Overpeinzingen

Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert

De muziek van de straat klinkt hier anders. Je ziet niets van de weg aan de voorkant van het huis als je op het terras zit. Dus bedenk je de gebeurtenissen bij de geluiden die overwaaien. Ik dacht dat ik al de vuilniswagen hoorde, ze bonkt en baant grofweg haar pad langs de kuka’s die voor de huizen in het gelid staan. Af en toe fluit ze doordringend, hoger dan de hoge C. Van schrik duikt de zon achter een watten wolkendek. De klaprozen, korenbloemen, akkerkool en margrieten stellen het buffet onverstoorbaar open voor de zwermen gonzende bijen en hommels.

Eergisteren zag broerlief iets bewegen in het struweel. Het waren niet de mussen die zich opmerkelijk laag aan de stelen vastklauwden met hun pootjes, op vliegenjacht stelde ik me zo voor. Daardoor waren wij afgeleid, maar broer keek strak naar het bewegende blad aan de onderkant. Het bleek een kleine hagedis te zijn, groter dan de hagedisjes die daags uit de dakpannenstapel lopen op weg naar het muurtje achter de vijg. Hij was duidelijk op jacht, want ons gefotografeer en het filmen deerde hem niets. Soepel en behendig kronkelde hij zich in prachtige schutkleuren om stengels en stelen heen, bleef af en toe roerloos zitten en vervolgde daarna in alle rust zijn weg. Vervolgens zagen we hem even later opnieuw en liet hij zich nogmaals uitgebreid bewonderen in de wetenschap dat hij bij elke onverwachte beweging heel snel weg zou zijn. Hij had zo zijn eigen kruip-door-sluip-door-paadjes.

In goed gezelschap kom je niet gauw er toe om in het atelier te gaan schilderen, al hoewel we niet eens zoveel doen, gaat tijd vooral in de gesprekken zitten. Het is mooi om te zien hoe beide broers, die elkaar eigenlijk alleen nog van feesten en partijen kenden, weer nader tot elkaar komen omdat hier een gesprek al gauw de diepte in gaat. Broer had nooit begrepen waarom lief deze Hof maar aan bleef houden en er steeds weer opnieuw kleine of grotere aanpassingen aan liet doen. Eerlijkheid gebied me te zeggen, dat hij het huis voor het laatst 19 jaar geleden had gezien. De veranderingen die er zijn geweest waren vooral van invloed op de bewoonbaarheid van het pand. Je keek door het dak rechtstreeks naar de sterren en in de rotte houten kozijnen was het een walhalla voor kleine beestjes waar Godfried Bomans zijn Erik met gemak een tweede avontuur had kunnen laten beleven.

De entree kende zware houten deuren, maar ook die waren een tikkeltje aan het inleveren en vriendlief had er hele spiksplinternieuwe hardhouten deuren voorgezet en daardoor is het nu een sjieke entree met dubbele deuren. In de tuin ging het evenzo. In het begin werd de oude grote paardenstal afgebroken en het puin verwerkt in de grond. Dat je door de bomen het bos blijft zien en in dit geval dat je zelfs bij afwezigheid van het groen de waarde van de hof zelf blijft zien, is een gave. Daar beschikt Lief door zijn geduld en zijn doorzettingsvermogen meer dan voldoende over.

De specht heeft de oude wilg gevonden die drie kale stammetjes heeft en een pruik. Vorige maand daalde er zelfs een buizerd op neer maar dat was eenmalig. Sinds een week huist er een specht in de buurt die dankbaar gebruik maakt van het dorre hout en zich tegoed doet aan al het kleine grut dat dankbaar van de grillige bast gebruik maakt. Niets is rustgevender dan het gehamer van een specht en zijn geroep. Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert.

Overpeinzingen

Een hang naar wat ooit was

Afgelopen zondag waren we dan toch zover, dat we naar het restaurantje zouden gaan, dat hier ongeveer vijf minuten vandaan is, maar waar we nog nooit zijn geweest. IN aanvang gingen we op het overdekte terras zitten, maar er was zoveel herrie van de zes en er brandde een onweersbui los, die met veel wind en gekletter gepaard ging.

Alles en iedereen toog naar binnen. Broerlief wilde aanvankelijk buiten blijven zitten, maar het werd eenvoudigweg te koud. De arme ober sprak mondjesmaat Duits en keek met regelmaat pijnlijk ongelovig naar ons om het koeterwaals van Engels, Duits en Hongaars en je hoorde hem denken: ‘Waar hebben ze het over’. Maar met behulp van Lief en zijn Hongaars, handen en voeten van broerlief kwam hij eruit.

Binnen zag het er goed uit en we hadden het hele deel van het restaurant voor ons alleen. De bestelling is goed doorgekomen en er werden vier afgeladen borden vol geserveerd. Altijd weer wennen aan de hoeveelheden, al mag je hier in Hongarije wel vragen om alles wat je over hebt, mee naar huis te geven. Ze raakten niet uitgepraat over de kwaliteit en de kookkunsten van de kok. Wat ik heel lekker vond waren de gefrituurde gezouten uien die bovenop de maaltijd van lief gestapeld waren. Vegetarische schotels waren er helaas niet. De berg sla onder onze kip met mozzarella was genoeg voor een weeshuis, maar teveel voor mij alleen en omdat iedereen worstelde met gelijke hoeveelheden, ging de helft ervan weer terug.

Het onweer was inmiddels over. De avond verder op het terras bij de lantaarn was genoeglijk en kalm.

In de Groene van vorige week stond, bij een gedicht van Kira Wuck over zwemmende Finse meisjes, een mooie mijmering van Rebekka de Wit. Het gedicht deed haar terug denken aan haar moeder en diens zus die als ‘twee zalmkleurige olievlekken’ lagen te dobberen in zee. Ze bleven te allen tijde drijven. Ze haalde herinneringen op aan haar moeder, diens begrafenis, de veranderde relatie van de zus met haar dode moeder en even later aan het moment waarop zijzelf alleen beneden was en zat te wachten tot het stil werd op de slaapkamers boven. Vroeger was dat omgekeerd. Toen sliep ze op de bovenverdieping en luisterde stil naar het rumoer beneden. Ze gaf aan haar partner te kennen dat ze de benedenverdieping mistte en die antwoordde:’Maar jij bent de benedenverdieping nu.’ Dat moest ze beamen.

Er volgde een verhaal over David Greybeard, een van de chimpansees van Jane Goodall die bij zijn omgekomen moeder bleef treuren en daarna ontroostbaar bleef. Goodall concludeerd dat hij ontroostbaar was en zijn moeder niet kon vergeten, want hij wilde niet meer gevlooid worden en vlooide zelf ook niet meer. De moeder en de zus van Rebekka hadden ook een verstandhouding van ‘elkaar vlooien’ in de meest overdrachtelijke zin van het woord. Troosten, genegenheid geven, meeleven, empathie. Toen de chimpansee zijn moeder er was was er een benedenverdieping om op in slaap te vallen. Die veilige zekerheid kan je maar net ontberen. Er gaat niets boven een benedenverdieping zodat je weet dat je boven veilig in dromenland kan wegzakken. Dat is het. Een stukje jeugd, kind mogen zijn zonder de grote verantwoordelijkheden, een nostalgie, een hang naar wat ooit was.

Overpeinzingen

Dan je aanvankelijk zou denken

‘Herinner je je de wereld nog voordat het internet was uitgevonden’, vraagt WordPress. Dat is een mooie vraag. Ik stel me voor dat ik hier ben en internet er niet is en ook geen schotel en geen telefoon. Puur natuur en weinig buitenwereld is ideaal, als je geen connecties hebt, waar contact mee gehouden moet worden. Lief vertelde dat er niets was toen hij pas het huis had gekocht. Het huis een bouwval, geen telefoon, geen krant, geen tv. Hoe begin je dan, vraag ik me af. Geen contact met de buitenwereld betekent vooral afwachten, tijd beiden, en afhankelijk zijn van wat zich aandient, wie er langs komt, stelde ik me voor.

Als ik Lief er naar vraag, blijkt het iets anders in elkaar te steken. De Nederlandse makelaar die hier in Hongarije gevestigd is en nog steeds degene is die de belangrijke juridische zaken regelt, had bij de verkoop van het huis aangeraden om de ingenieur uit Szigetvar in de arm te nemen. Zijn baas was een Hongaar die de bouw van de huizen van haver tot gort kende. Zo maakte de ingenieur de tekeningen, zodat de aanpassingen en verbouwingen goedgekeurd zouden worden en de Hongaar voerde het tot in de puntjes uit. Via dat contact en via terrasjes en cafeetjes kwamen er nieuwe contacten zodat een klein netwerk kon worden opgebouwd. Veel minder had hij met het aantal Nederlanders die in die jaren hier naar toe waren gekomen en die vooral van elkaar wilden profiteren. Dergelijke kringen opbouwen was niet zijn bedoeling, eigenlijk liever met de Hongaren zelf. Het nadeel was natuurlijk dat ze de eerste jaren vooral alleen in de vakanties hier waren. De kinderen, die met de andere kinderen uit het dorp speelden, waren ook een gezonde manier om aan kennissen te komen.

Een avontuurlijk bestaan en in mijn ogen aantrekkelijk, maar zelf heb ik nooit overwogen om weg te gaan. Er waren de kinderen en clubjes en scholen en werk en vrienden en vriendinnen en familie. Zo kunnen twee mensen volkomen verschillende paden bewandelen in het leven. Mooi en bijzonder dat die wegen weer naar hetzelfde kruispunt hebben geleid.

