van de vervelende kobold bij zijn baard door de wortels. Hoe harder hij springt hoe verstrikter hij raakt. Arthur Rackham is de illustrator van deze prachtige uitgave van de sprookjes van Grimm, een zeldzame editie  uit 1917.

arthurrackham_grimm1

Sprookjes kussen de nymf en de halfnymfen in de bomen wakker en stoppen alle wijsheid van natuur en haar overweldigende stilte in een mooie karaktertrek of roepen woorden wakker om het te omschrijven, geven het handen en voeten aan een muziekstuk, strijken de kleuren op het doek en geven het de zekerheid en veiligheid van het bestaan. Troostrijk en groots kan een enkele boom zijn, beschuttend of dreigend een heel bos. De meest intrigerende, de eenzame op de heuvel,  de oude in een park, de wonderlijk vergroeide in de stad sturen hun nymfen langs.

Jacques Goldstyn

Ik voel me als de Oude Bertolt en de kleine jongen, die hem de naam schonk, omdat hij zich veilig en beschut voelde. Ik voel wat ze te zeggen heeft in de aloude muziek van ritsel en ruis. Daar komt Grimm tot leven en alle wijsheden door de jaren heen, mijn moeder fluistert mee en oma. Dat is wat een grillige oude boom vermag. Ze wortelt mijn gedachten.

 

 

Uncategorized

Dag rijke grote man

Ooit,  in de glans van jarig zijn en pas een half jaar later ouder worden, hadden de ouders mij op school een kleine menspop gegeven. Eigenlijk dus een kind-pop. De kinderen verzonnen er een naam bij en zo werd kleine Greetje liefdevol geadopteerd.  Ze woonde met Mo en Fien, haar vader en moeder, onder de trap en later op het Robbeneiland op school. Bij het afscheid van mijn prachtige jaren op de Overkant reisden Greet en ik af naar Nieuwegein, waar ze zich thuis voelde op haar nieuwe stekje naast de bank. Ik verdenk haar ervan lange gesprekken te voeren met Pluis, als het huis stil en verlaten is.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Bij iedere reis langs de scholen duikt ze in de leren-is-leuk-koffer, maar ze vindt het ook heerlijk om goed garen te spinnen in alle rust. Nu met de gedwongen pas op de plaats kunnen we hele truien breien van stilte en zijn we blij met de kruimels afleiding. Kind en zoon op bezoek, hoera. Gezellig op de bank, lekker theeën met glazen vol en verhalen uitwisselen. Greet doet dapper mee nu ze op de hand van dochter zit en kletst honderduit. Opmerkelijk volgen de twee kleine blauwe argusogen haar handelingen. Ze bestuderen de mond, de ene hand met bewegende vingers, de slappe andere. Er hangt nog een klein beetje te overwinnen angst in de lucht, maar bij ieder gesprek, in totaal zijn het er vier, overwint de moed.

11-11-2017 B

Fantasie met de grote F, je erin mogen verliezen, de weg volgen van een Alice in Wonderland om te tuimelen in een wereld van mogelijke onmogelijkheden of onder te dompelen in een bodemloze put vol verhalen, Vrouw Holle’s wensput ten voeten uit. Natuurlijk schudden we de appels uit de boom en halen we de broden uit het vuur, schudden het dekbed op tot het dons ons om de oren dwarrelt. Onuitputtelijk is de bron en oneindig rijk de beloning.

In het Amerikaanse kinderboek A child of Books van Oliver Jeffers en Sam Winston, vaart een meisje op een golf van woorden en haalt een kleine jongen op om op avontuur te gaan. Het was de sleutel, die zijn verbeelding voorgoed ontsloot en hem naar de  levenslange weg leidde van magie en avonturen.

Gisteren haalde Greetje een kleine stoere jongen over om zijn schroom opzij te zetten en met haar op avontuur te gaan. In ieder gesprek gaf hij iets meer van zichzelf en op het laatst had hij zelf de hand in het hoofd van kleine Greet en probeerde haar te laten praten. Toch spatte de zeepbel van de magie geen enkele keer uit elkaar. Moeiteloos schakelde hij tussen realiteit en fantasie. Het was aandoenlijk om te zien hoe hij zorgvuldig zijn vriendschap uitbouwde door vragen en het verwerken van de antwoorden. De wand tussen twee werelden werd zichtbaar dunner.

Kleine Greet heeft zijn en mijn hart gestolen. Bij het naar huis gaan knellen twee kleine armpjes om haar stoffen nekkie en overlaadt hij haar met knuffels. ‘Dag dag, tot de volgende keer’. Altijd weer is er die bijzondere uitwerking van verwevenheid van hart en gevoel, realiteit en fantasie, openheid en open staan voor al wat komen gaat. Blij klepperen zijn stappen op de galerij, terwijl Greetje, nu op mijn hand, uitgelaten zwaait. Dag rijke grote man.

Uncategorized

Het komt wel goed

Gisteren stond ik in de wacht. Ik was er wel bij gaan zitten. Om tien over negen besteld en om tien voor tien uitgelezen. Dat noem ik nog eens stoeien met tijd. De locatie, de huisartsenpost, leende zich voor observatie, geloken wel eens waar, want heel erg uitgebreid iemand bestuderen is niet kies.

Huisartsenpraktijk JutphaasFoto: Google

Glurend tussen de wimpers door, af en toe onderbroken door mijn eigen scheurhoest, zag ik sokken in badsandalen steken, een donkerblauwe veelvuldig gedragen trainingsbroekenpijp erboven. Het hoorde bij de brede meneer naast me, die er voor zorgde dat mijn kleine hoekje naast de verwarming nog angstvallig veel kleiner werd. Hij zat breeduit en ademde zwaar.

Vanuit de open balieruimte klonk de luide stem van een van de doktersassistenten. Een cryptisch gesprek, waarbij ze telkens stil viel en instemmend knikte.  Waar hebben ze hem…..dat kwam als een ……hij was toch altijd al…..in het buitenland gevonden…..al een paar weken……en nu gaat…. Met als laatste het verklarende einde: ‘Wanneer wordt hij gecremeerd.’ In mijn hoofd plakten alle flarden zich tot een verhaal.

cropped-open-deur-digital-painting1.jpg Wachten

Tussendoor werden er mensen opgeroepen. Aan de andere kant van de stevige meneer zat zijn vrouw en daarnaast een kleine vrouw, waar ik met liefde een foto van had willen maken. Misschien waren het haar berustende knikkerronde ogen met een trouwhartige blik. Ze speelde wat met het touwtje van haar mouw met duim en wijsvinger rond de knop van haar wandelstok . Ze zuchtte niet, ze wachtte niet pontificaal op de verlossing, zoals de man naast mij. Ze zat stilletjes. Haar witte haar zat als een sjaaltje strak rond het hoofd getrokken, de scheiding kaarsrecht in het midden. Ze zat, ze speelde, ze luisterde.

Tegenover me een echtpaar, zij zuchtend en steunend, hij al grappend er naast. Zijn grappen vielen stuk voordat ze haar oren hadden bereikt, want ze had een schild van angst opgetrokken. Gehaast keek ze bij iedere oproep naar de gang waar het vandaan kwam, naar haar man, die het hoofd schudde, waarna ze weer zuchtend verdween in haar eigen wereld. Ze schoof, ze snoof, ze krabde, ze kuchte haar zenuwen eruit. Eindelijk mocht ze. De man was mager, maar zij verdween helemaal in het niet in de te ruime lappen stof om haar lijf.  Ze schuifelden de dokter tegemoet.

Eindelijk was het mijn beurt. Ontwapenende glimlach, excuses voor het wachten en de volle aandacht voor mijn verhaal. Wat een heerlijk gevoel. Hoesten, benauwd, bij inspanning werd het erger, het riedeltje draaide braaf af. Al lang? Schuld kwam boven drijven. Natuurlijk al te lang, voor Portugal al. Bekennen of het mee laten vallen? Het eerste. Er moest verandering in de staat van zijn komen.

004 Wachten

Terug naar de wachtkamer om straks de ontstekingswaarde te laten bepalen. Daar zat het vrouwtje nog op de hoek. Ik sprak haar maar eens aan, want haar wachten bracht een visioen van lang geleden, waarbij ik volledig voorbij gesneefd werd in de wachtkamer van het ziekenhuis. Men was me vergeten. Mijn onbeholpen opmerking dat ze zo lang moest wachten, werd met een dankbare lach beantwoord. ‘Ze was een tussendoortje en mocht komen als er een plek vrij viel. Ze was van de week gevallen met de scootmobiel en die had boven op haar gelegen. Mensen waren zo lief. Ze hadden haar direct geholpen. Gelukkig was er niets gebroken, want ze hing van de protheses aan elkaar. Nu had ze last van haar hoofd, een hersenschudding misschien, daarom zat ze er.’ Weer die lieve glimlach.

