Overpeinzingen

Goed toeven op de veranda

Gisteren kwam er van alles op ons pad. In de vroege ochtend hadden we al bedacht wat er stond te gebeuren. De auto van de caravan moest gestofzuigd worden, het tafeltje mocht in het gips en de pergola had een steuntje extra en een nieuwe balk nodig, want de druif werd te zwaar. Dus in alle vroegte sloeg lieve schoonzoon het droge gips met water tot een papje. Onder het tafeltje kwam een kartonnen doos te liggen voor het knoeien. Ieder kreeg een paletmes in de hand. De filosoof haalde de losse stenen eraf en dochterlief plakte de paar roestplekken af met tape. Toen kon het feest beginnen. Ingipsen, stenen erop puzzelen en afgipsen. Binnen no time hadden we het tafeltje met vereende krachten gevuld. Niet vergeten om de tegels al voor een groot deel gipsvrij te maken met water en de vingertoppen. Het resultaat mocht er zijn.

Het volgende klusje was de auto stofzuigen, paps kreeg hulp van zijn zoon, die daardoor een deerniswekkende ervaring opdeed. Hij vond op de weg een zwaluweitje, waar het vogeltje dat er nog inzat, al een gaatje in had gepikt. Het vogeltje leefde nog en deed dappere pogingen om helemaal uit het ei te komen. Wat een onmacht voel je dan, als groot mens, laat staan voor kinderen, als het voor zijn leven vechtende diertje straks zou ontdekken dat overleven er niet meer inzat, omdat hij hulpeloos was zonder zijn ouders. We maakten een nestje in het gras en de filosoof en dochterlief zochten een mooie rode roos uit en een steen als grafje voor de inmiddels overleden kleine dappere. Mieren hadden hem intussen ook gevonden en dat was het wrede lot der natuur. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Bikkeltje en ik hadden in de bibliotheek inmiddels een grote glanzende gouden tor gevonden, de Scarabeus Auratus schreef wikipedia, die op zijn glanzende ruggetje terecht was gekomen en nu met alle zes zijn pootjes uit alle macht zich om trachtte te draaien, wat niet lukte. Kleindochter haalde vliegensvlug het observatiepotje en daar schoof de Scarabeus al veilig met grond onder zijn voeten in het potje. Een uitgelezen moment om hem uitgebreid te bestuderen en daarna fluks weer op de bloemen in de tuin te zetten.

Na al dat dierenleed en geluk mochten er best een aantal wafels tegenover staan. Bovendien hadden we snoeihard gewerkt aan het tafeltje. Koek-en-zopie-tijd dus. Dochterlief had een wafelijzer voor haar verjaardag gekregen en ze hadden ergens een kant en klaar wafelmeel op de kop getikt. Eitjes erbij, bakken, rijkelijk met poedersuiker bestrooien en genieten dan maar. Het dode vogeltje bleef nog lang tussen de gesprekken hangen.

Lief en schoonzoon bekeken eens uitgebreid de half ingestorte pergola en met een aantal oude houten palen, die bij de verlaten geiten-en-varkenstallen lagen, viel de boel voor deze zomer eenvoudig op te krikken en werd het een veilige doorgang. De druiven zouden nog verder groeien en de last die er bovenop kwam, zou zwaar zijn. In het najaar is er de gelegenheid om een nieuwe te plaatsen. Dat mag ook wel eens.

Zo komen we de dagen door. De voorspelde hagel, onweer en storm bleef uit, maar dat vonden wij niet zo’n probleem. Zo bleef het goed toeven op de veranda/

Overpeinzingen

Een dag vol kwaliteitstijd

We hadden de dag van te voren al besproken dat een dagje aan een meer fijn zou zijn en onze lieve logees kozen voor het Balaton. Dochterlief was er vroeger eens een keer geweest. In de herinnering kwamen de verhalen over haar puberale overmoed tijdens die vriendinnenvakantie boven drijven. Er stond me bij dat ze daar was gaan bungeejumpen, maar dat dat in een veel te ruim pak gebeurde kwam me pas veel later ter ore. Gelukkig maar. Je moet ook niet alles willen weten. De vakantie van de jongste zoon in Noorwegen waarvan ik iedere dag wel een filmpje kreeg van sportieve klautertochten over vervaarlijk uitziende rotspartijen hielden de gemoederen bezig tot het moment dat hij weer veilig en wel thuis was gekomen. Dat was ook niet alles. Liever hoor ik inderdaad de verhalen achteraf met een smeuïge saus erover.

De escapades van mijn liefjes betekenden een dag waarop wij even konden bijkomen van de intensiteit van tijd delen met anderen, hoe fijn en belangrijk ook. Het was toch ook enerverend voor de oude lijven en het kalme vaarwater waarin we verkeerden. Zo werd de balans weer hersteld. Lief kon na de boodschappen even indommelen in zijn stoel achter de boeddha, een geliefde plek omdat hij heel veel van het land kon overzien en ik besloot om de penselen ter hand te nemen. Heerlijk in het atelier, de nachtegaal liet zich een oogwenk bewonderen, want hij zat met trillende keel zijn prachtige zang te fluiten op een tak vlak voor mijn raam. Liefdevol en vol energie. Dat kleine nietige bescheiden bruin-oranje vogeltje met zulk een schoonheid aan taal.

Bikkeltje in een lieflijk blauwe zomerjurk die een geitje aaide werd als vanzelfsprekend het onderwerp. De wateroplosbare olieverf het materiaal en een oud doek, geprepareerd met gesso. Ze zat in een vervreemdend perspectief en was daarom alleen al een uitdaging, maar met behulp van dat lieflijke gezang was het heerlijk werken.

Na het boodschappen doen hadden lief en ik eerst nog even de dorpen met de verschillende wijnhuisjes op het achterland bezocht en weer overviel me de grote verschillen in arm en rijk. Eenvoudige, vaak een beetje verkrotte woninkjes, naast keurig nette opgeknapte huizen en erven. Een wijnhuisje wordt soms ook bewoond maar vaker is het bedoeld om er de druivenoogst te verwerken. Tegen de heuvel aan zijn de rijen druivenranken op ooghoogte goed te bewerken. Helaas zijn er ook vele, net als bij ons de volkstuinen, die niet of nauwelijks bemand worden Het levert wel zeer schilderachtige plaatjes op, maar ook volledig ingestorte ruïnes

Hoe lieflijk oogt het landschap. De koolzaadvelden maken plaats voor de mais, er is voldoende geoogst. Langs een van de velden liggen de grote ronde schoven, gelukkig niet in het afzichtelijke plastic verpakt maar au naturel. Achterop het veld stond een jaknikker voor het oppompen van het water, geen overbodige luxe tijdens de hete droge zomers.

Na het schilderen genoten we van de aanblik van de verschillende werken die lief in de tuin had gedaan. Het vrijmaken van de grond onder de kersen en morellenbomen, zodat er plek was voor schaduwplanten als hosta en hortensia. Daarvoor lag een rotsachtige heuvel met bloeiende salvia waar veel vlinders op af kwamen en rozemarijn, het zou ook leuk zijn om er gele muurbloemen tegen te laten groeien, zoals bij het muurtje achter de druif.

Tegen zessen waren ze terug met mooie verhalen over het zwemmen in het grote meer en de bodem van slik en zand, een heerlijk zonnetje, weinig toeristen dus een fijn dagje uit. Lekker picknicken in het gras en fijn spelen. We hadden de kliekjes over van de vorige dagen en al met al was de dag voor iedereen een succes geworden. Dubbele belevenissen om uit te wisselen. Een dag vol kwaliteitstijd.

Overpeinzingen

Een toonbeeld van harmonie

Zonder de kinderen naar Pécs, gewoon met z’n tweeën, was de grote wens van dochterlief en schone zoon. Natuurlijk behoorde dat tot de mogelijkheden. Omdat ons tochtje naar deze mooie stad letterlijk in het water was gevallen, leek het me, met de stralende ochtendzon, een perfecte dag om te gaan. Wij zouden ons wel vermaken met de filosoof en bikkeltje.

Tegen elven vertrokken ze en kon het grote feest beginnen. Eerst kwamen er allerlei spelletjes uit de grote mand te voorschijn. Iets met autootjes en de weg vrij schuiven, dierenkwartet was ook heel geliefd. Het grappige van deze spellen is dat bikkeltje eindeloos op eigen regels de koers bepaald en de filosoof juist heel kien is op een goede hantering van de juiste spelregels. Daarom is het des te aandoenlijker om zijn tolerantie ten opzichte van zuslief te zien. Ondertussen probeerde hij een kaartenhuis op te zetten. Daar is moed en eindeloos geduld voor nodig. Dat lukt je niet in een blauwe maandag, het vergt oefening en oefening en dat was wel wat veel gevraagd.

We zaten met alles uitgestald aan de grote tafel op het terras onder het afdak. Hoog en droog. Dat was maar goed ook, want er klonk gerommel in de verte. Wel konden we daardoor genieten van de mooiste luchten, diep donkergrijs met aan de tegenovergestelde kant een helder blauw, De natuur in contrasten. Bikkeltje had haar beesten en beestjes uitgestald en speelde daarmee een uitgebreid verhaal met allerhande toonhoogtes in haar stemmetje. Dochterlief appte dat ze met hun neus in de boter, lees een pittige onweersbui met regen en hagel, verzeild waren geraakt toen ze uit de parkeergarage kwamen en ze vroeg of het bij ons regende. Geen druppeltje te zien, maar wel een regenwolk aan dansende muggen, die nog steeds venijnige stekers bleken.