Mijn eerste aanraking met internet was natuurlijk via het werk op school. Langzamerhand werd er van alles noodzakelijk om op de computer te doen. De leerlingvolgsystemen, een eigen leerplanontwikkeling dat ik samen met een collega had opgezet en met behulp van een stagiaire, die eerder haar wortels in de ICT had, verder uitgediept en het schrijven van projecten.

Het mobiel wilde ik aanvankelijk niet. De kinderen drongen er op aan want als ik op de tuin was bij het volkstuinencomplex wilden ze me toch graag kunnen bereiken. Op een gegeven moment, de wereld op z’n kop, bezweek ik voor hun smeekbeden en kreeg de oude mobiel van zoonlief mee. ‘Enkel om te ontvangen’ zei ik erbij, want ik kom voor mijn rust op de tuin. Al gauw was ook de mobiele telefoon volledig ingeburgerd en met behulp van internet zelfs niet meer weg te denken.

Nu zou ik me totaal om ‘t hand voelen als ik geen internetverbinding had, omdat het een balans brengt tussen mijn belangrijke en liefdevolle thuisfront in Nederland en het thuis hier. Het houdt alles en mij persoonlijk in evenwicht. Dat is een toegevoegde waarde, die meer brengt dan je aanvankelijk zou denken.

Overpeinzingen

Een verademing

De familie ging een ommetje maken en ik kon heerlijk aan mijn doek werken. Het weer was nog steeds een constante. Zon en in de nacht regen, soms nog een druppie, maar altijd 24/25 graden. Het was stil op de Datsja, zelfs de vogels hielden Siësta.

Na een tijdje lekker doorwerken kwam schoonzus met twee grote glazen thee en daarna volgde lief met opnieuw een groot pak in zijn handen dat door de posterijen bezorgd was. Voor mij, van de familie, een tweede moederdagcadeau. Smelt, smelt. Het was net zo stevig ingepakt als het eerste pak. Er rolde een allerliefst briefje uit van dochterlief en Co, lach en traan, het nieuwste boek van Murat Isik, dat schone zoon heel rap uit heeft moeten lezen, zodat ze het mee konden sturen. Daaronder zaten, goed in het bobbeltjesplastic verpakt, drie foto’s van de fotoshoot van vorig jaar zodat alle kinderen met twee losse foto’s van de allerjongsten, die toen nog niet geboren waren, nu in de slaapkamer aanwezig zouden zijn en wij er iedere avond van konden genieten vlak voor het tijd werd om de lichten uit te doen.

Hier stopte het verhaal omdat broer de radio aan had gezet. Het is vreemd, maar met geroezemoes en lawaai om me heen kan ik moeiteloos in mijn schrijfsels verdwijnen, maar bij zoiets dwingends als een radiostem is het gedaan met de concentratie.

We hadden afgesproken naar Zsolnay te gaan, omdat schoonzus gek is van Jugendstil en we daar een permanente tentoonstelling van Art Nouveau wisten. Het leuke was dat we nu aan de andere kant van dit cultuurcentrum zaten, omdat ik het adres van de parkeergarage had ingevuld en die zat aan die kant. Vervolgens moesten we de prachtige metalen brug over de weg over om pal voor het conservatorium uit te komen. De koppen van Liszt en Brahms en andere componisten aan de muur en hun beeltenissen in de beeldentuin erboven. Het is fijn als je al bekend bent op een terrein. Nu wisten we waar we de kaartjes moesten kopen en ook dat de permanente porselein-en-Art-Nouveau tentoonstelling in het gebouw er tegenover zat. De enorme Ginkgo Biloba ervoor herbergde een aantal merels die vrijwillig dwars door de klanken uit de open ramen van de muziekschool een luid concert ten beste gaven. De boom bleek al 150 jaar oud te zijn.

De man die ons ontving was volgens lief en mij dezelfde als degene die de verzameling bij elkaar heeft gebracht. Het prachtige porseleinwerk van boven en het, soms ragfijne, soms wat protserige, Art Nouveau zat beneden, alles iets om van onder de indruk te raken. We kenden de tentoonstelling al, maar nu lag de focus op de verschillende samenstellingen van kleur. Inspiratie te over. Er kwam een groep binnen die achter een vlaggetje van een Schel Duits sprekende dame aan liep. We probeerden de hele bubs voor te blijven, maar in de Art Nouveau-zaal haalden ze ons in en schuifelden langs de vitrinekasten met nauwelijks tijd om al het moois te bestuderen. Het sjokte voort.

Bij de bakkerij haalden we koffie en thee en Lief en schoonzus namen een ‘Rétes’ erbij, een staafje van amandel, walnoot, honing, zure room en appel verpakt in filodeeg, een Hongaarse lekkernij.

In het winkeltje dat iets verder in het kunstminnende straatje zat vond ik een mooie kleurenets die onhandig was ingelijst en tevergeefs op een passe partout had gewacht. Voor nog geen 15 euro had ik een mooi aandenken, zo zie je maar hoe een koe een haas vangt.

Op de terugweg wilden we langs een restaurant, maar bij twee pogingen langs de weg vingen we bot omdat ze of gesloten waren of bezig te sluiten en bij de derde was er een familiefeest aan de gang. Vanmiddag kunnen we een nieuwe poging wagen ter ere van de bruiloftsdag van broer en schoonzus, die precies een jaar getrouwd waren.

Buurman is druk met zijn bosmaaier in de weer ondanks het buitje en een slag onweer. Dwars daar doorheen luidt de kerkklok voor het lof en zodra de buurman stopt, daalt er een zondagse rust neer. Een verademing.

Overpeinzingen

Iets wat met liefde door mij onderschreven wordt

Om half zeven lekker aan de tafel en in de vroege morgen, terwijl er volop nijverheid is rond de veldbloemen, puzzel ik een kruiswoordraadseltje bij elkaar. Zo heerlijk wakker worden. De gasten liggen nog in Morpheus armen. Lief was aan zijn dagelijkse ochtendwandeling bezig maar kwam er aangeslagen van terug. Er was, in zijn optiek iets heel ergs gebeurd. Daarvoor moet ik eerst uitleggen dat hij jarenlang een roedel van vier honden heeft gehad en zich zo verweven voelde en voelt met de natuur en de dieren dat hij met ze kan lezen en schrijven. Of het nu grote of kleine hondjes waren, hij wist waar ze behoefte aan hadden. Zo bijzonder. Nu had hij even daarvoor op het achterland een loslopende hond gezien, een zwerfhond dacht hij en moest een keuze maken. De hond vrat iets wat hij had gevonden en liep door naar ons toegangspoortje tot de Hof. Nu voelde lief zich genoodzaakt hem een halt toe te roepen en weg te jagen. En daar was hij ondersteboven van omdat hij wist dat de hond lieve aandacht wilde ontvangen, maar hij dat niet kon geven, omdat het niet mogelijk was de hond onderdak te bieden. Als troost opperde ik dat het misschien een ontsnapte hond was. Dat zalfde het gemoed. Aandoenlijk hoe diep die verwevenheid gevoeld wordt.

Gisteren wilde het gezelschap boodschappen doen, grote boodschappen die zij wilden betalen om tegemoet te komen in de kosten. Het werd de Lidl. Broer beschouwde het als een uitje, ik had meer iets van snel snel de benodigdheden bij elkaar zoeken. Dat werd aftasten en schipperen. Hij had het karretje vast en stapte met de snelheid van een slak langs alle vakken, draaide elk product een paar keer om, wikte en woog en viel van de ene in de andere verbazing, terwijl ik vond dat het eigenlijk toch bijna hetzelfde was als in Nederland. Er zijn wel verschillen, maar in mijn optiek miniem. Toen we door de kassa heen waren zuchtte broerlief dat hij nog veel langzamer er doorheen had willen lopen en toen we bijna het dorp uit waren, dat hij de andere supermarkt ook wel had willen zien. Haha. Ik was toch stiekem blij dat we daar niet aan toegekomen waren en raadde hen aan om samen nog eens terug te gaan. Als je zoals wij één keer in de drie dagen door de zaak gaat en dat een aantal jaren achter elkaar dan is het meer een must dan een uitje.

Schoonzus heeft een oude Zin gevonden in de boekenkast. Het is een kerstnummer en gaat vooral over feestelijke gelegenheden. Een van de koppen in de rubriek van Liddie Austin heet ‘feestelijk met comfort’. Het ging over de film Corsage, die ze een tijdje ervoor had gezien en waarbij Keizerin Sissie, die helaas ook anorexia had, zich steeds smaller liet insnoeren in haar leren corsetten, waardoor ze bij de gelegenheden die ze bezocht ook regelmatig flauw viel, simpelweg omdat ze niet genoeg lucht kreeg.

Natuurlijk glij je dan af in je herinnering en zie ik mijn moeder en mij in de lingeriewinkel op de Amsterdamse straatweg staan. Ik was 14 jaar en een tikje onwillig. Moeder vond dat het tijd werd voor een step-in en een beha. Vooral de eerste was alles behalve vrijheid. Strak gordde de verkoopster mij in de step-in, een stretchgeval waar je in moest stappen en die over je ondergoed werd getrokken met lusjes voor de jarretellen of met vaste jarretellen. Zo werd het bollende buikje in bedwang gehouden. Het zat zoals het er uit zag. Als een harnas. Dankzij dat geval had ik een broertje dood aan dat soort voorgeschreven regels.

