Uncategorized

Perpetuum mobile!

Gisteren was het opruimmaandag. Dat had ik besloten toen niemand anders met werk was gekomen. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’. Dat is er in ieder geval goed ingebrand. Lanterfanten is er nauwelijks bij.

Het kan ook niet anders met het lichtende voorbeeld als mijn moeder was. Het enige moment dat je haar kon betrappen op een dergelijke ‘zonde’, was in de ochtend. De tafel was de avond ervoor gedekt, het brood stond klaar, de groten hielpen de kleinen en mijn moeder wachtte tot het geluid verstomd was en een gezapige rust door het huis heen trok. Dan pas stommelde ze in haar peignoir naar beneden, dronk een kop thee, at een sneetje brood en dook vervolgens op de grond om op haar knieën uitgebreid de krant te lezen. Daarna nam het leven een vlucht. Opgeladen kon ze de dag aan en trotseerde menig multitasker heden ten dage, die zou willen bewijzen dat hij het beter kon.

Voddenboer (fotograaf: Eugène Atget, Parijs, 1899)

Het opruimen ging per onderdeel. Er was een moment dat er drie planken van de boekenkast werden gesopt en geordend, hetzelfde gold voor de planken met de kippenverzameling. Het stoffen en stofzuigen was iets van vlak voor de visite, dan zag je er nog wat van. Zo kabbelde het voort. Was, strijken, bedden verschonen, stoffen , ramen lappen in etappes, trappenhuis te lijf gaan, kamers opruimen, kelder uit-en vervolgens weer inpakken, keuken soppen, en vaat wassen. Twee keer per jaar werd de kledingkast uitgemest. In hoeveelheid moet dat een fluitje van een cent geweest zijn. We hadden zomerkleren en winterkleren en dat was een fractie van de vulling van nu. Mijn moeder gaf alles door, eenvoudigweg omdat de ruimte er niet naar was om het te bewaren. Als iets tot op de draad versleten was en de gaten er in vielen, ging het naar de voddenboer, die een keer per week langs kwam en zijn  langgerekte doorrookte kreet de straat in jodelde:’Vodduuuuuuuuuuuh’.

008 De kippetjes, vóór er geruimd was.

De opruimwoede van nu gold mijn slaapkamer. Het Mekka met de laatste relikwieën uit een losbandig leven. Het boompje met de foto’s van vroeger, Buddhabeeldjes al dan niet in scherven, de klei gebakken kippen van de kinderen, een allereerste olieverfschilderijtje, een spreuk van Janusch Korczak, ooit van stagiair Teun gehad, die hem overleefde en daarom nog meer dierbaar werd. Het kastje met de sieraden in de grappige laden en de kleine beelden achter glas. De tijdschriften, de rommelkast met sjaals en schoenen. Kleding. Iedere kleur een eigen plank, te veel om in een jaar aan te trekken. Wat hangt, hangt aan de la van de rommelkast. Natuurlijk is er ook hier, in dat Heilige der heiligen, de boekenkast. Twee Billies tegen elkaar tot de nok gevuld. Onder het bed de plastic bakken met ontelbare foto’s.

175Kunst met mijn lievelingsjasje uit de jaren zeventig.

In de opruimwoede wordt de kledingkast plank voor plank leeggehaald, nagekeken, met een ‘zit het echt helemaal lekker’ en ‘vallen de gaten erin’ blik. Met een opkomende rommelmarkt valt de keuze licht. Anders weet de kringloop er raad mee. De dierbaarste en de mooiste lappen worden tot Kunst verheven. Met repen stof laat ik de kinderen op school vlechten, fietswielen, grove weeframen en alles wat maar voorhanden is. Twee en een halve rommelmarktzak en een ‘vodduh’zak rijp voor de Emmaus later, is de kamer een lust voor het oog. Schoon en opgeruimd, net als mijn hoofd. ‘Bijhouden’ murmelt het diep van binnen en dan start de zoveelste vruchteloze poging tot dat onbegonnen werk. Huishouden, een eeuwig perpetuum mobile!

 

Uncategorized

Het leven kan zo simpel zijn.

Ineens wist ik wat ik met de takken van de grote wilgen achter zou doen. Ik ga er een hek mee vlechten onder de wilgen zelf. Het is geen lumineus idee op zich. We gebruiken al jaren wilgentenen om de hekken mee te vlechten en we leggen ze in een ril als service voor het kleine grut, de ringslang en de vogels die zich er graag in op houden. De mogelijkheid van een vlechtwerk op die plek was op de een of andere manier nog niet boven komen drijven. In die zin was het een lichtend idee. Het betekende wel, dat ik wat voorwerk moest verrichten en dat was maar goed ook. De brandnetels stonden tegen de afscheiding van de tuin tot een meter hoog. Verbazingwekkend hoe ze branden en toch niet ‘bijten’. Bij het snoeien klommen ze in mijn benen, maar geen centje pijn.  Met het verzamelen en op de compostberg leggen was meer omzichtigheid geboden.

056.JPGAchteraan, waar de wilgen staan.

De tuin van de buurman groeit dicht. Eik en Iep hebben vrij spel en het gras rukt op in grote lange taaie stengels. Onkruid zegeviert. Hondsdraf, Kleefkruid en Wilde Bosaardbei woekeren er lustig op los. Aan mijn kant van de tuin is dat vechten tegen de bierkaai. Toch houden Schoenlapper en Schildersverdriet, Hosta en Rudbeckia krachtig stand. De Anemonen en de goudsbloem moest ik bevrijden van het opkruipende lage geniep, want die dreigden het loodje te leggen. Nu zijn het weer mooie volle pollen. Als geen ander geldt in de tuin de wet van het vrijwaren. Zodra een plant ruimte krijgt, zet ze haar dank om in een weelderige bloei. Dat is met ons niet anders. Geef een kind de ruimte, pel het uit de geldende regels, zorg dat er iets is wat prikkelt en ze gaan los.

008

Gisteren waren mijn dochter, haar twee zonen en ik bij het Theater Berenkuil voor een voorstelling, die helaas al was ‘uitverkocht’. Er draaide nog een voorstelling. Daarvoor moesten we een uur overbruggen. Er was een knutselactiviteit boven in het mooie oude pand. De kinderen konden een vis maken. De vrouw, die het begeleidde, had een handig stappenplan van mogelijkheden gemaakt en de bijbehorende onderdelen lagen er te kust en te keur. De jongste van zes wilde gelijk aanvallen. De oudste van acht wilde niet. Ik vroeg hem waarom niet. ‘Gewoon niet.’ Na wat aandringen kwam hij met de wonderlijke uitspraak:’Kinderen van acht, die doen dit niet meer.’

021

Hij liet zich toch overhalen en had een meesterlijke mooie vis. De beloning voor ons was zijn trotse koppie en de manier, waarop hij zijn vis koesterde. Alle bezwaren die over hem heen spoelden: Is het niet  te kinderachtig, misschien is er een moeilijkheidsgraad, het aanspreken van zijn verbeelding, het oproepen van de creativiteit, bundelden zich samen in dat ene moment. Hij ging het doen. Het betekende een ware overwinning. Daarna volgde een zegetocht met de vis in de hand.

Ik moest denken aan wat ik  mijn kinderen op school van jongs af aan mee geef. ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, dan heb je het niet geleerd.’ Het is een toverspreuk om aan te zetten tot de mooiste ontwikkelingen, want als je het mag proberen, is er geen sprake van goed of fout. Alles is mogelijk. Er is ruimte tot groei om tot volle wasdom te komen.

041

Net als in de tuin. Waar alles aan het uitlopen is voor een tweede bloei. De gevrijwaarde lupinen bloeien weer uitbundig, de Anemoon komt er zo achteraan. Zelfs de Goudsbloem is het gaan doen, terwijl die in alle pierigheid door achterstallig onderhoud achterbleef en de Rudbeckia haast zich te vermeerderen. Ruimte om te groeien en de oplichtend ogen van een kind te zien én een overdaad aan uitbundige bloei. Het leven kan zo simpel zijn.

Uncategorized

Aandacht met een vleugje ijdelheid!

Eigenlijk is het weer tijd voor de kwast. In de vakantie stond het op een wat lager pitje. Wel maakte ik de hele vakantie lang een tekeningetje die kenmerkend was voor de dag. Een bijpassende krabbel erbij en ziedaar, een mooi en memorabel kleinood van een vakantie. Ook heb ik hier en daar nog wat gekwast aan het portret van mijn moeder, die nog steeds een tikkie vervreemdend blijft, maar eerlijk gezegd was ze dat op de foto ook al.

Die moet in de oorlog genomen zijn en zo kende ik mijn moeder niet. Jong, strijdbaar en een tikje ijdel. Dat straalde haar blik uit onder de rand van de hoed. In onze tijd was ze druk doende de huishouding te bestieren en af en toe, bij kerkbezoek of voetbalfeest, kwam het tikkie om de hoek kijken in een kanten kraagje aan de bloes, de streek lippenstift, de vleug poederdons en de ragfijne kousen.

015

Mijn ijdelheid zit daar ook in. Altijd een lik moisturizing, kleur erover, oogpotlood en mascara. Niet te vergeten lippenstift en ‘aangekleed gaat uit’. Dat is de frisse ochtendblik. Als ik om vijf of zes uur uit school komt, heeft niets van dat alles stand gehouden en is het zwart van het ogenpotlood verspreid over de onder en boven rimpels tussen de wallen in. Afgeknoedeld maar voldaan. Het is goed. ik hoef niet meer zo nodig mijn uiterste best te doen, als ik zo hard aan het buffelen ben geweest. Haar springt alle kanten op, handen onder de verf of ecoline, de boel in de kreukels, maar een uitgedeukte ziel.

scannen0223 De zeeheks!

