Uncategorized

Alles heeft z’n voordeel

Heel de stad had bedacht de laatste zonnige zondag in het park met de kinderboerderij door te brengen. Groot en klein struinden door de dierenweides, aaiden de koeien, liepen de geitjes achterna, kakelden om de kippen heen. Dochterlief en de oudste kleinzoon hadden me al gezien. Snel loodsten we ons het paadje naar de bloementuin in. Daar huppelden slechts twee kinderen door het struweel. Een oase van rust temidden van de drukte.

Kleine Dribbel had zijn dag niet en was overal iBooks om. Misschien was het toch frustratie dat hij niet goed uit kon leggen wat hem dwars zat. Hij werd in het Frans toegesproken door zijn vader en speelde deemoedig de schuldenaar. Zodra papa met jeune homme schermde, waren de rapen gaar. Maar achter zijn rug om mepte hij de waterfles, die tussen ons instond, vliegensvlug omver. Zo’n kleine ondeugd.

Voor de middelste van de drie was het park een groot walhalla. Hij kwam langs sjezen, terwijl hij een rood fietsje met twee jongetjes erop voort duwde. Glimlach van oor tot oor. Overal en nergens was er wel vermaak te vinden. Dan weer bij de dieren, op het voetbalveldje, bij de waterpomp, door het zand. Dribbel had eindelijk afleiding gevonden in een kleine stellage waarop je kon balanceren. Vanaf ons rustige plekje sloegen we hem gade. Over de bomen en de kinderstemmen heen ruimde het lawaai van de kermis, iets verderop. De oudste was er met zijn vader naar toegelopen, omdat hij niets kon doen met zijn arm in het gips. Weer niet voetballen, nog niet spelen en niet fietsen. Een hard gelag. Alle levenslust verdween in het spel op zijn telefoon.

De vermoeidheid van gisteren, die heerlijke cursus en alle opgedane nieuwe indrukken, zong nog na in het hoofd. Vandaag was het een lome dag, waarbij het bezoekje aan het park even een frisse snuif zuurstof beoogde en even een glimp van het kroost. Meer puf was er niet. Mijn andere liefjes hadden een eerste nacht in hun caravan geslapen.voor de eerste keer. Daarna waren ze naar de domkerk gegaan, die eindelijk weer open was en kleindochter vroeg of ze de kaarsjes mocht uitblazen, na voor de eerste keer een kaarsje te hebben aangestoken voor opa op zijn wolk. Toen dat niet de bedoeling was zong ze maar ‘lang zal ze leven’. Het leverde een lach en een traan op.

‘S Avonds zag ik de aflevering van Maud & Babs. Babs werd gespeeld door Loes Luca. Een vergeetachtige moeder en haar zorgzame dochter, die daardoor voor bemoeizuchtig werd versleten. De kleine veranderingen die steeds gevaarlijker vormen aannemen zorgen ervoor, dat dochter Maud in een tweespalt terecht komt met haar werk en haar gezin. Daarnaast speelt de achterdocht van haar moeder een grote rol. Ze speelt haar vergeetachtigheid weg met veel gesus, niets aan de hand of een felle boosheid om die vermeende bemoeizucht.

Het blijkt een serie te zijn en vanmorgen keek ik deel een terug. Aandoenlijke beelden. Een prijskaartje aan een badpak tijdens het zwemmen, een pijnlijke schouder opgelopen bij een val, die ze verzwijgt, bij het opwarmen van een maaltijd de ovenfunctie aanzetten in plaats van een magnetron, een deur vol memootjes, kattebelletjes voor het gebruik van apparaten, een auto willen openen met de voordeur sleutel. En dochter maar opspringen en wegrennen uit haar eigen verantwoordelijkheid om alles weer te effenen. Ziedaar de grote zorg van een mantelzorger.

Geen opwekkende gedachte, wel herkenbaar en reëel. Zo kan het gaan, zo gaat het ook in veel gevallen. Mijn oom had zijn dementerende schoonmoeder in huis genomen, maar haar achterdocht en haar beschuldigingen werden te erg. Het verdriet is dubbel groot als het niet lukt, als het als falen voelt. Terwijl er situaties zijn die niet op te lossen zijn met extra zorg.

Zoonlief zit inmiddels op de toppen van een berg met vriendinlief, eeuwige sneeuw, tegen het vriespunt, maar een onvergetelijk uitzicht. Alles heeft zo z’n voordeel.

Uncategorized

We zijn er klaar voor

Tjonge, tweede dag op rij vroeg op. Eerst zoonlief en vriendin geknuffeld en uitgezwaaid. ‘Hebben jullie alles. Paspoort, QR bewijs, mondkapjes’ als een ware moederkloek drentelde ik om ze heen. ‘We worden pas na een half uur opgehaald hoor’, was de niet misverstane boodschap. ‘Haha, koffie mee en ik ben al naar boven. Dag dag liefjes’.

Er was zelfs nog genoeg tijd om te schrijven en om alles wat ik in de verschillende kringlopen verzameld had, bij elkaar te zoeken en in handige zakjes en bakjes te doen. Kom maar op met die cyanotype, ik ben er klaar voor.

Net op tijd belde ik aan. Zo te wonen aan die lommerrijke Vecht. Er bleken voor-en nadelen aan te kleven, dat merkten we in de loop van de dag. Drie trappen op was een kamikaze-oefening van het zuiverste water. Met veel gehijg, uitrusten halverwege de trap, ademhaling in balans brengen en voort, lukte het wonderwel. Het eerste half uur geen woord teveel uitkramen. Adem in, adem uit. ‘Ga maar gauw zitten’ gebaarden mijn twee lieve vriendinnen na de omhelzing. Wat een feest hen te zien en hier te zijn. Kunstminnaars bij uitstek.

De inleiding, hoe de kunstenaar tot het geven van deze workshops was gekomen, was interessant, een blik in de levenswandel van iemand, die dankzij de keuzes tot dit inzicht was gekomen en zichzelf maar bleef ontwikkelen. Daarna volgde een stukje kunstgeschiedenis met beelden en uitleg hoe cyanotype was uitgevonden en waarvoor het werd gebruikt. Ze haalde er de lijvige boeken van Anna Atkins bij. Wat een bijzonder werk.

Het hele atelier ademde cyanotype, die de autocorrectiecodes hardnekkig bleef omzetten in cyanide. Dat was het dus niet. Het bleek genieten te zijn, vooral de foto’s, die de kunstenaar had voorbewerkt, gaven een goed resultaat. De zon wilde nog niet erg, aanvankelijk begonnen we in het atelier met het licht van de oude warmtelampen uit de kringloop, die op een vernuftige manier waren opgesteld. Later konden we op buiten de UV-straling au naturel ophalen.

Daarna volgde een stukje techniek. De middelen die noodzakelijk waren en de wonderbaarlijk simpele werkwijze ervan. Dat een dergelijke sturing door middel van het samen voegen van de ingrediënten tot dit resultaat kon leiden, was al een avontuur op zich. Wat had ik graag een groep kinderen gehad om het hen te leren. Magie op hoog niveau.

Het grootste wonder voltrok zich bij de laatste wassing in een bakje waar een paar druppels waterperoxide in water werd gedaan. Alsof je een laklaag over de olieverf op het doek streek. Zo diep en levendig werden de kleuren. Inderdaad, als toveren. Als je eenmaal de ene na de andere compositie op je plankje had getoverd en met de glasplaat erover onder de UV-lampen schoof, voltrok zich de magie vanzelf. Wat een heerlijke werkwijze. Hetzelfde effect als bij het etsen, in de zin van ‘Vol verwachting klopt ons hart”, wat kwam er nu weer onder onze handen vandaan. Sommige objecten lieten geen licht door, klimopbladeren, daar moeten straks wat pennenstreken de afdruk vervolmaken, wat vast en zeker ook een boeiend effect zal geven. Het blijft een mooi spel van beeldend vorm geven.

in het atelier hingen mooie lange doeken aan ouderwetse broekenhangers. Lange kleurrijke lijzen naast elkaar. Het bleken de achterkanten te zijn van onderdelen van een kunstwerk, die ze als ‘Artist in residence’ aan het maken was in de tuin van Haarzuilens onder de verstilde blik van Belle van Zuylen, wier portretten ze ook gebruikte voor de cyanotype.De achterkant was al mooi van die lange vellen, maar het eigenlijke plan zal straks nog veel meer betekenis krijgen, als de opstelling wordt gemaakt zoals het bedoeld was.

Ik noemde de naam van een andere kunstenaar die ons begeleid had op school met de kunsteducatie en die zelf wandgrote aquarellen van haar achtertuin had gemaakt en toen bleek dat dat een vriendin van haar was. Beide hadden ze een fascinatie voor de flora en zochten naar wegen om die op een bijzondere manier vast te leggen.

Wij wisselden tussen alle bedrijven door alle wetenswaardigheden uit en waren ondertussen bijna niet te stoppen in het proces. We eindigden moe maar voldaan met een behoorlijke productie en bewonderden het eindresultaat naar tevredenheid en waren verheugd over de nieuwe mogelijkheden, die dankzij vriendinlief op ons pad waren gekomen. Er zijn nieuwe deuren geopend, die nieuwe inspiratie laat binnenstromen. Laat maar komen. We zijn er klaar voor.

https://www.hetschildersbedrijf.nl/product-category/cyanotype-workshops/

Uncategorized

Niets is minder waar

Het was even zoeken in alle vroegte, omdat de parkeerplaats aan de zijkant van het schoolgebouw lag en ik het niet zo snel als zodanig herkende. Om acht uur werd ik met open armen ontvangen door de directeur van de school, die mij kennelijk wel herkende. Het bleek dat zijn kinderen bij ons op school hadden gezeten. De hal was kleurrijk en uitnodigend en de lerarenkamer een walhalla van kleur, kunst en heerlijke uitnodigende banken om mijn eerste thee van die ochtend op weg te nippen. De binnenplaats was een groot kunstwerk van bomen en keramieken beelden van honden. Wat een verrassing. De honden glansden je tegemoet, glimmend gewreven door de vele kinderhanden, een grote uitnodiging tot spel met de honden of de bomen in de hoofdrol.

