Overpeinzingen

Een aanrader dus, net als haar schattige schildpadden-familie

In de groene van deze week, die altijd braaf en dubbelgevouwen in de brievenbus wordt gepropt door het plaatselijke piepkleine postkantoor, wordt in de column ‘Opheffer leest’ een verhaal vertelt van een man die een boek in zijn hand heeft dat al door hem gelezen is, maar dat hij cadeau wil doen aan iemand anders. ‘Sommige boeken horen niet in een antiquariaat te liggen, omdat ze zo mooi zijn’ is zijn overtuiging.

Een vrouw spreekt hem aan en vraagt om een geheime leesstip. Hij zegt, ‘Dit boek is zo prachtig geschreven , zo mooi, zo leuk en de schrijfster is zo interessant’, Het blijkt het boek te zijn ‘In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van Beek’. Vervolgens mag ze drie bladzijden noemen tussen de 1 en de 521 en op die bladzijde leest hij dan een passage voor. Als ze het mooie zinnen, woorden of passages vindt mag ze het boek houden.

Daarna mijmert hij over het feit dat hij Fritzi Harmsen van Beek, ondanks de lofuitingen van de laatste tijd, de biografie van haar door Maaike Meijer en de Groene, nog altijd een beetje miskend vindt.

Nu had de biografie hier weer moeten liggen, dan kon ik een en ander opfrissen. Ik weet dat ze een eigenzinnig karakter had en ook wat chaotisch. Haar gedichten zijn vol fantasie, waarmee je regelrecht met haar wonderlijke kleine dieren een sprookjeswereld induikt en bovendien tekenen ze voor haar karakter. Ze maakt er grappige illustraties bij die haar kwinkelerende woorden nog meer versterken. De poezieboys Joep Hendrikx en Jos Nargy hebben aan haar een bundel gewijd, Fritzi genaamd en brachten ‘Een gulle ode aan het werk en leven van Fritzi’ op de Parade, waar ze vaker met succes ietwat in de vergetelheid geraakte dichters weer nieuw leven weten in te blazen. Heerlijke figuren als Hemelse Mevrouw Ping, Geachte Muizenpoot, Flipje in kabouterland dagen het beeldend vermogen tot in de kleinste details uit. Roland A Holst merkte op: ‘Ze schrijft met haar Stem’. Op internet valt er gelukkig nog heel wat bij elkaar te sprokkelen om het geheugen wat te ondersteunen.

De vrouw vindt, wat Opheffer opleest, prachtig en krijgt het boek als geheime leestip mee. Leuk zo’n actie. Om te doen en om te krijgen lijkt me.

Terwijl ik schrijf, stofzuigt Stoffie de kamer. Buiten regent het bij tijd en wijle pijpenstelen maar in tegenstelling tot Nederland schijnt dan altijd tussendoor de zon en warmt de grond dampend op.

Gisteren hebben we de logeerkamer boven en de voorzolder aangepakt. Dat was hard nodig. Er stonden maar liefst vier ledikanten en een opklapbed met spiraal of houten lattenbodems, dik onder het stof. Strijkplank en strijkbout naar beneden om in een sopje te zetten, bedden afstoffen en schoon zuigen, de grote achterzolder ordenen en zuigen. Twee ledikanten mogen naar de voorzolder, waar ze al eens hebben gestaan.

Omdat tijdens onze afwezigheid er nog wel eens wat insecten sneven in de hitte van de kamer kwam vanmorgen het lumineuze idee om op zoek te gaan naar twee klamboe’s. Zo volgt het ene idee het andere op.

Maar morgen gaan we er echt op uit om de boemeltrein van Almamellèk te verkennen. Hoe lang is de tocht, is het de moeite waard, waar brengt het ons. Alles voor het bezoek volgende week. En zo zijn er nog een paar leuke routes uit te stippelen. Broer van Lief is ooit wel geweest, maar toen kon hij vanuit zijn bed, door het slechte dak een glimp van de hemel opvangen. We zijn benieuwd wat ze nu van het geheel vinden en ook wat ze in die ene week willen. Er zijn zoveel mogelijkheden. Van kalm in De Hof verblijven tot een toeristische route in de omgeving of een wijnproeverij in Villany. We horen het wel en kijken er naar uit.

Dochterlief belde gisteren en vanuit een stralend Nederland zat ze Ibiza te vieren op haar piepkleine balkon en het zag er heerlijk uit. Ze heeft schildpadjes gemaakt voor een project bij het boek ‘Kleine Schildpad en de grote Zee’. Een aanrader dus, net als haar schattige schildpadden-familie.

Overpeinzingen

Dat is heel wat waard

De matrassen van de twee ledikanten die boven op de zolderkamer komen te staan, staan te luchten in de wind en het zonnetje. Ze zijn jaren geleden in gebruik, maar in de tussentijd is alles naar de grote zolder verhuist. Een matras bleef op de zolderkamer achter. De grote vogelkooi, op de foto in het midden van de twee matrassen, stond ook op zolder en krijgt zo een leuke plek op het terras. Tot onze opluchting zijn de matrassen in goede conditie gebleven. Daarmee kunnen we een tweede logeerkamer maken.

De zolder bracht me Frankrijk in herinnering. We logeerden daar elk jaar bij een vriendin, die er in een monumentale omgebouwde zijdefabriek woonde. Door de aanpassingen werd het een voorname woonstee, compleet met trap naar het bordes en heel veel grote ramen met kleine ruitjes. Die hebben we ooit voor een feest helpen zemen. Daar was je niet in een dag mee klaar. Wij sliepen of op zolder of in het souterrain. Omdat de eerste ook een behoorlijke afmeting had en er toch twee slaapvertrekken waren, wist ik ineens weer hoe ze dat gerealiseerd had. De kamers waren niet afgetimmerd, maar ze had er groot wit keperdoek tegen de balken aangeniet. Zo leek het op een grote Bedoeinentent. Het was dan ook geen wonder dat de kamers als vanzelf een Afrikaanse uitstraling kregen mede veroorzaakt door de inrichting. Lage bedden, kleurige tapijten en spreien, lage houten Afrikaanse tafeltjes en een hangkast, een tropenkist aan het voeteneind van het bed. Een grote leren poef aan de zijkant en een plankje met wat boeken. Meer was niet nodig om het sfeervol te maken.

Allerlei wilde ideeën voor de zolder hier schieten door ons heen. Maar eerst maar eens de zolderkamer zelf. Voor de rest hebben we nog tijd genoeg. Het huis en de Hof gaan aan alle kanten weer leven, dankzij het feit dat we er met z’n tweeën over kunnen brainstormen en de mogelijkheden goed afgewogen worden. Zo is het dubbel genieten.

Vannacht schoten de gedachten structuurloos heen en weer. Er ging van alles behalve slaap door me heen. De kinderen en kleinkinderen, een ernstig zieke zus van de vader van de kinderen, leven en dood, geluiden van het huis die al vertrouwd waren maar altijd worden waargenomen, het bliksembezoek van van de week. Zo werkt dat met overpeinzingen. Ook als je een boek leest en het pakt je nog niet helemaal of er is een moeilijke passage kan het gebeuren, dat je na een halve bladzijde weet dat je moet stoppen omdat het hoofd heel ergens anders is. Dat was dan ook de reden dat, bij het zien van de satirische uitvoering over de dodenherdenking van het programma ‘Even tot Hier’, ik geen ogenblik gedacht heb, dat het ongepast zou zijn of zoals ik las, minachtend of ongehoord. Juist bij dergelijke plechtigheden nemen gedachten vaker een vlucht. Daar draagt de hele entourage aan bij. Satire mag er zijn. Het leven is al serieus genoeg.

Hoera, de baby paksoi waarvan we twee kontjes op water hadden gezet na een tip van dochterlief, krijgt nieuwe groeischeuten. De oude uitgesproten aardappelen zijn ook al in het veldje van de pompoen en de courgette gegaan. Straks eten we onbespoten van eigen bodem en dat is heel wat waard.

Overpeinzingen

Maar op zijn minst de richting

Een mailtje, of we de slaapbank, die deze week zou komen, vooraf wilden betalen. Daarvoor moesten we naar de winkel terug, want Lief kan met het Hongaars goed uit de voeten, maar in dit geval was persoonlijk contact toch beter, dacht hij. De juffrouw achter de kassa was allerliefst en oprecht geïnteresseerd in welke nationaliteit we hadden, complimenteerde Lief met zijn Magyar en of we hier woonden of op vakantie waren. Een warme glimlach. Ziezo, bank betaald, nog wat kleine benodigdheden meegenomen en eindelijk slopen in de kleur en zonder bloemetjes. Nu maar hopen dat er deze week nog geleverd kan worden.

Boodschappen bij de Aldi, altijd fijn, die hebben mijn eigen wijnmerk en gewone lichtgewicht sesam-crackers, bovendien duikelden we Chinese noedelsoep op. Met de tassen volgeladen weer op huis aan.

Met deze dag die al begon met het neerleggen van het wilde bloemenzaad, dat ingebed was in papier nog voor de zon op het stuk grond zou schijnen en die je als strook neer kon leggen onder een bescheiden laagje aarde, ben ik de tijd kwijt. Ineens is het nu al bijna kwart over vier terwijl het net nog acht uur was. Waar sprokkelt een mens nieuwe tijd. Er moest in feite nog een hele middag zijn.