Ik werd weggeroepen voor de prik en moest naar de dokter terug. Infectie. Antibioticum en rust en verbeterde het niet snel dan prednison. ‘Rust…uhhhh.’ ‘Niet werken,’ knikte de raadgever vriendelijk. ‘Uit lijfsbehoud.’ Dat hoorde ik goed, het lijf ook. Dat zakte met een verzaligde overgave in de kwaal. Op de weg naar buiten zag ik haar zitten. Berustend en nog steeds spelend met het touwtje. Duim en wijsvinger, als de mantra met een tasbih of een rozenkrans. Ze knikte en knipoogde. In haar ogen las ik het vertrouwen. Het komt wel goed!

Uncategorized

Een eigentijds begin

Ik ben al een paar dagen op zoek. Bij ieder Lidl die ik tegen kom, in welke stad dan ook, ga ik met argusogen naar binnen en speur alle schappen af naar de plek van de koffie. Eenmaal gevonden valt me onmiddellijk het kleine bescheiden doosje oploskoffiebussen op en dan weet ik al hoe laat het is. Teleurgesteld druip ik af, na eerst, tegen beter weten in, nog wat etiketten te hebben bekeken. Ik vraag het voor de zekerheid nog even na aan een voorbijgaande winkelbediende.  Bij het schudden van zijn hoofd bekruipt me een mistroostigheid, die duurt tot aan de geparkeerde auto.

‘Adem in, adem uit en door!!!’ denkt mijn optimistisch gemoed. Er zijn belangrijkere zaken dan jouw twee bakken troostkoffie in de stille ochtenduren. Waar, allemaal waar. Maar dat ene zalige moment van beginnen. Toetsenbordje op schoot, koffie in de aanslag en gaan. Alsof de warmte en de geur de woorden onderschrijft en onderstreept. Deze koffie is de voeding voor het verzetten van de gedachten of het vasthouden van de droom.

070

Herinnering: La Douce France vijftien jaar terug. Met het blik koffie onder in de tas afreizen naar St.Ambroix. Het bleek niet meer nodig te zijn, want in ieder dorp verrees een Lidl en daar kon ik ruimschoots aan mijn trekken komen. Iedere ochtend, als de Filature nog in diepe rust was, sloop ik naar het keukentje om heet water voor mijn te brouwen kop oplos. Met een dampende beker op blote voeten naar het terras. Daar, met uitzicht over de grote tuin, die rust ademde en ochtendstilte en waar de morgenster zich langzaam opende onder de eerste zonnestralen, verwelkomde ik de dag. Koffie smaakte nergens anders zo lekker als daar.

Op elke vakantie waar dan ook, speur ik het eerst naar mijn winkel, in de wetenschap dat mijn koffie ook hier een feit zal zijn. Maar nu, in mijn eigen kleine stad nota  bene, in de hele provincie trouwens, wordt er bot gevangen. De Classico behoort niet langer tot het assortiment. Het zou verboden moeten worden, dat de handel eerst de verslaving kweekt en vervolgens weer de handen er vanaf trekt. Dat doen ze met Coca Cola nou nooit, jammer genoeg.

069

De laatste inspectie heeft uitgewezen, dat er nog maar een halve pot in voorraad is. Er zal moeten worden overgegaan tot een nieuw experiment. Het is een nogal eigenzinnig bakkie, waar een tweede niet snel van gevonden zal zijn. Echte koffie is het niet. Die heb ik lang geleden afgezworen. Ik ben toch meer van de koffie verkeerd, dat tegenwoordig zwierig besteld kan worden als een Latte Macchiato, met meer melk dan de echte koffiegenieter hebben kan. In de Bellarom Classico zit, vrees ik , weinig koffie, maar het is aandoenlijk warm en geurt een beetje naar opgeklopte warme melk zonder de aangekoekte steelpan en de klopper eronder. Nostalgie in een modern jasje en heel anders dan de andere merken oplos-cappuccino, wat proefondervindelijk door de jaren heen is bewezen. Nu dus van mijn heerlijkheid afstappen en een nieuw concept uitvinden of de Vienna mengen met de ongezoete, die ik wel uitprobeerde, maar die het niet haalde bij de Classico.

Zo, dit kind is weer even aan het spelevaren geweest met prietpraat en muizenissen. In de benen en aan de slag. Maar eerst nog even genieten van een van de laatste der Mohikanen. Er gaat niets boven een eigenzinnig bakkie voor een eigentijds begin.

Uncategorized

Dat voelt meer dan goed

Een vader van een meisje uit de groep is opgenomen in het ziekenhuis met een hersenbloeding. Het ziet er naar uit dat er een stevig stuk revalidatie aan vast zit. We waren allemaal aangedaan door het bericht. Om met zoiets onderuit geschoffeld te worden in de bloei van je leven, veel te jong nog, hakt er in.

Hij houdt van grapjes, vertrouwt zijn dochter me toe. Daar kunnen we wat mee. Een moppenboek en een wissellijst voor op het nachtkastje, zodat er iedere dag een andere mop in kan.  En moppen maken kunnen ze hoor. ‘Waarom legt een lam geen ei??? Omdat een lam geen ei kan leggen.’ Of deze: ‘Welke dino’s springen hoger dan de gebouwen.  Gebouwen kunnen niet springen.’ Ik ben in het voordeel, want terwijl ik dit tik, trekt er om mijn mond een brede glimlach als ik die twinkelende ogen en die glunderende gezichten erbij zie. ‘Een haan heeft een poot in Nederland en een andere in België, waar legt hij zijn ei.’ Je voelt hem al aankomen. ‘Een haan legt geen ei.’   Zo gaan ze door. ‘Een meisje stapt op de regenboog. Haha, dat kan helemaal niet, dan zakt ze er door.’ ‘Een koe met groenwitte vlekken. Haha.’ ‘Waarom is deze beer groen? Hij heeft teveel groene kikkers en groene bloemen gegeten.’ Echte schuddebuikers dus.

Ik zal haar vader adviseren elke dag een mop te nuttigen. Daardoor heb je de meest gunstige voorwaarden om sneller op de been te komen. De A4 plakken we op mooi gekleurd A3 en de wissellijst wordt even groot. De losse moppen op A3 bewaren we in een mooi doos. Misschien wel een moppentrommel. Iedere dag een nieuwe mop luidt het  recept.

Kinderhumor is ongecompliceerd. Tijdens het flitsen in de middenbouw waren kinderen bij de boeken steeds aan het klessebessen en derhalve stoorde het. Al een paar keer had ik ze vermaand. Ze bleven doorgaan. Ik stuurde een van de eerste boekenhalers terug, omdat hij de vraag negeerde en hij eigenlijk al lang een boek had. Hij keek zeer verontwaardigd, totdat ik opmerkte: ‘Anders bijt ik in je billen hoor.’ Dat had hij niet verwacht. Met een brede grijns en een geklaarde blik vervolgde hij zijn weg. Een beetje humor in onderwijsland kan absoluut geen kwaad.

002

‘Je moet kinderen kunnen lezen en schrijven’, zei mijn grote mentor Juffrouw Weldam. Soeur Adolpha had hetzelfde idee. ‘Je moet ze kunnen uittekenen.’ Daar kon ik mee uit de voeten. Wie weet waarom er gehandeld wordt, kan er beter op acteren. Observatie is de drijfveer, de hele dag door, bij alle kinderen. Waarom , welke keuzes, beweegredenen, acties, emoties, samenspel. Niets onttrekt zich aan mijn blik. ‘Jij hebt ook ogen in je achterhoofd,’ merkte een stagiaire eens op. Dat klopt. De oren, hoe doof ook, zijn altijd gespitst op de gesprekken achter me. Het is de ervaring die het verhaal compleet maakt en de associaties aan elkaar breit tot de juiste contouren.

Het allerbelangrijkste is de liefde. De liefde voor mensen in het algemeen, dieren in het algemeen, liefde voor alles wat leeft, maar de liefde voor kinderen in het bijzonder. Mijn hele Jenaplan schoolleven roep ik het al. Kinderen zijn uniek. Ieder kind weer. Ze hebben allemaal recht op een eigen stukje speciale liefde. Als die band gesmeed is, zijn grenzen geen obstakels en regels geen handenbinders. Dan passen ze volkomen au naturel in het verhaal. Een van de ouders merkte van de week op: ‘Je bent zo lief en zo zacht, maar ook heel duidelijk en dan zonder boos te worden, hoe doe je dat toch.’ Kinderen voelen dat je niet boos bent op hen. Je keurt het handelen af, maar het kind mag  komen. Dat is het verschil. Ze kunnen altijd terecht want de deur staat open.

049

Het gaat voor ons ook op. Humor en liefde lopen hand in hand. Iedere dag een mop, een kwinkslag, het kleinste lieve dingetje voor in je rugzak en het leven wordt een stuk aangenamer samen met het vertrouwen, dat er iedere dag ontwikkeling zal zijn. In het geval van de vader letterlijk stapje voor stapje. Wij zijn erbij.  Met onze moppentrommel. Dat voelt meer dan goed.