Hoe ik ook groef in mijn geheugen, de directeur kon ik niet meer plaatsen. Later wellicht. De twee onderbouw-groepsleerkrachten kwamen er bij zitten en weldra was ook het team van de historische kring compleet. In een aangenaam kouten bleek de ene leerkracht de toetsenist en de bassist van onze band te kennen en diens vrouw, mijn ex-collega, die zo tragisch overleden was. De beide mannen had ik al een tijdje niet gezien. De herinnering eraan bracht even de goede ouwe tijd naar boven.

We gaven de groepen de ruimte om binnen te druppelen en iets over half negen stapten we het lokaal in. Een mooie afspiegeling van de buurt waar de school in stond. Zo heerlijk om weer centraal voor de groep te zitten. Ze begonnen direct over de baby’s in het rieten wagentje, die ik had meegebracht. Daar mee te openen dus. Weldra liepen de eerste schatjes hun rondje. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’ was een groot succes. De vaste telefoon vonden ze hilarisch toen ze zagen hoe ik het zware zwarte geval meedroeg tijdens het gesprek en teruggefloten werd door het snoer. ‘Huh, geen Nintendo, geen computers, geen laptops, geen iPad, geen iPhone of Android, maar hoe dan’ vroegen hun ogen op schoteltjes. Buiten spelen, kaatseballen, knikkeren, elastieken en stand in de mand. De suikerpot werd voor een gloeilamp versleten met zijn zelfde vorm. De volgende keer gaat de radio met het cassettedeck weer mee. Dat gaf ook de nodige commotie.

Mijn collega herinnerde aan de twee dorpen, die nu een stad waren en de boerderijen en de weilanden ertussen, nu praktisch verdwenen of volgebouwd met huizen. Een jongetje woonde nog op een boerderij. De juf pakte er zijn foto bij. Dat was het huis aan de Nedereindse weg, waar ik met manlief en baby ooit op de zolder woonden. Hij glom van trots, om het toeval. De dubbeldekkers namen gretig aftrek, maar ze bleken voor menigeen te groot.

In de andere groep zaten kinderen die geen suiker of melk mochten. Ook iets om over na te denken. Een nieuw jongetje barste in snikken uit, toen de vreemde mevrouw naast hem kwam zitten. Was ie net gewend aan zijn eigen juf en dan gebeurde dit. Het was teveel, die overgang. Hij mocht bij de juf zitten.

Na een uurtje stonden we weer buiten en moest ik mijn kleine blauwe vanaf de passagierskant inkruipen op de krappe parkeerplaats. Logistiek was er alleen aan hoeveelheden gedacht en niet aan de mens zelf.

Thuis maakte zoonlief alles in orde voor zijn vakantie. Er moest een waterdichte regenjas komen, want het beloofde vooral nat en koud te zijn. Noorwegen zal desondanks indruk maken. Mijn eerste kampeertocht met mijn allereerste vriendje ging naar Denemarken en Zweden. Als onderkomen een legertentje met knopen zonder grondzeil en de trektocht gebeurde liftend. ze hebben nu de luxe van een gehuurde auto. Tijden veranderen en niets is minder waar.

Uncategorized

Met liefde

De dag begon vroeg na een latertje gisterenavond met de leesclub. Dat was wennen. Zes uur ging de wekker, ja…De wekker, die ik normaliter nooit hoef te zetten. Gisteren durfde ik niet voor mezelf in te staan om de beloofde bedtijd omdat het zo ging gisteren. Kwart over elf richting huis, half uur rondrijden voor een parkeerplek, aan de overkant gestald, stukje lopen en twaalf uur op de bank. Alle boeiende gesprekken moesten eerst nog bezinken en de tijd tikte onverdroten door. Na een uurtje sloot het doek. Vijf uurtjes slaap, normaal ging dat vanzelf, maar nu was het een gok en daar mochten de gastlessen de volgende dag niet van afhangen.

Krekeltjes tsjirpten de slaap uit het lijf. Goedemorgen. De ogen wilden pas drie sluimertjes later.

Gisteren heb ik een heldendaad verricht. Pluis was in vliegende vaart naar het raam gestoven en gleed naar beneden, kwam vanonder de bank weerom en had iets zwarts in de bek. Prooi gevonden. Happen, loslaten, opnieuw happen. Na inspectie bleek het een atalanta te zijn. Verdorie Pluis, had je geen mug kunnen nemen. Vlinder ontfutselt en snel op een paar achterafplanten neergezet. Uit het zicht van Pluis. Ze bevroor tot gehavend standbeeld. Toen ik Pluis had verboden in de buurt te komen, schoof ze kennelijk na een tijdje op en ving schoonheid met gespreide vleugels. Vijf minuten later was ze weg. Hoera voor de mooie dagpauwoog. Ik zond haar een dosis genezing na.

De leesclub gisterenavond, met die trouwe lieve vrienden, was een verademing, tussen alle drukte door. Even pas op de plaats, persoonlijke warme aandacht, thee met chocola voor de geest en om de behaaglijkheid te onderstrepen. Het boek, Zwarte schuur van Oek de Jong, verder weggezakt dan gedacht, begon opnieuw vorm te krijgen. Hele passages schoven het hoofd binnen, riepen het gevoel erbij op. De stroperigheid, als hij aan somberte onderhevig was, werd door een ander juist herkend als het trage proces waar tanende liefde en het verlangen naar balans zich erin storten om datzelfde evenwicht te verkrijgen. Zo is het in de werkelijkheid ook. Geef het die tijd, gun het. Nieuwe invalshoeken geven een mooie wending aan de ontvankelijkheid van het verhaal.

Het schuldige gevoel dat op het leven van de hoofdpersoon drukt, als een zwaard van Damocles, wordt niet door het vermeende feit veroorzaakt, maar door hoe de omgeving reageert. Geen omkijken naar oorzaak en gevolg, maar messcherp prikken naar een niet te bewijzen dader. Zelfs ouders die zich schamen voor het gedrag van de zoon, doen een grote duit in het zakje. Aan de schandpaal genageld, draag je het pek en de veren je hele leven mee.

Aannames spelen een grote rol, ook bij hem, als hij al een gevierd kunstenaar is. Ze wordt gevoed met zijn jongensangst, ooit erin geramd door twee broertjes op de dijk. Hoe rijk is het verhaal. Hoe zorgvuldig zijn de karakters, bijna allemaal uitgediept. Ieder van ons leest een ander, een eigen verhaal. Tot vergelijk komen en tussendoor uitweiden over nieuwtjes, over waar het hoofd van omloopt, toekomstplannen, nieuwe vooruitzichten, beloftes en ten slot het nieuw boek. met de lapjeskat als gemoedelijke luistervink, terwijl ze bedelt om aai en aandacht.

Opgetogen, maar te laat, naar huis na de borrel met verse ansjovis en olijven in Citroën en afgeblust met een heerlijke Verdecchio. Want hé, manna voor de geest en manna voor de maag vult het hart met liefde.

Uncategorized

Een perfecte middag

De hele dag was het een beetje drentelen geblazen. Met een telefoontje van de chirurg op komst in een vrijwel onbeperkt tijdsbestek werden alle noodzakelijkheden zonder pardon naar achteren geschoven. Ik had met zoonlief de nieuwe Benjamin kunnen bewonderen, maar wilde de opperste concentratie voor het gesprek. Dus werden herfstasters uit hun krappe behuizing bevrijd met het rode schepje van Rose, de dode rozentakken weggeknipt met de snoeischaar van Rose, de rieten lamellen opgerold om de somberte in huis te verdrijven en meer van dat soort prietpraat.

Om de zon binnen te laten schijnen werd een ouderwetse klassieke Franse uiensoep in elkaar gedraaid compleet met laurier, foelie, tijm en wijn en prachtige gekarameliseerde uien. Troostvoedsel bij uitstek, gedrenkt in nostalgie, bistrostoeltjes, toast en gesmolten gruyère. Uit de tijd dat diezelfde tijd nog rekbaar was. Gisteren ook, als stroop, door het lange wachten. Want ik had het kunnen weten, pas om kwart voor vijf kwam het verlossende telefoontje. De ernst van de zaak werd erin gebracht door mevrouw te gebruiken bij het voorstellen en de fysiotherapeut in de strijd te gooien met zijn advies een deskundige naar de pols te laten kijken. Het leverde het beoogde resultaat op. Een controlefoto en een consult.

Opgelucht kon ik eindelijk mijn boek uitlezen. Bizar van Sjoerd Kuyper behoort vanaf nu definitief tot mijn puberbijbels of voor als je er aan toe bent. Menig volwassene zelfs nog niet, waag ik te geloven. Met Hamlet in haar rugzak en een verbod om te lezen wordt een meisje van dertien de wereld in gestuurd met de boodschap zichtbaar te worden. Wie niet lezen kan, gaat schrijven. Wie schrijft mag elke waarheid zelf verzinnen. Dat is precies wat er gebeurt. Aan het einde zijn er tranen door de laatste zin. Niet in het boek maar achter mijn ogen en een diep respect voor deze schrijver, die alles, maar dan ook alles bespreekbaar durft te maken en waarheden ontrafelt en nieuwe waarheden leert. ‘Te zijn of niet te zijn’ van Shakespeare met Schopenhauer als tegenheld. Als ik iets voor mijn lijst zou moeten lezen zou ik dit willen lezen. Het boek dat je lezen en schrijven leert, eigenwaarde schept, ingewikkeld existentiële vragen ontleed en de wereld zichtbaar maakt.

Met smaak werd alle uiensoep verorberd, lezen maakt hongerig. Pluis lag lekker op het balkon te soezen. Een wat troosteloze dag maakte haar niet uit. Soezen kan altijd. Je knijpt je ogen tot spleetjes en er schijnt licht naar binnen. Vandaag schijnt de zon weer, maar is het herfstig fris.

Straks ga ik op jacht naar de nostalgische koekjes voor de gastles morgen, de dubbeldekkers en de likkoekjes. Het rieten poppenwagentje is bij dochterlief beland, dus die kan opgehaald, de rest van de attributen staan in de schuur. Het is ook de hoogste tijd om mijn recensies af te schrijven.

