Uncategorized

De rest komt vanzelf!

Sluipenderwijs neemt het denken de overhand en dat maakt dat de helft van alles wat er gebeurd langszij trekt. Het is de weerslag op de laatste enerverende weken, de emotionele rollercoaster, de voorbereiding op een andere fase. Gevangen in een denkhoofd, dat helemaal wordt opgeslokt door eigen beslommeringen of eigen verhalen en dromen, net hoe het uitkomt.

Het maakt niet uit, het is de gebruikelijke pas op de plaats, voeding voor de geest. Ga op je hoofd staan onder het eigen schedeldak en zie wat er gebeurt. Muren worden geslecht, langzamer dan gewoonlijk. Natuurlijk maait de grasmaaier het gras tussen de grijze cellen keurig weg en schept ruimte voor nieuwe ideeen, maar vooralsnog dendert ze op pure willekeur, door mijn breintuin heen. Met gevolg dat er inhammen verschijnen in gebieden waar je dat liever niet zou zien en uitwas op andere fronten. Wat gevangen zit, moet vrij. Althans bij haar daar van binnen.

Vannacht schoot er een droom doorheen van school. Althans van de nieuwe situatie, met de berichten over een overspoeld Duitsland op televisie nog warm op het netvlies, trad het water ver buiten de oevers en zwommen kinderen en ouders in dezelfde vaart met de stroming mee. Ik en mijn duo stonden te wachten op de voorrangskruising, waar ze allemaal voorbij dobberden, daarna vloeide het uiteen.

Wij waren gevlucht omdat ons, koeltjes en afstandelijk, werd meegedeeld, dat we ze niet genoeg hadden geleerd, die arme kinderen. Ik had geen muziekles gegeven, maar rare liedjes gezongen met vreemde stemmen en malle gebaren. Zo deed een goed opgeleide leerkracht het niet. Ik had met gedegen oefeningen moeten komen voor maat en ritme. Tijd om de staat op te maken:

Terug denken aan de periode dat ik met een van mijn lievelingsstagiaires, als de rattenvanger van Hamelen voorop en alle kinderen in een grote rij erachter aan, rakelings langs de grote plas bij de verstopte put in het midden van het speelplein sliertten, terwijl iedereen met een blokfluit aan de mond ‘Ik  ben zo blij, zo blij’  floten, staccato en op de maat. De blije  gezichten, de oplichtende ogen, de overtuiging waarmee ze dapper doorstapten.

Aan de plechtstatige dodenmars voor mol, doder dan dood. Het voortschrijden. ‘Pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pommmmm’ met mol op het kussentje in een lange rij van droefenis.

Aan de mini-operette in het lied: Koning, mag ik je dochter trouwen, op de wijs van een klassieker in een vraag en antwoordspel. Aan de opgetrokken snuitjes als konijn, als we op visite gingen bij Alice in Wonderland en ‘Te laat, te laat’ zongen, de betrokkenheid en de bevlogenheid om zelf van die malle intervallen te verzinnen.

Aan Ubbi en Frummie waarmee we rechtstreeks omhoog vlogen en aan de geheimpjes die we in onze handen bewaarden. We veranderden in stekelige balletjes als we zongen:’Ik ben een raar gevalletje, omdat ik steeds maar prik’. En met Hakim raakten we, bijna in tranen, steeds weer onze knuffel kwijt, of ging het huisje verhuizen en verhuisden we mee. Het lied van de kleine grijze muis: ‘Ik ben zo grijs, ik ben zo grauw, ik wou, ik wou, dat ik zo was’ als zij keek naar de kleurrijke dieren om haar heen en de bezwering van de ander, dat hij alleen maar grijs en grauw wilde, alleen maar jou’ daar smolten we bij weg.

Muziek doorgeven is vooral het bieden van de beleving. Geen droge opsommingen, geen techniek alleen, maar vooral het doorwroeten en doorvoelen van wat er gebeurt, met je hele ziel en zaligheid, als er een noot wordt aangeslagen of gezongen. Hoe het doortrekt en laat huiveren, de fantasie prikkelt en uitvloeit als een grote golf. Dat is hoofdzaak, de rest komt vanzelf!

 

 

 

Uncategorized

Een zegen!

Wat is regen toch een wonderlijk fenomeen. Zo heb je er te weinig van en even later weer teveel. En de goegemeente maar klagen. Het is heel simpel. Als ik zin heb in regen is het nooit teveel en als ik er geen zin in heb, is het altijd te veel. Mijn moeder zei vroeger: ‘Zin moet je maken.’ Dan keek ik naar de druipende was aan de lijn, die mistroostig naar beneden hing en zo mogelijk nog natter was, dan was behoorde te zijn, keek naar de piekende haren in het verhitte gezicht van mijn moeder en haar blozende armen, keek naar mijn doelloze handen in mijn schoot, luisterde naar dat stemmetje in mijn hoofd, dat siste:’ Ik verveel me zo’. En weer naar mijn moeder die met haar handen een handdoek wrong tot een droge worst en mompelde dat zin te maken viel. De lust zakte in mijn schoenen en mijn moeder joeg me de bijkeuken uit.

Terwijl we door de natte oude binnenstad van Oldenburg slierten, jaagt het water mijn springerige Hennaharen over de kling en dwingt ze humeurig naar benedeen. Het ergst zijn de natte druppels in mijn nek die onder mijn zwarte sjaal doorglippen en naar beneden glijden met een verkillende uitwerking. ‘Negeren’,  denkt mijn stoicijns gemoed, maar vergist zich in het effect.

Kerken zijn in NoordDuitsland allemaal open en dat hebben ze met name gedaan om op die regenachtige dagen toch vooral de toerist een onderdak te bieden. Binnen regent het niet en opmerkelijker, soms is zelfs de kerk verwarmd, iets waar een kerk in Nederand nooit geld genoeg voor heeft. Dat laatste is een kwestie van prioriteiten stellen, maar dat terzijde. Ze bieden er schaarse verlichting, de gouden gloed van weleer en altijd weer de zielekaarsen, maar tegenwoordig zijn kerken bij uitstek expositieruimte. Ken uw pappenheimers. Niet alleen beminde gelovigen maar ook de kunstkenners en zoekers pikken hun graantje mee. Het mes snijdt aan twee kanten, want alle musea daarentegen, zijn wel op maandag gesloten enhet regent pijpestelen.

Een andere schuilplaats werd geboden door de Artshop, de kunstkreiss, die Kunstlerinn, noem het en het was er. Tientallen snuisterijen, echte en vermeende kunst en alles om verzopen katers tegen te gaan, onafhankelijk of het van de Duitse droge sloeberwijntjes kwam of niet. Winkels, ik kan ze na drie dagen niet meer zien. In Italie smeken ze om regen en wij zitten, off all places en people, toevallig net in een immense regengebied in het Ost Friesland. Dat is even slikken voor iemand die al jaren bij machte is de zon te bellen op school en altijd vanzelfsprekend goed weer bij feesten en partijen verzorgde.

De toverformule werkt buiten de schoolgrenzen niet goed. Het is de derde zussenvakantie, die half of heel in het water vallen. Waarom hebben we dan zo’n lol, op het moment zelf iets minder, maar later, als we in een appelflauwte het voorval te voorschijn trekken uit de herinnering.

Het regent tranen. Niet van verdriet, maar van de vele gebbetjes. ‘Het leven is een tranendal’ zei Oma en Moe lachte het weg. Ze zong: ‘Het regent, het zegent de pannetjes worden nat.’ Het zegende van boven naar beneden op ieder die het maar ontvangen wilde. Soms vielen soldaatjes op hun gat en dan weer boerinnetjes op hun kinnetjes, maar altijd bleek het een zegen, voor de tuin, voor het effect als de zon ineens doorbrak en druppels parels werden en omdat er na regen immer weer zonneschijn kwam. Toen we gisteren huiswaarts reden, brak de hemel open en zagen we de zon breed uitgestrekt in gouden gloed beloftevol ondergaan. Ze had gelijk. Een zegen!

Tot morgen.

Uncategorized

Ze zijn het stuk voor stuk waard!

Op dit ogenblik spelen de Nederlandse voetbalvrouwen tegen Belgie. Het staat 1-1. Dat laatste doelpunt is net gevallen en net als bij alle voetbalwedstrijden van de voetbalzonen, overheerst de teleurstelling en komt er strijdbaarheid bij Belgie en angst bij de Nederlanders om de hoek kijken.

Als je let op de spelers en hun techniek is het een voetbalwedstrijd die elke man, vrouw, A1 tot en met 17, junior of pupil spelen op eigen niveau. De kritiek van onze lieve thuisspelers liegen er niet om als het gaat om voetbal in et algemeen en vrouwenvoetbal in het bijzonder. Het verschil met de ‘hockeymeisjes’  wordt breed uit gemeten door een onnadenkende achterbuuf.

Zijn ze lesbisch, androgyn, onvrouwelijk? Voetballen ze onder invloed van de genen, de hormonen of van de afwezigheid daarvan? Er zijn hele theorieen over, maar in mijn beleving komen ze allen van de koude grond. De beste stuurlui staan aan wal en zo is het zo vaak met algemeenheden.

De buuf weet me te vertellen, dat hockeymeisjes doorgaans van een–en ze zei het nog net niet-hogere klasse komen. Een achterhaald standpunt. Een vlieger die met de moderne gezinnen van tegenwoordig met hooguit twee kinderen niet meer op gaat. De schatjes van tegenwoordig mogen en kunnen alles bereiken wat er in hun mogelijkheden ligt, van ballet tot alle mogelijke denkbare sporten en vice versa.

Of je nu dealt met een hypersensitieve hockeyer of voetballer, het ontloopt qua gedrevenheid elkaar niet veel. ‘Ze zien er zo mannelijk uit’ is een veel aangehaalde opmerking en daar ligt een vooroordeel van hier tot Tokio in besloten. De wedervraag die te stellen valt is:’Heb je wel eens op noppen gelopen, laat staan jaren lang getraind’. Het is de moete van het proberen waard. Het ligt in dezelfde orde van grootte als het jarenlang trainen met spitzen aan je voeten. Op het laatst kan je niet anders dan met licht uitgedraaide tred je weg vervolgen.

