Uncategorized

Het onvolprezen kinderboek!

Al sinds ik kon lezen ben ik een lettervreter. Zo noemden ze de mensen die urenlang in een boek konden verdwijnen om dan een beetje wereldvreemd eruit op te duiken. Zo’n boek las je onder de tafel achter de veiligheid van het rode pluche, dat je aan het oog onttrok van theeënde visite of in bed met een kleine zaklamp onder de dekens, omdat broerlief om de haverklap het licht van de zolder uit deed. ‘Ga slapen’ klonk het dan door de verstilde nacht.

009

Op de K.L.O.S leerde ik Paul van Ostaijen kennen. Dat was dankzij een of ander cabaretstuk over de Singer naaimachine. De uitvoerende theatergroep ben ik kwijtgeraakt maar het stuk is me altijd bijgebleven. Hoe je de letters, woorden en klanken breien kan tot een comfortabel pak, dat iedereen past. ‘De singernaaimachine, de si si si singernaaimachine’ en zocht ik naar de bundels en alle informatie die ik krijgen kon over deze grootheid in de kunst van Letter, Woord en Klank. Dat was destijds geen sinecure, want daar moest ik heel wat bibliotheken voor afstruinen, omdat het niet tot de standaarduitrusting behoorde.

Eenmaal eindelijk in het bezit van De Bezette Stad vond ik rust. Hier had ik de schoonheid van het woord onder handbereik. Heel veel jaren later was er een verzamelbundel van Ostaijen. Zijn kinderboek: ‘Marc begroet ’s morgens de dingen’ is een van die geheimen, die rechtstreeks de harten van de kinderen in huppelt. Daar een ochtend mee beginnen in de groep en de dag kan niet meer stuk. Het is de kunst om de juiste verbinding te leggen.

Er zijn nog twee grootmeesters van woord en vorm. Dat zijn de Amerikaanse grafisch ontwerper Paul Rand en Ann Rand, zijn vrouw. Ze gaven een reeks van vier kinderboeken uit. Paul verzorgde de illustraties en Ann schreef er de teksten onder. Grappig, kleurrijk en het kind op de huid geschreven.

MAKI:minimag I know a lot of things 1

Het meest aandoenlijk vind ik het bundeltje: ‘I know a lot of things’. Een waarheid als een koe. Als kind leer je er iedere dag weer tientallen begrippen bij en als je die aan het benoemen slaat, kan je niet anders dan trots zijn op hetgeen je geleerd hebt. Daarom is dit zo’n ijzersterk boek. Het zet het kind in de kwaliteit en dicht het kind letterlijk waarde toe. Het is het glas half vol. ‘Kijk eens, dit kan ik al’. Een beetje pochen mag best, als de wereld zich met elke stap vergroot.  Zo simpel is het om het geloof van een kind in zichzelf te sterken. Door het van jongsaf aan te leren waar het goed in is, zonder zich er op voor te laten staan. Anders wordt het een strijd, die zo mooi verwoord is in een oud lied, dat ik bij tijd en wijle nog altijd zing in de groep. ‘Alles wat jij kan kan ik lekker beter, alles wat jij kan, kan ik beter dan jou.’

De oorspronkelijke tekst komt uit ‘Annie Get Your Gun’ en heet oorspronkelijk  ‘Anything you can do’. Het is gecomponeerd door Irving Berlin in 1946 voor de Broadway Musical. Knoop er een filosofieles aan vast en je hebt een en ander weer in balans gebracht. Zo werkt dat. Je geeft iets aan, maar niet zonder dat weer binnen de kaders te plaatsen, anders mist het de juiste uitwerking.

Illustratie uit Sparkle and Spin.

De andere titels van de kinderboeken van het Amerikaanse duo spreken voor zich en zijn achtereenvolgens: Sparkle and Spin, Little 1 and Listen, Listen. Stuk voor stuk laten ze het kind groeien. Dat is waar de kiem van lezen wordt gelegd. Bij het onvolprezen kinderboek, die precies de vinger legt op de didact, de pedagoog, de filosoof, de denker, de technicus, de vormgever, de woordkunstenaar en de wetenschapper in het kind.

 

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk!

Straks moet de auto naar de garage voor de keuring, daarna mag ik zelf naar de verpleegkundige voor bloed en bloeddruk. Worden we allebei binnenstebuiten gekeerd, wat fijn is als de ouderdomskwalen sneaky binnen komen sluipen. Ja pas op, want dat doen ze. Ongeveer eigenlijk al vanaf de overgang. De benaming ouderdom is dan ook fout. Het zijn de postovergangskwalen. Zo noem ik ze tegenwoordig. Als je er van uit gaat dat de gemiddelde mens van tegenwoordig zo’n beetje negentig wordt, dan vind ik dertig jaar ouderdom net een té lange periode om te vieren.

026Een oude meester in de prullenbak.

Ouderdom is voor mij als je oud en krakkemikkig bent, als je elk woord schreeuwend moet repliceren: Wat???, of als ze breed articulerend met een verhoogd aantal decibellen tegen je gaan praten. Oud worden is als ze je vloeibaar voedsel voor zouden zetten in een restaurant of bijvoorbaat stoelen en tafels aan de kant gaan schuiven als je er door moet. Oud worden is als je in een stoel gepoot wordt en elke nazaat moet opdraven om oma maar een kusje te geven. Als ze een glas onder je neus duwen om je gebit in te doen omdat eens even lekker schoon te maken. Daar ben ik voor mijn gevoel nog lang niet. Ik sta met twee benen in de jeugd van de ouderdom zal ik maar zeggen. Kom niet aan mijn eigen bedoeninkje want ik stort een tirade over je heen.

043

Gisteren had ik er nog een staaltje van: Ik moest de wasstraat door. Als je auto door de keuring moet, dan wil ik dat die mensen schoon en prettig kunnen werken. Dat vind ik zelf ook heel plezierig. Zoonlief zou helpen, daar had ik hem om gevraagd omdat dit zo’n lopende band is, waar je de auto met de rechter wielen in rijdt, die dan de auto in z’n vrij voortbeweegt. Daar word ik zenuwachtig van, merk ik. Ineens is de controle over de kleine blauwe weg en ben ik genoodzaakt me over te geven aan de Samaritanen en vind nergens barmhartigheid. Niets is zo slecht voor de zenuwen. Vlak voor ik er in schoof zei zoon dat ik vooraf moest pinnen. Help. Mijn tas met alle benodigdheden van de tuin, twee zware accu’s, alle schrijf en schetsboekjes had ik net achterin geplompt. Ik graaide hem van de achterbank en moest de inhoud over mijn zoon’s schoot uitstorten. Hij maakte maar een opmerking:  ‘Ik snap niet dat je zo kunt leven.’ Hé dat zijn normaal de oneliners voor verzuurde moeders hoor!

De auto is gewassen en gezogen, ik stap zo onder de douche, allebei lekker schoon en klaar voor de check-up. Toch wil ik pleiten voor een nieuwe fase tussen overgang en ouderdom. Ik kan nog heel lang mee en er zijn zelfs mensen die qua energie alle oudjes eruit leven. Er is die ene kranige als voorbeeld. Ze heet Roos, is 93 jaar en kunstschilder van beroep. Ze leeft haar heerlijke leven op haar eigen manier. Beweegt veel, fietst elke dag op de hometrainer en schildert nog altijd.  Een heerlijk voorbeeld van actief jong blijven, niets oud worden. Je bent zo jong als je je voelt. Roos is er een sprekend voorbeeld van. Die geraniums zet je maar lekker op je eigen balkon of in de tuin.

Zo en niet anders zou ik het willen. Voortrennen en rusten als het zo uitkomt, met een hutkoffer als tas of niet, met mijn eigenaardigheden, met mijn eigen invulling van dat waardige leven. Ouderdomskwaaltjes beginnen pas als je ziek bent. Het zijn de postovergangskwalen waar je de strijd nog mee aan moet binden of waar je een nieuwe manier van omgang voor moet faciliteren, zodat het geen gebrek is maar een nieuwe mogelijkheid! Ik ben onderweg, letterlijk en figuurlijk. Tot later!

Uncategorized

En het roer ging om!

Soms heb ik het idee dat ik in golven het leven beleef. Er zijn momenten van literatuur, van drama, van dans, van muziek, van kunst. Een hartstochtelijk beleven en verdieping zoeken, altijd meer op de uitingsvormen gericht dan op de achterliggende beweging. Onder andere omdat je geraakt wordt door iets, of dat iets geraakt wordt door jou. Een interactie met je omgeving van dat moment. Deze stromingen wandelen naast elkaar en soms vloeien ze in elkaar over. Soms kan het gebeuren dat het een pas later verbonden blijkt aan het ander. Dat overkwam me gisteren. In een oogwenk, een split second, schoven de werelden van de literatuur en de kunst in elkaar. Dankzij het gemeentemuseum den Haag en hun grote overzichtstentoonstelling van de tachtigers: Rumoer in de stad.

094De koffiepiksters van Isaac Israëls

De jonge Breitner en Isaac Israëls als vaandeldragers voorop met hun blikken gericht op het straatleven, dat doodgewone straatleven. Met het klootjesvolk, de arbeiders en hun grauwe bestaan, met hun kleurrijke, romantisch ogende, maar toch zo’n bikkelharde werkelijkheid, naast dat heersende mondaine, de luxe, de feesten, de keerzijde van de medaille. Zij omarmden de oude stad in al haar facetten en zagen de schoonheid in dat, wat tot dan toe werd weggeschoven, het volk, de plebs, de armoe en daarmee het vermeende Onvermogen van de Riche met een hoofdletter. Het totaalbeeld van het stadse leven in de ware betekenis van het woord, het rumoer, voor eeuwig vastgelegd op het grote doek.

090 ‘De Waspit’ van Breitner

Jaren geleden, om precies te zijn, in de jaren tachtig, wat een heerlijke speling van een natuurlijk verloop, tijdens de opleiding MO-A Nederlands was de geschiedenis van de Nederlandse literatuur een belangrijk onderdeel. Het maakte veel los, want op alle fronten waren er raakvlakken te vinden, van Middelnederlandse teksten tot aan de moderne literatuur. Bij het werk van de impressionisten en naturalisten werd er langdurig stilgestaan. Wat een power en een kracht droeg het met zich mee. Geen gelatenheid, geen gezapigheid maar leven. Het bruiste tegen de klippen op en ook tegen de gevestigde orde.