Eigenlijk wilden we naar het atelier, maar de donder en de bliksem hielden ons tegen. Het kwam de filosoof op een nauwkeurig tellen te staan van de tijd tussen het gerommel en de flits. Dat bleek haast niet mogelijk, want inderdaad was de echte bui behoorlijk ver weg. In een van de tekentassen had ik nog een guts met een linoplaat. Het was scherp materiaal en ik had geen goede werkplank met opstaan randje, dus dorst ik niet de kinderen te laten snijden. Maar ik kon ze wel laten zien hoe het werkte en in-inkten met de roller was al feest evenals het afdrukken. Daarna gingen lief en de filosoof verschillende bladeren zoeken die we ook nog konden inkten en afdrukken.

Zo rommelde de dag door. Met extra lekkers natuurlijk in de vorm van een bakje chips voor ieder, waarbij kleinzoon heel snel en zijn zus heel langzaam alles oppeuzelde. Dat kwam haar weer op loerende blikken naar het nog volle bakje te staan, waartegen ze zich dapper verweerde, maar oma bezweek. ‘Nou vooruit , een beetje erbij’. Als toetje hadden we een ouderwetse ganzenbord in een nieuw jasje. De afgekloven houten gansjes van vroeger waren nu glanzende plastic exemplaren met een magneetje erin, eenmaal in je vakje dan viel je niet meer om.

Er was nog een dingetje met winnen en verliezen. Altijd lastig te aanvaarden, maar de filosoof loste het heel goed op. Als je uitgaat van een eerste winnaar en een tweede, vervolgens een derde en een vierde, dan zijn er geen verliezers. Slim nagedacht en uitgelegd. Bikkeltje keek hem stralend aan toen ze als tweede winnaar over de streep ging. Daarna was er een moeilijk spel met het raden van het dier dat op je hoofd zat achter een rubberen bandje, waarbij je er middels vragen achter moest komen wat je was. ‘Kan ik zwemmen, vliegen, heb ik poten, hoeveel etcetera’. Stikmoelijk omdat de keuze reuze is, maar hilariteit verzekerd.

Halverwege de middag kwamen hun pa en ma terug met een mooi keramieken bloemetje, die bij de boeddha werd neergezet. Dochterlief maakte heerlijke wraps en na deze volle rijke dag liet ze me een prachtig stilleven zien op de lantaarn bij de voordeur. Daar zat in vredig geel licht de kleine huiszwaluw, praktisch roerloos, bovenop en dat al avonden lang. Een toonbeeld van harmonie.

Overpeinzingen

Een feest op zich

Muggen dansen hun eigen vitusdans, maar ze weten het nog niet. Ze steken waar ze kunnen en ze zijn behoorlijk brutaal. Een wang, voorhoofd, ooglid of lip, ze aarzelen geen moment. Dat is een soort oorlogsverklaring en de slachtoffers, wij dus, elimineren er behoorlijk wat. Misschien kwam het door het maaien, maar gisteren, toen dat niet het geval was, zaten er ook talrijke diertjes overal. Het voordeel is de grote vogelvariatie die ze aantrekken. Van wielewaal en nachtegaal tot withalsvliegenvangers en een uitgebreide verscheidenheid aan mezensoorten.

Vannacht had een wolkbreuk aardig huisgehouden, maar de dag begon weer stralend en zonnig. Een heerlijke temperatuur. Rond de caravan was wat gerommel maar er was ruimte genoeg voor een kalme start en een hap uit de biografie van Kuipers. Rond tienen zaten we allen gepikt en gesteven aan het ontbijt en werden de plannen voor de dag gesmeed. De Bőszénfai Szarvasfarm stond op het programma. We waren er al eens eerder geweest en hadden toen vooral genoten van de herten maar zeker van de min of meer vrije natuur daarbuiten waar we waterbuffels hadden gesignaleerd en hertenroedels. Dat wilden we ze graag laten zien. Vooralsnog was het eerst genieten van de prachtige reeën, damherten, edelherten en geiten en springbokken, een glimp everzwijn, de emoe’s en de malle kalkoen met haar slodderneusvel tussen de kippetjes.

Er was een klein speeltuintje voor de filosoof en bikkeltje, altijd welkom en een mooie afleiding voor hen. Ze probeerden ieder toestel uit. Paps stond paraat om bij te springen als het nodig was. Toen we doorliepen naar het grote hek, dat de vorig keer wijd open stond, maar nu grondig afgesloten was met de ketting, moest er weer een heuveltje terug genomen worden. De zon, die eerst uitbundig aan het branden was geweest, was verdwenen. En daardoor werd de laatste wandeling ouderwets kuieren langs de kleine beesten. Prototypes van onze quark scharrelden in hokjes rond en de ganzen met hun waakzaamheid gakten hun tongen eruit omdat ze achter het hekwerk maar weinig uit konden richten. In het restaurant werden leuke kleinoden aangeschaft om uit te delen of als memorabel aandenken te houden.

Het jachthuis verderop was open, dus wandelden we daar naar binnen. Dat was het rijk van de everzwijnen en de herten, die met zwijgzame koppen langs de lange muren hingen naast reeksen geweien van de verschillende soorten herten. Gelukkig werden er films afgespeeld van hun levende soortgenoten, dat regelmatig een ‘zo schattig’ ontlokte. Eenmaal weer buiten, bleek de lucht aardig te betrekken, maar we besloten toch nog langs de buffels, paarden en herten buiten het park te gaan. Bijna hadden we te snel opgegeven, omdat ze in de uitgestrekte velden niet te zien waren maar nog een stukje doorrijden bleek een schot in de roos. We kwamen ze net om de bocht tegen. Hoera.

De paarden kwamen nieuwsgierig naar het hek. Ze snuffelden met hun grote zachte monden aan de in de haast getrokken grasjes en langs de kinderhanden, dat gegiechel en lichte opwinding veroorzaakte. Een hengst met leidsel kwam na verloop van tijd dominant naar de groep en drong alle anderen terug. Toen vonden we het welletjes. Op naar het restaurant met het blauwe dak waarvan lief en ik wisten dat er patatjes te krijgen waren. Een beetje feest moet goed gevierd worden. Dat vonden ze boven op de wolken ook, want toen we gingen rijden barstte er een flinke bui los en eenmaal veilig in de serre liet het onweer zijn bliksemschichten rollen en grommen. Er stond patat op de kaart en tot onze vreugde was er zelfs een vegetarisch menu in drie talen te vinden. Ook in het Nederlands, te danken aan de jaren negentig, toen veel Hollanders naar dit deel van het land waren gekomen.

Unaniem waren we er over eens, dat er een mooie dag kon worden bijgeschreven. Dit samenzijn en delen met elkaar was een feest op zich.

Overpeinzingen

Een cliffhanger van jewelste

Zo verschoof het ochtendritueel naar de avond, als de stemmetjes geluwd waren, de kinderen zoet achter een filmpje zaten, de vaat werd gewassen en de koffie werd gezet. De laatste rommeltjes van een dagje thuis met alle leuke karweien op zich, die zich in de loop der dag hadden voorgedaan. Natuurlijk allereerst de boodschappen maar daarna bleek het afwisselend te regenen en dan weer droog tot halverwege de middag de zon opkwam en stralend de somberte overnam. ‘Laat mij maar even, het is nog steeds lente’, scheen ze te zeggen. De douche was koud na al die spetterpartijen van kinderen en volwassenen. Dat betekende even een betere verdeling maken voor de komende dagen, maar voor de rest was er geen vuiltje aan de lucht.

De vorige dag had ik aan dochterlief al geopperd dat de mogelijkheden van een mozaiektafel met het gietijzeren geraamte bij de schuur tot de mogelijkheden behoorde en vandaag ging het hele stel voluit aan de slag. Lief wist op zolder achter een van de schuine deurtjes nog wat antieke tegels van de gevel van het huis en natuurlijk stond er in zijn schuur vol schatten zowel cement als voegsel. De kinderen leefden zich uit door met zonnebrillen op de tafel te prepareren, afbikken van de oude tegels was niet zonder gevaar, pa kwam helpen. Moeder veegde aan en lief fatsoeneerde de tuin. Zo had iedereen een functie. Ik knipte het restant van de te lange druif tot een respectabele en te behappen omvang, speelde met bikkeltje haar honderd-en-een spelletjes en genoot van alle bedrijvigheid. Een kinderhand is gauw gevuld, zeker toen de tegels aan gruzelementen mochten worden geslagen met de hamer en de tafel zich zeker maar gewis vulde met de brokstukken.

Dochterlief was in de weer geweest met schelpenkoorden rijgen. Er moesten gaatjes geslagen worden in de onderweg gevonden schelpen waar de filosoof mooi mee kon helpen. Maar ook was hij in de weer met gras knippen, onkruid trekken, het kleed vegen op het terras en meer van dat soort kleinigheden, soms onder supervisie van papa dan weer van zijn moeder. Bikkeltje vlinderde overal doorheen met sommige van haar glitteroogjes, knuffels met grote ronde ogen. Ze spaarden ze allebei en ze hadden ingewikkelde namen. Gismo was er een van en dat deed me direct denken aan die goede oude tijd met de Muppets. Het is genieten op dit soort dagen dat niets hoeft en alles.kan. De kinderen vermaken zich met hun speeltjes en hebben af en toe een opzetje nodig naar een volgend moment, maar doorgaans is het een goed gevulde dag qua bezigheden.

Er werd een grote groene hagedis gespot in de buurt van de varkensstal, dat was al vaker gebeurd, dus werd hij omgedoopt tot Harry de hagedis. Die voelde zich kennelijk optima forma onder de omstandigheden. En wij met hem, want we waren opnieuw een observatie-object rijker, net als de kleine hagedisjes tussen de dakpannen aan de rand van het terras. .

Lief is verguld om het feit dat er weer kinderstemmen galmen door de gangen en er mensen zijn, die intens genieten van dit zalige buitenleven. Zo hoort het huis te leven bij tijd en wijle.

