Uncategorized

Volg je hart

Dan is het eindelijk zo ver en probeer je in de Haarlemjungle van grachten en parkeerplaatsvolle binnenstad de straat te vinden, waar de Weekendacademie zal starten. Er zijn er twee van, blijkt achteraf. Straat en weg. Ik was bij de weg en moest naar de straat. Het ligt wel in elkaars verlengde, maar de routeplanner op de IPhone gaf aan dat ik bijna een kilometer er van was weg gelopen. En ook dat ik me moest haasten om op tijd te zijn.

IMG_6564

Het ziet eruit als een herenhuis, geen broedplaats voor de schone kunsten, maar binnen blijkt inderdaad een hoge kale ruimte, waarin hard gewerkt kan worden. De gammele tafel en stoelen en een handvol mensen is al aanwezig. De belangstelling bleek overweldigend dus de groepen werden opgesplitst. Ik dacht dat ik de enige zou zijn met wat kilometers in de benen, maar niets was minder waar. Er waren zelfs mensen uit Texel naar de cursus toe gekomen.

Een hartelijk welkom, met ongemakkelijke stiltes als de cursusleider even wegloopt om boven wat voorzieningen als suiker te halen. Zwijgende mensen in een kring en niemand die opkijkt of wat zegt. Er zijn erbij die hun handen proberen te lezen of die wat willekeurige pluizen van de kleding af pulken. Daar is Margreet met de suiker en bij toverslag begint iedereen weer te praten, alsof er een knop is omgedraaid. Wat een wonderlijk mechanisme en wat is er allemaal door mijn hoofd geschoten in dat korte moment. Vermoedelijk alleen de registratie van wat ik zag, met een oppervlakkige inschatting van de mensen aan de hand van hun uiterlijk. Haren, ogen, handen, kleding, houding.

IMG_6552

Voorstelrondje en de uiterlijkheden krijgen een verhaal mee, ogen leven op, gezichten krijgen betekenis, houding neemt vorm aan. Achter ieder mens blijkt verlangen, nieuwsgierigheid, hoop en een bepaalde verwachting te schuilen. Margreet stelt gerust, stuurt bij, levelt de angst voor onvermogen naar een geruststellend niveau. Er volgt een riedeltje regels en beloften en daarna kunnen we aan de slag. Op grote vellen papier gaan we schetsen met houtskool of Conté krijt. In het midden rond een zuil staan dozen, buizen, latjes, een kan en verpakkingsmateriaal.

Iedereen pakt de ezel, het hardboard, de vellen, zoekt een juiste plek, zorgt voor een goede opstelling en gaat aan de slag. Dan volgt er een moment van genieten, omdat er niets anders te horen is dan het gekras van het krijt op het bord, het schuiven van een arm, het geschuifel van de voeten, hier en daar een zucht of het gewrijf van doek of hand en het rinkelen van theeglazen.  Kleine geluiden die door de hoge kale ruimte worden uitvergroot tot sfeermakers en handen en voeten geven aan de ochtend. Na een uurtje draaien we de ezels naar binnen om de algemene aanwijzingen op elke tekening te kunnen volgen. Aandachtig luisteren we, terwijl buiten het zonlicht door de mist heen breekt en tussen de bomen voor het raam de stralen gefilterd binnenvallen. De liefkozende soms bijna verontschuldigende aanwijzingen verwarmen en de tips krijgen we er liefdevol bij.

IMG_6565

Als ik na tweeënhalf uur buiten sta, met een rolletje ‘probeer en leer’ in de tas, ouderwets huiswerk in het hoofd, kan ik met een gevonden tientje de dure parkeergarage betalen en weet ik voor de volgende keer een vrije plek te vinden. De zon schijnt uitbundig, de mensen zijn fijn gezelschap, de cursusleider is enthousiast, de etalages van Haarlem zijn kunstzinnig aangekleed en de stokrozen en plantenbakken zijn aangenaam gevuld met een pracht aan bloei. Mijn dag kan al niet meer stuk. ’s Middags, in de eigen tuin, blijft de euforie over het nemen van juiste beslissingen. Later belt een vriendin op en vraagt om raad. ‘Volg je hart’ hoor ik me drie keer herhalen. Niets is minder waar.

 

 

Uncategorized

Het ongeschreven woord

Het is de droom van iedere schrijver om via een hagelwit schrijfblad geroepen te worden tot het schrijven van een verhaal, doordat het personage plotseling op het lege vlak verschijnt. Antoine de Saint-exupery zag plotseling de contouren van een vriendelijk kinderlijk wezen. Hij vroeg aan dit figuurtje wie of hij was en hij antwoordde:’ Ik ben de kleine prins’. Zo kreeg de kleine prins gestalte in de prachtige illustraties, die de Saint-ex, zoals zijn vrienden hem noemden, voorgoed onsterfelijk maakte.

220px-WindSandAndStars

Hij heeft een aantal mij minder bekende boeken geschreven. Een ervan, zijn memoires, met de titel: ‘Terre des Hommes’ las ik in de Engelse vertaling: ‘Wind, Sand and Stars’. Vanaf het allereerste begin nam het me mee in zijn wereld. Het ging over zijn opleidingsperiode als vliegenier, waarbij gewezen werd op de gevaren van de bergketens in Spanje. Er ging een nieuwe wereld voor me open. Aan de hand van de tekeningen in de kleine Prins, waren me de afbeeldingen bekend van de piloten in hun open vliegtuigen met wapperende flappen aan hun leren helmen, geïmproviseerde uitvoeringen van waar men tegenwoordig in vliegt. Na de vlucht hoorden ze voor tijden lang alleen maar de wind door hun hoofd suizen en duurde het een tijd voor ze weer aanspreekbaar waren.

Een mooie filosofie uit het eerste hoofdstuk ‘The Craft ‘ is de boodschap, die Saint-exupery ’s nachts doorkreeg, nadat hij had gehoord dat het zijn beurt was om op  missie te gaan. De staat van de vliegtuigen was zodanig dat de motor uit kon vallen en een gezegde onder de piloten was; ‘When your motor goes, the ship goes too’. Je moest uit alle macht proberen de bergtoppen te vermijden. Een piloot die in het zo onschuldig ogende witte watten wolkendek  terecht kwam, verkeerde in grote moeilijkheden. Midden in de nacht hoorde hij een stem, die hem vertelde dat navigeren op een kompas in een zee van witte wolken fantastisch was, maar dat hij altijd moest onthouden, dat beneden het wolkendek de eeuwigheid lag. Hij verbaasde zich over het grafische beeld dat hij erbij kreeg en ineens wist hij dat onder die zo onschuldig aandoende witte wereld niet het tumult van alle dag lag, maar een stilte, die nog imponerender was dan de rust boven het wolkendek. De witte wolkenmassa werd in zijn hoofd de grens tussen het werkelijke en onwerkelijke bestaan.

111Die witte watten wolken.

Het gaf hem een andere kijk op zijn obstakels. Een bril krijgt meerwaarde als je door het glas van een cultuur, een beschaving of een ambacht de wereld beziet. Voor een bergbeklimmer waren de wolken niet het ondoordringbare gordijn, die het voor de vlieger leek en vice versa. Met dit verworven inzicht begon hij opgetogen aan zijn voorbereidingen, wat nog versterkt werd door zijn vriend Guillaumet, die hem al was voorgegaan op een dergelijke missie en hem vertelde dat hij het zou redden. ‘Guillaumet schonk vertrouwen, zoals een lamp zijn licht verspreidde’ bedacht hij zich.

Hier schuilt de kracht van de schrijver. Hij pelt de diepere laag af aan de hand van vergelijkingen, die het voorstelbaar maken voor iedereen. Natuurlijk blijft er genoeg over om tussen de regels door te lezen. Het is niet noodzakelijk om dit boek eerst te lezen voordat je met de kleine Prins de ruimte ingaat, maar het is, net als bij de Hobbit van Tolkien, een belangrijke aanvulling op het uiteindelijke  Meesterwerk. De filosofie die zo aanspreekt uit de avonturen van de kleine prins, is hier ook een belangrijke voedingsbodem en daarmee is het boek een spiegel van de ziel van de auteur.

Hij leefde met de inslag dat datgene wat essentieel is en betekenis had voor het leven, onzichtbaar was met het blote oog. Onder andere dankzij Antoine de Saint-Exupery heb ik tussen de regels door leren lezen en niets anders heeft mijn wereld zoveel groter gemaakt dan het ongeschreven woord.

 

 

Uncategorized

Exoten

Een aanvaring tussen twee kinderen in de gang als ik het aquarium uitkom, de ruimte, die officieel teamkamer heet. Geschreeuw, geduw, blikken in mijn richting met reactie daarop een nog verwoeder protest. Autoriteit onderschrijft het conflict, bedenk ik me, als ik zie dat ze beiden alle sluizen open gooien. Het is als olie op het vuur.

De kleine wrokkige man haalt onmiddellijk weer uit met messcherpe woorden, zodra ik mijn hielen gelicht heb, maar hij is nog binnen gehoorafstand. Sussen en smoren. Hij blijft de boel traineren terwijl we aan het werk moeten. Tien minuten flitsen. Ik dirigeer hem naar een tafeltje apart om even tot bedaren te komen en ook zodat hij niet steeds geconfronteerd wordt met zijn rivale, die kennelijk als een rode lap op een stier op zijn gemoed werkt.

Onmacht en bevestiging blijkt later. Deze jongen die ik na drie keer een kwartier wel op het netvlies heb, maar nog niet voldoende, pelt zijn ziel onder mijn ogen af. ‘ Zie je wel, krijg ik weer de schuld, ik heb het altijd gedaan.’ zegt zijn onwillige houding. Wrokkig ligt hij met zijn bovenlijf op de tafel, draait zich op. Hij staat op, loopt weg, hoort de dreiging in mijn stem als ik hem waarschuw en heeft me even in de tang. Ik geef de groep de flitskaartjes om zelf te gaan flitsen en pak hem bij zijn pols als hij dreigt weg te lopen, omsluit het met duim en wijsvinger. Boven zijn hoofd verschijnen de heftig knipperende rode lampen. ‘Dreiging, dreiging, dreiging.’

