Uncategorized

Een Enkeltje Mars

Gisteren was het in Utrecht de grote marathon dag. Terwijl horden graatmagere marathonlopers, diehards en bikkelaars Utrechtse Maliebaankilometers aan het verhapstukken waren, liep ik mijn eigen kleine bescheiden marathon. ‘Alle goede dingen bestaan uit drieën’ zei mijn wijze moeder altijd. ‘En een ongeluk komt nooit alleen’. Terwijl ik hier de straat uit wandelde en op de rotonde  het zicht op de weg werd benomen door de hoge struiken, doemde ineens de vuurrode alarmerende neoncijfers 77 op. Het laatste stuk werd ouderwets rennen om de bus te halen.

Toen ik hijgend in het voorportaal bij de chauffeur stond, maande hij me aan om eerst maar eens te gaan zitten en dan later in te checken met de OV kaart. Terwijl ik amechtig op adem probeerde te komen, gleden mijn gedachten naar een kinderlijke belofte, die ik ooit gemaakt had, toen de boodschap doorkwam dat mijn Opa een hartaanval had gekregen, terwijl hij hard liep. Hij wilde eerder thuis zijn dan oma, om voor haar de thee te kunnen zetten. Het leed was al geschied eer hij de grond raakte. Ik zou nooit meer rennen.

005Hoog Catharijne

Langzaam kwam alles weer tot bedaren, hoofd en hart. Heerlijk met de bus naar het centrum, geen dure parkeerplaats, voor de deur afgezet, ik had het goed voor elkaar. Niets was minder waar. In het kader van de marathon was de binnenstad hermetisch afgesloten voor bus en auto. Ik moest lopen naar de stadsschouwburg. Wie ooit op Hoog Catharijne is geweest op zondag, weet dat dat een  uitdaging op zich is. Ik moest om 16.00 uur in de stadsschouwburg zijn.Met gepaste haast slalomde ik door de winkelende en kauwende menigte heen. Hier en daar een rugzak omzeilend en af en toe struikelend over een rolkoffer zochten mijn ogen de snelste route, daarna door de Zakkendragerssteeg naar de gracht. Die optie was minder slim. Daar verlaagde het tempo zich zienderogen. De steeg is een groot terras geworden. Daarna ging nog gezwinder de pas er in en werd ik  bijna omver gereden door grote getale terugkerende marathonlopers op de fiets richting station.

Ik was er  op het nippertje. De energie die het kostte steeg binnen twee seconden naar het hoofd en walmde uit in jas en vest. Jas uit, vest uit, uitwasemen, maar eerst de trap op. Een vesting voor een arme longlijder, zeker omdat het wel zes trappen hoog was. Dat arme hart met de rammelende kleppen kon het bijna niet meer verwerken en toen ik eindelijk op de stoel zat in de blauwe zaal daalde de rust weldadig in, maar bleef het nog  minutenlang bonken tegen de ribbenkast. Deels van de sensatie om wat ons te wachten stond, maar deels door de aanslag op het loopvermogen. We gingen naar mars met Het Filiaal, maar voor mijn gevoel was ik al naar de maan geweest.

De beloning is er met een prachtige voorstelling, die ik niet ga verklappen. Zoals gewoonlijk zit ze weer in elkaar met prachtige vernuftigheden van muziek, techniek en krachtig acteerwerk. Het verhaal is ingebed in filosofische kunststukjes, die je soms pas herkent, als het moment voorbij is. De acteurs werken zich in het zweet, maar wij als ontvangers zitten zo in het verhaal, dat je ademloos er induikt door de snelle wisselingen en kijkpunten en er uitgeput weer uitrolt. Er valt zoveel te zien. Eigenlijk heb je bij een voorstelling van het filiaal nooit genoeg aan een keer. De clue is overweldigend, ontroerend en zo waar. Het hele denken wordt op een ander been gezet. Dat is de kracht van de theatermakers van het filiaal onder regie van artistiek leider Monique Corvers, muzikaal leider Gabor Tarjan, die overal muziek uit weet te slepen en objecttheatermaker Ramses Graus.

Terug kuieren we naar het station. Later ga ik nog een keer, dat weet ik zeker. Met mijn hoofd in de ruimte neem ik de verkeerde afslag en moet weer terug. Het is bijna te raden. Als ik op de roltrap naar beneden sta, zie ik de bus al warm draaien. Ik maak me op voor nog één keer een persoonlijke marathon, daarna doe ik het nooit meer, opa indachtig. Je moet wat over hebben voor Een Enkeltje Mars! Het is het dubbel en dwars waard.

Uncategorized

Wonderland

Er is een meisje bij mij in de groep, die het liefst je niet in de ogen kijkt. Haar blik lijkt altijd gericht op een wereld, die wij niet aanschouwen. Ze is haar eigen ‘Alice in Wonderland’. Soms voelt ze zich angstig of ontheemd als ze met een ruk terug gehaald wordt in het nu, door een aanvaring met haar groepsgenoten of doordat er een beroep wordt gedaan op haar aanpassingsvermogen en ze zich conformeren moet aan een spel, dat anderen hebben opgezet. Daar heeft ze grote moeite mee.

024Happertje, oma en muis

Vanaf het eerste moment dat ik hier in moest vallen, had ik Happertje bij me. De kleine ecolinegroene handpop, die alleen maar van groen houdt en alles eet wat groen is. Het bleek een toverformule voor de kleine Alice. Misschien had hij een hoog veiligheidsgehalte door zijn afgebakende eigenschap. Wie zal het zeggen. Vanaf het allereerste begin zijn ze onafscheidelijk. Happertje had oorspronkelijk hele andere kleuren, maar omdat op de vorige school het land van groen spontaan ontstond bij een groenteproject en we daar uitsluitend groene groenten behandelden werd Happertje geboren. Gek op spruiten, sla, spinazie, Andijvie en broccoli. Omdat het zo’m eigenzinnig geval is, kon ik er geen afstand van doen en moest hij mee in de leren-is-leuk-koffer en krijgt hij nu de opwaardering die bij hem past.

Er zit een jongen in deze groep, die niet stil kan blijven zitten. Hij wiebelt en staat, gaat zitten en springt op, gaat zitten en loopt naar de tafel, gaat zitten en springt op. Zo gaat het de hele dag door. Zijn handen zijn voortdurend in beweging, hij trekt aan zijn kleren, hij zit in zijn neus, in zijn mond, hij krabt aan zijn arm, hij strijkt door zijn haar. Deze hollewaai kiest ook een knuffel. Elke dag weer en dan wordt het een ander jongetje. Weliswaar worden Oma of Flip de beer wel draaierig door zijn geduizel, maar zijn lijf kan zich beter beheersen. De onrust strekt zich uit tot de handen en de poppen en zijn hoofd wordt kalm en bereikbaar.

Als we aan het flitsen slaan met de middenbouw dan zien de kinderen groen van verveling. Ze hangen over hun tafels en zijn melig, weinig alert en enthousiast. Zodra muis zich ermee bemoeit en mee gaat flitsen verdwijnt de lamlendigheid als sneeuw voor de zon. De kracht van de pop zit diep ingebakken. Kinderen vergeten de voerder van de pop en gaan alleen met muis in gesprek. Ze zien me niet meer, horen alleen de opmerkingen van muis en wat belangrijker is, ze zijn weer betrokken. Natuurlijk heeft hij af en toe wat ondeugende malle grappen, maar zijn serieuze kanten accepteren ze ook met liefde.

052Greetje in gesprek met Kleinzoon

Gisteren zat Greetje op de bank in de huiskamer. Ik had haar gebruikt op school en had haar nog niet opgeborgen. Kleinzoon kwam op bezoek. Na de maaltijd speelde hij met zijn auto’s op de bank tot Greetje tot leven kwam. Vol aandacht keek hij naar de pop, naar haar bewegende hand, naar haar sprekende mond en op slag vergat hij mij. De hele conversatie werd met Greetje gevoerd, ook toen zijn moeder de pop over nam en met haar eigen stem kleine Greet inzette. Toen ze daarna net zo oud bleek te zijn als hij en ook nog op dezelfde dag jarig was, was het pact gesmeed. Een band tot in lengte der dagen. Greet kan niet meer stuk.

049Oma en muis

De kracht van het onderwijs ligt besloten in het prikkelen en voeden van de oneindige fantasie, die kinderen eigen zijn. Moeiteloos verplaatsen ze zich in andere werelden en zijn een en al betrokkenheid. Dat het zoden aan de dijk zet en veel winst oplevert is vooral te merken aan die kinderen, die de uitzondering zijn op de gevestigde regel. Dankzij de vertaalslag, door in een ander te mogen kruipen, wordt de reële wereld ontsloten en vinden ze een veilige weg om mee te wandelen zonder verlies van eigenwaarde.

De pretogen van de kleine ‘Alice’, half verscholen achter haar Happertje en de verstilde houding van de jongen, met zijn doorgaans zo onrustige motoriek, alleen maar omdat  hij Oma of Flip vasthoudt, zijn de kroon op het werk. Hun ‘wonderland’ is ineens een begrijpelijk plaatje, waar iedereen in past, ook zij.

 

Uncategorized

Kleur aan het duistere bestaan

Mijn eerste begrip dat paars een diepere betekenis met zich mee droeg dan zomaar een kleur kwam in de jaren vijftig. Tijdens een wandeling aan de hand van mijn ouders, of waarschijnlijker nog, aan die van de grote broers, huppelde ik mee naar de Nicolaaskerk in het Ondiep. Door de Elsstraat, langs de muur van de oude kloostertuin, naar de overkant en de Meisjesschool op de hoek en daarna oversteken naar de kerk. Langs de geurende bremstruiken, zwaaien naar de Heilige Nicolaas in zijn nis en hup de kerk in.

Cytisus scoparius1.jpg

Oude gewijde grond. Huiverend van de winterkilte die er nog hing in het prille voorjaar. Vasten in Maart, gele brem als compensatie voor de vleesloze vrijdag, maar ook voor de snoepjesvrije week, omdat wij kinderen die netjes opspaarden in een blikken trommel. Alleen op zondag te openen, als de kerk paars kleurde maar purper heette, met prachtige paarse kazuifels van de Priesters veertig dagen lang. Niet uitbundig maar stemmig en in mijn kinderogen alleen maar een indrukwekkende kleur, de paarse kleden op het altaar en de kansel waren nadrukkelijk aanwezig. Ze hoorden niet alleen bij vasten en bezinning, maar ook bij de vreugde van Palmzondag. Dan werd door mijn moeder het nieuwe gewijde palmtakje achter het kleine kruis in de huiskamer geschoven, waarbij de oude van het jaar ervoor vervangen werd. Hosanna jubelde het koor in mijn hoofd en paars werd de kleur van vreugde.

