Uncategorized

Verkocht

Nooit gedacht, dat ik in de zak van Zuid Beveland zulke mooi beelden op mijn netvlies zou vangen. We reden met de fiets over de Dijk van Hoedekenskerke naar Kapelle. Er stond een straf windje. Vlak ervoor waren we op deze maandagmorgen op zoek geweest naar een kop koffie, maar in de kleinere dorpen die we hadden aangedaan, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg en bleek het later mijl op zeven. Geen koffietentje te bekennen en alleen aan de rand van het laatste dorp ging de Buffer net open. Het was 11 uur ‘s morgens. De Buffer was een verzamelplaats van stoomtreinen, speelparadijs voor kinderen, annex klederdrachten-museum en dankzij het feit dat we om ruim voor tienen al vertrokken waren, bleek het nog een oase van rust. Weldra zou alles wat kind was in de wijde omgeving, zich hier komen vermaken en was het gedaan met de rust.

Na de koffie vonden we de de aanloop naar de dijk langs de Westerschelde en daar was het een zinderende natuurbeleving, een spotten van alle soorten vogels, die je maar bedenken kon en de brede kribben bezaaid met honderden oesterschelpen die het zilte water trotseerden in het slik en de met groen wier gesluierde schorren. Natuurlijk namen we de dijkweggetjes met eigen weg en betraden die op eigen risico, want niets is leukers dan de uitdaging aan te gaan. Dat betekende dat we wat voorzichtig over de net gekiezelde paden moesten rijden met de fietsen die ongeduldig onze gedachten alvast voorbij snelden .

Daardoor konden we het prachtige landschap achter de dijken, de wonderschone uiterwaarden met haar bijzondere populatie, bewonderen. De geur van de gerooide uien zweefde in vlagen langs en bleef soms lang hangen, daar waar de schapen zich te goed deden aan de uitgestortte overmaat.

Het oude loof lichtte op in een prachtig zenegroen, langs een uiterwaarden, waar het brakke water voor een overmaat aan kleurrijke bewoners had gezorgd. Daar liepen de lepelaars en de kluten, de futen en de wulpen, plevieren en kieviten tussen de prachtige hazelnootkleurige koeien met hun onnederlandse koppen. Het leverde een palet op, waar menig klassiek landschapschilder zijn ogen had uitgekeken. Nu met de blauwe luchten en de verwaaide plukken uiteen getrokken watten erboven het ideale beeld.

Alleen dat al was meer dan de moeite waard. De dag kon niet meer stuk. Toen we bij Kapelle aankwamen leek het alsof we weer terug waren in grootstedelijk gebied, maar niets was minder waar. Het was het dorp Biezelinge dat in het wegennet geklemd de voorbode was van Kapelle. Bij het dorpsplein vonden we de langbegeerte koffie, aan een veel te drukke doorgaande weg, met toeterende auto’s, vrachtverkeer, en scheurende scootertjes op een handbredeafstand van de borden en de glazen. Annie. M.G. Schmidt keek vanaf haar rots in de branding met afgrijzen naar de rood aangelopen mannen naast ons die onder invloed van bier en uitsmijters het geluid van het langsrazende verkeer trachtten te overstemmen.

Maandagmorgen is een verkeerd tijdstip als het weekend nog in de benen zit. Dat was duidelijk. De rode koppen, de verkeerde grappen en de loze opmerkingen zorgden voor een hele snelle lunch. Annies geboortehuis nog even bewonderen en daarna fluks weer op de fiets, de befaamde lange fietspaden op, op weg naar de stilte en de schoonheid van het achterland. Wuivende korenvelden, groene vlaktes en de weldadige stilte.

Zeeland, mijn vlakke land, als variatie op een thema. Ik ben verkocht.