Jarenlang noppen onder je voetzolen vereist een andere balancering. De voeten en in hun kielzog de benen, zetten zich schrap om de juiste balans te vinden bij het hardlopen, de armen en handen spannen zich in een juiste pose om het evenwicht te bewaren. Ik kan het weten want ik heb mijn lieve zonen van pupil tot Topspeler grootgebracht. Inmiddels zijn mijn mannen bijna een herinnering.

Die arme vrouwen van het Nederlandse team, leeuwinnen van het eerste uur, bikkelen zich een weg omhoog, lopen de benen onder zich vandaan, met blunders en hoogstandjes, met een gedrevenheid en enthousiasme en met een teamspirit, waar menig mannenteam nog een puntje aan kan zuigen. En altijd moeten ze zich verdedigen. ‘Ze zien er zo mannelijk uit, ze zijn zo onvrouwelijk, ze hebben veel testosteron, ze komen een paar vrouwelijke hormonen te kort, enzovoort, enzovoort”

Het voelt niet terecht als ze op die manier worden weggezet. De emotie ligt in elke sport op de loer. Een sporter houdt vooral van zijn eigen sport in het bijzonder. Je genen en het soort milieu waarin je opgroeit spelen een grote rol. Niet zelden wordt het verlangen naar godenzonen bij de komst van louter meisjes omgevormd tot een kweken van voetbalgodinnen, zoals er vroeger altijd wel een priester uit een goed katholiek gezin te peuren viel.

Het zijn allemaal, stuk voor stuk, hard werkende mannen en vrouwen uit welke teamsport of solosport ook. Maar bovenal zijn het mensen. Met een passie en een visie, met een drive en gemeenschapszin, met ego en met verantwoordelijkheidsgevoel. Met mensen die zich allen kunnen storten op een doel. Of dat nu letterlijk of figuurlijk zo is. Daar kan je alleen maar bewondering voor hebben en de rest is bijzaak, volkomen ondergeschikt aan hun eigen beleving. Lang leve die leeuwen en leeuwinnen, die goden-zonen en godinnen-dochters, die sportmannen en sportvrouwen anno 2017. Ze zijn het stuk voor stuk waard.

Nederland won van Belgie met 2-1.

Uncategorized

Elkaar ontmoeten.

Zo’n dag dat je een bospad afwandelt, bij het meer uitkomt en langs het fietspad verder wandelt. Levensgevaarlijk begreep ik, want achteropkomende fietsers hoor ik niet bellen, met geen mogelijkheid. Zo’n bel wordt zwierig teniet gedaan door mijn fluittoon en tackelt daarmee onmiddelijk mijn alertheid in verkeerssituaties. Wat  moeten die hoge tonen in het verkeer, ze halen elke stokdove onderuit.

Dat zijn de achteropkomers, maar nu de tegemoettreders. We zitten in Haselunnen net over de grens, maar door de vakhuizen, het karakter van de dorpen en de vele Bierkeller, die we tegenkomen is het onmiskenbaar Duits en dat zet de sfeer. Het opmerkelijkst is de mate van begroeting. ‘Morgen, Chuss, Gutentag, Hallo’, klinkt het ons tegemoet. Het zorgt voor wat verlegenheid als het een groep is, maar vooral bij de enkele begroeter vormt het onmiddellijk een nieuwe vorm van een band door de blik, die kennis neemt van het feit dat je bestaat. Sommige kijken opmerkzaam, sommige nieuwsgierig, weer anderen nemen je tot in detail in ogenschouw en anderen mompelen het schijnbaar achteloos, maar altijd met een contact door de blik.

We blijven niet hangen in de anonimiteit van de Hollander, maar imiteren dit gedrag onmiddellijk, aarzelend eerst nog maar allengs fermer en het resultaat is opmerkelijk. Veelal schuilt er achter de blik een zachte verstandhouding, een onomwonden acceptatie ondanks welke grens dan ook. Die buren van ons. Daar vallen bij ons nog wat stappen te zetten in de contactlegging. Overal klinkt in dat Noorduitse steengebied een gemoedelijke ondertoon, lachende gezichten en een ongelimiteerde aanvaarding van de aanwezigheid van de toerist in het algemeen en de Nederlander in het bijzonder.

Vergelijking: Nieuwegein tijdens een willekeurige wandeling. Zwijgend passeren de eenden, de honden, de mensen. We kijken omhoog, of intens naar het uiteinde van de lijn waar de hond aan zit. Ik schouw de vogels in de buurt als een eventuele begroeting van mij blijft hangen in het luchtledige en de woorden vliegen naarstig met de merel op in de hoogste plataan die ze kan vinden. Een enkele keer doorbreekt een kind of een grappige actie van een hond de stilte door een heimelijke glimlach om monden te toveren.

Elke glimlach die gij uitzendt, keert weer tot U terug’ glimlacht Confucius in mij uit dat kleine boekje met de wijze spreuken van de Jaren zestig en ik ben het wel met hem eens. Zodra mensen deuren openen en zich tonen, verandert er iets wezenlijks. Muren brokkelen af, onzichtbare draden worden geweven om ze direct daarna weer vrij te kunnen laten, maar de toon is gezet. Voor een seconde heeft men notitie genomen van je aanwezigheid, je krijgt, ook al is het maar voor even, een fractie betekenis en al die kleine beetjes, geven je aanwezigheid vorm. Je doet er toe.

Eenzaamheid komt binnen sluipen als je je alleen voelt staan, als de wereld zich niet meer opent, als er geen contact is met de belangrijkste mensen om je heen, als het verleden en de toekomst schrijnen en het heden huilend stil blijft staan. Als je vraag om aandacht blijft steken, een aanraking in de lucht blijft hangen en de muur tussen jou en de maatschappij groter en niet te slechten blijkt. Als je je blijft afvragen of je aanwezigheid verschil maakt. Als het duister valt en de luiken zich sluiten. Om een opening los te wrikken kan de eerste aanzet zo’n onbekende glimlach zijn.

Daar peinsde ik vandaag over in dat kleine wandelingetje langs het meer, waarbij ik meer mensen in de ogen heb gekeken, dan in mijn vrije week daarvoor. Zo gaat het dus. Iemand aankijken, contact maken, begroeten en weer loslaten in de wetenschap dat we gezien worden zonder aanzien des persoons, zonder aanname, zonder gevormde mening, maar als ons hele eigen zelf, elkaar ontmoeten. Vasthouden en meenemen en dan een steen leggen in die niet aflatende stugge vloed van tegemoettreders en achteropkomers. Wie weet!

 

 

 

Uncategorized

We wachten het rustig af!

Mijn broer is een held. In de afgelopen nacht dat wij de slaap probeerden te vatten in het nieuwe vakantie onderkomen, bracht hij zijn nacht door in een sheltertje op een mini postzegel gras grenzend aan het huis.

Dat was hij op zich gewend, want hij trekt er heel vaak op uit. De afgelopen nacht echter, terwijl ik door de Walkuren uit bed werd gedreven, Wodan en Thor tegelijkertijd aan het stoeien waren in het luchtruim, begreep ik in een luttele seconde onder welke omstandigheden Dante zijn hel moet hebben geschreven. Die was losgebroken boven onze hoofden en alle zondaars daalden neer.

Ik kon de slaap niet vatten en in mijn hoofd ontspon zich de strekking voor dit verhaal, maar ik bleef wel krampachtig liggen en hield de luiken gesloten uit angst, dat de bliksem naar binnen zou slaan als ik het ook maar waagde om de laptop open te zetten. Bovendien was er geen wifi aanwezig dus het tijdstip van schrijven was totaal ondergeschikt en van geen belang. Een rustgevende gedachte.

Ik probeerde een foto te maken van het sheltertje, dat als een grote libelle met dichtgevouwen vleugels over mijn broer zijn leven waakte,maar de weergave deed slechts een vermoeden reizen van wat vage contouren. Hij heeft zich er doorheen geslapen. Misschien net als mijn andere zus, als een roosje, maar ik waag het te betwijfelen. Terwijl ik dit schrijf, is hij nog niet uit zijn schuilplaats gekropen.

Herinnering:

Het huis boven op de heuvel in Hombourg, het allerhoogste punt uit de wijde omgeving. Wij bewoonden met 20 goede vrienden tijdelijk deze vakantiewoning. Kinderen en volwassenen achter alle ramen van dit huis dat met haar stralende lichtbundels de ogen richtte op het dal. Als de lucht zich onheilspellend samenpakt en de eerste strijdwagens zichtbaar worden, de eerste flltsen met kracht in de diepte schichten, doven de lichten van het huis en blijven we hangen achter dichte vensters om de vergankelijkheid van de wereld in ogenschouw te nemen. De kinderen hingen ademloos op de vensterbank en ik berekende de kansen op een snelle vluchtroute als het mis zou gaan. De hemel scheurde open.

Vakantieontspanning op het terrein van DOS, Door Overwinning Sterk, de plaatselijke voetbalclub. De schapenhokken verrieden het landelijke karakter en de mate waarin het veld ooit tot de verdedigingslinie behoorde en nu boden ze een veilig heenkomen, als plotseling vanuit het blauwe de donkere wolken zich samenpakten en de hemel zich ontsloot boven onze hoofden.

Teveel makke schapen van vier tot tien jaar in het hok en als er maar een van ons begon te huilen, brak de paniek los en drukte voorgoed een stempel op alles wat een vakantie ontspannen kon maken. Angst voor onweer werd voor eeuwig ingefreesd.

De houtduif koert gemoedelijk, een zus is wandelen en de ander kleurt een mandala, broer sluimert de slaap der onwetenden en zijn tweelingzus ligt ook nog op een oor. De koffie maakt de herinnering aan het onweer zoet, het leven neemt een vlucht en de eerste donkere wolken pakken zich al weer samen. We wachten het rustig af. De vakantie duurt nog een hele week.

 

 

 

 

Uncategorized

Zussen.

Straks ga ik met de zussen op stap. Aan de wandel. ‘Hoe bijzonder is dat’, zegt men. Ooit zijn we samen begonnen aan dit leven, ik als oudste het eerst, een jaar later de volgende, twee jaar later de volgende en daarna na twee jaar een tweeling, een jongen en een meisje. Het klapstuk van een reeks van elf. Destijds was dat heel normaal als katholiek gezin. We schrijven de jaren vijftig.

