Uncategorized

Hou vol, hou vast

Wakker worden was er nauwelijks bij, vanochtend. Het koste moeite om de ogen weer te openen. Het was een intensief dagje gisteren. Eigenlijk merk ik, dat ik nog het meest moeite heb met de passiviteit. De dochters nemen me al het werk uit handen om me te ontlasten. Dat slaat de energie uit elke vezel. Nietsdoen maakt murw.

Aan de andere kant had ik er al heel wat activiteit opzitten. In de ochtend vroeg wakker om de laatste hand te leggen aan de surprise en een inpakritueel met het uitprinten van de gedichten. Een surprise maken is een, maar het nog mee krijgen naar de auto is een tweede. Alle tassen waren niet groot genoeg, dan maar twee vuilniszakken openknippen en om het gevaarte heen knopen.  Het lukte allemaal wonderwel.

005

In Haarlem wachtte weer de voetbalschoen en dit keer met borsteltje, potje met vet en stoflap er naast. In mijn hoofd had het plan genesteld om me aan de opdracht te houden. Hij had een reden om het zo te willen. Het was de basis van een andere uiteenzetting. Er was een rotsvast vertrouwen, dat het allemaal op z’n plek zou vallen. De vlakverdeling was goedgekeurd, de manier van schilderen ook. De puntpaprika van een van ons, oorspronkelijk alleen de vorm, maar langzaam ingekleurd en vormgegeven, was toch nog te realistisch. Laat het los. Vorm, compositie, de taal die de objecten tot elkaar spreken, je handschrift. Het blijft zoeken en daarmee niet minder boeiend. Volgende week gaan we iets met wastafels en spiegels doen.

024

De laatste boodschappen. De cadeautjes omzichtig naar binnen geloodst. De opgewonden gezichtjes. Glimmers in de ogen, het heen wen weer springen, de hak op de tak verhalen, rode koontjes van de opwinding. Dat spannende van geloven en de oudste kleinzoon, die net ingewijd was in de werkelijke staat van dienst van Sinterklaas, nam zijn taak om het voor broerlief zo echt mogelijk te maken, serieus. De heimelijke blikken van ons kent ons was een mooie evenknie voor het rotsvast geloven en bracht evenveel verwachting mee. De verdwenen oom, het gebonk en het strooien. Dit keer van beneden naar boven, omdat in de maisonnette de woonkamer op de eerste verdieping lag. Schuimpjes en pepernoten op de trap. Een kinderhand is gauw gevuld.

076

Er was hard gewerkt. Iedereen had fantastische gedichten en rake surprises gemaakt. Het aloude potje met gele gel, een cadeau met alleen maar een sleuteltje en later nog een, tussendoor cadeaus voor de kleinsten. Pas achteraf ontdekte ik dat Sinterklaas een aantal schilderijen van FaceBook moest hebben afgeplukt en uitgeprint, die me een Gouden penseel ‘Pour l’ensemble des Oeuvres’ bezorgde. Er was over nagedacht. Voor een van de voetballende godenzonen was een ingenieus inwisselbaar shirt dat in de lengte en breedte een overgang van Ajax naar Feijenoord in gang zette. Een lied over Ajax op ‘Geen woorden maar daden’, die hij, als oprechte Ajacied,  niet bij machte bleek om te zingen. De sjaal met luipaardenprint kon om het ranke nekje gewikkeld worden.

 

Weer moest ik na twee regels het gedicht aan iemand anders geven. Mijn sentimentele inslag hield het niet droog. Alles dat het samenzijn mogelijk maakt, zet de sluisdeuren open. Er helpt geen lieve vadertje of moedertje meer aan. Het zij zo. Het zit nu eenmaal in de genen. Het rijke gevoel is er niet minder om. Nog twee dagen sinterklazen en dan kan de rust weer indalen met nachten die voldoende blijken te zijn. Hou vol, hou vast.

Uncategorized

De spanning en de zoete pleister

Gisteren ging ik in vliegende vaart op pad om de laatste hand te kunnen leggen aan de surprise. Het waren de details, want het grote frame stond er. Op maat gesneden uit een dankbare lege verhuisdoos, die het nutteloze niets in mocht ruilen, kwistig beplakt om alle onderdelen in de vorm geduwd te krijgen. Doos bleek een uitkomst te zijn. Details dienden verlijmd te worden. Daar greep ik mis. De lijm was op. Geen nood, dan zou ik na de voetbalwedstrijd van de jongens de grande finale inzetten.

IMG_9675

De wedstrijd in een koud optrekkende mist was troosteloos evenals het resultaat. Voortdurend werden boze kreten het dichte dek ingesmeten.  Al naar gelang de rode neonminuten versprongen, trok de kou zich hechter en hechter om het publiek heen. Liet ze stampvoeten en ijsberen. De thuisvlagger van de tegenpartij had zijn doel bereikt. Hij had een aanvallende goed voetballende ploeg stuk geslagen met zijn vermeende buitenspelletjes. Vlaggers zouden, net als scheidsrechters, ook en juist op amateurniveau, neutraal moeten zijn. Dat zou een stuk agressie schelen. De jongens raken uit het lood.

Wat de tweede helft betrof had het geen ramp geweest als dat dichte dek als een deken naar beneden was gevallen. Einde verhaal. Daar begon de zoektocht naar de lijm. Waar de ochtend gladjes verlopen was en alle handelingen naadloos in elkaar schoven, werd de middag een groot debacle. De lijm was op. Heel Nederland had zich in de huizen achter hun surprises verschanst met hun Pattex en Bison kit en nergens was nog lijm te koop. Er moest aan meters geplakt zijn. In elke winkel en op elk schap greep ik mis. De Gotspe.

Ten einde raad stoof ik de non-food winkel van de grote supermarkt binnen. Die was bij deze vestiging gescheiden, wat nu alleen maar een uitkomst was. De grote bakken en rekken waren bijna leeg. De artikelen door het plunderend publiek dankbaar gewogen en goed bevonden en naarstig mee naar hun huizen gesleept. Geen lijm, nergens, nou ja, glitterpritt, maar daar viel niet mee te kitten. Wanhopig stelde ik mijn vraag. De behulpzame beheerder schudde aanvankelijk zijn hoofd, tot hij ineens het licht zag. De blik werd helder, de frons verdween en hij dook kwiek in de kleinere schappen, die naast de lopende band, tegen de kassa aanleunden. Ergens, tussen allerlei wonderbaarlijke huis, tuin en keukenmiddelen, grabbelde hij het minuscule kleine tubetje secondelijm op en hield het triomfantelijk omhoog. ‘Mijnheer, U bent een held.’ juichte ik. Ik bleef hem prijzen, engel, redder in nood en wat al niet meer. De glimlach om zijn mond werd breder en breder. Toen ik het pand verliet, hadden twee mensen in ieder geval een geluksgevoel.

Zo simpel kan het zijn. Alles is tot in lengte der dagen vastgekit. Pakjes zijn ingepakt, de cacao en de melk en suiker staan met de slagroom klaar om mee te nemen. Sinterklaas wordt dit jaar ouderwets gevierd, met surprises en gedichten, warme echte chocolademelk. Vanuit de mist doemt het bekende Droste-effect op, de beker met de cacao en suiker die we, met de theelepels in onze kleine kinderhanden, moesten roeren en daarna af mochten likken. Dat was zó hemels en troostrijk, omdat in dat ene kleine moment, alle spanning van die dag gebroken werd. ‘Alsof er een engeltje over je tong fietst’ glimlacht de herinnering. Inderdaad. De spanning en de zoete pleister, dat wil ik ze meegeven die drie kleine mannen, die straks opgetogen staan te springen.  Daarna kan het grote raden beginnen. Wie had wie. We zullen zien.

Uncategorized

Missie geslaagd

Het cadeau dat in zwarte letters duidelijk op het lijstje staat, is niet meer te bestellen. Er zit niets anders op dan ‘Expeditie Binnenstad’ te starten. Luchtig met de bus is uitgesloten door een tekort aan zuurstof om dergelijke stukken te lopen. In te wisselen door de rijkdom van de auto, die even later onder de krochten van Utrecht doorschuift naar de meest luxe en dure garage ever, 7 minuten voor 0,50 eurocent, tel uit je winst. Dat betekent dat ik de uitgespaarde energie in tien minuten zal trachten te niet te doen door een stevige doorstap in Hoog Catharijne. Mijn hemel, alles staat op z’n kop, waar zit die vermaledijde winkel. Als een volleerde snelwandelaar schicht ik tussen de slenterende, kauwende, kletsende, stilstaande massa heen. Ogen schieten langs de gevels om de juiste naam te vangen.

Helemaal vooraan bij het station blijkt een informatiepost met twee vrouwen. Met een geduldige glimlach zet een van hen omstandig uiteen welke richting er genomen moet worden, terwijl de parkeermeter in mijn hoofd maar door blijft lopen. De hele andere kant op naar het Vredenburg dan maar. Een twee drie in Godsnaam en nog eens een duik in die woelige menigte. Achter hoge schotten vindt de hectiek van de bouw plaats. Klotterende mannen en vrouwen met overalls en stoere heupgordels, ze drijven met hamers de spijkers in het  hout en peuren met schroevendraaiers lichtaansluitingen op de juiste plaatsen. Boven het gonzen van het winkelende publiek uit meen ik een flard muziek uit de radio te horen ‘Hilversum drie bestond nog niet’ zingt het in mijn hoofd. Mijn hoofse meter laat met snelheid weer twee kwartjes vallen, als ik probeer een breed zwalkend stel te omzeilen en maar steeds wordt klem gelopen.

