Uncategorized

Licht in de duisternis.

Naast een aandoenlijk aquarel kerkje in mijn dagboek staan de woorden van Edmond Rostand.:’C’est la nuit qu’il est beau de croire à la lumière’.  Het is aan een romanticus om een tekst als deze te verzinnen. Letterlijk staat er:’Het is de nacht die fijntjes(mooi) gelooft in het licht’. De nacht verlangt daar naar het licht zoals Rostand zijn lelijke Cyrano de Bergerac laat verlangen naar het prachtige nichtje Roxane. De kracht van het woord en het aloude principe van Belle en het beest.

In elk mens schuilt schoonheid, maar van een knap bord kan je niet eten. Mijn oma wist het wel. Haar schoonheid was door de tijd ingehaald.  Haar lijf en leden lieten haar akelig in de steek bij het ouder worden en ze waggelde vanuit haar huis naar het onze met haar versleten heupen. Door de inspanning piekte het haar uit haar strenge knotje en aderden haar wangen rood. Met knap zijn verdiende je geen brood op de plank want daar moest je wat anders voor in je mars hebben.

Vuurdoorn_met_bessen

Ooit had ik de kinderen geïnviteerd op de tuin om mee te helpen een oud schuurtje af te breken en op te ruimen, doornige rozenstruiken en de vuurdoorn te snoeien en een doorkijkje te maken naar de sloot. Ze kwamen allemaal met oude kleren aan, gereedschap en werklust in hun ogen. Een vriendin van hen kwam voor het eerst mee.Ze zag er prachtig uit. We begonnen met koffie drinken en toen haar fijn gemanicuurde lange nagels zich om de mok sloten, hield ik mijn hart vast. Met stijgend afgrijzen aanschouwde ze de werklust, vooral toen de eerste schrammen en builen een fait accompli waren , omdat de vuurdoorn aanviel als je het niet verwachtte en de roos in de verdediging schoot. Ze zat op de punt van haar stoel en drentelde wat rond, maar van werken kwam het niet. Ze was al snel verleden tijd.

Onbaatzuchtigheid is de schoonheid die in elke mens schuilt, de compassie, de empathie, het verbinden. Schoonheid heeft ontelbare gezichten, of soms zelfs geen, als het innerlijk verborgen blijft voor de buitenwereld en het niet de kans gegeven wordt zich te tonen.  ‘Dat mens is mooi van lillijkheid’ werd in ons Utrechtse Ondiep wel gezegd. Klaar staan voor een ander werd gezien als uiterste naastenliefde, waarmee de held van het verhaal met een lauwerkrans om het hoofd werd opgetild in de waardering van de straat en de rest van haar of zijn leven op handen gedragen.

Die arme Cyrano met zijn potsierlijk grote neus, die de meest schone teksten aaneenreeg, er prachtige romantische verzen van breidde, werd miskend, verguisd en zijn werk werd aan een ander toegedicht. Daar zakte het toch al aangedane gevoel voor eigenwaarde tot het nulpunt.  Wanhoop, die zich met het grootste gemak kan verlagen tot een flinke depressie.

Uitgesproken lelijkheid roept verlangen op om te doorgronden, wat schuilt erachter. Het wezenlijke van dit alles is de interpretatie. Wat voor de een lelijk is, is voor de ander mooi. Wat voor de een de nacht vertegenwoordigd, brengt de ander juist het licht. Licht in de duisternis, het is er, altijd en overal, zodra er de herkenning is en daarmee de erkenning. Dat is de kracht van de gedachte, van het woord, van de ziel die brandt en die de stoffelijkheid overwint.

 

Uncategorized

‘C’est le ton qui fait la musique’.

Het dagboek zingt over extremen, er staan Franse woorden in die ik niet ken. ‘Unir l’extrême audace et l’extrême pudeur, c’est une question de style’ zegt Francois Mauriac. Dat ik moet zoeken naar de betekenis is niet zo gek. De taal werd lang geleden ooit een beetje de mijne en incidenteel uit het geheugen getrokken op vakanties in la douce France. En dan nog. Koeterwaals, gebarentaal en le chat bleef vooral sur le piano zitten. Vroeger zei men: Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Men hield niet van uitersten. De basis, de aard van het beestje, moest vooral  niet uitgesproken zijn.

Het dagboek zingt omdat de taal er noten aan geeft. Nergens hoor ik zoveel poëzie dan in de Franse taal, maar dat zou ook kunnen komen doordat het chanson met de paplepel werd ingegoten. De kiem werd ooit gelegd door de toegankelijke muziek van Adamo en zijn Vous permettez monsieur. Daar was de tekst nog van te doorgronden voor een 12 jarige. Daarna kwam Jacques Brels die ik omarmde omdat zijn melancholie boven la Neige van Salvatore Adamo uitsteeg en handen en voeten gaf aan elke puberale kwinkslag.

Ik heb geprobeerd het mijn tweede taal te maken. Ik leerde mijn Franse boek uit het hoofd en memoreerde het op het examen, ving er een extreem hoog cijfer mee, zonder dat de mist in het hoofd optrok, waar het de betekenis, het doorgronden betrof.

George Moustaki  kwam, zag en overwon. Hopeloos, op een stroom van gevoelens, 18 jaar en diep onder de indruk van zijn repertoire, zijn prachtige stem en niet in de laatste plaats van die mooie man zelf, leerde ik teksten uit mijn hoofd, zoals ik het Franse examenboek kende en zong de hele dag:  Avec ma gueule de métèque, / De Juif errant, de pâtre grec / Et mes cheveux aux quatre vents. Frans proef je.