Het kost me moeite met al het verzet, maar we zitten eindelijk op een rustig plekje op de gang, zonder prikkels, alleen hij en ik. Het gesprek. ‘Laat me los.’ ‘Ik  laat je los, als je naar mij wil  luisteren.’ ‘Ik wil niet naar je luisteren. Je bent een vreemde, dan hoef ik dat niet.’ ‘Ik ben geen vreemde, ik ben een juf.’ ‘Je bent geen juf.’ ‘Nee, wat ben ik dan.’ ‘Een ….’ Hij zoekt even. ‘Een mens, een vreemde.’ ‘Nee lieverd. Ik heb je al drie keer in mijn groep gehad toch.’ Er ging een lampje bij hem branden. Ineens wist hij het. Met zijn hoofd nog steeds afgewend en weigerend om me aan te kijken, zei hij. ‘Je bent een stagiaire.’ ‘Dat had gekund, maar zie ik er uit als een stagiaire? Ik ben de invaljuf van je zus en ik ben al dertig jaar juf, malle. Bovendien, ook met een stagiaire valt gewoon te praten hoor, net als met mij. Kijk me even aan.’ ‘Nee.’ ‘Kijk me maar wel even aan, dat lijkt me handiger. Wat gebeurde er nu net. Je had ruzie gehad op het plein bij het overblijven. Ik wilde jullie helpen om het op te lossen, had je dat in de gaten.’ ‘Nee, zij begon steeds.’

actief luisterenIn gesprek, later met beide.

Het duurde even voor hij zo ver was, dat hij kon kijken naar mij, naar zijn eigen houding en rol in het geheel. Hij voelde zich aangevallen en onbegrepen en hij kreeg altijd overal de schuld van(alarmbellen). Hij had ook al ruzie gehad met P. en met de juf, die was komen invallen voor de groep. Hij deed niets en toch kreeg hij steeds de schuld.  Kortom, hij zat gevangen in een onwillige situatie. Zijn eigen vaste juf ziek, andere regels, andere vrijheden, ander stramien. Het was meer dan hij verdragen kon. We kwamen al snel op het juiste level en eindigden met een high five en een low five.

077

Van een afwerend en verstard hoopje ellende masseerde het gesprek hem terug naar de realiteit en kon hij weer transformeren in het jongetje dat hij was. ‘Dag lieverd, tot later’ zorgde ervoor dat hij weer rustig naar de groep ging. Deze voorvallen zijn de vraagtekens, die me bezig houden. Een aquarium vol met de meest exotische vissen, die allen met dezelfde stroom mee moeten zwemmen. Leermomenten als het niet lukt, maar armoe, qua mogelijkheden om aanvaringen te voorkomen. De hoogste tijd om de stroom aan te pakken en niet de exoten.

 

Uncategorized

Gesponnen door het woord

Op zoek naar een betekenisvol verhaal voor een vertelling op de IJsselsteinse avond van Mevrouw Sprokkelhorst kan het niet anders of er trekt een aantal voorbij. Toch grijp ik naar de klassiekers terug, terwijl ik weet, dat er met regelmaat een aantal hele mooie nieuwe verhalen bij komen.

Sommige verhalen wil ik wel vertellen, maar zijn ze geschikt voor een breed en gemêleerd publiek. Er zijn al prachtige voorbij getrokken. De Japanse nachtegaal was de eerste, daarna volgde Het Meesterwerk van Max Velthuis en de Kleine prins en de vos. Drie kleine juwelen, die ademloos werden gevolgd door klein en groot. Mijn eigen grootmeester Brandaan vertelde ooit drie vertellingen van Max Velthuys. Kleine verstilde filosofie, groot gemaakt door het gekozen woord, de prachtige betekenisvolle beelden, niet zelden met een minimale decorsetting. C’est le ton qui fait la musique. Die werd er op maat gesneden aan toegevoegd.

kaarslicht

Een verhaal moet er toe doen en vooral zichzelf vertellen. De verhalen van Velthuys zijn van die grootheden, vooral als een meester verteller ze op licht. Het gaat over hebbelijkheden die we allemaal in meer of mindere mate bezitten. Grootheidswaan en afgunst zijn steeds weer terugkomende thema’s, maar ook hele aandoenlijke, herkenbare voorvallen, zoals het verhaal van kikker en de vreemdeling. Over rat die in het bos komt wonen.

70adf1bc4f1d857e6b75c647dfc60355_cache_

Kikker wordt gewaarschuwd hem niet te vertrouwen. Iedereen weet toch dat ratten lui en brutaal zijn en niet werken voor de kost. Varken gaat nog een stapje verder en zegt dat ratten niet in het bos thuis horen. Het is een dierenfabel geschreven in 1993 en de schrijver werd ervan beticht dat hij moralistisch was. Eerder was hij visionair. Nu, bijna 25 jaar later is het boek actueler dan ooit.

Straks vertel ik samen met vriendin een verhaal, acht keer gemiddeld op een avond. Een voorstelling die niet langer duurt dan een kwartier, waarin we de toehoorders meevoeren naar een sprookjesachtige wereld op realistische grondslag geschoeid voor een kinderziel van alle leeftijden. In een kleine setting die de boodschap bewust maakt, omdat het publiek niet anders kan dan aandachtig luisteren en elk woord, dat de strekking vormt, hoort.

Vooral de sfeer van de hele avond, de kleine groepen mensen die langs komen, het kaarslicht, de kou, het geritsel van jassen en het schuifelen van de voeten voor de voorstelling begint. De verwachtingsvolle snoetjes van de kinderen en de afwachtende houding van de volwassenen als de eerste woorden zich ontrollen. Waar gaan we naar toe, waarheen zal de voorstelling ons leiden. Geen gelikte zalen, maar huiskamers, een eenvoudige vertelstoel, een schemerlamp, wat kerstverlichting en het decor is klaar. Geen microfoon, maar het heldere stemgeluid dat ver genoeg draagt om de handvol stoelen te overmeesteren en mee te voeren het verhaal in. De spanning die je als verteller voelt op het hoogtepunt van het verhaal, daar waar betekenis haar vorm krijgt en de cocon gesponnen wordt….Seconden lang tot de ontlading.

cropped-0651.jpg

Als het dan even stil blijft, men de tijd neemt om het verhaal in te bedden en mee te voeren als een herinnering waar nog lang over nagedacht kan worden, is de missie geslaagd. De sprookjesachtige werkelijkheid van het vervolg van de Sprokkelhorstroute dient zich aan. ‘Daag, dag, dag lieverds….’De betovering verbroken. Op naar een volgende, een hele avond lang. Dat maakt het zo bijzonder. Een warme gedachte gesponnen door het woord.

 

Uncategorized

Het is feest

Een van dit soort nachten, die zich niet leent voor langdurige slaap, maar vraagt om gedachten te stroomlijnen, omdat ze onophoudelijk blijven spinnen. Terwijl Pluis met mijn voeten speelt, aanvalt, loslaat en weer zich vastbijt in het dikke dekendek. Malle poes.

IMG_8008

Ik ga er aan wennen aan dat luxe leven van maar twee dagen werk al zijn ze waarschijnlijk de directe aanleiding voor de ronddollende gedachte. Griezels zitten in mijn hoofd als thema van de komende kinderboekenweek en daar wil ik wat mee. Er zijn mensen die alleen al bij het denken aan spinnen of muizen de rillingen over het lijf lopen. Laatst liep er een in de keuken van school. Angstig en snel dook hij langs de rand van de aanrecht veilig een holletje in. Twee van de teamgenoten schoten gillend op een stoel. Welke vorm van angst krijgen kinderen mee als wij ons al niet meer in bedwang kunnen houden bij het zien van zo’n kleine muis of spin. Juist door de kinderen heb ik geleerd om alles wat kruipt en sluipt op te durven pakken, uitgebreid samen met de kinderen te bekijken om daarna weer behoedzaam buiten te zetten.

120px-Carausius_morosus-legsFoto wiki. Wandelende tak. CC BY-SA 3.0

Lange tijd had ik wandelende takken in de groep en nog steeds kan ik vertederd raken als ik die lange bonenstaken zie dansen op de bleke huid van mijn armen. Als kinderen dat zien, krijgen ze een andere beleving mee en overwinnen ze hun vrees, omdat dansen het griezelen overruled. Feilloos weten ze waar ze wel bang voor zijn. De grote schaduwen op de muur als er een nachtlamp brandt of bij het schijnsel van een zwak lantarenlicht buiten en de geluiden in het stille huis, het kraken van hout, het aanslaan van een koelkast, de stilte van de nacht en de duisternis die invalt.

We stoeien met de handen op de muur in het licht van de lamp en frotten een vogel of een hond, een zwaan, of een hertje, kleine kantjil. We gaan naar buiten in het zonlicht en maken met ons lijf de meest vreselijke monsters, met bulten en grote muilen, terwijl we grommen en grauwen. Dan spelen we een schimmenspel achter het grote laken op een simpele opa Bakkebaard, die van alles in zijn huisje doet, vegen, stoffen en ramen lappen.

Griezelen bij de sprookjes van Grimm en Andersen. Natuurlijk moet die wolf er aan geloven, want die was heel erg gemeen. Eigen schuld, dikke bult, had hij de grootmoeder en roodkapje maar niet op moeten peuzelen. Of er is gespannen gegniffel bij de wolf die tegen stro blaast, tegen leem en tegen steen, waarachter drie kleine varkentjes zitten te beven als een riet.

Ik moet denken aan de prachtige vertelling van Joris Lehr over Othello, waarbij maar liefst vier mensen sterven aan het eind van het verhaal. Er gaat na afloop een zucht van verlichting door de zaal, omdat het zo spannend was en we, letterlijk aan zijn lippen gekluisterd, het drama volgen. Dan, in de wandelgangen verkneukelen de kinderen zich om de doden, raken de tel kwijt, maar ‘vet’ was het. Dat dus.

Een stukje griezelen eigen maken, omdat het wezenlijk tot de bagage behoort en om later alles een plek te kunnen geven wat onbegrijpelijk had kunnen blijven, maar dan te doorgronden valt. Haal het spinrag maar van zolder, laat de muizen op de tafel dansen en de vleermuizen door de lucht flitsen. Zweef met de spoken in de kelder en sliert met de monsters op de muren. Het is feest.

