Uncategorized

Het leven is een feest

Omdat het beeld van vast te leggen objecten opvallend meer wazig werd, besloot ik tot de aanschaf van een nieuwe bril, met die van een tweede er gratis bij. De eerste aanzet is het meten van de druk met de puffende stijgbeugel, waar het hoofd in vastgeklemd zit, als een middeleeuws martelwerktuig. Daarna mag ik mee naar het kamertje, waar de koelte verfrissend is. Het is er schemerachtig en er staat een grote comfortabele stoel klaar. De gegevens van de keer daarvoor werden doorgenomen. Tot mijn verbazing blijken beide ogen een cilinderafwijking te hebben, een zogenoemd astigmatisme.

012

Ook al sinds de vorige meting. Dat verklaart het wazige zien en het onvermogen om foto’s scherp te stellen. Dat ligt niet aan het fototoestel zelf en of je een zoeker hebt of een LCD-scherm om het vast te leggen beeld mee te bekijken, maar vooral aan het zicht. Het verklaart veel, maar levert juist door het wazig zien bij tijd en wijle prachtige plaatjes op. Dat is een afwijking. Daarna volgt een berekening met het lezen van de letters en waar het gissen wordt. Dan nog iets met bolletjes en het groene en rode vlak met zwarte letters. Na alles zie ik helemaal wazig, maar dat heft zich op door te knipperen met de ogen. Ze zijn te inspannend bezig geweest.

Als de afwijkingen bekend zijn kan de grote zoektocht naar de bril beginnen. Varifocus met een straf leeshulpmiddel en een op elkaar afstellen van horizontaal en verticaal, zodat het bord bij de winkel aan de overkant ineens goed leesbaar blijkt te zijn. Wat een verademing, die helderheid van het beeld. Contouren weer scherp, gezichten strak omlijnd. De wereld in detail is een totaal andere dan de slierten troebele wazigheid, waarin zich het leven de laatste maanden voltrok. De plus vier mocht er nog een schepje boven op hebben. Wat zal het lezen weer een feest zijn.

005 Spiegeltje, spiegeltje

Monturen te kust en te keur om die glazen in te vatten. Er is een nadeel met passen. Met deze mate van kippigheid zie ik niet goed, hoe de bril staat, anders dan met mijn neus praktisch tegen de spiegel aan. De vorige keer hadden mijn dochter en ik al een foefje bedacht. Foto nemen en later terugkijken, simpel maar doeltreffend. Dus kijk ik met de oude bril, die rimpels vriendelijk verzacht, naar de diverse monturen. Als ik de foto uitvergroot schrik ik me een hoedje. Dat ze met dit warme weer niet uitgeslapen zijn, blijkt pijnlijk treffend. Hoe groter en dikker de bril, hoe meer het het oog versterkt en haar wallezakken. Het zij zo. ‘Ouderdom komt met gebreken’, fluisteren de krabbebijtertjes.  Ja, ja, ja, maar wat als ‘IJdelheid, Uw Naam is Vrouw’ de hoofdrol speelt. Het blijft een dingetje hoor.

De kosten brengen een snelle beraming met zich mee. Daar moeten we een ijsje overheen laten glijden. Waarom val ik altijd op de mooiste modellen, die ook het duurst blijken te zijn. Daar komt weer die ijdelheid om de hoek kijken. Bovendien is het leuk om een aantal nieuwe jaren anders en modieus te zijn. Ronde brillen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Het hippe Lennon brilletje van ijzer van 48 jaar geleden grijnst me in haar nieuwe jas, een rosékleurig montuur met groene pootjes, toe. Janis Joplin roept  me met al haar jeugdigheid. Wat staat ze jong en anders. De oude rebelse hippie is wakker. Twee ronde brillen voor de prijs van één. Dat ze daar de duurste als richtlijn voor nemen is een beetje jammer. Maar met alle rebellie in me, denk ik: ‘Ach, kan mij het ook schelen’.

Dat het verschil gaat maken bij het schilderen en de te schieten foto’s is zeker. De wereld jong en stralend, gekaderd en omlijnd. Het leven is een feest.

 

Uncategorized

Alle hoeken en gaten

Het heeft z’n voordelen als je niet kan slapen. Pluis was heftig bezig om  het vliegende beest, wesp of mot, tussen de zachte kussentjes van zijn voorpoten te krijgen en had daarbij nietsontziend van alles van de tafel en de vensterbank gegooid. Ik keek met hem mee en daarvoor moest ik het bed uit. Een wesp lijkt me  niet voor de poes. Vanuit het zijraam trok een oranje bol mijn aandacht. Gauw de bril op, terwille van de jaren des onderscheids, anders had het net zo goed een lantarenpaal kunnen zijn. Daar hing het roerloos in de lucht. Een oranje maan, helder en lokkend. Klaarwakker nu stommelend op zoek naar de fototoestellen. De kleine Lumix vergrootte niet genoeg, de spiegelreflex met de enige lens die ik bezat, liet een oranje speldenprikje zien, maar de mini Canon, mijn oude vertrouwde maatje, die eigenlijk aan vervanging toe is met haar ouderdomskwalen, haalde hem in een oogwenk wat dichterbij.

IMG_9208.JPGIn volle glorie

‘Blue moon’ zong het door mijn hoofd, hoewel ze als een grote vuurbal stond te schitteren.  ‘De maan  kleurt 27 juli spookachtig oranje’ kopt ene Daniël Mulder op Roots. Ik zie alleen schoonheid. Misschien doet de kleur oranje hem te veel denken aan de uitgesneden pompoenen van Halloween. Vanavond zal het nog mooier zijn, belooft Google. Hopenlijk is het dan evenzo een onderbroken nacht door het feit dat de hitte niet meer uit huis te weren valt. Met alle ramen en deuren open tocht wind lauwwarm naar binnen. Een mooie aanleiding om het zwerk op te zoeken.

004rubriceren

De fototoestellen moest ik zoeken, omdat ik, ondanks de hitte, de vorige dag in een opruimwoede belandde. De tafel moest leeg. Weken was het een strijdtoneel  geweest van vlijtige creatieve uitingen en ze lag bezaaid met doosjes aquarel, kwasten in bekers met water, briefpapier, viltstiften, kleurpotloden, lijm, en een fruitschaal  met een reusachtige kromgetrokken courgette, die ik als spookachtig zou kunnen bestempelen. Monsterachtig groot. Verder nog tijdschriften waarin geknipt was, postzegels en schaar, wasco en schetsboeken. De bezem erdoor zou mijn moeder zeggen en met haar denkbeeldige hulpmiddel begon ik alles in te delen naar vermogen. Tekenspullen in de tekentas, klaar voor handzaam gebruik, olieverf voor het fijn schilderen in de verfkist. Om die op te kunnen bergen moest de witte kast onder handen genomen worden.  Tussen de terpentine, de houtskool en de tubes aquarel, de doos met pastels zwierven de vlaggetjes van voorbije verjaardagen en de afscheidsslinger van de Overkant. Oprollen en verzamelen in een plastic zakje, handig bij elkaar.Een hele plank gevrijwaard voor de houten schilderkist  met haar kostbare inhoud de dure penselen, de prijzige verf.

Stukje bij beetje ontgon ik de berg, die zich van lieverlee opgestapeld had. Stapeltjes maken, rubriceren, deduceren. De papierbak vulde zich systematisch met overtollig onbruikbaar, de tas voor de kringloop met kleine en grotere hebbedingetjes.

housekeeping observations by Lydia DavisLydia Davis

Het was er geen weer naar, maar voor het hoofd betekende het ruimte en rust. Vooral dat laatste. Het bleek een fluitje van een cent, binnen een paar uur gepiept. Alle transmitters stonden de goede kant op. Ik vond twee fototoestellen terug op de trap en een keurig in de tas. Maan bleef hangen tot ik het bewijs had geschoten. Bloedrood nog niet, maar wel fel oranje. Met behulp van mijn moeder veegde ik denkbeeldig het laatste staartje van de trap. Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.

 

Uncategorized

Ruimte sparen

Het is laat in de avond of vroeg in de nacht. Natuurlijk is het te warm om goed te kunnen slapen. Ergens heb ik een paar uur wel de ogen dicht gehad, maar daarna lag ik ook al weer een hele tijd naar de lauwe wind te reikhalzen, die door het op een kier geopende raam kwam. Mijn zoon heeft me al twee keer gewaarschuwd voor muggen. We verschillen van mening. Als het licht aan is en het raam open, dan komen ze niet, is mijn ervaring.

0033-e1532567753462.jpg

Ik lees in de het tijdschrift ‘Zin’ over Renate en haar opvolgster Hanneke Groenteman. Ze heeft ook een vlotte pen, maar anders dan Renate. We gaan het zien en beleven. Eerst maar eens de kans geven aan mezelf om te ontwennen en de ruimte te geven aan deze opvolgster. Ruimte geven betekent dat je iemand op z’n minst het voordeel van de twijfel geeft of, beter nog, dat je er onbevangen instapt. Iemands plaats innemen betekent niet dat je haar moet vervangen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Het is een leerpunt, ruimte geven.

Nog altijd heb ik de neiging  om te ‘Jamaren’. Zodra je jezelf  ‘Ja maar’ hoort zeggen, zouden de alarmbellen moeten gaan rinkelen. In hetzelfde nummer staat een artikel  over dit onderwerp. Karen Kroonstuiver doet in het blad aan de hand van het kleurenschema van Erikson uit de doeken, hoe dat werkt met ruimte geven en krijgen. Een van haar voorbeelden is die van een brillenverkoper, die niet wil luisteren naar zijn klant, als deze vertelt dat de bril voor haar niet werkt. Hij is bezig zichzelf te verliezen in een uitgebreid en technisch verhaal om toch vooral over te brengen hoe vernuftig de bril is en dat men niet over een nacht ijs gaat. Als je eenmaal op een spoor zit, is het lastig om een zijspoor te vinden waar je dergelijke stokpaarden kan parkeren.

