Uncategorized

De vrouw in mij

Gisteren ben ik begonnen met mijzelf te ontleden. De vrouwen in mij te zoeken, die zich gevoed hebben aan het leven vanaf het allerprilste begin van mijn ontstaan. De dochter en het kind in mij, de zus, de vriendin, de puber. De focus lag op mijn eigen innerlijke beleving van deze vrouwen, het vermoeide groter worden, volwassenheid in al haar facetten, daar waar je als kind eigenlijk nog niet wil zijn en tegelijkertijd naar verlangt. Het dualisme dat kenmerkend is voor de strijd die het leverde. Onbevangen kind zijn was destijds geen vanzelfsprekendheid en nooit, denk ik. De worsteling met mijn zelfbeeld stopte niet, maar vervormde, werd zachter en met de kinderen vloeide de opstandigheid uiteindelijk voor een deel weg, maar nooit helemaal.

008

De geliefde wilde niet anders dan gedragen worden en bleef bereid zich over te geven aan alles wat daar voor stond, de roze bril bracht hartstocht en passie en hunkerde naar geborgenheid en liefde. Dat er een keerzijde aan de medaille zat, werd met schade en schande duidelijk. Liefde laat zich niet dwingen en ook niet in een keurslijf stoppen. Liefde vloeit en vraagt, zoekt en zucht, vecht en vloekt. Het gras bij de buren leek altijd groener. Hoe hou je het gevoel in stand als je de ware liefde in hoedanigheid niet herkend. Stuntelige geliefde, onzekere echtgenoot en altijd op zoek naar het ongrijpbare. Liefde voor jezelf, voor wie je was, voor wie je bent, voor wie je straks zal zijn.

006

De moeder in mij was er een van oer. Het gevoel was er, de ruimte moest bevochten worden, maar duwde alle vrouwen in mij opzij. De moeder was de zorgzame, de onvoorwaardelijke, de trotse. Het bracht vreugde en houvast, een rode draad die het leven verbond met het kind en de oude vrouw. Koesterend, beschermend, kinderen vlogen uit en vonden hun eigen bestaan. Stil aan, toen het leven haar wending nam en de moeder een basis, een veilige haven, een ijkpunt werd, kwam de denker weer naar voren en schoof de moeder op haar plek in de keten.

IMG_8937

De zorgzame zat er al in toen ik voor het onderwijs, de verpleging en later weer het onderwijs koos. Ik schoot heen en weer tussen empathie en sentiment en snapte nog niet veel van leven en de dood, maar lijden trof me recht in het hart en , net als ikzelf, de underdog, de kleine man en vrouw, de onbeholpene, de ‘klauwende idioot in bad’ van Vasalis, die het niet alleen kon, afhankelijk was en bescherming nodig had. Dat. Een deel van wat ik zelf was geweest en nog, herkenbaar. Ruimte geven in al haar facetten om  te kunnen groeien tot op grote hoogte binnen de mogelijkheden. Te pas en te onpas.

Weer werd ik zus, maar meer dan ooit betrokken bij de anderen, in balans met de noden en de liefde en de hunkering naar dat deel van de moeder in ons meer nog dan de vader. Het voelt als één, zo verschillend en zo vanuit dezelfde basis, zo aanvullend en zo heel.

094

Het leven balde zich samen in schrijfsels, gedichten, dans, drama en schilderen, kreeg vorm, werd bewuster. De schepper, de denker, de vernieuwer, de wegbereider, de visionair werden stilaan verwezenlijkt in het kleine leven. De woorden, de penseelvoering, het verstillen, het genieten, het zijn en het vinden van nieuwe wegen, uitlaatklep voor ervaring en herinnering, voor ontlading, voor balans, voor het nu. Het kind in mij naast de oude, de onbevangene naast de wijze, de empathische naast de sentimentele, de dromer naast de realist. Bovenal de vrouw in mij.

Uncategorized

Voor straks en later

Gisteren trok er een blog voorbij, die mijn aandacht gevangen hield. Na het lezen ervan, trokken er allerlei onsamenhangende beelden voorbij. Ho, wacht even. Daar moest ik goed voor gaan zitten. Wat mooi als een gedachte de geest in beroering brengt en elke vezel aan het werk zet. In het blog van Drs. Pee beschreef Martha welke vrouwen er in haar scholen. Ze voelde zich op een positieve manier iemand met een meervoudige persoonlijkheid.

Het zijn geen rollen, anders zou je voortdurend een gespeeld leven leiden. Het zijn waarachtige stukjes zelf. De vrouwen die onderdeel uit maken van de persoonlijkheid zijn zo verschillend, omdat ze zich naadloos en feilloos aanpassen aan de verwachting.  Vanuit mijn perspectief zijn ze weer anders dan vanuit het perspectief van de ander. In de eerste plaats is er mijn kant van het verhaal.

In het prilste begin was ik dochter maar bovenal kind, een goedlachs wat dikkig kind, die graag praatjes aanknoopte en vriendschappen met de buren sloot, maar al snel veel te dik werd door de vele lekkernijen, die er vertederd opgelepeld werden. Ik koesterde de verwennerijen en liet het me allemaal welgevallen. Zolang er maar met stroop werd gesmeerd, vond ik alles best.

in de tuin

Zus was ik ook, het jongste om precies te zijn, want er stonden al zes broers voor mij op de rit. Na twee jaar werd ik weer de oudste, want er volgen nog drie zussen en een broer in rap tempo. Zo’n veranderende status heeft meer impact dan je je kan voorstellen. Ineens was je koningin af en stortte je omlaag voor het lieftallige kleinere zusje, dat ook nog eens ragfijn en kwetsbaar lief bleek te zijn. Ergens rezen de wilde haren ten berge en ik werd rebels, wilde alles uit proberen. Er viel niets te verliezen. Mijn troon was al lang vergeven. Onmachtig schopte ik de heilige huisjes omver.

Een paar jaar later volgde vriendin en buurmeisje. Die twee gingen samen. Ook hier was buur de prinses en ik de Assepoes. Alles wat nieuw was en echt, Barbies bijvoorbeeld die een groot deel van ons leven vormden, waren van haar. Mij viel de neppe bazarversie ten deel, maar mijn fantasie was oneindig veel grotere en gedurfder. Ik zwelgde bij de eerste televisiebeelden en ging een wereld binnen, die ik niet meer los zou laten. Daar kon geen nep tegen aan. Ik maakte mijn eigen realiteit. Kom daar eens om met de Mattel Barbies in huis-tuin-en keukenland. Ze vielen in het niet bij de verhalen die tot leven kwamen en die ik handen en voeten gaf in mijn tekeningetjes. Krabbels en kronkels…Een oeuvre van het vergeten kind.

Er was een tijd, dat ik alleen was met mezelf. Geliefde speelde of leerling, dochter of vriendin, zonder daadwerkelijk met de mij toebedachte rol te vereenzelvigen. Ik zweefde erboven. Ik wilde leider zijn, maar kon dat alleen in een hiërarchie, die streng genoeg was om de lakens uit te delen, zoals bij de kabouters. Het verantwoordelijkheidsgevoel ging met sprongen vooruit. Mijn groep, mijn rol, waarbij mijn kwaliteiten door de Rea werden gezien en op juiste waarde geschat. Ze liet me groeien. Dat was de ontluikende.

Daarnaast was mijn wereld een vacuüm, een gevecht tegen de do’s en don’ts, tegen de underdog in mij, die gromde en wegliep met de staart tussen de benen, tegen de kip zonder kop, die klakkeloos mee kon lopen en daarna een geweldig schuldgevoel had. Een strijd om het leven met de theatrale dramaqueen, de opstandige puber. Wat ben ik lang een puber geweest. Te lang in mijn optiek. Het was de strijder in mij, die bleef ageren.

De vrouwen passen niet in de hoeveelheid woorden. Ze barsten eruit. Deel twee volgt met de moeder, de zorgzame, met de oma, de oude vrouw. Er is zoveel mij in mij. Wanneer ben je het of wanneer zijn het eigenschappen. Daar tegenover staat hoe anderen het ervaren hebben. Wat voor dochter was ik voor mijn ouders, wat betekende ik als zus, welke betekenis had ik als moeder. Mooie vraagstelling om te laten sudderen en te laten bezinken voor straks en later.

 

 

Uncategorized

Niet meer, niet minder

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. De prijs is lucht te kort, overslaand hart en voldoening. Als ik mijn armen optil, staan mijn biceps in brand. Mijn kipfilets zijn kalkoendijen geworden, ik heb gisteren bergen verzet. Goliath die een reus verslaat, zo voelde het in de vogelvrij verklaarde tuin van de buurman. Alles wat te woekeren viel, deed dat met hoogmoed. Vooral dat laatste. Brandnetel stond in het gelid in de aanslag voor de verdediging. Het terras was schier onvindbaar onder de haastig opgestapelde takken van al even haastig omgezaagde bomen, het hout lag opgestapeld onder de tafel van het ooit zo genoeglijke zitje, verscholen tussen bomengroen en met een lantaarntje te zoeken.

025

Kreupelhout herbergde een kleine flierefluiter, die te snel is voor mijn wakend oog, maar eindelijk vind ik het nest, achter de scheefgezakte ramen van het verguisde huis. De planken vloer ligt vol stof maar meer nog met herinneringen van jaren. Muis heeft zich een ruime doorgang aangemeten in de hoek bij het raam, een villa waardig. Kennelijk  al weer een tijdje onbewoond, want de keuteltjes zijn er niet. Grote lome spinnen, ruw opgeschud, schieten verdwaasd weg, door een sprintje te trekken naar veilige reten en kieren in het hier en daar vermolmde hout. Een grote kever speelt onzichtbaar en schuifelt voort. Het oude huis, waar de tijd stil is blijven staan, een overhaast vertrek, wat vuile mokken op het aanrecht, de schone pannen op de grond een doorgeroeste pijp. Sorteren maar, gasflessen bij het aanrecht, een ouderwetse roestige benzinekan moet met geweld van zijn verknochte vloerstand bevrijd worden. Ik begin in de uiterste hoek en werk me een weg naar buiten. Hopen stof en rommel, aangevreten lappen, pluizige nestresten, bergen notenschillen veeg ik mee met mijn magische stoffertje.