Uncategorized

Een wereld van verschil

Gisteren ontdekte ik weer dat het leven een wereld van verschil kan zijn. We stapten het ziekenhuis binnen, vriendin en ik. Om op de afdeling hematologie te komen moesten we uitpluizen op het bord bij de ingang welke letter we moesten volgen. De B-route bleek. De baliemedewerkster was geduldig en vriendelijk en stond ons uitgebreid te woord.

We liepen langs de bloemenstal, het restaurant en het winkeltje. Overal stonden, zaten en reden mensen. Daartussen door, als witte vegen en een ‘rode’ draad,  de zwerm verpleegkundigen, co-assistenten, artsen en medewerkers van het ziekenhuis. In de gangen stond en hing wat kunst, maar viel in het niet door de brede lange gang en de focus op wat te wachten stond.

266px-UMC_Heidelberglaan-100_Uithof_Utrecht_Nederland-02UMC, foto Wiki

Personeel laveerde met bedden met een souplesse en handigheid, die de ervaring en de gewoonte verried. In de ogen van de passanten stond voornamelijk emotie te lezen. Pijn, verdriet, opluchting, hoop, humor en bedachtzaamheid. Mensen praatten met elkaar, riepen elkaar na of beenden met grote stappen hun weg door de immense ruimte van glas, beton en staal. Wij liepen als twee, deze wereld vreemde, vrouwen die B-route af, in afwachting wat ons te wachten stond. De instructies waren duidelijk geweest. Geen bloemen, niet knuffelen, goed de handen reinigen en geen verkoudheid naar binnen dragen. De lift met bed en personeel oogde vol, we namen de trap die hoger was dan bedacht.

Voor de kamer een bordje dat we ons moesten melden bij de verpleegkundige post. Daar zaten een stuk of zes verpleegkundigen, die nauwlettend bezig waren met het digitale verkeer. Een van hen stond ons wat afwezig te woord, maar wij kenden de instructies inmiddels uit het hoofd. Patient die en die, kamer nummer zoveel, hebben we kleding nodig. Nee, alleen de handen goed reinigen. Dat hadden we net gedaan in een witte dispenser, die lauwe dunne straaltjes desinfectans over de handen sproeide. Hier waren de gangen donker en besloten. Weer die bijeen gekluisterde groepjes mensen op de gang en in de wachtruimte, afwachtend kijken wie er langs kwam om er een eigen verhaal van te maken. Soms een blik van herkenning bij bekend bezoek.

We kwamen in een tweepersoonskamer, die donker oogde omdat om het bed bij het raam het gordijn half was toegeschoven. Het bezoek zat daar op stoelen. Een aan het voeteneind en een met de brede rug naar het raam. Er werd gedempt gepraat met de bulten onder de deken, een glimp van een kaal hoofd. Daarnaast zat onze vriend op de rand van zijn bed. We hielden afstand, maar overbrugden in snel tempo de tijd door het gesprek, dat heden, verleden en toekomst roerde en waarbij het ook over zijn zeldzame aandoening, Myelofibrose, ging, waar nog maar zo weinig over bekend is. ‘Waarom’ was het grote vraagteken, onmiddellijk gevolgd door  de berusting en de drang om er het beste van te maken. Het wachten was op de stamcellen, die er morgen zouden zijn.

In mijn geheugen ging het AZL-luik uit de jaren zeventig open en de beenmergtransplantaties tijdens mijn stage periode daar. Het groeiende ontzag voor familie, vrienden en bekenden die pijn moesten lijden om hun zieke medemens te helpen, de woeste indianenverhalen om beenmerg te verkrijgen uit het borstbeen met alle ellende vandien, de poken van naalden, die op mijn netvlies zweefden. Ik hoefde ze niet meer op te poetsen, die herinneringen. In ons bevoorrechte land was er in die ruim veertig jaar zoveel vooruitgang geboekt, dat er nu via het wangslijm bepaald kan worden of er een match is en via het bloed wordt de ‘transplantatie’ gedaan.

275px-Optimist_roll_tack zeilboot met de toepasselijke titel” De optimist’.

Vriendlief was afhankelijk van die ene match en in een tijdsbestek van een half uur sprong het gesprek van de hoop naar de hang aan het leven en terug, ging het over het machteloze mens zijn dat je overvalt, als er iets buiten het handelend systeem gebeurt en dat alle wind uit de zeilen neemt. De boot vaart momenteel niet. Ze dobbert en hopelijk vaart ze straks weer voort.

Voor al die anderen hoop ik dat er veel donoren zullen komen die hun cellen af willen staan aan deze mensen met hun vooralsnog zeldzame aandoening. Zonder pijn, zonder pook, met slechts dat wangslijmvlies en wat bloed om de kans op een behouden vaart te optimaliseren. Het zou een wereld van verschil betekenen.

 

Uncategorized

Het gekaderde venster

Het is lang geleden, maar gisteren kozen de tranen autonoom hun weg, zonder dat iets hen kon tegen houden. Als een kleine bosbeek vloeiden ze over mijn wangen en ik liet het gaan. Aanleiding was het ontelbare aantal kleine wijze levenslessen die elkaar ‘au naturel’ opvolgden. We keken naar de film Maudie van de regisseur Aisling Walsh.

Alles aan deze film is mooi. De prachtige natuur in Nova Scotia, de opnames van de uitgestrekte vlakte, dan weer in glooiend groen en oker, dan weer in de prachtigste wit- en grijstonen. Ze onderstrepen het gevoel, dat je onophoudelijk overvalt, bij het zien van die prachtige verstilde beelden.  Het zorgt ervoor, dat ik er lopen wil, daar in die wonderschone natuur, om dat kleine kabouterhuis met eigen ogen te aanschouwen en te zien hoe de Canadese volkskunstenaar Maud Lewis(1903-1970)haar leven leidde en haar hele ziel en zaligheid ten toon spreidde in haar naïeve schilderkunst, een wereld zonder schaduw.

Ze schilderde wat ze zag. Een kip, de vogels, de bloemen in onophoudelijke getale, met het penseel in haar, door arthritis aangetaste, kromgegroeide handen en met de toewijding en de gretigheid van de kunstenaar en de eenvoud van het kind in haar. Ze was gek op vensters. Twee keer vertelde ze in de film waarom. ‘The whole of life already framed right there’ mompelde ze de eerste keer en de tweede keer deelde ze dit geheim met de Newyorkse die tijdelijk in Nova Scotia woonde en in de film haar schilderkunst ontdekte en wereldkundig maakte.

220px-Port_Royal_todayBy Madereugeneandrew – Own work, Wikimedia.

Naast het groeiend vermogen van haar artistieke beleving openbaart zich de liefde voor de man waar ze het huishouden voor doet. Langzaam pelt een hardvochtige liefdeloze jeugd zich bij beide af tot de kern van een allesomvattende liefde. Het hele verhaal is invoelbaar en meeslepend. De twee hoofdrollen van Maud en de man worden vertolkt door Sally Hawkinds en Ethan Hawks. Naast de stugge, onhandige karakters hebben ze zich ook gestort op de fysieke kenmerken van dit tweetal, die de buigzame onbuigzaamheid van het hele verhaal zo onderstrepen. Ze worden neergezet in die voelbare desolate wereld, twee nietige mensen zo op elkaar aangewezen en duidelijk met elkaar verweven tot de eenzame achterblijver de deur achter zich sluit.

De recensies zijn wisselend en niet allemaal onverdeeld enthousiast. Het talent van beide acteurs staat buiten kijf. Vanaf de eerste opmaat werd ik meegenomen door het verhaal en las vooral ook heel veel tussen de regels door. Die kleine, ogenschijnlijk kwetsbare vrouw, die Maud Lewis zelf ook was, getuige de beelden uit de jaren zestig, had een eigenzinnig en vastberaden karakter. Dat zorgde ervoor, dat ze bleef bij de man die nors en weerbarstig zijn ongebreidelde emoties op haar botvierde. Ondanks het harde leven door haar reumatische arthritis, de tochtige kleine woning, wars van stromend water en elektriciteit en de barse echtgenoot in haar kleine wereld zegevierde haar optimisme. Ook Maudie leerde tussen de regels te lezen. De onbeholpenheid van die verweesde man in haar leven, zijn onvermogen om zijn gevoel te uiten, deerde haar minder dan menigeen geaccepteerd zou hebben. Bovenal zag ze een leven dat haar gegeven werd en niet werd afgenomen zoals in haar jeugd.

194px-Maud_LewisBy Source (WP:NFCC#4), Fair use, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=53935900

Het klinkt sentimenteel, het ruikt naar een zoete romance, maar wie deze film over dit leven door het gekaderde venster van Maudie kan bezien, ontdekt niet anders dan de meerwaarde van haar bestaan.

 

Uncategorized

Niets is meer waard

Het zag er veelbelovend uit gisteren. De zon zette het landschap in een hoopvol gloren. De bodem was drassig van de grote maaimachine, die er te nat door heen was gedenderd om het terrein kort te maaien, de dag ervoor. Toch was het nog goed begaanbaar. We besloten wel de tent op te zetten omdat er in deze infiltrerende herfstdagen onberekenbare buien uit het niets konden opdoemen.

IMG_8521 Ton sur ton.

Oogstfeest is misschien een groot woord. De honing van onze bijen werd verkocht. Alles wat er op de tuinen aan bij rondvloog kwam uit de bijenkasten van de imker die op het midden van het terrein stonden. We hadden ze toegeëigend tot de tuinfamilie en omarmd met behoedzame aandacht. Er waren komkommers uit de tuin van mijn buurvrouw, er waren pompoenen in een mooi ton sur ton met de gouden honing en er waren lekkere hapjes, een geleiachtig turks fruit, kikkererwten humus met stokbrood, vlierbloesemsiroop en zelfgebrouwen appelsap. Natuurlijk stonden de twee Turkse ketels van Faruk te koken op een stalen tafel, een voor Turkse thee en een voor de koffie.

Wij zouden met twee vrouw sterk het kinderdeel verzorgen. Het thema was Op vleugels te vangen. Het fladderen van Vlinder en zwaan van Toon Tellegen als verhaal onderstreepte hoe je gedachten kon bevrijden door ze te leren fladderen als een vlinder. Kinderen konden vlinderpotjes maken en we hadden ons een mooie eigen plek toebedacht in de zon onder de fruitbomen.