Ladylike lukt me alleen als ik niets doe en dat ben ik na vijf minuten al zat. Het dilemma is dan ook snel beslecht. Ik ben het niet. Het mooiwezertje, de opzitter, het porseleinen gezicht. ‘Van een schoon bord kan je niet eten’, was een van de vaste stelregels bij ons thuis. De strekking erachter is een kleinood, die gekoesterd zou moeten worden. De mens nemen zoals ze is. Zonder aanzien des persoons, maar met alle kwaliteiten. Het schoon is het Vlaamse schoon, mooi en knap tot in de hoogste graad.

Ik herinner me een opschoonbeurt in de vorige tuin, waarbij een van de vriendinnen van zoonlief destijds, heel lang geleden, aankwam met poezelige nageltjes, verfijnd gemanicuurd en gelakt. Er moest met takken gesjouwd worden, de vuurdoorn had dringend een snoeibeurt nodig, het zevenblad zouden we te lijf gaan en uitroeien tot op de laatste wortel. Dat laatste was tegen beter weten in en een onmogelijke taak. Dat was alles óók voor de escorte van zoonlief. Het was de hogere natuurschool en die zat duidelijk niet in haar koker van levensgeluk.  Het was omgekeerd evenredig herkenbaar. Ze moet zich erg ongemakkelijk hebben gevoeld, zoals ik me vroeger vaak voelde bij feesten en partijen met een hoge opdofcode. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Sylvain Poons en Heintje Davids hebben een tekst van Louis Davids met de passende titel: ‘Omdat ik zoveel van je hou’ ooit meesterlijk uitgevoerd. Waar kleinkunst niet groot in kan zijn. De mooiste levensles ooit en rekbaar, want moeiteloos toe te passen in een omgekeerde setting.

Ik buffel en knoedel en ploeter wat af, de haren pieken zoals ik me voel. Ik ben een makkelijk te lezen boek, kloek en goed in de hand liggend, geen pageturner, maar een streekroman. De hollewaai, het kind in mij maar ook de vrouw in eigen tijd en eigen uur. Dicht bij de oorsprong van het leven, daar waar het om draait. De kiem is ooit gelegd. Aandacht met een vleugje ijdelheid. Het volstaat.

 

 

Uncategorized

Een gezegend mens!

‘Een gezegend mens telt voor twee’ werd vroeger gezegd. Mijn moeder zei het, als er ergens iemand een extraatje ten deel gevallen was of als iemand een geluk bij een ongeluk te beurt viel. Het had alles te maken met de engel op de schouder.

067

Als kind vond ik dat wonderlijk. Een engel op je schouder, die ik nog nooit gezien had, maar die je net wegtrok voor een vallende begonia van drie hoog, of je aan de stoep genageld liet staan als er een auto met hoge snelheid over een zebra scheurde. Het hing samen met het bijgeloof, dat er voor zorgde dat je met een Don Bosco in de auto of met een medaillon van een engel in je portemonnee veilig door het aanwassende verkeer van alle dag heen werd geloodst. Dat goldt zeker op de lange autoritten van het gezin naar Spanje toe in de jaren zestig.

Beschermengel door Matthäus Kern (c. 1840)

‘Ik heb m’n wagen vol geladen’ zongen we dapper eventuele ongeruste buikpijn weg. Wat dat voor mijn vader betekende, vertaalde zich nooit in krampachtige handen aan het stuur, maar wel in de manier waarop zijn hoofd steeds meer tussen de schouders in zakte en de rimpels in zijn voorhoofd dieper groefden dan ooit. Wij, die kwetterende, kibbelende, zingende, tellende en zeurende kleverige kinderen achterin, hadden daar geen weet van. De auto reed, de weg was te lang en we zaten als haringen in een ton. Kon deze beker aan ons voorbij gaan. Helaas behoorde dat niet tot de mogelijkheden. Wij waren gezegend met een hele ris engelbewaarders en nooit hadden we het in de gaten als er geen aanwijsbare oorzaak voor was.

Wel die keer met ondeugdelijke schokbrekers, omdat we toen allemaal op elkaars schoot aan een kant van de bus moesten bivakkeren, tot we gillend van de kramp, het zweet en het ongemak gelost werden in de berm en mijn vader op zoek ging naar een tussentijdse oplossing. Mijn moeders schokbrekers deden het altijd, dus ging ze met ons bloemetjes plukken langs de kant van de weg en ze knoopte met het grootste gemak, een positieve inslag eigen, een picknick er aan vast of een wandelingetje door beemd en veld.

Er was ook nog een flinke duw en trekpartij de GrossGlockner op, omdat de motor rokend er de brui aan gaf. ‘Doe het nou maar zelf’ had ze tegen mijn vader gesist, die alle broers met spierballen vervolgens ‘Godsakkerjude’. Wij, de vijf kleintjes mochten er achter aan sloffen en geen onvertogen woord uitbrengen.

Als we een dergelijke aanval van materiemoeheid hadden overleefd en we aan een Sauer Brot mit Schwarzwalder Schinken zaten op de top van een andere berg, na een wandeling die ieder redelijk perspectief te boven was gegaan, loste mijn moeder haar favoriete constatering: ‘Een gezegend mens telt voor twee’. Altijd was er na de mispoge wel een gelukje te behalen. De lucht werd lichter, bezwaren verdwenen ermee als sneeuw voor de zon.

021

Toen ik gisteren jarig aan kwam bij de inval-school, schenen de eerste zonnestralen net boven de daken van de huizen uit en zette de straat in gouden gloed. De kinderen, nooit eerder gezien voor deze tweede dag, kwamen met zelfgemaakte tekeningen en knuffelarmen. Dat zijn dé momenten dat ik weet, dat ik gezegend ben. Net als bij de watervallen van genegenheid, die over me uitgestort werden op Facebook, bij het jarige jubileum van gisteren. Het zorgt ervoor dat je je jariger dan jarig voelen kan samen met het feest in petit comité.

Die liefdevolle aandacht vormt de oplichtende glans op een schouder, het aureool om hart en hoofd, de tastbare engel. Dat schrijft zegeningen. Ik voelde me met recht een gezegend mens.

Uncategorized

Toeval bestaat niet!

Het was al weer even geleden, dat ik een totaal nieuwe groep onder handen had gehad. Normaliter is er in een groep 1/2 altijd een groep die ouder is en die alweer een jaar meeloopt. Een blanco groep overkomt je dus alleen, als je zelf ‘Ins Blaue Hinein’ stapt. Gisteren was het zover. Mijn eerste invalgroep. Zonder wetenschap van kinderen, klimaat, heersende orde, vak-en familiejargon een school binnenstappen en dan toch te moeten doen, alsof het gesneden koek is, is geen sinecure.

Kinderen kunnen lezen is een vak apart, begrijp ik nu. En ik heb het volledig onder de knie. Dat is geen op de borstklopperij van kijk mij nou”, maar dat is gewoon waar dertig jaar onderwijs haar vruchten heeft afgeworpen. Kinderen kun je lezen en dan mag je er mee versmelten, om zo uit dat kind te halen wat er al lang ligt te sluimeren. Dat wiel is er, het hoeft niet meer opnieuw te moeten uitgevonden. Op een klein groepje van zestien zijn ze allemaal in het vizier. Natuurlijk haal je er de drie grootste hollewaaien tussenuit. Lieve K hoeft geen hand te geven, een high five of box mag ook en dan volgt zonder je aan te kijken een high five met een ingetogen  schuchter lachje. En ‘F-fekind, kan jij je een beetje omdraaien, want ik zie veel liever je lachende ogen. Muis trouwens ook’.

024Oma, Muis en Happertje.

‘Hé, waar is muis? O, die durft niet te voorschijn te komen. Oma kan jij muis even roepen’. Geen enkel probleem voor oma. Met haar krassende stem masseert ze muis, die kraaloog voor kraaloog voorzichtig contact maakt. F is bij het horen van muis zijn fliffende ftemmetje als een blad aan de boom bijgedraaid. Rest me nog de aanwezige T, die met een temend stemgeluid zeven keer achter elkaar juf roept en de armen slapjes in de schoot laat hangen. Afwachtend van wat er komen gaat. Kleine duidelijke regels helpen en toch ook weer die onvergetelijke muis, die overal de draak mee steekt. Hij speelt de hoofdrol in ‘Muisje muisje waar zit je’ en prijst elke kat die niet bij machte is hem te vangen, de hemel in, omdat muis er buiten adem van geworden is, zo hard moest hij lopen. ‘Jullie fijn fo goed hoor, pffft, ik ftik bijna’, wat bij elke verliezer pur sang glim-ogen en een lach te voorschijn tovert. Een compliment voor die onvolprezen talenten.

019Je lekker uitleven.

De andere 13 doen heerlijk mee, vooral de ‘wildebras’ zoals ik uit het verhaal van de vaste juf begreep, doet zijn uiterste best, alleen maar omdat ik gevraagd heb of hij me een beetje kon helpen vandaag. Drie meter gegroeid en trots als een pauw wijst hij alles aan en legt geduldig uit, wat ik , omdat hij er zo groos op is, nog wel een keer of twee blijf vragen. We zingen gekke liedjes en als Happertje, die alleen maar groen lust, ‘T’-eetje haar groene blaadjes van buiten oppeuzelt, kan het feest niet meer stuk. Morgen gaan we weer een feestje maken, heb ik ze beloofd. We sluiten af met een evergreen voor Happertje. ‘Ik zie een muis’van Rudi Carrell. Succes verzekerd!

Intussen ontdek ik in die nieuwe groep al mijn lieve oude vertrouwde schatjes weer. Ik zie een stukkie Ties, een vleugje Salma, een snufje Collin en een scheutje Nizar, stuk voor stuk glijden ze langs. Het maakt het lezen stukken makkelijker. Het is mijn oude vertrouwde boek ten voeten uit. Ik hoef er hier en daar alleen wat nieuwe elementen aan toe te voegen en dan wordt het een volstrekt nieuw verhaal op oude leest geschoeid. Zo werkt dat dus met vernieuwen. ‘Een kind kan de was doen’.

022

En wat zie ik na school onder het raam, nog net voordat ie wegduikt…. Toeval bestaat niet, zei mijn Oma altijd. Ik denk, dat ze een punt heeft.