005

Jullie zijn gewaarschuwd. Hoog Catharijne is op vrijdagmiddag een heksenketel, een doolhof pur sang en ik loop er ‘Als een vreemde zeker, die verdwaald is zeker.’ Noodzakelijk kwaad om een doel te bereiken. Thuiskomen kan pas in de oude binnenstad, maar dat is niet aan de orde. Ook het Vredenburg wordt overlopen door de massa. Er is markt. Kooplui prijzen hun waren aan, laten stemmen schallen, kijken dwingend in de poppetjes van de ogen. Gehaast mijd ik de blikken. Geen tijd. Daar is de winkel.

Van de regen in de drup, blijkt al gauw. Het lijkt allemaal te geef. Graaien en grabbelen, passen en meten, eenzelfde patroon blijft in alles terugkeren. Men schrijft mode met een luipaardenhuid die tijgerprint heet, volgens het in zwart geklede behulpzame meisje als ik haar om raad vraag. Het te verkrijgen onderdeel ligt nergens, maar is wel achter. Ze haalt het voor me op, terwijl de longen op adem komen. Dan volgt er nog een kleine cultuurshock. Op deze verdieping zijn vier kassa’s. Twee zijn er in werking, men heeft de wachtenden om de pilaar geleid in dezelfde wachtgangen als bij Schiphol. Braaf draaien we in carrévorm de wachttijd door. Als de gangetjes vol zijn, gaat de derde kassa ook open en verdriedubbelt de snelheid van verwerken. Als ik aan de beurt ben, is het achter mij nagenoeg leeg.

Terug naar de zorgvuldig geregistreerde plek van de immer verstopte garages. Voor de domino pizzeria, na het terras. Ergens in het midden dalen de trappen af naar het verdwenen, uitgegraven, historisch verleden van de oude jaarbeurshallen en ver daarvoor. Met enig historisch besef zou men uit de luidsprekers de paardenhoeven moeten laten kletteren op de kasseien. Dat zou een mooi contrast zijn met de snelheid waarmee de pk’s zich brullend verheffen.

De automaat slikt mijn kaart naar binnen. Angstvallig hou ik mijn hart vast. De opluchting tekent sterretjes, als ik slechts een half uur onderweg ben geweest en nu voor de aderlating van 2.50 het pand mag verlaten. Ze spuugt de kaart uit. De weg naar het hemelse buiten is lang. Letterlijk opgelucht rij ik de mij zo bekende binnenstad uit. Missie geslaagd

Uncategorized

Een tegenpool achter een vermeende waarheid

Gisteren sukkelde de slaap de avond binnen, terwijl het lijf er nog niet klaar voor was. Onderuitgezakt op de bank nam ze bezit en pas tegen middernacht drongen de geluiden van de televisie vaag tot me door, een indringend geluid.

https://www.ntr.nl/Het-Uur-van-de-Wolf/6/detail/Adieu-a-G/VPWON_1244838

Het bleek de achtergrond muziek bij de documentaire van het Uur van de Wolf over de conceptueel kunstenaar Gert van Elk. ‘Tel uw zegeningen’ knikte het verleden me toe. Nooit bereiken mij in deze overvolle dagen nog de late avonduren met zinnige en verheffende informatie. Vroegtijdig haakt het vege lijf af op een blik reality en duikt onder de wol, met boek, maar nooit voor lang. Uitgeblust en opgeveegd.

Een gouden moment. De volgende dag wachtte er geen school . Het heilige moeten verzandde in een glaasje wijn en de betekenisvolle zinnige wereld van Gert van Elk. Deze kunstenaar, die gewag maakte van zijn escapades in het land der verbeelding, schiep een treffend beeld met zijn zoektocht naar de contramine. Het zoeken achter het waarom der dingen in zijn eeuwige drang om het onzichtbare zichtbaar te maken. ‘Het is er, maar is het er’ vertaalde ik die gedachte in mijn hoofd. Hij noemt het nadenken met een glimlach en in het opvolgen van de beelden en zijn prachtige verklaring ontspint zich een gedicht, die hij onbewust geschreven heeft aan de hand van zijn denkbeelden en die zich in mij woordelijk verklanken in de stilte van de nacht.

ger van elk

Adieu

Een glimlach observeert

de beweging van de rust

Die absolute stilte met als contrast

beroering door wind, wolken en water

‘einder’loosheid

valt stil en krult zich rond op zwart fluweel

Het onzichtbare zichtbaar maken

De trekker zwaait rimpels over het gladde oppervlak

beroering door het aftoppen van het spiegelende water, A Surface

Net als de dierbare amputatie, aanwezigheid als arm of been

Reëel afscheid vindt aan de einder plaats

Afstand rekt het vertrek

Inwisselbaar,

kleine mannen worden groot

Het leven als Replacement Piece

allesomvattend en minder dan niets

een rijzend adieu

(c)lemvanderlinden: Ger van Elk 1941-2014

Zijn verhaal is ontroerend berustend. Deze docu van Djoeke Veeninga, Marlou van den Berge en Jeroen Visser is een wandeling door zijn leven, maar ook een welgemeend adieu aan deze grootmeester van de verandering. Zijn blik op kunst zorgde voor verheffing van de beleving, door elementen toe te voegen, die vragen oproepen. Filosofie binnen beeld, vorm, karakter. Dat andere been, omdat we zo geneigd zijn steeds op het bekende te blijven hangen. Tot op het laatst bleef hij in de contramine geloven, zijn dwarsigheid was het handelsmerk en zelfs zijn sterfjaar duidt op de omkering. Dit juweel dat binnen handbereik lag in die verstilde kamer, het aardedonker dat de beelden indringend kaderde en luister bij zette aan het gesproken woord, zorgde voor een nieuwe energie, die de slaap verdreef.

Het beeld van zijn vriend, de verdwenen Bas jan Ader, bleef rondspoken. Met het te krappe bootje, een guppy op die onmetelijke oceaan, letterlijk te klein bevonden, waarbij de boot het redde, maar de schipper niet, omdat ze leeg aanspoelde aan de Ierse kust, hinkte hij op twee gedachten en ging aan de kunst voorbij. Waardevolle herinneringen die veelzeggend de gemoederen zullen blijven beroeren.

De grootste contramine die hij met zijn dood bereikt heeft, ligt en hangt en staat. In zijn levenswerk, dat zijn groot gedachtegoed staaft en luister bijzet, leeft Ger van Elk voort en zwaait hij af met een Adieu à G op een plek voor het Stedelijk, met voeten getreden en  inwisselbaar, omdat er altijd en overal een tegenpool achter een zich vermeende waarheid bevindt.

Uncategorized

Boeken met karakter

Er wordt hard gewerkt door vriendin en mij om de vertelling van Kikker en de Vreemdeling van Max Velthuijs inhoud te geven. Met de rust en de timing groeit de basis en met de stemmen van de dieren krijgen hun uitgesproken eigenschappen gestalte. In dit specifieke geval wordt varkentje ineens een oude betweter, die narrig op de buitenwereld reageert en vooral kritiek spuit. Eend is een wat suffig kipje dat neuzelt en met de wind, die varkentje met veel bombarie op laat stuiven, mee waait. Haas wordt in dit geval een deftige mevrouw, een soort juffrouw ooievaar. Kikker en rat blijven dicht bij hun oorspronkelijke zelf. Geaarde stemmen die niet anders kunnen klinken dan hoe ze doen. Verstandige en wijze mannen, die twee. Het is een mooi verhaal en bijzonder actueel met de vreemdeling, die als indringer wordt ervaren, terwijl het tegenovergestelde het geval blijkt.

Boeken met karakter behoren tot mijn lievelingsboeken. Dat maakte dat ik het boek van Carlos Ruiz Zafón: Schaduw in de Wind, zo verschrikkelijk goed vond. Zijn vondst, het kerkhof der vergeten boeken, waar in labyrintvorm alles wat gedrukt is, staat, is er een van onsterfelijke aard en de jongen, de hoofdpersoon van het boek, krijgt een lading mee, die het hele verhaal lang blijft sidderen. Een andere blogger maakte gewag van het laatste deel van het vierluik. Ik blijf nieuwsgierig, maar deel twee en drie kwamen niet in de buurt van de beklemmende spanning uit het eerste deel.

alleen1

Ik las, dat Youp van het Hek ooit gehuild had bij het voorlezen van Alleen op de wereld aan zijn kinderen jaren geleden. Dat ontroerde mij, want vanaf het allereerste begin dat het dikke blauwe boek van Hector Malot in mijn leven kwam, omarmde ik Remy en zijn vrienden en fantaseerde een groot deel van mijn jeugd om hun emoties heen. Ineens graaft mijn herinnering naar mijn vergeten boeken. Er zijn er  een paar, die de eindstreep niet haalden en voortijdig weer werden dicht geslagen. Daar zijn boeken bij van gerenommeerde schrijvers, die niet de opening van mijn bewustzijn konden vinden. Ze staan in mijn galerij der boeken omdat ze door mijn handen zijn gegaan en de pogingen om door het verhaal heen te komen, onuitwisbaar in mijn geest staan gegrift. Ze vervagen sneller dan de boeken van lang geleden, waar kleur en herkenning om op te snuiven waren. Soms is de sfeertekening in woorden stuk gevallen en misschien spreekt het de persoonlijke verbeelding minder aan. Het heeft niet met de schrijver zelf te maken, want het kan per boek wisselen. Mijn vergeten boeken zijn nooit echt uit het hoofd verdwenen.

De schaduw van de wind

De stad Barcelona krijgt in De Schaduw van de Wind haar spannende en geheimzinnige lading, die vervlochten wordt met een bezoek , lang geleden, aan de kunstenaars scene  daar. Met vrienden gingen we gangetjes door, trappen op en af, passeerden kleine opkamers om in de ontmoetingsruimtes te komen waar heel de kunstminnende natie zat. Logeerpartijen in panden, die rechtstreeks beschreven konden worden met hun karaktervolle hoge kamers, tegelpatronen en artistieke inrichting. Grenzeloos en verheffend schreven ze de geschiedenis rond, lang voor De Schaduw zijn vruchten afwierp.  Een leven met identiteit, waard om je eigen te maken en toe te voegen aan een  persoonlijk bestel.