0122.jpgIllustratie kleurenschema Erikson uit Zin

Dat kristalliseer ik eruit. Stokpaarden zijn behoorlijke ruimte-innemers. Zodra ik mezelf voor de tweede of de derde keer iets hoor herhalen, is dat een teken dat ik bezig ben met anderen te overtuigen van mijn gelijk. Tegelijkertijd is er dan geen ruimte meer voor het tegendeel. In theorie is het allemaal te bedenken, zaak is het in de praktijk te gaan checken. ‘De koe bij de horens vatten’ hoor ik het verleden zeggen. Zodra ik mijn stellige mening uit en tot een tweede keer wil overgaan met een dergelijke retirade, zal ik op de rem trappen. Dat moet een bewustwording teweeg brengen. Of ik zo meegaand zal zijn als de koper in het brillenverhaal en toch de bril mee naar huis neem om het na twee weken weer terug te brengen is een tweede. Dat kon ze, omdat ze op dat moment bedacht  dat de verkoper blauw was, ze zelf in eerste instantie geel handelde en daarna kon overschakelen op groen gedrag. Er staan talloze voorbeelden in van dergelijke voorvallen.

Voor mij geldt met name, me niet groen en geel te ergeren, maar vooral mijn eigen touw te laten vieren en meer ruimte te bieden aan een ander. Kunst is het vinden van een balans, want je laten overvleugelen is de keerzijde van de medaille. Niet gelijk op je achterste benen staan, maar het verhaal van een ander de ruimte geven om binnen te komen. Mooi gegeven voor de aankomende zussenweek. Ruimte sparen.

Uncategorized

Klaar terwijl U wacht

Spiegelende etalageruiten moesten verboden worden. Gisteren deed ik een poging om de allereerste expositie van de doeken van Knockart vast te  leggen op de gevoelige plaat. Daar was eerst een mevrouw die allesbehalve oog had voor het schoons en haar fiets uitgebreid stalde voor de etalage, net voor ik mijn fototoestel te voorschijn had gehaald. Ik registreerde haar zwarte jurk en haar korte haar voordat ze de winkel inliep naast de kunsthandel. Eerst probeerde ik de etalage vast te leggen waarin het grote abstracte werk van Mieke Siemons, onze ziel en zaligheid, de rode draad in mijn artistieke ontwikkelingen, stond opgesteld. Vrolijk wuifde het spiegelbeeld terug met mij dwars door het mooie doek heen. Niet zo makkelijk voor een gat te vangen, stelde ik me naast de spiegelende ruit op. Dan maar vanuit een schuin perspectief. Daar ontmoette ik de Voorstraat in volle glorie, want opgebroken dwars door alle kunst heen.

004

Ik wandelde de winkel in om te kijken hoe ver mevrouw was gevorderd. Ontdekte een mooie sjaal voor 4 euro in de opruiming en drentelde, nog steeds vóór het zwarte jurkje, naar buiten. Haar fiets stond dwars door mijn waterlelies te pronken. Ik bewonderde details die ik vergeten was. De kunsthandel was niet open, met een gerust hart nam ik op de vensterbank plaats om de foto te zoeken van het werk, toen het nog op de ezel stond. Uiteindelijk ruimde de fiets in…voor de ijzeren afrastering die op de weg stond. Ik gaf het op. Maar met  gepaste trots, opdat we daar in die etalage mochten staan.

005

Het is komkommertijd, nou ja bijna, in het aanbod van cursussen. Maar voor de liefhebber zijn er wel een aantal leuke zomerse aanbiedingen te ontdekken buiten de dure schilderweken om. Zoals bijvoorbeeld de gratis Kids Art week van Carla Sonheim. Een online uitdaging voor kinderen tot 99 of ouder. Ze geeft leuke inspirerende ideeën door, die op elk tijdstip op elke plaats(bijvoorbeeld op een vensterbank voor een kunsthandel) uit te voeren zijn. Ik moet er wel bij vertellen dat mijn schetsboek, mijn kleurpotloden, fineliners, aquarel en penseeltje tot de vaste uitrusting behoren. Altijd. Ze zijn net zo onontbeerlijk als een fototoestel.

De eerste les is uitgevoerd. Vogels vanuit waterverf droedels. De tweede les gaat over papier mooi maken met waterverf en een bankpasje, het betere scrapwerk, zodat daaruit mooie knipsels van vlinders ontstaan en ineens weet ik waarom ik het zo heerlijk vind om op deze te warme dagen voor buiten te doen. Het zijn mijn spiegelingen op het werk dat ik mijn hele leven lang heb gedaan Materiaal en technieken aanleveren en ruimtelijke vrijheid geven aan kinderenom ermee te experimenteren. Zo ontstond aan het begin van het schooljaar de pozzebokkenserie, naar aanleiding van het fantastische boek met de gelijknamige titel van Bouke Jagt en Peter Vos..

120Pozzebokken; dolfijnen van de Kring in Woerden.

Pozzebokken hebben geen vast omlijnde vorm of uiterlijk, ze zijn toevalligheden, ontstaan uit een samenvoegen van een aantal grondbeginselen, verf of ecoline, papier en een schaar. Ze kunnen nooit mislukken. Het is de manier om de eerste schreden te zetten op het gebied van kunst met kinderen, zoals de waterverfvogels uit de eerste les van Kids Art.

Nu de hitte de dag zindert, valt er binnen van alles te ondernemen. Het huis is een ateliertje geworden. De tafel ligt bezaaid met potloden en verf, bladzijden, brieven, penselen, waterbakjes en fototoestellen. daartussen zweven de dag-optekenboekjes, kleine schetsboeken en de grotere. Kunst is overal, als je de ogen opent. Vanmorgen moest ik mijn karnemelkglas van de nacht mee naar beneden nemen om af te wassen. De nacht had melkglazen strepen getrokken tegen de wand. Karnemelk-Kunst. Klaar terwijl U wacht.

Uncategorized

Alles kan altijd erger

Gisteren kwam  er een staaltje naastenliefde achter mij in de kassa-rij staan. Ze was vermomd als een veertiger, klein van stuk met kuiltjes in haar wangen en een open blik. Ze was me niet opgevallen omdat ik luisterde naar het gesprek met de caissière en een dikkig, roodharig jongetje, die met het schaamrood op de kaken en met een vertwijfelde blik in de ogen aan het stuntelen was met de bankpas en een briefje in zijn hand.  Eerst kon hij niet betalen met de contactpin, maar dat gebeurt wel vaker en behalve de boodschappen stond ook de pincode op zijn briefje geschreven. De pas had onvoldoende saldo, gaf het apparaat aan. Het jongetje werd roder, probeerde het nog een keer.

Achter mij was de rij wachtenden toegenomen. Sommige graaiden hun boodschappen weer van de band en renden ongeduldig naar een andere kassa. De vrouw achter mij merkte op dat hij misschien wel vijf euro kon pinnen, dan moesten er hooguit wat boodschappen achterblijven. Zelfs bij dat luttele bedrag weigerde de pas. ‘Er staat geen geld op’, stelde een van de meisjes achter de kassa vast. ‘Maar mijn vader heeft er geld op staan, anders had hij het me niet meegegeven,’ mompelde het jongetje. ‘Dan heeft je vader zich vergist’, was de droge conclusie.

De vrouw vroeg hoeveel het was en zei: ‘Dan pin ik het wel voor hem.’ In zijn zenuwen was het jongetje kleiner en kleiner geworden. De vrouw verblikte of verbloosde niet, pinde het bedrag, schreef haar email-adres op het bonnetje en liep weer terug naar haar plaats in de rij. Ik was met stomheid geslagen. Om mijn eigen lethargie, ik stond daar maar een beetje sullig te wachten. Om de caissières die nog aan het overleggen waren, nu werkte er geen kassa meer. Om de kordate aanpak van de vrouw. Een daad van menslievendheid. Ik vertelde haar, dat ze me  iets belangrijks had geleerd. Het ging namelijk niet om het bedrag. Het ging niet om het feit dat die vader het jongetje in zo’n precaire situatie had gebracht, iets waar ik me vooral druk om stond te maken. Het ging om de daadkracht.

‘Erger je niet, verwonder je slechts’ zong mijn wijze oude vriendin in mijn oor en deemoedig moest ik bekennen dat ik me wel geërgerd had. Aan de vader die het zijn kleine zoon zo moeilijk had gemaakt en aan het feit dat de jongen te vroeg volwassenheid in zijn schoenen geschoven kreeg.

048

De vrouw was de engel. Ze zei ‘Ik krijg het wel weer terug. Het is mijn geloof, ziet U. Ik ben katholiek.’ Ik ken veel katholieken van huis uit, maar zelden heb ik de naastenliefde zo praktiserend volbracht zien worden. De volgende keer zal ik bij een dergelijk voorval in haar geest handelen, dat staat vast. Omwille van het kind en nergens anders om.

Het was een bijzondere dag, vooral ook omdat een collega van heel lang geleden met zijn vrouw in een hoek van de gang bij de longfysio bleken te zitten. De vrouw herkende me onmiddellijk. Ik moest door de jaren heen de jonge huid van weleer vangen en eenmaal gewend aan de aanblik doemden daar de twee uit mijn spinrag van lang geleden op.  De boomlange meester van de onderbouw, waarbij de kinderen hooguit tot aan zijn knieën kwamen. zodat de afstand er voor zorgde, dat ze letterlijk tegen hem opkeken.  Hij stond boven aan de wachtlijst voor nieuwe longen.

Ik moest door naar de therapie in de zaal die er achter lag. Vanuit mijn oogpunt zag ik ze wegrijden en lopen. De lange vouwde zijn benen dubbel in een scootmobiel en zoefde met een vaartje de gang door, mijn leven weer uit. Alles kan altijd erger.