Om bijvoorbeeld verder te gaan aan het doek uit de serie ‘Hongaarse vrouwen’. Ze heeft zo’n lief hoofd, zo’n allesomvattend wijs gezicht,, peinzend, iet of wat naar binnen gekeerd en toch ook een tikje hulpeloos, met vermoedelijk een te zware tas in haar handen geklampt. Dat stel ik me tenminste voor. Verbeelde handen. Ik had die dag eindelijk weer eens inspiratie om naar het atelier te gaan en er verder aan te werken, maar ook om afdrukken te maken van de ets van de twee Indiase vrouwen. Alle ramen gingen wagenwijd open. Zo ving ik tegelijk de geluiden uit het bos. De nachtegaal natuurlijk, de lijsters achterin, de koolmees en de karakteristieke luide roep van de Wielewaal. Het uitzicht is prachtig, één op het bos en één op het land van de buurman met zijn sokkippen en sokhaan. Koddig waggelende dikke kippetjes en een trotse Haan, die een flink stuk grond hadden om rond te scharrelen. Iets voor Annie M.G. Schmidt, denk ik altijd, die daar meesterlijke verzen en rijmen over heeft.

Daarna Lief bewonderd, die het verleden aan het afsluiten is met een zen-waardige verbranding van zijn bewaarde parafernalia in de buitenoven, ver uit de buurt van de Datsja, om mijn longen te sparen. Onderweg zag ik een jonge merel, die zich vooral stil hield, omdat hij wist niet snel genoeg te zijn en dan kan je maar beter je gemak houden. De wilde apothekersroos was op de plek, waar de oven was neergezet vlak naast het stuk achterland, welig gaan tieren en had dankbaar gebruik gemaakt van een aantal aanwezige bomen. Een waterval van bloemen. Door het poortje heen maakte ik de foto van die idyllische aanblik. Dan terug om te gaan afdrukken. Op de een of andere manier zijn er nog steeds kinderziektes in het proces. Of het papier is niet nat genoeg, de inkerving te oppervlakkig, de inkt van mindere kwaliteit, of niet het goede papier, of het afslaan verloopt niet volgens de regels. Het blijft experimenteren. De dametjes komen maar matig uit de pers. Niet getreurd morgen weer een dag.

De grote zwarte houtbij is van slag door de draaiende wind. Hij dwaalt doelloos van hoek naar hoek. Misschien is hij ook tijd kwijt net als ik, maar op zijn minst de richting.

Overpeinzingen

Zoals het op een dag als gisteren betaamde

Dat is mooi. Op de dag van de bevrijding ontsluit klaproos haar knop en siert de wereld met haar papierzijden bloem. Ze viert haar eigen vrijheid. Korenbloem heeft er ook zin in en volgt het voorbeeld enkele uren later. Natuur is een mooi voorbeeld van hoe het zou moeten zijn. Leven en laten leven.

Als ik terug kom van het concert dat door de vogels gegeven wordt bij de Datsja ontdek ik vlak voor de klaproos een druk zoemend, tja, wat eigenlijk. Het lijkt op een bij en op een kolibrie, met zeer spitse snuit of tong en snel wapperende vleugels. Google leert ons dat het de Grote Wolzwever is. Wat een wonderlijk en nijver diertje. Er blijken veel meer soorten van te bestaan. Met mijn heldere blik is een onderscheid eindelijk weer te maken. Dat heeft lang geduurd.

Met mijn sloffen nog aan was ik naar achter geslopen door het natte gras, voorbij de lijsters en de merels, waar nachtegaal jubelend zich eindelijk voluit liet horen met het prachtige geluid van de wielewaal er tussendoor.

Gisterenmiddag hoorde ik bij het hek Lief ineens praten. Hij kwam terug met het verhaal dat zijn ex met de camper voor het huis stond. Dat was even schakelen omdat hier niemand onaangekondigd op visite kwam. Ze had geprobeerd te bellen die ochtend, maar dat was in het feestgedruis van werken op het land niet aangekomen. Er was thee of koffie en ze wilde naar de plek waar al heel lang vijf honden van Lief en zij begraven lagen. Traantje wegpinken en koetjes en kalfjes gebabbel. Even dreigden we alle info te krijgen over dierbare gestorvenen, maar het lukte steeds om het onderwerp een positieve richting op te duwen. Ze vond het huis goed opgeknapt. In de tijd dat zij er woonde had de veranda nog een strooien dak en waren in de kamers oude kozijnen met een overbevolking aan insecten.

Even ging het gesprek de diepte in toen ze van haar avontuurlijke aard vertelde en het feit dat ze te rusteloos was voor een vaste relatie. De camper bracht uitkomst. Nu kon ze bij tijd en wijle er een paar maanden tussenuit. ‘Rust krijg je als je in jezelf kan wonen’ merkte ik op. Dat was een van de dingen die ik de laatste jaren vooral heb geleerd. Dat werd volmondig beaamd. Ze beschreef hoe ze van plan was verder te trekken en daar was inderdaad nauwelijks een adempauze in te bespeuren. Even hier en even daar. De camper sluit zich naadloos aan aan haar aard en is daarbij een hulpmiddel bij uitstek.

Het hondje dat ze bij zich had kreeg uit een oude bak van de andere honden water en slurpte het gretig op. Lief genoot ervan. Hondenliefde vergaat niet.

Nadat ze vluchtig door het huis was gelopen en de veranderingen had bewonderd ging ze er, na een paar foto’s te hebben gemaakt voor dochterlief, er weer vandoor richting camping in Pécs. Er stonden nog een aantal te bezoeken adresjes op haar lijstje.

De rust daalde neer. Kalm kabbelde de namiddag voorbij. Een lichte maaltijd werd een couscous met zoetzure saus, in een handomdraai klaargemaakt. Daarna konden de stoelen naar de zon bij de berk versleept om de dag uit- en de avond -in te luiden. Vogels weten niet van herdenken, insecten ook niet. Als cadeautje kwam de mooie Atalanta ons begroeten en erbij zitten. Stilletjes, zoals het op een dag als gisteren betaamde.

Overpeinzingen

Een dag als vandaag

Gisteren keken we naar een filmpje van de filosoof en zijn zus die de Benjamin van de familie op visite hadden. Onverwachts, voor ons tenminste, brabbelde hij ineens hele zinnen en tante Pollewop wist zonder aarzelen te vertellen dat hij het over Nijntje had. Een goed verstaander heeft immers maar een half woord nodig.

Er komen meer beelden langs, foto’s van de kleine krullebol die in de moestuin helpt, en onze lieve kleine stralende kleindochter, die met een brede glimlach een banaantje verorberde.En een foto waarop te zien is dat mijn tuin gemaaid is door dochterlief en ook daar lopen de filosoof en tante Pollewop. Vanmorgen in alle vroegte zag ik een klein yoghurtmonstertje, die zichzelf met een gouden lepeltje aan het bedienen was. Helemaal alleen met papa in de buurt om een oogje in het zeil te houden natuurlijk. Dus kreeg ik honderd lekkere yoghurtkusjes dwars door de aether. En Dribbel ligt iedere middag diep in een koortsslaapje verzonken, zie ik op de video die dochterlief laat zien, terwijl mijn lieve kunstkanjer toegelaten is op de lievelingsschool van zijn keuze, daar waar hij het portfolio voor nodig had en dat we samen gemaakt hebben. Het gemis is meer dan missen alleen. Deze deelbare wereld zou eigenlijk één moeten zijn. De Hof is groot genoeg voor een familiefeest, dartelende kinderen, klaterende stemmetjes tegen de bomen, kampvuurtjes maken, aardappelen poffen, broodjes bakken, wandelstokken snijden, dood hout bewerken, uitgebreid groente roosteren, speurtochten houden over de kruip-door-sluip-door-paadjes, dansen op het pas gemaaide gras.

Kijken naar Volle Zalen, heerlijk programma. Cornald Maes ontmoet de zanger en kleinkunstenaar Sven Ratzke in Berlijn bij het graf van Marlene Dietrich. Haar graf is onopvallend en bescheiden, haar toneelnaam Marlene staat op de grafsteen, niet Dietrich, niets van dat alles. Een tekst die luidt: ‘Hier steh ich an den Marken meiner Tage’. ‘Hier sta ik op de grens van mijn dagen’. Ratzke denkt dat ze zich ter plekke zou omdraaien als ze wist dat ze in alle bescheidenheid daar ligt. Ze gaan door met het aimabele gesprek en Ratzke geeft toe er een beetje tegen op te hebben gezien om naar de begraafplaats te gaan. Hij vertelde dat hij zijn jongere collega’s altijd voorhoudt om niet hun helden te gaan ontmoeten. Een goede raad vind ik dat. Hou ze levend in de betekenis die ze hadden voor jou. Als ik even door mijmer kom ik uit bij een reünie van de kleuterkweek heel lang geleden waar destijds ook enkele leerkrachten bij waren. Mijn lievelingszuster, die tekenen en schilderen doceerde, zat in een rolstoel. Mijn glorieuze, vol levensvreugde vrolijke zuster van destijds was veranderd in een bibberig oud dametje dat nauwelijks uit haar woorden kwam. Het was spijtig voor het beeld in mijn hoofd, dat ter plekke naar achteren verdween. Het gaf niet echt, want het kwam wel weer terug, maar het dametje bleef haar eveneens achtervolgen.

Straks ga ik verder kijken naar Volle Zalen, maar eerst is de Hof aan de beurt. Vanmorgen hoorden we én de Wielewaal én de Nachtegaal. Eindelijk zijn ze geland op hun stekkie van vorig jaar en niets ter wereld klinkt vreedzamer als deze twee. Tot overmaat van geluk konden we vanaf het terras ook nog twee ooievaars spotten die op de grote, hoog boven alles uit torenende, schoorsteen zaten. Tijd om in de buurt van het atelier te zijn. De verwachte regen hebben we vannacht gehad. Daardoor waren de groene wantsen aan het feesten op het bladgroen van de stokrozen. We hebben de dorre exemplaren er tussenuit geknipt en met wants en al op het achterland gezet. Daar mogen ze zich tegoed doen aan de daar ontstane poesta. Nieuwe velden, nieuwe mogelijkheden, moeten ze maar denken. Doodmaken konden we ze niet en zeker niet op een dag als vandaag.

