Overpeinzingen

Wie weet hebben we mazzel

Paaseieren zoeken was altijd de traditie in de familie. Vroeger al met mijn vader en moeder en later in ons eigen gezin. Het moest gek lopen wilden we het een keertje overslaan. Dit jaar is het helaas zo ver. Omdat ik in een weekend de lange afstand wil rijden vanwege de afwezigheid van de vrachtwagens en we de Hof zo missen rijden we met Pasen, dat eind maart/begin april valt, al weg. Onze lieve Cucu wordt dan één jaar, maar dat zouden ze aanvankelijk pas vieren als zijn. moeder jarig was, later in april.

Op zulke momenten begint het hevig te knagen aan mijn oma-en- moederhart. Zo werkt het nou eenmaal. Maar de overnachtingen zijn geboekt. We reizen dit jaar in drie dagen naar Nagypeterd. Iedere dag zo’n vijf uurtjes rijden en dan uitrusten en genieten van de omgeving, dat doorgaans kleine dorpjes zijn. Ik hoop dat er dan veel filmpjes door komen van het eieren zoeken om het gemis te verzachten.

Vroeger moest manlief altijd voetballen, want dan was er een of ander toernooi gepland. Maar ik trok er toch op uit met een tas vol surprise eieren en later kleine eitjes. Vol verbazing meende ik dan hazen te zien, niet zomaar wat exemplaren, maar zelfs één met een mandje op zijn rug, doorgaans in het Julianapark. Alle eieren lagen dan al op de hoge heuvel. De zoektocht op zich was hilarisch. Je had natuurlijk altijd een haantje-de-voorste, die veel te snel was en tot bedaren gemaand moest worden. Dan siste ik tussen mijn tanden, dat ze het tweede of derde ei moesten laten liggen voor de anderen, dat was ook de reden dat we overgingen op kleine gewone eitjes. Dat verhoogde de feestvreugde want het was moeilijker en je kon ze ook hoger verstoppen in de bomen zelf in plaats van alleen aan de voet. Er bleven er altijd wel een paar achter, voor kinderen na ons of voor de kaboutertjes. Wie het eerst komt, het eerst maalt, was dan het devies.

Gisteren heeft zoonlief de biografie van Ostaijen opgehaald. Ik vrees dat we ons nooit gerealiseerd hebben dat het maar liefst 900 bladzijden telt. Het is een uiterst dikke pil en wat me bij de eerste bladzijde opviel is dat de biograaf Matthijs de Ridder hier en daar ook met Vlaamse woorden strooit, zoals ‘Volgens de geplogenheden van het genre’, staat er in een van de eerste regels bijvoorbeeld. Dat zal niet altijd meevallen. Woordenboek erbij. De gedichten behoren tot mijn lievelingen. In die zin lees ik graag over deze bijzondere man met zijn eigenzinnige kijk op het leven.

Vandaag ga ik met de leesclub naar de film ‘Inshallah a boy’ en daarna uit eten. Het wordt een beetje ‘Parijs proeven’. Want daar kijken we met veel warmte en plezier op terug. Sommige gebruiken zijn er om te koesteren.

Voor ons tripje naar Texel van morgen heb ik gisteren alles keurig gereserveerd en besteld. Retourtickets voor de boot, maar ook tegelijk de vignetten voor de reis aan het eind van de maand. Voor Hongarije hebben we een jaarvignet genomen en voor Oostenrijk is een tien-dagen-vignet voldoende. De vakantiewoningen waren al gereserveerd, een in Duitsland en een in Oostenrijk. Eens kijken hoe zo’n opgesplitste reis bevalt.

Verder kent deze maand een overvolle agenda. Dat voelt een beetje als druk, maar natuurlijk toch in de wetenschap dat er daarna een oceaan aan rust zal zijn. Ondanks dat eerste gegeven zoveel mogelijk met volle teugen genieten van de kinderen, van elkaar, van de gebeurtenissen die ons te wachten staan. Met de leuze ‘First things First’ in het achterhoofd en een bijgehouden agenda kan het haast niet verkeerd lopen.

Nu is er eerst de zon, die naar ik hoop veelvuldig te zien zal zijn deze maand. Wie weet, hebben we mazzel.

Overpeinzingen

Hoe meer zielen hoe meer vreugd

Ooit reden er drie van ons met de trein naar Amersfoort. Bakvissen die luid zongen in de vroege ochtend of druk aan het rebbelen waren in de ochtend-duffe coupé. Op die manier slingerden we de gedragen klanken van het ‘Piu Non Si Trovano’ vierstemmig de ruimte in tot groot verdriet van onze ontwakende mede-passagiers.

Nu zaten we gemoedelijk in de huiskamer van een van ons. In die kamer viel ongelooflijk veel te zien aan allerlei Engels aandoende snuisterijen. Dikbuikige theepotten, mooie schaaltjes, vilten poppen, een buste van de Franse Marianne, symbool voor de Triomf van de Republiek, de Vrede en de Rede, broderie, kralen kleedjes en een luxe Tafelboek over de klederdrachten in Nederland.

Bij de koffie heerlijk gebak en daarna gevulde chocolade eitjes. Gastvrouw ten voeten uit. Die kamer was een echo van haar slaapkamer vroeger. Ook toen was het meer een kabinet en keek je je ogen uit. Hoe dicht blijven eenmaal verworven eigenschappen bij de mens. Vriendinlief die nooit mee kon rijden in de trein omdat ze een bus moest pakken vanuit Driebergen behoorde absoluut wel tot de vaste kern.

Vanaf het moment dat we elkaar opnieuw gevonden hadden, kwamen we een keer per jaar minimaal bij elkaar. Vorig jaar werd er zelfs een reünie met de hele groep georganiseerd. Die jaarlijkse ontmoetingen zijn dierbaar. Ondanks de uiteen lopende levens zijn we nog steeds ergens diep van binnen bakvissen, zij het dan toch wijzer en geen spat veranderd qua uiterlijk, maar wel wat verkreukter. Er is een overmaat aan anekdotes en levensverhalen en het schiet heen en weer qua onderwerpen. Lichamelijke kwalen komen ook aan bod, soms luchtig met veel gelach en soms serieuzer met een ondertoon van weemoed door het schrijnend besef nooit meer het tij te kunnen keren.

Er worden tips uitgewisseld. Twee van ons zijn in het onderwijs gebleven en er zijn vragen van de anderen, over bijvoorbeeld kleinkinderen die moeite hebben met het lezen. Het verschijnsel ‘Graphic Novels’ , veel plaatjes en weinig tekst, kende men niet. Ook het Tetris-etsen werd met enthousiasme ontvangen. Door die creatieve wending kwam onze ‘zuster Adolpha’ even om de hoek kijken. De Non die ons tekenles gaf, een goedlachse zuster met een rond vriendelijk gezicht en vol interesse voor onze capriolen. Als je blijk gaf van enige aanleg dan ging ze er helemaal voor. Op de kleuterkweek leerde ik van haar hoe bordtekeningen te maken en daardoor ook het tekenen zelf. In het kiezen van de vorm voor haar lessen haalde ze alles uit de kast. Liefde stopte ze er in en vertrouwen.

Er was ook een moment van mijmering over de moeders, die we allemaal hadden gekend. Hun ‘tel je zegeningen’-stokpaard, hun onverwoestbare optimisme ondanks de ellende die ze hadden meegemaakt. Dat ging gepaard met dankbaarheid voor de tijd waarin we waren opgegroeid, weliswaar met dreigingen, maar nooit met een oorlog, waarbij we dachten dat de mens in het geheel wel wijzer zou zijn geworden en dat men had geleerd van het verleden. Niets was minder waar, helaas.

De dag vloog voorbij en een van ons werd veel te vroeg gehaald. Om half vier stond de vriendelijke chauffeur al voor de deur. Ze was het verst weg op de route die hij moest rijden om diverse mensen thuis te brengen. De rollator paste met groot gemak in de auto.

Met dikke knuffels en een uitgelaten roepen zwaaiden we haar uit, terwijl ze met enige spijt terug zwaaide. Ze had nog veel langer willen blijven.

We beloofden om halverwege het jaar nog eens bij elkaar te komen en de twee meiden erbij te vragen die bij ons groepje ‘Utrecht’ hoorden. Om met onze moeders te spreken: ‘Hoe meer zielen hoe meer vreugd.’

Overpeinzingen

Tijd te over

Ziezo, het huis was gepoetst tot in de kleinste details. Visite is altijd handig om eens even goed door te pakken. De benodigde energie was er. De dag daarvoor had ik al heerlijke chocola gehaald en kruidcake gebakken. Alles was klaar voor ontvangst van mijn lieve vriendinnen. Lief was naar Utrecht en schoondochter had haar lunch opgehaald en mee naar boven genomen. Van te voren werden de lekkernijen in mijn mooiste schaaltje geschikt en afgedekt. Muntblaadjes met de wortels in het water gestopt om zo op tafel te zetten. Sommige houden van sterk en anderen weer van slap, dus er viel op die manier zelf te kiezen.

Een van hen had lopen dwalen door de wijk, ze kon de oneven nummers niet vinden. De twee zussen kwamen stevig stappend van de bushalte gelopen. Handig dat die zo dichtbij stopte, al moest je daarvoor wel heel Nieuwegein door, vonden ze. Dat is waar, maar op de terugweg zouden ze helemaal tot aan de Neude kunnen blijven zitten. Het had z’n voordeel.

