Uncategorized

Kritiek ontvangen is een gave

Gisteren ging ik medicijnen ophalen bij de apotheek, omdat de App daarom verzocht had. In gedachte ging ik mijn voorraad na. Die was nog niet op. Het gebeurt vaker, dat ik eerder wat op kan halen, dus vreemd was het niet.

De automaat, die klantonvriendelijk haar bevelen uitspuugde: Tik scherm aan, tik nummer in, tik geboortedag en maand in’, leverde wat gerommel en een geschuif op, daarna spuugde het alles achter de klep. Klep open, ziezo. Geen hinkepinken van het ene op het andere been, geen krampachtig niet proberen te luisteren naar de mismoedigheid van anderen aan de balie, die dat vaak uitweiden met veel omhaal, maar een adequaat en accuraat handelen. Zonder gezicht. Dat weer wel. Voor de contactzoekers onder ons, bij wie de apothekersassistente een uitlaatklep in de dagelijkse eenzaamheid is, zal de automaat nooit een optie zijn. Je mag gelukkig nog zelf kiezen.

080

Daar stond ik met het verdacht dunne pakje in de hand, netjes verpakt in de bekende papieren zak. Ik taste bij het teruglopen de randen af en ontdekte dat ik één doosje had ontvangen. Dan toch maar even een snelle check. Op de zak stond de juiste voorletter. Zak open, doosje eruit en de rekening. Ik krijg nooit een rekening. Ik betaal altijd de volle mep, dus ben de eigen bijdrage bij voorbaat helemaal kwijt. Beiden hadden een etiket met een andere letter, wel dezelfde achternaam.

Ik bestudeerde het medicijn. Als er was opgelet en men gekeken had naar naam en geboortedatum, dan had men zelf de fout optimaal kunnen herstellen. Het was een anticonceptiemiddel. Ik schoot in de lach, maar voelde een lichte irritatie aankomen omdat dit de tweede keer binnen korte tijd was, dat het me overkwam. Vorige keer waren het andere puffers, ook voor een mens met dezelfde achternaam.

Je wilt een apotheek blindelings kunnen vertrouwen. Het moet schier onmogelijk zijn, dat er fouten gemaakt worden. Met de dubbele check die men de laatste jaren heeft ingevoerd, een dubbele clausule, zou dat moeten. Check en dubbelcheck maakt dat de wachttijden langer zijn. Als dat betekent dat de mogelijkheid tot fouten gereduceert wordt tot praktisch nul is dat prima. Coulantie ten top waar het hardwerkend en verantwoordelijk personeel betreft. Een foutje is ook niet erg, maar binnen een half jaar twee keer een fout wordt al minder fijn.

Apotheek 1898 of eerder.

Ik liep naar de balie, waar twee(!)medewerkers met een klant bezig waren. De tweede haastte zich een derde erbij te roepen om mij met een gerede klacht direct te helpen. Dat duurde nog even. Het was het meisje wat me doorgaans helpt. Ze bekeek mij niet, maar rechtstreeks het doosje. Ik probeerde grappig te zijn, maar kritiek is natuurlijk nooit leuk. Mijn humorvolle ‘Jullie willen me aan de anticonceptie hebben, maar dat is een tikje overbodig’ met een kwinkslag resulteerde in wat gemonkel. ‘Het is waarschijnlijk voor uw dochter.’ ‘Nou nee, want die hebben allemaal hun eigen gezin en derhalve ook een eigen zorgverzekering.’ Ze keek me nog niet aan. ‘Weet U zeker dat U het bij het rechte eind heeft?’Daar begon de verontwaardiging toe te slaan. Bij de eerste vergissing, die ik thuis ontdekte, had de apothekersassistente deemoedig en verontschuldigend gereageerd. Keer op keer verzekerde ze me dat het niet had moeten gebeuren.

Deze vrouw deed alsof de fout bij mij lag. Terwijl er toch zwart op wit bewijs lag en de vlag de lading niet dekte. Anticonceptie voor een could-be-bejaarde. Nog had ze me niet aangekeken. Pas toen ze gedecideerd alles weer terug in het zakje stopte: ‘Maar uw naam staat toch echt op het zakje’, sloeg ze voor één seconde haar ogen op.  Haar hele houding straalde onwilligheid uit en er volgde een constatering. ‘Nou, dan zal iemand zich wel vergist hebben. Wanneer heeft U het afgehaald.’ ‘Ik haal het net uit de robot.’ ‘Oké.’ En ze drukte met de achterkant van de pen op de balie. ‘Tot ziens.’ Ze draaide zich om en stevende naar achteren.

foto van Berna van der Linden.

