Overpeinzingen

Er is inspiratie genoeg

Gisteren de laatste bijna zomerse dag, volop zon en 27 graden. Vanaf vandaag wordt het wat koeler, niet zulke lage temperaturen als in Nederland, maar wel wat frisse laatste weken van april. Altijd al eigenwijs geweest, deze maand. April doet wat ie wil en daar valt niets aan te verhapstukken. Toch in de twee grote potten Lavatera Rosea en Oost-Indische kers gezaaid. De mix voor de bloementuin zaaien we begin mei uit. Lief heeft, omdat het nog droog was, de hele tuin gemaaid en in het bos vooral de paden, zodat er overal weer goed te lopen valt. Hij herinnert zich de oude structuur weer en vlecht daar zijn nieuwe ideeën doorheen. Het wordt een mooie beheerste en toch wilde tuin, niet te aangelegd, daar houden we beiden niet van.

Het etsen op het geschepte papier werkt toch een tikkeltje frustrerend. Omdat ik niet in zwarte vlakken kan werken en de lijnetsen te iel zijn in mijn optiek geeft het niet het gewenste resultaat. Dus op zoek in het atelier naar wat er nog voor papiersoorten lagen. Zoekt en gij zult vinden, ziedaar grote vellen A3 Khadi-papier. Toch geschept papier, weliswaar niet van eigen hand, maar heel stevig en goed te gebruiken. Daar houdt de zwarte weggepulkte tetra het wel op. Ik begon onmiddellijk weer enthousiast te worden. Zo werkt dat dus. Goed papier en een etspen die veel scherper is dan de prikpen is voldoende voor het oproepen van hernieuwde energie en inspiratie. Ik ets de foto na en ben tevreden over het resultaat, al was het worstelen met het vochtig maken van het papier, omdat er in de Datsja geen kraan is maar slechts een fles met water. Vandaag dus met de grote vellen aan de slag, op maat scheuren en bevochtigen, dan is er morgen genoeg voorradig. Op de foto zie je de eerste op zelf geschept papier, de tweede op Khadi-papier en de derde, wat er van over is, op zelf geschept papier met een zwart vel eronder. Zo kan het natuurlijk ook.

We hebben de lantaarn uit de stalletjes schoon gemaakt en ze staat nu te pronken op het terras. Er moet alleen nog een kaars in. Op Google maps kwam de voorkant van ons huis voorbij toen ik op zoek was naar een eventueel winkeltje in ons dorp. Het is nog steeds onzeker of het er nog is. De foto’s zijn van vier jaar geleden.

Paul van Ostaijen is in Berlijn. Het zijn boeiende en zeer onrustige tijden zo rond 1919. Hij is er in een groot gezelschap van kunstenaars, dichters en schrijvers. Politiek is er veel reuring en Paul houdt er niet van, wordt ook mismoedig over het telkens weer een streep door de rekening van partijen die het internationalisme nastreven in de kunst, waarbij de Vlamingen zelfs beschuldigd worden van het hebben van nationalistische denkbeelden. Het valt hem tegen dat er zoveel onmin leeft in de verscheidene kringen waar hij komt. Er zijn veel rellen en dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Ben benieuwd hoe dat verder gaat.

De rozemarijn heeft zo’n lief en prachtig in elkaar geknutseld bloemetje, de moeite waard om eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. Bovendien zijn ze eetbaar. Dat gaan we sowieso uitproberen en de blaadjes van het kruid kunnen in de olijfolie, waarna ze naar een maand te gebruiken zijn in je gerechten. Ook dat is een leuk experiment. Hier en daar wat verschillende soorten olie maken. De natuur geeft toch overvloedig. Bij het beeld met de kruik zag ik drie takjes Onze Lievevrouwebedstro, een van mijn lievelingsplantjes en een goede bodembedekker. Als ze straks bloeit maak ik er ruikertjes van voor in de linnenkasten. Ook al lang niet meer gedaan. Zo borrelen de ideeën op. Niet zo vreemd, want er is inspiratie genoeg.

Overpeinzingen

Met zijn grote hart en gouden handjes

‘Beschrijf iets positiefs wat een familielid voor je heeft gedaan’, vraagt wordpress aan mij en daar kan ik maar een antwoord op geven, ondanks alle andere goede hulp van allerlei andere lieve familie. Juist omdat het zo’n grote verandering was in mijn leven en het de broodnodige entourage gaf om geheel tot rust te komen na de woelige jaren van weleer.

Ik had een volkstuin. De oude had een tuin ernaast en een groot huis erop, maar ik begon met alleen een veld vol butsen en onkruid, gras en plastic zakken, door een vorige bewoner achtergelaten. Een en ander moest dus nog ontgonnen worden. Dat lukte met wat hulp hier en daar best. Ik wilde vooral ronde vormen in mijn tuin, zachte ronde vormen voor de bedden. Op dat moment was het leven daarbuiten al hoekig en scherp genoeg.

Van een kennis had ik hun schuurtje uit elkaar mogen halen samen met de oude en dat hout was met vereende krachten en de zonen en schoonzonen over de sloot geholpen. Ze lagen een winterlang onder een zeil en boden zo een uitstekende overwinterplek voor de ringslang die als dank zijn oude jas had achtergelaten. Op een dag kwam broerlief eens een kijkje nemen. Hij zag, mat en schatte in, bekeek het hout, de drassige grond en in zijn hoofd gingen allerlei radartjes aan de slag gebaseerd op werkervaring en kennis, die hij in de loop der jaren had verzameld.

De basis werden vier ronde kolommen gevuld met beton tot op het zand, daar zou het huis op kunnen blijven staan in die zachte veengrond. Iedere dag kluste hij, vaak in zijn uppie, soms met hulp, een prachtige fundering bij elkaar. Er werd een dag geregeld waarop de rest van de familie hun steentje, of liever gezegd hun latten kwamen bij dragen voor de opbouw, waarna hij weer verder kon met bedenken. Zo werd afgebroken schuurtje op het fundament de basis voor het huis. Daarna werkte hij gestaag door tot er tot in de details een hoogwaardig huisje stond, compleet met openslaande deuren, ruimte voor de ezel en een bedbank, een piepklein keukentje. Op maat gemaakte ramen en een kleine houtkachel.

Ik voelde me de koningin te rijk. Daar kon mijn grote klus beginnen. De sporen van het verleden een plek geven en verwerken in alle rust onder de appelboom. Die had ik van de kinderen gekregen en ze was met haar dubbele stam uitgegroeid tot een eigen versie van de appelboompjes van Vasalis, mijn lievelings-poëet, een aanzet voor de literaire tuin. Mijn lieve broer kwam nog wel eens langs om er even te genieten van een stukje rust, een stuk natuur en van zijn met eigen handen opgebouwde paradijs.

Toen het af was kwam er een groot feest voor allen die hadden meegeholpen om deze rijkdom te realiseren. Het huis werd aangekleed met mijn witte voile gordijnen die bij mooi weer opbolden uit de openslaande deuren, het toppunt van romantiek vond ik. Ach ja, die beelden in het hoofd. Ze zoeken allemaal een uitweg.

Daar op die plek kwam ik eindelijk tot rust. Stukje bij beetje, stapje voor stapje durfde ik het denkraam van alle dag, de chaos en de drukte, los te laten en leerde ik opnieuw de tijd te beiden.

Die kleine lap grond met dat door mijn broer vervaardigde huisje was de oase waar ik me in te drukke tijden spoorslags naar toe begaf. Even bijtanken, op adem komen, energie opdoen voor de volgende ronde. Een cadeau van grote waarde van die lieve broer met zijn grote hart en gouden handen.

Overpeinzingen

Zolang de stilte blijft

Zondagse rust verstoord door de bosmaaier. Waar zijn de zondagen van vroeger toen het enige geluid wat je hoorde het gekoer van de duiven door het doordringende gelui van de kerkklokken was. Hier in het dorp luiden de klokken elk uur en als de koster het op zijn heupen krijgt, ook nog om het half.

Hoera de klaproos is terug en, nog meer gejubel, bij de citadel groeit in de buurt van de rozemarijn een papaver. Dat betekent dat het weer de hof der herinneringen aan het worden is. De papaver brengt me terug naar onze moeder, die ze in haar stadse voor-en achtertuin had staan. De Acer is het symbool voor vriendinlief. De hop achter de stal herinnert aan een andere vriendin die te vroeg overleden is. Nog zie ik haar in de weelderige tuin glimmend van trots de mooie bellen aanwijzen op een mooie zomeravond. De rozemarijn staat voor de Franse avonden op het terras van de voormalige zijdefabriek, waar ze vlakbij in grote struiken stond te geuren. Daar hoort ook straks de zang van de nachtegalen bij. De ooievaars die hier in ieder dorp een nest hebben, horen bij het kleine Portugese dorp waar ik met mijn oude Laguna en de drie zonen doorheen reed op weg naar St André, een eerste buitenlandse reis na jaren. Zoveel nesten en weilanden vol statig stappende ooievaren had ik nog nooit gezien. De bloeiende salie laat me even op het balkon toeven in Nieuwegein. Die begint nu ook vast te bloeien. Hoog in de lucht waar de sperwers, de buizerds en de valken zwermen speelt het leven van de vader van onze kinderen zich af, met een luide kreet komt hij af en toe boven de hof cirkelen. Ter goedkeuring stel ik me zo voor.

