Uncategorized

Geschiedenis

Ik zit op het paaltje en luister naar de geluiden die af en toe zinderend de stilte van de zomerdag lam leggen. Er rijden fietsers langs en een enkele brommer passeert me rakelings aan de linker kant. Het is zo’n doorgang dat geen fietspad is, maar altijd als zodanig gebruikt wordt. Ik zou de regels aanpassen aan hardnekkige sluiproutes. Vechten tegen de bierkaai, hoor ik het verleden zeggen.  Daar tuft de kleine zwarte auto voorbij met een groot deel van wat me uiterst lief is. Er zwaaien twee bleke armen opgetogen. Er hangt een brede glimlach boven.

Naar mijn schoonmoeder gaat de rit. De ongebruikelijke droogte en de trilling in de waarneming van de zonovergoten voortuin zorgen voor een bijna tropische aanblik. Dor gras, zieltogende struiken. In de Maxi Cosi bengelt de jongste kleine telg aan een arm.

013

De deur van het huis houdt verwoed vast aan de instructies van de tochtvrije sluis. Ook al is er niets om mee naar binnen te nemen, de hitte is door alle kieren al geinfiltreerd. De eerst deur moet dicht, alvorens de tweede opengaat. Ik had alles opengezet, ten einde de wind te vangen, die nog net het allerlaatste beetje verkoeling brengen kon.

014

In het huis zitten en staan de vrouwen, allemaal één coupe met dezelfde kapper aan huis, aan de tafel of kruipen achter een kopje thee. Er is geen man te bekennen. De dames zijn zonder uitzondering parelgrijs en kijken nieuwsgierig op naar het jonge grut dat voorbij komt stuiven. Vorsend, in een oogopslag, zien we het vertrouwde koppie niet. De lift ruikt naar natte hond en naar stampotten in de winter. De jaren verschralen waar je bij staat. Er hangt wat tegen de muur om de eenzaamheid op te heffen, maar nergens maakt het beroering los of trekt het je naar binnen. Sommige kamers hebben hun deuren wijd open en gunnen een schaamteloze blik op Oisterwijks eiken en nostalgische koekblikken.

Mijn eigen jaren in de verschillende bejaardentehuizen rond de stad kennen alleen  het nachtleven. Het gedempte licht en in Bilthoven alleen de krekels die on-Nederlands de leegte kleuren. Daar spotten mijn oren ieder vreemd geluid. Stappen op een gang, het lopen van een kraan, een toilet dat doorgetrokken werd. Ze signaleerden de afstand en de praktische invulling van het geheel. De kamer met demente bejaarden, vier in getal, heette een ziekenboeg en iedereen die daar aan bed gekluisterd was, door spanband of boeien, was gemeengoed geworden. Dat enige rijke zelfbehoud was in de grote doofpot beland. Geleefd worden gaat voorbij aan waardigheid en respect.

Ze is 96 jaar en kwiek als een hoentje. Vief en monter schuift ze de zware trijp gordijnen open. We dachten dat ze sliep. Gretig drinkt de kamer het licht in. De televisie gaat uit. Ze roemt haar vrije wil. Als je  heel oud bent, hoef je naar niemand meer te luisteren. Haar adagio onderstreept ze met een ondeugende twinkel in de ogen. Ze peilt onze reacties niet. Van alle banden vrij.

011-e1531959491605.jpg

Als ze de kleine bengelaar ziet, glijdt er een weemoedige herkenning over haar gezicht. Zo’n poppie. Op haar bolronde buik glijdt de telg bijna van haar schoot. Ze overbruggen samen met gemak de jaren, bijkans een eeuw, de oude en de jonge, in een luttele seconde. Zacht glijdt er een glimlach over het kleine toetje en spiegelt zich in de ogen van het oer. De foto’s aan de muur, omgekruld en soms verbleekt, verhalen geschiedenis.

 

 

 

 

 

One thought on “Geschiedenis

Comments are closed.