 

Uncategorized

Chapeau!

Eergisteren stuitte ik  per ongeluk op een documentaire van Hans Polak uit 2000 over de afdeling Vangnet en Advies van de Rotterdamse GGD. Wie daar terecht komt volgt daarna vanzelf het vervolg: De bemoeizorgers en even later ‘leven in een garagebox’ van zorg voor het gezin, dat op 25 juli gepubliceerd werd onder de titel ‘Aan lager wal’ en gefilmd is in oktober 2016.

Toen ik het terug zocht, dacht ik te moeten zoeken op ‘In de war’. Dat klopte niet, maar was wel een logisch gevolg van een ochtend deerniswekkend leed op het netvlies. Alle mensen die onder behandeling waren of in het vizier lagen van dergelijke zorginstanties waren deerniswekkende gevallen van mensen die het net niet hadden gered in de maatschappij, omdat ze ‘in de war’ waren of omdat ze door de problemen verward geraakt waren.

Onder de documentaire van het tweetal in de garagebox stond een vernietigend commentaar van iemand, die erg boos was dat de man, ondanks zijn COPD nog rookte en zo zichzelf te gronde bracht. Ze hadden geen medische zorg. De wonden aan zijn voeten zorgden voor de grootste problemen, en de vrouw raakte gedesoriënteerd van de geestelijke kommer en kwel. Het was intriest om te zien, hoe je als mens kan afglijden op grond van vermeende keuzes, die een averechtse uitwerking hebben.

005Spiegeltje, spiegeltje…

‘Spiegeltje, spiegeltje’ dacht ik, toen ik het narrige, bittere commentaar las. Daarbij kwam onmiddellijk de spreuk van lang geleden boven drijven: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Verbeeldde ik het me nou, of zag ik daar de dreigende vinger boven de kansel uitsteken in een van de preken die over onze kinderhoofden heen denderden, met een waarschuwende blik erachter aan en hoorde ik het geschuifel van de omstanders in hun mottenballen gesteven zwart terwijl de hoeden boven onze hoofden instemmend knikten.

Het gaat hier niet om de oorzaak, het gaat, weer die vinger, om de lediging van het kwaad. Deze mensen hadden hard zorg nodig. De documentaire van Polak laat dat ook overduidelijk zijn. De veerkracht en de empathie, waarmee die Rotterdamse engelen tussen de psychische problemen door laveren om die verwarde mensenziel in de waarde te laten en toch naar een hoger plan te helpen, is zo bewonderenswaardig, dat ik ter plekke een stijgende bewondering voelde opkomen. Iedereen die gewerkt heeft met mensen aan de schaduwkant van ons rijke luxe leven, weet hoe zwaar en moeilijk het is. Hoe snel deuren worden dichtgeslagen omdat de angst, de vertwijfeling en de schaamte zorgen voor gebroken contactdraden in het sociale circuit van die arme vereenzaamde medemens.

De oude, letterlijk op haar enkels lopende zanglerares, schuifelde aan haar helpende hand. Wekenlang was die niet verder gekomen dan de voordeur met het bericht dat het helemaal goed ging met mevrouw. Uiteindelijk maakten ze samen een pure zegetocht toen de gang der gangen eindelijk naar de orthopeed werd ingezet. Ze kreeg deugdelijke steunende kistjes aangemeten, die ze natuurlijk ook niets vond, want alles wat nieuw was, was per definitie niet nodig en niks. Haar kranige verwarde dappere koppie straalde alle onzekerheid van de wereld uit, ondanks dat haar stellige mond hele andere dingen beweerde.

Dat je daar door heen kan kijken maakt een hulpverlener bijzonder, die stijgt naar een hoger plan, omdat je dit voor elkaar krijgt, zonder iemand geweld aan te doen. Hetzelfde geldt voor de  vrouw en haar jonge stagiaires en medewerkers van Zorg voor het Gezin. Liefdevol meebewegen en in massseren tot iemand zover is, dat hij overstag wil gaan uit vrije wil, waardig en respectvol. De kracht van de zorg in optima forma. Chapeau.

 

 

Uncategorized

Dag, dag, heerlijke dag!

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem, omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund.

De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker, die in navolging van zijn naamgenoot Jimi altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook alles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. Jimi moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’. De melodie blijft in mijn hoofd omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden tussen neus en lippen door moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom.

Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

052  054  057

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders van de grond af te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ’s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

067  070  069

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert… Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben!

Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjestweeling knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl Branmansam zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

078Hakim

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

076

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!

 

 

Uncategorized

Een bezoek waard.

De zondagmorgenrust strekt zich uit over de stad. Een aangenaam zonnetje, de auto iets buiten de singels gezet. Het is elf uur. Ik wandel op mijn dooie akkertje langs de begraafplaats Soestbergen naar het Ledig Erf. Die ochtend staat mijn besluit vast. Ik ga naar Louise en Hiver. Een film van regisseur Jean-François Laguionie over een oude vrouw in de nadagen van haar leven.

foto van Berna van der Linden.

Deze verstilde ochtend is een perfecte omlijsting van het idee en het is in die ochtendrust dat ik besef hoezeer ik in die oude Utrechtse binnenstad thuishoor. Ik wil zwerven langs de grachten als de klokken hun getijdenlied beieren en carillons de betoverde bosnimfen in de eeuwenoude bomen aan de singel los weken. Mijn stappen horen naadloos in die van vele te vallen en met hen Utrecht gestalte te geven, die prachtige oude waardige stad met haar historie en haar bescheidenheid, die zich openbaart aan ieder die iets verder van het winkelgebied wegglijdt en het verleden toestaat het hart te veroveren, de peilers gericht op de eeuwenoude gevels en haar stut in de branding der roerige tijden, de Dom, kaarsrecht hoog boven haar gevels uit torenend als een kloek die over haar kuikens waakt.

Zo’n zondag wordt bijzonder als er een cadeautje uit voort komt. In dit geval een presentje voor mezelf. De animatiefilm over de oude Louise. Prachtig weergegeven in tere aquatinten en onmiskenbaar duidelijk viel een van de kinderen van school met het oude grijzende koppie samen. In alles zag ik dat kleine ernstige peinzende en filosofische meisje, dat mijn hart op alle fronten veroverd had. Diezelfde ernst, de overtuiging ontwaarde ik in Louise, haar verlies van grip op de bestaande situatie en de overwinning die ze er op behaalt, verpakt in die prachtige tekeningen, houden de aandacht ademloos vast.

Haar dromen en herinneringen, haar ongebreidelde fantasie nemen vastere vormen aan waar de realiteit haar de eenzaamheid voorschotelt. Het is de weemoed van het Franse Chanson, de Solitude van George Moustaki.  Met open armen verwelkomt ze haar mijmeringen en langzaam maar zeker glijdt ze in de vergetelheid van het bestaan. Haar trouwe aangelopen viervoeter, Pépère, komt haar helpen om in haar dromen een houvast te vinden in de weg die ze bewandelt. Hij koestert haar, maar bijna achteloos, is er op de juiste momenten en zelfs dat niet altijd.

We zitten in het kleinste zaaltje van het Louis Hartlooper. Met mij zijn er nog acht mensen die de film willen zien op het, voor de doorsnee medemens, onzalige tijdstip.  De zaal beschikt over welgeteld drie rijen stoelen en ik zit in rij drie op stoel drie. Een perfecte afstand voor het doek bij zoveel schoonheid, na het schreeuwerige lawaai van de vooraankondigingen. De kleine kink in de kabel van perfectie.

005.JPG

We drinken de beelden, leunen tegen het doek, vallen stil bij de aftiteling en wachten tot het laatste woord geschreven is. De muziek ebt weg, zoals het leven wegebt. Ik wandel naar de Koningsweg, kom weer langs Soestbergen en moet…om de sfeer, het gefilterde zonlicht, de oude boomreuzen met hun gerimpelde stammen, de verweesde en verwaarloosde grafzerken, mijn vreedzame stemming…er doorheen wandelen, stil blijven staan bij een zerk die verschoven is en kiert, een zwijgend protest, langs de mausoleums, de zwijgende meerderheid. Een mevrouw schiet me aan. Weet ik toevallig waar mijnheer die en die ligt. Ik moet helaas ontkennend antwoorden. Het zijn naamlozen die ik daarnet geëerd heb, mensen die allen figurant hadden kunnen zijn in dat prachtige kleinood ‘Louise en Hiver’ en alleen daarom al een bezoek waard!

Uncategorized

Schreeuw om leven.

Er is een boek dat iedereen zou moeten lezen. Het heet:’Vertel me het einde’ en is geschreven door Valeria Luiselli. Het is geen dikke boekenpil, geen onneembare vesting van gezwollen taal. Het bezit geen ingewikkelde complottheorieën of verwarrende verhaallijnen. Het is om precies te zijn 132 bladzijden dun en na het lezen ervan is je wereldbeeld voorgoed veranderd, staan je verworven inzichten op de grondvesten te schudden en blijken denkbeelden voorgoed weggevaagd te zijn of…het beaamt datgene wat je altijd al verwacht had. Het besef dat je al jaren hebt, schrijnt en schuurt tegen je gemoed, omdat je handen leeg zijn en je deze nood niet hebt kunnen ledigen omdat je koos voor niet anders dan alleen je mening en het woord.

021

Er staan zinnen en begrippen in die me onderuit halen zoals: Vaak jagen ze niet eens de Amerikaanse Droom na, maar hopen ze simpelweg te ontwaken uit de nachtmerrie waarin ze geboren zijn’. Die ze zijn de minderjarige immigranten die zonder begeleiding van een volwassene asiel aanvragen in de Verenigde Staten. Het hadden even zo vrolijk de vluchtelingenkinderen kunnen zijn die zo massaal binnenstromen in Europa. Aan de hand van het tolken loopt Valeria Luisella met ons de vragen door, waarmee kinderen belast worden. Achter iedere vraag schuilt een antwoord dat heftig en pijnlijker is dan het gestamel of de onsamenhangende antwoorden van de kinderen zelf op het moment suprême.