Als deze week met alle drukte voorbij is, is de natuur aan de beurt. Zee snuiven, langs de Lek dwalen, een boswandeling maken en de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike uitlezen. Misschien is een tochtje naar Villa Jagtlust van deze dichter, kunstenaar, illustrator en journaliste een goed idee. Misschien straalt het wel inspiratie in, uit een ver verleden. Het ligt midden tussen de bossen in Blaricum. Literatuur en natuur hand in hand en derhalve met alle ingrediënten uiterst geschikt voor een perfecte middag.

Uncategorized

Een kleine noot van wijsheid

Eindelijk kan ik melden, dat Benjamin deze status heeft doorgegeven aan zijn nieuwe jongste broer, nummertje acht van mijn lieve kleinkinderen. Nu het in alle media vermeld staat, is het op z’n plek, dat jullie er ook kennis van kunnen nemen. Het grote geluk.

Vanmorgen las ik bij een andere dagelijkse blogger, dat hij bij teleurstellingen of verdriet vroeger regelmatig de bijbel opensloeg en dan altijd een passende tekst tegenkwam. Dit keer, na een bezoek aan het ziekenhuis, sloeg hij een dichtbundel open en kreeg warempel weer troostende woorden voor ogen. Ik ben niet met bijbelpassages grootgebracht. Wel met Latijn en hele snelle paternosters en weesgegroetjes, waar een heel eigen betekenis aan werd gegeven. De verhalen van Bosco in stripvorm, het Katholieke prentenboek over de hemel, hel en het vagevuur behoorden ook tot de vaste prik. God op een troon van goud en nikkel om met Bertus Aafjes te spreken. Maar gedichten vond ik prachtig en een verrijking voor de taal en de ziel.

Een lumineus idee, dat waarlijk helpen kan in deze roerige tijden. Ik nam een van mijn lievelingsschrijvers op. Het boek van ‘De almacht van de Boktor’ van Toon van Tellegen met prachtige illustraties van Mance Post en sloeg het open. Een stukje overpeinzing:

De uil kwam ‘s avonds laat bij de boktor met een prangende vraag. Hij had daarstraks alle brieven versnipperd, die hij ooit geschreven had en niet verstuurd. Ernstige, vermanende, belangrijke, bezorgde brieven en brieven met diepzinnige vragen en duistere overpeinzingen. Wat hem bezielde wist hij niet. Het was in een opwelling gebeurd. De vraag aan de boktor was of hij de snippers weer kon plakken tot brieven. De boktor ging aan de slag en plakte de hele nacht, soms slapend, soms kon hij het niet goed zien in het donker. Tegen de ochtend waren ze klaar en uil vloog ermee naar huis. Daar begon hij te lezen:

Geachte vleermuis. /Ik vind hoorbaarheid verschrikkelijk./Verschrikkelijker dan nog zichtbaarheid. /U toch ook? /En dan heb ik het nog niet eens over vindbaarheid. /Om maar te zwijgen van dankbaarheid erbarmen /oogopslag smartelijk.

En:

Best winterkoninkje, /Als ik aan jou denk breng je mij altijd in verlegenheid. /Ik weet niet waarom. /Alsof er iets in mij zit te wachten op /duisternis schoonzucht/achterna

En:

Mug,/Ik sta voor het aangezicht van afwezigheid./ Ik ben koud en kwaadschiks./Als ik denk zwijg ik misbaar onvermogen, een en al oor./Maar jij, jij ontwaart ontgrondt ontluistert/ jij liefkoost tranen onverdroten o zo zz

De brieven leken niet af te zijn of juist wel daardoor. Misschien was af wel iets heel anders dan hij altijd had gedacht. Misschien moet ik mijzelf wel herzien, dacht uil. Hij legde ze op een stapel om te kijken wat hij er de volgende nacht van zou vinden. De zon kwam op. De uil ging slapen. Maar nog voor hij in slaap viel dacht hij aan wat hij nog meer aan snippers kon verscheuren en naar de boktor brengen. Zekerheden. Verlangen. Schemering…Toen sliep hij.

Jezelf herzien door al je vaste waarden te versnipperen en ze, te hooi en te gras, aan elkaar te plakken en een nieuwe jij te creëren. Of je denkbeelden over anderen versnipperen en daar weer nieuwe bevindingen van te plakken. Zijn we in wezenlijke zin wie we zijn. Is wat we waarnemen eerlijk of gekleurd door onze eigen persoonlijke brillen. Wel deel van mij zie jij en ik van jou. En anderen dan.

Het boek van de boktor, afgeschreven door de bieb en door mij daar, lang geleden, uit een bak gevist, verdient het niet om aan de kant gezet te worden als de inhoud zo waardevol is. Ik schrijf me een keer per etmaal een verhaal van de boktor voor, die geestelijk zo verheffend is en waar mijn gemoederen zich in kunnen wentelen. Een kleine noot van wijsheid.

Uncategorized

Feest met Dribbel

Gisterenavond was de uitzending van ‘Kopen zonder kijken’ met zoonlief en mijn schone dochter. Kan een mens nog trotser zijn. Gewoon, omdat ze zo lief waren en oprecht blij met wat ze kregen. Zelfs al was het verder weg dan aanvankelijk gehoopt. Veel mooie en lieve reacties gekregen. Er was ook een glimp van broerlief als oppasser voor de Benjamin. Heel bijzonder, zo’n ervaring. De opnames voor deze aflevering zijn vorig jaar allemaal tussendoor gemaakt en het huis werd eind mei opgeleverd. Dat kon ik allemaal niet schrijven, terwijl het gemoed bijna overliep van opwinding en blijdschap. Jaja, zware beproevingen voor een schrijver van een dagelijkse blog.

Gisteren de poli chirurgie gebeld, maar er was pas eind september plek. Nu is er voor morgen een telefonisch consult. Daarmee hoopte de assistente dat ik sneller gehoord en daarmee geholpen zal worden. Pols hoopt mee met mij. Ze is nog steeds te dik en pijnlijk. Een foto die duidelijkheid zou verstrekken lijkt me een optie.

De nachten zijn aan het lengen. Vanmorgen gloorde het pas tegen half zeven. Langzaam maar zeker worden we de herfst in getrokken en maakt natuur zich op voor een kleurrijke finale. Het verlangen om juist dan in de tuin te zijn, blijft. Nu kan ik er te weinig doen en het gevaar van overbelasting ligt op de loer. Maar het kriebelt de onrust wakker, dit passieve immobiele bestaan, de zoveelste van dit jaar.

Vanmorgen pakte ik de krijtborden uit, die dienen, voor op de afgebladderde plek van het atelier op de tuin. Ze waren eindelijk besteld. Een van de borden was ernstig beschadigd. Een mail was voldoende om bijna per ommegaande te horen dat het hen speet en dat er een nieuwe onderweg was. Dat noem ik nog eens service. Deze klant van IFM-Ecom, waard om genoemd te worden met naam en toenaam, heeft nu een denkbeeldige kroon op.

Morgen komt de leesclub weer bij elkaar en het boek waar het om gaat, is zover weggezakt dat een kleine review op z’n plek is. Zelfs de titel is weggezakt. Houdbaarheidsdatum overschreden, na een aantal maanden en een stapel nieuwe boeken verder. Heerlijk om de anderen terug te zien.

Opnieuw een aanvraag voor twee gastlessen over het leven van 50 jaar geleden in een doorsnee gezin. Nog steeds kan ik aan de hand van voorwerpen heel veel vertellen. Het ligt er een beetje aan, wat er morgen wordt bedacht door de arts. Vrijdag zou ik dan aan mogen treden. Heel verleidelijk om voor een groep kinderen te staan. Even een klein moment van terugkijken, verwondering zien en beleven. Pas als je uitlegt hoe het was in de opvoeding van de eigen kinderen, vallen alle veranderingen echt op. Van cassettebandje tot Spotify, van televisie-antenne tot streamen, van draadtelefoon tot iPhone en Android. Maar ook van schrijven met pen en inkt tot documenten maken op een iPad.

Het boek Bizar vertaalt en haalt mijn eigen puberbrein naar nu. Mijn dagboeken, die vol verliefdheden staan als een grote vraag naar zachtheid en lief gevonden willen worden, een grote hunkering naar aandacht, terwijl dat er op een bepaalde manier echt wel was, tussen alle werkzaamheden door en het spelen op straat. Die grote lange zoektocht door het leven op weg naar de volwassenheid, waarbij rede en emotie elkaar in hoog tempo afwisselen is een herkenbare werkelijkheid, afgewisseld door een hoge mate van fantasie en verbeelding en de nuchterheid van alle dag. Nog geen mogelijkheid gehad, om er helemaal in te verdwijnen.

Ook nu niet, want straks komt Dribbel afleiden en vermaken. De autootjes staan klaar. In de benen dan maar en krant en koffie ietsje later. Een nieuwe dag te kraken. Het had zomaar een titel voor een nieuw verhaal kunnen zijn. Feest met Dribbel.

Uncategorized

Gelouterd weerom komen

Hoe lang een mens teren kan op de positieve energie van een toneeldag. Nog na sudderend werd de lichamelijke vermoeidheid volledig gecompenseerd door de geslaagde afdronk. De dag trok in flarden aan de geest voorbij. Dan kon het gebeuren, dat je zomaar, temidden van niets, lag te schuddebuiken op de bank of vertederd omkeek naar de beelden in je hoofd, ontroerend soms, door het overtuigde geloof in die vreemde Engelse dames. De oogopslag van een verbaasd ongeloof. ‘Echt?’ Twee ronde stuiterende knikkertjes van pupillen. ‘Maar echt?’ De weifeling sloeg om in een rotsvast vertrouwen en een vasthoudendheid om zoveel mogelijk ‘poop’ te verzamelen, die zowel ongekend als aandoenlijk was.

Het zat inmiddels met name in de benen en vooral in de aangedane pols, die vermoeienissen. Ze hadden zich bij elkaar geveegd en verzameld in de pijnlijke linkerkant van de pols en in de onderdanen, die zich zuchtend in de zwarte kloffen van laarzen hadden gestoken. Het was koeler weer, maar daardoor aangenamer. Dochterlief en de kleine filosoof pasten op Dribbel en zijn twee broers en haar eega kwam met kleindochter na het middagslaapje.

