Uncategorized

Het zal mijn tijd wel duren

Ik ben mijn bril kwijt. Wonderlijk. Soms gooi ik hem ineens af, omdat ik het dan zat ben om dat zware ding op mijn neusbrug te voelen. Het zijn de momenten, dat ik er naar verlang weer vrijelijk met de wind door de haren en de striemende regen in het gezicht uit te waaien aan het strand, o zaligheid. Het is drie uur, maar door een wonderlijke inmenging van ons mensen, eigenlijk twee uur. Het stormt. De wind trekt aan de bomen en laat hun takken op en neer en heen en weer deinen. Soms zwiept ze de hele boom uit vorm. Het is de perfecte entourage voor Halloween. Eronder zwalken de feestvierders in wonderlijke kostuums voorbij en brullen naar elkaar om boven de gierende wind uit te komen. Het geluid scheurt de storm uiteen. Poes speelt een eigen monsterlijke rol door onder de sprei uit te kruipen en gejaagd te reageren op de tikkende geluiden tegen het raam.

IMG_6584Halloween minnende woelmuizen

Halloween, in de tijd een heel uur kwijt geraakt en mijn bril verloren, een perfecte nacht voor een potje griezelen. De afgelopen avond zag ik voor het eerst groepjes kinderen die als zombie, spook of geraamte de huizen af gingen. Luid gillend en lachend belden ze overal aan. Vooral daar waar de oranje pompoenen grijnzend de nacht in loerden op zoek naar onschuldige slachtoffers.

019Franse Bric à Brac clown

Vijftien jaar geleden was mijn eerste aanraking met ziekelijk uitgedoste mensen in New York. De hakbijlen staken door hoofden heen, kettingen rammelden angstaanjagend door de nacht, ogen priemden ineens fel geel, staalblauw of gifgroen en leken meedogenloos hard. Het zombiegehalte was hoog. De ijzingwekkende kreten of het gorgelende lachen klonk op uit de wrede, vervormde monden.  Het was daar dat ik besloot, dat het mijn feest niet zou zijn. Later bevestigde een internationale Zombiedag in de bijbehorende optocht van verminkte en bebloede wezens, in het anders zo statige Brussel, mijn voornemen. Snel verdwenen we het Palais des Beaux-Arts in om ons te laven aan de schoonheid van de doeken van Michael Borremans en de verse indrukken weg te spoelen.

Voor iemand wier nachten altijd te donker zijn en schokkende beelden te lang op het netvlies blijven hangen is het raadzaam om de Halloween te vervangen door de vriendelijke Sint Maarten, het bedelfeest van de armen. In onze eigen familietraditie kwamen beide feesten niet aan bod. Ik heb nooit met lampionnen langs de deuren gelopen. De snoepjes en sinaasappelen gingen aan onze neuzen voorbij.

0141.jpg

Poes is gevlucht en heeft waarschijnlijk een rustiger plek opgezocht. De wind is weer meer gaan liggen en trekt hier en daar nog even aan. Een uur langer slapen is de bonus van de lichte tijdsverschuiving en tot op de dag van vandaag vraag ik me af, waarom er geroerd moet worden in de biologische klok. Ik ben dan ook een ochtendmens en hou van de stille sluimertijd in de vroege ochtend, waar de dag zich langzaam opmaakt voor een nieuw begin. Winteravonden blazen we leven in met kaarsjes en zacht licht.

Beneden blijft het stil. Het feest is afgelopen. Ze zijn twee dagen te vroeg. Halloween, all Hallows, wordt volgens de overlevering gevierd op de avond voor Allerheiligen. Maar het weer speelde goed mee en het maakt eigenlijk niet uit. De bril is nog niet gevonden, dit is blind getypt. Rest me een uur te lang door te slapen wat nu geen makke is met die onrust in de nacht. Ik ga dromen van Sint Maarten, Brussel en de storm in de wetenschap en met de zekerheid dat alles altijd voorbij gaat. Zoals mijn vader altijd zei: ‘Het zal mijn tijd wel duren.’

 

Uncategorized

De ultieme eindige weg

De dichter Sylvia Plath schreef voor haar twee kinderen een boek, waarbij haar fantasie de heerlijkste bedden vorm gaf. Misschien aangespoord omdat het naar bed gaan te moeizaam ging, kon je maar beter zorgen dat kinderen zich lieten meevoeren in een ongebreideld verhaal over een bed dat de zeven zeeën bevoer of waar je altijd vies mocht zijn. De illustraties van Quentin Blake onderschrijven het bijzondere ervan. Elk onderwerp, dat uit zijn tekenpen vloeide, was het waard bestudeerd te worden.

Als kind wil je niet anders dan in die wereld wonen waar geen zee te hoog is en geen dal te diep. De zorgvuldig gekozen woorden van Sylvia rollen en roepen het tot de onbegrensde mogelijkheden, waar het voor bedoeld is. Een rondreis door alles wat het leven tot een groot avontuur schildert. De voeding bij uitstek voor ontluikende fantasie.

plathbedbook4foto: Brainpickings Maria Popova.

Met vier kinderen een kamer delen, was een grote luxe in het huis in de Amandelstraat. De broers sliepen immers alle zeven ook op één kamer, weliswaar groter, maar toch beperkter in de persoonlijke ruimte. Met de stapelbedden werd het leven een avontuurlijke gele onderzeeër, die werelden opende waar de verhalen uit de eerste televisie in de straat bij de buren de aanzet toe waren. Het koffertje van Okkie Trooy hadden we allang en breed veroverd en zijn krentenbollen waren de voeding voor de meest woeste avonturen, waar Mic en Mac, Oma Tingeling en Pipo koeien met Felicio de zigeuner er losjes doorheen gevlochten werden. Ons bed was het bed van de onmetelijke perspectieven met verdwijnpunten tot ver achter de horizon.

Op mijn netvlies staat een theezeefje gebrand. Het wordt onderschreven door een treurige melodie van verlangen en heimwee naar andere tijden en het kwam uit de serie Varen is fijner dan je denkt/Tinkeltje. Het bleek om een meisje te gaan, dat Zeefje heette.

Ik vraag het aan de wolken
Ik vraag het aan de zon
Och was er toch maar eentje die iets vertellen kon
Ik vraag aan het maantje
Aan het mannetje daarin
Ik vraag het aan de sterren
Die weten het net zo min

Zeefje, waar ben je gebleven?
Zeefje, we worden zo moe
Zeefje, waar ben je gevaren?
Zeefje, waar ben je naar toe?

Het werd uitgezonden van 1956 tot 1960. Mijn fantasie was al geprikkeld door de zondagmiddagen in het filmhuis, waar in mijn kinderogen mijn grote sterke vader films draaide in zijn witte hemdsmouwen en de boefjes op mijn netvlies toverde. Oeroeboeroe en Eucalypta hadden onder leiding van Paulus al een en ander in gang gezet vlak voor het slapen gaan. Het leverde een ongebreidelde fantasie op, die geen grenzen kende en die ik te beeldend een podium toedichtte.

Wat hou ik van die bijeen gesprokkelde bagage, die zich tot achter de kleinste deuren in mijn hoofd heeft vastgezet en er nu spontaan uit kan rollen tijdens een les of een verhaal. De bedden van Sylvia Plath passen er moeiteloos tussen. Heerlijke onderwerpen voor een Engelse les op niveau: ‘If you get hungry in the middle of the night, a snack bed is good for the appetite’ en dan de tekening erbij van een bed met een automaat aan het hoofdeinde voor de lekkere trek. Zo wil elk kind wel wegdoezelen.

the-bed-book-interior-plath-and-blakeFoto: BrainPickings, Maria Popova.

Sylvia heeft het met al haar fantasie niet gered. Ze leed aan zware depressies. Haar kinderboeken vertellen een leven vol verwachting en beloften en zijn tegelijkertijd een grote ontsnappingsmogelijkheid aan de werkelijkheid. Haar eigen bed was te krap om op reis te gaan. Ze koos uiteindelijk voor dé ultieme eindige weg.

Uncategorized

We gaan er voor

Volgende week moet ik drie dagen invallen in groep vier en dat is een hele nieuwe ervaring. Ik heb geen idee hoe de kinderen zullen reageren. Als voorbeeld neem ik kleinzoon Luca met voetbal als grootste hobby, maar ook met de momenten van een gefronst en diep nadenken over de serieuze kanten van het bestaan. Ik denk aan Mees Kees, de film die ik gezien heb en waarbij de jonge meester vooral het roer omgooit en de gebruikelijke kost in een nieuw jasje steekt. Ik denk aan alle keren dat ik voor het eerst iets nieuws moest doen, waar ik nauwelijks kaas van had gegeten.

Het voelt als spannend, maar ook als een uitdaging. ‘Al het begin is moeilijk’ fluistert het verleden over mijn schouder. Ik moet er drie dagen zijn, dus het is iets anders dan een dag overleven. Bovendien heb ik me voorgenomen om zinvol en betekenisvol te zijn, ook als ‘losse’ inval en het maximale uit de aanwezigheid van de kinderen, maar ook uit een digibord te halen. Dat laatste is geen sinecure, want tot nu toe ben ik de laatste der Mohikanen die nog op de meest directe manier les geeft, alleen met mezelf en de mouw die tot aan de nok toe gevuld is met liedjes, drama, literatuur en projectonderwerpen met de meest boeiende en tijdloze verhalen. In die zin zal het niet lastig zijn.

Ik denk terug aan de periode dat ik na twintig jaar weer mijn intrede deed in de onderbouw. Of aan het jaar dat ik voor het eerst een dag per week, naast Jan, in groep 3, 4, 5 stond. Jan, die een volkomen natuurlijk overwicht had en alleen maar twee keer hoefde te kuchen om het stil te krijgen. Daar kon ik met mijn prille onervaren aanpak echt niet tegenop. Een sprong in het diepe, die toch eigen werd. Onzekerheid en een schuchtere aanpak die uitgroeide tot een volkomen natuurlijk ‘jezelf’ mogen zijn.

ro;trap stedelijk museumDe brede trap.