Mijn dochter ging naar Frankrijk als au pair en leerde de Franse taal met een gemak, waar ik jaloers op kon zijn, als ik niet zo trots op haar was. Ik wist wat voor moeite het had gekost. Naast de taal kwam ze ook met een Fransman thuis en woonde de eerste jaren  in een stadje onder Parijs. Mijn geduld en liefde voor de taal werd beloond. Ik heb tweetalige kleinkinderen. Op dit moment zijn het Hollanders geschoeid op een Franse basis en de tongval gaat nooit meer over. Ze zingen me tegemoet als ze me zien, zoals de woorden uit het dagboek. Marcel Proust helpt me vooruit:’Si notre vie est vagabonde, notre memoire est sédentaire’, waarbij ik het laatste woord moet zoeken. ‘Zittend’ zegt de vertaler, ‘blijvend’ denk ik. Dat is het euvel. Ik vul al op voorhand betekenissen in door de context op mijn manier te interpreteren en kom daarbij soms op verkeerde voet te staan. Mijn geheugen mag dan wel ‘zittend’ zijn, maar er zijn duidelijke grenzen aan de opname.

verlaine1

Ik sprokkel de gedichten van Verlaine, hengel naar betekenissen bij Baudelaire en proef de schoonheid van een taal. Nog steeds ken ik de teksten van Adamo en Moustaki uit het hoofd en opnieuw word ik gegrepen door de verleiding bij de teksten van Stromae. Verlaine beroerde mijn romantische ziel en ik ween met hem mee om zijn prachtige poëtische inslag en proef zijn ‘feuille morte’, de smet op zijn blazoen, de dode dichter en zijn voor eeuwig levende gedachte. C’est le ton qui fait la musique.

 

Uncategorized

‘Niets is wat het lijkt’.(Crone)

Vanuit de schemernacht doemen achter mijn dikke brillenglazen de woorden van Albert Camus op:’Tout accomplissement est une certitude. Il oblige à un accomplissement plus haut’. Vrij vertaald zegt hij : Alle vervulling is een zekerheid. Het vereist een hogere prestatie.

Gisteren hebben we met een grote groep vrienden de tuin aangepakt van een goede oude vriend. en passant werden alle wilgen van mijn grenzen ook gesnoeid. Het was een dag van noeste arbeid en toen het klaar was, kon men niet anders dan voldaan erop terugkijken. Wat gedaan was, bracht rust en verlichting. Al het verweesde, het achterstallige onderhoud, was verdwenen. Ruimte te over voor het groen om weer uit te botten. Er waren bergen verzet en er werd geconstateerd dat het elk jaar voor herhaling vatbaar was. Geen hoger plan maar nuchter en noodzakelijk onderhoud.

Sisyphus_by_von_StuckFranz von Stuck: Sisyphus.

Camus werd gezien als de grondlegger van het absurdisme. Zijn absurdistische helden kiezen niet voor de eindigheid van het leven, de enige ware filosofie in zijn ogen, ook niet voor een kunstmatige vervulling ervan middels de godsdienst die ze creëerden,  maar ze bezagen het leven zonder betekenis en hielden zichzelf desondanks in leven. Zijn helden waren de veroveraar, de toneelspeler en de Don Juan omdat ze alle drie bestaansreden wisten te geven aan dat eigen leven. Symbool voor die invulling van het absurdisme van Camus staat de Grieks mythologische figuur Sisyphus. Hij moest van Zeus een zwaar rotsblok tegen een steile berg op duwen, dat echter telkens van de top weer in de diepte rolde, waardoor hij gedoemd was eeuwig dat rotsblok opnieuw en opnieuw de steile berg op te duwen. Daarbij putte hij zijn kracht uit het feit iedere keer weer de steen te overwinnen. Waar de mens haar eigen betekenisgever wordt vanuit een positivisme binnen het zware zwarte grauw.

In de kunst is het absurdisme vertegenwoordigd door het Nouveau Théâtre. Ooit zag ik een toneelstuk voor kinderen waarbij de acteurs starre maskers droegen en alle handelingen staccato werden neergezet. De directe manier, deuren die open en dicht gingen, verliefdheid zonder de emotie op het gezicht, het toonloze gedempte praten zonder mimiek bracht humor met zich mee, waar je kennelijk wel ontvankelijk voor moest zijn, want bijna het hele publiek bleef stil terwijl ik het zó grappig vond, die tegenstellingen, een vondst op zich.

In de tijd der lusten, een spektakelstuk van Ellen Löwik naar de tuin der lusten van Jheronimus Bosch, speelde ik de verleiding in een groteske sfeer met een gigantisch masker op, een vrouwenhoofd. De enorme afmetingen en het gewone lijf zorgde voor een potsierlijk contrast, dat haar luidruchtige zinloze verleiden totaal onnuttig maakte. Er liepen vijf vleesgeworden verleidingen rond, de dronkaard, de faun, de elf, de boom en de vrouw. Met mijn hele ziel en zaligheid vond ik de zinvolle kern van het stuk. Zo moet theater mogen zijn, zoals Kamagurka in mijn optiek het nut van het onnutte verbeeldde, door het groteske te verbeelden in zijn theatervoorstelling ‘Sprook.’

De kracht zit in het overdrijven, het onwaar maken van de waarheid, die vaak zo stellig wordt beweerd. Normen en waarden die vaak als basis worden genomen en die dankzij deze brede kijk op het leven op hun stelligheid inboeten. ‘Niets is wat het lijkt’ staat op een huis in Utrecht. Het is een dichtregel van de Utrechtse dichter Crone. Dat zegt meer dan genoeg.

Bewaren

Uncategorized

Als kleur de rijkdom is, dan is de vorm haar volheid. (Cézanne)

Paul Cézanne vertolkt zijn gebruik van  de materie om tot schoonheid te komen en zet me aan het denken. In het Knockart atelier zijn we met een aantal mensen onder leiding van Mieke Siemons op zoek naar grenzen. Van onszelf, van de ander, van de kunst, gaan over grenzen van de schoonheid heen en treden voortdurend uit onze eigen comfortzone. We zoeken de interpretatie van de verbeelding.

De verwarring die opgeroepen wordt, door te werken  met kleuren die niet de mijne zijn wortelt zich. Elke stap voorwaarts werpt me een aantal stappen terug. Het is het proces, waarom het draait en het is goed. Zo leer ik welke weg ik niet moet bewandelen. Er is nog een lange weg te gaan.