Uncategorized

Lang geleden

Terwijl de platanen hun bast laten vallen,  bomen in de rui, de ringslang zich steeds onbeschaamder toont aan de goegemeente en zich uitgebreid koestert in de tropische zonnewarmte, vlinders uitbundig kleuren en hun opwachting maken in de uitbreiding van hun paradijs, de bloemen steeds dieper moeten peuren om naar grondwater te vissen en uitbundiger bloeien dan ooit, verschans ik me achter mijn onvolprezen bamboescherm, dat tegen het raam aanplakt en er voor zorgt dat zomerzon de gevel niet verzengt. In de kamer is het koel, geen overmatige dorst, geen extreem gepuf. Bij vlagen trekt er koud zweet langs. De oorzaak daarvan zou elders kunnen liggen.

IMG_0030

Een man in het zwart was bezig met een lichtopbouw in de kamer, terwijl ik sliep. Hij hielp mijn zoon, die elders het te druk had. Zo werkte dat. Als je er zelf niet uitkwam, sprong een ander voor je in de bres. Dat is collegialiteit ten top. Ik werd wakker en hielp mee het verhaal ter plekke te verzinnen. Ik leverde er namen bij, waarvan Lotte er eens was. Waarom de beste man uit het melkkannetje van mijn kringloopservies dronk, mondde uit in een vraag aan zijn adres. Zonder het antwoord af te wachten, wandelde ik naar de filmlocatie. Daarachter stond immers het teakhouten bergmeubel van mijn moeder uit de Amandelstraat, waar vroeger de pick-up aan het oog werd onttrokken. Toen ik de deurtjes opende, was de inhoud op een enkel schoteltje van het servies na, leeg. Dat verklaarde het. Geen kopjes genoeg. We bleken een bont gezelschap midden in de nacht, terwijl de rest van de wereld de hitte trotseerde en sliep.

pluis 1Poes Pluis

Ik sla mijn ogen op en voel de koele nachtbries door het open raam. Een mug heeft de ingang ook ontdekt. Het ballonnetje boven mijn hoofd met de beelden zijn met het wakker worden doorgeprikt en verdwenen als sneeuw voor de zon. Beneden in de kamer hangt de hitte van de vorige dag zwaar tegen de ramen. Als de dubbele balkondeuren opengaan, stroomt frisse lucht naar binnen en haalt de nacht opgelucht adem. Buiten zingen de eerste merels al. Poes Pluis sprint gezwind het balkon op, frisse lucht en vrijheid tegemoet. Ergens bast een hond. Er schraapt een gordijn langs het kozijn. Dat zijn de enige geluiden op het ruisen van de A2 na. Als ik mijn ogen dicht doe had ik op een balkon in Spanje kunnen staan of in de tuinen van de Franse Filature. Dezelfde lauwwarme nacht, dezelfde slapeloosheid, dezelfde belofte voor overdadig hoge temperaturen.

korte ademhalingssteegZwolle

Het belooft een week van ziekenhuis en onderzoek te worden. Die wereld apart die ooit tot mijn thuis behoorde en nu zoveel te weeg brengt, maar ook nog altijd wonderlijk vertrouwd aanvoelt. Ik steven nog steeds door de gangen, alsof ik er werk.Wordt ook altijd begroet. Wanneer neem je het imago van de patiënt over, of voelt niemand zich zo. Het is een status waar je absoluut aan moet wennen. Tijdens de longtherapie wisselen we gedachten uit. Zielenleed, dat alleen de insiders zullen herkennen, omdat het voor de anderen prietpraat blijft, een ‘ver van mijn bed’ show, maar dichterbij dan menigeen denkt.

In de auto naar het oosten toe versta ik door de ruis van de motor niet wat er gevraagd of gezegd wordt. Ik hang van kwalen aan elkaar en miep er misschien wel teveel over. Je moet niet zeuren als je er zelf niets aan laat doen. Oren, ogen, longen, hart en sommige pezen, gewrichten. Dat regiment pillen, dat een aantal bijwerkingen geeft, waardoor er nog meer bijkomt aan weer andere pillen. Ik moet het even kwijt.  De laksheid is geen onwil, maar een vastklampen aan wat ooit normaal was. Als je het niet ziet is het er niet. Heel even maar, wat struisvogelpolitiek, omdat je zou willen dat het weer was als toen, ooit, lang geleden.

 

 

Uncategorized

De dader verklaart

Het duurt even eer ik besef, dat het verhaal alweer bijna achter me ligt. Net begonnen. Vannacht, waar de slaap niet komen wilde en de bril op mijn neus de letters liet dansen. Gegrepen vanaf de eerste zin, die cruciaal de rest van de ontwikkelingen binnenhaalde en daarmee alles bepalend bleek. Jaloerse vleugen over haar schoonheid. De taal verhaalt, vervult, verrijkt. De meester. Ik lees ‘Jij bent van Mij’ van Peter Middendorp.

Lovend zijn de subtiele tekeningen van de gebeurtenissen, ragfijn, geen detail uitgespaard. Het zijn juist dagelijkse dingen, die de dader vormen en daarmee ook het onvermogen, de vraagtekens die opdoemen. Opgebouwd, woord voor woord vult mijn hoofd zich met het beeld. Wat kunst vermag.

044kraai op de tuin

Aangemoedigd door een lovende tweet over de schrijver, in een opwelling aangeschaft, dagen genoten van de prachtige omlijsting, de klapwiekende vogels in dat vuurrode, bloedrode. Onschuldige trek der spreeuwen met hun gehavende vleugels en herkenbaar ook. Net als de kauwen die met luid misbaar iedere dag het veld ruimen wanneer ik huiswaarts keer uit de volkstuin.Ze trekken naar de grote kastanjes rond de hoge flat. Het zwerk vult zich letterlijk met het klokkende zwart en figuurlijk met de vallende avond na een mooie dag. Nooit gaat die trek voorbij zonder Hitchkocks dreigende vogels op het netvlies, die een glimlach ontlokken.

De schrijver wordt eigen als diens taal en de gedachtegang van de dader de mijne worden tijdens het lezen. Het boek is nauwelijks weg te leggen. Bewondering en verwondering lopen hand in hand om zijn prachtige stijl, zijn woordkeus, zijn poëzie, het zachte, waarmee de gruwelijkheid uit de doeken wordt gedaan. Met weemoed nader ik het einde van het verhaal, het laatste hoofdstuk: Winter.

010.jpg

De schrijver in mij heeft woord voor woord de beschouwer losgemaakt. Elke handeling, een ontmoeting, het gesprek mondeling of via het vluchtige digitale woord wordt vastgepind en ontleed. Details voegen zich tot een geheel. Bijzonder maar ook herkenbaar is de manier waarop de man in het verhaal zijn realiteit handen en voeten geeft. Flarden vooruit, dan weer stappen terug, om uiteindelijk te komen tot de grote ontknoping, die vanaf het begin al vast stond.

Mijn ontmoeting met de werkelijkheid speelt zich af in fragmenten en kleuren het plaatje. Natuurlijk vindt het een weg in het schrijven op de vroege ochtend, de foto’s onderstrepen de details. Die wonderlijke kenmerken, waarop de belangrijkheid van een gebeurtenis blijft hangen.  Met een aantal schrijfvrienden sturen we brieven naar elkaar. Om het woord verlegen zit niemand, volgens mij. Het werkt  bevrijdend om vanuit de vrije val iets te delen met iemand die je eigenlijk niet eens kent. Boeken zijn brieven en verhalen die je deelt met al die mensen die je eigenlijk niet kent en vice versa.

In het boek staat een overpeinzing die veel duidelijk maakt en tegelijkertijd de verwarring meebrengt. De dader stelt zich buiten de werkelijkheid. Hij is daarmee de ‘Teacher in Role’, zoals bij het rollenspel de regisseur uit en in het verhaal stapt als dat zo uitkomt. Schouwer en lijdend voorwerp, dader en slachtoffer, de schuldenaar versus de schuldige. Wie rekent af met wie. Het perspectief vanuit de dader, die de buurman kan zijn, je eigen vader of zoon, een collega, de winkelier om de hoek, zit dicht op de huid van de lezer en het zorgt ervoor dat de dreiging intens en voelbaar blijft, het hele boek lang.  Meer diepgang is niet mogelijk. De dader verklaart.

 

Uncategorized

Wie niet waagt, die niet wint

Ik sla de laatste bladzijde dicht en bedenk hoe moeizaam de aanloop was, waarmee ik in het verhaal probeerde te komen. Ergens op twee derde van het boek sloop er iets van spanning binnen en riep het vragen op. Eenmaal daar aangeland lukt het nauwelijks het boek nog weg te leggen en moet het verhaal worden afgerond in mijn hoofd. Ik brei alle losse einden samen. Nu is het dicht en stelt het toch wat teleur. De taal, de vorm, de moeizame, onprettige karakters, de van ver gehaalde voorvallen, de onooglijke, overduidelijke symbolische locatie. Als de kaft zwaar op de bladzijden valt, is het rijp voor de kringloop. Hier volgt geen tweede keer lezen of toch…

Waarom pakt het ene boek je bij de eerste zin en een ander niet of nauwelijks. Waar ligt het aan. Aan het boek zelf, aan de schrijfstijl, aan het onderwerp? Nee, dat is te kort door de bocht. Het ligt voor het grootste deel aan mijn ontvangst. De rust in mijn hoofd, de vermoeidheid, waardoor ik wel honderd keer het boek weg moest leggen. Als je wil verdwijnen in het verhaal, dan lees je door, net zo lang tot je erin zit, ook al is dat pas halverwege of aan het eind. De cirkel rond, dat beoog ik met lezen. Verdwijnen, mee gevoerd worden, jezelf verliezen.

012

Doordat ik de puf niet had, met het gebrek aan energie door de lichamelijke klachten, ogen, die dicht vielen na vijf regels, woorden die aan het dansen waren en alleen de dikke + 4 A.M.G. Schmidt bril versterkend genoeg is, kan ik niet afreizen. Het is een beetje een kip en ei verhaal. Beide, boek en lezer, zijn debet aan het euvel.