Overpeinzingen

Of dat nou positief was of negatief bleef in het midden

De vlierbloesem heeft de hele dag en nacht in de koelkast in ongeveer een liter water gestaan en vanmorgen mocht het mengsel door de zeef. Een liter kwam er moeiteloos uit, maar het laatste was bevroren. Dat is een euvel van deze koelkast. Hij staat op de laagste stand maar op het bovenste plateau vriest het. Nu staat het te ontdooien. Of het wat afdoet aan de smaak zal Lief straks weten. Mijn reuk en smaak zijn helemaal weg. Ik ruik soms nog vaag, bijvoorbeeld de bijenwas waarmee de oude originele voordeur, waar een nieuwe voor is gezet, werd behandeld. De vlierbloesemgeuren, die ik me herinner als een zachte geurende lente, ruik ik ook niet meer. Zelfs het sterke knoflookaroma, waar ik zo van hou, is verdwenen. Lief zei gister bij het frituren dat de deur of het raam open moest. Maar ik heb niet in de gaten dat de keuken op zo’n moment vergeven is van de baklucht.

Het blijft braaf wachten tot de bloesem is ontdooid. Ondertussen is het pak regen dat jullie aan het begin van de week hadden, deze kant opgekomen. Gelukkig ligt het dorp gunstig en zwijnen we regelmatig tussen alle buien om ons heen door. Het is wel weer wat graden kouder. De natuur vaart er wel bij en geeft een groeispurt ten beste.

Ja die voordeuren. Ze zijn al in geen jaren gewreven, maar ze zijn prachtig. Voor het kleine raam zit een welhaast dada-achtig smeedijzeren hekwerk van twee vogels . Het zijn de originele deuren, dus al minstens anderhalve eeuw oud. De bijenwas werd gretig opgeslurpt en op een gegeven moment was een oude schoenborstel beter dan het doekje dat ik gebruikte. De was was niet aan te slepen. Maar ze knappen er zienderogen van op. Helaas moest elke spin of wants die zich verschanst had tussen de afgesloten rechterdeuren wijken. Geen plaats voor rag en anderszins.

Gisterenavond toen we klaar zaten voor onze lievelingsserie van dit moment, een Zuid Koreaans krimi-drama, kwam de vraag weer boven, hoe Lief aan de vleugel was gekomen. We zijn namelijk de enige bezitters van een vleugel met een grenen prothese en een golvend bovendek. Zijn vorige buurman had hem verteld, dat zijn moeder vroeger in ons grote huis huisconcerten had gegeven ten gehore van familie en vrienden. Bij het verschuiven van het bakbeest had een wieltje het begeven en was de grenen console eronder geplaatst. Op hoge leeftijd en met wat kwalen, net als wij. Er zit weinig muziek meer in. Nog altijd vragen we ons af of er een renovatie in kan zitten, maar we schuiven het voor ons uit, evenals een mogelijke sloopactie. De poot ligt boven op zolder. Ze ademt toch historie per slot van rekening.

Ziezo, het bloesemwater is gezeefd, er is een afgepaste hoeveelheid suiker ingegaan, wat minder dan in het gemiddelde recept staat, citroensap erbij en alles koken tot de suiker gesmolten is. Daarna kan het in de flesjes worden gegoten. Twee flessen vlierbloesemsiroop van eigen oogst.

Het is meivakantie in Nederland en dat was goed te merken in een van de supermarkten van Szigetvar. Het leek wel alsof we in Nederland rond liepen. Nou ja, eerlijk is eerlijk, hier en daar was er ook gebabbel met een Vlaams accent en werd er door een vader tegen zijn kindje Amerikaans gesproken. Zijn vrouw was Hollands vertelde hij. ‘Wat een hoop Hollanders’, zei een man, die we al eerder gezien hadden. ‘Het is er van vergeven’. Of dat nou positief of negatief was bleef in het midden.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk de vruchten en de vreugde te plukken

Zoonlief vraagt of ik ‘met mijn nieuwe ogen’ al wat meer vogels heb gezien. Hier hoor je de vogels eerder dan dat je ze ziet, omdat ze genoeg struweel hebben om zich te verstoppen. Toen ik opschreef welke wel was het toch een lijstje. Maar niet anders bijna dan je in Nederland kan vinden. Spreeuw, lijster, mus, zwaluw, merel, glimp van de nachtegaal en hoog in de lucht de buizerd, de sperwer en de ooievaar. Op het achterland, dat een of ander kort had gemaaid toen we in Nederland waren, tiert het gras en de granen, de bloeiende veldsalie, de wikke, de ereprijs, haverhalmen, alles wat nu weer weelderig kan tieren, doet haar best. Achteraan in ons laatste bosje dat het land scheidt van het pad langs de akkers zitten drie stelletjes fazanten. Lief zag al drie fazantenhanen scharrelen. Hij heeft er de pompoenpitten in de grond gestopt, die mogen daar dan vrijelijk uitwaaieren. We zijn benieuwd.

De salie staat nu echt in volle bloei en is prachtig. Ze correspondeert met de blauw/paarse lobelia die in de potten op het rustieke tafeltje staan. We ontdekten daar, vlakbij de enorme papaver, de ranke juffertjes in het groen, die zijn aan komen waaien. Margrieten in bloei, klaprozen in volle knop en korenbloemen op het punt van uitbarsten. Overal groeit de citroenmelisse tussen en de vlier staat ook eindelijk echt in bloei. Gisteren na al het werk in huis heb ik vlierbloesem geknipt en, na een handige tip op youtube even ondersteboven laten rusten om de kleine beestjes de kans te geven weg te vluchten. Er kropen twee kleine spinnetjes uit, net zo prachtig wit als de bloesem zelf. De bloemen staan nu onder water in een pan in de koelkast met een citroenschilletje erbij, zodat de siroop straks mooi helder van kleur zal zijn. Straks gaan we een zeef en kaasdoek op de kop tikken om het mengsel daarna, gezeefd en wel, met suiker en citroen te koken en in flessen te stoppen.

Gisteren was het 1 mei. Dat is hier een echte feestdag die vooral met familiebezoek en dichte winkels gevierd wordt, maar voor ons betekende het nog steeds een dag van noeste arbeid. Dus Lief maakte de oude stenen aan de ingang van de tuin zichtbaar en kroop metertje voor metertje vooruit om de wildgroei in te dammen. Een rand langs de muur mocht blijven. Zo konden de varens ook beter gedijen. Voor de bui, die dreigde, was het gras aan de voorkant aan weerskanten van de goot, aan de beurt. Dat maaide hij met de handmaaier. Hongaren schudden wijselijk hun hoofd over het handwerk. Daar heb je toch ander materiaal voor. De bosmaaiers zijn hier erg in trek. Wij houden er niet van. Zoveel herrie dat maar door dreint en drenst. Ik lapte huiselijk de ramen. We vonden ergens in een hoek van de keuken een oude ragebol. Soms zijn juist die dingen uit onze jeugd eenvoudigweg de meest handige schoonmaakmiddelen.

De twee Indiase dametjes voor het keukenraam staan nu op een schetsje voor een ets. Straks als alle beslommeringen gedaan zijn, is er weer volop ruimte om in het atelier aan het werk te gaan en letterlijk en figuurlijk de vruchten en de vreugde te plukken.

Overpeinzingen

Pure weelde

In de kunstbrief van See All This stelt Nicole Ex een aantal vragen aan de trendvoorspeller Lidewij Edelkoort. ‘Wat betekent tijd voor iemand die de toekomst voorspelt? En hoe word je een voorloper, een tijdreiziger, een duider van dingen die in een ver vooruitzicht liggen?’. Onmiddellijk treedt het brein in werking bij het woord tijdreiziger.

Een prachtig woord, iets wat we allemaal wel zouden willen kunnen. Door de tijd reizen. Niet voor niets fantaseren we over tijdmachines, die ons tot ver terug of vooruit in de tijd kunnen voeren, te beginnen met het boek Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman, een klassieker waar velen van ons mee bekend zijn, hetzij door het voorlezen of door het voorgelezen worden. Maar ook haar tegenknie: ‘De tijdmachine’ van H.G. Wells met een verhaal over het reizen naar de toekomst en vele andere verhalen of projecten waarin de mogelijkheden van het hebben van zo’n machine de fantasie-radartjes aan het werk zetten.

Edelkoort antwoordt het volgende: ‘Je moet aan de rand van de maatschappij staan om dingen te kunnen duiden. Je moet ruimte houden tussen jou en datgene wat je wilt snappen. Daarom is reizen (vertrekken) zo belangrijk: ‘Ik let op uitzonderingen, want de toekomst maakt zich kenbaar door ongewone mensen, dingen en gedachten, die eerst verdubbelen en dan als een explosie multipliceren.’ 

In de wereld van trendzetter begrijp ik het. Ongewone mensen hebben vaak uitzonderlijke gedachten die weer stimuleren tot nieuwe associaties en creaties. De kiem zorgt voor het verloop der dingen en als je er oog voor hebt om die kiem te zien dan is het mogelijk om te voorspellen welke kant iets opgaat. Soms zijn tijdreizigers de trendsetter zelf, door aandacht te vestigen op iets uitzonderlijks en ook telt mee dat de geschiedenis zich herhaalt. Het waarnemen schoeit op ervaring, inlevingsvermogen, observatie en deductie. Ik mijmer er nog even over door. Het blijft boeien, zo’n eigen tijdmachine, al reizen we op de keper beschouwd allemaal door de tijd.