Jacques Perk (door Herman van de Voort in de Betouw, 1879) Jacques Perk, het grote voorbeeld voor de tachtigers.

Literair-en maatschappij-kritische geluiden werden aangevoerd, onverbloemd en met verve. L’ Art pour L’ Art. Niet omdat de kerk het voorschreef of voor het algemene idee over de heersende esthetiek, maar omdat de  kunst op straat lag en te vinden was in elke vorm van leven. Multatuli had ik al in de jaren zestig in mijn hart gesloten net als Frederik van Eeden, maar Jacques Perk, Kloos, Gorter en Albert Verwey leerde ik destijds pas kennen in de jaren tachtig, precies honderd jaar later. Het moest zo zijn. Daarmee vielen een aantal zaken in de literatuur op hun plek.

110De drie bundels.

Ik wandelde gisteren door de zalen met schilderijen en genoot. Er lagen schetsboeken van de diverse schilders en ineens ontwaarde ik de drie eerste bundels van Kloos, Verwey en Gorter naast  een portret van Albert Verwey, geschilderd door Jan Veth. Op dat moment schoven de twee stromingen, literatuur en kunst, naadloos in elkaar. Tijdens de opleiding werden de tachtigers alleen maar vanuit de literatuur behandeld en, vice versa, in cursussen over de impressionisten werd het begrip ‘Tachtiger’ nooit genoemd. Thuis las ik, nee dronk ik, de feiten. Daar legde ik het laatste puzzelstuk, de tachtigers in de Muziek.

Waar het Albert Verwey betrof, stonden zij met hun voeten in dezelfde grond. Kunst is passie en dat heeft alles te maken met de rauwe werkelijkheid in de oude stad. Breitner en Israëls ten voeten uit. Maar ook Kloos, Verwey en Gorter. Van de laatste komt de uitspraak: ‘Dat wat je zintuiglijk doorleefde met uitschakeling van den geest onmiddellijk te verklanken’. Hetzij door Poëzie, proza, beeldende kunst maar te allen tijde onderstreept door muziek van Alphons Diepenbrock, Giacomo Puccini en Claude Debussy. Zij bereikten tezamen wat ze voor ogen hadden. Vernieuwing op alle fronten om de weg te openen naar de vrijheid, de passie van het leven. Het roer ging om!

 

Uncategorized

Zijn beelden zeggen alles!

Het regende gisterochtend. Niet een klein miezertje, maar een flinke loodrechte regen uit een loodgrijze zware lucht. Gunstig voor het verdere verloop van die dag, omdat een buitenlocatie niet langer tot de opties behoorde. De mens wikt en de natuur beschikt. Dat maakt kiezen een stuk eenvoudiger.

Ergens in mijn achterhoofd zweefde een visie op de film Rodin van iemand die dat met ons deelde via twitter. Ze vond het aanbevelenswaardig als je bekend was met de meester en zijn leven, waarbij men niet uit het oog moest verliezen dat het vanuit Rodin zelf beschreven werd en niet vanuit Camille Claudel, zijn maitresse.  De meester in het ‘zonnetje’. Hoogste tijd om de film te gaan zien.

010

De verwachting was hooggespannen. Ik kende vooral het werk van zijn leerling en maitresse Camille Claudel en afgelopen winter was ik naar Groningen getogen om de indrukwekkende expositie te zien van Rodin. Die hakte er evenzeer in als de documentaires over Claudels leven en haar intrieste en schrijnende levensverhaal.

Ik was drie kwartier te vroeg en ik nestelde me met een lekker glas Chenet in het bijna lege café. Met mijn rug tegen de muur in de verste uithoek en het overzicht op alles wat er gebeurde. Het geroezemoes van de drukte buiten schoof door het openstaande bovenlicht naar binnen en af en toe onttrok zich een schrille uithaal of een schaterlach. In het café was een gezin bezig met op te breken. Het jongetje van ongeveer vier jaar oud, had, om de wachttijd te doden, een zangspelletje om de grote middentafel bedacht, waarbij hij dapper voort stapte met zijn gestippelde laarsjes aan en luid een Italiaans liedje zong. De kleine handen ribbelden intussen over de houten spijlen van de ruggen van de stoelen.

Iedere keer keek hij mij, vlak voor hij afboog voor het volgende rondje, met een ontwapenende glimlach aan. Moeder liet luid en duidelijk weten dat hij er mee moest stoppen, omdat ‘de mensen’er last van zouden hebben. Hij wist dat dat meeviel en er volgden nog twee rondjes. Die vrijheid en de blijdschap nam ik mee de stilte van de filmzaal in. Misschien was de tegenstelling te groot. Misschien was het nog te zonnig en licht buiten nu de regen was weggetrokken, maar de film viel als een granieten blok binnen en wikkelde zich, traag als stroop, af.

023

Ik zie Rodin als een gepassioneerd man, ik lees van zijn beelden af dat hij houdt van vormen, rondingen, billen, borsten, torso’s, naakten, maar ook is hij iemand die de subtiliteit en sereniteit niet schuwde, getuige zijn beelden van handen, tot in de finesses volmaakt en de beelden van de Chinese muze. Ik had hem de tijd willen zien verliezen als hij zijn passie vervulde met het hakken en vormen, het kneden en gipsen.

009

Ik had willen zien, hoe hij zich met zijn hele ziel en zaligheid zou storten op zijn schepping, waarbij hij alles om zich heen vergat. Het bleef angstvallig stil en traag, de dialogen en monologen, een vlakke Camille die haar bewondering voor de meester en het opboksen tegen zijn bekendheid en zijn dwingende karakter zonder dat de vonken ervan af spatten, neerzette. Het moet veel tragischer zijn geweest, dan wat ik nu zag.

022

Zijn gevecht om het beeld van Honoré de Balsac en Dantes Hellepoort bracht bij mij niets in beroering. Het bleef hangen in de plooien van de gipsen mantel, die hij om Honoré heen drapeerde, evenals de statische ontmoeting met zijn Chinese model, die dwaas en onvoorstelbaar wordt  neergezet en in niets overeenkomt met de lieflijkheid van haar beeltenis, die ik bewonderde in Groningen.

Buiten wandelde ik peinzend naar de auto, keek om me heen en zag het leven. Precies dat was wat ik had gemist in de film. Waarachig leven, zodat de toeschouwer het meebeleven kon. Rodin, als je hem wilt leren kennen, moet je naar een tentoonstelling van zijn oeuvre. Zijn beelden zeggen me alles, de Rodin van de film vertelt me niets.

Uncategorized

Vooralsnog ongrijpbaar!

Ik weet niet waar ik toevallig mijn oog liet vallen op de documentaire ‘Waterlijken’ , een bejubeld debuut van Nelleke Koops uit 2011, maar die kwam behoorlijk binnen. Alleen de titel al vraagt om een verklaring. Het kunnen dode vissen zijn en dode eenden, het zou over botulisme kunnen gaan, maar het gaat over ons, mensen. Natuurlijk weet iedereen wel, dat er bij tijd en wijle iemand wordt opgevist. Vaak vergeten we dat dat door mensenhanden moet gebeuren en dat een heel apparaat daarachter in werking treedt bij de vondst van zo’n ongelukkige. We gaan gemakshalve ook voorbij aan het feit, dat de gebeurtenissen daarna weer worden vervangen door de taal van alledag. De maaltijd, het gezin, het spelen met de kinderen, maar ergens spookt in het achterhoofd altijd het lijk, de geur, de sponzige huid, de verwassen haren.

 Rodin: De denker. ( Wiki)

De documentaire is boeiend en triest tegelijk. Zo’n voltooid leven dat nog niet af is, ook al is het doek definitief gevallen. Het roept bewondering op voor de bergers en de schouwers, de speurders naar de eeuwige waaromvraag met het onvermijdelijke antwoord verstopt in de locatie, het al dan niet geschonden lichaam, de identificatie, de meanderende rivier en die patholoog, die een diepzinnige filosofie in een paar woorden verfijnd neerlegt. Waar gaan gedachten naar toe, als je overleden bent.

Daar peinst hij dus over, als de klus is geklaard en er weer een mens op de baar ligt na een minutieus totaalonderzoek, maar altijd dat ene ongrijpbare. Waar zijn zijn of haar gedachten heen. Vroeger dacht ik dat ze weg konden vliegen in de wind, als vogels in een vrije val, omhoog stijgend en neerduikend en wederom omhoog. Werken met de dood roept dit soort vragen op. Ik weet het want ik heb die man met de zeis regelmatig zien rondwaren om de bedden heen en zelfs gevoeld. Een koude windvlaag die optrok.

 Gravure door Reinier van Persijn: Zwanenzang (Wiki)

Altijd is er een kleine opleving van een stervende, een oprichten, een blik, die helder is en klaar, vanuit de lethargie van het berusten, om na een paar seconden maar, weer terug te vallen in de status quo en niet lang daarna de laatste adem uit te blazen.  Een zwanenzang. Dat maakt dat je aan het peinzen slaat over waar de geest heen is. Omdat er lijntjes zijn, of omdat je die er zo graag in zou willen zien. Omdat je van te voren al niet kan accepteren dat iets afgelopen is als met die oorverdovende stilte het doek valt en met een zucht de ademhaling stopt. Einde verhaal, geen volgend hoofdstuk meer.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2014/februari/waterlijken.html

Definitiever haast, omdat je de persoon in kwestie niet meer in leven hebt meegemaakt, is het werk van de patholoog-anatoom, die elke vezel van het lijf angstvallig naspeurt op oneffenheden, die het stoffelijke benadrukken zal. Hij kent de corpus van de hoed en de rand, elke cel en elke molecule en toch is er die ongrijpbare andere wereld. Gedachten, die boven adrenaline en endorfine uitstijgen, die amorf en licht zijn, zonder body.