Of het nou om een eenvoudig kinderboek gaat of om een ingewikkeld plot, als de boodschap iets te zeggen heeft, filtert het de juiste sfeer tot leven. Mijn levende galerij der boeken bestaat bij mijn persoonlijke gratie tot in lengte der dagen in de tijd die gegeven is. Boeken, die bijdragen en vormen, onnavolgbare boeken, boeken met karakter.

 

Uncategorized

De aard van het beestje

Gistermiddag kwam ik, zoals één keer in de zoveel tijd, het verleden weer even tegen. Ineens stond ze voor me, terwijl ik afwezig en peinzend over de bon en de zojuist verkregen pakketzegel, in gedachten verzonken stond. We keken elkaar aan en dwars door onze vermoeide blikken heen, dreven de gloriejaren van weleer boven.  Samen bij de kringloop aan het werk. We waren allebei Second Hand Roses in hart en ziel en hadden  heel wat kilometers gemaakt tussen alle verkregen spullen. Van een kleine achteraf loods was het tweedehands winkeltje opgeklommen naar een gerenommeerd bedrijf met een aantal vaste werknemers, mensen die via deze werkplek terug konden keren in de maatschappij en mensen uit de reclassering, die hier te werk werden gesteld.

scannen0677

Ik zocht de kleding uit, zij hield zich bezig met het sorteren en de inrichting. Alles wat we tentoonstelden werd onder onze handen weer afgebroken met een snelheid, waar niet tegenaan te klussen viel. Door de loop der jaren heen, vielen vertrouwde mensen weg en kwamen er nieuwe bij, regels veranderden, de visie veranderde. We probeerden flexibel mee te groeien en iedere keer weer moesten we wennen aan een nieuw gebouw of een nieuwe werkplek. Het echte eerste grote pand werd, na casco te zijn opgeleverd, door ons zelf afgebouwd en ingericht. Met grote steigers konden we bij de plafonds komen van het grote fabriekspand. Ergens staan nog namen op balken en vermeende boodschappen op de sponningen geschreven.

Naast het werk in de kringloop was er die andere passie. Alles, wat ze onder handen nam, kreeg betekenis. Ze was kunstenaar.  Zij zette oude lp’s naar haar hand en die veranderden in grappige en handige gebruiksvoorwerpen, strak uitgevoerd of grillig. Ze maakte installaties avant la lettre en niet zelden waren de wonderlijke voorwerpen die binnenkwamen de dankbare bouwstenen voor haar diverse creatieve projecten. Daarnaast ontpopte ze zich steeds meer als binnenhuisarchitecte. Haar derde oog zorgde ervoor dat er werd gesorteerd op kleur, vorm en inhoud. Door het groeperen en het speuren naar de juiste snuisterijen, kleden en kleedjes, schilderijen en gebruiksvoorwerpen werden het toonkamers. Deze verkooptechniek was dezelfde als die van Ikea, lang voordat die naam inhoud kreeg.

scannen0678

We keken elkaar aan en wisten beiden dat  we in de nadagen van het bestaan voort ploeterden met dezelfde snelheid en gedrevenheid als vroeger. Ook dat daar onze grootste valkuil zat. We hadden allebei een ‘snelle’ maaltijd gehaald, omdat we niet meer de puf hadden na een dag hard werken, om nog te koken.  De rimpels in huid en hoofd werden milder tijdens het gesprek en de uitwisseling van gemeenschappelijke  problemen met dat lijf van ons, dat moeite had met de energie en de passie waarmee we de dagelijkse invulling aangingen. Ze vloeiden zacht in elkaar over. Ons kent ons. De glimlach om de monden, de blikken van herkenning, het stille lijden van vrouwen alleen, al zouden we het nooit zo noemen.

We lieten elkaar weer los, een warm bad, de herinneringen om mee te mijmeren en dat wat steeds waardevoller werd, de herkenning. In de ogen, in de woorden, in het afgematte lijf. Niets anders nog te wensen dan een goed boek en een warme knusse plek op de bank. Om de volgende dag weer voort te jakkeren met alle remmen los. Niets aan te doen. Het is de aard van het beestje.

 

Uncategorized

Maak dan je borst maar nat

Tijdens het draaien en woelen trok de hele dag voorbij. De binnenkomst van de kinderen, een hele kring vol schattige gespannen Pieten en hun ouders, twee man en vrouw sterk. Zo’n optreden dat maar eenmaal in de twee maanden wordt gegeven is direct heel bijzonder. Sporadisch maakt de lading groot. Dat bleek wel. Menig ouder had op die druilerige maandag het werk opgeschort.
Geluk bij een ongeluk was dat ze daarmee de file ontliepen, die rondom Woerden alle wegen inmiddels had dichtgeslibd.

IMG_0533.jpgSint intocht

De zaal was goed gevuld. Het is anders als een weekopening een optreden vraagt van de groep. Er is geen oefentijd meer na het weekend. In dit geval hadden we zelfs de doorloop vorige week woensdag al gedaan. Ik zag achter de gespannen blikken langzaam maar zeker weer wat herkenning komen.Toen de pepernotenmachine eindelijk opgesteld achter het gordijn stond, verdween een eventuele bravoure als bij toverslag, bij de muur van afwachtende ogen, de hele zaal zat vol. Spontaan verslikten ze zich in de bergen van steen en van speelgoed. Bij het jodelen waren er slechts drie die hun huppelpassen nog in de strijd wisten te gooien. Daarna werd er op een machinegeluid de lopende band ingezet. Aandoenlijke schattige te kleine bewegingen, waar nog net het strooien , het kneden en het eitje tikken uit te filteren was. De kleinste piet achteraan mocht na het checkerdecheck van de opperpiet de pepernoot stiekem in zijn mond stoppen. Hij speelde de rol met verve en zijn ondeugende glimmers  zorgden voor een overweldigend succes. What’s in a name.

Daarna volgden een Pietengym met tegendraadse Pieten en een zoektocht omdat Sinterklaas verdwenen leek na een storm op zee. Groot applaus en gelach. Afsluitend een heerlijke vrije Pietendans en de klus was weer geklaard. Veertig kleine Pieten op het podium vertederen zonder meer. De kracht zit in de trots waarmee ze het applaus in ontvangst nemen, een mooi en diep Chapeau voor het welwillende publiek met een staande ovatie als beloning en een spiegelend effect. Hier en daar werd een traantje weggepinkt. Triomfantelijk marcheerden ze het podium af. Weer een mijlpaal neergezet.

Dat het spannend was geweest bleek uit de ontlading, waarbij de chaos zoals altijd een uitweg zocht in onophoudelijk willen vertellen en oren die dicht bleven voor de ander. Ieder in een eigen wereld. Onstuimig trok de regen aan de ramen en zorgde onwillekeurig voor een grotere onrust. Tijd voor vreedzame binnenpret, pepernotengeknabbel en een medley aan liedjes. Puzzelen helpt en een pas op de plaats. De kunst is die rust te bewaren en de emotie in de kiem om te leiden naar begrip en open armen. Kom maar. Wees maar angstig, gespannen, opgewonden, bang. Het klankbord staat klaar. De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend.

IMG_0511.jpg Blije Pieten

Tussen de kleine voorvallen door zijn de gouden momenten, de gedrevenheid, de vragen en het ouderwetse verhaal van ondeugende Omi die haar prikkende wollen borstrok in vier stukken knipt en tegen de Sint raast nooit meer zo’n ding aan te willen. Het brengt beelden binnen van zestig jaar geleden en nog schuurt het. Net als die Piet, die dreigend met zijn roe sloeg en de zak opende als je omzichtig langszij schoof.

Sinterklaas brengt heel wat meer teweeg dan de gewortelde angst van vroeger. De spanning is er niet minder om. Nog maar een paar nachten slapen dan volgt de ontlading en glijden we de zoete rust van kerst weer in, met stille nachten en ononderbroken nachtrust, omdat de afwachting verdwenen is. Tenminste…Als je zo wijs bent er geen cadeaus aan vast te plakken. Maak dan je borst maar nat.

 

 

 

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Op zondagmorgen naar Haarlem rijden is voorwaar geen straf. Achter elkaar verandert het blikveld door de wisselende lucht en het elkaar opvolgende landschap. Zonder moeite trekt de kleine blauwe Prins door hagel en regen uit donkere wolkenpartijen geserveerd om dan ineens weer naar het felle licht van een openbrekend wolkendek toe te rijden. Een groep kieviten viert de nazomer door uitbundig te scheren over het braakliggende akkerland. Het wit vormt een prachtig contrast met de dreigende lucht. Het contemplatieve van de zondag strekt zich uit over de normliter zo overvolle wegen. Het land ligt nog op een oor.

In Haarlem druilt het, maar de gevels van de oude huizen ogen vriendelijk en nemen ook de zondagsrust in acht. In de verte slaat de kerktoren tien uur, als ik zeulend aan de zware tas, de deur open van het academiegebouw. Precies op tijd. Daar staat onze nieuwe bron van inspiratie. Koen is spullen klaar aan het zetten. Een koolraap met blad, twee bevroren makrelen, voetbalschoenen, een plant, een grote tak, een ananas, een stijve amaryllis in een vaas.

022

Hij is korter van stof dan Margreet. ‘Hou de vorm in ere, maak het spannend, geef er je eigen handschrift aan.’ Dan volgt het kiezen van het werkblad. Ik had twee behoorlijke stukken van mijn rol geïmpregneerde Zwanenburg katoen afgeknipt en tackerde er een tegen de houten wand, anderen hadden grote vellen papier. Volgende week moest ieder voor eigen papier zorgen. Met de heerlijke voetbalpot van gisteren voor ogen viel de keuze op de voetbalschoenen in een compositie zoals de jongens die jaren lang hadden voorgedaan, door ze gewoon te laten liggen waar het viel. Redelijk waarheidsgetrouw, maar Koen wilde eerst eens de vorm, de eenvoud. Het ging om de penseelvoering, om de spanning in de verf zelf. Dus vielen er weer twee schoenen af. Het werd een wat wonderlijke compositie, die verdwaalde schoen op het papier. Aandoenlijk ook door zijn solitude. Waar was zijn kompaan.