019.jpg

Verstand op nul, eerst de doorgang forceren door de brandnetels heen, dan terras vrijwaren en het zitje. Ik duw een kleine pad het pad af, snoei rigoureus de laaghangende takken, zelfs die van de geliefde rode acer voor een vrije doorgang. De verstilde natuur prikt en slaat terug. Ze zwiept me met haar takken, houdt de te kleine grasmaaier om de haverklap tegen, als ze haar lange grassen vast laat draaien in een verwoede poging om het mes te stoppen. Verwoed ploeter ik door.  Ik analyseer de plek waar ongeveer de overwoekerde vijver moet zijn en zet mijn grashapper langszij in, om het verwilderde pad te vereffenen, dwars door een verstikkend stuk groen van wat eens tuin was. Zwoegend, zwijgend, zwetend klief ik door de dichte muur van gelaten stilte.

022

Onder de verweesde staat komt een prachtig groot terras te voorschijn. In de verweerde kamer blijkt wel degelijk de oude sfeer terug te vinden, aan het verguisde zitje in het struweel is er weer plek voor ruim zes mensen. Er banen zich nu wegen naar toe, alle wegen leiden naar Rome, zolang Rome gelijkstaat aan hemelse vredige plekken. Ze zijn er weer. Het is een lokkertje voor buur. En nu maar hopen, dat de moed niet langer in zijn schoenen zakt, maar dat hij inziet, dat door een middagje het ‘op je heupen’ te krijgen afdoende is om weer een weg te vinden.

021

Een weg naar die zwoele zomerse avonden van weleer, op het terras met een glaasje witte wijn met de bloemen van de Borage erin of de Oostindische kers, met passages uit boeken, gedragen door onze heldere stemmen, met kouten over van alles wat langszij komt, met een beetje wieden en een beetje rooien. Het kleine leven, aangenaam en te omvatten. Niet meer, niet minder.

 

Uncategorized

Zet de sluizen maar open

Water. Het golft door het hoofd, het vloeit en kolkt in mijn hoofd, het water staat me tot de lippen. Wat zeg ik…Het staat tot halverwege de ogen als in de stripverhalen uit de Donald Duck. Als water eenmaal de opdracht wordt, bestaat de wereld alleen nog maar uit deze vloeibare kostbaarheid, meer dan al het goud op aarde. Pas als je er bij stilstaat, besef je, hoe rijk Nederland eigenlijk is. Water tot het hoogste goed maken en een koning aan het hoofd zetten is het onderstrepen van wijsheid.  Daar verbleekt het zwarte goud bij. Olie kan je niet drinken.

102

Gisteren doken we er nog wat verder in, water was het oogkenmerk, bister was het middel om het te bereiken. Werken met poeders met de eigenschap van een Ecoline betekent experimenteren. Je kan er zoveel kanten mee uit. Als ik thuis kom en probeer het late journaal te kijken, maar de oogleden te zwaar zijn om ze open te houden , ga ik naar bed. Met alle adrenaline over de ontdekte experimenten nog op het netvlies, droom ik over school. Water is meer dan eens een thema geweest en geloof me, met mijn lieve schatten haalde ik het onderste uit de kan. Daar waren ze in de eerste plaats zelf vooral debet aan. We ontdekten de vele mogelijkheden met water. Niets is leuker dan met verf en water aan de gang te gaan. Nat in nat, nat in droog, nat op nat, met lijm, met houtskool, met kaarsvet, met alles wat aantrekkend of afstotend was.

De snelle denkers gingen vlugger dan ik, de bedachtzame filosofen dokterden eerst een effect uit voordat ze tot handelen over gingen, anderen verloren zich in wat water deed. Het draaide altijd om het proces en de  grote ontdekking. Daarbij werd kunst met een grote K gemaakt. Groot van geest omdat ze er onbevangen in gingen. Wie wil begrijpen hoe het werkt, kan letterlijk de kunst afkijken van het kind.

013.jpgEn een lol.

Dus gingen we aan de slag, water maken met verf, hoe krijg je de glinstering, niet op  papier schilderen maar op plastic en dan een drie tafels groot, met rollers en acryl. Roll on! Dat deden ze vol overgave. Het was het prachtigste water dat je maar bedenken kon. Kraters sla je in water door in de Ecoline water te laten druppelen of lijm. De ecoline gaat wijken en bruist bijna uiteen, bij zo’n ontdekking haalden we iedereen erbij en keken ademloos toe, om wat zich daar, volkomen natuurkundig, voltrok. een proces van aantrekken en afstoten. Zodra er behangersplak aan te pas kwam met plakkaatverf en ossegal was het feest compleet. Marmeren is magisch door de vele kleuren en patronen. De hele watertafel vulden we ermee, daarna konden we bogen op een enorme productie prachtige kunstwerken. Wat aantrekken en afstoten al niet vermag.

078  082

Gisteren als een kind zo blij met bister aan de slag. De samenstelling viel door de mand. Het bleek uit meerdere pigmenten te staan, toen we er druppels water op lieten vallen en ze uiteenstoof in heldere kleuren. Door in het proces te gaan zitten, werd water weliswaar de opdracht, maar verliep de weg er naar toe, grilliger. Het werden waterpartijen, kleurrijke abstracten, bloemen, zeeanemonen, er werd subtiele gelaagdheid ontdekt.

094

Poeder in water en water in poeder. Wat een korrel pigment al niet vermag, laat staan als het bister is, opgebouwd uit schellak, gemalen bast van walnoot en gom, of roet en teer van verbrand hout. Ineens weet ik waarom mijn handen walnotenbruin werden en onafwasbaar bij de oogst in de tuin van la Filature in ‘la douce France’. Vandaag eens even experimenteren met een verkoold stuk hout. We hebben een missie. Maar daarna weer terug naar water, over stromen, over bruisen over vloeien, over druppen…Zet de sluizen maar open.

Uncategorized

‘In de benen’

Met een bezoekje aan de Hortus is mijn hang naar Daslook toegenomen. Toen ik het dankbare stinsenplantje daar in volle glorie en met verve zag bloeien, als een zee van wit, begon het te kriebelen. Nu ben ik internet aan het afspeuren naar verkoopadressen. Op marktplaats worden ze te koop aangeboden, maar vooral in Groningen en Friesland. Hoewel ik graag ritjes maak in de kleine blauwe, is dat zonder andere aanleiding wel wat ver van huis. Tot overmaat van ramp las ik ergens anders weer, dat een combinatie van daslook met De schout bij nacht(alleen de naam al) een goede combinatie zou zijn. Als de Daslookbloem klaar is bloeit de Schout. Regeren is vooruitzien. En de laatste is ook niet een alledaagse plant.

Toen ik er gisteren bij een tuincentrum naar vroeg, keek het meisje me iet of wat verontschuldigend en wazig aan. Ze was er nog maar net, werkte er nog niet zo lang. Ze wees me dan ook verrukt naar een fors bloeiende witte Lupine. Maar die heeft niets met de Schout bij nacht te maken. Weet dus, als ik wat afwezig reageer, dat ik op een missie ben, een queeste. Ik zoek mijn eigen Schout bij nacht oftewel mijn Rodgersia Pinnata en mijn Allium Ursinum. Dat is weer eens iets anders.

Het zouden ook de perfecte complementen zijn in mijn schaduwtuin. Dankzij de buurman bezit ik aan de rechterkant van mijn kleine paradijs een zompige schaduwborder, omdat er de grote heg aan grenst van iep, eik, beuk en zelfs hier en daar nog een kastanje. Daar doorheen zit van allerhande groen gevlochten, waaronder de heggenrank. De Rosa Seagull prangt er dwars doorheen met haar vileine stekelige doornen en haar lange dramatische uitlopers, die, ongemoeid, verder reiken dan lief is. Haar bloei is prachtig, dat zeker. Ze is eigenlijk een kleine verleidster, een sirene pur sang, met haar lokkende geuren en haar witte waterval, maar als je te dichtbij komt, dan ben je de pineut. Ze hangt in je haren, striemt in het gezicht en haakt zich vast als een terriër, aan armen en benen. De lieve kleine Seagull is eigenlijk een nietsontziende helleveeg. Beware!

Op mijn zoektocht gisteren kwam ik de Margriet weer tegen. In onze tuinen waart een kleine Verdwijnkol rond. Ieder jaar voedt ze zich kennelijk aan, vooral de vaste, weelderig bloeiende planten. Stonden de margrieten dankbaar een aantal seizoenen in grote getale het groen op te fleuren, dit jaar is er geen piezeltje margriet meer te bekennen en nee, ik heb haar niet weggetrokken bij de rigoureuze winteropruiming.  Kolletje heeft haar best gedaan, zowel bij de buren om me heen als bij mij. Ze heeft het ook gemunt op de lupinen, ‘die hard’ van het eerste uur, maar nagenoeg foetsie. De Borage heeft het onderspit moeten delven en het prachtige tere Ridderspoor. Kollen en ridders gaan vaker samen. In mijn tuin speelt zich een geheimzinnige middeleeuwse strijd af. Er vinden tafelrondes plaats en daarbij delven velen het onderspit. Verdwijnkol heeft handlangers. Het zijn de woelmuizen en de hazenlegers, de hondsdraf, kleefkruid en de bosaarbei, die in haar kielzog het vuile werk voor haar opknappen. De strijd is ongelijk. Ze zijn talrijker dan mijn persoontje en mijn bloemen alleen.

011.JPGHet hazenleger van Verdwijnkol.

Het komt goed. Ik zet mijn Schout bij nacht in als Joker. Dus even de speurneus op en verder kijken dan hij lang is. ‘In de benen’.