Daar stond ik. Het was een raar vacuüm waar ik in viel. Ik was er wel geweest, ik had in levende lijve er gestaan, maar ik was niet gezien. Onaangenaam was de ervaring. Het contact met de automaat was warmer, dan het gesprek met deze vrouw. Een robot van vlees en bloed. Klantonvriendelijk tot in haar haarwortels. Zal ze nu ook ondersteboven zijn? Was het schaamte, was het onhandigheid? Een ding weet ik zeker. Ze heeft nog wat te leren. Kritiek ontvangen is een gave.

Uncategorized

Een volgende stap!

Gisteren wandelde ik met de zussen over het Leersumse veld en we vroegen ons af waar het verschil lag tussen rituelen, regels, gewoonten en verslavingen. We kwamen er niet helemaal uit. Het leven in de Amandelstraat kende vroeger nogal wat vaste ‘regels’. De tijden van de maaltijden stonden vast. De warme maaltijd verschoof ooit van 12 uur ’s middags naar vijf uur ’s avonds en is daar altijd blijven hangen. Na de hersenbloedingen van mijn vader werden de tijden meer dwangmatig dan ervoor. Eerst heette het, dat je dan zo’n heerlijke lange televisieavond had, maar na de donderslag bij heldere hemel veranderde het in ‘angstig vasthouden aan’ om de grip op tijd niet te verliezen.  Dat was geen sinecure. Mijn vader kon wakker worden uit een hazenslaapje en volkomen gedesoriënteerd aan de dag beginnen om twee uur ’s nachts. Het vergde tact en overredingskracht van mijn moeder om hem zijn bed weer in te praten. Niet zelden vereiste het eerst een verschoning.

Pa was gek op haring.

Er waren ook, zijn hele leven al, maar na zijn pech verstarrend, sterke voorkeuren voor bepaalde gerechten en als het er aan ontbrak, kon dat in een heftig gemopper ontbranden. Daarin leek hij  op een dreinend verwend jongetje en omdat hij de jongste nakomer in een groot gezin was, zal het daar voeding gehad hebben. De verstarring maakt de verslaving, bedenk ik me nu, en wordt deels gevoed door angst.

003

Het schrijven vindt iedere ochtend plaats. Ergens tussen vijf en negen al naar gelang de vrijheid van dagindeling. Tijdens de vakantie gaat het gewoon door. Op de een of andere manier ruimt het een aantal hersenspinsels op, zodra ik ze uiteengerafeld heb en een plek gegeven, is er weer plaats voor nieuw.  Angst om lezersaantallen te verliezen ligt er aan ten grondslag. Ze is reël. Iedere blogger zal kunnen beamen, dat een vast tijdstip beter werkt. Dat ik ooit gekozen heb voor het dagelijks schrijven van een blog is echter wellicht verslaving, verstarring, verwerking of gewoonte, een ritueel.

Al wandelend probeerden we uit te kristalliseren aan de hand van onze eigen gewoontes, hoe het werkt. Een van de zussen is ondenkbaar zonder fototoestel in de hand en haar kunstzinnige blik. Is het dan verslaving of hobby? Bij de ander zijn de onderwerpen die zich aandienen in haar werk belangrijk. Heet het werkgericht, is het een gewoonte, wil ze delen of meningen horen? Hoe vasthoudend zijn we in ochtendrituelen. Welke habitat wijkt nooit, zelfs niet in de vakantie.

Zus verrast met een opmerkelijke stelling. Verslaving zorgt bij afwezigheid voor depressie. Daar kunnen we mee uit de voeten, want dat ontslaat ons bij de meeste vaste gewoontes van het predicaat. Maar mijn ochtendritueel, het schrijven dat in de vakantie doorgaat, is dat dan toch verslavend. Ik raak niet in een depressie, maar ik vind het wel een gemis als er geen tijd voor is en de dag overhaast begint. Toen roken een aanleiding was voor de ondermijning van mijn gezondheid kon ik na veertig jaar verslaving binnen een week zonder, om er nooit naar terug te verlangen.

104Het Leersumse veld.