Met de aangedane longen kan ik geen strakke beugels of knellend elastiek meer verdragen. Het maakt benauwder dan nodig. De tweede kop van het artikel luidt: Alles wat knelt of schuurt of je de adem beneemt-daar hebben we geen zin meer in’. Iets wat met liefde door mij onderschreven wordt.

Overpeinzingen

Momenten van geluk die ons niet meer konden worden afgenomen

Er zit regen in de lucht en de vliegen varen er wel bij. Ze brommen en zoemen dat het een lieve lust is. Terwijl de rest een wandelingetje in de Hof ging maken, bleef ik achter om eventueel de mannen op te vangen die de bedbank zouden brengen. Om half een belde een van hen op naar Lief en zei dat ze er binnen tien minuten zouden zijn en warempel, er stopte een busje naast het huis. Ze hadden de bank als bouwpakketje bij zich en we dankten God op onze blote knieën om het inzicht dat wij zelf niet die bank in elkaar moesten zetten. Vakkundig gingen ze aan de slag met de boormachine. Ze spraken Duits, of in ieder geval een van hen, wat een verademing. Ze vroegen ons hoe lang de levertijd was geweest. Zes weken welhaast. Hoofdschuddend keek hij me aan en mompelde iets aan het adres van de winkel. Ach ja. Nu was al het leed geleden, al verzekerden broer en schoonzus dat het heerlijk slapen was op de zolderkamer. Toch vond ik het fijn, dat broer niet meer de trap af hoefde. De mannen kregen een fooitje voor hun snelle, vakkundige en vriendelijke aanpak toen ze klaar waren. Ziezo. De inrichting kon beginnen.

Even was er een angstig moment toen bij het draaien van het bed schoonzus op het stroeve kleed bleef haken en langszij rolde. Zitten, zuchten, bijkomen en weer door. Ze waren jubelend over de ruimte, over het bed, en over de sjieke uitstraling van het geheel. Ziezo, ook weer geregeld.

De beide broertjes hebben het fijn samen. Ze zitten in de luie stoelen en lepelen verleden en heden, anekdotes en wat mijmeringen op. Lief is drie jaar jonger dan broer, maar allebei, de een wat ruimer dan de ander, over de zeventig, dat zorgt voor gesprekken over de zin van het leven, de invulling ervan, te bespreken kwaaltjes, het leven van dag tot dag. Het is een mooi beeld zo.

Met gasten schuift het eten een plaats op in prioriteit. De zinnen stonden op pasta met groene kruiden, uien, knoflook en champignons, omdat dat ruimschoots aanwezig was, dus stuurde ik schoonzus met een mandje de tuin in en ze kwam terug met roosmarijn, oregano, basilicum, bieslook, tijm. Haar ui-snipperkunsten zijn ook te roemen. Als basis hadden we suco alla Melanzane en extra passata. Zowaar had ik eindelijk de hoeveelheden op vier personen aangepast. Normaal gesproken zou een heel weeshuis mee kunnen schranzen. Het was heerlijk.

De avond werd een gezellig samenzijn, vooral toen de gitaar ontdekt werd en broerlief er op bleek te kunnen spelen, zij het nog wat onwennig, want ze had metalen snaren, maar allengs ging het soepeler en konden we een paar deuntjes meezingen. De volle maan was net aan het rijzen, wij zaten bij flikkerend kaarslicht met een biertje en een wijntje en er was die goede oude kampvuur-sfeer, die we allemaal zo vaak hadden meegemaakt lang geleden en heel vertrouwd tot de vermoeidheid kwam bovendrijven. Fijn dat de bedden nu beneden in gebruik konden worden genomen.

Ik sudderde nog wat na in de tijd en dwaalde af naar Homburg, waar we met een grote groepe vrienden ieder jaar een week naar toe gingen en alles gezamenlijk deden. Daar laaiden de kampvuren bijna elke avond hoog op en hadden we een heel arsenaal aan liedjes, van Jaap Fischer, van Jasperina de Jong, Adèle Bloemendaal, Annie M.G. Schmidt en de geijkte scoutingliedjes, die driestemmig over de heuvels vloeiden. Momenten van geluk, die ons niet meer konden worden afgenomen.

Overpeinzingen

Zolang we er allen voor open staan

De eerste dag was er vooral voor het ontdekken en het bewonderen. Broerlief die er zo ongeveer 15 jaar geleden voor het laatst geweest was, kende het huis alleen in de oude staat en raakte niet uitgepraat over de vernieuwingen die gemaakt waren om het huis zijn vitaliteit te laten behouden. Daarna zaten we op het terras en genoten van de ruimte en het groen, de bloemen, de vogels en insecten.

Als je voor de eerste keer hier komt raak je ontroerd door de degelijke aanpassingen die Lief heeft laten doen en het puinruimen wat hij in zijn eentje heeft gedaan om het huis in haar kracht te zetten. Dat kan je je niet indenken als je het niet hebt gezien. Elk woord, elk voorstellingsvermogen schiet tekort. Je voelt wel de liefde voor het geheel dat tot in de kleinste details er doorheen zweeft. Ook bij het ‘etsen en schilderen’ in de Hof is dat duidelijk. Met gevoel wordt er voorzichtig gesnoeid, soms wat rigoureuzer, worden vormen gewijzigd, doorkijkjes gecreëerd en paden en paadjes bevrijd. Het is een oase aan natuur, vrijheid en ruimte.

Broerlief had last van zijn hiel. Lief masseerde en het been werd hoog gelegd. Het maakte wel dat er minder te wandelen viel, al waagden schoonzus en Lief het erop. Niet al te ver, tot aan de Datsja. De hele middag had het er dreigend uitgezien en tijdens de borrel konden we de kist zure appelen al zien hangen. Opeens braken de zware wolkenpartijen open om met harde regenstralen het land onder te dompelen in flinke regenplassen, hagelstenen, en een gigantisch onweer barste los. De beide broers zaten op het terras in de luie stoelen en genoten zichtbaar van het natuurgeweld. Wij bleven in de keuken én om het eten op te warmen én om tot leuke en geanimeerde gesprekken te komen. Bij al die keren dat ik schoonzus gezien had, was er nauwelijks plaats voor vertrouwelijkheid geweest. We lagen elkaar goed en hadden met regelmaat maar een half woord nodig. Beide broers vertoonden soms dezelfde karaktereigenschappen en dat was een feest van herkenning.

We aten voor het eerst aan de grote eettafel in de werkkamer en dat maakte de sfeer zo bijzonder. Het huis leeft weer. Toen het ergste onweer achter de rug was, konden we opnieuw op het terras gaan zitten en ontspon zich een aangenaam gesprek. Door de regen was het frisser geworden en al gauw kwamen er vesten en truien te voorschijn.Lief en ik haalden lantaarns uit alle hoeken en gaten. ‘s Middags had Lief de olielampjes gevuld. Die konden met al die regen niet gebruikt worden maar met een kaars in de lantaarn en een in een blaker was er voldoende sfeervolle verlichting om het gesprek te ondersteunen. Het bezoek was nog een beetje moe van de reis en gingen vroeger dan de avond ervoor naar boven.

Het wonderlijke van het weer hier is dat het van het ene op het andere moment om kan slaan. Zo zijn er zware buien, zo schijnt de zon opnieuw uitbundig. In de ochtend waren de uitgevallen klaprozen weer prachtig opgebloeid en stond alles er fris bij. Vandaag zou de bedbank komen. Bij de koffie ontspon zich een zwaar gesprek over toekomstmogelijkheden, keuzes maken en liefde voor alles wat ons omgaf. Het was niet makkelijk omdat ik vaker toch een beetje de tweespalt voel tussen mijn twee grote liefdes. De kinderen en Lief zelf. Om dat te begrijpen moet je de verbondenheid van ons gezin kennen, de bijzondere band en hoe die gegroeid is. Het blijft schipperen tot we de juiste weg gevonden hebben. Er is altijd een weg tussen hier en daar en dat zal zich vanzelf wijzen, zolang we er allen voor openstaan.

Overpeinzingen

Tijd voor een nachtuiltje

Tegen zevenen ‘s avonds, na diverse appjes, was ons hoog geëerd bezoek in de straat, maar ze waren over de weg heen aan de andere kant en konden het nummer niet vinden. Broerlief had gebeld en we loodsten hem over de weg naar ons huis. Doodmoe van de reis kwamen ze uit de auto gerold. Om negen uur ‘s morgens vertrokken en nu pas op de plek van bestemming. Als je het niet gewend bent is het inderdaad mijl op zeven. Vooral het laatste stuk weg, van Pécs naar ons huis, was hen een beetje opgebroken. Een van de befaamde lappendekens van Orban. Ik verzekerde ze dat het nog veel erger kon.

De dag was kabbelend verlopen. Alle puntjes op de i gezet en daarna was er tijd voor wat rust. Lief in zijn favoriete leunstoel en ik aan de tafel met mijn Ipad en het tekendagboek. Het was zo’n heerlijke lome warme middag. Zoemende bijen en brommende vliegen, fladderende vlinders, buitelende kleine vogels. Mussen, mezen, de gekraagde roodstaart, vinken en zwaluwen. Merels, lijsters en de nachtegaal en wielewaal zijn niet te zien, maar wel te horen. Tussendoor het gekoer van de duiven. Tweede pinksterdag is ook een feestdag hier en de zes had zich aangepast aan de rust van de dag. Geen geruis en geraas van het verkeer. Stilte.