Gisteren was ik begonnen met het maken van lijnetsen en het afdrukken ervan. Het blijft een experiment. Hoe nat moet het papier zijn, te nat is overduidelijk niet goed, te droog ook niet. Waar ik het tetra-laagje bij een tekening heb afgepeuterd, hecht het karton zich aan mijn nieuwbakken papier, werkt dus ook niet, hoe hou ik het papier consistent is nu de vraag. De hele middag was ik er zoet mee. Ramen open, volop zon dat prachtig door de bomen van het bos gefilterd werd. Het beeld voor de datsja werd onderwerp van een tekening. Het is te moeilijk allemaal, de tekeningen kunnen veel simpeler. Waar ik wel handigheid in krijg, is het afslaan. Voor de rest is het uitproberen en nog eens proberen.

Lief heeft uit de oude geiten-en-varkensstalletjes een prachtige oude buitenlantaarn gehaald. De kaars zit er nog in. Het is een groot en mooi exemplaar. Eenmaal schoongemaakt en afgestoft zal het in de avonden een sfeervol licht brengen. Tegelijkertijd maakt hij er een project van om de stalletjes weer wat begaanbaar te maken. Jaren lang stonden ze ongemoeid vol ondefinieerbare opslag een beetje te staan, maar nu is er weer het plezier om er een toegankelijker geheel van te maken. Oude daksintels gebruikt hij voor de vloer, tafeltjes schuift hij naar de kant, het hout wat boven op de deurtjes ligt, kunnen we straks misschien gebruiken voor een klimrek voor de blauwe regen, die de buurman grondig maar gelukkig niet in z’n geheel heeft verwijderd. En zo puzzelt hij door, schilderen noemt hij het ook.

De zwarte houtbij is van slag omdat we op het terras de ventilatoren hebben aangezet. Hij komt alleen nog in de buurt van de balken om te kijken of de situatie weer normaal is, maar de luchtstromen zijn hem te sterk en dan dwaalt hij gelukkig weer verder.

De bosmaaier is stilgevallen. Daar is de zondagsrust. Nu alleen nog genieten, zolang de stilte blijft.

Overpeinzingen

De dames hebben nog wat stappen te zetten, lijkt me

Het was maar goed dat ik gisteren druk was met de papiermakerij. Een van de buurmannen had het kennelijk in zijn hoofd gehaald om de voorraad houtstook wat uit te breiden en was de hele dag, tot ‘s avonds aan toe, in de weer geweest met de elektrische zaag of met de draaibank. Als je het geluid van een bosmaaier kent, dan weet je ongeveer wat er te horen viel. Die klinken trouwens ook regelmatig door, want met de enorme afmetingen wordt er wat af gemaaid. Het was jammer want de wind stond gunstig en het geluid van de 6, de doorgaande weg van Pécs naar Szigetvár, was veel minder te horen dan aan het begin van de week. De natuur trekt zich er niets van aan. Vogels laten uitgebreid hun trillers horen en de merels scharrelen nog steeds in alle rust hun kostje bij elkaar op het stuk land waar Lief de grond heeft omgewoeld.

De stapel geschept papier bestaat nu uit drie soorten. De eerste grove, de tweede die lichtgrijs is en de derde is hagelwit gebleven. Er zou vandaag of morgen met oude tijdschriften nog een experiment te gaan zijn, eer ik met het gras en onkruid kan beginnen. Straks ga ik beginnen met droge naald etsen in tetrapakken en afdrukken met behulp van de pasta machine

Lief is aan het ‘schilderen’ in de tuin. Hij maakt een aantal plekken vrij voor bijvoorbeeld een bed met diverse soorten ooievaarsbek en een bed voor de hosta’s met de hortensia’s. Onder de bomen misschien wel azalea’s. Hij is er de hele dag zoet mee met een kalme tred en steeds even een kleine pauze, en om het werk te bewonderen en om op adem te komen. We zijn nou eenmaal ook geen drie maal zeven meer.

De biografie vordert gestaag. Paul van Ostaijen heeft net zijn debuut ‘Music Hall’ gelanceerd. Het is niet overal even enthousiast ontvangen maar men ziet duidelijk de vernieuwer in zijn werk. Geen zoete romantische gedichten meer, maar meer en meer in de sfeer van de gedachtenwereld van de internationale Avantgarde. Modern, uitdagend of simpelweg onbegrijpelijk. Ik ben zo benieuwd hoe hij er uiteindelijk toekomt om de typografie te gaan gebruiken die in zijn werk zo herkenbaar aanwezig is.

Er is een vreemde discussie gaande op twitter. Als je geen kranten meer leest en alleen de nieuwe Groene elke week ontvangt dan sprokkel je op de social media het nieuws bij elkaar. Helaas komt er dan ook wel eens iets naar boven van een onderwerp waar de interesse niet aanwezig is. Dit keer werd mijn aandacht toch getrokken omdat het ging over het enige programma waar we hier graag naar kijken. De afleveringen met Sophie Hilbrand van het programma Sophie en Jeroen. Twee dames die zich The housewifes van ~Amsterdam noemen hadden het bestaan om zich vilein of zelfs nogal grof uit te laten over het uiterlijk van Sophie. IJzersterk van sophie om beide dames uit te nodigen en het onderwerp: ‘Het vrouwelijke schoonheidsideaal’ aan te snijden. In een oude Zin, die hier op een stapel ligt als tussendoor-inspiratie heeft Stef Bos het toevallig over ouder worden. Hij was op zoek naar de wortels van de bekendste Afrikaanse dichter Leipoldt. In een van de dorpen waar hij zocht zat een prachtige oude man onder een boom. Ze hadden een gesprek over het dorp, het land, de schoonheid en de lelijkheid van de mensheid. Hij deed er de inspiratie op voor twee liedjes. Het laatste lied luidde:

Als ik oud word wil ik oud zijn/geen gladgestreken plooien en geen uitgewiste sporen/Van geluk en verdriet/Een landkaart wil ik zijn/Waarop je mijn leven kunt lezen’

De kracht die zijn karakterkop uitstraalde liet mij de schoonheid van verval zien en de meerwaarde van het ouder worden.

Hij mijmert nog wat door en komt bij Bruce Springsteen uit met al zijn retoucheringen. Een man die jong wil blijven. Hij betreurt het dat hij er niet meer zo ruig uitziet, als zijn muziek klinkt en hem beroert, maar zal hem niet afvallen, want “Iedereen blijft voor mij bestaan in het beste wat hij ooit heeft gedaan’.

De dames hebben nog wat stappen te zetten, lijkt me.

Overpeinzingen

Een uitgelezen kans om nog even door te draaien

Heerlijk. Maak een ‘to don’t’-lijst oppert de planner om het kalmer aan te doen. Een doe-niet-lijst. Hoe grappig om die te bedenken. Ik wil zeker niet parachuut springen, hoge bergen beklimmen, wildkano varen, gletchers afdalen, of dichterbij huis, op een kantoor werken, überhaupt nooit meer moeten werken, nooit meer vuurtje stoken, nooit meer tinnitus hebben, nooit meer last van benauwdheid hebben, uhhh…Nooit meer…Als je er over na gaat denken dan kom ik niet eens zo ver. Wat wil ik eigenlijk niet. Normaliter sta ik open voor alles. Maar vanuit milieuoverwegingen wil ik niet heel graag meer vliegen, verre landen bezoeken overzee, veel minder vlees eten.

Wat wil ik wel. Meer het eigen gezin, meer familie, meer vriendinnen bezoeken, meer schrijven, meer bewegen, meer videobellen, meer lezen, meer mooie plekken gaan bekijken, open staan voor ontmoetingen, meer zingen, meer lachen, weer ruiken, weer smaak hebben, meer schilderen, meer etsen, meer scheppen, meer leven, tja wat niet eigenlijk.

Dan valt er nog een onderscheid te maken in wat onzin is, de tinnitus en de benauwdheid gaan niet weg, de eerste bovengenoemde zaken komen niet eens aan de orde, de reuk en de smaak komen niet terug. Daar valt niets aan te doen. De andere dingen heb ik zelf in de hand, maar daarbij komt de factor tijd om de hoek kijken, de factor energie en natuurlijk de locatie.

