Overpeinzingen

En daar is hij bij gebaat

Drie Turkse tortels spelen diefje-met-verlos en vliegen van de ene nok van de daken aan de overkant naar de andere. Omdat het er drie zijn, vermoed ik dat er toch ook een bepaalde wedijver aan de gang is. Wie wint de gunst van de dame in dit gezelschap.

Gisteren zag ik op de televisie Filemon Wesselink en Lammert Kamphuis die een theorie hadden over de keuze van je sportheld. In het licht van een beroemde spreuk uit de oudheid van Euripides, een Griekse tragedie-dichter: ‘Zeg me wie uw vrienden zijn, dan vertel ik wie U bent’. De beide mannen vertaalden ‘vriend’ naar ‘sportheld’. Daar zou ik niet ver mee komen. De enige sporthelden die ik ken, zijn mijn beide zonen, die ik van jongsaf heb zien opgroeien in hun voetballend leven en altijd gevolgd heb, weder en ontij dienende, langs groene en minder groene grasmatten en kunstvelden. Het liefst alleen langs de lijn met het oog op het spel en op de jongens uiteraard.

Een onverkwikkelijk iets gisteren. De verwarming deed het niet. Al gooiden we de thermostaat op 21, dan nog werd het ding niet warm. Zoonlief ging bijvullen. Nul op rekest. Vanmorgen was er druk heen en weergeloop van zoonlief en lief. Er was wel warm water en toch een onklare verwarming. Rara, hoe kan dat. Als het zo blijft moet de woningbouw er aan te pas komen. Duimen dat ie alsnog de geest krijgt. Het is per slot van rekening bijna Pasen.

Met smart wacht ik op een teken van een lieve blogvriendin, die vorige week woensdag ook een staaroperatie heeft ondergaan. Ben zo benieuwd hoe zij het heeft ervaren. Ze zag er toch nog steeds tegenop, ondanks mijn lyrisch optimisme over dezelfde ingreep.

Gisteren was het een hectische dag met alle boodschappen die op de lijst stonden. De maaier was zo gekocht, de verf en de papierzeef ook. Toen we de accu’s van de grasmaaier van de tuin naar dochterlief gingen brengen, hadden we de mazzel, dat de thuiswerkers net even een kleine pauze aan het inlassen waren en voor op het bankje in de zon wilden gaan zitten. Zo hadden we nog een half uurtje van bezinnen en zoet samenzijn, voordat we zaterdag weer een tijd op pad gaan. Ze herkenden vooral naast het gemis van de familie ook het loskomen van alles, de vrijheid die dat opleverde en de ongedwongenheid die ze zelf ook ervaren hadden op hun Europa-reis van vorig jaar. Ze konden ons daardoor tevens plaatsen in de omgeving, omdat ze zelf tien dagen op bezoek waren geweest en ze begrepen beiden de liefde voor het huis en het stuk land. Na een paar stevige omhelzingen namen we afscheid. Vandaag komen de kastjes binnen die het internet zouden moeten verbeteren in onze hof, dus dan kunnen we maar aan-videobellen, beloofden we elkaar.

De oudste kleinzoon kreeg gisteren opnieuw een flinke domper te verduren. Hij was met voetballen door zijn knie gegaan en waar hij bang voor was, bleek bewaarheid. Een ruptuur van de voorste kruisband, net als bij de linkerknie vorig jaar. Ze gaan een tweede operatie plannen en dat is op zijn leeftijd echt uitzonderlijk. Hij is teleurgesteld maar ook een doorzetter die zich er niet snel onder laat krijgen. Dubbele pech of het een het gevolg van het ander, allebei is mogelijk.

Soms zou je willen dat je dit soort dingen zou kunnen overnemen. ‘Geef maar aan mij, een ongemakje meer of minder maakt niet uit’. Een bagatel, want een ongemakje is het zeker niet. Voor een jong iemand volop in ontwikkeling staat het danig in de weg, zo’n obstakel. Het kost hem sowieso opnieuw een jaar. Nu maar duimen dat er snel genoeg plaats is voor de operatie, des te eerder kan je beginnen met revalideren en hoop kweken. Dat brengt eventueel licht in de duisternis. En daar is hij bij gebaat.

Overpeinzingen

En wat nu niet komt, komt morgen

De laatste loodjes voor deze week. Zoonlief heeft drie kastjes besteld, die het internet signaal voor zwakke plekken geleiden, zodat je overal dezelfde sterkte hebt. Dat was één van de waslijst van deze week. Dan moet de handmaaier nog worden aangeschaft, halen we vacuum, dus langer houdbaar, belegen kaas, zoeken de laatste verf die ik nog mis in het atelier in Verweggistan, brengen de accu’s van de grasmaaier op de tuin naar dochterlief, halen het laatste medicijn op bij de apotheek en kopen een cadeau voor de kleine Cucu, die officieel zondag jarig is, maar dat op de 28e pas echt viert. Er worden nog twee verjaardagen dunnetjes gevierd, een met een brunch en een met een etentje, er is nog een bijeenkomst van de leesclub, waarbij we de ‘De moeders van Mahipar’ van Forugh Karimi bespreken. Daarna volgt een inpak-dag en dan de reis.

Gisteren hebben we ook de verjaardag van de inmiddels groter wordende tante Pollewop gevierd met toeters en bellen. De hele familie kwam langs en dat was een buitenkansje, want zo kon ik ze nog allemaal knuffelen en even bijkletsen. De vriendinnen van dochterlief waren er ook, met al hun kleine en grote grut. Lief was verbaasd over het organisatievermogen van dochter en schoonzoon, die steeds weer opnieuw de wisselingen geruisloos lieten verlopen. Koffie/thee met taart, soep met brood en liflafjes, drankjes met knabbelaars, en voor de tweede lichting opnieuw soep met brood etcetera.

Hier zijn we echter niet anders gewend. Verjaardagen van de kinderen nu of vroeger waren uitgebreid en druk, met veel mensen, monden die gevoed moesten worden, geroezemoes, gelach, kruipende, lachende, ondernemende, huilende kleintjes, spelende grotere vriendjes, nichten, neven, die meestal zo snel als mogelijk zich aan een wakend oog onttrokken en ouders die zich het vuur uit de sloffen liepen. Er is een kentering in het gemak waarmee alles zich voltrekt.

Achteraf kregen we de credits van deze ouders van nu, die zich afvroegen hoe we het toch allemaal gedaan hadden met vier kleine kinderen en een nakomer en die hun bewondering niet onder stoelen of banken staken…Maar lieve schatten, daar groei je vanzelf in. Op een gegeven moment weet je niet beter. Tijdens dit soort feesten is het huis altijd te klein, te warm, te druk maar eveneens is het kneiter gezellig. En het wordt allemaal groot.

De jarige job, ondertussen versiert met de gouden slingers van een cadeautje, glom aan alle kanten en was tot in de kleinste vezels helemaal jarig. Een geslaagde dag dus. De telefoon lag nog in de auto, foto’s kwamen gelukkig van zoonlief die er nog een paar schoot op het laatst. Over de tafel was een groot bruin vel geplakt waar naar hartelust op getekend mocht worden, stiften in de aanslag. Daar werd grif gebruik van gemaakt. Iedereen zoet. De voorkamer werd automatisch kinderdomein.

Om half zes vóór de tweede lichting soep reden we op huis aan. ‘Even ontprikkelen‘ zoals schoondochter het zo mooi noemde. Maar vreemd genoeg rollen de decibellen bij zo’n feest langs me af, terwijl het lawaai in een winkelcentrum me altijd bespringt. Dat heeft te maken met de schoolperiode, denk ik. Toen ik na jaren weer eens in de groep bezig was, had ik de eerste week ook ontzettend veel last van het lawaai, maar al doende veranderde dat in functioneel geluid en paste het in de bezigheden.

Zo krijgt alles een plek. Lief komt met het tweede kopje koffie. We gaan er vroeg uit om al het lijstje in een gestaag maar rustig tempo af te werken. En wat nu niet komt, komt morgen.

Overpeinzingen

Eerst zien en dan geloven

Ik lees een woord dat ik niet ken. Efemeer. Ik kom het tegen in de Groene in een recensie over de film ‘Evil Does Not Exist’ van de regisseur Ryusuke Hamaguchi. Het meisje van een jaar of tien wat door het verhaal dartelt, wordt als ‘haast efemeer’ betiteld in de betekenis van ‘kortstondig, vluchtig aanwezig’.

Door de recensie van Gawie Keyser raken Lief en ik in een bespiegeling over agressie. Is alles te herleiden tot agressie of is doden om te overleven een positieve vorm ervan. Het is meer dan dat, vind lief. Ik filter er op door. Het doel erachter is niet om de agressie ten toon te spreiden, de andere of het andere moedwillig kwaad te doen of leed toe te brengen, macht te botvieren of anderszins, negatieve agressie dus. In de natuur dood men uitsluitend en alleen voor de broodnodige consumptie ten bate van het overleven. Plant of dier. In die zin is het dan een vorm van positieve agressie. Maar het liefst met een andere benaming. Omdat het woord ‘agressie’ automatisch de haren in mijn nek recht overeind zet en al weerwerk oproept.

Leven brengt leven voort en dat doet het tegelijkertijd ook door leven te nemen is de bespiegeling van Lief. Waar de recensent het houthakken op het laatst een daad van agressie noemt, vindt hij dat niet op z’n plaats als je naar de hele context kijkt en je er de symboliek van deze vermeende idylle uitvist. Ergo, wat betreft de titel van de film: De vlag dekt de lading.

We bekijken de trailer en vervolgens nemen we het besluit om de film alsnog te gaan bekijken, want wat we te zien krijgen zijn beelden van een adembenemende natuur en een man die zijn kleine dochter daarmee leert om te gaan.