De boeken kwamen te voorschijn, mijn achterbuuf van de tuin had haar hele verzameling Theo Thijssen meegenomen met nog een paar extra boeken die over waren en die men mee mocht nemen. Ik wilde dolgraag Kees de Jongen lezen en Het grijze kind en nu ben ik dus in het bezit ervan. Boffen.

Eerst moesten we de lange winterstop bij kletsen. Er waren verdrietige dingen en gezondheidsperikelen, maar ook de krenten uit de pap werden gedeeld. De muntthee vond gretig aftrek. Daarna was er tijd voor de boekbespreking. Allereerst vond ik het bijzonder dat we in mijn ouderlijk huis niets van zijn oeuvre hadden. Vermoedelijk omdat hij een SDAP-er was, maar die reden kwam uit geheel eigen koker. Mijn vader was niet bepaald een socialist.

De moeder van de achterbuuf was in dezelfde tijd als Thijssen in de Jordaan opgegroeid en het hele boek was een Aha-Erlebnis geweest. Thuis was het boek van de Jeugd een soort halve bijbel, stukgelezen en wel. Haar moeder was enkele weken voor deze bijeenkomst overleden. Dat maakte het heel dubbel om dat leven van haar moeder zo uitvergroot terug te lezen in de uitvoerige beschrijvingen van de Jordaan, omdat de antwoorden op haar vragen nu onbeantwoord zouden blijven. Ze lepelde een van de liedjes van vroeger op die haar moeder ook voor haar had gezongen, woord voor woord en zin voor zin. Zij en de zussen kwamen uit een gereformeerd-, ik uit een katholiek-en-Utrechts nest, misschien speelde dat ook nog een rol.

Wel waren we het er over eens dat het boek een goed beeld gaf van het volkse Amsterdamse leven en dat werd als zeer plezierig ervaren, temeer omdat we tot nu toe biografieën hadden gelezen van personen uit de hogere kringen. Het leven van Thijssen gaf herkenning bij de achterbuuf en mij. De zussen hadden een tamelijk welgestelde oma en kwamen uit een ander milieu.

De vergelijkenis tussen de misstanden binnen het onderwijs van vroeger en nu bleken in bijna alle facetten nog steeds even schrijnend te zijn. Grote klassen, leraren tekort, financiën, methodieken, achterstanden van arm en rijk en daarbij zagen we ook in de politieke carrière van Thijssen dezelfde vermeende, in stand gehouden, problemen.

De vele herhalingen en het ontbreken van de juiste bronnen waren minpuntjes van de biograaf, maar verder hadden we ervan genoten. Het bleek dat we toch allemaal met een of twee benen in het onderwijs hadden gestaan. Dat maakte het zo herkenbaar.

Voor de volgende keer hebben we een biografie van Paul van Ostaijen, door Matthijs de Ridder geschreven. Een lijvig boekwerk van 700 bladzijden, maar we gokken erop dat er nog al wat van zijn gedichten in staan. Dat is dan toch weer andere bladvulling door al die witregels. Daarbij waren er tips voor nog wat niet te versmaden literatuur. Straks als Lief en ik terug in de Hof zijn hebben we tijd te over.

Overpeinzingen

Goed toeven in fijn gezelschap

De autobiografie over Theo Thijssen is uit. Zodra je je door de eerste hoofdstukken hebt geworsteld en daarbij door de hoeveelheid namen, scholen, bonden en partijen begint voor mij het verhaal pas echt. Vooral de hoofdstukken over onderwijs, het persoonlijk leven en zijn schrijfcapriolen boeiden zeer. Vlot geschreven en levendig. Af en toe valt de auteur Peter-Paul de Baar in de herhaling en heeft hij wat aannames, maar kalm maar gestaag wil je door tot aan het eind.

Natuurlijk snor ik het Theo Thijssen-museum op dat vlak bij de Westertoren ligt en loop al zijn literaire werk na. Zijn kritieken op andere schrijvers zijn niet mals en hij kan er behoorlijk op los briesen. Een vergelijk met Kloos komt om de hoek kijken. Die kon er ook wat van. Aan de andere kant sabelde de gevestigde literaire orde zijn werk ook te neer. We weten wel beter. Als iets goed geschreven is dan beklijft het en Kees de Jongen is er nog steeds. Zoals een van de mensen van het museum opmerkt: ‘Het is geen Bestseller maar een Longseller’, en dat is voor een schrijver het hoogste goed.

Zoonlief heeft de zolderkamer opgeruimd en al de overbodige voorwerpen op het halletje gestald. Lief komt in actie en brengt samen met hem het een en ander naar de containers maar we doen met z’n tweeen ook een rondje stort. Opgeruimd staat netjes is het devies en zo is het maar net. De oudste wil de afgedankte opruimbakken hebben, dus die stoppen we vast in de auto. Wie schrijft, die blijft.

Bij de supermarkt kies ik lekkere trakteersels. Chocola met cranberry en de witte versie ervan en schrik van de prijzen van gebak, enzovoort. Bovendien niet specifiek erg gezond ook nog. Dan maar zelf aan de slag en ik ga voor een kruidcake. Gemakkelijk en snel klaar. Vanmiddag komen de dames van de bioclub op bezoek. Dan kan ik ze wat voorschotelen. Ben benieuwd hoe zij het boek ervaren hebben.

Gisteren video-belde kleinzoon me, die zijn portfolio had gebracht bij de nieuwe school, waar hij ook een motivatiegesprek moest voeren. Hij had het goed gedaan vond de mevrouw waar hij mee sprak en zeker het etsen ging ze ook uitproberen. Over twee weken kreeg hij de uitslag en dan volgde eventueel nog een loting. Dat wordt dubbel hard duimen. Ik gun hem die leuke opleiding met heel mijn hart.

Nu kan ik eindelijk aan het andere boek beginnen: De Moeders van Mahipar van Foruch Karimi en dat komt goed uit want we hebben een klein tripje naar Texel op de rol staan. Aanstaande zondag nemen we de boot en zullen vier dagen kunnen genieten van vriendinlief en Lief zijn aangewaaide dochter. De laatste heeft daar een baan op school gevonden en woont er nu. De oorspronkelijke wortels liggen ook daar want haar moeder komt van Texel.

Ik ga natuurlijk op zoek naar de Gorgels, dat kan niet anders en dan ‘s avonds naar de zonsondergang kijken op een duin of naar de vlucht van een zeemeeuw, zoals Jochem Myjer ons liet zien in zijn laatste prachtige theatervoorstelling: ‘Adem in, Adem uit’ en hoop dan stiekem wat van die kleine wezentjes te zien langs schichten. ‘Joebelabambam’.

Maar voor dat alles gaan we met de leesclub zaterdag aan de rol, borrel, film, etentje, in die volgorde. Parijse sferen dunnetjes over doen. Het is altijd goed toeven in fijn gezelschap.

Overpeinzingen

Om bij te schrijven in de annalen

De workshop zondag was ongelooflijk leuk. Niet alleen omdat het met kleinzoon was, maar vooral omdat hij er zo serieus en gedreven mee aan de slag ging. Van te voren had ik hem alles uitgelegd. Na even nadenken kreeg hij een lumineus idee. Dat kon je aan hem zien, want een brede glimlach brak door en daarna liet hij me bij elke vordering raden wat het was.

Pas toen hij twee rondjes boven in de vorm kraste, ontdekte ik dat het waarschijnlijk een spook was. Omdat hij het werk nodig had voor zijn portfolio liet ik hem ook echt de onderwerpen en de uitvoering ervan helemaal zelf bedenken en doen. Bij de een na laatste sessie voerde hij elke handeling nauwgezet uit. Hij had het zich echt niet gemakkelijk gemaakt. Een helikopter in de lucht en een man die in de open deur hing, klaar voor een sprong.

Vooral het pasta-apparaat was populair. Dochterlief en schone zoon kwamen hem ophalen met dribbel en bij de demonstratie die daarna volgde met als onderwerp het planetenstelsel, verloor hij tijdens het strippen een paar planeten. Een mooie les, want hij was hals-over-kop aan de gang gegaan en minder secuur geweest.

Dribbel had op het einde ook een inventief idee. Hij wilde een blaadje door het ‘spaghetti-gedeelte’ draaien. Daarvoor moest hij op een standje minder, maar toen had hij een heel mooi geshredderd gordijntje. Dat is precies hoe het proces werkt. Kunst inspireert tot nieuwe kunst.

Werken, kletsen, spelen, plannen maken. Wat een heerlijke productieve middag.

De volgende ochtend, gisteren dus, al vroeg uit de veren om om tien uur dochterlief, de Filosoof en tante Pollewop op te halen. We hadden afgesproken naar Naturalis te gaan. Lief ging ook mee. Laat het gebouw nou op het oude terrein van het toenmalige AZL zijn gebouwd. Tussen alle hoge torens van nieuwbouw waren nog nostalgische blikken te werpen op de oudbouw van ons oude opleidingsinstituut hier en daar. We dachten dat het niet druk zou zijn op maandagmorgen, maar dat was een kleine vergissing. Heel Holland had nog een studiedag. Maar het immens grote gebouw bood plek aan iedereen zonder dat je overlopen werd. Wat een veelheid van informatie krijg je daar. Alles wat je maar wilt weten over de ontstaansgeschiedenis van de aarde en alle ontwikkelingen ervan, zijn er te vinden.

We begonnen bovenin, omdat we daar met de lift naar toe konden om vervolgens lopend af te zakken. De koffie boven werd ons door de neus geboord want het buffet was gesloten, maar de kinderen konden hun boterhammen eten en genieten van het uitzicht over Leiden in de nissen van de ramen.