Of aan die eerste dagen in het ziekenhuis, waar ik blanco en onwetend van de rollercoaster aan emoties die over me heen zou komen, schoorvoetend aan het bed van een patiënt stond. Praatjes maken met volslagen onbekenden in de rol van ervaringsdeskundige, terwijl je dat bij lange na niet bent. Dealen met verdriet en pijn, zelfs met de dood en daar een weg in zien te vinden. Met kleine stappen de ladder op, tot het een brede trap werd, die naar kennis en kunde leidde.

054

Mijn eerste bezoek als wijkverpleegkundige, een centrale factor in de intimiteit en de eigenheid van mensen, in wiens leven deze rol zo belangrijk bleek te zijn. Het alom luisterende oor, verpleegkundige, maatschappelijk werker en psycholoog ineen en toch er samen uit zien te komen en deze afhankelijkheid aanvaardbaar weten te maken met respect voor elkaar.

Er zullen altijd eerste keren zijn, hoe oud we ook worden. Al die ontmoetingen zijn een stap in een nieuwe ontwikkelingsfase en steeds weer zal het nieuwe energie opleveren. Een uitbreiding van het klankbord, een frisse kijk op het leven in het algemeen en nu, in dit geval, het onderwijs in het bijzonder. Het mes snijdt aan twee kanten. Het is niet alleen voor mij nieuw, maar ook voor de kinderen en precies op dat punt zal het grote ‘ontmoeten’ zijn in wederzijds begrip en vertrouwen. We gaan er voor.

 

 

 

Uncategorized

Nostalgie

Het moest er eens van komen. Op het voorportaal van de zolder staan alle restanten van een leven met een van de zonen. Een aantal verhuisdozen vol met kleding, schoenen en memorabele brieven, frutsels en ander spul. Iedere keer als hij langskomt wordt er in geneusd en meegenomen. Van een strakke opstelling is geen sprake meer. Gisteren met een hele vrije dag in het vooruitzicht begon het te kriebelen. Eerst denk je er alleen maar over, daarna is er een inspectie van de plaats des onheils om tenslotte toch te gaan schuiven. Ik besloot om een blinde vlek te maken en een kast zo op te stellen, dat erachter ruimte vrij kwam om de dozen te stouwen en aan het zicht te onttrekken.

Het hoofd stond in de henna en dat papje moest twee uur intrekken. Het zag er niet uit, want dat betekent een plastic zak om het bruine goedje en een handdoek pyramide dekte het geheel af. Ik had het met teveel water aangelengd. Met het bukken en tillen van de dozen zochten kleine straaltjes bruin vocht zich een weg langs hals en voorhoofd. Met de handdoek kon het in bedwang gehouden worden. Een kniesoor die er op lette. Er was niemand die zich er aan zou storen. Ik ploeterde voort.

007Een van de zolders van lang geleden.

Sjouwen, stelpen, sjouwen en stelpen. Er kwam schot in het geheel en uiteindelijk leverde het letterlijk en figuurlijk ruimte op. Het was niet helemaal tot volle tevredenheid, maar voor het ogenblik, met alles wat nog restte, was het goed.

Ergens, beneden, staat nog een schuur te wachten op zo’n aanval van opruimwoede met spullen die uit vorige verhuispartijen van de jongens tijdelijk zijn neergezet en nooit meer opgehaald. Schuurgebruik is uit een grijs verleden, toen er nog fietsen zwierven en het als opslag diende voor dozen met kerstspullen.

Een gouden regel van mijn moeder moet ik de jongens eens uitleggen. Alles  waar je langer dan een jaar niet meer naar omgekeken hebt, kan weg, als het niet om nostalgie gaat. Het werkt echt. Aan het eind van de middag, ontdaan van henna en de haren glanzend en springerig droog geföhnd, was het goed toeven op de bank. Moe maar voldaan had ik de sportschool uitgespaard en toch elke spier verbruikt. Twee vliegen in een klap.

Ik moest denken aan jet gedicht van Mies Bouhuys dat “De oude kist” heet.

De zolder ruikt naar boeken,
waar niemand meer in leest.
De dingen in de hoeken
zijn eenmaal mooi geweest.

Toen stonden ze nog beneden:
-wij waren nog heel klein-
de wieg van lang geleden,
de hond van porselein.

Mijn vaders hoge zijen,
mijn moeders parasol,
een kapstok met geweien,
een beertje en een tol.

Een kist vol spinnewebben
met ijzeren beslag;
het mooiste wat wij hebben
komt daaruit voor de dag.

Soms tref je zulke kleren
op oude prenten aan.
‘Dag dames, dag meneren,
zullen we wandlen gaan?’

Een strohoed met een strikje
groet naar een sleepjapon;
die antwoordt met een knikje
op ‘t stoeltje in de zon.

De heren komen nader
en lichten hoofs hun hoed. –
Wat jammer dat mijn vader
nu juist de lamp aandoet.

Ik knipper met mijn ogen,
ik knijp ze driftig dicht.
Alles is weggevlogen
in het electrisch licht.

Dat is een van de zolders waar je als kind naar kan verlangen, met een krakende trap die voert naar dat grijze en stoffige verleden. Die je meeneemt naar verhalen en voorstellingen, waar je met de ogen dicht over kan dromen. Die een brug slaat tussen jeugd en ouderdom en waar tijd geruisloos verbeidt. Een zolder die verlangen oproept en herinneringen. Zo ver is het nog lang niet, misschien voor de kleinkinderen, later, als het huis protesteert in al haar voegen omdat wij er zelf niet meer zijn, haar stempel drukt op het heden. Alles wat dierbaar is vervaagt en krijgt een andere betekenis als het verhaal niet meer verteld wordt door de eigenaar, maar op een vage herinnering of een vluchtige toets gereconstrueerd wordt en geschat op waarde.

Zo’n zolder dus, maar hier boven is die poëzie ver te zoeken.  Zilvervissen en kleding in het voorportaal bevolken de ruimte en lege dozen van apparaten. Ze mogen allemaal nog niet weg, laat een app weten. Eerst moet de eigenaar er zelf doorheen. Toch eens even de wijsheid van mijn moeder doorbellen. Wie weet, werpt het vruchten af en levert het een lege zolder op, waar daarna de nostalgie huis mag houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

over, daarna schiet

Uncategorized

Verlokkend ligt de weg open

Na de vakantie in Portugal had het leven van alle dag gewoon weer aangevangen. Poes Pluis was zielsgelukkig maar wilde represailles voor het alleen achterblijven. Extra aaien, extra brokjes en een stick. Het huis stond er nog. Na een dag lesgeven op mijn invalschool was de hele week eindeloos geluk weer gereduceerd tot fileleed en van vermoeidheid in slaap vallen op de bank. Gelukkig waren de repoussoirs aan zon, zee, rots en gedeelde liefde in mijn ooghoeken voortdurend groots en meeslepend aanwezig. Het maakte de overgang makkelijker.

Vandaag mocht ik uitrusten en dat is een rijk gegeven. Gisterenavond belandde ik in de Knockart Schildercursussen Vianen in een schakering van opgedane indrukken door de studie van frottage. grattage en decalcomanie. De overgang was hemelsbreed en het duurde even voor het ‘heilige’ vuur er weer was.

053Krastechniek: Eigen werk.

’s Middags had ik in de groep met de dikke duimenpotloden bladeren laten afwrijven op papier. De kinderen kenden het begrip ‘nerf’ niet, ze hadden geen van allen ooit goed naar blad gekeken en alles bleek een ontdekking van het eerste uur buiten de kleur. Het potlood was mooi zacht en breed. Ideaal voor dit doel. De handeling, het gestaag heen en weer schuiven van de punt over het papier was een moeilijkheidsgraad, evenals de kans op het verschuiven van het gekozen blad eronder. De afbeeldingen die naar boven kwamen, de nerven haarscherp uitgelijnd, bracht enthousiasme en trots te weeg. Daarna was de opdracht het te omlijsten met een rand. Op een mooi herfstkleurig karton bereidde ik de tentoonstelling voor.

035Experimenteren maar: Corien

Alles hangt of staat met de presentatie zodra de experimenteerfase en het proces doorlopen is. Het gevolg is een naast de schoenen lopen van trots. De grote winst was het doorzetten en het doorgeven van de techniek aan elkaar. s Avonds bleek het niet anders te werken dan bij de eerste stappen van het afwrijven. Frottage, grattage en decalcomanie liggen niet ver uit elkaar. Door de afwisseling in de toepassing  lokt het  boeiende processen uit. Met de kwast komt de verdieping. Door de verbeelding te laten spreken, kom je onvermijdelijk op een punt dat er ergens iets samenvalt en er iets wezenlijks verandert. Dat punt, daar naar te zoeken, is een lange weg van doen.

Wat bij schrijven als vanzelf uit de vingers vloeit, vraagt bij deze verdieping in de techniek meer. Het beeld wordt opgeroepen door de handeling, tot ze ineens daar is en herkent wordt. Langzamer en moeizamer als proces zaait het vertwijfeling en onvrede. Er boven uitstijgen en datgene, wat tegen beter weten in lijkt te zijn, te negeren en door te gaan, werpt uiteindelijk resultaten op. Met diezelfde argwaan aanschouwen we het en hebben elkaar nodig om de meerwaarde ervan te zien. Ook hier is de reflectie op het werk het begin van een volgende stap.