Wie inzichtelijker kan kijken, ziet het leed, dat beschamend wegduikt in de verste uithoeken, dat een murw geslagen gelaat opzet, een krachteloos wuivende hand om niet te hoeven benoemen wat er werkelijk achter steekt. Wij praten hier over het recht hebben op euthanasie, waar deze immigranten-en vluchtelingenkinderen eerst nog moeten bedelen op het recht van leven. Ieder kind dat geboren wordt, heeft recht op dat recht.

Met stijgende verbazing las ik het verhaal, met ontzetting nam ik waar, wat al die tijd besloten heeft gelegen achter de zorgvuldig neergelaten gordijnen van de zogenaamde beschaving. Dit zijn de verhalen die onderwezen zouden moeten worden. Onrecht, leed, miskende toe-eigening van handelingen, die het daglicht niet kunnen maar wel zouden moeten verdragen. Kinderen zijn te allen tijde kind van de rekening, altijd onschuldig omdat de eerste kiem, de eerste aanzet door ons, volwassenen, is gelegd.

Het kleine meisje uit een van de ondervragingen geeft haar antwoord helder en klaar: ‘Waarom ben je hiernaar toegekomen?”Omdat ik ergens wilde aankomen.’ Kinderen vluchten niet alleen, ze ontvluchten vaker. Ieder kind dat een rozig thuis heeft met bloemige vrede en een liefdevolle bedding kent die reden niet en zal zich ook niet zomaar in het ongewisse storten.

Miguel Hernández schreef het gedicht: Elegia

‘Het gras bij de buurman is altijd groener’, zei men vroeger. Vanuit hun situatie, blijkt uit het essay, komen ze in een situatie terecht die zo mogelijk nog ernstiger is, waar de beruchte bendes hun lange tentakels hebben uitgestrekt, het leven nog niet leefbaar blijkt te zijn omdat angst en geweld nog steeds op de loer liggen. De nachtmerrie, vleesgeworden tijdens hun angstige tocht op het Beest, de goederentreinen, waarmee ze de grens proberen te bereiken, stopt niet bij de grens, verkilt niet in de ICE (Immigration and Customs Enforcement), het centrum waar kinderen dagen in quarantaine moeten, verstilt niet na het invullen van de vragenlijsten van de rechtbank, maar gaat onverdroten door.

Hun zwaard van Damocles is vernietigend met zijn verkrachtingen, gedwongen inlijvingen, executies. Het moet wel godsonmogelijk zijn geweest om een leefbaar bestaan op te bouwen en helemaal om kind te mogen zijn. Vertel me het einde is met iedere persoonlijke noot, een schreeuw om Leven.

 

 

Uncategorized

Een uitzonderlijke ervaring!

Gisteren bewonderde ik de tentoonstelling Uit de Mode in het Centraal Museum te Utrecht. Niet zozeer om wat er was tentoongesteld, maar vooral om hoe al dat moois was vormgegeven. Wat een prachtige omgeving hadden de tentoonstellingsvormgevers van het bureau Maison The Faux voor de bijzondere eigen modecollectie van het museum gemaakt. Als middelen had men gebruik gemaakt van  bruine kartonnen dozen en in een zaal de wandlange doorzichtige rozerode plastic banen en kroonluchters. Een van de zalen werd omgetoverd tot een rococo balzaal bij uitstek. Indrukwekkend vond ik het en wat een creatieve geesten, die daarmee aan het stoeien waren geweest.

094

De helft van de collectie had ik al eens gezien dus ik was er sneller doorheen dan gedacht en wilde nog even naar boven naar de zaal waar Isaac Israëls met twee doeken tentoongesteld was en die tot de vaste collectie behoorde. Daarbij stuitte ik per ongeluk op de tentoonstelling van de plastic beelden van Matthieu Klomp. Trekplastic en een föhn was alles wat hij nodig had. Het dubbele gevoel dat over me heen spoelde bij het zien van de verstilde beelden maakte veel los.

119

De ene helft is uitdagend zwart, met hun lange puntige hoofddeksels waarmee de punten zijn verbonden tot een stroom plastic uit het luik in het plafond, alsof ze daaruit voortgevloeid waren. Hun trage blikken, alleen opgewekt door indrukken en houdingen en de uitgestrekte handen met wijzende lange vingers zouden prachtige karakters zijn in een nieuw te schrijven fantasy-verhaal of een meeslepend modern sprookje.  Dolende en dwalende zombies uit de spelonken van een vergane glorie paste ook als een handschoen.

121.JPG

Het bittere contrast werd gevormd door een beeldengroep verstilde menselijke figuren gevangen en versmolten in plastic. Hun serene gelaat, de handpalmen geopend, de terneergeslagen ogen vormden de breekbare overeenkomst met hun dooraderde huid en hun aandoenlijke naaktheid.

Ik was er alleen en liep tussen de beelden door, kon studies maken van elke beweging, elke detail nestelde zich scherp op het netvlies en eerbied en bewondering omkleedde hen door de intense verstilling die ze opriepen. De eerste oogopslag was al voldoende voor een diep gewortelde ervaring. Er zijn van die beelden die zonder ophef en zonder er woorden aan vuil te maken onmiddellijk vertrekken naar het diepste van de ziel. Deze groep kwam binnen in vol ornaat en in volle heftigheid.

129

Was het de kwetsbaarheid of de onschuldig ogende handpalmen versus de zwartgeblakerde uitgestrekte wijzende vingers van de oppositie. De tegenstelling was enorm. Was het de intense aanwezigheid van bijna huid op huid. Ik liep daar als enige als Alice in Wonderland te midden van de beeldengroep en maakte er deel vanuit. Ik was de beeldengroep samen met deze zwijgende meerderheid.

Met moeite rukte ik me los en kwam in de kamer met de krijger en de woeste hond, die me bijna aanvloog, de lippen opgetrokken en de tanden bloot sprong het in de richting van de anderen, bleef verstild maar niet statisch in deze poze in de lucht hangen. Was ik andersom gegaan dan hadden het me de bewakers van de kwetsbare wereld van de anderen geleken. Nu had het me niet kunnen behoeden voor het toeven in de nabije ruimte van de kwetsbaren, een soort mosterd na de maaltijd. Maar ook een razend knap beeld op zich.

153

Diep geraakt ging ik naar beneden en om mijn gedachten te stroomlijnen bestelde ik een heerlijke koude Sauvignon met wat olijven. In de stille ommuurde museumtuin, met elk half uur het lieflijke getingel van het kleine carillon, de witte berk met haar tere groene waterval en de beelden op mijn netvlies viel alles samen. De uitzonderlijke ervaring en de inbedding ervan. Daarna wandelde ik met een grote glimlach weer naar de auto, iets buiten de singels en toen een van de sjofele mannen op een bank op het Ledig Erf opmerkte:’Kijk, die dame heeft plezier’, kon ik dat alleen maar ten volle beamen. Om de rijkdom, die me zojuist ten deel gevallen was.

Uncategorized

Plezier!

Ik had twitter aangeklikt en het eerste wat binnenschoof, zoals de eerste zonnestraal die door het nachtelijke wolkendek piept, was een zin van Guus Kuijer. ‘Leven zonder plezier is geen doen. Ik ga het dus doen.’ Het zijn van die kleinoden die vanzelf aanzetten tot gemijmer. ‘Leven zonder plezier is geen doen.’ Hij heeft een groot punt. Er is niets aan als de vreugde mist. Natuurlijk er zijn ernstige zaken, waarbij het lastig is om het plezier te onderkennen, maar als je goed om je heen kijkt zijn er altijd kleine aanwijsbare oprispingen van plezier. Zelfs daar waar verdriet de overhand neemt.

Vanmorgen hoorde ik een voorbeeld daarvan bij het verhaal van mijn oude vriend, die naar een luisterrijke crematie was geweest van onze gemeenschappelijke vriendin, de wijze oude vrouw. Het was gegoten in een traditioneel Surinaams ritueel, compleet met brassband en feest na alle gewenste speeches van bekende intimi.

IMG_9386

Voor de Calvinistische belijder is luisterrijk een contradictio in terminis als het een begrafenis of crematie betreft. Crematies zijn lange zwarte stoeten met treurige gezichten, geschuifel, gemompel, geweeklaag en geween. Gelach of vreugde hoort daar niet bij of wordt direct onderdrukt door de verwijtende blikken die erop zullen volgen. In de katholieke kringen van vroeger werd er minder benepen over gedaan en tegenwoordig staat alles wat met begrafenis of crematie te maken heeft op losse schroeven, letterlijk en figuurlijk. De kist of het doek of de mand mag worden opgesierd met persoonlijke memorabilia en beeltenissen, foto’s, films met de verscheiden persoon worden groot en levendig neergezet. Een leven voltrekt zich daar met een dood, die er klinkend op volgt.

Gerelateerde afbeelding

In Suriname beleefde men het altijd al anders. Dood is droefenis, maar het afscheid mag met feest, toeters en bellen. Letterlijk, want een brassband neemt dat gedeelte voor zijn rekening. Zelfs de dragers van de baar dansen met baar en al in het rond en ik weet zeker dat vriendin heeft liggen schuddebollen in haar mandje. Dat dus. Dood hoort bij het leven zoals humor en vreugde hand in hand kunnen wandelen met verdriet.

‘Over de doden niets dan goeds’ werd ons vertelt, als sommige zalvende woorden wel ver bezijden de waarheid werden ervaren. Dat was in onze onschuldige kinderogen niet altijd goed. Als je tante Pietje nou echt niet leuk vond, dan hoefde je bij haar stijve lijf toch niet te doen alsof. Dat het iets dragelijker kon maken was pas van later orde. Dat hypocrisie iets was waar je voorzichtig mee om moest gaan in het uur van de dood, dat tevens het uur van de waarheid mocht zijn, ging nog aan ons voorbij. Nog steeds vind ik het lastig als ik denk dat er gehuild wordt, om iemand die bij leven niet gezien of gehoord werd of op z’n minst niet begrepen.