 

Uncategorized

Ik kan niet wachten

Vroeger bestond de analoge wereld uit zwart-wit. De televisiebeelden  en de foto’s waren in grijstinten en contrasten. De belevingswereld,waar de foto’s deel van uit maakten, waren echte sfeerbeelden. Steeds vaker grijpt men weer terug naar de kennis van vroeger op het gebied van de analoge fotografie en de vertaling in zwart/wit. Voor de tekencursus was ik al een tijdje bezig om sfeerbeelden om te zetten in het krachtige geschakeerde denken. Op die manier was de vertaalslag naar schaduw en licht makkelijker te maken. Ineens krijgen personen en objecten een andere lading.

Afgelopen zaterdag was ik op een opening van de tentoonstelling Drentse Drukkers in de galerie van Strien in nieuw Amsterdam. Ik was behoorlijk onder de indruk van het werk van Krin Rinsema, dat, naast de vele vogels en landschappen, opviel door de lijnen, de leegte en de verstilling van haar kinderen en personen.

Ze zoekt ermee de kwetsbare kanten van de mensheid op. Zelf zegt ze al geboeid te kunnen raken door een zorgelijk loopje van een man. Heel duidelijk komt dat naar voren in haar etsen, waarbij een groot zwart vlak, afsteekt tegen de tere contouren. Haar techniek is net zo kwetsbaar als haar etsen. Het is met droge naald geëtst op aluminium offset platen van de drukkerij, die na zes à zeven keer drukken op zijn.  Voor haar schilderijen gebruikt ze ziekenhuisgordijnen die al een verhaal op zichzelf te vertellen hebben. Haar materiaal is net zo doorleefd als haar onderwerpen.

066.JPG

De soberheid van het zwart/wit, met weinig nuances erin, de grootte van haar doeken, waar soms haar kinderen in lijken te verdwalen, focust zich op details. De open handen van een kind, het gebogen hoofd, de witte handen, de rollende zee, de opdoemende mist met vage contouren van een gestalte. Bij de etsen van Krin horen gedichten, gedachten op papier. Ze werkt veel met houtskool. In een van haar vroege interviews in de telegraaf van 1998 staat dat ze een gruwel heeft aan grijstonen. Je komt ze ook niet tegen. Ze is een zwart wit denker. Iets is goed of niet goed. Een tussenweg bestaat niet voor haar.

039

Jammer genoeg was deze interessante etser niet aanwezig bij de opening. Door het hele verhaal achter haar werk, intrigeert ze minstens zo, als haar etsen zelf. Altijd denk ik bij het volgen van drijfveren en normen bij uitgesproken meningen en keuzes aan de Spin Sebastiaan: Eigenzinnig en niet bang.

Nu ik dit aan het opschrijven ben, weet ik ineens welke foto ik in zwart/wit had moeten nemen, al is door de lichtval de kleur hier ondergeschikt. Wel weer even lekker om in contrasten te denken. Het is een foto van mijn kleinzoon aan de kust van Portugal. De handen open, het gespannen lijf in afwachting van de golf die komen gaat. De intentie verkleedt zich soms in schijnbare eenvoud.

tom

Vandaag ga ik met een zwart/witte bril op pad, al hou ikzelf wel van subtiele nuances, al was het maar, dat een sfeer zich op allerlei manieren aandient en het een uitdaging op zich is, om die goed neer te zetten. ‘Er leiden vele wegen naar Rome’, hoor ik het verleden roepen. Gelukkig maar, anders hadden we naast het werk van Krin, niet zo genoten van de houtsnedes, de steendruk, de litho’s de etsen van de andere exposanten.

063.jpg Litho’s van Lidwien Chorus

Poëzie zit overal en gedachten zijn te vangen in elk klein detail. De kunst is om ze uit te vergroten tot de kracht die het verdient. Ik kan niet wachten.

 

 

 

 

 

etsen·levenskunst/wandeling/natuur

Voor eeuwig in de ziel geëtst.

Het is goed om je eigen kwaliteiten te kennen. Een keer per jaar vertoeven ik en vriendin in Drenthe in het Reesdal. Onder de bezielende leiding van Han van Hagen en de goede zorgen van Lia van Rijn duiken we de wereld van de grafiek in en gaan we een weekend lang etsen. Op zinken platen leggen we een nieuwe wereld vast in lijnen en punten samen met een aantal vaste etsvrienden. We zijn stuk voor stuk gehecht aan dit bijzondere samenzijn. We kiezen zinken of koperen platen met een formaat waarvan we denken dat het werk op past, maken tekeningen naar aanleiding van genomen foto’s, zetten die over op het plaatje met zelfgemaakt carbon of overtrekpapier en gaan dan, met de naald in de aanslag, door tot we van vermoeidheid de punt dubbel zien.

147Bladeren van Renee.

Ondertussen reddert Lia zich voort in haar keuken en trekken er heerlijke kruidige geuren door het huis. Met vaardige hand werpt ze zich op voor dat hele grote gezin van rondom de dertien personen en voorziet ons van koek en zopie. We komen aansnellen met de zwarte vegen op het gezicht, een afwezige blik die bij de vorderingen is, met de au naturelle rouwranden pakken we de bolussen uit het verre Zeeland en de Gouds stroopwafels gedoneerd door de mensen uit die streken. We vullen de stilte met verhalen van de voortgang van het proces, de problemen waar we tegen aan lopen, een gemoedelijke kouten over het voorgaande jaar. Han heeft aanvullingen, prachtige verhalen over zijn kunstreizen, over etsers, over tentoonstellingen en Lia vertelt op geanimeerde wijze keramische wederwaardigheden aan vriendin, die haar eerste schreden in de pottenbakkerij gezet heeft.

156Verfijn werk van Rini.

Wat een rijkdom. We wisselen tips and tricks uit om daarna weer te verdwijnen binnen de kaders van het zink. De wereld vernauwt zich tot onderwerpen, die bij elkaar worden bestippeld en belijnd. Waar bij de andere een serene rust heerst, kras ik mijn hele ziel en zaligheid eruit. Op de een of andere manier heb ik niet de verfijnde inborst om de juiste snaar van het etsen te raken. Ik snap het principe van licht en donker en hoe je dat bewerkstelligt. Het vertrek vanuit de zwartste lijnen, die geen lijnen mogen zijn maar opgebouwd worden uit de tussenvormen. Als ik het dan uiteindelijk op de plaat wil zetten dan heeft mijn tekening mijn eigen ‘zelf’ nodig om het beeld compleet te maken.

135Zonnebaars door Linda

Han is lief en zegt dat ik een klare taal spreek. Mijn fantasie gaat altijd op hol. De voorgenomen Portugese vissen op het bord worden sardienen in blik. Het is meer illustratief dan het betere etswerk. Het werk van de anderen zie ik met mijn foto-oog en iedere keer weer neem ik me voor om de volgende keer, volgend jaar, er nog serieuzer mee om te gaan, een echte ets te maken. Aan de andere kant staat mijn manier van etsen garant voor de vreugde die het me oplevert. Wat is het heerlijk om te doen en wat een wonder als onder al het lijnenspel en punt zich die nieuwe wereld openbaart.

157Poes Pluis soest door zijn ontstaan heen.

De kleine prins en zijn verwondering ten voeten uit met alle gedachten, die zich door de bezigheid heen breien, dat is etsen voor mij. Tussen de naalden en de zuren, de poeders en de doordringende geuren van de spiritus en de terpentine weven zich de verhalen in mijn hoofd, de geurige kruiden van Lia en de grote tafel met gemeenschappelijke bezieling.  Naast het zink zijn deze beelden voor eeuwig in de ziel geëtst.

 

Uncategorized

Ik geef me over

Ik stond gisteren in de hectiek van Utrecht rond spitstijd in de avond. Het valt me op dat dat verkeersinfarct meer en meer de overhand neemt gedurende de piekuren. Opeens begon er een lampje te branden op het dashboard. Het was alarmerend oranje en stelde een Engelse sleutel voor. Met alle tijd om er over te piekeren werd de picto groter en groter. Daarmee begon het. Er trad een siddering op die al snel uitbreidde naar een grotere huivering. Vanuit het niets stoomden de doembeelden in alle hevigheid op, aangewakkerd door het plastische vermogen van de verbeelding.