De eerste twee onderwerpen waren niet de minste. De Verleiding en de Dood in volle glorie ten toon gesteld. Pittige onderwerpen maar leerzaam. Dood is niet eng. Dood helpt andere dieren en organismen om weer voort te kunnen. Alles heeft functie en staat in verbinding met elkaar. Zo zwierven we er tussen rond en genoten. Het was teveel om nauwkeurig te bekijken. Hier en daar een focus op dat wat de aandacht trok.

Verder dwaalde we door de tentoonstellingen over de ijstijd met de geweldige mammoetgeraamtes, de vroege mens, de dinotijd met de grootste en imposante Plateosaurus, een Triceratops en een Tyrannosaurus, Trix gedoopt, in volle glorie met animatie erachter, de evolutieleer, het leven en de aarde. De twee laatste zalen hebben Lief en ik niet meer gezien. Het werd steeds drukker en warmer, benauwder dus ook. Wij gingen samen bijkomen in het restaurant met een glas water en dochter en de kinderen bezochten de laatste twee zalen. Daar komen we nog eens voor terug, want ze zijn zeer de moeite waard. Dat was te zien in de etalages aan de straatkant. Indrukwekkend opgezet groot wild. De science experience bewaarden we ook voor een volgende keer.

Tussendoor een kopje soep voor ons en taart voor de kinderen en aan het eind chocomel, twee knuffels voor hen en een dappere dodo voor ons samen, die ik op mijn trui spelde.

Op de terugweg werden er verzoeknummers aan mijn Spotify toegevoegd met de grootste pret als Sire steeds wat anders van de titel maakte. Maar zo vloog de duur van de rit voorbij en hadden we veel lol. Thuis had schoonzoon zich in de keuken uitgeleefd. Een heerlijke rijsttafel als afsluiting en twee dagen van goud om bij te schrijven in de annalen.

Overpeinzingen

Eens kijken wat er uit de koker komt

Sinds de wolven op de Veluwe rondlopen, zijn er nu tevens meer raven te vinden. Zo werkt dus de biodiversiteit. Raven azen op de restjes die de wolven laten liggen. Die natuurlijke cyclus heeft me vanaf het begin geboeid. De natuur is zelfredzaam, zolang wij de ruimte geven om haar haar gang te laten gaan. Boeiende ontwikkeling.

Gisterenochtend had ik ineens de geest en ging toch maar eens focussen op het tetra-etsen. Met de pennetjes die in het kleipakket zaten viel er een haarscherpe lijnets in de verpakking te krassen. Om de delen die zwart moesten blijven te verkrijgen, moest de bovenlaag ervan weg gepeuterd worden. Veel tijd was er niet. Dat vroeg om een snelle schets, gekras en gepeuter. De kleine Khadi-velletjes had ik vlak ervoor nat gemaakt. Het pastamachientje stond in de aanslag, klaar voor gebruik. Op 9 was de kleinste stand, waardoor er veel druk uitgeoefend zou worden, bleek uit een proefpakketje.

Inkt op de glasplaat, uitrollen, de schets in-inkten en het verwijderen van de overtollige inkt met een prop keukenpapier. De ets tussen twee papiertjes door de machine heen en ziedaar. Er was resultaat. Fijn om het even uit te proberen voordat kleinzoon en ik er vanmiddag mee aan de slag gaan. Toen we na de verjaardag boodschappen gingen doen in de supermarkt kwamen we zoonlief tegen en zijn gezin. Extra knuffels voor de kleine Cucu en de uitnodiging om de gespaarde waterpakken te komen halen, extra grote schetsvellen dus. Alles ligt klaar, het atelier kan beginnen.

Wat moest je toch kopen voor iemand die niet meer rookt, niet meer drinkt en vooral graag met de handen werkt. Twee bossen tulpen samengevoegd met siertakken ertussen maken samen lente in de kamer. Zo’n cadeau voelt altijd goed. Teruglopend naar de auto kwamen we schoonzus tegen die broerlief in zijn rolstoel voort duwde, omdat ze ook een cadeau gingen kopen. Het huis van de jarige was voor hen gelukkig op rolafstand. Een vluchtige kus en een ‘tot zo’. Ze waren er eerder dan wij met de auto.

Zoals te verwachten zat de huiskamer vol met visite om broer/vader/eega eens uitgebreid in het zonnetje te zetten. Doorgaans heeft hij daar zelf ook een groot aandeel in. Mocht de buurt niet weten wat er aan de hand was met al die auto’s die alle parkeerplaatsen op het kleine pleintje bezet hielden, dan werd het hen duidelijk met het grote bord 75 voor het raam. Aan de grote tafel was er plaats omdat net een deel van de visite al weer vertrok. Het wisselen van de wacht. Daar zaten we dan als familie van het feestvarken zoals de Tantes Nel, Coba en Annie en de ooms Cas, Ap en Co als de oudere garde zaten toen wijzelf jonger waren. Er viel veel bij te kletsen en natuurlijk kwamen er de nodige sterke verhalen om de hoek kijken. Achter elkaar bleven er hapjes komen, al dan niet gefrituurd. Voor zuslief, broer en voor mij was het gesprek op afstand moeilijk te volgen met alle geluiden die over elkaar heen buitelden. Met de komst van de derde broer op rij en zijn vrouw werden de anekdotes nog eens stevig aangedikt. Zoals altijd bij gezelligheid vloog de tijd.

Theo Thijssen smeekt me om de laatste 50 bladzijden te lezen. Nou vooruit. Om 13.00 uur gaat het grote feest met kleinzoon beginnen. Eens kijken wat er uit de koker komt.

Overpeinzingen

En dát kunnen we alleen maar beamen

Gisteren konden we het pastamachientje op de kop tikken. ‘Tje’, want het was veel kleiner dan het in mijn beleving moest zijn. Maar ach, dit was de goedkope versie. Kijken of het werkt, dit systeem en of het zich een beetje goed houdt. Daarna kan er altijd nog een duurder exemplaar of een kleine drukpers aangeschaft worden. Vandaag maak ik een proefdruk. Ben benieuwd.

In de Olifantsoor, de Alocasia, zit een bloemknop. Sommige experts raden aan om die eruit te knippen omdat het de plant veel energie kost, maar dat vind ik zo tegennatuurlijk. Ik laat haar lekker haar bloem en vrucht dragen. Het is een pronte dame en een beetje opsmuk zal haar sieren.

Het hoofd zit in de henna. Ik vroeg me af of ik dat niet eens bij een kapper zou moeten laten doen, maar aangezien het goedje binnen een kwartier ingepakt en wel op mijn hoofd zit, wegen de kosten van de kapper niet op tegen de minieme arbeid, die ik er aan moet besteden. Twee uur intrekken moet het toch, daar of hier. Ik mis dan natuurlijk wel die heerlijke massagestoel, waar ik een keer eerder al kennis mee heb gemaakt. Zal ik Lief eens extra lief aankijken?

Broer wordt vandaag 75. Het is de broer direct boven mij, de zesde in de rij. Hij viert het als vanouds met voldoende hapjes voor een heel weeshuis, waar hij zelf de zorg voor neemt. Altijd gezellig druk en vol. Zo leuk om iedereen weer te zien. Er valt doorgaans heel veel bij te babbelen.

Gisteren kwam ik het heen-en-weerschrift van onze groep tegen. Vriendinlief en ik beschreven elkaar de beslommeringen van de dag en de aandachtspunten, soms staccato, soms in vogelvlucht, soms uitgebreid. Met een tikkeltje weemoed lees ik de berichten:

Lieve…Heerlijke drie dagen gehad, zitten goed in het project, hebben veel mooie dingen gemaakt, een reuze worm/een wormenhotel/een zee met tante Kwal en haar vrienden de vissen, de krab en de kreeft.

Berichtje terug: Ha die lieve…Heerlijke dag met leuke ateliers. (Bijna)Alle vogels vliegen. Boven op de keukenkastjes staat een bak met materialen voor mijn atelier van volgende week en mijn planning zit voor in de map, mag het daar blijven 😉

Ach ja, wat waren we een reuze-team. Het blijft een mooie periode om naar om te zien. Ik weet niet meer waar het was, dat ik ergens las dat je minder achterom moest kijken. Maar daar heb ik wat kanttekeningen bij. Ik koester met liefde de gouden herinneringen. Daar groei ik nog altijd op. Het bord dat ik van haar kreeg bij mijn jubileum staat bij het fonteintje van het toilet beneden, met de gevleugelde uitspraak: ‘Een huisje van goedheid en vreugde’ en altijd voeren die woorden me terug naar ons samen. Ik gebruikte die zinsnede in alle toonaarden.

Dochterlief schreef ook een overdracht in het schrift, na een dag dat ze had ingevallen in de groep. Dat is toch heel bijzonder, dochterlief in mijn voetsporen. Ze is nu alweer heel lang leerkracht en voelt zich, net als ik, helemaal thuis en op haar plek in de onderbouw. Het is de vrijheid die je daar hebt, los van de methodes. ‘Geen lesjes’, zegt Theo Thijssen, ‘Volg het kind. Die schrijft de eigen ontwikkeling’. En dát kunnen we alleen maar beamen.

Overpeinzingen

Over nuchterheid gesproken

Wanneer zijn die wolken nou eens uitgelekt. Opnieuw een regenbui nadat gisterenavond Louis van zich liet horen met krakende takken en kreunende bomen, een stevige woei rond het hoekhuis. Achteraf viel het mee, alles staat er nog op het balkon. Hoe het in het land is weet ik niet. Hier is nu nog een klein staartje van de storm te horen.