We wandelden met Hundertwasser en zijn kleurexplosies mee in zijn grillige vormen en lijnen, daarna doken we de diepte in met Hockney op zijn immense meanderende  landweg, de bomen, verstilde natuur. Lataster raakte het hart door zijn intensiteit van zijn kleuren, de vormentaal en  zijn gedrevenheid, de losse toets, de kracht die uit zijn werk spreekt en nu is Hodgkin aan de beurt. Paul Cézanne spreekt over zijn eeuwige grens heen: ‘Lorsque la couleur est la richesse, la forme est à sa plénitude.’ Zijn vormentaal en zijn kleurgebruik roepen verlangen op. Zo te schilderen! Waar mijn kwasten zich dieper roeren in een lelijkheid en met stijgende verbetenheid dichter en dichter smeren, treft me de lichtvoetige toets van deze grootmeester. De bakermat van de moderne kunst.

Met Hodgkin wordt de grens van het doek zelf letterlijk overstegen en verdwijnt de kijker in zijn eindeloze diepte door de werking van contrasten met kleur en vorm. De toets is krachtig met brede kwasten en lijkt van een bedrieglijke eenvoud, niets is minder waar. Het kostte jaren om tot het uiteindelijke resultaat te komen. Wanneer stopt figuratieve werkelijkheid in het hoofd en worden vormen en kleuren vrij als basis voor de verbeelding. Het is al kunst om het te zien, laat staan dichterbij te komen.

IMG_9458.JPG

Het wroeten gaat voort met de organische kunst, een onbekend terrein op gerommel in de marge na van ooit twee dagen met rivierklei en verkoold hout ernaast, zand en wind en water van de rivier in een stralende zon en in striemende regen. Dat weekend spatte uiteen in tegenstellingen en sloeg letterlijk de bekende bodem onder de voeten uit. Als volleerde jutters traden onze koude onderdanen in het grauwe water van de Lek om lijnen te vervagen, beelden te versterken, vorm en materie met een minimum aan kleur en daarna liggend in het warme zand op gelijke hoogte met gevormde objecten werden beelden vereeuwigd om ze daarna terug te geven aan haar Alma Mater.

Anselm Kiefer brandt op het verlangen en Robert Motherwell. Het gedachtegoed van de laatste wordt versterkt door zijn  uitspraak: ‘It may be that the deep necessity of art is the examination of self-deception’. Dat laatste wordt vertaald als zelfbedrog, maar zinsbegoocheling, in de letterlijke en de figuurlijke betekenis, geeft er meer diepte aan.

Wij worden ook begoocheld, uit de comfortzone getrokken, onderuit gehaald, gebrainwasht in de queeste naar de diepere betekenis van die innerlijke emotie en de verbeelding ervan. Als kleur de rijkdom is, dan is de vorm haar volheid, haar kracht zei Cézanne. Het is verhelderend, het is verbijsterend, het is verheffend, maar bovenal is kunst in welke vorm dan ook vooral verrijkend.

Uncategorized

Unfeathered.

‘I want to be unfeathered’meende ik Paul Beatty gisteren te horen zeggen tegen Adriaan van Dis in een uitzending van de wereld draait door en ik vroeg me af wat het zou betekenen. Verenloos, kaal, blanco maakte ik ervan en was zo druk met zoeken, dat ik vergat naar de context te luisteren. Het woord had vleugels gekregen en zweefde boven het gesprek uit. Woorden die pakken, die wat beroeren en losmaken. Als die ontvankelijkheid er is, dan zijn er telbare.

Adriaan van Dis terug op televisie, een podium bij de wereld draait door voor deze meester van het interview, rustig, scherp, belezen en met een excellente keuze aan onderwerpen. Met stijgende vreugde heb ik naar deze drie grootheden van de literatuur gekeken. Jaap Robben kende ik niet. Hoe is het mogelijk, dat hij langszij is geglipt, terwijl zijn ideeën over de benadering van kinderen zo waar zijn en in mijn lijn liggen.

Kinderen zijn niet anders dan mensen, dus benader je ze gewoon. Je kan niet alles aanhalen, want sommige onderwerpen zeggen kinderen nog niets, maar verder kan je met hen over alles in gesprek gaan. Kinderen hebben het haarfijn in de gaten als je ze infantiliseert. Hij legde precies de vinger op de zere plek. Dat maakt dat kinderen je geloofwaardig vinden of niet. ‘Birk’ is de eerste roman van Robben, maar hij schreef ook prachtige gedichten. Met woorden die alleen maar uitstijgen boven het grauw. Alleen de titel al van de dichtbundel:’S nachts verdwijnt de wereld’. Alle reden om te weten waarom. Kom binnen en ontdek het.

Of de boeiende vertellende Hilary Mantel, die ieder karakter uit haar boek een stoel aanbiedt in haar hoofd. Alleen bij de duivel zorgt ze ervoor dat die met een lange lepel bediend wordt naar het Engelse gezegde: ‘He who sups with the devil should have a long spoon’. Het is een gave om zo dichtbij te kunnen komen. Haar historische romans zijn tijdloos en zeer de moeite waard. Reis mee in haar teletijdmachine.

Wat een geluk dat ik er middenin viel. Ik kijk niet altijd naar de wereld draait door, omdat het me vaak te snel gaat en te oppervlakkig is, te twitterend haast. Dit zijn eilandjes van ongekende rust en bezinning. Ik verlang weer terug naar the good old days, waar hij met regelmaat op de televisie te zien was.

VPRO boeken is ook zo’n heerlijk programma, maar helaas op de zondagmorgen. Waarom is dat er niet als de hectiek van de dag is gaan liggen en er tijd is voor bezinning. Literatuur vraagt een moment om erop te kunnen kauwen. Je moet er bij stil kunnen staan. De ochtend is op dit moment nog van een totaal andere dynamiek. Het is niet eerlijk, dat goede televisie van kijkcijfers afhankelijk is en al naar gelang geplaatst wordt op prime time of niet.

Tegen het gesprek van van Dis met Beatty heb ik aangeleund, zo intrigerend vond ik Beatty’s antwoorden, net als de vragen die van Dis stelde.Op het scherp van de snede. De schrijver vergat een van zijn eigen citaten en schoot in de verdediging. ‘Ik schrijf het op, ik bedenk het.’ Soms overkomt het je in de roes van het schrijven, zo voelde het tenminste. Hij zei het niet. Net als Mantel die haar karakters bezit van haar laat nemen door ze uit te nodigen in haar hoofd. Het verhaal of het karakter neemt de werkelijkheid over en slokt de wereld op. ’s nachts verdwijnt de wereld, maar verschijnt er een andere. De wereld van de gedachte, unfeathered, groot en soms meedogenloos, rijk en fantasievol en waard om beschreven te worden.