Vanavond is er een meeting via de zoom met de redactie van Mensenkinderen. Dan buigen we ons over de nieuwe materie en kan ik gaan bedenken welke boeken er het beste bij zouden passen. Kuipers van kaft tot kaft in plaats van digitaal leest heerlijk weg. Het begint interessant te worden nu hij met zijn vrouw het psychiaters-echtpaar Droogleever-Fortuyn in Groningen hebben ontmoet ofwel de dichter Vasalis. Natturlijk is dat voor mij, Vasalis-liefhebber bij uitstek, een cliffhanger van jewelste

Overpeinzingen

Regeren is vooruit zien

De caravan paste, hoe mooi compact ook, allesbehalve in de tuin. Die was wel groot genoeg, maar voorin achter het hek lag grint en daar strandde de wilskracht van het gevaarte op, zo niet van de auto. Diens wielen bleven slippend in het spoor hangen. Er was fysieke duwkracht voor nodig om een en ander weer in werking te krijgen en daardoor heeft dochterlief nu een ruggetje die hevig protesteert bij elke onhandige wending of draai. Het gevaarte staat nu op de oprit achter het eerste hek en herbergt met vreugde het kroost en hun ouders. Flexibel zijn staat hoog in je vaandel als je al drie maanden door Europa trekt. Ze hadden voor hetere vuren gestaan.

De grote mand met knutselspullen kwam de volgende dag op tafel op het terras. Bikkeltje en ik konden er allebei wel wat van. Binnen de kortste keren waren doosjes, tekeningen, versierde glazen groentepotten en papieren kleedjes met vouwblaadjes, scharen, lijm en krijtjes tot een uitgebreid arsenaal aan potentiële cadeau’s voor moeders omgetoverd. Boordevol ideeën zit dit knutselmonster. Ze laat zich leiden door het moment. Afhankelijk van hoe iets uitpakt kan een plan zomaar ineens 180 graden draaien. Ze heeft het van geen vreemde.

De filosoof vond het heel fijn om bezig te zijn met behapbare klussen, meterhoog jacobskruiskruid ging voor de bijl, evenals het lange gras dat door hem met de grasschaar werd geknipt. Op een gegeven moment was hij er wel klaar mee en werd het tijd voor het tekenen op de Ipad. In mijn speciale teken-en-schilderprogramma hadden we erg veel lol. Bikkeltje verzon haar twee fantasiefiguren Kaashaas en Haaspaas en de filosoof wierp zich op zelfontworpen vlaggen. Altijd weer een wonder hoe een krabbeltje van niets iets kan worden als je er maar de juiste aandacht aan besteedt. We luisterden ondertussen naar de vogels en probeerden ze te determineren aan de hand van het geluid. De verrekijker was er om ze beter te kunnen zien. We trokken ook naar de Datsja om die uitvoerig te bekijken en alles en iedereen was enthousiast over het grote bezit. Wat een heerlijk paradijs.

Dochterlief moest af en toe liggen, want dan was de pijn verdwenen. Het gaf ons mooi de gelegenheid om snode plannetjes te smeden voor haar verjaardag de volgende dag. Er was beschuit met thee op bed alleen met het gezin, cadeautjes aan de terrastafel. Een pioenrozenbosje met de fijnstralen als verjaarsboeket, Vlaggetjes om ‘s avonds na haar vertrek op te hangen en de versierde vazen. Van lief kreeg ze twee mooie rode rozen. Het kon allemaal niet op.

Rozig van de wijn en het bier en het goede gesprek rolden we uiteindelijk in bed. Het beloofde een lange verjaardag te worden, de volgende ochtend. Zo vroeg als verwacht werd het ook. Boeketten geplukt, cadeaus klaar om uit te pakken neergelegd, de rechte stoel als verjaarstroon ten behoeve van de aangedane rug, het schallen van de liederen. Het vers gehaalde ontbijt kwam ietsje later met echte bolussen, nou ja, zonder de kaneel,

Een plan was snel geboren. Naar Pecs om daar wat te flaneren en een terras te pakken, maar dat viel een tikkie in het water. Alhoewel, er bleek een treintje door de stad te rijden, die op elke toeristische plek kwam. Het boemelde de stad door en kwam met een krakerige mevrouw die in het Engels uitvoerig uitleg gaf bij d verschillende bezienswaardigheden. In de leukste straat van de stad trakteerde ik op echte koffie en heerlijke cakes in een moderne entourage en we waren verheugd over de vele studenten die met hun jonge moderne outfit een mooie tegenhang vormden voor de theatrale oudheid. De stad bruiste en leefde.

Het verjaarsmaal bij thuiskomst was de vega shoarma die wij hadden meegenomen compleet met de knoflooksaus en verse groenten. In de krop sla die de globetrotters hadden meegebracht uit Kroatie bleek een heel nest Italiaanse mieren te zijn meegekomen. Die hebben we wijselijk niet gebruikt. De krioelende schatjes zijn helaas in de kuka beland. Regeren is vooruit zien.

Overpeinzingen

Wegdromen

Het is de 29e, tweede pinksterdag en wij slapen weer in ons eigen bed. De reis was heel goed gegaan, alleen vond onze Truus Tom-Tom het nodig om een toeristische route uit te stippelen door de natuur die Verweggistan rijk is. We hebben in de veronderstelling een ‘snelste’ route te hebben gekregen, ongeveer ieder dorp aangedaan dat tussen hier en Sopron lag met als extra toegift een ritje vlak langs het Balaton.

Pinksteren, dus alle winkels dicht. Maar de vorige keer had ik bemerkt dat je bij de benzinestations gewoon de drankvoorraad aan kon vullen. Nu kwam dat goed van pas, maar het is natuurlijk een tikkeltje tegenstrijdig als je alcohol uit het verkeer wil hebben en je laat het langs de weg in grote mate aanbieden.

Enfin, ongeveer vier uur later reden we moe maar voldaan regelrecht in de armen van ons welkomst comité, dochterlief en Co, die uitbundig op de weg stonden te juichen en te joelen. Kleindochter, het bikkeltje, knelde haar armen stijf om dat stukje thuis dat ze af en toe zo gemist had en ook de kleine filosoof, die allang niet meer echt klein is, omhelsde ons en daarna dochterlief en schone zoon, zo lang al onderweg en zoveel maanden geleden voor het laatst geknuffeld. Het was een warm, warm welkom. In sneltempo werd de auto leeg gehaald en de krat met levensmiddelen voor hen, voor het vluchtelingenwerk straks en voor ons uitgeladen. Terwijl de mannen bezig waren met het sjouwen, liet ik de kinderen de geheime duer zien, die de filosoof open had proberen te krijgen maar wat niet gelukt was. In volle verwondering zagen ze de grote trap erachter, nog een houten deur naar het onafgetimmerde maar grootste gedeelte en de geheimzinnige voorwerpen allemaal. We vonden ook de vreemde poepjes, waar lief al eens op had gewezen en dat leverde de vreugdevolle kreet ’we hebben een poepboek’ op. Je bent een ontdekker of je bent het niet.

Dochterlief had ondertussen een heerlijke en rijke Indiase maaltijd bereid en de beide mannen hadden de grote bank uit de gang gehaald, zodat de lange tafel met zijn twee chaperonnes weer als vanouds stond te pronken. Tafel gedekt, met chique glazen op voet voor iedereen en smikkelen. De sambal werd met gejuich ontvangen evenals het Naanbrood en de bawang goreng. Het is soms goed om iets te moeten missen, dan is het waarderen als het weer voorradig is, navenant groot.

Na de heerlijke maaltijd was het tijd voor de cadeautjes, ze hadden al lang en breed de tas ontdekt. Boeken voor schoonzoon, deel 104 en 117 van de waanzinnige boomhut voor de filosoof, een groot boek met gedichten en gedichtjes en een bloemenpersje voor bikkeltje. Een vlinderboek voor allen, Hongarije is een vlinderland bij uitstek en de bijbehorende veldgids. Dochterlief kwam er bekaaid af, want ze is morgen jarig en krijgt dan pas alle cadeaus natuurlijk. De kinderen genoten. In de wijnglazen vloeide de cola, de appelsap en de wijn en het bier, de waxinelichtjes ondersteunden de feestelijkheden en slaap overmande de koters na een leeskwartiertje en het tandenpoetsritueel.

Na de thee wisselden we de opgedane ervaringen uit en genoten meer dan ooit, van elkaars gezelschap. Het klopt, ieder die je lang moet missen wordt intens gekoesterd bij hernieuwde vereniging. Daar konden we goed op wegdromen.

Overpeinzingen

Morgen is er een nieuwe dag

Na een voorspoedig vertrek, half zes uit de veren, inpakken, huis schoon achterlaten en wegwezen, met een voorspoedige reis, zijn we aangekomen in een klein dorp in Beieren. Slingerweggetjes, help een tractor als tegenligger, keurig opgelost met van beide kanten bermrijden en dan een oase aan rust. een heerlijk appartement voor ons alleen met een uitzicht om te zoenen en kerkklokken op een zonnige pinksteravond over de groene weilanden, wat wil een mens aan geluk nog meer.

De kamer zelf was er ook een vol inspiratie, de hele sfeer was precies zoals we het hebben willen. Een donzen dekbed et een veren overtrek, kunst aan de muur, planten in overvloed, wat wil je nog meer, Een lieve emailwisseling deed de rest. Als dit ons vaste overnachtingsadres zou kunnen zijn, zijn we dik tevreden. Lief geniet van de ondergaande zon, terwijl mijn ogen eigenlijk nauwelijks meer willen, na de lange autorit. Het was lekker rustig, goed te doen, een of twee langzaam rijdende files, geen Duitsland op vrijdag gelukkig. Dat probeer ik tegenwoordig te vermijden. Vroeger opstaan heeft ook zeker voordelen. We konden doorkarren zonder een enkel probleem bij grens of anderszins. Onthouden.