Nee een beter lijstje zou zijn: Denken in mogelijkheden onder de gegeven omstandigheden. Ik ben er van overtuigd dat dat rust zal scheppen. ‘Je kan geen ijzer met handen breken’, fluistert mijn moeder in mijn oor en ‘Iedere dag een naadje is een hemdsmouw in een jaar’. Maar dan hebben we nog een probleempje om te tackelen. Die malende molen boven in mijn hoofd. Ze staat niet stil. Ze ziet alles, hoort(bijna)alles, associeert, verbindt, bedenkt, werpt op, werpt tegen, omarmt alles tegelijk als het zo uit komt. En toch…

Gisteren hadden we bedacht dat we naar een volksmuseum hier drie kwartier vandaan zouden gaan, maar vanmorgen liep het volledig anders. Eerst de geweekte kranten tot pulp malen met de nieuwe staafmixer, vervolgens de doekjes waarop het geschepte papier moest drogen op maat knippen en dan scheppen, buiten in het zonnetje. Al doende leert men. Dus was de eerste te dik, de tweede te dun, de derde te oneffen en de laatste vijf, last but not least, waren eindelijk precies goed. Nu nog kijken hoe ze drogen. Er is nog een dingetje. Ze zijn grijs, minder mooi bij het afdrukken van de etsen. Toch goedkope keukenrollen? Of aan de slag met het betere werk het pulpen van onkruid, gras en wat er zo al meer op de composthoop belandt. Dat gebeurt met inkoken met soda en fijn malen. Ik zal eens een filmpje opzoeken. Lang leve internet.

Na het kijken van een video van Cory Morrison die stap voor stap op Youtube laat zien hoe papier maken van gras in zijn werk gaat, besluit ik dat in ieder geval ook te gaan doen. Ruimte om te experimenteren is er en er is gras te over. Lief kruidt dagelijks minstens zo’n tien kruiwagens vol onkruid en gras naar de composthoop.

Dat bedoel ik nou met die malende molen bovenin. Het loopt nooit zoals gepland. Dus geen lijstjes, gewoon gaan en doen en ingevingen achterna lopen. Dat is ook veel meer zoals ik eigenlijk het beste functioneer en wat het creatieve gedeelte stimuleert. Daarna met regen weer eens naar dat museum in Zengövárkony. Alhoewel…Daar is een authentieke weverij en een tentoonstelling over beschilderde eieren. Voor mijn molenhoofd een uitgelezen kans om nog even door te draaien.

Overpeinzingen

Goed om te weten

Ik zit weer op mijn lievelingsplek, buiten aan de tafel op de veranda met uitzicht over de groene oase voor me. Gisteren stond er een gemene koude wind. We zijn nog steeds druk bezig om huis en tuin in orde te maken, dus er is nog niet de drang om er op uit te trekken. Bovendien zit ik nog altijd vast aan mijn dagelijkse leessessie, waar Pol van Ostaijen inspiratie zoekt in de Music Hall, een oord van Lering ende Vermaeck en dan vooral dat laatste. Gisteren hebben we de grond voor het huis aangepakt. Dat betekende maaien met de handmaaier, wat goed heeft uitgepakt. Een goede keuze. Daarna moet de geul of de goot leeg geschept en schoongeveegd. Iedere bewoner wordt geacht zijn of haar deel vrij te houden van rommel, zodat regen en alles weg kan lopen.

We zijn erg in onze sas met de handmaaier, die duurzaam is en minstens de sportschool uitspaart. Hij is er alleen voor de kleinere stukken. De damesmaaier heeft het vorig jaar begeven met de aanpak van Lief, die haar hanteerde als een bosmaaier en er mee heen en weer zwaaide.

Gisteren heb ik de op zolder gevonden sinaasappelhandpers uitgeprobeerd en ze werkt nog steeds als een tierelier. Met vier sinaasappels hadden we twee heerlijke glaasjes jus d’orange. Het waren, dacht ik , geen echte perssinaasappelen. Lief heeft de schillen allemaal afgekloven, omdat hij het zonde vond van dat vruchtvlees.

De zwarte houtbij helikoptert zwaar ronkend de hele tijd al rond de balken. Ik stel me zo voor dat hij verlekkerd kijkt naar eventuele mogelijkheden voor een goed nest. Hij wel, wij niet. Eergisteren was het wijfje er ook, kleiner van stuk en even zwart. Inmiddels is eveneens het vlinderseizoen begonnen. Er vliegen prachtige exemplaren rond, maar ze zijn vooralsnog moeilijk vast te leggen. De koninginnenpage kwam al voorbij en een hele grote gele vlinder, die ik nog niet thuis heb kunnen brengen, maar de dagpauwogen, citroenvlinders, de koolwitjes en de zandoogjes in alle kleuren zijn er te kust en te keur. Lief zag het kleine boomblauwtje.

De pioenrozen staan dik in knop, ze worden druk bezocht door de mieren die de luizen melken of in ieder geval naar ze op zoek zijn. In de kruidentuin ontdekten we de Kompassla, een wilde slasoort. Een giftige plant die de zeldzame kompassla-uil aantrekt, een vlindersoort met onder andere de namen: Hecatera chrysozona of Hadena Dysodea. Die naam heeft hij vermoedelijk, omdat Hecate de God van de onderwereld was. Dysodes betekent: vies ruikend. Neus dicht dus. Maar ze bezoekt de planten pas eind mei tot half augustus. Of de plant zolang mag blijven is de vraag. Ze groeit tegen de klippen op.

De pulp voor de tweede poging papier te scheppen ligt in de week. Met de staafmixer zal het beter gaan. Kleuren kan eventueel met ecoline, tipte een lieve vriendin. Handig om te weten. Nu kijken of ik straks een rolletje van die dunne vaatdoekjes op de kop kan tikken. Daar kunnen ze heel makkelijk op drogen. Mijn pers is een plank met een grote steen erop. Die zijn hier aardig voorhanden.

Als we voor bezig zijn komt ‘Jonnie’ vaak langs met zijn fiets. Hij spreekt alleen Hongaars en verder met handen en voeten, als hij de fiets niet in evenwicht moet houden. Lief kent hem al veel langer. Door de Palenka is hij achterop geraakt. Hij woont verderop in de straat en vraagt ons of we nog iets kunnen missen. Lief zijn schoenen en het oude beddengoed neemt hij dankbaar mee. Zo schrijnend eigenlijk. Dan schaam ik me bijna voor de welvarendheid van mij en de andere bewoners in de straat. Het zijn keuzes die het leven bepalen, maar soms heb je daar geen vat op of maakt een ander die voor jou.

Nog een ander heuglijk nieuwtje. Het winkeltje aan het begin van de straat is weer open. Toen de vrouw die het bestierde ziek werd, is het lang gesloten geweest. In nood is er dus altijd voorraad dichterbij dan Szigetvar. Goed om te weten.

Overpeinzingen

In het geheel

Post uit Nederland. De Groene ligt in de brievenbus. Altijd een welkome drager van het nieuws, de schone kunsten en de wetenschap. Buiten is het zonnig maar fris door een stevige bries. Ben toch maar naar de keukentafel gevlucht, met uitzicht op de fluweelbomen en de uitbottende druif over het prieel.

In de biografie van Ostaijen is de eerste wereldoorlog uitgebroken en de aanloop naar dat gegeven toe brengt eenzelfde onrust als de huidige gebeurtenissen in de wereld. Beloften die gedaan en onmiddellijk weer verbroken worden, verbonden die worden gesmeed in het geniep, bevolking die ondergeschikt wordt gemaakt aan het uiteindelijke doel. De veranderingen in de mensen ook. Het gif dat zich langzaam in het denken uitbreidt door valse berichten, hele en halve onwaarheden en dat alles valt me zwaar te moede. Maar ja. De dagen van mijn leestijd zijn geteld, veertig bladzijden per dag, nog achttien dagen te gaan en ik wil het boek uithebben voordat de bijeenkomst is. Het is de tijd van toen die een stempel drukt op de tijd van nu en tegelijkertijd de discrepantie met het vreedzame retraite-bestaan hier.

In een van de bladen van mijn dochter komt de achterstelling van vrouwen aan bod in de literatuur en in de kunst. Vrouwen die nauwelijks genoemd zijn en bij doorbraak vervolgens de vooronderstelling ‘geen goede moeder’ opgeplakt kregen zoals Toorop overkwam. Een beoordeling was sowieso altijd al gemankeerd omdat sommige ‘kunstkenners’ niet eens de moeite namen het werk te bekijken als het door een vrouw gemaakt was. In de schildercursus onder leiding van Mieke Siemons was er een kwartaal bij, waarin we een ode wilden brengen aan de vergeten vrouwen in de kunst. Vooral de leerlinge, muze en maîtresse van Rodin, Camille Claudel is me bijgebleven, die een hele tijd onmisbaar was voor de beeldhouwer en met haar talent een aanvulling op zijn werk was. Later trok ze zich verbitterd terug en voelde zich gebruikt. Ze maakte nog diverse prachtige sculpturen, maar werd door haar broer Paul in een inrichting opgesloten, verguisd door haar moeder en de hele familie. Een triest verhaal omdat de maatschappelijke kritiek op vooral het feit dat ze vrouw was, daaraan in hoge mate heeft bijgedragen.