052Paneel van Erwin

Op een klein paneeltje bereiden we de ondergrond voor voor het fijne schilderwerk à la Leonora Carrington, de Britse Surrealiste. Klein werk is een uitdaging. Altijd weer zorgt de begrenzing voor het zoeken naar nieuwe uitvalswegen.  Ik weet niet welke beren we volgende week op onze zoektocht tegen komen, maar door het durven aanboren van nieuwe mogelijkheden worden nieuwe wegen geopend.

048Doorzetten: Jannie.

Experiment vraagt om doorzetten, blijven kijken, lichtpunten zien, kwaliteiten vergroten om uiteindelijk te  komen tot dat eigen werk dat past als een handschoen. Verlokkend ligt de weg open.

Uncategorized

De markt

Het Nieuwegeins Nieuws werd me via FB toebedeeld. Het onderwerp trok mijn onverdeelde aandacht. Er stond een artikel in over de markt, die verhuisd was van een plein naast City Plaza naar een prominente plek in het centrum. Hoewel ik er niet vaak kom, hou ik wel van de markt en dat heeft alles met het verleden te maken.

De allereerste gang naar de markt in Utrecht was die van de benenwagen met mijn moeder mee naar het Paardenveld. Een aantal marktkramen in carré, die er voor zorgden dat knusheid en beslotenheid gewaarborgd waren. Lopen naar de markt hield een belofte in van stroopwafelsnippers in een grote papieren zak, terwijl we genoten van de omstandige en lawaaierige manier waarop de marktlieden hun waren aanprezen. De warme stroopwafels gingen mee naar huis en kwamen tevoorschijn als we, schoongeboend in onze pyjamaatjes, klaar zaten voor  de Rudi Carrel show. Gezelligheid en verse stroopwafels waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Toen mijn eigen gezin nog in de kinderschoenen stond en de Turkse en Marokkaanse groentewinkels nog niet het straatbeeld vormden, was de markt ‘the place to be’, om groente en fruit tegen sterk gereduceerde prijzen op te halen. Daar had je nog afslagprijzen. Het bleef altijd gezellig met die joviale en soms een tikje aanmatigende praat van de marktkoopmannen.

Mijn zwager besloot destijds om een marktkraam in fietsaccessoires te beginnen. Hij moest aardig sappelen om rond te komen, want om een leven op een markt op te bouwen, moest je in het begin wat veren laten. Ik was in die tijd niet aan het werk en besloot om hem het eerste jaar een aantal dagen uit de brand te helpen en zijn marktbestaan te verlichten. Twee kunnen meer dan een.

031

Wat een ander leven was dat. Voor dag en dauw begon het, terwijl het hele huis nog in diepe rust verzonken was. Als juweel kreeg je het gloren van de dageraad mee tijdens de autorit.. Het klaarmaken van de kraam en het optrekken van de zeilen gaf zomers geen centje pijn, maar betekende ’s winters een ware kwelling, als kleumende handen de ijskoude zeilen over de binten moesten trekken. De onderlinge verbondenheid moest je verdienen door trouw je plek in te nemen en te netwerken met diverse kramen. Als je eenmaal was gewogen en goed bevonden was de saamhorigheid groot. Fe bloemist hield een boeket voor je achter, de vishandel had de vis al klaar liggen en de bakker en de groenteman bewaarden hun maaltje voor je tot het eind van de markt.

Wij ijverden om de kraam een succes te maken. Ik had generlei verstand van fietszaken, maar elke zaterdag speelde ik mijn eigen glansrol met het publiek en genoot. Het uitpakken en inpakken waren de minder leuke kanten. De viskraam, die een eigenzinnige geur over de natte koude zeilen uitspreidde was een dingetje, het laveren tussen de kramen door met de grote bus ging ook niet altijd onverwijld vlekkeloos, maar de lol onderling was groot en het publiek kwam graag terug. Dat was de grootste verdienste.

Nu staat mijn zwager in de krant als trouwe marktkoopman en wordt gelauwerd en aangeprezen in een film en terecht. Door alle jaren heen is hij het vertrouwde beeld geworden van de marktkoopman annex fietsenmaker op deze markt.  Er is nog niets veranderd, alleen zijn waar is kleurrijker en frivoler dan de gedegen handel uit de jaren tachtig. Met bewondering voor zijn doorzettingsvermogen zie ik hem behoren tot de gevestigde marktorde.

Eindelijk hebben ze de plek weer heroverd die een markt verdiend. In het centrum, waar het winkelend publiek er niet meer om heen kan. Het is een té leuke traditie. Waar we ter wereld zijn, brengen we als eerste een bezoek aan de markt. Deze is ook zeer de moeite waard. Hard sappelende kooplieden die hun kleurrijke waar aan de man proberen te brengen met een kwinkslag en humor. Het leven ligt op straat en is dichterbij dan je denkt. De markt dus, voor stroopwafels, vis en groenten, fiets accessoires en verse noten op je zang. Elke zaterdag weer. Ik beloof beterschap.

Uncategorized

De bami was koud

Gisteren was zo’n dag van even op bezoek hier en daar en geen puf meer hebben om uitgebreid te koken. Het werd een gang naar het Chinese afhaalrestaurant. Met stijgende verbazing heb ik naar de verrichtingen gekeken die daar plaatsvonden in de afgescheiden wachtruimte.

De gestroomlijnde pizzabakkers hebben dat bezorgen volledig onder controle met hun geïsoleerde bakken op de kleine brommertjes, scooters en zelfs fietsen. Bij deze Chinese afhaal was het goochelen geblazen met witte bakken en bakjes, zakjes, die nagekeken werden door de mevrouw, herhaaldelijk open werden gemaakt om te checken. Er werd zelfs aan geroken om te kijken of de juiste saus er bij zat. Daarna werd alles weer dicht gefrommeld en bijna oneerbiedig neergekwakt in de open gevouwen plastic tasjes en onder de toonbank geschoven tot de bezorger zich meldde.

Ik kreeg gedurende het wachten zielsmedelijden met deze vrouw en de onhandige verwerking van de bestellingen met bonnen en bonnetjes. Ze oogde gespannen. Elke trek om haar mond groefde zich dieper naarmate de kwelling duurde. Ze nam de bakken aan, keek ze na, borg ze op, nam ze aan, keek ze na en borg ze op waarbij sommige bestellingen weer te voorschijn werden gehaald, er een lichte aarzeling bleef hangen, ze nog eens alles na telde en er een vraag in het chinees door het, met een klap open gegooide, luik naar de keuken toe werd gesteld. Het antwoord kwam van twee gespierde armen, die dan soms nog een bakje toeschoof of een langere verhandeling nodig had om een en ander te duiden.

De vrouw zag grauw van vermoeidheid met wallen onder haar ogen door het harde werken, waarbij de verbetenheid zich beitelde in haar gezicht. Ik had haar met liefde naar een luie bank willen dirigeren met een lekkere kop thee en een tijdschrift om in te bladeren. Mijn simpele kleine bestelling, een bami, viel in het niet bij de grenzeloze overmacht van de enorme grote hoeveelheden, die bezorgd moesten worden. Naast haar stond een lange slanke jongeman, die zich geen enkele keer bemoeide met de bezigheden van de vrouw. Hij was er vooral voor de telefoon, die hij vriendelijk en beleefd afhandelde, maakte bonnetjes, die op de rand van het buffet werden geplakt, om daarna in zijn eigen Iphone te verdwijnen, terwijl de vrouw haastig de zojuist verkregen bestelling doorgaf aan de armen achter het luik.

Geleide chaos is mijn ding. Daar voel ik me lekker bij. Ik kan heel wat aan. Deadlines verhogen de feestvreugde, want ze leveren een gezonde spanning die het werken stukken veraangenaamd. Ik voel de creativiteit bruisen en ideeën komen aanrollen als een golfslag op zee. De energie bruist en geen opdracht is te groot.

bami.jpg

In die situatie die ik ruim drie kwartier kon gadeslaan zag ik chaos die ondermijnde en een organisatie, die te omslachtig was, niet goed stond en te veel vergde van de vrouw op de werkvloer. Ze zag eruit als Jezus in de film Jezus Christ Superstar, die op een gegeven moment roept tegen alle om hulp vragende bedelaars: ‘There is too little of me, don’t crowd me.’ Na eindeloos wachten op mijn simpele bami speciaal, wierp ze het verlossende woord de kleine ruimte in en pakte twee bakjes in het witte papier en in de tas. Ze keek niet naar me, zelfs niet tijdens het overhandigen.

Het beeld bleef lang hangen. De vermoeide vrouw, de chaos aan werk in die wonderlijke tegenstelling met de jonge, wachtende, wat lijzige jongen op zijn Iphone. Thuis dook ik met mijn verovering op de bank. Het eten bleek naadloos aan te sluiten bij de stemming. De bami was koud.

 

Uncategorized

Verhalen te over

Het is een straffe overgang van ruim twintig naar max 15 graden. Een week lang niet de wind om het huis horen ruisen. Bij de villa klepperden alleen de ingeklapte parasols. In Portugal kunnen ze veel met kleur, zon, licht en vorm. Hier is het groener dan groen want de esdoorn voor het huis verkleurt maar moeizaam. Maar de vurige Canadese Acer verloor in een dag al haar bladeren en kreunde haar verlies achterna. En toch, striemen van de regen op je gezicht, het koude natte plastic tegen je wang en later als troost die heerlijke warme kop soep met behaaglijke sokken aan je voeten, de plaid omgeslagen en Poes al spinnend om zoveel warmte naast je. Het heeft beide wat. Een week lang zomeren doet goed herfsten. De buffer is hoog genoeg.

