Uncategorized

Het Geluid van de Stilte.

Het is in die onwennige puberjaren dat er in de onrust in hoofd en hart The Sound of Silence doordrong. Het werd gezongen door twee stemmen die elkaar zo harmonieus versterkten, dat ze bijna opriepen tot het tegendeel van hun bewering.  Ze streken de onzekerheid van het moment glad, gaven uitzicht op een romantische nostalgie, die het verlangen ernaar eindeloos versterkte. Nacht van de stilte, stilte van de nacht. Simon and Garfunkel brachten daarna nog meer kampvuur-verheffende songs, de woorden stroomden moeiteloos binnen en bleven hangen tot in lengte der dagen.

Daar moest ik aan denken toen ik in Brain Pickings las over het boek ‘The Sound of Silence’ van de schrijfster Katrina Goldsaïto en de illustrator Julia Kio. Het kleine jongetje Yoshio komt te midden van het stadse geweld een vrouw tegen die de koto bespeelde. De jongen bewondert het mooie geluid van het instrument en de vrouw antwoordt hem, met een serene glimlach om de lippen, dat het mooiste geluid het geluid van de stilte is. Vervolgens gaat Yoshio op zoek naar die stilte, maar hij hoort overal geluiden, zelfs in de stilte van de badkamer maakt het water dat uit zijn haren over zijn neus loopt een zacht druppelend geluid. Dan gaat hij op een zeker moment ’s morgens heel vroeg naar school, leest een verhaal en daar overvalt hem waar hij al zo lang naar op zoek geweest was. Totale stilte, hij hoort zelfs zijn eigen ademhaling niet meer. Alles binnen in hem voelt stil, vredig als een tuin nadat het gesneeuwd heeft. De stilte was er al die tijd al.

The Sound of Silence

Op dat moment begreep hij dat stilte niet de afwezigheid van geluid was, maar het bewustzijn om te luisteren naar die eigen innerlijke stilte.

029Oefenen voor een optreden.

In de groep is de vrijdag de meest hectische dag van de week. De kinderen zijn al een beetje moe van de hele week hard werken, het weekend komt er aan. Er zijn voorbereidingen te doen voor de weeksluiting en voor eventuele optredens, decor moet gemaakt, kostuums verzonnen, de handelingen worden droog geoefend en dan slaan de zenuwen toe. Het is tijd voor de bekende pas op de plaats.

De mantra in Tibetaans schrift op de bladeren van een lotusbloem

We hebben onze eigen modus gevonden. We pakken met duim en wijsvinger met twee handen de zon hoog boven het hoofd en laten die langzaam naar beneden zakken op onze schoot. Dan doen we de ogen dicht, halen diep adem en concentreren ons op onszelf. Dan herhalen we een paar keer de Tibetaanse mantra ‘Om manipadmé hum’. Het werkt altijd. Diep van binnen daalt de rust neder. Dat kleine ritueel, dat een mix is van verschillende vormen van geestverruiming, is precies wat we nodig hebben om het laatste stukje van de middag aan te kunnen. De herhaling versterkt het en de kinderen vragen er zelf om.

007Het opkomende witte licht.

Het heeft lang geduurd eer ik begreep hoe die innerlijke stilte klonk. Rusteloos ernaar verlangend en zoekend, middels yoga en andere vormen van bewustzijnsverruiming, vond ik het niet. Ik streefde mezelf voorbij. Dankzij het schrijven en het pure waarnemen, niet langer afgeleid door hartenklop of adem, maar door het ondergaan van het moment. Geen hollende gedachten meer, geen binnenstromende fantasieën, maar het niets, dat binnen komt glijden in het nachtelijk uur of tijdens het witte licht in een vroege ochtend met een koele bries door het open raam langs het hoofd.

Geen yoga, geen mindfulness, geen rebalancing maar het eigen Geluid van de Stilte. Er komt een moment, dat je er niets anders voor nodig hebt dan je Zelf.

Uncategorized

Het mausoleum van een klein leven.

Beeld uit het verleden: Een jongen met een groot lijf, te groot, omdat zijn armen langer waren dan zijn bovenlijf en zijn benen evenzeer. Handen als kolenschoppen omknelden een pop. Met zoete fluistering liep hij verwaten over de markt van Wageningen. Zij had een wit dekentje om haar heen en zweefde vlakbij het gezicht met de slierten ongekamde haren als een natuurlijke omlijsting om het gladde bolletje. Die lieflijke koestering van dat kleine door die grote man met de onbereikbare ogen en zijn onbehouwen schreeuw er tussen door. Onmacht en onwetendheid ineen.

In de lange lichtgrijze hoge gangen van huize Solglytt zat een oude vrouw op een stoel, naast haar stond het tafeltje. Ze had het servetje van de lunch bewaard en plukte er voorzichtig aan tot ze vier velletjes uiteen had gerafeld. Een reep zonlicht viel op de muur achter haar en vergrootte haar silhouet uit. Omstandig schikte ze de doorschijnende papiertjes op de tafel, streek ze keer op keer nog gladder. Daarna schoof ze haar pantoffel uit en zette die omzichtig op die tere kleedjes. Ze keek er schattend naar, het hoofd iets scheef en er verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze haalde iets uit de zak van haar schort en voorzichtig vleide ze het met twee handen in de pantoffel. Ze schikte en herschikte en toen ik dichterbij kwam, zag ik, terwijl haar dunne stem een ouderwets lied neuriede, de keutel, keurig bewaard. Haar ogen lichten op. In innige tevredenheid was ze mijlen ver terug gedoken in haar herinnering.

181.JPG

Het zijn beelden in mijn hoofd. Er zijn geen foto’s van. Die heb ik ook niet nodig , want elke foto zou te kort geschoten zijn in de weergave van die bepaalde sfeer, die het op dat moment opriep. In het boekje Reflecties van Bernlef staat een klein gedicht:

Zij is de weg kwijt, zegt men

maar zie haar besliste tred

op weg naar het poppenhuis.

Miss Marple First Image.jpgby Gilbert Wilkinson  (December 1927 issue of The Royal Magazine)

De woorden versterken het beeld dat Bernlef oproept. Hoe deze mensen er uitzien behoeft geen detail, in grote lijnen zien we de reus van een man met de babypop benen over de markt, de tere oude vrouw als een schim van zichzelf, de vrouw die Bernlef oproept met Miss Marple-achtige tred op haar doel afstevenen. Het gaat om de contouren, de blik die we vangen in het woord, het handelen. Er zijn veel momenten vastgelegd en met de digitale fotografie is het eenvoudiger dan ooit, te veel soms haast. Vergeten we te kijken en waar te nemen zoals vroeger of eens?  In het Rijksmuseum is op het ogenblik de tentoonstelling Modern Times. Het schetst een tijdbeeld.

Ik zie mijn verkleurde foto’s uit de jaren zeventig, altijd mistig door de rook. Soms haarscherp, soms wat in de vergetelheid geraakt, maar nooit nietszeggend of vluchtig. De hand die het analoge toestel vast had, het dichtgeknepen oog, de kalmte waarmee de afdruk werd vereeuwigd en de mystiek van het bezegelde tijdsbeeld zijn diep verankerd.

029

Ik heb ze allen lief. De beelden in mijn hoofd en het tastbare verzamelde leven onder mijn bed en in de fotoboeken, de vele doorleefde momenten die opgeborgen zijn in de computer en haar zolder. De kunst is om ze te vangen in woorden en zo de sleutel te vinden tot hun derde dimensie, een wereld erachter, waar iedereen in mee mag wandelen. Het mausoleum van een klein leven.

 

 

 

Uncategorized

Zet het hart maar open!

‘Alsof de duvel er mee speelt’, fluistert mijn moeder in mijn oor en glimlacht. In een blog van een van mijn trouwe lezers lees ik de volgende woorden: ‘Emoties kun je uitschakelen.’ Vandaag ga ik een dag van heftige emotie tegemoet. Ik weet het.  Straks gaan de tranen rijkelijk vloeien en ik zal er niets aan doen om ze te stoppen.

Het zijn tranen van liefde, van weemoed, van gemis. Ze rijgen zich aaneen als ik alle koppies voorbij zie snellen. Kinderen die we op de glijbaan hijsen voor de laatste keer. Die we, met hun stapel overwinningen van dit jaar en een cadeau uit de deur in de veilige armen van de volgende groepsleerkracht laten glijden. Dag, dag lieve….. dag, een kusje hier een kusje daar, een traantje en een lach.

scannen0858

Emotie stroomt over en eist haar plek. ‘Hier ben ik’ en ik wil en kan niet anders dan haar, dat gevoel, te laten stromen. We, mijn lieve duo en ik, zijn blij voor jullie, maar tegelijk verdrietig omdat aan deze fantastische periode een eind is gekomen. Nu nog dwingender omdat er niet alleen aan de periode van twee jaar, maar aan alles een einde is gekomen.

De groep is kaal geplukt, alle attributen voor het onderwijs-is-een-feest-rolkoffertje zijn meegenomen. De opvouwbare poppenkast, de kamishibai, de vingerpoppetjes, de twee struisvogels. Ze worden eigenhandig gerestaureerd. Eigenlijk vormen ze een draagbare Overkant, nog mooier, een overdraagbare Overkant, mijn missie voor het volgende jaar.

059

Gisteren werden de gangen volgepropt met de spullen van de andere school. Het was nog net te vroeg. Ik wilde en kon even niet teren op het verzachtende prachtige afscheidsfeest. Er werd met een hete adem in mijn nek geblazen, terwijl ik bezig was aan mijn laatste loodjes. Uitstel tot vanmiddag een uur was kennelijk niet mogelijk.  Daarna trek ik de deur dicht, laat duizenden voetstappen achter terwijl tegelijk mijn stempel wordt uitgewist. Het zij zo. Emotie kan je uitschakelen? Absoluut niet.

Darwin: The Expression of Emotions in Man and Animals

Zonder vergiet, maar ook zonder de totale euforie van vrijdag zou ik een robot zijn. Hoe geef je empathie handen en voeten als je niet meer de intensiteit van verlies, vreugde, liefde, boosheid mag uitdragen. Ik schrijf in de verslagen vaak over de ogen, als de spiegel van de ziel. er zijn kinderen die diep van binnen blijven zitten, die een minzaam glimlachje voor je bewaren. Dat schuchtere glimlachje zegt evenveel als die schaterlach van de buurman. Lees de ogen en voel wat daar staat. Laat het regelrecht binnenkomen en je zal merken dat de kleinste vorm van emotie evengoed een podium heeft.