Bewaren

Uncategorized

Los!

Twee boeken doemen uit de dagboekbladzijden op, die ik me niet meer kan herinneren. Het is het boek Los van Tom Naegels en Bernlefs jongensoorlog. Van Bernlef heb ik meer gelezen en die staat me als schrijver na aan het hart. Tom is door de grijze hersencellen heen geglipt en als ik door mijn volgeschreven bladzijden naarstig speur naar een waardeoordeel kom ik het nergens meer tegen. Wel riep hij destijds kennelijk het verlangen op zo beeldend te mogen schrijven.  Het is heel bijzonder want het gebeurt me niet vaak dat een boek geheel verdwijnt in de mist. Het is een reden om het onmiddellijk op te speuren en te herlezen.

Door de kaften van beide boeken, gaat er ergens een deur open en als ik wat bladzijden scan, schieten er situaties en taferelen omhoog en ik herken waarom ik destijds toch onder de indruk was van beide boeken. Tom Naegels schrijft de herkenning van het heden en Bernlef vooral die van het verleden.

024

De titel van het boek ‘Los’ is intrigerend. ‘Los van de liefde en de wereld, los van alles en iedereen’ staat er op de achterkant in witte letters te lezen. Hij schrijft over rellen in het beruchte Borgerhout, waar de wieg staat van het Vlaamse blok, zijn moeizame liefde voor zijn Pakistaanse vrouw en zijn socialistische oude grootvader, die door de verbittering is dolgedraaid tot een racistische getier van jewelste. Het is een mengelmoes van begrippen waar nauwelijks chocola van te maken valt of het zou de bitterheid ervan moeten zijn.

Dat een verhaal als zand door de vingers kan glippen, de flarden blijven flarden en ik lees tussen het schrijven door losse bladzijden en weet dat in het hoofd geen beelden gevormd zijn van zijn personen, zelfs niet de kleurrijke bompa en dat dat vooral de hoofdoorzaak is van het oplossen in de mist van sommige boeken.

In mijn queeste naar deze boeken gleden mijn vingers langs nog een handvol die vaag bleven. Misschien te snel gelezen, te onbewust, te gretig om de letterhonger te stillen, dat herkende ik wel. Straks, neem ik me voor, straks ploeg ik door de drie boekenkasten om alles nog eens in handen te hebben en nog meer deuren te openen, die al langer gesloten zijn. Zoals in mijn hoofd beelden zich verdringen die allemaal vragen om geschilderd of geschreven te worden, en die doorschuiven naar later, in rust, in tijd, in ruimte. Los van de wereld om met Tom Naegels te spreken.

Op de bladzijde naast het fragment over de boeken staat toepasselijk een spreekwoord van Georges Braques, ‘Le progrès en art ne consiste pas à étendre ses limites, mais à mieux les connaître’ Doorgronden en daarmee de diepte induiken en niet zoals mij overkomen is bij het lezen van deze twee romans, honger te stillen in een verlangen naar veel in plaats van de bewustwording, het vormen en het eigen maken.

Er is nog een weg te gaan, vooropgesteld dat de tijd zal duren en het gehaaste leven eindig blijkt. Zelfs dat is niet voorspelbaar, maar kiezen kan altijd en dan is er nog een wereld te gaan, vrij van het heilige moeten. Free as a bird, ‘Los’ dus, helemaal ‘los’.

 

 

Uncategorized

Denk niet aan het bestendige zonder eindigheid.

Vrij uit het Frans vertaald wolkt deze gedachte op. Hoe kan je aan de de toekomst denken zonder te denken in eindigheid. Iedereen gaat dood.  Dat is de enige zekerheid, die je hebt bij het geboren worden. Een voorbestemming pur sang. En de kwaliteit die je er aan geeft is die van het geleefde leven zelf.

Toen mijn lieve vriendin aan het sterven was, gedurende een heel jaar, door te vechten tegen de chemo’s, neergesabeld te worden, op te krabbelen, uit te huilen en weer opnieuw te beginnen, vroeg ik me af hoeveel eindigheid een mens kon dragen. Het was een niet aflatend beeld in haar hoofd, dat er een moment kwam waarop de tijd haar zou inhalen. Haar grootste zorg waren de achterblijvers, vooral het kind dat zonder moeder verder moest.

Daarnaast telden de zorgen de weg van het lijden en door de ingebouwde zekerheid van de euthanasie dacht ze het afscheid onder controle te hebben. Maar ze had niet op het onvermijdelijke zware van het afscheid gerekend. De strohalm voor elke achterblijver was het restant van de stofmantel, die aan te raken was en in bed lag, woordeloos de pijn doorgaf en toch de leegte vulde. Het ging in dit uur van het loslaten niet om de kwaliteit, maar om de zekerheid van het zijn.

Het was een uiterste inspanning  om te vragen van een hartsgetrouwe te mogen ontsnappen aan het onvermijdelijke, die pijn die de overhand zou nemen en het lijden ondraaglijk maakte. Tactiele beleving is een gave, zielenpijn wil koesteren en behouden. Afscheid nemen op het hoogtepunt is de moeilijkste keuze ooit.

Ze lag geel en kaal in het grote bed, het wit versterkte de intensiteit van de kleur. Ze was een fractie van haar leven, een schim van de werkelijkheid, maar de kracht waarmee ze  leed, versterkte haar persoonlijkheid en haar wil om dat wat geen leven meer was, te eindigen op een waardevolle manier. Respirer…respirer, ne jamais penser au définitif sans l’ephémère.(Nicolas de Staël).

Berlinde de Bruyckere - Een - Wax, epoxyhars, metaal en twee houten vitrines met glasBerlinde de Bruyckere in de Pont.