Gisteren kwamen zoonlief en schoonzus met de kleine krullebol en de benjamin langs. Wat een heerlijk bliksembezoek. Ik had een taart gekocht en bloemen, want de hoogzwangere lieverd was jarig. Met de kleinzonen stiekeme kaarsjes erop gezet en ‘lang zal ze leven’ zingend, moeders verrast met taart en de bloemen.

De lieve grote broer ging achter zijn autootjes aan, bij oma altijd een groot succes met de verzameling van de tweeling uit de grijze oudheid, maar de kleine spelbreker liet zich van zijn beste kanten zien. Dan maar de cadeautjes, een groot en mooi plantenboek voor de krullebol en hoekjes van geluk voor de kleine. Twee loeps erbij zorgden voor de grootste verwondering. Wow, als je een poppetje hebt getekend en je houdt er een loep boven, steeds verder er vanaf, dan groeit ie. Dat moest uitgebreid bestudeerd worden. Iets om noot meer te vergeten, vonden we allebei. Het boek was een schot in de roos. Fijn om te weten.

De oudste zoon kwam gisterenavond laat de auto nog halen om hem te wassen en rond negen uur was ie weer terug met een stralend wit dametje. Maar de volgende ochtend bleek bij het wegrijden dat er een (altijd gewenste)zak drop op de voorbank lag en dat de tank vol was. Om te smelten toch, zo’n lieverd.

Ik schrijf nu onder het veren dons en geniet van de herkenbare sfeer in deze kamer, zo anders als de steriele hotelkamers die we tot nu toe bezocht hebben. Morgen zien we de lieve schatten, onze globetrotters. Ik ben nu eigenlijk best moe, dus brei er een eindje aan. Morgen is er een nieuwe dag.

Overpeinzingen

Tot een volgende keer

Er kwam een allerliefst berichtje binnen van onze host in Duitsland voor de komende zaterdag. Ze gaan zelf op vakantie, maar de hulptroepen om ons te verwelkomen zijn ingezet in de gedaante van de buurvrouw, tot haar kinderen slapen en anders zijn de deuren open. Wat een fijn idee, dat dit eventueel wel eens een vaste verblijfplaats zou kunnen worden.

Gisterenochtend was het gelukkig heel kalm, want de rest van de dag zou het druk genoeg zijn. Bij aankomst zagen we al dat casual smart gewoon gepikt en gesteven bleek. Keurige kapsels, glanzende pumps, nette pakken en stropdassen en prachtige jurken. De setting was een restaurant dat hier en daar in de oorspronkelijke oude staat bewaard was gebleven. De ceremonie zelf vond onder het overdekte terras plaats dat voor de dienstdoende gelegenheid omgetoverd was met een idyllisch bruids-guirlande, waaronder het uitwisselen van de ringen plaats zou vinden.

Zo viel het sprookje op haar plek met een ambtenaar die zich goed ingelezen had en twee aandoenlijke kleine subambtenaren, die het stuk mochten afhameren. Een ander kleinkind bood de ringen aan . Zo werden de twee in de echt verbonden. Er waren de nodige toespraken en levensverhalen, soms ontroerend, soms hilarisch en er werd a capella gezongen door de familie van de bruid die uit een hele muzikale familie komt.

De bombastische bruidsmars liet men luid klinken tijdens de binnenkomst van de twee en de twee kleintjes strooiden rozenblaadjes. Een echte bruiloft dus. Als je een feest viert, mag er uitgepakt worden, ongeacht de leeftijd. Wij hadden in allerijl een cadeau in elkaar geknutseld met een zelfgemaakte kaart en het gevraagde geld erin. Het diner bestond uit drie gangen en alles was even lekker, kleine hapjes en ruim voldoende. Smaken die in lang niet meer langs gekomen waren. Er bleek ook een tafelschikking waarvan de indeling werd aangekondigd door geprinte chocolade namen op een zilveren achtergrondje, netjes verpakt, zodat het kon gebeuren dat we slechts zijdelings met broer en schoonzus konden spreken, maar des te meer met zijn lieve zoon en dochter en aanhang. De manier om mensen beter te leren kennen. Voor Lief oude jongens-krentenbrood, voor mij was het wennen aan al die nieuwe gezichten, families, verhalen en stijl.

Schoonzus had een metamorfose doorgemaakt. Ik moest denken aan mijn kleurenpalet waarmee ik de portretten kon aanpassen, zachter maken, meer schaduw hier, wat oplichten daar, een vleugje accent aanbrengen. Dat dus. Broer van lief had zich een paar mooie schoenen aangemeten en daar het hele pak bij uitgezocht. Een genietend gezicht erboven en een wat ongelovige blik. Wat een werk moest het zijn geweest voor zijn ceremonie-dochter. Die liep bedrijvig heen en weer in een van de mooiste Gudrun-creaties en zorgde stilletjes voor alles wat aangepast of uitgebreid moest worden, dat diëten niet vergeten werden en er voldoende aanspraak was. Er was een oude klingelbel als er publieke aandacht nodig was. Het verhaal ging dat het een erfstuk was van een hele oude oom, maar gaandeweg begon men toch te twijfelen. Dan zou het minstens uit de 19e eeuw stammen en ooit bij de eerste oom Jodokus hebben gehoord. Het vermeende familiestuk deed zijn werk ondertussen evenwel behoorlijk en regelmatig viel het geroezemoes even stil om de volgende aankondiging te horen.

De fotosessie kende ik nog van de bruiloft van oudste dochter in Frankrijk, het echtpaar met de hele groep, met de familie, met de kinderen, met de vrienden, met de kleinkinderen, de bruid met haar familie, de bruidegom met zijn familie, en zo ging het nog even door. De zon had bedacht als feestelijke belichting even te gaan schijnen, dus een en ander kon in de prachtig aangelegde tuin. De wind was ook van de partij en blies dwars door alle dunne stofjes heen.

Na het afscheid nemen en de laatste uitwisselingen spotten we de futen met jonkies in de vijver, maar het was inmiddels zo koud geworden, dat een fotootje er niet meer in zat. Dat bewaarden we tot een volgende keer.

Overpeinzingen

Stilte voor de storm

Wonderbaarlijk hoeveel tijd je in een dag kan stoppen als die al in de nacht begint. We begonnen na het ontbijt met een kringloop voor de broodnodige presentjes hier en daar. Kan natuurlijk nog niet verklappen wat er op de kop werd getikt, maar bij de tweede kringloop was het raak. Glansrijk geslaagd.

Daarna gingen we de bestelde boeken ophalen en de henna in het centrum. De laatste was gearriveerd, het boek niet, maar de boeken voor de kleine filosoof waren er wel. Vrijdag, laatste kans, nogmaals de tocht ondernemen om de papieren versie van de biografie over Kuipers op te halen. Lief afgezet bij de kapper en door naar de drogist die alles per twee met korting heeft. Shampoos, tandpasta voor kleindochter, douchegels, opzetborstels voor de tandenborstel. Daarna de bloemen gehaald voor onze lieve schone dochter, die van het scooter-ongeluk, en lief opgevist met kortere haren maar geen kappershoofd. Dat was de bedoeling ook.

De volgende stap waren de T-Shirts voor zijn casual-smart uiterlijk van morgen. Vier mooie nieuwe om uit te kiezen, amarant-rood, zeegroen, hagelwit en China-blauw. Daar was er vast een bij die te combineren viel met het donkerblauwe denim overhemd en de off-white broek. Aangekleed gaat uit.

Spoorslags langs zoonlief en daarna naar Utrecht. Het hele relaas in geuren en kleuren van het ongeluk aangehoord en meegedacht over de te volgen mogelijkheden. Heerlijk om met z’n drieën rustig het verloop der dingen uit te kunnen wisselen. Soms is daar te weinig tijd voor als iedereen aanwezig is.

Terug langs de nieuwste aanwinst van de familie. Het flesje met afgekolfde melk was bewaard voor mij, de kleine pork was het er zelf niet zo mee eens, want zijn buikje gaf een hongersignaal dus hij brulde het uit, tot eindelijk de verlossende fles de behoefte kon vervullen. Leven op de voelsprieten van de zintuigen, zoals het een baby betaamd. Ik miste de geur van babyharen en zachte velletjes door mijn slechte reukvermogen en ervoer dat dat met deze kleine schat in de armen als des te groter gemis werd ervaren.

We ontdekten dat we niet bij de dansvoorstelling van zijn grote zus konden zijn in juni, maar geen nood, kleindochter, als vlinder geschminkt, gaf gewoon in de kamer een uitvoering ten beste die er niet om loog. Eerste rang voor ons tweeën, wat wil je nog meer. Na nog meer knuffels en een belofte van zoonlief en kleindochter om de auto te poetsen voor we weer op reis zouden gaan, reden we op huis aan. Daar was de puf tot het nulpunt gedaald en bewaarde ik het Hennahoofd voor de volgende dag.

Intussen zit ik, en het is nog voor achten, met dat hoofd in de henna en overbrug de wachttijd van twee uur met de blog. Gisteren belden we het feestvarken van de bruiloft terug, want hij had ons tevergeefs geprobeerd te bereiken. Ze hadden er zin in, maar hij hoopte sterk op een gemoedelijk en intiem feestje en dat gaat het vast worden. De plechtigheid, hapjes en drankjes daarna, dineren in het restaurant ergens aan zee en om 21 uur uitzwaaien van het bruidspaar. Daarna rijden wij terug naar huis voor de laatste drukke dag. Maar eerst nog een rustige ochtend ter voorbereiding van dat alles, waar we dankbaar gebruik van maken. Stilte voor de storm.

Overpeinzingen

De boodschap was duidelijk.

Het tuinencomplex lag er verlaten bij, toch stonden er nog aardig wat auto’s. Het was heerlijk weer al zorgde de wind voor een scherp noorderrandje. Niet te warm dus en goed om het kniehoge gras aan te pakken.