Vlak voor aanvang trok het wolkendek zich dicht en begon het te regenen. In allerijl werd het scenario omgegooid. Er werd ruimte gemaakt in de tent aan tafels. Weg knus beeld van een verhaal vertellen op een lekker dekbed met alle kinderen om me heen en alle aandacht. Er werd doorheen gebabbeld, geroepen, thee gedronken maar ook geluisterd. Het verhaal was eigenlijk te moeilijk omdat de leeftijdsgroep ver uiteen liep. Maar fladderen en statig vliegen begrepen ze wel en daar draaide het om. Die gedachten waren al vrij aan het rond vliegen. Dat merkte je aan de koppies die soms gniffelden, soms verbaasd, dan weer een en al oor toch veel opstaken. De potjes maakten we aan de tafel. Niet heel makkelijk te knopen met het dunne snijtouw  maar toch te doen met wat hulp van de vaders die mee waren gekomen.

IMG_8537 Gezichtsbedrog, doorzichtig plakband.

Een van de meisjes keek de hele tijd heel serieus. Er was moeilijk aan haar gezicht af te lezen hoe ze zich voelde. Keer op keer was er wat tegenslag. De pas geregen kralen rolden weer van het touwtje, de bloemen plakten soms maar half, het gekleurde plakband bleek gewoon doorzichtig te zijn en derhalve niet geschikt ter versiering, maar onverdroten gaf ze al knikkend en hoofdschuddend aanwijzingen. Nee, geen veren en maar een bloem. Wel had ze een mooie tekening met witte marker op het potje gemaakt.

Nadat ze honing met water in het potje had gedaan, het deksel had vastgedraaid en ze het op de kop kon houden, brak er in dat lieve donkere gezicht een schuchtere glimlach door. De opgetogen ogen deelden de vreugde. Een bescheiden triomf werd een glorieuze overwinning. Ze had het gedaan, het was haar gelukt.

IMG_8530Een dappere doorzetter.

Het werd een magisch moment, want met het potje triomfantelijk in haar tengere handen, brak het wolkendek open en spreidde de zon haar stralen met een flair en allure, een dappere doorzetter waardig. Tegenslag en kleine zorgen verdwenen als bij toverslag. Niets is meer waard.

Uncategorized

In gesprek gaan doet wonderen

Het is handig als je de taal van het kind spreekt. Er zijn mensen die denken dat dat met een stel verkleinwoorden, kromme zinsbouw en met wonderlijke verbuigingen in hun stem gepaard moet gaan. Kinderen willen volwaardig benaderd worden en serieus worden genomen. Hun mening doet er toe, net als die van ons. Het is hetzelfde bij de dwingelandij, die ze op je uit proberen. Daar vragen ze om grenzen aan te geven en de veiligheid te waarborgen.

Daar dacht ik aan toen een van de jongens van mijn invalgroep met complimenten geven er mij een wilde geven. ‘Je doet het zo goed’, zei hij. Toen ik vroeg waarom, gaf hij als antwoord: Omdat je altijd zo lief bent.’  Een compliment ontvangen is al net zo belangrijk als er een geven. Eigenlijk zei hij:  ‘Ik voel me fijn als je er bent en durf mezelf te zijn’.

De filosofiekringen zijn me het liefst. Omdat kinderen alleen met hun vrije gedachte aan de loop gaan. Hun logica is zo wezenlijk en van belang. De denkbeelden zijn nog niet omgord met het hele verwarrende wereldbeeld van goed en fout door ervaringen en knowhow. Ze beredeneren vanuit hun diepste gevoel en dat is puur en helder, verrijkend en vernieuwend. Iets waar wij wat van kunnen opsteken, omdat wij arme meelopers al jaren in een bepaald stramien verkeren of behept zijn met bepaalde denkbeelden.

024Groen Happertje

Kleine T. was een dag thuis gebleven. ‘Te moe’, zei moeder. ‘Hij moest even bijtanken.’ Uit een gesprek met hem bleek dat hij eigenlijk niet naar school wilde. ‘Waarom niet’, vroeg ik hem. ‘Komt het door de poppen?’ Happertje, oma en muis zijn echt wel aanwezig , ieder met hun eigen stem. Eerst beaamde hij dat. Daarna zag ik hem uitgebreid juist met Happertje spelen, waarbij hijzelf de bravoure stem van Happertje imiteerde.  Dat was het niet echt.

Daarna ging de rest van de groep hun fladdervlinders afmaken, die ze de dag ervoor hadden gemaakt met de bekende afwrijf techniek van het dubbelgevouwen blad. Aan de ene kant verf, dicht vouwen en open trekken. Lijfje en kop verven en de vlinder is geboren, simpel en een kind kan de was doen. Heftig protest van T. die niet wilde. ‘Het hoeft niet schat, maar waarom wil je het niet.’ ‘Ik kan het niet.’ ‘Ik ga het je leren hè T. want het is eigenlijk een truc en als je die nog niet kent, dan kan je het nog niet, dat klopt. Ik heb het de anderen ook geleerd gisteren, daarom weten ze het nu zo goed.’ T. ging aan de slag en het viel hem reuze mee. Al hield hij het bij één kleur.

Toen de vlinder eindelijk met glitter en al aan een draadje aan een gezochte tak bungelde en klaar was om in de wind te fladderen, was hij zielsgelukkig en trots. Daar zat de kneep ook niet echt. Weer even babbelen. Toen kwam het hoge woord eruit. Hij had straf gehad de dag ervoor.

Een mannetje van Graellsia isabellae. Mannetjes hebben vaak geveerde antennes.Een mannetje van de Graellsia Isabellae

De reactie van zijn moeder, een begrijpelijke als het om een klein en huilend jongetje gaat dat niet naar school wil, sorteerde in een bevestiging. Het was tijd voor een gesprek over straf en wat dat is, hoe dat voelt en wat je ermee kan doen. Hij veerde op.  Het idee, dat het een time-out was om even na te denken, haalde de lading van het woord. Straf is een beladen begrip, omdat het ingekleurd wordt naar de eigen beleving. Door het terug te brengen tot de oorsprong van de reflectie op het eigen handelen en door aan te reiken hoe het anders had gekund, kon hij ermee uit de voeten. Opgelucht haalde hij zijn tak op en rende naar buiten. Met zijn fladdervlinder mee verwaaide zijn angst, hoeiiiiii!

Met grote verbazing constateerde zijn moeder dat T. de hele lange dag was droog gebleven, waar hij anders twee tot drie verschoningen nodig had. In gesprek gaan doet wonderen.

Uncategorized

Het avontuur voorbij

Op een van mijn natuurspeurtochten reed ik Beesd in, op weg naar Culemborg waar ik via het Spoel langs de Lek wilde afzakken.  Mijn blik werd eerst gevangen door de opmerkelijke lichte groene kruinen van de bomen die uit waaierden boven de drukke weg. In een glooiende beweging zette het zonlicht ze in volle gloed, waarna ze terug gleden in nederigheid, maar niet minder aanwezig. Het fluctueerde met de wolkenpartijen mee, die zich kolkend mee lieten drijven op de onstuimige wind.

019

Daar moest even bij stil worden gestaan.  Auto stallen in een zijstraat en het kunstenaars-oog vrij zicht geven op het spel van licht en schaduw en de vele groenschakeringen, die speelden met het tere veervormige blad.

Na lafenis aan het prachtige uitzicht, dat zich niets aantrok van de schare file-ontvluchtende auto’s onder die rijkdom, viel mijn oog ineens op de overkant van de weg. Daar stond een telefooncel. Zoete nostalgie. Waar vind je tegenwoordig nog een ouderwetse hulppost voor noodgevallen. Deze cel was niet leeg. Aan de achterwand, tussen de telefoon in, stonden planken vol boeken, geen telefoonboeken, maar leesboeken. Het was verbouwd tot een hulppost voor het lenigen van leesnood. Wat een gaaf idee. Natuurlijk ken ik de ontelbare minibibliotheken aan huis en in de straten, maar dit stond letterlijk als een huis. Geen omgebouwd konijnenhok of een verlaten duiventil, geen lief oud buffetkastje of een haastig in elkaar getimmerd kot, maar een kloeke ruimte van staal en glas met rissen boeken. Mijn vingers liepen over de verstilde ruggen en lazen de titels. Twee klassiekers, Gullivers reizen en een vergeten titel, die ergens in mijn achterhoofd om de deur der openbaringen bedelt.

016.JPG

Boeken-noodhulp voor de dorstige lezer en een perfect middel om de boekenrijkdom van deze wereld te delen met anderen. ‘Bellen met boeken’, ‘Uitgelezen terwijl u wacht’ en meer van dat soort kreten schuiven voorbij. Deze wisselbieb schaart zich moeiteloos onder de andere alternatieve inwisselmethodes zoals het zwerfboek, de ‘Perronotheek’ in Houten waar je kan wachten met een wisselboek, de boekenboom in Zwijndrecht, die al een beetje haar spontaniteit verliest in het doorwrochte ontwerp en de telbare ander mogelijkheden.

boekenkerstboom

Elke school kent overvolle boekenkasten. Een paar jaar geleden, toen ik verschrikkelijk veel kinderboeken overhield aan een actie boekenkerstboom maken en derhalve afgeschreven boeken van de bibliotheek mocht komen ophalen, hebben we eerst een gigantische boekenkerstboom gebouwd tijdens de kerstmarkt. Daarna waren er boeken te over en om die door de papier shredder te jagen, leek eeuwig zonde. Een gedeelte ervan belandde voor de kerstvakantie in een winkelwagen met de aankondiging ‘Gratis mee te nemen’.  Die kar vol was binnen een halve dag leeg.

Voor de andere helft richtte ik een wisselbieb op met het motto: Ga maar zoeken tussen de boeken, als je een leuke ziet neem je het mee, heb je er een uit, dan kan je hem hier weer kwijt. De onderbouw had al gauw haar weg gevonden en de kinderen vroegen iedere morgen of ze even een boek mochten uitzoeken. Dat altijd nog liever dan ze naar het oud papier te brengen.