 

Uncategorized

Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Soms kom je een woord tegen waarvan je denkt: Dat heb ik eerder gezien, gelezen, gehoord. Je graaft het geheugen af en kan niet meer bedenken in welke context het betekenis kreeg. Zo’n woord is Stromboli. Vriendin gaat op vakantie en stuurt berichten vanuit de Eolische eilanden met onder andere het eiland Stromboli. Twee andere bekenden maken op dit moment ook het eiland ‘onveilig’. Er is de roman van Saskia van Noort met dezelfde naam en ik kom het tegen in een Italiaans restaurant als veredeld broodgerecht.

Voorkant

Zowel eiland, roman als gerecht zijn me volkomen onbekend. Het nodigt uit tot onderzoek, tot ter plekke het eiland bezichtigen. Het schijnt dat een retraite op Stromboli de aanleiding was voor de locatie van het boek. Mooiere titel. Retraite op Stromboli. Je gaat er gebroken heen en komt gelouterd terug, maar andersom kan ook. Net in welke stemming de schrijfster verkeerd. Saskia van Noort schrijft er haar bestseller mee, na eerst een dergelijke retraite te hebben ‘gedaan’ of is het ondergaan, naar aanleiding van een ervaring die zich in de orde van de #Metoo discussie ophoudt. Actueel en derhalve is succes verzekerd, omdat we de schaamte voorbij zijn, met dank aan Anja Meulenbelt, die dat al veel eerder voor zichzelf uitkristalliseerde. In de bijlage van de Volkskrant dit weekend wordt zowel Stromboli als Schaamte uitgebreid belicht. Dat kan dan haast geen toeval zijn.

054

Ik ben in een eigen retraite beland. Er komt geen spannend eiland aan te pas, maar wel helende plekken in de omgeving. Soms moet ik er een stukje voor rijden en vaker is er een gelegenheid om de hoek of in huis, op bed of in het hoofd. Elk moment dat zich ervoor leent kan ik afdwalen op zoek naar een diepere betekenis of naar het zijn zonder meer, zonder reden, gewoon omdat het is en ik het zie, op dat ene moment. Het moet er voor een omstander wonderlijk uitzien. Een vrouw die soms met een ruk stilstaat, bedachtzaam, loerend haast en die op sluipersvoeten probeert het beeld te vangen dat voor het netvlies werd geschoven, niet in de laatste plaats omdat het existentiële vragen opriep. Waarom, waarvoor, waartoe?

033

Het is de somma van de onthaasting, omdat ik nu kan blijven hangen op een woord dat me al drie keer verschenen is in twee dagen. Het is de vrijheid die me permitteert nergens anders aan te hoeven denken. Het is de grote stille ontvangstruimte in het hoofd die niet geleefd en vastgelegd wordt door overvolle agenda’s, ‘does and don’ts’ . Als het vandaag niet komt dan morgen.

Niet het pensioen, de zegen voor sommige, de karigheid voor een ander, omvat de schatkist van de ouderdom. Dat zijn de herinneringen maar bovenal het lege boek, waar iedere dag een bladzijde op mag worden bijgeschreven. Puur, spontaan, omdat de grijze hersencellen hun creatieve kanten kunnen laten vieren en uitdijen, eindeloos, net zoals het komt. ‘Never a dull moment’ denk ik, dankzij de vrijheid van leven, zonder opgelegde maatschappelijke verplichtingen en niet anders dan karakter tonen zal.

055

Alle goede dingen bestaan uit drieën, oreerde mijn oma. Als het goede op je pad komt, of beter nog, door jou wordt opgemerkt als zodanig,  ontvang je de bonus van nog twee maal. Het is een onderzoek waard. Ik ben er klaar voor. Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Uncategorized

Sorry Poes

Heerlijk geslapen en verschillende verhalen gedroomd, maar ze stoven uiteen en schoten weg als kleine kwikzilvers, toen Pluis op het bed sprong omdat hij een paar jonge zwarte kauwen in de boom voor het slaapkamerraam zag zitten. Staart vervaarlijk zwaaiend en het mekkerende bekkie onder de vorsende ogen.

181Kat in het bakkie

Ze heeft een te dik onderbuikje, is gisteren vastgesteld door de dierenarts. Deze week, zag ik het almaar met de dag dikker worden na de val over het balkon. Tenminste dat dacht ik. Noodbellen gingen rinkelen.  Zoonlief had het opgezocht op internet en alle symptomen wezen op wormen. Niets aan de hand, bleek bij nader onderzoek door de arts, wel de gemiste inenting ingehaald en de voornagels wat aangescherpt. Ze was gewoon te dik. Plaatselijk dan, want lijf is gespierd. Een hangbuikkat, o jé. En ja, ze moet op dieet. Dat wil zeggen, ik vul normaal het bakje bij als het leeg is, maar er moet systeem in komen. Niet meer dan een halve bak brokken per dag en stoppen met de zalmsticks. Ik had natuurlijk kunnen bedenken, dat dat net zoiets is als elke dag een Twix of een Snicker. Een bommetje zout. Slecht voor hart en bloedvaten en geloof me, daar weet ik de laatste tijd alles van.

Ik zelf heb eerder moeite mét eten dan met niet eten. Het voelt niet fijn met een gevulde maag en die van mij is al gevuld met muizehappen. Het eiwitrijke dieet valt me zwaar. De diëtist stelde het rooskleurig voor en zo klonk het mij ook in de oren. Maar een en een is twee. Het lukt niet echt. Het gewicht dat erbij kwam, zit vooral in buik en benen. Nee, ik ben nog lang geen hangbuikvrouw. Daar zal meer voor moeten komen kijken. Pluis kan blijven eten, op elk uur van de dag. Vroeger zou men gezegd hebben dat hij ‘over een gezonde eetlust’ beschikte. Daar denkt men vandaag de dag anders over. Het oordeel dat de dierenarts velde, stak een stokje voor het uiterlijke vertoon van mijn liefde voor haar, de verwennerij.

186Pluis met Stick

Hoe blij huppelt ze, als ik ’s middags binnen kom en ik loop naar de la met zalmsticks. Ze draait om mijn benen, geeft me uitgebreid kopjes en springt dan boven op de kast met een vragende blik. Smelt…Als ik daar maar tegen bestand blijf.

Gisteren liepen dochterlief en ik in het winkelcentrum en kwamen tot de ontdekking dat heel veel mensen kampen met dezelfde problemen als Pluis. We dwaalden door de XL grote supermarkt en zagen karrenvrachten vol met zonde aan ons voorbij trekken. De verleiding lag er in grote getale op de loer. Een supermarkt is de place to be als het om eten gaat en in verleiding de grootste. De verlokking ligt ook in het winkelcentrum zelf overal op de loer. Het aantal non-food zaken slinkt, de boekwinkels zijn sterk gereduceerd, hier en daar een juwelier en overal, in alle gaten en hoeken zijn kleine eetschuren te vinden, waar met het grootste gemak van alles in monden kan verdwijnen. Ogen, groot al schoteltjes, verlekkerde glimlach rond de lippen….de verzoeking ten top.

003Geen verwennerijen meer

Lang geleden, toen ik dubbel zoveel zelf was als nu, kwam ik met zus in België terecht, waar bakkers hun verrukkelijkheden met verve ten toon spreiden. Het was diezelfde sensatie, die ik nu waarneem bij anderen. Ik kon er niet aan weerstaan. ‘Eet mij, eet mij’ smeekten ze mij. Op slag kwam de Holle Bolle Gijs in mij boven. Wij, inkiepinkies, hebben makkelijk praten met onze matige eetlust. Verleiding waart rond en je moet van goede huize komen om daar tegen bestand te blijven. Dus ‘nee’ tegen die allereerste onschuldige kindervraag om een spekkie voor het bekkie. Dáár ligt de kiem van alle hangbuikies, inclusief die van Poes Pluis. Sorry Poes.

 

Uncategorized

Wat rest is ‘hoop’

Er zijn vele soorten tuinen. Ze zijn er strak aangelegd, keurig gecultiveerd, rommelig, verwaarloosd of die, waarbij elk spoortje van groen is vervangen door een koude tegel.  Maar ik ken ook iemand, wiens tuin in de loop der jaren een bosrijk gebied geworden. Het begon met Zwarte Els en drie eikeltjes, die hij vol verve midden op de tuin in de grond stopte. Hoe hij aan zwarte Els gekomen was, weet ik niet meer. Misschien had hij, als notoire morgenster, haar als een straatmadelief bij de vuilnisbak weggekaapt of uit de erfenis van zijn illustere tante verkregen, maar op een dag stond ze met haar wortels stevig in de grond verankerd. Zij werd zijn heilige koe. Niets, maar dan ook geen piezeltje, mocht wijken.

Hij heeft een voorkeur voor verweesde en verguisde planten. Hij sleept ze mee naar zijn paradijs als een ekster de glimmertjes naar zijn nest. Hij koestert ze met grote liefde. Zoekt onmogelijke plekken voor de springerige en onbehouwen groeiende exemplaren. Hij zet steevast een boom met ze op en spreekt er fier en met verve over. Bitterzoet mocht in de wilgen boven het hoofd. Groot hoefblad met zijn robuuste uiterlijk werd met liefde onthaald, ja zelfs de stekelige kaardenbol, die gretig naar blote armen en benen dook, als je er langs liep, kon op zijn minzame aandacht rekenen. De heggenrank werd fluks de heg ingejaagd om zich er doorheen te strengelen met haar sierlijke en ranke bloemetjes en niets ontziende tentakels, zo ook de witte pispotten en de blauwe winde.

0351.jpgGroot hoefblad

Als een vesting stond die heg om zijn hertogdom heen. Iepen, eiken, fluweelbomen, kastanjes en wat er zich verder ook maar tussen wrong, vormden de groene muren. Het schreeuwde om het betere snoeiwerk en ieder jaar reikten de toppen tot ver boven de begrenzing van het ruimtelijk toelaatbare. Hij vond de bosaardbei ongelooflijk lieflijk en de hondsdraf een dankbare bloeier. De Japanse wijnbes, die in ongeleide staat zo overweldigend kan zijn, kwam midden in een perk terecht met nog gerede bloei, als lupinen, vingerhoedskruid, akelei en geraniums. Van lieverlee kleurde ze als alleenheerser prachtig bij de inmiddels welig tierende ooievaarsbek en waren de anderen tot de rand van de tuin verbannen. Laatste vondsten waren de gecultiveerde heermoes, die de wilde in haar kielzog bleek te hebben, de apothekersroos, die vooral op een natuurlijke wijze de ruimte gelaten moest worden. Mispel kwam erbij en appel en peer.

