Uncategorized

De wereld van de kwetsbaarheid

Appjes van een gemiste avond. Een ontmoeting met een vijftal mensen, waarmee ik in de jaren zeventig de opleiding verpleegkundige-A had gedaan. Het waren de mensen die het meest met elkaar optrokken in die tijd. Er hoorden nog twee anderen bij die net als ik verhinderd waren.

Het poortgebouw(foto Wiki)

We schrijven 1973. De poort van het Academisch Ziekenhuis te Leiden zwaaide open voor ons, verse nieuwkomers. We hadden er drie maanden basisopleiding op zitten en waren klaar om de praktijk in te gaan. We hadden leren bedden op maken, in sinaasappels prikken, nachtspiegels schoonspoelen, veredelde wasbeurten geven met washanden en handdoeken voor onder en boven. In een gepikt en gesteven uniform, waaronder kousen verplicht waren, ook al vielen de mussen dood van  het dak en dat gelukkig geen kapjes meer vereiste, maar wel opgestoken haren.

Ineens weet ik, nu ik dit opschrijf, waar mijn hang voor mijn losse uitwaaierende haren vandaag de dag vandaan komt. Het stamt uit die tijd. Aan alle kanten piekten bij mij de haren uit het kapsel. Zuster Berkhout van de Longafdeling had een keer mijn haar zo strak in een knot gedraaid, dat ik nog de ontlading voelde toen de pin weer uit mijn haren schoot, wat een verademende vrijheid aan de tintelende hoofdhuid gaf.

We waaierden uit over de afdelingen. Mijn eerste stage was op Urologie. Welkom in de wereld van het Corpus en al haar excreten. De zoete geur van de grote 24-uursflessen urine hingen als moerasdampen over de bedden heen in de hoge zalen, waar vaker 6 tot 8 mensen lagen. Spoelkeukens werden bijna belangrijker dan die voor de inwendige mens. Hier werd alchemie bedreven. Men snuffelde, vergeleek de kleuren, de helderheid en de neerslag. Hoeveelheden werden per dag met de hand genoteerd en bijgehouden. Scheren van knopjes tot knieën werd een begrip. Mensenlijven waren voorbestemd om beter gemaakt te worden en hadden elke andere associatie uitgebannen. Met gierende zenuwen en trillende handen schoof ik de eerste katheters voorzichtig verder. Ondertussen bleef ik me verbazen over de kwetsbaarheid van de mens in de veelvoud van haar verpakking.

Rapporten werden geschreven, conclusies getrokken, handelingen verricht waar ik, tot vlak daarvoor op de kleuterkweek, nog nooit over had nagedacht. Wonden en bloed waren alledaags besef. De vraag was niet hoe eng het eruit zag, maar hoe de schade beperkt kon worden en daar gingen we voor. Dood trad in en haar nietsontziende keuzes. De zeis maaide soms onder de handen het leven nog weg. Een haastige vlucht naar Isfahan werd als zinloze handeling een feit. Er viel niet te ontsnappen, als de tijd gekomen was.

Het verschil in sfeer tussen de chirurgische en de interne afdelingen was groot. Hiërarchie heerste vooral op de eerste, waar artsen met een superieure houding zich boven het voetvolk stelden.  De internisten waren altijd menselijker, in voor een praatje, belangstellend en oprecht geïnteresseerd in heel de mens en niet alleen maar in hun vakgebied.

Neurologie in het oude gedeelte van het ziekenhuis, met haar infarcten, afasiën en de gestoorde motoriek, zorgde voor het besef van nietigheid. Als de transmitters niet goed meer functioneerden, waar bleef je dan. Decennia later vielen de beelden, de lange kloostergang met het hoge plafond en gebroken licht door de hoge ramen op de witte kalkmuur, samen met de sfeer, die de schilderijen van Michael Borremans oproepen. Vervreemding, het wezenloze staren, de voldongen feiten van de onmacht. Emotieloos gleden de ogen langs me heen, waar in de onpeilbare diepte nog ergens besef moest zijn.

Brussel (23 van 78)Michaël Borremans

Ik had graag daar in die kroeg in Leiden gezeten, om verhalen te horen, anekdotes uit te wisselen, herinneringen te delen en verleden tot leven te zien komen in de gegroefde gezichten, waarin overduidelijke sporen van de jeugd van weleer. Voor nu was het al een feest om met de gedachte even terug te zijn in dat oude Academiegebouw, dat destijds al haar geheimen prijsgaf aan een kleine groep argeloze ontvankelijke mensen die, onder de grote poort door, de wereld van de kwetsbaarheid binnen trokken.

Uncategorized

Het wereldleed dendert door

Gisteren in slaap gevallen eer ik de laatste twee pijnstillers van de dag kon nemen en vanmorgen pas weer wakker geworden. De pijn is nu even pittig, maar nog steeds draaglijk. Dat betekent dat ik kan afbouwen. Eindelijk. Wat heerlijk als mijn lijf een chemisch onderdeel minder te verwerken heeft.

Op de dag had ik een mooie bloeiende hangplant en veel lieve aandacht ontvangen van een van mijn meelevende vriendinnen. Vanaf het eerste moment dat ik de laatste jaren het wankele pad der gezondheid  opliep, is ze er geweest. Mijn eigen Florence Nightingale, die stilletjes rondwaarde, de ergste plooien van paniek en ongerustheid glad streek en onvermoeibaar mijn litanieën en spraakwatervallen aanhoorde bij opname of eerste hulp-perikelen. Een keer of drie heeft ze naast me gezeten in zo’n onpersoonlijke setting vol apparatuur, toeters en bellen en bezorgd op me neer gekeken en afgeleid. In nood leert men zijn vrienden kennen, fluistert het verleden.

Toevallig kwam vanmorgen een andere held om de hoek kijken. Nico de Beer schreef een stukje over Carole King en bij het lezen ervan, voerde het me terug naar de tijd dat ik met een moeizame weeëntocht van twee dagen naar de geboorte van mijn tweede dochter gleed. Iedere keer weer als het lijf met een overmatige contractie vruchteloze pogingen deed, zong ik mee met Tapestry en het alles omvattende nummer ‘You’ve got a friend.’ ‘If your down and troubled and you need some love and care…’ Door de pijn schalde het steeds luider door het huis. Het hielp. Zingen helpt om letterlijk de sensatie af te leiden van het ogenblik.

We zaten op de bank en keuvelden , deelden verdriet en leed, de fijne uren. Heel het leven in een notendop achter een kop koffie om de ongedeelde tijd te overbruggen en alles viel als vanouds weer samen en deden uren van gemis teniet. Zo werkt dat met goede vrienden. Daarmee kan je bruggen slaan in de tijd.

Pijn hoorde ik in het ‘Por Dio’ van de Italiaan, die door het ongeloof, in alle toonaarden zijn God aanriep, toen hij getuige was van de verschrikkingen van de ingestorte Morandibrug bij Genua. Hij bleef het maar herhalen bij een uitzicht op de brokstukken, van wat net nog een wegdek was geweest. Onvoorstelbaar en toch gebeurde het. Op de televisie worden de gestolde beelden door de kreet begeleid. Het afgescheurde stuk asfalt met als in een film een vrachtwagentje nog vlak voor de rand en erachter een onpeilbare diepte aan brokstukken en leed.

053Eigen poging

Mijn Bologna-reis had er vandaag opgezeten. Ik heb Morandi gemist. Zijn serene schilderijen niet in levende lijve kunnen aanschouwen of zijn energie mogen voelen in het atelier aan de Via Fondazza, dat voor bezichtiging openstond. Ik had door de heuvels kunnen lopen van de Regio Emilia samen met de zussen en de natuur kunnen zien met de ogen van een oude meester. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar ik had nooit aan hem en het gemis herinnerd willen worden door het onvoorstelbare leed van de, naar hem vernoemde, incapabele brug.

De zussen komen naar huis. Morandi wordt straks weer een stil leven, alleen voor de kunstkenner en de liefhebber een begrip. De brug, het symbool van onvolkomenheid, chaos en verwarring, is onverenigbaar met de naam van de kunstenaar, die zijn hele leven de ordening bleef vastleggen, maar daar draait het niet langer om. Leed is erger. Mijn pijn is te verhelpen met wat witte pillen, met de zang van Carole King en, meer nog, met de lieve aandacht van de vriendinnen. Het wereldleed dendert door.

 

 

Uncategorized

Een nieuwe horizon

Gisterenavond zapte ik mezelf ineens in een uitzending van een scout, die modellen zocht. Hij scheen bekend te zijn, al had ik nog nooit van de beste man, laat staan van het programma, gehoord. Maar het speelde zich allemaal af in Utrecht. De vismarkt in beeld. Als Utrechter moet je van goede huize komen om dan door te zappen.