069-001Michaël Borremans

Dat is precies wat er fout is aan de bovenstaande zin. Emotie is er altijd, maar de vorm waarin het gegoten wordt, verschilt. Straks kan ik niet anders dan dweilen met de kraan wagenwijd open. Dat weet ik omdat we er vorig jaar en de jaren daarvoor achteraf de vloer mee konden dweilen. We doen het weer, onbeschaamd en onvervalst. Lieve Overkant bedankt voor alle jaren, of ze nu van een leien dakje gingen of niet. Bestuurlijk en organisatorisch gezien soms een gevecht, maar vakkundig gezien, samen met ouders en kinderen, een meesterlijke periode in mijn leven.

Lang leven het vermogen om op de toppen van het gevoel te kunnen leven. Een sentimentele oude dwaas, maar wel een die daar zelf het hardst om lachen kan. Dát is de kracht van de emotie en daar gaan we voor. Op naar de laatste slag die nog genomen moet worden. Cadeautjes klaar? Zakdoeken klaar? Zet het hart maar open!

Uncategorized

De laatste loodjes.

‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’, bromde mijn opa als hij een klus bijna geklaard had en nog even de beuk erin moest gooien. Meestal parelden de zweetdruppels op zijn voorhoofd en in zijn nek. Dan stopte hij even, haalde hij een grote boerenzakdoek uit zijn broekzak en poetste daarmee omstandig zijn hoofd en nek droog.

Mijn opa was timmerman en meubelmaker, maar de klussen waar loodjes aan te pas kwamen, waren van een andere aard. Behangen of witten, iets leeg halen en weer inruimen. Een kleine verbouwing en dergelijke.

Dat laatste is gaande op school. Twee scholen samenvoegen is een overkill aan alles. Onder onze handen worden de meubels weggetrokken om de meubels van de andere school er voor terug te krijgen. Een kamer wordt omgevormd tot een taalklas, het gezellige zitje in de teamkamer verplaatst naar het documentatiecentrum, kasten die dubbel zijn worden weggehaald en doorgegeven. Er werd zelfs gisterenmiddag een digibord geplaatst tegen de muur van mijn digi-prehistorische lokaal. Vroeger zou men dit een volksverhuizing hebben genoemd. Dat is het ook, want iedereen komt op een andere stek.

Mijn afscheid is al geweest, maar de veranderingen schuren nog steeds een beetje. Omdat er sprake is van het verdwijnen van een era, om met Tolkien te spreken. De jenaplanschool heeft precies 41 jaar deel uit gemaakt van IJsselstein. Ooit bewust gestart door ouders en twee leerkrachten, die de vernieuwing aan durfden en de sprong in het ongewisse maakten.

8FC7.tmp

Tien jaar later klopte ik met mijn kinderen aan de poort van dit eigengereide schooltje. We maakten een spurt met ervaringsgericht onderwijs, het ontdekkend leren zetten we op de kaart. In de gloriedagen waren er activiteiten, die in Reggio Emilia, het bolwerk van het Ervaringsgericht Onderwijs, niet zouden misstaan. Ik herinner me een kunstwerk dat midden in de groep hing en per dag groeide en groeide omdat er weer wat aangeknoopt werd of iets erin verweven. Een fiets die omgetoverd werd tot kunst, door repen stof tussen de spaken te vlechten, om het stuur te winden, geen stuk metaal bleef ongedekt. Zingend werd dit megawerk voltooid. De manshoge dinosauriër in de gang die de pepernoten had opgegeten. Een berg van papier-maché, van wel een meter hoog, waar een echte skischans compleet met huizen en lichten en zelfgemaakte skiërs op waren gestationeerd.

Het waren glorietijden voor het verhalend ontwerp, waarbij de wereld van Annie M.G. Schmidt tot leven werd geroepen in de bossen van Zeist, waar ons kamp was opgeslagen. Ze kwamen met z’n allen uit het grote boek ‘Ziezo’ vallen, die meesterlijke verdichtsels. Mevrouw Helderder veegde de spin Sebastiaan uit het bos, terwijl de giraffe van Dikkertje Dap hoog in de boom zat te wenen, omdat hij er niet meer uit kon en gered werd door, tja, door wie eigenlijk. De diepvriesdames van Annie werden tot leven gewekt in een herfstbos en ze bliezen met hun bevroren adem een wereld wit. Het schaduwrijk floreerde en werd met stralen zonlicht weer gedoofd. Alles was mogelijk.

scannen0846De blauwbilgorgel.(Cees Buddingh)

Op het strand bij het Zeehuis in Bergen, speelde de kleine zeemeermin haar eigen triomfantelijke rol. Ze spoelde aan in een grote zeeschelp, terwijl de kleine kapitein bijna letterlijk ten onder ging in de golven omdat de stroming te sterk was. De blauwbilgorgel werd er hilarisch tot leven geroepen. Weer een ander kamp bracht een grote toverspiegel waarin de laatste schrijver verdwijnen kon, omdat het hoofdstuk van het uitgespeelde boek uit was. Dat alleen al. Een wereld zonder schrijvers heeft geen bestaansrecht.

scannen0872Langnek.

Eindfeesten waren spectaculaire afsluitingen, waarbij de Middeleeuwen tot leven kwamen als alle 225 kinderen van de school hun eigen stokbrood konden bakken in een schoolpleinlange smalle open vuurbak of waar de Efteling verrees met Langnek die tot boven de school uit torende.

‘Das war einmal’ zeggen we en sluiten de ogen om nog eenmaal te wentelen in de nostalgie van weleer. Toekomst trekt aan de poorten van de school en het zal niet de mijne meer zijn. Ik weet dat ik een steen heb gelegd in de rivier van honderden harten, die belangrijk waren voor de keuzes die later werden gemaakt. Daar richt ik me op en heb er (bijna) vrede mee. De afsluiting van mijn era. Buiten komt er een bloedrode zon op, zo rond heb ik haar nog nooit gezien, een teken aan de wand voor een zonnige toekomst.

‘Wat wil jij later worden’ vroeg ik de kinderen en zij vroegen aan mij: ‘Wat wil jij later worden’. Het antwoord bleef niet lang uit. ‘Gelukkig, met al die herinneringen en mijn toekomstdromen’. Daar hadden ze vrede mee. De laatste loodjes en daarna opent zich een nieuwe weg.

Uncategorized

Voeding!

Gisteren kwam ik deze uitspraak van Kafka tegen: ‘A book must be the axe for the frozen sea inside us. That is my belief.’

zee-ijs

Ik gaf er een andere betekenis aan dan dat er stond. Ik dacht dat de bijl de roze suikerwereld stuk zou moeten slaan. Door mijn eigen visie op Kafka, las ik mijn eigen denkbeeld. Hij heeft me geleerd te zoeken naar de ondertonen van wat gezegd en geschreven wordt, de diepere lagen van de literatuur. Er staat echter: ‘Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons. Dat is mijn overtuiging.’

Er is een Kafka voor kinderen. Het is geschreven door Matthue Roth, die op een lome namiddag in het park met zijn twee dochters van drie en vijf het verhaal voorlas van Jakhalzen en Arabieren van Kafka. Aanvankelijk was hij het niet van plan, maar toen bedacht hij zich en deed het toch. Baat het niet dan schaadt het niet. De dagen erna vroegen ze keer op keer om dat verhaal.

Kafka for kids gaat over een jongen, die in een insect veranderd, over jagers die filosoferen over de jacht en daarna alsnog gaan jagen, over een meisje dat de leider wordt van een groep monsters. De illustraties zijn uitgevoerd in prachtige zwart/wit tekeningen. De sfeer die het boek oproept is dezelfde als gegeven is aan schrijvers als Lewis Carroll en Roald Dahl. De vileine ondertonen van het boek maken het verhaal. Ik hou ervan. Ze behoren tot mijn bijbels van de kinderliteratuur.

Dat is mijn eigen bijl om tóch die roze kinderwereld stuk te slaan, eenvoudigweg omdat die in het echte leven ook niet roze is, maar schurende, bijtende, lieflijke en heftige randen toont en kinderen zich beter kunnen spiegelen aan een reële werkelijkheid.  Ik gun ze zoete dromen, die mooier en groter zijn als ze de wereld erbuiten leren kennen.

The Fairy Tales of the Brothers Grimm van Mevr. Edgar Lucas uit 1909

Kafka was een groot liefhebber van Grimm en Andersen en het zal ongetwijfeld de basis hebben gevormd voor zijn oeuvre. Een van mijn vriendinnen vraagt zich in haar boek af of Kafka in zijn partnerkeuze zo ongelukkig was omdat hij daarin het sprookje najoeg. Ik weet alleen dat hij zijn enige verloofde voorlas uit die gruwelijke verhalen en daarmee misschien wel zijn eigen sprookje stuk sloeg.

Ik hou van sprookjes en geloof erin. Kinderen griezelen op een volkomen andere manier dan volwassenen. De lading die wij meetorsen aan realiteit weegt zwaarder en kleurt de waarneming. Kinderen luisteren zuiver op de graad. Ze vormen er hun eigen beelden bij, daarom vind ik het soms jammer, dat films die eigen voorstellingen overschreeuwen. Zelfs illustraties doen dat, al zijn ze ook een podium om in weg te dromen. Het schilderij aan de muur, het gat in de grond, een betoverde spiegel om in te stappen en meegevoerd te worden in het verhaal.

Kafka for kids is prachtig geïllustreerd met mooie zwart/wit tekeningen van Rohan Daniël Eason, waarin je weg kunt lopen als in de illustraties van John Tenniel bij het verhaal van Alice in wonderland door Lewiss Carrol.

Het witte konijn uit Alice in Wonderland.

Het is tegelijkertijd wat Kafka bedoelde. Een boek dat emoties oproept, welke dan ook, dat elke schurende rand een tegengestelde emotie geeft, is een goed boek. Griezelen leert je dat lieflijk tegenover gruwelijk staat, dat angst tegenover moed staat, dat haat tegenover liefde staat. Vroeger zei men: ‘Een kinderhand is gauw gevuld’. Hun fantasie is gretiger en oneindig en heeft voeding nodig, echte voeding en niet alleen maar de zoetgevooisde suikerwereld van rozen en fondant.