De kauwen gaan er anders mee om. Ze vliegen omhoog en laten zich dan op de wind weer naar beneden buitelen. Het is een koddig gezicht. Ze hebben afgesproken met elkaar, dat is wel duidelijk. In ieder geval vliegen er steeds grote plukken zwart door de lucht. Dartelend en wel. We kunnen veel van ze leren. Zit het weer tegen? Buig het om tot voordeel. Stampen in de plassen, druppels vangen op je tong, je laten voortstuwen door de wind, modderkastelen bouwen. Alles wat ik met de kinderen van de groep ook zou doen.

Ergens lees ik in een column dat iemand vroeger op kamers ging en het Margriet-kookboek van haar moeder kreeg. Toen ik met Lief naar Leiden vertrok op mijn achttiende jaar gaf mijn moeder mij ook een kookboek mee, van Libelle. Ik kon al koken want dat hadden we wel geleerd in de periode dat alle zeilen bijgezet moesten worden om de monden te kunnen voeden. Helpende handen waren nodig. Dus schilden we de aardappels, dopten de doperwten, lazen de tuinbonen, stopten de andijvie tot vijfmaal toe in het ijskoude water van de badkuip en maakten de spruiten schoon. De aanvoer ging per kist doorgaans. De tafel lag vol en wij zaten er omheen. Koken kregen we met de paplepel ingegoten.

In het huis aan de Hoge Rijndijk waar we destijds terecht kwamen, woonde een meisje beneden ons die in paniek met een blik doperwten naar boven stormde en vroeg wat ze er in godsnaam mee moest doen. Daar heeft onze wijze moeder ons voor behoed. Wij hielden er van om ‘de eigen bonen te doppen.’ Helaas heb ik door vroeger wel een broertje dood overgehouden aan de was. Overal hing was als het niet buiten kon hangen. De strijkbout hadden we in de jaren zeventig allang uit ons studentikoze leven verbannen. Kreukels zakten er wel uit, was ons motto. Was in de kamer was pure armoe. Maar ja, het kon niet anders. Er was geen droger en er was geen tuin of balkon drie hoog. Dan maar een wasrek aan de deur.

Al gauw kwam er een klein Indisch Kookboek naast het lijvige Libelle-werk te staan en begon mijn geëxperimenteer met al die nieuwe kruiden en exoten die steeds vaker in de schappen lagen en zeker te verkrijgen waren bij de toko in een steeg van de Breestraat. Het was te danken aan het kwart aan Indonesisch bloed dat Lief had meegekregen van zijn vader. We kochten een gietijzeren Wadjan en een natuurstenen Tjobek, een rib uit ons arme studentenlijf. We hadden op een gegeven moment in betere dagen zelfs een abonnement op TongTong en bezochten ieder jaar de grote Pasar Malam in den Haag.

Maar er was geen google, er waren geen online recepten, video’s of instructiefilmpjes. Experimenteren en met vallen en opstaan wijzer worden. Gerechten, Indonesisch gekruid met Hollandse nuchterheid.

De wadjan is er nog, de Tjobek staat in de kast en mijn moeder zou zeggen: ‘Eigenlijk geen geld als je bedenkt dat het al 54 jaar meegaat.’

Over nuchterheid gesproken.

Overpeinzingen

Om het gemis te verlichten

Dankzij de biografie over Theo Thijssen wordt het me eens te meer duidelijk dat de wereld een perpetuum mobile is en blijft. Ze draait door en niet alleen dat, maar valt voortdurend in herhalingen. Mij is altijd geleerd dat het leerpunt van een mens ligt bij de imperfectie. Fouten maken mag. Daarnaast stoot een ezel zich niet twee keer aan dezelfde steen, vertelde men mij vroeger vaker dan ik het horen wilde. Knoop het in je oren. Nou, het zit erin gebakken hoor, in het systeem. Maar wat schetst mijn verbazing bij het lezen van dit stukje geschiedenis over het onderwijs en een stuk politiek. In al die jaren, in dit geval een eeuw lang en nog langer, is er helemaal niets veranderd. Men bakkeleid nog steeds over dezelfde issues. De grootte van de groep, de gelijktrekking van de salariëring, de methodes die men moet gebruiken, wat het meest belangrijk is bij de geboden stof, de bezuinigingen, het inzetten van onbevoegde leerkrachten, de spelling.

De huidige onderwijsperikelen zijn een blauwdruk van de wederwaardigheden waar Thijssen cum suis mee te maken hadden

In zijn periode van volksvertegenwoordiger, hij zat in de tweede kamer als SDAP-lid, was het al niet veel beter. Het geharrewar en het getouwtrek over de diverse belangen namen al net zo’n vlucht los van de reuring in de wereld. Hadden we er zo langzamerhand niet veel wijzer door moeten zijn?

In de jaren ‘30 van de vorige eeuw paste men de weelde-belasting toe. Men steggelde vooral over wat je daar dan onder moest verstaan. Een wasmachine, een diamanten ring, een villa in Wassenaar. Wat voor de één bittere noodzaak was, was voor de ander niet meer dan normaal. Zo heeft men de tijd tot nu toe stuk geslagen. Weelde belasting. Iets om over na te denken. Tegenover al die daklozen en op drift zijnde vluchtelingen mogen we ons nog wel eens achter de oren krabben met dat dak boven ons hoofd.

In de krant van vanmorgen staat een Essay van Marli Huyer, een filosoof. Het gaat over rouw. Een zinsnede valt me op: ‘Een gat in de ervaring’. Gaten zijn er om gedicht te worden, maar soms vallen ze eenvoudigweg niet te dichten en blijven ze al dan niet schrijnend open. Gaten worden door mij vaak geassocieerd met leegte. Rouw ook. In die zin is het een mooie metafoor. De persoon is weg, er is een lancune ontstaan. Ze verhaalt van een vriendin waarmee ze altijd ging schaatsen en toen die weggevallen was, schaatste ze nog steeds met die vriendin. Haar verbeelding zette de vriendin voorop en daar zwierden ze als vanouds in een treintje achter elkaar.

Elke Acer die ik zie geeft een speciaal gesprek weer dat ik voerde met mijn lieve vriendin die jaren geleden overleden is. Altijd zitten we, zoals toen, onder een oude beuk in het Wilhelminapark wat uit te rusten op een bankje. Zij vermoeid door het gebrek aan energie. We tanken even bij en ik vraag haar naar een symbool voor haar leven op school. Ze wil niets, maar een boom dan en welke. Beslist noemt ze de Acer. Zonder gedenkplaat, zonder opsmuk. De Acer in al haar schoonheid. Bij elke Acer, groot of klein, die ik nu zie, zit ik weer met haar op het bankje onder de beuk. Zo werkt dat. Het gat heeft zich wel degelijk gevuld met de verbeelding. Ze is bij me. Zo voelt de filosofe het ook. Iedere schaatstocht die ze onderneemt is in het gezelschap van haar overleden vriendin.

Een gat in de herinnering waar verbeelding is om het gemis te verlichten.

Overpeinzingen

Als hopelijk de stilte overheersend is

Op naar Kootwijkerzand en vergeten dat het natuurlijk heuveltje op en heuveltje af gaat en soms hoger dan dat, bovendien door het rulle zand, dankzij de regen van de afgelopen maanden. Het was er wel prachtig en weids. Zandvlaktes zover als je kon kijken met in de verte nog hogere heuvels. We hielden de route angstvallig in de gaten, want als je hier zou verdwalen had je gemiddeld een dag nodig om je auto terug te vinden. We besloten wel het rechte pad te verlaten en een kronkelpaadje te kiezen. Was het vragen om moeilijkheden? We waagden het erop.

In alle rust zouden we ons midden in de woestijn wanen van Arita Baaijens, die we gisteren over haar filosofische buien in de Sahara hadden horen praten. Eerst moesten we voorbij de enorme vrachtwagens lopen, die de gevelde boomstammen met het nodige geraas op hun laadbak aan het takelen waren. Toen we bij de zandvlakte zelf aankwamen hoorden we ineens een dreigend geratel gevolgd door nog meer van dat onheilspellende geluid. Schoten en een mitrailleur wisten we intuïtief. Daar ging het vreedzame plan om het ego onder de loep te nemen. Natuurlijk werden er ergens vlakbij militaire oefeningen gehouden. Ik vroeg me af wat dat voor de dieren moest betekenen. Er scheen een kudde rond te lopen gezien de vlaaien en ook waren er vogels, die zich nauwelijks lieten zien.

Na een best nog snijdend windje en wat heuvels besloten we toch terug te lopen. Dan maar richting het Veluwemeer hadden Lief en ik bedacht, richting Stroe en Garderen en daarna koers naar Harderwijk. Toen we voorbij de Harskamp kwamen wisten we waar de oefeningen van het leger hadden plaatsgevonden. Natuurlijk, niet aan gedacht. Er was een grote legerbasis in de buurt.

Harderwijk was niet langer het lieflijke plaatsje tussen de stadsmuren, zoals we ons dat herinnerden, maar de haven is nu een grote kuil met zand en heipalen en er omheen waren allerlei nieuwbouwwijken, waarbij ze sommige de schijn van oud hadden willen meegeven, maar nogal pompeus. De oude molen met het museum vielen daardoor een beetje weg, het Veluwemeer was welhaast onbereikbaar. De tomtom dwong ons telkens een wijk in te gaan, waar geen parkeerplaatsen waren of naar een hele grote parkeerplaats waarbij het lang lopen zou zijn om het IJsselmeer te kunnen zien. Door alle bouwactiviteiten was ook de haven minder aantrekkelijk.