Gisteren hadden we een afspraak in het restaurant waar we van de week ook al hadden gezeten. We praatten elkaar bij over het leven. Luchtige onderwerpen passeerden de revue, maar ook leven en dood werden niet geschuwd. Om ons heen vallen gaten en met het ouder worden komen de kleine en grote ongemakken. De borrelplank werd besteld, we hoorden over een IPBeetje, een Indiaas Pale Beer, er werd gepeuzeld, de wijn kwam op tafel en voor iemand whisky en bier. Zoals altijd als de wijn in de man is, verhief de stem zich, was het gelach harder, vloeide het sentiment uit alle poriën naar buiten. De matige drinkers onder ons, de meesten, hoorden en zagen het aan. Er was geen greintje kwaad bij, maar soms gaf het toch een ongemakkelijk gevoel. Ach ja, ieder vogeltje zingt zo hij gebekt is in meer of mindere mate en soms in de overtreffende trap.

We gaan vandaag op kofferjacht. Lief zijn handbagage-koffer heeft het bij de laatste trip begeven en het koffertje wat hij daarna meekreeg van zijn broer bleek verteerde wieltjes te hebben. Zoonlief komt met een goedkope maar degelijke versie online, maar Lief heeft het liever in handen om te zien of ze bevalt ja of nee. In het kader van de duurzaamheid dan eerst langs de kringloop en anders naar het centrum waar we twee adresjes weten met prijzen die veel hoger liggen, dat dan weer wel. Bij de online versie stond namelijk ‘niet waterbestendig’. Nou denk ik dat het niet uitmaakt want we lopen van de auto naar het hotel, maar in het kader van het ‘Wat/Als’-principe lijkt een eigenhandige ogenschouw hem beter. Eerst zien en dan geloven.

Overpeinzingen

Noeste arbeid loont

Vanmorgen om vijf uur was ik nog even klaarwakker, zij het nog doodmoe van de hele dag tuinruimen van gisteren. Er kwam een berichtje door via Watts-app. Niet vreemd met vrienden in Amerika en trouwe bloggers. Maar het was een bericht in de familie-app. Schoonzoon en de filosoof met foto achter een schaaltje kwark met cruesli, schatte ik in. ‘Fijne Ramadan’ stond er onder twee blije slaperige koppies. Op mijn vraag of ze de vasten aan het vieren waren, schreef de schoonzoon terug dat de filosoof, de juf en nog wat kinderen uit zijn groep een dag meeliepen door dan te vasten om te ervaren wat dat inhield. Mooi zeg.

Ik denk terug aan de louteringen van vroeger. De veertig dagen vasten voor de Pasen. Eerst het askruisje halen in de kerk, soms zelfs uitgereikt door de bisschop zelf, wat een bijzondere aangelegenheid werd. Het snoeptrommeltje stond al klaar. Daar zouden alle lekkernijen ingaan en pas op zondag kwam daar wat lekkers uit. Geen vlees werd er gegeten en elke overdaad aan voedsel werd vermeden. Op vrijdag was er wel vis. De ochtenden werden geopend door de ochtendmis in de kerk en daarna naar school. Het was altijd bijzonder en werd afgesloten met de Goede week, dat ingezet werd met palmzondag, de dag dat de katholieken de intocht van Jezus in Jerusalem vierden. Op die dag maakten we Palmpasen-stokken. Een kruis van vurenhout, met de broodhaan (die drie keer kraaide na de ontkenning van Petrus)bovenop en slingers met lekkers eraan. We zongen: ‘Palm palm Pasen/hei koerei/ over enen zondag/ krijgen wij een ei/een ei is geen ei/twee ei is een hallef ei/drie ei is een paasei’, als we met de stokken op weg waren naar bedlegerige mensen of bejaarden. Bij de uitwisseling was daar altijd veel liefde en blijdschap. Lief en leed delen was de simpele boodschap, maar met zoveel betekenis en die bleef hangen.

Er zaten, naast alle negatieve boodschappen die ons nu ter ore komen, ook een aantal echte mooie bij tijdens die nostalgische vieringen. Aanstaande zondag is het Palmzondag en er is geen Palmpasen-stok meer bestand tegen al het leed in deze wereld.

In de tuin ging het verhelpen van de dorre winter voort. De brave schoenlapper kreeg twee pronkerige zussen erbij, die zich tegen haar aanschurkten opdat er voldoende communicatie zou zijn en ze niet meer het gevoel had er alleen voor te staan. Daarachter kwamen drie vrolijke zonnehoeden, twee roze en een wit. Dat laatste was een foutje in de keuze. Dan nog de beoogde twee donkerroze Persicaria, tussen de al uitdijende lichtroze soort. Ziezo dat was op orde. Lief zorgde voor het zware spitwerk tussen de boomwortels van de haag van de buurman.

Ik had het gras nog een kopje kleiner gemaakt, dan kon het er weer even tegen en roodborst maakte er dankbaar gebruik van door wormen te trekken. Ook de koolmezen hadden de lente in hun bol, net als twee bijna donkerbruine kleine vogels die tak-op-tak-af wipten, Guido Gezelle-waardig.

Lief pakte daarna de scheefgevallen stenen pot aan en stutte de ondergrond met twee stoeptegels, zodat ze weer recht zou staan. Ondertussen schoonde ik het bed op dat tegenover het atelier lag. Die brandnetels. Pfff. De kampioen woekeraar in dit geval.

We hadden vooraf al besloten een afzakkertje te halen bij Fort de Gagel aan het einde van de Gageldijk. Daar was een restaurant in gekomen. Een vernuftig staaltje van omdenken. Het oude fort met nieuwe moderne constructie omgetoverd tot een riante plek, compleet met lounge-lees-gedeelte met een wandgrote boekenkast. Hoge krukken bij hoge ramen, waar we nog niet door heen konden kijken, maar die wel de schoonheidsprijs verdienden. Ik viel bijna van de hoge kruk van vermoeidheid maar hier was het goed toeven. Noeste arbeid loont.

Overpeinzingen

Wij zorgen voor de juiste bedding

Als de natuur zich van haar zonnige kant laat zien, is het niet meer te vermijden. We gaan naar de tuin. Het is er vast eindelijk droger. Bij aankomst op de parkeerplaats zagen we het al. Het peil in de omliggende sloten was aanzienlijk gezakt. Twee eenden zwommen zich haastig uit vizier en een meerkoet bleef doodbedaard op iets wat misschien wel een beginnend nest was, zitten. Het vrouwtje was in geen velden of wegen te bekennen, maar op de terugweg zagen we haar plotseling. Diep weggedoken tussen het riet stak alleen haar bekende zwart/witte koppie naar buiten. Aha, een fake-nest en de enige echte. Slimme vogels.

Nog altijd waren er diepe moddervoren getrokken in het pad naar onze tuin toe. Hier en daar een brede armzwaai, een goede wens, een praatje over de sloot heen. Overal fris groen blad en bloesemdragende fruitbomen. Maar ook die kenmerkende rust van het platteland. Het getjilp van de koolmezen, het gekras van de twee kraaien bij de paddenpoel en hier en daar een verdwaalde bij of vlinder.

De tuin leek uit een groot grastapijt te bestaan. De accu’s voor de grasmaaier hadden we als eerste opgehaald bij schoonzoonlief, die ze nog even in de oplader had gestopt. We konden aan de slag. Lief keek geringschattend naar de bomen. ‘Zal ik ze gaan snoeien’. Ik dacht aan de berg takken die daarna veel werk zou geven en vond het beter eerst de basis aan te pakken. Het terras en het gras opdat de contouren van de bedden weer zichtbaar zouden zijn.

Er bloeiden kleine narcissen en de dovenetel had haar kans schoon gezien en was uitbundig aan het groeien gegaan in het bed vlak voor het terras. Prachtig paars tegen de kleine gele narcisjes. Zonde om ze weg te halen, bovendien deden er hommels zich tegoed aan deze vroegbloeier.

Tussen de blauwe regen van de buurman slingerde een weerbarstige uitloper van de doornloze braam zich tussen de clematis en kamperfoelie. Die kon terug gevlochten door de blauwe regen heen. Op het achterpad tussen de achterbuuf en mij lagen nog takken van de vorig jaar gesnoeide krulwilg, die mochten door de takkenril gevlochten. Ze lieten zich met gemak leiden ondanks hun grilligheid.

Eenmaal met de maaier over het gras op de hoogste stand werden de contouren van wat ooit bloemperken waren, zichtbaar. Nu is het nog een vormloos geheel. Ziezo, tuin schudde haar sprieten. Dat is beter. Nu de tuin van dochterlief, dat aanmerkelijk meer obstakels kent in de vorm van oude takken, houten vakken en gaas. Maar de kleine dappere slaat zich er goed door heen. Twee accu’s schoon op, na beide tuinen.

Lief ging gestaag door met het terras en ik haalde nu het meeste gras en de brandnetels weg uit het linkerbed. De schoenlapper vocht zich een bestaansmogelijkheid, maar werd belemmert door brandnetel, gras en bosaardbei. We gaan vandaag wat vriendinnen voor haar halen, dan staat ze niet meer zo alleen. Ook de lichtroze Persicaria krijgt wat paarse vriendinnen. Dat vult de bedden goed en houdt de bodem vrij.

Tot mijn grote vreugde zie ik dat de tot twee keer toe verplaatste Acer nu eindelijk is aangeslagen en in prachtig rood fijn blad staat. De boom van vriendinlief koester ik en dat dit vreugde brengt, spreekt vanzelf. Ze is altijd in mijn gedachten, maar nu ook weer ‘in beeld’ aanwezig.

Vanaf vrijdag gaat het opnieuw regenen, dus moeten we de kans waarnemen zolang het nog droog is. Wie weet wat we nog meer tegen komen. Ergens moeten daar ook de Hosta’s hun best doen, diep weggedoken in moeder aarde. De Scillae heb ik nog niet gezien en ook de vroegbloeiende Irissen in het middenperk niet. Akelei houdt zich voorlopig eveneens nog koest. Straks jubelt alles de grond uit. Wij zorgen voor de juiste bedding.

Overpeinzingen

Om te koesteren, die ervaring.