Ik zag haar deplorabele lijf terug in het museum de Pont, vertaald door Berlinde de Bruyckere en sidderde, een ijskoude hand trok langs de ruggengraat. De onmachtigheid van het vege lijf stond in tweevoud gevangen in twee kasten, voor eeuwig bijgezet om in afschuw bewonderd te worden. De eenzaamheid van het lijden was verwoord in een wanhopig omknelt samensmelten en een afgekeerd zijn, om de weg te gaan, die alléén bewandeld moest worden.

De schilderijen van Dumas hebben dezelfde uitwerking. De schok die het oproept door het lijden te vangen in een schoonheid die de weerzin vertolkt is groot. De naaktheid van het bestaan wordt opgeroepen door het volle besef van de nietigheid ervan en het raakt me, het roert, het brandt voor eeuwig op het netvlies. Hoe kan je de eindigheid vergeten, als de ervaring je ooit heeft aangeraakt.

Ze zijn er niet en altijd wel, vriendin, mijn moeder, mijn opa, André en al die andere ‘duizend’ doden, in alles wat ik denk of doe, soms bij vlagen en dan weer lopen ze langer op, maar onmiskenbaar dichtbij in hun eeuwige eindigheid. Hoe kan je ademhalen zonder die nietigheid niet te overpeinzen.

 

Uncategorized

Droomvlucht…

In het dagboek ‘ Au fil des jours’ staat een wonderlijke bijna surrealistische droom. Dromen zijn er om vast te houden en om op te schrijven. Ze geven mooie, subtiele aanwijzingen die hout snijden en waar je mee uit de voeten kan.

De Droom:

Ik ben in een theater of een schouwburg, in ieder geval is er rood pluche. Ik kijk clandestien mee met de repetities en gedraag me of ik er hoor. Als er een gezelschap bij mij aan tafel alles komt doorspreken, kies ik het hazenpad. Ik vergeet mijn schoenen. Ik ga met een vriendin naar het cafe-gedeelte. Tegen sluitingstijd gaan we naar buiten en zie ik aan een telefoondraad, dat van het dak naar een paal loopt, een paard aan zijn gevlochten staart te drogen hangen. Als ik er onderdoor loop, zit ik ineens op mijn make-up koffer en schiet de lucht in. Het is er prachtig van kleur, niet alleen blauw maar ook rood en geel. Ik zwenk redelijk snel door het zwerk, maar ben niet bang. Dan lig ik ineens in het water en keer mijn rug naar de golven, waardoor ik heel hoog wordt opgenomen. Ik word niet erg nat, bijna niet zelfs. Ik duik de diepte in . Het is donker water met witte vinvissen. Als ik bij de bodem ben gekomen aai ik er een. Ik voel me de hele droom heerlijk en wil niet wakker worden.

Dromen duiden is een kunst op zich. Het voelt weldadig om aan het eind van de droom in een zoete heerlijke staat terecht komen, zoals bij de keer dat ik ontwaakte na een kleine ingreep uit de roes van de narcose en ook vocht tegen het binnenglijdende licht. Nee, niet aarden. Nee, niet met beide benen op de grond. Zweven wil ik, duiken in de diepste zeeën, als er maar witte vissen zwemmen. Ze zijn mijn licht in de duisternis. Het paard is als de paarden van Dali, nu slap als een vaatdoek, aan een telefoondraad dat door veert en meegeeft. De verbinding tussen rede en fantasie. Brengt het geluk als je een witte vinvis over zijn rug strijkt? De hele droom lang was ik gelukkig.

Dromen leren onthouden kunnen we eigen maken. In het laatste moment van de nacht, in een bijna slaap/waakroes vraagt het hele verhaal om een herhaling. Pas als je terug gewandeld bent, zetten details zich vast. Het vergt actie, de beelden lossen snel op, vluchtig, ongrijpbaar. Naast het bed liggen pen en schrift in de aanslag. Je weet nooit wanneer het nodig is. Er gaan weken voorbij met elke nacht een droom, er gaan dagen voorbij zonder.

De verbazing over elk kleinste detail, dat zo duidelijk ervaren werd, blijft hangen boven het nog warme bed, een deur, een gang, de theemuts. Als Alice in Wonderland ontmoet ik mens en dier. Er zijn er, die uit een grijs verleden komen in een omfloerst licht en onscherp, als een wazige sepia foto, maar soms zijn ze helder en overtuigend, waarbij grenzen tussen leven en dood zijn weggevaagd. Het vult het gemoed met warmte. Het verlangen om er te blijven in dat wonderlijke niemandsland, waar al het onmogelijk mogelijk wordt, is groot.

IMG_4473.JPG

Tussen de bladzijden van het dagboek ligt een kleine bruine veer met het dons nog aan het begin van de staartpen, naast een aquarel takje lavendel. Een stille groet uit mijn droomvlucht, die reis door tijd en ruimte, waar alles bewaarheid wordt voor zolang het duurt, een lang zoet en zalig zijn. Blijf nog wat mijmeren om het wat langer vast te houden en sluit de ogen voor wat straks de nuchtere werkelijkheid zal zijn.

Uncategorized

La Beauté n ‘est que la promesse du bonheur.

Schoonheid is niet de belofte voor geluk schreef Stendhal, die zijn leven leidde op nogal ongelukkige keuzes. Zijn grote liefde werd niet beantwoord. Hij moest zijn geliefde Italië verlaten omdat hij verdacht werd van spionage. Zijn schrijverschap ging moeizaam en hij leefde op te grote voet, wat er voor zorgde dat de erfenis van zijn vader er al snel doorheen was. Al met al had hij alle reden om zo’n pessimistische boodschap de wereld in te slingeren.

Zoals altijd zit er aan een dergelijke oneliner twee kanten en het is maar net hoe je het leven neemt. Hoe vaak komen keuzes niet op je pad. Het heeft me verbaasd en tegelijkertijd ook niet. Als vanzelfsprekend, zonder aarzeling, sloeg ik de weg in die zich aanbood en slechts een keer heb ik me afgevraagd of ik er goed aan deed, omdat de uiteindelijke prijs, die ervoor betaald moest worden, in alle opzichten te hoog was..

