Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!