 

Uncategorized

Wie het kleine niet eert…!

Gisteren schreef ik over nieuwsgierig zijn en hoe belangrijk dat is om nieuwe wegen in te slaan. Naast die nieuwsgierigheid wandelt het kunnen genieten van wat er allemaal op je pad komt, mee. Dat heb ik vaker aangehaald, toen ik met de dagboeken van mijn moeder in de weer was en naar aanleiding van haar opmerkingen mijn eigen ervaringen uitschreef.

036

Mijn moeder was de koningin van het genieten van de kleine dingen van het leven. Ze heeft het in alle toonaarden doorgegeven aan ons. Dat kan ook niet anders, want je kon alleen al van haar reacties genieten als als ze met ontzag een wonderbaarlijk mooie lucht zag of een rivier met mooie wolkenpartijen erboven. Ze wees ons er op en deelde de verwondering om zoveel kosteloze schoonheid.

Ik herinner me een wandeling langs een onstuimige woeste zee in Tarragona, mijn moeder had haar badpak aan en een handdoek om haar heupen en benen. Ze tornde tegen de wind in en genoot. Wij probeerden de zandkorrels uit het zicht te houden. Wind benam ons de adem en ook het plan van mijn moeder om te gaan zwemmen in die roerige onbestendigheid. Met dat ze het opperde voegde ze de daad bij het woord, liet de handdoek van haar heupen glijden en rende het water in. Met de spookachtige lucht erboven en dat beukende geluid op het strand gilden we onze ongerustheid harder dan de snelheid waarmee de golven elkaar opvolgden. Daar verrees ze weer, als een maagd uit de zee, met een intense brede glimlach en een blik die boekdelen sprak. Ze had iets gedaan, wat ze haar hele leven al eens had willen doen. Niet als krachtmeting met de natuur, maar alleen maar om het zuivere genieten van dat roerige water.

Genieten kan je ook van een ijsje, mijn moeder wel, intens, alsof ze een driegangendiner bij het Okura hotel voorgeschoteld had gekregen. Simpel en zonder poespas, het bolletje op zich en als er slagroom aan te pas kwam was het nog meer feest. Wat heerlijk als de allerkleinste dingen een viering met zich meebrengen.

Op school vierden we wat af. Het is een van de vier grondpijlers van het Jenaplan. Tijdens alle dagelijkse bezigheden zijn de kringen vaak al een viering op zichzelf, maar tijdens de verjaardagen wordt er extra uitgepakt. Dan staat het feestvarkentje op mijn grote rode pluchen stoel met een enorme kroon op het hoofd, we zingen de cadeaus uit ons hart heel zacht of oorverdovend hard, omdat er een opa of oma in Marokko woont of op een wolk zit en blazen kaarsjes. Muis, die heel erg slist, komt langs en moet altijd raden wie er jarig is, omdat de jarige zich verstopt heeft. Oma komt ook, maar zingt abominabel vals over ulevellen en dan gaan we aftellen en kunnen alleen maar genieten van het intense genieten van de jarige, die straalt op alle fronten en glimmend van trots ontvangt. Wat een heerlijk feest elke keer weer, al was het maar om die oplichtende ogen

001

Ik heb de laatste dagen vanaf vrijdag tot nu aan toe alleen maar genoten, de lach is niet meer uit mijn ogen te beitelen, mijn hart stroomt over van geluk. Van alle kanten zijn er lieve woorden, kleine attenties of hele grote, hart en zielverwarmende reacties, maar ook een oogopslag, een heimelijke lach, verbondenheid. Daar kan men alleen maar intens van genieten. Ik wens iedereen zo’n prachtig moment in het leven toe, om daarna weer dichtbij of veraf te genieten van die kleine madelief of een langszeilende wolk, Hollandse luchten, een majestueuze kathedraal van oer-bomen in het oude bos.

‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’ Dat werd ons met de paplepel van onze moeder ingegoten en daar plukken we nu de vruchten van.

.

Uncategorized

On y va!

‘Er is in het leven niets erger dan niet nieuwsgierig zijn’, vertelt Sonja Barend in een interview met Rick de Leeuw in de laatste ‘Zin’. Ze haalt dat aan omdat ze midden in een opbouw van haar carrière bij de televisie met haar man Ralph Inbar naar Israël vertrok en dat goede leven en een prachtige stek aan de Prinsengracht in Amsterdam achter liet. Die nieuwsgierigheid zorgde er voor, dat ze het achter zich kon laten. Uiteindelijk versterkte het haar eigenwaarde, omdat ze trots was op het durven nemen van een dergelijke stap.

168  167

Toen mij laatst een keer gevraagd werd mijn verhaal te vertellen over mijn longaandoening tijdens een congres van Apothekersassistenten, overviel me precies datzelfde gevoel. Ik had koude handen van de zenuwen, diep in mij stroomde het bloed onrustig en trokken de meest onwillige spieren in mijn buik zich samen om het onnatuurlijke vreemde van de zaal, de vijftig stoelen die opgesteld stonden, bij de eerste mensen die kwamen binnendruppelen en wat in folders bladerden. Toen de aanvangstijd bereikt was, werd de deur gesloten en keken al die ogen mij verwachtingsvol aan en ik voelde de vraag boven komen drijven. Zou het me lukken deze dames en heren een uur lang te boeien met mijn simpele zelf. Twee maal een uur later wist ik dat ik het kon en dat had ik nooit geweten zonder die sprong in het diepe. Er moet altijd een eerste keer zijn.

Nieuwsgierig zijn naar hoe het leven uitpakt in de grote en de allerkleinste momenten. Op school is in onze onderbouwgroep de eekhoorns de topspreuk van kracht: Als je wat wil leren, dan moet je  het proberen, als je het niet probeert, dan heb je het niet geleerd. Een stap in het ongewisse is onlosmakelijk verbonden met durven, loslaten en moed.

Toen ik achttien was en snel wat bij moest verdienen, had ik de stoute schoenen aangetrokken en me opgegeven bij een uitzendbureau om te gaan werken in de Augurkenfabriek aan de lopende band. In de nacht voor die eerste werkdag zwol de lopende band tot immense proporties op en denderden de grote potten met zuur aan het einde van de band onder mijn machteloze handen vandaan en spatten in een fontein van glas en zurig groen uiteen. Drijfnat werd ik wakker. De nachtmerrie was een Modern Times waardig. Ik was er kennelijk nog niet aan toe. Ze hebben het zonder mij moeten stellen.

Daf25.jpg

Mijn eerste autorit behoorde tot die nieuwsgierige ondertoon. Natuurlijk durfde ik best alleen te rijden. Dus zat ik even later met klamme handen, verstard en met bonkend hart achter het stuur van de rode Daf 33, die mijn vader voor mij en mijn moeder op de kop had getikt. Het heeft wat ritten gekost, maar daarna ging de wereld open in totale vrijheid en het was een aanleiding tot grootse ontdekkingen op tochten, die ik anders nooit had kunnen doen. Overwinnen.

scannen0077

In mijn puberale bestaan was het ooit fout gegaan met de zelfacceptatie van het vege lijf. Toch had ik in een opwelling de euvele moed gehad om me op te geven bij een volksdansclub in een klein kerkzaaltje in Oegstgeest in de jaren ’70. Toen ik daar, buiten mijn angst om me te tonen aan het publiek, de eerste stappen moest zetten in een kring ten overstaan van iedereen, vergde dat behoorlijk wat eigen overredingskracht van mezelf. Doen, gaan, ogen dicht en springen. Die ene stap opende mijn danswereld weer, waar ik hem ooit verloren had in het verleden.

Mary Poppins.(wiki)

Iedere eerste schrede vraagt om die nieuwsgierigheid, die de angst overwint, het opent deuren naar onbekende wegen en nieuwe ervaringen. De poort van het bekende sluit zich en ik sta op het punt weer een stap in het ongewisse te maken, maar mijn nieuwsgierigheid heeft de stoute schoenen aangetrokken en staat te trappelen. Ik ben er klaar voor. On y va!

 

 

.

Uncategorized

Oude bagage in de Nieuwe Koffer.

Gisteren was de dag die tot de mooiste vijftien van mijn leven behoorden. De kroon op 25 jaar Jenaplan onderwijs, dat mijn hart had geopend voor de enige echte manier om onderwijs te geven. Door vanuit het kind te denken, door door hun ogen de wereld te bezien en niet te oordelen maar te verwonderen en hun handelen en denken te mogen uitvergroten tot kwaliteiten. Gisteren schreef ik over de rijke oogst.

Nu schrijf ik over mijn gouden vriendinnen en die ene lieve locatiemanager, die de hete kolen uit het vuur moet halen, op iedere school die in de penarie zit. Al weken lang spraken ze bijna niet over persoonlijke dingen en voelde ik me verdrietig en eenzaam door de afbraak van onze rommelige vertrouwde sfeer en de werkdruk, zo leek het, die mijn collega’s over koetjes en kalfjes en kinderen liet babbelen en nauwelijks meer persoonlijke noten deed aansnijden. In mijn malende denkstroom gorgelde het afvoerputje dichterbij dan ik me wenste.

Bang om versprekingen te doen en ook maar iets te verraden hadden ze zich een stoïcijnse en vluchtige houding aangemeten, terwijl op die ene dag dat ik er niet was, de donderdag, de school weer ouderwets gebruist moest hebben. Stiekem en in het geniep organiseerden mijn lieve collega’s en vriendinnen met de ouders een plan, om van mijn afscheid en tegelijkertijd mijn jubileum een grootse en meeslepende dag te maken waar ik nog lang op zal kunnen blijven teren.

082.JPG

Er waren portfolio’s, er was taart voor de hele school,  er was een toneelstuk van het team over de zeven Berna’s met alle uitdrukkingen die mij zo eigen zijn. Er was een Facebook pagina Hastalapasta@schatje-patatje.nl, er was een fotograaf, er was geheimzinnig gefluister, enveloppen die uit mijn handen werden getrokken en weggevoerd, er waren heerlijke salades en gerechten in overvloed, er waren Oud Hollandse spelletjes voor de kinderen. Er was om zes uur een Berna-modeshow met 13 kanten van mij uitgelicht en ik moest raden welke aan de hand van de creaties, die ze het uur daarvoor in schoolbrede groepen hadden gemaakt.

foto van Hasta-la-pasta.