In het kader van het Maastricht weekend besloot ik zelf de vegetarische variant van het zoerfleisj te gaan maken. Met kastanjechampignon, en oesterzwam als basis, aangevuld met azijn, ontbijtkoek, laurier en kruidnagel. Het rook heerlijk. Lekker laten pruttelen, proeven, nog wat azijn erbij, pruttelen. En terwijl ik alvast de kruiden opruimde, viel mijn oog op het etiket van de azijn. Als een plumpudding storte mijn goede humeur even onder niveau. Het bleek schoonmaakazijn te zijn. Hoe kwam die naast mijn olie terecht. Ik las nog even na of het echt niet te eten zou zijn, maar ik wist natuurlijk allang dat ik het weg moest gooien. Met minder frisse bewoordingen spoelde ik mijn noeste arbeid door het afvalputje. Het zoerfleisj komt in de herkansing, maar niet op dat moment. Tijd voor een blikje bonen.

De zaterdagavond van ons Maastrichtse avontuur werd gevuld met een workshop tetra-etsen. De dochters kregen de smaak te pakken en er kwamen kleine juweeltjes van hun hand. Ik had maar twee goede pennetjes. Goed gereedschap is cruciaal voor dit werk en een stanleymesje had ook niet overbodig geweest. Om negen uur waren we uit-geëxperimenteerd en ook wel behoorlijk moe. Met een afzakkertje en nog een beetje napraten was het vervolgens goed toeven in bed en sliep ik dwars door de matrasbulten heen.

De volgende morgen was er om acht uur reveil. Om tien uur zouden we ons moeten melden bij de cursus glas in lood. Na een lekker ontbijtje en het ochtendritueel ging alles weer de koffer in. De auto stond praktisch voor de deur. Nog een keer alles goed nalopen. Dag lief huis, je hebt goed voor ons gezorgd. De deur dicht, de sleutel in het kluisje en op weg naar de Q-garage dichtbij het atelier van de Lood-man. Weer een stuk Maastricht waar we gisteren nauwelijks geweest waren. Er hing een zondagse rust over het Vrijthof. Op de markt werden er opnieuw druk kramen opgebouwd, riepen en lachten de verkopers van het brocante naar elkaar en schalden de stemmen hoog op tegen de gevels van de omringende huizen.

De kleine steeg was rap gevonden. Aan het eind was een soort pakhuis en daarnaast waren de appartementen, waarvan wij bij de bovenste moesten zijn. Slik. Drie lange trappen keken uitdagend op me neer. Zie me maar eens te bestijgen. Ik wuifde de dametjes naar boven en op mijn eigen ‘Zen’-tempo klom ik omhoog, voetje voor voetje, treetje voor treetje. Boven was er een hartelijke ontvangst van de joviale glaskunstenaar met Limburgse vlaai en thee. Mazzel.

Er stonden twee werkbanken klaar met op zes plekken voor ieder een bak met gereedschap. Het was enorm leuk om te doen. Er kwam veel bij kijken. Oefenen met glas snijden, glas breken, glas slijpen. Daarna ontwerp uitzoeken, mal overtrekken en uitknippen, nummeren en aan de slag met het uitzoeken van de kleuren en het maken van de compositie. Het lood was buigzaam en vergde nog wel wat techniek. Niet helemaal tot in de finesse beheersbaar, maar vooral fijn om met beide dochters te ploeteren. Tussendoor de schalkse opmerkingen van de begeleider en na een uur of drie kaasbroodjes met een glas Cava.

Het uiteindelijke resultaat mocht er zijn. Op het eind bij het solderen van het lood was ik na een kant zo moe en een tikkie benauwd, dat dochterlief in de bres sprong en het afmaakte, terwijl ik bij de open deur frisse lucht aan het hengelen was. Fotootjes op het dakterras met het eindresultaat, een vriendelijke handdruk en we waren alweer een ervaring rijker. Op de terugweg naar Truus vonden we geen vlaaienbakker. Helaas, pindakaas. Dag Maastreich, mooie stad, het was ons een waar genoegen.

Langs de snelweg vonden we een vlaggende aandachtstrekker van vlaaien bij de boerenwinkel. Even van de snelweg af, de op een na laatste vlaai scoren voor de oudste dochter, een kort ogenblik lente proeven in die landelijke omgeving vlak naast de snelweg en vervolgens opnieuw op pad. Warm afscheid van beide meiden en met de boodschappen naar huis, waar ik trots het resultaat van een ochtendje zwoegen kon laten bewonderen. Om te koesteren, die ervaring..

Overpeinzingen

Als dit geen topweekend is

De slapeloze nacht werd gesmoord in een heerlijk ontbijt met een vers ei, zuurdesembrood en notenbrood en na de koffie en gemberthee konden we er weer tegen. Ziezo, iedereen nam een korte douche en om tien uur waren we klaar om Maastricht te gaan vereren met een bezoek. Op het prioriteitenlijstje stond het museum Bonnefanten bovenaan. Dat lag aan de andere kant van de Maas. De markante toren kon je vanaf waar we de auto hadden geparkeerd nog niet zien, maar omdat we pas om elf uur naar binnen mochten, gingen we op zoek naar een koffietentje en daardoor ontdekten we de achterkant van het immense gebouw, de toren met z’n groene warme café-restaurant, dat om half elf de deuren had geopend. De ober was duidelijk aan het opstarten. Het duurde even eer de thee en koffie voor ons neus stonden.

Om elf uur mochten we naar binnen. De grote hal met de immense trap en een intrigerend kunstwerk in een soort koepel ervoor, intrigeerde, maar eerst moesten we de museumkaarten laten scannen. Bij het zien van de lange trap gingen de dochters resoluut op zoek naar de lift. Een allervriendelijkste suppoost wees de redder in nood lachend aan. Gelukkig. Weer hetzelfde concept als in Naturalis. Bovenaan beginnen en dan afzakken.

De eerste tentoonstelling ‘BinnensteBuiten’ was een soort Wunderkammer, zo’n rariteitenkabinet waarin je rond kon dwalen. Er waren reuze stoelen, waarop je je weer kind kon wanen, er waren geheimzinnige potten en potjes gevuld met de meest wonderlijke poeders en stofjes, beenderen en heksenkruid. Overal viel te luisteren, heel vaak ook te doen. Fijne plek voor kinderen die het experiment niet schuwen. Door een sprookjeswereld waarin we werden omgeven door paars en roze zachte tinten in fluwelige, donzen vederachtige wolligheid vonden we een trap naar beneden en liepen recht de voorstelling van Isaac Julien in, die met zijn indringende videoverhalen op grote schermen ons meesleurde in de wereld van het cultureel activisme. Wat beelden teweeg kunnen brengen, hoe het de gemoederen beroert, hoe indringend het binnen kan komen als je tijd en ruimte door elkaar heen laat lopen. De beelden spreken van een schoonheid op zich en laten de grote verscheidenheid van de mens zien in al haar facetten.

De ogen moesten duidelijk wennen aan het vervreemdende effect van allerlei bewegende beelden om je heen. Er naast werden we beloond met het uit de doeken doen van het leven en de kunstuitingen van Shinkichi Tajiri, onder andere foto, film, installaties, sculpturen en gedichten en doeken van diverse bevriende kunstenaars om hem heen. Bijvoorbeeld Karel Appel en Schiele.

De familiefoto’s schreven ook hier geschiedenis en regen de tijd aaneen. Het was genieten en tegelijkertijd was het ook erg veel. Verzadigd trokken we de jassen weer aan en liepen de frisse buitenlucht in om een verdere plan-de-campagne te maken. Kringloop stond op de rol. We vonden twee wat tegenvallende adressen. Het ene was een loods vol oude meuk. Stiefbeen en Zoon hadden er verlekkerd rond gekeken, schat ik in en iets buiten Maastricht was het Ateljeeke waar wij in de jaren zeventig verlekkerd van waren geweest, maar waar alle tierelantijnen en snuisterijen de dochters nauwelijks boeiden.

Het volgende station werd het centrum van Maastricht waar we de juiste kringloop vonden, een kaarsje opstaken in de Sint Servaasbasiliek en op het Vrijthof de hele grote Brocante markt door liepen. Het was veel, teveel om nog op te nemen. Tijd voor een late brunch of een vroeg diner. In een onooglijk klein restaurant vonden we een tafeltje vrij, de meiden namen Zoerfleisj, de een vegetarisch, de ander met vlees en ik besloot te gaan voor een uiensoep met een schoteltje knoflookbrood.

Ziezo, we konden er weer even tegen. Zowel de geest als het vege lijf verzadigd. Als dit geen topweekend is.

Overpeinzingen

Morgen zal alles beter gaan

De reis verliep, op een paar kleine files na, voorspoedig. De straat waar we moesten zijn had nauwelijks parkeerplek en aan het begin van de straat waren we een kleine plek voorbij gereden. Nog maar eens een rondje. Het inparkeren was nog een dingetje, maar met behulp van dochterlief: ‘Kom maar, kom maar, nog een klein stukje en ho’ lukte het wonderwel. Parkeermeter instellen op de app. Later op de avond beter gekeken. Het gold alleen van 8.00 uur tot 18.00 uur. Beter. Bovendien waren het vooroorlogse prijzen per uur bij wijze van spreken.

De twee schatjes sjouwden de bagage en de boodschappen naar binnen en dochterlief maakte haar heerlijke noedelsoepje warm en het bord op met bouillon, vers gesneden groenten en er was koriander in overvloed. Wat een zalig maal. Het mocht ook wel want inmiddels was het al acht uur in de avond.

Het huis is van een aangename leeftijd, met zwart geverfde houten vloeren, hoge ramen, ouderwetse deuren met een bovenlichtje erin, een lange gang waar al die deuren op uitkwamen en een granieten vloer. De keuken idem dito vloer. Een smaakvolle inrichting al miste ik te allen tijde het groenaccent. Maar ach. Een airB&B leent zich daar niet echt voor, al zijn yucca’s altijd bereid hun uiterste best te doen. Het is een echt stads huis met een plaats achter waar zo te zien wat stinzen en de helleborus orientalis de vrije hand krijgen, waar ze dankbaar gebruik van maken. Tegen de witgekalkte muren staan een aantal bessenstruiken, een ‘room with a view’, want ik slaap achter en de meiden voor.