220px-Praatpaal

Ooit had ik een spontane brand in een van de auto’s gehad en de angst daarvoor bleef altijd sudderen. Met het grootste gemak trokken de mogelijke opties aan me voorbij. De eventuele ongemakken aan remschijven, remblokken, de versnellingsbak, accu, distributieriem en het vloeistofpeil, een wetenschap in jaren ‘second hand’ opgebouwd, schoven langs. Helaas ook de bijbehorende gevolgen van eventuele mankementen en de keren dat ik, ANWB-proof, de hogere hand van de hulpverlening nodig had, omdat ik  niet meer verder kon en onthand aan de kant van de weg stond. Destijds was er geen sprake van een Iphone in de buurt.Een hulpeloos mens was overgeleverd aan de grote gele praatpalen met hun blikken stemgeluid. Gevangen in de gassende lange rij auto’s had ik alle tijd om te piekeren en werd de kleine blauwe steeds groter, terwijl mijn eigenwaarde smolt en smolt.

Het tweede deel van de reis ging wat voorspoediger en eindelijk kon ik de prins aan de kant zetten, griste de handleiding in zijn mooie zwarte hoesje uit de la en bestudeerde met schoonzoon de eventuele mogelijkheden. Het eerste dwingende advies was ongenaakbaar en priemend aanwezig. ‘Zoek zo spoedig mogelijk de Merkdealer.’ Ik zweer bij mijn eigen garage, die dat predicaat draagt, maar het is wel een handige zet van de fabrikant. Hoe jaag ik mensen, arme onwetende stakkers met een lichte zenuwaanval door de voedende onzekerheid, in de armen van het grootkapitaal.

220px-Adjustable_Angle_Wrenches

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik moest morgen naar Drenthe en had beloofd te rijden. Ik had helemaal niets aan een auto die uitviel, maar met de oranje sleutel in het vizier was er geen haar op mijn hoofd, die negeren als optie overwoog. Er zat niets anders op dan de volgende ochtend om acht uur op de stoep van de garage te gaan liggen en de eventuele mogelijkheden te onderzoeken. Tot dan toe zou ik opgescheept zitten met een unheimisch gevoel dat zwaarder en zwaarder drukte. Een droom diende zich onrustig en woelend aan, waar ik als Alice in Wonderland het hele motorblok in onderdelen uiteen zag vallen, de baco de rol kreeg van het witte konijn, die met zijn zeurende toon het lied:’Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat’ de bodem onder het laatste restje hoop sloeg.

‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend’, knikte mijn oma vriendelijk achter mijn lede ogen en daar begon de dag mee. Nou vooruit. Eventuele onrust zo goed mogelijk onderdrukken, straks de zon in mijn koffer pakken, tekenspullen mee, school opbellen dat ik iets later kom en als laatste optie de mogelijke leenauto overwegen als verlossing. We gaan het zien en beleven. Ik geef me over.

 

Uncategorized

Nu het hele korset nog uit

Nou, daar gingen we hoor. Een schilderij van Leonora Carrington op  het digibord. Een beklemmend schilderij met twee kinderen in een donker bos en een huis op roofvogel-poten. ‘Stel je nou eens voor dat je in zo’n verhaal terecht komt, wat zou er dan gebeuren.’ Ze hadden geen tekstschriften, maar werkten soms wel met maatjes samen. Dan maar op losse bladen. Dat samenwerken waren ze toch niet zo gewend. Er was gesteggel over wie zou tekenen en wie zou schrijven. Maar de opdracht luidde: Eerst samen het verhaal verzinnen, dan samen opschrijven, bijvoorbeeld ieder een zin en dan samen de tekening maken.

23032356_10210991310718858_6956069117186514769_n

Aderlatingen voor iemand die heel goed kan tekenen en voor iemand die snel en goed schrijft, want dat betekent dat iemand, die het anders doet, ook aan je tekening mag zitten of tussen je handschrift door mag.  Het gaf even wat gesteggel, maar allengs werden ze steeds enthousiaster. Het werden bloedige verhalen, want Halloween was net achter de rug voor sommige, maar ze waren er goed mee bezig en ze waren apetrots op het eindresultaat. Vooral dat laatste viel op. Zo uitgesproken blij. ‘Wat hadden we nu geleerd,’ vroeg ik. ‘Schrijven en tekenen,’ was het antwoord. ‘Dat is waar, maar wat nog meer?’ Ze kwamen er niet op. Fantasie gebruiken, een verhaal opbouw maken met kop en staart, moeilijke nieuwe woorden schrijven, die je soms moest vragen, overleggen, taken verdelen en zo goed mogelijk uitvoeren. Kortom, Samenwerken op hoog niveau. Top. Stil en fluisteren was er niet bij, want ze waren veel te enthousiast. Dat zou een leerpunt kunnen zijn voor de volgende keer. Ik beloofde de twee blaadjes aan elkaar te plakken en dat ze het mee mochten nemen naar huis. ‘Echt?’riepen ze in koor.

23032878_10210991311278872_961243809391179749_n

Kleine verlegen Greetje kwam ook nog even om de hoek kijken. Ze durfde niet, toen er hard geschaterd werd om haar oranje pruik, die uit de tas piepte en haar in de veiligheid van de tas liet duiken. Iedereen beloofde niet meer te lachen en daar kwam ze hoor. Ze kende een liedje. Of ze dat mocht zingen. Ze zette loepzuiver met een enigszins hoog stemmetje in op ‘Ik zag een muis”. De kinderen vonden het helemaal te gek. Greetje bewoog met haar hand en streek door haar haar. De gebaren van een echt mens. Ze kende een rap. Aha. Dat was bekend terrein. Er werden onmiddellijk rap-gebaren gemaakt. Toen kleine Greet de Muis in een rap stak, hadden ze het niet meer, omdat haar hoofd en haar oranje ragebol enthousiast mee rapte. Wild sprongen haar haren en die van de volgers heen en weer.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Tussendoor moest ik wel voortdurend werk neerleggen, vermanen, toespreken, frikken ten voeten uit, maar dat kan je verwachten van deze groep, die deze losse aanpak niet gewend is. Vandaag komt iemand een van mijn bestempelde kinderen observeren, om te kijken of hij toch weer terug moet naar het speciaal onderwijs. Mijn bescheiden mening is dat hij in een volstrekt verkeerde setting zit. Deze jongen zou op mijn oude school opvallen door de motorische onrust, maar waanzinnig fantasierijk zijn en mooie dingen maken. In deze strakke structuur van de hele dag stil zitten en werken is elke vorm van schrijven al een kwelling. Geef hem een toetsenbord en je zou versteld staan.

De andere is problematischer. Hij zit met zijn ziel in de knoop en heeft zenuwtrekjes        Hij reageert veel te fel en veel kinderen zijn bang voor hem.  Toch loopt hij het vuur uit zijn sloffen en werkt hard.  Zijn gruwel verhalen hadden een hoog horrorgehalte, er gaat heel veel om in dat kleine magere koppie. Dit kind hunkert naar liefde in elke vezel. Hij kon echt niet samenwerken want zijn maatje, een bescheiden meisje, mocht alleen maar volgen en kon het tempo niet bijhouden.

Vandaag gaat de focus op op het proces. Welk doel zou je jezelf stellen. Wat kan je goed en wat wil je verbeteren. En een eindevaluatie over hoe het deze drie dagen gegaan is en wat ze er van hebben opgestoken. Ze vinden me lief, maar ik maak me geen illusie. Dat is omdat ik niet snapte, hoe de leerstof normaliter aangeboden werd en welke extra opdrachten erbij horen. Als ze klaar waren mochten ze een boek lezen of tekenen. De liefde gaat in dit geval niet door de maag, maar vloeit door de vrije geest. De eerste veters van het keurslijf zijn al losgemaakt door de nieuwe directie. Nu het hele korset nog uit.

Uncategorized

Kriebeltrui

Het was een pittige dag gisteren in groep vier en dat kwam niet door de kinderen, maar door de wijze waarop de leerstof werd aangeboden. De kinderen waren fantastisch, met een werkhouding waarvan ik stond te kijken. Ze kwamen binnen druppelen aan de hand van hun moeder of oppas of oma en in een enkel geval alleen. Een uitstekend moment bij zo’n eerste kennismaking om alvast een klein tipje van de sluier opgelicht te krijgen. Een had er net een beugel, een ander kwam met een pakketje vol met stickers. Van een meisje met grappige rode krulletjes was de opa deze week overleden en ze had ’s middags de begrafenis.

033

Er waren kinderen die letterlijk in hun schulp doken, hoofd tussen de schouders, schouders naar binnen gebogen , koppie naar beneden, zie onhoorbaar zacht hun naam lispelden. Er waren er die hun verlegenheid overschreeuwden en met bravoure hun stoelen van de tafel gooiden. Toen de groep compleet was, ging de deur dicht en kon de les beginnen. Het strakke schema lag verpakt in bronnenboeken en antwoordenboeken bewegwijzerd, met gele briefjes tussen de bladzijden, op mijn bureau.