In een ander nummer krijgen we in de rubriek ‘Het leven van’ een inkijk in het leven van Tove Ditlevsen, de Deense schrijver en dichter, door Liddy Austin. Als ze in 1966 wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek om af te kicken van de alcohol en de barbituraten eist ze dat ze wel haar typemachine bij zich mag houden. Daar schrijft ze de eerste twee delen van haar memoires, die uiteindelijk als trilogie wordt afgerond. Als ze in haar jeugd ervan droomt om schrijver te worden, schampert haar vader Ditlev: ‘Meisjes kunnen geen dichter zijn’. Het zijn dit soort opmerkingen die het achterstellen van vrouwen in de kunst, vaak achteloos opgemerkt, initiëren. Geboeid door dezelfde problematiek als in het eerste blad aangehaald, lees ik door. Het is soms hartverscheurend wat ze schrijft. ‘Mijn kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’.

Die hulp vindt ze als ze een baan krijgt als redacteur voor het literaire tijdschrift van Viggo F Møller, die 33 jaar ouder is dan zij, maar waar ze, na een podium voor haar verzen en een debuut, mee in het huwelijk treedt, waarmee haar entree in de literaire wereld compleet is. Maar de waardering blijft uit. Dat voelt ze als een miskenning. Na vier ongelukkige huwelijken en steeds weer de hang naar verslavende middelen neemt ze een overdosis slaapmiddelen en schrijft in haar afscheidsbrief: ‘Er is meer reden om te rouwen over mijn leven dan over mijn dood’. Het trieste van dit alles is dat haar begrafenis wordt bijgewoond door duizenden fans, meer dan voor welke Deense schrijver ooit. Vorig jaar juli lanceerde Jens Andersen haar biografie.

Het menszijn centraal stellen en het talent. Wat zou dat een balans brengen in het geheel.

Overpeinzingen

Lang genoeg gelummeld en gezeten

Het schiet niet op vanmorgen. Voor het eerst in een lange tijd pas om negen uur wakker, weliswaar met tussenpozen, maar toch. Wonderlijke dromen over een warenhuis waar een modeshow annex optocht in het wit gehouden werd, mijn dochter die ik daar uit het oog verloor en een wonderlijke keur aan kleren en lappen die het net niet helmaal waren. Dwalen door dromenland, ik doe het graag, maar van deze werd ik wat onrustig wakker. Laat met alles, dus nog niet klaar met Polleke van Ostaijen, de puzzel maar half, inmiddels wel ontbeten met een eitje en Lief, die in zijn kalme tropengang al negen kruiwagens heeft weg gekruid. Ja, ja het land vraagt, roept en schreeuwt hier en daar om aandacht. En ik rust op mijn lauweren. Het is de overgang van de relatieve kou in Nederland en de subtropische warmte hier. Het maakt lomer, om niet te zeggen slomer.

Het tweede probeersel papierscheppen is iets beter gelukt dan de eerste maar op alle fronten te grof om er daadwerkelijk wat mee te doen. We liepen in de grote supermarkt die haar ketens overal ter wereld volgens hetzelfde concept uitbaat en vonden bij de gebruiksvoorwerpen zowaar een Staafmixer met toebehoren voor de somma van 20 euro. Dat schiet lekker op. Daar kunnen we wel mee uit de voeten. Het atelier begint langzamerhand op mijn keukenkast te lijken. De pasta-machine voor het drukken, de staafmixer voor het maken van echte pulp…Het moet niet gekker worden. Nog eens wat filmpjes er op nagekeken en om een mooier resultaat te krijgen kan je de gezeefde en uitgelekte pulp nog persen. Ik zal eens zien.

Vanmorgen hoorden we een vogel die we niet goed thuis konden brengen maar die iedere ochtend wel een aantal trillers laat horen. De vogel-app gaf de zanglijster aan. Vol verbazing opgezocht en inderdaad, een voltreffer. Overduidelijk de zanglijster. Die hoor je bij ons in Nederland bij lange na niet meer.

Een appje van de oudste zoon met schattige video’s in Playhood, Amsterdam. Er zijn allemaal na te spelen locaties. Een winkel, een politiebureau, een hotel etcetera, compleet met verkleedkleren. Erg grappig ziet het eruit en het doet me terugdenken aan de projecten op school, waarbij we ook situaties nabootsten die verifieerden met de realiteit. In het speelhuis waren bijvoorbeeld echte potten en pannen aanwezig, voor de thee een biedermeier-kringloop serviesje. Bij een project over groenten, een groentenkraam compleet met geverfd fruit van klei en echt nepgeld, weegschaal, kassa. Bij een gezondheidsproject de wachtkamer en de kamer van de dokter, compleet met stoelen op een rij en oude magazines om te lezen en voor de dokter een stethoscoop en de mogelijkheid om rontgenfoto’s te bekijken, lichtbak incluis evenzo als de oude foto’s. Altijd grote trekpleisters. Maar hier kon je zelfs boefje spelen op het politiebureau, een cliché streepjespak voor de entourage en een echte boevencel met ontsnappingsmogelijkheid.

Zuslief is weer naar Reggio in Italie waar ze haar cursisten laat kennis maken met de visie van Reggio Emilia, die een duidelijke kindvisie centraal stelt omdat ieder kind een eigen manier heeft om te leren, omdat ze allemaal leergierig en nieuwsgierig zijn. Wij leerden in de jaren negentig, toen we daar heel erg mee bezig waren en alles uit de kast trokken om er meer over te weten te komen, vooral wat we aan de leeromgeving moesten doen zoals het inrichten van de ruimte, de voorhanden zijnde materialen en, cruciaal, het volgen van de uiteenlopende manieren van hun ontwikkeling en het anticiperen daarop. Daaruit werden die rijke projecten geboren en niets was ons te dol. Daar hebben we lang op voort mogen borduren. Schaven en vijlen, passen en meten tot het staat als een huis binnen het Jenaplan.

Zo, nu ga ik eens in de benen. Het wordt tijd. Lang genoeg gelummeld en gezeten.

Overpeinzingen

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Gisteren vierde de oudste kleinzoon zijn verjaardag voor de familie. Het zag er gezellig uit met al die krioelende kleintjes van ons onder de aandacht van kleinzoon en zijn stoere vrienden. Hij was enorm in zijn schik met de zitzak die hij van de familie had gekregen. Zijn broer, de spring-in-het-veld, heeft de hoofdrol in de musical op school. Fijn zo’n mentale opsteker. Een mens heeft af en toe de veren nodig om verder te kunnen. Lieve berichten van het thuisfront. Foto’s, kattebelletjes, videootjes, ze worden dankbaar onthaald.

Een arme kip of haan van de buren heft om het uur ongeveer een lied van treurige tonen aan, een hele hoge, bijna in falset, en eentje een octaaf lager. Als je er op gaat letten wordt je er tureluurs van. Het klinkt klagelijk, ongemakkelijk ook. Daarnet ben ik gaan kijken wat het nou daadwerkelijk was. Het bleek echt de haan te zijn en hij roept om zijn kippetjes die de buuf in een ander hok heeft gezet. Het is wat hoor. Moet je juist in de lente de natuurlijke drang onbeantwoord laten. ‘Klaaglied om Agnes’ heet het van nu af aan.

De irissen bloeien. Wow, ze zijn toch altijd van een bijzondere schoonheid. De druif begint aardig uit te lopen en ook de vijg doet een duit in het zakje.

Tussen alle bedrijven door scheurde ik gisteren de laatste papieren van de keukenrol en ook de rol zelf moest er aan geloven. Klein snipperen, water erbij tot het pulp wordt. Handje helpen door te kneden en te knijpen, helaas is hier geen mixer of staafmixer, in de bak een nacht laten weken en dan gaan koetsen, dit is scheppen met je zeef en het omkieperen op een doek. Alles met moed, beleid en trouw, dus anders dan ik het de eerste keer in de haast deed. Nog niet helemaal goed gelukt, nu eerst maar op zoek naar de mixer. Bovendien las ik iets dat nog veel interessanter is en eigenlijk ook logisch. Alles wat een vezel heeft is geschikt om papier van te maken. Onkruid of gras bijvoorbeeld. Wel eerst koken met zilversoda en dan het hele proces zoals hierboven beschreven, nadat je de zilversoda eruit heb gespoeld, anders veroudert je papier te snel.

Paul van Ostaijen, Zot Polleken zoals hij door zijn klasgenoten wordt genoemd, is inmiddels met zijn ouders verhuisd naar het platteland, waar hij deelneemt aan een literaire en culturele club in een dorp verderop en daar neemt zijn leven weer een nieuwe wending. Het blijft boeiend.