We kregen na de maaltijd een discussie over het verslavende internetgebruik van vandaag de dag. Toch wil ik het altijd nuanceren, al onderschat ik de ernst niet. Het is geschiedenis eigen om elke vernieuwing met argusogen te bekijken en dat is goed. Dat moet ook. Of we uitgaan van de juiste invalshoek, valt nog te bezien. Het is niet makkelijk maar zouden we allemaal niet meer gefocused moeten zijn op het weerbaar maken van kinderen ten aanzien van kudde-gedrag. Omdat ‘ze’ allemaal fortnight spelen, is het zielig als ze dat niet mogen? Of is er een weg te vinden waarop kinderen leren intrinsiek gemotiveerd andere keuzes te maken? We raken er niet uit omdat ik niet goed duidelijk kan maken wat ik bedoel. Door de jaren heen hebben we met elke vernieuwing met hetzelfde bijltje gehakt en natuurlijk zijn er iedere keer weer verslavingsslachtoffers. In gradatie qua ernst neemt het toe. Per slot van rekening zijn we nu de hele dag(en nacht) met het oog van de wereld verbonden, komt het nieuws harder binnen, wordt er met filmpjes ingespeeld door verslavende elementen te gebruiken. Ik hoor voor het eerst van shortfilms die een vlucht nemen onder de kinderen.

Dat hoor ik en geloof ik zeker. Maar kunnen we ze niet op de een of andere manier weerbaarder maken, niet alleen ten opzichte van internet, maar ook ten opzichte van slaafs keuzes maken, vaak uit angst, verlies van vertrouwen of om er tegen te zijn of er juist bij te horen.

Terwijl de dametjes zich opmaken om te gaan slapen, moet ik er verder op door mijmeren. Als ik na het laatste wijntje de kribbe opzoek, houdt de wat bonkige matras me uit de slaap. Ach ja, een eerste nacht. Zo ken ik dat verschijnsel weer. Morgen zal alles beter gaan.

Overpeinzingen

Rond vijven zakken we af

In de krant van gisteren stonden in het katern ‘Taal’ twee foto’s met een opschrift. Een ervan was een oude naaidoos die de schrijfster van haar moeder had geërfd. Aan de binnenkant van die doos stond in sierlijke gouden letters: ‘Mocht de buitenwereld U lokken/Blijf dan thuis en stop de sokken’. Natuurlijk dacht ik aan mijn moeders naaidoos. Zo’n heerlijk vertrouwd exemplaar uit de jaren vijftig met kaartjes Brat, stopnaalden, vingerhoedjes en naaldvoerders, het speldenkussen, maar ook met de houten paddestoel waarmee we de sokken van de zeven broers konden stoppen. ‘Een houten stopel’, schreef degene die de foto had ingestuurd. Dat woord kende ik niet. Ze had de foto ingestuurd in het kader van de duurzaamheid. Maar er zijn meer betekenissen aan de spreuk toe te voegen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de buitenwereld nu helemaal niet lokt en dat men liever binnenzit met moeders naaidoos voor zich, veilig en vertrouwd.

Deze doos is keurig geordend, die van mijn moeder was toch altijd enigszins geleide chaos. Je kon er alles in vinden, maar je moest wel even grabbelen.

Naast de foto van de naaidoos stond een foto van een minibieb, waarin een vriendelijke boodschap:’Vlucht in een boek, wanneer je geen vlucht kunt boeken’. Daar komt dezelfde welhaast schalkse omarming van de duurzaamheid eveneens om de hoek kijken. En ook hier geldt: Vluchten in je boeken kan altijd. Daar vind je die andere werelden, waarin je weg kan dromen of waarin je je kan verplaatsen in de hoofdpersonen en opnieuw de mooiste, spannendste, ontroerendste avonturen kan beleven in je luie leesfauteuil. De woordspeling is heerlijk. Het moraal van de eerste en het advies van de tweede foto zijn poëtische verdichtsels op zich. Dergelijke taal smaakt naar meer.

Lief had de koffer al gepakt. Daar hoefde voor twee nachten niet veel in. Een nieuwe set van broek en t-shirt voor als hij nat zou regenen en dan alleen de toiletspullen en de communicatiemiddelen. Natuurlijk gaat de dikke Theo Thijssen mee. Genoeg leesvoer om de stille uren door te komen. Zo tegen het middaguur nemen we afscheid en dan ga ik op mijn gemakkie bekijken wat ik mee kan nemen. Ook niet veel vermoed ik. Al zullen we morgen het centrum opzoeken.

Vintage en tweedehandswinkels genoeg, eventueel het museum met een tentoonstelling van Shinkichi Tajiri: The Restless Wanderer. Zijn kleinkinderen hebben ter ere van de honderdste geboortedag van hun opa deze tentoonstelling samengesteld. Diens immigratie, de interneringskampen aan de westkust van Amerika enkel en alleen omdat hij een Japanner was, het ontsnappen aan concentratiekampen door in dienst te gaan en zwaar gewond te raken in Rome, zijn vertrek uit Amerika, zijn jaren in Parijs met de kunstenaars Zadkine en Léger, de ontmoeting tussen hem en zijn Nederlandse vrouw en uiteindelijk het stichten van een gezin in Limburg, al die belevenissen liggen ten grondslag aan zijn werk, uitingen van migratie en ballingschap.

Dit is het regenscenario, maar meestal is wat je uitstippelt ook goed om links te laten liggen en je te laten leiden door de vlucht van het moment. We gaan het zien en beleven. In ieder geval is er de belangrijkste aandacht voor de dochters en het samen ondernemen. Rond vijven zakken we af.

Overpeinzingen

Nu al zin in

Vanmorgen naar het ziekenhuis voor de laatste controle bij de oogarts. Denkbeeldig stempeltje erop en goedgekeurd, schat ik zo in. Gisteren was het een mak-aan-dag. De dag ervoor was er al genoeg reuring geweest. Ik dwaalde door mijn kledingkast en kwam wat broeken tegen, die ik ooit paste met maatje pink. Nog even passen voor de zekerheid. De ritsen konden met grote moeite dicht maar dan voelde ik me wel een worstenbroodje. Resoluut in de zak laten verdwijnen. Sinds ik verslingerd ben aan mijn wijde broeken had ik mezelf beloofd nooit meer voor de goede orde dergelijke broeken te dragen. Die leeftijd van zelfleed ben ik te boven.

De zon schijnt uitbundig. Het is misschien vandaag wel een uitgelezen dag om op de tuin te zijn. Wat heerlijk dat deze dagen steeds vaker terugkeren. Voor aankomend weekend is er wat regen voorspeld. Dan kunnen we ons in het museum vermaken in Maastricht. Het is lang geleden dat ik die stad bezocht heb. Vroeger kwamen we er elk jaar een keer, omdat we vakantie hielden met vrienden in Hombourg net over de grens in België. Op het toilet hangt nog altijd een foto van de grote groep vrienden waar we die vrijheid mee vierden. Het is een foto vol weemoed. Vijf van hen zijn al overleden, stuk voor stuk te jong en te vroeg. Iedere keer als ik er naar kijk, trekt er spijt door mijn denken.

Een van de leuke plekken was de grote zaterdagse brocante-markt. Daar neusden we tussen de kramen op zoek naar mooie spulletjes. Ragout-aardewerk, witte broderie, tweedehandskleding en oude boeken. Blij als een kind als we een vondst hadden gedaan, die we zeker niet hadden willen missen. De buit namen we mee naar het vakantiehuis om uitgebreid bewonderd te laten worden door de vrienden. Op die manier wordt ‘markten’ extra feestelijk.

Zoonlief appt op de valreep vlak voor we het ziekenhuis inlopen. Op het bovenste dek met uitzicht op de stad en het park vertelt hij dat hij bij zijn broer op bezoek gaat in Amersfoort en of we soms mee willen. Ik vraag even bedenktijd en overleg met Lief. We wilden eigenlijk, op deze droge lentedag, naar de tuin, maar beide zonen zien en hun kinderen, dat was natuurlijk toch ook een buitenkansje. ‘We doen het’ appte ik terug.

Er waren meer mensen met oogproblemen, de wachtkamer zat afgeladen vol. De helft bleek echter gezelschapsmaatje. Redelijk snel aan de beurt dus. De optimetrist keurde beide ogen, gooide er nog een druppeltje in om de druk te meten en bleef schuiven met apparaten. Een voor de leesfactor, een voor het ver-affie en een voor de druk. De operatie was met vlag en wimpel geslaagd en het zicht was maar liefst 120 %, een arendsblik.

Opgetogen trokken we naar zoonlief en genoten van Cucu met zijn gelukzalige glimlach. Met zijn zoevende auto waren we binnen de kortste keren op weg naar de andere tweelingzoon, die in de tuin aan het bivakkeren was. Nog niet helemaal lenteklaar, maar wel heerlijk ongedwongen. De kleine lag op een kleed en kroop alweer achteruit, de middelste kwam lekker op schoot zitten bij mij en liet zich het zachte warme dankbaar aanleunen. Cucu had alle aandacht voor zijn nicht.

Zoonlief had wat zakken met overtollige kleding bij zich, waarbij alles grif aftrek vond. Lief hield er nog een paar spijkerjassen aan over. Toevallig las ik bij vriendinlief ook dat ze aan het ruimen is in haar huis. Dat is wat lente vraagt, zoals vroeger iedereen met de grote schoonmaak in de weer ging.

Wat een heerlijk uurtje samenzijn. Ook een onverwachte parel. We werden netjes bij de auto afgezet en ieder ging een eigen weg. Wij nog voor een klein boodschapje en zoonlief ging zijn dochter van school halen. Straks of morgen inpakken voor het weekend en de atelierbroek niet vergeten want op zondagmorgen gaan we een workshop doen. Nu al zin in.