Eigenlijk de ideale middag om naar de datsja te gaan. Ik had zo’n mooi portret gevonden als uitgangspunt. Dat wordt dan van lieverlee altijd een naar eigen hand gezet persoon, dat maakt het juist zo boeiend. Raam open, vogeltjes erbij, zachtjes op de achtergrond Lady Smith Black Mombasa en maar duwen en trekken, net zo lang tot de eerste opzet is geslaagd. Afstand nemen, kritisch kijken, aanpassen, nog eens naar achteren lopen en weer kijken. Hoe dan met die verhoudingen. Kloddertje hier, kloddertje daar. Heerlijke sfeer. Lief kwam met de lafenis van warme rooibos. Het is zo vredig, zo kalm.

Rond drieën wilde ik aan het eten beginnen. Ajam Semur is een stoofpotje. We hadden door gekregen dat ze er zeker niet voor half zes zouden zijn. Tijd genoeg. De tjobek stond klaar om mijn, bij elkaar gefabriekte, boemboe te maken. Daar moest eerst wel aan jaren vanaf geschuurd worden, want ze had al die tijd alleen voor decoratie gediend. Toen ik de uien had gesneden bleek de tjobek te klein om de boemboe in een keer te maken en toen bedacht ik me ineens dat we de staafmixer om papierpulp hadden aangeschaft en dat daar absoluut een kleine hakmachine bij zat. Een moderne vijzel, haha. Het werkte natuurlijk als een tierelier. Boemboe klaar terwijl U wacht.

Sajoer boontjes was zo klaar en de ketimoen kreeg ook een licht geimproviseerde jas, In plaats van pepers dan maar paprika voor de kleur. Rijst aan de kook en dan maar wachten. Een belletje. Het zou zeven uur worden. Vuur uit. Deksels erop en een twee drie in Godsnaam. En warempel. Daar reed de auto over de zes de straat in. Hartelijk weerzien en broers die elkaar in de armen vielen. Bijkomen van de lange reis, al dan niet eten en heerlijk borrelen met kleine hapjes op de veranda, verhalen over en weer, kwinkslagen, vragen over het land en de Hof, slaapgelegenheid besproken, uitleg over de nog altijd niet geleverde bedbank, tot het hoofd zwaar en de ogen moe werden. Er was maar een conclusie te trekken. Het werd tijd voor een nachtuiltje.

Overpeinzingen

Waar je uitgebreid van mag smullen

Annie M.G. Schmidt blaast verjaarskaarsjes uit op haar wolk. Misschien deelt ze als cadeautjes nog wel een paar nieuwe gedichten met de een of ander. Inspiratie ten top, zoiets.

De badkamer en de beide wc’s zijn gepoetst en blinken. De kippendijtjes voor de ajam semur staan in de marinade. Lief legt de laatste hand aan de oprit, om die een tikkie groenvrij te maken en dan is echt alles gedaan wat tot de mogelijkheden behoorden. Het verwachte onweer en de hagel blijft vooralsnog uit. Ze beloven toch weer de hele dag zon en 25 graden. De appjes van de logees naar ons vliegen over en weer, de route, de afslagen, het adres nog maar een keer voor de zekerheid. Met in mijn achterhoofd de gevleugelde uitspraak ‘Kalmte zal U redden’ brief ik de antwoorden geduldig door. Duimpjes en een breed lachende avatar. Komt goed.

Gisteren namen we de stofzuiger mee naar de Datsja. Het was heel fijn om daar al het overtollige spinrag en het kleine spul weg te zuigen. In de winter was er een hele familie wants verscheiden en die lagen nu allemaal met de pootjes omhoog dood te zijn. Weg ermee. Schoon schip. Het Rien Poortvliet schilderij mag mee naar het trappegat, dat scheelt ruimte, omdat het hele grote witte doek dat nog op zolder stond, daar kan worden opgehangen. Spinnen en spinnetjes vluchten ijlings uit hun veilig gewaande spinnenwebben, allemaal kleine Sebastiaans, eigenzinnig en niet bang, maar wijzer door de loop der jaren. Hoe oud kunnen ze eigenlijk worden als ze niet opgeveegd of opgezogen worden? De gemiddelde leeftijd ligt tussen de een en vijf jaar. Best lang. Helaas moet één keer in de zoveel tijd de bezem erdoor. Wantsen leven gemiddeld een half jaar, maar maken dan toch al heel wat mee.

Het doet me denken aan een kindertheaterstuk van de Eendagsvlieg, die op zoek ging naar het allermooiste uit zijn hele(!)leven. Dat vind hij als de zon weer opkomt om de nieuwe dag bij te lichten. Het is natuurlijk een verhaal van Toon van Tellegen. Een ander verhaal uit de bundel ‘Waar gaan we eigenlijk heen’ van dezelfde schrijver gaat eveneens over de eendagsvlieg. Krekel vindt dat iedereen altijd wel een keer jarig is, maar de eendagsvlieg geeft stilletjes aan dat hij nooit jarig is. Alle dieren in het bos zwijgen, maar mier heeft de oplossing. ‘Dan ben je urig. Dan vier je je veruurdag’. Een meesterlijke vondst en eendagsvlieg heeft de mooiste veruurdag van zijn hele daglange leven.

De verhalen van Toon Tellegen zijn ons een spiegel. Hij laat zien hoe tevredenheid werkt en bescheidenheid, hoe keuzes maken van alles in werking zet, hoe liefde kan dragen, hoe belangrijk de gunfactor is maar ook het mededeelzaam zijn, want als niemand weet hoe jij je voelt, hoe moet men dan helpen. Subtiel en fijntjes legt Toon Tellegen de vinger op nietigheid, kleine radartjes in het geheel.

Annie doet dat ook, maar op een volkomen andere manier. Ze drijft de spot, ze ageert, ze koketteert lieflijk met een dosis fijnzinnig venijn en soms net iets minder bedekt. Van beiden hou ik. Het houdt hoogmoed buiten de deur en plaatst een en ander in het juiste perspectief. Vanuit haar verhalen kwam vaak meesterlijke rollenspel los. Alle kinderen uit mijn groepen zijn opgegroeid met Annie M.G.Schmidt en Toon Tellegen en niet te vergeten Arnold Lobel en zijn verhalen. Filosofie van de bovenste plank. Zoete verrassingen, waar je uitgebreid van mag smullen.

Overpeinzingen

Zonder je ooit één minuut te vervelen

In het Joods museum is een tentoonstelling van Charlotte Salomon in close-up, zie ik tot mijn spijt, maar die tranen zijn te vroeg gespuid. Het blijkt dat de tentoonstelling loopt tot 19 september. Ziezo dat staat in de agenda voor juli.

Charlotte Salomon groeide op in Berlijn in de jaren dertig. Ze studeerde aan de kunstacademie en vlucht in 1939 naar haar grootouders in Zuid-Frankrijk. Daar maakt ze een multi mediaal kunstwerk bestaande uit bijna 800 gouaches. Ze wordt in 1943 op 26-jarige leeftijd in Auschwitz vermoord. Haar ouders vinden het kunstwerk Leven? Of Theater? In 1947 en publiceren het. Het geeft een krachtig beeld uit die jaren dertig waarbij de ontwikkelingen van de film een belangrijke rol spelen. Diep onder de indruk ben ik van haar werk. Dit is een fijn vooruitzicht.

De groene flessen hebben een nachtje staan weken en zijn redelijk schoon geworden. Een compositie voor op het vorig jaar gemozaiekte tafeltje was de gedachte, en daar stonden ze wel mooi te zijn maar toch een tikje doelloos. In de grootste fles had ik de rietpluimen van het pampasgras gezet. Als het een compositie in het groen is, dan mag er voorwaar ook nog groen bij, dus ging ik op grassenjacht. De aren van de tarwe, wat haver, de klimop, de rozemarijn en twee margrieten en ziedaar. Het werkte.

Het is eerste pinksterdag, de dag dat mijn tweede dochter geboren werd. Niet op deze datum trouwens. Uitgerekend op deze dag heeft de papaver een van haar knoppen geopend en pronkt met een prachtige sterke bloem. Mijn moeder en papavers en uitgerekend op Pinksteren. Ze had haar tuin er vol mee. Dankbaar keek ze ze elk jaar de grond uit, net als de bloemen aan de forsythia en de bloesem aan de oude peer. Postzegeltuintje met persoonlijke juwelen. Schoonheid weerkaatst als ze haar onderzoekende blik er op werpt.

Mijn Pinksterkind is hard aan het werk in haar tuin die naast de mijne ligt, gisteren ook al. Ze stuurde foto’s van onze tuin, vol brandnetels, vingerhoedskruid, geraniums en roosjes. Ze had gemaaid en alles oogde zo heerlijk behapbaar, sinds we weten wat er allemaal in de Hof is gebeurd. Haar kas ziet er geweldig uit, vol tomatenplantjes, de bedbakken zitten vol moestuinplanten. Ook de selderie van eigen kweek. Bij ons gaat de babypaksoi als een speer en alle kruiden evenzeer, de courgette blijft wat traag, maar de pompoenen gaan ook heel hard. De hop is ondeugend en probeert overal doorheen te woekeren, maar we houden ‘m kort.