Foto: Wikipedia.

Het was de goede afloop van een naar verhaal. Iemand was wel doodgegaan maar ook weer opgestaan, dat hoorde zo in een goed sprookje. Hoe vaak waren grootmoeder en roodkapje al niet opgegeten en weer heelhuids uit die wolvenbuik gekomen, om over sneeuwwitje maar te zwijgen. Nee, Paars was een mooi verhaal, een beetje droevig, maar ook met feest aan het eind en open snoeptrommels op zondag.

De ontdekking dat paars te maken viel met rood en blauw en in een scala van paarstinten uiteen viel, magenta, mauve, violet, kwam pas veel later.  Onder leiding van zuster Adolpha, de ‘schuif-‘s-even-op’ non van de kleuterkweek, door te mogen experimenteren met kleur tijdens de beeldende vorming, dat toen nog gewoon handenarbeid heette.  Als zij met haar handen wapperde, voltrok zich een klein wonder op het witte vlak of het zwarte schoolbord. Kleuren vervloeiden en waar mijn figuren houten staketsel leken, zweefden die van haar over het vlak. Haar paars was altijd paarser dan dat van mij, complementair was nog een brug te ver.

foto van Peter Bontan.De paarse Boa’s hangen er al!

De Coverband zocht jaren later naar een herkenbare outfit. Zwart met paars zou het worden en hoe paars paars kon zijn ontdekten we aan de hand van de overhemden van de mannen. De meest uiteenlopende schakeringen kwamen langs zetten, maar het was geen probleem. Het intense zwarte leer en de diep paarse kleur versterkten elkaar. Dat het heliotroop was, leer ik uit het onvolprezen boek van Kassia St. Clair met de titel ‘Het geheim van de kleuren’. Daar wordt in onthuld, dat er in het verleden hele legers slakken en korstmossen er aan te gronde gingen om purper en orchilla te verkrijgen en dat paars gold als de opmars naar de macht en adel, maar ook met dezelfde snelheid met een terneergang te maken kreeg tot aan een verbod op Mauve bloemen aan het Engelse hof toe.

Cézanne: Mont Sainte Victoire

Violet werd de kleur van de impressionisten als antwoord op de Académie des Beaux-Arts, die hun werk had afgewezen. Ze omarmden het zonlicht en daarmee haar complementaire kleur violet, die het schaduwrijk invulde en al snel op eigen benen kwam te staan, waarbij Manet zich er op voor stond met violet de kleur van de atmosfeer te hebben ontdekt. Alle impressionisten in een violette bubbel, de violettomania, schamperde men.

In deze tijd van heksen en de kinderboekenweek maak ik dankbaar gebruik van de combinatie. Want heliotroop en zwart vormen het heksenhart en mijn liefde voor alle schakeringen groen, blauw en paars zijn voor eeuwig daarin opgenomen. ‘Laat de ecoline rijkelijk (ver)vloeien, geef kleur aan het duistere bestaan. Lieve griezels, monsters en toverkollen, het is tijd voor Purper en de volle maan.’

Uncategorized

Vriendelijkheid in elke vezel

Maria Popova schreef in haar Brain Pickings over de waarachtige vriendelijkheid en haalde daarbij het gedicht Kindness aan van de dichter Naomi Shihab Nye. Er staat een dichtregel in die me raakt.. ‘Before you know kindness as the deepest thing inside, you must know sorrow as the other deepest thing.’

Naomishihabnye.jpgNaomi shihab nye: Foto Wiki

Ik moet denken aan mijn oude wijze vriendin. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Als je op dat punt bent aangeland, dan ben je de angst voorbij, de woede en de wanhoop. Dan nog zijn er momenten dat verdriet je raakt, dat leed je raakt, omdat het met zoveel pijn voor een ander gepaard gaat. Naar kinderen toe op school, lukt het me om ieder kind als individu te zien met de zo mooie eigen kwaliteiten, maar dat kan vooral, omdat ze handelen als kind. Zorgeloos, als een open boek dat we mogen lezen. Herkenbaar, elke eigenheid weer. In het dagelijks bestaan is het lastiger om alles los van de emotie te zien, die het opwekt. Een van de grootste obstakels is de ergernis. Als die eenmaal komt boven drijven dan moet je van goede huize komen om niet met labels en etiketten te gaan strooien. Op dat cruciale moment is een oordeel snel geveld. Dat is het eerste te overwinnen aspect. De ergernis voorbij.

In deze fase van het leven leer ik veel nieuwe mensen kennen. Het maakt dat ik gezond nieuwsgierig ben naar hun drijfveer en motivatie, om los van het persoonlijke leven te kunnen komen tot een tegemoet treden met open vizier. Geen oordeel, zelfs geen verwondering, geen mening op een dienblaadje aangereikt. Wij mensen zijn eigenlijk zo kwetsbaar. Er wordt van alles verzonnen om het diepste innerlijk te verbergen, een hard pantser, een muur van angst, een berg van onzekerheid, een rivier van weemoed. En ergens diep van binnen zit die eigenlijke kern, die zich pas ontsluiten kan bij geborgenheid en vertrouwen.

005

In al die jaren, die achter me liggen, heb ik muren opgebouwd en weer geslecht, pantsers verbroken, zekerheden verworven en vertrouwen gekregen in mijn eigen handelen door de waardering van anderen. Die onvoorwaardelijke vriendelijkheid, Kindness, groeit met de dag, door openheid en onbevangenheid als een schaduw met je mee te laten lopen en te voeden met de kwaliteiten van de ander, anders dan het oordeel klaar te hebben.  School en de manier waarop je met kinderen om gaat, is een graadmeter bij uitstek. Door iedereen te horen, leer je ze kennen. Nooit is me dat duidelijker geworden dan in deze nieuwe onbekende groep, waarbij ik zo snel de diepte in kon gaan.

‘Kindness’ lijkt meer te zeggen dan het woord vriendelijkheid alleen. Het is die glimlach, die je uitzendt, het is dat oordeel dat niet geveld wordt, het is de genegenheid voor de ander, het is de weg openen voor mogelijkheden om samen verder te kunnen wandelen en daar is ervaring voor nodig, kennis, het diepe dal of ander leed. Om er boven te kunnen staan, het los te kunnen laten en empathie toe te laten. Waarachtige vriendelijkheid in elke vezel. Er is nog een weg te gaan.

 

Uncategorized

Dát kind in ons ging los

Vakanties duren langer als je de inspiratie mist, die we op onze ontdekkingstochten langs de diverse schildertechnieken opdoen, Het is een belangrijk gegeven om deze Knockart Schildercursussen onder leiding van Mieke Simons te blijven volgen. Niet alleen duiken we de kunstgeschiedenis in, maar je kan ook nog aan den lijve ondervinden hoe de kunstenaar zelf zijn ontdekkingstocht uitdiepte en wat dat aan materiaal en aan kennis opleverde, waarmee hij zijn geheel eigen stempel drukte op het werk. In deze tien weken gaan we met de surrealisten Max Ernst en Leonora Carrington in zee.

099

Max Ernst maakte veel gebruik van de frottage techniek. Het is toch bijzonder als je je hele leven vaker iets doet en niet weet dat het zo heet. Met de kinderen is het altijd een groot feest om verschillende structuren te ontdekken. Dat doe je niet anders dan een papier tegen een boomstam of de muur te houden en het af te wrijven met een potlood of met houtskool. Het papier moet goed zijn, niet te dik  en niet te dun. Ze gaan daarbij met tweeën aan de slag en wrijven alles af wat ze tegen komen. De poten van de stoel blijken te glad, de muur geeft gave pikkeltjes, de boom geeft mooi ribbelwerk, het hek vormt vierkanten op het papier, zelfs de stoeptegels geven een mooie ruige achtergrond en bakstenen blijken helemaal dankbare objecten te zijn. Ik laat ze altijd vrij uitwaaieren en vraag om te onthouden wat welk effect geeft. Afwrijven doen ze om de beurt. Na elke ontdekking komen ze wild enthousiast hun buit laten zien. Daarna gaan we er in tekenen en maken gekke figuurtjes en poppetjes erin en zo komt hun eigen wereld tot leven

126

Het heet frotteren. Dat kregen we mee. De bonte verzameling objecten van vorig jaar, waar we uit konden peuren bij de materiekunst, kwam nu ook te pas. Ringen, ijzeren veren, planken, schors, patronen op allerlei gebruiksvoorwerpen zoals mooie peper en zoutvaten en onderzetters, stukken gaas, stukken plastic, netjes van plastic, elastiek, touw, je kon het zo gek niet bedenken of je kan er mee aan de slag. Eerst maar eens doen en zien wat het opleverde. Met potlood, houtskool, grafiet, conté gaf hetzelfde object ook weer andere effecten, dus er waren tal van mogelijkheden. Al gauw ontstonden er beelden in het lijnenspel, vogels, landschappen, bloemen, een skyline van een stad. Daarna waren er mensen bij die toch wat kleur wilden brengen in het geheel en met pastel hier en daar een toets aanbrachten. Eigenlijk werden we, net als de kinderen op school, steeds enthousiaster over het effect, dat het opleverde. Omdat we met vijf vrouwen en een man sterk waren haalden we bij anderen de knowhow van sommige effecten. Dat houtskool wel afwreef op grove producten en grafiet op de fijne, maar conté een versterkend effect gaf door het intense diepe zwart.

100

Er was een groot blok met papier en ze slonk zienderogend. Twee en een half uur flink aan de slag met elkaar, ondertussen dronken de ogen de verschillende resultaten en bleven de handen maar doorgaan, terwijl we opgewonden het experimenteren tot grote hoogte opvoerden. Het kon niet gekker, alles was mogelijk. Dat vrije handelen dat een kind zo eigen is, van alle remmen los. Frank en vrij je te mogen laten gaan in de wetenschap dat alles mag en niets moet, met mogelijkheden die met elkaar nog eens vervijfvoudigen omdat ieder altijd zijn eigen weg volgt. De heerlijkheid van een proces doorwrochten en eigen maken en daarmee het eigen stempel te kunnen zetten op het geleverde werk is de meerwaarde van deze avonden.