Er werd een schilderij aangeboden die enorm was, en door alle kinderen gemaakt, met een touch van mijn kunstenaarsvriendinnen Judith en Leontien. Alleen al in de lijst zat 25 jaar Overkant verwerkt. Lieve meiden, het is zo’n schot in de roos om met de resten van wat was weer nieuw te mogen bouwen.

Mijn lieve duo Mieke liep de hele avond rond met een rugtasje, vol veertjes en bloemen en een vogelhuisje en bleek uiteindelijk de boer op te zijn gegaan om geld in te zamelen voor een nieuw tuinatelier, het Tuinhuisje. Er werd me door Carolien een prachtige zilverblikken kist aangeboden vol kaarten, brieven, herinneringen van leerlingen van nu maar ook van lang geleden en er tussen in, zelfs uit Australië met het aanbod zeker langs te komen als ik in de buurt ben.

foto van The Otherside.

Als klap op de vuurpijl stond daar ineens lieve Janine van de band The Otherside. We zijn ooit tien jaar lang het lichtend voorbeeld geweest van de Overkant, ooit daar schuchter begonnen en uitgegroeid tot een rock-coverband. Ze vroeg of ik er klaar voor was en trok het gordijn open. Daar stonden mijn lieve mannen alle zes en als vanouds moest er nog even wat geregeld worden met het geluid, maar toen mocht ik luisteren hoe ze me toezongen: ‘Zij maakt het verschil’. Daarna zes oude nummers en ik op mijn eigen stekkie naast Janine en als vanzelf vielen de tussenliggende drie jaar stuk en speelden we de sterren van mijn hemel.

Het aller, allermooiste cadeau van die avond was het feit, dat ik deze geschiedenis samen met mijn eigen kinderen, hun en mijn dierbaren en kleinkinderen mocht schrijven en mijn rijke leven kon delen, juist door die collega’s, oud collega’s, door alle ouders, kinderen, oud-ouders en oud-kinderen. Zij vulden mijn leven voor een groot deel met hun liefde en betrokkenheid en hartverwarmende inbreng. Wat was het een speciale tijd.

 

Lieve lieve lieve gouden vriendinnen en Jan, mijn collega’s, dank jullie wel voor alles dat mijn afscheid zo onvergetelijk heeft gemaakt. Vanuit het diepst van mijn wezen voelde ik de oude vertrouwde verbondenheid, die de Overkant altijd een extra dimensie heeft gegeven. Met die kracht valt op te bouwen en door te gaan, dat wezenlijke samenzijn is de oude bagage in jullie en mijn Nieuwe Koffer. Vanuit de grond van mijn hart wil ik jullie laten weten dat het geen mooiere kroon had kunnen zijn.

Uncategorized

Een rijke oogst.

Wat inspireert mensen om te worden wat ze zijn. Welke keuzes worden gemaakt en wat zorgt ervoor dat het zo gaat. In de tijd dat ik net de puberschoenen was ontgroeid, in de jaren zestig, was er minder keuze. Of in ieder geval, mijn ouders maakten keuzes. Je moest een beroep leren en het liefst een waar je jaren op kon teren. Het werd onderwijs en vanwege het psychologisch rapport waarin vooral stond dat ik te speels was, werd het het de opleiding voor kleuterleidsters, kortweg de KLOS genoemd.

foto van Berna van der Linden.

Voor de ontwikkeling van mijn creatieve vaardigheden was het een schot in de roos. Ik heb er leren tekenen, zingen en schrijven.  Het onderwijs zelf, dat onder de naam Fröbel nauwelijks goed uit de verf kwam was het eigenlijk op dat moment niet. Elke vezel creativiteit die ik in me had, werd op de stageplek onmiddellijk gereduceerd tot nul. De meeste leerkrachten waar ik stage bij liep waren moraalridders en hielden er stijve afgemeten regels op na.

Ik besloot de verpleging in te gaan. Daar werd er een beroep gedaan op het brede denken. Oplossingsgericht en handelingsbekwaam waren de twee eigenschappen die zich daar het meest ontwikkelden en het uitzetten van de knop Ego. Het draaide niet langer om mij. Er waren mensen die harder aandacht en verzorging nodig hadden. Niets is zo effectief om te gaan filosoferen als werken in het ziekenhuis, waar dood en leven hand in hand gaan en leeftijd niet langer de grenzen bepaald.

Brussel (26 van 78)Michaël Borremans

Als je door de muur van kwetsuren heen keek, ging er een wereld open van lijden. Eerst lag de focus nog op wonden en pijn, maar al gauw ontmoette ik de geestelijke smart die me vol in het hart trof. Er zijn veel ontmoetingen met mensen geweest, die ik binnengesloten heb en die ik nu, na 40 jaar, nog kan uittekenen. Hun beeltenis, maar vooral ook hun drijfveren om het gevecht aan te gaan, staan me helder voor ogen. De pijn, de onzekerheid, de vele gesprekken en vooral het verhaal tussen de regels wandelen al jaren met me mee.

‘Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig’ orakelde mijn moeder. Zij was vooral de bron, die maakte dat deemoed, medeleven en empathie tot de vaste ingrediënten behoorden in mijn bagage. Zonder dat had het heel anders uitgepakt.

Door kinderen en een vrijwilligersbaan bij het eerste kringloopbedrijf werden weer hele andere aspecten aangesproken en vermengden kwaliteiten zich. Mijn mouw was goed gevuld. Later, bij het begeleiden van de stagiaires op school, was dat altijd een fijn referentiekader om aan te bieden. Het ontwikkelt zich vanzelf als je je hart er voor open zet. Daar geloof ik in. Dat is een bron die ontdekkingen mogelijk maakt, die lijnen verbindt, die banden smeedt.

Ik heb een lieve vriendin die prachtige kleinoden van schilderijen maakt, veelal in zwart wit en wier werk onder andere een betoog is van spijt voor het feit dat ze op de eerste plaats mens is en daarna pas moeder. Met andere woorden, dat ze soms te kort schoot in geduld en aandacht geven. Het verbaasde me, dat het issue zo groot was, dat het de inspiratiebron werd voor haar artistieke uitlatingen. Ik heb tijdens mijn opgedane ervaringen juist geleerd die menselijkheid te begrijpen en omarmen. We zijn geen goden en godinnen, wij zijn onze eigen zwakke en sterke kant en te allen tijde zijn we het waard om gezien te worden. Door ons eigen kostbare zelf te delen met de wereld om te inspireren, zoals anderen dat doen met ons. De kiem is gelegd, ooit lang geleden. Het is tijd nu de vruchten te plukken van een rijke oogst.

 

 

 

Uncategorized

Zet je schrap. Ik kom eraan!

Vanmorgen heb ik me verslapen. Voor het eerst sinds mensenheugenis weer eens. Half negen schoot ik wakker terwijl zoonlief de trap afroffelde, de deur uitvloog en met een slag de stilte over het huis daalde. Tegelijkertijd sprong poes Pluis op het dekbed. Vanuit het diepste hersenzwart, kwamen de eerste gewaarwordingen binnen glijden. Het wit/grijze aaibare keeltje van pluis, de bleke onderkant van mijn bovenarm die ik onder mijn hoofd had geschoven met vlak erop het verblindende ochtendlicht dat mijn blik overspoelde. Tegelijkertijd het besef, dat ik in coma had gelegen en in de wetenschap, dat ik tergend moe moest zijn geweest door het verbeten doorgaan tot acht uur ’s avonds met het bijwerken van de portfolio’s. De handen voelden stram van het knippen en plakken, de geest verdeeld in een mengeling van genieten van de allermooiste momenten en de droevenis om het naderende afscheid.

‘Zeg nooit nooit’ waarschuwde mijn moeder ons, als we pruilden dat we iets nooit meer zouden kunnen doen. Dat het een waarschuwing was bleek uit de indringende blik die erbij hoorde, de gefronste wenkbrauwen als een verheffende vinger, maar die dan net weer niet. Dat maakte het daarom zoveel krachtiger.

008

’s Middags belde de organisator van de Pio op om een afspraak met me te maken. Daardoor opende de toekomst zich op een kier. Misschien ben ik volgend jaar wel een ander portfolio aan het plakken. Terwijl ik aan het plakken was, kwam dochterlief even langs waaien, ze moest naar de eindmusical van groep acht van haar school en had anderhalf uur te overbruggen tussen haar voorbereidingen in haar eigen groep en de voorstelling. Dat bracht een intiem moment van bewust zijn van elkaar. Er openden zich ineens perspectieven. Ik zou mijn dochter mijn erfenis geven aan wat zo verrijkend was gedurende al die jaren aan geheime sfeerbrengers, zoals mijn Kamishibai en het vingerpoppetjes theater, het poppenhuis en de stoffen poppenkast met de mooiste poppenkastpoppen, die ik bij elkaar scharrelde op kringlopen en koninginnedagen uit het grijze verleden.

Maar het mooiste inzicht dat kwam bovendrijven, was het idee om een rolkoffertje aan te schaffen en die te vullen met mijn eigen heimelijkheden, zodat ik als invaller  een individuele persoonlijkheid zal blijven en niet verword tot Truusje Doorsnee, een grijze muis. Alles wat mijn deelzaamheid met de kinderen zo boeiend maakte, mijn eigen geestelijke bagage, maar ook mijn persoonlijke winnaren van het uitdagend lesgeven in één kit. Hoe stoer zou dat zijn.

014

Dit was precies wat ik nodig had, deze ingeving. In variatie op een Gorteriaans thema ‘Een nieuw schooljaar, een nieuw geluid’. Mijn koffer wordt gevuld met blanco sheets waar alleen op getekend mag worden met markers, of de gekste handpoppen die je ooit heb gezien. Oma en muis gaan mee, de Archeopterix en Mol. Het lied van Feest in de…. en het grote prentenboekenliedjesboek, die ik nieuw zal kopen omdat de cd haar beste tijd heeft gehad, de vingerpoppen en het boek een handvol taal van Susanne Stöcklin-Meier, vol onbetaalbare handspelletjes. Mijn heksenstem en de stem van pad. De snelle liedjes die we samen maken op de grappigste onderwerpen en nog veel meer.

Ineens trekt de droevige mist op in mijn hoofd, opent zich weer een wereld van mogelijkheden. “Goedemorgen allemaal ik ben de nieuwe invaller en dit is mijn ‘het-leren–is-feestkoffer. Het is alle dagen feest en vandaag zijn jullie de bofferds!’ Zet je schrap. Ik kom eraan!