Gisteren zat de kolibrivlinder aan de salie te lurken, zo’n geweldig gezicht. Snel een foto gemaakt en daarna een filmpje want ze beweegt zo snel dat je haar nauwelijks vast kan leggen. Het filmpje heb ik op insta en facebook gezet, de foto zal ik hier laten zien. Het blijft elke dag genieten van al wat groeit en bloeit en iedere keer ontdekken we zowel in het huis als in de Hof iets nieuws. Eigenlijk kan je hier met gemak maanden doorbrengen zonder je ooit één minuut te vervelen.

Overpeinzingen

En zo is het maar net

Ziezo, broer van Lief en schoonzus zijn onderweg. Maandagmiddag zijn ze hier. Zoon-en-dochterlief met de hele aanhang zitten in Parijs op een terras nog een taartje te eten voor de verjaardag. Hier vliegen twee wielewalen met hun aandoenlijke keelgeluid van tak naar tak, te veel verstopt tussen het struweel en af en toe maar zichtbaar, te snel voor de foto. Het is allemaal op hetzelfde moment. Lief sluit het hek. De laatste boodschappen zijn gedaan. We hoeven er niet meer uit en met de Pinksteren zijn twee dagen lang de winkels allemaal gesloten. Wel zo kalm. Dan hoef je ook nooit meer gauw nog even…

De klaprozen, korenbloemen en margrieten hebben de regen van eergisteren overleefd al moesten we wel wat stutstokjes zoeken voor de korenbloemen die slagzij hadden gemaakt.

Ook voor de dakramen boven hadden we stokjes nodig om de lap uit de mooie lappenverzameling en het gordijn op te kunnen hangen. Terwijl ik beneden de cd-speler aan het installeren was, schoten mijn flansmethodes door het hoofd. Natuurlijk, tonkinstokjes. Die konden in de haken die er hingen. Middellijn meten en inprenten. Na de boodschappen dus naar het tuincentrum. Die hadden ze wl maar verweerd en te dik. Gelukkig verkochten ze ook kleine hekwerkjes van Bamboe en die stokken zouden precies goed zijn. Op de bonnefooi gekocht en oneindig gemazzeld, toen het precies pas bleek.

We hadden een Jysk ontdekt in Szigetvar. Dat was boffen. Konden we daar al het beddengoed aanschaffen. De winkel zat in een gloednieuw pand even buiten de stad. Dekbedden, kussens, onderlakens, slopen, moltons, beddensprei, handdoeken en een kledingrek. Het karretje was te klein, maar met moed, beleid en trouw en een beetje duwen, ging het goed. Ziezo, stap een gezet. Aanvullend de boodschappen. In het voren denken, want de winkels dicht. Ajam Smoor met rijst had ik voor de gasten bedacht, mits ik de meeste ingredienten kon opduikelen. De Tesco wilde nog wel eens op Japanse en Thaise leest geschoeide artikelen verkopen. Daar zou vast wel iets bijzitten. Indische producten kennen ze hier nauwelijks.

Met Truus volgeladen op huis aan. De bedbankman had die ochtend gebeld en zo als verwacht zullen ze de bank op woensdagmiddag komen brengen en in elkaar zetten. Dat was de reden dat we erop uit konden om alle benodigdheden te halen en toch de logeerkamer boven helemaal af te stylen. Dus toch nog meer stofzuigen, het overtollige spul opruimen in de kleine hok naast de verwarmingsketel en zorgen dat het beddengoed in de twee kisten konden worden opgeborgen. Een van de doeken op het kastje, de sprei ter bescherming over de bedden, de handdoeken gewassen en wel opgevouwen op de bedden en dan maar hopen dat schoonzus nog lenig genoeg is om dubbelgevouwen het achterste bed in te kruipen, mij lukt het. Gordijntjes ervoor, ventilator, schoongemaakt en nagekeken, in stelling. Ziezo. Laat het bezoek maar komen.

Lief had in de caravan mooie oude flessen gevonden en spoelde ze bij de buitenkraan schoon. Vooral de groene flessen wil ik herschikken en een mooie plek geven. Helemaal schoon worden ze niet, daar zal warm water en soda voor nodig zijn, schat ik in.

Een fragmentje op facebook. Stef Bosch die op een nostalgische telefoon het telefoonnummer van zijn ouders belt. Hij krijgt zijn vader aan de lijn en moeder is niet thuis. Ondanks het feit dat hij zijn verbeelding heeft laten spreken ontroert het zogenaamde gesprek hem tot in iedere vezel. ‘Er is niets op tegen om de verbeelding je dromen waar te laten maken’ is de strekking van zijn verhaal terwijl hij zijn tranen droogt. En zo is dat maar net.

Overpeinzingen

De essentie van een wonder

Tjonge jonge, soms loop je ongewild toch achter jezelf aan. Het begon al om vijf uur. Geen slaap meer, klaar wakker, gisteren toch te vroeg naar bed gegaan. Ik wilde veel, schrijven, lezen, tekenen, Hongaars lesje doen en op het te-doen-lijstje stonden de gordijntjes voor de logeerkamer boven, de installatie van de cd-speler, die ik de dag ervoor zowaar boven op zolder vond, het uittesten van de ventilator, eveneens voor boven, hier en daar hoekjes zuigen en zeker het kleed beneden nog een keer grondig, de handdoeken voor de gasten wassen, de bedden boven aankleden of bedekken met de nieuwe sprei. Maar waarom was ik toch zo vroeg wakker. O ja…17 mei. De dag waarop ik voor het eerst moeder werd. Mijn dochterlief kwam ‘s nachts rond half één of daaromtrent op de wereld.

Dat ging niet helemaal vanzelf. Ik had een lange dag in de tuin gewerkt en dat was echt het betere tuinen. Spitten, poten, schoffelen, harken. Het was een wonderschone maar bloedhete dag in mei. Manlief en ik woonden in een woongemeenschapje van vier personen. Dat noemde men destijds een commune, maar volgens geldende maatstaven viel dat reuze mee. Wel deelden we de maaltijden met elkaar. Die dag was het mijn beurt om te koken. De hele dag door was er dat zeurende gevoel geweest. Beetje trekken, beetje schuren, beetje dreinen. Dus pakte ik er een kruk bij en kookte voor vier personen. Jammer dat ik nergens heb genoteerd welke fabuleuse maaltijd ik er nog uit had weten te wurmen. Ik weet alleen dat we door een van de bewoners in allerijl naar het oude Antonius in Utrecht zijn gebracht en dat ik daar met mijn arme zwarte tuinpootjes in de stoel van de gynaecoloog terecht kwam. Een wat barse man, die manlief met zijn lange haar en zwarte baard, de ringen in zijn oren, bekeek of hij net van Mars was komen wandelen. En dan moest hij het ook nog stellen met mij, pikzwarte voeten, India teenslippers, Indiajurk. Hij bekeek mij en dochterlief(dat wist ik toen nog niet) bruusk, zag geen vooruitgang in de ontsluiting en besloot tegen tienen maar eens op te stappen.

De verpleegkundige die mij wel allerliefst hielp, gaf zó aarzelend een bevestiging op mijn vraag of ze wel eens meer bij een eerste stuitbevalling had geassisteerd, dat alle voelsprieten direct overeind stonden. Tot overmaat van ramp, nadat de dokter was vertrokken, begonnen de weeën in een stormvloed elkaar op te volgen. Na een paar angstige uurtjes was dokter weer terug in huis, nog chagrijniger, want gestoord in zijn vrije avond.

Enfin toen mijn lieverd was geboren, natuurlijk het mooiste meisje van de hele wereld, bezat ik een flinke knip, overspannen beenspieren en een rillend zenuwstelsel, maar we kregen beschuit met muisjes en daarna moest manlief weg.

Moeder worden brengt enorme veranderingen met zich mee maar vooral ontroering en toen mijn moeder gehaast me de volgende ochtend op kwam zoeken, huilden we om dat perpetuum mobile, die niet aflatende voortgang van het leven en voelden vooral verbondenheid omdat we beiden de geheimen hadden leren kennen van de essentie van een wonder.

Overpeinzingen

Zo zie je maar

Als het huis op z’n kop gezet wordt voor het bezoek, moet natuurlijk elke steen boven. We zetten ons beste beentje voor en vinden nogal wat. De slaapbankbezorging gaat volgens ‘lands wijs, lands eer’ en dat houdt in dat ze nu wel in het magazijn van de winkel is gebracht vanuit Boedapest, maar het betekent heus niet dat het vandaag of morgen nog wordt geleverd. Met de vooruitziende blik en de ervaringen is het een geluk dat de logeerkamer boven bijna klaar is.

De kast in de bibliotheek, waar het archief jaren heeft huisgehouden en de allergrootste boeken in stonden, moest leeg. Dat betekende stoffen en verplaatsen, stoffen en verplaatsen en nog meer stoffen. Maar dan vind een mens ook wat. Bijvoorbeeld een doos met de oude, welhaast antieke, doktersuitrusting van Lief, compleet met oogspiegels, allerlei tangen en kochers, stethoscopen, ampullen, hechtmateriaal en spanbanden.