Gezicht vanaf de Maartensbrug met o.a. de Vismarkt, Kalisbrug en in de achtergrond het Utrechtse stadhuis.De vismarkt.(foto wikipedia)

De Vismarkt. Daar was het allemaal begonnen. Ik ging er werken in de Metro. Een kleine koffiekelder op de hoek. Twee lange smalle kelders, waar de toog om koffie te halen de verbinding was. Het was er schemerig en het rook er muf, naar vocht dat erin geslopen was en er niet uit te stoken viel. Daar leerde ik de Inside Crowd van Utrecht kennen. Het was een bont gezelschap van voornamelijk scholieren en beginnende studenten, omdat de Metro nog niet het vervaarlijke imago had van de Trechter of Sarasani, waar gedeald werd. Er werd alleen maar koffie en thee en frisdrank geschonken. Ontgroenen in de Metro en daarna het ruige leven in.

001In de henna

Riny zwaaide er de scepter en ze zorgde ervoor dat mijn verlangen naar Henna haar ontwaakte. Dat kleine muizige koppie, met die enorme dikke vlechten koperglanzend haar, zo waanzinnig gezond en mooi, waren het gezicht van de tent. Voor dat glanzen had ze een middel, dat ze zwijgend verschool achter een geheimzinnige lach. Voor jou een vraag, voor mij een weet…Haar ogen spraken boekdelen.

Er was een grote kern van vaste bezoekers. Onderling ondernamen we van allerlei activiteiten. Zo voeren we met een BM-er via de Vecht naar een eilandje bij Bon in Vinkeveen, waar een grote legertent stond met wat losse tentjes er om heen, of we reden in een lange slinger brommers er naar toe.  Elk weekend was het feest. Muziek van Yethro Tull, the Doors en the Stones afgewisseld met een stevige blues schetterde over het rimpelloze water en ijlde de nacht in. We stommelden onder een roes van wijn en bier de dansvloer op en ’s nachts werd het echte leven ontdekt in de kleine tentjes ernaast. We maakten lol overeenkomstig de leeftijd . Uit de schulp gekropen pubers waren we, bijna de puisten ontgroeid en op weg naar wat ouderen volwassenheid noemden.

Dat was een wondere wereld voor mij, waarin veel te ontdekken viel. Het lapte dat voorgeprogrammeerde gezinsleven waar ik uitkwam, aan haar laars en volgde een eigen modus. Men sprak soms in raadselen voor mij, grapjes ontgingen me, kwinkslagen gleden langs me heen. Ik was de zaterdagavonden ternauwernood ontgroeid, waarbij we in pyjama, schoongeboend en met natte haren, een stroopwafel van de markt in de vuist, voor de buis gekluisterd zaten met Rudi Carrel, die nog gewoon Nederlands sprak.

Langzamerhand schoof de rebellie in de keuze van de kleding en de make-up, maakten we een statement met een flaphoed en een grote zwarte maxi-jas, die ik onder oma’s handen vandaan gebedeld had. De Musk, de Patchouli en de dikke Afghaanjassen gingen de strijd aan met de muffe Metrogeur en wonnen glansrijk. Het was de zomer van 1969. De wereld lag aan onze voeten en alles was nog mogelijk. De Vismarkt en haar Metro, de poort naar een nieuwe horizon. .

 

Uncategorized

Terug

In het dagboek van mijn moeder zoek ik de datum van vandaag. 13 augustus, maar dan in 1985. Dat is exact 33 jaar geleden. Ze is dat jaar 66 jaar geworden, net als ik straks in september zal zijn. Mijn moeder was daar even oud als ik. Waar gingen haar gedachten naar toe op zo’n voortkabbelende doodnormale dag?

030

Het eerste stuk gaat over mijn vader. Er is een mijlpaal geslagen. Hij wil een zuster om hem te helpen. Ze is eufoor, want dat zou betekenen, dat ze ontslagen werd van de dagelijkse belasting om hem te helpen met wassen. Iedere keer weer gaf dat veel misbaar en gemopper van zijn kant. Ze  moest het op alle fronten ontgelden. Ze wreef te hard, ze wreef te zacht, ze was te gehaast, ze was te langzaam, de washand was te ruw, ze gebruikte overdadig veel zeep of te weinig, ze dacht niet aan hem en zijn pijnlijke botten, zijn arme hoofd, zijn hulpeloosheid, zijn ellende, ze dacht alleen maar aan zichzelf. Als hij dan eindelijk in zijn stoel voor het raam was geploft, de koffie zijn hart verwarmde, keerde de rust weer en ebde de onmacht zijn lijf uit.

Mijn moeder had een brede rug. Er konden veel verwijten worden opgeladen, maar vanaf de dag dat mijn vader zijn herseninfarct had gehad, waren het er te veel. Ze rende het vuur uit haar sloffen en probeerde te sussen waar mogelijk. Elke dagelijkse handeling werd voor mijn vader een huizenhoog obstakel en mijn moeders taak was om dat weer tot de juiste proporties terug te brengen.

029.jpg

Haar filosofie bleef overeind. Op die dag, 33 jaar terug, schreef ze:

‘Vandaag heerlijk zonnig weer. Tot half acht buiten gezeten. Boek gelezen, bij de dingen van de dag, die kun je namelijk net zo vlug doen als je zelf wilt en dan blijft er tijd over om dingen te doen die je fijn vind. Je kunt zelfs die dingen niet doen, nog meer tijd behalve dekbed rechttrekken en kussens schudden, fles leeggooien, eten verzorgen, vaat wassen, dat moet hè. En de was, die ook. Ja, dat is het fijnst van 66 zijn. Je zit niet meer vast aan al die vaste gewoontes. E r kan geswitched worden, binnen de perken dan. Want er is ook nog een man, die op die vaste tijden eten, koffie enzovoort wil. Anders zou mijn leven zich wel aan dat eten maar niet persé  aan dit huis gebonden voelen. Vrij en blij.’

Mijn moeders leven werd, in de vijf jaar die haar nog restte, gekaderd door de ziekte van mijn vader. Het zorgde ervoor, dat ‘vrij en blij’ gestolen momenten bleven, buiten de mantelzorg om. Zo stijf als de botten van mijn vader werden, zo star werd zijn geest. Ondanks de moeizame omstandigheden bleef ze optimistisch.

Ze was zo oud als ik nu. Mijn beperkingen worden opgeworpen door het aangedane lijf, dat onder de omstandigheden van toen, het harde werken, de spanningen , de tegenslagen of door mijn eigen reacties daarop,  getob en gepieker, de overgang, zenuwen die zich niet laten inlijven, zich volledig overgeeft aan de opgelopen deuken. Souplesse van de jeugd, die een vaartje neemt naar elders en die de gelegenheid schept deuk na deuk op te stapelen in de vergrijsde spieren.

Aan de overkant zijn ze de bomen rigoureus aan het snoeien. Zenuwachtig vliegt een koolmeesje naar de boom voor mijn raam, nu met al dat brullende geweld de veiligheid onder zijn kleine pootjes wordt weggeblazen. Ook kraai en ekster doen luidkeels beklag. Het valt samen. Veiligheid, daar zoek je naar. Dat wordt weggenomen, zodra alles waar je blind op vertrouwen kon, steken laat vallen. Ze bladderen af, waar je bij staat, tot ongekende diepten. Vrijheid en blijheid binnen de perken. Mijn moeder kon dat laten rijmen. Achterin haar dagboek, aan het einde van dat eerste moeizame jaar van zijn ziekte schrijft ze: Dit jaar heb ik geleerd de buien over me heen te laten komen. Alleen als hij het echt te bont maakt, blaas ik terug. Over het algemeen ben ik en leef ik tamelijk optimistisch. Zo kom ik over en dat wil ik ook. Je kunt niet alles hebben en je moet leven naar de omstandigheden!!!’

boomMijn boom

‘Ik hoef niet op zoek naar een andere boom’ , zegt mijn moeder over de grenzen heen. Accepteren dat het zo is en er naar gaan leven, is haar devies. 66 zijn we vandaag, hier en nu en 33 jaar geleden. We hebben de wijsheid in pacht. Vrij en blij ondanks een leven aan banden, dat kunnen wij. Ik ben niet voor niets kind van mijn moeder. De boom aan de overkant staat er nog, met wat takken minder, maar met dezelfde levenskracht. De koolmees kan weer terug.

 

Uncategorized

De berg weer op

Poes Pluis blijft op schoot liggen. Stoïcijns negeert ze het toetsenbord en spint haar verlangen bij elkaar. Ik aai over haar bolletje en typ met een vinger verder. Old Skool.