Ik hou van boeken, al mijn hele leven lang. Er zijn er veel te veel, ik weet het. Je kan alles bijna digitaal lezen, maar ruiken kan je ze niet, sfeer proeven…kloek, ragfijn, vormgeving van de kaft, lettertype, antiek, vergeeld, modern…Mijn hele ziel en zaligheid zit in mijn eigen boeken, drie wandkasten vol. Ik heb ze in een opruimwoede ooit eens naar de zolder verbannen en heb daar jarenlang alleen maar het gemis door gevoeld. Lang leve de wisselbieb en het zwerfboek. Geef ze op school de ruimte, die letterzwervers.

Boeken is reizen zonder te boeken, in een luie stoel, thuis of onderweg, je even verliezen door tijd en ruimte te overbruggen en als je het avontuur voorbij bent, stort je je gewoon weer in een nieuw.

 

 

Uncategorized

De ‘Blechtrommel’

Er is een titel van een boek, dat al mijn hele leven met me mee loopt en die als een rode draad steeds weer beelden zoekt, die me eraan blijven herinneren. Het is Der Blechtrommel.Het boek is geschreven door Günther Grass. Ik weet dat ik het verhaal lastig vond, zo’n boek waarin je je moet vastbijten om in het verhaal te komen. De inleiding is worstelen totdat opeens iets je pakt of alle losse onderdelen samen vallen en je het boek in sleuren.

Op dat gevoel wachtte ik vol verlangen, tevergeefs helaas. De verhalen in dit boek stonden min of meer los van elkaar. Ik was er van onder de indruk. Niet omdat ik me er in verliezen kon, maar door het absurdisme. Dromen die je kon beschrijven, een realiteit die je naar je eigen hand mocht zetten, de wonderlijke tegenstellingen in het boek zelf. Het kind in mij maakte zich los.

De fantasie die er aan ten grondslag ligt, kent voor mij een diepere laag,  een filosofische gedachte. Als je besluit voor eeuwig kind te blijven, hoef je de volwassenheid niet aan. Ieder kind wil dat, zorgeloos spelevaren, maar zodra je door de eerste fasen heen bent gerold, dan wil je het liefst zo snel mogelijk volwassen worden, om later weer te hopen dat het allemaal wat trager zal gaan.

Oskar met zijn Blechtrommel bleef kind en keek door kinderogen naar een ontzielde wereld. Het speelde zich af in Dantzig in 1924 met de dreigende tweede wereldoorlog in aantocht. Bij elke doffe oorlogshandeling sloeg hij zijn trom en als iemand hem zijn trommel wilde ontfutselen gilde hij een hard en oorverdovend protest.

Aankondiging van Die Blechtrommel (bioscoop Heidelberg)

Der Blechtrommel werd verfilmd in 1979 en bekroond. Ieder kindertrommeltje doet me denken aan dit jongetje. Zo’n nietig blikken trommeltje met stokjes, die je vroeger had. Het lied van de drummerboy met kerst, waar het ironisch genoeg alleen maar ‘vrede’predikt. De momenten waarop ik zie dat een kind ondergesneeuwd wordt door een volwassene of als er iets is in de realiteit het kind geweld aan doet, waardoor zijn eigen wereldbel uit elkaar spat, wens ik kinderen hun Blechtrommel toe.

Neo Rausch heeft zo’n Blechtrommel geschilderd in Gewitterfront in 2016, een doek dat nu te bewonderen is in de vaste collectie van de fundatie in Zwolle. De trommelaar knielt, groot en opvallend op de voorgrond, tegen een onheilspellende lucht in een desolaat landschap. Hij oogt moderner dan zijn ouderwetse kleding en zijn trommel doen vermoeden. Zijn gezicht is een gezicht van deze tijd, een vervreemdend element. Hij kijkt alleen naar de trommel, met de ogen neergeslagen en oogt zelf terneergeslagen door de strakke uitdrukking op zijn gezicht. Je proeft het bezwaard gemoed.

Paul van Ostaijen gebruikte het woord voor zijn protest in zijn bundel ‘Bezette Stad’ letterlijk en figuurlijk als een bombastische Paukenslag. De taal als de trommel van het protest, zoals bij Grass de trommel de taal is van het protest. Als verzet tegen het ouder worden, tegen het oorlogsgeweld, tegen de dreiging in de wereld, tegen al het machtsvertoon en de gezwollen retoriek, tegen het leven wellicht. In de Blechtrommel loopt het goed af. Oskar besluit als 21 jarige na de oorlog verder te groeien nu de mensheid weer in staat is om aan de wederopbouw te beginnen.

In de wereld van het kind zie ik veel van die vermomde Blechtrommeltjes. Iedere keer als er een machtsstrijd dreigt te ontstaan tussen kind en volwassenen roert het de trom. Door niet te eten, door niet te slapen, door niet alleen te willen zijn en dat alles als omlijsting van het grote onvermogen het niet op te kunnen nemen tegen de opgelegde regels. Niet zelden wint de Blechtrommel.

Uncategorized

Een groeiende Twilightzone

Het voordeel van het vaste invallen is dat je aan het begin van het jaar over veel tijd mag beschikken. Na die periode van rust zal het andere uiterste de overhand nemen, dan is er ineens een overmaat aan invallers nodig om de stoplappen op te vullen en zal er op den duur een nijpend tekort ontstaan. Nu mag ik nog genieten van mijn eigen ‘Tussentijd’een begrip dat ik voor het eerst in museum Voorlinden tegenkwam.

048-001Michaël Borremans.

Het is de vlag die de lading dekt. Nu het heilige ‘moeten’ uit het leven is gevallen komt er een andere beleving boven drijven. Ik herken het uit de periode dat ik een jaar thuis was en ik op krabbelde dank zij het nogal Amerikaanse geschoeide boek  ‘The Artist Way’. Het meest waardevolle dat dit boek los maakte, was het inzicht dat mijn tijd niet alleen uit werktijd bestond, maar dat ik moest leren ruimte te geven aan mijn eigen leven. Innerlijke ruimte die ik kon benutten met dingen te doen , die ik waardevol en verrijkend vond. Wat een mooi gegeven.

Een keer in de week ging ik naar een film, theaterstuk, dwaalde door een museum of in de natuur. Helemaal alleen. Dat laatste was de meerwaarde. Als je geen consessies hoeft te doen aan een ander, veert de eigen geest op, is er ruimte voor de beleving op zich, los van al het andere. Toen ik na dat ene jaar weer terug werd geworpen in de maatschappij, had ik me voorgenomen, die eigen tijd te bewaken. Toch slokte werktijd langzamerhand die kostbare tijd op, al kierde tussendoor veel meer speling om eigen denkbeelden te verwezenlijken. Langzaamaan breidden de museum en bioscoopbezoeken uit. Het schrijven erover, het peinzen, het pas op de plaats maken bij iets wat raakte, was veel vluchtiger dan gewenst. Het kon anders. Dat voorproefje had ik al gehad.

049

Nu ik weer in een bewuste afstand sta tot het werk, overkomt me dezelfde rust, intens en sonoor. De wetenschap dat er even niets anders is dan dit, zorgt ervoor dat er deuren worden opengezet die normaliter gesloten blijven, eenvoudigweg omdat je niet kan inschatten of je er wel toe komt met al het werk dat nog wacht.

Werk is jarenlang mijn heilige koe geweest en pas nu ik de grenzen heb verlegd, wordt duidelijk dat het goed was als inspiratiebron en klankbord, maar ook dat het overgaat in een periode van bewustwording, bezinning. Er is weer ruimte voor de innerlijke tijd en dat draagt een heerlijk gevoel met zich mee. In de cultuurgids van Vrij Nederland staat een opmerkelijke uitspraak van Marjet Roerink, een regisseur, die antwoordt op de vraag of haar verwachtingen bij haar eerste voorstelling zijn uitgekomen: ‘Ik had geen verwachtingen. Als je 17 bent, leef je in het nu. Verwachtingen zijn voor oude mensen’.

Het intrigeerde en vroeg om een analyse. Het tegenovergestelde is waar. Juist ‘oude’ mensen verwachten niets, die weten al lang wat er allemaal te koop is en kunnen hun staat opmaken. Zonder al mijn erfenissen had ik niet geweten wat ik nu weet. Misschien had ik de stap naar de tussentijd nooit gemaakt, als ik niet alles wat achter me ligt, had ervaren, eigen gemaakt en verwerkt.

119Innerlijke tijd.

Hoe ouder je wordt hoe beter je weet, dat het leven van dag tot dag telt. Die wetenschap levert pure winst op. Ruimte voor de tussentijd en eigenheid en derhalve zo waardevol omdat het langzamer mag dan de hectiek van alle dag. Een groeiende twilightzone. Ik kan niet wachten tot het stilvalt en er alleen nog maar tussentijd is.

Uncategorized

Ik laat me niet kisten

Gisteren liep ik te dwalen door het bos van Mariënstein bij Tricht. Ik was daar nog nooit geweest en het verbaasde me hoeveel borden met ‘verboden toegang’ er waren. Bij een hek stonden de regels, waaraan wandelaars zich dienden te houden bij betreding van het landgoed. Een van de regels was dat je enkel de gebaande paden mocht betreden. Toen ik het hek doorging was er alleen weide, aan de vlaaien te zien en er was geen pad te bekennen. Een mens gaat dan wat schichtiger lopen. Een regel, ook al is het fout gesteld, ondermijnd het handelen. Ik liep omzichtig door.

029

Aan het eind van het weiland en een veld waarop, zo leek het, verschillende duiventillen stonden, was een ander hek en ik schoot het bos in. Er deed zich een eigenaardig natuurverschijnsel voor. Er kraakte en piepte iets zo heftig, dat het leek alsof er een oude staldeur werd open geduwd. Het was een stevig geluid. Ik keek vorsend om me heen om te zien of het soms de houten hokjes op de palen waren, maar het geluid kwam wel degelijk uit het bos. Daar stonden oude grote kastanje en eikebomen, die hun ouderdom krasse taal gaven. Ze waren al wat kalend. Een van hen hing moeizaam tegen zijn buurman. Naar mijn idee, was een van hen zich aan het voorbereiden om af te  knappen als een lucifershoutje. Ik vervolgde het pad. Het verbaasde me, omdat de enige voetgangers die ik tot nu toe in de verte had zien lopen, boswachters waren geweest.