Dan maar naar een hotel langs de weg die aan het Veluwemeer stond. Eindelijk. We zagen water, vrijelijk en veel onder het genot van een heel erg late lunch, maar het kon allemaal de pret niet kreuken. Regen bracht ons daarna gezwind weer thuis, waar een film over Einstein de beloning was.

Vanmorgen héél vroeg liet een merel wel een uur lang zijn trillers horen. Hij zat vlakbij en floot uitgebreid het lied van de wisseling van de seizoenen. Bijna lente. Ik kan niet wachten.

Er loopt inderdaad een kudde Wisenten rond in de duinen bij Kootwijkerzand. Dat moest haast wel want er was flink tegen de bomen aangeschuierd en overal lagen kleine wit afgeschuurde stukken hout en bast. De Wisenten hadden we graag gezien. Een volgende keer, misschien op een zondag, als hopelijk de stilte overheersend is.

Overpeinzingen

Daar kan er niet genoeg van bestaan

Gisteren na de vierdelige serie met de opname in Kootwijkerzand wilde ik spontaan richting die zandduinen op de Veluwe. De app gaf aan dat het een goede drie kwartier rijden was. Het viel dus alles mee. Maar de lentelucht waar we mee wakker geworden waren had haar grauwe jas opnieuw aangetrokken. Jammer. Zo’n prachtige plek verdient mooi weer.

Lief vraagt aan mij of ik me kan voorstellen dat een theelepeltje ‘ster’ een miljard ton zou wegen. Een onvoorstelbare dimensie. Ik ben een ei, want heb geen idee. Zwaarder dan die flat?, De Eiffeltoren? Oneindig veel meer dus, nauwelijks voor te stellen. In mijn hoofd gaat het verhaal haar eigen werkelijkheid spelen. Ik zie een vrouwtje theelepel door het heelal zweven en goedmoedig naar links en rechts knikken om iedereen te begroeten en aan te moedigen om hun dag te vullen met liefde. Ze haalt het zilveren theelepeltje dat aan haar riempje bungelt naar boven en doopt het voorzichtig in het sterrenstof. ‘Goud op zilver brengt liefde en geluk’ mompelt ze. Ze spoed zich richting aarde en voorzichtig tikkend tegen haar lepeltje strooit ze het over de mensheid. Een beetje meer in Rusland, een beetje meer in Amerika, een beetje meer in Israel als ze er stiekem een snufje menslievendheid door heeft gekruid.

Zo werkt dat in mijn hoofd. Zeker met onvoorstelbare dingen maar ook met kunst. Ooit, lang geleden, zat ik in het gemeentemuseum, het huidige kunstmuseum, in Den Haag voor het schilderij van Breitner. Het heette De Waspit. Ik zag een jonge vrouw met opgeschorte rokken. We moesten er een verhaaltje bij verzinnen en vanuit dat verhaal, door details weg te laten of juist te noemen, te komen tot een gedicht. Het is iets wat op mijn lijf geschreven is. Zo verdwijn ik in een doek. Niet moeilijk als je helemaal alleen bent met het schilderij en in die gewijde zaal vlak voor het doek je voorstelt dat je in de tijd van die waspit leeft. Ongetwijfeld haast ze zich, ze moet snel zijn, dat vertellen haar opgeschorte rokken.

Nemo Kennislink vertelt dat de kunstenaar het meisje waarschijnlijk in een snelle schets heeft gevangen vanuit zijn huis aan de Lauriergracht 8 in Amsterdam. De schets is door twee onderzoekers van het Rijksmuseum gevonden in een van zijn vele schetsboeken. Dat wist ik nou weer niet. Dat geeft een extra dimensie aan het verhaal. De schets is snel opgezet, in zwart krijt. Op de andere bladzijde staat ze daarom dun gespiegeld.

Ik kan de foto nergens terug vinden. Ik weet dat ik het op de computer heb opgeslagen. Op dit moment kan ik er niet in. Ik weet ook dat mijn eigen opschrijfboekje nog ergens rondzwerft. In ieder geval is het een fijne manier om naar kunst te kijken omdat het tafereel op het doek op die manier bezieling krijgt, ook al is het een eigen interpretatie die daar aan ten grondslag ligt. Toch eens vaker op die manier er weer naar kijken.

Het hoofd zit vol fantastische verhalen. Steeds denk ik dat ik er wat mee moet, maar ach. Ik heb ze bewaard en dat is voldoende. Is dat zo? Ineens is er het besef dat mensen in landen die nu zo verschrikkelijk verwoest worden, ook van alles bewaard hebben. Wat op internet zweeft heeft daardoor misschien nog wel waarde, maar schriftjes, schets-en-dagboekjes, zoals er hier in huis zoveel rondzwerven, niet langer dan dat ze er zijn.

Ik geloof dat ik vrouwtje Theelepel maar weer op laat draven om wat geloof, hoop en liefde te scheppen uit die onmetelijke kosmos. Daar kan er niet genoeg van bestaan.

Overpeinzingen

Nog even doorstomen dus

Gisterenmiddag was er weer een fijn bezinningsmoment, dankzij het programma op Nederland 2. De Boeddhistische blik had een uitgebreide beschouwing over de vraag wat er nu moet gebeuren in deze wereld van verandering. Om dat te kunnen benaderen moest er eerst duidelijkheid komen, voor zover dat mogelijk was, over de vraag: ‘Wie ben ik’. Jan Bor, filosoof en publicist, neemt ons mee in de vierdelige serie: ‘Kan ik de wereld veranderen’. Uitgangspunt is een citaat van Jiddu Krishnamurti:

“The knowing of oneself is the beginning and the end of all misery” 

Het moge duidelijk zijn dat vele filosofen en Zenboeddhisten op zoek zijn geweest naar een antwoord op de eerste vraag. ‘Wie ben ik’. Er is een aandoenlijk beeld van een influencer, een jonge vrouw, die op haar negentiende de stekker uit alle social media heeft getrokken, omdat ze er achter was gekomen, dat alles waardoor ze zichzelf had gevormd niet anders was dan het kopiëren van het gedrag van anderen. Ze had net zolang geschaafd aan zichzelf tot ze zich volledig was kwijtgeraakt. Vóór haar puberteit hield ze van lezen, was creatief en hield van de natuur. In al die jaren die volgden, werd dat steeds meer naar de achtergrond gedrongen. Huilend bekende ze dat.

Jan Bor ging in gesprek met Arita Baaijens, de schrijver/biologe die met drie kamelen zeventien jaar lang in haar eentje de woestijn van Egypte tot Soedan doorkruiste langs de oude routes. Ze kon zich nog haarscherp voor de geest halen hoe ze op een snikhete dag onder een struik lag en zich afvroeg wie ze nu eigenlijk was. Ineens schoot haar te binnen: Ze was niets. Jarenlang heeft ze erover gedaan om van die gedachte bij te komen. De opname van dit gesprek vond plaats in het Kootwijkerzand, het landschap van haar jeugd. Die plek heeft er zeker toe bijgedragen dat ze de woestijn onder andere heeft verkozen boven andere plekken. Zo beïnvloeden ervaringen uit je jeugd je levenspad.

Jan Bor zoekt en vindt vooral het ‘ik’ in relatie tot de wereld om ons heen. Je ‘ik’ bestaat uit de gratie van de relatie met de buitenwereld. Iedereen heeft een bepaald beeld van elk van ons. Je bent de moeder, de optimist, het kind, de partner, de liefhebber van de schoonheid, de natuurbewonderaar. Al die verschillende gedachten vormen het ‘Ik’. Daar mijmer ik later over door.

Gedachten buitelen over elkaar heen en als Lief en ik er samen over stoeien, zoeken we de aflevering weer op en kom ik in verwarring omdat de biologe nu ineens een ander verhaal houdt in hetzelfde Kootwijkerzand. Het blijkt dan dat ik het vierde deel van de serie heb opgezet. Er belooft dus nog veel meer boeiends te komen. Om naar uit te zien.

De biografie over Theo Thijssen door Peter-Paul de Baar vordert gestaag. Er blijkt maar weinig over zijn privé-leven bekend te zijn. Dat is jammer. Er zijn best saillante details bekend, maar er is niets over geschreven. Het geeft wel een boeiend inkijkje in de onderwijs-geschiedenis. In wezen is het gekrakeel dat destijds plaats vond over de leerstof, de aanpak en de visie nooit veranderd. De ontwikkelingen in het buitenland worden maar sporadisch belicht. Vanuit mijn Jenaplan-achtergrond is dat ook spijtig. Hoe zouden de anderen van de club die niets met het onderwijs hebben, tegen deze kost hebben aangekeken. We gaan het volgende week horen. Nog even doorstomen dus..

Overpeinzingen

Over verbinding gesproken

Dwars door de bossen rond Den Dolder naar de expositie ‘Verbinding’ van een oudcollega van Lief en nog vijf anderen in het P’Arts op het oude Willem Arnzt. Het terrein was voor Lief bekend omdat hij er voorheen had lesgegeven. Dat was al tientallen jaren terug, dus een wat weggezakte herinnering. Er kwam wat graafwerk aan te pas. We waren uitgenodigd door lieve vrienden, ook een oudcollega van Lief met zijn vrouw, en al gauw bleek dat het opnieuw een ware reunie was van hun R.O.C tijd op de Oudenoord.

