Uncategorized

Alles kan altijd erger

Gisteren kwam  er een staaltje naastenliefde achter mij in de kassa-rij staan. Ze was vermomd als een veertiger, klein van stuk met kuiltjes in haar wangen en een open blik. Ze was me niet opgevallen omdat ik luisterde naar het gesprek met de caissière en een dikkig, roodharig jongetje, die met het schaamrood op de kaken en met een vertwijfelde blik in de ogen aan het stuntelen was met de bankpas en een briefje in zijn hand.  Eerst kon hij niet betalen met de contactpin, maar dat gebeurt wel vaker en behalve de boodschappen stond ook de pincode op zijn briefje geschreven. De pas had onvoldoende saldo, gaf het apparaat aan. Het jongetje werd roder, probeerde het nog een keer.

Achter mij was de rij wachtenden toegenomen. Sommige graaiden hun boodschappen weer van de band en renden ongeduldig naar een andere kassa. De vrouw achter mij merkte op dat hij misschien wel vijf euro kon pinnen, dan moesten er hooguit wat boodschappen achterblijven. Zelfs bij dat luttele bedrag weigerde de pas. ‘Er staat geen geld op’, stelde een van de meisjes achter de kassa vast. ‘Maar mijn vader heeft er geld op staan, anders had hij het me niet meegegeven,’ mompelde het jongetje. ‘Dan heeft je vader zich vergist’, was de droge conclusie.

De vrouw vroeg hoeveel het was en zei: ‘Dan pin ik het wel voor hem.’ In zijn zenuwen was het jongetje kleiner en kleiner geworden. De vrouw verblikte of verbloosde niet, pinde het bedrag, schreef haar email-adres op het bonnetje en liep weer terug naar haar plaats in de rij. Ik was met stomheid geslagen. Om mijn eigen lethargie, ik stond daar maar een beetje sullig te wachten. Om de caissières die nog aan het overleggen waren, nu werkte er geen kassa meer. Om de kordate aanpak van de vrouw. Een daad van menslievendheid. Ik vertelde haar, dat ze me  iets belangrijks had geleerd. Het ging namelijk niet om het bedrag. Het ging niet om het feit dat die vader het jongetje in zo’n precaire situatie had gebracht, iets waar ik me vooral druk om stond te maken. Het ging om de daadkracht.

‘Erger je niet, verwonder je slechts’ zong mijn wijze oude vriendin in mijn oor en deemoedig moest ik bekennen dat ik me wel geërgerd had. Aan de vader die het zijn kleine zoon zo moeilijk had gemaakt en aan het feit dat de jongen te vroeg volwassenheid in zijn schoenen geschoven kreeg.

048

De vrouw was de engel. Ze zei ‘Ik krijg het wel weer terug. Het is mijn geloof, ziet U. Ik ben katholiek.’ Ik ken veel katholieken van huis uit, maar zelden heb ik de naastenliefde zo praktiserend volbracht zien worden. De volgende keer zal ik bij een dergelijk voorval in haar geest handelen, dat staat vast. Omwille van het kind en nergens anders om.

Het was een bijzondere dag, vooral ook omdat een collega van heel lang geleden met zijn vrouw in een hoek van de gang bij de longfysio bleken te zitten. De vrouw herkende me onmiddellijk. Ik moest door de jaren heen de jonge huid van weleer vangen en eenmaal gewend aan de aanblik doemden daar de twee uit mijn spinrag van lang geleden op.  De boomlange meester van de onderbouw, waarbij de kinderen hooguit tot aan zijn knieën kwamen. zodat de afstand er voor zorgde, dat ze letterlijk tegen hem opkeken.  Hij stond boven aan de wachtlijst voor nieuwe longen.

Ik moest door naar de therapie in de zaal die er achter lag. Vanuit mijn oogpunt zag ik ze wegrijden en lopen. De lange vouwde zijn benen dubbel in een scootmobiel en zoefde met een vaartje de gang door, mijn leven weer uit. Alles kan altijd erger.

One thought on “Alles kan altijd erger

Comments are closed.