Geen echte wasmachine, geen televisie, geen telefoon, maar wel een patatsnijder, een schoenenpoetsblik, schuiers en mattenkloppers, een wasketel, een wringer, een paddenstoel van hout om sokken mee te stoppen, een naaidoos, een koffiemolen en een snijbonenmolen en pluchen kleden op de tafel en de typemachine, de ansichtkaarten en de vulpennen. We speelden op straat of tussen de was in de achtertuin. We waren ‘de vijf kleintjes’.

Nicolaaskerk aan de Oude Noord!

De kerk en de kabouters waren belangrijke elementen in de vorming van ons bestaan. De magie van het sprookje, dat zich elke zondag voltrok. De wierookgeuren, de priesters in hun goudbrokaten jurken, de met kamfer en zwart gevulde kerk, zondagse kriebeljurken, kniekousen, latijn dat een tweede taal werd en wat nog steeds opgedreund kan worden. Het theatrale drama met knielen, staan, zitten en weer knielen. Misdienaars die gouden kelken brachten en de bezwerende gebaren en het schrijden van de jurkenman. Het orgel en de liederen, plechtstatig gezongen, het offerblokje dat rond ging en de sok van zwart fluweel aan een lange stok die onder je neus geschoven werd en waar geld in werd gedaan. Zoveel geld, dat je je ogen uitkeek. Het rijke roomse leven.

017.JPGAls een vis in het water. ( 6 jaar)

De kabouters met Rea aan het hoofd in de blokhut achter de Monicakerk waar we alle basisbegrippen van het spel aangereikt kregen om er later, toen ik voor de groep stond, oeverloos van te profiteren, zo zwaar gevuld was mijn mouw, met ongebreidelde fantasie, een hang naar verhalen en sprookjes en samenzang, een verantwoordelijkheidsgevoel voor de groep in het algemeen en de medemens in het bijzonder, de liefde voor de natuur en al wat leeft.

282112_1955097517248_7052878_n

Zes oudere broers die vaderden en wij als een nest jonge poezen  achter hen aan hobbelend of in hun kielzog meegezogen, met schaatspartijen in plusfours met kranten, met kerstbomenjachten, met zwemmen in het Noorderbad, met fietspartijen achter en voorop de fiets. De buurt was een haven, veilig en vertrouwd, waar buren een oogje in het zeil hielden op het grut van elkaar en overal wel een lekkernij te snaaien was. De grote kinderen waakten over de kleinen en zo werden we groot.

Wij bedisselden, kibbelden, deelden, speelden daar tussendoor met als angsten de kinderlokker in het eerste huis bij het braakliggende veld aan de Oudenoord, De bende van de zwarte hand, de tandarts met zijn warmlopende waterboor en zijn grove handen, een losgebroken koe uit het slachthuis achter ons huis en de angst te verdwalen en nooit, nooit meer de weg naar huis te kunnen vinden. Alleen op de wereld als Remy.

Een hele week met de vier meiden en misschien komt broer ook nog langs fietsen. We wandelen, kletsen, winkelen, bezoeken kerken, waar steevast kaarsen worden opgestoken, we delen, we eten, we puzzelen en spelen, we liggen in een appelflauwte van het lachen of discussiëren over het leven en de dagen vullen zich als een warm bad.

001

Al die jaren trekken samen in die ene week, alle tussenliggende jaren ook, maar vooral dat gevoel van vroeger, je hoorde bij elkaar, was op elkaar aangewezen en nu kan je zomaar de jaren overbruggen en delen met elkaar, herinneringen ophalen, elkaars verhalen aanvullen en nieuwe avonturen schrijven. Die rijkdom, de zaligheid, zussen!

Uncategorized

Tot in lengte der dagen!

Met de trein naar Amsterdam om cultuur te snuiven is een beleving op zich. Vanuit huis met een scheurende bus naar het station gereden en daar de kleinstedelijke rust vervangen door een krioelende mierenmassa met schelle aankondigingen die dwars door de tinnitus heen fluiten. Tussen alle gezichten maakten zich al snel drie vertrouwde los. Amsterdamproof tot in het oneindige.

Wat licht talmen en dralen, maar al gauw de juiste weg gevonden en bij Amstel eruit om daar de tram naar het stedelijk te pakken. Ben je de Utrechtse zoevende stavenglijders gewend, dan is een Amsterdammer weer een beleving op zich. Hotsen en botsen en genuttigde cappuccino klaar om in gekarnde melk te worden omgezet. Hoe zou dat werken met een ontbijt?

051

Het museumplein is een schilderij op zich. Je wandelt er regelrecht een mondiaal bestaan binnen en het is een genot om tegen een muur te zitten en alles aan indrukken  de revue te laten passeren en hier en daar een uitsnijding te maken en op te bergen achter de deuren van het hoofd voor later.

Hoeveel kan dat hoofd bevatten. Het verwondert me dat we na de materiekunst van Jean Dubuffet, na een onbekende wereld van Sett Price en zijn Social Synthetic, de sluizen helemaal open kunnen zetten voor de fotografie van Zanele Muholi.

152.JPGZanele Muholi.

Hoe vol het hoofd ook, als er ware schoonheid in contrast en visie op je pad komt, vervaagt alles en ik laat me, week als een lam, meevoeren op de golven van haar ogenschouw bij Somnyama Ngonyama (Hail, the Dark Lioness) haar zelfportretten met onder andere een ode aan haar moeder. Zij heeft veertig jaar lang als bediende gewerkt en Zanele eert haar met attributen van de dienstbaren, de schuursponzen en de knijpers die ze, door het contrast tussen wit en zwart te optimaliseren, regelrechte relikwieën laat worden. Dit werk is nog niet voltooid. Het zullen er 365 worden, voor elke dag van het jaar een. De andere fotocollectie, Brave Beauties, is een portrettenserie en een ode aan de lesbische en transgender wereld, haar wereld in het hedendaagse Zuid Afrika. Je voelt haar verwantschap en betrokkenheid  bij elk beeld dat indringend binnenkomt en een weg zoekt tussen al die eerder opgedane indrukken.

090.JPG

De koffie wordt een surrealistische ervaring in een leeg restaurant op de eerste verdieping. Het witter dan wit, de scheve schilderijen aan de muur, de nurkse ober die verbeten toe sist dat koffie aan de tafel wordt geserveerd en zijn kater van de vorige dag aan het verwerken is, werkt op de knip van de fooienpot. Die blijft dicht.

Maar daarna die prachtige Zanele, die verzacht tot in de diepste vezels. Karakters vangen, tegenstellingen vergroten en het tegenovergestelde effect bewerkstelligen, een omarmen. Een wereld erkenning weten te geven op de juiste tijd en in het juiste uur, dat brengt zij ten voeten uit. Ze is een zielendrager, een kunstenaar.

055

Als daarna nog een vleug Rijksmuseum wordt meegepakt, om een onweer met zo’n onvervalste Ruyschendaalse dreigende lucht erboven te ontvluchten, vang ik nog snel de meester zelf en Rembrandt, maar daarnaast vooral de wereld voor de doeken en blijf ik naar de schouwers en de zieners kijken. Een wereld op zich.  Het Rijks doen we dunnetjes over in de winter, als de zee van toeristen is uitgedund tot een handjevol, Amsterdam weer van de Amsterdammer wordt en het museumplein plein is in plaats van zee.

088

Een cadeau komt altijd onverwacht en is daarom zo intens genieten. Terug treinen als haringen in een ton kon niet meer deren. Het netvlies stuurt zorgvuldig de beelden door voor een helder en stil herbeleven samen met de foto’s. Rest me alleen nog die arme voeten te laven, net zoals de geest. Als alles in balans is, kan de tocht beginnen en daal ik,  tot in lengte der dagen, af.

 

Uncategorized

Het is de warmte!

Gisteren kocht ik bij het Kruidvat, na een tip van mijn zus, een treinkaartje voor onbeperkt treinen op een dag. Ik moet vandaag naar Amsterdam. ‘Niet geschoten altijd mis’ glimlachte mijn moeder in mijn achterhoofd.

Het was een te warme dag. Ik had net van de longverpleegkundige een nieuwe puf voorgeschreven gekregen met twee luchtwegverwijders ineen. Daarbij de boodschap dat ik goed moest naspoelen, omdat de kans op schimmelinfectie in de mond groot was. Met die gedachte was ik nog aan het stoeien. Je krijgt een medicijn om je van een probleem af te helpen en dan heb je er  een nieuwe handeling bij om een nieuw probleem te voorkomen. ‘Al te goed is buurmans gek’, fluisteren de moederlijke wijsheden voort. We nemen maar gevoeglijk aan dat het is zo als het is, maar is dat het dan ook. Wat is wijsheid?
276_1.spiolto

In die flow kocht ik het kaartje, waarvan de werking net werd uitgelegd aan een andere mevrouw, die kennelijk ook zo’n vrij reizen kaart besteld had. De voucher werd onder code via de mail verstrekt. Kruidvat gaf de code op een kassabonnetje. Zo’n floddertje die je met gemak kwijt kon raken als je bijvoorbeeld aan hele andere dingen dacht. Mijn eerst verkregen code ooit, voor het wassen van de auto, had ik met het bonnetje weggegooid, onwetend als ik was. ‘Dat is met recht het kind met het badwater weggooien.’ Mijn moeder knikt instemmend.

11781718_10204599732448409_5532904736403445508_n

Met het nieuw verworven codenummer, zorgvuldig opgeborgen in mijn portemonnee’ ‘een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen'(Ja mam), probeerde ik na thuiskomst het kaartje via een NS app op de Iphone te krijgen. Dat was nog een dingetje. De Appstore stond niet meer op zijn gebruikelijke plek, maar was gaan wandelen naar een derde pagina. Volstrekt zinloos en overbodig zo’n zelfdenkende actie. Of had ik hem er per ongeluk naar toe geveegd. Het zou zo maar kunnen. Bij zo’n begin van een transactie had ik alles moeten laten vallen en me ergens anders op richtten. Ik wist eigenlijk al, dat ik in een verkeerde flow zat.