Een kraai zat op de staander van een hek. Hij had een voorname bontjas aan en keek spiedend om zich heen. Bij zoveel indringers vloog hij krassend een deurtje verder. Gelukkig had ik net een foto kunnen schieten. Halverwege nog een ontdekking. Een fuut zat op haar nest in de sloot en het mannetje zorgde nijver voor de juiste onderbouwing. Dames schaap in het weiland ernaast, met aandoenlijke bruine koppies en hun witte jassen, keken ons aan met welhaast peinzende blik. ‘Waarheen gaat gij’. Kleine filosofen hoor, die dames.

Dochterlief was in de tuin van haar zus bezig. Water geven, beetje wieden, wat inzaaien en hopen dat het goed ging. Onze hollewaai met zijn klikkertje was er ook bij en wilde eigenlijk al naar huis. Ik raadde hem aan zijn moeder te helpen met gras te trekken. Zuchtend begon hij aan die taak, toen konden wij door.

Halverwege het pad ontmoetten we de achterbuurman van onze tuin. Hij en zijn vrouw hadden beide corona gekregen aan het begin van de lente en ze waren er niet goed van afgekomen. Vooral de buuf was steeds bij vlagen benauwd en erg moe. ‘We hebben vaak aan je moeten denken’, vertelde hij, nu ze ontdekten wat het was om niet over voldoende lucht te kunnen beschikken.

De tuin was erg blij met onze komst. Het gras wuifde ons tegemoet, het stond vol boterbloemen en pinksterbloemen. De brandnetels en het kleefkruid deden een wedstrijdje wie het hardste groeien kon. Met de maaimachine op standje zeven en wat tegensputteringen begon ik aan het opschonen, terwijl lief de brandnetels te lijf ging en ruimte maakte voor een wat grotere composthoop. Helaas vergde een en ander meer energie dan de twee batterijen groot waren. Ik besloot naar huis te rijden en ze opnieuw op te laden. Tussendoor was er tijd zat om de maaltijd te bereiden. Rijst met sumak, sperziebonen met paprika, ui en champignons en vega köfte. De kleine pimpelmees was zich toch een hoedje geschrokken van het lawaai gisteren en liet zich niet meer zien. Het bleef ijzingwekkend stil rond de nestkast.

Daarna met een vaartje weer terug naar lief, die inmiddels het onderdeel ‘teveel van alles’ flink had aangepakt. Er was dankzij het gewoeker veel verdwenen van wat was ingezaaid. Niets aan te doen. Het gras liet zich korten, maar de maaimachine had er niet veel zin meer in, of was het mijn vermoeidheid die parten ging spelen. Op een gegeven moment vond ik het welletjes. Nog even wat foto’s schieten van al het moois. We stonden net de bloemen van de braam te bewonderen omdat ze in de zon zo teer scheen als Japans papier terwijl merel in de appelboom zijn uiterste best deed om er een sfeervol melodietje onder te leggen toen de oude riep en ons wees op de witte regen, die eindelijk na jaren in bloei stond. Hij knoopte zowaar een gesprekje aan en trachtte in een notendop van de hoed en de rand te horen. Lief hield wijselijk in. De vlier aan het begin van de tuin stond volop in bloei. Die bloemschermen zijn het bestuderen meer dan waard. Wat een vernuftige staaltjes van groei zijn ze toch.

Op de terugweg viel het mee met de drukte en konden we gestaag doorrijden. Dochterlief had drie boeken van Mees Kees in de brievenbus gestopt voor de kleine filosoof. Die nemen we mee. Eenmaal boven en na de heerlijke maaltijd nam de vermoeidheid de overhand. Tijd om goed uit te rusten en niet te laat de ogen te sluiten, liet het lijf merken. De boodschap was duidelijk.

Overpeinzingen

Een soort thuiskomen

Kalm bijkomen en rustig opstarten naar een week die tamelijk volgepland is. Dochterlief kwam langs met de twee oudste zonen. Helaas is die lieve Dribbel bij zijn oma in Frankrijk. De jongens hadden honger en natuurlijk was er nog maar weinig in huis. Wel crackers met brie en chocopasta. Het ging er in als koek en natuurlijk nog een restje muesli-repen. De jongste van de twee stuiterde er heerlijk op, met zijn lumineuze ideeën. Hij had de blikken dop van een fles in zijn broekzak en kon er mee klikken, zoals wij in het grijze verleden kleine blikken kikkertjes lieten klikken. Maar hij had ook uitgevonden dat je er twee verschillende tonen mee kon maken. Die jongen komt er wel. Gelukkig voor zijn moeder moest hij na het bezoek aan ons door naar Free Running, daar zal hij zijn overtollige energie wel kwijtgeraakt zijn. Er kwam een filmpje langs waarbij hij zijn eerste salto had gemaakt.

Het was heerlijk om ze allemaal te kunnen knuffelen. Mijn jongste zoon schoof ook naar binnen. Die wilde nog naar de sportschool en zou hier omkleden en douchen. Trots lieten we hem de gezinsuitbreiding zien. Jongen in het nestkastje ven de pimpelmezen. Ze vlogen af en aan en hadden het tot gisteren natuurlijk heerlijk rustig gehad, maar nu waren ze wat zenuwachtig bij al die wonderbaarlijke geluiden. Natuurlijk kwam de groothoeklens erbij, maar de foto was niet goed te maken door te weinig lichtinval. De prunus van de buren zorgde voor een mooi beschutte plek voor de twee kleine fladderaars en hun kroost.

Het hele stel vertrok naar het voetbalveld voor de oudste, die een wedstrijd moest spelen en wij gingen mee naar beneden om af te reizen naar de oudste zoon. We hadden beloofd om hem te helpen met zijn nieuwe planten voor in de grote vaste plantenbak in zijn tuin. Hij had een mooie hoeveelheid gehaald. Het pampusgras en de vijg kwamen op de uiterste hoeken en daar tussenin veel mooie paarskleurige en witte vlinderminnende planten zoals de buddleja, de clematis, de ooievaarsbekken, de rozemarijn, nepeta en een witte echinacea en hier en daar een oranje accent erbij met de crocosmia, een klimmer, die je moet leiden. Kleinzoon was met zijn moeder en zijn zus op stap, maar zoonlief beloofde van de week nog even aan te wippen.

Daarna konden we genieten van de rust thuis. Als afleiding was er een heel fijn satirisch programma op de televisie. Plakshot is een uitgekiend programma dat laat zien hoe je mensen kunt bespelen om je doel te bereiken. Roel en Jos Maalderink laten dat zien via een heldere uitleg over de verschillende toonaarden waarop je het nieuws kan brengen en laten de reacties van het publiek daarop zien. Dit keer ging het over wel of niet vlees eten en het molesteren van dieren. De meeste geïnterviewde mensen waren voor de eerste en tegen de tweede stelling. Zo zie je maar. Alles is betrekkelijk. Het is maar net hoe je het brengt.

Daarvoor was de film De luizenmoeder en omdat lief de serie niet kende, keken we die ook. Het ontroerde en niet in de laatste plaats door de reacties van het balsturige jongetje. Weliswaar een prototype van het onbegrepen en verwaarloosde kind, maar de draai die er aan gegeven werd, was niet minder aangrijpend.

Vandaag gaan we naar de tuin. De batterijen van de maaimachine zijn opgeladen. Als ik dochterlief mag geloven staat het gras kniehoog en vol brandnetels. Werk aan de winkel. Zij komt ook nog even voor de tuin van haar zus. Daarna krijgen we de kans om lekker bij te kletsen, zonder haar twee hollewaaien.

De overnachting in Duitsland voor de Pinksteren is rond. We gaan naar een particulier in een klein dorp tussen Neurenberg en Regensburg in. Voor de helft van de prijs van het hotel en met uitzicht op de ons omringende natuur. Heerlijk. We hopen erop dat dat de vaste stek wordt. Ook een soort thuiskomen.

Overpeinzingen

Tot maar even later

Inmiddels hebben we tijd en afstand overbrugd en zijn we met de nieuwe witte veilig aangekomen in ons zonnige andere thuisland. Het reizen ging voorspoedig op een dieet van drop en mueslirepen met af en toe een snelle stop bij het benzinestation of een klein wegrestaurant. De eerste waren eigenlijk al te druk. Als je een tijd zonder mensen om je heen bent geweest, raak je aan de stilte en de rust gewend en is de drukte van meer en anders al gauw teveel.

Bij het laatste fijne restaurant waar we waren, een bakkerij met de meest heerlijke taarten en broodjes, behoorde een sanitair bezoekje dat prompt verstoord werd door een oorverdovend lawaai. Een loeiende sirene ging af en ik was er de oorzaak van. Een bordje naast een deur gaf het overbekende logo weer, van waar ik moest zijn, maar dat er een heel klein pijltje onder stond naar twee deuren verderop had ik niet gezien. Er zat een kastje onder de klink, maar ik dacht dat het de automaat voor het geld was. Ik drukte de klink naar beneden en verstarde. Een schel hoog gillend geluid zorgde ervoor dat ik van schaamte in de grond wilde zakken. Verkeerde actie, begreep ik. Het personeel was lief, maar het duurde nog zeker een kwartier eer het geluid verstomde. Geen boze gezichten gelukkig.

Het hotel bracht een domper op de voorspoedige reis, want men had de kamer slechts voor een persoon gereed gemaakt. Foutje van de collega, natuurlijk. Parkeerplekken waren ook een probleem. Het hotel ging aan haar eigen grote succes ten onder. Te weinig personeel, dat aan wisseling onderhevig was, teveel klanten. We moeten gaan zoeken naar iets kleinschaligers, want dit is te lastig voor alle volgende keren. We hebben al wat gevonden, maar moeten wachten op de goedkeuring.