Langs het middenpad heerste het boerenwormkruid, dat vrijelijk zijn gang moest kunnen gaan en daarmee alle regels van het toelaatbare overschreed. Daar was hij volmaakt gelukkig. Hij maaide het gras, zat verscholen achter zijn bosschage en dronk een wijntje bij een goed boek of lag te ronken op het veldbedje, dat het een lieve lust was. Hier en daar snoeide hij zich een doorgangetje als het groen te welig tierde of plantte nog maar eens een witte regen.  Er werd onkruid gewied, literaire verhandelingen gehouden en gefilosofeerd. Van het eetbare werd een onvervalste bostuinsoep gekookt. Het was het volmaakte geluk, geleide chaos. Prachtig en lommerrijk,

050

De klad kwam erin. Eerst door een inbraak in het tuinhuis, dat voelde als een persoonlijke aanval op zijn integriteit, letterlijk een inbreuk op zijn vertrouwen in de mensheid. De kas zoette het leed en daar pompte hij vanaf die tijd elke vezel liefde in. Maar ook dat taande. De bomen werden hoger en hoger, zwarte Els werd breder en breder en het bitterzoet omstrengelde en smoorde met liefde. Bosaardbei en hondsdraf, brandnetel en braam veroverden de lap grond op sluipersvoeten even als het kleefkruid, dat zich van lieverlee bij hen had gevoegd. De apothekersroos ging een verbond aan met de kamperfoelie en de heggenrank had zich met alle boomsoorten in de heg verstrengeld. De heermoes veroverde terrein.

051

Hij is al een tijd niet meer gegaan. Gisteren ben ik gaan vrijwaren. Ik heb een pad op het metershoge gras gewonnen, de kas zaaiklaar gemaakt, het glas van de kas tot doorkijk gepoetst. Mijn laatste pogingen zijn de voorgehouden wortel. Hij stapt er niet in en verschanst zich nu thuis. Wat rest is ‘hoop’.

Uncategorized

Subtiel maar onmiskenbaar

De onrust raasde gisteren nog een dag door. Binnenin het lijf schuurde en bonkte het, maar de afleiding was er, door de opdrachten voor deze week om water te bestuderen. Wat doe je als je besloten hebt, een pas op de plaats te maken? Dan blijf je thuis en bestudeert het water uit de kraan. Het eerste wat in me opkwam, was een groot glas met stromend water te vullen en te kijken welk effect het zou hebben als het water erin plonsde. Dit naar aanleiding van de sketch van Leonardo da Vinci die overduidelijk  ook het water ergens uit had zien stromen en kolkend neer zag komen.

004stromend water in glas

Tot mijn verbazing veranderde het water in dat glas in een schouwspel van lucht, licht en beweging. De straal brak in tientallen druppels uiteen. Lichtval werd een belangrijke meespeler. Samen vormden ze iets wat mijn leven lang heel gewoon is.  Een gevuld glas. Maar de schoonheid ervan, het schouwspel, had ik nog nooit op deze manier waargenomen. Water, koel helder water ontpopte zich tot een schilderij, tot kunst vlak voor mijn ogen.

001water in glas

Het eerste indrukwekkende verhaal van de bijbel, dat ik als kind in de kale kerkbanken hoorde, was die, over de doortocht van het Joodse volk door de rode zee. Het beeld van Mozes die het water scheidde, vond ik zo indrukwekkend en ieder die er doortrok, zo dapper. Hoe gevaarlijk moest dat zijn om een muur van water om je heen te hebben. Muren van water zoals de tekeningen in mijn kleine missaal. Ik wilde dat het waar was, net als een Jezus die over het water liep. Fantastisch, als je dat kon viel er oneindig veel meer te beleven in onherbergzaam land en ongekend leven. Verhalen, waarbij zich nieuwe avonturen ontsponnen in mijn hoofd.

Daarna volgde de marionettenpoppenserie op televisie. ‘Vier veren Waterval’. Nog altijd ken ik de eerste twee regels en de melodie van het openingslied, ‘Vier veren val, mooie waterval’. Wat genoot ik van die pratende poppen met hun naar beneden kleppende kinnebakken. Het waren spannende avonturen over cowboys en indianen en vier magische veren uit een hoofdtooi, die dieren lieten spreken, zoals het paard Rocky en de hond Dusty. Ze woonden bij de stoere sheriff Tex Tucker. Ik was acht jaar. Mijn leven lang heb ik een voorliefde gehouden voor het magische poppenspel, de rivier en de waterval.

016 vijver in de Oude Hortus, Utrecht

Dichterbij was de sloot, aan de Thorbeckelaan , waar de vakantieontspanning was en wij kinderen in de lome zomers onder de pannen waren zodat mijn moeder toch haar handen vrij had.  Daar speelde de onderwaterwereld zich in het klein af. Bloeddorstige taferelen in het vredige groen als vraatzuchtige snoek en baars er hun overlevingstochten uitvoerden, maar ook een wereld van vermaak met de guppen, de kleine bliekkies en de voorntjes. Op het water lopen was allang niet meer alleen aan Jezus voorbehouden. De kleine schrijvertjes en de waterspinnen konden het ook, met het grootste gemak.

078

Op mijn buik lag ik te turen naar de schitteringen van het licht op het water, soms diep en bruin, onheilspellend haast, dan weer licht en lentegroen, ongrijpbaar en doorschijnend. We hengelden met jampotjes in het water en bestudeerden de krioelende inhoud ervan. Kleine dikkoppen, watervlooien en griezelige bloedzuigers tussen het kroos.

foto wiki. Zeeland 1953.

Tijdens de doorrookte verjaardagen kwamen de verhalen los, over de watersnoodramp in Zeeland, waar een boekje van stond in de kast. Door de foto’s van de ellende ver van ons gehouden, net als de afschuwelijke foto’s van de uitgemergelde mensen in de concentratie-kampen uit de oorlogsjaren. Verboden boeken, ongeschikt voor onze onschuldige kinderogen. Ze stonden achter alle andere, maar als letterverslinder had ik ze allang ontdekt. Water, dat huizen kon verslinden en koeien in boomkruinen liet hangen, water dat eigenzinnig overspoelde, zonder dat wij er invloed op hadden. De macht van water.

010.jpg

In de voetsporen van Leonardo da Vinci op de Schilderclub, zijn waterschetsen en onze observaties tot nu toe, kon ik niet anders niet anders dan het waterboek bestellen van Alok Jha. Het belooft wat en staat vol met geheimen en ontdekkingen van dat wat zó in ons dagelijkse leven aanwezig is en nauwelijks tot parate kennis behoort. Water met haar wreedheid en de magische levenskracht en niet te vergeten haar schoonheid vooral. Subtiel maar onmiskenbaar.

 

Uncategorized

Niets is wat het lijkt

De nacht draait en woelt het laken nauwer om mijn benen. Een onrustig gevoel omsluit mijn lijf, het hart klopt overal, behalve op de aangewezen plek. Wakker liggen is een waarachtigheid bij teveel aanvoer van geestelijk overpeinzingen en gedachten. Schrijven is een remedie om een wig te drijven tussen de voortmalende stroom. Het is nog net geen twaalf uur en ik heb een uur geslapen en ben kennelijk de grens van vermoeidheid over gegaan, want ik ben klaarwakker.

Het huis in de Amandelstraat telde drie slaapkamers op de eerste verdieping en een zolder. De laatste was lange tijd alleen in gebruik als opslag. Wij, de vier meiden, sliepen op een kleine kamer. Mijn zeven broers op de grote kamer en mijn vader en moeder op de allerkleinste kamer. Later sliepen zij op de grote kamer achter, want ik herinner me dat ik midden in de nacht met mijn blote voetjes en in doodsangst tevergeefs het grote bed opzocht. Mijn vader zaagde, te doen gebruikelijk, een bos omver en mijn moeder ademde diep in om de teug lucht dan weer met een lage ‘gggggg’ te laten ontsnappen. Er was altijd reuring midden in de nacht.

Mijn ‘bende-van-de-zwarte-hand-angst’ had zich voor eeuwig aan mij geketend vanaf de eerste regel van het boek en zodra de Beatlegordijnen voor het raam werden dicht geschoven en het licht van de lantaarn daar doorheen wonderbaarlijke schouwspelen toverde op de kale muren, kwam ze in volle hevigheid te voorschijn, tevergeefs klopte ik aan bij mijn slapende ouders en hun nachtelijke geluiden. Met opstaande haren in mijn koude nek droop ik af. Allengs werd beer als dekmantel gebruikt. Samen trotseerden wij het gevaar. Hij, met zijn onschuldige berehoofd op het kussen en ik bibberend onder de dekens. Overal waar mijn bed heeft gestaan was beer van de partij. Samen met die wonderlijke angst weken ze beiden tijdens de nacht niet van mijn zijde. Wat één boek al niet vermag.

Films keken we op zondag in het clubhuis, als de magische filmrollen in het gangpad draaiden en het snorren het geluid overstemden. Daar zat de spanning nauwelijks met de boefjes en veel levende Mariabeelden, trouwe honden, deelbaar brood en wat armoe voor het morele besef. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Nee, de film lag niet aan de angst ten grondslag. Zelfs niet aan de kinderlokker op de hoek van Hoge Noord, waar we altijd hard voorbij het braakliggend stuk land voor zijn huis renden.

