Uncategorized

Je erfenis

Vanmorgen vroeg was het sluimeren nog in volle gang. Achter alle deuren weet ik lichte snurkers, zoete dromers, onrustige draaiers en het zachte gelijkmatige van een ademhaling in rust. Al tijden niet meer mijn afdeling. Ik hoef niet meer rond om hier en daar een vallend armpje terug te duwen en onder te stoppen, of een kleine nachtmerrie te sussen, de spoken op de trap te verjagen met ‘Maria sitzt am Rosenhag’ en de Kronkebonkers te doen verbleken achter hun behang met het ‘Maantje tuurt’. Ze kunnen zelfstandig hun geesten te lijf. Zo ver, zo goed.

Ik heb me van de ene zij op de andere geworpen, terwijl het matras kraakt dat het een lieve lust is, door zijn beschermende bovenlaag. Hygiene voor de nachtrust. Niet erg hoor. Heerlijke bedden, zalig huis, iedereen een eigen douche en toilet, het kan niet meer stuk. Ik hoef het zelf niet schoon te houden. Dat laatste is verreweg het grootste voordeel. Aan het begin van de nacht dommel ik in op een zoete rode wijnlaag en daarna kan ik op mijn gebruikelijke vroege tijdstip naar vreemde geluiden luisteren die soms op hun plaats vallen of helemaal niet.

Honden maken hier overuren door het aanslaan bij geluiden in de buurt van het huis, een konijn, een kat, misschien een late of een extreem vroege wandelaar, een auto die langs rijdt. Ik hoor geluiden die lijken op een boormachine, een deur die klapt, gemorrel aan de ijzeren poort, ik moet slapen maar zie arme zieltogende mensen, die aan deuren kloppen van luxueuze villa’s zonder uitgenodigd te zijn.

Ik neem de brede trap naar beneden, de kroonluchter springt aan, alles is in diepe rust. Is de patio leeg, geen oude hippies in het zwembad, die over de muren geklommen zijn, als in de films van de jaren zeventig. Mijn hoofd op hol. Teveel beelden vullen het plaatje in. Eigenlijk doodse stilte, daar waar je naar verlangde als je de kinderen op bed had gelegd. Tel Uw zegeningen, fluistert het voorgeslacht weer. Ja ja, de omstandigheden zijn meer dan buitengewoon, simpelweg het opperste geluk. Daar doen we het toch voor, een stil huis en de wetenschap dat de allergrootste schatten achter de dichte deuren liggen.

22426524_10210865236687086_866819791556444160_n.jpg

Dit had ik wel willen delen met de enige die daar recht op heeft, maar te ver weg zijn passie preekt, net als het bleke maansikkeltje in de vroege ochtend. De rollende golven zingen zijn requiem, alle golven zingen altijd overal zijn afscheid. Het maakt niet uit of het hier is in Silves of daar, op het weidse strand van Egmond, waar het opstomende schip er voor zorgde, dat we zijn stof tot stof en as tot as konden verstrooien en hij als een compacte zuil van protest naar beneden viel.

Zijn gouden voetbalzonen heeft hij niet meer groot zien worden, zijn kleine superhelden, kleinzonen met de bal aan de voet, heeft hij alleen met zijn sperwer en buizerd-ogen rond het veld van JSV bespied. Hij zou drie voet boven zichzelf uitgestegen zijn, met zijn lengte niet een al te grote prestatie, en toch eenvoudigweg zichzelf gebleven. Nu we hier in totale rijkdom aan het genieten zijn, weet ik dat hij mee rolt met de golven op het strand, de sikkel in de lucht, de dwingende kreten in het azuurblauwe zwembad achter het huis, de chaos rond de te organiseren maaltijd, maar meer nog in de warmte, de diepe genegenheid, de liefde voor elkaar. Hoe groots kan je sterven als dat je erfenis is.