Het mooie van ouder worden is dat je op een gegeven moment de vraag kan stellen of het leven, tot dan toe geleefd, is zoals het zou moeten zijn. Bij een dergelijke beschouwing ontdek je haken en ogen, een vanzelfsprekendheid, want je bent ook slechts een mens. Ooit zat ik een heel weekend met 150 mensen in een zaaltje, waarvan de deuren werden gesloten en we werden gevraagd na te denken over waar we spijt van hadden gehad in het leven. Het werd een sessie, die het hele weekend duurde en waarbij mensen naar voren kwamen om hun spijt te betuigen. Het ging gepaard met handen wringen, huilen, snotteren en het was een deerniswekkende toestand, waarbij ik mijn ogen uitkeek.

High Five.jpg

Dit was het gevolg van inpraten op een mensenmassa. Het ontlokte bij velen een niets ontziende bekentenis ten overstaan van een menigte, waar tot dan toe geen enkele band mee was. Men keerde de ziel naar buiten waardoor een kwetsbaarheid ontstond die moordend bleek. Heel veel mensen in dat zaaltje vielen ten prooi aan de geestelijke druk die werd uitgeoefend. Landmark was de organisatie die erachter zat. Mijn scepsis was vanaf de eerste minuut zo groot, dat ik op geen enkele wijze hun oproepen binnen liet komen. Het grote gevaar school vooral in dat ‘sentiment van de spijt’.

Ik reed terug met de trein naar de auto met mensen die ook daar geweest waren. Ze praatten vol lof over wat hen overkomen was. Ze hadden het ‘licht’ gezien. Ik voelde me er zo volkomen buiten staan, een vreemde eend in de bijt en kon er niet bij, dat zij en anderen niet inzagen, dat het voornamelijk gebaseerd was op financieel belang. Er moesten hoge bedragen betaald worden voor een bewustwording, die opgeroepen werd en als je je niet committeerde,  werd er op je ingepraat. Deuren gingen dicht, er volgde een opgelegde omgangsregeling, vrienden mochten niet bij elkaar zitten.

Vanaf dat weekend heb ik een wantrouwen bij alles wat vraagt om je te ‘committeren’, een Amerikaanse trend van het delen van  ziel en zaligheid. De prijs van Landmark was niet alleen financieel hoog, maar je leverde er op grote schaal je persoonlijkheid in. Hoe ver kan een mens gaan. Mijn natuurlijke afweer tegen autoriteit heeft me gered. Ik ben er niet door beïnvloed. Maar ik was een van de weinige, daar in dat afgesloten congreszaaltje.

De  Landmarkhype is voorbij. Ik hoop dat mensen hun leven weer hebben opgepakt buiten de ‘community’, ook al zo’n misleidend begrip, omdat een tegendraadse houding  onmiddellijk wordt geëlimineerd en daarom klopt het niet. Kritisch kijken naar de aard der dingen moet te allen tijde mogen en anders deugd er iets niet. Zo voelt het. Ik ben niet zaligmakend, het is mijn keuze, net als dat die keuze van de andere menen in dat zaaltje ook bestaansrecht heeft, zolang het maar niet verplicht de mijne hoeft te zijn. Je bent er nog altijd zelf bij!.

De teleurstelling in het leven van de dandy Stendhal kwam voort uit het feit dat hij op het verkeerde paard had gewed, de uiterlijke schoonheid. Het is een ruim begrip als je beseft dat het ook innerlijke schoonheid kan zijn  en de laatste keert zichzelf uit, vroeger of later. Om met Confucius te spreken: ‘Elke glimlach die gij uitzendt keert weer tot U terug’. Je laten leiden door de innerlijke schoonheid, wat zou het de wereld mooier kleuren!

Uncategorized

Le jour, c’est la vie des êtres, mais la nuit, c’est la vie des choses.

Het citaat is van Alphonso Daudet. De prachtige aquarellen in het dagboek zijn van Lizzie Napoli en ik schilderde ze in die vakantie allemaal na. De bloemen zijn onderweg geplukt, zorgvuldig gedroogd en ingeplakt.  Er was destijds, bij hoge uitzondering, een zee van tijd, inderdaad ‘een dag van zijn’.

Ik ben benieuwd wat monsieur Daudet gemiddeld in de nacht verkoos. Ik stel me voor dat hij dan tot schrijven kwam. Mijn woorden vallen in de vroege ochtend binnen. Ze glijden over het kussen en draaien om het hoofd, dat onrustig wakker begint te worden, af en toe duikt er een naar binnen en roert zich en wentelt net zo lang tot het genesteld is en het verhaal zich ontspint. Inspiratie haal je uit de dag, de nachten zijn voor de associaties en het uitspinnen. Ik spin wat af!

De dag is er voor intervallen en de opborrelende fantasie, die als een gloeilamp aanslaat en zich verspreidt. Niet de vraag ‘hoe’ maar ‘de manier waarop’ telt. Gisteren had ik een verrassing voor de kleinzonen bedacht. We zouden naar Mees Kees langs de lijn, een film naar de boeken van Mirjam van Oldenhave, maar er zat nog minstens een uur overbrugging tussen. Het was zo’n heerlijke bewuste dag, ‘Un jour d’être’ en de stemming zat er al gauw in toen ik in raadsels de verrassing aanbood. De tocht er naar toe was minstens zo spannend als de ontknoping en de film een schot in de roos.

Met het stoffige zaaltje, waar het zich afspeelde en de verwachtingsvolle glimmende ogen van de jongens moest ik aan mijn eigen magische moment denken dat het witte doek zich voor het eerst met beelden vulde uit die ratelende machine naast mijn oor. Het spannende donker, het filmapparaat in het gangpad, het geroezemoes van kinderstemmen om me heen. Het was zondagmiddag in het jeugdhonk van het oude klooster waar de nonnen hun sporen hadden nagelaten. Op deze gewijde grond breidde mijn kleine kinderwereld zich uit met die bewegende beelden, die in veelheid net zo vormend zouden worden als de boeken, de muziek en de natuur. De schepper was mijn vader, die het apparaat bediende en in witte hemdsmouwen, hoog uittorenend  boven het  grut, kon toveren tot we ademloos tegen het verhaal aangeleund zaten en woordeloos mee bewogen met The little Rascals.