Uncategorized

Er schuilt schoonheid in de kleinste vezel.

Gisteren bestudeerde ik, vooraf aan een schilderavond, Robert Rauschenberg aan de hand van een biografie over zijn turbulente leven met de Kunst en ik was verkocht. Wat een charismatische man en wat een vlucht nam zijn leven. For ever young.

In een prachtige documentaire van de BBC ontspint zich de wording van een kunstenaar in hart en ziel. Het meest getroffen ben ik door het feit dat hij zijn streng christelijke non art vader ontgroeide en zich hartstochtelijk stortte op wat leven was. Een mooiere voedingsbodem is er niet zo vlak voor ons eigen proces.

Een van de geïnterviewden onderstreepte, dat de sleutel voor zijn artistieke beweegredenen aan de hand van het kwetsbare ‘Bed’ te zien was. Hijzelf beschouwde het als het meest vriendelijke wat hij ooit maakte, terwijl anderen er juist een associatie met de dood mee hadden. Met dit werk liet hij zien dat hij vooral uit was op het binnensluiten, het verwelkomen van de wereld om de kloof te overbruggen die er tussen kunst en het leven gaapte door iets te maken wat iedereen zou kunnen begrijpen en waar iedereen zich mee kon verbinden.

Canyon

En nog werd het anders uitgelegd. Hij bleef opmerkelijk jong  door de hele documentaire heen. Zijn stralende lach, zijn witte verschijning aan het eind in de jaren dat hij de hectiek van de New Yorkse kunstwereld verruilde voor de stilte en de rust op Captiva eiland in Florida. Alles stond ten dienste van de Kunst en de kijker was volstrekt gelijk aan de kunstenaar. Door zijn veelzijdigheid en zijn grote fantasie bleef hij zich ontwikkelen, danser, entertainer, filmer, schilder, performer en ook muziek is een wezenlijk onderdeel van zijn bezielde werk.

Er is een impressie te zien waarin alle elementen van zijn kunnen samenvloeien en geluid een belangrijk onderdeel vormt voor de verbeelding. De ontwikkeling, die voortdurend bijgeschaafd wordt en aangevuld met nieuwe elementen, niet het afval zien, maar de bruikbaarheid ervan, niet een muziekbrij horen maar de afzonderlijke verdiepende klanken die beelden versterken, maakte hem jong en eigentijds. Hij bleef openstaan voor elke levensvorm, voor elke uiting die hem raakte.

076

In de avond gaan we aan de slag op het atelier. Iedereen heeft van alles en nog wat verzameld waar wat in te vinden is of uit te halen valt. Het hele proces wordt ondersteund met gehamer en getack, met zuchten, met angst voor het té gestileerde, niet het Ariadne gevoel alstublieft. Doe eens gek, gooi alle remmen los. Een avond is een gedwongen omlijsting voor het gevoel, dat ’s nachts wil komen binnensluipen of afhankelijk van haar context op de gekste uren van de dag. Mijn zilveren en gouden vissen zwemmen naar een onbestendige horizon en er moet nog veel meer gebeuren eer ze het paradijs benaderen en daarmee hun plaats van bestemming hebben bereikt.

Het bruist, het kolkt en de handen en hoofd duwen en stuwen net zo lang aan de grilligheid van het materiaal tot het op haar plek valt en nooit, bijna nooit, zijn we tevreden over het eindresultaat, maar koesteren de bewondering voor het werk van de ander.

001.JPG

Nog een les te gaan met deze boeiende materiekunst. Een queeste om het onstoffelijke stoffelijk te maken. Soms lijkt het een ratrace als alle materialen op een hoop liggen, maar dan ontpoppen zich wonderlijke eigenschappen, die we nooit gezien zouden hebben als we ze niet vanuit een ander licht naar hadden gekeken. Dat dus, blikverruiming ten voeten uit. Er schuilt schoonheid in de kleinste vezel, als je het maar omarmt.

Uncategorized

In eigen tijd en eigen uur.

Ik tikte bij een kringloopwinkel voor een habbekrats het boek ‘Olifanten op een web’ van Mensje van Keulen op de kop. Misschien omdat het zo’n aantrekkelijk intens blauwe kleur had, een International Klein Blue waardig. Het kan ook de onmogelijkheid in de titel zijn geweest. Olifanten op een web, of het feit dat het over het verlies van haar moeder ging.  Allemaal verleidingen om het boek aan te schaffen. Toch was er ook een gerede twijfel aan het kiemen, diep achter de argumenten. Het kwam me bekend voor. Ergens ontwaakte de combinatie Mensje en moeder. Niet meer dan dat. Ik besloot om tot aanschaf over te gaan omdat het een paar euro koste. Baat het niet, dan schaadt het niet.

020.JPG

Bij iedere regel denk ik dat ik hem al eens eerder gelezen heb. Ik herken het huis van vroeger, de omstandigheden waarin moeder leefde, de scheiding van haar man, het Indische stempel dat er op rust. Hoe ik de boekenplanken ook afspeur, ik kom het niet tegen. Hoe kan het bestaan dat een heel verhaal, gelezen en doorleefd, wegsmelt als sneeuw voor de zon.

Het overkomt me vaker. Woorden die niet te binnen willen schieten, gedachten die blijven haken achter een dichte mist. Ooit ben ik een galerij van vergeten woorden begonnen in een klein opschrijfboekje. Iedere dag ging ik na waar ik niet op kon komen om vervolgens die woorden te memoreren door ze op te schrijven, alsof ik ze nog even proeven moest, om ze daarna nooit meer te vergeten, totdat ik in de drukte van alledag vergat dat ik daar mee bezig was. Er zijn meer flarden en hiaten te vinden. Doorgaans is het te wijten aan de cruciale hoofdzaken, die de geest opslokken en belemmeren helder te denken.

Het is tevens een kwestie van oefenen in bewustwording. Het lezen van een boek verdient de volle aandacht. Iemand heeft de moeite genomen om een groot verdriet te delen, een ervaring die dieper gaat dan de basale behoefte, waar anderen troost uit zouden kunnen putten. Het proces van de acceptatie. In mijn wazig geheugen meende ik me te herinneren dat het boek ook betrekkelijk nieuw was, maar voorin staat in zwart op wit de datum expliciet. 1997. Dat is precies twintig jaar geleden. Een reden te meer om vergeten te zijn, dat het ooit is aangeschaft.

1953 half crown reverse.jpg 1953 half crown obverse.jpg

Twintig jaar geleden zat ik midden in de hectiek van jonge kinderen, hun vader die worstelde met de stemmen in zijn hoofd, was ik net weer begonnen met werken na de geboorte van de jongste. Geen voedingsbodem maar een roller coaster. Gisteren ontmoette ik het verleden weer. Een vriendin van vroeger, in diezelfde hectiek uit het zicht verdwenen, voor de supermarkt. Ze pakte haar gezinsleven uit in laconieke bewoordingen. Man leukemie en werkeloos, zelf hartkwalen en werkeloos, zoonlief thuis en suïcidaal. In een notendop kwam bovendrijven wat bij hen vroeger zorgeloos en ideaal leek, toen ons gezin moeizaam overleefde. Zij aan de ene kant en ik aan de andere. We keken elkaar betraand aan. Er is altijd een keerzijde van de medaille. Ik was die tijd al lang te boven. Had het een plek gegeven. Nee, vergeten kan ik het niet, daar schrijnt het te erg voor en zijn de voren te diep gegroefd.

Het boek van mensje komt met de bladzijde helderder boven drijven. Met de twee huilende vrouwen voor een doodgewone supermarkt werd het verleden weer heden te meer omdat haar zoonlief schreef en dichtte over mijn man, die hij nauwelijks kende in die tijd, maar nu zo goed begreep. Ergens is een kiem gezaaid en dat het oogsten zal is is een troostrijke gedachte, maar beklemmend bovendien. Diep in ons sluimeren ervaringen, verhalen, ontmoetingen die met een enkel woord, blik of gebaar uit de vergetelheid worden getrokken. In een flits soms of na een lang sudderend gepeins, maar onmiskenbaar ergens in dat brein aanwezig. Vergeten is het niet, maar verzonken, tot het in eigen tijd en eigen uur weer boven komt drijven.

Uncategorized

De waarheid ligt in het midden.

In de dagmemo van Lenette van Dongen, die ze via Facebook deelt met de wereld, had ze een opmerkelijke uitspraak. ‘Angst is de verkeerde kant op fantaseren.’ Ik ben al een dag aan het bedenken waar de grens ligt en wat het wordt als je de goede kant te pakken hebt. Daar moet je het tegenovergestelde van angst voor kennen. De verschillende bronnen geven liefde aan als antoniem voor angst, maar ik denk dat het op de eerste plaats onverschrokkenheid is, de Pippi Langkous in ons. Als je fantaseert dat je alles aandurft, dan lukt ook veel meer dan wanneer je angst binnen laat sluipen. Ik herken het.

Långstrump Går Ombord.jpeg

Mijn wijze moeder en haar moeder waarschuwden altijd voor de beren op de weg. Je handelen wordt belemmerd als je beren op de weg ziet. Het is verloren tijd om te denken in als/wat of als/dan. Als is er nog niet, derhalve is het verspilde energie. Eerst maar denken in mogelijkheden.

We kregen eigenlijk een leven aan wijze lessen mee van de generatie voor ons. Het klopt ook en ik hoor het mezelf met regelmaat zeggen tegen een van mijn piekerende zonen. ‘Wacht eerst maar af, je kan je nog vlug genoeg zorgen maken.’

In een moeizame periode van overgang en een zich ontwikkelende longaandoening was ik aan het hyperventileren geslagen. Tenminste, dat predikaat plakte een weekend dokter erop en zie er dan maar weer eens van af te komen. Daar speelde angst een grote rol in. De vrees om het zo benauwd te krijgen bewerkstelligde  prompt een verkeerde manier van ademhalen, snel en te diep. Dat resulteerde weer in tintelende vingers, druk op de borst, verhoogde bloeddruk, kortom algehele malaise. Ergens sudderde dan de wijze waarop mijn moeder en haar vader overleden zijn met hun plotselinge hartaanval en ziedaar een perfecte voedingsbodem voor angst in hoofdletters.