Tekening  van Jan Rinke. 1914

De oorzaak was de kattenkwaad uithalende Pietje Bell. De dreiging die uitging van de naam van de bende was genoeg om de angst diep te laten wortelen. Die angel is altijd blijven zitten. Alle Pietjes verbleken bij de Harry Potters van tegenwoordig. Oneindig veel meer angst wordt er met beeld en geluid in ontvankelijke kinderzielen gepompt. Als ik al last had van een titel, hoe zal het de rest van de mensheid dan vergaan. Er is een tijd geweest, dat twee nieuwe kinderen op de galerij dachten dat ik een heks was. Zo heeft de man op de Hoge noord zich dus gevoeld. De kinderen hebben er maar een half jaar gewoond. Alles is betrekkelijk. Pietje Bell liet zich niet relativeren. Die blijft met grote regelmaat terugkomen.

Het is zo’n ongerede angstnacht. Ze loeit door elke vezel en schept onrust, haar zwarte hand leunt op mijn hart. Ik hyper naar ongekende hoogten, terwijl ik woel, draai en verstrikt raak in lakens en gedachten. Misschien moet ik als remedie Pietje Bell nog eens lezen, omdat vaker niets is wat het lijkt.

Uncategorized

Haar eigen weg

Gisteren was zo’n dag dat alles naadloos in elkaar schoof en ik pas ’s avonds doorhad, hoe veel bergen ik had verzet of liever, hoeveel van Gods water ik over Gods akker had laten vloeien. Dat is een wijze spreuk van vroeger. Eigenlijk het ‘Go with the flow’ van nu. Ze wisten het wel, alleen verpakten ze de boodschappen anders. ‘Pas op de plaats’ en  ‘Bezint eer gij begint’ komen allemaal weer terug in de koker van het Mindful leven van nu.

In alle vroegte naar de tuin, waar ik alleen leek te zijn met de vinken en de mezen, de buitelende kieviten in het veld, de lijster en de meerkoet, die ik aanzag voor een haastig verdwijnende muskusrat, maar die voor mijn neus weer te voorschijn kwam en geagiteerd krijsend opvloog. Het niet al te hoge gras gemaaid en dat was prima te doen, daarna vooral onkruid getrokken en de enkelvoudige dahlia’s in de grond gestopt. Groei en bloei.

 

Op het warmst van de dag weer in het koele huis. Met de kapotte parasol steek ik een stokje voor de koperen ploert en het euvel blijkt met een losse schroef te fiksen.  Ze is vooral nodig om de balkonia’s niet te laten verzengen in de hitte. Binnen werk ik aan kleine tekenopdrachten voor zuslief en vind de verdieping in Leonardo da Vinci en zijn waterschetsen. Wat een heerlijk onderwerp. Hoe werkt dat eigenlijk, stromend water uit de kraan. Dat is snel te checken. Vastleggen van die doorschijnende ongrijpbare stroom is lastiger dan je denkt. Ik neem er een foto bij en tuur en tuur. De tijd vliegt voorbij als je aan het tekenen of schilderen bent geslagen. Dankzij mijn kleine aquarel pocketdoosje, dat op mysterieuze wijze verdwenen is, vind ik de grotere ongebruikte van Gogh aquarellen weer terug. Ik zei het al. Zo’n dag dat alles lukt.

011Voeg je naar de beweging

’s Avonds is het tijd voor Vianen. Wat heb ik die rust van dat kleine landelijke dorp aan de rivier gemist. De avondstilte, de oude gevels, de Hofpoort en haar vriendelijke bewoners, die gedag zeggen, brengen de tijd tot stilstand en de glans van de historie met zich mee. In het atelier is het warm. We werken vandaag met potlood, stift, houtskool en pastels. Zodra we de verdieping zoeken in de ‘krieuwels’ van Leonardo vinden we oneindig veel meer, dan op het eerste gezicht te zien valt. Door letterlijk met de stroom mee te glijden, in het kolken en bruisen duiken, te midden van het opspattende water, omhoog krullen en weg te golven ontdek je zijn diepte.De eerste drie tekeningen volg ik zijn voetsporen. Vooral de stift op plastic werkt verrassend. Water wordt Delfts Blauw.

017Vijver in de Hortus

Pastel maakt het zacht en vangt de beweging. Bij het vrije werk ben ik bij de vijver van de oude Hortus van gisteren en zie in het groengele water, waar zon breekt en het licht filtert, de kleine donderkoppen weer, onder mijn handen groeien de azalea’s en omlijsten de vijver. ‘Bron van nieuw leven’ filosofeert Mieke. Ze benoemt het anders, maar door er nu over te schrijven moet ik denken aan de vorige fase, waarbij we een motivatie moesten geven voor wat onderwijs nu eigenlijk betekende in het Meesterstuk dat ik aan het schrijven was. Het heette ‘Terug naar de Bron’. De titel is veelzeggend genoeg, maar de bijpassende foto verklaart alles.

078Terug naar de Bron

Het is de buis, de bron waaruit de inspiratie vloeit. Mijn tekening is een samenvoeging is van de foto destijds en het vredige beeld van het groene water van gisteren. Dat krijg je als, in de inspiratie van het moment, alle deuren in het hoofd zich openen. Laat maar stromen…Inderdaad, een nieuwe fase vindt haar eigen weg.

032

 

Uncategorized

Zicht van lijn en licht

Ze vliegen lekker hoog, de gierzwaluwen. ‘Het mooie weer houdt nog even aan’ roepen ze scherend door de ijle lucht. Gisteren na het avontuur met Pluis en de fysiotherapie wilde ik gedachten en indrukken op een rijtje zetten in de stilte van de Oude Hortus. De kleine Blauwe Prins stond veilig en voor niets in de Rijnlaan geparkeerd en de wandeling was op zich al de moeite waard. Schoonheid ligt op straat. Op naar de lange Nieuwstraat. De terrassen op het Ledig Erf zaten vol met pratend, zonnend, genietend volk. Zon kleurde alles lichter.

014Donderkopjes

In de Hortus was het stil. Vanuit de open vensters van het Universiteitsmuseum klonk hier en daar wat geroezemoes, maar verder was er, op het gebeier van de klokken na, trillers van de merel en bijen-gezoem een oase van rust midden in de hectiek van de stad. De zon speelde met het gebladerte en wierp prachtige en krachtige schaduwen op. Het licht wordt feeëriek in de doorschijnende vijver, waar donderkopjes wegschieten als het fototoestel een schaduw op het water laat vallen. Ze zwemmen in alle stadia gemoedelijk door elkaar heen, met staart, met pootjes of gewoon nog als kleine dik bolletje. Dat wordt wat en ik beloof aan mezelf om straks te komen luisteren naar wat de kikkers elkaar te vertellen hebben.

023 De oudste Gingko in volle pracht

De bloeiende Rododendrons en de azalea’s streven om het hardst om hun bloemenpracht te etaleren. Dankzij het licht lijken de bloembladen doorschijnend teer. Zon licht het blad van de Gingko op, die prachtige oude wijze boom waar al zoveel jaar anderen in bewondering hebben voorgestaan. Ze schrijft geschiedenis.

055.JPGKruidentuin

In de kruidentuin staan alle heilzame kruiden gegroepeerd en gesorteerd op kwaal of aandoening. Er is voor elk wat wils, alsof de Zalkse Katrien er zelf rondwaart en kwistig strooit met haar kennis en kunde.

043fluisteren der varens

Het groene pad, dat eigenlijk sloot is, dicht bekroost, draagt haar oeverplanten met sier en ook hier tekenen schaduwen een nieuwe wereld, waar de tongen van de varens weldadig krullen en hun verhalen doorfluisteren in de windstilte. Drie vrouwen komen uit het museum gelopen op zoek naar een lege bank, om zich te laven aan het zonlicht. Het geroezemoes gaat verder als het gebeier is gestopt. Ze praten gedempt als bij een kathedrale stilte en ik bedenk me dat dat de juiste omschrijving is voor deze bijzondere hof.

111Hertshoorn in de kas

De oude bakstenen schoorsteen torent hoog boven de oude kassen uit en binnen is er dezelfde gewijde stilte, ik ontmoet de Hertshoorn en de Christusdoorn en ben weer even thuis, waar mijn moeder water geeft aan twee van haar lievelingen.

085Spiegelen

Hier speelt het licht een prachtig spel met het houten raamwerk van het dak en het water en veegt strakke grijstinten door het nat, zet de wereld op z’n kop. Twee kinderen dartelen met een briefje tussen de oude planten door op zoek naar antwoorden voor de opdrachten, die speurwerk vergen. De tuinman sproeit zich een weg er doorheen en speelt verstoppertje met de schaduwen.

102

Uit de luwte valt de lome hitte van de stad zwaar. Het asfalt zindert. Voor me loopt een vader te wandelen met een kind in de wandelwagen en een kleintje ernaast, ook met de wandelwagen en haar onderuitgezakte kleine baby. Haar blote voetjes dribbelen driftig op de cadans van de grote man naast haar. Dit beeld verwarmt meer nog dan de zon en al haar schaduwschilderingen. Met een belofte voor later, als over het water van de Vaartsche Rijn onder de spoortunnel haar lijnenspel rimpelt, zwaait Stad me uit. Morgen weer een zicht van lijn en licht.

103Vaartsche Rijn

Uncategorized

‘Kat in het bakkie’

Zon kleurt het leven lichter. De benen zwaaien met zin over de bedrand en er is bedrijvigheid voor twee in die eerste uren. Vanmorgen had ik de gieter gevuld en liep naar het balkon toen ik een klagelijk mauwen hoorde. ‘Een kat in nood’ registreerde mijn brein. Het kwam uit de diepte. Over de rand van het balkon heen, zag ik tot mijn grote schrik onze lieve Pluis in de boom van de benedenburen zitten. Op de hoogte van onze balkonrand. Tweehoog is erg hoog voor zo’n kleine balkonkat, die niets gewend is.

Toevallig was er gisteren een filmpje op Facebook langs gekomen over een bovenkat die uitgelaten werd en met een mandje werd opgetrokken. Een ingenieus idee, dat hier nooit uitvoerbaar is vanwege de drukke weg vlak naast het huis. Het was een grappig filmpje.