De ontlading erna, met daglicht dat altijd scheller was omdat het zicht zich net als de geest vanuit die diepe duisternis moest herstellen, werd ondergedompeld met buitenspel en het leven van alledag. Maar in de nacht, die stille nacht, rolde de hele film zich achter mijn ogen af en buitelden de kinderen over elkaar heen in een spannende achtervolging door de gevestigde orde. We ontsnapten, ik was een van hen, maar ternauwernood, waarbij ik van de angst wakker schrok en stijf rechtop in bed zat met trouwe beer naast me, die me stilzwijgend begreep. Dan begon het woelen en draaien weer. In de nacht, die duistere nacht kon alles, begreep ik en zodra het in mijn vermogen lag bande ik de duisternis, omdat de dromen ingrijpender werden naarmate de beelden in mijn hoofd zich vermeerderden.

Le jour c’est la vie des êtres, mais la nuit, c’est la vie des choses als je wakker blijft, want zodra je je ogen dicht doet, speelt het leven haar eigen glansrol in mogelijkheden en onmogelijkheden en wordt het kleinste onbeduidende theelepeltje levensgroot  binnengevoerd  om met het onbuigzame staal de strijd aan te gaan, te voet en te zwaard, met het kind in mij dat weer ontwaakt en vlucht in de schrijver van de nacht .

Bewaren

Bewaren

Uncategorized

A fait laissez du temps au temps

Dit citaat staat in mijn dagboek van 2005 en wordt toegeschreven aan Paus Johannes de dertiende. Anderen schrijven het toe aan Mitterrand, maar de Paus was eerder. Ere wie ere toekomt. ‘Laat de tijd aan de tijd’.

In de hectiek van alledag is het een weldadige overpeinzing. Om de tijd de tijd te geven hoef je letterlijk niets te doen. Alles valt op de juiste plek in eigen tijd en eigen uur. Een zin, een woord, een gedachte uitspinnen tot het tijd is om genoemd te worden. Daar moet je voelsprieten voor hebben, of minstens controle over de emotie. Mijn moeder en oma hadden daar hun eigen gezegde bij. ‘Eerst denken, dan doen’ orakelden ze en keken daarbij met hun Hollandse nuchterheid naar onze ontredderde koppies als een en ander in de soep was gelopen.  Je moest het ook zelf weer oplossen, want ‘wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten’. Dat stond buiten kijf.

Beurs van Berlage

Het hele arsenaal aan mindfulness hebben we vroeger meegekregen in dit soort spreekwoorden, de wijsheid in een notendop en als je stil blijft staan bij wat er daadwerkelijk gezegd wordt, kom je tot de ontdekking dat er voor iedereen uit te filteren valt wat nodig is. Er kon destijds geen psycholoog tegenop. Bij het terugkijken naar de jaren tot nu toe, blijkt dat de Tijd als zand door de vingers glipt. Het lijkt een contradictio in terminis, maar er is geen tijd om tijd te beiden. In 1903 al kreeg de mensheid een waarschuwing mee, of in ieder geval de inwoners van Amsterdam en haar bezoekers. De gemeente had de dichter Albert Verwey gevraagd een gedicht te schrijven en enkele toepasselijke  versregels kwamen op de klokkentoren.  ‘Beidt uw tijd’ en ‘Duuw uw uur’.

De toren – Albert Verwey

De toren sprak naar de stad gewend:
Gij burgers, die daar jaagt en rent,
Sta stil als ik en beidt uw tijd,
Zij die geloven, haasten niet.
De goede en sterke daad geschiedt
Te rechter uur, den tijd ten spijt.De toren spreekt tot iedere vreemd
Die naar de stad zijn richting neemt:
Sta vast als ik en duur uw uur.
Wie op zijn kracht niet vol berust,
Wiens ijver halfweegs wordt geblust,
Houdt hier geen stand, heeft hier geen duur.
( http://nicolienhermens.blogspot.nl/2012/05/de-toren-albert-verwey.html )
Hier werd bezinning gevraagd in een versnelde wereld, die van de handel. Berlage plakte er zijn eigen droombeelden op. Zijn intentie was om met het gebouw een bolwerk te maken, waarin kunst, cultuur, economie en maatschappij zouden samenkomen, maar die droom kwam pas jaren later toen de beurzen vertrokken waren en de gemeente er een culturele functie aan gaf. In het vernieuwde café, dat in 2002 geopend werd, en waarbij de bar werd ontworpen door Marc Ruygrok staat in grote verlichte letters te lezen ‘We zijn hier’.
Het hedendaagse antwoord op de waarschuwende vinger van Verwey.
Tijdens een project ‘Tijd’ op school filosofeerde ik er met de kinderen op los, dankzij het verhaal van de tijd keert om. Een jongen vond bovenop de kast waarschuwende briefjes met ‘Lees dit niet’ en ‘Laat liggen’. Boodschappen, die altijd te laat komen, omdat het leed al is geschied. Een magistrale vondst om kinderen zich ervan bewust te laten zijn dat tijd ongrijpbaar is. Soms kan bewustwording in een héél klein hoekje zitten en hoeft het niet te worden uitgesponnen. Aan de andere kant blijft men zo wel bij de tijd.
A fait laissez du temps au temps is een open deur, want de tijd is alom. De bezinning eraan geven en even stil staan bij de betekenis, is op zichzelf genoeg en bij tijd en wijle een pas op de plaats door het leven te omarmen. Het komt je toe… in eigen tijd en eigen uur.

Bewaren

Uncategorized

De kinderkaravaan.

De kinderkaravaan

Een goede vriend vertelde me op een dag tijdens een vakantie in Frankrijk het verhaal van de kinderkaravaan, het boek van Ann Rutgers van der Loeff. ‘Een gezin trekt met huifkarren door Amerika. Vader en moeder komen te overlijden. De oudste jongen van twaalf zorgt voor iedereen, leidt, ment, geeft aanwijzingen. De os biedt bescherming en warmte aan de jonkies. Dan zien ze een licht in de duisternis en gaan er heen. Het is het huis van een vrouw. Ze wil hen helpen en de jongen breekt in snikken uit,alsof hij toen pas die te grote verantwoordelijkheid als een molensteen om zijn nek voelde.’