Het hier en nu gisteren was er een van de onwillige werkelijkheid. De gordijnen op de gang moesten eraf. Helaas is het voile sleets geworden door het felle zonlicht op de ramen. De Sari-gelijkende gordijnen zijn van een prachtig oranje nu tot een wonderwel samenvloeien geworden van oranjegeel. Bijzonder. Natuurlijk had het een handwasje moeten zijn, maar door het goede uitpakken van de gordijnpartijen uit de kamers leek de wasmachine dit keer eveneens haalbaar. Het eraf halen van de gordijnen was het punt niet, maar de roede stak ook in het midden door een ring, dus met het opnieuw ophangen was het puzzelen geblazen. Dat lukte met vereende krachten wonderwel. Voor twee raampartijen stonden planten, de grote Yucca’s en een side-table met vetplanten en palm, daar verdween alles wat sleets was in de plooien en achter het groen. De derde raampartij was au naturel in volle vergane glorie te bewonderen. De oplossing bleek in ouderwets bij elkaar geraapte gordijnen samengebonden met het bandje van een afgeknipte panty.. Een oudhollands burgerlijk tafereeltje voor zolang het duurt, nood breekt wetten. Als nieuwe sari’s in de juiste kleuren zich aandienen kunnen we overstappen op iets anders.

Toen de klus geklaard was ging ik met bijenwas aan de slag om de kast in de keuken, een van bijzonder oude weerbarstige makelij, op te pimpen met een glanzend jasje. Als je door de oogharen heen kijkt lijkt het best wel wat.

Tijdens het theedrinken kwam er een brutale hagedis, iets groter dan de rest, achter ons langs sluipen. Voordat hij van het terras af de tuin in schoot, kon ik ‘m nog net vereeuwigen.

Ziezo vandaag de ramen buiten en dan zijn de hoognodige klussen geklaard, al houdt het nooit op. Maar je hoort ons niet klagen. De schoonheid ervan is pure weelde.

Overpeinzingen

Daar helpt geen ‘lieve-vadertje-of-moedertje’ meer aan

Afgelopen zondag ging de missie ‘Gordijnen wassen’ van start. Het huis heeft hele hoge plafonds, de gordijnen zijn praktisch even lang. Vorig jaar hadden we al eens geprobeerd om de losgeschoten haken vast te maken. Daarvoor kroop Lief op de lange ladder en had de grootste moeite om een haak aan te haken omdat hij zich aan de ladder vast moest houden. Zo wilde ik het niet. De grote tafel had ik in gedachten, maar die bleek nauwelijks te verplaatsen. Konden we dan de keukentafel niet nemen, ook stevig en met de leunstoel erop. Dat bleek niet te gaan, want dame op leeftijd kon niet meer omhoog komen via een te grote opstap. Wat nu. Wijsheid was geboden. De trap. Het kleine keukentrapje, daar zou ik het mee kunnen redden.

Lief bezorgd, of dat wel goed zou gaan en ik wapperde alle ongerustheid weg. Lenige Lientje in actie. Het bleek een lumineus idee. Tafel sjouwen, trapje ernaast, op de tafel klimmen, trapje naar boven takelen, dwars op de tafel zetten, Lief hield de trap tegen. Vanaf de tweede sport kon ik er al bij. Een voet een treetje hoger voor de veiligheid en in een mum van tijd lagen de gordijnen op een hoop. Het wasprogramma duurde per kamerramen drie kwartier. Er waren drie kamers te gaan. Als we klaar waren met het terughangen van de eerste partij gewassen gordijnen was de tweede al weer gewassen en brandschoon.

Het gaf een heerlijk gevoel om die prachtige zonnige oranje gordijnen helemaal tiptop in orde te zien hangen. Vandaag of morgen is de gang aan de beurt. Ik heb eindelijk glassex gevonden bij de Tesco. Eerst de ramen zemen en dan weer voort.

Gisteren was het een lummeldag voor mij. Lief maaide de hele Hof van voor naar achter en is daar dan gelijk een hele middag zoet mee. Ik trok hier en daar gras, schoonde het kruidentuintje op en elimineerde wat akkerkool, dat hier welig tiert als je haar haar gang laat gaan. De witte pioenrozen bloeien al, de rode nog niet. Bij het muurtje staat een hele rij varens die, nu de blauwe regen weg is, het uitstekend naar hun zin hebben.

Toen ik wat zat te suffen op het terras zag ik een mier een indrukwekkend karkas van een wants of iets dergelijks voortduwen en dan weer meetrekken. Oneindig veel kracht moeten ze hebben. Wat hij meesleepte was twee maal zo groot als hijzelf was. Het bracht me even bij het boek ‘Het vertrek van de mier’, een van die onnavolgbare mooie kleine filosofische overpeinzingen van Toon Tellegen. De mier wil weg. Wat de redenen waren somt Toon op via er niet hangende briefjes in zijn verlaten huis. Het gaat over zichzelf vinden, verlangen, grenzen verleggen, onzekerheden overwinnen, moed houden en afscheid nemen. Kleine juweeltjes van hersenspinsels van de kleine mier. Groot in zijn daden, zoals de mier op het terras. Het is me nogal niet stoer om de wijde wereld in te trekken zonder het doel te weten. Ja, ‘De Verte’, maar is die niet overal.

Deze mier hier heeft als einddoel zijn mierenhoop, waarin hij zijn prooi mee zal slepen. ‘Kijk eens vrouw, er is eten voor ons allemaal’. De hele mierenkolonie is trots op die grote sterke mier, die zo goed voor hen zorgt. Ze vieren feest en gaan in optocht naar de keuken voor nog een lekker suikertje erbij.

Als je gedachten je die kant opsturen, wil je elke mier in leven houden. Daar helpt geen lieve-vadertje-of-moedertje meer aan.

Overpeinzingen

Haar tijd komt nog wel

‘Heb je ooit gekampeerd’, vraagt WordPress. Toen de tweeling 15 was vond ik het tijd om ze te laten beleven wat kamperen eigenlijk inhield. Als vakantieoord zat Portugal in mijn hoofd. Daar was ik nog niet geweest. Het was een lange rit, waar ik me op verkeken had. De jongste zoon ging ook mee. Zo deden we onderweg dutjes in de auto en kwamen na twee lange dagen op de plaats van bestemming aan. Een prachtige camping, de sheltertjes onder de bomen, een voor hen samen en een voor mij en de jongste zoon, een butagasstelletje, wat dunne matrasjes en dekbedden.

De tent opzetten was eigenlijk een werkje van niets. We konden de paar haringen die er aan zo’n tweepersoons tentje gaan met de hand in de grond duwen. De jongens hadden hun draai snel gevonden. De jongste was bevriend geworden met een visser. Er was een lagune, waar ze konden roeien, kanoën en waterfietsen. De zee was prachtig en ruig. Het was windstil en bloedheet, twee weken lang. We reden een eind om een ruïne te bezoeken en naar Lissabon. Aten met regelmaat in het restaurant op de camping omdat dat net zo duur was als de eenpansmaaltijden op het eenpittertje, dat we bij ons hadden. De jongens waren diepbruin en ik verschoot zelfs ook van kleur. Dat kwam niet vaak voor. We aanschouwden de kurkeiken, de te drogen hangende tabaksbladeren op hun houten stellages en de ooievaars in een dorp waar op elk dak wel een stel zat te broeden, terwijl ze zich allemaal in de weilanden er omheen te goed deden aan wat er zoal kroop en sprong. Portugal was een succes.

Italië een jaar later was een ander verhaal. Op de eerste camping was de grond zo hard en droog dat alle haringen krom sloegen. Geen boom te bekennen en de zee alleen voor de daar aanwezige hotelgasten. We namen de vlucht naar het Gardameer om daar vlakbij aan een kleiner meer, het schoonste water van Italie stond er in de brochure, onder de bomen ons kamp op te slaan. Er was een groot animatieteam en dat was vooral ‘s avonds en in de vroege morgen te horen aan de muziek en enthousiaste kinderstemmen die tegen de sparren en dennen opklaterden. Het meer was heerlijk, de muggen minder, de jongens diep donkerbruin en ik speelde sneeuwwitje. De reis was aangenamer, want veel minder lang en goed te doen. We zagen de voetbal-arena in Milaan tot twee keer toe, de gouden Duomo, koele water spuwende fonteinen, een winkelstraat die ons budget ver te boven ging en een vrouw in de trein die me omstandig prees met mijn drie knappe zonen. We aten pizza en likten aan Italiaanse ijshoorntjes, die nergens anders zo lekker smaakten. Zoonlief en ik vonden een pad in het gebergte bij Turijn, reden op waaghalzerige weggetjes naar boven, klauterden naar beneden en vergaten dat we ook weer omhoog moesten. Dat was een behoorlijk inspanning, daar hadden mijn longen destijds al flink moeite mee. Maar het was een tocht om nooit te vergeten.

Ondanks onze fijne vakanties kamperen de jongens niet echt meer. Soms wordt er op een park een huisje gehuurd. Alleen dochterlief en haar hele gezin is gek op haar lieve caravan en stalt hem met regelmaat op een mooie bosrijke camping of ze komen zoals vorig jaar hem hier een weekje stallen.

Als ik nu zou gaan vertellen hoe mijn eigen kampeeropvoeding is verlopen, wordt dit een eindeloos verhaal. Ze blijft achter een van de luiken in mijn hoofd. Haar tijd komt nog wel.

Overpeinzingen

Kom maar door

Nu moest ik gisteren van mezelf toch even doorzetten en de biografie van Paul van Ostaijen uitlezen. Vijftig bladzijden te gaan dus het was te doen. Maar het was ook de eerste heerlijke warme dag weer sinds een week. Truus stond vuil te wezen op de oprit. De insecten die tijdens de reis tegen haar waren opgevlogen hadden stille getuigen achter gelaten als kleine druppeltjes op de gloeiende plaat, maar dan echt. Een emmertje met sop, een sponsje, een zachte droge doek en een grotere spons brachten uitkomst. Kalmpjes aan de slag, er bleef genoeg tijd over voor de zwanenzang van Paul. Na een korte pauze ook de binnenkant grondig gepoetst. Nu kan ze er weer een tijdje tegen, vermits we geen route kiezen dwars door de poesta heen zoals vorig jaar.