De tijden stonden afgemeten in zwart-wit op papier, de te verwerken stof in grote zwarte cryptische omschrijvingen op het Whiteboard. Taal: 4/2/blz…Etcetera. Voor een leek lastig te lezen. Daar zaten we dan. De kinderen achter hun tafels en ik voor naast het bureau. Jarenlang startte ik de dag alleen vanuit een kring op en nu was de afstand een reële werkelijkheid. Letterlijk en figuurlijk zijn kinderen aan tafels mijlen ver weg van datgene wat je vertellen wilt. Ruimte te over voor iedereen, die ergens niet bij betrokken is, om wat anders te doen en weg te dromen.

119Matthieu Klomp.

Drie tafels stonden volstrekt geïsoleerd. Een tegen mijn volgepakte bureau aan en een tegen de muur naast het bord. De kinderen die daar zaten hadden de plek aangewezen gekregen vanwege hun ADHD en autistisch spectrum. Een stond op vrijwillige basis in een hoekje, vlak naast het raam met het overzicht over de hele groep en een bevrijdend zicht op buiten. Die plek begreep ik het best. Het was van een stil meisje dat zich de hele dag nauwelijks liet horen en wiens handschrift net zo bescheiden en klein was als zijzelf. Ze bemoeide zich nauwelijks met haar medeleerlingen.

Ik had mijn gewone stem op, maakte kwinkslagen en grapjes, maar, zo bemerkte ik al gauw, daar werden ze onrustig van. Toen mijn collega van de andere groep haar stemgeluid liet horen en de groep op slag stil was, begreep ik waarom niet. Deze kinderen werden heel anders toegesproken. Zo’n stem hing bij mij in de kast onder de kriebeltruien, maar kon ik natuurlijk te voorschijn toveren. Vanaf dat moment kwam de leerfabriek op gang. Wat een ongelooflijk ervaring om een hele lange dag alleen maar aangeboden leerstof te zien consumeren.

De school zit in een meanderende flow. Dit zijn de restverschijnselen van jaren, maar de nieuwe aanpak was al ingezet en stroomde in de vrije klanken naar buiten door de ramen in groep zeven, waar een meisje op een krukje stond en een liedje door een microfoon zong met de hele groep er enthousiast om heen. Een prachtige schildering op de muur in de lerarenkamer laat zien, dat kinderen in het dal mogen vallen en er met behulp van de anderen weer uit leren kruipen. Geen fouten maar leermomenten en eigenaarschap van je eigen leerproces. Voor de groep die ik onder mijn hoede heb, kan die ontwikkeling niet vlug genoeg gaan. Morgen maar eerst eens beginnen met een boeiende tekst en een tekening over eigenaarschap van je persoonlijke groei. Ik ben benieuwd welke lumineuze ideeën dat oplevert. Binnen drie dagen moet het lukken om de kriebeltrui en de bijbehorende stem op haar knaapje te laten hangen

Uncategorized

Mijn kinderhand is weer gevuld

Gisteren is me iets bijzonders overkomen. Ik kan zeggen dat ik, in dit afwisselende vrije bestaan, iedere dag wel iets bijzonders mee maak, maar dit was van een heel speciaal kaliber. Ik was uitverkoren. Niet omdat ik een ‘Postcodeloterij-we-houden-ze-zoet-prijs’ had gewonnen met emmertjes Ben & Jerry’s of een bon voor de Rituals, die iedere keer weer net op het nippertje wordt verzilverd. Nee, door mijn oprechte mening te geven.

Ik had een klein stukje reclame leuk gevonden en braaf gedeeld op FB van het kinderboekenmuseum en daarnaast aangegeven waarom dat museum zo belangrijk was voor mij en een must voor alle kinderen van Nederland. De eerste keer dat ik met beide kleinzonen er naar toe was geweest, kon ik alleen maar denken, hoe fantastisch het moest zijn om met kinderogen te dwalen door zo’n prachtige boekenwereld, die zich aan je voeten uitspreidde en waardoor je kon wandelen en dromen tegelijk.

Fantasie en verbeelding zijn bij mij volop aanwezig en het kost volstrekt geen moeite om die wereld op te roepen uit een boek, maar er daadwerkelijk doorheen te kunnen lopen is een stap van hier naar de maan. Als dat het al voor mij was, hoe zou dat dan voor een kind zijn. Het huis van kikker, het bed van kikker, de tafel van kikker door te lopen, in te liggen, aan te eten. Het zijn wonderen die je stoutste dromen waar maken.

219

Ik genoot en met mij mijn twee kleinzonen, waarbij een er maar niet genoeg van kon krijgen om over de ijsschotsen van kleine beer te springen en als rupsje nooit genoeg te eten en te eten totdat hij eindelijk een vlinder mocht zijn. Heel veel eten om boven jezelf uit te stijgen. Wat een heerlijk sprookje. Dat wil ieder kind.

140

Ook beneden in de spelonken van gestapelde boeken is het een walhalla voor de lezer, maar er tussenin ligt het literatuurmuseum. Dat is een uitgelezen plek om alléén doorheen te dwalen en de tijd te nemen om de vele manuscripten, gedichten, stukken proza te bewonderen en terug te vliegen in de tijd om zo’n schrijver aan zijn tafel te zien zitten onder een ouderwetse leeslamp, met zijn vulpen in de aanslag en een lijntjesschrift. Of om hem te zien hameren op zijn oude Remington. Daardoor vliegen ze het hoofd in en uit, gezichten doemen op en vervagen weer en blazen leven in die stemmen van het verleden. Willem Frederik Hermans, Remco Koolhaas, Slauerhof, Marten Toonder, Hugo Claus, Hanlo, Zwagerman en Vasalis, ze komen allemaal door.  Alle gezichten zijn me vertrouwd en prijken op de achterflap van vele boeken in mijn eigen kleine minimuseum thuis. Meer dan een bezoek waard, deze schatkamer van het geschreven verleden.

Een keer heb ik met dochterlief een weekend doorgebracht in huis ‘De Zulthe’ te Roden. De woning waar Vasalis woonde.  Om de sfeer te proeven wilde ik, dwars door haar dode ogen heen, haar uitzicht zien, de wijde blik, als ze aan het mijmeren was  voor het venster. Het was een bijzondere ervaring in een, door rijp, verstilde wereld.

schaap-lampje

Voor de loting heb ik eigenlijk niet meer gedaan dan mijn overtuiging neer te pennen. Dat viel in goede aarde en maakt me nu de koning te rijk. Ik krijg het boek Lampje van Annet Schaap. Die komt natuurlijk als belangrijk item in mijn leren-is-leuk koffer als ik op bezoek ga bij mijn invalgroepen.

Ik schreef: ‘Het kinderboekenmuseum, om een wereld levensecht groter te maken! Voor eeuwig verkocht.’ Het kwam recht uit mijn hart. Mijn gegevens heb ik doorgestuurd per mail en Lampje wordt thuisbezorgd. Dat betekent een paar dagen in blijde afwachting en met dubbele voorpret. Mijn kinderhand is weer gevuld.

 

Uncategorized

Daar is het leven me te lief voor

Kunstuur stond een maand lang in het teken van Dutch design, onder andere naar aanleiding van de jaarlijkse Dutch Designweek in Eindhoven. Alleen al omdat veel gestationeerd is rond het oude Klokgebouw, die heerlijke industriële vormgeving, is het de moeite waard om te bezoeken. Dankzij Kunstuur hoeven we de hoogtepunten niet te missen. De presentator van het programma, Lucas de Man, heeft een plezierige en ondernemende manier van bevragen en ik glij op die heerlijke Belgische tongval en zijn subtiele kwinkslagen de designwereld binnen.

De eerste die hij opzoekt, is Bas Timmer. Hij is de ontwerper van de Sheltersuit voor daklozen. Hij maakt ze onder andere van oude slaapzakken. Ze worden door vrijwilligers in elkaar gezet. De uitvinding is geniaal. Een jas, waaraan je een zak kan ritsen, zodat je warm en droog, dus comfortabeler, de nacht kan doorbrengen. Overdag rits je het onderste deel af en stop je het in een bijbehorende rugzak. Ineens schiet het gezegde:’ Sta op, neem uw bed op en wandel’ door mijn hoofd. Misschien heeft die Bijbel  zijn paden gebaand. Hij is in ieder geval in de voetsporen van de verlosser getreden. Wat een prachtig idee.

012.jpg The place to be.

In de Dutch Design week zie je vooral de betrokkenheid en bevlogenheid van doorgaans jonge ontwerpers voor zaken als het klimaat, het milieu en de drang om de leefbaarheid van de aarde te vergroten. Het is een grote zoektocht naar vruchtgebruik van de grondstoffen, die de aarde voortbrengt of het speuren naar plaatsvervangers, die ervoor zorgen dat ontbossing en andere schadelijk verbruik gestopt kan worden. Elk jaar weer worden deuren geopend, die tot dan toe hermetisch gesloten bleven.