Waar is het karakter heen, de spirit. Is de levensbagage voldoende doorgegeven of ligt ze op straat, letterlijk en figuurlijk. In het uur van de dood vraagt het om waarachtigheid, antwoorden op vragen die blijven hangen in de geloken ogen en boven de baar. ‘De dood is altijd op tijd’, orakelt men en refereert aan de Tuinman en zijn ontmoeting met de Dood in Isfahan.

Als robots in staat zijn om een eigen taal te ontwikkelen, dan moeten gedachten ook hun eigen weg kunnen gaan. De patholoog-anatoom peinst zijn eigen gedachten, die van het waterlijk zijn verdwenen. Waar gaan ze naar toe. Er moet meer zijn dan de metelijke en onmetelijke stoffen en stofjes, waar hij in roert. Het is de identiteit van de geest, een entiteit van het leven, de blauwdruk van de gedachten, maar vooralsnog ongrijpbaar.

Uncategorized

Zoals zij zelf!

Als ik dit schrijf, is de vrouw die me mijn allerbelangrijkste les in het leven geleerd heeft, vast van plan om niet langer meer te leven. Ze is 91 en ‘der dagen moe’ zoals mijn oma dat zo mooi placht te zeggen. Ze eet niet meer en drinkt niet meer en uit ervaring weet ik dat het dan zolang gaat duren, als het hart het volhoudt. Ze is in goede handen en ligt in een ziekenkamer met haar dierbare vertrouwde hebbedingetjes om haar heen en haar familie in de buurt. Ik heb gisteren een foto van haar gezien en ze lijkt het meest op een zichtbaar vermoeid klein vogeltje. De ogen gesloten, diep weggedoken in haar plaid op een chaise longue. Het kleine, vergrijzende donkere krullekoppie, er bovenuit. Haar gezicht draagt reeds de sporen van een ander leven. Ze is er af en toe nog en glijdt steeds verder weg in haar lethargische zaligheid. Alleen de pijn maakt wakker en heel soms een herinnering.

Mijn eerste ontmoeting : Een kleine kwieke vrouw met een aparte intonatie in haar stem dat nog vaag haar Surinaamse roots verried, vol verhalen en beelden op haar netvlies. Ze zat in de tuin bij een goede vriend het feest mee te vieren, dat daar gegeven werd. Er was geprietpraat onderling, gelach,, kinderstemmen die boven het geroezemoes uit vlogen, geplons van water in de sloot. Er werd wijn geschonken en naarmate de decibellen luider werden, de gezichten roder, de stemmen onvaster, viel ze me op. Daar zat ze als een rots inde branding en luisterde als enige echt, terwijl haar vriendelijke kleine ogen alles, wat er om haar heen gebeurde, opnamen en vastlegden. Dat was wat ik zag.

A party in the open air, Isaac Oliver, 1590-1595. (wiki)

Ik raakte met haar aan de praat en ze had het over haar leven, een tip van de sluier, haar kleindochter en haar vader, haar jeugd dat in verschillende landen een deel van haar fantasie had gevoed, Spanje, Nederland, Mexico. Door haar gesticulerende handen, de gloed in haar ogen en de levendige mimiek ontspon zich een andere wereld voor mijn ogen. Ze schreef, schilderde en illustreerde. ‘Hier zat een dame van formaat’, bedacht ik me, ‘die zichzelf was gebleven en iedereen met open armen ontving’. Haar verhalen waren geestig en ze speelde met het grootste gemak in op de humor van de oude vriend, die met kwinkslagen door het leven ging en zijn bonte vriendenrij hartelijk verwelkomde in zijn paradijs aan de lange tafel. Er was eten en wijn, er waren goed gevulde potten en volle glazen, de zon brandde en de guirlandes van dit leven van melk en honing waarden rond. Een feest in alle opzichten.

De tocht met de ezeltjes: We waren in de Ardennen met een schildersclub. Tot dan toe had ik nog nooit echt geschilderd en ik begon voorzichtig met tekenen in een schetsboek. Zij zaten allen in en om het huis met indrukwekkende doeken en potten verf. De maaltijden werden door een echte kok verzorgd, die wel wat weg had van de kok van de Muppets, die fuzzelde en voerde, lepelde en roerde. Tussendoor waren er wandelingen, anekdotes, liedjes, een groot stripverhaal over twee ganzen, die ter plekke verzonnen en letterlijk opgetekend werd op grote vellen. Hilarische soorten werden verzonnen, omdat in het huis de oubollige ganzen overal terugkwamen.

Foto Wiki, twee Catelaanse ezels.

Er was een wandeling gepland. De rest van de groep, fier van lijf en leden stapte voort. Ik bleef bij haar, omdat haar gekozen woorden de verhalen diep van binnen een bodem gaven. Aan de andere kant maakte ze de Pleegzuster Bloedwijn in me wakker, omdat ze voetje voor voetje schuifelde met haar lappen en lapjes over arm en schouder en grote hoed, zwaar leunend op een oude tak. De kleine voeten in de sokken en sandalen stapten omzichtig voort. Voetje voor voetje voorbij twee kleine ezels, waar een heel gesprek mee werd gevoerd, zodat de dames, welwillend en vriendelijk, antwoordden met een langgerekt gebalk, de berg op, het bos in, langs het kleine kapelletje, waar we even tot bezinning kwamen en ook de gelegenheid te baat namen om te rusten. Daar werd een band gesmeed, die tot in lengte der dagen is gebleven, ook al vertrok ze uit mijn leven door omstandigheden.

IMG_9386.jpgEen kapelletje als deze in Niort.

Daar vertelde ze wat haar vader haar had meegegeven, een geheim dat ik van haar in mijn levenskoker mocht stoppen: ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. En echt… Het helpt de wereld mooier kleuren, zoals zij zelf. In haar eenvoud en met haar liefde voor het leven.

Uncategorized

Net als de verf kies ik mijn eigen weg!

Gisteren was ik bij museum Voorlinden om de tentoonstelling van Rodney Graham te zien. Zijn enorme foto’s zijn grote etalages waar de tijd heeft stil gestaan en die oneindig veel meer vertellen als je er in kon of mocht verdwijnen, Dat is het enige wat ik mis aan die heerlijke ruimtes daar. De bankjes in het midden, waar je over kan gaan tot verstilling. Tot even verdwijnen uit de menigte van omstanders om rond te wandelen in het beeld, dé manier om je er mee te verenigen. Dwalen in de grote foto’s, tegenover de bezoeker zitten in een café, dat vol hangt met kunst en bewonderen, of voor de dichtgeplakte etalage van Woolworth dralen op een been en tegelijkertijd weten dat de oorlog woedt over zee. Dat idee.

099

herinnering: In de boekenkast stonden boeken van Godfried Bomans, naast de grote natuurgidsen van Jac.P. Thijssen, de serie ‘Het aanzien van…’,Piggelmee, Alleen op de wereld en Gullivers reizen, temidden van enkele naslagwerken en de rode kleine volledige schoolencyclopedie. mijn moeder had er een aantal geërfd en de rest op de kop getikt bij de Slegte of andere tweedehands boekenwinkels voor een appel en een ei. Wie niet rijk is moet slim zijn. Er stonden ook enkele pockets tussen van Guido Gezelle bijvoorbeeld en Eric of het klein insectenboek van Godfried.

Als de biebboeken waren doorgestruind, vervolgde ik mijn weg in de kast. Zo werd ik samen met Erik door grootmoeder het schilderij ‘De wollewei’ ingetrokken. Niets is fijner dan een wereld te ontdekken, die tot dan toe maar voor een klein deel de jouwe was en een te worden met de diverse karakters van de dieren die de Wollewei bevolkten,  de wespenfamilie van Vliesvleugel leren kennen, die adellijk blijkt te zijn en die ik tot dan toe alleen maar verschrikkelijk vervelende treiteraars had gevonden, de mieren, de hommel, de vlinder.

Het reizen per boek staat gelijk aan het reizen per beeld. Telkens weer liet ik me, als kind,  meeslepen door de karakters en radeloos hoorde ik dat eisende vrouwtje bij de Keulse Pot aan, terwijl ik mijn hoofd schudde en Piggelmee waarschuwde vooral weer niet naar de vis te gaan. Steeds opnieuw-en het dunne boekje was bijna stuk gelezen-sloeg hij de goede raad in de wind. Ik bedacht er hoofdstukken bij, waar het verloop een totaal andere wending zou hebben. Het mocht niet baten. ‘Hoogmoed komt voor de val’.

Met Remy in ‘Alleen op de wereld’ heb ik gehuild en gelachen, me verweesd en verlaten gevoeld en de blijdschap gedronken toen de Zwaan eindelijk zijn weg kruiste en hij Mevrouw Milligan en Lise ontmoette. Er zijn vele boekreizen bij gekomen. Het rijke leven.

Later verzon ik projecten waarbij de kinderen dezelfde ervaring zouden hebben als ik vroeger en de wereld rijker werd met een zelf verzonnen verhaal eraan vast of het bedenken van een andere wending. En toen….en toen….en toen….Literatuur pur sang voor onderbouwers, maar ook ademloos kijken naar een schilderij en bedenken hoe het zou zijn als je er in verdwijnen kon. ‘Wat zie je? Wie zou je willen zijn? Wat zou er kunnen gebeuren?’ Vragen die ik nog steeds aan mezelf stel als ik voor een prachtig doek sta. Wegzinken in gepeins, je mee laten voeren op de golven van de beleving en de sfeer voelen die rechtstreeks, door de blik heen, het hart beroert.

Rodney Graham en zijn enorme installaties, foto’s, om in te verdwijnen,  waar de tijd stil staat in de kombuis, de ketel stomend wordt opgepakt en de kop gevuld wordt met warm water voor de thee of de oploskoffie en in het atelier de dripping points, van de kunstenaar afglijden, als hij het doek in schuine stand heeft gezet en de verf haar vrijheid krijgt. Zoals ik ervoor…nee…erin….of toch er voor maar, vrij in het verhaal, mijn gang mag gaan. Net als de verf kies ik mijn eigen weg.

Uncategorized

Er is!