Frottage dus, met de kinderen wordt het ‘Kom jongens we gaan lekker frotten’. De vreugde van het doen en het ontdekken, de opgewonden snoetjes, de glimogen, dát kind in ons ging los. Het is de meerwaarde van het experiment, of je nu jong of oud bent.

 

Uncategorized

Verlichtende Engel

Een aantal dagen geleden zei de PC dat hij genoeg had van al dat gejeremieer. Ze ging staken. Op hetzelfde moment startte ze niet meer op en bleef hardnekkig vasthouden aan haar zwarte scherm met witte letters. Daarbij leidde ze me om de tuin want ze gaf twee noodscenario’s weer, maar zelfs die gaven geen gehoor. Het in coma verkerende apparaat moest met zoonlief mee om binnenstebuiten gekeerd te worden. Daar ging ze, mijn ouwe getrouwe. Gelukkig had ik de laptop nog.

Vandaag, een week later, op mijn schrijfplek, wilde ik de laptop opstarten. Ze gaf een alarmerende beep en bleef hardnekkig op zwart staan. Zoonlief denkt nu, dat ik iets er mee uitspook. Maar echt, ik heb er niets anders mee gedaan dan schrijven en checken. Dat zijn de momenten, waarbij mijn hart angstvallig aangeeft dat ik dit vandaag er niet bij kan hebben. Ik moest nog zoveel doen. Niet dus. Pc in staking, laptop in staking, reddende laptop van zoon op de knieën en onder ede beloofd dat ik ze nergens anders neer zou leggen dan op zijn bureau, om doemscenario’s met kraspartijen te voorkomen.

Ik heb dus nu vermeend goud onder de handen en ik durf inderdaad niet anders dan de toetsen lichter te beroeren dan ik normaliter op mijn oude rammelkastje deed. Ook de foto’s kan ik niet inladen of opvragen. Mijn verhaal over de Frottage-techniek blijft in het vat zitten. Geen nood, het verzuurt niet.

Het is een periode van staken. Over twee weken gaan wij leerkrachten ook. Er is veel steunbetuiging en het zal veel aanhang krijgen, als ik alleen al op de reacties van onderwijsland in deze stad af ga. Ondanks het feit dat het de dag van de leraar is en het bestuur van 21 scholen een prachtige feestdag heeft georganiseerd, met workshops, sprekers, het filiaal en een heerlijke lunch, gaan van elke school minstens gemiddeld vijf leerkrachten naar Den Haag. Het is een dubbel gevoel. Ik ga niet naar Den Haag, omdat mijn dochter, samen met enkele van haar teamgenoten, meedoet aan het theaterspektakel en dan gaat moederschap voor. Dit wordt haar eerste grote optreden en een klein mijlpaal. Als ouder hoor je er te zijn. Dat staat buiten kijf.

Als een kind, hoe oud het ook is, een stap voorwaarts doet, die belanghebbend kan zijn voor het verdere verloop van zijn bestaan en de mogelijkheid bestaat dat je daar getuige van mag zijn, dan grijp je die kans. Meer moeder dan leerkracht en geld bepaalt niet mijn rol in het maken van keuzes. Hoe zit het dan met de solidariteit. Daar zijn weer die afwegingen voor. De hele onderwijswereld is in beroering. Er zullen veel mensen gaan. Met hart en ziel steun ik de actie.

Als ik het voor het zeggen had, dan zorgde ik ervoor dat extra geld de organisatiestructuur ten goede zou komen. Andere organisatievormen, veel meer aandacht voor het individu, alle extra ondersteuning als IBers, vakleerkrachten, logopedie, fysiotherapie en remedial teachers weer terug de school in, twee leerkrachten, een oudgediende en een pas beginnende leerkracht voor de groep, zodat de knowhow van die krasse knarren niet weggegooid wordt met het badwater, zoals nu het geval is. Daarnaast zou ik voor alle oude schoolgebouwen een renovatie in petto hebben en werd het oude ondeugdelijke materiaal ingewisseld voor nieuw en aantrekkelijk ontwikkelingsmateriaal.

Maar ik zit hier met twee stakende digi’s, die pertinent weigeren om mijn boodschap te verkondigen. Ik ben onmondig gemaakt en moet me behelpen met de invaller van mijn zoon, waar geen krasje op mag komen. Behoedzaam sluit ik af. Ik zou het wel weten als ik Onderwijs in de portefeuille had. Ik zou heel snel leren luisteren tussen de regels door, want de krassen zijn al barsten, leerkrachten vallen bij bosjes uit, worden ziek, klagen steen en been. Als het zo blijft, gaat straks het hele beeld op zwart en dan is er geen verlichtende engel om het tij te keren.

 

Uncategorized

Nu het vege lijf nog

‘Als het golft dan golft het goed, niet te stuiten , niet te sturen…’ Luid zongen we het met de Dijk en Huub van der Lubbe’s zo kenmerkend schraperige stemgeluid mee en altijd was er de neiging om tot een mooie ouderwetse zwierige wals over te gaan om ten slotte te eindigen in een Shaffywaardige jubelende eindriedel. La, la, la, la, la die la.

IMG_6575  IMG_6572

Zo voelt het als de nacht gesmoord wordt in gedachten, die de vrije loop nemen in het hoofd. Eerst zijn ze in de tuin en vieren met de woelmuizen een ongekende Halloween party, nadat ze hadden afgesproken onder de enorme vliegenzwam. Na een heftig en uitgebreid dispuut over het ondermijnen van het tuinhuis-atelier, waarbij de grootste woelhamels het voortouw nemen, is het zaak om de enige pompoen, die haar overlevingskansen allengs ziet verkleinen bij zo’n overmacht, soldaat te gaan maken. Ze hollen haar van buiten naar binnen uit met effectief knagend beleid en zorgen ervoor dat eventueel oude aftandse en onbeholpen piepjonge soortgenoten ook deelzaam gemaakt worden, door de haastig geknaagde pitten en het vruchtvlees naar beneden te laten vallen. Op alle lagen feest!

IMG_6584  IMG_6580

Daarna dwalen ze af naar school, waar de pozzebokken de kinderen hebben veroverd in een meeslepend verhaal maar waar vandaag ook de heksen doorheen zijn gevlochten, omdat de duo zich vergiste in de planning. Pozzebokken en heksen zijn de meest fantasierijke combinatie. Het brein houdt niet op met nieuwe combinaties te bedenken en talrijke mogelijkheden voor het optreden van vrijdag voor te bereiden als wij aan de beurt zijn met de weeksluiting. Het pozzebokkenbos, de pozzebokkenzee en de pozzebokkenwolken nemen een vlucht in het hoofd, krijgen inkepingen, waar de pozzebokken in verkleinde uitvoering doorheen gestoken zullen worden op gevonden takken of satéprikkers, net hoe het uitkomt en de opgetogen jubelarmen van F. met zijn ontwapenende opgetogen snoet staat al op het netvlies bij die zo juist geboren nieuwe wereld.

pozzebokken

Met elkaar houden ze het hoofd nog verder uit de slaap, maar niet op de laatste plaats de oerwoudgeluiden buiten. Het is toch een gewone maandagnacht. Wat doen die  mensen in het holst van de nacht gillend op straat en waarom is woordelijk te verstaan wat hen beroert.

Daarna nemen ze een vlucht naar de tekenlessen en het huiswerk waar nog een bulkboek voor moet worden aangeschaft, om niet te veel achterop te raken met de dagelijkse oefening. Als alle creatieve uitingen in het hoofd gestalte hadden gekregen op doek en papier, dan had ik ruimschoots voldaan aan de opdracht en meer dan dat.  Maar alle ideeën verschralen met de naslaap mee of verzanden in het alledaagse ritme van de ochtend. Zo golft het hoofd en is niet te stuiten. Het tolt rond daar boven met de snelheid van een wervelwind. Tussendoor denkt het: Ontspan, ontspan om vervolgens weer uit te komen bij een gouwe ouwe van Boudewijn de Groot…’Ontspan die harde lijnen om je kaken.’ Hoe zou het komen dat sommige zinsneden altijd voor het oprapen liggen, als je ze nodig hebt.

Alle luiken en deuren staan open en omdat het nog teveel nacht is, sla ik ze een voor een weer dicht. Niet te stuiten, niet te sturen, maar nu is het welletjes. Tijd voor een korte hazenslaap, die moet zorgen dat de dag verkwikkend kan beginnen met heksen, pozzebokken, bezemstelen, pompoenen, een frottage met Max Ernst mee en mijn dagelijkse oefening om het ruimtelijk inzicht te vergroten. In het hoofd is het al gedaan, nu het vege lijf nog.

 

Uncategorized

Volg je hart

Dan is het eindelijk zo ver en probeer je in de Haarlemjungle van grachten en parkeerplaatsvolle binnenstad de straat te vinden, waar de Weekendacademie zal starten. Er zijn er twee van, blijkt achteraf. Straat en weg. Ik was bij de weg en moest naar de straat. Het ligt wel in elkaars verlengde, maar de routeplanner op de IPhone gaf aan dat ik bijna een kilometer er van was weg gelopen. En ook dat ik me moest haasten om op tijd te zijn.

IMG_6564

Het ziet eruit als een herenhuis, geen broedplaats voor de schone kunsten, maar binnen blijkt inderdaad een hoge kale ruimte, waarin hard gewerkt kan worden. De gammele tafel en stoelen en een handvol mensen is al aanwezig. De belangstelling bleek overweldigend dus de groepen werden opgesplitst. Ik dacht dat ik de enige zou zijn met wat kilometers in de benen, maar niets was minder waar. Er waren zelfs mensen uit Texel naar de cursus toe gekomen.

Een hartelijk welkom, met ongemakkelijke stiltes als de cursusleider even wegloopt om boven wat voorzieningen als suiker te halen. Zwijgende mensen in een kring en niemand die opkijkt of wat zegt. Er zijn erbij die hun handen proberen te lezen of die wat willekeurige pluizen van de kleding af pulken. Daar is Margreet met de suiker en bij toverslag begint iedereen weer te praten, alsof er een knop is omgedraaid. Wat een wonderlijk mechanisme en wat is er allemaal door mijn hoofd geschoten in dat korte moment. Vermoedelijk alleen de registratie van wat ik zag, met een oppervlakkige inschatting van de mensen aan de hand van hun uiterlijk. Haren, ogen, handen, kleding, houding.