Bij het horen van die naam kon ik niet anders dan aan vroeger denken. Als wij met onze moeder naar de stad gingen, hadden we de keuze om met de bus te gaan of om te gaan lopen en dan op de terugweg iets lekkers te krijgen. Lopen betekende De Oudenoord aflopen langs de Monicakerk naar de Sint Jacobstraat en dan kwamen we in het centrum om bij C&A iets nieuws te kopen of naar de markt op het Paardenveld te gaan. Bijna altijd kozen we voor het lekkers. Een zak stroopwafelkruim, een spoorpunt of een puntzak patat met mayonaise.

Maar ik dwaal af. Lief was in de bijzondere omstandigheid om op de grens van vier werelden te staan. Die van het lesgeven in Dennendal zelf, op het R.O.C met die collega’s, onze wereld van nu en onze wereld van vroeger. Het thema ‘Verbinding’ kende dan ook vele raakvlakken.

Er viel veel te bekijken. Schilderijen, keramiek, beelden, sieraden en foto’s. De onderlinge verbinding tussen deze werken werd gevangen in de symboliek van de appel. De kern, de schil, de steel, het contrast en de pitten. Dat was op zich mooi, maar we werden er wel een beetje door afgeleid. Doorgaans gaan we er onbevangen in wat ontvankelijker maakt voor wat je ziet en welke beleving het oproept. Door de drukte was het nauwelijks mogelijk om je ergens in te verliezen.

De vrouw van de sieraden exposeerde met haar ‘Mon-collectie’ die geschoeid was op een Japans teken of een embleem dat in dat land fungeert als een soort familiewapen. Het was iets wat je kon dragen, maar ook iets wat je aan de muur kon hangen. Mooie kleinoden van zilver of grote hangers. Soms lijst ze ze in en worden het ‘muurjuwelen‘, een mooi betekenisvol gegeven.

Er viel veel te bespreken met al die oudgedienden. Er werd lief en leed aan herinneringen opgehaald, huidig verblijf gekenschetst, eventuele toekomstplannen gedeeld en dat alles met hapjes en dranken onder handbereik. Mijn aandeel daarin was voornamelijk handen schudden en voorstellen, maar met de vrouw van vriendlief kwam een geanimeerd gesprek op gang over de Nicolaasparochie, de kabouters en gidsen en de destijds dienende aalmoezenier. Drie kerken uit onze buurt werden samengevoegd tot De Nicolaas-Monica-Lutgerusparochie en de missen worden nu opgedragen in een ruimte onder de seniorenwoningen, die op de plek van onze oude Nicolaaskerk zijn gebouwd. Dat ligt vlak aan het Boerhaveplein en in het gebouw hing een groot portret van de, door ons geliefde, aalmoezenier. We konden een keer mee. ‘Ik wil je de kerk niet inpraten, hoor’, verontschuldigde ze zich.

Zo voelde dat helemaal niet, maar ik zou graag mijn kleine kindervoetstappen die daar in grote getale liggen, willen verenigen met mijn maatje 40-kloffen van nu. Over verbinding gesproken.

Overpeinzingen

Wereldburgers dus

De helderheid van dit moment. Hoog boven in de lucht, vanuit ons slaapkamerraam gezien, vliegt een ouderwetse V-vlucht aan wilde ganzen. Dat laatste vermoed ik, ingegeven door het boek van Nils Holgersson en zijn avonturen met Aka. Ik ben er stellig van overtuigd dat ik ze vóór mijn hernieuwde blik, nooit zou hebben opgemerkt , daar hoog in het zwerk. Vanaf nu krijgt elk uitzicht weer betekenis, anders dan de in elkaar vloeiende ondefinieerbare kleurschakeringen van voorheen. Opvallend bijvoorbeeld: De ekster op het dak hier tegenover is echt in-zwart en helder wit met prachtig blauw. Bijzonder om mee te maken is de progressie in de waarneming. Per dag gaat ze vooruit, waarschijnlijk net zo lang tot in het brein het verschil tussen de twee ogen in balans is gebracht.

In de bijlage van de groene deze week kom ik zowaar Carry van Bruggen tegen, de schrijfster die aan het begin van de vorige eeuw haar gedachtengoed beschreef in ‘Prometheus’, naast haar romans waarvan sommige duidelijk haar rebellerend karakter tegenover de destijds gehanteerde normen voor de vrouw uitdragen. Haar eigenzinnigheid in Indonesië is me bijgebleven. In de hitte daar weigerde ze om mee te doen aan de gewoonte om je als vrouw in te snoeren voor het verkrijgen van de zo populaire wespentaille. Ze hing haar korset aan de palmbomen en kleedde zich in luchtige sarong en kebaya. Nonconformisme ten top. Misschien komt daar mijn neiging vandaan om ‘het harnasje’ uit te gooien zodra ik de voordeur achter me dicht heb getrokken na een werelds dagje uit.

In Prometheus roemt ze het inzicht in de eenheid en verbondenheid van alles en iedereen. Wie dat inziet is de ware individualist. Niet je eigen belang vooropstellen maar de wijsheid te hanteren dat we onlosmakelijk verbonden zijn met andere mensen en de natuur, met al wat leeft in de ruimste zin van het woord. Een houding die een sterk rechtvaardigheidsgevoel met zich meebrengt. Ik lees en herlees het woord voor woord. Boeiende materie die tot denken aanzet vooral in deze roerige tijden.

Er komt een foto langszij van een lieve Blogvriendin, die de Manteleiken toont, zoals ze schitteren op Walcheren. Kromme honderdjarige oude eiken die niet de hoogte in zijn gegaan maar grillig en kronkelig door het opstuivende zout en de woedende zeewind laag zijn gebleven. Het beeld neemt me mee naar mijn eerste ontmoeting met de kurkeiken van Portugal. Aandoenlijke dunne stammetjes, waar de schors vanaf is geschild voor de kurk op de wijnflessen. De associatie met de kousenbeentjes van Vasalis in het gedicht ‘Appelboompjes’ speelden een grote rol. Daardoor ontroerde het me, alleen waren dit geen zwarte benen, maar gladde roodbruine kousenbenen.

Die manteleiken zijn een voorbeeld van hoe alles met elkaar verbonden is. Allerlei invloeden, aanwezigheid, overlevingsdrang, wilskracht ook, die er voor gezorgd hebben dat ze op deze wijze kunnen blijven bestaan. De kurkeiken overleven hun kale stammen ook, sterker nog, binnen negen jaar is de kurkschors weer aangegroeid en kan het hele proces opnieuw beginnen. Op die manier kan er wel 20 keer veilig worden ontschorst. Ik vraag me af of ze dan een opvang hebben voor niet producerende oude kurkeiken. De manteling op Walcheren bestaat in ieder geval al 200 jaar.

Via de app sijpelt binnen dat de kinderen al bezig zijn met de voorjaarsvakantie een invulling te geven. Dochterlief met een treinreis naar Hilversum met tante Pollewop en de Filosoof. De oudste is afgereisd naar La douce France om de schoonfamilie te bezoeken. Zoonlief en zijn gezin maken het oosten van het land onveilig en lieve schoondochter gaat met de kinderen en haar moeder en tante een paar dagen voor werk en ontspanning naar Milaan. Wereldburgers dus.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Lente-donderdag vraagt om tegemoet te komen aan de eerste voorjaarskriebels. Die laatste worden, eerlijk gezegd, ook ingegeven door de twee alziende ogen waarover ik nu beschik. De doorkijk door de ramen in de kamer en de keuken is net zo troebel geworden gedurende de afgelopen maanden als mijn eigen blik voor de operaties. Dat betekent met Glassex en trekker in de weer. Sorry lieve spinnen, die zich haastig uit de voeten maken voor dit aanstormend geweld en hun web zien sneuvelen. Het kan deze keer niet anders. Maak weer een mooie in de hoek van het schone glas.

Het is heerlijk zacht buiten. Het balkon wil een schrobbeurt maar dat moet nog even wachten, want teveel druk op het linkeroog is nu nog niet oké. Lief doet de badkamervloer. Ik denk aan vroeger en de lentekriebels van de vrouwen in de straat. Ineens stonden alle ramen open, even doorluchten heette dat dan. Kleden gingen naar buiten, en werden over de waslijnen gehangen of over houten trappen. De mattenkloppers kwamen te voorschijn en sloegen het ritme van de grote schoonmaak. Ramen werden gezeemd, de boel werd binnen geschuierd en de bedden gelucht.

Op de een of andere manier voelde het altijd echt als een nieuw begin, Om met de dichter Gorter te spreken die in zijn Mei met de onsterfelijke zin begint: ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’. Die beleving.

Zoonlief belde op. Hij stond voor de deur met kleinzoon. Gezellig een flesje gegeven en mijn improvisatie-handpoppen te voorschijn gehaald. Van de doek een Babbelaar gemaakt en daarna Muis, Knorretje en Feetje Toet te voorschijn getoverd. De grote vent had al schoenen aan. Zijn eerste echte en was in een keer baby-af. Wat eenkennig, maar altijd krijgen we, als hij maar bij paps op schoot mag zitten, een grote brede glimlach, een charmeur hoor.