Gisteren zag ik op Netflix de documentaire The Witness. Eenmaal binnengekomen, laat het verhaal niet los. Er blijven flarden rondspoken. Het gaat over de moord in 1964 op Kitty Genovese te New York. Ze was 28 jaar oud.  Haar dood werd wereldnieuws omdat een journalist van de New York Times er een artikel over schreef. Er zouden 38 getuigen zijn geweest, die alles hadden gehoord en gezien, maar langer dan een half uur niet hadden ingegrepen. Haar moordenaar, Winston Moseley,  kreeg ruim een half uur de tijd om in twee fasen de moord en de verkrachting te klaren. De journalist maakte er een sociaal cultureel probleem van en verdraaide, naar later bewezen werd, de feiten, om te prediken dat Amerika en met name de grote steden de voedingsbodem bij uitstek zouden zijn voor het ‘bystandereffect’. Wij zouden zeggen:’Ik stond erbij en ik keek er naar’.

KittyGenovese.JPGKitty genovese.

Bill Genovese was gek op zijn zus. Hij  had moeite met het idee, dat 38 mensen  stoïcijns weg hadden gekeken tijdens het noodweer en het geschreeuw om hulp. Om zichzelf het tegendeel te bewijzen, meldde hij zich bij de marine en werd naar Vietnam uitgezonden. Daar verloor hij beide benen door een mijn en werd hij door een vriend uit de rijstvelden getrokken. Bijna ten kostte van zijn leven werd het tegendeel bewezen. Om het hele verhaal een plek te kunnen geven, moest hij op onderzoek uit. We volgen hem in de documentaire en zien dat zijn intuïtie hem niet in de steek gelaten had.

Duidelijk wordt in het hele stuk, dat een verhaal nooit de werkelijkheid is. Het is altijd de belichting van de persoon die het vertelt. Feitelijke onwaarheden, die van essentieel belang zijn, het achterhouden of verdraaien ter meerdere eer en glorie van een goed verhaal, is van een andere orde. Bijna iedereen, ook journalisten van de andere kranten, twijfelden aan het verhaal. Omdat het echter de gerenommeerde A. M. Rosenthal was, ging men er in mee. Na een onderzoek van elf jaar kon Bill vijftig jaar later beginnen met de verwerking van de moord op zijn zus en rechtvaardigde daarmee zijn keuze voor Vietnam en het verlies van beide benen.

De moord zelf was al aanleiding genoeg om de levens van alle betrokkenen voorgoed te veranderen, maar het gevolg ervan zorgde ervoor, dat haar familie schrijnend herinnert bleef worden aan die nacht in New York.  Niet uit piëteit voor Kitty maar om het ‘bystandereffect’ ,veroorzaakt door het vermeende gedrag van de omstanders, waarbij de moord telkenmale als voorbeeld werd aangehaald.

Door het onderzoek kwam Bill er pas jaren later achter dat zijn zus in de armen van haar buurvrouw stierf. Alleen al die wetenschap had een totaal andere wending aan het leven van hem, zijn vader, moeder en broers gegeven. In de documentaire wordt pijnlijk duidelijk dat toegeschreven roem tegen wil en dank verstrekkende gevolgen kan hebben. Bill gaat de confrontatie aan met de zoon van de moordenaar, omdat diens vader weigerde. De zoon vertelde altijd gewaarschuwd te zijn geweest voor die beruchte misdadige Genovese-familie, een doekje voor het bloeden om de heftige impact, een vader als koelbloedige moordenaar en verkrachter, met de mantel der liefde te bedekken.

http://hazlitt.net/feature/darn-story-just-didnt-go-away-interview-bill-genovese-and-james-solomon

Beiden hebben al die tijd in een verdraaide werkelijkheid geleefd. Er valt nog veel over te peinzen. Puzzelstukken, die passen of wringen, flarden die op komen zetten of weg zeilen, de indringende beelden die erbij horen. Bill heeft na elf jaar eindelijk een hoofdstuk van het verleden kunnen sluiten en kunnen werken aan een nieuw leven, los van het stigma, los van de vragen, die Kitty hem als jonger broertje heeft geleerd te stellen. Er is geen waarom. Er is.

 

Uncategorized

Nanananana!

Er gaat niets boven een potje raggen in de tuin. Ik weet dat ik één bed tegelijk moet doen en dan de rust weer in acht nemen, maar op de een of andere manier schakelt mijn geest over op de automatische piloot en sjouw en sjor ik achter elkaar door. Nu is tuin ook wel de perfecte plek om ziel en zaligheid te vergeten met het aanwassende werk iedere keer weer.

Hardnekkige kruipers als hondsdraf en bosaardbei groeien niet aflatend door en knevelen elke plant op hun pad. Het middenstuk heb ik aardig bezegeld door er een andere kruiper tegen aan te gooien, de heerlijk geurende lieve vrouwe bedstro met haar prachtige witte bloemetjes in het voorjaar en met lage maagdenpalm die makkelijk op hun plek te houden zijn. Ik begin bij de fruitbomen en graas de grond af. Vooral de hondsdraf is hardnekkig. Ik ontdek dat de kleine geniepigerds zelfs mijn Japanse anemonen aan het belagen zijn geweest en ook de geranium te grazen nemen. De groei blijft staken in een treurige pierigheid. Phlox verheft zich trots en ademt wilskracht om het lijfbehoud. Ik jaag voort. Het leverkruid moet eruit. De springbalsemienen mogen op één te overziene plek blijven. De braam haar loze takken moeten gesnoeid. Daar groeit dit jaar niets meer aan. Waar is het vingerhoedskruid gebleven? De prachtige lupine is gesneuveld aan luis.

Hypericum perforatumHertshooi.

De hibiscus bloeit weer prachtig, maar moet in luister hersteld worden, door wat bonte kornoelje weg te knippen. Ze ruist tevreden met haar takken en rekt zich nog wat meer uit. Een andere wildloper is de hertshooi. Ze bloeit nauwelijks, waar ze nu staat en strekt haar lange vingers waar kleine nieuwe struiken beginnen. Indammen dus en ik bedenk me, tijdens het grissen door, dat ik die gekregen heb van iemand die hem zelf niet meer in de tuin wilde. Ik weet nu waarom en maak er een leerpunt van. Als iemand planten wil doorgeven, omdat ze niet meer gewenst zijn in een tuin, vraag dan even naar de reden. Negen van de tien keer zijn het woekeraars en bezorgen ze je een mijl op zeven aan werk. ‘Bezint eer gij begint’, hoor ik het verleden fluisteren.

Er bloeit nog een exemplaar in mijn tuin, paarse bloemetjes, afgeplatte steel. Normaal weet ik haar bij naam te noemen, maar het heldere denkvermogen is wat beneveld door de overdaad aan arbeid van gisteren. Die groeit echt tegen de klippen op, net als de geurende munt, die zich er doorheen strengelt. Potten zoeken en apart houden is het devies. De groene muntkevers krijg ik er gratis bij. De arme schoenlapper is aan het zieltogen en moet verhuizen naar een wat zonniger stek.

009.JPG

Zo ploeter ik voort en achter mij liggen overal waar ik grasduin, bergen onkruid. Dat is het nadeel, als je geen tijd hebt om het goed bij te houden, maar de komende weken zal dat beter gaan. Ik laat het wat versterven op de tegels, omdat het snel slinkt en daarna makkelijk te composteren valt, maar dan moet ik eerst de uit de hand gelopen compostberg van mij en de buurman aanpakken, want die is veel te hoog en ringslang is verhuisd naar een meer beschutte plek.

Clematis en roos zijn uitgebloeid en de kamperfoelie ook. Oude rozen eruit en wachten op de tweede bloei, rozentakken in de vuurkorf laten versterven. Als ik na vijf uur hard werken naar de auto loop, doet alles me zeer en heb ik even tijd nodig om rust in de aderen te kweken. De endorfine jaagt door het vege lijf, laat aderen zwellen en  handen verkrampen, de vermoeidheid slaat toe als ik rozig in de lediggang duik.

Vrouwelijke goudoogdaas (Crysops relictus)Daas.

De allergrootste plaaggeest die rondwaart in mijn tuin is de daas. Die zweeft hardnekkig om je heen, tot je het niet in de gaten hebt en dan het liefst in een bezweette nek of in de holte van de knie prikt. Ik zwaai, net als de paarden hun staarten, met mijn armen en maai over en langs hem heen. Hij trekt zich er niets van aan. Verbeeld ik het me nou of zoemt ie zachtjes: Nanananana!

Uncategorized

Nog even nergens anders!

Het verhaal was al bijna afgerond en klaar toen ik het selecteerde en knipte. Daarna heb ik het opgeslagen in Word. Het was te persoonlijk, omdat het een beschrijving van een ander zijn leven betrof. Het was een sterk verhaal geworden. Schrijnend maar mooi. Alleen, nog niet geschikt voor publicatie.

Ooit las ik dat je als schrijver ‘sans scrupules’ moet kunnen zijn. Dat vergt nogal wat. Ik besefte bij het schrijven steeds heftiger de impact die het op dat speciale  leven zou kunnen hebben. Het had een stigma kunnen worden, dat voor de rest van het leven zou schuren. Kan ik dat een ander aandoen. Mijn hele schrijvende leven lang ben ik aan het proberen om mijn verhalen te vullen met ‘onherkenbaar’ bekende onderwerpen. Dat is misschien ook wel, waar ik me op toespits. Algemene situaties en mijn eigen persoonlijke beleving komen ruim aan bod. Daar kies ik zelf voor, maar een beklemmende situatie of de grief van een ander verwoorden is van een andere orde.

009

Zodra ik het boek van een gemeenschappelijke kennis lees, die over een gedeelde wereld uit het verleden schrijft, speur ik naar herkenningspunten van een vriendin die daar in voor moet komen. Maar zij is overleden. Dan biedt het troost of soelaas. Bij weer een andere bekende zoek ik hetzelfde. Ook daar biedt het eerder steun. Over de doden niets dan goeds is bij beiden bewaarheid, maar er viel ook geen kwaad woord over te spreken.