10930097_10203848906243210_8124181328762964324_nMijn vader op de lagere school

Dat is niet helemaal waar. Al vrij vroeg kregen we op de MULO lessen in blind typen. De toetsen waren afgedekt met plastic dopjes in kleuren. Al gauw wist je welke letter haar geheimen prijs gaf onder het dopje. Typen met tien vingers is gewoonte geworden, maar blind heb ik nooit meer eigen gemaakt. Ik kijk altijd op het toetsenbord en lees later wat er staat. Alhoewel dat bijna blind is, want bij het schemerlampje ’s nachts ontwaar ik de letters ternauwernood. Soms schrijf ik cryptisch, dan is het toetsenbord op schoot een fractie verschoven. Het waren kleine Adlers, van die platte, ze waren vrij modern in de jaren zestig.  In het lokaal stonden ze op iedere tafel opgesteld. Een welkome afwisseling van Wieman zijn geschiedenislessen en van Van Hartens Nederlands. We mochten eindelijk even zelf aan de slag. We haalden op het eind er een diploma mee, waarop vermeld werd hoe snel je kon. Zoveel aanslagen per minuut. Ongetwijfeld zal er een afschrift van het bewijs geleverd zijn, maar slechts de herinnering is gebleven en die is gekleurd, net als de toetsen.

Ik ben een bevoorrecht mens, want ik heb alle vormen van schrijven mogen meemaken. Vanaf de lessenaar met de kroontjespen en de inktlap tot aan de allermodernste digitale. De inktlappen maakten we zelf. We hadden van oude lapjes even grote vierkanten geknipt met de kartelschaar. Dan konden ze niet rafelen. Je zocht een mooie knoop in de knopendoos. Die werd bovenop het stapeltje in het midden gelegd. Voorzichtig naaide je de knoop door en door, door alle lapjes heen. De eerste keer dat je je kroontjespen aan zo’n schone inktlap afveegde en de vlek zich verspreidde in een grilligheid, waarin met gemak een heks of een beer in te herkennen viel, was bijna magisch. Aan het eind van het jaar was de inktlap verzadigd van de inkt en werden je vingers alleen al vies van het afvegen. Inktlappen horen bij lessenaars. Alleen in het allerprilste begin waren die er nog.

001Toon me uw inktlap…

Al snel kwamen er moderne formica tafeltjes, maar ook met ingebouwde inktpotjes. De MULO verloor haar -M- na mijn eerste twee jaar en werd ULO. De inktlappen waren op de lagere school achtergebleven. De docenten vielen in karakters uiteen. De sarcastische Eshoff, de geslepen Link, de zachte Weustink, de zenuwachtige Adriaanse, de bedaarde van Harte, de driftige Wieman. Ze bevolken ruimschoots het geheugen tot op de dag van vandaag. Net als het krassen van de kroontjespen op het onbeschreven witte blad. Als je te hard drukte, spleet het pennetje in een brede aanzet uiteen. Het is vooral de veelheid aan indrukken, die de rijkdom en de meerwaarde zijn van het handwerk. De geur, de kleur, de sensatie van een vlek, die warrige inktlap. Recht, rond of vierkant, al naar gelang je karakter. Was je een chaoot dan lagen de lapjes schots en scheef, was je gestructureerd, dan had je een strakke inktlap. De creatievelingen maakten er een ronde, of een uitwaaierende van. Ook aan het patroon viel veel te herkennen. ‘Toon me uw inktlap en ik vertel U wie U bent.’

Pluis heeft eieren voor haar geld gekozen en ligt een fractie lager. Nu is het schrijfvlak vrij. Ik heb vannacht geslapen, hoe heerlijk is dat. Vanmorgen viel het me op, dat er weer de miniemste vooruitgang waar te nemen viel. Automatische handelingen, die weer terug komen en waarbij de gekneusde rib dan wel opspeelt, maar eigenlijk pas een fractie te laat. Het dal is bereikt en nu, met die herinneringen in een rugzak, de berg weer op.

Uncategorized

Kind van het kind te mogen zijn

Gisteren brak de komst van dochterlief met kleinzoon welkom door de pijn heen. Worteltjestaart en druiven. Autootjes op de bank. Het favoriete spel bij Oma. ‘Mag ik er een lenen?’ ‘Ja hoor.’ ‘Maar de anderen zijn nog thuis.’ ‘Geeft niks.’ Niet lang daarna kwam kleine Greetje om de hoek kijken. Het leidde 100 procent af. Vlak daarvoor had ik mijn hele ziel en zaligheid uitgestort. De tranen zaten hoog, de pijn was al een week ondraaglijk, er waren wat vervreemdende dingen gebeurd, Reggio was mijl op zeven. Dochterlief werd gebruikt als snotterbuffer. Dat luchtte op.

005-e1533972693915.jpgGreetje

Het gemis van een alleengaande. Een heel enkele keer iemand om lekker tegen aan te snotteren, om bij doormidden te breken, om de schouders te laten zakken tot op de grond. De uitlaatklep  is het schrijven, maar dat echt er even doorheen mogen zitten, wegkruipen in warme armen, de wang met open mond tegen een geurende schouder aan, hulpeloos belletje spuug in de afhangende mondhoek, bij die brandende lijfelijke  druk is er niet bij.

Liefde te over van mijn en de aangetrouwde kinderen, aandacht op maat, maar als je  pijn hebt, word je eigenlijk weer kind. Dat lieve, hulpeloze, om aandacht bedelende kind, dat de sneetjes in de vinger, de bult op de knie, de schaafwond op de arm weg getroost wil hebben. Kusje erop? Onvoorwaardelijke verzachtende zorg voor het onbeholpene, het lerende, het ervarende leven, iets waar je op vertrouwen kon. Zo was het vroeger thuis. Er werden geen zoete broodjes gebakken. Een doekje voor het bloeden werd je aangereikt als het ver boven de pet steeg. maar als het echt nodig was, als er werkelijk leed te betreuren viel, dan was er die koele hand op je te hete voorhoofd. Daar kon je blind op varen.

Het gevolg was wel, dat mijn eigen schatjes geen kans kregen om te miepen. Aandacht, ja, kusje, ja, maar overal was een remedie voor. Banaan en witte brood bij buikgriep, dampo op je borst bij een flinke verkoudheid, toverkusjes op de schaafwond en verder niet zeuren. Het was niet het einde van de wereld, alles liep nog op twee benen, en ziek, zwak en misselijk op je bed liggen helpt niet. Wel de aandacht en gezien worden. Dát was het allerbelangrijkste. Soms de lichte paniek, maar bij een doorgewinterde verpleegkundige kunnen de grenzen der emotie ver over het slagveld heen worden getrokken. Ik viel niet flauw bij een druppel bloed.

in de tuin

Zodra er vroeger bloed vloeide, zei mijn moeder:’Vinger in je mond’ en dan zogen we het weer op. Het was een verspilling om het te laten lopen, bovendien stopte het sneller en wat je kwijt was, werd op een geheel natuurlijke wijze weer aangevuld. Het leven was simpel met al dat grut, geen tijd voor prinsen en prinsessen. Er was werk aan de winkel en liefde was echte apenliefde. Vlooien en vechten wisselde elkaar in hoog tempo af. Wel was er altijd ergens een buuf die van zoetigheid aan elkaar hing en tranen droogde met drie-in-de-pan of een dikke plak koek met boter. Wij wisten precies waar we die ontberende hulp moesten halen. Troostmoeders zonder de beladenheid van het woord. Echte ouderwetse troost, met zakdoek, eau de cologne, dropwater en heel veel aandacht.

Dochterlief dus, met snotterbuffer en wortelcake, om even kind van het kind te mogen zijn.

Uncategorized

Achter een geurende kop thee

Gisteren viel, met de eerste druppels van de lang verwachte regen, vriendin binnen met een tas vol zonnigheid als compensatie voor de pijn en het achterblijven. Opgekruld in de bank met een kop geurige thee vertelde ze enthousiast over het bezoek aan het Noordbrabants Museum van de dag ervoor. Ze had speciaal voor mij foto’s gemaakt. Een prachtige collectie van de Indiase kunstenaar Manish Nai.

Wat een mooie concepten zet hij neer. Onmiddellijk vloeien er weer allerlei beelden het hoofd binnen, nieuwe ideeën, inspiratie. De foto’s tonen zijn kunst met blik, stof, hout, oude verweerde reclame borden. We constateren samen dat het niet alleen is wat je maakt, maar ook wat het concept erachter is en hoe het gemanifesteerd wordt. Kunst is een totaalbeleving.

11850971_1658575517722664_1785445398_n

Ze heeft een aantal keer gewerkt met oudere mensen in een verzorgingshuis. Beeldende vorming is daar al gauw schilderen. Soms blijft er een kwast in de lucht hangen of valt er een hoofd opzij. Daar peins ik over door. Toen mijn vader bezigheidstherapie kreeg, de gotspe van het woord alleen al drukt elk initiatief dood, moest hij met zijn sleutelhanden pitrieten dienblaadjes maken. Na het derde dienblad weigerde hij nog langer om het wilgenteen met het moordende trillen van de handen door het minuscule gaatje te steken. Zijn vloek schalde de ruimte in. Had hem een motorblok gegeven en hij had elke fijn-motorische oefening tot een goed einde gebracht.

505 Chiharu Shiota

Kunst maken met ouderen zou moeten zijn als het werken met de kinderen op school. Sluit aan bij de belevingswereld. Verzin samen met hen een ontdekkingsreis die verrassende nieuwe elementen wakker maakt. Letterlijk en figuurlijk. Geef ruimte aan het proces met een groot doek op de grond en verf, bezem, stoffer of met plumeau. Voeg elementen toe als water, aquarel en spons, strijk de verf onder handen tot leven in een encaustic schouwspel van kleur en diepte, bindt de strijd aan met de plastic soep door er nieuwe dingen mee te weven, timmer de onmacht het lijf uit en span er gouden draden doorheen, dát…met motivatie door het verrassende nieuwe.

In tehuizen regeert de macht der gewoonte. Die van de regels en de ingeslapen wetten.  Af te mogen wijken zou zo fijn kunnen zijn. Slapende honden wakker maken die dreigend liggen te grommen bij elke verandering. Het pad der voorspelbaarheid biedt zekerheid en geeft rust, maar aan de andere kant is het een valkuil, waar je ingeslapen met open ogen  intuimelt. Wakker schudden is een kunst op zich.

Ooit, bij een eindproject over kunst op school, werd het idee van Wheelerart geboren. De kinderen mochten met alles wat reed, autootjes, driewielers, rollerskaters door de verf rijden. Het werd een prachtig abstract werk en het enthousiasme om het doen spatten in een veelzijdigheid aan kleur en vorm van het doek Iedereen, geen kind uitgezonderd, stond te trappelen om een wiel bij te dragen.

104

Dat is over grenzen denken, de beleving zoeken , niet langer bang zijn voor vieze vingers, vlekken op je kleren. De kunstenaar in Den Bosch, Manish Nai laat met zijn Capturing Time zien dat vergankelijkheid vast te houden is, te bewonderen valt. Het draait niet alleen om afvalverwerking, maar om het nieuwe leven dat hij er in blaast. De kunst van het scheppen met een concept van afval en lijm, geduld en gouden ingevingen en de ultieme beleving door de reflectie erop. Geen afwachten meer, maar gaan. De vreugde herontdekken van het doen, het proces en daarmee een brug  slaan tussen wat ooit was en wat zal zijn. Die wens is de moeder van mijn gedachte voor het proces van het ouder worden. Oud met nieuw verbinden en vervuld ten onder gaan.

011.JPG

Daar zijn vriendinnen voor nodig achter een geurende kop thee.

 

Uncategorized

In alle opzichten

Gisteren reisde ik per televisie door de tijd. Zo handig, boeken en televisie als je aan huis gekluisterd bent. Er was een prijzenswaardige documentaire van de NTR over Peter Vos, de tekenaar. Hij woonde en werkte een groot deel van zijn leven in zijn geboortestad Utrecht en het was een tocht van herkenning aan de hand van de verfilmde beelden van lang geleden.Vrij direct aan het begin voerde de kunstenaar het volgende item ten tonele. Ooit als kind had hij aan zijn moeder gevraagd of hij knap was. ‘Nee, niet knap, wel leuk’, had zijn moeder geantwoord. Daar werd een belangrijke kiem gelegd voor de vorming van zijn bestaan, net als de vader die overal zijn tekentalenten roemde en zijn broer afdeed als talentloos, waar de kinderen bij waren.

Het lijken onschuldige opmerkingen maar in het hoofd van een kind nemen ze de gewichtige vormen aan, waar het hele leven, doel en streven, aan opgehangen wordt. Bij beiden was het dat geval. Broer heeft aan zijn talentloze bestaan beantwoord door school vroegtijdig op te geven en Peter heeft eeuwig de perfecte, optimale tekening nagestreefd.

De docu is fascinerend. Niet in de laatste plaats door de vele vogelbeelden. Vogels waren een bron van inspiratie. Hij personificeerde er de mensen om hem heen mee. Zijn vader vergeleek hij met een Mariboe en inderdaad als je de spitse kop zag van het dier, herkende je gaandeweg de scherpe trekken van de vader erin.

120Pozzebokken varianten…

Hij tekende alles wat los en vast zat. Van de mensen in zijn omgeving tot zijn emoties en gevoel. Toen het boek ‘De sprookjes van de lage landen’ uitkwam in de jaren zeventig moest en zou ik het boek hebben, al was het alleen al om zijn prachtige illustraties, die het verhaal tot rijke fantasie prikkelden. De door hem getekende Pozzebokken hebben,  samen met het verhaal van Bouke Jagt, me jarenlang gestimuleerd tot het overbrengen van de vrije fantasie en verbeelding bij kinderen. Te weten dat hij daar rondgelopen heeft in dezelfde tijd als in mijn vormende adolescente jaren geeft een licht gevoel van weemoed. We hadden elkaar kunnen ontmoeten daar in het Utrechtse uitgaansleven van die tijd, waar de café’s aan de Oude Gracht, de Vismarkt, de Neude, de Nobelstraat en het Wed tot de vaste loopjes behoorden.Misschien zat hij wel ergens in een hoekje te tekenen, tijdens verhitte politieke debatten of het lichte aangenaam verpozen.

Zijn laatste boek vormde een ode aan de mus. Dat nietige grauwe wezentje, dat zoveel verschillende kanten bezat, net als de kunstenaar zelf. Misschien ontdeed hij zich op die wijze aan het understatement van zijn moeder, ooit toen hij nog een klein jongetje was en, verlangend naar het juiste antwoord, naar haar opkeek. Zijn zoon Sander zegt op een gegeven moment over de innerlijke strijd waar het zijn vader betreft: ‘Het was niet genoeg dat hij de zoon was. Hij moest ook de tekenaar zijn.’  Kenmerkend vond ik dat. Want ‘kind zijn van’ zou voldoende kunnen zijn in het verwachtingspatroon van ouders, ongeacht hoe het zich ontwikkelen zal. Niet meer dan dat en de rest is mooi meegenomen.

Gemaakte fouten krijgen door de generaties heen een nieuwe kans. Steeds weer opnieuw. Zonen en dochters in een ander licht gevat. Het is maar hoe je het bekijkt. Door de ogen van het Vogelparadijs. Een docu van David de Jongh over de tekenaar Peter Vos met prachtige beelden van zijn ouders, zijn vrouwen, zijn zoon, zijn vrienden en zijn grote liefde: De vogel. Een getekend leven, in alle opzichten.

 

Uncategorized

Paracetamollen en de spijt

Spijtig maar waar. Bologna van het lijstje afgestreept. De pijn is te heftig, het belemmert overdreven veel. Aankleden gaat niet zonder slag of stoot en vanmiddag liep ik eigenwijs een winkel in, maar moest gezwind afhaken. Met de zussen en de dochters overlegd, gewikt en gewogen en wijsheid toegepast, dus de enige juiste beslissing genomen. Het idee alleen al stemt gerust. Geen gesleep, geen derde wiel aan de wagen, geen blok aan zusters benen.

Ik had met pijn in het Italiaanse landschap kunnen rusten, maar dan zou het beperkt-zijn alleen maar schrijnen. Het paardenmiddel Tramadol beloofde bij gebruik een paar dagen beroerd en ik mocht er niet mee auto rijden. Nu kan ik met de paracetamollen manhaftig de pijn trotseren door rustig aan te doen. Alleen zou ik wel eens op mijn zij willen liggen om in slaap te komen. Helaas pindakaas, dus hang ik in drie kussens en schrijf.

Bologna, een brug te ver. Waarom gingen we naar Bologna? Omdat een van de steden in de buurt een belangrijk pedagogisch centrum herbergt. Reggio Emilia. Toen ik op Jenaplanschool de Overkant kwam werken in 1987 besloten we om ons toe te leggen op ervaringsgericht onderwijs, dat helemaal aansloot bij de principes van Peter Petersen en waar de filosofie van Reggio aan ten grondslag lag.

milan

We creëerden, vrij van brandweervoorschriften en wurgende GGD-veiligheid, een huishoek met banken en gordijnen in paars en roze en legden een uitgebreide experimenteerhoek aan, waar alle materialen in glazen potten en open laden  en kasten voor handen waren. De kinderen mochten alles gebruiken, ook de wat risicovolle stoffen zoals sterkte lijm en ecoline. Het was de tijd van de kunstbeleving. Onder de handen van de kinderen groeiden de mooiste groepswerken waar ze weken mee zoet konden zijn, hetzij een groot stuk gaas, dat vol kwam te hangen met allerhande materiaal, hetzij een oud fietswiel, het zij een stuk vitrage, of door dozen en doosjes te stapelen en te vormen tot het in het thema paste. Een dino of een kasteel, een berg of een klok, een tijdmachine of een vleermuizenhol. Technieken werden proefondervindelijk aangereikt. Het borduren met de gespannen vitrage om een frame, verven, timmeren, stapelen, weven, papier-maché-en.  De verwondering werd verhoogd door te spelen met licht en donker, dingen op ware grootte te maken, zodat je erin kon kruipen, schimmenspel, drama. Het was wat je noemt één grote rijke leerervaring. Zowel voor de kinderen als voor ons.

casper

Het had spannend geweest om daar rond te mogen dolen. Wat was er van terecht gekomen na al die jaren. Hadden ze zich aangepast aan de tijd en op welke wijze. Vragen te over. Het is niet mijn tempel bij uitstek, maar ik onderschrijf de filosofie. Je kan een kind alleen tot betekenisvol leren brengen als je verwondering op kan wekken. Meetbaar is het aan het welbevinden. De motivatie is oneindig, is mijn ervaring. Als geen ander wisten wij het concept om te zetten tot een beleving en daar lag de kracht van onze school.