IMG_6552

Voorstelrondje en de uiterlijkheden krijgen een verhaal mee, ogen leven op, gezichten krijgen betekenis, houding neemt vorm aan. Achter ieder mens blijkt verlangen, nieuwsgierigheid, hoop en een bepaalde verwachting te schuilen. Margreet stelt gerust, stuurt bij, levelt de angst voor onvermogen naar een geruststellend niveau. Er volgt een riedeltje regels en beloften en daarna kunnen we aan de slag. Op grote vellen papier gaan we schetsen met houtskool of Conté krijt. In het midden rond een zuil staan dozen, buizen, latjes, een kan en verpakkingsmateriaal.

Iedereen pakt de ezel, het hardboard, de vellen, zoekt een juiste plek, zorgt voor een goede opstelling en gaat aan de slag. Dan volgt er een moment van genieten, omdat er niets anders te horen is dan het gekras van het krijt op het bord, het schuiven van een arm, het geschuifel van de voeten, hier en daar een zucht of het gewrijf van doek of hand en het rinkelen van theeglazen.  Kleine geluiden die door de hoge kale ruimte worden uitvergroot tot sfeermakers en handen en voeten geven aan de ochtend. Na een uurtje draaien we de ezels naar binnen om de algemene aanwijzingen op elke tekening te kunnen volgen. Aandachtig luisteren we, terwijl buiten het zonlicht door de mist heen breekt en tussen de bomen voor het raam de stralen gefilterd binnenvallen. De liefkozende soms bijna verontschuldigende aanwijzingen verwarmen en de tips krijgen we er liefdevol bij.

IMG_6565

Als ik na tweeënhalf uur buiten sta, met een rolletje ‘probeer en leer’ in de tas, ouderwets huiswerk in het hoofd, kan ik met een gevonden tientje de dure parkeergarage betalen en weet ik voor de volgende keer een vrije plek te vinden. De zon schijnt uitbundig, de mensen zijn fijn gezelschap, de cursusleider is enthousiast, de etalages van Haarlem zijn kunstzinnig aangekleed en de stokrozen en plantenbakken zijn aangenaam gevuld met een pracht aan bloei. Mijn dag kan al niet meer stuk. ’s Middags, in de eigen tuin, blijft de euforie over het nemen van juiste beslissingen. Later belt een vriendin op en vraagt om raad. ‘Volg je hart’ hoor ik me drie keer herhalen. Niets is minder waar.

 

 

Uncategorized

Het ongeschreven woord

Het is de droom van iedere schrijver om via een hagelwit schrijfblad geroepen te worden tot het schrijven van een verhaal, doordat het personage plotseling op het lege vlak verschijnt. Antoine de Saint-exupery zag plotseling de contouren van een vriendelijk kinderlijk wezen. Hij vroeg aan dit figuurtje wie of hij was en hij antwoordde:’ Ik ben de kleine prins’. Zo kreeg de kleine prins gestalte in de prachtige illustraties, die de Saint-ex, zoals zijn vrienden hem noemden, voorgoed onsterfelijk maakte.

220px-WindSandAndStars

Hij heeft een aantal mij minder bekende boeken geschreven. Een ervan, zijn memoires, met de titel: ‘Terre des Hommes’ las ik in de Engelse vertaling: ‘Wind, Sand and Stars’. Vanaf het allereerste begin nam het me mee in zijn wereld. Het ging over zijn opleidingsperiode als vliegenier, waarbij gewezen werd op de gevaren van de bergketens in Spanje. Er ging een nieuwe wereld voor me open. Aan de hand van de tekeningen in de kleine Prins, waren me de afbeeldingen bekend van de piloten in hun open vliegtuigen met wapperende flappen aan hun leren helmen, geïmproviseerde uitvoeringen van waar men tegenwoordig in vliegt. Na de vlucht hoorden ze voor tijden lang alleen maar de wind door hun hoofd suizen en duurde het een tijd voor ze weer aanspreekbaar waren.

Een mooie filosofie uit het eerste hoofdstuk ‘The Craft ‘ is de boodschap, die Saint-exupery ’s nachts doorkreeg, nadat hij had gehoord dat het zijn beurt was om op  missie te gaan. De staat van de vliegtuigen was zodanig dat de motor uit kon vallen en een gezegde onder de piloten was; ‘When your motor goes, the ship goes too’. Je moest uit alle macht proberen de bergtoppen te vermijden. Een piloot die in het zo onschuldig ogende witte watten wolkendek  terecht kwam, verkeerde in grote moeilijkheden. Midden in de nacht hoorde hij een stem, die hem vertelde dat navigeren op een kompas in een zee van witte wolken fantastisch was, maar dat hij altijd moest onthouden, dat beneden het wolkendek de eeuwigheid lag. Hij verbaasde zich over het grafische beeld dat hij erbij kreeg en ineens wist hij dat onder die zo onschuldig aandoende witte wereld niet het tumult van alle dag lag, maar een stilte, die nog imponerender was dan de rust boven het wolkendek. De witte wolkenmassa werd in zijn hoofd de grens tussen het werkelijke en onwerkelijke bestaan.

111Die witte watten wolken.

Het gaf hem een andere kijk op zijn obstakels. Een bril krijgt meerwaarde als je door het glas van een cultuur, een beschaving of een ambacht de wereld beziet. Voor een bergbeklimmer waren de wolken niet het ondoordringbare gordijn, die het voor de vlieger leek en vice versa. Met dit verworven inzicht begon hij opgetogen aan zijn voorbereidingen, wat nog versterkt werd door zijn vriend Guillaumet, die hem al was voorgegaan op een dergelijke missie en hem vertelde dat hij het zou redden. ‘Guillaumet schonk vertrouwen, zoals een lamp zijn licht verspreidde’ bedacht hij zich.

Hier schuilt de kracht van de schrijver. Hij pelt de diepere laag af aan de hand van vergelijkingen, die het voorstelbaar maken voor iedereen. Natuurlijk blijft er genoeg over om tussen de regels door te lezen. Het is niet noodzakelijk om dit boek eerst te lezen voordat je met de kleine Prins de ruimte ingaat, maar het is, net als bij de Hobbit van Tolkien, een belangrijke aanvulling op het uiteindelijke  Meesterwerk. De filosofie die zo aanspreekt uit de avonturen van de kleine prins, is hier ook een belangrijke voedingsbodem en daarmee is het boek een spiegel van de ziel van de auteur.

Hij leefde met de inslag dat datgene wat essentieel is en betekenis had voor het leven, onzichtbaar was met het blote oog. Onder andere dankzij Antoine de Saint-Exupery heb ik tussen de regels door leren lezen en niets anders heeft mijn wereld zoveel groter gemaakt dan het ongeschreven woord.

 

 

Uncategorized

Exoten

Een aanvaring tussen twee kinderen in de gang als ik het aquarium uitkom, de ruimte, die officieel teamkamer heet. Geschreeuw, geduw, blikken in mijn richting met reactie daarop een nog verwoeder protest. Autoriteit onderschrijft het conflict, bedenk ik me, als ik zie dat ze beiden alle sluizen open gooien. Het is als olie op het vuur.

De kleine wrokkige man haalt onmiddellijk weer uit met messcherpe woorden, zodra ik mijn hielen gelicht heb, maar hij is nog binnen gehoorafstand. Sussen en smoren. Hij blijft de boel traineren terwijl we aan het werk moeten. Tien minuten flitsen. Ik dirigeer hem naar een tafeltje apart om even tot bedaren te komen en ook zodat hij niet steeds geconfronteerd wordt met zijn rivale, die kennelijk als een rode lap op een stier op zijn gemoed werkt.

Onmacht en bevestiging blijkt later. Deze jongen die ik na drie keer een kwartier wel op het netvlies heb, maar nog niet voldoende, pelt zijn ziel onder mijn ogen af. ‘ Zie je wel, krijg ik weer de schuld, ik heb het altijd gedaan.’ zegt zijn onwillige houding. Wrokkig ligt hij met zijn bovenlijf op de tafel, draait zich op. Hij staat op, loopt weg, hoort de dreiging in mijn stem als ik hem waarschuw en heeft me even in de tang. Ik geef de groep de flitskaartjes om zelf te gaan flitsen en pak hem bij zijn pols als hij dreigt weg te lopen, omsluit het met duim en wijsvinger. Boven zijn hoofd verschijnen de heftig knipperende rode lampen. ‘Dreiging, dreiging, dreiging.’

Het kost me moeite met al het verzet, maar we zitten eindelijk op een rustig plekje op de gang, zonder prikkels, alleen hij en ik. Het gesprek. ‘Laat me los.’ ‘Ik  laat je los, als je naar mij wil  luisteren.’ ‘Ik wil niet naar je luisteren. Je bent een vreemde, dan hoef ik dat niet.’ ‘Ik ben geen vreemde, ik ben een juf.’ ‘Je bent geen juf.’ ‘Nee, wat ben ik dan.’ ‘Een ….’ Hij zoekt even. ‘Een mens, een vreemde.’ ‘Nee lieverd. Ik heb je al drie keer in mijn groep gehad toch.’ Er ging een lampje bij hem branden. Ineens wist hij het. Met zijn hoofd nog steeds afgewend en weigerend om me aan te kijken, zei hij. ‘Je bent een stagiaire.’ ‘Dat had gekund, maar zie ik er uit als een stagiaire? Ik ben de invaljuf van je zus en ik ben al dertig jaar juf, malle. Bovendien, ook met een stagiaire valt gewoon te praten hoor, net als met mij. Kijk me even aan.’ ‘Nee.’ ‘Kijk me maar wel even aan, dat lijkt me handiger. Wat gebeurde er nu net. Je had ruzie gehad op het plein bij het overblijven. Ik wilde jullie helpen om het op te lossen, had je dat in de gaten.’ ‘Nee, zij begon steeds.’

actief luisterenIn gesprek, later met beide.

Het duurde even voor hij zo ver was, dat hij kon kijken naar mij, naar zijn eigen houding en rol in het geheel. Hij voelde zich aangevallen en onbegrepen en hij kreeg altijd overal de schuld van(alarmbellen). Hij had ook al ruzie gehad met P. en met de juf, die was komen invallen voor de groep. Hij deed niets en toch kreeg hij steeds de schuld.  Kortom, hij zat gevangen in een onwillige situatie. Zijn eigen vaste juf ziek, andere regels, andere vrijheden, ander stramien. Het was meer dan hij verdragen kon. We kwamen al snel op het juiste level en eindigden met een high five en een low five.

