Uncategorized

Kind van het kind te mogen zijn

Gisteren brak de komst van dochterlief met kleinzoon welkom door de pijn heen. Worteltjestaart en druiven. Autootjes op de bank. Het favoriete spel bij Oma. ‘Mag ik er een lenen?’ ‘Ja hoor.’ ‘Maar de anderen zijn nog thuis.’ ‘Geeft niks.’ Niet lang daarna kwam kleine Greetje om de hoek kijken. Het leidde 100 procent af. Vlak daarvoor had ik mijn hele ziel en zaligheid uitgestort. De tranen zaten hoog, de pijn was al een week ondraaglijk, er waren wat vervreemdende dingen gebeurd, Reggio was mijl op zeven. Dochterlief werd gebruikt als snotterbuffer. Dat luchtte op.

005-e1533972693915.jpgGreetje

Het gemis van een alleengaande. Een heel enkele keer iemand om lekker tegen aan te snotteren, om bij doormidden te breken, om de schouders te laten zakken tot op de grond. De uitlaatklep  is het schrijven, maar dat echt er even doorheen mogen zitten, wegkruipen in warme armen, de wang met open mond tegen een geurende schouder aan, hulpeloos belletje spuug in de afhangende mondhoek, bij die brandende lijfelijke  druk is er niet bij.

Liefde te over van mijn en de aangetrouwde kinderen, aandacht op maat, maar als je  pijn hebt, word je eigenlijk weer kind. Dat lieve, hulpeloze, om aandacht bedelende kind, dat de sneetjes in de vinger, de bult op de knie, de schaafwond op de arm weg getroost wil hebben. Kusje erop? Onvoorwaardelijke verzachtende zorg voor het onbeholpene, het lerende, het ervarende leven, iets waar je op vertrouwen kon. Zo was het vroeger thuis. Er werden geen zoete broodjes gebakken. Een doekje voor het bloeden werd je aangereikt als het ver boven de pet steeg. maar als het echt nodig was, als er werkelijk leed te betreuren viel, dan was er die koele hand op je te hete voorhoofd. Daar kon je blind op varen.

Het gevolg was wel, dat mijn eigen schatjes geen kans kregen om te miepen. Aandacht, ja, kusje, ja, maar overal was een remedie voor. Banaan en witte brood bij buikgriep, dampo op je borst bij een flinke verkoudheid, toverkusjes op de schaafwond en verder niet zeuren. Het was niet het einde van de wereld, alles liep nog op twee benen, en ziek, zwak en misselijk op je bed liggen helpt niet. Wel de aandacht en gezien worden. Dát was het allerbelangrijkste. Soms de lichte paniek, maar bij een doorgewinterde verpleegkundige kunnen de grenzen der emotie ver over het slagveld heen worden getrokken. Ik viel niet flauw bij een druppel bloed.

in de tuin

Zodra er vroeger bloed vloeide, zei mijn moeder:’Vinger in je mond’ en dan zogen we het weer op. Het was een verspilling om het te laten lopen, bovendien stopte het sneller en wat je kwijt was, werd op een geheel natuurlijke wijze weer aangevuld. Het leven was simpel met al dat grut, geen tijd voor prinsen en prinsessen. Er was werk aan de winkel en liefde was echte apenliefde. Vlooien en vechten wisselde elkaar in hoog tempo af. Wel was er altijd ergens een buuf die van zoetigheid aan elkaar hing en tranen droogde met drie-in-de-pan of een dikke plak koek met boter. Wij wisten precies waar we die ontberende hulp moesten halen. Troostmoeders zonder de beladenheid van het woord. Echte ouderwetse troost, met zakdoek, eau de cologne, dropwater en heel veel aandacht.

Dochterlief dus, met snotterbuffer en wortelcake, om even kind van het kind te mogen zijn.

3 thoughts on “Kind van het kind te mogen zijn

  1. Berna wat fijn om even ‘kind van het kind te mogen zijn’…het is teveel altijd de eigen boontjes te doppen en pijn zuigt leeg. Veel liefs 😊

    Liked by 1 person

Comments are closed.