Het gaat mijn neus voorbij, even als de Piazza Maggiore, het Morandi-museum, waar ik zo naar had verlangd, de basilieken en de Palazzo’s. Wie weet, kom ik er ooit nog eens. Het heeft zo moeten zijn. Reggio is al decennia met mijn ziel verweven. En wat Morandi betreft, als de pijn is weggetrokken, ga ik stillevens schilderen met mijn lieve vriendin en kunstcollega uit die goede oude tijd. ‘Komt de vrouw niet naar Bologna, dan halen we Bologna naar de vrouw.’ Eerst nog even slikken. Paracetamollen en de spijt.

 

Uncategorized

Het kan erger

Het is drie uur. De hitte hangt in en om het huis. Ik probeer te slapen, maar de pijn van de gekneusde rib zingt dwars door de paracetamollen heen Op de zij liggen is een gotspe, daarna overeind komen blijkt nauwelijks te doen. Maar weer de kussens opgestapeld en half zittend afwachten tot de vermoeidheid toeslaat.

Pluis ligt languit als een klein grijs vloerkleedje uitgestrekt op het laminaat, ten einde wat koelte te halen. Dat denk ik. Af en toe maakt ze wilde capriolen bij het gewaarworden van een mug. Venijnig slaat ze haar poten uit om de snoodaard te pakken. Mug lacht haar uit met plagend gezoem om de kop.

259

De bruiloft was een ontspannen samenzijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand kleurde qua outfit prachtig bij de bruid. Zijn praatje was overduidelijk een formaliteit, met het uitspreken van de Koerdische namen had hij de grootste moeite. De weg er naar toe was leuk door het ongewone en de charme van een stadsbus. De tent had bezit genomen van het speelplein en verdreef de andere omwonenden tot een buitenplaats. Door de pijn kon ik nauwelijks iets eten van de enorme hoeveelheden lekkernijen, die zo kenmerkend zijn voor een Koerdisch feestmaal. Tussendoor toch maar even langs een arts.

De paracetamol kon geen kwaad, anders dan bij de andere snoepjes van dat kaliber. Tramadol was een optie als de pijn te heftig bleef. Dat laatste liever niet. Wel de onzalige gedachte dat ik de hele kleerkast overhoop heb gehaald en het in de slaapkamer leek of er een ontploffinkje plaats had gevonden. De doos van Pandora maar dan anders. Vandaag moet de koffer vol. Strijken en ruimen is geen sinecure op het ogenblik. Zelfs overeind komen uit de drie kussens is een mijl op zeven.

Het is een wonderlijk jaar, van dieptepunten naar hoogtepunten en vice versa. De kwetsbaarheid van een mens heeft zich op alle fronten geopenbaard en het valt me op, hoe moeilijk het is om van de veranderingen geen gemuts te maken. Het vult het bestaan op een dwingende wijze. Lastig voor een ander om daar mee om te gaan.

263

Jong en onervaren veroverde het lijden langzaam maar zeker mijn empathische vermogen toen ik in het Academisch Ziekenhuis in Leiden aan de slag ging. Mijn allereerste ideeën verdwenen als sneeuw voor de zon door eigen expertise. Nooit gedacht dat een bevalling en de perikelen erna zo’n inbreuk konden hebben op lijf en leden, toen ik in 1973 de kraamvrouwen op de grote zaal aanvankelijk aandacht vond vragen. Het kind was er, dat schreeuwde om dankbaarheid en geen geklaag. Na mijn eerste bevalling wist ik beter en achteraf was de schaamte groot om het volkomen verkeerd inschatten. Spitsroeden loop ik bij pijnen en pijntjes van een ander door die  leerschool. Dat een rib net zo pijnlijk kan zijn als een wee is nieuw voor me en daar zit helaas geen beloning aan vast.

Straks naar het ‘bella Italia’, de planten zullen het begeven onder de aanhoudende droogte, zoonlief heeft andere dingen op het netvlies. Ik kabbel zoetjes voort voor zover mogelijk is en bedenk dat een koffer met vier wieltjes een zegen is voor de mensheid, zeker met een aangedane ribbenkast. Het kan erger.

 

 

 

 

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Vannacht werd ik wakker met een hevige pijnscheut ter hoogte van mijn ribbenkast. Geen idee waarom en hoe. Dus dat is vervelend. Ik heb me in alle bochten gedraaid om blauwe plekken te kunnen ontwaren. Ik heb gisteren overdag de hele klerenkast uitgepakt. Misschien heb ik me verdraaid, maar het voelt alsof ik hardhandig in aanraking ben gekomen met iets dat niet mee gaf. Dat is niet zo. Het wordt afzien vandaag. Adem halen was al niet normaal, maar nu is het ook nog pijnlijk.

Het kan altijd erger.Gisteren zag ik de VPRO docu over normaal. De zanger, Bennie Jolink, lijdt aan astma en moet tussen de nummers door aardig aan de puf om voldoende zuurstof naar binnen te hengelen. Hij vertelde vaak ziek te zijn na de optredens. Geen  sinecure dus. Dat brengt me weer op de periode van onze band. Op het laatst had ik  moeite om de laatste nummers, vooral de toegift, tot een goed einde  te brengen. Soms kon ik de hoogte niet meer halen. Het samenzijn en het zingen zelf , het op de bühne staan en het grote toneelspel met het publiek gaf zoveel voldoening, dat ik er alles door kon vergeten en het er graag voor over had. Dus ik snap Ben Joling.

img_0432.jpg

Loslaten is een kunst op zich. Mijn zangduo en ik konden het wel. Op het hoogtepunt stoppen. De vrijheid die er door verkregen werd, opende weer andere deuren. Zo is het altijd gegaan. Volksdansen was ook zo’n belangrijk onderdeel. Jaren lang stond alles in het teken van het dansen. Mijn hele ziel en zaligheid was ermee verweven.  Ook hier waren de longen de spelbrekers, al wist ik toen nog niet wat de directe aanleiding was. Ik kon niet goed meer meekomen met de snelle choreografieën. Achteraf viel het kwartje.

Deze laatste fase van het werkzame leven, dat nu voorbij trekt door de gedoseerde inspanning die ik lever, is een ander verhaal. Mijn vader was verbitterd over de manier waarop men hem een nietszeggende post had aangeboden Hij weigerde zijn afscheidsfeest. Met veel plezier denk ik er juist aan terug. In die zin zijn de keuzes voorspoedig geweest en goed. Het werken met kinderen zorgt ervoor dat er een lege  plek blijft, ze roept verlangen op. Wat had ik graag mijn groep ‘groot’ zien groeien en nog verder mogen begeleiden. Eergisteren stond ik in de supermarkt en kwam de oma van een van de kinderen naar me toe. Ze woont bij mij achter. Haar kleinzoon had gevraagd of ze niet eens aan konden bellen bij mij, zodat hij op bezoek kon gaan. Dat streelt.

011

Hoe lang ik de kinderen onder mijn hoede had, maakte niets uit. Dat merkte ik aan de invalgroep van dit jaar en dat wist ik ook wel. Ze zitten allemaal op mijn netvlies, nog steeds. Bijzondere en mooie momenten in jaren van deelzaamheid. Er was ergens altijd zo’n moment van afscheid gekomen en altijd te vroeg. Het maakt niet uit. Als je mag voortleven in een zoete herinnering is de missie geslaagd. In die zin zijn we bevoorrecht. Alles wat dierbaar is, blijf je meedragen tot in lengte der dagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Proost

Morgen is de dag! Er gaat getrouwd worden. Het heet ‘een eenvoudige huwelijksregistratie’. Er mogen maar tien mensen aanwezig zijn en de buitengewone ambtenaar van de huwelijkse stand houdt géén toespraak. Voor niets gaat de zon op. Daarna is er een partytent op het grasveld voor het bovenhuis met een hapje en een drankje. Het grote feest is een maand later. Zo slim dit. Dan kan je gewoon genieten van een feest, zonder al de hele dag in touw te zijn geweest.

img_5220Oude herinneringen in nieuw gevat.

Een kolfje naar zijn moeders hand. Ooit zelf, 38 jaar geleden, waren mijn maatje en ik op die manier naar een gemeentehuis getogen. Twee vrienden onder handbereik. Een oude, rijk geborduurde, wijde Indiajurk verhulde een acht maanden dikke buik. Het gemeentehuis leverde nog wat getuigen. Geen probleem. In de duinen vierden we met een wijntje het feest. Met z’n vieren. Meer was het niet en meer was ook niet nodig.