De enige plek om te zijn met vijf keer spring-in-het-veld is in het grote park met de dierenweide. Drie ezels, twee koeien en een vaars, een paard en een pony, twee zwijnen, een legertje springbokken en lieve zachtogige geiten. Het was bijna voedertijd en de onrust nam met de minuut toe. De ezels balkten bijkans de rooibos uit mijn bekertje en het geloei van de koeien klonk al net zo ongedurig, maar qua decibellen wonnen de zwijnen. Met veel gesnuif en grommend geknor alarmeerden ze de helpers over hun staat van zijn.

Daardoorheen dolden de kinderen, apenliefde, die uitmondde in uitdagen, stoeien, vastlopen, verdriet als het er te uitbundig aan toe ging. Alleen kleindochter zat braaf en langdurig te genieten van kleine piezeltjes schepijs op haar lepeltje. Dribbel trok volledig zijn eigen plan, waar iedereen zich ongevraagd ook mee bemoeiden. Meerdere vaders op je bord is teveel van het goede. Met aangeboren eigenzinnigheid ging hij stoïcijns en vastbesloten zijn eigen weg.

De kleine beesten waren veel rustiger, maar toen alles een schep brokken had gekregen, keerde de rust weer in de hele dierenstal. We liepen langzaam op huis aan en daar liet ik ze gaan. Tas van de kleine filosoof, die nog achter in de auto lag, nam dochter weer mee.

Zaterdagavond zag ik ‘Matthijs Gaat Door’ en besefte ten volle dat de komkommertijd op tv eindelijk echt achter de rug was. Zinvolle gesprekken, inhoudelijk en boeiend, een waterval aan goede muziek, mooie ideeën, het kwam binnen als een warm bad. Het samenspel aan het eind van allerlei muzikanten, die daarna mee zouden lopen in de Unmute-demonstratie was hartverwarmend en leidde tot een aangedaan gemoed. Tranen van vreugde, omdat het er was, omdat het straks weer gewoon zou zijn als men eindelijk eens zou gaan luisteren naar de meute en kunst en cultuur gelijk zou worden gesteld aan de sport. Gelijke monniken, gelijke kappen, weet je als leider van je groep. Zo moeilijk kan een optelsom niet zijn. Bij elk herstel is voeding nodig en dat krijgen we binnen via de geestrijke impuls van de schone kunsten in de breedste zin van het woord.

Het boek van Sjoerd Kuyper is precies wat de titel weergeeft. Bizar. En daarmee is veel gezegd. De vorm, de denkwereld van een pubermeisje, is geniaal. Zoals de schrijver zich heeft kunnen verdiepen in die schijnbaar volstrekt onnavolgbare en toch zo volgbare gedachtengang van haar beeldend vermogen, terwijl er allerlei maatschappelijke en filosofische dilemma’s aan bod komen, wekt grote bewondering. Om in te verdwijnen, dit verhaal. Lezen dus en gelouterd weerom komen.

Uncategorized

Om nog lang op te teren

‘s Morgens in een sneltreinvaart alle spullen verzameld om de transformatie te maken van mij in Rose. Na het gebruikelijke ochtendritueel en nog wat vochtige onderbeen lieten de geruite kniekousen van de paardengruiter zich maar moeilijk ophijsen en ook de wandelschoenen bleken weerbarstig te zijn. Uit de wollen rok werd het elastiek geknipt, dat zat een stuk aangenamer.

De brede riem, waar de tuinattributen aan werden geknoopt, zoals snoeischaar, schepje, tasje voor het mobiel, pincet en loep, bleek een fantastisch accent. Hoed op, gouden bril op de neus en vlindernet in de aanslag. Als Rose op pad met grinnikende buren in mijn kielzog, omdat ze de hond gingen uitlaten.

Foto Mieke Duhen

De entourage paste als een handschoen bij drie Engelse Garden Lady’s. Vorstelijk ook, de tuin in bloei, tere anemonen, Engelse theerozen in zacht oranje, de armeluis-orchidee volop in de bloemen, hemelsleutel, vlinderstruik, hosta en hortensia. Volop vogels en ander vliegend klein grut. Het moest toch gek lopen als daar de viervleugelige snuifmotkever zich niet tussen bevond. Onze gastvrouw was allerhartelijkst en liep samen met de man des huizes ons de hele dag na met kleine heerlijkheden uit de tuin, druif en framboos en ‘s middags een smakelijke quiche met een verse prei uit de moestuin. Paradijselijk verwend.

Lilly spelde onze badges op. We maakten een tafel met loeps, pincetten en petrischaaltjes en verhuisden onze theetafel naar de entree, zodat we goed zicht hadden op ons bezoek. Klokslag twaalf begon het te lopen. De eerste gasten, lieve vriendin van het eerste uur, werden nog wat onwennig ontvangen. Onze accenten moesten nog geslepen worden en voordat de Rose, Lilly of Margret bezit van ons hadden genomen, duurde het even, maar alras groeide en groeide de rol en schalde het ‘Hello dearrrrr, come binnen, wat niiiiiiiiice dat joelie er zijn, can you help us’. Steenkolen-Engels op topniveau, als Barry Stevens of Donald Jones themselves.

Muziekje van Rose.

Kinderen waren helemaal dankbare helpers. Na de hulpvraag gingen ze verwoed aan de slag met pincet, loep en petrischaal naar de ‘poop’ van het beestje om in de petrischaaltjes te verzamelen en kregen onze geheime wapens een voor een in handen, waar de andere dames niets van mochten weten. Volgens Rose waren ze gek op muziek, van haar kregen ze een kleine muziekdoos mee, volgens Lilly zaten ze onder de blaadjes en die wisselde het muziekje om voor een zakspiegeltje en volgens Margret hielden ze ontzettend van stinkende kunstmest, die ze overhandigde na het weggrissen va het spiegeltje. Als Lilly op een ouderwetse fluit blies, was het tea-time en mochten de dames even uitrusten met crackers en lauwe thee.

Zo ontwikkelde zich het verhaal steeds verder bij het verstrijken van de uren, werden er heel wat ‘poopjes’ verzameld, kwamen onze grote fans van ons laatste schooljaar langs. Lilly werd vertolkt door mijn lieve duo, en genoten we van iedereen, die voor ons kwam of voor de tuin en de zijdehoenen.

De viervleugelige snuifmotkever werd niet gevonden. Zelfs door zuslief niet, die toen maar een filmpje schoot voor het thuisfront. De enige spelbreker was de pols, die ik hoog hield door hem in het mouwgat van de spencer te schuiven. Aan het eind, moe maar voldaan, Rose, Margret en Lilly af en in het eigen kloffie, was er nog wat wijn met haring en toost met brie bij onze gastvrouw en gastheer. Met een ‘Volgend jaar weer’, namen we afscheid toen de vermoeidheid binnensloop en er niets prettiger leek dan languit op de bank. Met een feestelijk gevoel ging het huiswaarts. Iets om nog lang op te teren.

Uncategorized

Missie geslaagd

De andere Royal-dames hadden flaphoeden. Als ik een goeie tegen zou komen, dan nam ik haar alsnog mee. Dus bestond mijn te-doen-lijst uit: Hoed-tuingereedschap-touw-pincetten(nog steeds)-rozensjaal of zoiets dergelijks. Dat was het wel zo’n beetje. De meeste tuinattributen haalde ik bij de groene winkel. Een schep, een vlindernet, want hoe vang je anders een viervleugelige snuifmotkever, een mini-snoeischaar en touw. Alles om aan de riem te laten bungelen samen met mijn loep.

Bij de eerste kringloop stond een dame als een ottertje te zweten in een wollen jurk. Ze had een foto doorgestuurd naar haar dochter, die als Salomonsoordeel ‘Zo zo’ terug had geappt. De twijfel sloeg nog heviger toe. ‘Probeer er een mooie gekleurde sjaal bij’, opperde ik, toen ik haar twijfel bespeurde. Daar hield ze niet van. Ze was niet van de sjaals. ‘Dan zou ik een riem proberen’. En werkelijk, toen ze die strak trok, kwam er een prachtig figuur uit. We keken elkaar aan en grijnsden. Verbondenheid in een notendop. En door.

Bij de tweede kringloop vond ik een soort Range-hoed. Als de drukkers los waren gemaakt, flapte hij. Meenemen voor één euro in geval van nood. Bij de derde kringloop vond ik een roos voor tien cent en bij mijn eigen kringloop zat het vertrouwde gezicht van mijn ex-collega op haar kantoortje temidden van de winkel. Haar gezicht lichtte op. Ik was haar al veel eerder ooit op de afdeling oncologie tegengekomen, in mijn rol als gastvrouw. Dat schiep een band. Daar kon ze haar verhaal aan me kwijt, maar ook de grapjes en grollen, waar in het bezwaarde gemoed altijd ruimte voor was en juist ook behoefte. Nu zat ze, volledig genezen verklaard, weer op haar post en dat schiep een grote voldoening. De keerzijde voor al die keren, dat het niet goed was afgelopen met de anderen daar op de afdeling.

Ze wist al van mijn zoektocht naar Rose-attributen en toen ik een prachtige nieuwe hoed had gevonden, die helemaal paste binnen het plaatje met een rozensjaal erbij was haar euforie zo oprecht als de mijne. Een vrouw kwam op ons af en keek me onderzoekend aan. Bij ons allen begon het verleden te gloren. Opgetogen riep ze tegen ons; ‘Ik wist het, ik twijfelde toen je langs me liep, maar ik wist het, je bent het’ het was nog een oud-collega van ons, die vroeg hoe het mijn jongste ging. Mijn ex-collega memoreerde hem als de kleine jongen die tussen de bergen kleding lag te slapen, terwijl ik aan het werk was. ‘Zo’n schattig ventje’, beaamde de ander, ‘Ik zou hem nu niet meer herkennen als ik in hem tegen zou komen’. Of ik geen foto had. Ergens op de familiesite kon ik er een van het complete gezin opduikelen. Ze bekeek hem nauwkeurig. Toen ze haar litanie wilde beginnen van ‘vroeger was alles beter’, boog het gesprek zich als vanzelf om door de Burberry regenhoed, die ik in een oogopslag zag hangen boven het hoofd van de collega. Ze was nog niet geprijsd en gelukkig te klein. Zo ontstond er geen dilemma. De baas van de winkel kwam erbij. Hij rekende mijn hoed en twee sjaals af en vroeg of er geen interesse was in een baan. ‘Ik heb hier 22 jaar gewerkt’, lachte ik. Dat had hij juist gehoord, waarbij ik de hemel was ingeprezen. Daardoor kon ik eindelijk mijn verhaal van mijn aangedane longen kwijt, maar vooral hoe belangrijk ventilatie was voor zijn personeel. De boodschap kwam door. Op naar het volgend adres.