Het volgende koffertje wat ik opende, bleek alle cd’s te bevatten van de cursus Hongaars van het LOI. Ook uit de grijze oudheid, maar wel compleet. De cd-speler die er stond gaf weinig sjoege. Een zoektocht op internet had ook geen effect. Even parkeren dan maar. Ziezo, de kast is leeg. Daar kunnen de gasten hun spullen kwijt en daar kunnen we ook het beddengoed in opbergen. De drie siervazen gaan boven op de schoongemaakte rugkachel, die door ons nauwelijks gebruikt wordt. Het einde van de hele actie is in zicht. Alhoewel, als je het ene verplaatst komt er iets anders weer te voorschijn ‘als duveltjes uit een doosje’, hoor ik mijn moeder lachend zeggen.

Lief was nog steeds in de weer bij de oude caravan, waar muizennesten moesten worden ontmanteld en vieze gelige gordijntjes konden worden weggeknipt. Hij wilde in de bovennissen de stofzuigerslang er opzetten en dacht een stuk tuinslang terug te hebben gevonden. Gelukkig voor hem keek hij eerst nog even goed en tot zijn verbazing bleek het een echte slang te zijn, die bijna roerloos naar hem gluurde. Daar kwam hij me toch wel even voor roepen omdat het een levend bewijs was van de slangen die hij vooral vroeger veel in de tuin gezien had. Hij tilde behoedzaam het gordijntje op waar hij snaky achter wist en daar lag de slang, in volle glorie op mij te wachten zodat ik een foto kon nemen. Zonder een vin te verroeren en met starende open ogen. Pas op de foto zag ik dat hij net kennelijk een flinke muis had verorberd. Dat was de reden van zijn roerloosheid. Het nest wat Lief ernaast had ontdekt bleek een muizennest te zijn. Snaky had net, voor de nieuwe lichting muis, toegeslagen. Daar waren we hem dankbaar voor. Verder mocht hij zolang hij wilde blijven. We lieten hem met rust.

Het bleek een esculaapslang te zijn. Hij is vernoemd naar de staf van Asklepios. Had hij ons uitgekozen omdat Lief een artsenopleiding had gedaan? Als je me vroeger verteld zou hebben dat ik ooit de esculaap van de dokter in levende lijve zou treffen, dan had ik je vierkant uitgelachen. Zo zie je maar.

Overpeinzingen

Om nooit meer te vergeten

Wat kan een menselijke geest toch met wonderlijke zaken bezig zijn. Vannacht zwierf ik over de uiterwaarden van de Lek, samen met een vriendin. Het was ongelooflijk winderig en zonnig tegelijk. Het waaide woest en de wind trok slierten uit opgestoken haren. Het water klotste het strandje op en tegen de zijkanten van de inham. Als er schepen langskwamen ontwaarden we de schuimkoppen op de golven.

We deden onze schoenen uit en baadden pootje terwijl we op zoek gingen naar verse rivierklei. Dat was vrij makkelijk te vinden, het lag letterlijk voor het oprapen. De donkere slib was het meest vettig en zwaar. Terwijl we tot de knieën in het water stonden, de wind aan onze haren trok, het water schuimend opspatte, kleiden we uit alle macht met het hele lijf een paar koppen bij elkaar. Daarna zaten we met de schetsboeken op schoot, keken naar de witte wolkenlucht en vriendinlief die tevens mijn schilderjuf was, leerde me goed te kijken naar de tinten blauw, die van een hemelsblauw tot een heel lichtblauw vloeiden, hoe verder weg, hoe lichter. Zo verbonden voelen met lucht en aarde, het tintelde door het hele lijf.

Ik wist wel waarom ik daarvan droomde. Er was nog een andere flard. Een kamer met een lange tafel, een aantal gasten erom heen. Ik had zus beloofd om de begeleiders van een kinderdagverblijf te leren losser, zeg maar reggio/jenaplansgewijs, te werken. Daarvoor had ik klei gekozen en een vouwles, om het verschil te leren tussen een ‘opdracht’ en een eigen ‘scheppen’ en zo te ervaren hoe bevrijdend dat voor jezelf en het materiaal kan zijn. Het is een les geworden, waar ik me nog altijd heel ongemakkelijk over voel en waarvan ik nu weet hoe ik het aan had moeten pakken. Ten eerste had ik de krat met bij elkaar gezocht knutselmateriaal links moeten laten liggen, vervolgens had ik bij aankomst hun buitenplaats moeten verkennen. En na de vouwles hadden ze blind kennis mogen maken met de klei. Voelen, ruiken, aaien, knijpen alles was mogelijk. Daarna hadden ze naar buiten mogen gaan om te zoeken naar iets wat hen trof of beroerde, omdat ze het vreemd vonden of mooi. En daar omheen hadden ze met de klei kunnen gaan werken. Met mijn onderbouwers kon ik lezen en schrijven wat dat betreft, ik kende mijn groep, de inhoud van de kasten en het buitenterrein. Dit waren volwassenen met opvattingen over van alles en nog wat. Ik had het totaal verkeerd ingeschat. Nooit had ik me meer buiten mezelf gevoeld.

Met dezelfde vriendin had ik een vierdaagse cursus langs de Lek gedaan. Op dezelfde leest geschoeid. We zochten houtskool op het strandje waar wat mensen ooit een fikkie hadden gestookt en daarmee tekenden we de omgeving, de oude boogbrug, de rivier, het dorp aan de overkant en schilderden met de klei, het natte zand en alles wat kleur afstond. Daarna gingen we strandjutten en vonden touw, roestig ijzer, brokken hout. Met verse rivierklei en de aangespoelde spullen maakten we beelden. Het scheppend vermogen werd tot in de diepste wortel aangesproken. Vergankelijke rivierkunst, klaar om weer teruggegeven te worden aan de rivier als de tijd rijp is. Een cirkel die zich sluit geeft alleen maar voldoening. Het was heerlijk. Alle dagen langs die zilveren rivier en nu blijkt wel hoe lang je kan teren op zo’n ervaring in je ransel. Een belevenis om nooit meer te vergeten.

Overpeinzingen

De voelbare geborgenheid

Sinds gisteren leef ik met het verhaal van Jonathan Livingston, een verhaal van Richard Bach, omdat de kinderen me vertelden dat dat verhaal de rode draad was die door de afscheidsdienst heen liep. Het was een lievelingsboek van schoonzus. Neil Diamond heeft deze reis ook vertolkt en dat is gebruikt als de muziek bij de film die er van gemaakt is. Op haar verzoek begon men met het zingen van Imagine van John Lennon. Het zingen van dat lied is een mooie manier om duidelijk te maken hoe de wereld er eigenlijk uit zou moeten zien. Grenzenloos, vredevol, liefdevol en voor iedereen een warm bestaan, samen om met elkaar te spelen, te leven en te delen

Er werd gesproken, er was een boekje met het verhaal van Jonathan en een foto van schoonzus naast elke bladzijde, als sfeervolle muziek werd Neil Diamond gedraaid, door haarzelf uitgekozen, en tussendoor was er een gesproken woord, door de kinderen, de broer, de buurvrouw, de vader van de kinderen en haar beide pleegkinderen waaruit vooral naar voren kwam hoe nobel ze was en met haar grote hart openstond voor ieder die hulp nodig had.

Het verhaal kon je dan lezen als de muziek te horen was. ‘Jonathan is anders dan de andere zeemeeuwen, hij wil niet alleen maar eten zoeken, hij wil vliegen en daar het allerhoogste bereiken wat mogelijk was. Hij bereikt zijn doel door de prachtige duikvluchten, loopings of een langzame verticale rol en is in zijn element. Als hij denkt het ultieme bereikt te hebben en niet hoger meer te kunnen komen twee sterrenmeeuwen met hem wedijveren en houden alles met gemak bij. Ze vragen aan hem of hij mee wil om hogerop te gaan naar huis. En Jonathan kijkt naar de wereld beneden hem dat hem zo verschrikkelijk veel geboden had en zei: Ik ben bereid en vloog mee met de sterrenmeeuwen, naar die andere wereld, naar huis.’

Een mooiere verzinnebeelding van de weg die ze heeft afgelegd, vooral de laatste tijd met haar zieke lijf, dat steeds meer veren moest laten, is er in mijn beleving niet. En ja, ze was bereid.

Nadat ik gisteren mijn blog geschreven had, werd er hier hard op de deur gebonkt en Jona Pot geroepen. Lief snelde vanachter uit de hof naar het hek en het bleek de pakketbezorger te zijn, hij had niet de bedbank bij zich maar wel een pakje voor mij. Nou ja, een pakje…zeg maar pak en zwaar en prachtig versierd waarin ik de schilderkunsten van mijn lieve tante Pollewop herkend. Het bleek een echte moederdagdoos te zijn vol met kleine attenties, kattebelletjes, ontroerende brieven, tekeningen en schilderwerk van de kinderen, een gedicht over kletsen en etsen van kleinzoon 2, stroopwafels en Wilhelminapepermunt, een glas in lood om voor het raam te hangen en foto’s, geschept papier om bij het etsen te gebruiken en kaarten, zulke lieve en mooie kaarten. Samen met de herdenkingsdienst in mijn eentje schoot de emotie in pieken omhoog en omlaag, van traan naar lach en terug. Het had geen mooier moment bezorgd kunnen worden. De kinderen, schone kinderen en kleinkinderen zo dichtbij te voelen ook al ben ik zo ver weg is een heel intens houden van. Onze wereld. De wereld van John Lennon in een notendop, de voelbare geborgenheid.