Dochterlief trouwde in Frankrijk. Dat was weer wat anders. Een sprookjeshuwelijk a la  een groot bal, met alle toeters en bellen. De ceremonie duurde lang. Ik had me in een mooie ‘moeder van de bruid-outfit’ gehesen. Het was stralend weer, een drukte van jewelste en het feest was op een heuvel tegenover tout Paris . Met een glas Kir in de hand proosten we met uitzicht op de skyline van Parijs. Bijzonder, net als alles eromheen.

012Singel

Het tweede mijlpalenfeest was ook een parel. Voor de ceremonie hadden we een boottocht gemaakt op de singels van mijn mooie oude stuk geboortegrond. Het voelde zo vertrouwd. Dochterlief wandelde in een fantastische outfit door de straten van Utrecht aan de hand van haar kersverse echtgenoot. Gratis een nieuwe zoon erbij! Wat een voorrecht.  In mijn beleving knikten de oude gevels met instemming toen we langs kuierden onder het geratel van de blikjes én de blikken van de toeschouwers langs de kant.

‘Moeder van’ is een vak apart. Morgen mag ik mijn handtekening zetten onder iets waar ik het volste vertrouwen in heb. Ze hebben hun leven samen op de rit. In de deuropening hangt mijn mooie zwarte jurk. Zaterdag gekocht in dat grappige Ellewoutsdijkse winkeltje. Ineens besef ik dat ik weer te zwaar op de hand ben geweest, te veilig en te veel op kwabbels en babbels gericht. Van de week nog maar eens struinen. Het is een vlinderlicht stel, de voeten gaan bij het grote feest van de vloer op Tapan en Zurla. Mijn jurk is prachtig en stemmig en staat beeldig. Nu ik haar zie  hangen vraagt het feest om eenzelfde liefdevolle luchtigheid als mijn beide schatten.

129.jpgKylie Minogue brillenkoker

 

Een ding is zeker. Het hoofd is onder de pannen. Gisteren de nieuwe brillen opgehaald. De rosé kleurige blijkt van Kylie Minogue te zijn. Het Vintagehoofd kan een Vintagelook goed hebben, of zou het een klassiek model zijn. Hoe dan ook, de ogen blikken vriendelijker dan onder mijn oude strenge zware montuur.

041Zonnegeel

Vlinderlicht wordt het thema. Op, in en aan mijn hoofd. Dat moet lukken. Ik heb nog een hele maand tot het grote feest. Voor morgen wordt het zonnig geel! Die outfit was al binnen. En voor de Woman in Black komt nog wel een bestemming. Nu eerst bloemen en vlinders buiten zetten op een luchtig partijtje in Rosé-goud en Zonnegeel. Proost.

Uncategorized

Thuiskomen

In de tijden van Sartre en de Beauvoir declameerden we amechtig met herhaling de weemoedige regel: Partir, c’est mourir un peu’. Als ik deze dag wakker word, realiseer ik me, dat ik iets achter laat. Een stukje zielsverwantschap met dit kleurenpalet, een verbonden zijn met het lange lint naast de Westerschelde en haar roerig klein leven, dat zich al jaren op een zelfde manier tot elkander verhoudt. De vriendelijke, zachte aard van de bewoners, waarbij ik als altijd in een vreemde omgeving, even alert moet zijn op klank en taal, om daarna elk woord op de juiste waarde te kunnen schatten. De lieflijke kleine dorpen. Het is zo intens en roerend als het klinkt.

Gisteren haalden we de opgeladen fietsen nog eenmaal van stal. Met vieren reden we een stukje vertrouwd, een stukje onbekend, maar bovenal blijvend bemind, landschap door. Nog altijd waren de koffietenten met een zoeklampje te vinden, maar er zaten juweeltjes tussen. De koffietuin in Oudelanden, waar de tijd stil bleef staan zodra je het hek binnen ging en waar het goed toeven is tussen de heksenbollen en de waterlelies van Monet. Jasmijnthee haalde geurige witte bloemen naar binnen, terwijl de zon boven onze hoofden brak in de oude takken van de grote treurwilg. Daarvoor moest ik eerst wel onder de tent vandaan, want het witte dak smoorde elk zuchtje wind.

Met weemoed liet ik de fiets verder staan. Dag lieve belofte aan een langer leven. Sparen voor een mooie e-bike wordt een volgende optie en de dankbaarheid naar haar uitvinders is groot. Nooit gedacht dat ik met wapperende haren en gezwinde snelheid de kop leeg kon maken in een straffe wind. Met het grootste gemak, want beenspieren doen het altijd nog goed en zijn getraind door de fysiotherapie, stuif ik het goede leven der mobiliteit weer in.

Daarna gingen we over tot het laatste plan op het lijstje. De hitte zorgde er voor dat het Goesemeer overgeslagen werd. Tijdens de fietstochten hadden we een klein kledingwinkeltje ontdekt met interessante waar. Het was alleen op bepaalde tijden open en vanmiddag namen we onze kans waar. Een piepklein optrekje in Ellewoutsdijk behelsde een schat aan aparte, wonderlijke, opvallende, goedkope en dure, nieuwe en tweedehandse kledingstukken. Hier was kleding niet langer een manier om je lijf in te hullen, maar werd er Art van gemaakt, een levensbeschouwing. ‘Je kleedt je zoals je bent’, leerde mijn moeder ons vroeger al. Met vier zussen overspoelden we het kleine voorkamertje, dat gevuld was met rekken en rijen in alle hoeken en gaten. Geen van ons is identiek.. Er is de stoere, de modieuze, de  nette en de hippie volgens mijn lieve stoere zus, die alles lijdzaam ondergaat en de helft van de tijd verliest, als wij in de rekken hangen met onze kritische blik en de zoektocht naar nieuw. Ze heeft het fototoestel in de aanslag om in de tussentijd buiten de wereld aan haar voeten te brengen. Niets ontgaat de scherpe blik.

De eigenaresse is even overrompeld, had met de hitte niet zo’n invasie verwacht, maar ontpopt zich onmiddellijk tot de stiliste, de kleurenexpert, de adviseuse, die ze volgens het kaartje ook is. Ze kijkt, stelt gerust, roemt de schoonheid in plaats van het gebrek en iedereen die ze onder handen neemt, groeit. Het is een warm bad en ik luister naar haar goede raad en belangrijke tips. Tenslotte kies ik weer voor veilig zwart, terwijl ze me zojuist de adviezen van warme tinten aan de hand heeft gedaan. Ze zitten in mijn hoofd en spinnen zich straks verder uit. Dank lieve Ellewoutdijkse, voor het aangenaam verpozen.

Thuis bij de tent verbaast zuslief zich dat we zo eigen waren, deden, leken. Opdringerig of toneelspel? Nee, het is de wijze vrouwengolf. Ons kent ons, de herkenning van dat diepste wezen, dat in ons verborgen ligt. Het oer, het archetype. Daar komt geen toneelspel aan te pas, zelfs geen verkooptruc. Het is hetzelfde als thuiskomen.

Uncategorized

Dag, dag

De trap ligt als een vesting voor me en ik weet hoe haar te trotseren. Met dank aan de fysio van het Antonius en de ademhalingstechnieken. Het hoogste Duin ligt bij Zoutelande en deze zomer liggen daar ook de meeste toeristen, maar we hebben een slimme zet onder handbereik, als we haastig de hitte en de drukte ontvluchten door het dorp weer uit te rijden. We komen bij Valkenisse en de naam alleen al is voldoende om een gebalanceerd evenwicht te brengen. Met de kleine Valk ter gedachtenis beklimmen we de eerste treden. De zussen gaan vooruit, maar staan toch ook verdacht vaak stil. Ik ben niet anders gewend dan een aantal treden en rust, zo hijs ik me in een twee-minutenwals naar de hoogste top. De afdaling is de bekroning en het prachtige uitzicht over het goudgele strand met plukjes mensen in een gemoedelijke samenstelling. Er zijn parasols en ligstoelen te huur, vooral de eerste zijn een onmisbaar element met deze verzengende hitte, ook al is het al vier uur. Wat een heerlijkheid.

De enorme, zeewaardige slagschepen stomen op, naar de andere kant van de einder, Rotterdam? Engeland? Als balletmeisjes glijden ze landingslicht over het water in gezwinde snelheid. De Zeeuwse kust scherpt in antwoord erop haar tanden. Alle golven op de, verder zo bedaarde zee, vangen ze in hun fuiken om het aanrollende water een halt toe te roepen.  De dijk waait binnen.  ‘Als het golft, dan golft het goed, niet te stuiten, niet te sturen…’  Deze eenzame oneliners spatten onder protest kreunend uiteen tegen de houten golfbrekers en hebben geen ander verweer.