0091.jpg

Zelden wordt ik niet het verhaal ingetrokken. Bij de pil van Knausgard met de titel ‘Vader’ bleven de bladzijden maagdelijk en ongelezen. Kleine letters, korte regelafstand, te breedsprakig. Op het stapeltje naast mijn bed ligt het Labyrinth der geesten, een avontuur, die ik in de vakantie zal aangaan, omdat ik uit de drie vorige boeken van dit vierluik weet, hoe geraakt ik zal zijn. Daarbovenop ligt Het boek van Peter Middendorp. De prachtige omslag met de intrigerende titel: Jij bent van mij, schreeuwt erom als eerste gelezen te worden. De kritieken zijn lovend, maar die leg ik te doen gebruikelijk, naast me neer. Zie het verhaal hierboven. Op ontvangst valt geen peil te trekken. Taal proeven is een persoonlijke aangelegenheid. Het wekt wel nieuwsgierigheid als Tommy Wieringa schrijft: Een schrijver heeft zijn stem gevonden.

Sinds ik thuis ben, nu alweer een half jaar, is de tijd aan mij, voor zover het lijf het toelaat. Dat is beperkter dan een totale vrijheid. Het betekent dat er dagen zijn die ingewisseld worden met de nacht of voorbij trekken in totale ledigheid. Iets wat een mens moet leren. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, oreerde mijn oma, die de genen aan ons heeft doorgegeven, waarmee het moeilijk rusten is.. Ik dank het aan de leeshonger van mijn moeder, dat lezen niet tot de ledigheid behoorde, maar tot kennisvergaring.

0071.jpg

Hoe triomfantelijk kon ze kijken met het nieuwe stapeltje boeken onder haar arm. Ze werden op de vensterbank neergelegd en binnen de, door de bibliotheek gestelde, termijn wist ze zich de inhoud eigen te maken. Die gretigheid is doorgegeven, met alle liefde voor het geschreven woord. Er liggen nog wat stapeltjes te wachten. Er zijn zeeën van tijd in het verschiet. Ze zullen elkaar vinden, daarvan ben ik overtuigd. Wie zich eenmaal laat meevoeren door het woord, raakt aan de nieuwe dimensie van een leven. Opnemen, invoelen, verwerken en eigen maken. Het is breien met woorden: Insteken, omslaan, overhalen en af laten glijden in het meer der verbeelding. Wie niet waagt, die niet wint.

009

Uncategorized

Kunst om naar te kijken

Vriendin en ik zijn op weg naar More in Gorssel. Zonovergoten dag, zoevend langs de wegen. Zon, ziel en zaligheid voeden de perfecte timing voor het dwars kijken en het laagland dat zich  aan ons openbaren zal.

073

De tentoonstelling beneden, Dwars kijken, was mij bekend en boven wachtten de foto’s van Het trage, lage, land. De vlinderende zichtlijnen van het gebouw haalden de vrije wereld naar binnen. Een omlijsting voor al dat moois wat ons te wachten stond. Vriendin dook, met het gemak van de kenner, het beeld in, schouwde op millimeters de toets, haar vingers vervaarlijk dichtbij het doek, keurde en herkeurde.Met verbazing stelden we de wording van impressionist tot realist vast in het werk van Raoul Hynckes. De luchtige toets werd zwaar en mistroostig, de donkere tinten en de dreiging van een oorlog doordrenkten het latere werk. Het wekte verwondering.

Al kabbelend trokken we langs de beelden, met gissen en levensvragen, met veronderstellingen en weetjes door de bijbehorende teksten en haakten er een nieuw universum omheen.

096Carel Willink: Dubbelportret

We keken naar de zure blik van de dame links, in het schilderij ‘Dubbelportret’ van Carel Willink en probeerden dezelfde pruillip te trekken. Toen we aan het delibereren sloegen over de reden, kwam de suppoost als een duveltje uit een doosje achter ons staan. Hij verklaarde dat Willink zijn modellen op het atelier los van elkaar had vereeuwigd. De kleding, waarin ze poseerden, bleven op het atelier ondanks rang of status. Verwevenheid tussen de beide dames zien we inderdaad niet. Ze delen hooguit de ijzige afstandelijkheid, versterkt door de misprijzende blik van deze Estella Reed.

Onze spontane begeleider is de perfecte vraagbaak, een wandelende audio-tour, immer bereidt om een toelichting te geven als de wenkbrauwen vragend omhoog gaan. Met stijgende bewondering bestuderen we zijn geanimeerde manier van vertellen. Hij is in zijn element en wij zijn dankbare toehoorders.

079.JPGWout Berger

Bij de foto’s zorgt zijn uitleg voor de broodnodige verdieping. Deze bijzondere tentoonstelling van, onder andere, fotograaf Wout Berger, omhelst landschapsfoto’s en van zijn hand met name de gifgronden, die hij in de jaren negentig in kaart bracht en nu opnieuw bezocht en fotografeerde. Deze wetenschap geeft een extra dimensie aan de beelden. De tweestrijd tussen leven en dood valt samen met die illusie van leven op gifgronden. Het ziet er bedrieglijk mooi uit.

080Gerco de Ruijter: BS

Overweldigend zijn de abstracte beelden van Gerco de Ruijter, die met camera’s aan vliegers het landschap in kaart brengt. We zijn op slag verliefd op zijn Brusselse spruiten die onder de sneeuw verborgen liggen. Sterk uitvergroot is elk dierenspoor ertussen te herleiden.

091  092 Mijn Brusselse spruiten

In gedachte overbrug ik jaren terug. Winter 2013 waar, bij de buurman op de volkstuin, de spruiten hoog op zijn geklommen en als stramme soldaten de wacht houden in het sneeuwlandschap, mij lokkend verleiden tot het vastleggen. De maagdelijke sneeuw, de zwarte staketsels en de schaduw houden het toestel in hun greep. Het desolate landschap en de meervoudige betekenis vragen erom vastgelegd te worden. Een omslag in vorm en functie.

De engel met zijn breedsprakige verklaringen wuift ons gedag, als we met een hoofd vol  weer terug lopen naar de auto. Nederland, de moeite op alle fronten waard. Zelfs in verval schuilt schoonheid. Kijken is Kunst naast Kunst om naar te kijken

Uncategorized

Geschiedenis

Ik zit op het paaltje en luister naar de geluiden die af en toe zinderend de stilte van de zomerdag lam leggen. Er rijden fietsers langs en een enkele brommer passeert me rakelings aan de linker kant. Het is zo’n doorgang dat geen fietspad is, maar altijd als zodanig gebruikt wordt. Ik zou de regels aanpassen aan hardnekkige sluiproutes. Vechten tegen de bierkaai, hoor ik het verleden zeggen.  Daar tuft de kleine zwarte auto voorbij met een groot deel van wat me uiterst lief is. Er zwaaien twee bleke armen opgetogen. Er hangt een brede glimlach boven.

Naar mijn schoonmoeder gaat de rit. De ongebruikelijke droogte en de trilling in de waarneming van de zonovergoten voortuin zorgen voor een bijna tropische aanblik. Dor gras, zieltogende struiken. In de Maxi Cosi bengelt de jongste kleine telg aan een arm.

013

De deur van het huis houdt verwoed vast aan de instructies van de tochtvrije sluis. Ook al is er niets om mee naar binnen te nemen, de hitte is door alle kieren al geinfiltreerd. De eerst deur moet dicht, alvorens de tweede opengaat. Ik had alles opengezet, ten einde de wind te vangen, die nog net het allerlaatste beetje verkoeling brengen kon.

014

In het huis zitten en staan de vrouwen, allemaal één coupe met dezelfde kapper aan huis, aan de tafel of kruipen achter een kopje thee. Er is geen man te bekennen. De dames zijn zonder uitzondering parelgrijs en kijken nieuwsgierig op naar het jonge grut dat voorbij komt stuiven. Vorsend, in een oogopslag, zien we het vertrouwde koppie niet. De lift ruikt naar natte hond en naar stampotten in de winter. De jaren verschralen waar je bij staat. Er hangt wat tegen de muur om de eenzaamheid op te heffen, maar nergens maakt het beroering los of trekt het je naar binnen. Sommige kamers hebben hun deuren wijd open en gunnen een schaamteloze blik op Oisterwijks eiken en nostalgische koekblikken.

Mijn eigen jaren in de verschillende bejaardentehuizen rond de stad kennen alleen  het nachtleven. Het gedempte licht en in Bilthoven alleen de krekels die on-Nederlands de leegte kleuren. Daar spotten mijn oren ieder vreemd geluid. Stappen op een gang, het lopen van een kraan, een toilet dat doorgetrokken werd. Ze signaleerden de afstand en de praktische invulling van het geheel. De kamer met demente bejaarden, vier in getal, heette een ziekenboeg en iedereen die daar aan bed gekluisterd was, door spanband of boeien, was gemeengoed geworden. Dat enige rijke zelfbehoud was in de grote doofpot beland. Geleefd worden gaat voorbij aan waardigheid en respect.

Ze is 96 jaar en kwiek als een hoentje. Vief en monter schuift ze de zware trijp gordijnen open. We dachten dat ze sliep. Gretig drinkt de kamer het licht in. De televisie gaat uit. Ze roemt haar vrije wil. Als je  heel oud bent, hoef je naar niemand meer te luisteren. Haar adagio onderstreept ze met een ondeugende twinkel in de ogen. Ze peilt onze reacties niet. Van alle banden vrij.