015.jpg

Om me heen hoorde ik zuchten en geploeter. Uit de warme veilige comfortzone van het tekenen getrokken, ging het gevecht niet langer om de lijnen, maar om het durven neerzetten en opblazen, structuur aanbrengen en los te gaan. Het werken met acryl vergde gewenning. Waar olieverf zacht en soepel onder de kwast uitglijdt, ligt acryl op het doek en vergt snelheid van werken. ‘Niet te snel’ beoogt de meester ‘kijk naar je werk’. Monster het, maak afwegingen, vul ik in. Dan komt er onder mijn handen een voetbalschoen, die aardig de werkelijkheid weergeeft en daar blijkt de kneep te zitten. Het moet geen monsterboard worden, of een reclameplaatje. Het moet spanning oproepen, vervreemden desnoods, iets dat vragen oproept. Bloed aan de paal, dus rode veters en noppen. Dat was te verhalend, denk beeldend.

010

Boeiend om te zien welke kwaliteiten los komen als het blikveld zo wordt bepaald, ieder van ons uit een andere hoek. Even was er het verlangen naar de weerbarstige koolraap. Die was simpel van vorm en vroeg om structuur, terwijl het grillige karakter voldoende improvisatie bood. Maar ach, die voetbalschoen. Een hele autorit lang werd het stukje bij beetje eigen, terwijl in mijn hoofd de melodie van weleer een weg zocht. ‘Op een slof en een oude voetbalschoen….’ Feijenoord had gewonnen, de jongens hadden gewonnen en die schoen werd mijn eigen beeldende beleving. Vanuit het autoraam knipoogde de zon me bemoedigend toe. Volgende week is er weer een zondag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

002

 

Uncategorized

Nostalgie als een warm bad

Ik wilde niet wakker worden uit de droom, waarin de halve bric à brac van Frankrijk tentoongesteld werd, in het huis waar ik kwam te wonen. De prachtigste voorwerpen stonden en hingen er. Teer linnen, mooie wonderlijke stoelen met prachtige oude trijp als bekleding en poppen met hun verstarde schildpad glimlach uit de jaren dertig.  Gehaakte randen, het keramiek dat op kleur bij elkaar stond of hing, teer en met motieven herkenbaar uit de stijl, maar ook van vroegere tijden. Voorzichtig haalde ik alle gordijnen en kleden en kleedjes weg om te wassen. Onder alles kwam warm en diepbruin notenhout dat om boenwas bedelde om weer in oude luister te mogen bestaan.

Er waren kapers op de kust, zoals bij erfenissen altijd of als er wat te halen viel. Ze bevolkten de hal van de flat, waar veel nog hing om naar boven te sjouwen. Iemand gaf me de tip eruit te zoeken wat ik nog wilde bewaren en dan een opkoper de rest mee te laten nemen. Direct stond een vriendin van lang geleden een kleed van de muur af te trekken. Dat wilde zij wel. Geen besef om om geld te vragen. Het ging niet om het geld. In de kamer boven wist ik nog wat oude mensen, die ik kennelijk met het antiek had mee geërfd. Ergens achter een verwarming kwamen twee wajang goleks te voorschijn en stond er een ivoren ruggenkrabber.  De droom zweefde weg in Smaragd groen en Pruisisch blauw.

scannen0226

Misschien was er een onbewust verlangen naar het overvolle bestaan van de jaren zeventig, waar we menige tweedehands winkeltjes  afspeurden naar grootmoeders spullen uit de jaren dertig. Elk veroverd tierelantijntje kreeg een eervolle plaats tussen de vele varens, Chinese lantaarntjes, hedera’s, citroengeraniums, kamerlindes in de overvolle kamers, met meubels en plantentafels, theemeubels en kabinetten. De wanden en de vloer waren bekleed met sisal en kurk, de wonderlijke schemerige sfeer werd versterkt door de gedempte sobere kleuren van de worteldoeken en de vermeende Perzische tapijten. Oude verstelbare rookstoelen brachten de warmte binnen. Tegen het raam weefden de planten een natuurlijk gordijn. De keuken was bevolkt met blik van de kleine Droste cacao tot de enorme Douwe Egberts. Aan de randen van de planken hingen dunne katoenen gehaakte picootjes, er waren hartjes op de muur geschilderd en voor het keukenraam hing een gedrapeerde rode voile op een koperen roe.

scannen0043wit met grenen

Met kinderen werd het onpraktisch en moest van lieverlee de helft weg. De stofhappers en de lichtontnemers werden opgeruimd, de ramen zogen het licht gretig naar binnen en dat liet zien, waar de ‘schattige’ oude stijl werkelijk voor stond. Stof danste sierlijk in de repen zonlicht en toverde een waas van vuil. Onpraktisch en onhandelbaar met de plakhanden van kinderen, hun beweeglijkheid, die de fragiele porseleinen Leda en de Zwaan liet sneuvelen. De traproeden die vervaarlijke situaties toverden bij het naar boven gaan met volle handen en manden wasgoed. Het dik verzamelde stof op de blikken werd pijnlijk zichtbaar.

Aan de slag en ruimen. Mooi wit moest het worden. Alles wat bruin was kreeg een lik verf tot aan de buffetkast toe, planten werden vervangen door lange statige gordijnen en alleen een Ficus Benjamini mocht blijven op een van de inmiddels roomwit geschilderde plantentafels. Op de vloer kwam gelakt grenen. Praktisch, handzaam en voor het fleurige wat felrode accenten. Platte kussens voor de oude eetbank.

Vijf kleine kinderlijven op een bank. Het paste net. Nu is boekenkast het enige wat ik me aan tierelantijn permitteer. Daar huizen twee Japanse poppetjes, een heksenbol, wat kleine doekjes, de tafelbel van mijn moeder. Geen andere kleden dan een warme wollen in de zithoek voor de enorme bank, waar ruimte is voor ontvangst van allen. Het verleden verpakt zich vooral in mijn gedachten en komt regelmatig aankloppen. In een te schrijven blog bijvoorbeeld of onaangekondigd in die andere dimensie naast de onze, die zich enkel ’s nachts of in de vroege ochtend openbaart en dankbaar blijft hangen op het netvlies. Nostalgie als warm bad.

Uncategorized

Je hart volgen

Je hart volgen. Daar moest ik aan denken toen ik in de column van Youp over Fred Teeven las, de ex-staatssecretaris, die zich laat omscholen tot parttime buschauffeur. Fred zelf geeft aan ook nog de optie van internationaal vrachtwagenchauffeur te hebben overwogen, maar uiteindelijk te kiezen voor deze haalbare mogelijkheid. ‘Het is een jongensdroom’,  zegt een woordvoerder van Connexxion in het AD. Een keer eerder heb ik dit meegemaakt. De zoon van de directeur van onze basisschool wilde vrachtwagenchauffeur worden. Iedereen keek daar van op. Toen bekende de vader dat hij zijn hele leven lang al die droom gekoesterd had. Met zo’n prachtig rollend gevaarte de wegen van Europa doorkruisen leek hem het toppunt van vrijheid.

foto van Berna van der Linden.

Sinds ik mijn vaste stek vaarwel heb gezegd en nu te hooi en te gras inval, overkomt me hetzelfde gevoel van vrijheid. Eigenlijk voelt het als eigen baas. Ik kom een school binnen. Verken de kinderen, kijk ze diep in de ogen bij binnenkomst, maak een grapje of een compliment en begint aan een onvoorspelbare dag. Mijn pappenheimers pik ik er onmiddellijk uit, want die vallen zelf al op. Door er een lekker lied in te gooien of een anekdote heeft het ijs nauwelijks de kans om op te bouwen, dus hoeft het ook niet gebroken te worden. ‘Ons kent ons en ouwe jongens, krentenbrood’. Zo voelt vrijheid.

Ik kan me zo voorstellen dat, als directeur, de grote verantwoordelijkheid zwaar kan gaan drukken op je persoonlijke leven. Die druk is al voelbaar als groepsleerkracht met de verantwoordelijkheid voor de kinderen, maar op macroniveau, waarbij én het welzijn van de kinderen én de teamleden met aan de andere kant de inspectie aan je rukt en trekt, je van goede huize moet komen om zelf overeind te blijven. Ik snapte het verlangen van onze directeur destijds maar al te goed. Als verpleegkundigen op de Intensive Care verzuchtten we vaker tegen elkaar dat we best eens een tijd achter de lopende band wilden werken, los van alle zware druk die er op ons lag, omdat er bij elke handeling letterlijk mensenlevens mee gemoeid waren. Niet goed over nagedacht, want er bestaat niets méér dwingend dan een lopende band, waar de machine het tempo bepaalt.

Wat ik knap vind van deze ex-staatssecretaris is dat hij met open vizier en geheven hoofd blijft strijden voor zijn  rehabilitatie. Met deze daad maakt hij een duidelijk statement. Door zich om te scholen tot buschauffeur en zich niet te ‘goed’ te voelen voor het verwezenlijken van een lang gekoesterde jongensdroom, steekt hij met kop en schouders uit boven de ‘besmette’ status die hij heeft opgelopen.

foto van Berna van der Linden.Dromen bij de treinen.

Daarnaast is het een opwaardering van het beroep zelf. Een kinderdroom die waarheid wordt. Als hier de grote truckers een keer per jaar door de straat rijden, glimmend gepoetst en opgetuigd, staan alle ouders met hun kinderen met dezelfde begerige blik in de ogen te kijken naar die stoere chauffeurs met hun armen als bielzen door het draaien aan dat enorme stuur. Hoog verheven boven de massa schallen de hoorns hun vrijheid en hun onovertroffen grenzeloze bestaan.  Ik ben een angsthaas en durf dat alleen niet aan. Als ik diep van binnen graaf, dan zou ik niets liever dan die vrijheid van ‘je neus achterna gaan’ verkiezen, los van alle banden. Ja, en daar zou ik best zo’n enorm bakbeest voor willen temmen.