178

Nu de nood aan de man was, riep ik zoonlief en herinnerde hem aan de mand. Gelukkig wist hij er op zolder nog een en een touw. In de kale mand stapte ze niet. Met veel flemen en lieve stemmetjes wilde ze wel, maar durfde nog niet echt de overstap te maken. Zoon stopte een kussentje in de mand en een lekkere zalmstick en toen begon ze voorzichtig aanstalten te maken. Daarbij kieperde het gevaarte af en toe vervaarlijk een kant op. Uiteindelijk lukte het met kalmte en beleid en werd de mand tenslotte over de rand van het balkon heen gehengeld. Poes weer veilig op vier pootjes en een zalmstick voor de schrik. Ik was wel toe aan koffie.

180

Ze had even haar bekomst van hoogte, want ze sprong zelfs niet meer op het aanrecht om stromend water te bemachtigen. Dankzij het filmpje op internet en het lumineuze idee van de mand wisten wij wat te doen in nood. Als je de juiste dingen uit de media filtert kan het van onschatbare waarde zijn.  Onze Pluis werd kat in het bakkie en daarmee gered uit een benarde situatie. Vóór deze ervaring  balanceerde ze altijd op de rand van het hek. Ze speelde wankel evenwicht, zorgde voor een lichte hartverzakking om dan nuffig met haar snuit in de lucht op haar vier pootjes over het smalle randje weg te wandelen, parmantig met de staart omhoog. Maar erna was het een klein hoopje angst en verstopte ze zich op zolder na dit hachelijke avontuur.

181

Angst is een wonderlijke emotie. Het werkt verlammend. Iedere stap die je zet, zo moet Pluis het gevoeld hebben, is een stap dichter bij groter onheil. Normaal gesproken heeft ze een klein bescheiden miauwtje, want ze laat zich zelden horen. Dit was een krachtig én angstig mauwen. Dat ze uiteindelijk toch de stap gewaagd heeft in de mand en bleef zitten, terwijl het steeds maar schever ging hangen is een wonder. Dat de prunus hier van beneden met haar takken en gebladerte al zo dicht begroeid is en daardoor een natuurlijk vangnet vormde, een zegen. Want Pluis was nu weliswaar op haar pootjes terecht gekomen, maar wel in een penibele situatie.

182

‘All’s Well, that Ends Well’ voor Poes, dankzij een filmpje op FB. Helemaal geland is ze nog niet, want ze verstopt zich op dit ogenblik, omdat de schrik haar om het hart is geslagen, net als bij ons. Pluis haar eerste avontuur en naar ik hoop, voorlopig tevens haar laatste ‘kat in het bakkie’.

186

 

 

Uncategorized

Laven aan leven

Eindelijk weer ontwaakt met het witte licht. Dat was een tijd geleden, door alle commotie dat een leven met zich meebrengt dat gericht is op organen, lijf, ziekenhuis en therapeuten. Nog maar kort geleden was dat een leven vol reuring en kinderen, creativiteit en bevlogenheid. Het is wennen om teneinde toch de wikkels te vinden waar de geestverrijkende momenten uit te peuteren vallen. Ze zijn meer dan aanwezig, als je de ogen maar open houdt. Maar wennen is het. De ochtenden begonnen allengs later, zeven uur werd een gewoonte.

008

Het heeft ook met de winterdag te maken en de sombere grijsheid van het bestaan. Nu de lucht zomerleven ademt en vogels hun muzikale kwaliteiten om half vijf al inzetten, is de tijd  rijp eerder wakker te worden en daarmee komt op het presenteerblaadje het witte licht, net voor de zon opkomt. De stilte, de trillers en die bijzondere ochtenddeken over de bomen heen blijft even hangen en wordt daarna doorbroken door rood-schakeringen achter de bomen om vervolgens met het zonlicht een doorschijnend groen goudgeel op te fleuren. Een vroege auto doorbreekt het concert, dat vanachter de huizen klinkt en waar ik de merel op de nok van het dak tegenover de flat weet. De planten op het balkon hebben hun waterballet al gehad en pluis nestelt zich in een van de rieten stoelen met een oog open en op de omgeving gericht, loerend naar alles wat beweegt.

002

Mijn eerste bewuste ontmoeting met dat witte licht was in een oud bijna boerenhuisje in het dorp Vreeswijk, waar ik als nachtverpleging de zorg had voor een mevrouw met een tumor in haar mond. Om uit de bedompte moeizame nacht te ontsnappen met het verdriet en de pijn en het leed, liep ik ’s morgens zodra het licht werd, naar buiten, het klompenpad af en ademde de schoonheid van het leven. De tegenstelling was zo groot, maar op dat moment had ik het nodig om me op te laden en weer naar binnen te kunnen ten einde de pijnlijke waspartij  te starten. Op het pad sprongen kikkers haastig weg, de duif koerde de stilte stuk en merel hief haar eerste trillers aan. Verder alleen het geluid van de kippen aan het einde van de tuin. Ze schraapten met hun poten het zand weg onder een genoeglijk en vredig klokken, alsof ze tegenhang boden voor het pijnlijke kreunen van zo even.

Euthanasie was een brug te ver in die dagen. Het lijden was te heftig voor een mens om te dragen. Haar man verkrampte, zijn hoofd drong steeds meer tussen de schouders. Hij zwoegde zich door het verdriet heen en de machteloosheid was tot in elke vezel te voelen, gevoed door een godvruchtigheid die een te hoge tol aan het eisen was.

Mijn ontsnapping gold het witte licht. Een teug van een beloftevolle nieuwe dag en daarna kon ik het weer aan om naar binnen te gaan. ‘Alles went’, zeiden ze vroeger. Maar dit buitensporige wende nooit, dat trage lijden waar geen eind aan leek te komen en de wetenschap dat elke handeling die je verrichtte een nieuwe pijnsensatie te weeg bracht. Wat een tegenstrijdigheid.

018

De violen lessen gretig hun dorst, ze lusten bijna wel twee keer per dag een slok water in de brandende zon. Het belooft een prachtige dag te worden, met een theatervoorstelling voor de allerkleinsten, kan ik me weer even laven aan hun spontaniteit en ongeremdheid. Dat dus, die wikkels, gevuld met de mooiste momenten om uit te pakken en te koesteren. Als tegenhang om het verdriet, een tikje laven aan leven.

Uncategorized

Er te mogen zijn

Elkaar helpen. Het is een simpel gegeven en iedereen weet dat het werkt. Gisteren was een dag van herdenken, dat bij mij altijd uitmondt in denken over het feit hoe het komt dat mensen elkaar moedwillig zouden willen benadelen, vaker uit eigen belang en narcisme, dan om een gemeenschappelijk belang of groter. Vroeger zei men bij een echtelijke twist in de straat of in de vriendenkring: ‘Zij gunt hem het licht in de ogen niet!’ De bitterheid waarmee die zinsnede omgeven was, proefde ik intens. Het deugde niet in ieder geval.

IMG_7033.jpgLicht in de ogen

In de jaren vijftig was nieuws vergaren vooral toegespitst op het leven in de kerk, buurt en straat. Het was een kleine gemeenschap, waar men elkaar kende van haver tot gort en waar, niet zelden, het intieme leven ook op straat rolde, letterlijk soms. ‘Ze vochten elkaar de tent uit’ heette het, smeuïge verhalen tijdens de doorrookte verjaardagen. Wij, kleine potjes met de grote oren, hadden daar een geheel eigen voorstelling van. Ik vermoedde dat er ergens een grote circustent in de buurt moest staan. Kleine hersens kraakten en braken er het hoofd over.

Afgunst en jaloezie doen veel, maar altijd ligt er de angst aan ten grondslag. Angst om het verlies, angst om het gewin, angst om het gemis, angst om de leegte. Laatst las ik in een artikel van Gerard Driehuis de stelling van  psycholoog Paul Bloom: ‘Van empathie en medelijden komt narigheid en oorlog’. Hij noemde empathie de mogelijke bron van alle ellende , omdat het gevoel blijft haken op medelijden met één persoon in plaats van de nood in een groter verband te zien. Het zou de aandacht afleiden van het humanitaire probleem.

035Troost bij angst.

Kinderen zijn prachtige voorbeelden van het tegenovergestelde. Zij handelen puur, omdat ze niet geplaagd worden door wat wenselijk is of door verlangens en verwachtingen van een ander. In de kleine groep kinderen die ik tot voor de kerstvakantie had, heerste met name de liefde voor elkaar. Ik heb vaker een groep zo voor elkaar zien opkomen. Het was aandoenlijk en leerzaam.  Ze waren met recht aan elkaar gehecht. Ieder kind werd geaccepteerd met alle eigenheden die ze bezaten. Het kind dat niet stil kon zitten, het kind met passie, het kind met de geëxalteerde bewegingen, het kind met de angst, het kind dat altijd alles omgooide, het kind dat vaak een natte broek had. Zonder woorden, zonder er de aandacht op te vestigen stonden ze open voor elkaar. Er schoof een arm om een schouder, er werd met elkaar meegeleefd, er werd gedeeld, er werd geholpen. Zonder vooropgezette reden, zonder eigen belang. Gewoon, omdat het helpt om de veiligheid die het geeft.

028Johan de Wit: ‘Sparrow’ (35 mm film, loop).Voorlinden

Het ligt in ons besloten om empathie te hebben voor een ander, maar wordt ten gronde gericht door een beschaamd vertrouwen of door het wantrouwen zelf. Doordat men elkaar het licht in de ogen niet gunt en men elkaar de tent uitvecht om zelf boven op de rokende puinhopen de vlag uit te steken. We kunnen nog wat opsteken van kinderen en hun bezieling. Ze hebben het vermogen nog niet verloren om een onvoorwaardelijke band te scheppen, omdat ze onbevangen in het leven staan. Vrijheid is iedereen het licht in de ogen gunnen en elkaar de ruimte geven er te mogen zijn.