Bovenaan de trap gaat Mats me voorbij op de terugweg. Hij is aan het tellen. Ik val in een openingstreffer. ‘Wat kan jij al goed tellen’. Twee glunderende ogen in een blond koppie. Hij vertelt trots dat er 900 treden zijn. ‘ Zo, dat zijn er net zo veel als de Dom en dat is de hoogste toren van Utrecht. En jij kan dus tot 900 tellen. Wat knap!’  Want met zijn drie turven hoog, schat ik hem op 5 a 6 jaar. Vader lacht, heimelijke trots achter zijn blik verborgen.

Twee mannen met glimmende bruine buiken lopen langs ons heen de trap af en volgen een deel van het gesprek. Een van hen vertelt over een queeste naar de Domkerk. Ze vonden het niet. Hoe hoger ze kwamen in de toren hoe minder kerk. Haha, op zoek naar een luchtschip. Ze waren er dichtbij, vertelde ik hen, en meer dan dat zou het nooit worden. Het dwarsschip was in het luchtledige opgegaan tijdens natuurgeweld in de 17e eeuw. Dom en haar kerk gescheiden voor de eeuwigheid. De mannen lieten het dwarsschip voor wat het was en vonden ten leste, de Domkerk zelf, door het Domplein over te steken. Nu overbrugden Mats en de mannen samen met mij de hoogste duinenrij van Nederland in die wetenschap in een ‘en passante’ conversatie. Hoog, hoger, hoogst. Mats groeide gedurende de tocht drie meter, want hij was uitgebreid en met veel armzwaai aan het vertellen. Ik stelde hem mijn zussen voor en gemoedelijk zette hij een hernieuwde boom met een van hen op. Bij het starten van de auto zwaaide een armpje op de achterbank, mijn bruine zomerarm zwaaide uit het raam hoog boven de auto terug. Tot aan de rotonde bleven ze achter ons rijden. ‘Doe de groetjes,’ had ik nog geroepen. ‘Ja aan mijn moeder’, schetterde hij. ‘Geef haar een dikke zoenepoen,…’ ‘Zal ik doen’.  ‘Dag lieve Mats.’ ‘Dag, dag.’

Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

De bezinning ten top

We zijn in het midden van de week en nu al heb ik het gevoel drie weken op vakantie te zijn.  Het komt door de grote afwisseling. Gisteren een ‘geefdefietsspierenrustombijtekomen-dag’. Broodnodig omdat het bestaan niet gewend is aan een overdosis ‘zitten op de millimeter’. De huid heeft doorbloeding nodig, dus hangen we een dagje de toerist uit. Het betekent met name de nostalgie opzoeken in Arnemuiden, Veere en Middelburg.

Jaap Fischer beschreef ooit het dichtgegooide Veerse gat, waardoor de haven voor joker lag en de Duitsers en andere toeristen het lieflijke dorpje overspoelden. Ik kan ieder woord meezingen en weer proeven als ik over de grote toeristenmarkt loop, die uitbundig uitpakt met schapen scheren, manden vlechten en paling roken. De plaatselijke bevolking heeft zich in alle verschillende streekkostuums gehesen die maar te bedenken zijn en in de stralende zon blinkt het goud van de oorwarmers en schitteren de grote Zilveren knopen aan de riemen van de zo ruime vissersbroeken. Rijen dik lopen de mensen langs de kramen. De trekzak dient ter ondersteuning.

De lieflijke gevels, de wijde blik op de ooit zo dichtgegooide zeearm, nu een grote brede stroom, waar een zee aan toeristen de overkant wil bereiken, worden door de wet van de vakantieganger overspoeld, een vloedgolf aan indrukken. Eerst de markt met Oud Hollandse kramen zien en dan sterven. Vena, vidi et Luctor als variatie op een thema. We zijn er niet op uit om boven te komen, maar om ons zo snel mogelijk te ontworstelen aan het gedrang. Op een terras achter een glazen muur, onttrokken aan de rook van de palingtonnen, bekijken we, achter een Italiaanse lunch de wonderlijke habitat van bewoners, bezoekers en het economisch gewin. Hoog boven de hoofden verheven zich de gevels tegen het stralende strakke blauw. Een jongetje van tien vraagt zijn vader, terwijl hij over het muurtje hangt buiten de rommelmarkt van de plaatselijke muziekvereniging, hoe die het zou vinden als hij als tienjarige de zoveelste kringloop in werd gesleurd.

De man boven aan de kade verzucht het schip met passagiers toch vooral voorbij te laten gaan tot de boot erna. Een wijs besluit, maar op een dag als deze, kan je bijna nog beter gaan zwemmen. Hij lacht en is op vakantie. De geur van de gerookte paling doorsnijdt het zweet des aanschijns van de warme zomerdag.

In Arnemuiden zoeken we de klok, die in het lied bezongen wordt, maar meer nog het astronomische uurwerk van de toren zelf dat al stamt uit 1589 en niet alleen de tijd aangeeft, maar ook de waterstand en de eb en vloed.  De maanbol vertelt wanneer het volle maan is. Ze heeft in de eeuwen de tand des tijds getrotseerd en werkt nog altijd. Op de foto’s tegen de gevels van de huizen in het enige, bijna authentieke straatje vindt ik het Arnemuidense kostuum en dat brengt me naar het jaar dat we met de volksdansvereniging ons op het puzzelwerk hadden gestort van het eigen maken van de befaamde Zeeuwse rol, onder de kap en het aantrekken van rokken en kraplap. Wat was ik trots op de mijne, prachtig blauwzwart glanzend boven de baaien rokken en op het feit dat mijn rol zonder hulpstukken gemaakt kon worden. Het haar van achter naar voren getrokken en naar binnen gerold. De oude werf was nog gesloten en als er ergens een haven werkeloos toekeek was het hier, waar de botters en de zeilschepen bijna ingesloten leken door het land.

Middelburg was goed voor een andere primeur. Yoghurtijs, nog nooit geproefd. Wit, eiwitrijk en veel te veel. Haha. Met de avondwandeling daalde de rust over het prachtige Zeeuwse land, zonsondergang beloofde voor de volgende dag een nieuw fietsavontuur door het stille Zuid Beveland, ver weg van de overdaad aan mens en consumptie. Kerkklokken begeleiden de ondergaande zon. Poes kwam kijken of er nog een aai in zat en huppelde een eindje mee. Onder het dak van de paardenstallen, waar het snuiven en schrapen duidde op de voorbereidingen voor de nacht, vlogen de boerenzwaluwen bedrijvig heen en weer. Pas op de plaats. De bezinning ten top.

Uncategorized

Verkocht

Nooit gedacht, dat ik in de zak van Zuid Beveland zulke mooi beelden op mijn netvlies zou vangen. We reden met de fiets over de Dijk van Hoedekenskerke naar Kapelle. Er stond een straf windje. Vlak ervoor waren we op deze maandagmorgen op zoek geweest naar een kop koffie, maar in de kleinere dorpen die we hadden aangedaan, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg en bleek het later mijl op zeven. Geen koffietentje te bekennen en alleen aan de rand van het laatste dorp ging de Buffer net open. Het was 11 uur ’s morgens. De Buffer was een verzamelplaats van stoomtreinen, speelparadijs voor kinderen, annex klederdrachten-museum en dankzij het feit dat we om ruim voor tienen al vertrokken waren, bleek het nog een oase van rust. Weldra zou alles wat kind was in de wijde omgeving, zich hier komen vermaken en was het gedaan met de rust.

Na de koffie vonden we de de aanloop naar de dijk langs de Westerschelde en daar was het een zinderende natuurbeleving, een spotten van alle soorten vogels, die je maar bedenken kon en de brede kribben bezaaid met honderden oesterschelpen die het zilte water trotseerden in het slik en de met groen wier gesluierde schorren. Natuurlijk namen we de dijkweggetjes met eigen weg en betraden die op eigen risico, want niets is leukers dan de uitdaging aan te gaan. Dat betekende dat we wat voorzichtig over de net gekiezelde paden moesten rijden met de fietsen die ongeduldig onze gedachten alvast voorbij snelden .

Daardoor konden we het prachtige landschap achter de dijken, de wonderschone uiterwaarden met haar bijzondere populatie, bewonderen. De geur van de gerooide uien zweefde in vlagen langs en bleef soms lang hangen, daar waar de schapen zich te goed deden aan de uitgestortte overmaat.

Het oude loof lichtte op in een prachtig zenegroen, langs een uiterwaarden, waar het brakke water voor een overmaat aan kleurrijke bewoners had gezorgd. Daar liepen de lepelaars en de kluten, de futen en de wulpen, plevieren en kieviten tussen de prachtige hazelnootkleurige koeien met hun onnederlandse koppen. Het leverde een palet op, waar menig klassiek landschapschilder zijn ogen had uitgekeken. Nu met de blauwe luchten en de verwaaide plukken uiteen getrokken watten erboven het ideale beeld.