027

Alleen door een bos maakt toch dat er wat alertheid begint op te rullen in de kraag van mijn nek. De pas wordt sneller, er moet naarstig gespeurd worden in vier richtingen. Als je alleen loopt, dan maar helemaal alleen. Ik weet waar het ‘unheimnische’ gevoel vandaan komt.

Jaren geleden, toen mijn oudste dochter 2 jaar was, namen we de honneurs waar voor de bewoners van een grote boerderij met een uitgebreide groente en kruidentuin in Drenthe. Zij gingen op vakantie. Er viel veel te doen, maar tussen het plukken, wecken en jam maken door, had ik tijd om met dochter de prachtige bossen te verkennen. Ook daar reed een mens vaak alleen. Op een dag kwam een man me tegemoet rijden, terwijl ik dochterlief wees op alles wat er om ons heen te zien was. Een gewoonte, die bij het voorzitje wordt geleverd. Dat hij me tegemoet reed, werd ik pas gewaar, toen hij omkeerde en achter me aan ging rijden.

De Trojka.

Kennelijk had hij zich bedacht. Instinctief hield ik het in de gaten. Mijn speurende ogen hadden het opgemerkt en de reden ervoor handen en voeten gegeven.  Hij bleef op een afstandje, maar versnelde als ik versnelde, fietste trager als ik dat deed. Het bevestigde mijn gevoel. In razend tempo volgden de meest wilde gedachten elkaar op. ‘Vrouw vermoord in uitgestrekt bos, huilend kind bij lijk van de moeder aangetroffen, raadselachtige verdwijning van moeder en kind’. Met die beelden voor ogen trapten de benen harder en harder, net als die van de schimmige achtervolger en schoot het bospad sneller en sneller onder me door. Het gevaar kleefde in mijn sjaal, onder mijn armen, trok groeven in mijn voorhoofd en hijgend zwoegde ik voort. De dodenrit naar Omsk van Drs. P drong zich aan me op. Mijn machteloosheid ook. Ik had niets om naar buiten te werpen. ‘Trojka hier, trojka daar, overal is paardenhaar’. Wat was ik blij dat ik de eerste huizen van het dorpje weer zag.

Die barre tocht heeft er voor gezorgd, dat ik tot in lengte der dagen op mijn qui-vive ben gebleven tijdens een wandeling of een fietstocht door verlaten gebied. Die sarrekop van destijds heeft mijn onbevangenheid beteugeld met niet aflatende angst. Toch blijf ik dapper erop uit trekken. Mijn moeder zou zeggen: ‘Ik laat me niet kisten’. Of dat op dit moment de juiste insteek is, waag ik te betwijfelen.

Uncategorized

Kritiek ontvangen is een gave

Gisteren ging ik medicijnen ophalen bij de apotheek, omdat de App daarom verzocht had. In gedachte ging ik mijn voorraad na. Die was nog niet op. Het gebeurt vaker, dat ik eerder wat op kan halen, dus vreemd was het niet.

De automaat, die klantonvriendelijk haar bevelen uitspuugde: Tik scherm aan, tik nummer in, tik geboortedag en maand in’, leverde wat gerommel en een geschuif op, daarna spuugde het alles achter de klep. Klep open, ziezo. Geen hinkepinken van het ene op het andere been, geen krampachtig niet proberen te luisteren naar de mismoedigheid van anderen aan de balie, die dat vaak uitweiden met veel omhaal, maar een adequaat en accuraat handelen. Zonder gezicht. Dat weer wel. Voor de contactzoekers onder ons, bij wie de apothekersassistente een uitlaatklep in de dagelijkse eenzaamheid is, zal de automaat nooit een optie zijn. Je mag gelukkig nog zelf kiezen.

080

Daar stond ik met het verdacht dunne pakje in de hand, netjes verpakt in de bekende papieren zak. Ik taste bij het teruglopen de randen af en ontdekte dat ik één doosje had ontvangen. Dan toch maar even een snelle check. Op de zak stond de juiste voorletter. Zak open, doosje eruit en de rekening. Ik krijg nooit een rekening. Ik betaal altijd de volle mep, dus ben de eigen bijdrage bij voorbaat helemaal kwijt. Beiden hadden een etiket met een andere letter, wel dezelfde achternaam.

Ik bestudeerde het medicijn. Als er was opgelet en men gekeken had naar naam en geboortedatum, dan had men zelf de fout optimaal kunnen herstellen. Het was een anticonceptiemiddel. Ik schoot in de lach, maar voelde een lichte irritatie aankomen omdat dit de tweede keer binnen korte tijd was, dat het me overkwam. Vorige keer waren het andere puffers, ook voor een mens met dezelfde achternaam.

Je wilt een apotheek blindelings kunnen vertrouwen. Het moet schier onmogelijk zijn, dat er fouten gemaakt worden. Met de dubbele check die men de laatste jaren heeft ingevoerd, een dubbele clausule, zou dat moeten. Check en dubbelcheck maakt dat de wachttijden langer zijn. Als dat betekent dat de mogelijkheid tot fouten gereduceert wordt tot praktisch nul is dat prima. Coulantie ten top waar het hardwerkend en verantwoordelijk personeel betreft. Een foutje is ook niet erg, maar binnen een half jaar twee keer een fout wordt al minder fijn.

Apotheek 1898 of eerder.

Ik liep naar de balie, waar twee(!)medewerkers met een klant bezig waren. De tweede haastte zich een derde erbij te roepen om mij met een gerede klacht direct te helpen. Dat duurde nog even. Het was het meisje wat me doorgaans helpt. Ze bekeek mij niet, maar rechtstreeks het doosje. Ik probeerde grappig te zijn, maar kritiek is natuurlijk nooit leuk. Mijn humorvolle ‘Jullie willen me aan de anticonceptie hebben, maar dat is een tikje overbodig’ met een kwinkslag resulteerde in wat gemonkel. ‘Het is waarschijnlijk voor uw dochter.’ ‘Nou nee, want die hebben allemaal hun eigen gezin en derhalve ook een eigen zorgverzekering.’ Ze keek me nog niet aan. ‘Weet U zeker dat U het bij het rechte eind heeft?’Daar begon de verontwaardiging toe te slaan. Bij de eerste vergissing, die ik thuis ontdekte, had de apothekersassistente deemoedig en verontschuldigend gereageerd. Keer op keer verzekerde ze me dat het niet had moeten gebeuren.

Deze vrouw deed alsof de fout bij mij lag. Terwijl er toch zwart op wit bewijs lag en de vlag de lading niet dekte. Anticonceptie voor een could-be-bejaarde. Nog had ze me niet aangekeken. Pas toen ze gedecideerd alles weer terug in het zakje stopte: ‘Maar uw naam staat toch echt op het zakje’, sloeg ze voor één seconde haar ogen op.  Haar hele houding straalde onwilligheid uit en er volgde een constatering. ‘Nou, dan zal iemand zich wel vergist hebben. Wanneer heeft U het afgehaald.’ ‘Ik haal het net uit de robot.’ ‘Oké.’ En ze drukte met de achterkant van de pen op de balie. ‘Tot ziens.’ Ze draaide zich om en stevende naar achteren.

foto van Berna van der Linden.

Daar stond ik. Het was een raar vacuüm waar ik in viel. Ik was er wel geweest, ik had in levende lijve er gestaan, maar ik was niet gezien. Onaangenaam was de ervaring. Het contact met de automaat was warmer, dan het gesprek met deze vrouw. Een robot van vlees en bloed. Klantonvriendelijk tot in haar haarwortels. Zal ze nu ook ondersteboven zijn? Was het schaamte, was het onhandigheid? Een ding weet ik zeker. Ze heeft nog wat te leren. Kritiek ontvangen is een gave.

Uncategorized

Een volgende stap!

Gisteren wandelde ik met de zussen over het Leersumse veld en we vroegen ons af waar het verschil lag tussen rituelen, regels, gewoonten en verslavingen. We kwamen er niet helemaal uit. Het leven in de Amandelstraat kende vroeger nogal wat vaste ‘regels’. De tijden van de maaltijden stonden vast. De warme maaltijd verschoof ooit van 12 uur ’s middags naar vijf uur ’s avonds en is daar altijd blijven hangen. Na de hersenbloedingen van mijn vader werden de tijden meer dwangmatig dan ervoor. Eerst heette het, dat je dan zo’n heerlijke lange televisieavond had, maar na de donderslag bij heldere hemel veranderde het in ‘angstig vasthouden aan’ om de grip op tijd niet te verliezen.  Dat was geen sinecure. Mijn vader kon wakker worden uit een hazenslaapje en volkomen gedesoriënteerd aan de dag beginnen om twee uur ’s nachts. Het vergde tact en overredingskracht van mijn moeder om hem zijn bed weer in te praten. Niet zelden vereiste het eerst een verschoning.

Pa was gek op haring.

Er waren ook, zijn hele leven al, maar na zijn pech verstarrend, sterke voorkeuren voor bepaalde gerechten en als het er aan ontbrak, kon dat in een heftig gemopper ontbranden. Daarin leek hij  op een dreinend verwend jongetje en omdat hij de jongste nakomer in een groot gezin was, zal het daar voeding gehad hebben. De verstarring maakt de verslaving, bedenk ik me nu, en wordt deels gevoed door angst.

003

Het schrijven vindt iedere ochtend plaats. Ergens tussen vijf en negen al naar gelang de vrijheid van dagindeling. Tijdens de vakantie gaat het gewoon door. Op de een of andere manier ruimt het een aantal hersenspinsels op, zodra ik ze uiteengerafeld heb en een plek gegeven, is er weer plaats voor nieuw.  Angst om lezersaantallen te verliezen ligt er aan ten grondslag. Ze is reël. Iedere blogger zal kunnen beamen, dat een vast tijdstip beter werkt. Dat ik ooit gekozen heb voor het dagelijks schrijven van een blog is echter wellicht verslaving, verstarring, verwerking of gewoonte, een ritueel.