Daar zijn staaltjes van te vinden in de tijd dat ik in de wijk het huiselijke sterfproces mee mocht maken. Zo dichtbij, zo intiem maakt dat je als vreemde eend in de bijt, de verzorger, die de meest intieme verhalen met de overledene heeft gedeeld en daarbij soms de keerzijde van een medaille had vernomen en diep weggestopt, dat relevante gedeelte met de vlag der liefde bedekte. Het is de kunst om gevoel en gemis een plek te geven die het verdient, ook al voelt het anders.

003Olieverf op doek. Plezier.

Leven is leuk, leren is leuk, delen is leuk, van elkaar houden is leuk, alleen zijn is leuk, genieten is leuk, als je er tenminste plezier in hebt. Daar heeft Guus absoluut een punt. Ik ga met hem mee. Bij alles wat ik aan stappen onderneem, of dat nou over afscheid gaat of over een nieuw begin, laat ik in het vervolg vooral het plezier toe in mijn handelen. Dat maakt dat de beleving voor de volle honderd procent aanwezig kan zijn, in welke emotie dan ook. Hoe mooi is die gedachte. Daar alleen al kan ik plezier om hebben!

Uncategorized

Bevrijdende gedachten!

Ik was gisteren op het Wolvenplein, de voormalige gevangenis van Utrecht. Een groot beeld van een geblinddoekte witte wolf die zich uitstrekt op het voorterrein, imponeert dominant de omgeving. Dat enorme gebouw, dat nog binnen de vesting van het oude Utrecht ligt, wordt al sinds jaar en dag uitgedaagd door de grote hashboot, the culture boat, zoals ze officieel heette, aan de overkant. Nananananana, bolwerk van  ongehoorzaamheid in de ogen van de argeloze brave burgers die elke dag er langs reden per fiets of per auto. ‘Na ons de zondvloed’, moeten de cipiers van het Wolvenplein gedacht hebben en konden niet anders dan wegkijken van de plek van stilzwijgend gedogen, waar zij recht beleden. Gevangenissen.

De lik en de nor hadden vroeger een beladen betekenis en het wolvenplein was niet de enige. De tweede gevangenis lag buiten de singels in Utrecht. Ze is gevestigd aan de Gansstraat en kreeg in de volksmond de toepasselijke titel “Het luie end” met als toevoeging: “Aan de ene kant legge (liggen) ze, aan de andere kant zitten ze!“. Tegenover de gevangenis zwijgen de Utrechtse inwoners onder hun grafzerken op de begraafplaats Soestbergen.

Destijds zaten er geen kruimeldieven, maar de zware jongens waar de maatschappij ernstig mee te dealen had gehad. Daar viel geen goed garen mee te spinnen, als je de verjaardagsverhalen diende te geloven. Er was altijd wel ergens een bekende van die en die neef en daar weer een oom van, die zijn tijd aan het verzuchten was tijdens het turven van zijn dagen op de oude stenen muur. Geruchten en aangedikte verhalen, smeuïg opgediend, gaven kleur aan de normale beslommeringen. Later, toen het een penitentiaire inrichting werd, zaten er vooral veelplegers en verslaafden.

Diezelfde tijd heeft de gram ingehaald en er een bloeiende uitbaterij van tijdelijke werkplekken, tentoonstellingen en zelfs een restaurant met verhuur voor trouwpartijen en andere grote feesten van gemaakt, tot er een blijvende bestemming voor het gebouw gevonden is en dat allemaal onder de enige vlag die de lading dekt, namelijk: De vrije wolf.  Eindelijk werd het mysterie en de angst, die de vesting omkleedde, opgeheven, ook al was je er nooit binnen geweest.

Het gebouw zelf is van een industriële schoonheid, de ruimtes die in gebruik zijn genomen, zijn wit geschilderd en van kunst voorzien en verdoezelen de geschiedenis die rondwaart in het doolhof. Als je door de lange gangen gluurt, zie je ergens in het midden een tafereel, die nog het meest doet denken aan het gevangenissysteem zoals vroeger in Amerikaanse films te zien was. Waarschijnlijk is het ook met regelmaat voor een Nederlandse film gebruikt. Ik herkende onmiddellijk de cellenblokken en de trappen met hekken in het midden.

De wolf die op het plein groot en gestrekt geblinddoekt ligt, blijkt ‘De wolvin met de eik’ te zijn en is van de hand van Suzanne Willems. De wolvin is wit, de kleur van de onschuld en haar felrode blinddoek verwijst naar vrouwe Justitia. Het figuratieve beeld is opgetrokken uit keramiek en toont imposant en tegelijkertijd kwetsbaar. Onder de eik werd in de middeleeuwen recht gesproken. Drie componenten van een levende geschiedenis. Voor mij vertegenwoordigt deze wolvin een symboliek van het onneembare bolwerk van de stedelijke verdediging met haar wolventoren en vossentoren en de kwetsbaarheid van de mens zelf, haar gevoeligheid voor verleidingen en daarmee het ongerede bestaan.

027

Ik was er om uitleg te krijgen over e-learning en blended learning.  Vooral blended learning houdt de geest scherp en zorgt ervoor dat niet alleen de theoriemakers in een creatief denkproces verblijven, maar ook hun ontvangers veel interactiever betrokken zijn tot de leerstof. Een vernieuwingsproces, die vooruitgang in zich draagt, net als het oude Wolvenplein dat haar deuren opent voor de creatieve geesten. Laten we hopen dat vernieuwende en daarmee bevrijdende gedachten de overhand zullen hebben, zoals die historische plek, die boven zichzelf uitgestegen is.

Uncategorized

Wat / als?

Vannacht kon ik niet goed in slaap komen. Ik zat gevangen in het net van wat / als. Dat onbehouwen fuik, waartoe je je zelf dirigeert als iets je boven het hoofd stijgt en er demonen rond komen waren, die er eigenlijk niet zijn. ‘Expecto Patronem’ riep ik met bijeengeraapte moed in mijn stem, daarbij de toverstaf verheffend tot de vermeende duivelse onrustzaaiers, maar de spreuk bleef mismoedig hangen in de duisternis.

074Denken in mogelijkheden:’De phoenix”.

Wat / als is een van de meest sterke aanzetters tot het piekergeweld. ‘As is verbrande turf’, siste oma gedecideerd, als we weer eens een veronderstelling opperden. Mijn moeder vulde aan: ‘Geen zorgen voor de dag vanmorgen’. Ik hoor het mezelf herhalen tegen mijn kinderen en hun liefdes. ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt’ is er ook een uit die koker. Inderdaad. Mindfulness, toen het nog niet in de mode was. Pas op de plaats, gewoon van de koude grond. Leef maar in het heden, de dingen die komen gaan, zullen uitwijzen welke mogelijkheden er zijn. Het heeft geen zin om daar nu al bij stil te staan.

Ergo: Ik ben twee nachten en een dag te vroeg. Pas vrijdag heb ik uitsluitsel. Hoe meer ik het issue probeer weg te dringen, hoe helderder het op het netvlies verschijnt. Voor vandaag geldt dus, afleiding zoeken in de hoogste graad. Wat er (nog) niet is, deert niet.

The Making of Harry Potter 29-05-2012 (7528107930).jpg

Natuurlijk heb ik vaker met dit bijltje gehakt. Het zijn de twijfels die toeslaan als je zwanger bent en het bijna zover is, met baby’s op je netvlies die ver buiten het doorsnee circuit vallen en waar paal en perk mee te stellen valt. Het zijn de sollicitaties, waarbij je je zelf al in het honderd ziet lopen, omdat je verstrikt raakt in de vraagstelling en hakkelend en brabbelend het maximale tracht te bereiken in het verdedigen van je eigen persoonlijkheid, maar het tegenovergestelde te weeg brengt. Het zijn de misstappen tijdens het werk, waarbij je weet dat je de fout ben  in gegaan en het niet durft toe te geven. Het zijn de beren op je weg.

Wat / als is voor iedereen bekend. Net als de Dementors van Harry kan je er op wachten. Je weet dat het gaat gebeuren en je weet dat het vermomde beren zijn en toch…. Dat menselijk brein is kwetsbaar in die zin. Over twee dagen haal ik waarschijnlijk weer gewoon opgelucht adem en in het ergste geval kan ik mijn recht halen. Een vriend stuurde gisteren een WhatsApp over het verloop van zijn ernstige aandoening. Het hele doemscenario van vooronderzoek, donor, cellen die al dan niet aan slaan, kwam voorbij. Dat zijn de echte beren, daarbij hangt het leven af van zoveel toevalsfactoren dat je alleen maar duimen kan, of zoals je wilt, bidden misschien.

Mijn Dementor minimaliseert tot een trolletje van pinkformaat bij dergelijke serieuze problemen, waar nauwelijks mee te dealen valt. Overgeleverd aan de heidenen moet je er het beste van hopen. Zelfs voor dierbaren om je heen valt er weinig aan troost te schenken. Het zijn naakte feiten en hoe het vege lijf daarop reageert gaat de geest te boven. Het is goed om bij dergelijke dilemma’s stil te blijven staan. Ze bagatelliseren dat wakker liggen, want dan is dat probleem niet langer halszaak omdat er altijd nog een mouw aan te passen valt. Voor de vriend is het een hellevaart zonder ontsnappingsclausules.

048

De mens wikt, God beschikt, maar de medische wetenschap zal er alles aan doen om zijn Dementors te verEngelen. Ik berg mijn ieniemienievraag voor dit moment maar even op onder de rubriek: ‘Onbelangrijke zaken’ en later, als ik weer eens wakker lig van futiliteiten in het leven, zal ik beschaamd terugdenken in mogelijkheden, in plaats van het wat / als scenario.

 

Uncategorized

Uitgerust en opgeladen!