Ik moest het kaartje voor vandaag hebben. Ondanks alle tekenen van onheil, heb ik toch doorgeworsteld. Keurig netjes aanmaken van een NS account, inloggen, actie verzilveren. Nee dus. Grrrrr. Dan maar gewoon via de printer. Zoonlief schoot te hulp, want hij heeft de printer. Op dat moment werd het noodlot duidelijk. Het was een weekendactie en het stond nu verzilverd op de 22ste. Maar die dag ben ik helemaal niet in de gelegenheid om met een trein te gaan. ‘Goedkoop is duurkoop’ fluistert ze en zweeft de warmte in.

Bij de NS een E-ticket gekocht, 15 euro armer en de 13 van het Kruidvat. Een dure trip naar Amsterdam. Het was de warmte, ik wist het zeker. Ik was eigenlijk door de hitte, zoals Annie M.G. Schmidt het al eens had omschreven, uitgelopen als een pakje boter net als juffrouw Scholte. Alles wat nog mogelijkheden en potentie had, was opgelost in het niets, zweefde net als mijn moeder door het zwerk.

089

Er bleef niet anders over dan het gelaten te ondergaan, er viel ook niets nieuws meer te bedenken. Hoe een mens van slag kan raken door een ondergronds smeulende gedachtegang. Straks maar eens flink puffen en spoelen en dan maar kijken waar het schip strand. (een goedkeurend knikje van boven). Vandaag ga ik, hoe dan ook, met de trein naar Amsterdam. Dat staat als een paal boven water! ( Ze lacht me uit!), want ‘wie niet waagt, die niet wint’. Met een parelende lach verschimt ze weer en verbeeld ik het me nou, of vloog mijn oma in haar kielzog. Het is de warmte. Ik weet het zeker.

Uncategorized

Er zijn geen regels en geen grenzen.

Door toeval kwam ik op het spoor van Helen Frankenthaler. Ze behoorde tot de stroming van het abstracte expressionisme en de Colorfield painting. Door de afbeeldingen die ik zag werd ik nieuwsgierig naar haar ontwikkeling en groei. Het waren op de allereerste plaats heerlijke foto’s van een mooi mens, die, naar mijn mening volkomen experimenteel bezig was met het ontdekken van haar eigen weg. Frank en vrij, dat was aan haar werk af te lezen en aan de hand van haar opmerkelijke uitspraken.

http://www.theartstory.org/artist-frankenthaler-helen.htm

Jaren geleden bij het zetten van de eerste wankele schreden op het gebied van het schilderen, werkte ik met acryl en schilderde foto’s na. Als autodidact moet je ergens een begin maken. Natuurlijk was er van oorsprong mijn hang naar het tekenen, gestimuleerd door zuster Adolpha in de jaren zestig en een belofte aan meer, als de tijd weer van mij zou zijn.

050 Alles mag, zo wordt kunst geboren. Groepswerk.

Door het leven zelf was een en ander waar het mijn persoonlijke ontwikkeling op dit gebied betrof, naar de achtergrond verschoven. Met de kinderen in de groep had het maken van kunst een vlucht genomen. Mijn credo luidde:’Alles mag en alle materialen en technieken zijn vrijelijk door elkaar heen te gebruiken.’ In de kringen leerde ik ze verschillende technieken toepassen. Zo werd het werken met ecoline en kaarsvet, ecoline met sterke lijm, lijm in natte ecoline(totaal ander effect) plakkaat en ecoline, printen met plakkaat, met ecoline en met acryl geboren, met dun papier en dik, met aquarel,met gouache. De druktechnieken met de drukinkt werden middels de oude, op de kop getikte, wringer beproefd. Pas later in de luwte der tijd ging ik zelf weer aan de slag.

Ik had een vriendin in die tijd, die bij mijn prille eerste kunstwerken, die ik vol trots liet zien, slechts vroeg: ‘Van een foto af?’ Mijn enthousiasme om wat ik presteerde, daalde met een snelheid van een troon af naar een kabouterstoel. Het was de ondertoon waarmee het gezegd werd en de achterliggende gedachte, dat ik nog een hele weg te gaan had. Schilderen van een foto af kon echt niet.  Dat vertelde ze mij en daarmee werd de kiem tot een hardnekkige onzekerheid gelegd. Kritiek leveren is een kunst op zich!

Mensen die op die manier naar kunst kijken, leggen zichzelf een beperking op. Ik dacht aan mijn eigen visie naar de kinderen toe: ‘Alles mag’. Er zijn prachtige kunstwerken uit voortgekomen, die gaandeweg het proces hun interessante vorm kregen. We keken naar andere kunstenaars, zoals Pushwagner en ze maakten op grote kartonnen hun eigen maakbare wereld, hun eigen flats met mensen erin en werden allengs enthousiaster voor wat er aan aanbod was. Al experimenterend ontketenden ze andere eigenschappen, in zichzelf én in de materie en ontdekten nieuwe technieken.

Met de materiekunst van de afgelopen periode waren we vrij om alles te gebruiken. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die met afgrijzen naar het eindresultaat kijken, zelfs dat is boeiend om te volgen. Als het esthetische en herkenbaar is, wordt het doorgaans gewaardeerd. Dat is niet mijn maatstaf. Interessanter is de groei en ontwikkeling in het eigen proces, waardoor je tot een volgende stap wordt aangezet. Door te reflecteren op elkaars werk, dat vergelijkbaar is met brainstormen in de communicatie, ontstaan nieuwe inzichten en ideeën.Afbeeldingsresultaat voor helen frankenthaler

De quote van Helen Frankenthaler is me uit het hart gegrepen en het is het enige dat telt: Er zijn geen regels en geen grenzen. Het enige wat telt is de vrijheid om te doen of te laten, waardoor er doorbraken plaats zullen vinden en verrassende ontdekkingen. Lap de regels aan je laars, de kritiek en de stempels en verbindt. Niet alleen in het vormen, maar ook in de ontmoetingen, met het proces als leidraad en de open blik.

Uncategorized

Zodat ik ze tastbaar weet.

In een interview van Evelien van Veen met Anna Enquist in het Volkskrant magazine van een paar weken geleden gaat het over het aanwezig blijven van gemis na overlijden en het verdriet daarom. Haar goede vriend Gerrit Kouwenaar was overleden en de interviewer legt voortdurend de link tussen de vriendschap en de dood, maar ook tussen Gerrit Kouwenaar en haar dochter. Haar overleden dochter Margit komt ook in dat boek in beeld.

Aan alle kanten wordt de zaak belicht en de vergelijking gemaakt met de dood  van haar goede vriend, maar die gaat mank. Gerrit Kouwenaar was een oude man. Hij overleed na een rijk en gevuld leven op 91 jarige leeftijd. Margit was een jonge vrouw, in de bloei van haar leven en overleed na een ongeluk op de Dam op 27 jarige leeftijd. De dode hoek was de oorzaak van het ongeval. Margit zat in de dode hoek van een vrachtwagen die rechtsaf sloeg. Kon je de tijd maar terugdraaien, een seconde was al genoeg geweest en dan de chauffeur beter laten kijken, maar het leed geschiedde.

In de jaren tachtig was een goede bekende, die in de wijkverpleging werkte, op weg naar een patiënt. Ze zwaaide naar iemand aan de andere kant van de weg en lette even niet op. Ze werd gegrepen door een vrachtwagen die achteruit reed en die haar niet had gezien. Op slag dood. Zo heet dat, op slag dood, maar er gaat leed en lijden vooraf in een fractie van een seconde en in een heel leven van haar man en kinderen daarna. Enquist heeft gestreden voor de dodehoek spiegel, waarvoor de aanvraag om verplichting op vrachtwagens al zeven jaar lag te verstoffen. De man die het uitgevonden had, had zelf zijn zoon bij een dergelijk ongeluk verloren.

De volkomen zinloosheid van dergelijke aanslagen op het bestaan, een kleine onoplettendheid, een achteloos gebaar kan al fataal zijn en tonen de kwetsbaarheid van een leven. Hoe moet je de schrijnende toevalligheid, een eeuwig waarom, een plek geven en de invulling ervan als je steeds blijft bedenken hoe het leven had kunnen zijn met haar.

048

Doden lopen altijd met je mee. Je kan ze niet buiten de deur houden, ook al probeer je ze nog zo hard te vergeten, door bijvoorbeeld fanatiek te gaan werken of door het weg te drinken. De dag nadat mijn moeder overleden was, besloot ik gewoon naar school te gaan, maar ik vond mezelf terug, zittend als een zombie op het schoolplein, nutteloos, wezenloos, met het zoet houden van de spelende kinderen maar niet meer dan dat. Verdriet heeft recht op tijd. Hoe lang dat duurt is ‘nicht im Frage’.

Anna Enquist vervangt rouw, een woord waar ze een hekel aan heeft, omdat het suggereert dat de pijn overgaat, door kleur. Verlies verandert in verschillende levensfasen van kleur. Het is een prachtig beeld, maar als de interviewer vraagt welke kleur het nu heeft, antwoord ze indirect met een kleur van het verlangen. ‘Als het niet gebeurd was, dan…’ en schrijnt het dieper dan ooit.

134

Mijn doden zijn mij allen even lief nu ze rond akkeren in die ongrijpbare verte. Net als Anna Enquist heb ik de behoefte om aan ze te denken, over en met ze te praten, over ze te schrijven. Maar niet om ze te onteeuwigen, zoals ze aangeeft, maar om ze te vereeuwigen met een eigen gestalte in mijn hoofd of te verzinnebeelden met de natuur in de havik, de gierzwaluw, de libel, de vlinder, zodat ik ze tastbaar weet op momenten dat het nodig is.

 

Uncategorized

Twee LP’s als bronnenboek.

‘Vraag niet teveel jonge  vriend, want je speelt hier met vuur en ik kan je niet alles laten zien, want de stroom is zo duur aan het worden, ik fluoriseer de borden, rookbommen en lichtsignalen en een oude olielamp in de schuur, tututudu’ Het zingt al twee dagen door mijn hoofd. Ik weet ook wie de kiem heeft gelegd. Dat was de prachtige pad, die uit hout gesneden bij Ospel in het kabouterbos staat aan de zoom van de Limburgse Peel.