243

Herinnering: Hongarije bij aankomst. De oude koude verlaten boerderij, gelijkvloers en een grote lange ruimte met hoeken. Het dennenbos erom heen liet haar appels vallen en het eerste wat we deden, was rapen. De jas werd mand en vulde zich al snel door de aandravende handen vol met kegels. Binnen werd het vuur een leven ingeblazen met het dorre droge hout, kleine en grote takken, de sprietjes deden het werk goed. Dennenappels op het vuur in een tegelkachel geeft een heerlijke geur af. De juiste entourage voor haar omgeving. Zoonlief met nog krielarmen en benen, vleide zijn tengere rug tegen de tegels en noemde het liefdevol de ‘rugkachel’. Rondom warmte, wat een prachtige uitvinding voor de grote lege ruimte met haar overvloed aan atelier erachter. Ik wilde thuis er ook zo een.

scannen0033 Herfst in New York: 2000. Eigen foto.

Zonnige herfst in New York. Van de ene op de andere dag kelderde de temperatuur van 18 naar 13 graden. De armen en benen waren nog in zomerdracht gestoken. De vliesdunne stof van de bloes liet meedogenloos na om de kilte af te weren. Geen vest in de buurt. Gauw de kerk in om te schuilen en later een kop koffie in een studentencafé vlak bij de campus. Daarna door naar de Bronx en daar werd het door de troosteloosheid van het grauwe licht nooit meer warm. Mijn herinneringen zijn gekleurd. Gillende sirenes, afzetlint, veel starende mensen naar deze twee vreemde eenden in de bijt en het jakkerende verkeer dat, soms over stoepranden heen, wegen afsneed en haast maakte. Nooit meer warm worden zorgde ervoor dat ik naar het statige oude appartement verlangde met haar schilderijen en boeken en het warme tapijt. De Bronx kreeg voorgoed een bijsmaak. Dat is wat kou vermag met vrij spel. Het beeld vertroebelt er door, want de details worden weggevaagd. Alleen de grote lijnen blijven over.

Wikipedia

In dikke duffelse jas, de wollen plusfour van broer om de benen en de prikkende kranten door de borstrok heen, trotseerden we de oostenwind en de ijzige vlakten ten Noorden van Utrecht. De afgravingen waren in gang gezet voor de nieuwe wijk, die Overvecht moest heten en hielden een belofte in voor een robbertje schaatsen. De Friese doorlopers om de nek, de koude vingers in de door Oma gebreide wanten. De winter viel vroeg in dat jaar. We schrijven 1962. De enige manier om later weer warm te worden bij de zwarte buikkachel was door het tintelende prikken in de vingers te trotseren. Huilend van de pijn kwam het gevoel terug. Kou is nooit mijn beste vriend geworden.

Wel de knusse kant ervan, als ik zelf warm kan blijven, door de juiste kleding, een snorrende kachel op de tuin en de centrale verwarming in huis. Dan hou ik van de behaaglijkheid die winterkou oproept en die anders is dan de hartverwarmende zomerhitte. Ik zou ze geen van vieren willen missen, die seizoenen, omdat afwisseling van spijs doet eten en ruimte kweekt voor een nieuwe beleving, een andere kleur en verhalen te over.

Uncategorized

Het juiste licht

Ik ben gisteren boven de wolken uitgestegen. Op de heenreis was het nacht en zaten we nog één passagier van het raam af. De enige optie voor de terugreis was uitzicht. Een reden voor zoonlief om op tijd in te checken. Gisteren had ik de beloning voor deze vroeg-actie. Naast mij ontpopte zich een wereld, waarbij ik steeds weer aan de bevlogenheid van Saint-Exupèry moest denken. Nee, het is niet de eerste keer dat ik het wolkendek van de andere kant aanschouw, maar in deze fase voelde het anders. Zoals ik in deze korte vakantie naar Portugal nog meer hemelse ontmoetingen heb gehad met de natuur. De boottocht langs de kust van Lagos bijvoorbeeld en vooral omdat dat in gezelschap van mijn twee dochters was, met de twee zonen van de oudste.

In dat kleine bootje spelen zich binnen een half uur avonturen af, die boeken vullen. Het opspattende water verstilt tot zout op de wangen en op de huid van de blote armen. Een gevoel van veiligheid trekt door als de beschermende hand van de door weer en wind getaande gids op de schouder wordt gelegd. Hij jaagt de boot behendig door de golven heen en vertelt van De Napoleon, De olifant en De Mammoetolifant, De Kameel, De Titanic en De IJsberg, Het Piratennest en De Schedel, die haar grijnzende tanden laat zien.

279.JPGFoto: Naomi Guenif

Hoog boven ons torenen de aalscholvers, de zilverreiger, de meeuwen en duiven in het azuurblauw. De zee spat uiteen in witte kragen en dat prachtige groenige aquamarijn tegen de grote rotsen en in de spelonken van de grotten en brengt een belofte aan overleveringen. De kleine gedrongen Portugees laveert de boot behendig door  de nauwe openingen heen en op een handlengte langs de rotsranden. Geen moment is er angst dat we de zwemvesten nodig zullen hebben. Hij verhaalt met een zweem van trots over de vogel, die onzichtbaar wordt tegen de rode rotsen, omdat hij dezelfde schutkleur heeft.

Flying Falcon.jpg De rode Wouw.

Op de terugweg naar boven denken we een slechtvalk te zien. Mijn dochter haalt hem dichterbij net haar sterk inzoomende Canon, maar achteraf denk ik dat het de vogel was, waar onze gids over verhaalde: De rode wouw, die biddend als een torenvalk boven de rotsen hing. Om ons heen zwermen meer bootjes, maar ik heb het idee, dat onze leidsman er een extra uitgebreide tocht van maakt, expres de stilte van de schoonheid opzoekt en een oneindige reeks verhalen uit zijn mouw schudt. Uit alles spreekt zijn trots en de liefde voor dit prachtige ruige deel van zijn land. Mijn dochter vertelde dat de grote grijns niet meer van mijn gezicht was af te beitelen. Zo heerlijk was het. Zo op en top genieten.

foto van Berna van der Linden.Bougainvillea.

Het was een cadeau zo op de laatste dag van het verblijf. Vanuit de villa lopend naar de Intermarché kom ik nog een paar van die sieraden tegen, die onooglijk lijken, maar  onmiskenbaar zijn, met mijn oog op nieuw gericht. Vruchten aan de grote cactus, de tere gele bougainvillea, de olijf afgeladen vol met groene en zwarte vruchten, de waaier palm die te midden van een verwaarloosde tuin schittert. In alles heeft het mijn dromen waar gemaakt.

276.JPG Er boven uit stijgen.

Daar boven de wolken mijmer ik verder en maak een optelsom van alles wat er op het pad kwam. Al die zegeningen. Het waren er veel voor een week. Er was één minpuntje. Toen ik de kaarsjes aan wilde steken voor mijn memorabele lieverds, had veiligheid en duurzaamheid toegeslagen. De kleine plastieken ‘kerstboomlichten’op een rij begonnen heftig aan en uit te knipperen toen ik mijn munt door de gleuf van de collectebak duwde, terwijl de ‘vlammen’ versprongen en zo de kleine kapelletjes degenereerden tot een tweederangs kermis.

Het blauwer dan blauw en het witter dan wit boven het wolkendek was echt en zo dichtbij en hemels. Was het verbeelding of trok mijn moeders gestalte voorbij in een sluierwolk. Vergeten waren de armzalige kaarsen. Dit bracht me bij hen en zette het heerlijke Portugal en haar mooie kleinoden voorgoed in het juiste licht.

 

 

Uncategorized

Je kan altijd opnieuw beginnen

Vannacht schoot ik wakker. Ik ben van alle indrukken en alle mooie ervaringen zo moe, dat ik heel vroeg onder de hagelwitte sprei kruip en derhalve twee keer gemiddeld even wakker word, net lang genoeg om wat te krabbelen. Er is geen bereik boven dus ouderwets pennengekras. Het klinkt heerlijk vertrouwd en als muziek in de oren.

22529015_10210896033456986_1510131110320020842_o

Ik mijmer over de boulevard van Armacao de Pera, waar we overheen geslenterd waren. Iedereen waaiert uit naar alle kanten en zoeken leuke kleine winkels, een visafslag, een galerie of een kerkje op. De zon schijnt met een tederheid die de late zomer zacht en warm omlijst. De bloemen schitteren in hun laatste volle tooi. Bougainvillae, Ipomea, Datura. De vruchten aan boom en struik groeien overvloedig en geven een bonte kleur aan het donkere groen. Granaat, cactus, vijg, banaan, citroen en sinaasappel vormen een heerlijk kleurenpalet.

22555365_10210896033616990_5963088774040143709_o

Ik kuier wat heen en weer en observeer. Het is niet de jeugd die zich hier in grote getale ophoudt. Veel schuifelende oudjes zijn er te vinden. Met of zonder stok maar met de frivoliteit van weleer. Dus toch die hakjes tijdens het strompelen op de gladde keien en dan maar met ingehouden pas, behoedzaam en nauwgezet. een misstap is gauw gezet. In de nachtelijke overpeinzing klinkt het als volgt:

‘ In het dorp zie ik een pijnlijk voorland. Kleine verschrompelde staketseltjes, moeizaam strompelend op jonge hakken om het laatste stukje leven nog te pakken. Met veel stilstaan en dan denken aan weleer, de swing eruit en vaart is er in het geheel niet meer. Ze schuifelen wat voort in de namiddagzon of turen op etalagebenen vanaf de boulevard over de glinsterende zee. Ze reizen af naar de toppen uit het verleden, omgeven door die zilverwitte glans, waar lauwerkrans ooit de kroon was op hun werk.

Het leven kon niet meer stuk, maar langzaam kwam weemoed ingetreden en kwaal voor kwaal werden banden met de toekomst doorgesneden, verschrompelde het heden tot Nano tijd. Het leven staat of valt met bloed dat door de aderen ruist.  Het hart dat tikt en tikt…nog tikt, tot waar dan ook de roep om rust en stilte sterker wordt en ze struikelen door het slechte been of over hun hakkeschoenen heen. Break a leg. Het doek valt. De voorstelling was glorieus en grandioos. Het is goed toeven op een applaus als een warme avondzon, voordat de kilte van de nacht intreedt.

Ze staan weer even stil. De perkamenten huid gloeit op, tovert een lichte blos op de wangen. Zelden zo’n applaus ontvangen. Nieuwsgierig monsteren ze hun publiek, dat een ijsje likt en belofte inhoudt voor een nieuwe generatie. De dragers van een nieuw succes. Hun allergrootste troef, wat zelden als zodanig wordt ervaren. Zonder vragen hebben ze het wiel in werking draaiende gehouden.

Perpetuum mobile. Geen weg te lang, te hoog een zee.  Het krachtige eind voorbij strompelen ze vrij in een verstilde wereld rond, genieten van een laatste avondstond. De kinderen dartelen om hen heen. Ze roepen ‘de vloer is lava’ en zoeken naarstig naar een plek. Het brengt een kleine glimlach op het gezicht. De oplichtende blik valt samen met de warmte van de zon. Een scherf toekomst glijdt naar binnen. Je kan altijd opnieuw beginnen.

Uncategorized

Soms heeft toekomst geen woorden meer

Ze kijkt me aan. Een licht verwijtende blik in haar dode facetogen. Als kind dichtte ik haar een falset toe, de kopstem, falsetogen, maar dan op een toonhoogte die door ons niet te horen was en ik begreep maar niet wat die ogen er mee te maken hadden. De sonore brom van vliegen waren ook al falset. Letters verfijnd onderscheiden was er niet bij. Ik nam de wereld fonetisch zoals het kwam. Voor dyslectie of aanverwante zaken was nog geen terminologie bedacht.

Mijn wereld werd er groter mee naast die van de ontelbare spreekwoorden, die langszij kwamen tijdens de gewone huis-tuin-en keukendagen en hoogtij feesten en partijen. Facet kijken bootsten we na met de kaleidoscoop. De wereld viel in kleur uiteen en vormden Mandala’s van een schoonheid die een verrukking opriepen. Opgetogen stonden we klaar om de koker door te geven.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_o
Nu had ze zieltogend op het zwarte tekenboekje gelegen en waren de jongens verontwaardigd omdat ze, tegen alle wensen in, toch het loodje zou leggen en wij dat niet konden verhelpen. Dat is wat dood vermag in een kinderziel, als de liefde voor de dieren met de paplepel is ingegeven. Of het nu spin is met de pootjes omhoog, een pissebed op zijn rug, een vlinder met een lamme vleugel, ze krijgen een zacht wattenbed en een dekentje van blad doordrenkt met medelijden. Zorgzame en liefdevolle aandacht voor al wat leeft en geen angel heeft. De laatste factor is cruciaal en telt dubbel als moeilijkheidsgraad om, als je ooit gestoken bent in je oor, onvoorwaardelijke liefde te koesteren. Bij, wesp, mug en hommel zijn het haasje, al is de laatste opmerkelijk donzig en lijkt aaibaar. Met alles wat angel is, wordt de draak gestoken.

Ze blijkt een dankbaar tekenobject, met veel aandacht voor schaduw en licht, geen sinecure, maar iPhone brengt uitkomst door de lijnen minuscuul uit te vergroten tot haalbare grafietlijnen en pennenstreken. Spoedig vertaalt het beeld zich naar het blad en verheft zich door de aanwijzingen tijdens de cursus tot bijna driedimensionale levendigheid. Hoe snel is dood tot leven te wekken als het beeld het leven inblaast. Schaduwlijnen halen het platte plaatje van het papier en weer is er een leermoment.

De blik blijft. Verwijtend haast. Sorry libel, zo had ik het niet bedoeld. Mijn gedachten gaan naar mijn laatste libellentocht, twee jaar geleden. In een verstilde tuin in het Drentse. Late novemberzon zet de wereld in een gunstig licht, verwarmd, hartverwarmend omdat er al genoeg kleeft aan de mededeling die ons allen bezwaard.. Lieve Etsvriendin is in haar nadagen, te jong om te sterven, maar van binnen uit sterft het lichaam tegen beter weten in. Geen kruid tegen gewassen, een denkbaar feit. Hoe gaan we er mee om, met sterfelijkheid. Kinderen hebben het antwoord. Ze worden boos of verontwaardigd, maar zijn onmiddellijk weer door naar een volgende fase, die zich aankondigt. Hun leven kent maar even spijt bij dood.

Bij elke libel komt ze langs. Zoveel gespot tijdens haar laatste vlucht. Een bleef hangen op haar knie. Ze vertelde vergankelijkheid en het moment dat de essentie verder ging dan het leven.  Zonder woorden kopten we het in. Soms heeft de toekomst geen woorden meer,

Uncategorized

Een onbezorgde wereld

Het zou gaan regenen vandaag en zegge en schrijve is er voor vijf minuten aan regen gevallen terwijl de zon scheen. Dat leverde in ieder geval een prachtige regenboog op. Wat verlangen we met z’n allen naar die pot met goud. Een mooie monumentale overlevering in de categorie van Klaas Vaak en Jaap en de bonenstaak. Het oudste kleinkind wist hoe het in elkaar stak. Zijn vriendje had ooit eens de pot met goud gevonden aan het einde van de regenboog. Hij nam hem mee naar huis. Zodra de regenboog verdwenen was, ging de pot met goud in rook op. Zo komt boontje om zijn loontje. Regenbooggoud is voor dromers. Soms ben ik een dromer en ligt het binnen handbereik.

Het was een dubbele. Dubbel geluk, net als het klaviertje vier. Geluk kan je overal uit halen. Als je het zegt, is het er. Christoffel in mijn portemonnee, de aartsengel in zilver, Don Bosco in mijn kleine blauwe prins, ze weten er allemaal raad mee. Als het mis gaat is het dankzij hen nog goed afgelopen. Dat heet rotsvast vertrouwen in wat je geloven wil.

015

Klaas Vaak kwam vroeger zand strooien. Daar waren we als kind mooi klaar mee. Als je wakker wilde blijven om hem te kunnen zien, verscheen hij niet. Als je sliep, zag je hem niet. Het gevolg was het onrustige woelen en wakker schrikken bij het minste gekraak of geruis. Net als in de dagen van weleer, dat Sinterklaas over de daken galoppeerde en zijn pieten afzette bij de schoorsteen, om persoonlijk wortel en water te vervangen voor cadeautjes. Ook dan was het moeilijk om in slaap te komen. Met gespitste oren luisterden we of er gemorreld werd, maar het enige wat we hoorden was het geritsel van de muizen achter het behang en op zolder.

Jaap en de bonenstaak was de belofte bij uitstek om de problemen van alledag te ontvluchtten. Altijd kon je zo’n snelgroeiende bonenstaak kweken. Ze groeiden tot in de hemel en daar was het goed toeven, zolang je de reus niet tegen het lijf liep. Die rook wel mensenvlees, maar werd om de tuin geleid door zijn vrouw. Handig, er viel altijd te ontsnappen met wat dukaten. Problemen van vandaag zijn niet meer weg te wrijven met een Alladin’s lamp of een pot gevonden goud aan het eind van de regenboog. Ze zijn pijnlijk groot en levensecht. De doekjes voor het bloeden kunnen opgeborgen blijven in de kast. Die houden we achter de hand om het sprookje bij kinderen levend te houden…

086

Ineens besef ik dat dat precies hetgeen is wat er gebeurde, toen mijn ouders de wereldoorlog weerstonden met twee kleine kinderen en de derde op komst. Het hobbelpaard van het Julianapark bleef gewoon het vertrouwde beeld bevestigen. Een wandelingetje naar het park, waar de fotograaf de indruk wekte van een veilige wereld. Dat is wat we moeten blijven koesteren. Dat is niet de kop in het zand steken, maar een perspectief bieden aan alles wat nog een toekomst te gaan heeft. Vertrouwen schenken in wat komen gaat, is onze grootste gemeenzame deler met het verleden. Dus wrijf ik die regenboog glanzend en wordt het verhaal van de pot met goud eens flink opgepoetst tot ze blinkt als de lamp van Aladdin en de Keulse pot van Piggelmee. Geen vuiltje aan de lucht als je kind bent en recht hebt op een onbezorgde wereld met ontsnappingsmogelijkheden te over.

Uncategorized

Iedereen ziet anders

Wat is dat toch dat je als vrouw alleen niet rond mag lopen, zonder dat vermeende heren denken, aandacht te moeten schenken op een opzichtige manier. Gisteren liep ik, op een tijdstip dat alle Portugezen ver weg blijven om fiesta te vieren, tegen beter weten in naar het strand. Misschien om de rust te zoeken van wind door het hoofd en om de om aandacht roepende zeemeeuwen met hun verongelijkte kreten, die optornen tegen een tegenkracht die altijd groter is. De grote, potsierlijk hangende vogels ‘ins blaue hinein’, tonen hun wilskracht door hun doorzettingsvermogen. Steeds weer blijven proberen tegen beter weten in om daarna, met een sierlijk zijwaartse duik, onder de druk uit te vliegen en opnieuw het gevecht aan te gaan.

De zon schijnt fel. De aantrekkende wind zwiept het water op tot zilverwitte golven die hoog boven de zeespiegel uitstijgen. Ze glinsteren aanlokkelijk en nog trekken ze mensen  de zee in, terwijl je aan de snelheid waarmee ze weer terugrollen kan merken dat de stroming te sterk is. Slordig liggen er soms mannen in hun zwembroek zonder handdoek in het zand, neergeploft, uitgeteld, misschien te vermoeid en te slaperig naast een handvol buitenlandse gezinnen en wat stugge wandelaars. De zon brandt genadeloos op mijn blote schouders, maar ik heb een sjaal in mijn tas om om te slaan in geval van nood.

De grote tas met tekenboeken is mee, omdat ik beloofd heb tijdens mijn vakantie de omgeving vast te leggen in contrasten, zoals  licht/donker, leeg/vol en te focussen op het ritme. Het is de bewustwording van het deel in het geheel. Het spelen ermee opent een nieuwe wereld, samen met de verruiming door het perspectief. Ik beleef alles anders dan de realiteit laat zien. Ik vervorm elk perspectief zodra er iets belangrijkers op de voorgrond staat. ‘Iedereen ziet het anders’ zei Titiaan al, een Venetiaans schilder van lang geleden. Anders is niet per definitie verkeerd. Anders is mijn eigen kleuring van de waarneming. Verkeerde perspectieven of uit verband getrokken verhoudingen vergroten de surrealistische inslag, zetten de kijker op het spoor van de verbeelder, roepen vragen op omtrent zijn beleving.

Met die bagage in mijn hoofd vind ik een verhoogde lege bank. Daar is het goed toeven. Mooi uitzicht, prachtige horizon, waaiwinden om mijn hoofd en schoonheid in al haar voegen. Eenmaal gesetteld blijkt de grafiekstift thuis te liggen, dan maar wat houtskool voor wat schetsen. Verdiept in wat er binnenkomt merk ik, zijdelings, dat een man het pad op komt lopen. Wonderlijk omstandig zegt hij gedag. Blijft dralen, schikt de trui om zijn schouders, strijkt een hand door zijn haar. Tuurt naar de zee, het strand, de mensen en naar mij. Ik ga onverdroten voort. Ogen op de zee gericht, met in een ooghoek de man en zijn gebaren.

Na vijf minuten , wat duren vijf minuten lang, onverdroten gewerkt te hebben in het boekje, angstvallig afgeschermd voor de buitenwereld en zijn vreemde ogen, kiest hij eieren voor zijn geld. Misschien zie ik het anders en is het een man, die net als ik, geniet van het uitzicht, van de glinstering van de zon op de zee, de uitbundig uiteenspattende golven in oplichtend zilverwit.  Het is het gevoel, dat omhoog kruipt en een ongemakkelijke houding geeft aan iets wat een volkomen natuurlijk beeld was. In ijl tempo wordt beeld in lijnen vastgelegd om mijn weg te vervolgen naar het strand, waar wind zorgt voor speldenprikken zand tegen mijn benen op en zoute druppels op mijn lippen. Mannen blijven staan en talmen wat. Verkeerde focus, iedereen ziet anders, Titiaan wist het, maar ineens snap ik zonnebrillen beter die in mijn optiek het zicht op de werkelijkheid zo kunnen vertroebelen. Tijd om op huis aan te gaan.

Uncategorized

Je erfenis

Vanmorgen vroeg was het sluimeren nog in volle gang. Achter alle deuren weet ik lichte snurkers, zoete dromers, onrustige draaiers en het zachte gelijkmatige van een ademhaling in rust. Al tijden niet meer mijn afdeling. Ik hoef niet meer rond om hier en daar een vallend armpje terug te duwen en onder te stoppen, of een kleine nachtmerrie te sussen, de spoken op de trap te verjagen met ‘Maria sitzt am Rosenhag’ en de Kronkebonkers te doen verbleken achter hun behang met het ‘Maantje tuurt’. Ze kunnen zelfstandig hun geesten te lijf. Zo ver, zo goed.

Ik heb me van de ene zij op de andere geworpen, terwijl het matras kraakt dat het een lieve lust is, door zijn beschermende bovenlaag. Hygiene voor de nachtrust. Niet erg hoor. Heerlijke bedden, zalig huis, iedereen een eigen douche en toilet, het kan niet meer stuk. Ik hoef het zelf niet schoon te houden. Dat laatste is verreweg het grootste voordeel. Aan het begin van de nacht dommel ik in op een zoete rode wijnlaag en daarna kan ik op mijn gebruikelijke vroege tijdstip naar vreemde geluiden luisteren die soms op hun plaats vallen of helemaal niet.

Honden maken hier overuren door het aanslaan bij geluiden in de buurt van het huis, een konijn, een kat, misschien een late of een extreem vroege wandelaar, een auto die langs rijdt. Ik hoor geluiden die lijken op een boormachine, een deur die klapt, gemorrel aan de ijzeren poort, ik moet slapen maar zie arme zieltogende mensen, die aan deuren kloppen van luxueuze villa’s zonder uitgenodigd te zijn.

Ik neem de brede trap naar beneden, de kroonluchter springt aan, alles is in diepe rust. Is de patio leeg, geen oude hippies in het zwembad, die over de muren geklommen zijn, als in de films van de jaren zeventig. Mijn hoofd op hol. Teveel beelden vullen het plaatje in. Eigenlijk doodse stilte, daar waar je naar verlangde als je de kinderen op bed had gelegd. Tel Uw zegeningen, fluistert het voorgeslacht weer. Ja ja, de omstandigheden zijn meer dan buitengewoon, simpelweg het opperste geluk. Daar doen we het toch voor, een stil huis en de wetenschap dat de allergrootste schatten achter de dichte deuren liggen.

22426524_10210865236687086_866819791556444160_n.jpg

Dit had ik wel willen delen met de enige die daar recht op heeft, maar te ver weg zijn passie preekt, net als het bleke maansikkeltje in de vroege ochtend. De rollende golven zingen zijn requiem, alle golven zingen altijd overal zijn afscheid. Het maakt niet uit of het hier is in Silves of daar, op het weidse strand van Egmond, waar het opstomende schip er voor zorgde, dat we zijn stof tot stof en as tot as konden verstrooien en hij als een compacte zuil van protest naar beneden viel.

Zijn gouden voetbalzonen heeft hij niet meer groot zien worden, zijn kleine superhelden, kleinzonen met de bal aan de voet, heeft hij alleen met zijn sperwer en buizerd-ogen rond het veld van JSV bespied. Hij zou drie voet boven zichzelf uitgestegen zijn, met zijn lengte niet een al te grote prestatie, en toch eenvoudigweg zichzelf gebleven. Nu we hier in totale rijkdom aan het genieten zijn, weet ik dat hij mee rolt met de golven op het strand, de sikkel in de lucht, de dwingende kreten in het azuurblauwe zwembad achter het huis, de chaos rond de te organiseren maaltijd, maar meer nog in de warmte, de diepe genegenheid, de liefde voor elkaar. Hoe groots kan je sterven als dat je erfenis is.

Uncategorized

Stereo lol maken

De kinderen zijn buiten een spel aan het spelen. Wonderlijk eigenlijk dat kinderen kinderen blijven, ook al zijn ze al rond de veertig. Mijn schoonzoon in ieder geval. Wanneer kantelen kinderen naar zichzelf. Ik vrees dat ik dat niet meer mee ga maken. Zou het stiekem wel willen.

We gingen boodschappen doen bij de Lidl. Handig die Lidl, overal te vinden. Maar waar zijn de authentieke eigenzinnige culturele grootheden op de millimeter in dorp en stad. Goed, voor het gemak in ieder geval de Lidl voor de hele week. Alles wat een villa een thuis maakt, zodat graaien naar zout of peper gewoon, als altijd, te doen valt, ergo wat maar te koop is, wordt aangeschaft. Uit bijna elk vak iets, maar dan ook voor dertien personen in totaal. De Bedrijfsleider leidt ons met een oortje in, naar een kassa apart. Deze mensen worden VIP, al was het alleen maar om het bedrag, dat de kassa niet uitleest, omdat het vele malen hoger is dan het doorsnee bedrag.

Als we thuiskomen is het ongeloof groot. Hoe deed mijn moeder dat vroeger ook alweer met hetzelfde aantal mensen voor handen. Bij Duikkie de groenteboer kwamen de kisten appels en de hoeveelheden spinazie vandaan, die we moesten lezen. Iedereen die ooit spinazie heeft moeten lezen is ingewijd in de geheimen van het vak. Je leert niet alleen spinazie lezen, maar ook de reactie van alle broers en zussen die er op reageren, met een wisselvalligheid die de spinazie siert. Nooit maakte een onderwerp zoveel tongen los, daar kon geen opiniestuk of krant tegenop. Televisie daargelaten, want toen die eenmaal kwam, had men het nergens anders meer over. Maar achteraf ook over de eerste wasmachine, de eerste stofzuiger, het eerste elektrische strijkijzer…Al die fantastische uitvindingen van de twintigste eeuw, die het leven zoveel aangenamer maakten.

Nog hebben we wat dingen niet gevonden. Eenvoudigweg omdat ze er niet waren. Naar de volgende winkel die te duur was, maar alla. Waarom zeiden wij vroeger al alla, toen Allah nog niet in beeld was. Het moet ergens vandaan komen. Dankzij de ongewone setting, de kinderen die hun halve minutenspel spelen op het terras, dochterlief die wat verlaat naar beneden komt, associeer ik alle kanten op Ik laat het maar gaan. De sfeer is knus en gemoedelijk. Ik ben graag toeschouwer op een afstandje om dat zoveel meer filosofie binnenkomt en alles een dubbele lading krijgt.

Vandaag zei kleinzoon tegen mij dat de golven de wolken doorkliefden, hij zei ‘sneden’, hij zei eigenlijk ook dat hijzelf de golven doorsneed. Waarom nemen gedachten zo’n eigen vlucht en maken er een heel eigen avontuur van. Hoe mooi. De golven doorsnijden de wolken. Als een gedicht van Vasalis.

Kinderen die een spel spelen en nog steeds kind van je zijn, omdat het leven licht wordt op een avond als deze. Allmaal samen , met zo’n heerlijk suf spel, waarbij ze regelmatig in een appelflauwte over de tafel liggen en ik hier lachend serieus probeer door te tikken. het is niet te doen. Wat een glorieuze avond, wat een heerlijk stel, wat een rijkdom, maar dat wisten jullie wel. Ik lig in een appelflauwe, sorry, Het is te grappig. Stereo lol maken. Ik teken ervoor.

 

 

Uncategorized

Sitges

Tarragona, 50 jaar geleden. De familie van der Linden ging op vakantie met een volkswagenbusje met een motor van een Taunus 15 M. Het was het bekijks in de straat. De buren stonden er versteld van hoe die Jochem met zijn kinderschaar, de pakken hagelslag en de blikken zure bommen onder de stoelen en in de gaten van het bagageruim stopten. Alles waar nog een halve decimeter over was werd benut. Verkwisting zat niet in de naoorlogse vocabulaire. Meten is weten hoe je met elf kinderen en een vrouw op vakantie kon zonder in gewetensnood en in een ruimtetekort te schieten. Een aantal items waren vereist, anders zou je het in dat vreemde land niet redden. Hagelslag dus, Zwitserse kaas, leverpastei, campingboter en de voornoemde zure bommen. Ook al was het naar het verre Spanje.

De vissersplaats Sitges was na het klooster van Prades al even heilig. In de ogen van mijn moeder althans, die zich stond te vergapen aan de bonte pracht van uitgestalde vissenkoppen, palingen, dorado’s, kabeljauwen, uitheemse inktvissen en meer van dat grut, waar je in de winkels van de Gruyter alleen maar van kon dromen als je bij de sardientjes in blik stond te dralen. ‘Middellandse zee, souvenir van mijn dromen….maal duizend keer…..en steeds  weer’ . Samen met Anita Berry drong het lied met het ruisen van de golven haar wereld binnen en zorgde voor een intense beleving van zo’n dodevissenmarkt en de zee er achter met haar aanlokkelijke roep.

Het waren haar uitheemse escapades naar de landen van Multatuli of de bonte gang naar het leven van haar missionarissen, die in den vreemde hun melkdoppen verzilverden voor de arme kinderen van Afrika met hun raffia rokjes.

De overdekte markt in Keskemet liet een verse pracht aan vissen, groente en vlees zien, de bloemen en de ingelegde zuren kroonden, omlijsten bijna, het hoofd van het vrouwtje dat haar waren aan stond te prijzen als een echte baboeschka. Rap trok ze, in een beweging, haar  gebloemde jaren vijftig sjaaltje van haar hoofd. Geen ouderwetse merites voor die jonge westerlingen. Wel het zuur en de bloemen en daarna, evenzo vrolijke visverkoopsters met slierten warrig haar voor hun onvermoeibare aangeprezen waar. Minder uitbundig dan in het zuiden, maar onmiskenbaar vlees, vis, groenten, bloemen en fruit.

Vis is nergens vissiger dan in Portugal, al kon Spanje er ook wat van. Verser-dan-vers vis, onwaarschijnlijke schoonheden van lelijkheid staren met hun bleke-betten -ogen en hun dode slappe vinnen en staarten verwijtend elke bezoeker aan. De ongenaakbaarheid van hun vissenverkopers is een pijnlijk contrast.  Elke pond vis, een euro of twee, drie, betekende weer brood op de plank. Soms droog brood, de vis werd duur betaald, Niet door de toerist. De visser legt het loodje en ze wsren kennelijk niet anders gewend. Waar koop je 6 verse sardienen voor tachtig cent.

Schoonheid zit soms in het leed van het bestaan. Hun kleuren schitteren tegemoet. Zeldzaam divers is de uitstalling en geen andere kraam kan er tegen op, zelfs niet van de meest waanzinnige compacte kleuren van groente. ‘Kijken, kijken en niet kopen’ zie ik de Portugezen denken bij de foto schietende, onwaarschijnlijk blonde, oude, non-Portugese vrouw, die voortduren ‘Obrigado, obrigada’ door elkaar husselt en de Beatle mania fluistert: ‘Obladi-oblada life goes on, Brah’. De oude Desmond blijft eenzaam tussen de uitgestalde oesters hangen, maar brengt de juiste beeldvorming niet op het net.

Visafslag, vismarkt, weekendmarkt, dorpsmarkt en hoe ze ook mogen heten, ze vallen allemaal samen in het beeld, de dode vissen, de opgetogen ogen van mijn moeder, haar kinderlijke verbazing en die van mij, wow….Foto, en nog een en nog een, tot we weer samen wandelen in Sitges.

Uncategorized

De schuwe luwte

Dinsdag werd ik gebeld. Of ik mee naar het asiel wilde om samen met mijn goede oude vriend een lieve kat uit te zoeken, omdat het leven met iemand om voor te zorgen ten enenmale aangenamer was, maar ook omdat de muizen tegenwoordig op de tafel dansten. Het grote oude huis kraakte in al zijn binten en herbergde duizendeneen verstopplekken voor zo’n familie, met tafellakens en servetten voor een heel weeshuis, in rijen opgestapeld in haar oude kasten. Daar viel met gemak een nest van te maken, een hemelbed waardig.

Na de dood van zijn tweede, die voluit Moredog heette, maar in de wandelgangen More en overleden was aan ouderdom, wist hij dat een nieuwe hem altijd zou herkennen als baas. Het initiatief moest van de poes uitgaan. De muizen versnelden zijn keuze. In het asiel moesten we wachten, omdat er al een rondleiding gaande was. Vriendlief vertelde, dat hij zowaar een beetje zenuwachtig was. Hij had alweer kattengrit gekocht en voer. Hij en het huis waren er klaar voor.

Het meisje had een omstandig verhaal over poezen die angstig waren en verwilderd. Het moest geen wilde kat moest zijn, zo’n kleine krabbebijter, die je bij het minste of geringste besprong. Met een denkbeeldig stompje potlood vinkten we alle nee-vakken aan in ons hoofd bij haar opsomming. Te druk, te wild, te zenuwachtig. Ze had nog een poes, die was gevonden, had geen chip gehad, zat er al een half jaar, was erg schuw, Ze leidde ons naar een klein keukentje en boven op een van de kale witte kasten stond een teil met een poes erin. De oren piepten er boven uit. Ze heette Olijfje. Bij alles wat er verteld werd, spitsten de oren zich.

Foto: Wiki. Olijf heeft rondere lieve ogen.

Vriendlief heeft een enorm huis, een oneindig geduld met poezen en een hele rustgevende verstilde houding naar dieren toe, zodat ze al snel over de streep getrokken werden. ‘Een echte poezenfluisteraar’, vertelde ik aan de vrouw, die ons rondleidde. Het verhaal eromheen was omstandig met veel herhalingen, maar ondertussen was de kleine Olijf uit haar afwasteiltje geklommen. Ze bleek pikzwart te zijn en had gouden ronde knikkers als ogen met een prachtige zwarte pupil. Wat een schoonheid. De match moest zo zijn, want vriend wilde het liefst een zwarte poes. More was dat ook, tot zij op hoge leeftijd een valig grijs over haar verdunde lijf had liggen. Deze lieverd was inktzwart.

Alle eventuele bezwaren die nog nakleefden aan de woorden van de vrouw smolten weg als sneeuw voor de zon bij deze ogenschouw. Olijf verkocht zich zelf en had daar niemand bij nodig. Er was een proefperiode van drie maanden. Dat was een mooi vooruitzicht.

Ik haalde mijn Rollsroyce onder de poezenmanden uit de auto en na het invullen van een eed en geloften mocht Olijf mee op reis. Het avontuur kon beginnen.  ’s Avonds belde ik om een uur of zeven op. Ze was direct onder de stoel van zijn oude vader gekropen, waar hij zo statig in was doodgegaan. Daar speelde ze het aloude verstoppertje: ‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet , hou je adem in en stik niet’. Straks ging hij haar een beetje porren met woorden, wat flemen met brokken, zodat eenzame baas en angstige poes zouden samensmelten in een prachtig gedeeld en warm leven. En de muizen….? Die kiezen vast het hazenpad, als Olijfje uit de schuwe luwte is gekropen.

Uncategorized

Geen onvertogen woord

Ineens waren ze er weer. Drie ieniemienie slakken in kleine garnalenvingers en even later op een oude plastic plank op tafel met een groeiende belangstelling van de andere nieuwsgierige aagjes. Wat zijn ze daar voor interessants aan het doen.

foto van Berna van der Linden.

De slakken die zich eerst een tijd koest hielden, waagden zich quasi  nonchalant aan de wandel. Zodra er een zich over de rand van de plank liet glijden, klonk er een opgewonden kreet: Hij valt…!!! Nee lieverds, kijk goed. Slakken zijn zo handig, ze glijden en plakken, daarom kunnen ze zelfs tegen het plafond wandelen zonder naar beneden te vallen. Voor we het konden voorkomen, trokken twee vingers de slak die het dichtst bij de geslaagde escape-route was, weer terug in het circuit. Hij kromp samen, herstelde zich heldhaftig, stak de kop vier omhoog en gleed als de koningin weer richting rand. Echte doorzetters, dat zeker.

Om af te leiden vroeg ik hen of ze wisten dat slakken echte kunstenaars waren en fantastisch konden tekenen. Mijn duo keek me vragend aan. Een zwart blad eronder en er volgt een prachtig lijnenspel van hun slakkenspoor. Een van de kinderen rende weg en kwam terug met een zwart geworden berkenblad. Dat werkte niet, begreep hij al snel. Om hem tegemoet te komen, legde de duo binnen twee grote kartonnen vellen aan elkaar, slakken verhuizen en daar vervolgden ze hun eigen weg. Ze trokken hun glinsterend spoor en er werd wat groen blad bijgehaald, dat weer versnipperd werd. Een tafel waar iedereen omheen stond te juichen bij elke opeenvolgende overwinning of aanvulling met pissebed, worm en spin.

foto van Berna van der Linden.

Wij hadden takken verzameld voor een monsterskelet. 206 botten in een mensenlijf, monsters kunnen er veel minder hebben of meer, meer vel, meer vet, grotere monden, enorme tanden, haar, ogen als schoteltjes.

Ik met denken aan de eigen monsters van vroeger. Dat was de reus uit Jan met de Bonenstaak en Blauwbaard met zijn gruwelkamer. De kobold van Rozerood, die maar heen en weer sprong, net als Repelsteeltje en boze schoonmoeders uit Sneeuwwitje en Assepoester, de kwade fee uit Doornroosje. Later kwam daar Eucalypta bij, met haar krasstem. Ze rolden uit de dikke boeken van Grimm en Andersen, ze toverden er lustig op los of roken mensenvlees op kilometers afstand. Ze griezelden mijn kindertijd bij elkaar en deelden mijn dromen, soms te angstig, soms te heftig, maar altijd rijker dan mijn reële voorstellingsvermogen. Adembenemend was de bende van de Zwarte hand, die door de hele kindertijd heen een kat en muisspel speelden en waar ik kinderlijke ongemak uit de realiteit doorheen vlocht.

267

De monsters van nu hebben fluorescerende kleuren, zijn kleine of grote bollen pluis of slijmerige kleefpasta’s, grappig, gek, maar bijna altijd van veel geschreeuw en weinig wol. Opmerkelijk geruststellend. Het lied van de monsterdans uit het grote prentenboekenliedjesboek sluit af met nog zo’n dankbare constatering. Alle maxi-en minimonsters verdwijnen als sneeuw voor de zon, als je op het knopje van het licht drukt. Alle magie van de wereld en een machtige vinger, die het pleit beslecht. Dat is de wereld van het kind.

Het skelet  komt er. Zij puzzelen de botten op een plek, ik knoop ze aan elkaar. Harige Harry is niet meer dan een rammelend skelet van takken in aluminiumfolie, de angst minimaliseert mee. De kunst van het griezelen is de beheersbaarheid door die vingertop op de knop. Daarmee bestaat gelukzaligheid eveneens in alle toonaarden. Met de Iphone in de aanslag leg ik alles vast, het griezelig genieten en het optimale ontdekken. Er valt geen onvertogen woord.

Uncategorized

Zo alleen

Nieuws sijpelt tussen de wachtende rijen auto’s door en wordt door het  nutteloze wachten omgezet in hoofdbrekers. Al meer dan een week lopen we, fietsen we, verdwijnen we in het voetspoor van de lieve druilerige Anne. Al die keren dat ik alleen een fietstocht maakte, komen boven drijven. De plaatsen die genoemd worden zijn bekend gebied. Vroeger bromden we van Utrecht naar Amersfoort over dit soort fietspaden, waar nog geen onderscheid gemaakt werd tussen snelheidsduivels en die benentrappers. Ik reed onbevangen van A naar B en geen moment zag ik beren op de weg. Zelfs niet bij het gebied van de Willem Arntz. Een brommer is in vlucht veel sneller.

Ooit zat manlief in dit huis van de verwarring, toen de stemmen in zijn hoofd boven het leven van alledag uitstegen en om onmogelijke opdrachten vroegen. In zijn wanen zocht hij moordenaars van kleine lieve onschuldige kinderen die geen vlieg kwaad hadden gedaan. Zijn woede en wanhoop dreven hem tot een getergd ijsberen en rammelen met kettingen en knotsen. Het grote oer ging los. Hij overleefde zijn eigen chaos op den duur niet. De omgeving waar we hem opzochten was troosteloos en prachtig tegelijk.

Fietsen door het bos op een zomerdag, gefilterd licht , het sprookje van lang geleden. Kabouters en elfen, feeërieke sfeer en liedjes in het hoofd: ‘Zeg Roodkapje, waar ga je henen, zo alleen, zo alleen….’Die vrijdagmiddag en avond regende het dat het goot. Bossen zijn dan een groot schimmenland met achter elke boom een wolf. Ze huilde met de regen mee op een laatste selfie. ‘Ik ben niet bang voor de wilde dieren…..ik ben niet bang, ik ben niet bang… Haar lichaamstaal sprak andere woorden’.

foto van Berna van der Linden.

Dansen op het herfstmos, goudgele tooi, een waaier van kleur. De zomer heeft haar groene muren neergehaald en uit haar herfstpalet de mooiste tinten dooreen laten vloeien, blad aan de boom en op de grond, bes aan de struik, hier en daar nog een verlate bloei, maar in de stromende regen met de vallende avond zijn het weer die muren, zwart en ondoorgrondelijk. Wolf ligt op de loer. Waar is die veilige grootmoeder, het rode kapje, het dartelende blije gebleven.  De fietstocht bleek een brug te ver. Roodkapje spatte uiteen in een jas, een rugzak, een fiets met draaiende wielen.

Roodkapje

Lange rijen mensen die nauwgezet elke boom, elke struik, elke verandering in de omgeving signaleren en onderzoeken. Speuren naar sporen met honderd vragen in het hoofd en angstige verwachtingen bij alle tekenen van de geschatte route, die duiden naarmate de dagen vorderen. Losse puzzelstukken vormen een beeld. Iemand zei het niet te begrijpen, al die aandacht voor één, terwijl er zoveel vermisten zijn. Het is niet meer dan terecht, dit gevecht. Dit is de roep om Vrijheid voor ieder van ons, om te kunnen gaan en staan waar je wilt, zonder wolven, beren, leeuwen. Een zorgeloze fietstocht, waarbij een bui geen tranendal wordt, maar een doldwaze Gene Kelly-achtige regendans, frank en vrij. ‘I am singing in the rain’.

De donkere wolken boven het hoofd van die lieve Anne waren niet meer weg te lachen. Ze kleurden dieper en dieper zwart en sloten haar in. Er bleek geen weg terug. Een fietstocht werd een sprookje met een verkeerde afloop. Roodkapje met wolven op haar pad, zonder jager en geen keuze meer. Het hart huilt bij al het nieuws dat, tijdens die lange rijen wachtenden, iedere dag binnen sijpelt. In het hoofd zaagt het lied met de seconde mijn hoop onderuit: ‘Zeg Roodkapje, waar ga je henen, zo alleen…zo alleen’.

 

Uncategorized

Domweg gelukkig

Er zijn van die dagen, die van toevalstreffers aan elkaar hangen. Gisteren was een zondagse geluksdag, een goed geslaagde, die niet meer stuk kon. Het was een perfect idee om een aantal zondagenochtenden deel te nemen aan de weekendcursus van de Haarlemse kunstacademie. Niets maakt een begin van de dag zo goed om, als het huis nog in diepe sluimer gehuld is, de deur achter je dicht te trekken en door de heerlijk geurende verstilde straten naar de auto te wandelen. De snelweg er naar toe, met de schapen en koeien die allengs meer uit hun nachtelijke versluiering opduiken en het gloren van de dag aan de horizon, brengt stille mijmer, die er mag zijn omdat het verkeer nog maar een fractie is van het doordeweekse gewoel.

003

Bij de tekenles springen we de ruimte in. Op grote vellen vangen we fabriekshallen, zeegezichten en straatbeeld met oog voor het perspectief. Regelmatig loopt het van de bladzij af of ontstaat er een bijna surrealistische vervreemding, omdat het lastig is om de vertaling van klein naar immens groot te maken. Maar het is spannend en we zijn zoekend. Iedereen ziet het anders. Dat maakt het nog boeiender. Ik ben te voorzichtig. Teken nog niet echt, schets meer, maar gisteren kwam het een beetje los. Heerlijk, om met een onontgonnen gebied bezig te zijn. Tekenen is zo heel anders dan schilderen.

004  025

Haarlem vraagt om strand Bloemendaal, daar ben je in een kwartier en is het heerlijk uitwaaien. Aan het begin werd ik enthousiast toe gekrast door grote zwarte kraai op het strandbord. Ze ging even zitten voor de foto, verschikte denkbeeldige kreukels in haar verenpracht en krakauwde me na, toen ik mijn weg vervolgde. Het miezerde wat, zo’n kleine speldenkoppen douche in het gezicht en op de bril. Het was der heerlijk en ik ving meeuwen met mijn toestel in hun vlucht. Opeens zag ik haar staan. Meeuw had zeester verschalkt en stond er mee te pronken in haar bek. Af en toe sloeg ze het arme dier een paar keer tegen de grond. Triomfantelijk keek ze naar me. Soms stapte ze statig voort, de kop hoger geheven omdat haar maal om ruimte vroeg. Mijn hele leven lang heb ik nog nooit een meeuw een zeester zien verorberen. Het was een gelukzalige dag.

029

Terug naar het Utrechtse, waar de dreigende lucht onderweg steeds openbrak en weer verdichte en toch besloot ik naar de tuin af  te reizen. De grond was te drassig om te maaien of te bewerken, maar de najaarszon had zich door het dek heen gewurmd en scheen aanlokkelijk op mijn bank onder de vruchtbomen, die moed aan het verzamelen waren om de winter het hoofd te bieden. Kleine dappere roos toonde haar knoppen, die zouden het nog kunnen redden met een warme week. De volmaakte stilte, het geurde herfst in alle poriën van grond, struik, boom en plant en de late namiddagzon precies op die ene plek was voldoende om alle impressies van de dag in te lijsten en op te slaan. Het zijn die zeldzame momenten van klein geluk, waar rijkdom binnenvalt en koestert. ‘Toeval bestaat niet’ fluistert het door de windstille tuin. Om met J.C> Bloem te spreken, ‘domweg gelukkig’.  Alles wat nodig is om het volmaakt te maken.

foto van Berna van der Linden.