011-e1531959491605.jpg

Als ze de kleine bengelaar ziet, glijdt er een weemoedige herkenning over haar gezicht. Zo’n poppie. Op haar bolronde buik glijdt de telg bijna van haar schoot. Ze overbruggen samen met gemak de jaren, bijkans een eeuw, de oude en de jonge, in een luttele seconde. Zacht glijdt er een glimlach over het kleine toetje en spiegelt zich in de ogen van het oer. De foto’s aan de muur, omgekruld en soms verbleekt, verhalen geschiedenis.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Een nieuwe wereld

Gisteren was het tijd voor water en het penseel. Hoe gaaf zou het zijn om doeken te maken ter grootte van de op rijstpapier geschilderde veldbloemen van Jolanda. De ruimte is er niet. Het nieuwe huis is er nog niet. Een houten achterwand en de rest glas, droom ik over het te herbouwen atelier. Mijn lieve weldoener is met het oude vervallen atelier in een zelfde staat van zijn belandt. Met lede ogen beziet hij de gevolgen. Het is niet anders. Tij valt niet te keren.

020

Mijn lessen bij Koen Ebeling Koning zorgden voor de eerste schreden op het pad van de overtreffende trap: Groot, groter, grootst. We rolden de doeken uit en knipten weidse maten. Alleen dat gevoel al. De vrijheid om niet beknot te worden door de eindigheid van een doek van een geijkte maat was een verademing.

IMG_0892

Een wand van hout en verder glas, het moet te doen zijn. In mijn dromen komt het terug, mooier, meer af, groter en dan lees ik vandaag een artikel over Walden en de schrijfhut van Frederik van Eeden van de hand van Christiaan Weijts, met een titel die vanwege mijn opties helemaal tot de verbeelding spreekt. De Hof van Eeden achter de bouwmarkt. Voor mijn verrichtingen een soort vingerwijzing naar wat nog komen gaat. Het huis staat er nog steeds. Met wat speuren en kunst-en-vliegwerk ontdekt hij het paradijs, daar in Bussum. Eens een lommerrijke ideaalstaat voor iedereen die kunst en natuur, rust en ruimte zocht. Walden, de Utopie en alles goed verborgen in een hoek van de geschiedenis, achter de bouwmarkt.

frederik van eeden

Als een dunne draad heeft het verhaal zich door de jaren heen geweven. Het leek me destijds, in de jaren zeventig, het summum van zijn om in zo’n heilstaat tussen de creatieve geesten te mogen toeven. Couperus was in, Van Eeden had me met zijn verhalen volledig binnen de grenzen gehaald en her en der ontsproten allerhande woon/werkgemeenschappen met als binding kunst, natuur, filosofie, religie en anderszins. Het was de tijd van het collectief.

Weijts beschrijft de poort naar de hof achter de troosteloosheid van beton en opslagloodsen. Ik moet denken aan een regel van lang geleden. ‘Wie door deze poort hier binnen gaat…’ Ze blijft hangen in de beschrijving van het paradijs dat zich erachter ontspint. Niet zelden startte een verzonnen verhaal als inleiding voor de projecten op school met een binnenvallen, door een spiegel, een gat in de grond, een deur van een kast. Alle wereldverhalen van de jeugdliteratuur lagen erin besloten. Het oneindige verhaal, Alice in wonderland, De kleine Prins dwars door zijn wolkendek, waar de realiteit ophoudt en de oneindigheid begint.

Van Eeden zorgde ervoor, dat zijn paradijs bewaarheid werd. Walden heeft niet lang stand gehouden, maar het huis, zijn werkplek, het schrijfatelier bestaat en is nog altijd bewoond door een vrouw des huizes en haar poes Prinses.

Ik dwaal met de woorden van de reporter mee en daar ontspint zich de gestalte van Hedwig uit de Koele meren, als ze zich mijmerend bij de waterkant overgeeft aan haar melancholie. Ademloos dichtte ik haar in mijn ondernemende jeugd wat meer ruggengraat toe en wat realiteitszin, maar in dezelfde lijn verloor ik me aan de uiterst verfijnde pentekeningen van gevoelens. De entree bestaat en roept onmiddellijk nieuwe associaties op. Wie gaat er niet graag een andere, onbekende wereld binnen, waarachter het avontuur lacht en het leven zich rijker aandient.

097

In wezen is elke vorm van kunst, vorm gegeven gevoel en scheppingsdrang, de poort naar de nieuwe wereld met de mogelijkheid om je te verliezen. Groot doek dus, levensgroot, om er in te springen en verdwaald te raken achter de façades van het leven. Nu het huis nog, een nieuwe wereld.

 

 

Uncategorized

De modus van alle dag

Ergens in mijn onderbewuste hoor ik het venijnige zoemen van een mug. Het duurt even eer ik het dwingend en geagiteerde geluid een plek kan geven, dan vallen de lome nachthitte en iets vlak bij het gezicht in elkaar, en zit ik, als door een mug gestoken, rechtop. De schade blijft beperkt. Ik ben hem voor, de snoodaard.

Ik moest denken aan een van die hele hete zomerdagen op de oude tuin. Daar was het tuinencomplex nagenoeg leeg op een paar volhouders na. De nieuwe eigenaar had een ingenieus plan bedacht om de bewoners van zijn grond af te krijgen. Huurverviervoudiging was hem niet vreemd. Ik kon nog niet weg. Dat laatste jaar was een ‘wenjaar aan nooit meer’. Tijd om afscheid te mogen nemen is een hoog goed. de prijs die er voor betaald werd, was die van de solitude.

scannen0653Uitzicht op de oude tuin

Ik dacht dat ik de haag wel kon knippen. Om mij heen vervielen de tuinen tot wildgroei, maar ik deed dat laatste jaar nauwelijks vruchtbare pogingen om de tuin zevenbladvrij te houden en cultiveerde de chaos door ruimte te scheppen tegen beter weten in, gepruts in de marge. De apothekersroos had zich door de hele haag verspreidt, de bomen zakten schots en scheef en de geraniums en hortensia’s hadden de voortuin overgenomen. De Hosta’s waren tot slakkenrijk gebombardeerd en in de kruidentuinen overwoekerde de munt de diversiteit met het grootste gemak.

scannen0651 glimp van de oude tuin

De haag moest bijgeschaafd. Het was h et ‘uithangbord’ van mijn kleine paradijs met het knusse huis erop, de verweerde groene pomp, de grote regenton, de prachtige blauwe regen boven de veranda. Ik had buiten de waard gerekend. Al snoeiend hoorde ik ineens achter me, terwijl de zon genadeloos brandde, een nijdig gezoem en nog eens en weer. Waarschijnlijk was er een wespennest in de buurt. Het klonk dreigend en dwingend. De toonhoogte veranderde en ik wist dat ik geen kant op kon als ik aangevallen zou worden.  Ineens ving ik de link naar verhalen over kinderen die verdwalen in een insectenparadijs van Bomans en consorten. Zo begon het.

Ik deed wat me op dat moment het allerbeste leek. Ik negeerde het gezoem en wandelde de gevarenzone uit. Rust. Bij de tweede poging herhaalde zich alles en was ik er van overtuigd, dat dit niet het juiste moment was. Toen ik achterom keek en de nijdas recht in de ogen, werden ze groot als schoteltjes en kwam hij angstvallig dicht in de buurt. Mijn angst hing uitvergroot in dat dreigende alarm met zijn trillende vleugels. Wegwezen en tijdelijk de snoeischaar aan de wilgen hangen leek me de beste oplossing.

028Snoeischaar aan de wilgen

Door schade en schande ben ik stukken wijzer geworden. Tuinwijsheid groeit onder je vingers het hoofd in. Door elke interactie landt er weer een zaadje. Al die ontdekkingen weven de tuin. Klein maar fijn, voor een ander misschien niet gecultiveerd genoeg, maar naar eigen dromen vorm gegeven en daarmee een paradijs. Weer een paradijs. Het is goed om te weten, dat er nieuwe uitwegen te vinden zijn. Uithuilen en opnieuw beginnen, zei men vroeger.

raamHet licht op

De mug is verdwenen. Hij heeft er voor gezorgd dat ik nog even in het tweeduuster van de verrichtingen van de vleermuizen kan genieten, die onder de goot door naar de boom scheren en weer terug. Een geluk bij een ongeluk. Ook die verdwijnen in een luttel ogenblik. Langzaam trekt de dag zich op. Tijd voor koffie en gemijmer. Met het raam open stroomt de frisse ochtend binnen en vervagen de beelden in de modus van alle dag.

Uncategorized

Zussen

Letterlijk plannen over boord gooien is een kunst op zich maar door ervaring wijs valt te zeggen, dat spontane plannen tot de mooiste ontdekkingen kunnen leiden.

‘Ik laat Gods water over Gods akker vloeien’, zei mijn moeder in tijden van onverwachtse voorvallen, waarin niet te sturen leek en alles eenvoudigweg gebeurde. Waarop ze met volle teugen genoot van wat zich aandiende. Gisteren traden we in haar voetspoor. Een app is doorgaans genoeg om de zussentrein in beweging te zetten. Er gaan er nog een aantal overheen voor het een gekaderd beeld vormt, maar dan staat iedereen ook binnen een uur in de startblokken. Klaar om te gaan.

IMG_9181

Wij hebben met ons moeder een erfenis binnen gehengeld, die inmiddels onbetaalbare schatten heeft uitgekeerd. We genieten. De kneep zit in het mogen zijn wie je bent. Ieder heeft een aartje naar zijn vaartje of moertje, maar door de loop der jaren hebben we geleerd, dat leven zoveel aangenamer is, als je mee laveert. Gisteren werd het letterlijk en figuurlijk in stelling gebracht. We gingen varen op de Kromme Rijn bij Cothen. Een zus ontbrak, wat altijd als gemis wordt gevoeld, maar met de drie-persoons kano wel handig was.

Onervaren kanoërs krijgen uitgebreide instructies en het was deze gedienstigheid die de juiste toon zette. Het lijstje van obstakels was kort, de handelingen eenvoudig, twee keer de boot uit en bij boer Henk(denk ik) picknicken met een waterdichte koelbox, omdat dat praktischer was dan een romantische rieten mand met geblokte servetten. Er stond 2 1/2 uur voor. Opgetogen staken we de rode peddels in het water.