Lief ging boven op de zolder kijken, waar nog een hoop keukengerei in het ketelhok scheen te liggen. Ooit van iemand geweest die hier in de buurt gewoond heeft en even een opslag zocht voor dit klein grut. Nooit meer opgehaald, zoals het zo vaak gaat met iets wat je uit het oog verliest. Het raakt vanzelf in de vergetelheid of de belangstelling is verlegd en dan is de herinnering eraan ook tanend. Wat ik er uitvis, een mooie sinaasappelpers, een bakblik en wel een soort mixer vermoed ik, krijgt een nadere inspectie op bruikbaarheid. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Overpeinzingen

Is er iets mooiers denkbaar

De ochtend was al bijna voorbij. Lief was achter met een struik rozemarijn bij de datsja bezig om deze te vrijwaren van onkruid en ik las verder in de biografie van Pol, lees Paul, van Ostaijen. Wat een boeiend verhaal en dan met name de revolte van de jonge Vlaamse studenten tegen dat bolwerk van het katholicisme, hun scholen en het dogma, dat ze hen op wilde leggen. De vrijdenkers Tolstoj en Serrer inspireren. Zijn hang naar persoonlijke vrijheid is groot. Vooral dat zorgt ervoor dat ik me verlies in de woorden. Vergat er zelfs door te schrijven. Het is een onhandig boek, want te dik om ter hand te nemen of tegen je knieën aan te laten leunen als je op bed ligt. Je leest het rechtop aan de tafel en misschien is daardoor de concentratie nog net een tandje hoger, wie zal het zeggen.

Het belet me niet om af en toe op te kijken en de natuur in ogenschouw te nemen en ineens zie ik een gifgroene grotere salamander of hagedis dan de bruine van vorig jaar, van de dakpannen oversteken naar de vijgenboom. Ik knip een onduidelijke foto waarna hij schielijk in het struweel verdwijnt. Natuurlijk speuren we de bronnen na, wat of het geweest zou kunnen zijn. Hij was groter dan de kleine bruine exemplaren die zich bij mooi weer koesteren in de zon op de dakpannen en haastig wegschieten zodra je in de buurt komt.

Vandaag hebben we overlegd met de broer van Lief om hem en zijn vrouw onze bibliotheek aan te bieden als slaapplek. Ze willen langs komen in Mei. Een uitgelezen moment om dit grote huis weer open te stellen voor logees, zo het uitkomt. Boven op de grote zolder staan twee ouderwetse maar goede metalen bedden met een prima spiraal. Daar kopen we nieuwe matrassen in, beddengoed ter aanvulling en zie daar. Er staat zelfs nog een rococo-kaptafeltje. We zullen zien wat deze lente aan meerwaarde brengt.

Bij aarzelingen over eventuele te maken plannen heb ik veel aan een uitdrukking die ik tegenkom in een van de bladen van dochterlief. ‘Zo niet nu, wanneer?’, oftewel ‘If not now, when’. In de tijd van corona is dat isolement er hier zo’n beetje ingeslopen en als je niet meer gewend bent om visite te ontvangen kan een drempel steeds hoger worden. Maar ik vind het heerlijk om mensen uit te nodigen, nu ik er de tijd voor heb, en ze deze prachtige kant van dit weidse land kan laten zien. Vorig jaar is er een kiem gelegd door dochterlief en haar gezin en de vriendin van lief, die hier haar eigen huisje had. Nu kunnen we stap voor stap gaan uitbouwen.

De uitdrukking bezigen is een prima manier om eventuele beren op de weg op te ruimen en schoon schip te maken. Bij flitsende ideeen volgt zo dikwijls ‘Ja, maar…’ en dan komen er allerhande bezwaren waardoor je van het idee kan worden afgebracht. Geen uitstel meer, maar er voor gaan. Ik vind het een mooie geestkracht, een bron van nieuwe energie. Een logeerkamer betekent mensen over de vloer, een nieuw elan, een huis vol leven en daar tussenin weer de broodnodige rust. Balans zoeken, verlangen vervullen. Is er iets mooiers denkbaar.

Overpeinzingen

Ook in jezelf

Als het kon, dan zou ik het zonlicht vangen in een doosje en jullie kant opsturen, zodat de regen van schrik de kuierlatten zou nemen. In de ochtend op het terras zitten, lief door de brandnetels te zien kruipen om de vijg ervan te vrijwaren, een rouwkwikstaart te zien scharrelen onder de bloeiende rozemarijn, te snel weer weggekwikt zonder foto als bewijs, dikke vliegen hun pootjes te zien wassen op de rand van de bank tegenover me, dat betekent zon in de meest zonnige momenten die er zijn. De onthaasting van een vroege morgen.

Vanmorgen om acht uur al stond er een mijnheer voor het hek en riep tot drie maal toe ‘Jona pot’ eer lief zijn laarzen had kunnen aantrekken. Of hij de caravan, de kocsi, kon kopen, waar hij een speelplek voor zijn kleinkind van wilde maken. Het was een allervriendelijkste man en hij mocht even met eigen ogen aanschouwen dat de vermeende caravan nooit meer op eigen houtje mee te nemen zou zijn, anders dan met flinke verbouwingen aan bomen en tuin en takelwagens, met haar banden die zo plat als een dubbeltje zijn. Lachend begroette hij ons weer. ‘Vislat’-Tot Ziens’.

De vogels in de gaard zijn naarstig op zoek naar elkaar en naar een plek om nesten te bouwen. Ze dartelen, buitelen en scheren om elkaar heen en achter elkaar aan. De lucht is zwanger van de liefde, die er opbloeit om ons heen. Of is het lust. Zouden vogels wel een vertederd gevoel voor elkaar kunnen hebben of is het alleen maar de natuurlijke drang tot paren en voortgang. Een gevederd gevoel is er zeker.

Denken in mogelijkheden. Wat te doen als er een kamer boven is en iemand te slecht ter been om dat aan te kunnen. ‘Ik ga wel in een hotel’, zei de persoon in kwestie. ‘Welnee ben je mal’, was mijn gedachte. Lief vond het lastiger, kent de situatie om niemand op te schepen met extra werk of overlast, iets wat nou eenmaal in de aard van het beestje zit. Bescheidenheid met een hoofdletter. Maar wat als de gulle ontvanger daar totaal geen moeite mee heeft en als oplossing een van de drie kamers beneden voorstelt. Bovendien, als je de 75 bent gepasseerd dan mag je Bescheidenheid best laten varen en vertalen naar ‘Wat vinden de luitjes er zelf van’. Dit luitje vind het een fantastisch idee.

Ziezo, het lag in de week en werd steeds roziger van kleur. ‘Ooit is het een slaapkamer geweest’, mijmerde Lief, ‘Lang geleden’. Er trokken vast allerlei beelden voorbij, want de glimlach en de peinzende trekken om zijn mond werden steeds zachter, milder, nog ontvankelijker. In deze omgeving is alles goedhartig omdat hier op dit stukje Hof de wereld zo vredig en lief is.

Ik lees over iemand die eigenlijk de beleving van de religie weer zou willen ervaren, maar dan zonder de dwangmatige wetten van het geloof. Bijvoorbeeld dat je niet met blote armen een kerk in mag. Een vriend van haar organiseerde een bijeenkomst in de herfst, waarbij iedereen een voorwerp dat hen aan dat jaargetijde deed denken, mee zou nemen. Terwijl de mensen naar voren kwamen met hun herfstschatten vertelde de vriend ter plekke herfstige verhalen, geïnspireerd door de meegebrachte objecten. Soms waren ze tussendoor ook gewoon stil en luisterden naar de geluiden die van buiten klonken, wind, regen alles wat herfst beraamde. Het voelde voor haar als de beleving in de kerk, tijdens een mis, maar dan veel intenser, zo met haar vrienden om haar heen.

Religie zit in ons, om ons heen, is overal. Het troostrijke is het kleine dat je om je heen ontmoet maar ook in jezelf.

Overpeinzingen

De beste stimulans

Lief schraapt de klinkers van het prieel schoon en het geluid ervan klinkt bijna vredig. Het gekras van het schrapertje over de stenen in een staccato beweging met daar doorheen het geluid van de zes, de doorgaande autoweg aan het eind van de straat en het gemoedelijke getjilp van de heggenmussen, een zonnetje erboven en de tuin voor me, een en al verstilling. Dat is het tempo waarin alles hier gaat. Kalmte zal U redden. De vriend die hier in Hongarije zijn woonstek heeft, zegt altijd als we bijna op de plaats van de bestemming zijn: ‘Niet te snel. Het tempo ligt hier niet zo hoog’. De essentie van het leven hier.

Vanmorgen heb ik maar eens een proefballonnetje opgegooid over een paar ideeën. Wat altijd werkt is iets nieuws een tijdje in de week leggen. Dan kan een ander er aan wennen en het zich eigen maken. De voortvarendheid waarmee je een en ander in werking wil laten treden moet er dan wel vanaf. Het komt. In eigen tijd, op eigen uur. Heb vertrouwen.

Gisteren belde broer van Lief. Ze komen in mei op bezoek. Hij kreeg zeker een uur lang een digitale rondleiding, huis en tuin, Datsja, bos en land werden aangedaan. Hij vond het prachtig. Een tipje van de sluier. Er klinkt luid gekras. Vorig jaar was dat de vraag die ons bezig hield. Welke vogel is dat, de app voor vogelgeluiden kon het niet thuisbrengen. Het bleek de gifgroene boomkikker te zijn. Nu is het wonderlijke diertje er weer en met meer dan je zou verwachten. Ze schetteren over het hele terrein in antwoord op elkaar, denken wij.