Angst, dat zijn inderdaad de beren op de weg. Van te voren bedenken wat je allemaal te wachten zou kunnen staan bij een belangrijk gesprek, een imposante ontmoeting, een optreden of de een of andere deadline.Vanaf het moment dat bleek dat die hyperventilatieaanvallen een symptoom van wezenlijke lichamelijke klachten bleken te zijn, verdween de angst. Het labeltje zorgde voor rust en een nieuwe verfrissende aanpak. Dat varkentje kon ik wassen, want het had kop en staart. Angst is ongrijpbaar. Daar kan je nauwelijks mee uit de voeten. Het werpt blokkades op. Gerede angst is er als je de dood in de ogen kijkt en dan heeft het niets meer met fantaseren te maken.

Het lied Quand c’est van Stromae gaat over de angst om kanker te krijgen en het hele lied, maar ook de verbeelding door Stromae zelf met de personificatie van de kanker als grote tentakels die oprukken, ademt de angst voor het eventuele vonnis. Het is een ingrijpend en beladen lied, die diepe indruk op me maakte. Zo werkt het dus. Dit is de verkillende angst, het grote web waar men in gevangen zit en niet uit kan ontsnappen. Het is een voorbeeld van die negatieve kant, want al die tijd zit je te wachten tot het zo ver zal zijn. Het verlamt en verkilt en de vraag is nog steeds óf het bewaarheid wordt.

Omgekeerd is ook waar. Denken in mogelijkheden geeft het gevoel dat er grip is op je handelen, alsof je de wereld aankan. ‘Kom maar op’, zegt onze Pippi en fantaseert tot in het oneindige haar ideale wereld bij elkaar. Geen huis is te hoog en geen zee is te diep. Ze overschreeuwt daarmee de angst. ‘Mij krijg je niet te pakken’, roept ze luid.

‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ of ‘ ’t Kan vriezen en ’t kan dooien’ zei mijn moeder met grote regelmaat, als onze fantasie op hol sloeg en we de meest uitzinnige ideeën en plannen aan het spuien waren, met de eventuele gevolgen erbij. Met die nuchterheid zette ze alles in een klap weer in het juiste perspectief. Ze heeft gelijk. De waarheid ligt, als altijd, in het midden.

 

Uncategorized

Souplesse oblige.

Vanmorgen schreef ik mijn stukje voor het longforum. Ik plaatste die altijd onder de rubriek COPD Algemeen, maar nu vroeg men mij te verhuizen naar de rubriek blogs en interviews. Direct kwamen er twijfels binnen geschoven. Zou men mij dan nog wel vinden, gooide ik het oude publiek daarmee niet overboord. Zoeken mensen met COPD ook onder de algemenere blogpost. Past die nieuwe jas wel?

006Een nieuwe jas.

‘Men moet geen oude schoenen wegwerpen voordat men nieuwe heeft’. Een goede raad uit het verleden komt boven drijven. Een remedie is om op de oude plek aan te kondigen waar de nieuwe blog te vinden is. Jezelf in een andere vorm gieten. Gewenning vernieuwen en gewoontes afzweren. Zo krijgt vaagheid gestalte.

Het streven is om met souplesse door het leven te wandelen. Zeker als de tijd alle ruimte geeft om erover na te denken en de ervaring leert om de soep niet zo heet te eten als ze wordt opgediend. Niet elke verandering is een verbetering, maar het keert vaak ten goede, sterker nog, soms ben je veel beter af.

Mijn vader was een typisch voorbeeld van wat men een gewoontedier noemde. Onze eerste lange buitenlandreis  vulde de volkswagenbus met zure bommen, hagelslag, aardappelen en blikken sperziebonen onder de banken. Niet erg op de korte tochten naar Duitsland, maar door de lange Spanjereis verbleekte de hagelslag onappetijtelijk waar wij bruin verbrand terugkeerden. Een dag zonder hagelslag was hem een gruwel in het oog.

Hagelslag.jpg

Iedere dag om vijf uur aten wij met het ouderlijk gezin in de Amandelstraat. Iedereen schoof aan tafel en na een Wees Gegroet en Onze Vader met opgevoerde snelheid, waarbij de woorden verweesden tot een monotone brij van klanken, zette mijn vader zijn vork in de aardappelen en prakte ze fijn met de jus. Dat was het teken dat wij ook konden aanvallen en met ongekende snelheid werd de prak letterlijk en figuurlijk naar binnen geschoven om binnen een half uur verwerkt te zijn. Zo ging dat, iedere avond weer. Om zes uur zaten ze voor de buis met koffie. De vaat was gedaan, de rust viel in.

029.JPG

De dagen waren ingedeeld in de vaste hiërarchie van het huishouden. Maandag wasdag, dinsdag strijkdag, Onze vrije woensdagmiddag begon met karweitjes. Spinazie die gelezen moest worden voor 13 personen, tuinbonen die moesten worden gedopt, sokken die gestopt werden. De jongens poetsten de schoenen.  Maar wij waren zuurder af, omdat we in de voetsporen van moeder traden en alles over het huishouden dienden te leren. Op donderdag kregen de wc en de badkamer een grote beurt en op vrijdag de kamer. Iedere ochtend werden de slaapkamers gelucht en de bedden opgemaakt. Zaterdag was het marktdag en zondag gingen we naar de kerk aten tussen de middag de, op zaterdag vers getrokken, soep en togen naar het voetbalveld.

Later werd in zijn Alzheimerige aandoening na twee hersenbloedingen die gewoonte een houvast. Alles werd in tijd gedirigeerd. Zijn grootste zekerheid, mijn moeder, die alles voor hem regelde en bleef rennen om op tijd aan zijn behoefte te voldoen, overleed en hij bleef alleen achter. Uiteindelijk verstarde hij onder het regime van de zorg, die door de werkdruk van toevalligheden aan elkaar hing. Hij verloor de grip op tijd en werd slechts nog geleefd. Een nietig hoopje mens, waar ooit een patriarch in huisde.

Van al die gewoonten heb ik er geen een in stand gehouden. Het huishouden beslaat een fractie van wat vroeger de hoofdtaak van mijn moeder was. De tijdsgeest is veranderd en de vaste gewoontes zijn verdwenen, net als hun uitbaters. Er zijn weer andere voor terug gekomen, maar ze zijn sterk afhankelijk van hoe de pet staat. Als de lust ertoe er niet is, dan gebeurt het niet. Leven in vrijheid is het hoogste goed. Gewoontes en gebruiken verankeren niet langer de kostbare tijd. Leven is luisteren naar wat het hoofd en hart ingeeft en dan is huishouden mondjesmaat en binnen een ochtend geregeld. We wandelen er doorheen met souplesse oblige en uitgespaarde tijd voor heel veel verrijking.

Mijn moeder sprokkelde het bij elkaar in haar kleine uren tussendoor, maar had minstens evenveel diepgang. Ik omarm de lichtheid van nu. Gewoontes zijn er om verbroken te worden en niet meer dan dat.

 

Uncategorized

‘Tom Poes, verzin een list.’

Nachtgeluiden, alles wat maakt dat nacht geen dag is. De stilte die doorbroken wordt door een langs scheurende auto met stevige beat, of het gerammel van een fiets. Stemmen die ver dragen en hoog tegen de flat op klateren, dronkenmanstaal, een vette lach. Omdat het binnen te warm is staat het raam op een kier, maar is dan een versterkt klankbord voor dat nachtelijke zijn. Ik sluit mijn ogen  en probeer de slaap te vatten.

Achter het donkerste zwart doemt een indringend zoemen op. ‘Een mug’, denk ik. Doodstil blijf ik wachten tot de querulant stopt, Dan is hij zich aan het laven en is het makkelijker toeslaan, maar het houdt aan, té lang voor een muggenvlucht, hij heeft allang mijn bloed geroken.

Herinnering: –De oude volkstuin in Westbroek. Kaalslag tussen de nog overeind staande tuinen, Wat ooit een bloeiend vriendelijk tuindersleven was met  een grote vriendenclub op de percelen achteraan, was verworden tot wildgroei, haastig gebuldozerde tuinen en een restant krakkemikkige huisjes. In de rij die nog staat zijn er nog zegge en schrijve een handvol bewoners, de laatste der Mohikanen. Oorzaak is een wisseling van eigenaar met te dwaze nieuwe eisen, waaraan elke tuin dient te voldoen. Natuurlijke groei is op regime. Hij stuurt, dwingend stuwend, aan op leegstand om teneinde een strak recreatiepark aan te kunnen leggen.

De grote bladsnijder.

Ik loop het zanderige pad af langs de verwilderde hagen en hoor ineens een nijdig gezoem. Ik blijf staan en kijk. Het is een bij op ooghoogte. Ze hangt in de lucht, haar vleugels  wapperen met ongekende snelheid op en neer. Dat heftige zoemen versterkt de indruk dat ze boos is. Ruikt ze gevaar omdat de snoeischaar hier en daar wat uitstekende scherpe meidoorntakken wegknipt. Ze heeft vast haar nest in de meidoornhaag. Ineens duikt ze weg, om even later achter me luid te zoemen. Ik loop een stukje weg, maar ze blijft volgen. De zon brandt genadeloos, de hitte vangt het geluid en versterkt het. De bij zwelt op tot monsterlijke vormen en een grijnzende kop. Ik loop met kloppend hart weg met het visioen van een aanval door een zwerm bijen. Er is niemand anders op de tuin, stel je voor, straks lig ik hier onder een deken van bijen. Nu ren ik, zo hart als mijn benen me kunnen dragen. Dwaze beelddenker-

Het gezoem houdt aan en ineens doemt er een groenig licht met een rood knipperend lampje op. Net als die bij van lang geleden hangt ze in de lucht.  Ik kan de contouren niet onderscheiden, maar het is vast een drone. Wat doet die om half drie ’s nachts in de lucht? Hij maakt foto’s bedenk ik me, nachtfoto’s. Dat lijkt me alleen te doen met geavanceerde apparatuur, een restlichtcamera of een warmtecamera. Of zit er een zoeklicht op met infra rood? Waarom hangt hij zolang anders op een voor mij waarneembare plek. Als ik hem zie, ziet het oog van de camera mij ook. Ik schuif tot neusdiepte onder het dekbed en blijf staren naar de nijdas. Die zoemt verder en daalt naar beneden. De grote kastanje ontneemt me verder me het zicht.