Tijdens het laatste hoofdstuk raakte ik erg onder de indruk van de manier waarop men vroeger omsprong met tuberculose en hoe Paul er zelf mee omging. Het naderende einde riep bespiegelingen bij hem op. Hij mijmerde over het ouder worden. In het verhaal ‘Lijnen’ observeert hij bijvoorbeeld ‘een man die nog niet oud is, maar dat tot zijn verbazing, in de gewone gang van deze man ook reeds het gaan van een ouderling woont’. Daaruit concludeert hij dat ’de ouderdom al vanaf het begin in de jonge mens aanwezig is’. Zijn erbarmelijke lichamelijke staat brengt hem diepgang in zijn gedachten en sterkt zijn lang voordien verworven overtuiging. ‘De werkelijkheid in essentie is onherkenbaar en dat het onder meer tot de taak van de literatuur behoort om te peilen naar een wereld die zich voorbij de beperkingen van de menselijke ervaring ophoudt’. In die strijd gaat hij vaak voorbij aan de grenzen die zijn ziekte hem oplegt, maar er komt een tijd dat hij zich er bij neer moet leggen en wordt het steeds vaker stukje bij beetje inleveren van alles wat inspireert en wat roert. Het is zo herkenbaar, al is het niveau waarop hij worstelt oneindig veel dreigender. Inleveren staat gelijk aan ouder worden. Dat is niet erg, maar wel iets om rekening mee te houden en te zoeken naar de nieuwe mogelijkheden die zich voordoen. Die ouderdom zal hij nooit bereiken, maar hij herkent hem wel in zijn aftakeling.

Als het boek dicht is, blijft het nog lang malen in mijn hoofd.

Dat alles gebeurt tussen de bedrijven door. Hoofstukken lezen, nadenken, lezen en nadenken. Nog altijd willen we eerst het huis en het land in orde brengen. Dan is er volgende week eindelijk gelegenheid om er op uit te trekken. Er is zoveel wat we nog willen bewonderen. Vandaag is de logeerkamer aan de beurt, maar wel met zijn tweeën. Dat is praktischer in verband met het sjouwen van kasten en onhaalbare hoge gordijnen, die eraf moeten voor de was. De zolderkamer heb ik gisteren gezogen. Dat er veel dode insecten lagen was geen wonder want het raam was niet goed dichtgetrokken geweest en daar kierde het. Een kleine zwaluw, aan zijn staartveren te zien, was er ook per ongeluk ingevlogen, want in een oude rieten mand lag het kleine verdroogde karkasje. Poëzie gevangen in een beeld.

Het nieuwe boek ‘Lessen’ van Ian McEwan ligt al klaar. De eerste bladzijden zijn gelezen en het belooft wat. Maar eerst het werk en tussendoor genieten van al wat opkomt en bloei geeft. Inspiratie dus. Kom maar door.

Overpeinzingen

Hoe mijn binnenwereld eruit ziet

De morgenstond heeft goud in de mond. Volle maan helpt daar flink aan mee. Klaas Vaak komt maar met halfgevulde zakken zand langs en vanaf vier uur lukt het niet meer opnieuw in slaap te komen. Het is fijn om de dag langzaam te zien gloren. Zwaluwen spelen voor het huis op de elektriciteitsdraden een prelude op wat we mogen verwachten deze ochtend. Ze vliegen op, bepalen een nieuwe plek en dalen weer neer. Een mooie notenbalk au naturel.

Gisteren het buffet uitgekamd op zoek naar de verborgen schatten uit een ver of minder ver verleden. Als ik een la opentrek glimt me een twaalfdelige goudkleurige bestekset tegemoet compleet met opscheplepels en zelfs een taartschep. Het is zo heel erg niet iets voor Lief, dat er onmiddellijk de wildste verhalen in mijn hoofd ontstaan. Maar het blijkt dat ze het ooit ergens op de kop hebben getikt. Geen cadeau voor een samenlevingscontract, geen erfenis van een rijke oudtante of een bezoekje van een lieve petemoei die het metaal in goud veranderde. Niets van dat alles. Nooit gebruikt, dat wel.

Vandaag wordt het warmer en morgen breekt dan eindelijk de lente los. De nachtegalen achter bij de Datsja zijn zich al aan het opmaken voor een lange en trillerrijk seizoen. Alle vogels zijn opnieuw druk in de weer, nu de koude langzaam het land uittrekt.

In de Groene lees ik over de Kroatisch-Nederlandse schrijfster Dubravka Ugresic en haar postuum verschenen boek ‘Baba Jaga legde een ei’. Ze haalde de onderwerpen daarvoor uit de Slavische Mythologie en stuitte met name op de ‘Binnenwereld van oudere vrouwen’. Baba Jaga is de klassieke heks. De goede versie, een oude oma, hebben we gebruikt in een project op school, dat op een Russisch sprookje was geënt. Een aandoenlijk verhaal, waar zelfs de notenkraker-suite van Tschaikovski aan te pas kwam. Vermoedelijk was het kleinste poppetje uit de Matroesjka verdwenen en moesten we die op de een of andere manier terugvinden. Dat staat me tenminste nog bij.

De toverende Baba Jaga werd in een ander verhaal, dat ik voor de kleinkinderen maakte, een Italiaanse afspiegeling, de Vecchiëta. Even boosaardig en gemeen. Gelukkig struikelde ze midden in haar toverspreuk, Opa Sterretje, die een belangrijke rol in het verhaal had, brak de toverstaf en de lelijke oude veranderde op slag in een sneeuwwitte zeearend. De betovering verbroken. En dat allemaal in Florence. Aan fantasie geen gebrek.

Ugresic laat een verzonnen schrijfster vertellen dat het om een binnenstebuiten gekeerd sprookje gaat. Het ei is de symbolische kern van het boek, zowel graf als baarmoeder, de kracht van Baba Jaga is zowel scheppend als vernietigend. “Maar vergis je niet, legt ze aan het begin van haar verhaal uit. Ze zijn overal om je heen. ‘Ze trekken als schimmen aan U voorbij, pikken in de lucht om zich heen, schuifelen langzaam over straat, slepen met hun voeten over het asfalt, trippelen met kleine muizenpasjes voort, met een boodschappenkarretje of achter een rollator die met allerhande zinloze zakjes en tassen is behangen, als een gedeserteerde soldaat die nog altijd met volle bepakking rondloopt.’ O,o een schuifelende oude vrouw en al die anderen die je tegenkomt, worden op die manier onmiddellijk een Baba Jaga.

De schrijfster van het artikel, Ilse Josepha Lazaroms, beziet de verschillende mogelijkheden van deze oude vrouwen. Zijn het heksen of brengen ze geluk? In ieder geval legt het boek de binnenwereld van oudere vrouwen bloot op een manier, die ze zelden is tegengekomen. Het ei schijnt in de folklore, grof gezegd, een symbool te zijn voor de (vrouwelijke) creativiteit. Al met al een stimulans om dit boek bovenaan mijn lijst ‘te lezen boeken’ te zetten. Want ik behoor tot die oudere vrouwen. Zo’n Baba. Ik ben benieuwd hoe mijn ‘binnenwereld’ eruit ziet.

Overpeinzingen

Het kan niet anders dan bewondering oogsten

Huis en tuin zijn bijna klaar op enkel de doorgaande onderhoudsbeurten na. De grove toets is nagenoeg gebeurd. Het opschonen van het land, het vrijmaken voor zaailingen, paden onttrekken aan hun overwoekerende vegetatie. Vele kruiwagens heeft Lief weg gekruid naar de composthoop en met het nu welig tierende kleefkruid komen er nog een paar bij, maar dan is het tijd om te gaan genieten, al gebeurt dat natuurlijk even zo vrolijk ook tussen al het werk door.

Stoffie kwijt zich dapper van zijn taak en komt nog al te dikwijls besmeurd onder een kast uit. De vloeren in de gang en de badkamer zijn gedweild. Wat rest is de logeerkamer, waar gordijnen in het sop moeten en de archiefkast omgeruild moet worden voor een garderobekast, die op de gang bij de keuken staat.

Gordijnen wassen is een dingetje. De rails hangt zo hoog, dat je er een lange ladder bij zou moeten halen waarbij je eigenlijk nooit je handen helemaal vrij hebt om de haken los te maken. Ik verzin de versie stevige grote tafel met stoel, maar dat hebben we nog niet uitgeprobeerd. Ja we denken goed na en nee, we doen echt niet nodeloos roekeloos. We zijn per slot van rekening ook geen drie maal zeven meer.

Dan komen nu de klussen die bijdragen aan de feestvreugde, hoop ik. Bijvoorbeeld een homp oud brood, droog geworden omdat er hier geen vershoudmiddelen in worden gestopt, kan perfect dienen als paneermeel. Een rustiek en meditatief werkje. De rasp erbij en steeds in gedeelten, vanwege een eventuele lamme arm, een beetje raspen. Rits, rits, rits, terwijl gedachten alle kanten op vluchten en soms ook helemaal niet. Dan blijven ze bij de handeling. Rits, rits, rits. Zoals ik al zei: Stof tot nadenken.

De vlier, die her en der in groten getale prijkt, zal straks jubelend uitbarsten met haar bloeiende schermen en een sluier van wit tonen. Uitstekend geschikt om hier en daar wat voor eigen gebruik te plukken. Vlierbloesemsiroop en vlierbloesem/aardbeien jam. Zou vlierbloesem ook lekker zijn met rozemarijn of met oregano. Tijd voor het experiment.