Nu zijn we hier en genieten van de wijdse blik op deze Westerse wereld. Daken met boompartijen erachter, rondvliegende kauwtjes en duiven, nog geen vogeltje gehoord trouwens, koffie op bed en schrijven op de ouderwetse manier. Beneden staan de grote planten overal en het is een complete jungle. Hier en daar heeft er een te veel water gehad, maar er is goed voor gezorgd. Natuurlijk mis ik de mauwtjes van Pluis bij aankomst, haar zachte velletje en poezenstaart tegen en om mijn benen.

We hebben een hele boodschappenlijst van dochterlief ontvangen om mee terug te nemen. Aanstaande zondag staan ze op de stoep in Verweggistan. Appelmoes, hagelslag en pindakaas staan bovenaan, naan en bawang goreng, tandpasta voor de kleine stoere dame, boeken en alles voor een heerlijk pitahbroodje met vega-shoarma en er komen nog boodschappen bij voor de vrijwilligersorganisatie, waar ze na hun bezoek aan ons naar toe gaan. Zij zitten in Budapest.

Het weer is prachtig hier, maar deze week zou het ook daar heel mooi worden. Vrijdag konden we gelukkig nog een keer alles maaien en in de vroege ochtendzon heb ik nog wat foto’s geschoten ter afscheid. Dag lief huis, dag lieve tuin(land noemt lief het), dag fijn atelier, tot maar even later.

Overpeinzingen

In variatie op een thema

Juist op hemelvaart, als je ze nodig hebt, kraaien beide hanen niet. Maar om vier uur was ik al klaar wakker, dus gaf het niet. Bovendien hadden we met dit gure weer niet de intentie te gaan dauwtrappen. Mijn moeder was trouw in dat soort tradities. Iedere hemelvaart trok ze er, weliswaar met de fiets, op uit. In het begin nam ze ons nog mee, maar later ging ze fietsen naar degene die het verst weg woonden. De Bilt, Nieuwegein of Houten. Er zat altijd iets lekkers in de tas en de koffie was voor onze rekening. Amelisweerd was ook geliefd of wandelen langs de Kromme Rijn over het jaagpad aan weerskanten, de ene kant heen, de overkant voor terug.

Natuurlijk namen we de gewoonte mee naar onze eigen gezinnen. In alle vroegte de warme kinderlijfjes uit hun bed pellen, voor en achter op de fiets en karren door het doodstille Jutphaas, waarheen de wielen ons maar brengen wilden. In de tas zat het ontbijt. Met vier was dat te ingewikkeld. Nu kwam de auto om de hoek kijken maar daarmee kalverde het echte dauwtrappen af. Als je niet de stilte ervaren kan van een dorp in diepe rust en de eerste zonnestralen op je snoet dan is de beleving minder intensief.

Uit die begintijd stammen ook de fietstochten langs de kersenboomgaarden. Rode tong van de zoete meikersen, oorbel aan je oor met de tweelingkers en ergens, waar dan ook, vlekken in je kleren en steevast een bruine zak vol heerlijkheid mee naar huis. Soms viel de hemelvaart samen met de oogst. Ergens is me ontschoten of we dat vaak gedaan hebben. Het zou even zo vrolijk kunnen dat we maar een of twee keer op zo’n tocht zijn gegaan en dat het diepe indruk heeft achtergelaten, waardoor de frequentie er automatisch bij gedroomd werd. Alleen ging ze later wel trouw elke hemelvaart.

Gisteren heeft lief trouwens de arme dichtgegroeide fluweelboom voor het grootste gedeelte bevrijd. Dat bezorgde de boom en mijn gemoed een hele verlichting. Ik kreeg het al benauwd als ik al dat dichtgegroeide struweel zag. Nu mocht er weer licht en lucht tussen de stammetjes stromen. Zo fijn. De Wisteria had zich als een liaanplant om elke tak geslingerd. Door de starheid en de zwaarte zou de boom zelf bij een beetje stormwind afknappen als een luciferhoutje. Bij toeval, omdat ik een andere naam zocht voor ‘fluweelboom’ die dus ook azijnboom wordt genoemd, ontdekten we dat ‘sumak’ de gemalen bessen zijn van een struik uit de fluweelbomenfamilie. Het is een heerlijk zurig kruid, dat ik vooral ken uit de Perzische keuken. Over de gekookte rijst gestrooid staat het garant voor een hemelse smaak. .

Het zijn hopeloze herfstdagen en vooral het gebrek aan blauwe lucht en zon zorgt voor een hang naar een warm huis, dikke truien, sokkenvoeten in de sloffen en hete koffie of thee in de kom. De vrouw in het boek van Jaap Robben drinkt vooral anijsmelk. Iets wat bij die nostalgie van het dauwtrappen hoorde. Dat heb ik jaren gedaan. In de kast stonden altijd drie langwerpige doosjes de Ruyter anijsklontjes. Mijn moeder bezwoer dat je daarna sliep als een roosje. Ik vond het alleen maar lekker. Sinds de kinderen sliep ik in de nacht matig, niet alleen door hen, maar ook te wijten aan de nachtdiensten, 7 nachten op, 7 nachten af, die ik na de opleiding een lange periode gedraaid had. Bovendien hoorde ik in die dagen elke zucht en elke kraak.

Nu horen mijn dove oren alleen nog selectief. Tussen de hoge pieptonen, die er altijd zijn, klinken alleen de uitzonderlijke geluiden nog door, afwijkend in frequentiehoogte van dat wat er altijd is. Ik negeer het geluid aan de binnenkant. Dat is noodzaak, anders wordt je horend gek. Zo voegen we ons langzamerhand naar de kwalen, die zich in het geniep aandienen. Als je ze niet kan verslaan, dan moet je ze benutten, in variatie op een thema.

Overpeinzingen

Kan ik het even stilzetten, die tijd

Lieve oudste dochter is jarig en ik kan het niet helpen, maar vannacht gleed ik naar 17 mei 1980, waar alles me helder voor de geest stond, vanaf de eerste aankondigingen van haar komst tot aan de nacht na de geboorte, waar ik bibberend van de naweeën en met onrustig trillende beenspieren in het hagelwitte ziekenhuisbed in het oude Antonius lag.

De gynaecoloog ontpopte zich gedurende het hele proces als een norse man, die. niet graag zijn zaterdagavond met bijbehorend slaapje wilde laten schieten en zeker niet voor een vrouw die niet eens de moeite had genomen haar hulpeloze voeten, die over de beensteunen bungelden, grondiger te wassen.

Koesteren en loslaten

Hoe kon ik hem uitleggen dat het een van die dagen was dat nestdrang aan mijn energie had getrokken en ik met de dikke buik de tuin was gaan ontginnen. Er is niets meer ontspannen dan wroeten op je blote voeten in troostrijke aarde, als die eigenaardige borreling daarbinnen, dat zachte gekriewel, bescheiden maar onmiskenbaar getrek, al een onbewuste aankondiging waren. Pas tijdens het koken ‘s avonds, het was mijn beurt om te koken voor onze woongroep van vier personen, kwamen de weeën toch snel op gang en na het eten liepen we het ziekenhuis binnen, met in de haast gewassen en derhalve niet volledig schone voeten. Ik had mijn India-jurk aan en de aanstaande vader had al zijn sieraden in zijn oor, terwijl zijn haar sluik en lang naar beneden hing, in de ogen toch wel een verwilderde blik. Wat stond ons daar te wachten.

Dokter kwam met wapperende witte jas binnenstuiven om na een constatering van een beginnende ontsluiting even haastig weer weg te vliegen. Daar lag ik, overgeleverd aan een avondzuster die nog nooit van haar leven een primi para met een stuitbevalling had meegemaakt, toen er tot overmaat van ramp een fikse weeënstorm volgde, die zorgde voor een bliksemaankondiging van die kleine dappere daarbinnen. Halsoverkop werd dokter met dezelfde vaart teruggeroepen. Norsig, uit zijn slaap gerukt of misschien wel uit zijn spannende detectiveserie vandaan, deed hij zijn werk. In ieder geval werd er geen woord teveel verspild. Zuchten, persen, zuchten. Mijn gedachten vlogen uit de bocht. Wat maakte ik nu in vredesnaam mee, geen controle meer, een lijdzaam ondergaan en dan oerkracht, energie een vrouw eigen op dit moment supreme. Daar was het wonder. Dat er nog meer moest komen werd vergeten in het onpeilbare geluk, de opluchting, de blijdschap, dankbaar om het stoppen van de razernij der spieren. Ze was er eindelijk, 4000 gram schoon aan de haak, stuitbevalling, krijsend het leven omarmend zoals het met de eerste kreet van levenslicht en lucht betaamd.

In het boek van Jaap Robben: ‘Schemerleven’ is er sprake van zwanger zijn, bevallen, en het is verbazingwekkend hoe hij een en ander heeft weergegeven . Hij heeft vast een goede muze gehad, die hem de intiemste details kon influisteren. Bewonderenswaardig is het hele boek, dat over een vrouw gaat compleet met haar emoties en gedachten, de intiemste belevingen. Dat schoot er vannacht allemaal door me heen, toen ik weer even een werd met dochterlief op afstand. 43 jaar geleden is het nu en toch zijn het gebeurtenissen als de dag van gisteren. Dat betekent dat ik dat aantal jaren bij kan tellen. Het gaat soms zo geweldig snel. Waar zit de handrem? Kan ik het even stilzetten, die tijd?

Overpeinzingen

Dan valt de wereld in beelden uiteen

Het is koud en regenachtig. Geen weer om behaaglijk op het terras te zitten of buiten aan het werk te zijn. Alles is drijfnat. Zodra je onder de morellen en de kersenbomen loopt in de tuin, vallen er ijzige druppels in je kraag en glijden tergend langzaam de kou naar binnen.