414de pad in Ospel.

De tekst is van de LP ‘Maarten en het witte paard’ van Ellie & Rikkert en het is het lied dat de pad Plutonius zingt in antwoord op de vraag van Maarten, die wil weten waar of het licht vandaan komt. Het was voor mij een peulenschilletje om de beelden gestalte te geven in mijn hoofd. Letterlijk zag ik alle ontmoetingen van Maarten met belangrijke lichtmakers voorbij komen. Als tekst en beeld zo sterk blijven hangen, hebben ze tegelijkertijd iets losgemaakt. De spiegel heeft in veel verhalen en projecten die ik voor school schreef een belangrijke vervulling gehad.

Afbeeldingsresultaat

De tekst van de spiegel op de plaat is als volgt:

De spiegel heeft nog nooit gelogen
Kijk het licht komt uit m’n ogen
Als een witte waterval
Nieuwe ogen nieuwe oren
Alles wordt opnieuw geboren
Uit een beker van kristal
Witte wolken witte paarden
En de hemel daalt op aarde
En je huis is overal
In alles om je heen als jij het wilt

Wij waren ons in die dagen aan het losmaken en aan het afzetten tegen het geloof. Deze fantasierijke voorstelling van Ellie en Rikkert was derhalve koren op de molen voor mijn eigen interpretatie dat het ware geluk dichtbij te vinden was.  Elke vorm en elk idee hangt of staat bij de interpretatie van de ontvanger.  Die gaat er uiteindelijk mee aan de haal.

Herinnering: We schreven en speelden een verhaal voor de Nederlandse school van het Lycée international over de avonturen van een meisje met heksenkruid. In dat stuk kwam een ondergronds dier voor, dat enorm bijziend was. Hij had een totaal gebrek aan eigenwaarde. Hij hielp het meisje en als beloning vond hij een kistje met een spiegel erin. Daarop stond ‘De grootste schat ben je zelf’. De blijdschap en de herhaling met dat neuzelende stemmetje: O ik, ik ben, o echt waar? Ik ben de grootste schat’ en de verrukking over het feit dat hij gewaardeerd werd, was hartverwarmend. Waar kleine symbolen al niet groot in kunnen zijn.

Het is bij die twee platen van Elly en Rikkert gebleven. De draad van Ariadne had een heerlijk heksenlied dat welhaast sissend gezongen werd door Rikkert en een flard tekst herinner ik me nog: ‘Het lopend vuurtje gaat van mond tot mond, de paddenstoelen rijzen uit de grond, ik strooi het zaad van al mijn dromen rond, een handvol woorden in de avondstond en het zijn jullie woorden die ik zing, kom, kom , kom kom in onze heksenkring.’ Als ondertoon was er de stem van Ellie die de magische kruiden opsomde: Wilde wingerd, dolle kervel, dodekopskruid etcetera. Als een litanie vlochten de kruiden zich aaneen en het gaf een magische toets aan het geheel.

De tekst vloeide regelrecht het hart in. Wat een prachtige beelden riepen ze op. In die zin hebben ze veel los gemaakt op een cruciaal moment. Weliswaar niet het religieuze besef, maar ze brachten de sleutel, die al die verhalen diep van binnen zouden ontketenen zodat ze rijkelijk vloeiden in de projecten en de kampen die volgden en die, wie weet, alles wat nu beelddenker heet en vroeger gewoon een kind met rijke fantasie was, zullen helpen bij het bevrijden van hun verhalen. Twee LP’s als bronnenboek met een wijdvertakte rivier aan nieuwe verhalen. Wat een rijkdom.

Uncategorized

Een tocht met Chiharu!

 

En de hemel kleurde rood… Daar stopt het boek. Die ene, welke ik al duizend maal geschreven heb in mijn hoofd en telkenmale als ik het uit de pen wil laten vloeien of uit de vingers, stokt het, of verslikt het zich in wat korte memorabilia.

505.JPG

Gisteren overviel me het rode firmament van de kunstenaar Chiharu Shiota in al haar schoonheid. Kunst, waarin je letterlijk wordt ondergedompeld en wat vraagt om een dagdromen over de diepere laag. Er zijn metalen bootjes, waarmee de draden verbonden zijn en zo de verbinding maken met het heelal. Ook lijkt het alsof het fluïdum tastbaar is geworden nu ze zichtbaar naar beneden stroomt en verbonden lijkt te zijn met het verleden, het grijpbare ongrijpbaar.

Als je je hebt ontworsteld aan deze indrukwekkende impressie vindt je haar andere werk in heftige beelden. Naakt liggen haar aderen bloot, met bloed van herkomst maar ook met het nieuwe veroverde Berlijnse bloed, oud mengt zich met nieuw, laat sporen na, brengt nieuwe gedachten en hernieuwde inzichten, maar ook twijfel en onzekerheid, ontworteling en ontbondenheid. Ik staar naar haar besmeurde verwrongen en bebloede gezicht en voel tot in mijn diepste wortels het ontheemd zijn, omdat nieuw niet eigen is, maar oud ook niet meer. Kind van twee culturen.

Het voelt heftig, ik heb de neiging om terug te gaan naar het rustgevende dradenspel, de verwevenheid , maar begrijp pas later, dat het allemaal vormend is en zo krijgt haar queeste gestalte en zal ze uiteindelijk vinden wat haar werk zo duidelijk laat zien. De eigenheid van Chiharu Chiota, Japanse kunstenaar in Berlijn, op alle fronten een zalving voor ontheemden op welke manier dan ook.

607   614   608

De heftigheid is ook die ik herken in de mensen, waarop men haastig predicaten plakt. Men noemt ze de moedelozen, de daklozen, de verslaafden, de verdwaasden, de geesteszieken. In feite zijn het de zoekers en de denkers, de ontheemden pur sang, die blijven speuren naar hun wortels of juist heel hard proberen ze te negeren en te vergeten, omdat het leven destijds zwarter was dan ooit. Op alle fronten zijn ze hard aan het werk om uit de vergetelheid te raken en weer een naam te krijgen anders dan een etiket. Het zijn kleine bolletjes wol die ze bij zich hebben en waar ze verbinding mee proberen te maken. Niet zelden worden draden weer doorgeknipt en is hun podium kleiner dan een fatsoenlijk bed.

Ze overschreeuwen stoer dat vrijheid meer geeft dan wat de maatschappij hen brengen kan, maar die geeft niet de warmte die nodig is bij tien graden onder nul en tipt niet aan het zachte verwarmende weten waar je heen gaat en vanwaar je kwam. Hun queeste is hachelijk en turbulent, de roller coaster die voortdendert terwijl alles om hen heen zich in zekerheid wentelt. Daar moest ik aan denken, in dat ene ogenblik, toen ik de wanhoop op het gezicht las van de met rode verf besmeurde Chiharu.

Eigenlijk wendde ik me onmiddellijk weer af. Als je niet kijkt is het er niet, maar de confrontatie op zich blijft een grote lange dreun na. Ik kom er niet van los. Hoeveel mensen lopen er niet rond, die op die manier op zoek zijn en scheelt het dan dat je familie wel aanwezig is. Ik weet het niet.

Ik ben ook ontheemd. In feite zijn we dat allemaal. Op zoek naar onze wortels, naar een stuk verleden, naar een vader, een moeder, die onmetelijk, grenzenloos, ver weg is en voor mij toch zo bijna tastbaar dichtbij in woord en gebaar.

497.JPG

Maak die tocht met Chiharu en laat je mee voeren op haar emotie, in de wolken van hoop, in de golven van wanhoop, in de volle overtuiging dat wie zo zoeken kan, het zeker vinden zal.

 

 

Uncategorized

Met een veer heen en weer!

Het was een prille ochtend gisteren en na een vroeg ontbijt om acht uur, werd het doel het dorpje Baarlo, omdat daar veel kastelen waren. Maar door een toeval, glinsterende zon op het water, een spiegelend veer in de Maas, werd het een dorp aan de overkant. Het heette Steijl.

https:// youtu.be/z8_kFhxfofw

De heen en weer wolf kwam net aangevaren en hij zag er minder eenzaam, misschien nog een tikje troosteloos, ergo niet helemaal uitgeslapen, uit maar de tocht ging voorspoedig en duurde bij elkaar nog net geen drie minuten. Ergens in mijn achterhoofd zong doctorandus P: ‘Heen en weer, heen en weer, wees nou verstandig mensen’. En ik zag zijn kleine tengere gestalte over het dek schieten. Dit veer was bij lange na niet overvol. Slechts onze auto bracht hij een oever verder.

De zon scheen vriendelijker en uitnodigender door de stilte die het omarmde. Vanaf de oude stadsmuur zagen we de kabbelende Maas, een loze visser aan de kant, waar zijn kleine roeiboot op een afstandje wat doelloos dobberde en de aalscholvers en de meeuwen erboven. Wat een land.

Met een vingerwijzing van mijn vader, de oude Jochem, ontdekten we de Jochumhof, maar kregen eerst nog de tijd om te wennen aan de, in onze ogen verkeerd geschreven, geuzentitel. Het was pas om 11 uur open. Nog drie uur te gaan. Het dorp bestond uit kloosters en kapellen, kerken en gesloten etablissementen. Geen nood. De wandelbenen waren aan, een tocht langs een van de Nederlandse rivieren dan ook, in dit geval de Maas, was een welkom alternatief.

We liepen een heel eind op en lieten gedachten langszij schieten of prezen de schoonheid in die al warmer wordende ochtendzon, de dauwnatte bermen, de stilte doorklieft door de roep van een meeuw en onze intentie vroeg op pad te gaan ondanks een vakantiemodus. Alles was dicht, maar de kloostertuin was open.

