Uncategorized

De kinderkaravaan.

De kinderkaravaan

Een goede vriend vertelde me op een dag tijdens een vakantie in Frankrijk het verhaal van de kinderkaravaan, het boek van Ann Rutgers van der Loeff. ‘Een gezin trekt met huifkarren door Amerika. Vader en moeder komen te overlijden. De oudste jongen van twaalf zorgt voor iedereen, leidt, ment, geeft aanwijzingen. De os biedt bescherming en warmte aan de jonkies. Dan zien ze een licht in de duisternis en gaan er heen. Het is het huis van een vrouw. Ze wil hen helpen en de jongen breekt in snikken uit,alsof hij toen pas die te grote verantwoordelijkheid als een molensteen om zijn nek voelde.’

De laatste woorden van mijn vriend, daar waar de jongen breekt, komen er gesmoord uit. Verbaasd keek ik naar hem op. Aan de tafel, op de smalle Franse houten stoel zat hij, het gebogen hoofd ondersteunt met de handen, leunend op de ellebogen en liet een oersnik horen, die me liet sidderen, ondanks de lome warmte die op ons drukte. Hij barstte in een hartstochtelijk huilen uit. De rimpels in zijn voorhoofd fronsten tot wanhopige kronkels. In horten en stoten vertelde hij me, dat hij zich net zo voelde als de jongen in het boek. Hij wás het jongetje, hij moest zijn hele leven alles alléén doen, het verhaal had hem tot in de ziel geraakt. Wat doe je met een lieve goede vriend in totale ontreddering?  Je slaat je armen om hem heen en sust en praat en praat.

De avond erna en de avond daarna herhaalde zich die ontlading van zijn gemoed. De wijn hielp hem er gretig bij. Na twee dagen bracht ik hem  naar zijn werk. Dat was een Mas in het heuvelachtige droge land, waar een Hollandse vrouw een zorgboerderij avant la lettre had. Er woonden ongeveer tien kinderen. Hij besloot, nu het nog vroeg op de dag was en niet te warm, met een groepje te gaan wandelen. Ik ging mee. Een kleine karavaan werd het. Steven, de jongen met het syndroom van Down, de lange slungelige Jonathan, Tota Tota, Jessie, vriendlief en ik. We haalden eerst nog Papillon het schaap, Biquet de bok, Chocolat de ezel en Chat-dog de hond op en liepen de berg op tussen dennenbomen en cipressen door.

We liepen en strompelden beurtelings over de ruige zanderige paden met de grote stenen.  Chocolat kreeg het op haar donkerbruine heupen, bokte en rende weg. Ik verstuikte mijn enkel in een poging tegenwicht te geven en haar zo af te remmen.Steven gooide steeds, ondanks de vermaningen, met stenen en steentjes naar de anderen. Jonathan beet toen er teveel kritiek werd gespuid in een vinger, waarop Tota-Tota het op een brullen zette. Jessie zijn donkere ogen werden ondoordringbare poelen van duisternis, terwijl hij achter of voor de stoet bleef lopen, soms op een draf, dan weer schoorvoetend.  Ik voelde me in mijn Hollandse hemd staan toen mijn Franse woordenschat te kort schoot en eindigde in een onmachtig ‘Arrêt, Arrêt’.

De cipressen lieten moedeloos hun vruchten vallen en het zand stoof droog op onder de wankele gang. De bok duwde onwillig tegen mijn benen aan en de ezel schudde koppig haar lijf als we aan de teugels trokken. Het schaap speelde voor sneeuwwitje door de hele weg lang een spoor te laten neerploffen.  Het was een wonderlijk tafereel, een boek waardig. Weer nam vriend het voortouw, en mende, leidde, zorgde, maar nu huilde ik, van binnen. Om het moeizame bestaan van deze kinderen in de Godverlatenheid van dit lege land en hun grotesk opgeworpen blokkades, die echoden tegen de bergen, zonder warmte van de ouders. Een kinderkaravaan, die bewaarheid was geworden.

Bewaren

Bewaren

Bewaren