Overpeinzingen

Voor altijd vrij

Ziezo, even rusten, maar de weg naar herstel ligt open. Vanmorgen een lang telefoongesprek met dochterlief, gisteren de jongen trouwens de hele dag door en lieve berichtjes over de app, daarna opgestaan na de gebruikelijke rituelen. Een en ander aan pijnen en pijntjes verbeten. Toch in de ochtend het plan om boodschappen te doen. Als ik het niet zou redden zou ik in de auto blijven zitten en Lief in de plaatselijke super het lijstje afwerken. Zo gezegd zo gedaan. Het ging goed, dus mee naar binnen, en ik redde het. Nu pas op de plaats.

Dat komt goed uit want rond deze tijd trekken mijn lieve schatten naar het crematorium om afscheid van hun tante te nemen samen met de rest van de familie. Het leek mij het juiste moment om een bijzonder iets dat we samen hebben meegemaakt met onze partners destijds, in herinnering te roepen. Op één van de vele gezellige avonden die we samen doorbrachten, hadden we het over een buitenleven. Heerlijk tussen de dieren, weidsheid om je heen, ruimte om te klussen of te scheppen, kortom alles wat niet kon op het huidige verblijf, zij op een woonark en wij in een huis met een maisonnette er bovenop midden in de randstad. Dus snuffelden we eens goed alle kranten na en leken iets gevonden te hebben. Een boerderij in Drente bij Dwingeloo. Het leek een exemplaar die ons op het lijf geschreven was. Natuurlijk wilden we het aanschouwen, dus wrongen we ons in mijn Renault 4 en reden we, al rokend en kletsend(toen heel gewoon, nu moet je er niet meer aan denken), naar Drente en rolden doorrookt bij een grote boerderij naar buiten. Twee heerlijke schuren waarvan nog van alles te maken viel en het huis zelf met de stallen, dat makkelijk op te splitsen zou zijn in twee huishoudens. Doodse stilte op het land erachter, vrij uitzicht over de weilanden en een eindje van het dorp af. Ideaal. Maar ons mooie plannetje viel al gauw in duigen. Er bleek een constructie te zijn waardoor het niet mogelijk was om een hypotheek te krijgen met een woonark. Daar viel het hele aanlokkelijke plan in duigen. Hoe anders zou het leven gelopen zijn als dat idee was doorgegaan.

In de jaren die volgden, stappen, kinderen, verbouwingen, diverse woonadressen en ten slotte zij in de woonark en wij eindelijk een huisje in een echte wijk, geen betonbuurt en er wás een boerderij vlakbij. Avondjes op de woonark, clubje hier, clubje daar, opleidingen, cursus zus en cursus zo, hoe gaat zo’n leven. Z’n gangetje. Haar honden en die ene van ons waren haar meer dan lief. Ik ken niemand die honden zo goed aanvoelt als zij. Met dat enorme hart stond ze ook open voor de dak-en-de-thuislozen. ‘Voor elk praatje is een gaatje’ een motto dat haar als een handschoen past. Al ruim dertig jaar aan de universiteit verbonden en zich daar als een vis in het water gevoeld. Grote steun en toeverlaat toen broer ziek werd. Zodra hulp nodig was, ging ze op pad met hem of om hem te zoeken. Vinden deed ze hem altijd, al was het maar door hun grote hartsverbondenheid.

Eigenzinnig en oprecht, een gouden hart, iemand die mensen met elkaar verbond. ‘Ik ben er vandaag niet bij, maar ik ben er toch en waar jij bent kun je me vast wel voelen of zien(als dat toch eens waar kon zijn), kom maar een keer in een van mijn dromen een borrel drinken, opdat ik weet dat je daar een mooi pensioen mag genieten. Geen pijn meer en voor altijd vrij‘.

Overpeinzingen

Daar kunnen we weer op vooruit

Ze komen op sluipersvoeten naderbij om je dan plotseling in alle hevigheid te overvallen. Ze zijn eigenlijk kleine gluiperdjes, indringers van het zuiverste water. Ik heb het over ouderdomskwalen. Net als je denkt het gaat opperbest, komt er eentje roet in het eten gooien door te gaan dreinen en zeuren. Eerst valt het wel mee om vervolgens op een onbewaakt ogenblik ten volle toe te slaan.

Toen ik klachten kreeg vorig jaar, waardoor ik me bij de uroloog moest vervoegen, had ik eigenlijk zelf de indruk dat de rek een beetje uit het weefsel was, daar beneden. Maar de urologe had een zetpil en ik slikte braaf. De klachten verdwenen niet, waren bij tijd en wijle irritant aanwezig om daarna voor een paar dagen te verdwijnen. .

Nu waren alle ligamenten aan het opspelen en kon ik gisteren nauwelijks meer zitten. Half liggend op de bank ging het nog wel. De nacht zal ik jullie besparen en vanmorgen was het nog niet best, zeker niet als er een hoestbui overheen ging.

Lief liet me gelukkig, hij kent zijn pappenheimer zo langzamerhand. Ik wil geen ruchtbaarheid, geen ach en wee, geen zalvende woorden, maar probeer door ademhaling te reguleren het zo draaglijk mogelijk te maken. Hij kwam af en toe eens kijken, koffie brengen voor het bevorderen van al die dingen die verlichting zouden kunnen geven en deed schietgebedjes onder zijn bezigheden. Zijn theoretische dokter kwam steeds meer bovendrijven. Lief heeft een artsenopleiding op zijn cv maar is daarna het onderwijs ingegaan. Sluimerende medische kennis van jaren her zijn heel goed te gebruiken bij kwaaltjes die zo oud als de mensheid zijn, zoals deze.

Zijn theorie, we hebben zo lopen sjouwen en schuiven, bukken en tillen aan die zware ledikanten en daarna begonnen de klachten. Opgeteld ligt dan de conclusie voor de hand. Alles wat de boel in het lijf nog een beetje bij elkaar houdt, verslapt. Ziedaar de gevolgen. Nu gaat hij eigenhandig aan het schuiven met de bedden tot ze goed staan en mag ik me vooral koest houden. Hij heeft een punt.

Gisteren hadden we nog wel een mooie kalme wandeltocht gemaakt langs het meer van Somogyviszló. Een onooglijk bordje aan het begin, ze schieten met scherp tijdens de jacht. Het deed hem onbedaarlijk lachen. Zoiets had hij in al die jaren hier nog niet gezien. Betreden was op eigen risico, uiteraard. Maar het was een duidelijk zichtbaar, wat hoger liggend pad langs het water. Je moest wel stekeblind zijn als je mijn witte blouse aan zou zien voor wild. De oneindige rust, kwinkelerende vogels, koekoek, nachtegaal, wielewaal, een buizerd, een luid roepende koekoek, eenden, een half vergane vos, die de jacht kennelijk niet had overleefd, en rijen bossalie druk bezocht door het icarusblauwtje en ook, eindelijk, door de koninginnenpage, dacht ik aanvankelijk, maar dat bleek toch de koningspage te zijn.

Het meer spiegelde de roomwitte wolken in het grote wateroppervlak even uitbundig terug. De omgeving waar we met Truus door heen reden, is uitgestrekt. De blauwe heuvels tegen het groen en bruin van puszta en akkers zorgt ervoor dat je verliefd wordt op dit landschap.

Lief kwam net vertellen dat er een zwaluwnest in aanbouw is onder de dakgoot van de buurman aan onze kant. Daar hebben we breed zicht op. Ze vliegen af en aan en kwijten zich van hun taak er een stevig nest van te maken. Leuk om te zien. Het is afwachten hoe de dag vandaag verloopt met dat gammele lijf van dit oude wijf. ‘Een lief oud wijf’ verbetert Lief . Daar kunnen we weer op vooruit.

Overpeinzingen

‘Het houd je van de straat’ zullen we maar zeggen

Ik lees een blog van Schrijfhart over luisterboeken. Ze dwaalt daarbij af naar haar jeugd waar haar moeder met haar zachte stem of haar vader op zijn kolderieke manier haar en haar broer iedere avond voorlas. Ze haalt aan dat het delen van verhalen de oudste vorm van vermaak is die er bestaat en ergert zich aan de discussie of iemand die verhalen beluisterd wel of niet een echte lezer zou zijn. Ik heb daar eigenlijk nooit zo bij stil gestaan. Lezen doe je voor je plezier. Om bijvoorbeeld af te reizen in een verhaal, om de mooie taal die gebezigd wordt, om geprikkeld te worden in het beeldend vermogen, om geïnspireerd te raken, om de uitdaging, om eenvoudigweg te genieten. Er zijn zoveel verschillende redenen om op te noemen.

Op school vond ik het een van de leukste activiteiten om te doen. Heerlijk. Ik in het verhaal, de kinderen in het verhaal en samen op avontuur. Iets mooiers was er niet. Geen kind die niet genoot van elk nieuw boek, dat ik uit mijn voorleesbieb toverde. Soms nam iemand een spannend boek mee. Zo staat de laatste sinterklaas in mijn geheugen gegrift, omdat een van mijn oudste jongens het boek van de Gorgels van Jochem Meijer had meegenomen en met glimogen van trots kwam meedelen dat hij het op pakjesavond had gekregen. Dat betekende een paar maanden lang elke dag de spannende belevenissen van Melle, de Gorgels en de vervelende Brutelaars. Iedereen van de groep, de jongsten zowel als de oudsten, kwamen aan hun trekken omdat het verhaal bijzonder geschikt was om er je eigen beleving uit te halen. Het was vooral spannend met grappige woorden. We ‘joebelabambamden’ wat af in die tijd.