014

Met een vriendin bespreek ik die gevoeligheid. Het is makkelijker om over iemand te schrijven als die persoon is overleden. Je kan de al te scherpe kanten milder maken of verzachten. Zelfs voor kinderen of kindskinderen kan een stempel doorwerken. Dat heb ik wel gemerkt bij het uitschrijven van de dagboeken van mijn moeder. daar zaten een handvol passages tussen, waarbij de emotie het had gewonnen van de ratio en die misschien heel anders uitgelegd konden worden als het zwart op wit te lezen stond. Wat is de meerwaarde van een vertekend beeld en daarmee van een gekwetst gevoel, als het niet meer te verhalen valt op de persoon zelf of als het door het tijdsbeeld vervaagde contouren heeft gekregen.

Ooit, jaren geleden, bij een van de eerste blogs, schreef ik over het al dan niet verbergen van kanker voor de omgeving en mijn optiek was, dat ik dat niet eerlijk vond ten opzichte van de achterblijvers. Daarop kreeg ik een schrijven van een nabestaande die iets dergelijks overkomen was en juist in volle bewondering terugdacht aan deze vrouw, omdat ze haar naasten het leed had willen besparen en daar alles voor over had. Er leiden altijd meerdere wegen naar Rome.

029

Het is mijn eigen ongeschreven wet om er rekening mee te houden, waarmee ik het me soms moeilijker maak. De vraag, die zich uitkristalliseerde toen ik dat eerste verhaal aan het schrijven was, ga ik aan de vriend in kwestie stellen. Daar heeft hij recht op. Pas als mijn visie klopt, kan ik aan de verwerking beginnen. Dan weet ik of het juiste licht op de situatie heeft geschenen en kan ik mijn bezorgdheid rechtstreeks neerleggen waar het behoort te zijn en nog even nergens anders.

 

 

 

Uncategorized

Zo’n moederhart dus!

Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang het moederhart gevoeld, zoals het vroeger klopte, als zoons of dochters een avond aan het stappen waren en ik wachtte op hun thuiskomst. Het zijn er vijf. In totaal heeft het arme hart nogal eens overuren gemaakt. Nooit laten merken en me altijd slapend gehouden, kinderen hebben recht op een onbezorgde avond. Daar draagt overbezorgdheid niets aan bij. Bovendien lopen ze niet gauw in zeven sloten tegelijk.

Ingang van woolloomooloo.

Herinnering: Met vriendlief dook ik regelmatig de Utrechtse nachten in eind jaren zestig. Het begon altijd met een kop koffie aan de vismarkt in de Metro, een wijntje in de Vriendschap, dansen bij Woolloomooloo, een uitzwaaier in het Pandje en een afzakkertje in de Bedstee. Als je op tijd binnen was, kon je daar de nacht zelfs doorhalen. Mijn moeder was op de een of andere manier altijd wakker als ik thuiskwam. Ze opende de deur op een kier en sluisde me door  naar boven. Ze moet als de dood zijn geweest voor het feit dat mijn vader wakker kon worden en er wetenschap van kreeg dat zijn dochter op nachtelijke kroegentocht was gegaan. Het huis zou te klein zijn geweest. Een rechtgeaard politieman laat niet met zich sollen.

Nu ik zelf nachten wachtend heb wakker gelegen, begrijp ik als geen ander, dat ze bij het minste of geringste geluid -voetstappen, gemompel-altijd luider dan het feestbeest dacht-gerommel aan de deur, rinkelen van een sleutelbos- wist dat ik in aantocht was. Dat ze het als haar taak voelde om de weg te banen voor het plezier. Het was in  haar ogen onschuldig vermaak. De jeugd had de toekomst en het recht van zelf ontdekken, hoe het leven in elkaar stak. Er sprak een groot vertrouwen uit. Mijn vader zag de beren op mijn pad en voor zijn bureau in levende lijve. Ik was een dochter in het duistere nachtleven en aan de heidenen overgeleverd.

Ik heb mijn kinderen altijd in de waan gelaten, zoals zij mij in de waan lieten dat er niets gebeurde op al die stapavonden. ‘Wat niet weet, wat niet deert’ stond hoog in het vaandel. Bij mijn moeder, bij mij als kind en moeder en bij de kinderen. Mijn vader zou het pareren met het verdict dat we struisvogelpolitiek bedreven. Maar dan wel in de vrijheid om je eigen fouten te mogen maken, bedenk ik me nu.

Ik was het gevoel al weer een beetje kwijt. Het leek altijd verdacht veel op hyperen, zoals ik het noem. Hoog in de ademhaling schieten er beelden door je hoofd, die je liever kwijt dan rijk bent. Niet tastbaar en reëel maar flarden ongrijpbare ellende. Schuivende auto’s, een nutteloos draaiend fietswiel op z’n kop, een gevallen tas en altijd sirenes. Hoe veelvuldiger de beelden worden, hoe hoger die ademhaling gaat zitten en dan komen er de hartkloppingen bij, het getintel, de paniek. ‘Hyperdepiep’ in de gloria. We zijn er weer! Dat was lang geleden.

foto van Natalie Teeken.Als stippen in het zwerk

De oorzaak van de ellende was een sprong in het diepe van dochter en jongste zoon en een vriend van hem. Nee, niet bungeejumpend van een brug af, wat dochter me ook eens achteraf vertelde, maar vanuit een vliegtuig. Samen met een instructeur. Achteraf, aan de hand van de foto’s, weet ik dat ik er beter bij had kunnen zijn, dan had ik gezien welke voorzorgsmaatregelen er genomen worden. Maar nu zat ik mijn nagels te verbijten op bed en te hyperen als in de goeie ouwe tijd. Zo’n moederhart dus,  dat nu trouwens zwelt van trots als ik aan hun heldendaad denk.

Uncategorized

Heerlijke stations.

Ik hou van stations in het algemeen en van het nieuwe station in Utrecht in het bijzonder. Gisteren was ik er even, omdat we met de zussen hadden afgesproken. De mensen die het bevolken zijn in een aantal categorieën in te delen. Je hebt de Wachters, de Drentelaars en de Haastlopers. De wachters zitten er hun tijd te verbeiden. Ze zitten onderuit gezakt of kwiek rechtop. Ze nemen alles goed in zich op, drinken een kop koffie, cryptoën zich  de minuten door en tellen de seconden tot het tijd is om, om het even wat, hun trein, de ontmoeting tegemoet te lopen.

De Haastlopers haasten met een verwilderde blik iedereen voorbij, in een draf of ongegeneerd rennend, met wapperende jaspanden, dansende haren, de hoofden rood en hijgend. Niet zelden sleuren ze een rolkoffer achter zich aan of sjouwen zware tassen. Ze proberen in een oogwenk het ene universum voor het andere te ruilen. Vanuit de drukke menigte naar de zalige stilte van de coupé van de trein, die ze net op het nippertje gehaald hebben om een zucht van verlichting te kunnen slaken. Als dat niet het geval is kijken ze met een bedremmeld gezicht naar de dichte deuren, terwijl de conducteur nog een dreigende waarschuwing laat horen. Niet instappen, want dat levert een fikse boete op. Voor niets gehaast!

Dan heb je de Drentelaars. Die ijsberen ontelbare paden tussen de anderen in. Stapsgewijs en met een zalige nietsziende blik.   Ze zijn met hun gedachten elders of ter plekke maar peinzen over allerlei zaken, wereldse, filosofische en niet zelden wacht hen een ontmoeting, zoals ik gisteren op de zussen wachtte. Die er wel al waren, maar andere zaken te doen hadden in de tussentijd dat we op zus uit Houten aan het wachten waren. Ik drentelde mijn tijd uit, van de lift tot het bolvormige zitding. Het was geen bank, maar je kon er op zitten. Daarna weer terug van zitje tot de lift en observeerde ondertussen die Wachters en Haastlopers. Niets leuker dan dat. Voor me drentelde een meisje. Onze blikken ontmoeten elkaar, bijna een blik van herkenning en ze keek blij verrast, keerde zich toen weer om en drentelde van van me af.

016

Toen de zussen zich bij me hadden gevoegd en we aan het overleggen waren waar zus uit Houten kon zijn, kwam ze op me toegelopen en vroeg of ze iets heel geks mocht vragen. Ze zei: ‘Ik dacht dat U mijn moeder was. Mijn moeder ziet er ook altijd zo uit. U heeft dezelfde kleur haar en soortgelijke kleren aan.’ Ze lachte er ontwapenend bij en klapte het telefoontje open waarbij sierlijke vingers haastig een foto opzochten, de beeltenis van haar moeder. Ik smolt. Ter plekke.  Ze verontschuldigde zich, dat het op de foto niet zo leek, maar bezwoer dat het toch echt waar was. Het beeld van haar blij verraste blik aan het begin en deze bekentenis vielen samen en kregen betekenis.  Ik verzekerde haar, dat ik absoluut wel haar moeder had willen zijn. Ze lachte zonnestralen.  We vervolgden ons weg en ik keek nog een keer achterom. Ze drentelde verder, met een vorsende blik en had haar moeder nog niet gevonden.

de stijlOutCastDanceCompagny in Stijl.

Wij vervolgden als echte Slenteraars onze weg, tijdloos en bedaard. Die was ik nog vergeten. Ook zij zijn op elk station te vinden. Zus stond al een kwartier te wachten bij de piano. Altijd fijn om een baken als herkenning te hebben en een telefoon te hebben die de mobiele gegevens op tijd doorsluist. Ze had geen app ontvangen. We liepen gevieren verder ‘Utrecht in Stijl’ tegemoet.

Ach, heerlijke stations, waar de tijd sluimert of voortraast en waar spontane ontmoetingen zomaar licht kunnen brengen om een hele dag gelukkig om te zijn. Ik hou ervan.

Uncategorized

Buiten spelen!

Het is lang geleden dat iemand me vroeg of ik buiten kwam spelen. Mieke deed het en zo kwam het dat we gisteren, op een dag die aanvankelijk verloren leek, door de slagregens in de ochtend, toch richting Lek togen. Halflange oude broek en een dunne trui, Mieke in korte broek en T-shirt. Schetsboek en grafietstift in de rugzak en door het gras en de distels. Mieke’s eigen ‘blote voeten pad’, gezond kan kosteloos in je eentje. Alleen die distels, dat was wennen. Ze staken stug omhoog en hadden de modus opgevat om terug te prikken als je er per ongeluk op trapte.