Dat was de winkel van de medische producten tegenover het ziekenhuis, die hadden geen pincetten, maar gaf de tip het bij de apotheek in het ziekenhuis te proberen. Ze stopte me een mondkapje toe. Het was druk in de wachtkamer. Mensen mopperden of liepen weg. Tussen de bedrijven door vroeg ik of ze ook disposable pincetten hadden, wat werd beaamd. Opnieuw in de wachtmodus, die uiteindelijk werd beloond met 15 stuks. De koningin te rijk, stapte ik weer naar buiten. Wat een dag. Missie geslaagd.

Uncategorized

Dag ezels, dag ringslangen

‘Je wordt een boeddhist als je met kinderen omgaat. Je moet zoveel geduld hebben, dat de tijd lijkt te verdwijnen, die geeft de moed op’. dit zijn de woorden, die de schrijver in de gedachten van de hoofdpersoon schrijft, in mijn laatste recensie-exemplaar. Wie, hoe en wat zal ik op een later tijdstip onthullen, maar allemachtig. Wat een boek. Het rijgt vervreemding, bewondering, ongebreidelde fantasie en filosofie in een adem aaneen. Een lang snoer van genieten. Tijd die de moed op geeft. Het is me op het hart geschreven.

Op weg naar de school van de kleine filosoof ging ik nog even naar de Emmaus om te zien of daar een Rose-hoedje te vinden was. Op de gevel las ik de prachtige uitspraak van Mandela. Opnieuw groeide diep ontzag voor de bedenker van deze waarheid. Overcoming poverty is not a gesture of charity. It is nog an act of Justice. It is the protection of a fundamental human right. The right to dignity and a decent life”. De spijker op zijn kop. Waardigheid en een fatsoenlijk leven. Erachter komt officieel nog ‘While poverty persists, there is no true freedom’ maar dat vond ik niet terug op de muur. Het is precies de essentie.

Ik schoof vanuit de schaduwzijde van de straat langzaam maar zeker op naar de ingang van het grote hek, waarachter vaders en moeders, oma’s en misschien wel een enkele oppas tussen stond. Veel fiets en bakfiets, kinderwagens, mijn kleine blauwe ver weg en een glanzende grote Mercedes ,die als een schip geruisloos achteruit stak een parkeerhaven in, in de verboden-in-te-rijden-straat , op twee passen van de ingang af. Na de eerste groep zag ik mijn kleine grote man in het groen, die stralend en met open armen op me af stormde om te knuffelen. Dan kan de dag al niet meer stuk met zo’n geluksmomenten.

Een beloofd ijsje moesten we gaan innen. Schepijs van Zomer had hij in zijn hoofd, maar oma’s zijn altijd een tikje eigenzinnig en na een stief half uur en een ‘oma zijn we nu bijna bij het ijsje’, stopte de blauwe op de laatste parkeerplek die nog vrij was. Rhijnauwen op een zonnige dag met een vrolijk en verwachtingsvol jongetje naast me speurend naar de ringslangen die oma wist in de kromme Rijn. Op de brug samen turend in het water gleed het beloofde ijsje, met de stroming mee, even uit zijn gedachten.

Verder wandelend bekeken we het ijsjesbord bij de winkel van de jeugdherberg. Geen schepijs maar wel Cornetto en zelfs Magnums van boerenijs. Eerst even bij het pannenkoekenhuis de kaart naspeuren op schepijs en anders terug, over ons geheime paadje langs de twee ezels om dan een-ik zou ook wel de magnum willen hoor-te gaan halen. Magnum mocht hij nooit, maar van oma mag alles, dat kan met één kind en een middag samen vertoeven.

Daarna zaten we op een aanlegsteiger en observeerden tegelijkertijd een stelletje dat zich in het koude water had laten glijden. Bibbertjes koud klonken de gilletjes van het meisje. Er was nog een verrassing want even later zagen we de auto van zijn moeder in de opstopping bij de brug. Vlug over het geheime pad terug, naar de speeltuin achter het pannenkoekenhuis, dag ezel, dag ringslangen, snelle voeten en veel zin.

De hoge glijbaan was voor hem een peuleschil maar wat schetst mijn verbazing toen die kleine pork van een zus met haar dribbelbeentjes de trappen opklom en met een vaartje naar beneden roetsjte. Onverschrokken en niet bang, nog geen sikkepit.

De speeltuin een succes, de pannenkoeken een succes, de koele bries, het zonnetje, de stromende Kromme Rijn en het schouwspel van moeder waterhoen met haar jongen vervolmaakten het vredige tafereel. Twee puzzeltjes bij de grote pannenkoek en pas toen de vermoeidheid toesloeg, was het alleen moeten spelen in de speeltuin een te groot obstakel, want toch altijd spannend. Een gesprek van moeder tot zoon boodt een uitweg. Hoe vaak paste ik dezelfde wijze toe na een impasse met onwil en boos. Dan moesten we even samen babbelen ‘waarschuwende blik met frons’.

Oma’s ‘pannenkoek’ haha

Koffie en thee toe en een groeiende rij gegadigden in de wachtrij. Het was welletjes geweest. Omhelzen van dochterlief, kinderen al vooruit, en terug over het geheime pad naar mijn kleine blauwe. ‘Dag ezels, dag ringslangen’.

Uncategorized

Gratis en voor niks

De kousen van Rose zijn binnen, een mooie degelijke ruit, past perfect bij het grasgroen van de rest van de outfit. De dag nadert met rasse schreden. We hebben er zin in. Nu alleen de weergoden nog gunstig zien te stemmen met schietgebedjes en complimenten. Het enige wat niet soepel loopt in de voorbereiding is de pols. Halsstarrig blijft ze onwrikbaar vastzitten. morgen toch maar eens het feit onder de ogen van de huisarts brengen.

De fysio heeft er uitvoerig naar gekeken en beaamd wat ik ieder steeds vertel. Het is niet een normaal proces, wat hier doorlopen wordt. De medische wereld verschuilt zich achter de ongelovige Thomas en tijd. Je moet het de tijd gunnen. Zo’n helingsproces heeft tijd nodig, Geduld is een schone zaak, geef het de tijd. Maar ik ben het zat, de belemmering en nog steeds het getyp en gemiep met één hand. Alhoewel, gisteren tijdens de oefeningen, liep er een man met een onwillig lam been te zwoegen op een brug met gelijke leggers en twee fysio er omheen. ‘Ja, natuurlijk’, beaamde de mijne. ‘Je hebt altijd erger, maar daar gaat het niet om’. Simpel maar waar.

Gisteren weer een groot cadeau gekregen. Ik weet echter niet of ik het hier al delen kan. Wel dat de halve dag er mee gemoeid was. Later meer. O ja, bij de boekwinkel dacht ik dat ik mijn portemonnee op de tafel had laten liggen. Ineens bedacht ik me dat ik natuurlijk contactloos kon betalen. Nog nooit gedaan, wel lang geleden geïnstrueerd door zoonlief. De verkoper was volslagen digibeet, nou bijna dan, bekende hij. Die kon niet helpen. Met moed, beleid en trouw wist ik het tenslotte uit te vogelen. Weer de weg naar de toekomst verbreed. Zo werkt dat. Eenmaal moet de eerste keer zijn.

Tussen de onderwerpen door ontwaar ik in de boom voor het raam een vogelpaar. Niet hoe ze er uitzien, maar vooral hoe ze bewegen. Zijlings over de tak, zie ik duidelijk bij de rechter, terwijl ik verder alleen contouren zie, omdat ik tegen het licht in tuur. Ze blijven zich angstvallig schuilhouden

Er zijn dagen dat ik terugverlang naar de oneindige stilte van de eerste lockdown. De dagen trokken autoloos voorbij. In de vroege ochtend werd de dag in stilte omarmd. Dag en nacht geen verschil. Geluiden kwamen van de natuur, fladderende vleermuis, ruisende bomen, het gekras van de kauwtjes, een koeren van de duif met een echo er achteraan. Verder volmaakte rust. Als ik in deze tijd ‘s morgens nog lig te soezen, komt het verkeer om vijf uur op gang, zwelt aan en roept de wereld wakker met haar eeuwige achtergrondtonen. Altijd aanwezig.

Vanmorgen bij het gieteren van het balkon zag ik tot. Mijn grote verbazing, een bijna rijpe tomaat. Wat een verrassing, zo laat nog. Ik had haar niet meer verwacht. Geduld wordt, weliswaar niet rijkelijk, maar toch beloond.

Vandaag ga ik op jacht naar de pincetten en de hoed voor Rose, er moet ook bloed worden geprikt en de kleine filosoof kijkt halsreikend uit naar mijn komst. Uit school gaan we vast ergens een ijsje eten. Omdat het kan en het nog steeds aan het zomeren is. Een cadeau om te omarmen en in te lijsten. Gratis en voor niks.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Vanmorgen las ik eerst een paar hoofdstukken uit ‘ Verdriet is het ding met veren’ van Max Porter en het ontroerde nog steeds, die voorstelling van Kraai als toonbeeld van rouw, verdriet en verwerken, als spiegel voor de ziel.

‘Moederloze kindertjes zijn helemaal kraai’, vond kraai. Vader, met rouw in hart en hoofd: ‘We zullen dit huis vullen met speelgoed en boeken en brullen als kinderen die niet zijn opgehaald uit de speelzaal’ en de jongens: ‘Ik lieg over hoe je bent gestorven’ fluisterde ik tegen mama. ‘Dat zou ik ook doen’ fluisterde ze terug. In dergelijke zinnen wordt het verdriet zo tastbaar, zo echt, dat je er bijna van zou gaan somberen. Daarna las ik het verhaal van De genezing van de krekel, over zijn somberheid en dat de veenmol hem een brief schrijft, waarin hij vraagt ‘of krekel zijn verjaardag komt opsomberen’ Van zo’n vondst van Toon van Tellegen, zo’n prachtig beeld, wordt mijn somberte in de kiem gesmoord. Bij krekel niet. Op een ochtend, toen de zon naar binnen scheen en de stofdeeltjes dansten door de ruimte, werd krekel wakker met een vreemd gevoel. Anders. Hij ontdekte dat de somberte uit zijn hoofd verdwenen was. Zomaar. Krekel was ‘zomaar’ beter geworden. Soms is ‘een gemoedstoestand de tijd gunnen’ een prachtig doekje voor het bloeden.