De kiem tot eenzelfde drang bespeur ik ook in de onderbouw. Met een enthousiasme, die zich meten kan aan dat van Lucas, brengt een verhalend ontwerp de directe uitnodiging om het proces in te gaan. Door de betekenisvolle hoeken in de groep borrelt het tot leven en gaan ze als jonge speurhonden aan de slag.  De onweerstaanbaarheid van het verhaal zorgt voor optimale betrokkenheid. Ze duiken erin en komen er met heel veel nieuwe ideeën en uitvindingen weer uit. De kunst is om op het juiste moment de juiste aanvullingen te doen en de nodige verklaringen te geven. Niet meer dan dat, want hun neiging tot onderzoeken en experimenteren is groot en opent makkelijk de deuren.

076Design uit 2013

Zo worden jonge uitvinders geboren of wetenschappers, laboranten en kunstenaars, schouwers en zieners en ergens in het hele proces valt ineens dat kwartje waardoor, voor het leven, het verlangen om het licht te zien, beklijft. De vruchten plukken we in die Dutch Designweek, want door het zien van de vele nieuwe ontwikkelingen en ontdekkingen, halen wij weer de voeding voor het nieuwe aanbod in de groep. Zo kruisen die belangen elkaar. ‘Zien eten, doet eten’ zei mijn moeder cryptisch, terwijl er geen piezeltje voedsel in de buurt was.

021Eindhoven

De  Sheltersuit van Bas Timmer is genomineerd voor de Dutch design Award en wat mij betreft heeft hij hem al gewonnen. Arne Hendriks is een andere opmerkelijke onderzoeker. Hij bestudeert groei en is er van overtuigd dat we, als we allemaal tot 50 centimeter krimpen, de voedseltekorten en de milieuproblemen de wereld uit zijn geholpen. ‘The incredible shrinking man’. Bonzai voor de mensheid, zeg maar. Nee, dit zijn geen loze kreten. Er zit nog een wereld aan gedachtegoed achter, een wereld voor kleine mensen, die groter is dan je denkt. Persoonlijk wil ik dan wel dat we allemaal tegelijk krimpen, want als er maar een prototype van 1,80 overblijft, dan is het gevaar dat we, letterlijk, onder de voet gelopen worden, groot en daar is het leven me te lief voor.

https://nos.nl/artikel/2081552-sheltersuit-moet-dakloze-warmhouden-in-de-winter.html

http://www.arnehendriks.net/

 

Uncategorized

Het zal mijn tijd wel duren

Ik ben mijn bril kwijt. Wonderlijk. Soms gooi ik hem ineens af, omdat ik het dan zat ben om dat zware ding op mijn neusbrug te voelen. Het zijn de momenten, dat ik er naar verlang weer vrijelijk met de wind door de haren en de striemende regen in het gezicht uit te waaien aan het strand, o zaligheid. Het is drie uur, maar door een wonderlijke inmenging van ons mensen, eigenlijk twee uur. Het stormt. De wind trekt aan de bomen en laat hun takken op en neer en heen en weer deinen. Soms zwiept ze de hele boom uit vorm. Het is de perfecte entourage voor Halloween. Eronder zwalken de feestvierders in wonderlijke kostuums voorbij en brullen naar elkaar om boven de gierende wind uit te komen. Het geluid scheurt de storm uiteen. Poes speelt een eigen monsterlijke rol door onder de sprei uit te kruipen en gejaagd te reageren op de tikkende geluiden tegen het raam.

IMG_6584Halloween minnende woelmuizen

Halloween, in de tijd een heel uur kwijt geraakt en mijn bril verloren, een perfecte nacht voor een potje griezelen. De afgelopen avond zag ik voor het eerst groepjes kinderen die als zombie, spook of geraamte de huizen af gingen. Luid gillend en lachend belden ze overal aan. Vooral daar waar de oranje pompoenen grijnzend de nacht in loerden op zoek naar onschuldige slachtoffers.

019Franse Bric à Brac clown

Vijftien jaar geleden was mijn eerste aanraking met ziekelijk uitgedoste mensen in New York. De hakbijlen staken door hoofden heen, kettingen rammelden angstaanjagend door de nacht, ogen priemden ineens fel geel, staalblauw of gifgroen en leken meedogenloos hard. Het zombiegehalte was hoog. De ijzingwekkende kreten of het gorgelende lachen klonk op uit de wrede, vervormde monden.  Het was daar dat ik besloot, dat het mijn feest niet zou zijn. Later bevestigde een internationale Zombiedag in de bijbehorende optocht van verminkte en bebloede wezens, in het anders zo statige Brussel, mijn voornemen. Snel verdwenen we het Palais des Beaux-Arts in om ons te laven aan de schoonheid van de doeken van Michael Borremans en de verse indrukken weg te spoelen.

Voor iemand wier nachten altijd te donker zijn en schokkende beelden te lang op het netvlies blijven hangen is het raadzaam om de Halloween te vervangen door de vriendelijke Sint Maarten, het bedelfeest van de armen. In onze eigen familietraditie kwamen beide feesten niet aan bod. Ik heb nooit met lampionnen langs de deuren gelopen. De snoepjes en sinaasappelen gingen aan onze neuzen voorbij.

0141.jpg

Poes is gevlucht en heeft waarschijnlijk een rustiger plek opgezocht. De wind is weer meer gaan liggen en trekt hier en daar nog even aan. Een uur langer slapen is de bonus van de lichte tijdsverschuiving en tot op de dag van vandaag vraag ik me af, waarom er geroerd moet worden in de biologische klok. Ik ben dan ook een ochtendmens en hou van de stille sluimertijd in de vroege ochtend, waar de dag zich langzaam opmaakt voor een nieuw begin. Winteravonden blazen we leven in met kaarsjes en zacht licht.

Beneden blijft het stil. Het feest is afgelopen. Ze zijn twee dagen te vroeg. Halloween, all Hallows, wordt volgens de overlevering gevierd op de avond voor Allerheiligen. Maar het weer speelde goed mee en het maakt eigenlijk niet uit. De bril is nog niet gevonden, dit is blind getypt. Rest me een uur te lang door te slapen wat nu geen makke is met die onrust in de nacht. Ik ga dromen van Sint Maarten, Brussel en de storm in de wetenschap en met de zekerheid dat alles altijd voorbij gaat. Zoals mijn vader altijd zei: ‘Het zal mijn tijd wel duren.’

 

Uncategorized

De ultieme eindige weg

De dichter Sylvia Plath schreef voor haar twee kinderen een boek, waarbij haar fantasie de heerlijkste bedden vorm gaf. Misschien aangespoord omdat het naar bed gaan te moeizaam ging, kon je maar beter zorgen dat kinderen zich lieten meevoeren in een ongebreideld verhaal over een bed dat de zeven zeeën bevoer of waar je altijd vies mocht zijn. De illustraties van Quentin Blake onderschrijven het bijzondere ervan. Elk onderwerp, dat uit zijn tekenpen vloeide, was het waard bestudeerd te worden.

Als kind wil je niet anders dan in die wereld wonen waar geen zee te hoog is en geen dal te diep. De zorgvuldig gekozen woorden van Sylvia rollen en roepen het tot de onbegrensde mogelijkheden, waar het voor bedoeld is. Een rondreis door alles wat het leven tot een groot avontuur schildert. De voeding bij uitstek voor ontluikende fantasie.

plathbedbook4foto: Brainpickings Maria Popova.

Met vier kinderen een kamer delen, was een grote luxe in het huis in de Amandelstraat. De broers sliepen immers alle zeven ook op één kamer, weliswaar groter, maar toch beperkter in de persoonlijke ruimte. Met de stapelbedden werd het leven een avontuurlijke gele onderzeeër, die werelden opende waar de verhalen uit de eerste televisie in de straat bij de buren de aanzet toe waren. Het koffertje van Okkie Trooy hadden we allang en breed veroverd en zijn krentenbollen waren de voeding voor de meest woeste avonturen, waar Mic en Mac, Oma Tingeling en Pipo koeien met Felicio de zigeuner er losjes doorheen gevlochten werden. Ons bed was het bed van de onmetelijke perspectieven met verdwijnpunten tot ver achter de horizon.

Op mijn netvlies staat een theezeefje gebrand. Het wordt onderschreven door een treurige melodie van verlangen en heimwee naar andere tijden en het kwam uit de serie Varen is fijner dan je denkt/Tinkeltje. Het bleek om een meisje te gaan, dat Zeefje heette.

Ik vraag het aan de wolken
Ik vraag het aan de zon
Och was er toch maar eentje die iets vertellen kon
Ik vraag aan het maantje
Aan het mannetje daarin
Ik vraag het aan de sterren
Die weten het net zo min

Zeefje, waar ben je gebleven?
Zeefje, we worden zo moe
Zeefje, waar ben je gevaren?
Zeefje, waar ben je naar toe?