Gisteren was het zover. Zuslief en ik zouden het Singermuseum gaan bezoeken. De vorige keer dat we er waren was het nog een sluip door, kruip door om de auto op het hobbelige grasveldje kwijt te kunnen raken, maar bij aankomst was er al onmiddellijk een gestroomlijnd parkeerterrein met vele vakken meer ruimte, afgesnoept van het braakliggende land erachter. Het kon het hebben en het was in beide gevallen een aanwinst.

014.JPGfiligrein van staal.

De ingang was verplaatst en onmiddellijk viel de grote filigrein olifant  op die statig met de opvliegende zwanen de bezoekers aanmoedigden zich toch vooral te laten verrassen met wat nog komen ging. Cuba Art Now was het thema. De Olifanten bevolkten Laren op de hoeken en pleinen van elke straat, want de grote Elephant Parade, die Bangkok, Londen en Amsterdam had aangedaan, was neergestreken in het ontvankelijke dorp. Alles wat kunst vermag en namen met zich meedroeg als Hilfiger, Hardwell en Perry, maar ook met nieuwe beelden van de hand van de Nederlandse illustratrice Gitte Spee, was van harte welkom. Het paste ook bij de vrolijke noot, die de Cuba-tentoonstelling bracht.

033.JPGCaballero

Ik vond een Caballero terug met prachtige schilderijen, die me sterk aan Michael Borremans deden denken, een landschap waarmee misschien wel het crackelee van Lita Cabellut verklaard kon worden, namelijk overspannen met folie en daar weer over heen geschilderd. Materiekunst met bakblikken of een uit elkaar gesloopte typemachine, bedrieglijk eenvoudige kindertekeningen opgeblazen tot indrukwekkend formaat en kleinoden als de stad der doden van Alejandro Campina.

042.JPGWillem Dooijewaard: Balinese weefster.

Als slotaccoord waren de werken van Dooijewaard uit het archief gehaald en in volle luister bijgezet. Vooral zijn Indische werken spreken me altijd weer aan en ontroeren ook, misschien omdat het voorgoed tempo doeloe is, misschien ook door de toewijding waarmee de plaatselijke bevolking in haar kwaliteit is neergezet, maar bovenal door zijn mooie losse toets.

074.JPG

De zon brandde en het was een van die uitzonderlijke zomerse dagen in een regenachtig bestaan. De nostalgie van de oude binnentuin van voorheen, grenzend aan het oude woonhuis, was nu strak en naadloos uitgevoerd bij het nieuwe gedeelte, maar het prieel en haar weelderige pergola deden dapper hun best om die oude sfeer vast te houden en slaagden daarin samen met de weelderige bomengroei in het achterste gedeelte. De olifanten stonden er koddig bij, vreemde eenden in de bijt. Een rolstoel werd handig omgebouwd tot rollator, toen de wielen met gewicht stokte in het zompige gras. De stemming was rozig.

148

Daarna trok de heide. Het eerste wat binnenviel, was het lied van de grote stille heide. ‘Op de grote stille heide, dwaalt een herder eenzaam rond, wijl zijn witgewolde kudde, trouw bewaakt wordt door zijn hond’. En juist daar vonden we de levende invulling terug te midden van de immense, bloeiende paarse vlakte. Het was de perfecte afsluiting van de dag. Hier en daar popten paddestoelen, zwammen en boleten uit de grond op om aan te kondigen, dat het niet zo lang meer zou duren eer de herfst haar intrede deed en ons erop te wijzen dat we mazzel hadden met zo’n uitbundige zomerse dag met al die juiste elementen om domweg gelukkig te kunnen zijn. Op die heide, met dezelfde witgewolde kudde van het begin van de twintigste eeuw.

174De Hilversumse hei.

De tijd stond even stil, hei, herder, schaap en hond vlakten met een veeg de tussenliggende jaren uit. In mijn hoofd zong het lied en vannacht dwaalde ik er weer rond met hetzelfde gelukzalige gevoel, dat er nog was toen ik wakker werd. Uitgerust en opgeladen.

 

Uncategorized

Tijd heelt!

Gisteren was het een extra vrije dag. ‘Tel uw zegeningen.’ ‘Ja Mam.’ Ik ben aan het worstelen gegaan met mijn moeder. Niet letterlijk hoor. Er was met mijn moeder nooit veel om over te kissebissen. Alleen in de momenten dat ze het veel te druk had en in de stress schoot, omdat die kleine druktemakers haar teveel voor de voeten liepen, kon ze uitvaren. Wel met een heftigheid die ze beslist van haar moeder had geërfd. Dat was een kleine pittige tante, die met priemende ogen haar mening niet onder stoelen of banken schoof. Mijn moeder had eigenlijk meer weg van haar vader. Opa kenden we als een mooie rijzige dove man, die sigaren rookte en met zijn vingers, tegen de maat van de muziek op de radio in, op tafel trommelde. Hij strooide met geheime dubbeltjes en kwartjes, die in kleine vuisten werden gefrommeld als Oma even niet keek. Hij noemde haar ‘moeder’.

Een geuzennaam, want mijn moeder werd door mijn vader ook zo genoemd. Er waren veel moeders in die dagen. Een enkele keer heette ze ‘Ali’ met een speciale ondertoon en dan waren de rapen gaar. Niet dat ze er onder leed, want ze stapte luchtig over zijn gram heen en veegde argeloos met de juiste argumenten zijn onmin aan de kant. Dat was in mijn tijd.

282112_1955097517248_7052878_n

De verhalen van mijn broers zijn anders. Er zat dan ook een wereld van verschil tussen hun jeugd en die van de vijf kleintjes. Zij kenden mijn vader vooral van de opvliegende buien en de onredelijkheid. Zijn wil was wet en dat was niet altijd wat de oma-overerfde eigenzinnigheid van de broers er mee voorhad. Er scheen nogal wat mattaklap gevallen te zijn in die begindagen. Ik herinner me de uitlopers van die ruzies nog wel. Een koffiekopje met het chique schoteltje erbij die, met kerstmis, dat feest van Vrede, door de kamer zeilde in de richting van mijn oudste broer en gelukkig jammerlijk miste. Het was geen wonder dat wij de hoofd-en de bijzaken op een strikt ander peil hadden liggen.

Kerstmis was, de kerstnacht uitgezonderd, een van de grootste stressbelevingen binnen het grote gezin. Iedereen was niet uitgeslapen en nog moe van de drie missen van de vorige avond en de heerlijke feestelijke broodmaaltijd ’s nachts erachteraan. De volgende ochtend was de vrede met de missen naar de Noorderzon vertrokken en donderwolkte mijn vader in het rond, gaf gebiedende wijs enkelvoud opdrachten en verbood per definitie alles wat er gevraagd werd. Dat werd hem niet in dank afgenomen en toen de jongens groot en sterk genoeg kwamen, kwam het grote verweer.

Vechthanen tegenover elkaar met dat zeilende koffiekopje en de vliegende schotel als gevolg. Het kon altijd erger. Buurman had zijn een-na-oudste met zijn wilde haren van de trap gesmeten en die moest écht naar het ziekenhuis. ‘Ieder huisje draagt zijn kruisje’ lispelde de verjaarsvisite over dergelijke gezinsperikelen. Een klap er vlak voor, was vrij normaal. Geen billenkoek, maar een oorvijg kon je krijgen. In een tijd dat leerkrachten met linialen op de vingers hun gelijk maten, was dat normaal. De goede oude tijd had hier en daar toch wat schurende randen en films uit het volkse leven van vroeger, zoals die van Ciske de rat zijn niet uit de lucht gegrepen, maar nu nauwelijks meer voor te stellen. Misschien was ik daarom zo gek op het boek van alleen op de wereld. Omdat het altijd erger kon en het spiegelen daaraan het leven dragelijker maakte. Tel Uw zegeningen inderdaad.

007

Ik worstel met mijn moeder. Ze is nog lang niet gevangen in mijn pogingen om haar sepia foto te vertalen naar de beelden in mijn hoofd. Ik weet dat het gaat lukken. Het is fijn om er mee bezig te zijn. Mijn oudste broer had al zijn weerbarstigheid nog in een kleine nagel aan zijn pink zitten. Hij kijkt wat angstig naar het onbekende apparaat. Ze staan bij het paard in haar geliefde Julianapark. De jaren verkleuren de foto, kleuren de beleving anders in, warmer, zachter, liefdevoller dan ooit. In mijn beleving is dat vliegende kopje nu een storm in een glas water, een tand des tijds, toegedekt met de mantel der liefde. Tijd heelt.

Onderwijs

Zet ‘m op!

De vakantie is voorbij. Iedereen die stappen heeft gezet in de diverse richtingen, hebben die weg ook weer rechtsomkeer of met een omtrekkende beweging gemaakt. Koffers zijn uitgepakt, herinneringen afgestoft en netjes opgeslagen, waarnemingen nog voelbaar op het netvlies. De warmte, de schoonheid, de sfeer maar vooral de vrijheid om te gaan en te staan waar je maar wilde zonder de dirigerende agenda van het dagelijkse bestaan. Tent, hotelkamer, huisje, yurt of tipi zijn alweer ver weggeschoven. De beperkte ruimtes hebben weer plaats gemaakt voor de riante eigen woning, het vertrouwde huis, de spulletjes.

Nog een laatste oprisping aan museum bezoek een boswandeling of een stad, al dan niet gesmoord in een fikse Hollandse regenbui en dan zijn we er weer klaar voor. Of niet, maar gaan we er gewoon weer mee in zee. Het einde van de vakantie en een nieuwe en frisse start.

Mijn eerste dag van het nieuwe jaar roept wat nostalgie op. Die van Martine Bijl van lang geleden, toen ze voor het eerst op vakantie ging en zich afvroeg hoe het met haar lieve koeien zou zijn, die ze achter had moeten laten. Datzelfde gevoel heb ik nu een beetje. Straks stappen mijn dappere schatjes een nieuwe vorm van schoolleven binnen en ze zullen overrompeld zijn door de metamorfose, die hun oude vertrouwde school gemaakt heeft. Alles is anders.

Voor hen zal het beleven en ondergaan zijn, voor mij is het een vraag. Ik heb ruimschoots de tijd om die te beantwoorden, want op de eerste dag van het jaar zijn er nauwelijks zieken, of er moet in de vakantie iets heftigs zijn gebeurd. Ik ben werkeloos die eerste dag en heb dus meer dan genoeg tijd om te mijmeren. Nou is dat wel een lievelingsbezigheid. In gedachten zie ik ze allemaal weer binnen rollen. Opgewonden stemmetjes, een zoekende blik, een tikkie onwennig misschien, wat tranen, na zo ’n lange tijd onafscheidelijk te zijn geweest als gezin.

Springend van het ene op het andere been, schoorvoetend, stoer, open en ontvankelijk, ze zijn er in alle toonaarden. Ze zingen allemaal hun eigen lied. Hoe is de bodem, waar ze door gevoed zullen worden, mogen ze groeien in hun kwaliteiten, worden ze gezien, van buiten en vooral van binnen. Kruipt men in het kleine hoofd en laten ze zich meevoeren door de gedachten die in het kind varen. Het zal voor alle kanten wennen zijn, maar vooralsnog overheerst het nieuwe, de spanning, de blijdschap van een nieuwe start. Heerlijk begin, vol verrassingen. de eerste weken zijn altijd zo gezellig. iedereen is uitgerust. De kleine onvolkomenheden vallen in het niet bij de verwachtingsvolle gedachten. Wat gaan we leren, wat mag en wat niet. Het schikken gaat vanzelf.

Eigenlijk zou de eerste week, de ontspannen verwachting, dragend moeten kunnen zijn voor het hele jaar. Dan moet men echter van overheidswege daar met nog een en ander wel in tegemoet komen. Minder volle groepen, meer assistentie, meer ondersteuning. Straks als de energie op volle toeren draait, zakt het relaxte sfeertje weg en stort het hier en daar ook weer in. Geen nood, want dan zijn wij er. De achterban, de stopnaald om het gat te dichten. het doekje voor het bloeden, het lapmiddel bij uitstek….Superwoman…De Inval!

Superwoman (Kristin Wells). Art by Gil Kane, 1983.

Met wapperende haren en rolkoffer. Vena vidi vici. Dat laatste hoop ik vurig, want het zou net zo goed andersom kunnen zijn. Dat de kinderen overheersen en de inval roemloos ten onder gaat. We zullen het meemaken. Maar vandaag nog even niet. Ik wens alle kinderen en collega’s te lande heel veel plezier met de eerste aftrap en met het voortborduren ervan. Dan heb ik straks wel een paar mooie kruissteken achter de hand om een hiaat op te vullen. Zet ‘m op.

 

Uncategorized

Cholesterollebollen!

De keuringsdienst van waren heeft mijn auto goedgekeurd. Er moest wel een nieuwe dynamo in, hart van de motor. Bij mij was het gelukkig nog niet zo ver, maar wel een alarmerend belletje. ‘Bleep, bleep, bleep. Cholesterol te hoog’. Die sluipmoordenaar eerste graad. Sneaky komt hij binnen en verovert binnen no time terrein. Je hoort hem niet, je ziet hem niet, hij is er plotseling.

AardappelchipsChips.

‘Eet je te vet’? ‘Nou….nee’ ‘Eet je te zout’? ‘Ik lust graag ‘naturellen’. ‘Naturellen’? ‘Chippies’. ‘O’, wenkbrauwen opgetrokken, licht verwijtende blik. ‘Beweeg je wel goed’, ‘Drie maal per week de sportschool’. Ze haalt haar schouders op. ‘Gebruik je veel suiker’. ‘Ik hou niet van zoet’. ‘Tja’. ‘Komt het in de familie voor’? Hoopvolle vragende ogen.

Nou zijn de van der Lindens allemaal behept met een zekere struisvogelpolitiek. ‘Als je het niet weet, is het er niet’. Een rustgevende gedachte als je je levensstijl niet wil veranderen. In de wetenschap dat elk jaar in goede gezondheid boven de 65 jaar meegenomen is, is dat voor mijn oudere broers een credo geworden. De oudste is al bijna 76. Hij heeft elke vorm van aderverkalking al ruimschoots gezegevierd. Mijn moeder werd niet ouder dan 71 en mijn vader kreeg zijn hersenbloedingen op 65 jarige leeftijd. Tel Uw zegeningen. Daar is broerlief hard mee bezig, evenals de andere broers.

Eenmaal in de greep van het medisch circuit stuit men op uitslagen. Bloeduitslagen, bloeddrukmetingen, urinepeilingen. Al zou je willen, er valt niets meer te verbergen. Grootscheeps schijnt het theaterlicht op de overgeleverde. Daarna gaan ze met je aan de haal. Er worden voorschriften geleverd. Voortaan ben je iemand met een gebruiksaanwijzing. Vanaf nu eet ik elk chippie en die zijn al praktisch gereduceerd tot het nulpunt, zeer schuldbewust. Zo werkt het nu eenmaal. Daar speelt men op.

488bourgondisch leven, franck en vrij.

Als je eenmaal in het circuit zit, behoren alle Bourgondische vormen van het leven eigenlijk min of meer tot een taboe. Zolang je voor de grens blijft hangen valt het reuze mee, maar eenmaal erover… ik speel mijn rol met verve. Ik laat me niet kisten door zo’n stelletje doembrengers, maar probeer ze om te buigen naar het dragelijke. Ik zet ze naar mijn hand en niet omgekeerd. Maar wat als er geen denkbare oorzaken zijn, zoals bij dat vermaledijde verhoogde cholesterol het geval is. De bloeddruk is spontaan vanuit zijn koele hoogte omlaag geschoten en heeft het beeld alleen maar vertroebeld. In ieder geval zorgt dat laatste wel weer voor een pilletje minder.

Ik ben daar waar mijn vader onverhoopt argeloos de weg van zijn teloorgang op wandelde. Zonder het in de gaten te hebben kukelde hij rechtstreeks een te delven onderspit van elf jaar tegemoet. Een narrig en warrig bestaan te danken aan die gele vraatzuchtige vaatvernauwende destructieve parasieten.

bakker boonzaaijerBakker Boonzaaijer, Laan van Chartroise 1, Utrecht.

Ik heb een streepje op hem voor. ‘Regeren is vooruitzien’, fluistert mijn moeder in mijn oor. Daar heeft haar hang naar zoetigheid het niet mee gered. ‘Maar het was wel een zalig zoet leven’, knikt ze me toe. En dat is ook heel veel waard. vandaar die koppies in het zand van mijn broers. Je kan heel lang leven en tamelijk saai en voorspelbaar, je kan kort leven en op de toppen, je kan balanceren tussen wat goed en wat kwaad is, laveren tussen de mijnen door en dan nog heb je het niet in de hand.

‘Gewoon maar gaan’, denk ik dan ‘en doen en vooral genieten’. Kwaliteit van leven zit hem niet in een chippie meer of minder, maar kwantiteit eventueel wel. Malle molen van medisch geweld met ontsnappingsmogelijkheden. Ik golf op en neer op haar paard zonder de mierzoete suikerspin en zonder de roze bril, maar wat is het leven waard om geleefd te worden. Ik ga lekker cholesterollebollen en kijk of dat vruchten afwerpt. Ik heb een hele maand om de pieken te laten dalen!

 

 

Uncategorized

Onverwachts en voelbaar!

Na een lange vakantie, tijdens een verjaardag,  is het weer goed toeven tussen een paar liefhebbende ex-collega’s die je al een tijd niet gezien hebt. Het ons-kent-ons viert hoogtij en zonder het te willen, het loopt nu eenmaal zo, zijn we een kleine besloten club te midden van het feestgedruis. Er valt ook zo veel te bespreken. Opgroeiende kinderen, gezondheid, anekdotes, puberperikelen, schoolse grappen-en gruwelen, de hele santemekraam komt langs.

003.JPG

Tussendoor luisteren we naar de postpubers, omdat dochter des huizes ook verjaardag viert. Ze zijn in gelijke getale aanwezig. Vergeleken bij dergelijk feestgedruis van vroeger vindt er een opmerkelijke verandering plaats. Ze nemen de overhand. Ze leiden het gesprek. Een jongen is aan het debatteren zoals wij vroeger de politiek bespraken tijdens onze eigen feesten op de tonen van de dwarsfluit van Ian anderson van Jethro Tull op de trappen van de Stairway to Heaven van Led Zeppelin die we bestegen tot op grote hoogte. Daar kwam geen vader of moeder aan te pas. we keken wel uit. De kamer stond blauw van de rook, de eerste joints waren al waarneembaar, wijn was er in overvloed en de discussie was ons handelskenmerk. Als je iets zei, werd het vanzelf een stelling. Welles/nietes en beargumenteren maar. Het was ons eigen voorland van de maatschappij. Hier kreeg Toekomst een bodem. Hier werd de kiem geboren voor wat nog komen zou!

Wij zaten in die kamer, een ‘ouderwetse’ kring mensen bij elkaar die met buurman-of vrouw in gesprek waren en naarmate het feest vorderde, verstomde het geroezemoes en luisterde bijna iedereen naar het dispuut van een van de jongens en het gedecideerde antwoord van de ander erop. Wij, als club oudgedienden, waren een zijspoor en konden redelijk lang ons eigen pad volgen, maar op een gegeven moment was er alleen die jongen. Hij zat niet op het puntje van de bank fel van leer te trekken, maar was, rustig achterover hangend, zijn stelling aan het verkondigen met een bravoure die hem sierde, omdat het hem kennelijk niet deerde, dat er zoveel vreemde oren in het publiek toehoorden. Waar het over ging weet ik niet meer. Ik heb namelijk niet geluisterd, alleen gekeken en me verbaasd, tot in mijn tenen.

verjaardag

Herinnering: Met elkaar om de natuurstenen langwerpige salontafel. Iedereen in nette zondagse kleren, overhemden, stropdassen, zondagse jurken, petticoat, blouses met kant, de plooien rok. De kinderen op een krukje of op de grond, de tantes en ooms in de beste stoelen. De ooms hadden het woord met jenever gescherpt en met een dikke sigaar, zodat onzinnigheden achter een rookgordijn konden oplossen. De dames kwebbelden er genoeglijk tussen door met een advocaatje in de beringde vingers, waar een piepklein lepeltje tussen rustte. Ze smekten genoeglijk met hun lippen en haalden onderwerpen aan waarbij ze angstvallig de klein potjes met de grote oren in de gaten hielden. Dat waren wij. De veelbetekenende blikken flitsten boven onze waarneming heen en weer. Wij zaten op de voetenbankjes of hingen op een kruk en probeerden dat maatschappelijke steekspel te volgen. Niet zelden werden we weggeroepen door mijn moeder, die dan een schaal met Hausmacher, leverworst met augurk en kaas in onze handen stopte. Rondje ooms en tantes. Het boord van de jurk kriebelde en de rook prikte in je ogen. Onderweg kneep men in je wangen met een ferme knipoog vergezeld van opmerkingen die je liever niet had gehoord. ‘Nou, die zie je ook niet over het hoofd, Ali’. Kon de grond zich openen?

Dylan zong het al: ‘And the times they are a changing’. Gelukkig maar. Generaties verschuiven, ineens zijn we de achterban in de meest letterlijke zin van het woord. De oudjes van de toekomst, die niet zo ver weg meer is. Tijdsbesef valt in, zoals de avond vallen kan. Onverwachts en voelbaar.

Uncategorized

Alle tijd van de wereld!

Ik had een onrustige droom vanmorgen. Om vijf uur was ik even wakker geweest en omdat het nog steeds vakantie is, had ik me nog even omgedraaid. Daarom weet ik dat de droom zich in de ochtend pas aandiende. Ik werkte bij het Flexkantoor en er was nog geen werk maar Joris(?) zo heette degene, die me begeleidde, had me wel alvast een observatie van een man in het vooruitzicht gesteld in Zuilen, op deze ochtend. Omdat ik weer in slaap gevallen was en verder droomde, (een droom in een droom), was ik het weer kwijt en hij belde me wakker met een glimlach en een zacht verwijt dat ik iets vergeten was. 

Omstandig verontschuldigde ik me en beloofde me te haasten. Hij had nog niet neergelegd en ik zat steunend op mijn bed de slaap uit mijn ogen te dromen of er klopte vaag een andere afspraak tegen de binnenkant van mijn geheugen. Verdraaid. Ik moest al naar iemand toe, dat had ik heel lang geleden beloofd. Hoe kon ik zo dom zijn. Joris weer gebeld en me in honderd bochten gewrongen om de stommiteit waarachtig aan de man te brengen. Het verwijt klonk door bij het daadwerkelijke wakker worden en nog lig ik me af te vragen, wat ik eigenlijk aan het vergeten ben.

001

Het vege lijf begint dus al iets van de adrenaline aan te maken die bij werk en gerelateerde vormen hoort. Stress ligt op de loer. Ik heb me voorgenomen om deze nieuwe baan zo laconiek mogelijk op te vatten en me niet gek te laten tikken door eventuele werkdruk in het kader van de organisatorische beslommeringen. Hoe halen die twee hersenhelften in mijn hoofd dan eruit dat het bijna tijd is om stresscellen aan te maken. Hoort het bij het pakket van de overlevingscultuur. ‘Ik werk dus ik stress, ik stress dus ik handel, ik handel dus ik werk, ik werk dus ik stress’.

Mijn eigen verfoeide vicieuze cirkel. Je kan je zelf zo gek tikken, als je wilt. Ik heb er per slot van rekening al een hele week extra vakantiebonus opzitten. Ja, U leest het goed. In deze week, dat de schoolvakantie gewoon nog een vrije uitloop heeft van een week, gaan al die dapperen onder ons, de leerkrachten met een vaste baan in het basisonderwijs, vrijwillig naar school om er de hele week te buffelen en te ploeteren. Er zijn zelfs twee of drie verplichte vergader-en/of studiedagen bij.

013

De hele week wordt er uitgeruimd, ingeruimd, geschoven, worden er hoeken gemaakt, schriften klaargelegd, namen geschreven, de groepsmappen op orde gemaakt, de leerling-volg systemen nagekeken, de overdrachten gelezen. De groepen worden nog eens geboend en gepoetst, frontjes van laden met gekleurd karton beplakt, hier en daar een likje verf gegeven, een frisse poster of een voile extra opgehangen.  Als finishing touch de gangen het speellokaal, de kapstokken, de aula’s in stelling gebracht en dat alles om maandag de lieve schatjes weer met open armen een frisse start te bezorgen. Let wel, dit is geheel onbezoldigd inleveren van vakantietijd.

Frustrerend is alleen dat in deze week van bikkelen, en dat is het echt, alle heerlijke vakantiegevoelens, de opgebouwde weerstand, de positieve energie tot het nulpunt dalen omdat het een stressen blijft tegen de tijd. Ieder jaar zeiden we weer tegen elkaar dat we het het jaar erop anders zouden moeten doen, maar steeds blijft men hangen in hetzelfde patroon.

086Mijn geweten…

Ik heb nog vakantie. Mij wekt slechts een ochtenddroom de indruk dat ik aan het werk zou moeten gaan, een schuldbewust geweten misschien in solidariteit met mijn ploeterende collega’s. Het zorgde ervoor, dat ik elke ochtend van deze week tot nu toe ontwaakt ben met een heerlijk luxe gevoel. Gisteren had ik er dertig jaar onderwijs opzitten, na twaalf verpleegkundige jaren en nog wat moederschap. Het voelt als luxe, maar is het niet gewoon mijn goed recht? Nu nog één jaar invallen en dan valt het doek. Met verhalen voor een leven en hopelijk alle tijd van de wereld om ze te laten schitteren. .

Uncategorized

Er gaat een wereld voor je open!

Het schilderij is De Waspit, de schilder is Breitner, die het meisje gestalte gaf in 1893, de schouwer ben ik, de sfeer is bijna gewijd met het gedempte licht, de locatie is een zaaltje in het gemeentemuseum Den Haag.

De workshop heet kijken, schrijven en beleven en de opdracht is dat je een schilderij uitzoekt dat je raakt, om daar wat subversieve vragen over te beantwoorden. Het heeft zo moeten zijn dat ik tussen de, door mij zo bewonderde, tachtigers loop. Israëls en Breitner dansen door mijn schildersleven met hun lichte toets en hun voorliefde voor het leven in alle facetten, omdat alles schoonheid in zich draagt, als je het maar onderkent en benoemt.

090George Hendrik Breitner: De Waspit. 1893.

Wat is een waspit! Tijdens speurtochten komt een staafje bovendrijven, een pit van was, voor in de kaars, niet meer dan dat. Dat is niet de betekenis die Breitner eraan geeft. Dus teken ik in mijn hoofd mijn eigen invulling van het onbekende woord aan de hand van het schilderij. Een meisje met de handen rood van het boenen, het schrobben, het wassen, het wringen en het spoelen. Ze dampen nog na als ze de was aan de lange lijnen in de pijpenla van de stadse tuin hangt of het witte linnen spreidt op de bleek, het weitje in de zon naast het huis, waar de witte was helder en fris droogt. Daar kon het zakje blauw van later niet tegenop.

 schrijven waspit

Ik nestel me met het nieuw verworven opschrijfboekje voor het schilderij en neem elk detail in me op, de voeten, de (baaien) rokken met de witte schort, de handen krampachtig er omheen geklemd, opgeheven, letterlijk opgeschort, het rozerode jac en de donkerrode halsdoek. In haar linkeroor een oorbel,die bijna frivool afsteekt tegen de sobere werkkleding. De haren zijn omhoog gestoken in een strenge knot. Haar blik is naar beneden gericht. De mouwen van haar jac zijn iets omhoog geschoven.

161 (2)

In haar hoofd is ze al voorbij het witte huis met de gepleisterde muren en de donkere ramen.  Ze gunt zich de tijd niet om zich te bezinnen maar is duidelijk onderweg naar een volgende handeling en levert een race tegen de klok. De blos op haar wangen verraadt de haast. Ze doet een poging om de tijd in te halen.

“Bleekveld in een dorp”, door Jan Brueghel de Jonge

Een van de vragen is om je te verplaatsen in een figuur op het schilderij. Ik laat het gebeuren en smelt samen met de beeltenis en schrijf het uit: ‘Hallo. Ik ben Aagje. Ik ben de dochter van Henrikus en Margje. Mijn vader is keuterboer. Ik ben 20 jaaar oud en woon in het dorp bij een familie, die een grote wasplaats bezit. Ik ben waspit en ook de dienstmeid van het gezin. Het is hard werken. Ik heb geen man en ook geen kinderen, maar Jochem zie ik graag.’

163

Dan volgt er een vraag om Aagje te interviewen. Ze blijft staan, wrijft met haar handen de schort recht en steekt van wal. Aagje vertelt me dat ze al zo lang als ze zich kan herinneren bij de familie in het dorp is, er was geen mond meer te voeden met de dertien oudere broers en zussen. Ze werd doorgegeven. Ze was het nakomertje en er was niet meer gerekend op nog een kostenpost. Ze mist haar familie niet. Op zondag gaat ze na de kerk naar de boerderij, drinkt een kop koffie, houdt een beleefdheidspraatje en vertrekt. Maar straks, en haar ogen worden zacht, krijgen glans, gaat ze met Jochem trouwen, die de winkel van zijn vader overneemt. Dan wordt ze kruideniersvrouw. Wel zal ze de andere waspitten missen. Dat zijn haar ‘zussen’meer dan haar eigen zijn. Op dat moment tikt mijn coach me op de schouder en val ik terug in mijn tijd.

Zo snel gaat dat dus. De volle focus op de beeltenis, bezinning en de verdieping en openstaan voor de ontmoeting. Op die manier kom je het museum nooit meer uit. Het is een rijke ervaring. Zet een andere bril op en duik in het schilderij,. Er gaat een wereld voor je open.