Twee dunne boekjes en twee keer zoveel stof tot denken, omdat er tussen de regels door andere boeken geschreven staan.

Dat ik de boeken las, kwam omdat ik de boekenkast indook op zoek naar een geschikt boek voor dochterlief. Een waar ze in kon verdwijnen. Ik vond ‘ Het Zoutpad’ voor haar van Raynor Winn en ‘ Gemma’ van Mohammed Benzakour. Een mens zou vaker de boekenkast moeten doorspitten. Dan staan er weer hele nieuwe gedachten op, die al een tijdje lagen te sluimeren. Van dochterlief had ik het boek van Bart Chabot ‘Mijn Vaders Hand’ weer terug. Mijn grote gevulde kasten als bibliotheek voor de kinderen, dat idee bevalt. Iets met doorgeven en de diepte in, gespreksstof en nieuwe ideeën.

Gisteren bij het oppassen was kleindochter even wakker geworden. Zachtjes de trap op en sussend bij het ledikant staan, het dekentje over haar heen getrokken, in visioenen van ooit, lang geleden, met ingehouden adem in het donker turen, de oren gespitst en wachten op de regelmaat. Adem in, adem uit. Ze mocht weer wakker worden toen grote broer thuis kwam.

Dochterlief had een krijtbord op de kop getikt, maar nog geen krijtjes. Dat was toevallig. Ik had die ochtend eindelijk de buitenkrijt borden besteld, maar daar kon alleen met een marker opgeschreven worden. De doos krijtjes die ik een tijd geleden voor een euro had gevonden lagen dus nu werkeloos in de achterbak van de auto. Nee, toeval bestaat niet, maar dat wisten we allang.

De kleine filosoof krijtte een knappe schrijf-k- op het bord. Kleintjes worden groot. Toen ik weg ging zaten ze beiden zoetjes naast elkaar te krijtten.

Bij de kringloop zocht ik naar een English Garden Hatter, maar zag niets van mijn gading. Wel viel me op hoe druk het er was. Snel verder, het winkelcentrum in en bij de winkel van de lage prijzen tien loeps gevonden, later goed voor de kleinkinderen. Het vinden van de pincetten bleek een grotere klus. Vandaag een nieuwe dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

De tijd vliegt

Dit is de week die in het teken staat van de viervleugelige snuifmotkever, waar Rosé, Lily and Margret naar op zoek moeten aan het eind van de week in de verborgen tuinen. Dat betekende voor mij, dat ik als eerste de metamorfose moest kunnen maken van mijn bescheiden persoon naar de wat eigenzinnige, betweterige, zogenaamd wetenschappelijk onderlegde, Rose. Het werd tijd om haar outfit bij elkaar te scharrelen. Er was maar één super gesorteerde kringloop in kleding op zegge en schrijven 3 km afstand. Die hadden zoveel, zo goed uitgezocht op kleur en zelfs een hoek nostalgie. Het moest gek lopen zou Rose daar niet uit de verf komen.

Het was warm in het altijd te krappe pashokje. Langzaam maar zeker parelde het zweet in druppeltjes op het verhitte voorhoofd. rok aan, ruitjesjas zoeken, ruitjesjas houden, andere rok zoeken, transformatie meer hippie dan old english lady, andere bloes erbij en zo husselde ik heel wat setjes bij elkaar totdat ik achter me een welbekende stem hoorde. Het was mijn lieve medekompaan, Margret, eveneens lid van ‘The Royal Garden’. Ze was ook naarstig op zoek naar een stevig Engels setje.

Tipje van de sluier

Als een mens kan sparren klopt dat lucht in een ideeën-brein. Al gauw zat Margret in hetzelfde concept als ik en kwam er een leger aan typetjes voorbij. De vrouw van de kledingafdeling keurde dapper mee en Rose mocht van haar zelfs de paspop leeg kapen. Tegen sluitingstijd waren we rond. De accessoires waren voor later in de week.

Met een snelle groet en ‘tot zo’ namen we afscheid. Die avond hadden We samen met vriendinlief een etentje gepland staan, onder andere om mijn verjaardag te vieren en om de tuinenmiddag te bespreken en de puntjes op de -i- te zetten. Wat een zalig avondje werd het. Niet in de laatste plaats om het heerlijke eten, Surinaamse en Indiase gerechten om het bord bij op te eten, zo lekker, maar ook het afwisselen van schoolontwikkelingen met hilarische lady’s-eigenaardigheden en een zo goed als uitgewerkt plot, waar omheen naar hartelust geïmproviseerd kon worden. Zo werkt dat.

Tussendoor waren er alarmerende appjes geweest van oudste kleinzoon in het ziekenhuis, scheurtje in de elleboog en wat net zo erg was, hij was in aanraking gekomen met een hard remmende auto, die hij niet had gezien. Soms zijn leerpunten wel hele harde leermeesters.

Gelukkig zaten ze inmiddels weer thuis op de bank naar een wel heel bijzondere uitzending te kijken van ‘Kopen zonder kijken’ op Videoland. Voor ons heel bijzonder dan. Eindelijk kan ik het kwijt bij jullie. In mei mocht ik er nog niets over vertellen. Volgende week maandag zijn zoonlief en zijn leuke gezin aan de beurt. Dan mogen ze hun ‘blind’ gekochte huis ontdekken. Wie niet zo lang kan wachten, kan al deze week terecht op Videoland. Superspannend voor jullie en een verlossing voor ons, want dan kan ik eindelijk los en mogen er foto’s gedeeld worden.

Vannacht het vierde boek uitgelezen en zo genoten van dat spannende avontuur. Over helden gesproken. Hup en verder in boek vijf. De inleiding is al geschreven, van de week volgt de rest. Een paar dagen denkbeeldig potloodje knauwen. Zo slaan we de dagen wel stuk, met al die uit te broeden eieren.

Om de pijn in de pols ben ik gaan bellen; huisarts, gipskamer, poli chirurgie. Kennelijk is geduld in deze de schone zaak en dient in acht genomen te worden. Er moesten maar wat pijnstillers tegenaan. Ook goed. Niet kwezelen, daar weten we alles van. Vroeger was het niet anders. Even doorbijten maar. Ach, zolang je geen kans krijgt erbij stil te staan is het probleem er alleen in ruste. De tijd vliegt.

Uncategorized

Een dag uit duizenden

De eerste twee cakes aangesneden, ingepakt en in een feestelijk tenuetje op weg met de kleine blauwe. De bordjes voor de eventuele bezoekers stonden er nog niet. Het wees zich vanzelf. Langs de sloot, het hochie over en dan op de open plek middenin. Daar stond de tent. Er waren al musici aan het inspelen en er was volop bedrijvigheid van uitpakken van instrumenten, het opschudden van de outfit en hier en daar een musiciale toonladder van een saxofoon er tussendoor. Ik herkende ook het begin van de aanzet van een Italiaans stuk. Licht klassiek leek me het repertoire.

Ondertussen werd de tafel voor de koffie en cake neergezet en bogen de zij- en de achterbuuf zich over een tweede stevige partytent, die weldadige schaduw bracht in de uitbundige zonnewarmte. Glorieus weer voor een uitzonderlijke dag. Er ging een prachtig indiakleed over de tafel. Binnen een stief half uur stond er een zomerse perfecte entourage als omlijsting voor het optreden klaar.

De eerste bezoekers kwamen het complex binnen druppelen en zochten een plekje achter een kleine wilgenpartij, dat wat schaduw bracht over de te vergeven stoelen. Er konden ongeveer dertig mensen luisteren en er zouden drie concerten zijn. Een ooievaar kwam nieuwsgierig op de klanken af en cirkelde een tijdje boven deze ongewone bijeenkomst, verrast misschien. De dames schaap hadden zich teruggetrokken in de schaduw. Met een klein verkoelend briesje wiegden de wilgentakken met ons, organisatoren, mee op de klanken van de melodieuze uitvoering van dit blaasensemble.

De eerste twee cakes gingen na het concert schoon op. Ik haalde wat geld op met een speciaal busje en er waren folders met een Q-code voor de mensen die geen baar geld bij zich hadden. Het was een vredig tafereel daar middenin het veld. Normaliter organiseerden we de feesten vooraan, maar daar werd je al snel overstemd door het langs zoevende verkeer op de ring. Deze plek was vele malen beter voor een feestje.

Er volgde nog even een gesprek met achterbuuf en daarna ging ik, maar half mobiel door de pols, weer op huis aan. De appjes achteraf bleven jubelend, de hele dag lang.

Op naar de kinderen, die allen in het water van de plas verkoeling probeerden te vinden. Het was een mijl op zeven om een parkeerplek te vinden, want er waren meer stadsgenoten op het idee gekomen. Iets verder weg, goed voor de broodnodige beweging, was er nog een gaatje. Ze zaten midden op het strandje in de brandende zon met een hoed, twee kinderprapluutjes, ingesmeerd en wel te genieten. De kleine filosoof en de ondernemer bouwden een zandkasteel, die de weerspannige dribbel dan weer kapot probeerde te maken. Dat leverde hem van alle kanten reprimandes op. Maar hij zat niet goed in zijn velletje. Papa ging met hem aan de slag.

Kleindochter en de filosoof wilden wel zwemmen. Met vleugeltjes en bandje in de aanslag voor de kleine, poedelden ze er lustig op los. Het waterballet bleek voor de anderen aanlokkelijk genoeg. Zien zwemmen, doet zwemmen. Dribbel stak slechts twee tenen in het water en hield het voor gezien. Dochterlief ging voor de helft mee het koude water in en oudste en ik bleven aan de kant genieten van het grut, die zich als echte waterratjes kostelijk vermaakten.