De laatste woorden van mijn vriend, daar waar de jongen breekt, komen er gesmoord uit. Verbaasd keek ik naar hem op. Aan de tafel, op de smalle Franse houten stoel zat hij, het gebogen hoofd ondersteunt met de handen, leunend op de ellebogen en liet een oersnik horen, die me liet sidderen, ondanks de lome warmte die op ons drukte. Hij barstte in een hartstochtelijk huilen uit. De rimpels in zijn voorhoofd fronsten tot wanhopige kronkels. In horten en stoten vertelde hij me, dat hij zich net zo voelde als de jongen in het boek. Hij wás het jongetje, hij moest zijn hele leven alles alléén doen, het verhaal had hem tot in de ziel geraakt. Wat doe je met een lieve goede vriend in totale ontreddering?  Je slaat je armen om hem heen en sust en praat en praat.

De avond erna en de avond daarna herhaalde zich die ontlading van zijn gemoed. De wijn hielp hem er gretig bij. Na twee dagen bracht ik hem  naar zijn werk. Dat was een Mas in het heuvelachtige droge land, waar een Hollandse vrouw een zorgboerderij avant la lettre had. Er woonden ongeveer tien kinderen. Hij besloot, nu het nog vroeg op de dag was en niet te warm, met een groepje te gaan wandelen. Ik ging mee. Een kleine karavaan werd het. Steven, de jongen met het syndroom van Down, de lange slungelige Jonathan, Tota Tota, Jessie, vriendlief en ik. We haalden eerst nog Papillon het schaap, Biquet de bok, Chocolat de ezel en Chat-dog de hond op en liepen de berg op tussen dennenbomen en cipressen door.

We liepen en strompelden beurtelings over de ruige zanderige paden met de grote stenen.  Chocolat kreeg het op haar donkerbruine heupen, bokte en rende weg. Ik verstuikte mijn enkel in een poging tegenwicht te geven en haar zo af te remmen.Steven gooide steeds, ondanks de vermaningen, met stenen en steentjes naar de anderen. Jonathan beet toen er teveel kritiek werd gespuid in een vinger, waarop Tota-Tota het op een brullen zette. Jessie zijn donkere ogen werden ondoordringbare poelen van duisternis, terwijl hij achter of voor de stoet bleef lopen, soms op een draf, dan weer schoorvoetend.  Ik voelde me in mijn Hollandse hemd staan toen mijn Franse woordenschat te kort schoot en eindigde in een onmachtig ‘Arrêt, Arrêt’.

De cipressen lieten moedeloos hun vruchten vallen en het zand stoof droog op onder de wankele gang. De bok duwde onwillig tegen mijn benen aan en de ezel schudde koppig haar lijf als we aan de teugels trokken. Het schaap speelde voor sneeuwwitje door de hele weg lang een spoor te laten neerploffen.  Het was een wonderlijk tafereel, een boek waardig. Weer nam vriend het voortouw, en mende, leidde, zorgde, maar nu huilde ik, van binnen. Om het moeizame bestaan van deze kinderen in de Godverlatenheid van dit lege land en hun grotesk opgeworpen blokkades, die echoden tegen de bergen, zonder warmte van de ouders. Een kinderkaravaan, die bewaarheid was geworden.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Uncategorized

Entrez dans cette porte et laissez-vous conduire. (Molière)

022

Livre d’Heures staat op het voorblad van een van mijn dagboeken en wel die uit 2005. Getijdenboek, boek van het uur. Het past met wat ik wil beogen. Een, naar ik hoop, waardige opvolger van Mutsjesweer en hersenspinsels, die beiden ontstonden door de dagboeken van mijn moeder met mijn bespiegelingen erop. Ik doe met deze blog de deur open, aan jou de keuze of je mee wil lopen of niet.

Het getijdenboek werd in de middeleeuwen, naar voorbeeld van het brevier van de monnik, geschreven door leken. Daar konden ze hun privédevotie in kwijt, leert Wiki ons. Kom daar nu nog maar eens om.

Er worden aardig wat gouden kalveren vereerd, maar om die nu allemaal te boekstaven gaat wat ver. Mijn devotie gaat met grote voorsprong uit naar de schone kunst. Het woord, de noot, de kwast vormen mijn grote passie. Van mijn kinderen en kleinkinderen hou ik, maar devotie voel ik vooral voor die innerlijke emotie van de mens. Zonder kunst kan ik niet leven en met dat ik dit memoreer valt het in duigen, breekt het in stukken uiteen. Onzin. we hebben al die prachtige beelden in het hoofd.

Hoe zou dat zijn als er sprake is van Alzheimer of dementie. Wat gebeurt er met die beelden als de omgeving een dikke mist vormt in je hoofd, de woorden een brij zijn. Verdwijnen ze dan ook, net als je kinderen die steeds meer vervagen? Of onthou je wel de kleur, de geur, de vorm zonder te weten wat het is, door wie gemaakt, waarvan. Doet het ertoe? Het wordt abstracte kunst ten voeten uit.

Een vriendin geeft iedere week een schilderles aan demente bejaarden. Ze hebben allemaal ooit affiniteit met die passie gehad. Dwars door hun mist laat ze hen brede streken kleur trekken, vormeloze materie opduwen tot betekenis. Het brengt een openbaring te weeg op vele fronten, niet alleen het scheppend vermogen wordt weer geprikkeld en aangemoedigd, maar ook de intensiteit van de beleving door geur en kleur. Alles mag, kwast, hand, vingers, sponzen, papier, doek naar volledige eigen keuze.

Dat is wat ik met de kinderen uit mijn groep doe, waar vriendin hen de laatste streken laat zetten, schep ik de voorwaarden voor een eerste ontdekking. Los van regels, maar vol passie. Het gaat om het proces, de beleving, de verwondering, de kunst om te leven.

Dat is wat het vermag. Ik neem me voor om straks voor die laatste streken te gaan, om het te delen met mensen die in de mist leven en de deur nog niet weten te vinden om eruit te ontsnappen. ‘Entrez dans cette porte et laissez-vous conduire.

16 maart 2017

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren