Uncategorized

Aandacht met een vleugje ijdelheid!

Eigenlijk is het weer tijd voor de kwast. In de vakantie stond het op een wat lager pitje. Wel maakte ik de hele vakantie lang een tekeningetje die kenmerkend was voor de dag. Een bijpassende krabbel erbij en ziedaar, een mooi en memorabel kleinood van een vakantie. Ook heb ik hier en daar nog wat gekwast aan het portret van mijn moeder, die nog steeds een tikkie vervreemdend blijft, maar eerlijk gezegd was ze dat op de foto ook al.

Die moet in de oorlog genomen zijn en zo kende ik mijn moeder niet. Jong, strijdbaar en een tikje ijdel. Dat straalde haar blik uit onder de rand van de hoed. In onze tijd was ze druk doende de huishouding te bestieren en af en toe, bij kerkbezoek of voetbalfeest, kwam het tikkie om de hoek kijken in een kanten kraagje aan de bloes, de streek lippenstift, de vleug poederdons en de ragfijne kousen.

015

Mijn ijdelheid zit daar ook in. Altijd een lik moisturizing, kleur erover, oogpotlood en mascara. Niet te vergeten lippenstift en ‘aangekleed gaat uit’. Dat is de frisse ochtendblik. Als ik om vijf of zes uur uit school komt, heeft niets van dat alles stand gehouden en is het zwart van het ogenpotlood verspreid over de onder en boven rimpels tussen de wallen in. Afgeknoedeld maar voldaan. Het is goed. ik hoef niet meer zo nodig mijn uiterste best te doen, als ik zo hard aan het buffelen ben geweest. Haar springt alle kanten op, handen onder de verf of ecoline, de boel in de kreukels, maar een uitgedeukte ziel.

scannen0223 De zeeheks!

Ladylike lukt me alleen als ik niets doe en dat ben ik na vijf minuten al zat. Het dilemma is dan ook snel beslecht. Ik ben het niet. Het mooiwezertje, de opzitter, het porseleinen gezicht. ‘Van een schoon bord kan je niet eten’, was een van de vaste stelregels bij ons thuis. De strekking erachter is een kleinood, die gekoesterd zou moeten worden. De mens nemen zoals ze is. Zonder aanzien des persoons, maar met alle kwaliteiten. Het schoon is het Vlaamse schoon, mooi en knap tot in de hoogste graad.

Ik herinner me een opschoonbeurt in de vorige tuin, waarbij een van de vriendinnen van zoonlief destijds, heel lang geleden, aankwam met poezelige nageltjes, verfijnd gemanicuurd en gelakt. Er moest met takken gesjouwd worden, de vuurdoorn had dringend een snoeibeurt nodig, het zevenblad zouden we te lijf gaan en uitroeien tot op de laatste wortel. Dat laatste was tegen beter weten in en een onmogelijke taak. Dat was alles óók voor de escorte van zoonlief. Het was de hogere natuurschool en die zat duidelijk niet in haar koker van levensgeluk.  Het was omgekeerd evenredig herkenbaar. Ze moet zich erg ongemakkelijk hebben gevoeld, zoals ik me vroeger vaak voelde bij feesten en partijen met een hoge opdofcode. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Sylvain Poons en Heintje Davids hebben een tekst van Louis Davids met de passende titel: ‘Omdat ik zoveel van je hou’ ooit meesterlijk uitgevoerd. Waar kleinkunst niet groot in kan zijn. De mooiste levensles ooit en rekbaar, want moeiteloos toe te passen in een omgekeerde setting.

Ik buffel en knoedel en ploeter wat af, de haren pieken zoals ik me voel. Ik ben een makkelijk te lezen boek, kloek en goed in de hand liggend, geen pageturner, maar een streekroman. De hollewaai, het kind in mij maar ook de vrouw in eigen tijd en eigen uur. Dicht bij de oorsprong van het leven, daar waar het om draait. De kiem is ooit gelegd. Aandacht met een vleugje ijdelheid. Het volstaat.