Daar stonden de Dahlia’s van oma, de uitbundige springers en de ingetogen bolletjes in lange rijen. Wij griezelden de oorwurmen van vroeger naar buiten, die uit alle kieren en gaten van hun lievelingsbloemen kwamen, als ze een bosje voor mijn moeder had afgesneden en die op de salontafel stonden te pronken in een glas. We wisten toen immers zeker dat ze levensgevaarlijk waren, omdat ze het vooral op kinderoren hadden voorzien en eer je het wist, je oren inkropen. Dan hielp er geen lieve vadertje of moedertje meer aan. Hun uitstekende aanhangsels achter wanhun bruine lijf waren de kromzwaarden, die vervaarlijk opgeheven werden bij gevaar: ‘Ten aanval’.

De oorwurm is een opschepper, want hij steekt niet, hij knijpt, Kleine kneepjes, waar je niets aan over hield, maar onze fantasie was onuitputtelijk bij het zien van deze bruine ridder te vuur en te zwaard. De oren bereikte hij nauwelijks, maar de mare ging rond en het leed was geschied.

De Kloostertuin herbergde twee grotten in het kleien lommerrijke bos erachter. Helaas nog niet open, maar door de spijlen heen was bij het flauwe kaarslicht een Mariaschim waar te nemen. De hele entourage, de vochtige aardegeur, de koude stroming uit de grot en het gefilterde licht door de hoge bomen gaf het een extra dimensie.. In de tweede grot, de olijfgrot, doelend op het hof van Ghetsemane, zagen we door de spijlen Jezus zijn armen naar een vermeende hemel strekken, badend in het licht. Daar had men bedachtzaam een lamp aangezet. Dat het slechts een glimp was, was doordacht en maakte het spannend.

Dergelijke voorstellingen behoorden tot het grijze roomse leven. Mijn moeder had een huppeltje van plezier gemaakt en het was die nostalgie die aan onze weemoedige gedachte trok. ‘ Credo in unum deum, Patrem omnipotentum’ zong het harken van de tuinman en ik rook de geur van de Brem in de voortuin van de Nicolaaskerk.

De Jochumhof was het toetje. Ook even bij mijn vader op bezoek, een hele hof naar hem en zijn grillige eigenwijzigheid genoemd. Ze had gestalte gekregen in de semi wildgroei van kruiden en bomen en zeker zijn stekeligheid, die volop tot schoonheid was uitgegroeid in de mediterrane kas met haar cacteeën en vetplanten, die tot hoog aan de nok rezen. In de teletijdmachine met een veer heen en weer. Wat een dag Limburg al niet vermag.

 

 

Uncategorized

Zo dus!

In een kringloopcentrum tikte ik een boek van Benoite Groult op de kop. Dat is altijd riskant, omdat ik dacht, dat ik alle boeken van Benoite al gelezen had. Deze titel: ‘Uit liefde voor het leven’ kwam me niet bekend voor. Nou zegt dat niets. Het zou kunnen dat ik in de jachtigheid van het leven letters, woorden en boeken consumeer met een verlaagd bewustzijnsniveau, omdat nog honderden andere dingen zich proberen op te dringen. Een gesprek met een verre vriend bijvoorbeeld of een radio die de stilte verbreekt, een Poezenpluis die net zo lang tussen mij en de laptop springt, zodat ik het tenslotte niet meer kan negeren. Als ik er niet met mijn volle tegenwoordigheid van geest mee bezig bent dan verdwijnt de titel als sneeuw voor de zon.

Maar deze dus, Uit liefde voor het leven, daar schrijft ze doorgaans over. Maar dit gaat verder dan de liefde. Dit gaat over ouder worden en over de bril waarmee naar die oudere gekeken wordt. En weer raakt ze me met de eerste gedachtengang die bij me aangewakkerd wordt, als ze haar vragen op ons afvuurt.

De hoofdpersoon is Moira, een vrouw op leeftijd. Ze vraagt zich af waarom het zo voelt, dat de mensen haar niet meer als gelijke beschouwen, dat het lijkt of men dwars door haar heen kijkt als ze een mening geeft. Haar kleinkinderen kunnen niet bevatten dat ze ooit jong is geweest. Oma is immers geboren als oma. Wie is dat kleine sepia meisje op de foto, met die hoepel in haar hand, in dat pierenbadje met haar gebreide badpakje. Die is toch allang dood.

IMG_2835

Oma zijn is meer dan dat, bepleit ze. Kinderen zijn kinderen, niet meer dan dat, nou ja, ze zijn zoveel ontwikkelingsfases als ze groot zijn, peuter, kleuter, schoolkind, puber, adolescent in een. Oma’s en opa’s zijn eigenlijk zoveel meer. Die hebben alle fasen doorlopen en verzameld, krachtig laten uitgroeien tot een persoon, nu in haar nadagen wat doorschijnend, maar met elke vorm van kennis en ervaringskracht over de afgelopen jaren. Ze weten hoe elke fase voelt, ze weten hoe elk kind zich voelt, ze weten, dat er van alles en nog wat roet kan gooien in de zinderende toekomstplannen, de voornemens, het ideaal gestelde doel.

Oma’s en opa’s kunnen als buffer fungeren, als troostdoek, als raadgever, als vangnet. Maar de nieuwe oudere is alleen maar bezig met krampachtig niet ouder te worden en daarmee is men de huidige oudere aan het verschimmen.

Herinnering: Oma komt langs. Mijn moeder waarschuwt ons, want dat betekent minstens deemoedig ondergaan wat ons als lot beschoren is. De litanie van mijn oma rechtstreeks tegen mijn vader gekeerd, over de kinderschaar, de vermeende armoede, de  enorme vracht werk die het met zich mee brengt, aan te horen zonder commentaar. Oma dwingt dat af. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven om mijn lieve, kleine, scheve, kijvende oma, als klein kind achter de vlinders boven een goudgeel boterbloemenbed te zien huppelen of met haar kleine beentjes hoepelend de straat af te zien dribbelen.

Heb ik ooit haar verdriet voor me gehaald toen de twee Wimpies stierven, een als baby en een als vierjarige. Als kind was dat niet mogelijk, maar later toen ik zelf moeder werd. Heb ik me ooit mijn oma als moeder gedacht? In hoeverre ben ik nog moeder voor de oma-zeggers. Het vervaagt, je naam verandert ongemerkt. Ik ben altijd mijn eigen naam geweest voor de kinderen, maar nu heet ik anders, al jaren. Ik heb het gelaten, hardnekkig als het zich vast bijt. If you can’t beat them, then eat them, maar hoe.

Benoite reageert vanuit een overspoelde weemoed, maar heeft ook een punt. Ik heb mezelf  nooit als oma in die zin gezien. Wel als alle personages, samengesmolten in mijn persoontje. Ze komen naar buiten als dansende, poppenspelende, zingende, kleurplatenmakende, slaapliedjes zingende, verhalen vertellende, schrijvende kind, de moeder, de oma. Zichzelf, warrig, fantasierijk en levenslustig. Zo dus.

 

 

 

 

Uncategorized

Een recycle-kans bij uitstek!

Het was gisteren zo’n dag dat alles op rolletjes liep. Een dag van de vloeiende beweging. Lekker vroeg wakker, een uitgebreide blog die uit de vingers viel alsof ie al kant en klaar achter een deurtje in het hoofd gelegen had en het voornemen om bijtijds alles te doen.

Ik had mijn plan voor die dag al gemaakt, eerst de foto’s verwerken van de avond ervoor, dan het dagelijks toilet en daarna zou ik de oppaskat eens in het zonnetje zetten. Het is een oude nijdas, maar hij is ook een beetje zielig. Eigenlijk is het een buitenkat, maar hij durft op deze stek al twee jaar niet naar buiten. Zelfs op het balkon snuift hij drie teugen lucht en verdwijnt dan weer mismoedig naar beneden.

max

Ik had me voorgenomen een tweedehands krabpaal te gaan zoeken. Twee telefoontjes scheelde twee ritten, want daar waren ze niet en bij de derde reed ik langs. Lang leven de kringloop en wat hebben wij toch veel te consumeren. De staat van de binnengekomen goederen wordt steeds beter. Sommige banken of stoelen zien er nog uit als nieuw. Ik liep er snel doorheen en toen viel mijn oog op een vuurkorf. Handig voor het dorre hout in de tuin. Dat zou een hoop gesleep schelen. Voor tien euro mocht ik hem meenemen. Hij was lekker eigenzinnig van vorm. Ik vond er nog een mooie lijst voor vier euro met een bestaand doek erin waar ik weer overheen zou kunnen schilderen. Tel uit je winst, hoorde ik mijn moeder denken.

Bij de kassa stond een oude man. Zijn kraalogen schoten heen en weer. Ze monsterden me van top tot teen en vervolgens viel zijn blik op mijn net verworven aanwinst. Ik tilde de korf op de toonbank en schoof het naar de vriendelijke vrouw toe, die de kassa bediende. Hij interrumpeerde ons bars midden in een praatje met de opmerking dat er wel een plaat onder moest.  Het fenomeen betweter ten voeten uit. Het zette me aan het denken tijdens de rit naar de oude kater.

Ik dwong mezelf in de aardige modus, de man wilde waarschijnlijk alleen maar helpen. Waarom dan die loerende observerende blik. Werd ik gewogen en te licht bevonden? Nee, nee allemaal mijn eigen aannames. Waarom komen die op de gekste momenten op. Hoe komt het dat een opmerking van de een onmiddellijk als hulpvaardig wordt opgevat en dezelfde raad bij de ander als belerend.

Minoes

De kater kwam me al mauwend tegemoet. Ik had mijn vriendelijke PoesPluizenstem opgezet en bleef maar praten met hem. Hij draaide rond mijn benen en gaf kopjes bij de vleet. De krabpaal was snel in elkaar gezet en de speeltjes uitgepakt. Hij bekeek ze met een lodderoog. Als hij een Minoezenpoes was uit  het boek van Annie M.G. Schmidt, dan was hij een narrige oude kater. In een oogwenk had ik de cirkel rond.

De oude kraaloog bij de kassa was het evenbeeld van mijn eenzame oppaspoes. Hij was een groot vat met hele en halve waarheden, die hij met niemand meer delen kon. Daarom hing hij bij de kassa van de kringloop rond en diende iedereen ongevraagd van repliek. Omdat hij zijn slachtoffers bestudeerde alvorens aan te vallen, zorgde dat voor de irritatie.

action8

Ik danste rond de oppaspoes om mijn filosofie van de koude grond, het leverde me een narrige haal op, maar het deerde niet. Onafgebroken bleef ik met hem kletsen en verbeeldde ik het me nou of lichtten zijn ogen op toen ik hem voordeed hoe het krabben aan de krabpaal moest. Weer schoot Minoes door me heen en Annie.M.G die al schrijvend haar karakters met de poezen in het donker op de daken van de stad verbond.