Als het woord je maar bereikt en hoe, dat maakt niet uit. Er zijn immers vele wegen die naar Rome leiden en iedereen heeft zo z’n eigen voorkeuren. Voor mij is dat een boek, knisperende bladen, de geur en de manier waarop het jouw boek wordt als je het gelezen hebt. Een vriendin van mij wil, voordat ze een boek opent, dat niemand het nog bezoedeld heeft of ingekeken. Het is haar kleine zoete wens om als eerste de bladzijden om te slaan en het boek op die manier eigen te maken. Zo hebben we allemaal eigen wensen en verlangens en daar is niets mis mee. Leven en laten leven.

In het boek van MacEwan dat ‘Lessen’ heet, is bijvoorbeeld lichte waterschade ontstaan omdat de plantenspuit, waar ik mijn te bedrukken papier mee bevochtigd, gelekt had, terwijl het boek in dezelfde tas zat, op weg naar de Datsja. Haastig in de zon gelegd, uit elkaar een beetje en nu knisperen de bladeren nog veel meer. Dat verhoogt enkel de leesvreugde.

Gisteren hebben we geprobeerd de zware Auping spiralen in de ledikanten te leggen. Dat ging maar net. Twee oudjes aan het zwoegen met die zware last. Het moest immers over de zijkanten getild worden. En wat bleek? De matrassen zijn te groot. Nijvere Jut en Juul slaan aan het denken. Nu moeten we wat nu middenin is naar de buitenkant doen en dan de iets te grote matrassen over de leemte die op die manier ontstaat tussen de twee binnenkanten om ze zo te overbruggen met de dikke matras. Nog een keer de schouders eronder, dan maar. Het houd je van de straat, zullen we maar zeggen.

Overpeinzingen

En straks een echte

De klaprozen pronken allemaal met hun opwaaiende rokjes als variatie op het thema van Martin Bril en Oek de Jong. De natuur groeit en bloeit. Het trekt erg veel soorten bijen en hommels. Ze zoemen begerig en dronken van de nectar in het rond, hun pootjes zwaar beladen. In mijn hoofd spookt het gedicht ter afscheid, tekening ter afscheid en dat maakt alles dubbel. Had allang in de benen willen zijn, maar dat is nog niet mogelijk.

Gisteren schreef zus dat ze met Ice naar een grote Duitse stad zou gaan. Een hiaat in mijn weten. Wat is Ice. Geen gezelschap, zoals ik aanvankelijk dacht, maar een hoge snelheidstrein. Vergeten op te slaan in de herinnering of nu gewoon teveel aan het hoofd.

Lief gaat gestaag door met werken en klussen aanpakken om alles nog mooier en lieflijker te maken en voor mijn gevoel doe ik niets, omdat ik zit en schrijf. Hij vindt van niet hoor, maar het lijf vindt het ook te weinig beweging.

Gisteren reden we door het dorp Almamellék naar de boemeltrein die daar een stationnetje heeft gekregen. Het ziet er prachtig uit. Het boemeltje met twee wagons rijdt alleen op zaterdag. We wilden nog een stuk doorrijden om van de schoonheid van het land te genieten en kwamen allerlei soorten vogels tegen, we meenden de bijeneters te ontdekken en bij het navolgen van vogels die zich ophouden in de streken rond Magyarlukafa, bleek het inderdaad zo te zijn. Morgen nog maar eens in dit vogelrijke gebied gaan kijken, want Mei is een uitgesproken maand om ze te spotten. De wegen waren nog steeds abominabel slecht. Handig om de kuilen heen manoeuvreren, want je wil toch echt je assen er niet op breken en zo diep kunnen sommige echt zijn. We reden naar einddorpen als Csebény waar de Hongaarse szürkemarha, het grijze Puszta-rund, voor vredige taferelen zorgt als ze samen met een groep puszta-paarden onder de bomen kalm staan te grazen.

Onderweg buizerds, sperwers en valken, allerlei klein grut en het onmetelijke groene land met haar glooiende heuvels. Elk dorp is een einddorp dat overgaat in een wandelpad en waar er niets anders opzit dan om te keren om een doorgaande weg te vinden. Door dorpen met verkrotte ruïnes en huisjes naast de nieuwere vierkante huizen in alle kleuren van de regenboog, doorgaans pastel en dan ineens een uitgesproken fel oranje of roze. Overal de kerk in het midden en een herkenbaar burgemeestershuis met vlaggen, nauwelijks winkels, echte Hongaarse erven met allerlei bouwsels erop, zichtbaar van bij elkaar gescharreld hout, maar ook strakke gazons of keuterboertjes-achtige hoeveelheden bloemen, geranium is favoriet en allerlei potjes, kannen, kruiken, beelden. De kippen scharrelen er tussen door of lopen los rond in het dorp. Een groepje veldwerkers met bosmaaiers, in dit geval, vrouwen zonder helm of oorbeschermers. Maar altijd landelijke rust.

Daarna reden we via Sentlászló terug naar Szigetvar om boodschappen te doen en halen we alles in huis voor de Chinese Tjaptjoy, waar ik ineens onbedaarlijke trek in had, door een verspreking van Lief die de kontjes van de Tjaptjoy zo hard vond gaan. Haha. Hij bedoelde de baby-paksoi. Dankzij de tjaptjoy staat er nu wel een wortelkontje op water, eens kijken of die loof wil schieten.

In de ochtend schrijf ik een gedicht om afscheid te nemen van de periode dat schoonzus en ik samen het leven intensiever deelden en daardoor is de stemming wisselend van hoge toppen naar diepe dalen en terug. Je mag een bloem meenemen. Als ik kon had ik voor een veldbloem gekozen, ongepolijst, natuur in al haar kracht en dapperheid, zoals zij zelf was. Het gedicht deel ik op de memorie-site en steek er een kaarsje bij op. En straks een echte.

Overpeinzingen

Mei is er vol van

De dag verliep gisteren een beetje anders dan gepland. Lief was na de middag begonnen met het stofzuigen van de ledikanten die we op de zolderkamer in elkaar zouden zetten. Er waren vier bedden, twee aan twee, van een verschillende stijl. Oude statige ledikanten en twee een beetje in De Nieuwe Stijl van de jaren 1920/30. De laatsten moesten het worden. Lief had ze al jaren geleden eens in elkaar gezet gebruikt, maar wist niet meer zo goed hoe alles zat. Dus werd het puzzelen op niveau. Toen we eenmaal het eerste bed in elkaar hadden, zagen we dat de matrassen er nooit in zouden passen, die waren groter.

Dan toch de statige ledikanten. Bed uit elkaar naar de grote zolder andere bedden te voorschijn halen, afsoppen en in elkaar zetten. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen zat de binnenkant buiten en de buitenkant binnen, dachten wij. Het bleek een puzzel van formaat te zijn, want als het tussenschot er op de juiste manier in zat, leek het alsof de zijkanten van de bedden nu aan de binnenkant zaten. Het kon niet anders met de ophanging en dergelijke. Dan moest het maar zo. Dicht tegen elkaar aankruipen was er niet bij in ieder geval. Toen we klaar waren met puzzelen was de middag al bijna om. Morgen de Aupings erin hangen.

Tussendoor een belletje van dochterlief dat De zus van de vader van de kinderen was overleden. Maandag al. Dat was een schok, want we hadden gerekend op medio mei. Kennelijk was de toestand snel verslechterd. Ze speelde alle dagen al door onze gedachten. Vlak voordat we weggingen hadden we haar nog drie keer ontmoet. De laatste keer was fijn, want toen was ze alleen en niet met de escorte van de andere broer. We zaten in het restaurant tussen de boeken in een donker hoekje. De hond, een aanhankelijke soort schapendoes, was erbij. Ze vertelde over haar angst voor het verloop en gaf aan zelf te willen uitstappen als het niet meer zou gaan. Zij was ook degene met wie ik het gesprek had gehad over de voors en tegens van een lang ziekbed of een snelle dood. Nu was alles doorgesproken met de kinderen, had ze nog vragen kunnen beantwoorden, dingen zelf kunnen regelen en kon ze er in berusten.

Dochterlief stuurde de kaart door. Na de crematie zou er een borrel zijn in het restaurant om het leven te vieren. Dat was haar op het lijf geschreven. Even is de Hof dan wel heel ver weg. Maar vannacht heb ik over haar gedroomd en van alles kunnen bespreken. Dat voelde erg goed bij het wakker worden. Het leek op de sfeer in het restaurant met haar alleen. Ik weet dat het zo beter is dan almaar in angst te moeten zitten over zaken die een plotselinge wending kunnen nemen en waar je geest geen invloed meer op heeft. Ze zal nog lang bij ons blijven deze dagen. In flarden komen herinneringen boven drijven en zorgen er voor dat je bij tijd en wijle even stilstaat en wegdroomt, terwijl het leven van alledag verder gaat.

De klaprozen staan in allerlei stadia uitbundig te bloeien en gisterenavond stapte er een ooievaar over het veld naast ons achterland. Lief maakt tegen die tijd altijd een wandeling door De Hof om de nachtegalen en de koekoek te kunnen horen en de fazanten en tegenwoordig dus ook de ooievaar te begroeten.

Het leven van alledag. Mei is er vol van.