Daarna begint het communicatieve steekspel. Allemaal hebben we de ijzeren wil van mijn vader in de genen, dus ieder weet voor zichzelf wat het doel is. Genieten, vooruit komen, spierballen kweken, calorieën verbranden, bruin worden, mijmeren, bijzondere momenten vereeuwigen, verhalen de ruimte geven. Je kan het zo gek niet bedenken of een van ons kan daar mee uit de voeten. Voor ieder wat wils.

IMG_9187

Links en rechts zijn dingetjes, tegengas geven ook. We hebben niet gezongen onderweg, omdat de windstille, lome zomerdag haar vogels volmaakt liet kwinkeleren in het verstilde beeld dat om onze ‘fluister’boot heen trok.  De bruggen waren laag en meer dan eens moesten we dubbelgevouwen er onder door met een adembenemend uitzicht in het vizier. De koelte van de tunneltjes verraste aangenaam.

Twee duimlengten vooruit en een achteruit duurde de tocht vier uur, maar daar zat een rijke picknick in met perensap, koffie van de boer, taart, verse boterhammen, tomaat, pruimen en kersen en twee keer klunen met de boot, wat boven verwachting soepel en gladjes verliep en een kniesoor die de tijd had willen beheersen. Om half acht zou de gastvrouw zich achter de oren gaan krabben.

IMG_9146

Ringslang zwom bijna op zijn groenige wereld, de kop fier omhoog om de richting te bepalen voor de boot uit, tot beschutting gevonden was in het riet. Zwanen, majestueus en waakzaam om hun jongen, zorgden voor lichte paniek in de boot, maar zacht laveren langs de kant suste de dreiging. We ontdekten ook dat in een smal gedeelte niet te draaien viel met termen die tegenstrijdig werden ingekopt, achteruit was een weids begrip. Boven ons cirkelde een veel grotere roofvogel dan de buizerd, een havik was het vermoeden, maar met dichtgeknepen ogen in het felle licht was de afdruk ervan naderhand strakblauw.

IMG_9174

De vermoeide armen en de blaar tussen duim en wijsvinger bevestigden de ruimte die geschapen was om de lunch goed te laten smaken en als laatste de verse rivierkreeft, veel gepulk en weinig wol. Maar bovenal was er de balans in de volslagen vermoeidheid en het optimale genieten, de wetenschap dat decennia ervoor de rijkdom werd ervaren van dezelfde kleine geneugten des levens. ‘Gods water’, een ‘Go with the flow’, spontaan en ongepland en daarmee iedere keer weer een ongekende ervaring rijker. Zussen.

Uncategorized

Eeuwige rust

Het was feest. We zaten heerlijk in de luwte van de ommuurde tuin en hadden meer ruimte dan verwacht. Het gesprek kabbelde voort, zoals bij iedere gelegenheid dat mensen elkaar in ontspannen sfeer treffen. Alle voorbereidingen waren getroffen, de schotels stonden klaar en de entourage wisselde voortdurend bij de spontane stoelendans die zich steeds ontspon.

048

Bij zulke gelegenheden, een gouden samenzijn, kom je vaak tot diepere kernen bij de gesprekken. Eerst waren er de gebruikelijke zorgen, gedeeld in kwalen en kwaaltjes van onszelf of van ouders van de jongere generatie. Het gesprek kwam via infarcten op Dood. Dochter van een nog maar net door een hartaanval getroffen vader merkte op dat vooral de angst bij de moeder zat. Pa deed wat laconieker. Dat vormde het beeld, dat vrouwen er emotioneler in stonden en er ook meer moeite mee zouden kunnen hebben.

De herkenning van mijn beleving was er niet. Juist doordat we ouder waren en tijd hadden om aan iets te denken wat onvermijdelijk zou zijn, gezien alle aderlatingen in de vriendenkring, was er al een lange periode van overpeinzing gaande, waarbij een optelsom en in zekere mate een berusting was neergedaald. Rust is een beter woord. Het is niet een ‘je er bij neerleggen’. Het is een bewust overdenken van de invulling voor straks of later. Het besef, dat iets eindig kan zijn, plotseling en zonder pardon, is nu eenmaal een gegeven als je de kwetsbaarheid in de ogen hebt gekeken of aan den lijve ondervonden.

030

Pas nog was er een documentaire geweest, van een vrouw die het fijn vond om alles in orde te hebben. Haar kist, haar rite, haar graf met steen. Ze vond het een spijtige bijkomstigheid dat ze het zelf niet bij kon wonen. Nou ja, kon aanschouwen, want zonder haar geen begrafenis. Ik moest denken aan de wandeling, een paar maanden voor mijn moeders dood, over de begraafplaats, waarbij we zichtbaar genoten van de wind die door de eeuwenoude bomen ruiste en van het late herfstlicht, het oplichten van de kleuren van de bladeren, de eeuwige rust, die voelbaar werd. Toen ze een rank vaasje gevuld met tere witte fresia’s op een graf zag staan, zei ze knikkend met haar hoofd: Kijk, dat vind ik nou mooi, dat wil ik dan later ook.’ Het symbool van de loodzware steen eronder en de uiting van de lichtheid der dingen contrasteerde verzoening op de juiste plek. Dat dus. Verdriet, maar ook schoonheid en vreugde, tranen met een lach. We vergaten het op de dag van het sterven zelf. Daar moordde de dood een stuk tijdsbesef weg, die dagen van voorbereidingen op het meest definitieve, onafwendbare, afscheid dat komen zou. De scheppen aarde als bewijs, dat er een grens was bereikt.

Nadenken over dood toen, werd weggeschoven en alleen het verlies bleef schrijnen, tot er ruimte kwam om zelf in dergelijke levensvraagstukken te stappen en overwegingen te maken van wat wenselijk was, haalbaar, voor mij, voor de kinderen. In het gesprek kwam de natuurbegraafplaats als favoriete nummer een. Een zelfgekozen ruimte, een natuurgebied, onder een boom, een kleine markering, een gedicht wellicht. Heel anders dan mijn puberdoem uit een grijs verleden, die samen met Jaap Fischer de Feuille Morte zong via een spotvogel in een treurwilg. Het cynisme schopte tegen de heilige huizen en de grote houten kruizen daarboven. Dood is dood.

Met mijn moeder en de wandeling, met vriendin, met het lijden kwam de zachtheid binnen glijden. Dode bladeren zetten luister bij in de schoonheid van het verkleuren, het vervagen der dagen.  Geen vrees, geen vragen, maar de balans in het weten. Het brengt rust. Eeuwige rust.

Uncategorized

Een overweging waard

Wat was wijsheid. Dat hoorde ik mijn vader zich met regelmaat afvragen als hij voor een dilemma stond. De opties lagen er, de keuze was aan hem. Door met zorg te wikken en te wegen werd de richting bepaald door de ratio. Dat betekende soms dat het voorspelbaar en minder spannend was, maar ook dat de loop der dingen werd vastgenageld. Zo gaat het en niet anders. Door impulsief te kiezen, bijvoorbeeld op gevoel dat opveerde bij kleur of geur, uiterlijk, vorm, aantrekkingskracht werd het een emotionele aangelegenheid en stormde je al gauw het ongewisse  in. Go with the flow.

De keuze waar ik gisteren voor stond was er niet direct een van levensbelang. Alhoewel… Voor mijn volkstuin ligt een brede strook Groot Hoefblad, doorwoekerd met kleefkruid, brandnetel en gele lis. Als ik met deze droogte gieters wil halen uit de sloot, kost me dat aanmerkelijk veel energie omdat de eerste laadplaatsen aan weerskanten voorbij die begroeide slootranden zijn. De groothoefbladmuur, eens door de oude aangelegd, oogt als een onneembare vesting.

Ooit heb ik een fotoreportage van haar vergane schoonheid gemaakt, toen droogte toe had geslagen en de grote paraplubladen bruin en breekbaar om krulden tot natuurlijke sculpturen en verhalen fluisterden van een andere wereld daar in het Dorre Woud van Wallekant. Er kwamen wezens tot leven die ik er nog nooit had gezien. Nu stonden ze sappig en groen, majestueus breed gespreid, mijn doorgang te belemmeren.

Ik koos voor een doorgang vlak voor de ingang van mijn tuin en groef mij een weg, als Holle bolle Gijs door de Rijstebrijberg vlak voor Luilekkerland. Dat moest stengel voor stengel. Natuurlijk sneed het door mijn ziel, want zo’n sentimentele dwaas ben ik als het om leven gaat, iedere keer als ik de duimdikke stengels doorsneed met het snoeimes en zo stukje bij beetje het einddoel naderde. De brandnetels, niet langer gesteund door zijn hoeders, stortten soms vol in het gezicht, tegen een been of arm en protesteerden jeukend tegen mijn verrichtingen.

Onder de tanige tafel stond een even verweerd krukje. Een van de vier, de meest aangedane, moest het ontgelden. Met het zweet tappelings over mijn rug, trapte ik het verweerde hout uiteen. Drie mooie vierkanten voor een improvisatorische aanlegsteiger. Mazzelde ik even, omdat de staat van zijn aan vervanging toe was.

IMG_9103

Zo kliefde ik me gisteren een weg naar het gemak en een langer leven. Elke wandeling meer om de twee gieters te vullen betekende immers een aanslag op het aangedane, met chemische middelen gevulde, lijf. De handelingen bleven even capriool. Op de hurken op de  vermeende steiger gaan zitten, een gieter aan de steel in het water hangen, dat laag stond vanwege de huidige aanhoudende droogte. Vol tanken, eruit vissen, naast je neer plempen en zorgen dat ie niet omvalt. De volgende gieter vullen en dat tot twintig keer toe. Tel uit je winst en de bloemen hun water.