Alleen dat al was meer dan de moeite waard. De dag kon niet meer stuk. Toen we bij Kapelle aankwamen leek het alsof we weer terug waren in grootstedelijk gebied, maar niets was minder waar. Het was het dorp Biezelinge dat in het wegennet geklemd de voorbode was van Kapelle. Bij het dorpsplein vonden we de langbegeerte koffie, aan een veel te drukke doorgaande weg, met toeterende auto’s, vrachtverkeer, en scheurende scootertjes op een handbredeafstand van de borden en de glazen. Annie. M.G. Schmidt keek vanaf haar rots in de branding met afgrijzen naar de rood aangelopen mannen naast ons die onder invloed van bier en uitsmijters het geluid van het langsrazende verkeer trachtten te overstemmen.

Maandagmorgen is een verkeerd tijdstip als het weekend nog in de benen zit. Dat was duidelijk. De rode koppen, de verkeerde grappen en de loze opmerkingen zorgden voor een hele snelle lunch. Annies geboortehuis nog even bewonderen en daarna fluks weer op de fiets, de befaamde lange fietspaden op, op weg naar de stilte en de schoonheid van het achterland. Wuivende korenvelden, groene vlaktes en de weldadige stilte.

Zeeland, mijn vlakke land, als variatie op een thema. Ik ben verkocht.

 

 

Uncategorized

Het grootste gemak

Er is geen teken van leven op het terrein. Erboven valt de lucht uiteen in merels, kraaien, houtduiven en onbekende vogelgeluiden, die we niet thuis kunnen brengen. Verbazingwekkend, geen konijn of haas, die zich over het immense grasveld voortbeweegt.

Zuslief is ook wakker en heeft koffie in het vooruitzicht gesteld, terwijl ik de laptop open klap en verdwijn in mijn gedachten. Voor het eerst sinds heel lang is er een fietstocht geweest van 22 kilometer door het winderige, zilte maar zachte Zeeland. Mijn wielen vlogen over het asfalt met het gemak van de hometrainer op de sportschool. Elke dijk, elk hochie was een lachwekkende hindernis, die met gemak genomen kon worden. Geen centje pijn, In het hoofd klonk Zoutelande en als ik verder was gekomen dan de eerste regel, had ik nog lucht genoeg gehad om het luid en verheven mee te zingen boven de straffe wind uit. Nu neuriede het uit in een tadatadatada.

Met tour op gemak, met turbo als een speer…ik fietste.

De dorpen in Zuid Bevelande hebben alleraandoenlijkste namen. Ovezande, Oudelanden, Driewegen, Ellewoutsdijk, Hoedekenskerke, Heinkenszand, ’s Heer Abtskerke. In elk dorp viel buiten de kerk om kleine parels van huizen en stulpjes te bewonderen. Aan de dijk, tot zover het zicht reikte, de gladde zee, met aan de einder de de rokende kerncentrale van Borssele zelf.

Ooit, onder invloed van de dagboeken van Hans Warren, hadden de Oude, een goede vriendin, en ik een duik genomen in het jeugdige weleer van diens bestaan. Zochten in Goes en op de begraafplaats in Borssele naar de namen van zijn voorouders, alsof de schrijver daarmee dichterbij zou komen of te doorgronden zou zijn. Misschien las ik zijn boeken vooral omdat het een gelegenheid gaf, me voor te stellen hoe het leven van de oude vriend, zijn emotionele wereld, het liefdesleven, een andere snaar roerde dan de mijne,  evenzeer als Pijpenlijntjes van Jacob Israel de Haan me in eenzelfde vergelijk trok. Het waren de roerige jaren zeventig en tachtig, niets bleef verstoken van onze vorsende beschouwingen, waarmee we de wereld gretig tot een beleving trachten te maken. Als je iets niet kende, dan oordeelde je niet, maar ging je op onderzoek uit, was het principe in die dagen voor mij en de vrienden. Met het uur, met de dag, met het jaar wijzer. In Parijs raakte ik Warren kwijt, waar ik tot voor die jaren zijn jeugdige twijfel en emotie zo goed begrijpen kon.

Maarten ’t Hart had het voorwerk al gedaan door over dat wonderbaarlijke Zeeuwse land te vertellen, waar elk kruid, elk bloemetje, de natuur tot in details verweven tussen de zware lading van de sombere geloofsgemeenschap hing, de ouderlingen, de zwarte trijp, de kousen getuigden allemaal van een leven in zonde. Het was lang voor het Knielen op een Bed Violen van jan Siebelink, dat dezelfde muur had opgetrokken in het andere deel van het zwaar gereformeerde land.

De koffietuin in Oudelande, met haar heksenbollen in de Monet-vijver en haar elfen aan de rand, tussen goudkleurige Hortensia’s en Treurwilg, kroos en roos, bracht een sprookje tot leven. Aan de rand ervan in de rood, paarse kussens en de bloeiende lelies, van rozerood tot wit, zinderde de beleving van het fietsen nog na in mijn beenspieren en de vreugde erom in mijn hoofd. Alsof de lamme op was gestaan. Ik kon weer fietsen, met een e-bike en het grootste gemak.

 

Uncategorized

Iets waarmee lang op teren kan

Een kleine zweefvlieg komt nieuwsgierig kijken wat ik van plan ben te typen over het leven op het platteland. Het is er een oase van rust, als je in aanmerking neemt dat er nog een wereld naast leeft, buiten het leven in de luxe safari-tent. Ze doet gezellig aan, met de gordijnen, met hier en daar een gemoedelijke scheur door veelvuldig gebruik, het koffiezetapparaat en de waterkoker, die de snelheid van het platteland hebben overgenomen en op halve kracht werken, de ruimte die zich langzaam vult met allerhande artikelen, die bij vier vrouwen in een tent horen.

Af en toe klinkt geneurie van zuslief door de maatgevende roekoe van de duiven, die vroeger dan vroeg hun ochtend inluiden. De haan kraaide en de wc is mijlen ver weg, dan je altijd gewend bent om vanuit je bed rechtstreeks de badkamer in te duiken. Alles went. De zon schijnt, de koffie is warm en de meiden zijn allemaal gedoucht. Gisteren hebben we in een vriendelijk dorp vier e-bikes opgehaald en eerst even uitgetest, op hoogte afgesteld en ingereden. Fantastisch. Het werkt. Als onvermoeibare prinsessen laten we ons rijden, terwijl de benen een paar slagen in de rondte maken.  Onvermoeibaar kunnen we de dag aan.

Er is wat gesteggel over de dagvulling van vandaag, maar het volgt altijd zijn onnavolgbare pad, dat harmonie uitstippelt ondanks alle aanvankelijke protesten. Straks zitten we op de fietsen en kunnen op pad. De moedigen , broodnodige boodschappen, halen we op onbestendig weer tijdstippen dat weersverwachtingen en buienradars in het vooruitzicht stellen

Ik moet denken aan vroeger, als we een dagje op pad gingen met de auto. Voordat het hele stel erin zat en alle spulletjes ingepakt met passen en meten, het verse brood met beleg, de melk of karnemelk, het fruit, was mijn vader bijna al weer in staat om rechtsomkeer te maken als het gejengel nog bezig was bij de eerste afslag. Moeder suste de boel en als eindelijk iedereen bedaard was, reed mijn vader voorbij alle mooie, door moeder opgesomde plekken tot aan de zandduinen, die hij in zijn hoofd had. De auto braakte, tot verbazing van de omstanders, de kinderschaar uit en iedereen verwaaide na het eten, met bal, tennisblad, zandscheppen en anderszins.,

Met de vakanties voor de deur was de hectiek groter. Alles, waar mijn vader niet buiten kon, moest mee. De grote blikken augurken, de campingboter, de hagelslag, de aardappelen en blikken sperziebonen kregen in elk onverdeeld hoekje of gaatje een plek. De grote tent werd vanwege het gewicht achterin de laadbak gestald en als we bij een bestemming aankwamen, op weg naar het verre Spanje, moest de hele handel worden uitgestald voordat de tent opgezet  kon worden. De familie van der Linden ging op pad.

Over privacy en privewensen werd niet nagedacht. Vaders wil was wet. De paniek ontstond gedurende precaire omstandigheden, als mijn moeder de kaart verkeerd las en er een belangrijke afslag werd gemist, dan schalde het ‘Godzalmeeenschaapgeven’ door de lucht en doken we met verstilde koppies weg voor de priemende boze ogen. Dwars tegen het verkeer in herstelde hij mijn moeders misgreep Ze moest het bezuren met een flinke wind van voren. Wij zaten met dichtgeknepen vuisten te bidden, een wees gegroet of drie, opdat deze bui snel voorbij mocht zijn.Het hielp zodra de gang er weer in zat.

Vakantie, lief en leed en vooral delen. Geven en nemen en altijd weer een heerlijke tijd om op terug te kijken, want de herinneringen blijven het dierbaarst. Iets, waar je lang op teren kan.