Uncategorized

Grenzenvrij op wereldschaal

Als je al 65 jaar oorlogsvrij door het leven heb gedanst, ben je een ongelooflijke geluksvogel. Er zijn maar weinig landen, die net als Nederland kunnen bogen op een betrekkelijk rustig bestaan in de luwte van grote broers, die overal herrie aan het schoppen zijn. Ik ben een nitwit op het gebied van oorlogs-ervaringsdeskundige. Mijn redactie vroeg me te schrijven over een kinderboek dat met grenzen en overschrijden te maken had. Ik vroeg de kinderboeken ambassadeurs Hans en Monique Verhagen om raad. Ze gaven onmiddellijk als tip het boek: ‘Hallo wereld’ van Bana Alabed.

Het boek lag naast mijn bed, zoals alle te lezen boeken, tot de tijd rijp was. Anders komen ze in de boekenkast terecht met het gevolg dat ze tijdens een herhalingsoefening ineens weer worden herontdekt. Nu hoef ik alleen het stapeltje maar langs te lopen. Keuze genoeg. Vooral de laatste tijd, nu nieuwe boeken in de kringloopwinkels schreeuwen om  aandacht als ik er langs loop. Ze vallen op, om hun glanzende ruggen, hun intense kleuring, hun hagelwitte titels. Mensen houden hun boeken niet meer in een boekenkast maar geven ze door of weg in het kader van het mindful ontspullen. Geen gekke gedachte als vreugde en voldoening het rendement van delen is. Ik wil er al jaren aan beginnen, maar het zijn net kinderen hè. Alle drie de grote boekenkasten zijn me, met hun geweldige inhoud, mijn leven, even lief.

Om op die grenzen terug te komen. Zodra je gedoemd ben om huis en haard te verlaten, sjouw je die boeken niet met je mee. Die blijven achter, even als je schildersezels, je doeken, je lievelingsstoel van oma, de kinderbijbel van lang geleden, het fotoboompje van vroeger,de pendule die ooit op de schoorsteen stond, het kastje met je dagboeken en de lades met de sieraden die geschiedenissen vertellen. Het draagbare en handzame mag mee. Soms valt er geen keuze meer te maken.

Zoals in het verhaal van Bana Alabed, een klein dapper meisje, dat zich staande houdt ten tijde van het oorlogsgeweld in Aleppo. Te midden van regens van bommen met allesverwoestende inslagen viert het vermogen en de souplesse, door ondanks alle angst er geschiedenis over te schrijven en voor opvang te zorgen van het grote verdriet, een zegetocht. De kracht van een klein levenslustig meisje die boodschappen uitzendt naar de wereld om hen niet te vergeten. Mijn bewondering voor haar groeit met elke regel van het boek en ik besef, dat iedereen dit kleinood zou moeten toevoegen.

Mijn jeugd was die in tijden van wederopbouw. De melk was dik en romig, de welvaart steeg met de dag. De zware wasketels werden vervangen door machines, de wringer door een centrifuge, het aanbod aan groente, fruit en vlees werd steeds talrijker, wittebrood met dik roomboter en suiker was allang geen uitzondering meer. De eenvoud van het leven ‘Het gras was groen, de lucht was blauw’ zorgde voor een rijke basis.

De lucht van Bana is geel van de fosfor, het gras en alles wat nog natuur was, grijs van het stof of verdwenen in grote grijnzende kraters, het getjilp van de vogels wordt overstemd door het oneindige suizen van de bommen en de munitie. Vier mei is een dag om de oorlog der oorlogen te herdenken, die met zijn verwoestende werking een dood spoor door het leven trekt.

048foto: Jimi

Iedereen zou het gras moeten kunnen ruiken, de blauwe lucht zien stralen in de ochtendzon. Vier mei vier ik in verdriet om het leed met een hartenwens voor de wereldvrede. Vier mei gedenk ik grenzenvrij op wereldschaal.

Uncategorized

Een nieuwe weg lag open

Hoe zou dat nou toch komen dat nachtelijke uren in mijn hoofd allesbehalve slaapverwekkend blijken te zijn. Op sluipersvoeten komen de gedachten binnen. Ze draaien en wentelen, dringen voor, dringen zich op. Het hoofd is vol. Op de ademtherapie van gisteren leer ik mijn adem te sturen en daarbij, mindfulness ten top, de concentratie te richten op bijvoorbeeld de voeten door met een subtiele beweging  naar buiten te draaien of de tenen te buigen, in zitstand de voeten in de aarde te drukken. Alles met een lichtvoetigheid en speelsheid, waarbij het loslaten zorgt voor ontlading. ’s Nachts pas ik het toe, tijdens die doordravende gedachtestroom.

Vannacht schreef ik in mijn hoofd verder aan het verhaal, ondanks de beproefde oefeningen. Na de ademtherapie was ik aan de wandel gegaan om een flink aantal kilometers weg te kunnen tikken. Ik had de hele week niet meer dan geslenterd, dus een stevige wandeling kon geen kwaad. Na de therapie had ik wat meer lucht dan ervoor.

img_37941.jpgBroodje in het park.

Na wat winkels en omzwervingen zat ik op een bank in het kleine park, met een volkoren broodje met eiwitrijke dik kaasbeleg, de diëtist indachtig. Kinderen speelden bij de toestellen er verder op. De moeder zat druk te bellen. De jongens kregen ruzie en de kleinste liep kwaad naar het midden van het veld. Daar bleef hij staan. De stoom kwam uit zijn oren getuige de opgetrokken schouders en de gebalde vuisten. Niets is zo verraderlijk als lichaamstaal. Ineens begon hij en stukje te huppelen. Wat was daar de reden van, ik keek met hem mee en probeerde de oorzaak te vangen. Een klein koolwitje of een citroentje fladderde voor hem uit. Hij volgde, bleef stil staan, tuurde weer en volgde. Zo ging het spel door tot hij achter de struiken was. Zijn moeder reageerde pas later en riep, al speurend, zijn naam.

018

’s Avonds sloeg ik het nieuwe boek van Renate Dorrestein open. Ze schreef in haar inleiding, dat ze op een strooptocht in de Haarlemmer kringloop de  omgeving ging verkennen en een kleine verscholen school achter het spoor tegen kwam. Ineens voelde ze daar ter plekke, dat ze op de locatie stond van de plaats van handeling voor haar nieuwe boek. Het heette het Noorder Kinderhuis en onmiddellijk schoten er een paar onvervalste, op de bijbel geschoeide, namen door haar hoofd. Zo werkte het dus. Het verhaal diende zich hier op een presenteerblaadje aan. Ineens wist ik het. De hoofdpersoon uit mijn verhaal zou verdwalen, net als de jongen op het grasveld. Natuurlijk. Of dat achter een vlinder aan was, deed er niet toe, het verdwalen op zich was een goed gegeven. Daar konden de prachtigste nieuwe avonturen uit ontstaan. Ineens waren er ontsnappingsmogelijkheden te over.

Ondanks de twee andere boeken, waar ik al in begonnen was, die van Connie Palmen en die van Griet op de Beeck, ging Renate en haar boeiende uitleg met me aan de haal. Misschien ook omdat de reden van schrijven zo aangrijpend was. Het zou haar laatste boek worden. Connie schreef over de dood van haar geliefde Hans van Mierlo, Griet schreef over haar aangrijpende ervaringen uit een verleden dat haar vormde, maar Renate schreef in de wetenschap, dat het een laatste boek zou worden. Een boek dat af moest, omdat het voor een schrijver ondraaglijk was als er losse eindjes zouden blijven hangen, dus een boek met op zichzelf staande verhalen met de schrijfsels uit het verleden, notities en ervaringen als leidraad.

002Losse eindjes

Zo hadden de losse eindjes van mijn eigen krabbels mij wakker gehouden en vormden een nieuw begin dankzij Renate, die me naar de jongen leidde en de vlinder, Een  volgende locatie zou zich ongetwijfeld aandienen. Een nieuwe weg lag open.

Uncategorized

Respect

Als herboren wakker worden met een stralende zon. Als ik de dubbele deuren open gooi, stroomt de koude van de afgelopen dagen naar binnen, maar mét zonlicht. In de wetenschap dat het over twee of drie uur veel behaaglijker zal zijn op het balkon, nestelt poes zich alvast op een appetijtelijk plekje en knijpt haar ogen, koesterend naar het licht, dicht. Voor de afwisseling moest ik gisterenmiddag naar het ziekenhuis.

Dat betekende dat de hele ochtend nuttig besteed had kunnen worden, als ik me niet verloren had in mijmeren. Ik peins wat af deze dagen. Vanuit een ooghoek irriteerde het scheefhangen van mijn zelfgemacraméde hanger van grof sisal. Dat kon anders en ik had nog wol van de okergele sjaal over. In de ledigheid dus toch ijverig aan de slag en klokslag 2 uur had ompot een nieuwe jas en hing weer helemaal recht.Een bron van vreugde voor mijn simpele ziel.

Spoorslags naar de Dietetiek. Wie het wist van dat tussenvoegsel, mag het zeggen. Ik heb echt mijn hele leven lang diëtiek gelezen en geweten, niets anders. Die wetenschap verblikte en verbloosde bij het zien van het bord in het kleine halletje. ‘Als u een afspraak heeft met de Diëtetiek, kan U plaats nemen. U wordt gehaald.’ Naast me zaten een man en een vrouw. Zij was groot en aanwezig, hij miezerde achter haar brede postuur. Ik vroeg hen of je je echt niet hoefde te melden. Dat is normaliter gouden regel. De vrouw haalde haar schouders op. Dat wist ze niet.

007

Als je ergens zit en je wordt bespied, dan voel je het. De vrouw bekeek me, terwijl ik me verdiepte in de boodschappen op de Iphone. Lang leve het digitale verstoppertje. Na vijf minuten draaide ze zich pontificaal naar me toe en zei: Je komt me bekend voor. Ik monsterde haar nu wat beter. ‘Sportschool(ze schoot in de lach), Nieuwegein, onderwijs, verpleging.’ Het was het allemaal niet. ‘Van veel langer geleden’, zei ze. En daar vlogen mijn gedachten naar mijn jeugd. Ondiep? Bingo. Ze vroeg of ik een Spelbos was of een Neerbos, een Van Eyndt. Hoe is het mogelijk. Ze noemde alle naaste buren op uit de straat van mijn ouderlijk huis. Ze woonde op de hoek. Haar ijzersterke geheugen haalde de tijd van vijftig jaar terug met het grootste gemak naar boven. Te bedenken dat ik nu haar naam alweer vergeten ben. Iets met een A. We wisselden verbleekte herinneringen uit.