Dat is wat ik bewonder in deze actie van Fred Teeven. Het aangaan van een nieuwe status, los van een vermeend imago. Je hart volgen en dat had hij al veel eerder moeten doen!

Uncategorized

Pootjes op de grond

Een gat in de dag geslapen, bewust, want ik was al twee keer eerder wakker. Mijn biologische klok van vijf uur was paraat. Na een half uur dook ik weer onder zeil en om acht uur bekeek ik met een lodderoog de lucht links van me, dat voor het raam miezerde en grauwde. Geen moeilijke keus.

2864_300px_thumbEscher: Relativiteit

In het tussentijdse onderdompelen gebeurde er meer dan ik had kunnen bedenken. Er was een speurtocht in een nieuw bibliotheekgebouw naar de galerij met boeken. De gang ging met lopende banden omhoog en naar beneden in meerdere uitvoeringen van  verantwoorde strakke architecturale vormgeving, waar ik al liggend en zittend op vervoerd werd. Weg met de roltrap leve het horizontale bestaan. Hier en daar moest er een sprong gemaakt worden over vervaarlijke dieptes. Angst sloeg soms om het hart. Het gebouw was eerst gesitueerd in Nieuwegein, maar zoals het een goede droom betaamt, bleek ze uiteindelijk toch in een typische Limburgs stadje te staan. Niet in de laatste plaats omdat een van de oudere broers van een goede vriend daar een voorstelling gaf in de kelders van het pand. Hij had zowaar een gedicht geschreven en een boekje erbij gemaakt. Zijn toon was van dezelfde treffende arrogantie als waar hij normaliter in het dagelijkse bestaan zijn onzekerheid mee trachtte te verbergen. Het boek was koren op zijn molen. Nog beter kon hij zich verheffen boven de goegemeente. Het snobisme sneed dwars door de droom heen, want bij het ontwaken lag zijn afwijzende houding als een film over de huid.

Het oneindige grijs vroeg om een tweede duik in het grote niets naar een zolderkamer, waar ik met de zussen verbleef. We moesten inpakken, maar twee van ons konden er niet toe komen. Het leek of ze de afreis niet wilden maken. Het gesprek talmde en draalde, toen warempel de verwaten kwast uit deel een weer op kwam draven en ons van repliek ging dienen. De aversie groeide met de vermeende minuut. Tijd in dromen is een rekbaar begrip en lijkt het meest op de speelse seconden uit het vesthorloge van het witte konijn, die als een haas heen en weer raasde, dwars door wonderlijke wandeling van Alice heen.

049

De kwast had me in beide dromen nog geen blik waardig gekeurd. Het eindigde toen er een wit wolkje aan kwam drijven met schimmen erop, die steeds duidelijkere contouren kregen naarmate ze dichterbij zeilden. Dat was het uitgelezen moment om weer te ontwaken. Het buitengrijs lichtte op, maar was nog steeds ondoordringbaar. Uit de verte kwamen de stemmen van kinderen. Dat betekende dat de school verderop haar pauze had. De lucht vulde zich met schaterlach en uitbundig gekwetter. Het aantal zorgde voor een muur aan geluid.

Dromen duiden is een beleving op zich.  Gebouwen staan voor de constructies die we in ons leven maken en het karakter, de hoop en de bezorgdheden kunnen zich erin weerspiegelen volgens mijn oude droomencyclopedie. Ieder mens die in een droom verschijnt toont een aspect of een facet van de dromer zelf.

De val van Icarus, door Peter Paul Rubens

Ik voel een diepteanalyse opkomen. ‘Hoogmoed komt voor de val’ oreerde mijn oma als er iemand in haar omgeving was die treden hoger trad dan zijn stand en vervolgens de oude schepen verbrandde. Daarachter kwam steevast de koude kermis, waar hij van thuis zou komen. Mijn kinderoren hoorden kermis en koud en hadden direct een draaiende rood met goud gekleurde carrousel in de ongerepte sneeuw voor ogen. Dat is het punt waar de droom begint, als de verbeelding heeft toegeslagen en ze de cryptische werkelijkheid omzeilt met een tegenpool. Verwaten kwasten vragen om vriendelijke rondborstigheid.

In het lichte grijs hipt een kleine koolmees bedrijvig van tak tot tak in de boom voor mijn raam als antwoord op de vraag en zet de werkelijkheid met beide pootjes op de grond. Aan de slag.

Uncategorized

Met recht een levenswerk

Gisterenavond heb ik de documentaire Alicia gekeken. De regisseur Maasja Ooms neemt ons mee in het leven van een meisje, dat tot dan toe alle pech van de wereld heeft gehad. Er volgt een leven vol hele en halve brokstukken tijdens een tocht langs aanvankelijk veilige kindertehuizen, waar ze steeds dieper in haar vertrouwen beschaamd wordt en het gemis van een warm en veilig nest zich vertaalt in agressief gedrag, dat keer op keer een bevestiging vormt omtrent haar ongewenst zijn. Dergelijke indringende documentaires zijn absoluut ongeschikt als slaapmutsje.

Het was dan ook niet verwonderlijk, dat ik midden in de nacht wakker schrok uit een onrustige droom met als eerste het beeld van Alicia op mijn netvlies. De droom bleef als een losse flard om me heen hangen. Daar lagen alle gemengde gevoelens in verstopt, verkleedt als een zoektocht bijvoorbeeld, een langs elkaar heen lopen, in een confrontatie, huilbuien en een unheimisch voelen, in het oververhit wakker schieten om tot het nog niet goed doorgedrongen besef te komen dat de droom op z’n minst een deuk had geslagen in, wat normaal gesproken, de algemene veiligheid van een kind had moeten zijn.

De documentaire droeg een doodongelukkig bang en onzeker meisje mijn hart binnen, dat haar gevoel overschreeuwde met veel bravoure. Hoe harder je van je aftrapt, des te minder hoef je te voelen. Daardoorheen vlocht zich de kwetsbare onmacht van de liefde van een moeder, waar zij haar eigen leven gespiegeld zag in dat van haar dochter en alleen maar kon beamen en bevestigen wat de gevaren zouden kunnen zijn, die in het verschiet en op de loer lagen, omdat ze zelf voor die hete vuren had gestaan. Indringend en meevoelend gaven de beelden weer, waar sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Een te jonge onervaren moeder, een pleegvader die vroegtijdig kwam te overlijden uit het eerste pleeggezin, waarmee uithuisplaatsing voor de tweede keer een feit werd en daarna één lange grote hunkering naar liefde.

IMG_0181.jpg

Waar het onvermogen groeide, groeide haar weerstand tegen alles wat haar lief was. Verzorgers, kinderen, haar zusje trekt ze aan en stoot ze af met een gemak waarmee ze het voor zichzelf zo ervaren heeft.  Het schrijnde en schuurde een hele documentaire lang en als ze ten slotte, tussen alleen maar meiden, in een gesloten tehuis terecht komt, waar haar moeder ook gezeten had, is de cirkel voor de docu rond, maar blijven de open vragen nog lang door malen in mijn hoofd. Wat zou een geruststellend einde een bevrijding geweest zìjn. Realiteit, rauw en ten voeten uit, zorgde ervoor dat dit indringende portret als een van de beste twee IDFA-docu’s werd bekroond.

Het werd vanuit het hart gemaakt, dat viel af te lezen uit de manier waarop de gesprekken verliepen, de doordringende regels uit de rapporten werden gefilterd, die de pijn en het verdriet omlijstten van dat kleine bange  meisje en later van die onzekere, hunkerende, angstige puber.  Het tekende nauwgezet de rauwe open wonden op bij het zoveelste nieuwe bed dat met haar eigen lakens een zoveelste ‘thuis’ moest aankleden. Het viel te lezen in het peilloze ondoordringbare pantser dat zorgvuldig werd verstevigd, bij iedere nieuwe bijting van de groeven op haar ziel.

Alleen iemand, die weet wat hechting en binding en het hele scala aan mogelijkheden  dat er tussen ligt, betekent, is in staat om in het onthechte kind te kruipen en een binding voor het leven aan te gaan.  Met recht een levenswerk.

 

 

Uncategorized

Een grotere wereld

Na een dag hard ploeteren is het zoet rusten. Dat gevoel was er, terwijl toch de kwasten hun werk deden. We zaten in het atelier met vijf mensen. Drie waren er verhinderd. De beelden van Leonora Carrington stonden op het netvlies gebeiteld en ergens uit de diepte kwam de voorstelling omhoog, die ik na twee weken rust eindelijk weer mocht aanschouwen. O ja. De libelle met haar vrouwenkopje en de vogel. Die waren een eindje weggezakt.

Ze hadden misschien zelf een wereld aan beleving meegemaakt. Waren los van het paneel gekomen, hadden rond gezweefd in het donkere stille atelier samen met de witte onderschilderingen van de anderen. Stille witte wieven. Er was verwarring over, want dat witten bleek niet noodzakelijk te zijn, omdat het wit transparanter was dan gedacht. Het riep in mijn beleving wel het vervreemdende effect op. Eindelijk kon de fijne kwast uit de tas komen. Met drie of vijf haren schilderen is andere koek dan het impressionistische geweld. Dat maakte, dat de avond voelde als een weldadig rusten. Zittend aan de tafel met het fijne penseel aaiden we de impressie tot leven.