053.JPG

De regen was letterlijk weggevaagd door de harde wind, die aan onze koppen trok en ik bedacht me dat ik geen kwast of niks bij me had om door een haastig gedraaide knot te steken. Geen paniek. De sjaal die ik om had, werd als een tulband om het hoofd geknoopt en voldeed aan de norm om het gezicht haar-en uitzichtvrij  te houden. Als de nood aan de man komt is de redding nabij, lispelde mijn moeder van boven.

Het water in de uiterwaarde was bruinig van de klei en het zand. Het was een oer-Hollands tafereel. Zoeen waar je naar kan verlangen als je in den vreemde bent of ligt te verbruinen op een uitheems strand. De brug van Vianen en de horizon van Vreeswijk met daarboven een strak blauwe lucht, waar het wolkenwit witter afstak dan te doen gebruikelijk. Een kleine kudde pinken stond aan de overkant vredig te grazen. Aan de rechterzijde swoeschten de grote windmolens de herinnering aan de wieken van een oude vertrouwde molen weg.

051

We liepen het water in dat bevrijdend tegen de benen opspatte. Het maakte de boorden van mijn broek nat en kieperde alle remmingen en het normbesef over boord. Lang leve buitenspelen. De klei was hard en liet zich nauwelijks kneden. Ik drukte het in de handpalmen fijn en kneedde eerst vier hoofden, die allemaal stuk voor stuk op een facet van de grote vriendelijke reus leken. Roald Dahl zwaaide vanaf zijn witte wolk. Mieke was veel langer aan het kneden dan ik, maar het bleek, dat ze elk hard stukje klei om wilde buigen tot het als was in de handen was. Ik liet de kern voor wat het was, onbewerkbaar en kneedde er een zachte jas omheen. Grappig om die twee technieken te vergelijken. De kenner die de materie doorgrondde en de leek, die voor het vlugge resultaat ging. Bij eb was er meer zachte klei te vinden, dan nu het vloed was en het water opstoomde, wist Mieke te vertellen en we beloofden ons een volgende keer bij laag water.

079

We ploegden het met de tenen omhoog en haalden grote klompen uit het oprukkende water. We sopten steeds verder weg van de droge plek waar de tassen lagen. Mieke wenste zich een beeld toe, dat zo groot was als een sneeuwpop in de winter. Dus vormden, sloegen, hamerden de vuisten de onhandelbare brokken tot een te bewerken oppervlak en spette de modderspatten tot op de bril, op de kleren en vormden een mooi en nieuw grillig patroon. Uiteindelijk werd het een echte Dubuffet, toen we niet met losse klei maar met de hele hompen gingen werken. Fysiek inspannend en toch een bevrijding. Wind om het hoofd en alle muizenissen naar een grijs gebied. Vrij als een vogel!

111

Daarna een tweede optima forma moment, terwijl we aan de ruige randen langs het water zaten en de schetsboeken trokken. Wolken tekenen in grijs is een sensatie op zich. Ik stak het impulsief in door contouren te tekenen, wat lastig was met wolken die zo snel van vorm veranderden. Hoe vang je dat felle wit in grijs. Turen en kijken en ontdekken dat niet de vorm maar het blauw de basis was, alle tussenvormen eerst, in schakeringen. Mieke wees me op de donkere blauwen op de voorgrond en de lichte blauwe achteraan en het feit dat het boven onze hoofden was, wat een totaal ander perspectief geeft. Magritte bewonderen en ondertussen in grafietgrijs vangen wat daar aan het oog voorbij trok. Niets is moeilijker en natuurlijk lukte het niet, maar een nieuwe manier van kijken was geboren. Kijken, kijken en kijken en dan pas vastleggen. Ineens sloeg de vermoeidheid toe, en wilden we naar huis.

125

Langs de koeien en de distels trotserend. Ze staarden ons wantrouwend aan, klaar om op te springen bij een verdachte beweging en lieten de natte neuzen niet aaien, hoe Mieke ook paaide met lieve zachte woorden. Ze hadden het beste plekje van de wereld. Waar kon je anders zo heerlijk buiten spelen als daar, in de uiterwaarden van de Lek.

 

 

Uncategorized

Die kinderhand is nog steeds goed te vullen!

Uncategorized

Stilte scherpt de geest.

Ik slaap als een roosje. Niets bijzonders zullen jullie zeggen, maar dat is het wel, want ik mis mijn nachtelijke uren. De ochtenden met het witte licht, waarbij ik in alle stilte schrijven kan en de woorden zich als zinnen aaneen rijgen met een gemak waar ik altijd nog verbaasd over ben. Sinds de vakantie ga ik er om vier uur even uit en val daarna als een blok weer in slaap.

093

Ik werd om zeven uur wakker van een bladblazer en een bosmaaier. Het zijn beide beroepen waarvan ik het nut waag te betwijfelen met name omdat ze zo’n herrie maken dat het denken ter plekke stokt en omgewroet wordt tot ergernis. De mannen namen ook nog eens de moeite om uitgebreid met elkaar onder het raam van mij in gesprek te gaan. Het geluid echode mijn kamer in en riep mij uit die heerlijke droom weg. Dat dus. Verkeerd wakker gekust, maar met een prachtige droom op het netvlies. Die heb ik maar gauw even vastgelegd, omdat het anders een flard herinnering wordt.

Ik weet, waardoor dat slapen komt. Alle onrust van school is naar de achtergrond verschoven. De tijd behoort mij en niet langer rust er druk op of te ondernemen actie. Ik kan gaan en staan waar ik wil en hoe ik wil. Zo werkt spanning door. De kiem voor eventuele onderliggende stress, maar ook voor een creatieve draai door het ver van me af te schrijven. Hoe moet een mens anders de tijd aan zichzelf houden.

De rust en de stilte ’s nachts geven een totaal andere energie. Het ruisen van het verkeer langs het raam heen verbreekt de gedachtegang meerdere malen en dat maakt het lastiger om de woorden te vinden. De bosmaaier blijft dwingelanderig aanwezig en schoont niet alleen de randen van het grasveld op, maar schuurt evenzeer de zinnen weg. Het is net of iemand met zijn brommer indruk maken wil, door te blijven gassen met zijn handvaten, te indringend om het te negeren. Tijd voor koffie.

Matic AV (1969)

Herinnering: De eerste keer een brommer in handen.  Ik zou een blok rijden om de Zuilense laan en de velden van DSO heen. Net vijftien en geen enkele ervaring. Het was een mooie  Spartamatic van een van de meiden van het handballen. Tijdens de rit begreep ik dat ik vergeten was te vragen hoe je af moest remmen. Ze had het ongetwijfeld verteld, maar in mijn opwinding voor het ritje, dat ik zou mogen doen, had ik niets aan uitleg opgeslagen. Blind was ik op die snelheidsduivel gestapt en toen het asfalt steeds sneller onder me wegschoot, dacht ik pas aan de rem. Er vlamde een lichte paniek door me heen. Ik was bijna bij het laantje waar ik in moest, de bocht zag er angstaanjagend smal uit. Impulsief rukte ik aan het stuur en ineens zweefde ik door de lucht en belandde hard in de greppel, de brommer er half overheen, pruttelde nog wat na en daarna viel de stilte in. Hoe overweldigend luid stilte kan zijn.

Gebutst en blauw kroop ik er verfomfaaid onderuit, brommer was oké, op een enkele kras na. Vriendin was toe komen rennen en meer bezorgd om de brommer dan om mij. Het duurde even voordat ik frank en vrij op mijn eigen grijze brommertje dorst te rijden, waarmee ik elke dag naar Amersfoort moest. Zodra het kon, werd de brommer ingeruild voor een Daf 33. Veilig en besloten.

Ik was nooit op het verhaal van de brommer gekomen als de bosmaaier niet zo lang had staan drenzen. Elke beleving brengt een nieuwe met zich mee. Toch maar weer opteren voor het stille uur en ’s avonds wat vroeger in de veren! Het filosofen-uur verdient het om gekoesterd te worden. Herrie brengt mooie verhalen, maar stilte scherpt de geest.

Uncategorized

Wat je noemt een koopje!

Van de regen in de drup belandde ik, toen bleek dat op maandag alle musea gesloten waren en de regen met bakken naar beneden kwam. De eerste keuze om te schuilen was natuurlijk een troostrijk en duur restaurant voor een heerlijke hartverwarmend kop koffie. Daarna lag er nog de mogelijkheid van een aantal kerkbezoeken, met gelukkig in een van die kerken ook wat kunst. Toch museaal uitzicht.

508

Daarna was het definitief gedaan met de rust en hengelden we winkel in winkel uit. Het was duidelijk en ik moest het volmondig aan mezelf bekennen. Ik ben geen echte shopper. Dat beeld van mezelf dat me ongemakkelijk aanstaart in die paskamer met een grasgroene top aan, die ik normaal gesproken nooit aangeschaft zou hebben en die toch op een knaapje aan de kastdeur hangt, bezorgt me nog steeds rillingen van ongemak.

Foute keuze, fout moment. Ik had niet daar willen zijn, maar met mijn neus in de bloemen, een hortus bewonderen, die mooie kloostertuin, dwalen door de bossen, verdwijnen in een goudgeel graanveld, liggen op de top van een heuvel en niet al slenterend langs alle Sales met hier en daar een mooi antiek geveltje er tussendoor dergelijke stadse veldtochten ondernemen. Maar ja, het regende pijpenstelen en er waren echte winkelaars bij. Dan doe je water bij de wijn.

De enige mogelijkheid om zo’n stads geweld te bezweren is je een opdracht te geven. Zwarte gympen bijvoorbeeld, zodat je met dat doel voor ogen op zoek kan gaan en alles verder links kan laten liggen. Als het dan zo’n waanzinnige groot en compleet aanbod blijkt te zijn, bezwijk je uiteindelijk toch en weer glijdt mijn vinger langs de ontelbaren rekken. Het was wel met een missie, want een zus had voor de zonovergoten vakantie in het verschiet nog wat moeilijk te vinden niemendalletjes nodig. Solidair zoeken we mee.

086.JPGEen van de fonteinmannetjes

Er was een wonderlijke beleving en of dat kwam omdat ik al murw geslagen was door het winkelen, weet ik niet. We hadden de stad al aangedaan, maar herkenden het in eerste instantie niet omdat er de vorige keer stoffenmarkt was met uitgestrekte dubbeldikke rijen stoffenkramen, die het zicht op de historische binnenstad volledig ontnamen. Ons oog viel toen vooral op de fontein achter een van de kramen met grappige kobold-achtige figuren.

