Uncategorized

Dag, dag, heerlijke dag!

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem, omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund.

De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker, die in navolging van zijn naamgenoot Jimi altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook alles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. Jimi moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’. De melodie blijft in mijn hoofd omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden tussen neus en lippen door moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom.

Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

052  054  057

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders van de grond af te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ‘s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

067  070  069

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert… Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben!

Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjestweeling knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl Branmansam zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

078Hakim

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

076

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!