Standbeeld van Heer Bommel in Goeree Overflakkee.

Ik verlang naar die decennia lange enige echte Droon. Het buitenaardse opperwezen uit ‘Heer Bommel en het Kukel’ van Marten Toonder om net als Olivier B. Bommel te kunnen zeggen: ‘Tom Poes, verzin een list’ en daarna rustig te gaan slapen in de wetenschap, dat niets is wat het lijkt. Zo fijn als Tom Poes dat nog even voor me checkt.

Uncategorized

Niets menselijks is mij vreemd.

cropped-0651.jpg

Ik wist niet dat het mogelijk was, maar gisteren was ik een getergd mens in elke vezel van mijn lichaam en van mijn ziel. Om alles voor het nieuwe schooljaar in orde te hebben, zijn ze al maanden bezig onze oude vertrouwde school af te breken en weer op te bouwen. Het is de bedoeling dat wij gewoon les blijven geven. Elke verandering die erin sluipt doet kennelijk iets met mij. Bovendien ben ik de enige, samen met mijn lieve duo, die niet met de nieuwe opzet in zee zal gaan. In die ene seconde werd het me even teveel om 25 jaar te zien neerhalen in zo’n rigoureuze vaart. Het is geen schuren meer, het belemmert me in het afscheid nemen. Dat is waarom ik getergd ben.

Mijn vader en zijn gram schoven mijn arm in toen ik in mijn onmacht het boek met volle kracht op de vloer smeet en daarachter aan de plastic spuitfles met schoonmaakmiddel tegen de grond kwakte. Laat me met rust. Alle Zen was in mijn tenen geschoten en alle filosofische wijsheid en kalmte zaten in een kleine pink.

Helaas waren de slachtoffers van deze vaderbui de mannen die zich in het zweet aan het werken zijn om de school weer up to date en prachtig te krijgen en evenzeer ook in die molen van afbraak en opbouw zitten en de eerste ouders met hun kinderen die kwamen binnen druppelen. Life goes on, je moet je te allen tijde vermannen, maar een waas van woede werkt als een betonnen buffer. Woede is Verspilde Energie. Voor mij, voor hen , voor allemaal.

‘Richt je op wat fijn is, van der Linden’, dacht mijn nuchtere zelf.

Ego-tje: ‘Dat is het ‘m juist. Dat was dit laatste kleine veilige haventje nog.’

Zelf: ‘Het is maar voor even. Verman je.’

Ego’tje: ‘Ik strooi verkeerde blauwdrukken in het rond. Dat wil wat zeggen. Het overstijgt mij en mijn professionaliteit. Ze hadden me best nog even dat laatste restje eigendom, dat kleine kringetje, mogen laten. Tot hoever kan een mens rekken.’

Zelf: ‘Nog veel verder. Ontwortel.’

089

Ik weet het. Dit hoort in de persoonlijke klaagmuur thuis. Ik hoor mijn moeder in mijn oren fluisteren  ‘Er zijn ergere dingen op de wereld’ en ‘Ga er boven staan’. Ze kijkt me mild-verwijtend aan. Trouwe vriendin, bij toeval binnengelopen, laat me op adem komen. Richten op wat komen gaat.

’s Middags, de bui is langzaam overgedreven, de hartslag getemperd, schrijven duo en ik de nawoorden voor de kinderen in het verslag, dat op z’n  Jenaplans is geschreven. We moeten lachen om exact de zelfde zinsneden die we aanvoeren, het benoemen van precies dezelfde kwaliteiten in het kind en we voelen de warmte van elkaar. We zitten op hetzelfde vinkentouw, varen op dezelfde golfslag, geen collega’s maar zielsverwanten. Karma. Daar moet ik me op richten. Alleen uit die bron valt nieuwe energie voor die laatste weken te putten. We gaan het samen doen.

De gierzwaluwen vliegen laag. Er zal onweer komen vanavond. Ik heb mijn portie onweer al gehad en niets zal meer erger zijn. ‘Afscheid nemen bestaat niet’ zong Borsato. Ik hou het vast. Honderden kiemen gezaaid, honderden harten verlicht, honderden kwaliteiten uitvergroot en meegegeven. Het zit niet in het gebouw, het zit niet in het. vertrek, het zit in mij. Al die kinderen en hun ouders. Ik neem het mee en deel verder.

Niets menselijks is mij vreemd, dat blijkt maar weer.

 

Uncategorized

Tussen de spouwen.

Terwijl ik dit schrijf, draai ik  met regelmaat het hoofd even naar links om een glimp van het nachtleven te vangen in de ochtendschemer. Dat komt in een flits voorbij, je ziet alleen de contouren en het wapperen van de gespreide vleugels met hun vlieghuid. Er heerst grote bedrijvigheid en ze vliegen af en aan om, zodra het lichter wordt, te verdwijnen. Schimmen in de nacht. Mijn eigen dakdieren, naast de kraaien boven in de goot. De kleine dwerg. Vleermuizen in de stad.

Corynorhinus townsendii

Lang geleden was er een project vleermuizen op school. Er kwam iemand over vertellen van de natuur en milieu educatiedienst. Ademloos keken we naar de kleine wonderlijke, dieren, die door hun vroeg oude gezichten en het zwarte leerachtige vel de prehistorie dichter bij huis haalden. Om het nachtelijke zwart  waarin ze vlogen te evenaren, had ik een grote koelkastdoos, zwart laten verven. Voorpret op zich, deurtje erin, zaklamp erbij voor als het te eng zou worden om binnen gegriezel te halen of door anderen wat Zen. Net hoe het uitkwam.

039

Nu de lucht langzaam rood optrekt en een eerste vogel aan zijn vlucht begint, zijn ze weer verdwenen. Ze zitten klaarblijkelijk in de spouwmuren aan de bovenkant van het huis en zorgen er naarstig voor dat de krassende kauwen overdag boven hen geen weet hebben van hun bestaan. Het lukt niet om ze vast te leggen, wel het tweeduuster zelf, dat zoveel leven draagt. Een mug zijn ze vergeten. Die zoemt hier rond en houdt plagend wakker.

Vleermuizen vormden lange tijd onderdeel van de angst voor het duister met het beeld van Dracula op mijn netvlies, ooit met kinderogen gezien. De stomme film waar het zwart nog zwarter scheen en dat de lijkbleke huid van graaf Dracula deed oplichten. Ook al kwam er geen kleur aan te pas, toch was het bloed roder en angstaanjagender dan in welke film ook. De vleermuizenschim die opvloog als Dracula zijn slachtoffer had gemaakt, was de krachtige bevestiging van de mare, drager van de angst, die rondwaarde. Later zou Christopher Lee Dracula neerzetten op een manier, waarop ik Transylvania nooit meer als een willekeurig deel van Roemenië zou kunnen zien. Vleermuizenmythe.

Pipistrellus pipistrellus lateral.jpg

In de vreedzame stilte van de nacht, bij het stilaan ontwaken van de stad, met Poes Pluis soezend op het bed, aaibaarheidsfactor honderd procent zoals de vacht van die kleine dwerg lijkt, blijft die wonderbaarlijke natuur verwonderen. Zoveel schoonheid op mininiveau, zoveel leven in de stad als je de ogen opent.

041

Ik heb een vleermuizenbroek. Eerst nog niet, maar toen de vleermuizenman langskwam ontdekten de kinderen een zweem van vleermuis in het broekpatroon. Dat kon geen toeval zijn. Mijn kinderogen hadden vooral vrees ontdekt met Dracula en consorten, dat wilde ik hen besparen. Bovenin de zwarte doos had ik een zwart gaas met kleine vleermuizen gehangen, die oplichtende ogen hadden, fel geel en rood. Angstaanjagend doemden ze uit het zwart op als de zaklamp aanging, dus eerst zelf ervaren hoe dat voelde. Ingevouwen als een vleermuis in het zwarte gevaarte voor het aanschouwen van het effect. Dat viel reuze mee.

Spelend griezelen is wat anders dan choquerend griezelen met een ‘levensechte’ vampier op het doek. Er werd in ‘De Vleermuis,’ zo noemden we de doos, genoten van het donker tot hij uit elkaar viel.  Stuk gespeeld met griezels, gillertjes, het verkneukelend genieten van de spanning en de kriebels werden weggezongen: ‘In de vleermuis is het donker, waarom zou het donker zijn, in de heldere maneschijn, Anna Maria koekoek.’ (in variatie op een thema). Vleermuis was rijp voor de vaalt.

De eerste kauw is wakker, twee uur nadat de laatste vleermuis voorbij vloog. Het is 6.13 uur. De stad ontwaakt terwijl het nachtelijk leven verder dut, veilig ingevouwen tussen spouwen.

 

 

Uncategorized

Een eigen wijze Vos.

‘On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux.’  Antoine de Saint-Exupëry

image

Daar moest ik aan denken toen ik alle hartverwarmende reacties zag op mijn blog van gisteren. Het is een uitspraak van de Vos, die aan de kleine Prins zijn geheim vertelt.

de vos en de kleine prins

Herinnering:

We zitten in de kleine huiskamer onder het goudgele licht van een ouderwetse schemerlamp. Ik heb mijn oranje pofbroek aan en een bruin/rood jasje erop. Nicole heeft een mooie wijde witte bloes aan met pofmouwen, met haar blonde springerige krullenbol lijkt ze op een prins. We vertellen het verhaal van de kleine Prins en de Vos.  In de huiskamer is een minitheater nagebouwd. De grote leunstoel onder de lamp is voor de wijze Vos en het krukje voor de kleine Prins. Grote en kleine ogen  kijken ons aan. Het is doodstil en je kan een spelt horen vallen als de Vos zijn verhaal doet en de kleine Prins zijn vragen stelt. Het publiek  is zo geboeid door het verhaal dat op het moment dat Vos over het denkbeeldige koren tuurt over de hoofden van het publiek heen, iedereen omkijkt, om te zien wat hij ziet. Als Vos die ene belangrijke zin, de essentie uit het verhaal, zegt, schurkt de kleine Prins even tegen hem aan en waart er een zucht van ontroering door dit intieme theater.

‘Alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijk  is onzichtbaar voor het oog’.

We brachten iedere twintig minuten de voorstelling zonder pauze en aan het eind van de avond, moe en voldaan, sidderde de warme bedankjes nog uren na. Niet alleen vulde het onze harten maar ook die van de toehoorders, de ogen van de kinderen spraken boekdelen.