082 Het beeldje.

 

We zagen hem de tweede keer onmiddellijk, omdat het een markant punt was op het nu lege plein voor het oude raadhuis. Even dacht ik, het was bijna surrealistisch, dat we in een andere stad waren met exact dezelfde fontein. Niets van de lege stad herinnerde aan het eerste bezoek, slechts een beeldje in een etalage bracht de werkelijkheid terug. Hier hadden we inderdaad al voetstappen liggen.

289De kip

Achter de binnenstad was een oase aan rust, ontvolkt, geen mens te zien. De stemmen weerkaatsten hoog op naar een gouden kip die op de toren blonk en het beeldende vermogen van haar omgeving verried. Het was de plaatselijke kunstacademie met een eigenzinnige bank er voor en in de vensterbank buiten een eenzame vrolijke beschilderde afgetrapte werkmansschoen. Kunst met liefde.

298

Wat kon ik er naar verlangen. Mijn tekenboek vulde zich met grappige momenten en schilderachtige teksten ernaast. Tekenen moet, laven aan de beelden, ‘in prenten’ en opslaan wat je ziet. De grasgroene top ontbreekt, verdrongen, misschien ga ik straks ‘Ton sur Ton’ spelen in de tuin. Kijken of het gras groener is. Er is in ieder geval geen winkel te bekennen, al etaleert alles wat kleur heeft, zich op haar voordeligst. Toch meer een buitenmens van gratis en voor niks! Wat je noemt een koopje!

 

 

Uncategorized

En de boom die wordt hoe langer hoe dikker…!

Mijn vader is vandaag 100 geworden. Daarvan was hij er 79 in dit aardse tranendal en de afgelopen 21 jaar zit hij op een wolk. Tijdens de vakantietochten zijn we hem steevast tegengekomen. Al jaar en dag is de lindeboom onze stamboom, omdat mijn broer eens een ode aan mijn vader en moeder en hun gezin heeft gebracht met het lied The Lindentree. Dit jaar blijft Pa maar posten en ontdekken we zijn naam in alle toonaarden op de plaatsen waar we zijn. We beschouwen het als zijn eigen facebook. Zuslief en ik kwamen hem tegen in de Jochumhof in Steyl. Hij heette Adriaan, maar omdat hij de jongste van het gezin was werd het al gauw Joch, van Jochie en later Jochem. Mijn broer Niek vond vandaag een 100 jaar oud schilderijtje van Jan Steen uit 1917, zijn geboortejaar. En ergens was er een Jouchem Sprinckmeijerweg in Loenen.

315.JPGSteyl.

Als je wilt, ligt de wereld aan je voeten. Mijn vader was een brigadier/wachtcommandant, maar daarvoor was hij rechercheur. Ik kan het beeld nog goed voor de geest halen. Pa in zijn uniform. Hoe hij elke morgen weer de imposante benen in de blauwe broek over de stang van zijn dienstfiets zwaaide en statig rechtop met zijn pet op zijn hoofd en het pistool in de holster om het middel de straat uit fietste. Oneindig veel spannender zijn de foto’s van de tijd daarvoor, toen herinneringen allemaal vervaagden, omdat we te jong waren om ze vast te leggen. Hij nam zijn taken als rechercheur serieus. Op de sepia foto’s speurde hij, als een Columbo avant la lettre de rails of de weg af, zijn kraag omhoog, de hand aan de gleufhoed, schalks op zijn voorhoofd, een shaggie in de mondhoek, turend naar sporen van het misdrijf, ongeval, of botsing. Als hij nadacht, kringelde de rook omhoog, langs zijn gefronste voorhoofd en was hij voor een ogenblik in diepe gedachten verzonken. Associëren en verbindingen leggen was zijn specialiteit.

kerst Patriarch bij uitstek.

Er was ooit  nog eens een hele andere Jochem geweest, die toneel speelde aan de Politieacademie en tapdanste als de beste. Nooit, nooit, nooit hebben we hem meer kunnen verleiden om het een keer aan ons te laten zien. Maar de filmvader hoorde wel bij onze jeugd. Aan zijn hand huppelend naar het jeugdhonk, een zijgebouw van wat niet lang daarvoor nog een klooster was. De enorme filmrollen, het celluloid, mijn vader in hemdsmouwen die de grote spoelen op het apparaat schoof. Het intense donker en de wetenschap dat jouw grote sterke vader in de buurt was, ook al waren de films soms spannend en eng, al ging het niet verder dan de boefjes, Marcellino en Anton en Puntje, maar toch. Vier jaar was ik en de wereld ging open.

Daarna slokte het voetbal alle tijd op en werd hij in onze optiek te fanatiek als voorzitter van de club.  In die periode werd hij ook de politieagent thuis. Te veel aan zijn hoofd, de nachtdiensten, het sluipen door de gang, hou een hok vol kinderen maar eens af van lawaai. De enige remedie was het buitenspelen. Daar vervolgden we onze avonturen terwijl er een kat en muisspel om de hiërarchie tussen alle buurtkinderen onderling gaande was. De ouderen zorgden voor de jongsten, de maan was altijd rond en ‘buut vrij’ kletterde tegen de ommuurde Amandelschool op. We hoepelden en hinkelden ons een weg door de dag en de bal stuiterde tevreden tegen de randen van de autoloze stoepen aan. Pa sliep.

Even dreigde hij teloor te gaan, omdat hij werd neergezet op een onbelangrijke post, kennelijk afgedaan als oudere werknemer, maar na zijn pensioen herpakte hij zich in een oude hobby en bloeide op als docent sportmassage aan de opleiding voor fysiotherapie. Daar was ie weer, na een hele tijd weg te zijn geweest. De goedlachse, hardwerkende, innemende man, waar de studenten mee wegliepen, omdat hij hen met een oneindig engelengeduld de fijne kneepjes van het vak leerde. Wat zou hij trots zijn geweest op beide fysio-kleinzonen.

Het noodlot sloeg toe. De verbitterde Pa, die door het leven gegrepen werd en weggerukt uit de vervulling, die hem aanzien bracht, verpakte zijn verdriet in narrig en boos en drukte zijn stempel stevig op het bestaan. Deels door de beroertes, deels door zijn teleurstelling kon hij eigenlijk niet meer geloven in nieuwe beloften. Men had hem in de tang en van krachtige zelfstandige kwijnde hij, al roerend, boos en driftig, steeds verder weg, tot de opstand alleen nog bleek uit zijn lakende felle oogopslag. Door de nevelen en mist heen kon hij eindelijk zijn ogen na elf jaar lijden sluiten. Het was genoeg geweest. 100 jaar is hem bespaard gebleven. Hij kan trots zijn op zijn nazaten. De stam staat fier rechtop en de boom: ‘Die wordt hoe langer hoe dikker…’

Uncategorized

Niet geschoten is altijd mis!

We zijn weer thuis na een week elders toeven. Pluis steekt haar vreugde en liefde niet onder stoelen of banken. Ze draalt en talmt om mijn benen, laat zich gewillig aaien, geeft kopjes tegen mijn stramme kuiten. De kattenbak heeft hulp nodig en de vloer behoefte aan een stofhapper, maar verder is huis in redelijke staat. Zoonlief heeft er goed op gepast.

640

De plunjetas plofte in de gang, de tas met los/vast in de kamer en de eerste missie was de boodschappen, met drie heerlijke tijdschriften om, wat gisteren nog morgen was, door te kunnen komen met nieuws, ideeën en inspiratie. Het waait hard, stormachtig bijna. In totaal hadden we vorige week zegge en schrijven twee dagen pittige regen. Dus telden we alle zonnige momenten op en die waren er talrijk. Was ik boos omdat de wifi niet doorkwam? vroeg zus. Nee, boos niet want daar werkte het echt niet harder door. Lastig was het als tijdhapper. Ik was gemiddeld twee uur aan het proberen om deze dagelijkse blog te posten. Zonder foto’s of andere tierelantijnen. Zo kaal en recht mogelijk. Eerst in Word schrijven en dan kopiëren en opslaan in die ene tel dat de virtuele wereld zich op een kier opende. Niet te vroeg en niet te laat, anders werd het weer oeverloos wachten. Geduld is een schone zaak, placht mijn vader te zeggen, die daar zelf al te weinig van had.

spanje de bus

Hoe deden we dat op vakantie in de grijze oudheid, toen vervoer nog een busje was met een motor van een Taunus 15 M, er een stuk of acht kinderen ingeblikt zaten in het vehikel en de aardappelen onder onze voeten door rolden. Ik had een dagboek. Altijd en overal. Iedere twee of drie dagen werd er ergens een pauze ingelast om kaarten te sturen. Nieuws voor het thuisfront, in de wetenschap dat dat hen pas zou bereiken als we lang en breed weer in Nederland waren en de herinneringen aan de vakantie een rolletje foto-negatieven en die ansichten waren.

Ik schreef om me later te herinneren wat we hadden ondernomen, maar meer nog, waar ik in was beland. De behoefte om te publiceren was er niet. ‘Waarom schrijf je iedere dag’, vroeg zus. ‘Omdat het voor mij een verwerking is’ denk ik nu. De indrukken komen binnen en kunnen me ter plekke murw slaan of overweldigen. Er zijn momenten die ik zou willen wissen en anderen die ik wil omarmen, vasthouden, maar voor beiden voel ik de behoefte om ze te boekstaven in mijn hoofd eerst en later tijdens het schrijven er de juiste woorden aan te geven. Het is de associatie die me soms steeds verder afvoert van het moment.

206.JPG

Ik ben een denker geworden, een schrijver die denkt en niet direct kan ik meer antwoorden op wat ik ter plekke meemaak. Schrijven brengt dat met zich mee, als een natuurlijke voeding voor het vatten van het beeld in het woord, zoals de fotograaf dat nodig heeft om wat hij waarneemt te voegen in het beeld. Het heeft ook nog een andere oorzaak. Ik hoor slecht. Hang op de grens, want kom nog niet in aanmerking voor een gehoorapparaat, maar mis de helft aan opmerkingen. Ik ben er zo aan gewend geraakt, dat ik overal mijn eigen ondertiteling voor heb gevonden. Dat is lastig soms, want adequaat in een deuk liggen lukt niet als je de clue net heb gemist. Bovendien ligt het gevaar van een eigen invulling op de loer. Het is niet altijd makkelijk.