Het idee is ook, om het kaptafeltje dat boven staat naar de logeerkamer/bibliotheek te laten afdalen. Het wordt tijd dat ik het weer eens aanschouw om te kijken of het qua sfeer en uitstraling in die kamer zou passen. Te lang geleden al dat ik op de grote voorzolder een kijkje ben gaan nemen, terwijl her en der nog zoveel leuke dingen staan.

Van de week ontdekte ik hier beneden dat in het dressoir waar de televisie op staat, in de rechter en het middenkastje ook nog allerhande snuisterijen staan en liggen. Het linker had ik al wel leeggehaald en daar stonden bijvoorbeeld alle koperen figuurtjes in die nu weer de randen van de gevelkachels sieren. Er zijn aardig wat voorwerpen die moeiteloos in onze Afrikaanse kamer kunnen. Juist omdat het vandaag nog een iets mindere dag is, grijs en 13 graden, een uitstekend moment om een en ander uit te zoeken.

Ik zou natuurlijk ook bosnimf kunnen spelen met het kleefkruid dat Lief in grote getale in het bos achter heeft weggehaald, maar het is voor die kouwelijke botten van mij net iets te fris. Morgen beloven ze alweer volop zon en 17 graden. Dan ga ik spelevaren in de tuintjes. De zaden zijn gisteren geplant en we zijn zeer benieuwd wat het allemaal worden gaat.

De biografie over Paul van Ostaijen is bijna uit. Hoe meer ik over hem lees, hoe meer ik de dichter en zijn standvastigheid in zijn benadering van het woord om de vorm ben gaan bewonderen. ‘Zijn visie op de moderne letteren was even gefundeerd als doorleefd’, schreef Du Perron, die van Ostaijen beslist geen ‘bijlooper’ vond. Dat vooral, die boeiende beschrijving van iemand die zijn hele leven op zoek is naar de vervolmaking van zijn ideeën en dat met vallen en opstaan weet te bereiken. Het kan niet anders dan bewondering oogsten.

Overpeinzingen

Hij mag nog even blijven staan

Gisteren vond ik toch nog wat foto’s terug van het verhaal over het poppenhuis en een van de sfeervolle entourage in de kleine winkel met Poppenhuismeubelen. We zaten beneden in een soort kelder en er was misschien maar ruimte voor zo’n tien mensen. Het geeft goed de intieme sfeer weer en de vertelling komt altijd onmiddellijk over. Geen versterking van het geluid nodig, geen overschreeuwen, maar au naturel vertellen.

Gisteren hebben we de planten erin gezet. Drie hydrangea’s, bloeiend bonenkruid en lobelia’s. Daarbij ontdekten we een eikenbladhortensia en we zagen dat de klaprozen in knop staan. Verder was er zaad van twee soorten pompoen en een courgette, die in de lege citadelbedden kunnen. Als ze teveel uit hun voegen groeien, dan mogen een aantal op het achterland verder uit de pan rijzen. De lobelia’s, hele kleine plantjes, mogen in de potten op het oude tafeltje bij de rotstuin.

Het huis hier heeft zeker geschiedenis, zoals een goede blogvriendin opmerkte. Lief verhaalde van wat hij zich nog herinnerde, uit de papieren bij aankoop, hoe het hier vroeger moet zijn geweest rond 1900. Het land behoorde toe aan een rijke Habsburgse familie. De huizen met de identieke hekken in deze straat behoorden alle aan deze familie toe. De huizen kwamen allemaal uit op de Utwar, een soort binnenhof, waartoe de put ook behoorde. Zo’n bezit heette een Birtók. In het hoofdhuis, ons huis, woonden de grootgrondbezitters, echte herenboeren en in de andere huizen woonden het personeel en de familie. Ze bezaten Lippizaners, werkpaarden, trekpaarden voor de karossen, koeien, varkens en geiten, patrijzen, fazanten, kippen, hanen en duiven. Op het land werd graan, mais en koolzaad verbouwd. Op zolder staat nog de mechanische enorme zware gietijzeren maiskolf-ritser uit die tijd.

De ouderen in de straat die het nog kenden van vroeger, vroegen Lief regelmatig hoe het met het landgoed stond. Nu zijn de huizen afzonderlijk verkocht met het bijbehorende land erachter. Wel zijn de hekken aan de straatkant nog gebleven als stille getuigen uit een ver en rijk verleden. De onze is wat gammel, maar die van de buurvrouw is tiptop in orde.

In ons paradijs is het ‘Hollands’ keurig vergeleken bij de erven van de beide buren. Hongaren zijn bij uitstek gewend om hun erf vol te bouwen met ondefinieerbare gebouwtjes en hokjes. Voor kippen en de haan(aan beide kanten), voor ganzen twee huizen verder, als schuur of opslagplaats voor houtstapels, oud ijzer, droogplaats, stokerij, noem het maar. Hoe die schuurtjes eruit zien, doet er niet zoveel toe. Als er een wandje scheef gaat wordt het vervangen met alles wat voorradig is aan materiaal. Plastic golfplaat, dakplaten, ijzeren platen, noem het maar op. Alles is mogelijk.

Het zijn wel echte scharrelkippen en scharrelganzen. De buren rechts hebben schattige sokkippen lopen met een imponerende sok-haan. Vorig jaar was er een kwartel ontsnapt naar onze tuin. We hadden hem quark gedoopt en wilden hem best houden, maar men ontdekte de vlucht en haalde het diertje terug, waarna de buurvrouw er weer een golfplaatje tegenaan gooide om het gat te dichten. Wel jammer om te weten dat ze toch één voor één bij tijd en wijle de pan niet kunnen vermijden, maar in de wetenschap dat ze heel goed verzorgd worden.

In onze huiskamer staat nog altijd een symbool van de rijkdom van de vroegere bewoners. Een oude vleugel, een J. Schmidt uit Wenen, te kreunen op twee poten en een spalk gemaakt van een grenen console die Lief op zolder had gevonden. Hij zakt langzaam in elkaar en uit zijn klavier komt een geluid dat een echte tingeltangelpiano niet zou misstaan. Tikkie vals.

Ik stof hem braaf af. Er brandt ‘s avonds huiselijk een kaarsje op en we laten hem in de waan dat hij nog mee mag doen. Er zijn menig mooie huisconcerten opgegeven. Hij mag nog even blijven staan.

Overpeinzingen

Zo werkt het dus

Vlak voor de drie fluweelbomen, nog een beetje overwoekerd door de uitlopers van de blauwe regen ligt een oude waterput. Lief vertelde dat het waarschijnlijk het eerste was wat men had aangelegd voordat het huis en de stallen werden gebouwd. Dat was vele decennia geleden. De tegels die hij nu aan het opschonen is, lopen tot aan de put. Daar haalde men het water uit in tijden dat een kraan nog ver te zoeken was. Nu de put helemaal bloot is komen te liggen en je in het zwarte gat het water kan zien, besef ik pas goed hoeveel geschiedenis dit huis al kent. Vroeger liepen de paarden daar naar hun stal waar nu de keuken en het terras is. Het geklep van de hoeven op de stenen. Als muziek in de oren moet het geklonken hebben. Of als pure noodzaak natuurlijk. Er werd ook geslacht. Hele varkens aan een groot spit. In dezelfde keuken, waar wij nu vegetarische maaltijden aan het bereiden zijn. Verschuivingen in de tijd.

In de oude Groene met beelden van Marlene Dumas komt een foto van de ‘Cottingley Fairies’ langs met een verwijzing naar Sir Arthur Conan Doyle die heilig geloofde in het bestaan van de elfjes. De betreffende foto ‘Alice and the Fairies’ was gemaakt door Elsie Wright. Op Youtube kom je een filmpje tegen hoe deze serie van 5 foto’s gemaakt zijn door deze Elsie en Frances Griffiths in Cottingley, West Yorkshire. Getekende elfjes op een stokje in de grond gestoken, een van de meisjes erachter, de camera een ouderwets boxje en ziedaar: Dansende elfjes die zich weerspiegelen in het verlangen van een kind.

Op school maakten we op die manier schimmen voor het schimmenspel en tijdens een van de avonden van Vrouw Sprokkelhorst in IJsselstein wilden een lieve vriendin en collega en ik het verhaal van ‘Nacht in het Poppenhuis‘ vertellen, een prentenboek van Anna Woltz en Thé Jong King. Ik tekende de figuren uit het boek na en plakte ze op stokjes. Figuren uit het prentenboek die min of meer tot leven kwamen, zich losmaakten uit hun prenten, en voor de Kamishibai gestalte aan het verhaal gaven, omlijst door een feeëriek snoer van kerstlampjes terwijl wij vertelden in de kleren uit die tijd waarin het verhaal zich afspeelde. Een tante en haar kind. Zo heerlijk fantasierijk, zo betoverend in een sfeer van die kunstzinnige sprookjesachtige avond. Het was een groot succes.

Dus ja, als je ‘Little Fairies’ zo afbeeldt, dan bestaan ze natuurlijk, ze komen tot leven. Als kind was ik er uiterst gevoelig voor. Ik heb wel eens geschreven over wat mij als kind beroerde. De kaboutertuin op de hoek van de Amandelstraat en de Pijnboomstraat bijvoorbeeld. Er stond een grote schutting om, maar als je door de kieren keek, dan zag je een sprookjestuin vol leven. Vissende kabouters, pijpjesrokende kabouters, kabouters aan de wandel met een knapzak over de schouder, slapende kabouters te kust en te keur. Een lieflijk vijvertje met een fonteintje en overal bloemetjes en groen, paddestoelen en weggetjes met bruggetjes. Met Pinkeltje en Paulus de boskabouter in mijn kleine rugzakje van een paar jaar, was het niet zo moeilijk om weg te dromen in die wereld van fantasie. Waarschijnlijk heb ik de helft erbij verzonnen en het veel mooier gemaakt dan het in werkelijkheid was. Één aanzetje en de wereld van mogelijkheden gaat voor je open.