Het leven is gevuld met lezen en nog eens lezen. Tijdschriften van dochterlief, wat staan er mooie verhalen in, en zeker ook veel om bij stil te staan of over te kunnen mijmeren. Bijvoorbeeld: ‘Het besef dat mijn eigenwaarde losstaat van mijn prestaties, geeft misschien wel het meeste lucht’ of ‘staat ‘succes’ gelijk aan ‘goed’’,ook zo’n mooie doordenker. Misschien is het ook omdat de omlijsting bij het denken er zo prachtig inpast. Er is alle tijd om gedachten vleugels te geven. Het wordt niet gehinderd door de ruis van alledag.

Paul van Ostaijen vordert langzaam maar gestaag. Het komt door de dikte van de biografie, onhandig, niet te tillen, laat staan mee te sjouwen van ruimte naar ruimte. Maar zodra je met het verhaal bezig bent wordt je meegenomen naar de taalstrijd in België aan het begin van de vorige eeuw. De Vlaamse rebellen roeren zich en Pol, zoals hij genoemd wordt, is er een van.

In een van de tijdschriften stond een heerlijk gerecht. Gefrituurde aubergine, dito paprika, gefrituurde aardappelschijfjes en gefrituurde knoflook in een ketjapsaus met basmatirijst geserveerd. Iets om van te smullen. Een beetje vettig, wat het extra smeuïg maakte. Het komt uit een kookboek dat Chinese-ish heette en geschreven is door Rosheen Kaul en Joanna Hu. Gerechten geënt op de Oosterse keuken, maar net even anders. Het boek is een ode aan de samensmelting van verschillende culturen en identiteiten door middel van eten. Dat zou op andere vlakken eveneens moeten gebeuren.

Het was goed gelukt, ondanks het ontbreken van het maiszetmeel en de sesamzaadjes. Bovendien is het een uitdaging om er op voort te borduren. Een heerlijk hoogtepunt, dit uitleven in de keuken. Daar kwam dus een tekeningetje van voor het logboek.

Ziezo. Ik ga in de tuin verder waar ik gebleven was. Het elimineren van de wikke, sorry lieve plant, en het vrijwaren van de vaste planten. De vraag: ‘Waar is de verdwenen hortensia gebleven, blijft hangen boven het nog te doen lijstje. Een leuk mysterie is de beste stimulans.

Overpeinzingen

Een broodnodige balans

Het begint te wennen. De natuur om ons heen, diverse vogelsoorten, het kleine grut, zoals vlinders, bijen en hommels, het gekoer van de Turkse Tortel, de geagiteerde roep van de kip naast onze tuin, de sokkippen en de sokhaan die scharrelen op het achterveld van de buurman, de uitbottende bomen en Lief aan de kalme arbeid op het land.

‘Zet je zintuigen open en duik niet in je hoofd’ zegt het blad dat ik van dochterlief heb geleend. Dat is hier niet moeilijk. Als je goed naar de vogelgeluiden luistert, die in vele schakeringen aanwezig zijn, blijkt de putter er te zitten, horen we de zwartkop, een groenling, een roek en een boerenzwaluw. Lief had achter een lichte vogel gespot en vastgelegd en nu denken we dat het een jonge torenvalk is, gezien het uiterlijk en het geluid. Dat onderzoeken we verder nog. De buizerd en de sperwer vliegen boven het kale stuk gemaaide grond en Lief meende er kwarteltjes te zien of jonge fazanten. Merels en mussen behoren bij elke dag en vanmorgen dacht ik even al een nachtegaal te horen.

Aan vlinders vliegt het koolwitje rond, die zich te goed doet aan de bloesems van de vele wilde morellen, de dagpauwoog en het zandoogje. De zwarte houtbij, die grote helikopter, vliegt rond de balken van het terras. In de schemeravond zoeken de reeën de beschutting op van ons stuk bos bij de Datsja. Achteraan blijft het gras lang. Zo hebben ze plek om hun legers te maken, daar kan je ook zien dat ze geweest zijn aan de paadjes die ze getrokken hebben tussen de lange halmen. We zullen een keer eens dik ingepakt op de veranda van de Datsja gaan zitten om ze te spotten.

De vijg op het terras vult haar gesnoeide takken in rap tempo met het jonge frisse groen en de rozemarijn-struiken schieten in bloei. In het tuintje begint ook van alles door te komen en hier en daar moet ik de wikke, die alles overwoekerende strijder, elimineren om de andere planten een kans te geven.

Gisteren heeft Lief de maaimachine uitgeprobeerd en ik heb het atelier schoongemaakt en ingedeeld. Er is weer zicht op het hele land. Zo dobbert de dag in bewustzijn voorbij en geeft rust aan de geest.

Een proef-etsje op tetra mislukte gisteren min of meer door het natte papier van de juiste kwaliteit dat ontbrak. Dat wordt ergens een ritje naar Kaposvar om een en ander op de kop te tikken. Misschien kunnen we het gelijk met een bezoek aan de overdekte dagmarkt verenigen om wat Csalamadé op de kop te tikken. Dat is ingemaakte groente, die hier in grote potten wordt verkocht. Wel heb ik iedere dag een tekening gemaakt in mijn tekenjournaal. Dat probeer ik alle dagen hier vol te houden.

Gisteren kwam vriendlief langs en konden we de maanden, die achter ons lagen, een beetje bijkletsen. Hij was als klusjesman nog steeds erg druk met allerlei mensen, die zwembaden aangelegd wilden hebben of huizen uitgebouwd. De avond vloog voorbij.

De omgeving schudt haar veren en het leven neemt de wending, die de dagelijkse hectiek van het volle leven in Nederland buitensluit en de verwondering omarmt. In dit seizoen is het een weldaad, omdat we omringd worden door schoonheid. De behoefte aan krantenkoppen wordt gesmoord in het gefladder van een zandoogje die zich daarna koestert in de warmte van een stapel dakpannen aan de rand van het terras en meer van dit soort kleinoden. Alles wat helpt aan een broodnodige balans.

Overpeinzingen

Zo heeft alles een voor- en een nadeel

Op tweede paasdag reden we om een uur of tien richting Linz. De telefoon, de apple-car-play en ik hadden wat opstart-problemen. Auto op een Parkplatz, zoon even bellen, alles geprobeerd en uiteindelijk kwam ik op het lumineuze idee om de telefoon te resetten. Daar zat de kink. Daarna konden we onder de welluidende klanken van Boudewijn, de keuze van Lief, genieten van de zon, de betamelijke rust op de weg en het Beierse land.

Melk lag verder weg dan gedacht, maar toch niet meer dan vijf-en-een-half uur rijden. Zodra we het stadje inreden, waren we in de straat waarin ons appartement moest liggen. In ieder geval zagen we even daarvoor een afhaal-pizzeria die open was. Dat werd in het geheugen gegrift. Altijd handig met Pasen. Het appartement kende een sluitend systeem om binnen te komen met de aangegeven code in de mail. Daar zijn we niet de handigste in, vooral omdat we nogal voortvarend en naar eigen goeddunken te werk gaan. Na een belletje de verlossing. Gewoon te lang gewacht met opendoen van de zware deur.

De kamer was op de eerste etage en bleek prima te zijn. Een mooi, echt Oostenrijks bed met nachtkastjes en bijbehorende kledingkast, met patronen die leken op de beschilderingen van de Friese meubels in dezelfde kleurstelling. Het was buiten heerlijk zonnig. We liepen op ons dooie akkertje, na het lossen, naar de pizzeria en bestelden twee stuks, want we hadden geen ontbijt gehad en onderweg ook nog niets gegeten. Het smaakte heerlijk. Mijn ogen waren natuurlijk groter dan mijn maag maar lief zijn maag was gelukkig anderhalf maal zo groot. Daar ging de hele pizza en mijn deel grandioos in. Waar laat die jongen het. Het is te allen tijde beter dan weggooien.

Ook al was de rit voorspoedig verlopen, toch was ik moe. Misschien door het ingaan van de zomertijd, dat natuurlijk altijd een te grabbel gegooid uur kostte. Bovendien slaap ik de nacht in een onbekende kamer altijd onrustiger en ben vroeg wakker. Dat zit nu eenmaal in het beestje gebakken.

Bij binnenkomst was ons aan het eind van de straat een soort slot opgevallen. De vrouw des huizes, een vriendelijke, wat bescheiden, dame vertelde ‘s morgens bij het ontbijt, dat het een abdij was. Internet leerde dat de abdij nog volop in gebruik was met rondleidingen, vernissages en misdiensten. Het zag er in ieder geval indrukwekkend genoeg uit.

De volgende ochtend na een goed ontbijt begonnen we rond tien uur aan het laatste deel van de reis. Dat bleek ook al een fluitje van een cent. Rond Wenen en rond Budapest was het even wat drukker, maar voor de rest was iedereen in Hongarije in ieder geval Pasen aan het vieren. Het laatste deel van de rit bij Pécs moesten we wat dorpen door, maar verder hadden we alleen maar goed geoutilleerde snelwegen gehad. Bij de benzinepomp schaften we wat versnaperingen aan, want de supermarkten, zelfs de grote Lidl en Tesco, waren gesloten.