Fysiek matte het niet af, maar het surrealistische beeld riep wel het vervreemdend effect op in het hoofd, dat zich allengs afvroeg waar deze techniek nu weer in uit zou monden. De witte onderschildering werd vervangen door schakeringen in licht en donker. Daar lag het accent op, die avond.  Het lukte door het krakende hoofd niet om ten volle in het tafereeltje te kruipen en het bleef stoeien met het kleurcontrast.

Leonora Carrington: The Sphinx & the Milky Way

Dat wordt experimenteren van de week in de effecten, want contrasten versterken de vervreemding evenzeer. The Sphinx & the Milky way van Leonora Carrington zelf komen letterlijk beter uit de verf door hun tere silhouetten tegen de oplichtende blauwe achtergrond.

010

Onze taferelen zijn aandoenlijke lucide verschijningen. De sfinxachtige in de volle maan, de boomgodinnen, de tere Siciliaanse Oudheid maken sprookjesachtige verhalen los door hun tere breekbare illusie.

006004  008

Het kind in ons wordt wakker en creëert een eigen wereld, zoals alleen een onbevangen geest kan doen. Bij de kinderen op school voltrekt zich dat dagelijks. Los van elke regel worden beelden in een ruimte geplaatst, die volstrekt ondergeschikt is aan de verbeeldingskracht zelf en die daardoor zoveel meer zeggenschap krijgen. Onmogelijkheid wordt realiteit als fantasie de vrije loop krijgt en onnavolgbare wegen op mag. Geen enkele druk van kunnen of willen is er. De hand volgt het hart, dat kleur en vorm vrijelijk de voorrang geeft. Het gezicht van een piet wordt krassend neergezet met veel geduld en in mijn ogen, niet met het passende materiaal, maar ik laat hem begaan en met engelengeduld, waarbij het proces minstens zo belangrijk is, ontstaat er een fantastische Piet met een grote mond vol rode tanden, die het effect van de grijns versterken. De kunst van het kind is de vrije hand en het leerproces zit in het bewonderen van het kunstwerk, waarbij vooral zijn eigen overwinning telt, omdat bij binnenkomst de onzekerheid de overhand had.

Onbetaalbaar is de glans, die het oproept. Bij ons niet anders dan bij hem, dezelfde opgetogen bevestiging na de onzekerheid over deze volstrekt nieuwe techniek en een scala aan mogelijkheden die zich openbaart onder de verfijnde dunne haren van het penseel. Een andere dimensie, een nieuwe werkelijkheid en daarmee alweer een grotere wereld.

 

 

 

Uncategorized

Op eigen tijd, in eigen uur.

Gisteren verslikte de ochtend zich in de haast.  Al aan de late kant was er geen tijd meer om naar radio of anderszins te luisteren en schoof ik de A2 op om naar Woerden af te zakken. Daar mocht het verkeer nog redelijk doorrijden als het richting den Haag wilde maar op de A 12 ging het faliekant fout. Er slingerde zich een zesbaansbrede stapvoets rijdende sliert auto’s voor me uit en er zat niets anders op dan aan te sluiten. Voorbij de afslag de Meern hoorde ik pas, dat het tot aan Nieuwerbrug vast stond. ‘Heeft U even’ fluisterde mijn gemoed. ‘Nee, ik wil bijtijds op school zijn.’ Er zat niets anders op dan die gedachte te laten varen en mee te deinen op het ritme van de rij. Optrekken, rijden, stoppen.

Afbeeldingsresultaat voor kerstballen rode wikifoto: Wikimedia

Daar zaten we allemaal als haringen in een ton, ieder van ons in een een eigen universum, luchtdicht afgesloten, radio aan, met beslommeringen in het hoofd, die de vrije loop konden gaan. De rode oplichtende achterlampen, aan/uit aan/uit werkten biologerend, daar spon het hoofd goed garen bij. Elke regendruppel tegen de vooruit werd een kleine kerstbal. Een raam vol kerstballen met af en toe een zoevende swoesh van de ruitenwisser, die het feest verstoorde, waarna het weer op nieuw kon beginnen. ‘Alle dagen feest, gala’s matinee’s’, was het lied dat dwars door de waarschuwende woorden van de reporter heen zong.

Dan maar het hele programma uitdenken voor de dag en de voorbereidingen voor de weekopening op een rijtje zetten. Te genieten, ondanks het beleg op de tijd, door terug te kijken op de dag ervoor aan het strand met de kinderen en kleinkinderen. Ontmoetingen kwamen boven, gedachten, zinsneden, flarden van de blog van die ochtend en een enkele dichtregel. Eenmaal bij Harmelen was het leed bijna geleden. Wat heerlijk dat ik 27 jaar lang om de hoek werkte en nooit deelgenoot werd van deze novemberchaos zoals al die poppetjes in hun eigen stille wereld, die alle neuzen dezelfde kant op hadden staan.  Over het stuk van hooguit twintig minuten van deur naar deur had ik een uur gedaan. Alle parallel wegen stonden ook muurvast, leerde de mededeling dat een collega het niet zou redden, omdat ze daar verstrikt was geraakt.

IMG_0065.jpg

Het mysterieuze is de manier waarop het weer oplost. Ineens schiet de vaart erin en kan ieder, aarzelend eerst, maar steeds vrijer, los met de voet op het gaspedaal alsof er geen vuiltje aan de  lucht is. In geen velden of wegen is er een aanwijsbare oorzaak te herkennen, zoals een ingedeukt blik langs de kant, loeiende sirenes of een takelende sleepwagen, niets van dat alles. Het  magische stokje doet haar werk. Is het de regenval, het duister waardoor de wereld zoveel beknopter lijkt, de schrik, een onoplettendheid. De reden schuilt kennelijk in een kleine hoek. Het feit ligt er, het maakt niet meer uit. Vandaag maar weer zonder haast op stap. Een kwartier vroeger van huis en zo’n bezinningsuur gaat aan je voorbij. Die heb ik liever in de luwte van de nacht, op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Zonder diepte geen hoogte

Er zijn van die dagen, die als een film langs trekken. Je bent er wel bij en toch ook niet. Gisteren was zo’n dag. Alles was eigenlijk goed verlopen. Bijtijds wakker, koffie maken, schrijven, kortom in alle rust wakker worden. Daarna probeerde ik mijn blog te delen. Daar ging het mis. Hoe ik het ook wende of keerde, ze  kwam er alleen als tekst uit en niet met foto, die de aandacht vestigt. Dan begint het. De strijd tegen de windmolens. Don Quichotte ten voeten uit. Je vinkt wat aan, je haalt wat weg en het gevolg was dat ik later merkte dat niemand meer toegang had.

013.JPG

De tekenlessen in het verstilde Haarlem, die ochtend, waren boeiend, maar ook daar had ik dat wonderlijk afwezige gevoel. Het lukte wonderwel om mijn kleine Oude Gracht van A4 over te brengen op het enorme witte vel papier. Hier en daar een aanwijzing van het geoefende oog was nodig om alles tot de juiste proporties terug te brengen. Tekenen is kijken, kijken, kijken en daarna pas zien. Nooit geweten dat daar verschil in zat. Waar ik vroeger altijd alleen maar aan het droedelen was, vergat ik in de loop der jaren om deze basis verder uit te pakken en bleef het steken op de lessen van Soeur Adolpha. ‘Als het erin zit, komt het er vanzelf uit’, waren haar wijze woorden. Nu is die basis weer opgepakt en het ontdekken van de mogelijkheden geeft net zoveel vreugde als de handeling op zich. Het automatisch willen omkaderen en inperken van het gevoel is het grootste struikelblok. Het zorgt ervoor dat een tekening al gauw een plaatje wordt. Statisch, correct, kloppend, maar vooral saai. Van Margreet leerden we buiten het papier te denken, verdwijnpunten te maken die spanning oproepen, een lijn die oproept tot het  willen weten, hoe het verder gaat. Het grote niets dat de fantasie aanwakkert en sluimerende beelden wakker roept.

054.JPG

Ergens in het achterhoofd bleef de afwezigheid sluimeren en het zorgde ervoor dat de werkelijkheid een stuk onwerkelijker werd. Na een hele ochtend tekenen, stond de overgang averechts op het al vage denken. De omslag was een wereld van verschil. Het was de dag van de herdenking, de zee was het monument en daarmee vormden wij, de kinderen en ik, samen de herinnering, die we onderschreven met boodschappen in het zand.  We reisden af naar het verleden, want de vader van de kinderen, de grote kleine man, zou jarig geweest zijn en het was de uitgelezen dag voor een prachtig eerbetoon. Ik was zo ver weg in het hoofd, dat ik de golf niet zag aan komen rollen, die mijn boodschap, nog voor de laatste punt, oploste in het koude water. Daar zat ik, op de hurken, tas en schoenen nat, tranen vermengden zich met het zilte koude zeewater. Ontredderd bleef ik zitten. Het gevoel van onmacht, dat me omsloot. De grip was er even uit. Zo’n moment dus.  Het tornen tegen de wind in was voldoende om weer wat te aarden, maar het vege lijf verlangde naar de bank.

De combinatie van tekenen en herdenken zorgde voor die vervreemding van de beleving vandaag en de ontdekking van de verdwenen blog. Op de bank, laptop in de aanslag, zoete rust om het hoofd, Pluis aan de voeten, liet alle radertjes weer ineen vallen tot een goed draaiend rad. Geen malle molens meer en mixed feelings, maar het oude vertrouwde zelf. Er zijn van die dagen bij…. En niet om te vergeten maar om te koesteren, omdat een stukje ontreddering de glans geeft aan al die andere fijne momenten. Zonder diepte geen hoogte.

Uncategorized

Vleugelslag

Bij een hele week binnen is buiten weer een aangename verrassing. Het was een van die prachtige ochtenden in november. Prachtige grijstinten boven het hoofd, de opstekend wind om het verstilde hoofd te doorwaaien en het halve arsenaal aan bladeren op de grond, terwijl licht nog altijd gefilterd werd door het resterende blad aan de boom. De lieve kleine blauwe stond braaf te wachten op de plek waar ik hem afgelopen donderdag had achtergelaten.