077

Van een afwerend en verstard hoopje ellende masseerde het gesprek hem terug naar de realiteit en kon hij weer transformeren in het jongetje dat hij was. ‘Dag lieverd, tot later’ zorgde ervoor dat hij weer rustig naar de groep ging. Deze voorvallen zijn de vraagtekens, die me bezig houden. Een aquarium vol met de meest exotische vissen, die allen met dezelfde stroom mee moeten zwemmen. Leermomenten als het niet lukt, maar armoe, qua mogelijkheden om aanvaringen te voorkomen. De hoogste tijd om de stroom aan te pakken en niet de exoten.

 

Uncategorized

Gesponnen door het woord

Op zoek naar een betekenisvol verhaal voor een vertelling op de IJsselsteinse avond van Mevrouw Sprokkelhorst kan het niet anders of er trekt een aantal voorbij. Toch grijp ik naar de klassiekers terug, terwijl ik weet, dat er met regelmaat een aantal hele mooie nieuwe verhalen bij komen.

Sommige verhalen wil ik wel vertellen, maar zijn ze geschikt voor een breed en gemêleerd publiek. Er zijn al prachtige voorbij getrokken. De Japanse nachtegaal was de eerste, daarna volgde Het Meesterwerk van Max Velthuis en de Kleine prins en de vos. Drie kleine juwelen, die ademloos werden gevolgd door klein en groot. Mijn eigen grootmeester Brandaan vertelde ooit drie vertellingen van Max Velthuys. Kleine verstilde filosofie, groot gemaakt door het gekozen woord, de prachtige betekenisvolle beelden, niet zelden met een minimale decorsetting. C’est le ton qui fait la musique. Die werd er op maat gesneden aan toegevoegd.

kaarslicht

Een verhaal moet er toe doen en vooral zichzelf vertellen. De verhalen van Velthuys zijn van die grootheden, vooral als een meester verteller ze op licht. Het gaat over hebbelijkheden die we allemaal in meer of mindere mate bezitten. Grootheidswaan en afgunst zijn steeds weer terugkomende thema’s, maar ook hele aandoenlijke, herkenbare voorvallen, zoals het verhaal van kikker en de vreemdeling. Over rat die in het bos komt wonen.

70adf1bc4f1d857e6b75c647dfc60355_cache_

Kikker wordt gewaarschuwd hem niet te vertrouwen. Iedereen weet toch dat ratten lui en brutaal zijn en niet werken voor de kost. Varken gaat nog een stapje verder en zegt dat ratten niet in het bos thuis horen. Het is een dierenfabel geschreven in 1993 en de schrijver werd ervan beticht dat hij moralistisch was. Eerder was hij visionair. Nu, bijna 25 jaar later is het boek actueler dan ooit.

Straks vertel ik samen met vriendin een verhaal, acht keer gemiddeld op een avond. Een voorstelling die niet langer duurt dan een kwartier, waarin we de toehoorders meevoeren naar een sprookjesachtige wereld op realistische grondslag geschoeid voor een kinderziel van alle leeftijden. In een kleine setting die de boodschap bewust maakt, omdat het publiek niet anders kan dan aandachtig luisteren en elk woord, dat de strekking vormt, hoort.

Vooral de sfeer van de hele avond, de kleine groepen mensen die langs komen, het kaarslicht, de kou, het geritsel van jassen en het schuifelen van de voeten voor de voorstelling begint. De verwachtingsvolle snoetjes van de kinderen en de afwachtende houding van de volwassenen als de eerste woorden zich ontrollen. Waar gaan we naar toe, waarheen zal de voorstelling ons leiden. Geen gelikte zalen, maar huiskamers, een eenvoudige vertelstoel, een schemerlamp, wat kerstverlichting en het decor is klaar. Geen microfoon, maar het heldere stemgeluid dat ver genoeg draagt om de handvol stoelen te overmeesteren en mee te voeren het verhaal in. De spanning die je als verteller voelt op het hoogtepunt van het verhaal, daar waar betekenis haar vorm krijgt en de cocon gesponnen wordt….Seconden lang tot de ontlading.

cropped-0651.jpg

Als het dan even stil blijft, men de tijd neemt om het verhaal in te bedden en mee te voeren als een herinnering waar nog lang over nagedacht kan worden, is de missie geslaagd. De sprookjesachtige werkelijkheid van het vervolg van de Sprokkelhorstroute dient zich aan. ‘Daag, dag, dag lieverds….’De betovering verbroken. Op naar een volgende, een hele avond lang. Dat maakt het zo bijzonder. Een warme gedachte gesponnen door het woord.

 

Uncategorized

Het is feest

Een van dit soort nachten, die zich niet leent voor langdurige slaap, maar vraagt om gedachten te stroomlijnen, omdat ze onophoudelijk blijven spinnen. Terwijl Pluis met mijn voeten speelt, aanvalt, loslaat en weer zich vastbijt in het dikke dekendek. Malle poes.

IMG_8008

Ik ga er aan wennen aan dat luxe leven van maar twee dagen werk al zijn ze waarschijnlijk de directe aanleiding voor de ronddollende gedachte. Griezels zitten in mijn hoofd als thema van de komende kinderboekenweek en daar wil ik wat mee. Er zijn mensen die alleen al bij het denken aan spinnen of muizen de rillingen over het lijf lopen. Laatst liep er een in de keuken van school. Angstig en snel dook hij langs de rand van de aanrecht veilig een holletje in. Twee van de teamgenoten schoten gillend op een stoel. Welke vorm van angst krijgen kinderen mee als wij ons al niet meer in bedwang kunnen houden bij het zien van zo’n kleine muis of spin. Juist door de kinderen heb ik geleerd om alles wat kruipt en sluipt op te durven pakken, uitgebreid samen met de kinderen te bekijken om daarna weer behoedzaam buiten te zetten.

120px-Carausius_morosus-legsFoto wiki. Wandelende tak. CC BY-SA 3.0

Lange tijd had ik wandelende takken in de groep en nog steeds kan ik vertederd raken als ik die lange bonenstaken zie dansen op de bleke huid van mijn armen. Als kinderen dat zien, krijgen ze een andere beleving mee en overwinnen ze hun vrees, omdat dansen het griezelen overruled. Feilloos weten ze waar ze wel bang voor zijn. De grote schaduwen op de muur als er een nachtlamp brandt of bij het schijnsel van een zwak lantarenlicht buiten en de geluiden in het stille huis, het kraken van hout, het aanslaan van een koelkast, de stilte van de nacht en de duisternis die invalt.

We stoeien met de handen op de muur in het licht van de lamp en frotten een vogel of een hond, een zwaan, of een hertje, kleine kantjil. We gaan naar buiten in het zonlicht en maken met ons lijf de meest vreselijke monsters, met bulten en grote muilen, terwijl we grommen en grauwen. Dan spelen we een schimmenspel achter het grote laken op een simpele opa Bakkebaard, die van alles in zijn huisje doet, vegen, stoffen en ramen lappen.

Griezelen bij de sprookjes van Grimm en Andersen. Natuurlijk moet die wolf er aan geloven, want die was heel erg gemeen. Eigen schuld, dikke bult, had hij de grootmoeder en roodkapje maar niet op moeten peuzelen. Of er is gespannen gegniffel bij de wolf die tegen stro blaast, tegen leem en tegen steen, waarachter drie kleine varkentjes zitten te beven als een riet.

Ik moet denken aan de prachtige vertelling van Joris Lehr over Othello, waarbij maar liefst vier mensen sterven aan het eind van het verhaal. Er gaat na afloop een zucht van verlichting door de zaal, omdat het zo spannend was en we, letterlijk aan zijn lippen gekluisterd, het drama volgen. Dan, in de wandelgangen verkneukelen de kinderen zich om de doden, raken de tel kwijt, maar ‘vet’ was het. Dat dus.

Een stukje griezelen eigen maken, omdat het wezenlijk tot de bagage behoort en om later alles een plek te kunnen geven wat onbegrijpelijk had kunnen blijven, maar dan te doorgronden valt. Haal het spinrag maar van zolder, laat de muizen op de tafel dansen en de vleermuizen door de lucht flitsen. Zweef met de spoken in de kelder en sliert met de monsters op de muren. Het is feest.

Uncategorized

Een wereld van verschil

Gisteren ontdekte ik weer dat het leven een wereld van verschil kan zijn. We stapten het ziekenhuis binnen, vriendin en ik. Om op de afdeling hematologie te komen moesten we uitpluizen op het bord bij de ingang welke letter we moesten volgen. De B-route bleek. De baliemedewerkster was geduldig en vriendelijk en stond ons uitgebreid te woord.

We liepen langs de bloemenstal, het restaurant en het winkeltje. Overal stonden, zaten en reden mensen. Daartussen door, als witte vegen en een ‘rode’ draad,  de zwerm verpleegkundigen, co-assistenten, artsen en medewerkers van het ziekenhuis. In de gangen stond en hing wat kunst, maar viel in het niet door de brede lange gang en de focus op wat te wachten stond.

266px-UMC_Heidelberglaan-100_Uithof_Utrecht_Nederland-02UMC, foto Wiki

Personeel laveerde met bedden met een souplesse en handigheid, die de ervaring en de gewoonte verried. In de ogen van de passanten stond voornamelijk emotie te lezen. Pijn, verdriet, opluchting, hoop, humor en bedachtzaamheid. Mensen praatten met elkaar, riepen elkaar na of beenden met grote stappen hun weg door de immense ruimte van glas, beton en staal. Wij liepen als twee, deze wereld vreemde, vrouwen die B-route af, in afwachting wat ons te wachten stond. De instructies waren duidelijk geweest. Geen bloemen, niet knuffelen, goed de handen reinigen en geen verkoudheid naar binnen dragen. De lift met bed en personeel oogde vol, we namen de trap die hoger was dan bedacht.

Voor de kamer een bordje dat we ons moesten melden bij de verpleegkundige post. Daar zaten een stuk of zes verpleegkundigen, die nauwlettend bezig waren met het digitale verkeer. Een van hen stond ons wat afwezig te woord, maar wij kenden de instructies inmiddels uit het hoofd. Patient die en die, kamer nummer zoveel, hebben we kleding nodig. Nee, alleen de handen goed reinigen. Dat hadden we net gedaan in een witte dispenser, die lauwe dunne straaltjes desinfectans over de handen sproeide. Hier waren de gangen donker en besloten. Weer die bijeen gekluisterde groepjes mensen op de gang en in de wachtruimte, afwachtend kijken wie er langs kwam om er een eigen verhaal van te maken. Soms een blik van herkenning bij bekend bezoek.