Overpeinzingen

Het gaat om de ander

Gisteren was het de dag van de openbaringen. Voortdurend viel ik van mijn stoel van verbazing. Amsterdam, dat bolwerk dat in mijn ogen doorgaans alleen maar goed te bereiken was met het openbaar vervoer had zich voor mijn ogen ontsloten als autostad waar parkeergarages net buiten het centrum eenvoudig te vinden en goed te bereiken waren. De garage was ruim en er was meer dan voldoende plek. Carré was op een afstand van twaalf minuten lopen. In mijn rustige tempo aan de arm van de twee dochters liepen we door de glinsterende straten van de avond in een nog steeds bruisende stad. Overal lichtjes, haastige en minder haastige mensen, terrassen met bezoekers onder luifels in dikke jassen, de prachtige oude gebouwen, de heerlijke herenhuizen, het was er allemaal.

Carré vlagde fier haar bereikbaarheid en in een stroom van theatergangers liepen we mee, af en toe natuurlijk wel eerst even een foto hier en daar. De meiden moesten er om lachen. Voor de blog, alles voor de blog, haha. We konden bij de garderobe de jassen kwijt en in de lounge namen de dochters nog een kop gemberthee. We hadden nog krap een half uur, dus een en ander moest wat haastig naar binnen.

Rij negen, de weg werd gewezen door twee mooie jonge vrouwen in een klassiek kostuum met keurig gepoetste schoenen, nostalgie evenals de suppoost in zijn vurig rode jas met de gouden tressen op de stoep voor carré. De zaal is nagenoeg uitverkocht, een zee van mensen in het rode pluche, en dat geeft aan waarom ik al zo lang niet in een theater ben geweest. Die massa, al die mensen op een kluitje. Ergens zingt in mijn achterhoofd Het Goede Doel: ‘Waar is hier de nooduitgang’, maar al gauw geef ik me over aan de beleving. Twee wonderschone schatten naast me en een puike plek. Mijn liefje wat wil je nog meer.

Claudia begint en al was de volkskrant wat weifelend, want de kop boven een recensie van Gidi Heesakkers luidt: ‘Claudia de Breij is terug en goed, zij het niet op haar overrompelende best’. Mij heeft ze vanaf minuut één opgepakt en meegenomen met haar rake opmerkingen, voorbeelden, haar stevige maatschappijkritiek. Wie goed luistert ziet dat ze, buiten haar eigen strubbelingen om, via een doktersbezoek het teveel aan cortisol naar omlaag moet brengen: Wandelen, yoga beoefenen, tuinieren. Kenmerkende acties zijn er ook. Overspannen zijn en toch naar Disney willen, omdat ze zo vreselijk veel van Sneeuwwitje houdt en ze de film vaker dan wie ook gezien heeft, dat soort dingen. Daar past ook het decor bij, dat grote glitterkasteel met subtiele grapjes erin verwerkt, dat haar de ruimte geeft om volop gebruik te maken van het hele podium. Ze komt bij de grootste manipulators van de wereld uit, die een flinke tik meekrijgen. Alles begint met het ‘bij de groep willen horen’ maar toch ‘anders’ zijn. De taal niet spreken, zowel de lichaamstaal als het begrip bij het woordgebruik. Dat dat hilarische misverstanden oplevert, herkennen we allemaal, toch? Of ik in ieder geval.

Kortom, wie zin heeft om een avond in de watten gelegd te worden met humor en toch midden in het heden wil blijven en iedereen, die meent dat het onbegrip een enorme vlucht genomen heeft en dat alles van polarisatie aan elkaar hangt, ga naar het theater. Beloofd is beloofd, er is genoeg stof om lang op te kunnen blijven teren. Ga naar deze vrouw, die in kapitalen uit de doeken doet, dat empathie voor de ander in staat is om veel vooroordelen voorgoed de wereld uit te helpen. Wel eerst even afdalen van je troon. Jij bent niet de gekwetste, het gaat niet om jou, het gaat om de ander.

Overpeinzingen

De juiste waarde te kleuren

Truus gaf aan dat haar bandenspanning te laag was. Door de knieën bij het pompstation zijn activiteiten die zo langzamerhand niet meer tot de ‘Dat-doe-ik-eventjes’ behoren, dus reden we naar de garage. Gemak dient de mens. ‘Als we even zouden wachten was het varkentje zo gewassen’, vertelde de vriendelijke man achter de balie.

Even later reden we met de zoevende Truus naar het centrum. Lief wilde nieuwe T-shirts en nieuwe brillen. Beiden zouden we daar vinden. Zeven stuks nam hij mee uit de winkel waar ‘voordelige mode in topkwaliteit’ te kust en te keur hing. Mooi en duurzaam katoen en voor een lage prijs in gevarieerde tinten. Daarna zochten we de brillenwinkel. Het was vreemd er naar binnen te stappen voor wat ik niet meer nodig had. Lief werd meegenomen voor een meting en daarna zochten we twee passende monturen. Een mooie Mark Jacobs en een Hugo, twee voor de prijs van één. De blauwe voor de computer en de donkere voor alledag. Wat een luxe dat ik er niet meer van afhankelijk ben.

In de ochtend was de longarts telefonisch met goed nieuws gekomen. De staat van de COPD is niet verergerd sinds 2018 en op mijn vragen over inspanning zoals trappen lopen, wandelen, benauwd worden na een maaltijd schreef hij atrovent voor, waarvan hij dacht dat ik dat allang als extra puf erbij had. Het is een snel werkende luchtverwijder, die je tot vier x daags kan nemen als je inspanningen gaat verrichten. Meer lucht en daardoor meer beweging. Allemaal goed voor de conditie. Ziezo, dat waren productieve uitjes op deze miezerige dag.

De documentaire ‘De toekomst is grijs’ die uit vijf delen bestaat, vraagt zich af of ouderen een last of een verrijking zijn. Dat lees ik als ik door NPO-Plus dwaal. Ze claimen dat er buiten de familie nauwelijks contact is tussen jong en oud, dat men elkaar niet kent, niet begrijpt en elkaar ook niet helpt. Dat zet me aan het denken. Ik ben zo’n oudere.

Veel jongeren hebben in de familie wel degelijk met ouderen te maken. Ze respecteren ze, vragen om raad en vice versa. Met het blijven vernieuwen van jezelf heb je eveneens de hulp nodig van de jongeren in deze wereld. Als dat gaat in een wederzijds vertrouwen en respect dan komen dergelijke vragen toch niet bij hen op? Ik denk niet dat wij vroeger zo naar onze ouders en grootouders hebben gekeken. Of ben ik teveel afgedwaald van de werkende wereld. Komt het doordat ik de vrijheid heb, lichamelijk en geestelijk, om te gaan en staan waar ik wil. Mijn vriendinnen en vrienden uit alle leeftijdscategorieën zijn me dierbaar en dat is wederzijds, weet ik.

We worden ouder. Als je gezegend bent met een goed werkend stel hersenen, dan kan de jongere generatie er een voordeel meedoen. Ik besluit de hele aflevering terug te kijken. Dat was maar goed ook. Daardoor ontmoet ik Conny en haar jonge vriend Twan Vet, de stadsdichter van Amersfoort, die in het gedicht ‘Raaklijn’ zo prachtig de vinger op de pols legt. Precies zo, stel ik me voor, zouden mensen elkaar moeten inspireren. Daar gaat het om. Voor elkaar een bron van inspiratie zijn, zoals er ook nooit een kloof is geweest tussen mijn kinderen van de groep en mij. Souplesse is de sleutel die nodig is om de ontmoeting in de juiste waarde te kleuren.

Raaklijn 

Geschreven voor en voorgelezen in het Omroep MAX-programma ‘De Toekomst is Grijs’

Rond mijn slapen trekt het grijs zich elke dag nog in de wortels terug,
er ligt een langer, voller, rijker leven opgerold in de wervels van mijn rug,
diep in mijn botten zit het versleten kraken al, maar houdt zich stil.

Ergens in mijn lijf zingen de verhalen rond die nog lang niet kunnen naverteld,
omdat ze nog moeten gebeuren – plekken waar ik later pas mag zijn,
mensen die ik nog niet tegen ben gekomen, herinneringen die ik nog niet heb.

In haar benen staat nog af en toe een meisje op dat geen weet heeft
van de jaren die elke dag iets dieper in de groeven van haar huid staan afgedrukt,
de gespaarde momenten van geluk, iemand met de tijd nog in haar binnenzak.

Ergens in haar lijf zit nog de onrust die ze ooit bezat, die jeugdige geldingsdrang,
de haast die met het ouder worden ergens rustig liggen gaat –
er woont een meisje in haar ogen dat af en toe nog kijkt.

En op die raaklijn van de tijd, daar overlappen wij elkaar:
een oude dame die het meisje nooit is kwijtgeraakt,
het jochie waarin haast geruisloos nog de ouderdom al slaapt.

Overpeinzingen

Waar een frisse voorjaarsbui al niet goed voor is

De dichter die de wereld wilde veranderen. Met woorden kom je ver, maar zeker niet ver genoeg. Het eerste is de ondertitel bij de biografie van Van Ostaijen. Hij heeft zeker richting gegeven aan mijn leven, toen ik in de jaren zestig een uitvoering zag in Amersfoort, waarin een performance over de Singer-Naaimachine, naar een gedicht van hem. Het heeft voor de voorliefde voor theater en de schone kunsten gezorgd. Een ingrijpende gebeurtenis. Een en ander viel samen met de voorstellingen van het alom geprezen Scapino-ballet, waar we met de lagere school naar toe gingen en die me met bewondering dat enorme podium, de weelderige kostuums en het zachte rode pluche van de stoelen liet ondergaan. Beide maakten diepe indruk. Om nooit te vergeten.

We zijn op een punt aanbeland in de geschiedenis dat je het magische toverstokje van Herman van Veen in handen zou willen hebben, waarmee je de wereld daadwerkelijk zou kunnen veranderen en dan, in een moeite door, ook de karakters van de mensen.