Er wordt binnen de verslavingszorg met name gewezen op middelengebruik en het feit dat je er steeds meer van moet gebruiken om het leven leefbaar voor jezelf te houden, waarbij het effect tegenovergesteld is. Het holt het persoonlijke leven uit en vlakt af. Zolang er groei en ontwikkeling is, is het een toevoeging, zodra het uitholt, werkt het als een belemmering. Zover waren we niet gekomen op het Leersumse veld. Daar filosoferen we volgende keer op door, in alle eenvoud mét al onze beperkingen, maar altijd nieuwsgierig naar een volgende stap.

 

Uncategorized

Er valt nog heel wat af te reizen.

Het is de week van de betere dromen. Twee maar liefst vannacht. De eerste ging over de djembé en Victor Sams. Hij gaf een soort van concert en wij zaten erbij in een wonderlijke omgeving. Nogal ruim bemeten en met helemaal vooraan in de erker(?) een vriendin van net zo lang geleden als mijn cursus bij Victor was. Ze zag er nog steeds zo rijzig en groot en overheersend uit, als ze altijd was geweest. Ergens staat op een plekje in de onmetelijke diepte van Google Drive, nog een verhaal, dat ooit een boek beloofde te worden, als ik meer tijd zou hebben en niet telkens de prioriteiten zou verleggen. Het komt aan op discipline, maar het is altijd  meer een ‘go with the flow’ gebleven.

002Losse eindjes.

In die krochten bevinden zich nog zoveel verhalen, dat het beter zou zijn als naast de blog iedere dag gewoon een half uurtje geschreven zou worden aan die rijke fantasie. Hoe komt een mens er aan? Die dromen zijn de voedingsbron bij uitstek, maar met name de associatie weet er een rijke beleving van te maken,. Door alle losse eindjes, die je ooit ergens hebt meegemaakt, aan elkaar te knopen ontstaat vanzelf een verhaal. Gisteren lichtte ik al een sluier op over het project Liesje Herfstbriesje. Alleen de naamgeving al was voldoende om een nieuw leven te scheppen. We hebben meer rijke projecten gedaan en ik mag er graag over mijmeren, nu het niet meer een vanzelfsprekendheid is, een tweede modus voor anderen om mee te gaan in het verhaal.

Het verhaal van Kijkjerijk was zo’n onnavolgbare. Niet zelden zijn die van de kampdagen, waarin de grote ontknopingen van de verhalen plaats vonden, de meest levendige. De betrokkenheid bleek onontkoombaar voor iedereen, kinderen, ouders en het team. ‘Het land van Kijkjerijk ‘kwam opborrelen door Els Kramer, die een foto-zesdaagse gaf op facebook en twitter om iedere nieuwe dag te focussen  en in te zoomen(letterlijk)op een onderwerp, bijvoorbeeld cirkels, of afval of blauw. Dat was een eyeopener eerste klas en de directe aanzet ertoe.

.111 De koning van Kijkjerijk.

In dat land, dat bij aanvang van het project nog onbeduidend was en geen naam had, woonde een bedroefde koning. Zin schatkist was leeg. Er zat geen dukaatje meer in. Als het zo doorging zou het land regelrecht naar de filistijnen gaan en op een grote ramp afstevenen. Gelukkig had Iris een wonderschoon plan. Ze had voor haar verjaardag een fototoestel van haar lievelings-oom gehad en was die aan het uit proberen geweest.

Het inzicht van de koning was alleen maar gefocust op het geld. Elk land is rijk aan details die de moeite van het zien waard zijn.  Ze maakte met de kinderen de prachtigste foto’s van de mooiste objecten die er voor het oprapen lagen. Het luttele wat je moest bezitten was de open blik. Uit het kleinst waarneembare valt verhaal te halen. Het werd een gouden project en met de tentoonstelling op het kamp was de schatkist gered want de dukaten stroomden binnen, omdat het volk de prachtige kunst wilde kopen. ‘Ends well, all well’. Projecten met een visie zonder belerend vingertje. Ik hou ervan.

Het is maar een voorbeeld van hoe ideeën geboren worden. Een woord van een ander kan al genoeg zijn voor de fantasie om er mee aan de haal te gaan. Ook de kinderen voeden tot zeldzame hoogte, omdat hun hersenkronkels onnavolgbaar zijn.  Laat ze de vrije loop en er gaat een heel nieuw universum voor je open. Oneindig groot is de wereld van de verbeelding. Er valt nog heel wat af te reizen.