We kwamen in een tweepersoonskamer, die donker oogde omdat om het bed bij het raam het gordijn half was toegeschoven. Het bezoek zat daar op stoelen. Een aan het voeteneind en een met de brede rug naar het raam. Er werd gedempt gepraat met de bulten onder de deken, een glimp van een kaal hoofd. Daarnaast zat onze vriend op de rand van zijn bed. We hielden afstand, maar overbrugden in snel tempo de tijd door het gesprek, dat heden, verleden en toekomst roerde en waarbij het ook over zijn zeldzame aandoening, Myelofibrose, ging, waar nog maar zo weinig over bekend is. ‘Waarom’ was het grote vraagteken, onmiddellijk gevolgd door  de berusting en de drang om er het beste van te maken. Het wachten was op de stamcellen, die er morgen zouden zijn.

In mijn geheugen ging het AZL-luik uit de jaren zeventig open en de beenmergtransplantaties tijdens mijn stage periode daar. Het groeiende ontzag voor familie, vrienden en bekenden die pijn moesten lijden om hun zieke medemens te helpen, de woeste indianenverhalen om beenmerg te verkrijgen uit het borstbeen met alle ellende vandien, de poken van naalden, die op mijn netvlies zweefden. Ik hoefde ze niet meer op te poetsen, die herinneringen. In ons bevoorrechte land was er in die ruim veertig jaar zoveel vooruitgang geboekt, dat er nu via het wangslijm bepaald kan worden of er een match is en via het bloed wordt de ‘transplantatie’ gedaan.

275px-Optimist_roll_tack zeilboot met de toepasselijke titel” De optimist’.

Vriendlief was afhankelijk van die ene match en in een tijdsbestek van een half uur sprong het gesprek van de hoop naar de hang aan het leven en terug, ging het over het machteloze mens zijn dat je overvalt, als er iets buiten het handelend systeem gebeurt en dat alle wind uit de zeilen neemt. De boot vaart momenteel niet. Ze dobbert en hopelijk vaart ze straks weer voort.

Voor al die anderen hoop ik dat er veel donoren zullen komen die hun cellen af willen staan aan deze mensen met hun vooralsnog zeldzame aandoening. Zonder pijn, zonder pook, met slechts dat wangslijmvlies en wat bloed om de kans op een behouden vaart te optimaliseren. Het zou een wereld van verschil betekenen.

 

Uncategorized

Het gekaderde venster

Het is lang geleden, maar gisteren kozen de tranen autonoom hun weg, zonder dat iets hen kon tegen houden. Als een kleine bosbeek vloeiden ze over mijn wangen en ik liet het gaan. Aanleiding was het ontelbare aantal kleine wijze levenslessen die elkaar ‘au naturel’ opvolgden. We keken naar de film Maudie van de regisseur Aisling Walsh.

Alles aan deze film is mooi. De prachtige natuur in Nova Scotia, de opnames van de uitgestrekte vlakte, dan weer in glooiend groen en oker, dan weer in de prachtigste wit- en grijstonen. Ze onderstrepen het gevoel, dat je onophoudelijk overvalt, bij het zien van die prachtige verstilde beelden.  Het zorgt ervoor, dat ik er lopen wil, daar in die wonderschone natuur, om dat kleine kabouterhuis met eigen ogen te aanschouwen en te zien hoe de Canadese volkskunstenaar Maud Lewis(1903-1970)haar leven leidde en haar hele ziel en zaligheid ten toon spreidde in haar naïeve schilderkunst, een wereld zonder schaduw.

Ze schilderde wat ze zag. Een kip, de vogels, de bloemen in onophoudelijke getale, met het penseel in haar, door arthritis aangetaste, kromgegroeide handen en met de toewijding en de gretigheid van de kunstenaar en de eenvoud van het kind in haar. Ze was gek op vensters. Twee keer vertelde ze in de film waarom. ‘The whole of life already framed right there’ mompelde ze de eerste keer en de tweede keer deelde ze dit geheim met de Newyorkse die tijdelijk in Nova Scotia woonde en in de film haar schilderkunst ontdekte en wereldkundig maakte.

220px-Port_Royal_todayBy Madereugeneandrew – Own work, Wikimedia.

Naast het groeiend vermogen van haar artistieke beleving openbaart zich de liefde voor de man waar ze het huishouden voor doet. Langzaam pelt een hardvochtige liefdeloze jeugd zich bij beide af tot de kern van een allesomvattende liefde. Het hele verhaal is invoelbaar en meeslepend. De twee hoofdrollen van Maud en de man worden vertolkt door Sally Hawkinds en Ethan Hawks. Naast de stugge, onhandige karakters hebben ze zich ook gestort op de fysieke kenmerken van dit tweetal, die de buigzame onbuigzaamheid van het hele verhaal zo onderstrepen. Ze worden neergezet in die voelbare desolate wereld, twee nietige mensen zo op elkaar aangewezen en duidelijk met elkaar verweven tot de eenzame achterblijver de deur achter zich sluit.

De recensies zijn wisselend en niet allemaal onverdeeld enthousiast. Het talent van beide acteurs staat buiten kijf. Vanaf de eerste opmaat werd ik meegenomen door het verhaal en las vooral ook heel veel tussen de regels door. Die kleine, ogenschijnlijk kwetsbare vrouw, die Maud Lewis zelf ook was, getuige de beelden uit de jaren zestig, had een eigenzinnig en vastberaden karakter. Dat zorgde ervoor, dat ze bleef bij de man die nors en weerbarstig zijn ongebreidelde emoties op haar botvierde. Ondanks het harde leven door haar reumatische arthritis, de tochtige kleine woning, wars van stromend water en elektriciteit en de barse echtgenoot in haar kleine wereld zegevierde haar optimisme. Ook Maudie leerde tussen de regels te lezen. De onbeholpenheid van die verweesde man in haar leven, zijn onvermogen om zijn gevoel te uiten, deerde haar minder dan menigeen geaccepteerd zou hebben. Bovenal zag ze een leven dat haar gegeven werd en niet werd afgenomen zoals in haar jeugd.

194px-Maud_LewisBy Source (WP:NFCC#4), Fair use, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=53935900

Het klinkt sentimenteel, het ruikt naar een zoete romance, maar wie deze film over dit leven door het gekaderde venster van Maudie kan bezien, ontdekt niet anders dan de meerwaarde van haar bestaan.

 

Uncategorized

Niets is meer waard

Het zag er veelbelovend uit gisteren. De zon zette het landschap in een hoopvol gloren. De bodem was drassig van de grote maaimachine, die er te nat door heen was gedenderd om het terrein kort te maaien, de dag ervoor. Toch was het nog goed begaanbaar. We besloten wel de tent op te zetten omdat er in deze infiltrerende herfstdagen onberekenbare buien uit het niets konden opdoemen.

IMG_8521 Ton sur ton.

Oogstfeest is misschien een groot woord. De honing van onze bijen werd verkocht. Alles wat er op de tuinen aan bij rondvloog kwam uit de bijenkasten van de imker die op het midden van het terrein stonden. We hadden ze toegeëigend tot de tuinfamilie en omarmd met behoedzame aandacht. Er waren komkommers uit de tuin van mijn buurvrouw, er waren pompoenen in een mooi ton sur ton met de gouden honing en er waren lekkere hapjes, een geleiachtig turks fruit, kikkererwten humus met stokbrood, vlierbloesemsiroop en zelfgebrouwen appelsap. Natuurlijk stonden de twee Turkse ketels van Faruk te koken op een stalen tafel, een voor Turkse thee en een voor de koffie.

Wij zouden met twee vrouw sterk het kinderdeel verzorgen. Het thema was Op vleugels te vangen. Het fladderen van Vlinder en zwaan van Toon Tellegen als verhaal onderstreepte hoe je gedachten kon bevrijden door ze te leren fladderen als een vlinder. Kinderen konden vlinderpotjes maken en we hadden ons een mooie eigen plek toebedacht in de zon onder de fruitbomen.

Vlak voor aanvang trok het wolkendek zich dicht en begon het te regenen. In allerijl werd het scenario omgegooid. Er werd ruimte gemaakt in de tent aan tafels. Weg knus beeld van een verhaal vertellen op een lekker dekbed met alle kinderen om me heen en alle aandacht. Er werd doorheen gebabbeld, geroepen, thee gedronken maar ook geluisterd. Het verhaal was eigenlijk te moeilijk omdat de leeftijdsgroep ver uiteen liep. Maar fladderen en statig vliegen begrepen ze wel en daar draaide het om. Die gedachten waren al vrij aan het rond vliegen. Dat merkte je aan de koppies die soms gniffelden, soms verbaasd, dan weer een en al oor toch veel opstaken. De potjes maakten we aan de tafel. Niet heel makkelijk te knopen met het dunne snijtouw  maar toch te doen met wat hulp van de vaders die mee waren gekomen.

IMG_8537 Gezichtsbedrog, doorzichtig plakband.

Een van de meisjes keek de hele tijd heel serieus. Er was moeilijk aan haar gezicht af te lezen hoe ze zich voelde. Keer op keer was er wat tegenslag. De pas geregen kralen rolden weer van het touwtje, de bloemen plakten soms maar half, het gekleurde plakband bleek gewoon doorzichtig te zijn en derhalve niet geschikt ter versiering, maar onverdroten gaf ze al knikkend en hoofdschuddend aanwijzingen. Nee, geen veren en maar een bloem. Wel had ze een mooie tekening met witte marker op het potje gemaakt.

Nadat ze honing met water in het potje had gedaan, het deksel had vastgedraaid en ze het op de kop kon houden, brak er in dat lieve donkere gezicht een schuchtere glimlach door. De opgetogen ogen deelden de vreugde. Een bescheiden triomf werd een glorieuze overwinning. Ze had het gedaan, het was haar gelukt.

IMG_8530Een dappere doorzetter.

Het werd een magisch moment, want met het potje triomfantelijk in haar tengere handen, brak het wolkendek open en spreidde de zon haar stralen met een flair en allure, een dappere doorzetter waardig. Tegenslag en kleine zorgen verdwenen als bij toverslag. Niets is meer waard.