Al wandelend probeerden we uit te kristalliseren aan de hand van onze eigen gewoontes, hoe het werkt. Een van de zussen is ondenkbaar zonder fototoestel in de hand en haar kunstzinnige blik. Is het dan verslaving of hobby? Bij de ander zijn de onderwerpen die zich aandienen in haar werk belangrijk. Heet het werkgericht, is het een gewoonte, wil ze delen of meningen horen? Hoe vasthoudend zijn we in ochtendrituelen. Welke habitat wijkt nooit, zelfs niet in de vakantie.

Zus verrast met een opmerkelijke stelling. Verslaving zorgt bij afwezigheid voor depressie. Daar kunnen we mee uit de voeten, want dat ontslaat ons bij de meeste vaste gewoontes van het predicaat. Maar mijn ochtendritueel, het schrijven dat in de vakantie doorgaat, is dat dan toch verslavend. Ik raak niet in een depressie, maar ik vind het wel een gemis als er geen tijd voor is en de dag overhaast begint. Toen roken een aanleiding was voor de ondermijning van mijn gezondheid kon ik na veertig jaar verslaving binnen een week zonder, om er nooit naar terug te verlangen.

104Het Leersumse veld.

Er wordt binnen de verslavingszorg met name gewezen op middelengebruik en het feit dat je er steeds meer van moet gebruiken om het leven leefbaar voor jezelf te houden, waarbij het effect tegenovergesteld is. Het holt het persoonlijke leven uit en vlakt af. Zolang er groei en ontwikkeling is, is het een toevoeging, zodra het uitholt, werkt het als een belemmering. Zover waren we niet gekomen op het Leersumse veld. Daar filosoferen we volgende keer op door, in alle eenvoud mét al onze beperkingen, maar altijd nieuwsgierig naar een volgende stap.

 

Uncategorized

Er valt nog heel wat af te reizen.

Het is de week van de betere dromen. Twee maar liefst vannacht. De eerste ging over de djembé en Victor Sams. Hij gaf een soort van concert en wij zaten erbij in een wonderlijke omgeving. Nogal ruim bemeten en met helemaal vooraan in de erker(?) een vriendin van net zo lang geleden als mijn cursus bij Victor was. Ze zag er nog steeds zo rijzig en groot en overheersend uit, als ze altijd was geweest. Ergens staat op een plekje in de onmetelijke diepte van Google Drive, nog een verhaal, dat ooit een boek beloofde te worden, als ik meer tijd zou hebben en niet telkens de prioriteiten zou verleggen. Het komt aan op discipline, maar het is altijd  meer een ‘go with the flow’ gebleven.

002Losse eindjes.

In die krochten bevinden zich nog zoveel verhalen, dat het beter zou zijn als naast de blog iedere dag gewoon een half uurtje geschreven zou worden aan die rijke fantasie. Hoe komt een mens er aan? Die dromen zijn de voedingsbron bij uitstek, maar met name de associatie weet er een rijke beleving van te maken,. Door alle losse eindjes, die je ooit ergens hebt meegemaakt, aan elkaar te knopen ontstaat vanzelf een verhaal. Gisteren lichtte ik al een sluier op over het project Liesje Herfstbriesje. Alleen de naamgeving al was voldoende om een nieuw leven te scheppen. We hebben meer rijke projecten gedaan en ik mag er graag over mijmeren, nu het niet meer een vanzelfsprekendheid is, een tweede modus voor anderen om mee te gaan in het verhaal.

Het verhaal van Kijkjerijk was zo’n onnavolgbare. Niet zelden zijn die van de kampdagen, waarin de grote ontknopingen van de verhalen plaats vonden, de meest levendige. De betrokkenheid bleek onontkoombaar voor iedereen, kinderen, ouders en het team. ‘Het land van Kijkjerijk ‘kwam opborrelen door Els Kramer, die een foto-zesdaagse gaf op facebook en twitter om iedere nieuwe dag te focussen  en in te zoomen(letterlijk)op een onderwerp, bijvoorbeeld cirkels, of afval of blauw. Dat was een eyeopener eerste klas en de directe aanzet ertoe.

.111 De koning van Kijkjerijk.

In dat land, dat bij aanvang van het project nog onbeduidend was en geen naam had, woonde een bedroefde koning. Zin schatkist was leeg. Er zat geen dukaatje meer in. Als het zo doorging zou het land regelrecht naar de filistijnen gaan en op een grote ramp afstevenen. Gelukkig had Iris een wonderschoon plan. Ze had voor haar verjaardag een fototoestel van haar lievelings-oom gehad en was die aan het uit proberen geweest.

Het inzicht van de koning was alleen maar gefocust op het geld. Elk land is rijk aan details die de moeite van het zien waard zijn.  Ze maakte met de kinderen de prachtigste foto’s van de mooiste objecten die er voor het oprapen lagen. Het luttele wat je moest bezitten was de open blik. Uit het kleinst waarneembare valt verhaal te halen. Het werd een gouden project en met de tentoonstelling op het kamp was de schatkist gered want de dukaten stroomden binnen, omdat het volk de prachtige kunst wilde kopen. ‘Ends well, all well’. Projecten met een visie zonder belerend vingertje. Ik hou ervan.

Het is maar een voorbeeld van hoe ideeën geboren worden. Een woord van een ander kan al genoeg zijn voor de fantasie om er mee aan de haal te gaan. Ook de kinderen voeden tot zeldzame hoogte, omdat hun hersenkronkels onnavolgbaar zijn.  Laat ze de vrije loop en er gaat een heel nieuw universum voor je open. Oneindig groot is de wereld van de verbeelding. Er valt nog heel wat af te reizen.

Uncategorized

Gevangen in de wind.

Gisteren zag ik de verwoestende beelden van Sint Maarten en ik vroeg me af waarom tropische stormen zulke lieflijke namen krijgen, als ze op een dergelijke manier huishouden. Veel eerlijker zou het zijn als de vlag de lading dekte. De woestenaar, of de diabolo bijvoorbeeld. Waarom niet gewoon orkaan of tornado. Irma komt er aan en George volgt haar in haar kielzog. Daar krijg je hele andere beelden bij. Het moet toch op z’n minst een zure bijsmaak opleveren bij al die Irma’s die er op de planeet rondlopen of in ieder geval in de bovenwindse eilanden evenals de Georges, die dan minstens hun beklemmende orkaankracht tot in hun tenen zullen voelen. In de middeleeuwen werden er heilige namen aan gegeven, wat ook al een wonderlijk gegeven is, omdat een heilige per definitie ergens tegen beschermt en je kan alles van een orkaan of een typhoon zeggen, maar zalvend zijn ze allerminst.

Liesje Herfstbriesje.

Om aan de onderbouw duidelijk te maken wat het verschil was tussen de verschillende stormen hadden we in het verleden een heel windproject op touw gezet. Liesje Herfstbriesje speelde de hoofdrol, daarnaast was er haar moeder Sjaan orkaan, haar vader Toon cycloon en haar broers. Ze kwamen allerliefst tot leven, omdat Liesje de jongste was van het stel en nog niet uit waaien mocht, maar op haar wolk moest blijven zitten als vader en moeder en broer Storm huis hielden. Haar oom Koos windhoos zorgde dan voor haar en ging maar sporadisch aan het werk. Storm mocht alleen nog maar boven Nederland spoken. Toen Liesje aan de aandacht van haar oom ontsnapte, liet ze hooguit hier en daar een hoed of een krant weg wapperen, maar veel waaieriger dan dat werd het niet.

Stormen hier laten soms bomen afknappen als luciferhoutjes, takken liggen over de wegen verspreid, hier en daar waait een dak weg, maar heel veel verder komt het niet. De tropische stormen zijn voor ons bijna onvoorstelbaar. Het ene moment zit je in je huis en het andere moment is je huis weg, foetsie, letterlijk van zijn voetstuk afgeblazen. Dat gaat elk voorstellingsvermogen te boven, maar als je de beelden ziet van de ellende, de enorme ravage, dan vraag je je af of wij ooit nog moeten klagen over het weer en het beetje herfst wat ons overkomt. De enkele verdwaalde windhoos, die langs trekt, daargelaten.

woman-213512_640Foto: Pixabay

Ooit zag ik een film van een bergdal, waarbij het geluid van de wind indringend over onze hoofden suisde, terwijl een hoed een vrije val maakte op de stroming, omhoog schoot en verder zweefde, langs alle bergen heen, soms bijna aan te raken , dan ongrijpbaar ver, maar uiteindelijk in een kring bleef ronddraaien. Hij leek van alle banden bevrijd, maar zat gevangen. Mooi beeld op mijn netvlies. De kunstenaar weet ik me niet meer bij naam te herinneren. Het desolate geluid van de wind is me bijgebleven, het suizen, het onafwendbare. Vooral dat is waar het om draait. Je weet dat het staat te gebeuren en moet het lijdzaam ondergaan, omdat er geen andere mogelijkheid is dan dat.

Heel soms, zoals nu, als de schade voorbij alle grenzen trekt, zou ik het kinderlijke voorstellingsvermogen de hoofdrol willen geven en verbeeldende handen en voeten dromen aan tropische stormen, tyfonen, orkanen. Gemoedelijke ouders en familieleden van Liesje Herfstbriesje, die af en toe een beetje huishouden en niet meer dan dat. Helaas vertellen de beelden op het journaal de volwassen versie. Onontkoombaar, onomkeerbaar, de rauwe werkelijkheid en daarom moeilijker te accepteren. Banden die sterker zijn dan boeien. Gevangen in de wind.

 

Uncategorized

Samenwijs!

Ik heb heerlijk geslapen en heerlijk gedroomd. Richard, al tijden niet gezien,  ging met me mee om een stukje te fietsen en iets ongewis te doen in de stad, het dorp, de straat. We kwamen Janine en Wies tegen. Wies was geslaagd en had taart bij zich, dus Richard zou een stuk krijgen en ze schepte het op de grond, waarna een passant, die boos was dat zijn weg werd versperd, er tergend langzaam overheen stapte, alsof hij er op zou trappen. Flauwerd riepen we in koor.

 

Grappig dat je in de droom zo dicht bij je zelf blijft. Ik denk niet dat er nog iemand ter wereld is die flauwerd zou kiezen om iemand terecht te wijzen, maar dat terzijde. We kwamen bij een winkel in een soort grot. Het luik zat dicht en er was niemand, maar toen we binnen waren en keken naar de leuke snuisterijen, stempels om brooddeegdingen mee te maken, mooie kettingen en oorbellen, werd de voorkant open geschoven en stond er een hippy wise-verkoopster met rammelende armbanden en een heerlijke outfit aan. Ik vroeg of ze letterstempels had. Ik moest zo gaan flitsen met de kinderen en woorden lezen.

