Uncategorized

Terug

In het dagboek van mijn moeder zoek ik de datum van vandaag. 13 augustus, maar dan in 1985. Dat is exact 33 jaar geleden. Ze is dat jaar 66 jaar geworden, net als ik straks in september zal zijn. Mijn moeder was daar even oud als ik. Waar gingen haar gedachten naar toe op zo’n voortkabbelende doodnormale dag?

030

Het eerste stuk gaat over mijn vader. Er is een mijlpaal geslagen. Hij wil een zuster om hem te helpen. Ze is eufoor, want dat zou betekenen, dat ze ontslagen werd van de dagelijkse belasting om hem te helpen met wassen. Iedere keer weer gaf dat veel misbaar en gemopper van zijn kant. Ze  moest het op alle fronten ontgelden. Ze wreef te hard, ze wreef te zacht, ze was te gehaast, ze was te langzaam, de washand was te ruw, ze gebruikte overdadig veel zeep of te weinig, ze dacht niet aan hem en zijn pijnlijke botten, zijn arme hoofd, zijn hulpeloosheid, zijn ellende, ze dacht alleen maar aan zichzelf. Als hij dan eindelijk in zijn stoel voor het raam was geploft, de koffie zijn hart verwarmde, keerde de rust weer en ebde de onmacht zijn lijf uit.

Mijn moeder had een brede rug. Er konden veel verwijten worden opgeladen, maar vanaf de dag dat mijn vader zijn herseninfarct had gehad, waren het er te veel. Ze rende het vuur uit haar sloffen en probeerde te sussen waar mogelijk. Elke dagelijkse handeling werd voor mijn vader een huizenhoog obstakel en mijn moeders taak was om dat weer tot de juiste proporties terug te brengen.

029.jpg

Haar filosofie bleef overeind. Op die dag, 33 jaar terug, schreef ze:

‘Vandaag heerlijk zonnig weer. Tot half acht buiten gezeten. Boek gelezen, bij de dingen van de dag, die kun je namelijk net zo vlug doen als je zelf wilt en dan blijft er tijd over om dingen te doen die je fijn vind. Je kunt zelfs die dingen niet doen, nog meer tijd behalve dekbed rechttrekken en kussens schudden, fles leeggooien, eten verzorgen, vaat wassen, dat moet hè. En de was, die ook. Ja, dat is het fijnst van 66 zijn. Je zit niet meer vast aan al die vaste gewoontes. E r kan geswitched worden, binnen de perken dan. Want er is ook nog een man, die op die vaste tijden eten, koffie enzovoort wil. Anders zou mijn leven zich wel aan dat eten maar niet persé  aan dit huis gebonden voelen. Vrij en blij.’

Mijn moeders leven werd, in de vijf jaar die haar nog restte, gekaderd door de ziekte van mijn vader. Het zorgde ervoor, dat ‘vrij en blij’ gestolen momenten bleven, buiten de mantelzorg om. Zo stijf als de botten van mijn vader werden, zo star werd zijn geest. Ondanks de moeizame omstandigheden bleef ze optimistisch.

Ze was zo oud als ik nu. Mijn beperkingen worden opgeworpen door het aangedane lijf, dat onder de omstandigheden van toen, het harde werken, de spanningen , de tegenslagen of door mijn eigen reacties daarop,  getob en gepieker, de overgang, zenuwen die zich niet laten inlijven, zich volledig overgeeft aan de opgelopen deuken. Souplesse van de jeugd, die een vaartje neemt naar elders en die de gelegenheid schept deuk na deuk op te stapelen in de vergrijsde spieren.

Aan de overkant zijn ze de bomen rigoureus aan het snoeien. Zenuwachtig vliegt een koolmeesje naar de boom voor mijn raam, nu met al dat brullende geweld de veiligheid onder zijn kleine pootjes wordt weggeblazen. Ook kraai en ekster doen luidkeels beklag. Het valt samen. Veiligheid, daar zoek je naar. Dat wordt weggenomen, zodra alles waar je blind op vertrouwen kon, steken laat vallen. Ze bladderen af, waar je bij staat, tot ongekende diepten. Vrijheid en blijheid binnen de perken. Mijn moeder kon dat laten rijmen. Achterin haar dagboek, aan het einde van dat eerste moeizame jaar van zijn ziekte schrijft ze: Dit jaar heb ik geleerd de buien over me heen te laten komen. Alleen als hij het echt te bont maakt, blaas ik terug. Over het algemeen ben ik en leef ik tamelijk optimistisch. Zo kom ik over en dat wil ik ook. Je kunt niet alles hebben en je moet leven naar de omstandigheden!!!’

boomMijn boom

‘Ik hoef niet op zoek naar een andere boom’ , zegt mijn moeder over de grenzen heen. Accepteren dat het zo is en er naar gaan leven, is haar devies. 66 zijn we vandaag, hier en nu en 33 jaar geleden. We hebben de wijsheid in pacht. Vrij en blij ondanks een leven aan banden, dat kunnen wij. Ik ben niet voor niets kind van mijn moeder. De boom aan de overkant staat er nog, met wat takken minder, maar met dezelfde levenskracht. De koolmees kan weer terug.

 

4 gedachten over “Terug

Reacties zijn gesloten.