Gisterenmiddag liepen dochterlief, Lief en ik naar de Kom. Dat ging niet vanzelf en met de nodige rustpauzes. Er moest eerst nog een bloemetje gehaald worden bij de plaatselijke super in het centrum. Het was in het theater enorm druk. Zoonlief arriveerde op het nippertje. Bij het scannen van de kaartjes kwamen we er tot onze schrik achter dat die op de dag ervoor stonden. Help. Een vrouw hoorde het en schoot ons aan. Ze had net wat kaartjes teruggebracht. Snel naar de kassa. Daar waren nog vier stuks te verkrijgen en wel op rij drie. Verder was alles uitverkocht. De Franse delegatie, oma en opa, waren er ook en de drie kleinzonen kwamen ons dikke knuffies brengen, Dribbel voorop, die zoals altijd in mijn armen vloog.

Net op tijd zaten we op onze plekken. Rij drie bleek de eerste rij achter de orkestbak en we hadden dochterlief dan ook goed in het vizier. Ze zag er prachtig uit. De Franse Mamie, die van oorsprong kapster was, had haar haar gedaan, opgestoken met prachtige bloemen en krulletjes langs het gelaat. Daarbij had ze een mooie galajurk aan. Het betere werk. Op rij drie zat een trotse moeder, die af en toe een traan moest wegpinken. Sentimentele oude dwaas. Dochterlief naast me dorst me niet aan te kijken anders overkwam haar hetzelfde.

Het was een gevarieerd programma met een vorm van drama tussendoor. Het koor dat uit een veelheid aan stemmen bestaat, is goed. Er waren wat dingetjes met het geluid, iets wat we goed konden volgen omdat we er met ons neus bovenop zaten, maar verder liep het gesmeerd.

Ik begin op mijn vader te lijken, die zijn tranen steeds hoger had zitten, naarmate hij ouder werd. Het maakte in het donker niet uit. Er was genoeg afwisseling in het aanbod. Ze kwamen nog wel met wat foto’s via de beamer op de wand toen zuslief en ik toegezongen werden en later de bruidsfoto met haar knappe Fransman. (Het kraantje ging weer open).

Het regent voor de afwisseling. Dan vandaag de kledingkast maar uitmesten en bedenken wat ik dit weekend meeneem naar Maastricht. Het overtollige kan naar de kringloop. Alles wat langer dan een jaar niet gedragen is en waarvan ik zeker weet, dat ik het nooit meer aan zal trekken.

Waar een frisse voorjaarsbui al niet goed voor is.

Overpeinzingen

Samen genieten is leuker dan alleen

De schrijfopdracht van WordPress is: ‘Schrijf een brief aan jezelf als je honderd jaar bent’. Wat een grappige opdracht. Ik zou alleen maar nieuwsgierig zijn hoe de tijd zich afgewikkeld heeft, al is dat ook tweeledig. Ik wil niet in de toekomst kijken en benijd de Zieners en Voorspellers niet om hun gaven.

Bovendien kan ik nog niet helder denken omdat het boek ‘De moeders van Mahipar’ mijn denken volledig beheerst. Het boek is uit. Het Farsi uit het boek liet me hinkepinken op het verleden. Deze taal is doordrenkt met poetisch zangerige woorden. Zo’n andere taal dan die van ons. Zoveel meer symboliek, zoveel meer zoetgevooisde klanken en de schoonheid ervan. Zoveel liefde voor het leven en zo’n groot contrast met de werkelijkheid.

Een jaar lang heb ik geprobeerd de taal te leren, maar het is me nooit gelukt om de essentie onder de knie te krijgen, waardoor talen eigen worden. Het kan niet anders of elke lezer raakt betoverd door dit verhaal, een inkijk in de Afghaanse gemeenschap hier in Nederland en de lange arm van de tradities en rituelen van Afghanistan. Ik ga er verder niets over zeggen, maar weet dat ik in de ban van het boek was en de laatste hoofdstukken heb verslonden. ‘Fanatiek aan het lezen’, vond lief en dat wil wat zeggen. Geen tijd om te praten, geen tijd om te luisteren, lettertrek tot in het diepst van mijn hele ziel en zaligheid.

Gisteren reden we op een zonnige dag naar Turnhout. Een afsluiting bij Zaltbommel zorgde ervoor dat we een half uur langer onderweg waren. Truus kreunde onder een te lage bandenspanning. Even vol houden Truus.

Bij pleegzoonlief en zijn gezin stal de parmantige kleine de show, trok ons mee naar zijn hotwheels-racebaan en liet ons de in knop staande magnolia bewonderen, zo klein als hij was. We lunchten en het werd een gemoedelijk samenzijn. Daarna was er tijd voor een wandeling door het stadspark met de grote vijver vol gakkende ganzen en eenden en langs de kinderboerderij waar veel volk, volwassenen en kinderen, te overdadig de geiten en geitjes en de reeën aan het voeren waren. Er lagen hele stokbroden, genoeg voor een maand eten, in de platgetrapte modder. Wat jammer. Bij ons is het vaak verboden om de dieren te voederen, eenden worden ziek van brood en ook voor dit kleinvee is het niet zonder gevolgen. De kleine vermaakte zich prima door met een takje muziek te maken op het grote hek om het park heen, de mannen liepen de heuvel over en wij zaten in de zon op een bankje de maanden bij te praten. Over studie, over de nieuwe baan, over Verweggistan, over vakanties.

Dochterlief stuurde twee foto’s uit de tuin. Bloeiende narcissen bij de paarsblauwe heksenbol en de prachtige Helleborus in bloei in volle glorie. Van de week gaan we vast tijd vrij maken om daar ook de lente te omarmen.

Om niet in een woordeloos gat te vallen ligt ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ al klaar van Bibi Dumon Tak. De ondertitel is: ‘Een boek dat sist en bijt en iets doorbreekt, en even woedend als hoopvol is’. Daar tegenover staat de enorm dikke biografie van Paul van Ostaijen door Matthijs de Ridder. Een boek dat je alleen maar op een lessenaar kan lezen, wil je er geen kramp in je handen aan over houden.

Vanmiddag naar de uitvoering van dochterlief en haar koor. Zoonlief is gisteren al geweest en de rest van de familie komt hierheen. Dan lopen we met elkaar naar ‘De Kom’ toe. Samen genieten is leuker dan alleen.

Overpeinzingen

Als je op de golven blijft zeilen

De zon is er weer. Opmerkelijk hoe snel je alle dagen met regen vergeet als twee dagen achter elkaar de zon schijnt. Vandaag had een uitstekende dag voor de tuin geweest, maar we reizen af naar België, waar de pleegzoon van Lief woont met zijn vrouw en zoon. Daar lunchen we en dan gaan we toch niet te laat weer terug. Gisterenavond zagen we op Netflix een boeiende documentaire, met een apart probleem.

Er was een eeneiige tweeling, waarvan de ene jongen een ernstig ongeluk had gehad en in coma was geraakt. Toen hij bijkwam bleek hij aan geheugenverlies te lijden. De enige die hij herkende van alle mensen die hij zag, was die ene broer. Soms vragen we ons af of het leven maakbaar is. De broer zorgde ervoor dat het leven van zijn geheugenloze broer gevuld werd met de herinneringen, die hij hem wilde geven. Diens leven werd op die manier maakbaar, want alle ervaringen van daarvoor waren uitgewist.Een onbeschreven blad.

Na het overlijden van de barse vader en de grappige maar wat bijzondere moeder besloot broer om de waarheid te vertellen, omdat ze in het ouderlijk huis een geheime kast hadden gevonden met een laatje, waarin een foto lag van hen, naakt. De hoofden waren eraf geknipt. Het bleek dat hun moeder hen 15 jaar lang had misbruikt en doorlopend aan diverse vrienden meegegeven. Het zorgeloze leven van de geheugenloze broer stopte met die bekentenis abrupt. In eerste instantie was hij boos op zijn broer omdat hij hem de waarheid had onthouden. De enige reden daarvoor was om hem te sparen voor de naakte werkelijkheid. Alle mooie herinneringen spatten als een zeepbel uit elkaar.

Het hele verhaal zette wel aan tot denken. De broer had op eigen initiatief zo gehandeld en de vraag is of het achteraf gezien inderdaad beter was om zijn broer in onwetendheid te laten. De broer kon alles wat er werkelijk gebeurd was zelf niet vertellen maar wel via een docu-opname. De docu is een verfilming van een boek: ‘Tell me who I am’ door Joanna Hodgkin.

De gedachten over deze gebeurtenis blijven malen. Als alles blanco is daarboven wordt wat de ander vertelt onderdeel van het leven dat je op dat moment leidt. Zelfs foto’s van vroeger krijgen een eigen invulling. Hij verzon er fantasiebeelden bij. Er waren foto’s waarbij ze beiden op het strand speelden. Broer had daar een jaarlijkse vakantie in Frankrijk bij verzonnen en de geheugenloze broer had er levende beelden op geplakt. Broer wilde hem boven alles, met deze vernieuwde kans, een onbezorgd ‘normaal’ leven in een normaal gezin bezorgen. Het pakte anders uit. Was het verraad? Dat geloof ik niet. Het was Liefde.

Het boek ‘De Moeders van Mahipar’ is bijna uit. Sneller dan ik had verwacht. Eenmaal erin gedoken kom je er maar met moeite uit. Tussen alle bedrijven door telkens een flink stuk. Na de dagen van Texel is een rustige periode van stilte en bezinning op haar plek. Ook als tegenhang voor wat nu nog komen gaat. Morgen treedt dochter op met haar koor, een middagvullend moment. Maandag belt de longarts en dinsdagavond ga ik met de dochters naar Claudia de Brey. Vrouwenavond in deze week van de vrouw. Er is altijd wat te doen als je op de golven blijft zeilen

Overpeinzingen

Zo’n heldere kijk op het geheel

Wat een intrigerend verhaal ben ik nu toch aan het lezen. De Moeders van Mahipar voert onder andere terug naar Afghanistan, dat land waar alle betekenis onder een sluier verborgen wordt gehouden, tenminste in mijn beleving. We horen over de meest vreselijke dingen die daar plaats vinden. Er zijn ingrijpende documentaires gemaakt. De onderdrukking van vrouwen en meisjes is ons uit de doeken gedaan. De cultuur en de schoonheid van het land zijn ondergesneeuwd in al diee ellende. Ik speur in mijn verleden naar het vriendje van zoonlief met dezelfde naam, de gastvrije familie waar ik altijd moest aanschuiven aan tafel om gezamelijk de maaltijd te gebruiken als ik zoonlief op kwam halen na een speelmiddag. Later verhuisden ze naar Engeland. Ik denk aan de kleding die ik kreeg voor de verkleedkist van school. Prachtige traditionele kostuums, broek en tuniek. Ze waren niet langer bruikbaar. Nog golven de zoetgevooisde klanken van het Farsi door me heen, dat ik ook al kende van de vader van zoonlief en waardoor alles klonk als een gedicht van Hafez.