Uncategorized

Gevangen in de wind.

Gisteren zag ik de verwoestende beelden van Sint Maarten en ik vroeg me af waarom tropische stormen zulke lieflijke namen krijgen, als ze op een dergelijke manier huishouden. Veel eerlijker zou het zijn als de vlag de lading dekte. De woestenaar, of de diabolo bijvoorbeeld. Waarom niet gewoon orkaan of tornado. Irma komt er aan en George volgt haar in haar kielzog. Daar krijg je hele andere beelden bij. Het moet toch op z’n minst een zure bijsmaak opleveren bij al die Irma’s die er op de planeet rondlopen of in ieder geval in de bovenwindse eilanden evenals de Georges, die dan minstens hun beklemmende orkaankracht tot in hun tenen zullen voelen. In de middeleeuwen werden er heilige namen aan gegeven, wat ook al een wonderlijk gegeven is, omdat een heilige per definitie ergens tegen beschermt en je kan alles van een orkaan of een typhoon zeggen, maar zalvend zijn ze allerminst.

Liesje Herfstbriesje.

Om aan de onderbouw duidelijk te maken wat het verschil was tussen de verschillende stormen hadden we in het verleden een heel windproject op touw gezet. Liesje Herfstbriesje speelde de hoofdrol, daarnaast was er haar moeder Sjaan orkaan, haar vader Toon cycloon en haar broers. Ze kwamen allerliefst tot leven, omdat Liesje de jongste was van het stel en nog niet uit waaien mocht, maar op haar wolk moest blijven zitten als vader en moeder en broer Storm huis hielden. Haar oom Koos windhoos zorgde dan voor haar en ging maar sporadisch aan het werk. Storm mocht alleen nog maar boven Nederland spoken. Toen Liesje aan de aandacht van haar oom ontsnapte, liet ze hooguit hier en daar een hoed of een krant weg wapperen, maar veel waaieriger dan dat werd het niet.

Stormen hier laten soms bomen afknappen als luciferhoutjes, takken liggen over de wegen verspreid, hier en daar waait een dak weg, maar heel veel verder komt het niet. De tropische stormen zijn voor ons bijna onvoorstelbaar. Het ene moment zit je in je huis en het andere moment is je huis weg, foetsie, letterlijk van zijn voetstuk afgeblazen. Dat gaat elk voorstellingsvermogen te boven, maar als je de beelden ziet van de ellende, de enorme ravage, dan vraag je je af of wij ooit nog moeten klagen over het weer en het beetje herfst wat ons overkomt. De enkele verdwaalde windhoos, die langs trekt, daargelaten.

woman-213512_640Foto: Pixabay

Ooit zag ik een film van een bergdal, waarbij het geluid van de wind indringend over onze hoofden suisde, terwijl een hoed een vrije val maakte op de stroming, omhoog schoot en verder zweefde, langs alle bergen heen, soms bijna aan te raken , dan ongrijpbaar ver, maar uiteindelijk in een kring bleef ronddraaien. Hij leek van alle banden bevrijd, maar zat gevangen. Mooi beeld op mijn netvlies. De kunstenaar weet ik me niet meer bij naam te herinneren. Het desolate geluid van de wind is me bijgebleven, het suizen, het onafwendbare. Vooral dat is waar het om draait. Je weet dat het staat te gebeuren en moet het lijdzaam ondergaan, omdat er geen andere mogelijkheid is dan dat.

Heel soms, zoals nu, als de schade voorbij alle grenzen trekt, zou ik het kinderlijke voorstellingsvermogen de hoofdrol willen geven en verbeeldende handen en voeten dromen aan tropische stormen, tyfonen, orkanen. Gemoedelijke ouders en familieleden van Liesje Herfstbriesje, die af en toe een beetje huishouden en niet meer dan dat. Helaas vertellen de beelden op het journaal de volwassen versie. Onontkoombaar, onomkeerbaar, de rauwe werkelijkheid en daarom moeilijker te accepteren. Banden die sterker zijn dan boeien. Gevangen in de wind.

 

Uncategorized

Samenwijs!

Ik heb heerlijk geslapen en heerlijk gedroomd. Richard, al tijden niet gezien,  ging met me mee om een stukje te fietsen en iets ongewis te doen in de stad, het dorp, de straat. We kwamen Janine en Wies tegen. Wies was geslaagd en had taart bij zich, dus Richard zou een stuk krijgen en ze schepte het op de grond, waarna een passant, die boos was dat zijn weg werd versperd, er tergend langzaam overheen stapte, alsof hij er op zou trappen. Flauwerd riepen we in koor.