Het werd uitgezonden van 1956 tot 1960. Mijn fantasie was al geprikkeld door de zondagmiddagen in het filmhuis, waar in mijn kinderogen mijn grote sterke vader films draaide in zijn witte hemdsmouwen en de boefjes op mijn netvlies toverde. Oeroeboeroe en Eucalypta hadden onder leiding van Paulus al een en ander in gang gezet vlak voor het slapen gaan. Het leverde een ongebreidelde fantasie op, die geen grenzen kende en die ik te beeldend een podium toedichtte.

Wat hou ik van die bijeen gesprokkelde bagage, die zich tot achter de kleinste deuren in mijn hoofd heeft vastgezet en er nu spontaan uit kan rollen tijdens een les of een verhaal. De bedden van Sylvia Plath passen er moeiteloos tussen. Heerlijke onderwerpen voor een Engelse les op niveau: ‘If you get hungry in the middle of the night, a snack bed is good for the appetite’ en dan de tekening erbij van een bed met een automaat aan het hoofdeinde voor de lekkere trek. Zo wil elk kind wel wegdoezelen.

the-bed-book-interior-plath-and-blakeFoto: BrainPickings, Maria Popova.

Sylvia heeft het met al haar fantasie niet gered. Ze leed aan zware depressies. Haar kinderboeken vertellen een leven vol verwachting en beloften en zijn tegelijkertijd een grote ontsnappingsmogelijkheid aan de werkelijkheid. Haar eigen bed was te krap om op reis te gaan. Ze koos uiteindelijk voor dé ultieme eindige weg.

Uncategorized

We gaan er voor

Volgende week moet ik drie dagen invallen in groep vier en dat is een hele nieuwe ervaring. Ik heb geen idee hoe de kinderen zullen reageren. Als voorbeeld neem ik kleinzoon Luca met voetbal als grootste hobby, maar ook met de momenten van een gefronst en diep nadenken over de serieuze kanten van het bestaan. Ik denk aan Mees Kees, de film die ik gezien heb en waarbij de jonge meester vooral het roer omgooit en de gebruikelijke kost in een nieuw jasje steekt. Ik denk aan alle keren dat ik voor het eerst iets nieuws moest doen, waar ik nauwelijks kaas van had gegeten.

Het voelt als spannend, maar ook als een uitdaging. ‘Al het begin is moeilijk’ fluistert het verleden over mijn schouder. Ik moet er drie dagen zijn, dus het is iets anders dan een dag overleven. Bovendien heb ik me voorgenomen om zinvol en betekenisvol te zijn, ook als ‘losse’ inval en het maximale uit de aanwezigheid van de kinderen, maar ook uit een digibord te halen. Dat laatste is geen sinecure, want tot nu toe ben ik de laatste der Mohikanen die nog op de meest directe manier les geeft, alleen met mezelf en de mouw die tot aan de nok toe gevuld is met liedjes, drama, literatuur en projectonderwerpen met de meest boeiende en tijdloze verhalen. In die zin zal het niet lastig zijn.

Ik denk terug aan de periode dat ik na twintig jaar weer mijn intrede deed in de onderbouw. Of aan het jaar dat ik voor het eerst een dag per week, naast Jan, in groep 3, 4, 5 stond. Jan, die een volkomen natuurlijk overwicht had en alleen maar twee keer hoefde te kuchen om het stil te krijgen. Daar kon ik met mijn prille onervaren aanpak echt niet tegenop. Een sprong in het diepe, die toch eigen werd. Onzekerheid en een schuchtere aanpak die uitgroeide tot een volkomen natuurlijk ‘jezelf’ mogen zijn.

ro;trap stedelijk museumDe brede trap.

Of aan die eerste dagen in het ziekenhuis, waar ik blanco en onwetend van de rollercoaster aan emoties die over me heen zou komen, schoorvoetend aan het bed van een patiënt stond. Praatjes maken met volslagen onbekenden in de rol van ervaringsdeskundige, terwijl je dat bij lange na niet bent. Dealen met verdriet en pijn, zelfs met de dood en daar een weg in zien te vinden. Met kleine stappen de ladder op, tot het een brede trap werd, die naar kennis en kunde leidde.

054

Mijn eerste bezoek als wijkverpleegkundige, een centrale factor in de intimiteit en de eigenheid van mensen, in wiens leven deze rol zo belangrijk bleek te zijn. Het alom luisterende oor, verpleegkundige, maatschappelijk werker en psycholoog ineen en toch er samen uit zien te komen en deze afhankelijkheid aanvaardbaar weten te maken met respect voor elkaar.

Er zullen altijd eerste keren zijn, hoe oud we ook worden. Al die ontmoetingen zijn een stap in een nieuwe ontwikkelingsfase en steeds weer zal het nieuwe energie opleveren. Een uitbreiding van het klankbord, een frisse kijk op het leven in het algemeen en nu, in dit geval, het onderwijs in het bijzonder. Het mes snijdt aan twee kanten. Het is niet alleen voor mij nieuw, maar ook voor de kinderen en precies op dat punt zal het grote ‘ontmoeten’ zijn in wederzijds begrip en vertrouwen. We gaan er voor.

 

 

 

Uncategorized

Nostalgie

Het moest er eens van komen. Op het voorportaal van de zolder staan alle restanten van een leven met een van de zonen. Een aantal verhuisdozen vol met kleding, schoenen en memorabele brieven, frutsels en ander spul. Iedere keer als hij langskomt wordt er in geneusd en meegenomen. Van een strakke opstelling is geen sprake meer. Gisteren met een hele vrije dag in het vooruitzicht begon het te kriebelen. Eerst denk je er alleen maar over, daarna is er een inspectie van de plaats des onheils om tenslotte toch te gaan schuiven. Ik besloot om een blinde vlek te maken en een kast zo op te stellen, dat erachter ruimte vrij kwam om de dozen te stouwen en aan het zicht te onttrekken.

Het hoofd stond in de henna en dat papje moest twee uur intrekken. Het zag er niet uit, want dat betekent een plastic zak om het bruine goedje en een handdoek pyramide dekte het geheel af. Ik had het met teveel water aangelengd. Met het bukken en tillen van de dozen zochten kleine straaltjes bruin vocht zich een weg langs hals en voorhoofd. Met de handdoek kon het in bedwang gehouden worden. Een kniesoor die er op lette. Er was niemand die zich er aan zou storen. Ik ploeterde voort.

007Een van de zolders van lang geleden.

Sjouwen, stelpen, sjouwen en stelpen. Er kwam schot in het geheel en uiteindelijk leverde het letterlijk en figuurlijk ruimte op. Het was niet helemaal tot volle tevredenheid, maar voor het ogenblik, met alles wat nog restte, was het goed.

Ergens, beneden, staat nog een schuur te wachten op zo’n aanval van opruimwoede met spullen die uit vorige verhuispartijen van de jongens tijdelijk zijn neergezet en nooit meer opgehaald. Schuurgebruik is uit een grijs verleden, toen er nog fietsen zwierven en het als opslag diende voor dozen met kerstspullen.

Een gouden regel van mijn moeder moet ik de jongens eens uitleggen. Alles  waar je langer dan een jaar niet meer naar omgekeken hebt, kan weg, als het niet om nostalgie gaat. Het werkt echt. Aan het eind van de middag, ontdaan van henna en de haren glanzend en springerig droog geföhnd, was het goed toeven op de bank. Moe maar voldaan had ik de sportschool uitgespaard en toch elke spier verbruikt. Twee vliegen in een klap.

Ik moest denken aan jet gedicht van Mies Bouhuys dat “De oude kist” heet.

De zolder ruikt naar boeken,
waar niemand meer in leest.
De dingen in de hoeken
zijn eenmaal mooi geweest.

Toen stonden ze nog beneden:
-wij waren nog heel klein-
de wieg van lang geleden,
de hond van porselein.

Mijn vaders hoge zijen,
mijn moeders parasol,
een kapstok met geweien,
een beertje en een tol.

Een kist vol spinnewebben
met ijzeren beslag;
het mooiste wat wij hebben
komt daaruit voor de dag.

Soms tref je zulke kleren
op oude prenten aan.
‘Dag dames, dag meneren,
zullen we wandlen gaan?’

Een strohoed met een strikje
groet naar een sleepjapon;
die antwoordt met een knikje
op ‘t stoeltje in de zon.

De heren komen nader
en lichten hoofs hun hoed. –
Wat jammer dat mijn vader
nu juist de lamp aandoet.

Ik knipper met mijn ogen,
ik knijp ze driftig dicht.
Alles is weggevlogen
in het electrisch licht.

Dat is een van de zolders waar je als kind naar kan verlangen, met een krakende trap die voert naar dat grijze en stoffige verleden. Die je meeneemt naar verhalen en voorstellingen, waar je met de ogen dicht over kan dromen. Die een brug slaat tussen jeugd en ouderdom en waar tijd geruisloos verbeidt. Een zolder die verlangen oproept en herinneringen. Zo ver is het nog lang niet, misschien voor de kleinkinderen, later, als het huis protesteert in al haar voegen omdat wij er zelf niet meer zijn, haar stempel drukt op het heden. Alles wat dierbaar is vervaagt en krijgt een andere betekenis als het verhaal niet meer verteld wordt door de eigenaar, maar op een vage herinnering of een vluchtige toets gereconstrueerd wordt en geschat op waarde.