In de volkskrant een artikel over de mare, dat voedzaam en duurzaam eten altijd duurder is. Alle voorgesneden groenten zijn duurder dan wanneer je zelf aan het snijden gaat. Bovendien bevatten kant-en-klare maaltijden een grote hoeveelheid ‘meer’ van alles. Vet, zout, suiker, noem het maar op. Gisteren kreeg ik een recept van een Traybake onder ogen. Die betekenis van het woord moest ik opzoeken. Het is niets meer of minder dan groenten snijden, husselen in de olijfolie, op de bakplaat in een goed verwarmde oven schuiven en roosteren. Binnen een half uur heb je een voedzame maaltijd. In de groentela lag een paprika, een courgette, een doosje kastanjechampignons en er waren nog wat uien en knoflook. Verder ging in het recept alleen nog wat verse thijm en oregano, die ik niet voorhanden had, dus behielp ik me met gedroogde Italiaanse kruiden. In de laatste tien minuten leg je er verkruimelde feta en olijven over. Het is niet te versmaden. We hebben er van gesmuld. Voor de grote eters had ik er nog rijst bij gekookt, maar dat hoeft echt niet. En je kan er goed mee dwars-door-de-kast eten. Iets wat in het kader van voedselverspilling een geliefde bezigheid is geworden.

Deze week stond in het teken van twee films. Nomadland met Frances McDormand in de hoofdrol en Wild. Beide films beschrijven een trektocht van Mexico naar Canada door vrouwen alleen. De eerste in een camper, de tweede te voet. Frances had ik al eerder zien schitteren in de aangrijpende film: ‘Three Billboards, Outside Ebbing Missouri’. Prachtig drama, een dijk van een verhaal. In Wild speelt Reese Witherspoon haar onbezonnen avontuur met een krachtige gedachte erachter als inspiratiebron. Ze wilde er alleen op uit met een (te zware) rugzak tot ze de vrouw die haar overleden moeder haar wenste, in zichzelf zou vinden na een losbandig leventje. Alleen al dat idee zet aan tot gemijmer. Beide films deden erg aan het boek ‘Het zoutpad’ denken.

Ze waren meer dan de moeite waard. Op de rol staat nog de film ‘Samsara’, waarin de regisseur de zaal aanzet tot een kwartier durende meditatie. Hoe dat ervaren wordt in een zaal vol, vragen we ons af. We zijn benieuwd.

Overpeinzingen

Dat kon niet meer deren.

De dag begint helder. Geen bril meer nodig. Arm duur montuur. Misschien kan ik haar laten ombouwen tot zonnebril. En al die andere eerder aangeschafte brilletjes, waarvan ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om ze zomaar weg te gooien. Dat is het nadeel van hechten aan persoonlijke gebruiksvoorwerpen, ook al omdat ze maatgeleverd zijn en het derhalve wel heel toevallig zou zijn als iemand in een kringloopwinkel precies dezelfde oogafwijking zou hebben als ik had. Wat is wijsheid.

In plaats van een dichte kruin van groen boven de daken tegenover het slaapkamerraam zie ik nu dat ze takken dragen en helemaal niet zo dik in het groen staan momenteel en wat ik ook zomaar zie aan de boom hier vlakbij, dat er lentespruiten aan groeien. Bijzondere waarneming.

Over de badkamervloer ga ik het niet hebben. Je kan het natuurlijk als nadeel beschouwen dat je alles weer helder ziet, maar misschien is het qua gezondheid een voordeel. Daar moet in ieder geval een stevig dweiltje over. Wat je allemaal niet mist bij kippigheid.

Alle dagen Valentijn vinden lief en ik en derhalve gaan we vandaag net als al die andere dagen in het jaar iets leuks doen. Om de ogen te testen in het verkeer besluiten we niet ver weg te gaan. De keuze valt op het kleine museum in Vianen, waar een tentoonstelling is over Ina Boudier Bakker, de schrijfster, die in de Voorstraat aldaar heeft gewoond. Men viert in de stad honderd jaar Voorstraat. Ina Boudier Bakker heeft erover geschreven in haar boek ‘Het straatje’.

Het rijden gaat perfect. Wat een verschil in zicht. Truus wordt netjes buiten de stadskern geparkeerd en we wandelen langs jaloersmakende erkerwoningen naar diezelfde straat, want daar ligt het museum aan. Tegenover het huis van de schrijfster in de druilerige regen, dat dan weer wel. Dat was de reden om niet te gaan wandelen, wat we anders zeker ook hadden gedaan. Dit stukje was precies lang genoeg om de coiffure in weerbarstige krul te toveren.

In het museum zaten twee dames achter een tafel om ons te ontvangen. We mochten de jassen in de garderobe hangen, niet meer dan een kast, en ons werd de weg gewezen naar de tentoonstelling. Het is er klein maar knus en alles ademt vroeg twintigste eeuws, dus is het niet moeilijk om in de sfeer te komen. Er zijn vitrinekasten met snuisterijen uit het gezin, schilderijen van haar moeder en Isaac Israëls. Ook hingen er nog drie vlugge schetsen van haar door de schilder gemaakt. Er was een film met Maarten van Rossem over haar tamelijk droeve leven, maar het geluid werd overstemd door de afzuiginstallatie. Er waren nauwelijks mensen, dus konden we, door er vlakbij te staan, toch best wel het een en ander meekrijgen. Bovendien, zo bedacht ik me, valt er op youtube terug te kijken.

Als bonus was er ook een tentoonstelling van de houtskooltekeningen van Sama Shihadi, een Palestijnse, die vooral tegen de heimwee en om troost te bieden haar enorme doeken maakt in groot contrast. De lucht boven de landschappen wordt hagelwit gehouden. In haar kunst zoekt ze verbinding met het land, dat haar grootouders in 1948 moesten verlaten. Saillant detail is het feit dat ze bij haar geboorte een Israelisch paspoort kreeg en daarmee nu een vluchteling in eigen land is. De vluchtelingenstatus is de verbinding tussen haar en het werk van de schrijfster, die in de periode van 1917 tot 1922 de kwestie van de opvang van Hongaarse vluchtelingenkinderen in de Voorstraat beschreef.

Beneden was er een historisch overzicht van de stad ingericht. Opmerkelijk vond ik de aandacht voor de feministe Joke Smit, een Viaanse, die in de jaren zeventig wedijverde voor een vijfurige werkdag en de voordelen daarvan had vastgelegd in een lijst van tien punten en die eveneens een periode in die beroemde Voorstraat heeft gewoond.

Wie de plaquettes volgt komt tenslotte uit bij een fijn restaurant op de hoek. Afsluiten met een wijntje en mijmeringen over de krakend verse kennis van daarnet. De dag druilde door, maar dat kon niet meer deren.

Overpeinzingen

De gastvrouw en ik

Zoonlief was precies op tijd. Natuurlijk had ik die nacht gedroomd over een goed oog dat alles recht zou trekken. Het rechteroog is mijn leesoog en het linker wordt mijn ver-affie straks als de nieuwe lens geplaatst is. Samen trekken ze het in evenwicht. Een uitgebalanceerde blik, wie droomt daar nu niet van. Ik kon niet wachten.

Geanimeerd gesprek op de weg er naar toe. Zie ik er tegenop? Geenszins. De vorige keer was een wonderschone ervaring en ik hoop dat nu weer mee te maken. Natuurlijk zal het anders zijn, omdat je voor een deel al denk te weten wat er gaat gebeuren. Het bewustzijn kan zich gaan focussen op de dingen die je door de kleurenpracht niet had opgemerkt, stelde ik me voor. Dit keer zou ik elke handeling registreren, nam ik me voor.

Van hier naar het Antonius in Woerden was een kippen-eindje. Zoonlief liep mee naar binnen om te zien waar ik straks alleen de witte deur door zou gaan. Nog even babbelen van te voren in de wachtkamer die ik vorig keer niet had opgemerkt. Daar zou Lief in alle rust wachten tot ik terugkwam. Het boek van Cusanus, over de wetende onwetendheid, om tijd en eeuwigheid te doden. Straks weet ik in ieder geval meer.

Lieve omhelzing van beiden, druk op de bel en opnieuw die hartelijke ontvangst met het noemen van mijn naam erbij. Fijn om herkenning te zien. Er zaten maar twee mensen aan de tafel en ik kon doorlopen naar het kamertje van de verpleegkundige voor de intake, de controle en de eerste druppels. Er zouden er nog vele volgen.

Wonderlijke bijkomstigheid: De heer aan de tafel had dezelfde achternaam als ik. Dat betekende check, check en dubbelcheck voor iedereen. Dit is mevrouw! Met een uitroepteken. Maar ze zijn zo geroutineerd in het eindeloos controleren. Dat zat wel snor. De lens van mijnheer bleef voor de beste man en ik kreeg mijn eigen lens.

Je zit er vaak met mensen die er de vorige keer ook waren geweest. Dat is iets dat meehelpt aan het ‘op je gemak stellen’. Natuurlijk kom ik uit de ziekenhuiswereld en dat betekent dat de sfeer me volledig vertrouwd is en me geen angst inboezemt. Geen last van witte-jassen-vrees. De gespannen mevrouw van de vorige keer was er niet en alles verliep nu van een leien dakje. Vlot en geroutineerd. Binnen de kortste keren was ik aan de beurt en liet me de overige druppels, als laatste de codeïne, aanmeten, evenals het heerlijke warme dekentje om de voeten.