Mijn dag kon niet meer stuk. Met een gerust hart liet ik hem achter. De vuurkorf bracht ik naar de volkstuin, waar ik het gras in de late avondzon maaide en het hout te nat was geregend om te verstoken. Tevreden en voldaan was de gang naar huis. Ik nam me voor om de volgende keer een praatje aan te knopen met de oude iezegrim in de kringloop. Een recycle-kans bij uitstek voor een bijzondere verificatie.

Uncategorized

Nooit is het een brug té ver.

How time flies!

Vandaag worden mijn beide mannen 32 jaar. Ergens in de diepte, maar ook weer zo dichtbij, duiken de beelden van het verleden langszij. Ze overvielen me een maand te vroeg, terwijl ik ’s middags nog op de fiets naar de Gynaecoloog was geweest. In de nacht begonnen de weeën en die namen al snel serieuze vormen aan. Met Vasalis als troost voor mijn pijn en met een goede fles wijn voor mijn verlosser tufte ik met de auto naar het Antonius. Dat lag praktisch om de hoek, dus het was goed te doen. Het was inmiddels acht uur ’s morgens en onderweg viel er nog een wee weg te puffen.

scannen0028

Vrouwen worden dappere overlevers als kinderen om verlossing vragen. Het ging allemaal heel snel en ondanks het feit dat we nog niet helemaal klaar waren met hun ontvangstplek, waren ze meer dan welkom. Wat een bijzonder feest. Een tweeling maakt wat los bij andere mensen. Ineens ben je niet de familie doorsnee, maar ook een beetje bijzonder. Onze ogen waren alleen maar gericht op dit wonder van de natuur. We waren er een beetje stil van en gloeiden van trots, van binnen en van buiten. Pijn en leed, wie maalt er nog om. Bovendien had ik nauwelijks tijd gehad om aan die pijn te wennen. Ze wilden halsoverkop naar buiten in een tijdspanne van 6 minuten.

We werden overladen met mensen en cadeaus, met gelukswensen, met kaarten en brieven en ik zag familieleden waar ik nauwelijks het bestaan van kende. Bijzondere momenten, geboorte van de kinderen, vijf in mijn geval en alle vijf bijzonder. Nou ja vier bevallingen want die van de tweeling telde als een. Zelfde weeën , zelfde pijn, zelfde moeite, met als dubbele beloning, twee totaal verschillende jongens.

IMG_2357

Parels aan het levenssnoer, schreef ik ze vandaag sentimenteel. Laat me heel even dwalen en geef deze romanticus een podium. We leven in het nu, we kijken naar de toekomst, maar ik zal nooit die hoogtepunten uit het verleden vergeten, die van blijdschap en verdriet en bij tijd en wijle vind ik het fijn als een naald in de groef, daar te blijven hangen. Niet te lang, maar toch. Het vormt de basis van de voortgang van het bestaan, het weeft de draden van de wieg tot het graf, een levenswerk met prachtige kleine subtiele en soms groots en meeslepende momenten.

175Knoopjes/detail

Gisteren vormde zich onder mijn handen een stuk verleden tot het heden, omdat ik mijn lievelingsjasje van fijn geweven teer organza goud met roze en mijn prachtige versleten paarse voile jurk verwerkte in materiekunst à la Rauschenberg. Textiel op doek, geschikt, geplakt, getackerd, gekramd, met liefde, zoals het leven zelf. In een volgend werk vervlochten hele putdeksels, deurkloppers, sleutels, in weer een ander een verweesd stuk hangmat, zich tot een persoonlijke mythe.

180Werk van Betteke Mulder.

Een overbrugging van de tijd in twee avonden hard werken. Nog is het niet af. Er glinsteren vissen in woelig water in de gouden zon en er moet nog een laatste snuif verleden toegevoegd. Dan is het klaar. Geen levenswerk, bij lange na niet. Een tweede leven voor mijn lievelingen en daarmee heb ik de brug geslagen van het heden naar toen en weer terug. dat is de kunst. Het verleden koesteren en het heden omarmen en nooit is het een brug té ver.

 

Uncategorized

Haar eeuwige lied.

Het is een slapeloze nacht. 1:05 geeft het scherm aan en ik weet dat dit me gaat bezuren. Nu ik nog niet in slaap gevallen ben, wordt het een lange, hopelijk productieve, nacht. Het komt misschien door de adrenaline, opgewekt omdat de tuin vandaag op alle fronten om aandacht vroeg en ik niet meer wist, waar te beginnen. Eerst een deel van de composthoop afgegraasd en in een zak gestopt, omdat ze veel te hoog werd.  Een doorn in het oog van de noeste tuinders om me heen.

TheWindintheWillows1995.jpg

De zon was er en brandde bij tijd en wijle genadeloos tot er weer een woelige wind langs kwam zeilen en het verhitte voorhoofd koesterde. Toen werd het tijd voor de wilgen. Ik wilde wilgen in de tuin door het boek Wind in the Willows van Kenneth Grahame. Niet om de avonturen van pad, rat, mol en das, maar om de beschrijving van het landschap. Berkshire is de streek die als decor heeft gediend, de streek waar de schrijver zijn jeugd heeft doorgebracht bij zijn grootmoeder. De voorstelling verkleinde zich vroeger bij het uitspellen van het boek in mijn kinderhoofd tot de weilanden bij Amelisweerd en de Theems werd als vanzelf de Kromme Rijn, die zich slingerend een weg zocht. Bij elke bocht wist je niet wat voor schoonheid erachter stak, maar iedere keer weer blies het me van de sokken door het ongerepte, tijdloze spiegelende, waarin de wereld op haar kop stond.

003.JPG

De wilgen aan de zijkant van de tuin moesten laag blijven omdat de buurvrouw daar haar moestuin tegen aan had gevleid. Ik vond het geen probleem. De wilgen ook niet, Die liepen met het grootste gemak en harder weer uit. Ze trokken zich niets aan van het seizoen. Het nadeel was het overschot aan takken. Te vers om te verbranden, te jong en te groen om te vlechten. Een deel versnipperde ik als een rustgevende handzame bezigheid in zakken om naar de stort te brengen als tuinafval. Het was echter behoorlijk veel dus werd de takkenril opgevuld met groen tot het dor en droog zou zijn. In de herfst mocht het pas weer verstookt worden.

Herinnering: De glooiende heuvels in de buurt van Cambridge en de kleine witte cottage dat in de kom van zo’n glooiing met drie andere huisjes het laatste deel van het dorp vormden. Er was een ouderwetse rode telefooncel en een postkantoor annex winkel. Bij tijd en wijle ontsnapten we aan het drukke gezin met de kinderen om wat te wandelen in de zwoele avondlucht die het landschap lieflijk en zacht kleurde nu de traktoren waren verstomd en de koeien na stonden te dampen van de lome warmte. De dag erna gaf een bezoek aan Kings college in Cambridge om later de vermoeide voeten te laten zakken in het verkoelende water van de Cam en te genieten van alles wat romantisch, Brits en tijdloos leek te zijn gebleven. De studenten, de roeiboten en de kano’s en hier en daar zelfs een parasol met roesjes en kant in een sierlijke hand of verbeeldde ik me dat maar. The wind in the Willows ten voeten uit.

010.JPG

De wilgen staan ook aan de voorkant van de tuin. Ernaast loopt het pad en daarnaast de sloot. Het lijkt in niets op Berkshire of op een Engelse klassieker. Het is een echt Hollands tafereel, waar de buurman met zijn groot hoefblad de natuur geweld heeft aangedaan en de zwanenbloem verdreven. Maar verderop bouwt de meerkoet haar zoveelste nest tussen het riet en tiert de zwanenbloem welig. Hollandse luchten en de weide als omlijsting met de dartelende kieviten vervolmaken het beeld. Als ik bijna klaar ben steekt de wind op en ruist en ritselt haar eeuwige lied door de wilgentakken. Een volmaakte zomerdag.

Uncategorized

Tijd voor een podium.

Ik lees een interview van Andreas Burnier met Willem M.Roggeman in de digitale bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het is uitgegeven onder Beroepsgeheimen 2 (1977). Zij is een vrouw die ik altijd bewonderd heb om haar schrijfstijl, humor en scherpte. Met het lezen stijgt de bewondering om de vrouw, die zich geen vrouw voelt en haar denkbeelden die zo specifiek eigen zijn, dat menig mens er een voorbeeld aan kan nemen. Denken door maatschappelijke draden door te knippen en los van de maatschappelijke context het woord, de gedachte, de overtuiging te bezien en er naar te leven.

http://www.dbnl.org/tekst/rogg003bero02_01/rogg003bero02_01_0004.php

Ze durfde het aan om de mannelijke bolwerken te slechten en de visie van Darwin, Marx en Freud van een totaal andere kant te belichten dan ik ooit overwogen heb. Wat ze zegt snijdt hout. Hier is een vrouw aan het woord die haar leven vanuit een open houding verklaart aan de hand van haar eigen filosofie. Bewonderenswaardig om los van wat anderen van jou zeggen, pal achter je visie te blijven staan, die niet zo maar geschoeid is op wat losse denkbeelden maar wel degelijk opgebouwd is uit het vorsen naar de waarheid. Ze zegt onder andere: ‘Het is een voorrecht geboren te worden in een onderdrukte groep’ en ‘Voor de gevestigde kaste, de establishment ofwel het mannendom, is het veel moeilijker tot enig inzicht van belang te komen.’ Hiermee maait ze de gevestigde orde met één regel onderuit. Iets wat fijnzinnig lijkt en waar blijkt, in een wereld van de Trumpen, de Erdogan’s, de Putins.