Littleprince.JPG

De kleine prins is altijd mijn held geweest, omdat hij door bleef zoeken naar de essentie van het leven en die vond in stukjes en beetjes in ieder mens, dier en plant die hij ontmoette.

Als ik naar mijn kinderen van de groep kijk, ik heb net weer twee dagen verdieping gehad door het schrijven van de verslagen, dan kijk ik door de ogen van de kleine prins. Je kan blijven hangen op wat allemaal anders moet en beter kan, maar als je het met de filosofie van de Saint-Exupéry bekijkt, dan zie je vooral waar ze sterk in zijn en goed, dan openbaren zich kwaliteiten die je anders licht vergeten zou, dan ontwaar je eigenschappen die zacht maken en schoonheid geven, dan opent het harten.

Daar elkaar ontmoeten, dat is voor mij het wezenlijke waar de wijze Vos over spreekt. Iemand die je lief hebt, tam maken, zodat je het schrijnen kan voelen bij het verlies. Binnen sluiten in je hart zorgt dat afstanden altijd overbrugbaar blijven of het in kilometers is of in lichtjaren.

Afscheid is opnieuw beginnen maar met de verlichting en in de wetenschap dat het goed was en straks zal zijn. Er komen nieuwe wijze vossen op mijn pad. Ik zal  de dronkenlap ontmoeten, de geograaf, de zakenman, de lantaarnopsteker en de koning en de ijdeltuit. Met elkaar gaan we het leven vieren en de roos koesteren, mijn roos, alle kinderen die hun eigen weg gegaan zijn en nu hun eigen kinderen hebben een eigen leven, een eigen wijze vos.

 

 

 

 

Uncategorized

Het leven delen.

We stevenen gezwind af op het einde van het schooljaar. Alles staat in het teken van afscheid en steeds schemert in het achterhoofd dat het een laatste keer is. Een laatste keer verslagen schrijven, een laatste keer portfolio’s plakken, een laatste keer verjaardag vieren, een laatste keer met de kinderen op excursie.

tranenthee van Arnold Lobel.

Afgelopen vrijdag heb ik mijn kinderboekenbijbels uit de kast verzameld en in stevige grote supermarkttassen gestopt. Ik wil ze voorlezen aan de kleinzoons en putten uit de kracht die het lezen en herlezen brengt, mijn leven met Roald Dahl, A.A. Milne, Lewis Carol, A.M.G. Schmidt, Antoine de Saint- Exupery, Arnold Lobel, Toon Tellegen. Kortom, nog even oplopen met iedereen die mij op de een of andere manier wist te roeren. Dat diepe intense gevoel, dat voorbij raken en ontroeren ligt. Dat wat de kiem vormt van het intense beleven.

Elk verhaal dat voorbij trekt, levert beelden op, die als een film in elkaar schuiven, woord en beeld raken elkaar en verankeren. Ze zijn de voeding voor de ziel.

Een van de mooiste vormen van afscheid nemen, ontdekte ik tijdens een nachtdienst. Een vrouw van 98 jaar had zegge en schrijven een tafel, een stoel en een boekenplank met zes boeken. Dat was haar hele persoonlijke bezit. Ze had, vanaf haar zeventigste, alles wat ze bezat, weggegeven aan mensen die het waard waren. ‘Dat voel je, vertelde ze ‘de juiste persoon komt op het juiste uur.’

De man die zichzelf weggaf

Het was alsof ik een kinderboek van lang geleden tot leven zag komen. ‘De man die zichzelf weg gaf’ van Gordon Sheppard gaat over meneer Pomeroy, die zover ging met weggeven tot er niets meer van hem over was en hij slechts voortleefde in alles wat hij aan bezit en kennis doorgegeven had. Ik had mijn eigen mevrouw Pomeroy ontdekt.

Het gaat niet om het bezit van de boeken, maar om mijn onzekerheid over hun toekomst. Het hoogste goed is, dat ze gekoesterd zullen worden. In de ban van de grote volksverhuizing die er staat te gebeuren aan het eind van dit schooljaar moet er heel veel weg. Jaren van intensieve en noeste arbeid, maar ook van herinneringen en gevoelens worden op één hoop geschoven. Alles verwordt tot niet meer dan een stapel papieren.

Met lede ogen kijk ik het aan. Het gevoel erbij stokt van binnen. Die afbraak van de betekenis doet iedere dag weer pijn. Het gaat al een een aantal maanden zo. Hoeveel kan een hart verdragen. Mijn hele ziel en zaligheid zijn verweven met de muren, de middelen, de mensen van deze kleine oude vertrouwde jas. Nu is ze te krap en moet alles wijken in het teken van de vernieuwing. Ik juich een frisse aanpak toe, maar daarom mogen de oude randen nog wel schuren.

Herinneringen waar je op blijft zitten, sterven een zoete doch gewisse dood. Je neemt ze mee in het graf en niemand heeft er meer weet van. Alle laatste keren behoren alleen mij toe, de pijn is iets waarvan alleen ik de kracht en het verdriet ken. Elke beleving ernaast, van mensen die me na staan en daar, op die plek, afscheid van mij aan het nemen zijn, is anders.

006  001

Het wordt tijd om de Pomeroy in mezelf te zoeken, want voor alles gereduceerd is tot een plankje met zes boeken, ben ik heel wat jaren verder.

Van de zes boeken die haar nog restte, waren er twee van Krishna Murti, en een fractie van haar wijsheid en liefde, voor mij. Voor de andere vier heeft ze vast iemand gevonden met hart voor haar lievelingen.

Dat is het leven delen, in de meest ware zin van het woord.

Uncategorized

Voor eeuwig jong gebleven.

Vannacht droomde ik mijn column bij elkaar. Vanmorgen toen ik wakker werd wist ik zeker, dat ik het zou onthouden. Na koffie te hebben gemaakt installeerde ik me weer en bleven de vingers doelloos boven het toetsenbord hangen terwijl de PC me zacht ruisend nieuwsgierig aankeek met haar grote witte oog. Weggevaagd in de werkelijkheidszin van alle dag.

Herinneringen:

Tropische hitte buiten. De harige benen onder de witte schort, de twee donkere koppies in de holtes van je armen. Verbouwereerd bleef je bewonderen, van de ene naar de andere, van de ander naar die ene. Twee jongens, wat een rijkdom.

Op muizenjacht, de veldmuizen waren massaal op de tafel aan het dansen in die heerlijkheid van grenen hout en stoflappen op zolder. In de grote verkleedkoffer met al mijn mooie hippie jurken, katoenen en kleurrijke gewaden, speelden ze kat en muis met je en hadden er geen nest maar een paleisje ingebouwd. De kinderen joelden om je heen. ‘Daar een en nog een.’  Eerst vriendelijk en almaar bedrevener werd je uitgedaagd. Dood aan de muizen. Een veldmuis hoort in het beukenbos en niet bij ons op zolder.

Paaseieren zoeken met de kinderen in een van de bossen rond Driebergen. Je liep versneld een rondje en zag daarna, zeker weten, de oren van een enorme haas. ‘Kom kijken.’ Opgetogen snoetjes en een grote grijns van jou bij de ontdekking van het eerste ei. ‘Wie het eerste op de heuvel is’….

Voetballertjes in de dop, die dikke kluwen klein grut midden op het halve veld, die als een bal rond tolde en waaruit twee koppies zich los maakten. Je vaderhart zwol van trots, daar gingen twee kleine evenknieën van je, de een met jouw inzicht en de ander met jouw doorzettingsvermogen en beiden scoorden aan de lopende band in jouw voetsporen op het veld.

scannen0024

Hombourg en wandelen in de ochtend als jij de beurt had om met de kinderen op te staan. Het viertal hing aan je benen, dolde over je heen in het veld in een uitgelaten vrolijkheid van schaterlach en liefde. Ze dribbelden met hun kleine benen mee naar de koeien hoog op het weiland. Daar een eerste boterham uit het vuistje. Niets is lekkerder dan dat. Papa, zon, koeien, blauwe lucht, geurende veldbloemen en zo’n stuk afgescheurd stokbrood met liefde, oneindig veel liefde.

scannen0057Het pluchen tafelkleed.

We liepen op de rommelmarkt. Kindlief in de slendang, diep weggedoken tegen mijn warme buik onder de paarse parka en jij in je pluchen tafelkleedje, improvisatorisch tot haute-couture jas uit de jaren zeventig omgebouwd en je grote zwarte baard met de sleutel en de ringen in je oren. Ons andere dametje in de kinderwagen. We hotsten en botsten ons een weg door de mensenmassa en haalden de krant. Trots stel van twee prachtige meiden.

Dammetjes bouwen in de rivier langs het zinkviolen veld. Met Lazy naast je, trouwe onafscheidelijke viervoeter, die lag uit te hijgen onder een boom in een wolligheid van rood, pluizig en groot. Je trouwe vriend.

.scannen0025De eerste kinderbakfiets ever! 1984.

De vader, de beste vader ooit. Nachtvlinder die de straten af struinde naar alles wat te maken viel. Fietsen vooral, de eerste bakfiets met kinderen erin, twee oude fietsstoeltjes op een plankje in een zwartgeverfde vuilniskar, kinderen erin en gaan. Krachtig, sterk, onoverwinnelijk en met een gedrevenheid, die verder ging dan je zelf kon bevatten.

Maar toen…

Kinderen bij mij en soms bij jou, als je het weer aan kon en geen last had van symbolentaal of stemmen in je hoofd, die opdrachten gaven om de mensheid te redden. Tussendoor altijd weer die lieve betrouwbare ene, die ze aanbaden en die er altijd was tot de volgende fase. Tot ook die fase uitbleef en je wist, dat je ze te allen tijde beschermen moest en koos voor een voortijdig vertrek.

Buizerd in Noorderpark 6

Elke dag zien we je ergens vliegen. Je bent de buizerd in de boomtoppen, de havik in het veld op muizenjacht die bij buitenkansje een kraai verschalkt, de torenvalk die hoog in de lucht bidt, de sperwer op zijn vlucht.

Je bent de golven in de zee en de branding neemt onze woorden met zich mee, net als destijds jouw stoffelijke onstoffelijkheid, om je te vertellen dat je nog steeds bij ons bent in iedere lach, kwinkslag, droom en dagdroom. De beste van alle vaders en voor eeuwig jong gebleven.