Ik lees de tocht van de hoofdpersoon en de vlucht voor haar man, aan wie ze was uitgehuwelijkt tegen haar zin en begrijp maar al te goed wat verleden kan betekenen in een mensenleven en hoe moeilijk het is om er een voorstelling van te maken als je de situatie zelf niet hebt gekend.

Vanmiddag storten we ons ook op een stukje verleden. Mijn verleden. Eigenlijk is elk leven een lange reis naar het heden, goed beschouwd. En alleen die mensen waar je mee bent opgegroeid, vrienden en familie, hebben er weet van. De anderen in je omgeving kunnen alleen maar het ene plaatje op het andere plakken en zo een beeld vormen. Nooit zo bewust bij stil gestaan, dan na het lezen van dit boek. ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’ zei men vroeger en dat was nou eenmaal zo. Geen leven beweegt zich vlekkeloos door de tijd. Het zijn bergen en dalen en ieder krijgt zijn deel.

In het boek zijn het geforceerde dalen. De ellende waar mensen in gestort worden als de hang naar macht de overhand krijgt en het een heel volk treft. In die zin heeft Nederland in ons tijdsbestek nauwelijks te klagen gehad.

Na de vragen van zoonlief vorig jaar waardoor ik ben begonnen met het graven in het verleden om alles zo waarheidsgetrouw als mogelijk is, op te schrijven, ontdekte ik dat het toch mijn eigen ingekleurde verhaal werd. Gevoel en mening liepen er doorheen als een rode draad. Iets objectief ervaren is onmogelijk.

Het boek maakt dit allemaal los, juist omdat er zoveel geheim wordt gehouden en verhuld, uit angst voor wat het los zal maken bij de jongere generatie die hier zo’n ander leven hebben gekend, maar ook uit angst voor de lange arm van het ontvluchte land. Wat zwaar om in angst te moeten leven. Er valt nog veel over te peinzen.

Gisterenochtend was ik keurig op tijd voor het longfunctie-onderzoek. De vrolijke vrouw die me kwam halen bleek een gezellige babbelaar. Ze was min of meer een ervaringsdeskundige met haar eigen astma. Het puffen ging niet heel fantastisch en we raakten aan de praat over het inhaleren van de pufjes en de tijdverdeling ervan. Het bleek dat een en ander was verzand in de routine van de steeds weer terugkerende gebeurtenis, gedachteloos, het hoorde bij de rituelen, waarbij er zomaar wat aannames waren ontstaan, die ze ontzenuwde. Ze heeft nauwelijks geweten, denk ik, hoezeer ik daarmee geholpen was. Ik weet nu wat me te doen staat en kan dan bekijken of een en ander zal verbeteren. Altijd fijn, zo’n heldere kijk op het geheel.

Overpeinzingen

Dat is vast niet de bedoeling

Hoe vertel je het personeel van een goed georganiseerd hotel-restaurant hoezeer je het waardeert dat ze met respect en aandacht hun klanten benaderen en je je thuis laten voelen ook onder onverwachte omstandigheden. Ik zat op de laatste ochtend op de hotelkamer, keek voor de laatste keer uit het raam, onze ‘room with a view’, en dacht na. In mijn rugzak wist ik een schetsboekje. Dat haalde ik te voorschijn, scheurde er twee hartjes uit, schreef met mijn fineliner er een bedankje op namens ons beide. Een legde ik in het midden op de kussens, waar de vorige ochtenden steevast een lekker chocolaatje voor ons had gelegen als we terugkwamen van een dagje Den Burg. De ander nam ik mee naar beneden, na een laatste blik op ‘ons’ honk voor drie dagen te hebben geworpen. Er stond ook een uitvoerig bedankje in het logboek.

Het hartje overhandigde ik aan de vrouw die ons steeds had geholpen en in de watten gelegd. Ze nam het verheugd aan en beloofde het op de balk te hangen. Dankbaarheid verpakt in de kleinste dingen. We rekenden de laatste maaltijd af en gaven een rijkelijke fooi. ‘Dag Smulpot met je waanzinnige ontbijten, tot later weer eens’.

De wachttijd met de boot was zo voorbij en ook het afmeren werd soepel geregeld in rotten van twee. De wat grauwige dag werd allengs lichter naarmate we meer landinwaarts trokken en uiteindelijk kwamen we met zon aan. Heerlijke lentedag. Tijd om even goed uit te rusten. De nacht was onrustig verlopen omdat we nu beiden verkouden waren en ik vooral verschrikkelijk had moeten hoesten. Nu weet ik eigenlijk pas zeker dat de geurstokken in het toilet daar vermoedelijk debet aan waren, want vannacht heb ik die hoestprikkel niet gehad.

Vandaag staat het jaarlijkse longfunctie-onderzoek op de rol. Dan hoor ik maandag na een telefonisch praatje met de longarts hoe het er voor staat. Ben benieuwd.

Waar we alle twee niet aan toegekomen waren, was het lezen. Beide dikke pillen lagen nog onaangeroerd. Vandaag met het aanbreken van de dag rond zeven uur, konden we beter uit de voeten. De oude routine was zo weer opgepakt. Puzzeltje, stukje lezen en schrijven, ongeveer in die volgorde.

‘De Moeders van Mahipar’ door Forugh Karimi begint meteen pakkend. Onmiddellijk zit ik in het verhaal van Mardjan en haar zwijgende zoontje onder de vleugels van de liefdadige weldoenster Tine, die een enigszins verstikkende voortvarendheid aan de dag legt.

Er is sprake van een dubbel vertelperspectief, het verblijf in Nederland in de derde persoon en de herinneringen worden verteld vanuit Mardjan zelf. Het werkt vooral verfraaiend en helder.

Tine vroeg haar of ze ‘een vrouw zonder geschiedenis’ was en Mardjan bedenkt dat dat is wat ze wil zijn hier in het land. ‘Een vrouw zonder geschiedenis‘ zou haar precies die broodnodige veiligheid bieden waar ze naar op zoek was.

Tot nu toe is het verhaal vooral van belang omdat aan bod komt hoezeer we langs elkaar heen kunnen praten vanuit onze eigen achtergrond. De goeddoenerij van Tine wordt heel anders ontvangen en beleefd dan ze denkt, maar dankbaarheid wordt wel vereist als voeding voor de hulp. Daar schuurt toch het een en ander. Ik ben pas helemaal aan het begin van de roman, maar zodra je in het verhaal zit leg je het niet makkelijk meer weg.

Maar nu moet het. In de benen en aan de slag. Anders halen we het ziekenhuis vermoedelijk helemaal buiten adem. Haha en dat is vast niet de bedoeling.

Overpeinzingen

Dat het voor herhaling vatbaar was

De laatste ochtend en een verslag over de welgevulde dag van gisteren. Lief is nu net zo verkouden als ik. Dat wordt een tijdje heen-en-weer-gekwakkel, maar we gaan er het beste van maken.

De dag was minder mooi dan de zon-overgoten maandag ervoor. We hadden om elf uur in het hotel afgesproken voor een bakje koffie met vriendinlief. Ze wilde ons het vernieuwde Museum Kaap Skil laten zien. Eigenlijk the place to be en waar het allemaal mee begonnen was. Het eilandleven rond 1900 met het vissersdorpje Skil., de (bijna)authentiek ingerichte vissershuisjes en de molen de Traanroeier.

De Reede van Texel was in de zeventiende eeuw bij elke zeeman bekend. Het is vastgelegd in een grote maritieme maquette ‘Schip in Zicht’ met exact nagemaakte miniatuurschepen, schepen die vergaan in een storm met onweer en bliksem, verwaaide angstkreten incluis. Het was er een drukte van belang.

Een van de schepen die voor de Reede vergaan was bevatte kostbare handel. In dit zogenaamde Palmhoutwrak vonden duikers honderden luxe en kostbare objecten. De topstukken staan er uitgestald om bewonderd te worden. Daaronder bevond zich ook de beroemde, fantastisch bewaard gebleven zijden jurk en de restanten van een bruidsjurk. De jurk was prachtig. De eigenaar van het schip is er absoluut een uit de betere kringen geweest. Het was er behoorlijk warm en we besloten met de lift naar de bovenverdieping te gaan om daarna langzaam af te zakken, maar waar was de lift? Ineens zagen we onder de animatie iets waar de lift zou kunnen zitten. We konden maar net bij de knop. Hij zat vernuftig verstopt achter een deel van de wand, en die ging met deur en al open.

Boven kon je mee op een zeventiende eeuwse wereldreis. Naar het oosten voor de specerijen en de koffie, naar het noorden voor het graan en het hout en westwaarts naar de suilerplantages met een indrukwekkende suikerketel, waarin de beelden te zien waren van hard werkende tot-slaaf-gemaakte medemensen. Er klonk voortdurende een intrigerende en weemoedige Afrikaanse zang. Prachtig tentoongesteld vonden we alle drie.

Het was fijn dat er overal bankjes waren. Voortdurend moest ik even zitten en bijkomen.