Vanachter het glas kijken we op het huilende groen, de druif met haar vele trossen straks als een stille belofte, de bevrijde Hosta’s die glansrijk de regen vangen in hun grote bladeren, de dappere Allium, stralend wit en nu enig in haar soort. Roos scoort hoog met twee knoppen in een welhaast verdwenen struikje, de Pioenen staan op barsten. Wat me brengt bij het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal, een ode aan de heerlijke lente, het seizoen van hoop en beloften. Alles is wat later door de grilligheid van het weer, een winterkou die niet echt winter was, maar toch te lang lage temperaturen met zich mee bracht.

In de familie-app foto’s van een zonnig Zeeland waar zoonlief met de kleine krullebol, de Benjamin en hoogzwangere schone dochter(Het tiende kleinkind alweer)zich vermaken op het brede zand van Breskens. Ze lachen en ik hoor ze daadwerkelijk schateren ook al zijn het geen filmpjes. De herinnering van een klank, die zich ongevraagd maar op welgezette tijden kan aandienen.

Met moederdag dacht ik aan de stem van mijn moeder. Er zijn nog drie cassettebandjes in mijn bezit, waar die op te horen is. Soms klinkt tussen mijn oren ineens mijn moeder door in een opmerking die ik op een filmpje maak tegen de kinderen of kleinkinderen. Vooral bij dat laatste. Soms spreekt ze me toe in een droom maar doorgaans is dat woordeloos met veelzeggende gebaren en een allesverkondigende blik. Die stem van mijn oma ben ik kwijt, maar van opa herinner ik me een vrolijk gebrom als hij meetikte op een vermeend ritme van een lied, terwijl de radio een andere keuze had gemaakt. Mijn vader zijn stem herken ik als geen ander in de vele herinneringsstemmen. Bars of juist heel vrolijk, op feesten met een vet Bargoens accent, er was een vrouw met zo’n lip, er was een vrouw met zo’n lip, etcetera. Vrolijke ogen, glinsterend en ondeugend als van Johny Kraaijkamp, terwijl hij zijn lip in de meest scheve standen trok. Die vrouw moest een kaars uitblazen, wat natuurlijk niet lukte. Boos of blij.

We hebben eerst even de boodschappen gehaald. En de Groene van vorige week was er eindelijk met spannende wat-als-verhalen over de Turkse verkiezingen, die nu al achterhaald schijnen te zijn.

In de avond is er ruimte voor een crimi. De serie die we nu kijken is gruwelijk spannend, maar houdt onze aandacht zo vast, dat we ons er niet los van kunnen rukken. Op de heftigste momenten gaan we iets inschenken of de luiken dicht doen, omdat we er allebei niet meer zo best tegen bestand zijn, dat nodeloze brute geweld. Zijn we sentimentele oude dwazen geworden, of hebben we te scherp gezien waartoe het leiden kan. Niet voor niets stemde ik vroeger al PSP. Het speuren naar oplossingen is natuurlijk de drijfveer om toch te blijven kijken. Spanning is nodig om te kunnen ontladen, ik droom er niet over. Denk maar aan de niets ontziende sprookjes van vroeger. Alleen van Blauwbaard had ik nachtmerries, een wolf meer of minder, daar draaide ik mijn hand niet voor om. Natuurlijk opende je met gemak een buik, haalde er kinderen of geiten uit en gooide hem weer dicht. Geen enkel probleem. Iemand die ook nog wel eens kwam stoken was die heen en weer springende lelijke dwerg van Rozerood en Sneeuwwitje, die vastzat met zijn baard. De kinderen waren doorspekt van goedigheid, maar hij gaf ze boosaardig stank voor dank in een scheldkanonnade die er niet om loog. Waarschijnlijk had ik de voorstelling in mijn hoofd nog gruwelijker gemaakt dan de plaatjes in het grote Grimm-boek. Zo zie je maar. Als je ouder wordt dan valt de wereld in beelden uiteen.

Overpeinzingen

Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn

Lijster vliegt druk heen en weer, vanuit de grote spar naar de andere bomen of ze trekt hier en daar een pier uit de grond. Ik moet dan altijd denken aan die grappige illustratie uit een van mijn kinderboeken in de groep over een worm, waar onder de grond aan het arme dier getrokken werd door een mol en boven de grond door een druk wroetende kip. Ze schoven het beestje heen en weer, de ene keer stak er een lang stuk boven uit en dan aan de onderkant. In de aard een koddig gezicht als het een draadje was geweest. Pier valt in stukjes uiteen ben ik bang, maar dat kan zomaar weer aangroeien. Ik was vergeten welk boek het was of om welk kippetje het ging.

Gisteren was het huilen met de pet op qua regenval. Ons enige uitje was het boodschappen doen in Szigetvar, waar het erg rustig bleek omdat mensen toch waren weggebleven om de nattigheden. Een snelle tocht door de inmiddels vertrouwde winkel en weer terug. Dan maar uitgebreid koken. Zo’n dag was het vooral. Vorige week had ik de verleiding van een klein potje ansjovis met kappertjes niet kunnen weerstaan. Nu had ik pasta bedacht, met pesto, de gevulde ansjovisjes, olijven, ui, knoflook, kastanjechampignons en kaas. Voor ze in de geurende saus konden worden geroerd was het potje visjes al half leeg. De heerlijke combinatie van zout en zuur was niet te versmaden. Smullen geblazen.

De hele dag was het druk geweest met apps en telefoontjes. De kinderen wilden even een korte telefoonknuffel geven op moederdag. Heerlijk om iedereen en alles te zien. Dochterlief en co hebben vanuit de kust van Kroatië een uitstapje gemaakt naar Bosnië/Herzegovina. Daar zitten ze een nachtje in een hotel. De caravan bleef aan de kust. Als ze terug zijn, zakken ze af richting onze stek.

Zon probeert dapper door de dikke grijze deken heen te prikken.. Nu het wat helder wordt zijn de druppels aan de druivenranken kleine opsekopse wereldjes. Met de macrofunctie komen ze prachtig in het vizier. Toevallig leest lief het boek ‘De botanische revolutie’ van Norbert Peeters, over de beschouwingen en de eigen tijd van Darwin. ‘In een notendop’, geeft hij aan, ‘Maar boeiend’. Onder de vijg schiet eindelijk de Oost-Indische kers omhoog. Hoera, straks hebben we bloeiers. Een ander mooi foto-object is de tak die afgescheurd is van de fluweelboom, een fleurige tekening in ringen herbergt de bast en aan de buitenkant tieren de korstmossen welig.

Op school hielden de kinderen en ik buiten hele ontdekkingstochten. Binnen de groep zijn er altijd een paar nog meer geïnteresseerd in de wereld van de bescheiden natuur. Het zijn zij die met hun neuzen op de grond liggen en speuren naar pissebedden, mieren, slakken, wormen, kevers, lieveheersbeestjes en spinnen. Als hulpmiddel hadden we de vergrootpotjes, maar ook zwart karton om de slakken hun sporen te laten trekken, wormenhotels om te leren hoe de wormen hun gangen groeven, kaars en ecoline om een glinsterend spinnenweb te toveren. Tussendoor weefden we de verhalen, waardoor het rijk van de kleine beesten een dwaaltuin bleek te zijn, waar hele spannende avonturen konden plaats vinden. Zaak is wel. dat je als volwassene zelf ook met je neus op de grond gaat liggen en bij elke ontdekking er een vervolg op zoekt, bijvoorbeeld door de juiste vragen te poneren.

Als het de tijd was van de vlinders werden er de prachtigste nieuwe creaties bedacht in vetkrijt en verf. Een enkele keer hielden we een pop in het herbarium om te kunnen zien hoe ze zich zou ontvouwen als de tijd rijp was. Het bleef genieten voor ons allemaal. Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn.

Overpeinzingen

Wat wil een mens nog meer

Vandaag viert Nederland moederdag. Het is een wonderlijke feestdag. Wij hanteerden de stelregel dat op alle dagen en wel 365 in een jaar het ouder-zijn mag worden gevierd, of de kind-van-je-vader-en-je moeder=dag of Opa-en-oma-dag of familie-dag of dag-van-jezelf-dag. Op school werden er ook geen papieren stropdassen, zeepdoosjes, zelfgemaakte bloemenvaasjes van klei gemaakt. Toen de wereld werd vergroot met digitale middelen, gingen we over op kinderen die hun eigen foto’s schoten, eventueel voor die dag maar even zo vrolijk voor om het even welke dag dan ook. De historische wortels waren sowieso een obstakel, Hitler trok moederdag op zijn edel-arische niveau en de commercie vierde ook hoogtij met zulke dagen. Roeren in de soep en er zelf chocola van maken, in hartjesvorm zo je wilt.

Gisteren was het de dag van de noeste arbeid voor ons. De wildernis voor het huis moest eindelijk worden aangepakt. Het liep langzaam maar zeker uit de hand. Het gras schoot op tot dijhoogte en de taxusstruik groeide uit tot een wirwar van stekelige staketsels, zowel in de lengte als de breedte en een vlier had zich er spontaan en dapper doorheen gevlochten. De drie bomen hadden we vorig jaar al gesnoeid. Lief wilde de bloemetjes laten staan, maar dat waren die kleine wildgroeiers, de smeerwortel, de boterbloem, ereprijs, fijnstraal en rolklaver en op de een of andere manier vielen ze meer uit de toon, toen al het gras er tussenuit was getrokken. Enfin een schoonheidsprijs krijgt het niet met de ontstane kale plekken. Het moet maar weer gauw een tikkie aangroeien.

Het grassige deel aan de overkant van de geul, die het hemelwater af moet voeren, knipten we met de hand. Dat leverde meewarige blikken van de buren op, die dat maar een barbaarse methode vonden. Zo deden ze dat vroeger, maar toch niet in deze tijd en toen ik met mijn damesmaaiertje op de proppen kwam, dachten ze echt dat we met jeugdige overmoed iets wilden bereiken. Dat zou toch helemaal niet werken,lieve kinderen. Ondertussen zijn we ongeveer even oud of nog ouder hoor, daar niet van. Hoe ouder, hoe gekker.