Bij het zien van het lange lint dat ons dorp eigenlijk was, werden we allengs opgetogener. Hoe zouden we alles aantreffen, is een vraag die altijd in ons achterhoofd zit, ook al hebben we de wetenschap dat onze trouwe vriend daar de boel met regelmaat inspecteert. Met de auto eenmaal veilig en wel achter het hek en alle bagage binnen kon het grote uitpakken beginnen en daarna de inspectie van het hele terrein.

Minimaal een wandelingetje naar achteren naar het stuk wilde natuur, want ik meende gezien te hebben dat er was gemaaid en inderdaad. Lief dacht dat het iemand was geweest met een Palinka of meer op, gezien de wonderlijke draaisporen. Typisch Hongaars, als dat zomaar is gebeurd. Het kan ook nog vanuit de gemeente zijn geweest, die de stad netjes wilde hebben voor de Pasen. Er was nog een onverlaat bezig geweest. De buurman had de krakkemikkige muur van zijn schuurtje aan onze kant verwijderd en tegelijkertijd ook de complete begroeiing aan varens en blauwe regen weggestoken. We kijken nu tegen een lelijk golfplaten wandje. Daar vinden we wel wat op. Het muurtje was gevaarlijk, maar wel prachtig rustiek, de blauwe regen in zijn uitwassen moordend. Zo heeft alles een voor- en een nadeel.

Overpeinzingen

Je eet er je vingers bij op

Leesclub met mijn lieve mensen afgelopen donderdag was een mooie afsluiting van de veel te volle agenda van deze maand. Maar leuk dat het was, al die drukte. Het boek De moeders van Mahipar van Forugh Karimi is allang en breed bij dochter en schone zoon aangeland, die hem dolgraag wilden lezen. Moeders bibliotheek, boeken lenen zolang als het duurt. Iedereen was het er over eens dat het goed in elkaar stak.

Op de vraag of het autobiografisch zou zijn, bleek dat niemand gekeken had of ze de vluchtelingenstatus had gekend en in een asielzoekerscentrum was geweest. Dat bleek zo te zijn geweest en zelfs had ze in het AZC een zoon gekregen. Voor deze roman heeft ze toch nog research gedaan in het AZC in Amsterdam. Wat opviel was de rol van de hulpverleenster, die met haar goede hart en voortvarendheid volledig voorbij ging aan de wensen van de moeder. Regelmatig vulde ze die zelf in naar Nederlandse maatstaven en denkwijzen. In die zin zou het een goed boek zijn voor iedere hulpverlener die vanuit degene die hulp nodig heeft, zou willen denken. Nog een ander boeiend aspect was de situatie in Afghanistan die letterlijk en figuurlijk heel dichtbij kwam. Lange armen die tot in Nederland kunnen reiken. Ik moest denken aan de grijze wolven in de jaren tachtig, die tot ver over hun en onze grenzen de boel in de gaten hielden.

Natuurlijk ging het gesprek al snel weer de diepte in en werden er allerlei voorbeelden aangehaald met vergelijkbare situaties, een kijk genomen in de wereldpolitiek , meningen en gevoelens gedeeld en vooral ook de zorgen, wat niet uit kan blijven. De actie van de jongen om gewapend zijn belager te bezoeken werd vergeleken met de boosheid van het moment. Kan je zo kwaad zijn dat je menslievendheid tot in je enkels zakt, is het mogelijk om met een min of meer goedaardig karakter toch tot het uiterste te gaan. Ook daar kwamen voorbeelden van over de tafel in situaties die je nooit van jezelf gedacht zou hebben. Boeiende materie. We hadden er met gemak nog een avond aan kunnen plakken, maar om half twaalf was het toch echt welletjes. De gezellige borrel met gelijke zielen is iedere keer weer een niet te versmaden cadeau.

Vrijdag werd er druk ingepakt en her-ingepakt, maar aan het eind van de middag kwam de oudste zoon met de jongste kleinzoon en mijn schone dochter om mee te eten en nog even een klein beetje de eerste verjaardag te memoreren. Gelukkig had ik de dag ervoor al een mooie knuffelballon met kaart gestuurd, die op zaterdag bezorgd zou worden en op zondag werd uitgepakt. Dikke knuffels in het echie, goed voor drie maanden en een goede raad van zoonlief (waar is de tijd gebleven dat ik dat bij hen deed) als afscheid.

Zaterdag waren we rond tienen er eindelijk klaar voor. Inpakken. Met recht de wagen vol geladen, dropjes niet vergeten? De reis ging voorspoedig en was heerlijk kort naar onze beleving. De eerste pleisterplaats in Greussenheim was een mooi, rond een court verborgen, appartement met alles voorhanden en een niet te versmaden pizzeria, die pas om vijf uur open zou zijn, maar dan had je ook wat, bleek later.

Eerst nog even in alle rust een rondgang over de plaatselijke begraafplaats met uitzicht op de velden en bergen aan de rand van het dorp en daarna weer heuveltje op. Een alleschattigst cadeauwinkeltje met een verleidelijke etalage, maar gesloten als een oester, zo op paasmiddag. Er stond een krullerig blauw bankje, daar rustten we even uit, want daarna volgde een hoge trap naar de pizzeria. Als je ergens heerlijk Siciliaans wil eten, ga dan langs bij NIno in Greussenheim en neem dan vooral schotels die à la di madre zijn bereid. Je eet er je vingers bij op.

Overpeinzingen

Beloofd

En weer een rustplaats in Oostenrijk onder de rook van Wenen. Prachtig plekje, mooie kamer en nog maar vijf uur van de Hof af. Een pizzeria aan de overkant is een cadeautje én…Open op eerste paasdag. De beste man heeft ook vijf kinderen en dat was een oprechte band voor een gesprek over broeder-en-zusterschap onder alle mensen.

Fijne Paasavond nog even en tot morgen. Dan ben ik weer op mijn vertrouwde stekkie en type mijn vingers blauw. Beloofd!

Overpeinzingen

Onderweg

In een kleine Beiers dorp genieten we van de rust en gaan vandaag op pad richting Oostenrijk.

Fijne paasdagen.

Overpeinzingen

Zonde om dat af te raffelen

De hele dag stond in het teken van inpakken nu we tot ongeveer vijf uur in de middag de tijd hadden. Buiten was het een beetje guur met een verraderlijk windje. Eropuit trekken hoefde niet. Alles wat ik hier nauwelijks draag, gaat mee naar de Hof en als ik het daar evenmin draag, mag het weg. Hetzelfde gold voor Lief. Dat leek me een goed criterium. De koffertjes zijn voor de overnachtingen in de gasthoven. Toiletgerei, pyjama’s, boeken en puzzelboekjes en wat kleding. Het gaat allemaal goed komen. Het is een kwestie van check, check en dubbelcheck en daarna is het de kunst om het te laten rusten.

Om op tijd bij het restaurant te zijn, moesten we ons toch nog haasten. We hoefden geen parkeergeld te betalen, dat scheelde een slok op een borrel, want anders was het vijf euro per uur geweest. De gemeente rekent niet minder. Dochterlief en het hele gezin, het glunderende feestvarken incluis, zwaaiden ons olijk toe achter de hoge ramen. Bij de deur vloog dribbel mij en lief op ooghoogte om de knieën,wat een heerlijk welkom. Warme knuffels, felicitaties en het cadeau, de gevraagde schooltas. Een schot in de roos. Hij was er dolblij mee want de oude was aan het slijten. Voor de verjaardag, maar ook voor alle pech met zijn knie was dit extraatje. Normaliter leggen we botje bij botje en kopen één cadeau, dat krijgt hij nog. Van zijn ouders kreeg hij een stereo headset.

Het is een gezellig restaurant en voor de donderdag was het behoorlijk druk bezet. Het personeel was vriendelijk ondanks dat ze zich het vuur uit de sloffen liepen. Wij wilden wachten tot de zonen er waren, die iets later zouden zijn. Ik zat tussen de beide kleinzonen en werd vermaakt door de lieve middelste spring-in-het-veld. Hij kwam met een heel verhaal over het ontstaan van de aarde, met Satan als de slang, die Adam en Eve verleidde met een appeltje. Het strookte zo met het originele verhaal dat ik me afvroeg of hij op de zondagsschool zat, haha. Dat was natuurlijk helemaal niet aan de orde. Nee, hij had het van TikTok. Met zijn ijzeren geheugen kon hij het in geuren en kleuren navertellen en stikte ik bijna van het lachen om dat olijke hoofd. Een goed half uur later schoof Zoonlief naar binnen en de jongste zoon was nog een kwartiertje later, maar we hadden zijn eten al besteld.

Toen het eten kwam gebeurde er iets bijzonders. Ik met mijn smaakarme papillen smulde van de Millefeuille, die bijzonder goed in elkaar zat met een flinterdun korstje van bladerdeeg, spinazie, paddestoel, Taleggio, en kruidenolie. ‘Een nieuw recept, het staat net op de kaart’, vertelde de jongen die ons bediende. De kok mocht weten dat ik het bijzonder smaakvol vond. Het was vooral de combinatie van een bescheiden portie, de basissmaken en de structuur van het geheel die er voor zorgden dat het bord schoon leeg kwam. Iets wat me al in een eeuwigheid niet was overkomen. Lief had een vegetarische saté, dochterlief koos de kabeljauw, en de rest ging voor de gigantische burger.