Mijn feestelijke outfit paste niet helemaal in het sfeerbeeld, bovendien zorgde het op de grond zitten voor de nodige hilariteit met aangedane pols en knie en moest dochter takelen om me weer staande te krijgen. Ik liet de jeugd de jeugd en stapte door het zand, en tussen de zonaanbidders door, naar de blauwe. In de heerlijke koelte van de airco reed ik op huis aan. Een dag uit duizenden.

Uncategorized

Ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde

Hoe was het ook alweer. ‘Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen’. Ik kan het met het grootste gemak en wel meerdere keren zelfs. Een druk op de knop en roetsj, daar verdwenen alle volzinnen van het scherm. Nergens meer terug te vinden, want niet opgeslagen. In dit relaas nu om de alinea bijwerken. Het zal me toch niet weer overkomen.

Cake-dag vandaag. Gisteren gingen de laatste twee de oven in en toen was de lust tot bakken tot in mijn tenen vergaan. Twee kruidcake en drie appelcake waren voldoende. Voor de biologische medemens kwamen er nog een rol gemberkoeken en havermoutkoekjes bij, die de supermarkt in het schap had liggen. Het diende als compensatie voor al het zoet. Voor ieder wat wenselijks. Ik beloofde mijn commissiegroep het te komen brengen en een sessie bij te wonen, maar niet er de hele middag te blijven. Spelbreker was de pijn in de pols. ‘Het gaf niets’ verzekerde mijn medeorganisator mij, het was al heerlijk om me te kunnen zien. Tuinieren schept een stevige band. Altijd fijn om te horen.

De bel, voetstappen-en-stapjes op de galerij en een grote bos bloemen met daarachter dochterlief met man en kinderschaar. Eerst de boel redderen. Scherp bloemenmes voor dochter om de stelen mee te snijden, appelsap voor de jongens, autootjes onder de bank uit, de left-overs van de Schnitt en de proefcakes aan de man brengen, cappuccino voor schoonzoon, thee voor ons.

Zo zoetjes als Dribbel hier alleen kan spelen, zo onrustig werd het door de apenliefde van de broers voor elkaar en de stoeiende kluwen op de grond, verongelijkte gezichten, breed gegrijns, piepstemmetjes. Het behoorde allemaal bij het spel. Dus werd er op een goed moment gelucht en gingen de twee oudsten met de bal naar buiten. Daar kon de dubbele energie vrij om de bal heen stormen. Uitgeraasd werd het een stuk overzichtelijker. Dribbel had samen met oomlief boven Greetje ontdekt en wilde eerst zijn wild gevecht met die kleine menspop voortzetten, maar bij een waarschuwing dat dat niet leuk was voor Greetje, lukte het mij om met de hand in het poppenhoofd te gaan en haar om crackertjes te laten bedelen.

Die wist Dribbel te vinden en er ontspon zich een kostelijk schouwspel van spannend afwachten, weghappen, afwachten etcetera. Het leverde een geschater op met zijn hele ziel en zaligheid en het werkte zo aanstekelijk, dat we binnen de kortste keren allemaal zaten te schuddebuiken.

Greetje was in haar element. Eindelijk weer met kinderen aan de slag en in gedachten kwamen de kringen weer bovendrijven met Greet of Mo of Fien, die de kinderen uit de groep betoverden met hun levendige aanwezigheid. Bijna ieder was gebiologeerd en keek alleen maar naar de pratende en gesticulerende pop. Nu kon ik geen gebaren erbij maken, maar het weghappen en kauwen van de cracker, waarbij de kruimels in het rond vlogen, compenseerde dat ruim voldoende.

Toen ze weer vertrokken waren, ‘Dag dag, kleefkussen en knellende armen’, snoof de stofzuiger binnen een seconde de kruimravage weg. Ziezo. Na de boodschappen lag er in de brievenbus een lieve verjaardagskaart en een pakje dat ik de dag ervoor besteld had en dat eigenlijk pas dinsdag binnen zou zijn. Het was een kaartenhoekje voor de kleine filosoof om zijn nieuwe reeks Pokemonnen uit te kunnen stallen. Vandaag zal ik ze langs brengen als verrassing. Succes verzekerd.

Het is tijd om de cakes te gaan snijden. Om twaalf uur starten de voorbereidingen op het midden van het terrein. De tent staat al en op de toegestuurde foto hingen er gratis en voor niks al vrolijke ballonnen omheen. Nu het orkest nog en dan kan de boel los. Om het heel feestelijk te maken, had het weer een zomerzon in gedachten, ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde.

Uncategorized

Tel je zegeningen

De dag begon al vroeg. De cakes vroegen dringend om een inhaalslag. Deeg kloppen was een fluitje van een cent nu de routine er weer was ingeslopen. Finishing touch waren de schijfjes appel diep in het deeg geduwd. De kleinere vorm viel beter te vullen. Voordat vriendinlief op bezoek zou komen om half elf stond de bakvorm in de voorverwarmde oven. Het kruidencake beslag stond ook al klaar. Nu was het slechts nog een kwestie van afbakken.

Achter een grote pot purper zonnehoed kwam vriendin lachend vandaan. Omhelzing. De laatste keer dat we elkaar zagen was op onze trip naar de tentoonstelling van Jospin in ‘s Hertogenbosch. Ze had een tas vol pokemonkaarten bij zich. Ik zag in gedachte drie hele blije jongensgezichten doorschemeren. De kaarten waren van haar lieve zoon geweest, die ooit als kleine pork bij mij de groep binnen wandelde en nu jaren boven de Pokemons uitgegroeid was. Huis bewonderd. Lekkere cakegeur opgesnoven en met een bakje thee en mijn ochtendkoffie de nieuwe balkonnetje uitgeprobeerd.

Daar werd het alras te warm en we zochten de koelte op van het grote stille huis. De diepte in. Onze gesprekken hadden altijd een licht filosofische ondertoon. Over de belangrijkheid der dingen, de toekomst van de kinderen, de meerwaarde van het je vrij en ongebonden voelen met mijn pensioen en haar prepensioen. Het feit dat je je niet meer mee liet trekken door de gekte van alledag, omdat de geest in een ander tempo bivakkeerde en we allang ontdekt hadden, hoe een en ander beter werkte als het op de eigen manier kon worden opgepakt. De veelheid ervan kon je ook veranderen door iets op te schuiven of te laten en van tijd tot tijd door een retraite in te lassen. Voor we het wisten waren we een kruidencake, een thee, en heel wat onderwerpen verder. Het schilderen en tekenen kwam aan bod, waarbij ze naadloos wist in te vullen dat het niet om de gelijkenis ging, maar om de emotie van het moment. Zo was het in de ogen van de kunstenaar. Zo verheffend om elkaar aan te kunnen raken in iets wat je het liefste doet buiten schrijven.

De cake was helaas geblakerd om dat het te losse knopje van de temperatuur was verschoven naar de tweehonderd graden. Het heeft wat voeten in de aarde eer een nieuwe oven zich voegt naar jouw wensen. Ik zal haar de volgende keer liefdevol toespreken. Ze was wel mooi gerezen en had een prachtige vorm. Afkrabben maar.

Oppassen bij spring-in-‘t-veld, nu ze lag te genieten van haar middagslaap en mama de kleine filosoof uit school moest halen. De helft van de pokemonkaarten lag al klaar. Thee om mee te beginnen en rust, tot de fiets met lading weer voor het raam verscheen. Helemaal gelukzalig werd de nieuwe stapel ontvangen. Wat een rijkdom, daar kon zijn kaartentrommel weer rijkelijk mee gevuld. Een grote glimlach bleef op het verheugde koppie.

Kleindochter kwam al slaperig en veilig tegen moeder aangekruld nog even wakker worden en daarna moest ik al weer op pad om op tijd klaar te zijn voor een aangeboden etentje door de zussen en de zwager.

Vroeger dan gewend zaten zuslief en ik al met een wijn en een rosé op het terras en bemerkten vooral de lange wachttijden, die door onderbezetting of mismanagement was ontstaan. Dat bleef zo tijdens de hele dis. De maaltijd was niet heel bijzonder, maar het samenzijn genoeglijk, met hier en daar een, ons welbekende, discussie over vrijwilligerswerk en de arbeidsethiek. Wat is wenselijk. Een helpende hand die er anders niet zou zijn of er een betaalde functie van maken. Altijd lastig als de betekenisgeving ook voor de vrijwilliger belangrijk is. We zitten eigenlijk op één lijn, maar steken het anders in.

De luxe van opgehaald worden was goed voor een extra glaasje wijn. Je bent maar een keer per jaar jarig. De mooie klaprozen uit de wereldwinkel is precies dat toefje kleur dat naast het purper en het paars, die mooie invulling geeft tussen het groen. De zussen zelf zorgen voor kleur aan het bestaan. Onbetaalbaar, dus tel je zegeningen.

Uncategorized

Moe maar voldaan

De tijd dringt en hijgt me in de nek. Het zijn mijn zelfopgelegde missies, die ongeduldig staan te trappelen om uitgevoerd te worden. Daar doorheen weeft zich de wetenschap van het ongewisse. Wanneer betaamt het de nieuwe wereldburger om ons te komen verblijden. Het zijn zo van die dingen. Een stap tegelijk en voort. Eerst wacht me een fijne lunch met mijn liefste vriendinnetje.

Het is een uitgelezen plek aan de zoom van een nabij gelegen dorp, waar de weilanden zich uitstrekken en het vernuftige gebouw het geluid van de omringende snelwegen weg laat vallen. In die zomerse rust heeft de koolmees haar territorium gevonden en zich bestaansrecht toegeëigend door zelfs tot op de tafel te hippen en wat kruimels mee te pikken. Grote dikke rietsigaren aan de rand van de sloot vormen de coulissen voor de vredig grazende wilde paarden aan de overkant.

Om half twaalf dringt er nog wat ochtendkilte door, maar mijn grijze wollen lap houdt me warm, als vriendin het terras opstapt, stralend en fris als altijd. Wat een pracht van een cadeau om hier samen met jou te zijn, denk ik en dan overbruggen we de tijd met verhalen, een oneindig spoor van verdriet laten de tranen wellen en tegelijkertijd de berusting erin, dat daar niets meer aan te veranderen valt. Droevige fases afgewisseld met de kleine parels, die misschien weer wat opgepoetst moeten worden, maar onmiskenbaar aanwezig zijn, het wedervaren van de kinderen, de mooie paden die hen nog te wachten staan en onze taken om te zorgen dat het mogelijk is om er een toekomst in te zien. Tegelijkertijd de onmacht daarin en de kleine stappen, die langzaam maar zeker gezet zullen worden en uiteindelijk toch weten te komen, waar ze willen.