De oude waterput is er ook een voor een eindeloos fantasieverhaal. Alleen de geheimzinnigheid al die er vanaf straalt. Daar komt Vrouw Holle vast vandaan of De Kikvors die in een Prins veranderde. Gewoon een beetje spelevaren op de fantasie, terwijl je in de put tuurt. Zo werkt het dus.

Overpeinzingen

Een duif die in beweging komt

Sommige dagen dienen om een inhaalslag te maken Daar hebben ze doorgaans niet om gevraagd, maar dat leveren de omstandigheden hen. Zaterdag was er een van het zuiverste water. Leeskilometers maken, minimaal een 150 bladzijden, als dat mogelijk is. Multitasken is iets wat op school eigenlijk een tweede natuur was geworden en was het aan mij om nu tegelijk ook te stofzuigen. Gelukkig is de onvolprezen Stoffie in huis en naarstig op zoek naar stoffigheden als je haar los laat. Klaar terwijl U leest, zet ik onder de tekening van de dag. Wat een decadentie. Lui op de bank, extra lui, want benen opgetrokken om vrij baan te maken, en daar ging ze. Ze hoefde bij alle drie de kamers geen drempel over dus nam ze haar kans waar en zoefde snorrend, als een poes die zich behaaglijk heeft genesteld, door de zonnige kamers heen. Soms liep ze even vast op een losliggend snoer, maar dan was de bevrijding nabij. Het handige van deze actie is dat ze op plekken komt, waar je normaliter niet zo gauw aan denkt of waar je niet goed bijkan. Onder banken, kasten, in hoeken en gaten. Hier en daar wel iets omhoog zetten, maar dat is het dan ook. Een kleine zegen, dat wonder op wielen.

Vriend van Lief zou langskomen. Die houdt niet van stilzitten en er is altijd wel een kleinigheidje te klussen. Een ringetje van een doucheslang en een kijkje bij de maaimachine, waar een klein euvel aan is, omdat hij de mulch niet allemaal uitspuugt, maar een beetje binnenhoudt. Verder was er thee met koek en chocola, alcoholvrij bier, lekkere hapjes en gezellig gekeuvel over honderd-en-een onderwerpen.

In de ochtend video-belde dochterlief nog op. Ze zou gaan helpen bij het oogstfeest op ons tuinencomplex en had zelf gebakken pandancake en spekkoek en schminck voor de kinderen ter verhoging van de feestvreugde. Er waren lekker veel foto’s, zodat ik het toch een beetje mee kon beleven. Schoonzoonlief had een foto van de tuin met het vers gemaaide gras gestuurd. Lief hoor.

Het is nog fris buiten, maar morgen wordt het 17 graden en komt er een eind aan dit koufront van ongeveer vijf dagen. April houdt een eigenwijze vinger in de pap en nog wat slagen om de arm, maar morgen gaan we toch de planten kopen voor de lege bedden. In onze sprookjestuin, zoveel verstopplaatsen voor alles en iedereen, van fee tot ree zogezegd, is een geheimzinnig plekje. Er staat een houten sculptuur in de natuurlijke nis en de brandnetels tierden er welig, wat het vrijwel onbegaanbaar maakte, maar Lief heeft ze grondig verwijderd. Er zijn nog plekken genoeg waar ze vrijelijk mogen groeien en bloeien. Daar zetten we een paar pompoenplanten neer en gaan kijken hoe dat uitpakt. Altijd leuk om te experimenteren. In de andere bedden komen kruiden en wat groente, in de bostuin de hortensia’s en azalea’s als we die kunnen vinden. Er zijn geen eldorado’s van tuincentra zoals in Nederland. Wel kleintjes, met veel aandacht voor het gereedschap en vooral nu, in de lente, wel het nodige aan planten. Zaden zijn er volop.

In een oude groene waarin Marlene Dumas het gasthoofdredacteurschap voor haar rekening neemt, spreekt ze in een interview met Marja Pruis over haar hekel aan ordenen. Ze ordent niet, ze verschuift. ‘Vinden is het gevolg van verschuiven’. En ‘Toeval is belangrijk, zo niet alles’ staat er. Dan volgt er een mooi voorbeeld van dat ‘toeval’. Ze probeerde de duif voor Venus&Adonis te schilderen, toen haar dochter onverwachts binnenkwam. ‘Van schrik door het onverwachte schoot ze uit met haar penseel en ziedaar: De duif kwam eindelijk in beweging’.

Dat is precies wat een rijke omgeving doet. Veel van alles, bewaarheden, geleide chaos en daar tussendoor altijd vondsten, invallen, ideeën die oppoppen en opborrelen. Het een geeft het ander gestalte. Ik hou ervan. Zo moet een groep er uit zien. Boordevol inspiratie voor nieuw elan. En terug ben ik op school. Ineens is daar even het verlangen. De groep, het enthousiasme van het moment en dát wat het weet los te kriebelen. Een duif, die in beweging komt.

Overpeinzingen

Om te koesteren die eerste

Ben je midden in een spannende serie, de ontknoping nabij, zit je plots in het donker, met gelukkig nog twee romantische kaarsjes en vier waxinelichtjes aan. Lief ging met zijn telefoonlampje kijken. Hoofdzekering in werking getreden. Schakelaar omgezet, adem ingehouden en alles deed het op een groep in de keuken na, die het koffiezetapparaat, het licht, de buitenverlichting en de twee ventilatoren op het terras normaliter in werking hield. De koelkast en de vriezer, God zij geloofd en geprezen’, deden het nog. Hoe komt een mens aan die mazzel. Dus afwachten maar, terug naar de spannende serie, morgen, bij daglicht, ziet de wereld en het technische gedeelte er vast heel anders uit. Geen buitenlamp, help, dan is het vannacht aardedonker. Lief haalde braaf een leeslamp uit de bieb, die mocht op de gang.

Wonderlijk die rare angst voor het donker. Net iets te vaak aan mijn ouders hun sponde gestaan met een nachtmerrie achter de kiezen, die mijn haren te berge deden rijzen. Altijd was er sprake van dood, opa in stukjes gehakt met een motorhelm op, de bende van de zwarte hand, die achter me aan zat, geluiden die zich vervormden tot insluipers door krakerige deuren en kieren van ramen. Beeldend vermogen is fijn, je hebt er vaak veel plezier van, maar in de nacht is het, zeker voor kleine meisjes, een obstakel van het eerste uur. Overal waren de schimmen van het leven rond in schaduwen op de muur, door verlichte buitenlantaarns tot leven gewekt. Er hielp geen lieve-vadertje-of-moedertje tegen, zelfs beer was maar heel even mijn beschermengel in nood.

Vannacht schrok ik maar een keer op bij een wonderlijk geluid, maar lief is de nachtmerrieverjager bij uitstek. Verscholen achter zijn grote gestalte slaap ik opnieuw in, zonder enge dromen. Het is het kind in mij en ze is er altijd gebleven.

De locatie van de zekeringen zit op een wonderlijke plek ergens hoog boven in de muur. De verwarming sloeg niet aan, dus ook de ketel bleek uit te zijn. Dat moest zeker snel worden hersteld. De ochtend gaf 7 graden aan. De lange ladder was nodig om erbij te kunnen. Ik hield de ladder in bedwang en Lief steeg op. Zekering vervangen en ziedaar. Alles deed het weer. De trap blijft voor de zekerheid nog even staan, voor het geval dat, maar alles wat gisteren was uitgevallen trad nu weer in werking.

Het koffiezetapparaat stond bij de koelkast op een geïmproviseerde plek bij een nog werkend stopcontact. Zonder koffie beginnen is niet denkbaar.

Even zo hulpeloos erbij zitten zet ineens de gedachte aan anderen in het licht. Geen elektriciteit hebben, of een kapot geschoten huis, of tussen de ruïnes op zoek naar wat ooit was, jezelf, geborgenheid? De dankbaarheid in het besef alles nog te hebben is groot. Lief geeft aan dat gevoeligheid stijgt naarmate de jaren tellen. De ervaring telt mee samen met het voorstellingsvermogen. Zo plastisch als mijn dromen waren, zo beeldend is de wereld in mijn hoofd gebleven. Eigenlijk is een verwoesting totaal onbegrijpelijk als ze door mensenhand is ingezet. Waarom iets kapot maken dat schoonheid herbergt.

De jongens van Waes waren gisteren even bij Sophie. Zondag begint hun nieuwe voettocht door Nederland weer. Ze vertelden dat ze prachtige ontmoetingen hadden gehad met mensen met een verhaal. Lieve en hartelijke mensen. Die zijn overal, in elke bevolkingsgroep. Zo’n positieve benadering versus die alles verwoestende negatieve. Om te koesteren die eerste.

Overpeinzingen

Onweerstaanbaar dus

De dag in een notendop, denk ik. Het is namelijk tegen het eind van de middag. We waren al vroeg uit de veren. Lief meestal om een uurtje of half zes, dan gaat hij op sluipersvoeten naar de bosrand om de fazanten te begroeten en de reeën-legers te bekijken. Ze zijn bij het krieken van de dag al gevlogen. Ik tegen zevenen. Dan kalm wakker worden met koffie, een puzzeltje, een stukje Groene, maar van lezen en schrijven kwam al niets meer.

De vorige dag hadden we afgesproken om opnieuw naar Pécs te gaan om de bedbank te kopen. Dat was snel geregeld, omdat men hier alles nog met formulieren in drie-of-viervoud doen. Dus een pakketje papierwerk mee naar huis met de belofte dat de levering over twee weken is. Dat is gunstig, want broer van Lief komt met zijn vrouw de laatste week van mei. Tot mijn verrassing hadden ze ook wat doeken, penselen en verf te koop. Niet het beste van het beste, maar voor studie en experiment prima te gebruiken. Er was een kleine reisdoos met 24 aquatinten. Perfect, mijn oude dozen waren al aardig aan het opraken.