IMG_9092

Ze keken me dankbaar aan met z’n allen en als beloning stonden ze allemaal volop in bloei, uitbundiger als voorgaande jaren, de hondsdraf, de bosaardbei, het kleefkruid en het leverkruid profiteerden volop mee. De volgende keer zal ik een aantal stengels moeten vrijwaren van de kleine versluieraars, die graag wortel en plant omwoekeren en afsnijden. Wie dan leeft, dan zorgt. Keuzes, keuzes, keuzes. toch bijna altijd op gevoel, met een zweem van realisme.

Het eindresultaat mocht er zijn. Minder uitgeput, wat zeg ik, te volbrengen zelfs, ik kan het wegstrepen tegen mijn gemiste fysiotherapie van deze week. Nog drie dagen chemie te gaan, maar dan met het gemak van een bereikbare slootkant. Als het water je door de vingers glipt is een dankbare tuin een overweging waard.

Uncategorized

De diepte van het woord en de gedachte

In een column van Maria Barnas in het nieuwe nummer van Museumtijdschrift trekt ze me de wereld van het geluid en de stilte binnen als ze de verhouding tot elkaar in ogenschouw neemt. Daarbij geeft ze de met potlood geschreven connotatie van de Stilte  van de kunstenaar Rumiko Hagiwara, die te bewonderen valt in de Galerie Juliette Jongman in Amsterdam als overpeinzing mee.

Ik word getroffen door een zin uit haar verklaring erbij over het verschil van het gebruik van het pauzeteken in de muziek.

003

Rumiko Hagiwara: ‘The word would be without depth if the background of silence was missing?’

Voor haar Westerse muziekleraar geeft het stilteteken slechts een rust aan, voor de Japanse beeldend kunstenaar Rumiko heeft stilte op zichzelf betekenis. ‘Silence can exist without speech, but speech can’t exist without Silence’. Zonder stilte geen diepte, wat een mooi voorbeeld van de samenhang der dingen.

030

Aan de drukke weg waar ik woon is het nooit stil. Het ruisen van de A2 is altijd aanwezig ook in de nacht. Ze zoemt de kamer binnen en blijft monotoon als achtergrond fungeren. Het weeft een compositie met het ruisen in mijn oren, dat ook nooit meer stoppen zal. Altijd geluid went, maar de wens naar de stilte wordt daardoor groter. Hoe minder omringende geluiden hoe meer aanwezig het binnengeluid. Alsof het lijf protesteert op die momenten, omdat het al te lang niet opgemerkt is geweest. Ze is de strijd aangegaan.

Het begon met ongemak in de ogen, daarna de oren, dan de longen en het hart. ‘Het is oké lijf, je bent er en ik vang het in een net van oorverdovende stilte en vertaal het naar bestaan’. Nooit meer stilte, hoe valt dan de betekenis van het woord te herleiden. Ik her-eik de definitie voor mezelf anders is het ondraaglijk, wat Kundera bedoelde met The Unbearable Lightness of Being, die ook alleen maar kon bestaan in tegenstelling tot de zwaarte. Mijn stilte bestaat door de aanwezigheid van het eeuwige geluid. Dat is geen tegenstelling meer, maar een afstrepen van decibellen, die er voor zorgen dat miniem geluid stilte is in mijn oren.

026

Lastig maar te vergelijken als met de stiltetekens in de muziek. Daar verstomt het geluid, vangt de stilte, ook al is het de stilte van mijn oren, het is een herkenbare pauze. Even geen viool, geen sopraan, geen paukenslag, maar rust. Zoals de nacht rust brengt. Ze overvalt dan evenzeer, als de laatste auto’s wegvallen en de ruisende stilte zich verweeft.

In Nederland kent men de stilte niet. Er is een stiltebankje op een van de vier stilste plekken van Nederland in het natuurgebied, ergens op de grens van de Utrechtse heuvelrug. Er is een koperen plaatje opgeschroefd met een tekst van de dichter Henriëtte Roland Holst:’ De stilte der natuur heeft veel geluiden’. Door de jaren heen wordt de natuur overwoekerd door verkeersgeluiden, decibellen die als kleefkruid tegen de stilte aanhangen. Afhankelijk van de wind versterken ze of zwakken ze af, soms, een  seconde, is er misschien niets, totale stilte.

005.JPG

Toen ik een opname maakte van de vogelgeluiden langs de lek, had mijn mobiel alleen de raspende ademhaling opgepikt. Ergens in de verte waren nog wat trillers te horen. Zelfs natuurgeluid laat zich niet zomaar vangen, laat staan de stilte.

Een mooi uitgangspunt voor de vakantie, zoek en vind en ervaar de stilte en daarmee de diepte van het woord en de gedachte.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Hoe bijzonder was het. Voor een echo naar het Antonius. ‘Tja, ik kan er toch echt niet meer van maken dan twee’verzuchtte de gynaecoloog.  Huh…Twee. Dat wisten we niet. 26 weken in de veronderstelling een derde telg op de wereld te zetten en het waren er ineens twee. Wanneer was dat gebeurd.

Terug op de fiets, lacherig, moorkoppen gehaald, grote stevige moorkoppen gevuld met slagroom voor ons en de meiden. Waar had die ene van die twee zich al die tijd verstopt. Achter grote broer gekropen. Nee. Toen dachten we nog alleen in meisjes.

Dat betekende dat we als een haas een kamer voor twee moesten maken. Nou ja, we hadden nog wel wat tijd. De zolder voor de dametjes en hun oude kamer voor de twee. Er werd wat afgetimmerd in huize van der Valk.

Trots en bijzonder, dat was het bijbehorende gevoel. Mijn moeder had een tweeling en in de familie van der Valk kwam het ook voor. Maar uitgerekend van alle kinderen bij ons, een tweeling, twee monden te voeden, twee kleertjes van alles, het huis een grote babywereld, dubbele wagen, dubbele wiegjes, dubbele babykraampakketten, dubbele blije doos, dubbele bezoeken van mensen die we niet goed kenden, dubbele euforie. De roes, de drukte, de grote heerlijke babybubbel op dat moment.

Ze hielden elkaar bezig en hadden geduld. Was de een met voeden aan de beurt, dan wachtte de ander. Huishouden werd samenwerken op hoog niveau. Wat de een niet aan kon, nam de ander over. Het huishouden met vier zieltjes te hoeden, monden te voeden en het kwam allemaal op de pootjes terecht. Mooie zelfstandige invoelende kinderen in verbondenheid met elkaar. Mijn liefje, wat wilde ik nog meer!

mar en niek

Mijn moeder had er al negen en toen kwamen tien en elf. Hoe was dat. Het maakte niet uit een of twee maakt verschil, maar daarna voedt het elkaar en zichzelf op. Ook dat was wel bijzonder. Twee dikke bolletjes in de dubbele ouderwetse wagen, twee minikruipers over de straat, twee hangjongeren bij de kerk op het hek. Geen van beiden leken ze op elkaar. Een tweelingbroer en zus hoe speciaal was dat. Er werd goede sier mee gemaakt, want elke oudere uit de straat, die langs kwam lopen, stopte om een aai over de bolletjes te geven. Als het meezat kreeg je wat centen in de hand geduwd, ga maar iets lekkers voor ze kopen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.

Er was geen babykamer. Er was een jongens en een meisjes kamer. Bij de jongens drie stapelbedden en een opklapbed, bij de meiden twee stapelbedden. Het ouderlijk bed klem tussen vier muren. Waar sliepen de baby’s? Misschien waren de oudste jongens het huis al uit. We schrijven 1958. De herinneringen zijn even sepia en in grijstinten als de foto’s van weleer. Ze vlechten zich door Okkie Trooy en dappere Dodo heen en het klokje van zeven uur las voor.

Elke avond de eend op de pot voor de vier. Ze konden er geen genoeg van krijgen. ‘Marijke was gek op handen en katten, Marijke was gek op haar klein marmot, maar mijn lievelingsdier, zegt Marijke, staat hier en dat is de eend op de pot’ Nannie Kuipers schreef een onuitwisbaar boek. Na 32 jaar ken ik het nog uit het hoofd. Elke avond voorlezen, daarna zingen en dan lekker slapen terwijl moeders de was ophangt in het trappegat.

Het is voorbij gevlogen. Ze zijn jarig. De vlag gaat uit, denkbeeldig, evenals de taart, de slingers en de toeters en bellen. Ik was er weer even. Bij dat glorieuze moment. De geboorte van de twee, de beertjes voor de gynaecoloog en de gedichten van Vasalis. Het blijft een wonder tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Een nieuw verlangen

Mijn voorlaatste Magnum stamt nog uit het tijdperk dat er drie smaken in waren en de reclames niet zo verleidelijk roos-en goudkleurig. Het was een uit de kluiten gewassen ijs en smaakte naar het laatste puntje van de Cornetto, maar dat was uitsluitend te danken aan de dikte van de chocola. De Cornetto was onovertroffen door de combi van chocola en wafel. In de punt is geen ijs meer te bekennen.

052.jpg

IJs is ons met de paplepel ingegeven. Hoogie reed tingelend door de straat met zijn wagen. Dat alleen al was een bijzonderheid, want er stond geen paard voor en het was ook geen handkar, zoals bij de leveranciers van groenten en melk, haring en brood. Die waren  veel mooier. Althans de houten karren van de visboer en de bakker. Glimmend hout met mooie krulletters. De melkboer die Jo heette, had een kar waar je melk mocht tappen, ook een uitdaging, want er mocht geen druppel gemorst. Met bevende knuisten hielden we de kan vast en draaiden de hendel van links naar rechts. Een keer was een kwart liter. Schuimend liep de romige melk erin. Natuurlijk was het lekker!

Hoogie kwam toen een duppie geen godsvermogen meer was, dus ik denk aan het eind van de jaren vijftig. Met een gezin van elf kinderen was je minimaal f 1.30 kwijt aan ijs voor iedereen. Mijn moeder was er gek op en wij ook. De allereerste keer kan ik met de beste wil van de wereld niet meer voor me halen. Hemelse vreugde of alleen de kou, wie zal het zeggen. Maar al gauw won de smaak. Romig ijs van Hoogie was lekker, een klein koekbekertje, een bolletje en dat voor een duppie.

Zijn winkel was over de Rooie brug in de Hoogstraat. De naam sneed hout. Later, toen de broers geld gingen verdienen, was er ook weleens eens ijs met slagroom tussen de wafels. Dan aanbaden we alle engelen tegelijk om dat grote genot. De heerlijkheid zelf was nedergedaald.

Het lekkerste waterijs kwam trouwens uit een straatje achter het Noorderbad. Daar verkochten mensen bij regen uit de voorkamer van hun huis, bij zon voor het raam buiten, uit een grote vrieskist, hun ranja-ijs. Plastic bekertjes gevuld met ranja, stokje erin gestoken en omgekieperd. De lekkerste, zo koud en heerlijk zoet, we zogen de lippen ranjarood tot het ijs wit was. Ze waren de enige die in mijn beleving de functie van het waterijs goed hadden begrepen. Vreugde om de handeling op zich! Nergens vond je zulk echt waterijs.

053-e1531291348473.jpg

Al een paar dagen had ik sinds kort trek in een magnum. Die met de pure chocolade, waar ze breekt met de kracht van een ijsschots , als er in gebeten wordt. Tenminste in de bioscoop, waar deze reclame vaak langs komt. Het mocht ook het puntje van de Cornetto zijn. Geen idee, want met zoekgeraakte smaakpapillen proef je het ijs niet. Kwam het door de antibiotica en gisteren versterkt door de prednizooi of speelden mijn hormonen op, na een week hernieuwd oma te zijn geworden.  Zoonlief bracht een pak mini’s mee. Gevaarlijk. Ik at er drie, het kraakte zoals de ijsschotsen op antarctica als ik alle sluizen der verbeelding open gooide. en smaakte nergens naar, zoals te verwachten was. Ik ga ervoor. Wie weet wat ik nog meer ontdek. Een mooiere voorstelling is er niet te maken. Ooit maakte Hoogie het verlangen wakker en weer word ik verleid, zuiver door de verbeelding, Een nieuw verlangen.

 

Uncategorized

Weef

Ze kijkt me met haar grijs/blauwe ogen stralend aan. De saturatie was goed, de longen nog niet helemaal waar ze zijn moeten. Dat wordt een kuurtje prednizooi voelen mijn klompen haarscherp aan. Halvering maagtabletgrammen en de gevreesde stootkuur van zeven dagen. Ze zou op een terras moeten zitten met zo’n prachtig dun gebreid pastel vestje om de tengere schouders en een stel goedgevormde benen in een korte broek. Maar ze zit achter het bureau en de slanke vingers razen pijlsnel over de toetsen, raken ze nauwelijks.

 George Hendrik Breitner in Amsterdam

Maak ik er een schilderij à la Breitner van of een John Singer Sargent met als titel ‘Zomers pastel aan het strand’. Haar optimisme klinkt door de ellende heen. Ach ja, waarom niet. Meerwaarde is de warme aandacht die onbevangen achter die mooie kijkers leeft en die ze deelt met mij. Boodschap ontvangen en aanvaard en dank voor de consideratie. Het kan geen toeval zijn dat de maand is begonnen met een onderschrijving van echte attentie voor elkaar met de correspondentie van 25 vrouwen en met een blog van vandaag door Rupsje Nooitgenoeg van het tekstburau van drs. Pee, die draait om aandacht.

Wie verzuchtte ook alweer theatraal met een handpalm tegen het voorhoofd, de hand geopend naar buiten: ‘Aandacht, geef mij aandacht”. Het had Adèle Bloemendaal kunnen zijn in een van haar theaterstukken.

0072-e1530337064418.jpgbegrenzen

Vandaag liep ik Moeder M met twee van mijn schatten tegen het lijf. Warme omhelzingen, tot drie keer toe. Zo gemist te worden, plat geknuffeld streelt het ego en het had na de boodschap van de ochtend daar meer dan anders behoefte aan. Vanwaar die hartelijkheid. Omdat het zo anders is geworden, na het vertrek, vonden ze. Hoe de school is opgedeeld in strepen. ‘No going area’s’ die vroeger vrij toegankelijk waren. Op het plein moeten wachten, je letterlijk buitengesloten voelen. Dat was hun boodschap en de opmerking over aandacht van Rupsje viel door dit  belangrijke issue op haar plek. Door een denkbeeldig rood/wit lint te spannen geef je een indruk mee. Interfereren mag tot op zekere hoogte, maar het voelde voor hen niet meer als samen. Het draaide niet langer om gezien worden. Er werd, naar hun beleving, afstand geschapen. Duidelijke structuur kan, zonder iemand erin mee te nemen, spontane aandacht omzetten in distantie.

Het geheel hadden ze aan mijn vertrek gekoppeld. Maar daar lag het niet aan. De veranderingen zouden zich ingezet hebben en blijven voortgaan, ook als ik gebleven was. Het zorgde voor mijn besluit om nog een jaar te freewheelen op andere scholen. Ik had de overgang, het afgesloten zijn, nooit eigen kunnen maken. Het geheel is de som der delen en elk deel was me even lief. Hoe kon ik anders.

147

Het maakt iedere overgang moeilijk. de vraag is of je oude schepen moet verbranden. Is er de mogelijkheid ze in te weven tot een nieuw tapijt. Ze verdienen de credits. Een nieuw systeem is als een nieuw kleed dat gemaakt wordt. Er vallen gaten in het stramien, er ontstaan knopen in het samengaan van de weefdraden. Voor een probleem is een oplossing, als de verwevenheid maar blijft. Die sterke ondergrond geeft elke nieuwe visie een bodem, zelfs als regels zouden veranderen. Aandacht voor elkaar in rollercoastertijden, aandacht voor de situatie en aandacht voor het proces. Pak elkaars handen en weef.

 

Uncategorized

Los van banden

Het was even zoeken, maar ik vond het wel. NPO1, geen idee wat het was, nooit opgezocht.  In een oogwenk glimpt het kanaalnummer op en dat registreer ik met zorgvuldigheid. De Engelsen zeggen het zo mooi: Throwback in time. Met een grote zwaai stond ik met beide benen in de jaren tachtig. Het riedeltje aan intro, vertrouwd en een beetje vergeten, de vredige wegen in een Engels dorp met de voortuinen en de bloemen, een enkele oude auto die voorbij kwam en het wiebelende hoofd van Mrs. Marple. Niet die barse grote, maar de breekbare met het porseleinen hoofd en dat eeuwige hoedje op.

030Joan Hickson als Miss Marple

Programma’s en boeken van vroeger, op de nominatie om herhaald te worden, omdat ergens in het achterhoofd de hunkering bestaat naar een langzaam leven. Ik heb een lieve jonge vriendin die haar blog zo heeft genoemd. Langzaam leven. Ze kan niet sneller omdat ze een luchtwegaandoening heeft. Misschien klopt het wel en is dat wat er voor zorgt dat het trager gaat. Aangedane longen geven de garantie op een langzame voortgang. Dat ondervind ik dagelijks aan den lijve.

016

De hang naar die traagheid van het bestaan zoek ik achter mij in de jaren die voorbij gegleden zijn. Het schrijven van brieven, de oproep op facebook, kwam op het juiste moment. Schrijven is letterlijk stilstaan. Je gaat zitten, trekt een nieuw vel papier te voorschijn. De zwarte fineliner in de aanslag, de woorden die zich ontspinnen die de weg slaan naar het verhaal, iets om te vertellen, te delen en om bij stil te staan, erop te blijven hangen. Traag als dikke stroop glijden de letters op het witte vel.

Ontjachten. Is dat een woord. Ik ben aan het ontjachten. Daar gaat tijd overheen. Het duurt nu al een half jaar. Waar ik in aanvang teveel hooi op de vork nam,  om snel verloren tijd te kunnen inhalen, daalt nu de rust neer. De dag begint met trage pas, de gieter voor de planten, de koffie, de kwark en de batterij pillen. Daarna het schrijven. Nee, de blog gewoon met een toetsenbord onder de handen. Daar vallen woorden samen, zoeken dichterlijke spinsels een weg, terwijl de boom voor het raam de nostalgische filosoof in mij zoekt, samen met de merel en de duif. Soms verstoord door de metalen geluiden van een vrachtwagentje dat aan het lossen is, beneden mij en de langs zoevende auto’s.

327

Ik zocht naar compensatie voor wat ik verlies achtte. Niets is minder waar. Het is geen leemte, maar pure winst als je ontdekt dat de traagheid meerwaarde heeft. Het heilige moeten ontrafelt tot nul. ‘Niets moet en alles mag’, zongen we elkaar toe als regel bij een van de onbegrensde spelletjes. Zo voelt het. Bevrijdt tot in elke vezel. Ondanks de, of misschien wel juist dankzij de, lichamelijke klachten. Als de vanzelfsprekendheid op de loop gaat, worden de haalbare activiteiten des te waardevoller.

Omgaan met iets dat er nooit was, de vanzelfsprekendheid heeft zevenmijlslaarzen aan getrokken. Spierziekten, kanker, longaandoeningen, hartfalen zorgen voor vrije worstelaars in de ruimte. Ze zoeken hun eigen wegen en er is er geen hetzelfde.

Mijn voorland rijdt voorbij. Een mevrouw met een scootmobiel. Ze kijkt monter om zich heen, slangetjes in haar neus, de haren wapperen door de wind, de vaart zit er aardig in. Dat wil ik. De vaart erin. Voorlopig ben ik mijlen veraf van die toekomst, dat tevens de wil tot vertragen verklaard. Op alle fronten ga ik het aan, maar altijd met wapperende haren in de wind. De vrije geest, los van alle banden.