‘Digitaal’ is fijn om alles te herbeleven. Ik klik de foto’s aan en zie voor me hoe de situatie was, maar vanuit een andere positie dan toen ik er middenin zat. Ik lees de verhalen erbij en dat voelt helemaal goed. Dat maakt dat je er dubbel van kan genieten. Twee keer achter elkaar op vakantie gaan is top. Ze verschillen niet veel maar essentieel op bepaalde punten. Daar draait het om. Zodat ik achteraf nog eens hartelijk kan lachen om een gemiste clue! Niet geschoten-in beeld en woord-is altijd mis!

 

Uncategorized

De puntjes op de i!

We zijn bezig met een hoofdbreker. Nu is dat niet het punt, want ik mag graag een robbertje in het wilde weg denken en daarna door middel van allerlei kleine uitgezette lijnen een volledig nieuw denkweb spinnen. Niets heerlijker dan dat.

Het is een extra puzzelboek in Vrij Nederland met een pittig gehalte aan puzzel en een hoog opzoekgehalte aan geschiedkundige vragen. Tenminste, ik zou niet uit mijn hoofd weten welke rol Robespierre had in de Franse revolutie. Nu weet ik het wel, ondanks de gebrekkige Wifi-verbinding, dankzij het puzzelboekje. Wijs terwijl U reist!

Het bezorgt ons een heerlijk avondje piekeren en peuren. En er worden prachtige vondsten gedaan. Puzzelen zit vast in de genen. Is het niet met woord, dan toch in daad met de vele puzzels in kranten en tijdschrften. Mijn moeder was een fervent aanhanger van de cryptogram uit het Utrechts Nieuwsblad. Ze had een heel weekend om alleen of met behulp van mijn broerminnende puzzelaars de crypto rond te krijgen en voordat de inlevertijd verstreken was op maandag, de envelop door de brievenbus te schuiven, net altijd even voor de stroom uit.

Van de week stopten we bij een jagershuis. Dergelijke restaurants tref je hier doorgaans aan in ‘the middle of nowhere’ te midden van uitgestrekte bossen en na een lange autorit.

Het is onze specialiteit, de autoritjes. Omdat we bij A beginnen maar nooit bij Z zullen eindigen. Schier onmogelijk, er zijn teveel secondenkapers op de vlucht. Het is even hier langs en daar stoppen, al snelwegvermijdend komen we in lengte der dagen niet op de plaats van bestemming aan, wel altijd dichtbij en niet zelden gestrand midden in het ongeschonden en goed verzorgde boerenland, met de prachtige wuivende aren van de tarwehalm of, met als fotogenieke achtergrond, de robuuste maisvelden in dit Nedersaksen.

Er stond een man achter de toog en een zat er op een hoge kruk aan de bar. De tijd leek te hebben stil gestaan. Het was er niet stoffig of vies, ondanks de overvloedige aanwezigheid van het rijke  pluche, het vele hout tegen de wanden en de hertenschedel tegen de muur. Je bent een jager of je bent het niet. We werden met alle egards bediend en het was zeer aangenaam. Die beide mannen die de sfeer droegen van twee oude bekenden die herinneringen ophaalden in de luwte van het dagelijkse bestaan. De witte koppen zacht omlijst door een stralenkrans van de ouderwetse schemerlamp boven hun hoofden, het gedempte praten en de vriendelijke gezichten. De tijd maakte hier een pas op de plaats, hun laatste puzzelstuk sloot naadloos aan bij het geheel. De wereld was buiten. Geen hoofdbrekers meer, geen hiaten die als een wolk bleven hangen. Het voltooide leven met een minzaamheid en tijdloosheid van formaat. Zo kon je honderd worden.

De prijspuzzel over de Franse revolutie is bijna af. Robespierre zit weer op het netvlies. Nooit geweten dat directoire direct volgde op het schrikbewind van Robespierre, omdat dat begrip bij vroeger en oma hoorde en bij niemand anders. Legendarische tenten wit aan de waslijn, die ik me hooguit voor zou kunnen stellen, bij gebrek aan beter, als vlaggestok ten tijde van een overgave. Stof genoeg!

We gaan de special er niet mee redden. Teveel wit en gepieker, maar wat is het toch heerlijk om eens het hoofd over een ander probleem te kunnen buigen, af te stappen van de paden, een geschiedenis in te duiken die al lange tijd niet meer op het netvlies stond en nieuwe betekenissen te leren kennen. Geen dode bezigheid, maar breinprikkelende vragen. Lang leve de vakantie en de tijddoders, de avondvullers, het spel en de spelen op een avond zoals deze.

Straks gaan we weer naar huis. Maar ik hou het er even in, dat hersenkraken. Simpelweg om het geheugen ruim baan te bieden en een vrije hand te geven om te associeren. Niets heerlijker dan dat. 76 horizontaal: Niet-modieuze revolutionairen. ‘Puntje, puntje culotten’. Nu alleen nog de puntjes op de i.

Uncategorized

Met volle teugen!

Het thema is ‘de inwendige mens’ . Dat denk ik. Daar gaat het voortdurend over. Dat is voor iemand, die dat niet op het netvlies heeft, in het begin koddig om aan te horen, maar na het zoveelste uittellen van de calorieën, het wikken en wegen tussen een taartje of een ijsje is het calorie-arme slachtoffer ten einde raad. Handen wringend hoor je het vergelijk aan en de minuscule verschillen wekken spontaan een knarsetandden op.

Hemelschreiend telt de radeloze dader het aantal misstappen en kerft ze in het onbehandelde grenen aan de deurpost van zijn geweten. Weer de plank mis geslagen. Het zijn onvoorstelbaar veel frequenties van eten en drinken, nooit met voorbedachte rade, maar altijd door de verleiding of de blaas en/of hele moeie voeten. Met dat laatste kan ik leven.

Die arme maag moet daarnaast ook nog de overdosis zoet en vet, lees gebak, bratwurst, katenspek, geoliede kippetjes van de markt, zure matjes, mierzoet snoep zien te verwerken tot een minieme afmeting aan calorieën, een onbegonnen zaak kan ik U verzekeren.

‘Elk nadeel hep ze voordeel’ zei Cruyff of vice versa. Een waarheid als een koe en dat kan ik onderstrepen. Dankzij de longaandoening en de drie puffen is het reuk en smaakvermogen gedaald tot 30 %. Dat betekent dat ruim 2/3 aan lekkere verleidingen hun betekenis verloren hebben. Ik probeer het over en over uit te leggen aan de anderen, maar het schijnt een onmogelijk begrip te zijn. ‘Lust je geen chocolaaaa, lust je geen taarrrrrrt, lust je geen toetjeeeeee’ lichte wrevel en ongeloof met hoog trillende uithalen, want zoiets wonderlijks bestaat niet.

Welkom in de wereld van de Kraak-en-Smaaklozen, het Calorie-arme bestaan, de Suikervrijen onder ons. Er valt niets aan te verhapstukken en alle dieet-goeroes delven moedeloos het onderspit. ‘Je bent zo fragiel’, zegt men. ‘Mager of dun’ bedoelen ze. Ik laat het me aanleunen. Prachtig, want doorgaans steekt deze Hollandse met reuzenhoogte af tegen een verfijnde Francaise of een temperamentvolle Spaanse. Ik torende met kop en schouders boven ‘les petites’ uit, maar nu niet meer, bij lange na niet. Nu word ik overvleugeld door de Friese en Groningse invloeden van stavast. De Noorderlijke kenmerken winnen terrein en rukken op. Mijn, van oorsprong met griesmeel geplaveide, vege lijf legt het af tegen de kracht van de jeugd, haar oorsprong en haar genen.

Zelfs de groep achters uit de school overstijgen je waar je bij staat. Je moet van goede huize komen om daar een oplossing voor te vinden.  De aanschaf van plateauzolen is er zo een, maar als je daarvan af stort, is het leed voorgoed geschied. Tel Uw zegeningen.

We eten al drie dagen Schwartzbrot, een imitatie, omdat we de echte niet kunnen vinden. Ze hebben er een dik stuk katenspek bijgekocht Dat laatste behoort ultradun gesneden in mijn beleving. Dit zwoerd en het vel zijn onappetijtelijke knauwers geworden. Goed voor de lijn? Absoluut! Het is al een prestatie op zich als je het verorberd krijgt.

In de greep van de voeding. Het is toch een andere planeet. De wereld van lekkernij en van calorie. Ik val er helaas buiten en kan er niet meer over meepraten, maar heb ook niet de behoefte. Calorieën en weegschalen zijn notoire insluipers, die een gesprek dwingen tot egocentrisch denken.  Nergens anders wordt er zo’n preciese balans opgemaakt over een handeling dan met dat wat de inwendige mens zou moeten versterken. Het is een bron geworden van geestelijke zwakte. Er ligt een film over deze consumptieve vakantie, aar het weer is er debet aan. Nooit hebben we zo vaak moeten schuilen voor deze slagregens. Nu schijnt de zon, dus wie weet. ‘Het kan verkeren’ zei Bredero. Verder heb ik makkelijk praten. De beste stuurlui staan aan wal. Als je niets anders meer proeft dan de structuur van de hap, kost het geen enkele inspanning om het te laten staan. Dus balanceer ik mee. Als zij twee ons zijn bijgekomen, loop ik solidair ook twintig meter meer.

Genieten is een vak, dat blijkt en als er niet meer van te genieten valt, is dat ook een vak op zich, dat is me wel duidelijk geworden. Gelukkig blijft er nog heel veel over om voor te gaan. Dat kunnen we als de beste. Het andere thema is kleding en winkelen, maar daarover later meer. Nu eerst de heerlijke ochtendzon in en de nieuwe dag begroeten, met een heerlijke kop koffie en …je raadt het al….genieten dus. Inderdaad, met volle teugen!