Zaterdagochtend om acht uur de weg op is een verademing vergeleken bij de voortkruipende dikke lichtstroom die zich doordeweeks op het asfalt begeeft. Jaren zestig op de radio….’She did it again last night’ en op hetzelfde moment viel de hemel open en doorboorde de zon letterlijk het grijze wolkendek om, eerst fel schijnend, later uiteen te vallen. Geen Californische zon met surfende Beachboys op een strand, maar een prachtig doorbreken van het grauw, met stralen om tegen op te klimmen, zo dik. Afwisselende lucht de hele weg lang. Alleen al een uur rijden is een uur genieten.

IMG_0420.jpg Aan de slag

In het atelier lag alles klaar om aan de slag te gaan. We zouden een koperen plaatje bewerken, omdat je dan het salpeterzuur achterwege kan laten en je alleen te doen hebt met ijzerchloride of citroenzuur, wat veel minder schadelijk is. Ter plekke werd de knoop doorgehakt bij het zien van de tekening, die ik nog moest maken. Het zou de leguaan worden in volle glorie, zoals ik hem al had voorgetekend met zwart en alle tonen grijs, die er maar te voorschijn te toveren waren.

IMG_0423.jpg Leguaan op koperplaatje

Het leuke van zo’n ontmoeten is de kennismaking met nieuwe zielen, die al hun vreugde en enthousiasme op hun eigen wijze openbaren. Er zijn stille genieters bij en uitgesproken redenaars, sommige geven alleen een tipje van de sluier bloot en anderen leggen meteen hun hele Brabantse ziel en zaligheid op tafel. Wat een heerlijkheid om moeiteloos te mogen schakelen tussen beiden. Tussendoor is er dat zachte krassen in de deklaag. Alle concentratie is gericht op de handeling, gedachten vervlogen door het raam naar buiten. Als het beeld gestalte krijgt wordt de gedrevenheid gevoed en de snelheid opgevoerd. De precisie blijft. Dank zij de contemplatieve week is al het geduld van de wereld aanwezig.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_oTekening van de ‘Portugese’ libelle

Tussen de bedrijven door wisselen wederwaardigheden zich uit en blijkt dat de raakvlakken vooral in de natuur terug te vinden zijn. Iemand is bezig met een libelle, die onmiddellijk mijn Portugese vondst tot leven roept. Zo herkenbaar, die kleine libelle, die hij op zijn tekening te voorschijn tovert en een andere link opent, omdat een van de ets-vriendinnen en ik twee jaar terug haar libelle-zwanenzang van zoemende vleugels een plek probeerden te geven bij de verstilde vijver van het huis in Drenthe. Mijn lieve leermeester van deze middag deelde deze smart. Zo vallen gedachten samen en is de toon, de juiste toon, gezet.

Met de ijzerchloride bleken de zachte tonen goed te maken en ook de sfeer werd zacht en rond. De open armen waarmee we ontvangen werden spreidden zich over de dag en zetten de kleine glanskopmees, de libelle, de leguaan en de eikels en het eikenblad luister bij. Toen ik terugreed in een zweem van zon en regen stuurden de woorden mee

Op vleugelslag

we zaten in de late lauwe herfstzon

je blik gericht op wat nu toekomst was

het beeld dat stokte

in het hier en nu

Libelle fluisterde  woorden met haar vleugelslag

samen dronken we de weemoed van haar vlucht

te weten dat jij er straks zo voor zal staan

in het koude grijze winterlicht

jouw ogen nu nog even opgelicht

tot straks dat eindeloze zwart.

056

Uncategorized

Een nieuwe horizon tegemoet

Een dag waarop de tijd voorbij vloog. Ledigheid is des duivels oorkussen, hoor ik mijn moeder ergens in het achterhoofd, als ik me bedenk niets gedaan te hebben. Nou ja, bed opgemaakt, koffie gehaald en blog geschreven, kind met kind ontvangen, thee gezet, mandarijntjes gepeld, soepje gemaakt, televisie aangezet, Pluis naar buiten gelaten, tekening gemaakt van mijn Florentijnse reuzen-ei en haar inhoud, Sproet, de gespikkelde leguaan.

foto van Berna van der Linden.

Dat laatste is een plan wat in de hogere regionen van mijn brein opgeborgen zit en, nog in een zeer foetaal stadium, poten en staart heeft gekregen. Ja mam …het voelt als ledigheid. Morgen ga ik etsen in Etten-Leur en denk dat ik voor leguaan ga of voor opa Sterretje, maar daar kan  ik me nog niet helemaal een voorstelling van maken. Wel komen ze beiden uit hetzelfde verhaal. Opa Driehuis is een mooie evenknie, met zijn grote bult op zijn voorhoofd, waar de hoed of diep overheen geschoven werd of erachter, gevaarlijk balanceerde in wankel evenwicht. Wel grappig zo’n verhalende hoed, bij vastberadenheid erover, bij twijfel erachter. Dan moet Tijn nog gestalte krijgen en Tijn is een mengelmoes van eigenschappen die ik hem toedicht. Is denken ook ledig, ligt die duivel nog steeds op het oorkussen. Bij nader onderzoek blijkt het luie mens als oorkussen gebruikt te worden door diezelfde duivel. Er komt alleen maar narigheid van want daar kan hij zijn kwade genius mee voeden.

132Wait van NEOC

De hoogste tijd om weer gewoon aan het werk te gaan. Waarschijnlijk verdwijnen dan de vermeende kwalen als sneeuw voor de zon. Ik beloof aan ieder die het horen wil, wel goed te luisteren naar het vege lijf, maar ze wordt alleen maar zieker van een focus gericht op de kwaal. Leve de afleiding. Daarom dwalen die verhalen in mijn hoofd. Als er zo weinig te improviseren en te associëren valt, gaan die grijze hersencellen op zoek naar een andere manier om de geest te verheffen.

School is een trefcentrum van gedachtegeleiders. Moeiteloos nemen ogen waar dat kinderen met gemak verdwijnen in hun eigen wereld vol verhalen, die niet kunnen tippen aan onze realiteit. Ze scheppen het decor voor de voorstelling en brengen met verve hun act voor het voetlicht, zonder schroom. Sans gêne etaleren ze hun fantasie in volle glorie.’En toen…en toen….en toen’, waarna ze soms verdwalen en verstrikt raken in de vele wegen die allemaal naar het zelfde ‘Rome’ leiden, de zetel van hun voorstellingsvermogen.

IMG_0378.jpg

Straks ga ik nog een stukje in Lampje lezen van Annet Schaap om daarna alle fantasie te stroomlijnen in mijn dromen. Lampje is een aandoenlijk verhaal. Zo een als de Gorgels van Jochem Meyer. Om je vingers bij af te likken en achter elkaar uit te lezen. Dat is wat ik straks, later, bij meer ledig tijdperk, beoog met Tijn en zijn Florentijnse reuzen-ei. Een verhaal om in te verdwijnen en pas na uren, weer uit te voorschijn te komen. Gelouterd en een tikje verdwaasd, omdat fantasie en realiteit nog even niet willen samenvallen en zwijgend naast elkaar oplopen. Tot warmte voelbaar wordt en temperatuur versmelt. Daar krijgt nieuwe fantasie een gezicht en worden zeeën van verhalen toegedicht, waarop we verder kunnen zeilen , een nieuwe horizon tegemoet.

Uncategorized

Geef ze een podium

Er zijn van die zinnen die blijven hangen en pas later betekenis krijgen als de brokstukken zich weer aaneenvoegen tot een verhaal na een reconstructie van de gebeurtenissen. Zoiets gebeurt, onder andere, na een bezoek aan een arts. Op het moment zelf, zie ik, dat hij een heel modieus overhemd aan heeft met verfijnde streepjes en bij de manchetten een tegengestelde streep. Ik zie een hand die door zijn haar strijkt om een vermeende weerbarstige lok naar achteren te dwingen vlak voordat hij de computer induikt. Ik zie een lichte frons tussen zijn ogen, daar waar mijn denkrimpel zit.

Later hoor ik de woorden terug. ‘Infectie succesvol bestreden, minder dan vijf, versnelde polsslag, 95, vocht achter de longen, afspraak radiologie, diverse oorzaken, zou ook arteriosclerose , decrementie, zien we later weer verder, uitslag foto, met telefoon. Mijn aanvullende informatie bestond uit; ‘Goh, nooit zo’n hoge pols’. ‘Ach, net als mijn lekkende hartklepje.’ Vragen spatten, als zeepbellen, voortijdig uiteen. ‘Hoe zit het met de Cholesterol, verhoogde bloeddruk, verdwenen bloedddrukpil.’

089

‘Gooi maar in mijn pet, ik zoek het later wel uit’, zei men vroeger. Precies datgene wat ook gebeurde. Beduusd sta ik, verpleegkundige en om de dooie dood niet gauw onder de indruk, weer buiten. Oké. Adem in, adem uit, met een beetje hijg en piep. Het briefje. Ik staar naar de brede rug voor me, bij de balie, lees de dansende woorden. O ik hoef daar helemaal niet te staan. Ik mag de afspraak zelf maken. ‘Niets aan de hand,’ sust mijn optimistische kijk op het leven. ‘Vocht door de longontsteking. Je hijgt en puft ieder najaar weer.’ Maar de kleine zwarte kobold heeft zijn werk allang gedaan.