Uncategorized

In gesprek gaan doet wonderen

Het is handig als je de taal van het kind spreekt. Er zijn mensen die denken dat dat met een stel verkleinwoorden, kromme zinsbouw en met wonderlijke verbuigingen in hun stem gepaard moet gaan. Kinderen willen volwaardig benaderd worden en serieus worden genomen. Hun mening doet er toe, net als die van ons. Het is hetzelfde bij de dwingelandij, die ze op je uit proberen. Daar vragen ze om grenzen aan te geven en de veiligheid te waarborgen.

Daar dacht ik aan toen een van de jongens van mijn invalgroep met complimenten geven er mij een wilde geven. ‘Je doet het zo goed’, zei hij. Toen ik vroeg waarom, gaf hij als antwoord: Omdat je altijd zo lief bent.’  Een compliment ontvangen is al net zo belangrijk als er een geven. Eigenlijk zei hij:  ‘Ik voel me fijn als je er bent en durf mezelf te zijn’.

De filosofiekringen zijn me het liefst. Omdat kinderen alleen met hun vrije gedachte aan de loop gaan. Hun logica is zo wezenlijk en van belang. De denkbeelden zijn nog niet omgord met het hele verwarrende wereldbeeld van goed en fout door ervaringen en knowhow. Ze beredeneren vanuit hun diepste gevoel en dat is puur en helder, verrijkend en vernieuwend. Iets waar wij wat van kunnen opsteken, omdat wij arme meelopers al jaren in een bepaald stramien verkeren of behept zijn met bepaalde denkbeelden.

024Groen Happertje

Kleine T. was een dag thuis gebleven. ‘Te moe’, zei moeder. ‘Hij moest even bijtanken.’ Uit een gesprek met hem bleek dat hij eigenlijk niet naar school wilde. ‘Waarom niet’, vroeg ik hem. ‘Komt het door de poppen?’ Happertje, oma en muis zijn echt wel aanwezig , ieder met hun eigen stem. Eerst beaamde hij dat. Daarna zag ik hem uitgebreid juist met Happertje spelen, waarbij hijzelf de bravoure stem van Happertje imiteerde.  Dat was het niet echt.

Daarna ging de rest van de groep hun fladdervlinders afmaken, die ze de dag ervoor hadden gemaakt met de bekende afwrijf techniek van het dubbelgevouwen blad. Aan de ene kant verf, dicht vouwen en open trekken. Lijfje en kop verven en de vlinder is geboren, simpel en een kind kan de was doen. Heftig protest van T. die niet wilde. ‘Het hoeft niet schat, maar waarom wil je het niet.’ ‘Ik kan het niet.’ ‘Ik ga het je leren hè T. want het is eigenlijk een truc en als je die nog niet kent, dan kan je het nog niet, dat klopt. Ik heb het de anderen ook geleerd gisteren, daarom weten ze het nu zo goed.’ T. ging aan de slag en het viel hem reuze mee. Al hield hij het bij één kleur.

Toen de vlinder eindelijk met glitter en al aan een draadje aan een gezochte tak bungelde en klaar was om in de wind te fladderen, was hij zielsgelukkig en trots. Daar zat de kneep ook niet echt. Weer even babbelen. Toen kwam het hoge woord eruit. Hij had straf gehad de dag ervoor.

Een mannetje van Graellsia isabellae. Mannetjes hebben vaak geveerde antennes.Een mannetje van de Graellsia Isabellae

De reactie van zijn moeder, een begrijpelijke als het om een klein en huilend jongetje gaat dat niet naar school wil, sorteerde in een bevestiging. Het was tijd voor een gesprek over straf en wat dat is, hoe dat voelt en wat je ermee kan doen. Hij veerde op.  Het idee, dat het een time-out was om even na te denken, haalde de lading van het woord. Straf is een beladen begrip, omdat het ingekleurd wordt naar de eigen beleving. Door het terug te brengen tot de oorsprong van de reflectie op het eigen handelen en door aan te reiken hoe het anders had gekund, kon hij ermee uit de voeten. Opgelucht haalde hij zijn tak op en rende naar buiten. Met zijn fladdervlinder mee verwaaide zijn angst, hoeiiiiii!

Met grote verbazing constateerde zijn moeder dat T. de hele lange dag was droog gebleven, waar hij anders twee tot drie verschoningen nodig had. In gesprek gaan doet wonderen.

Uncategorized

Het avontuur voorbij

Op een van mijn natuurspeurtochten reed ik Beesd in, op weg naar Culemborg waar ik via het Spoel langs de Lek wilde afzakken.  Mijn blik werd eerst gevangen door de opmerkelijke lichte groene kruinen van de bomen die uit waaierden boven de drukke weg. In een glooiende beweging zette het zonlicht ze in volle gloed, waarna ze terug gleden in nederigheid, maar niet minder aanwezig. Het fluctueerde met de wolkenpartijen mee, die zich kolkend mee lieten drijven op de onstuimige wind.

019

Daar moest even bij stil worden gestaan.  Auto stallen in een zijstraat en het kunstenaars-oog vrij zicht geven op het spel van licht en schaduw en de vele groenschakeringen, die speelden met het tere veervormige blad.

Na lafenis aan het prachtige uitzicht, dat zich niets aantrok van de schare file-ontvluchtende auto’s onder die rijkdom, viel mijn oog ineens op de overkant van de weg. Daar stond een telefooncel. Zoete nostalgie. Waar vind je tegenwoordig nog een ouderwetse hulppost voor noodgevallen. Deze cel was niet leeg. Aan de achterwand, tussen de telefoon in, stonden planken vol boeken, geen telefoonboeken, maar leesboeken. Het was verbouwd tot een hulppost voor het lenigen van leesnood. Wat een gaaf idee. Natuurlijk ken ik de ontelbare minibibliotheken aan huis en in de straten, maar dit stond letterlijk als een huis. Geen omgebouwd konijnenhok of een verlaten duiventil, geen lief oud buffetkastje of een haastig in elkaar getimmerd kot, maar een kloeke ruimte van staal en glas met rissen boeken. Mijn vingers liepen over de verstilde ruggen en lazen de titels. Twee klassiekers, Gullivers reizen en een vergeten titel, die ergens in mijn achterhoofd om de deur der openbaringen bedelt.

016.JPG

Boeken-noodhulp voor de dorstige lezer en een perfect middel om de boekenrijkdom van deze wereld te delen met anderen. ‘Bellen met boeken’, ‘Uitgelezen terwijl u wacht’ en meer van dat soort kreten schuiven voorbij. Deze wisselbieb schaart zich moeiteloos onder de andere alternatieve inwisselmethodes zoals het zwerfboek, de ‘Perronotheek’ in Houten waar je kan wachten met een wisselboek, de boekenboom in Zwijndrecht, die al een beetje haar spontaniteit verliest in het doorwrochte ontwerp en de telbare ander mogelijkheden.

boekenkerstboom

Elke school kent overvolle boekenkasten. Een paar jaar geleden, toen ik verschrikkelijk veel kinderboeken overhield aan een actie boekenkerstboom maken en derhalve afgeschreven boeken van de bibliotheek mocht komen ophalen, hebben we eerst een gigantische boekenkerstboom gebouwd tijdens de kerstmarkt. Daarna waren er boeken te over en om die door de papier shredder te jagen, leek eeuwig zonde. Een gedeelte ervan belandde voor de kerstvakantie in een winkelwagen met de aankondiging ‘Gratis mee te nemen’.  Die kar vol was binnen een halve dag leeg.

Voor de andere helft richtte ik een wisselbieb op met het motto: Ga maar zoeken tussen de boeken, als je een leuke ziet neem je het mee, heb je er een uit, dan kan je hem hier weer kwijt. De onderbouw had al gauw haar weg gevonden en de kinderen vroegen iedere morgen of ze even een boek mochten uitzoeken. Dat altijd nog liever dan ze naar het oud papier te brengen.

Ik hou van boeken, al mijn hele leven lang. Er zijn er veel te veel, ik weet het. Je kan alles bijna digitaal lezen, maar ruiken kan je ze niet, sfeer proeven…kloek, ragfijn, vormgeving van de kaft, lettertype, antiek, vergeeld, modern…Mijn hele ziel en zaligheid zit in mijn eigen boeken, drie wandkasten vol. Ik heb ze in een opruimwoede ooit eens naar de zolder verbannen en heb daar jarenlang alleen maar het gemis door gevoeld. Lang leve de wisselbieb en het zwerfboek. Geef ze op school de ruimte, die letterzwervers.

Boeken is reizen zonder te boeken, in een luie stoel, thuis of onderweg, je even verliezen door tijd en ruimte te overbruggen en als je het avontuur voorbij bent, stort je je gewoon weer in een nieuw.

 

 

Uncategorized

De ‘Blechtrommel’

Er is een titel van een boek, dat al mijn hele leven met me mee loopt en die als een rode draad steeds weer beelden zoekt, die me eraan blijven herinneren. Het is Der Blechtrommel.Het boek is geschreven door Günther Grass. Ik weet dat ik het verhaal lastig vond, zo’n boek waarin je je moet vastbijten om in het verhaal te komen. De inleiding is worstelen totdat opeens iets je pakt of alle losse onderdelen samen vallen en je het boek in sleuren.

Op dat gevoel wachtte ik vol verlangen, tevergeefs helaas. De verhalen in dit boek stonden min of meer los van elkaar. Ik was er van onder de indruk. Niet omdat ik me er in verliezen kon, maar door het absurdisme. Dromen die je kon beschrijven, een realiteit die je naar je eigen hand mocht zetten, de wonderlijke tegenstellingen in het boek zelf. Het kind in mij maakte zich los.

De fantasie die er aan ten grondslag ligt, kent voor mij een diepere laag,  een filosofische gedachte. Als je besluit voor eeuwig kind te blijven, hoef je de volwassenheid niet aan. Ieder kind wil dat, zorgeloos spelevaren, maar zodra je door de eerste fasen heen bent gerold, dan wil je het liefst zo snel mogelijk volwassen worden, om later weer te hopen dat het allemaal wat trager zal gaan.

Oskar met zijn Blechtrommel bleef kind en keek door kinderogen naar een ontzielde wereld. Het speelde zich af in Dantzig in 1924 met de dreigende tweede wereldoorlog in aantocht. Bij elke doffe oorlogshandeling sloeg hij zijn trom en als iemand hem zijn trommel wilde ontfutselen gilde hij een hard en oorverdovend protest.