Dit vredige samenzijn is, net als de kleine koolmees, het bijna aanraakbare geluk. Als de dis komt, krijgen mijn onbeholpen handen, nu de linker niet werkt naar behoren, het niet voor elkaar om hapklare stukjes te snijden en als vriendin het overneemt en de boel kort snijdt komt het spreekwoord van lang geleden boven drijven. ‘Waar het ingaat, is het toch donker’. Zo’n heerlijk staaltje van Hollandse nuchterheid en tevens het besef, in de wetenschap dat het tijdelijk is, dat wij gezegend zijn, door alles nog te kunnen. Pluk de dag en leef in het nu. Zo’n gouden waarheid, die door het besef van kwetsbaarheid maar al te helder boven komt drijven. Twee uur lang dompelen we onder in die harmonie en we nemen afscheid in de wetenschap dat we elkaar over twee weken weerzien bij de workshop Cyanotype blauwdrukken.

Bij de fysio is de stagiair in eerste instantie alleen en hoort mijn relaas over de gezwollen pijnlijke pols aan. Lopen, de legpress, daar heeft het niet onder te lijden, maar als de fysio zelf komt, wil hij eerst naar de hand kijken en onderzoeken waar precies de zwelling en de pijn zich bevinden. Aan de linkerkant zit een geniepig punt. De stagiair breekt ondertussen het hoofd over de vraag wat er het meest voorkomt bij zo’n radiale breuk. Hij somt alle mogelijkheden op, zodat ik een piezeltje medelijden begin te krijgen, maar hij gaf aan dat hij het zelf toch, kost wat kost, wilde achterhalen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. ‘Wie weet’ , bedenk ik me, ‘moet het zo zijn en krijgt hij bij het examen over een paar weken wel als onderwerp ‘De Hand”. Ik fiets nog een tien minuten en met het advies kalmpjes aan te doen, ga ik even langs het tuincentrum om wat fleurigs voor het vernieuwde balkon te kopen, Met lavendel, herfstaster, thijm, en een grote pol bloeiende scabiosa kom ik thuis, waar twee tassen vol precies zorgen voor de nodige fleur in het zomerse groen.

Met alvast weer een kruidencake in de kleinere vorm, sluit ik de dag af. Moe maar voldaan.

Uncategorized

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Dag der verrassingen. Zoonlief kwam, achter een vuurrode achmea in fluwelen pot verscholen, als eerste over de vloer, op weg naar zijn werk. Zo fijn om alle aandacht voor elkaar te hebben. Op dat soort momenten kun je de diepte in. Bespreken van elkaars gedachten, soms wat beren op de weg ruimen, vooruitzichten doornemen, verlangens uitspreken. Alles bij een smakelijke slagroom schnitt en een geurige cappucino. Een mens kan het slechter treffen.

Daarna was het tijd voor een grondige schoonmaak, behoedzaam doch rigoureus. De gelegenheid bij uitstek om alle hartverwarmende berichten te overdenken, die via alle mediakanalen binnenstroomden. Wie zich roert, zal oogsten. Schoondochter kwam voor een half uurtje met kleindochter na het zwemmen, dus ik had nog alle tijd. eerst maar even het balkon opschonen. Ik probeerde nog wat verder te gaan met het vlechten van de stoelen, die leeg en moedeloos hun vergankelijkheid toonden. De pols vond het geen goed idee en met de pijnscheut die het opleverde, ik ook niet. Sommige dingen kunnen wachten, als ze al die tijd al buiten gebruik waren. Soesjes en cake met ogen, die toch overduidelijk groter waren dan de maag. Of ik ook kon schminken, was de prangende vraag bij het zien van alle tubes olieverf. Bij zo’n aanwaaioma valt veel te zien en die tubes waren ongetwijfeld voor meer te gebruiken, moest ze gedacht hebben, nadat ze uitgebreid de portretten op het doek had bekeken. Mams beloofde de volgende keer schmink mee te nemen, alleen de enige echte in verband met het gevoelige huidje. Na uitgepeuzeld te zijn, moesten ze versnellen om het tijdstip te halen waarop ze de sleutel zouden inleveren. Wennen, dat rennen van afspraak naar afspraak. Wat kon het heerlijk rustgevend zijn tijdens het gedwongen thuiszitten

Zoonlief, de andere helft van de tweeling, appte dat hij rond zeven uur hier zou zijn. Hij kwam rechtstreeks van het werk dus hij had vast nog niet gegeten. Een lekker noedelsoepje dan maar, waar ik met hulp van de voorzienigheid gisteren de ingrediënten voor had aangeschaft. Ondertussen was er weer een cake klaar en al veel beter dan die van gisteren. Appje van vriendin met een lunchafspraak voor de volgende dag, straks dus, en van de zussen met een diner als verjaarscadeau voor morgen. Driedubbel feest. Er volgde nog een telefoontje van vriendin met de liefste wensen, toen er op het raam geklopt werd.

Ik liep naar de gang en daar zaten zoon-en-dochterlief op een nieuwe balkonset. Het was zo’n heerlijke verrassing, dat ik het uitjubelde. Een van mijn grote wensen in vervulling. Nu was het probleem van de gietijzeren frames en het te vlechten zitje ook weg. Dat was overbodig en het kon naar de kringloop waar misschien andere handigerds er mee uit de voeten zouden kunnen.

Maar dat was nog niet alles. Boven op mijn schrijfplek stond een reuze-apple, speciaal voor mij gereviseerd door de jongste zoon. Wat een enorm scherm. Geen getuur en gemiep meer, maar luxe in kaart gebracht wat er geschreven moest worden.

Hoe vertaal je dankbaarheid. Knuffies in het echt en virtuele knuffies voor de achterblijvers. Binnenkort zullen we het eens spontaan overdoen met een feestje van oma voor de kleinkinderen, iets met pannenkoekenvreugde. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

Uncategorized

Er tegenaan

Zoals altijd te vroeg aan het loket. Tien voor twee terwijl ik er pas tien over twee zou moeten zijn. En weer wist de man achter het loket feilloos mijn naam nog voor hij in zijn computer bij de afspraken had gekeken. Een attentie die aangenaam voelde. Geen nummer maar een persoon. De gang in het ziekenhuis, waar ik zat te wachten op mijn beurt, werd iets verderop bezet gehouden door twee scootmobielen. Grijze duiven probeerden te laveren en ook al verzetten ze geen stap, toch leverde dat een vermoeid kreunen op. Luid probeerden ze zich verstaanbaar te maken. De stoel waarop ik zat, was net iets te hoog, dus kon ik bengelen. Heerlijke bezigheid, die dat verwachtingsvolle van ooit, lang geleden, opriep. Het kind in mij. Rondjes, straaltjes, achtjes of een ritmisch heen en weer, alles was mogelijk en het sleet de tijd.

Er kwam een jongetje aan het loket met vuurrood gips tot over zijn elleboog. Zijn moeder verifieerde de afspraak bij de man achter het loket. Ze konden plaats nemen na de bevestiging en speurden zoekend naar een lege stoel. Op de gang was de keuze tussen mij en de scootmobielers, dus gingen ze net om het hoekje zitten in de wachtruimte van de orthopedie. Zijn moeder maakte grapjes, waar het jongetje ongemakkelijk van werd. Steels keek hij terloops naar mij en mijn blauwarmpje.

Op een bord verderop stond trial. Dat moest ik opzoeken. Er werden kennelijk groepen mensen met eenzelfde aandoening behandeld. Vlak voor ik naar binnen mocht, kwam er een grote groep op af gestapt, met allen een vorm van overgewicht. Vrolijk vulden ze de wachtkamer verderop met luide lachsalvo’s dwars door het geluid van een zingende zaag heen dat uit de gipskamer kwam, waar de vrouw met scootmobiels in verdwenen was. Ook het jongetje zat binnen.

Een laatste memorabele blik.

Na een stief half uur was ik aan de beurt. Of ik bekend was met de zaag. Dat niet direct. Na een korte uitleg werd ze in het blauw gezet en vakkundig maar behoedzaam werd het gips doorkliefd.

Wat een wonderlijk nieuw armpje kwam eronder vandaan, in de kreukels en bruin geschilferd. Vier weken handoefeningen mee en de boodschap kalmpjes aan te doen, want het was toch een echt revalidatieproces. Stijve spieren soepel maken.

De kleine blauwe nam afscheid van de parkeergarage met piepende banden, de enige plek waar hij ze mocht laten horen. De boodschappen waren feestelijk te noemen. Toch maar een schnitt en wat soezen, sap en wijn, een stokje en pesto. De zware tas angstvallig met de andere arm hoog gesjouwd. Met dat andere vreemde uitsteeksel durfde ik nog niets.

De kruidkoek, kant en klaar meel, alleen water toevoegen, was binnen een uurtje bereid en klaar voor een feest, maar de ochtend ving aan met een kinderboek en al twee waarschijnlijke afzeggingen van mijn schatjes. Ach ja. De drukte van alle dag. Werk, school, kinderen, clubjes het kwam allemaal opstomen. Wat moet een mens met een doordeweekse woensdag. Nichtlief had ik al gefeliciteerd met onze verjaardag, net zoals onze vaders deden op de ochtend van onze geboorte, terwijl ze elkaar tegemoet fietsten om het heuglijke nieuws te brengen. Tweelingnichten, hoe bijzonder is dat.

Het jeugdboek heeft een Potteriaanse stijl, magische namen en wereldvreemde gebeurtenissen in winterse sferen, met veel druipende, slijmerige voetstappen en ondoordringbare mistige witte wieven. Er komt ook een veelvoud aan nieuwe begrippen om de hoek kijken en overal is daar de zee, diep, donker en mysterieus. Om in weg te duiken, zo’n boek.

Ondertussen schilfer ik uit elkaar. Dacht ik vandaag weer ouderwets met twee handen los te gaan op de IPad, dan was dat een miscalculatie. Ik krijg de hand met daaraan die pols niet eens in de goeie stand gedraaid. Oefening baart kunst. Er tegenaan.