Achtereenvolgens voltrekken zich de handelingen. Ziekenhuis bellen, afspraak maken , spoorslags ernaar toe, wachten bij afdeling A, voor een gewone Thorax, vul ik zelf gemakshalve in, omdat de mensen die door stiefelen naar B veel harder kreunen en steunen. En dan een blaag van een röntgenmannetje. Riedelt zijn verhaal over bovenlijf ontbloten, kettingen af etcetera.  Hij vangt mijn grap niet, als ik hem snedig antwoord bij zijn opmerking over mijn longen, die langer zijn dan hij gedacht had. ‘Ze zijn een beetje uitgelubberd’. Zuur antwoordt hij, dat hij daar niet op ingaat. Medisch correct, maar niet bij het vervolg van zijn informatiebandje, die me mededeelt weer aan te kleden, maar waarbij hij voortdurend niet naar mij, maar naar mijn lijf kijkt. ‘Zo’n snotaap’, zou mijn moeder verontwaardigd roepen als ze het had meegemaakt. Ik had een ander woord als een donkergrijze wolk boven het hoofd hangen. Het liefst had ik een trap tegen de deur gegeven. Frustratie ten top.

foto van Berna van der Linden.

Thuis komen de vragen, kinderen, vriendinnen, zussen. Ho ho ho. Het is geen acuut longoedeem hè, niet te veel googlen. Het duurt even tot ik mezelf en hen weer tot de normale proporties heb gepraat. Het is natuurlijk gewoon een gevolg van de infectie. Geef het nog even. De uitslag van de foto is er pas maandag(er staan twee werkdagen voor). Tot dan krijgt het elk voordeel van de onwetendheid. Andere bedenksels zijn olie op het vuur. Ik zit op de bank als een Pasha in India en laat me het bezoek van vriendinnen aanleunen. Mijn hoofd en gedachten verzet ik met mooie zwart/witten, in houtskool en grafiet, ingewikkelde en makkelijke, alles om denkstromen te laten kabbelen en om de tuin te leiden. Maar de waard rekent buiten zijn gasten. Ze komen ’s nachts geniepig om de hoek kijken, als liggen op die linkerzij wat problemen geeft en ik me wentel, van de rug naar de andere en terug.

‘Er was eens een vrouwtje. Ze ging naar de dokter. Ze had ….en daar gaan alle lichten op rood en rinkelen de alarmbellen. Doemscenario’s lopen het hoofd uit, vermenigvuldigen zich met andere grote kwalen, tekenen een monsterbeeld. Ik tik de computer aan en open, geef ze een podium en zorg ervoor, dat slapen straks weer mogelijk is.

 

 

Uncategorized

Verstilde liefde

Via Maria Popova’s Brain Picking kwam ik een illustratie tegen van The lion and the bird. Met de titel in het achterhoofd werd ik volledig op het verkeerde been gezet. Ik dacht in eerste instantie dat er een eend op de voorkant van het boek stond. Daar waar denken de realiteit voorbijstreeft, begint de verbeelding. Het was de leeuw. Het is een fantastisch boek van Marianne Dubuc, waar woorden de accenten leggen bij de alles verbeeldende tekeningen.

Mijn allereerste boek zonder woorden was Monkie van Dieter Schubert, die ik wilde voorlezen aan de kinderen van mijn apengroep. Kleine monkie staat voor de allerliefste  knuffel van elk kind op de wereld en hij maakt bange avonturen mee, als hij uit de innig knellende handen valt achter op een fiets in de stromende regen. Hij raakt verdwaald, er volgen bange uren. Gelukkig wordt hij gevonden door een poppendokter, die hem opkalefatert, waarna twee liefdevolle armpjes hem weer plat kunnen knuffelen. Hij is veilig en wel.. De tekeningen spreken boekdelen, er hoeft geen woord aan te pas te komen. Als je mee kijkt  door die verschrikte kinderogen voel je de heftigheid. Het is alsof je willekeurig welke vermissing meemaakt van dat wat je het liefste is, een hartenkreet.

Hakim zong er een evergreen onder: ‘Je knuffel kwijt, je knuffel kwijt, dat is toch erg, want wat moet ik zonder jou! Zonder jou alleen in bed, zo stil zo kil zo kil die kou, je allerliefste knuffel in je eentje zonder jou! De kinderen van de groep omarmen lied en verhaal net zo woordeloos als het prentenboek is. Hier en daar zie ik traanogen en trillende mondhoeken. Het overkomt mij altijd weer.

Waar is de taart? - Maxi-editie

Een ander tekstloos boek is ‘Waar is de taart?’ van Thé Tjong-Khing. De taart maakt een reis over de wereld ontmoet kleine en grote problemen, uiteindelijk wordt alles opgelost en aan het eind is er een grote picknick met taart. De panoramische beelden trekken je het landschap in, je dwaalt mee en trotseert de gevaren, hoog op een bergtop of in een diep dal, door donkere bossen en langs wilde rivieren.  Deze boeken zijn tijdloos, evergreens die altijd hun kracht blijven behouden.

Het boek The lion and the bird is vertaald als De leeuw en het vogeltje. De vogel valt tijdens een wintertrek uit de lucht, als leeuw in zijn tuin staat te schoffelen. Er ontwikkelt zich een liefdevolle vriendschap die de eenzaamheid van herfst en winter, de nadagen, verzacht en opheft. Met de gedachten vervat in een poëtisch adagio brengt leeuw zijn gevoel over aan vogel. Door de liefdevolle manier waarop hij haar tussen zijn manen laat nestelen, of  een warm plekje voor haar maakt bij de open haard, hij haar koestert in zijn pantoffel en een venster maakt in zijn muts met uitzicht op het winterse landschap. Het onvermijdelijke afscheid komt, maar na de wisselingen van seizoenen, waarin Leeuw en zijn eenzaamheid verzachtend voorbij glijden, wordt het toch weer herfst. Verlangend tuurt leeuw naar de lucht en dan weet je dat het goed komt.

Het verhaal zingt de vergankelijkheid en de kracht van de vriendschap, de onafhankelijke afhankelijkheid, omdat je bij elkaar kunt zijn zonder elkaar te zien en elkaar kan ontmoeten zonder daadwerkelijk er te zijn. Het past als een handschoen. Alleen zijn is geen eenzaamheid als die verweven verbondenheid de basis vormt. De leeuw en de vogel zeggen meer dan het de woorden vermag. Verstilde liefde.

 

Uncategorized

In alles wat je bezielt

Vandaag diende de blog zich aan als een vraag op twitter. Wat is het verschil tussen heimwee en missen. Bij het overpeinzen wordt het ingewikkelder, omdat beide begrippen tentakels hebben in het ontbreken van iets. Soms is het een diepste verlangen naar een bepaalde sfeer, die zowel in het verleden als het heden past. Het heeft met omgang te maken, ruimte die je gegeven wordt, woorden die zalven, kwaliteiten die gezien worden en soms is het slechts een warm kaarslicht op een speciale plek. Sfeerbeelden dwalen rond en dienen zich te pas en te onpas aan, omdat een kleine schakel je terugbrengt naar een eerdere beleving.

069

Afreizen naar het verleden roept herinneringen op, anekdotes. Het komt door die beelden in het hoofd, dat je weer even thuis bent in die setting, met die lieverds, die je allemaal zo node missen moest. Maar het gemis heeft een plekje gekregen en borduurt voort in een nieuwe beleving. Tijdens de verhalen krijgt moe een glans om haar hoofd van zachtheid en liefde, de liefde die we allemaal afzonderlijk en op een eigen manier hebben ingevuld. Bij mijn vader worden scherpe kanten afgeschuurd, omdat de jongere generatie de milde vader hebben gezien en meegemaakt en niet de echte patriarch.

IMG_0367.jpg

Emoties worden afgepeld, de realiteit komt boven drijven. Hebben we een verlangen naar de periode dat we woonden in het te krappe huis in de Amandelstraat. Geen van ons, denk ik. Maar wel naar het huis, met die malle kelder en die geheimzinnige zolder met het rookraampje. Zeker naar de warme glimlach van mijn moeder, maar ook de koele hand van mijn vader als hij over onze verhitte koortsige voorhoofd streek als onze hele ziel en zaligheid zich binnenstebuiten keerde. Wel naar de perenboom en de forsythia, die we nu gestalte geven in onze eigen aangelegde tuinen.

Heimwee is missen als het om iets gaat dat in een ver verleden ligt of op kilometers afstand is en waarbij je spijt voelt dat het er niet is. Heimwee doet je verlangen naar je eigen bed, naar je knuffel, naar je moeder als je je ontheemd voelt. Je zoekt naar veiligheid en geborgenheid. Ziek kan je zijn van het idee, dat je niet thuis bent maar elders. Dat gevoel kan zich gaan vertalen in nostalgie en een sterke hang naar het vasthouden van hoe het ook al weer was. Het staat groei in de weg en vernieuwing omdat de naald blijft hangen in een weerbarstige groef en het vervolg van de plaat op afstand houdt. Heimwee maakt je ziek van verlangen omdat het verlangen opzwelt en opzwelt totdat het hoofd, het hart, het hele lijf tot in de diepste vezel zich ermee vult.

094

Missen is voor mij iets wat veel verder gaat. Het is het eerste moment waarop je letterlijk misgrijpt. Een lach, een antwoord op een vraag, de eerste kerst zonder, de lege stoel tegenover je bij de maaltijd van elke dag. Het schrijnt. Het besef van nooit meer wordt allengs groter. Nooit meer samen zijn, nooit meer lachen en huilen, nooit meer hinkstapspringen over de hei. Nooit meer delen met die ene, dat kind of met die geliefde. Dan draait het niet om het missen zelf. Vasalis schreef het al.

‘Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Dat afgesneden zijn is precies het verschil met de afstand van de heimwee, die te overbruggen valt. Dat maakt ‘Gemis’ zo heftig. De verbeelding gaat er mee aan de slag. Het bedt een wereld in, waar de vele doden hun eigen plek innemen, maar ook het verdwenen huisje op de tuin, het oude huis. Het vervaagt de contouren tot een zacht beeld, dat nostalgie oproept en herinnering. Een leven lang lopen ze mee op, maken hun eigen leven naast dat van jou en verweven de feiten. Zodat uiteindelijk het gemis een deel van het geheel is geworden en het onmisbaar en onwisbaar voortleeft in alles wat je bezielt.