006Café au lait, lait, lait…met liefde

Een jongen met een open gezicht riep mijn naam. Het was Bram de diëtist. Hartelijk en glimlachend nam hij mijn status op en legde uit dat ik niet zwaarder hoefde te worden. Bij mijn lengte waren de vernieuwde kilogrammen de juiste aanwinst voor de weerstand. Bij de longaandoeningen gaat het er met name om dat je de spieren in conditie houdt. Beweging was de ene kant en bouwstenen als eiwitten de andere kant waar aan getrokken moest worden. Het viel me vooral op dat hij, op alle antwoorden die ik voor zijn vragen had, geen enkele keer negatief of afkeurend reageerde. Daar was wel reden toe, want een grote eter ben ik niet en er zat al helemaal geen regelmaat in. Het eiwitgehalte was met mijn oplos cappuccino te verwaarlozen. Slechts luttele grammen met de drie scheppen kwark erbij per dag.

007-e1525246751336.jpg kwark met blauwe bessen

De kazen en melk, de ongerookte  zalm en de vlezen vlogen me om de oren. Vlees liet ik voor wat het was, maar aan de eerste drie kon ik voldoen. Regelmaat moest lukken met zeeën van tijd.  Brood en pasta mocht ook gewoon cracker en groente zijn. Geen dwang, geen druk, geen bezwerende vingertjes. Deze man had met een ontwapende vriendelijkheid een verruimende vrijheid voor zijn medemens ingebouwd. Wat een verademing, letterlijk en figuurlijk. Daarmee had hij mij tot in elke vezel van mijn eiwitloze spieren geraakt. In het boodschappenmandje, even later, zaten een pak melk, kaas, kwark en blauwe bes. Motivatie dwing je niet af, die vang je met respect.

Uncategorized

Als we weg gaan, glimlacht ze

Wat een heerlijkheid als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Gelijkgestemde zielen met dezelfde kwaal kom ik tegen bij de Longrevalidatie. De samenstelling van de aandoeningen kunnen verschillen, maar de kwaal is hetzelfde. We komen lucht tekort. Het probleem met benauwdheid is, dat het zo wisselend kan zijn. Er zijn dagen dat je niet vooruit te branden ben en er zijn dagen dat er bijna niets van te merken is. Dan hijgt en kraakt het oude lijf niet en kan ik in bedaarde tred de vaart erin houden. Bij de krachtoefeningen om de longspieren te sterken zijn de dagen op de sportschool niet voor niets geweest. De conditie is nog redelijk. De oefeningen zijn fijn, ze geven me het gevoel weer op te bouwen. De twee minuten rust tussen elke handeling zijn nieuw voor me. Twee minuten duren een eeuwigheid als je er op wachten moet.

128We komen lucht tekort

De fysio leert me de inspanning op de uitademing te doen. Het zijn en passant van die opmerkingen die draagkracht hebben. Ik test het bij het trappen lopen. Een diepe teug lucht onder aan de trap en uitademen als ik naar boven ga. De trap is langer dan de uitademing en ik kom in de knoop, hap alsnog naar lucht. Wacht even, dat moet anders, adem in, adem uit. Extra pauzes waar de adem stokt. Het blijft een wondere wereld zo’n aangedaan lijf. Bewust goed ademhalen is een kunst op zich.

Er is een vrouw, jonger dan ik, die begin januari een flinke benauwdheidsaanval kreeg en nu langzaam weer aan het opkrabbelen is. Het betekende pijn, prednison stootkuren en flauw vallen. De deemoedigheid, waarmee ze het vertelt, is opvallend. Dan komt het hoge woord eruit. Ze schaamt zich, omdat ze struisvogelpolitiek bedreef en door bleef roken, terwijl ze wist dat ze COPD had. Als je het negeert is het er niet. Haar gêne heeft bijna een grotere impact dan de kwaal. Schoorvoetend ondergaat ze de oefeningen als straf. Het leven sombert. Daar wordt geen mens beter van. We drinken thee en wisselen, zonder elkaar te kennen, diepere lagen uit. We zitten in hetzelfde schuitje en willen allebei niet dat het zinkt.

505.JPGChiharu Shiota: Between the lines

‘Je moet roeien met de riemen die je hebt’, zei mijn moeder, die van de nood een deugd kon maken. Het is een goede manier om tot acceptatie te komen. Dat lijf, het is niet meer dan het is, daar wil je nog mee voort. Wat helpt is het liefdevol aan te pakken en te omarmen. Lastig omdat elk klein pijntje of scheefzakkertje een alarmknop in werking zet. Toeters en bellen gaan af bij elke kleine inbreuk.  Een mens sterft duizend doden. De onderliggende angst woelt zich bloot en trekt op alle fronten de aandacht. Waar eindigt de realiteit en begint de inbeelding. We verstrekten vroeger placebo’s aan angstige patiënten. Angst en ook die schaamte vreten aan en in. Ze versterken de kwaal. Ik leer ‘roeien’ en neem de buurvrouw mee.

0511.jpg

We trappen al fietsend ons een weg naar compenserende spieren, waarbij snelheid veel minder effectief is dan gedacht. Weer wat bijgeleerd. Buuf heeft wat extra zuurstof, ik put het uit de lucht. Praten komt pas bij de thee. We blijven lang na zitten in de lege oefenruimte. Twee vrouwen, ieder met eigen gedachten en een herkenbare kwaal. Er breekt een straal zonlicht door en trekt een Jacobsladder op de vloer. Als we weg gaan, glimlacht ze.

 

Uncategorized

De weldaad van de Stilte

Druilerige koude regen op een zondagmorgen, waar de hele dag nog open ligt. Dat vraagt om actie of een verglijden in zalig nietsdoen. Het kriebelt, dan toch maar een app wie er mee gaat naar de tentoonstelling van de Hyperrealisten in Rotterdam. Veel over gehoord en gelezen, maar een beetje huiverig voor wat we gaan zien.

094Hirshornfolder

Het is 2002 en ik ben in luilekkerland. In Washington zijn alle musea gratis. Het enige wat je er overal moet doen, is de inhoud van je tas omkieperen op een tafel voor geüniformeerde bewakers, die bij alle toegangspoorten van de brede entrees staan. Ik wandel in en uit, bezoek het Hirshhorn Museum and Sculpture Garden en word omver geblazen door een tentoonstelling van Ron Mueck. De narrige kale Big Man kijkt loerend naar al zijn bezoekers, overweldigend en groot. Ergens te midden van de aandoenlijke beelden  ligt een kleine oude vrouw als een vogeltje in bed. Ze ademt of toch niet, ze is te klein, maar zo overduidelijk echt. Ze is een van mijn vier demente bejaarden uit Huize het Oosten waar ik aan het ‘nachtzusteren’ ben en de verbinding aan ga met hun gemoedstoestand. Voor eeuwig heb ik liefde opgevat om de heldere momenten die komen in de warrigheid van de wisselingen van dag en nacht. Terug in het Hishhorn duik in een hoekje en schets de ‘Big man’ waar ik in mijn dagboek Fatman van maak. Dat grote kind met zijn verongelijkte snoet in het lijf van een man. Naakt en kwetsbaar in zijn emotie. Ik kan geen genoeg krijgen van zijn beelden, vergeet de tijd, tot ik weer uit de roes wordt getrokken door mijn gezelschap. We moeten voort.

Het hyperrealisme in de kunsthal in Rotterdam begint al voor de deur, waar een rij mensen wacht tot ze naar binnen kunnen. Ik mag door met mijn museum jaarkaart en wacht tot zuslief de wachttijd heeft doorstaan. Direct bij binnenkomst wisten we dat we de verkeerde dag en het verkeerde weer hadden uitgekozen voor deze populaire en toegankelijke tentoonstelling. Gelukkig waren we er redelijk op tijd en hadden nog ruimte om de verdieping in de gruwelijke boodschap van de Deen Michael Kvium te vangen, die met zijn absurdistische schilderijen, installaties en beelden de wereld tentoonstelt in haar dwaasheid en gekte. Het is er te druk. Er lopen te veel mensen.  Ik beloof mezelf terug te komen op een andere dag, of op een andere plek, om oog in oog te staan met zijn werk en de boodschap diep door te laten dringen, omdat zijn werk gruwelijk eerlijk is.

Op de tweede verdieping is er kaf en koren. Ik ben al lang niet meer onder de indruk van beelden die niet meer van echt zijn te onderscheiden, maar wel in de boodschap die ze brengen. Op de hele tentoonstelling zijn er maar een paar, die recht het hart in gaan. Het meisje dat tegen de muur aanleunt en waarbij geen huid te zien is van Daniël Firman, of de verstilde vrouw met de trui over haar hoofd van Marc Sijan. Een klein hoopje mens in de immense drukte, die met haar peinzende treurige blik ons vastnagelt.

Dat we van Paul McCarthy zijn beelden niet mogen fotograferen terwijl ze daar in hun volle naaktheid liggen, omdat dat zijn model zou schaden, voelt als een contradictie, omdat er horden bezoekers langs trekken. Het doet, door het verbod, meer stof opwaaien dan ooit. De echte naaktheid ligt bestorven in het beeld van Berlinde De Bruyckere. Fascinerende onvolkomenheid.

Ergens ligt een stukje huid. Heerlijk tactiel, al weet ik hoe silicone voelt. Dat is wat je zou willen, aanraken, elk detail van zo dichtbij als mogelijk, opnemen en foto’s maken, om later weer even terug te zijn. Als er nog meer realisme zich opdringt om naar binnen te komen, krijgt de toegangsrij dezelfde megalomane vormen als de sculpturen in de Hal. Weg wezen en uitrusten in een uitgestorven Oudewater, waar de beelden bezinken en indalen ver weg van de massa. De weldaad van de Stilte.