Toen de andere dochterlief ook nog aanschoof na de maaltijd was het feest, op de oudste zoon na, bijna compleet. Dat moeten we vaker doen, bedachten we, zo’n doordeweekse spontane bijeenkomst.

Jammer dat ik in vliegende vaart naar de volgende afspraak moest. De boekenclub. Dat is voor een volgende blog, want de avond was eveneens betekenisvol. Zonde om dat af te raffelen.

Overpeinzingen

Een nieuw hoofdstuk

De monteur voor de ketel zou in de middag komen. Het zou verspilde tijd zijn om allebei te gaan zitten wachten. Bovendien is het mijn hobby niet om vreemde werkmannen te ontvangen die door mijn huis banjeren. Ze zijn zonder bedoelingen, ik weet het, maar zo heb ik het altijd gevoeld. Een soort inbraak op je privacy. Vaak charterde ik de kinderen als ze oud en wijs genoeg waren voor de ontvangst en nam zelf een vlucht naar wat er maar voorhanden was. Een wonderlijke eigenschap, een erfenisje? Dus spraken we af dat Lief de honneurs zou waarnemen en ik naar de tuin zou gaan om alsnog het middenbed te vrijwaren van haar brandnetels. Engel bij de vijver zou dan in ieder geval een hele poos vrij over haar landgoed kunnen turen.

Twee mensen stonden, een tikje hulpeloos, bij het hek. Ze waren naar binnen geslopen toen het hek open was maar iemand, in hun ogen een onverlaat, had het hek op slot gedaan, omdat er minder dan vijf auto’s op de parkeerplaats stonden. Dat was een geldende regel. De man greep voor de grap met gespeelde wanhoop de spijlen van het hek vast alsof hij in het kachot zat. Hij keek er smekend bij. Ik draaide het slot open en duwde de deur naar achteren. Hij deed het met de andere kant van het hek. Zo konden zij eruit en ik erin. Iedereen blij. Daarna draaide ik toch de deur maar weer op slot, de gulden regel indachtig.

Een paartje hoentjes en drie woerden in de sloot. Nergens een vrouwtjeseend te bekennen. Misschien was ze er vandoor met haar pulletjes of had ze genoeg van de overmacht. In de tuin heerste in ieder geval een oase van rust. Heerlijk. Het weer was precies goed. Niet te warm en niet te koud. Ik maakte alleen de deur van het schuurtje open om handschoenen en schepel te pakken. Het krukje erbij en aan de slag. Gestaag trok ik hele wortelranken vol jonge brandnetel tussen de maagdenpalm, de anemonen, de irissen en de lissen weg. Een kruiwagen vol. Ziezo, die konden weer vrij ademhalen. En onder het gras kwam de kleine vijver weer in het zicht. Roodborst kwam eens even kijken en merel en koolmees scheerden laag over de tuin van boom naar boom.

Halverwege kwam de achterbuuf een praatje maken en ze vertelde dat ze bezig waren met een testament. Iets voor mensen met bezit, denk ik altijd. Ik vertelde haar over mijn wensen op schrift, die bij zoonlief waren beland naar aanleiding van zijn vragen vorig jaar. Daar stond een heleboel in. De aanleiding voor het maken ervan had een wrange reden. Een van hun vrienden was pardoes dood van zijn fiets gevallen. Van het ene op het andere moment. We gingen er even bij zitten en bespiegelden zo het ouder worden en dergelijke onvolkomenheden die dat met zich mee kon brengen. Helaas had ik ervaring met een plotselinge dood, het schrijnende verdriet voor de nabestaanden, die in een luttele seconde alleen achterbleven. Een lijdensweg wens je niemand toe, maar om samen het naderende afscheid te beleven kon als troost dienen, als daar niet teveel lijden aan te pas komt. In ieder geval was het mogelijk om de wensen en verlangens voor de dood in te willigen. Over de dood raak je niet uitgepraat, maar we moesten verder met de tuin. De late middagkou klom al omhoog dus er moest weer bewogen worden.

Het was nu niet veel werk meer van datgene wat ik van plan was te doen. Ik schoot nog snel een foto van de oplevende schoenlapper en haar vrienden, die vurig in bloei stonden. De andere planten waren gelukkig ook goed aangeslagen. Voor de rest van de grassen had ik geen tijd meer. De reuzenhosta kwam er wel doorheen gepiept en ook de pelargonium zou er wel bovenuit klimmen. Daar vertrouwde ik maar op. Op de terugweg dacht ik na over de eindigheid, de wereld en de reis. Hoe een geest alles kan mixen en dat onder het rijden door.

Thuis was de ketel weer gemaakt. De pomp moest vervangen worden. Lief was tevreden en ik ook, door het harde werken aan achterstallig onderhoud. Nu de zuurkool nog voor de einddatum opmaken, evenals de vega kaasschnitzels. En ineens schoot me te binnen dat je met de Hongaars ingelegde groente, de Csalamádé Cipös, natuurlijk ook een overheerlijke stampie zou kunnen maken. Dat wordt het volgende experiment. De Hongaars-Hollandse keuken, een nieuw hoofdstuk.

Overpeinzingen

Dat wordt nog harder duimen

Twee ooievaars scheren hoog boven in de lucht en daarna over het dak heen. Die zien we niet vaak hier in de wijk. Ze staan wel tegenwoordig regelmatig op de lantaarnpalen van de A2. Ik herken ze nu op grote afstand. Daar had het zicht voorheen nog wel moeite mee.

De ketel is onverhoopt toch kaduuk. Vanmiddag stuurt de woningbouwvereniging een monteur. Dankzij een elektrisch dekentje op mijn schoot onder de plaid bleef ik gisterenavond nog wel warm. Dikke das erbij en klaar. Voor geen kleintje vervaard, dat is duidelijk.

De bestellingen aan cadeaus voor de twee kleinzonen, de piepjonge en de oudste, zijn binnen. Officieel zouden we vandaag gaan lunchen met zoonlief in de buurt van Nijmegen, maar die afspraak is verzet naar vrijdag. Dat betekende dat ik gisteren al een begin heb gemaakt met pakken. Passen en keuren is het devies. Veel moet nog door een tweede schifting. Je loopt er doorgaans geen modeshows met al het werk in de tuin, dus de garderobe mag bescheiden blijven. Tegelijk is er ook ruimte om alles wat blijft liggen in de kast opnieuw te bekijken. Er gaat straks dan ook een aardig stapeltje mee naar de kringloop.

Vanmorgen kreeg ik, en dat is voor het eerst sinds lang, enorm zin om een tekendagboek in het leven te roepen en zo de reis te vatten in schetsen en tekeningen. Daarvoor schafte ik twee kakelverse reisdagboeken aan. Een mooie aanzet en tevens een start voor eventuele verfuitspattingen. Het aquarellenkoffertje gaat in ieder geval mee. Je weet maar nooit hoe een blik een beeld vangt.

Gisteren heb ik al vroeg in de ochtend het hoofd in de henna gezet. Normaal mix ik drie kleuren door elkaar en heeft bruin de overhand, maar mijn weerbarstige aard had ineens weer zin in een wat rodere coupe. De Auburn mocht overheersen. Het gevaar is dan wel dat het wat roder wordt waar het grijs is. Volgens mijn Lief is het een succes. Het voelt wel goed en het glanst prachtig. Bovenop is het inderdaad wat roder.

Eigenlijk moet ik nog een laatste keer naar de tuin om de brandnetels daar uit het bed in het midden te trekken. Wie weet kan ik dat vanmiddag nog even doen. Het hoeft niet lang te duren en is niet meer dan dat. Aan de rest kan ik niets meer verhapstukken, maar wel kan ik dan ook goed zien hoe de schoenlapper erbij staat en of de zonnehoed en persicaria zich groot hebben gehouden.

Het abonnement van de Groene is omgezet naar Verweggistan. Het adres stond nog in het bestand. Het is fijn want dan valt er veel te lezen. Het zal niet verbazen dat hun ‘kroniek van kunst en cultuur’ en die van ‘Dichters en Denkers’ me na aan het hart ligt. Naast de dikke ‘Ostaijen’ en de wat minder dikke ‘Helden’ is het een prima aanvulling om op de hoogte te blijven van alles wat er in kunstminnend Nederland leeft en zich roert.

Bericht van de blogvriendin met de staaroperatie. Het belooft goed te gaan, alleen bleef bij haar het zicht na de ingreep langer wazig, waardoor ze een aantal dagen verstoken was van leesvoer. Haar arts maande haar aan geduld te betrachten, maar dat is lastig als je een doener van het eerste soort bent. Ik kan het weten met mijn eigen geleide chaos. Als er een grote belemmering optreedt, is het lastig om die, ook al is het tijdelijk, te accepteren. Volgende week is het andere oog aan de beurt. Dat wordt nog harder duimen.