Gisteren heb ik in de nieuwe olie rozemarijn, tijm en wat takjes oregano gedaan, het ziet er schitterend uit. Een kunstwerkje op zich. Maar dat vind ik ook altijd van munt in theewater. Het groen is zo intens en divers. Prachtige tinten. Datum erop, maandje bewaren en klaar. Ben benieuwd. Vanmiddag ook genoten van de combinatie boterbloem en ereprijs, precies met de zon erop, want die schijnt gelukkig nog steeds volop al lukt het de temperatuur niet boven de 13 graden uit te komen.

Vanmiddag met etsen kwam een en ander niet goed genoeg uit de inkt. Ik sla te hard af of ik ben minder zorgvuldig, ik weet het nog niet. Daar moest nog maar eens een studietje internet op volgen. Er zijn er verscheidene. Wat me opviel is dat iedereen steeds vertelt dat er een grote toevalsfactor meespeelt. Maar de Franse Lea die de techniek en haar pasta-apparaat fantastisch onder de knie heeft lijkt nergens moeite mee te hebben. Eerst maar eens een goede balans zoeken tussen de diverse mogelijkheden en mijn krachtige hand in toom houden.

Ziezo alle tekeningen uit het dagboek op een rijtje bij elkaar. Het lukt nog aardig om het vol te houden. Af en toe komt er ook een recept tussen door, zoals van de week die met courgette-linten, knoflook en rijst met feta. Om je vingers bij op te eten. Vooral de feta door de rijst is een eye-opener. Ineens schoot de goede ouwe rijstebrij door mijn hoofd. Zo gek als we daar vroeger op waren. Gewoon de rijst met melk, flinke klont boter en natuurlijk suiker en kaneel erover. Smullen maar. Mijn Indische vrienden vonden het maar gek. Er kunnen ook nog rozijnen door maar dat vind ik minder lekker. Misschien wel te veel smaken door elkaar. ‘Simpel maar goed bereid’ is een fijne graadmeter. Rijst met Feta mag dan hartig zijn maar het heeft dezelfde romige structuur. En dat is precies wat Hollebolle Gijs dwars door de berg deed eten. Onweerstaanbaar dus.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

En ineens kreeg ik het gisteren op de heupen. ‘Berg je dan maar’, zouden de kinderen, en ook Lief inmiddels, zeggen. Ze weten wat dat betekent. De onderste steen moet boven om de witte tornado die in mij woedt de ruimte te geven, anders gebeuren er vast veel gekkere dingen. De keuken was zwaar de pineut. In de dagen dat we niet hier zijn, nemen spinnen, wantsen en ander vermakelijk klein grut hun kansen waar en vieren hun eigen onafhankelijkheidsfeest. Zodra we binnenkomen en hier en daar wat weggeveegd, gestoft en gestofzuigd hebben, een tikkeltje afgemat door de reis, komt er een gedoogperiode, waarbij weliswaar vanuit ooghoeken nog het een en ander aan ongerechtigheid waargenomen wordt, maar waar voor twee weken mee geleefd kan worden.Tot een kleine getergde ergernis me op de heupen gaat zitten. Dan maak ik korte metten met de overgebleven losgeslagen bende en foeter, veeg, zeem, stofzuig, schrob en schuur de hele heibelse santenkraam tot alles weer blinkt. Nutteloze wekkers worden naar niet in de gaten lopende plekken verbannen, een vaste telefoon, die nooit gebruikt wordt, gaat hetzelfde lot achterna. De Corneille schaal krijgt een hogere functie en mag tapas gaan serveren. Haar werk wordt overgenomen door de grotere Marokkaanse fruitschaal, die dienst deed als nutteloze voorwerpen verzamelen en nu de aardappels, uien en het fruit voor haar rekening neemt.

Na een hele dag hard werken waren de kasten bovenop even schoon als van binnen en had alles een plek gekregen met de gedachte ‘minder is meer’ en dan vooral waar het om de snelheid van schoonmaken gaat. Het ouderwetse fornuis krijgt later een glimmend uiterlijk, waar de roest heeft toegeslagen. Ook daar moest alle overtolligheid weg. Daarna viel er alleen nog een hapje op te warmen en konden de ogen bij Paul van Ostaijen niet open blijven, niet omdat het niet boeiend was, maar van pure vermoeidheid.

Voor vandaag hadden we besloten op bedbankenjacht te gaan voor de nieuw in te richten logeerkamer. Er was kennelijk een grote meubelzaak, die haar hoofdvestiging in Budapest had, maar hier een grote afdeling met toonmeubelen. Het was zo stads, zo niet Hongaars, dat we als De Kleine Prins in zijn Heelal waren vrijgelaten. In Nederland bezoeken we nauwelijks de meubelzaken, dus dat was niet zo vreemd op zich. Allebei vielen we op hetzelfde moment voor een prachtige grote ribfluwelen bank, reseda-groen of daaromtrent. De vriendelijke verkoopster demonstreerde hoe snel en handig de bank in een comfortabel tweepersoonsbed werd omgetoverd. Lief, die altijd nog even moet peinzen, wikte en woog en beloofde haar dat we morgen de bank zouden kopen. Het had ook te maken met een of andere kaart, waar alle gegevens opstaan of iets dergelijks. De levertijd is drie weken, mooi werk.

Opgetogen naar huis, even bij de Duitse super langs en hoera, een olijfolie gevonden voor de rozemarijn en crackers met sesamzaad voor de ochtenden. Thuis gingen we verder met waar we gebleven waren, Lief op het land en ik aan de keukentafel met een temperatuur van 13 graden is het te fris voor op het terras.

Lief heeft een mooi tafeltje in de schuur gevonden. Daar hoort een marmeren blad bij, die vooralsnog foetsie is. Hij gaat er naar op zoek. De twee grote sieruien staan op punt om uit te komen, altijd feest. De margrieten eveneens. Ik ga takjes rozemarijn, oregano en tijm plukken om vast een potje mooie geurende olie te maken. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dáár is die tijd voor nodig

Een koude dag voor de boeg, de temperaturen niet hoger dan zo’n 13 graden. Niet veel warmer dan het andere thuisfront. Dat betekent klussen in huis en meters maken met lezen, eventueel etsen, de datsja heeft gelukkig een elektrisch kacheltje.

Deze datum is de sterfdag van mijn moeder. In de nacht van een tweede paasdag. Plotseling, zonder vooraankondiging.

Met een lieve schoonzus had ik het een paar weken geleden over de ‘voordelen’ van een ziekbed. Het feit dat je alles kon bespreken met je kinderen, dat er nog veel zelf te regelen viel, dat je beslissingen kon nemen voor je er eventueel niet meer toe in staat zou zijn en, ook niet onbelangrijk, dat je vragen zou kunnen beantwoorden waarvan anders de antwoorden zouden oplossen als nevelslierten op een koude herfstochtend, maar wel altijd in het achterhoofd aanwezig zouden blijven.

Bij het bericht over het overlijden van mijn moeder was het de schok die binnenkwam. Een belletje, de mededeling, het aan de grond genageld staan, het ongeloof en de onmacht. Dat laatste vooral. Niet meer de tijd terug kunnen draaien, het hele verhaal maar met een betere afloop. Eerste hulp bij de hand en niet daar in die kamer in het bejaardenhuis alleen met hulpeloze pa in het andere bed. Hoe anders zou de wereld zijn.

Nadeel van een ziekbed, het lijden, de pijntjes en pijnen, de langzame aftakeling, het in moeten leveren, steeds te weten: ‘Dit is de laatste keer’. Afstrepen en de tijd van een onvermijdelijk afscheid dichterbij zien komen. Maar toch. Je kan nog een aai over een hand geven, een kus op de wangen, de warmte van het vasthouden, de geborgenheid die weliswaar is gewisseld van hoedanigheid, maar zich uitstrekt tot over de grenzen. Je kan toch nog even.

Vriendinlief heeft zeker een jaar lang steeds weer geprobeerd de krenten uit de pap te halen. Toch nog schaatsen, ook al ging het in het begin brak, toch bivakkeren in een zomerhuis, al had het minder comfort, toch nog wandelen en genieten van de zachte lente in haar geurende bloesems, een late zonnestraal op dat ene bankje in het majestueuze park, de scherende gierzwaluwen in een ogenschijnlijke vrije val. Free as a bird. Als het lijf het genoeg vindt en de ander het loslaten zoveel moeilijker acht dan gedacht. Want je kan nog…En als alles afgelopen is, dan blijft alleen de herinnering aan wat nog kon.

Dan is een keuze, die op voorhand al gemaakt is, beter. Maar toch. Het schrijnen bleef lang over het, om met Vasalis te spreken ‘afgesneden zijn’. Pas jaren later kon ik de dagboeken uit gaan werken. Toen dat gevoel van gemis zich had genesteld waar ze niet de hele tijd voelbaar was.

Dat was een troost en tegelijk een uitlaatklep. Al schrijvend in twee werelden hinkepinken was even wennen, want het was net alsof we aan de keukentafel thee zaten te drinken, maar tussen alle gemoedelijke huis-tuin-en-keukenzinnen door lagen antwoorden waar ik eerder naar gezocht had. Verstopt in het wit van de regels voor de goede verstaander van het halve woord.

‘Tijd heelt alle wonden’ luidt het spreekwoord. De psycholoog Manu Keirse zet me aan het denken met zijn opmerking: ‘Maar wat doe jij met die tijd’. Is het niet dát waar het omdraait? Ik puzzel nog even verder. Het zijn geen vragen waar 1,2,3 een antwoord op te vinden is, en misschien is dat op zich al goed. Verdriet verweeft zich met jezelf. Het vindt een uitweg in een boek, in een gezegde, in de manier van reageren. Ieder voegt een dierbare toe aan het eigen leven en dáár is die tijd voor nodig.