Buiten snoven we de frisse buitenlucht en genoten van het ‘oude’ vissersdorp, met haar smederij, de bakkerij en de winkel, de vissershuisjes, de scheepswerkplaats en toen hadden we wel weer voldoende kennis vergaard. Tijd voor een bezoekje aan de museumwinkel, waar een parmantige muis van Texelse schapenwol met een plakkertje aan haar staart van 4,95 van mij de aandacht trok. Ze keek een beetje smekend. Die zat er voor mij. Ze was slim want bij de kassa bleek dat ze het drievoudige kostte. Ze was natuurlijk in de winkel aan de zwier gegaan die nacht, omdat ze zeker wist dat ze de volgende dag zou verhuizen met een goedkoper prijsje aan haar staart.

Het was haar glansrijk gelukt. Deze sentimentele dwaas smelt voor lieve smekend kijkende muisjes. Succes verzekerd dus. Nu zit ze parmantig voorin bij Truus.

We namen afscheid bij het hotel, dikke zoenen, ze zou een pittige tijd tegemoet gaan. In het restaurant dronken we nog een kopje thee en gingen heel even rusten. Om half zes zouden we dochterlief ophalen, haar nieuwe huisjes bewonderen en uit eten gaan. Mijn voorstellingsvermogen gaat altijd op de loop. Bij een huisje denk ik natuurlijk aan een klein en lieflijk exemplaar midden tussen de duinen, gorgels om je heen en zandhazen, maar niets was minder waar. Ze woonde in een unit die aan het eind van het dorp waren neergezet. Mooie ruimtes met een zit, slaap en woongedeelte, open keuken en badkamer. Knus ingericht met veel kunst en plant.

Haar moeder, de ex van lief, kwam nog even groeten, maar wij zorgden er toch voor dat we op tijd op pad waren. Morgenochtend zou het voor dochterlief vijf uur al tijd worden om aan te treden, omdat ze naar ‘De Overkant’ moest voor haar andere baantje van twee dagen.

We togen naar de Koog, waar het restaurant dat ze op het oog had, dicht was, maar een ander ruim plek bood. Geweldig. Met deze kortademigheid heb ik geleerd om vooral te focussen op kleine porties, dus voor mij een voorgerecht, een vegan voor dochterlief en een vega voor Lief. Heerlijk bijkletsen met tips en tricks voor haar werk in groep 1 en 2 tijdens het smullen.

De tijd vloog om en om acht uur tikte het klokje van gehoorzaamheid. Een stevige omarming met een belofte om gauw weer eens om te komen en naar het hotel. Heerlijk uitrusten op de bedden met een wijntje en een biertje, al mijmerend dat we er goed aan gedaan hadden en dat het voor herhaling vatbaar was.

Overpeinzingen

Dat weet ik zeker

Hè hè ik kan eindelijk vertellen wat dat kleine dingetje van gisteren nu eigenlijk was. Dat was allesbehalve klein maar een hele grote verrassing voor onze lieve zus, die altijd getrouw overal en iedereen van onze grote familie bezoekt en aandacht schenkt.

Onze jongste zus verzon een snelle bijeenkomst met de hele familie, ook die van haar mans kant, bij het van der Valk Hotel in Houten zonder dat ze het wist. Een aantal weken daarvoor had ze al geprobeerd om een groot feest te plannen maar telkens kon het geen doorgang vinden, omdat er mensen verhinderd waren. Met het doorhakken van deze knoop kon bijna iedereen, behalve een immobiele broer en zijn lieve vrouw en een nicht en haar man met hun gezin.

Ze wist werkelijk van niets en schreef onder mijn blog van gister: ‘Een klein dingetje zus? Het was een tsunami’! Heerlijk om zo overrompeld en in het zonnetje gezet te worden en volledig verdiend.

De organisatie in het restaurant was uitstekend. Iedereen had in een mum van tijd een lunch voor zich staan. Zuslief en haar man trakteerden op de drank. Zo fijn voor iedereen, deze bijeenkomst. Ik had het broer en schoonzus graag gegund. Het is toch heel bijzonder dat we er nog alle elf zijn met aanhang.

Het was een aangenaam samenzijn met veel causerietjes en fijne gesprekken, iets om lang op terug te kijken. De cadeautafel vulde zich met lieve attenties. Daar kan ze nog lang op teren, lijkt me en wij allemaal.

Om drie uur ‘s middags verlieten lief en ik als Assepoes het bal, want we wilden de boot naar Texel niet missen. Het was druk op de weg. Twee files om het geduld te oefenen en op het laatste stuk een wonderlijke kruip-door-sluip-door weg in de kop van Noord Holland, richting de aanlegplaats van de boot.

Binnen een half uur waren we op het eiland en toen begon het grote parkeervraagstuk, want daar hadden we ons duidelijk niet in verdiept en het hotel lag midden in het oude Den Burg maar had geen eigen parkeerplekken. Het bleek dat je een E-parkeervignet moest kopen en dan kon je in de rode zone om den Burg heen de auto kwijt. Ze stuurden ons eerst naar de Emmalaan, maar dat was zo ver weg, dat had ik nooit kunnen belopen. Het E-ticket voor een week hadden we inmiddels aangeschaft, maar hoe die rode zone liep was nog niet duidelijk. In de Julianalaan vonden we een plekje, maar moesten toch nog een aardig stukje tippelen met de rolkoffertjes achter ons aan. Van dat geluid worden de omwonenden in de zomer vast en zeker helemaal gek.

De gerant van het hotel, of een van zijn helpers, bleek een allerhartelijkste jongen die onmiddellijk de situatie goed had ingeschat toen ik hem vroeg hoeveel trappen ik op zou moeten. Hij beijverde zich om een kamer op de eerste etage te bemachtigen terwijl die officieel op de tweede lag. Warempel, het lukte hem. Hij droeg galant mijn koffertje. Die ene trap ging net. Joviaal nam hij afscheid.

De kamer is heerlijk. Klein maar fijn. Een mooi en druk restaurant er onder en gezien de klandizie zal het goed toeven zijn. Vannacht heb ik geen oog dicht gedaan maar onze moeder plachtte immer te zeggen: ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook’. Dat deed ik braaf.

Vandaag gaan we vriendinlief opzoeken, brengen de vier boeken die ze ons in Hongarije had uitgeleend en waar we met geen mogelijkheid aan toegekomen zijn, en kunnen haar appartement bewonderen. Daarna volgt vast een wandeling langs de kust en een gezellige maaltijd.

Wat een mooie dag al met al. Jeugdsentiment met al die nostalgie aan de tafels bij zus en een prachtige historische plek midden in een, voor mij, volkomen nieuw dorp.

Straks waait de zeewind mijn verkoudheid uit mijn lijf. Dat weet ik zeker.

Overpeinzingen

Niets staat ons nog in de weg

Griepachtige verschijnselen probeer ik weg te denken. Er staat immers een gezellig avondje op de rol met onze boekenbabbel. De club van zes, stuk voor stuk lieve vriendinnen en vrienden. Drie om drie en daarom zo goed in evenwicht. De twee die de organisatie op zich hadden genomen kozen de film en het restaurant. Dat laatste was niet zo moeilijk, want het filmhuis bezat een eigen restaurant. Wel had ik gevraagd aan vriendlief die helemaal van een dorp bij Tiel moest komen of hij me op wilde halen, want ik zou het van z’n lang zal ze leven niet redden om een half uur te lopen zoals de anderen deden, omdat de plek van gratis parkeren zover van de bioscoop vandaan was. Met een verkoudheid onder de leden ben ik een hijgend stoompaard en heb daardoor nul energie.

Het was de kleinste zaal van het pand en we hadden de hele achterste rij, maar een van ons moest op de volgende rij zitten. Geen probleem, ruimte te over. De uitgekozen film had als titel: Inshallah a boy. Een op feiten gebaseerd drama over de structurele onderdrukking van vrouwen en meisjes in de Jordaanse samenleving. ‘Een vrouwenfilm’ zei een van ons. Maar achteraf denk ik dat juist de mannen dit soort wantoestanden moeten zien om te begrijpen hoe de levens van vrouwen nog altijd anders ingeschaald worden dan zou moeten.

Hier speelde vooral een erfeniskwestie mee volgens strenge Sharia-wetten die in het land gelden. Vrouwen die hun man verliezen, een dochter hebben, maar geen zoon, raken de helft van hun bezit kwijt aan de schoonfamilie, die natuurlijk semi-behulpzaam en vriendelijk onmiddellijk op de stoep staan en hun deel eisen. Er spelen nog meer nadelige gevolgen voor de vrouwen, die ik niet uit de doeken zal doen, maar die vooral de hypocrisie laten zien die heersend is, uitgelokt door deze strenge omstandigheden. De film start traag maar door het ingrijpende verhaal blijf je tot het eind toe geboeid.

Na afloop was er in de foyer een borrel en moesten we even wachten tot de gereserveerde tafel vrij was gekomen. Iedereen nam een knolselderij-steak maar ik koos de Pad Thai, waarvan ik hoopte dat het niet teveel zou zijn. Toch nog een hele kom vol waar ik maar eenderde van op kon. Gelukkig zijn er altijd hongerige magen in de buurt die een extra aanvulling niet versmaadden.

Het gonsde in het restaurant als een druk bezette bijenkorf op een lome zonnige zomerdag en het was lastig om een algemeen gesprek te voeren. De meningen waren eenduidig over de film en over dit bijzondere samenzijn. Parijs nog eens dunnetjes in de herhaling.

Omdat we lekker vroeg naar de film waren gegaan, waren we niet al te laat weer op weg naar huis. Mijn lieve vriend dropte me vlak voor de deur. Wat een luxe. Dat de parkeergarage sans pitié het volle pond rekende, was met een delen in de kosten nog een beetje te doen.

Thuis wachtte Lief, maar de benauwdheid had een tol geeist. Nu zitten we weer fris en fruitig aan de tafel. De ochtendrituelen achter de rug, de koffers gepakt, nog een klein dingetje en dan wacht Texel. Heerlijk, hoofd en geest goed uit laten waaien. Het is het enige waddeneiland waar ik nooit ben geweest. Ben heel benieuwd. De tank van de auto is vol, het hotel is gereserveerd, de boot betaald, de koffers gepakt en niets staat ons nog in de weg