049

De interviewer maakt een klassieke fout. Bij zijn analyse van Een Tevreden Lach, wijst hij Andreas Burnier op een vermeende zienswijze op literatuur, namelijk dat het een belangrijke sociale functie heeft. Hij baseert het op de openingszin: ‘Elk boek is een gevaar.’ Op de volgende bladzijde echter haalt ze de hele zin aan met de context, die het in een volkomen ander licht zet. Citaat: ‘Elk boek is een gevaar dat de ziel in wil, dat niet de buitenwereld nog eens in woorden overdoet (…), noch een abstracte idee brengt. Wie de ziel in wil moet door het niets heen, dat betekent door de angst.’ Ze verwees naar een psychisch effect. Ze verwijst niet naar concrete of abstracte literatuur maar naar literatuur, die iets openbaart wat normaliter verborgen blijft. Het is literatuur die een diepere laag aanboort middels symbolen en de structuur van de binnenwereld. Ze haalt daarvoor een vergelijk aan tussen Twee jongens, die uit Bartje van Anne de Vries en die uit ‘Le grand Meaulnes’ van Alain Fournier. Het eerste boek is een perfecte waarneembare weergave van de werkelijkheid en daarmee nietszeggende feitelijkheid, terwijl het tweede boek door de dubbele lagen tot in de ziel beroert. En beroeren doet de schrijfster.

Haar schoppen tegen de heilige huizen, het moeizaam omhoog klimmen naar een eigen tijdbeeld en haar eigen rol daarin, maakt dat ze een deel van mijn overpeinzingen is geworden. Deze vrouw, die zich van meet af aan niet thuis voelde in haar lichaam en nu met alle nieuwe ontwikkelingen daaromtrent van meet af aan streed met haar enige wapen, haar pen. Die doopte ze in vileine inkt en schreef schurend haar verzet tegen alle gevestigde overtuigingen in. Losjes, met humor, bijtend met sarcasme, maar ontegenzeggelijk met een diepe overtuiging en eigenzinnigheid gebaseerd op haar eigen ervaringen, haar analytisch vermogen, haar filosofische insteek, haar menszijn.  Het is tijd voor een podium en dus voor de recente biografie van Elisabeth Lockhorn met de intrigerende titel ‘ Andreas Burnier: Metselaar van de wereld’. 

Uncategorized

Ze heeft goud gekost.

Ze zijn binnen, alle vier de #LakdoorTijn. Vrolijke kleuren in een prachtig potje met de laknagels aan de hand van Tijn voorop.

19748909_10210119564925758_3428408471169018045_n

Lak door, staat eronder in hele kleine letters, waarvoor ik naast mijn leesbril ook het vergrootglas nodig heb. Tijn zijn ogen waren goed, die van mij zijn bijna versleten. Het is niet zoals men het wensen wil. Kleine kinderen horen  groot te worden, kinderen te krijgen, als oud mens terug te kijken op een mooi leven.

‘Tijn heeft een steen verlegd’ staat er in een van de vele onthutste reacties op twitter en met recht. Hij is het boegbeeld geworden voor alle zieke en terminaal zieke kinderen in Nederland. Tijn had enorme pech, want er was nog geen Tijn voor hem geweest, die geld had opgehaald voor de stichting Semmy ter bestrijding van die akelige hersenstamkanker. Daar heeft hij nog nooit in zijn kleine zieke leven over gepraat. Wel wilde hij voorkomen dat er nog meer kinderen aan zouden overlijden.

_MG_2408

Tijn had zich voorgenomen om wat geld op te halen voor kinderen in derdewereldlanden die op voorhand vaak kansloos waren om de zes jaar te halen. Hij wilde een soort domino-effect creëren zoals bij de Bucketchallenge met zijn actie #HeelHollandlakt. Het moet hem vooral veel voldoening geschonken hebben, dat dat gelukt is. Voor Tijn moet er dus ook al een Semmy en andere kinderen zijn geweest die het niet hebben gered. Vijftien tot twintig in een jaar in Nederland, lees ik. Met de vervolgactie #LakdoorTijn werd het miljoen dat nodig was voor een machine die de medicijnen op de juiste plek bij deze moeilijk bereikbare tumor in de hersenstam kan plaatsen, een dag voordat Tijn stierf, gehaald. Tijn kan in die wetenschap in alle rust op zijn eigen ster gaan zitten.

Hij heeft de wereld bereikt met zijn dappere actie. Een jongen van zes jaar met meer wijsheid in zijn gelakte pink dan alle volwassenen van de wereldtop bij elkaar. Zijn boodschap om het leven van andere kinderen te verlichten en zijn onbaatzuchtigheid daarin, omdat hij zelf ongeneeslijk ziek was, heeft iedereen aan het denken gezet. Op zoek gaan naar het juiste oplossingsgerichte handelen, dat direct zoden aan de dijk zet. Dat dat vaak dichter bij huis ligt dan je denkt, heeft hij bewezen. Met zijn formule wist hij ieders hart te veroveren.

stichtingsemmy.nl

Ook Semmy heeft een steen verlegd, doordat zijn ouders alle kinderen die net als Semmy een ponsglioom in de hersenstam hadden, wilden helpen met een onderzoek dat nog in de kinderschoenen stond. In het VUmc werd het onderzoek Vonc-Semmy genoemd dat zich richt op alle gliomen in de hersenen van kinderen in het algemeen en de ponsgliomen in de hersenstam in het bijzonder. Prof. DR. G.J. Kaspers werd ambassadeur van de stichting.

Wie naar de site van de stichting gaat, zal zien hoeveel kinderen Semmy en Tijn zijn voorgegaan, met een zelfde moedige en blijde blik. Dankzij Tijns hartverwarmende actie bij Serious Request, die hem vrijmoedig een podium gaven en zelfs een gat lieten zagen in het glazen huis, kleurde hij niet alleen de nagels maar rechtstreeks alle harten. Dankzij de inzet van Youp en Wendy kan de nieuwe behandelmethode naar Nederland gehaald worden en heeft hij niet alleen harten gekleurd, maar is het misschien mogelijk dat er weer een toekomstperspectief geboden kan gaan worden aan deze ernstig zieke kinderen. Inderdaad. Semmy en Tijn hebben de steen van Bram Vermeulen ruimschoots verlegd en al die kinderen die leden aan dezelfde aandoening. Elke stap die het onderzoek dichter bij dit moment  heeft gebracht, moet worden geteld. De weg die bewandeld moest worden was onheilspellend en onherbergzaam. Ze heeft goud gekost.

Uncategorized

Het Geluid van de Stilte.

Het is in die onwennige puberjaren dat er in de onrust in hoofd en hart The Sound of Silence doordrong. Het werd gezongen door twee stemmen die elkaar zo harmonieus versterkten, dat ze bijna opriepen tot het tegendeel van hun bewering.  Ze streken de onzekerheid van het moment glad, gaven uitzicht op een romantische nostalgie, die het verlangen ernaar eindeloos versterkte. Nacht van de stilte, stilte van de nacht. Simon and Garfunkel brachten daarna nog meer kampvuur-verheffende songs, de woorden stroomden moeiteloos binnen en bleven hangen tot in lengte der dagen.

Daar moest ik aan denken toen ik in Brain Pickings las over het boek ‘The Sound of Silence’ van de schrijfster Katrina Goldsaïto en de illustrator Julia Kio. Het kleine jongetje Yoshio komt te midden van het stadse geweld een vrouw tegen die de koto bespeelde. De jongen bewondert het mooie geluid van het instrument en de vrouw antwoordt hem, met een serene glimlach om de lippen, dat het mooiste geluid het geluid van de stilte is. Vervolgens gaat Yoshio op zoek naar die stilte, maar hij hoort overal geluiden, zelfs in de stilte van de badkamer maakt het water dat uit zijn haren over zijn neus loopt een zacht druppelend geluid. Dan gaat hij op een zeker moment ’s morgens heel vroeg naar school, leest een verhaal en daar overvalt hem waar hij al zo lang naar op zoek geweest was. Totale stilte, hij hoort zelfs zijn eigen ademhaling niet meer. Alles binnen in hem voelt stil, vredig als een tuin nadat het gesneeuwd heeft. De stilte was er al die tijd al.

The Sound of Silence

Op dat moment begreep hij dat stilte niet de afwezigheid van geluid was, maar het bewustzijn om te luisteren naar die eigen innerlijke stilte.

029Oefenen voor een optreden.

In de groep is de vrijdag de meest hectische dag van de week. De kinderen zijn al een beetje moe van de hele week hard werken, het weekend komt er aan. Er zijn voorbereidingen te doen voor de weeksluiting en voor eventuele optredens, decor moet gemaakt, kostuums verzonnen, de handelingen worden droog geoefend en dan slaan de zenuwen toe. Het is tijd voor de bekende pas op de plaats.

De mantra in Tibetaans schrift op de bladeren van een lotusbloem

We hebben onze eigen modus gevonden. We pakken met duim en wijsvinger met twee handen de zon hoog boven het hoofd en laten die langzaam naar beneden zakken op onze schoot. Dan doen we de ogen dicht, halen diep adem en concentreren ons op onszelf. Dan herhalen we een paar keer de Tibetaanse mantra ‘Om manipadmé hum’. Het werkt altijd. Diep van binnen daalt de rust neder. Dat kleine ritueel, dat een mix is van verschillende vormen van geestverruiming, is precies wat we nodig hebben om het laatste stukje van de middag aan te kunnen. De herhaling versterkt het en de kinderen vragen er zelf om.

007Het opkomende witte licht.

Het heeft lang geduurd eer ik begreep hoe die innerlijke stilte klonk. Rusteloos ernaar verlangend en zoekend, middels yoga en andere vormen van bewustzijnsverruiming, vond ik het niet. Ik streefde mezelf voorbij. Dankzij het schrijven en het pure waarnemen, niet langer afgeleid door hartenklop of adem, maar door het ondergaan van het moment. Geen hollende gedachten meer, geen binnenstromende fantasieën, maar het niets, dat binnen komt glijden in het nachtelijk uur of tijdens het witte licht in een vroege ochtend met een koele bries door het open raam langs het hoofd.

Geen yoga, geen mindfulness, geen rebalancing maar het eigen Geluid van de Stilte. Er komt een moment, dat je er niets anders voor nodig hebt dan je Zelf.