Ergens in mijn achterhoofd bleef het idee pratten, dat ik te laat zou komen om dat kwartier met de middenbouw in te vullen. Kostbare onderwijstijd. Belangrijk genoeg om er wat mee te doen. Stempels dus, de droom dacht met me mee. Ik werd met een glimlach wakker.

Houten handletters.

Zo gaat dat. Je maakt iets mee, die hersencellen gaan ermee aan de slag en rekken zich en veren op. De dag ervoor had ik geflitst met de kinderen van groep drie. Ze kenden het niet, want toen ik ze vroeg of ze mij wilden helpen, omdat ik nooit geflitst had en niet wist hoe men dat op die school deed, konden ze het me niet uitleggen, Ze waren of van hun apropos door mijn verschijning of ondersteboven van het feit dat ze zelf mee mochten denken.

Gerst, tweerijige aar.

Ik koos voor het laatste en flitste  braaf letter voor letter, zoals een van de meisjes het ten slotte wist uit te leggen. Daarna gingen we woordjes lezen, saaie woordjes. Nee, saaie betekenisloze woorden als ze op papier staan in een rijtje en je ze moet opdreunen. Aap, Aal, Aar….’Wat is een aar eigenlijk’, vroeg een van de jongens. Alles moest in een kwartier gebeuren dus met het voorstelrondje erbij was het in een mum van tijd voorbij. ‘Leren is leuk’ staat er op mijn rolkoffer. ‘Dit kan leuker’ flitste het na het flitsen door mijn hoofd. Interactief flitsen, op een rijtje staan en steeds achteraan sluiten, woorden verzinnen met de veranderende laatste letter of met de flitsende letter. Nu ik het typ denk ik, vandaag ga ik flitsende woorden maken. Niet alleen flitsen met die letters maar flitsende woorden verzinnen met die letters, wel op tempo, maar leuker.

Initiaal, Pierre le Rouge: La mer des hystoires, houtsnede, 1408

Daarna(schrijfoefening) mooie krullende pentekeningetjes van letters maken. Ze hebben er toch de meest dure stabilo’s die je maar kan verzinnen en dan op een bescheiden papiertje. Het allereerst wat gebeuren moet, is ze los te weken van het ondergaan van onderwijs. Betekenisvol leren kan op elke millimeter en ik begin er vandaag mee, een heel kwartier. Flitswoorden verzinnen en Aa-woorden uitbeelden, raad-waar-ie-staat, schuif-maar-achter-aan. Als ik aan mijn grote mouw trek, rollen er tientalle vormen uit.

Leren moet een verlengstuk worden van je staat van zijn. Dat klinkt verhevener dan het is. Het hoort deel uit te maken van datgene wat in de groei besloten ligt. Het zelf ondernemen, het zelf ontwikkelen van vaardigheden, het je eigen maken op alle fronten. Dan pas is wijs worden leuk. Niet Onderwijs maar Samenwijs in alle voegen, in elk aanbod, zodat denken een creatief proces blijft, in plaats van het ondergaan van suffe woorden.

Uncategorized

Geschiedenis in een notendop!

Het leuke van invallen is dat je in een andere modus mag zitten. Je bent de inval en neemt waar. Letterlijk en figuurlijk ,waar het dat laatste betreft. Ik zie veel. Oude ogen die gewend zijn te observeren zonder er direct een mening bij te hebben. Ze wegen wel af. Daarvoor is het een blik met geschiedenis en een rugzak vol bagage. Ik loop door het oude gebouw en ben ineens weer terug op mijn eigen school, twintig jaar geleden. Ieder magazijn drukt haar stempel door overvolle planken met papier en Engels karton. Er is verf voor de eeuwigheid. De plakband krijg je in een heel schoolleven niet op. Ik mis de mooie vellen ‘afvalkarton’, die zo broodnodig zijn om in het vrije mee te kunnen knutselen. De ecoline zit achter slot en grendel. Er is zelfs iemand, die niet wist waar ik om vroeg.

 - Talens Ecoline Flacon 490Ml - Magenta, 8712079012991

De modus om te vergelijken is aanwezig. Het is een natuurlijk gevolg. Te vaak heb ik de afgelopen drie dagen al tegen iemand gezegd hoe het anders was op mijn vorige school, die als een handschoen paste. Ik besef het zwaktebod van een dergelijke opmerking. Deze school is de andere niet en zal dat ook nooit worden. Toch is er een essentieel onderdeel, dat node gemist wordt. Vooruitgang en vernieuwing blijven steken bij de voordeur. Deze school ademt vooral geschiedenis. Het verleden waart rond in de muren, de gordijnen, de kasten vol met het oude materiaal. De wirwar aan koelkasten en de sleetse staat van het podium. Er is best veel, maar dat wordt opgeborgen achter deuren en is niet vrij te pakken voor de kinderen. Leerkrachten staan in de modus van trage gewenning, ook al ben ik de oudste in het gebouw.

008

Het is wonderlijk om ondergedompeld te zijn in een sfeer die je kende van voorheen. daar wordt een mens melancholisch van. Voor de kinderen maakt het niet uit. Die krijgen de ruimte om te spelen. Moeilijk is het, als je weet dat het met de juiste prikkels anders kan. Ik ben gisteren tevergeefs op zoek gegaan om materiaal te vinden voor het maken van grote octopussen met zwengelpoten,die boven de projecttafel kunnen zwemmen met elkaar. Er zijn wel prikborden op de gang gekomen, nadat ik er vorige week tevergeefs naar heb lopen zoeken.

De collega’s en de ouders voelen vertrouwder dan het gebouw. Op woensdag was ik nog niet geweest en dan ontdek je dat de populatie onder het personeel in een week als een blad aan de boom kan veranderen, nu men kampt met ziekte en werkt met invallers. Gisteren was het een sfeer van oude-jongens-krentenbrood. Ons kent ons en de begroeting was al hartelijk, maar het afscheid zo mogelijk nog warmer. Chapeau voor de harde werkers en de moeizame weg die er nog te gaan is, omdat het niet anders meer kan, dan dat neuzen in de vernieuwings-stand moeten gaan staan, wil het onderwijs nog rendement op leveren. Vooruitgang is niet het kind met het badwater weg gooien, maar daar zit wel dé grote angst en daarmee de rem bij oudgedienden.

Ik hoef er niets mee. Het is een voorbijgaand station, maar juist omdat de geschiedenis in een notendop voorbij trekt, raakt het mijn kern. Voor de enkele dagen die er resten, wil ik betekenisvol zijn. Wie weet springt er een vonk over.

Uncategorized

Het Late Licht.

Gisteren eindelijk weer eens richting Zwolle. De stad lag er rustig en bedaard bij. Zuslief en ik waren vroeg en liepen door de verstilde straten. Hier en daar kwam het stadsleven langzaam op gang. Er werd een luik geopend, terrasstoelen werden bevrijd, tafels gepoetst. Tegenover de fundatie stonden de bankjes al uitnodigend te wachten. Een kunstzinnige beleving begint met koffie.

019.jpgJeroen Krabbé.

Een tijd terug schreef ik over Jeroen Krabbé en het interview dat hem werd afgenomen naar aanleiding van het feit dat hij de abstractie in geduikeld was. Gegrepen door het licht in Dalfsen, met name het avond en het maanlicht. De gezwollen taal als antwoord op de aanmatigende vragen vielen in het niet toen ik zijn werk zag. Hier was een mens aan de gang geweest, die bezield was door wat hij had gezien en het licht vorm had gegeven in een explosie van kleur. Het was adembenemend en inspireerde zeer. Ik wilde  naar Dalfsen, om met eigen ogen te aanschouwen hoe bijzonder de seizoenen voorbij trokken in dat prachtige landschap. Vooral het wintertafereel in een combinatie van grijzen en witten hield mijn blik gevangen. Misschien omdat het naast de explosie van geel en groen hing, de opkomende zon.

Het ging niet om wat de schilder had waargenomen, maar meer nog om hoe hij de waarneming naar zijn hand had weten te zetten. Daar was hij alleszins in geslaagd. Wat een rijke verbeelding. In een van de zalen was een klein doek, dat misschien wel als voorstudie had gediend en recht de ziel trof. Het heette Dalfsen II. Het getemperde licht dat door de bomen viel, was treffend neergezet in een heerlijke toets.

Zijn antwoorden op het dubieuze interview hingen aan de wanden van de zalen en wiste het gevormde oordeel op alle fronten uit. Ere wie ere toekomt. Hier was een man met passie bezig geweest en had de juiste toon gevonden om zijn gevoel te verbeelden.

053.jpgFriso ten Holt.

In de zaal er tegenover hing het werk van Friso te Holt. Ook dat werk overrompelde. Een kunstenaar die ik niet kende. Hij werkte met een lichtheid en helderheid van kleur om de beweging vast te leggen, die hij tegenkwam op het strand en in de duinen van zijn woonplaats in Bergen. Diep onder de indruk konden de portretten van Dylan er bijna niet meer bij. Ik had me voldoende kunnen laven aan de schoonheid. Dalfsen moet bijzonder zijn, Bergen is bijzonder, weet ik. Friso ten Holt blijkt de leermeester van Jeroen Krabbé te zijn geweest. Wat een eer voor beiden om in elkaars gezelschap te mogen verkeren. Het is het voorrecht van de meester om de kiem die gelegd wordt te zien uitgroeien en tot  volle wasdom te weten onder de handen van de leerling zelf. Wat een mooie gedachte.

Slenterend door Zwolle zinderden de beelden nog lang na. Ondanks een uitgebreide tentoonstelling in de Grote of Sint Michaëlskerk, die we en passant nog even meepikten bleven de doeken van Krabbé voor ogen en gedachten voeden. De volgende keer wil ik spoorslags naar Dalfsen om licht en omgeving zelf te ervaren en zijn impressie over mijn waarneming te laten schuiven. Dalfsen, het dorp dat voor eeuwig gestalte kreeg door het Late Licht.