Uncategorized

Geen onvertogen woord

Ineens waren ze er weer. Drie ieniemienie slakken in kleine garnalenvingers en even later op een oude plastic plank op tafel met een groeiende belangstelling van de andere nieuwsgierige aagjes. Wat zijn ze daar voor interessants aan het doen.

foto van Berna van der Linden.

De slakken die zich eerst een tijd koest hielden, waagden zich quasi  nonchalant aan de wandel. Zodra er een zich over de rand van de plank liet glijden, klonk er een opgewonden kreet: Hij valt…!!! Nee lieverds, kijk goed. Slakken zijn zo handig, ze glijden en plakken, daarom kunnen ze zelfs tegen het plafond wandelen zonder naar beneden te vallen. Voor we het konden voorkomen, trokken twee vingers de slak die het dichtst bij de geslaagde escape-route was, weer terug in het circuit. Hij kromp samen, herstelde zich heldhaftig, stak de kop vier omhoog en gleed als de koningin weer richting rand. Echte doorzetters, dat zeker.

Om af te leiden vroeg ik hen of ze wisten dat slakken echte kunstenaars waren en fantastisch konden tekenen. Mijn duo keek me vragend aan. Een zwart blad eronder en er volgt een prachtig lijnenspel van hun slakkenspoor. Een van de kinderen rende weg en kwam terug met een zwart geworden berkenblad. Dat werkte niet, begreep hij al snel. Om hem tegemoet te komen, legde de duo binnen twee grote kartonnen vellen aan elkaar, slakken verhuizen en daar vervolgden ze hun eigen weg. Ze trokken hun glinsterend spoor en er werd wat groen blad bijgehaald, dat weer versnipperd werd. Een tafel waar iedereen omheen stond te juichen bij elke opeenvolgende overwinning of aanvulling met pissebed, worm en spin.

foto van Berna van der Linden.

Wij hadden takken verzameld voor een monsterskelet. 206 botten in een mensenlijf, monsters kunnen er veel minder hebben of meer, meer vel, meer vet, grotere monden, enorme tanden, haar, ogen als schoteltjes.

Ik met denken aan de eigen monsters van vroeger. Dat was de reus uit Jan met de Bonenstaak en Blauwbaard met zijn gruwelkamer. De kobold van Rozerood, die maar heen en weer sprong, net als Repelsteeltje en boze schoonmoeders uit Sneeuwwitje en Assepoester, de kwade fee uit Doornroosje. Later kwam daar Eucalypta bij, met haar krasstem. Ze rolden uit de dikke boeken van Grimm en Andersen, ze toverden er lustig op los of roken mensenvlees op kilometers afstand. Ze griezelden mijn kindertijd bij elkaar en deelden mijn dromen, soms te angstig, soms te heftig, maar altijd rijker dan mijn reële voorstellingsvermogen. Adembenemend was de bende van de Zwarte hand, die door de hele kindertijd heen een kat en muisspel speelden en waar ik kinderlijke ongemak uit de realiteit doorheen vlocht.

267

De monsters van nu hebben fluorescerende kleuren, zijn kleine of grote bollen pluis of slijmerige kleefpasta’s, grappig, gek, maar bijna altijd van veel geschreeuw en weinig wol. Opmerkelijk geruststellend. Het lied van de monsterdans uit het grote prentenboekenliedjesboek sluit af met nog zo’n dankbare constatering. Alle maxi-en minimonsters verdwijnen als sneeuw voor de zon, als je op het knopje van het licht drukt. Alle magie van de wereld en een machtige vinger, die het pleit beslecht. Dat is de wereld van het kind.

Het skelet  komt er. Zij puzzelen de botten op een plek, ik knoop ze aan elkaar. Harige Harry is niet meer dan een rammelend skelet van takken in aluminiumfolie, de angst minimaliseert mee. De kunst van het griezelen is de beheersbaarheid door die vingertop op de knop. Daarmee bestaat gelukzaligheid eveneens in alle toonaarden. Met de Iphone in de aanslag leg ik alles vast, het griezelig genieten en het optimale ontdekken. Er valt geen onvertogen woord.

2 thoughts on “Geen onvertogen woord

Comments are closed.