Aankondiging van Die Blechtrommel (bioscoop Heidelberg)

Der Blechtrommel werd verfilmd in 1979 en bekroond. Ieder kindertrommeltje doet me denken aan dit jongetje. Zo’n nietig blikken trommeltje met stokjes, die je vroeger had. Het lied van de drummerboy met kerst, waar het ironisch genoeg alleen maar ‘vrede’predikt. De momenten waarop ik zie dat een kind ondergesneeuwd wordt door een volwassene of als er iets is in de realiteit het kind geweld aan doet, waardoor zijn eigen wereldbel uit elkaar spat, wens ik kinderen hun Blechtrommel toe.

Neo Rausch heeft zo’n Blechtrommel geschilderd in Gewitterfront in 2016, een doek dat nu te bewonderen is in de vaste collectie van de fundatie in Zwolle. De trommelaar knielt, groot en opvallend op de voorgrond, tegen een onheilspellende lucht in een desolaat landschap. Hij oogt moderner dan zijn ouderwetse kleding en zijn trommel doen vermoeden. Zijn gezicht is een gezicht van deze tijd, een vervreemdend element. Hij kijkt alleen naar de trommel, met de ogen neergeslagen en oogt zelf terneergeslagen door de strakke uitdrukking op zijn gezicht. Je proeft het bezwaard gemoed.

Paul van Ostaijen gebruikte het woord voor zijn protest in zijn bundel ‘Bezette Stad’ letterlijk en figuurlijk als een bombastische Paukenslag. De taal als de trommel van het protest, zoals bij Grass de trommel de taal is van het protest. Als verzet tegen het ouder worden, tegen het oorlogsgeweld, tegen de dreiging in de wereld, tegen al het machtsvertoon en de gezwollen retoriek, tegen het leven wellicht. In de Blechtrommel loopt het goed af. Oskar besluit als 21 jarige na de oorlog verder te groeien nu de mensheid weer in staat is om aan de wederopbouw te beginnen.

In de wereld van het kind zie ik veel van die vermomde Blechtrommeltjes. Iedere keer als er een machtsstrijd dreigt te ontstaan tussen kind en volwassenen roert het de trom. Door niet te eten, door niet te slapen, door niet alleen te willen zijn en dat alles als omlijsting van het grote onvermogen het niet op te kunnen nemen tegen de opgelegde regels. Niet zelden wint de Blechtrommel.

Uncategorized

Een groeiende Twilightzone

Het voordeel van het vaste invallen is dat je aan het begin van het jaar over veel tijd mag beschikken. Na die periode van rust zal het andere uiterste de overhand nemen, dan is er ineens een overmaat aan invallers nodig om de stoplappen op te vullen en zal er op den duur een nijpend tekort ontstaan. Nu mag ik nog genieten van mijn eigen ‘Tussentijd’een begrip dat ik voor het eerst in museum Voorlinden tegenkwam.

048-001Michaël Borremans.

Het is de vlag die de lading dekt. Nu het heilige ‘moeten’ uit het leven is gevallen komt er een andere beleving boven drijven. Ik herken het uit de periode dat ik een jaar thuis was en ik op krabbelde dank zij het nogal Amerikaanse geschoeide boek  ‘The Artist Way’. Het meest waardevolle dat dit boek los maakte, was het inzicht dat mijn tijd niet alleen uit werktijd bestond, maar dat ik moest leren ruimte te geven aan mijn eigen leven. Innerlijke ruimte die ik kon benutten met dingen te doen , die ik waardevol en verrijkend vond. Wat een mooi gegeven.

Een keer in de week ging ik naar een film, theaterstuk, dwaalde door een museum of in de natuur. Helemaal alleen. Dat laatste was de meerwaarde. Als je geen consessies hoeft te doen aan een ander, veert de eigen geest op, is er ruimte voor de beleving op zich, los van al het andere. Toen ik na dat ene jaar weer terug werd geworpen in de maatschappij, had ik me voorgenomen, die eigen tijd te bewaken. Toch slokte werktijd langzamerhand die kostbare tijd op, al kierde tussendoor veel meer speling om eigen denkbeelden te verwezenlijken. Langzaamaan breidden de museum en bioscoopbezoeken uit. Het schrijven erover, het peinzen, het pas op de plaats maken bij iets wat raakte, was veel vluchtiger dan gewenst. Het kon anders. Dat voorproefje had ik al gehad.

049

Nu ik weer in een bewuste afstand sta tot het werk, overkomt me dezelfde rust, intens en sonoor. De wetenschap dat er even niets anders is dan dit, zorgt ervoor dat er deuren worden opengezet die normaliter gesloten blijven, eenvoudigweg omdat je niet kan inschatten of je er wel toe komt met al het werk dat nog wacht.

Werk is jarenlang mijn heilige koe geweest en pas nu ik de grenzen heb verlegd, wordt duidelijk dat het goed was als inspiratiebron en klankbord, maar ook dat het overgaat in een periode van bewustwording, bezinning. Er is weer ruimte voor de innerlijke tijd en dat draagt een heerlijk gevoel met zich mee. In de cultuurgids van Vrij Nederland staat een opmerkelijke uitspraak van Marjet Roerink, een regisseur, die antwoordt op de vraag of haar verwachtingen bij haar eerste voorstelling zijn uitgekomen: ‘Ik had geen verwachtingen. Als je 17 bent, leef je in het nu. Verwachtingen zijn voor oude mensen’.

Het intrigeerde en vroeg om een analyse. Het tegenovergestelde is waar. Juist ‘oude’ mensen verwachten niets, die weten al lang wat er allemaal te koop is en kunnen hun staat opmaken. Zonder al mijn erfenissen had ik niet geweten wat ik nu weet. Misschien had ik de stap naar de tussentijd nooit gemaakt, als ik niet alles wat achter me ligt, had ervaren, eigen gemaakt en verwerkt.

119Innerlijke tijd.

Hoe ouder je wordt hoe beter je weet, dat het leven van dag tot dag telt. Die wetenschap levert pure winst op. Ruimte voor de tussentijd en eigenheid en derhalve zo waardevol omdat het langzamer mag dan de hectiek van alle dag. Een groeiende twilightzone. Ik kan niet wachten tot het stilvalt en er alleen nog maar tussentijd is.

Uncategorized

Ik laat me niet kisten

Gisteren liep ik te dwalen door het bos van Mariënstein bij Tricht. Ik was daar nog nooit geweest en het verbaasde me hoeveel borden met ‘verboden toegang’ er waren. Bij een hek stonden de regels, waaraan wandelaars zich dienden te houden bij betreding van het landgoed. Een van de regels was dat je enkel de gebaande paden mocht betreden. Toen ik het hek doorging was er alleen weide, aan de vlaaien te zien en er was geen pad te bekennen. Een mens gaat dan wat schichtiger lopen. Een regel, ook al is het fout gesteld, ondermijnd het handelen. Ik liep omzichtig door.

029

Aan het eind van het weiland en een veld waarop, zo leek het, verschillende duiventillen stonden, was een ander hek en ik schoot het bos in. Er deed zich een eigenaardig natuurverschijnsel voor. Er kraakte en piepte iets zo heftig, dat het leek alsof er een oude staldeur werd open geduwd. Het was een stevig geluid. Ik keek vorsend om me heen om te zien of het soms de houten hokjes op de palen waren, maar het geluid kwam wel degelijk uit het bos. Daar stonden oude grote kastanje en eikebomen, die hun ouderdom krasse taal gaven. Ze waren al wat kalend. Een van hen hing moeizaam tegen zijn buurman. Naar mijn idee, was een van hen zich aan het voorbereiden om af te  knappen als een lucifershoutje. Ik vervolgde het pad. Het verbaasde me, omdat de enige voetgangers die ik tot nu toe in de verte had zien lopen, boswachters waren geweest.

027

Alleen door een bos maakt toch dat er wat alertheid begint op te rullen in de kraag van mijn nek. De pas wordt sneller, er moet naarstig gespeurd worden in vier richtingen. Als je alleen loopt, dan maar helemaal alleen. Ik weet waar het ‘unheimnische’ gevoel vandaan komt.

Jaren geleden, toen mijn oudste dochter 2 jaar was, namen we de honneurs waar voor de bewoners van een grote boerderij met een uitgebreide groente en kruidentuin in Drenthe. Zij gingen op vakantie. Er viel veel te doen, maar tussen het plukken, wecken en jam maken door, had ik tijd om met dochter de prachtige bossen te verkennen. Ook daar reed een mens vaak alleen. Op een dag kwam een man me tegemoet rijden, terwijl ik dochterlief wees op alles wat er om ons heen te zien was. Een gewoonte, die bij het voorzitje wordt geleverd. Dat hij me tegemoet reed, werd ik pas gewaar, toen hij omkeerde en achter me aan ging rijden.

De Trojka.

Kennelijk had hij zich bedacht. Instinctief hield ik het in de gaten. Mijn speurende ogen hadden het opgemerkt en de reden ervoor handen en voeten gegeven.  Hij bleef op een afstandje, maar versnelde als ik versnelde, fietste trager als ik dat deed. Het bevestigde mijn gevoel. In razend tempo volgden de meest wilde gedachten elkaar op. ‘Vrouw vermoord in uitgestrekt bos, huilend kind bij lijk van de moeder aangetroffen, raadselachtige verdwijning van moeder en kind’. Met die beelden voor ogen trapten de benen harder en harder, net als die van de schimmige achtervolger en schoot het bospad sneller en sneller onder me door. Het gevaar kleefde in mijn sjaal, onder mijn armen, trok groeven in mijn voorhoofd en hijgend zwoegde ik voort. De dodenrit naar Omsk van Drs. P drong zich aan me op. Mijn machteloosheid ook. Ik had niets om naar buiten te werpen. ‘Trojka hier, trojka daar, overal is paardenhaar’. Wat was ik blij dat ik de eerste huizen van het dorpje weer zag.

Die barre tocht heeft er voor gezorgd, dat ik tot in lengte der dagen op mijn qui-vive ben gebleven tijdens een wandeling of een fietstocht door verlaten gebied. Die sarrekop van destijds heeft mijn onbevangenheid beteugeld met niet aflatende angst. Toch blijf ik dapper erop uit trekken. Mijn moeder zou zeggen: ‘Ik laat me niet kisten’. Of dat op dit moment de juiste insteek is, waag ik te betwijfelen.