 

Grappig dat je in de droom zo dicht bij je zelf blijft. Ik denk niet dat er nog iemand ter wereld is die flauwerd zou kiezen om iemand terecht te wijzen, maar dat terzijde. We kwamen bij een winkel in een soort grot. Het luik zat dicht en er was niemand, maar toen we binnen waren en keken naar de leuke snuisterijen, stempels om brooddeegdingen mee te maken, mooie kettingen en oorbellen, werd de voorkant open geschoven en stond er een hippy wise-verkoopster met rammelende armbanden en een heerlijke outfit aan. Ik vroeg of ze letterstempels had. Ik moest zo gaan flitsen met de kinderen en woorden lezen.

Ergens in mijn achterhoofd bleef het idee pratten, dat ik te laat zou komen om dat kwartier met de middenbouw in te vullen. Kostbare onderwijstijd. Belangrijk genoeg om er wat mee te doen. Stempels dus, de droom dacht met me mee. Ik werd met een glimlach wakker.

Houten handletters.

Zo gaat dat. Je maakt iets mee, die hersencellen gaan ermee aan de slag en rekken zich en veren op. De dag ervoor had ik geflitst met de kinderen van groep drie. Ze kenden het niet, want toen ik ze vroeg of ze mij wilden helpen, omdat ik nooit geflitst had en niet wist hoe men dat op die school deed, konden ze het me niet uitleggen, Ze waren of van hun apropos door mijn verschijning of ondersteboven van het feit dat ze zelf mee mochten denken.

Gerst, tweerijige aar.

Ik koos voor het laatste en flitste  braaf letter voor letter, zoals een van de meisjes het ten slotte wist uit te leggen. Daarna gingen we woordjes lezen, saaie woordjes. Nee, saaie betekenisloze woorden als ze op papier staan in een rijtje en je ze moet opdreunen. Aap, Aal, Aar….’Wat is een aar eigenlijk’, vroeg een van de jongens. Alles moest in een kwartier gebeuren dus met het voorstelrondje erbij was het in een mum van tijd voorbij. ‘Leren is leuk’ staat er op mijn rolkoffer. ‘Dit kan leuker’ flitste het na het flitsen door mijn hoofd. Interactief flitsen, op een rijtje staan en steeds achteraan sluiten, woorden verzinnen met de veranderende laatste letter of met de flitsende letter. Nu ik het typ denk ik, vandaag ga ik flitsende woorden maken. Niet alleen flitsen met die letters maar flitsende woorden verzinnen met die letters, wel op tempo, maar leuker.

Initiaal, Pierre le Rouge: La mer des hystoires, houtsnede, 1408

Daarna(schrijfoefening) mooie krullende pentekeningetjes van letters maken. Ze hebben er toch de meest dure stabilo’s die je maar kan verzinnen en dan op een bescheiden papiertje. Het allereerst wat gebeuren moet, is ze los te weken van het ondergaan van onderwijs. Betekenisvol leren kan op elke millimeter en ik begin er vandaag mee, een heel kwartier. Flitswoorden verzinnen en Aa-woorden uitbeelden, raad-waar-ie-staat, schuif-maar-achter-aan. Als ik aan mijn grote mouw trek, rollen er tientalle vormen uit.

Leren moet een verlengstuk worden van je staat van zijn. Dat klinkt verhevener dan het is. Het hoort deel uit te maken van datgene wat in de groei besloten ligt. Het zelf ondernemen, het zelf ontwikkelen van vaardigheden, het je eigen maken op alle fronten. Dan pas is wijs worden leuk. Niet Onderwijs maar Samenwijs in alle voegen, in elk aanbod, zodat denken een creatief proces blijft, in plaats van het ondergaan van suffe woorden.

Uncategorized

Geschiedenis in een notendop!