Zo’n zolder dus, maar hier boven is die poëzie ver te zoeken.  Zilvervissen en kleding in het voorportaal bevolken de ruimte en lege dozen van apparaten. Ze mogen allemaal nog niet weg, laat een app weten. Eerst moet de eigenaar er zelf doorheen. Toch eens even de wijsheid van mijn moeder doorbellen. Wie weet, werpt het vruchten af en levert het een lege zolder op, waar daarna de nostalgie huis mag houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

over, daarna schiet

Uncategorized

Verlokkend ligt de weg open

Na de vakantie in Portugal had het leven van alle dag gewoon weer aangevangen. Poes Pluis was zielsgelukkig maar wilde represailles voor het alleen achterblijven. Extra aaien, extra brokjes en een stick. Het huis stond er nog. Na een dag lesgeven op mijn invalschool was de hele week eindeloos geluk weer gereduceerd tot fileleed en van vermoeidheid in slaap vallen op de bank. Gelukkig waren de repoussoirs aan zon, zee, rots en gedeelde liefde in mijn ooghoeken voortdurend groots en meeslepend aanwezig. Het maakte de overgang makkelijker.

Vandaag mocht ik uitrusten en dat is een rijk gegeven. Gisterenavond belandde ik in de Knockart Schildercursussen Vianen in een schakering van opgedane indrukken door de studie van frottage. grattage en decalcomanie. De overgang was hemelsbreed en het duurde even voor het ‘heilige’ vuur er weer was.

053Krastechniek: Eigen werk.

’s Middags had ik in de groep met de dikke duimenpotloden bladeren laten afwrijven op papier. De kinderen kenden het begrip ‘nerf’ niet, ze hadden geen van allen ooit goed naar blad gekeken en alles bleek een ontdekking van het eerste uur buiten de kleur. Het potlood was mooi zacht en breed. Ideaal voor dit doel. De handeling, het gestaag heen en weer schuiven van de punt over het papier was een moeilijkheidsgraad, evenals de kans op het verschuiven van het gekozen blad eronder. De afbeeldingen die naar boven kwamen, de nerven haarscherp uitgelijnd, bracht enthousiasme en trots te weeg. Daarna was de opdracht het te omlijsten met een rand. Op een mooi herfstkleurig karton bereidde ik de tentoonstelling voor.

035Experimenteren maar: Corien

Alles hangt of staat met de presentatie zodra de experimenteerfase en het proces doorlopen is. Het gevolg is een naast de schoenen lopen van trots. De grote winst was het doorzetten en het doorgeven van de techniek aan elkaar. s Avonds bleek het niet anders te werken dan bij de eerste stappen van het afwrijven. Frottage, grattage en decalcomanie liggen niet ver uit elkaar. Door de afwisseling in de toepassing  lokt het  boeiende processen uit. Met de kwast komt de verdieping. Door de verbeelding te laten spreken, kom je onvermijdelijk op een punt dat er ergens iets samenvalt en er iets wezenlijks verandert. Dat punt, daar naar te zoeken, is een lange weg van doen.

Wat bij schrijven als vanzelf uit de vingers vloeit, vraagt bij deze verdieping in de techniek meer. Het beeld wordt opgeroepen door de handeling, tot ze ineens daar is en herkent wordt. Langzamer en moeizamer als proces zaait het vertwijfeling en onvrede. Er boven uitstijgen en datgene, wat tegen beter weten in lijkt te zijn, te negeren en door te gaan, werpt uiteindelijk resultaten op. Met diezelfde argwaan aanschouwen we het en hebben elkaar nodig om de meerwaarde ervan te zien. Ook hier is de reflectie op het werk het begin van een volgende stap.

052Paneel van Erwin

Op een klein paneeltje bereiden we de ondergrond voor voor het fijne schilderwerk à la Leonora Carrington, de Britse Surrealiste. Klein werk is een uitdaging. Altijd weer zorgt de begrenzing voor het zoeken naar nieuwe uitvalswegen.  Ik weet niet welke beren we volgende week op onze zoektocht tegen komen, maar door het durven aanboren van nieuwe mogelijkheden worden nieuwe wegen geopend.

048Doorzetten: Jannie.

Experiment vraagt om doorzetten, blijven kijken, lichtpunten zien, kwaliteiten vergroten om uiteindelijk te  komen tot dat eigen werk dat past als een handschoen. Verlokkend ligt de weg open.

Uncategorized

De markt

Het Nieuwegeins Nieuws werd me via FB toebedeeld. Het onderwerp trok mijn onverdeelde aandacht. Er stond een artikel in over de markt, die verhuisd was van een plein naast City Plaza naar een prominente plek in het centrum. Hoewel ik er niet vaak kom, hou ik wel van de markt en dat heeft alles met het verleden te maken.

De allereerste gang naar de markt in Utrecht was die van de benenwagen met mijn moeder mee naar het Paardenveld. Een aantal marktkramen in carré, die er voor zorgden dat knusheid en beslotenheid gewaarborgd waren. Lopen naar de markt hield een belofte in van stroopwafelsnippers in een grote papieren zak, terwijl we genoten van de omstandige en lawaaierige manier waarop de marktlieden hun waren aanprezen. De warme stroopwafels gingen mee naar huis en kwamen tevoorschijn als we, schoongeboend in onze pyjamaatjes, klaar zaten voor  de Rudi Carrel show. Gezelligheid en verse stroopwafels waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Toen mijn eigen gezin nog in de kinderschoenen stond en de Turkse en Marokkaanse groentewinkels nog niet het straatbeeld vormden, was de markt ‘the place to be’, om groente en fruit tegen sterk gereduceerde prijzen op te halen. Daar had je nog afslagprijzen. Het bleef altijd gezellig met die joviale en soms een tikje aanmatigende praat van de marktkoopmannen.

Mijn zwager besloot destijds om een marktkraam in fietsaccessoires te beginnen. Hij moest aardig sappelen om rond te komen, want om een leven op een markt op te bouwen, moest je in het begin wat veren laten. Ik was in die tijd niet aan het werk en besloot om hem het eerste jaar een aantal dagen uit de brand te helpen en zijn marktbestaan te verlichten. Twee kunnen meer dan een.

031

Wat een ander leven was dat. Voor dag en dauw begon het, terwijl het hele huis nog in diepe rust verzonken was. Als juweel kreeg je het gloren van de dageraad mee tijdens de autorit.. Het klaarmaken van de kraam en het optrekken van de zeilen gaf zomers geen centje pijn, maar betekende ’s winters een ware kwelling, als kleumende handen de ijskoude zeilen over de binten moesten trekken. De onderlinge verbondenheid moest je verdienen door trouw je plek in te nemen en te netwerken met diverse kramen. Als je eenmaal was gewogen en goed bevonden was de saamhorigheid groot. Fe bloemist hield een boeket voor je achter, de vishandel had de vis al klaar liggen en de bakker en de groenteman bewaarden hun maaltje voor je tot het eind van de markt.

Wij ijverden om de kraam een succes te maken. Ik had generlei verstand van fietszaken, maar elke zaterdag speelde ik mijn eigen glansrol met het publiek en genoot. Het uitpakken en inpakken waren de minder leuke kanten. De viskraam, die een eigenzinnige geur over de natte koude zeilen uitspreidde was een dingetje, het laveren tussen de kramen door met de grote bus ging ook niet altijd onverwijld vlekkeloos, maar de lol onderling was groot en het publiek kwam graag terug. Dat was de grootste verdienste.

Nu staat mijn zwager in de krant als trouwe marktkoopman en wordt gelauwerd en aangeprezen in een film en terecht. Door alle jaren heen is hij het vertrouwde beeld geworden van de marktkoopman annex fietsenmaker op deze markt.  Er is nog niets veranderd, alleen zijn waar is kleurrijker en frivoler dan de gedegen handel uit de jaren tachtig. Met bewondering voor zijn doorzettingsvermogen zie ik hem behoren tot de gevestigde marktorde.

Eindelijk hebben ze de plek weer heroverd die een markt verdiend. In het centrum, waar het winkelend publiek er niet meer om heen kan. Het is een té leuke traditie. Waar we ter wereld zijn, brengen we als eerste een bezoek aan de markt. Deze is ook zeer de moeite waard. Hard sappelende kooplieden die hun kleurrijke waar aan de man proberen te brengen met een kwinkslag en humor. Het leven ligt op straat en is dichterbij dan je denkt. De markt dus, voor stroopwafels, vis en groenten, fiets accessoires en verse noten op je zang. Elke zaterdag weer. Ik beloof beterschap.