Achteruit werd ik naar binnen gereden, dezelfde oogarts als de vorige keer zou me helpen. Die waarschuwde, dat het wel eens een compleet andere beleving zou kunnen zijn. Er waren inderdaad wat dingen waar ik me de vorige keer minder bewust van was geweest. Nu begreep ik dat de oude lens ter plekke werd vergruisd en dat de nieuwe lens zich vanzelf zou uitrollen als ze was aangebracht. Ook dat zag ik gebeuren. De kleuren in een spectrum van mosterdgeel(de jodium), roze/rood tot turquoise aan toe en alles wat er tussen lag, ontvouwden zich nog even wonderschoon. Dat alles zonder ook maar het minste te voelen buiten het prikken van de Betadine en een lichte druk om. Niets wat een mens niet hebben kan en minder dan bij de tandarts in de stoel. ,

De versiering, het plastic kapje, werd aangebracht en in de ontvangstruimte viel me warme thee en de zoete koek met dik boter ten deel. Een vriendelijke groet en tot nooit weerziens. De enige plek waar we dat lachend en in volle overtuiging tegen elkaar konden zeggen, de hartelijke gastvrouw en ik.

Overpeinzingen

Dan bof ik dubbel

Vandaag is de tweede staaroperatie. Het linkeroog is aan de beurt. Straks komt zoonlief ons ophalen en dochter komt ons tussen de middag om ons weer naar huis te rijden. Af en toe knijp ik het linkeroog dicht om te kijken wat ik straks de eerste helft na de operatie zal kunnen zien. Niet veel dus. Lezen gaat, want rechts is het leesoog geworden en alles wat op afstand is, is wazig. De haute-couture zonnebril gaat mee. Ze is groot genoeg om het doorzichtige plastic kampje af te dekken zometeen. De make-up blijft af. Het betekent opnieuw even wennen.

Lief is er bij al mag hij niet mee de operatie-unit op. Er gaat een dik filosofisch boek mee, dus hij vermaakt zich vast. Straks of morgen een verslag in geuren en vooral kleuren. Als het net zo’n prachtige ervaring wordt als de vorige keer, dan bof ik dubbel.

Overpeinzingen

Het werkt op kleine schaal altijd

Zoonlief had een apparaat meegenomen met een afstandsbediening, zodat we nu de meest recente films kunnen huren en vooral bekijken op het grote tv-scherm, in plaats van op mijn Ipad. Er ontsluit zich zowaar een nieuwe wereld. Hou me ten goede. Er gaat niets boven een intiem bioscoopbezoek aan een van de filmhuizen om daar een film te bekijken. Het pluche, het grote beeld, het overweldigende geluid, de andere geïnteresseerden en de borrel erna met het onvermijdelijke doorlichten van wat het met ons deed, zijn allemaal extra hoogtepunten van zo’n uitje.

Dit te ontvangen op je eigen tv is bijna decadent te noemen. Je huurt een film en krijgt voor aanzienlijk minder geld op je lievelingsbank je eigen persoonlijke vraag geserveerd op een presenteerblaadje én, ook niet onbelangrijk, de keuze is reuze. Bovendien kan je even weglopen voor een versnapering, zitten je knieën niet klem tegen de stoelen voor je en is toiletbezoek mogelijk.

Voor-en nadelen liggen voornamelijk in de sfeergevoeligheid. Maar voor een echte beleving dempen we het licht en verdwijnen in het verhaal dat ons geboden wordt. Gisteren zagen we de drie uur durende film ‘Oppenheimer’. Dan is weg kunnen lopen af en toe een zegen, kan ik jullie uit eigen ervaring vertellen. Bovendien hebben we er in twee avonden naar gekeken. De film vraagt om aandacht en concentratie verdwijnt als de vermoeidheid het brein insluipt. Nu konden we beiden keren met wakkere geest aanschouwen. Wat een spanning. Dat wel. Eerst de ontwikkelingen van Oppenheimer om bekend te raken met de quantum-mechanica, de ontmoeting met de oude Einstein waarin de kiem gelegd werd voor een haat-actie uit een volstrekt onverwachte hoek, wat aan het eind van de hele film uit de doeken werd gedaan. Een domme vooringenomenheid die een hoop teweeg had gebracht.

Wat een film, wat een acteur is die Cillian Murphy en helemaal, wat een ogen heeft de man. Geen aangemeten lenzen of iets dergelijks, maar hij beschikt daadwerkelijk over de indringende blik die bij een bevlogen wetenschapper hoort en die met het grootste gemak daarmee vriend en vijand kweekt. De moeite waard dus. De levenslange morele tol die Oppenheimer moest betalen was het schuldgevoel dat hem zijn leven lang bijbleef. .

De zondag was begonnen met een schudden van de kaarten. Nodig om in de dagelijkse bezigheden de puntjes op de i te krijgen en de geest in balans te brengen. Nuances zijn soms nodig.

Daarna volgde een wandelingetje naar het stadscentrum, waar ik op een zondagmiddag al lang niet was geweest en de geopende winkels als verbazingwekkend ervoer. In mijn herinnering was dat alleen op de koopzondagen zo. Als je niet mee blijft lopen in de vaart der volkeren, raak je al snel achterop. Ondanks de voorspelde stortbuien bleef het droog en was het een aangenaam gekuier.

Dochterlief had een bezoek aan onze tuinen gebracht en al vol verve van alles ingeslagen voor haar plan om te gaan ‘moezen’. De tuin van mijn ouwe buuf heeft namelijk handige bakken waar op een overzichtelijke manier verschillende groenten en kruiden een weg kunnen vinden. De Filosoof en tante Pollewop hadden zelf respectievelijk viooltjes en zomer-asters uitgekozen.

Een goede keus en een goed plan. Nieuwe bloei als opsteker als een tegenhang voor de roerige tijden. Het werkt op kleine schaal altijd.

Overpeinzingen

Het lastigste wat er was

Toen we gisteren in de namiddag thuiskwamen van het boodschappen doen hoorden we voor het eerst de merel, die uitbundig over zijn dag verhaalde in langgerekte melodieuze trillers. We stonden stil, het hoofd naar boven gericht, ogen die de kale takken en de daken afspeurden naar de kleine gevederde vriend temidden van die zachte en lenteachtige avondlucht. Een van de eerste bodes. Helder en onmiskenbaar.

Daarvoor waren we naar zoonlief en zijn gezin geweest. Het was een ware ziekenboeg en hij had al vermeld dat er virussen rondwaarden, misschien minder goed voor mij, maar we hadden elkaar al sinds de kerst niet meer ontmoet, dus dat betekende ‘negeren’ die dreiging. Gewoon gaan en zien waar het schip strandde. Onze schone dochter had al twee weken last van een flinke oorontsteking en de kleine krullebol had symptomen die wel heel erg op de bof leken. Zijn bleke snoetje, de dikke klier onder zijn wang, zijn stijve nek waren symptomen die ook pasten bij die kinderziekte, die nauwelijks meer voorkomt maar af en toe een opleving heeft ondanks de inentingen. Pas na de tweede inenting op negenjarige leeftijd schijn je echt immuun te zijn. De Benjamin, die geen Benjamin meer was, sinds de komst van zijn zusje, had te weinig geslapen en liet zich flink gelden. Zuslief lag doodgemoedereerd en stilletjes te genieten op haar kleedje, geen greintje ongein voor dat schatje, sterke vrouw. Een huis vol kinderen.

Gisteren hadden we met zoon en zijn vrouw het ook gehad over veel kinderen. Hoe deed jij dat is dan de vraag die ik krijg. ‘Vraag het maar eens aan mijn moeder’, zou ik daar op moeten antwoorden. Dat was pas een klus. Elf kinderen, een man die vanwege zijn nachtdiensten niet gestoord mocht worden in zijn slaap, geen moderne middelen en wel bergen van alles. Bergen was, bergen strijk, bergen groenten om schoon te maken, bergen stofnesten, bergen rommel en een ieniemienie huis. Misschien was dat een geluk bij een ongeluk.

We werden altijd bij het minste of geringste redelijke weer naar buiten gebonjourd, waar trouwens alle kinderen uit de buurt ook vertoefden. Of we werden ingezet als helpende hand, niet dat dat altijd even gladjes verliep. En toch kon ze het aan. Ze managede de hele santemekraam en slechts af en toe als we aan het zeuren waren of op haar zenuwen werkten, schoot ze uit haar slof.

In ons jonge gezin werd het huishouden nadrukkelijk op de tweede plaats gesteld. Eerst de kinderen dan de rest. ‘Als je nu afstoft, ligt het er straks weer’. Een ijzeren logica, maar niet altijd even handig. Soms zag ik door de zich opstapelende bergen geen uitweg meer. Dan liet ik helemaal de boel de boel. Nee, een echt huishoudelijk type ben ik nooit geweest in die dagen. Nu gaat het me beter af. Mede dankzij de hulp van Lief, die vriendschap heeft gesloten met de robotstofzuiger die we van zoonlief kregen, die hem niet meer gebruikte. Stoffie wordt om de dag door de woonkamer gedirigeerd en elke dag door onze slaapkamer. Lief ziet er nauwlettend op toe dat er niets wordt overgeslagen. Daar komt een bepaalde mate van toewijding aan te pas. Een discipline die ik mis bij bepaalde huishoudelijke bezigheden.

De longetjes zijn het stiekem wel eens met deze stofvrije ruimten. Maar oh, wat herken ik de momenten als het even minder gedisciplineerd er aan toe gaat, zoals bij zo’n ziekenboeg. Alle vier om mij heen liggend met witte toetjes op de bank en sluimerende onrust in mijn hart over de ernst van de kwaal, waarbij steevast gezegd werd dat we het even moesten aanzien. Zorg om de kinderen. Weifelend tot besluiten komen. Het lastigste wat er was.