Voordat ik besloot om mijn maatje, die daar voor aan het zwoegen was, uit de brand te helpen, had ik nog een oefenportret gemaakt in de Datsja. Buiten riep de wielewaal en volgens mijn app was er ook een torenvalk in de buurt. De zon was toch gaan schijnen ondanks de alarmerende berichten over heftige buiigheid die komen zou. Alle omstandigheden waren gunstig. De olieverf op waterbasis bevallen mij en mijn longen bijzonder goed. Ik hou het op die manier veel langer uit. Met een luchtige toets, goede observatie van de tussenruimten en vrij naar inzicht durf ik los te gaan. Resultaat van jaren oefenen en je neus stoten. Branden en op de blaren zitten, alles om je eigen stijl te vinden. Bij de een komt dat vanzelf, bij de ander gaat dat moeizamer, maar de volhouder wint.

Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht zetten en prijzen we het geluk om de dag er voor te hebben gekozen voor het grove werk voor. Met deze nattigheid kan er absoluut niet gemaaid worden. Helaas ziet het er voor de hele week niet zo best uit, terwijl het wel groeizaam weer is. De grassprieten ruiken hun vrijheid en veren op. De ene sierui, die ik eigenlijk al de hele groei met afdrukken van de verscheidene ontwikkelingen volg, bloeit nu bijna optimaal. Volgens lief stonden er veel meer, maar die zijn langzamerhand verdwenen. Dat deze de winterperiode heeft overleeft komt door de zachte winters, vermoed ik.

Vandaag blijft het bij het betere denkwerk. Lezen, schrijven, schilderen, mijmeren en hier en daar een boodschap. Een dag van zondagse rust. Wat wil een mens nog meer.

Overpeinzingen

Een gerustgesteld gemoed

Na de regen die met bakken uit de lucht kwam vallen gisteren en alles schoonspoelde wat het nodig had, verschijnen er nu tussen het grijze grauw af en toe een paar zonnestralen die onmiddellijk, alles wat lente is, doet opgloeien en bloeien.

Lief vroeg of ik de weg naar Ecseny wel aandorst tijdens dit waterballet. Natuurlijk, wat hier valt, valt daar misschien niet en omgekeerd. Het lag op 79 km afstand, niet zo ver van het Balatonmeer af. Hemelsbreed kan dat veel verschillen. De weg ernaar toe kent grote tegenstellingen. Naar Kaposvar toe zijn de wegen vol hobbels en dien je het stuur stevig in handen te houden, vooral met de vele bochten en het klimmen en dalen als moeilijkheidsgraad. Het gejakker van sommige locals kan ronduit irritant zijn als ze op je bumper blijven kleven tot er een recht stuk weg zich aandient. Hoe hard je ook rijdt, ze willen er altijd langs of het nu toegestaan is of niet. Dan volgt de weg dwars door Kaposvar heen met al zijn stoplichten en het drukke verkeer. Daarna kom je op de ‘nieuwe’ weg. Een gloednieuw aangelegde racebaan richting Balaton met heerlijke wegen langs het glooiende en afwisselende kleurrijke landschap. Zachte dekens van fris jong groen en akkerbruin, afgewisseld met lieflijke dorpen tegen de heuvels geplakt of verscholen in het struweel waarbij alleen de kerktorenspits hun aanwezigheid verraadt.

Daarna moeten we het platteland op en daar begint de ellende. aanvankelijk is de weg nog een lappen deken, maar gaandeweg vallen er diepe gaten en kuilen in het sleetse asfalt en zigzaggend weten we de meeste te ontwijken, maar helemaal ontkom je er ook niet aan. De huizen van de lintdorpen zijn al even wisselend. Grote boerenschuren die leeg en vervallen de tand des tijds vertonen naast huizen op de heuvel, opgeschilderd met wat pastel, schuren en schuurtjes er tegen aangeleund, de houtstapels aan de overkant van de weg, wachtend op de barre winters, die hier net als in Nederland er eigenlijk niet meer geweest zijn.

Vriendlief had het hek al opengedaan, het laatste landweggetje, niet meer dan een bospad eigenlijk en de bevrijdende zwaai het erf op, een glad keurig glooiend gazon, de witte bungalow, deels totaal gestript en verbouwd, de eveneens witte garage met solide deur en de schuur in een vrij oorspronkelijke staat, maar tot in de puntjes opgeknapt.

We wilden bij hen op bezoek om dat de man des huizes net een zware operatie had ondergaan waarbij een tumor was verwijderd. Geen hele zware klachten, maar wel last. Een agressieve snelgroeiend celkluwen zat op een plek waar het niet wenselijk was. Ondanks al de bloedwaarden pas in volle omvang ontdekt tijdens de operatie. Door de ingreep had vriend een jas uitgedaan, maar het stond hem goed. De omgeving had er meer moeite mee dan hijzelf. Hij ging uit van het principe dat je er niets aan kon veranderen, dus er beter een vorm voor moest zien te vinden. Vrij laconiek. Zijn vrouw had het er moeilijker mee. Er waren tot nu toe steeds derden geweest om te helpen. In dit afgelegen gebied, ergens in het midden van nergens, is het lastiger om niet meer geheel mobiel te zijn.

Het gesprek ging voor een deel daarover, maar al gauw namen de wereldproblemen, hun anekdotes uit de landen waar hij consul was geweest, prietpraat, maatschappelijke betrokkenheid, verschillen tussen onze cultuur en hier, de prijsstijgingen, de overhand. Schilderachtige verhalen, doorspekt met onze herinneringen, niet minder schilderachtig maar op een heel ander niveau en toch gemoedelijk. Kopjes thee in het wedgwood servies, zelf gebakken cake en daarna koel helder water met citroen. De uren vlogen om. Tijd om te vertrekken en hen achter te laten met een gerustgesteld gemoed.

Overpeinzingen

Een klein paradijs

Hanengeschrei hoort er bij. Tenminste hier, terwijl we in ons eigen warme nestje liggen, worden we steevast elke ochtend gewekt door de twee hanen, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant. Twee die ons wekken, in variatie op een thema. Ik doel op dat liedje over de waakzame engeltjes in de nacht, iets van heel lang geleden toen God nog op een gouden troon zat en trompetgeschal de hemel kleurde.

Vannacht moest ik ineens op zoek naar kanten bloesjes. Iedereen in de straat moest een kanten bloes aan, dat was de ‘dresscode’. Een gegeven dat vooral de laatste tijd in mijn omgeving op sluipersvoeten wordt gehanteerd. Voor de bruiloft van de broer van lief luidt het ‘casual smart’. Daar kan een mens wel alle kanten mee op. Het mag slordig slim zijn of functioneel slim, als je de vertalingen mag geloven. Officieel is het woord casual, casueel en dan weet je nog niets.

Dan duikt het dilemma op van de keuze. Wat doen we. Rijden we naar Pecs om ons in het winkelende stadsgewoel te storten of duiken we de kledingkast in op zoek naar een passende combinatie. Ik kies voor het laatste en kom tot de verrassende ontdekking dat er meerdere casuals in de kast hangen. Haha, kwestie van goed combineren. De of-white culotte met de wijde zwarte flodderjurk en het lange vest in dezelfde kleur als de broek werkt fantastisch en het groene enkellange hes, ooit in een opwelling uit een rek getrokken maar nooit aangehad blijkt met een beetje bloes erbij ook een fantastische mogelijkheid.

Het enige wat nog roet in het eten kan gooien is het weer. ‘Laagjes, laagjes’, zingt mijn moeder op de achtergrond en zo is het. Het vest kan uit, dan zijn er nog wat bleke betjes als blote armen, maar met de zwarte sjaal valt er heel wat te draperen en te bedekken. Lief heeft nog een mooie lichte zomerbroek en een prachtige donkerblauwe denim bloes, met een t-shirt eronder is hij het baasje. Hij moet sowieso om mijn gedub lachen. Als het maar lekker zit, toch.

Dochterlief belde om afspraken te maken over hun komst. Daar hebben we allebei heel veel zin in. Ze zal een lijstje maken van artikelen die we meenemen vanuit Nederland. Er zijn pas dingen die je echt gaat missen als je ze in de schappen van de supermarkten, ook al dragen die dezelfde naam als in Nederland, niet kan vinden. Belegen kaas bijvoorbeeld, drop natuurlijk en stroopwafels, maar ook de vegan-en-de-toko producten, al kom je met Japans nog een heel eind. Maar misschien ook tekenbladen en tekengerei, zeker een aantal boeken en nog zo wat.

Lief ‘breidt’ verder aan zijn paadjes. We maken een dwaaltuin, overal verschijnen geheimzinnige doorgangen, tussen de kleine fruitbomen, langs de schaduwtuin, voor de bellen van de hop langs, over het citadel en langs het bastion, om de dame heen, die straks hopelijk met haar voeten in de Oost-Indische kers staat. Natuurlijk mogen daar de dwaallichten niet ontbreken. Er zweeft een verhaal doorheen, dat straks vanzelf gestalte krijgt als de kinderen hun eigen salamander-speurtocht inzetten of als de kleine filosoof zijn plannen gaat uitvoeren om alle dieren die hij tijdens de reis tegen gekomen is, te boekstaven. Er kan zo maar eens een dwaallicht op eigen houtje gaan dwalen en wie weet wat die allemaal tegenkomt. De verrekijker ligt al klaar en voos fruit gaan we vast en zeker gebruiken om de vlinders mee aan te trekken. Er zijn hier zo veel soorten. Van oranje-tipje tot de koningspage en zijn koningin. Onder de bomen vallen juveniele kers en morellen, als die straks wat rijpen brandt het los. Een dwaaltuin met vlinders en vogels, salamanders en slangetjes om Freek Vonk te mogen spelen. Een klein paradijs.