Het leuke van invallen is dat je in een andere modus mag zitten. Je bent de inval en neemt waar. Letterlijk en figuurlijk ,waar het dat laatste betreft. Ik zie veel. Oude ogen die gewend zijn te observeren zonder er direct een mening bij te hebben. Ze wegen wel af. Daarvoor is het een blik met geschiedenis en een rugzak vol bagage. Ik loop door het oude gebouw en ben ineens weer terug op mijn eigen school, twintig jaar geleden. Ieder magazijn drukt haar stempel door overvolle planken met papier en Engels karton. Er is verf voor de eeuwigheid. De plakband krijg je in een heel schoolleven niet op. Ik mis de mooie vellen ‘afvalkarton’, die zo broodnodig zijn om in het vrije mee te kunnen knutselen. De ecoline zit achter slot en grendel. Er is zelfs iemand, die niet wist waar ik om vroeg.

 - Talens Ecoline Flacon 490Ml - Magenta, 8712079012991

De modus om te vergelijken is aanwezig. Het is een natuurlijk gevolg. Te vaak heb ik de afgelopen drie dagen al tegen iemand gezegd hoe het anders was op mijn vorige school, die als een handschoen paste. Ik besef het zwaktebod van een dergelijke opmerking. Deze school is de andere niet en zal dat ook nooit worden. Toch is er een essentieel onderdeel, dat node gemist wordt. Vooruitgang en vernieuwing blijven steken bij de voordeur. Deze school ademt vooral geschiedenis. Het verleden waart rond in de muren, de gordijnen, de kasten vol met het oude materiaal. De wirwar aan koelkasten en de sleetse staat van het podium. Er is best veel, maar dat wordt opgeborgen achter deuren en is niet vrij te pakken voor de kinderen. Leerkrachten staan in de modus van trage gewenning, ook al ben ik de oudste in het gebouw.

008

Het is wonderlijk om ondergedompeld te zijn in een sfeer die je kende van voorheen. daar wordt een mens melancholisch van. Voor de kinderen maakt het niet uit. Die krijgen de ruimte om te spelen. Moeilijk is het, als je weet dat het met de juiste prikkels anders kan. Ik ben gisteren tevergeefs op zoek gegaan om materiaal te vinden voor het maken van grote octopussen met zwengelpoten,die boven de projecttafel kunnen zwemmen met elkaar. Er zijn wel prikborden op de gang gekomen, nadat ik er vorige week tevergeefs naar heb lopen zoeken.

De collega’s en de ouders voelen vertrouwder dan het gebouw. Op woensdag was ik nog niet geweest en dan ontdek je dat de populatie onder het personeel in een week als een blad aan de boom kan veranderen, nu men kampt met ziekte en werkt met invallers. Gisteren was het een sfeer van oude-jongens-krentenbrood. Ons kent ons en de begroeting was al hartelijk, maar het afscheid zo mogelijk nog warmer. Chapeau voor de harde werkers en de moeizame weg die er nog te gaan is, omdat het niet anders meer kan, dan dat neuzen in de vernieuwings-stand moeten gaan staan, wil het onderwijs nog rendement op leveren. Vooruitgang is niet het kind met het badwater weg gooien, maar daar zit wel dé grote angst en daarmee de rem bij oudgedienden.

Ik hoef er niets mee. Het is een voorbijgaand station, maar juist omdat de geschiedenis in een notendop voorbij trekt, raakt het mijn kern. Voor de enkele dagen die er resten, wil ik betekenisvol zijn. Wie weet springt er een vonk over.

Uncategorized

Het Late Licht.

Gisteren eindelijk weer eens richting Zwolle. De stad lag er rustig en bedaard bij. Zuslief en ik waren vroeg en liepen door de verstilde straten. Hier en daar kwam het stadsleven langzaam op gang. Er werd een luik geopend, terrasstoelen werden bevrijd, tafels gepoetst. Tegenover de fundatie stonden de bankjes al uitnodigend te wachten. Een kunstzinnige beleving begint met koffie.

019.jpgJeroen Krabbé.

Een tijd terug schreef ik over Jeroen Krabbé en het interview dat hem werd afgenomen naar aanleiding van het feit dat hij de abstractie in geduikeld was. Gegrepen door het licht in Dalfsen, met name het avond en het maanlicht. De gezwollen taal als antwoord op de aanmatigende vragen vielen in het niet toen ik zijn werk zag. Hier was een mens aan de gang geweest, die bezield was door wat hij had gezien en het licht vorm had gegeven in een explosie van kleur. Het was adembenemend en inspireerde zeer. Ik wilde  naar Dalfsen, om met eigen ogen te aanschouwen hoe bijzonder de seizoenen voorbij trokken in dat prachtige landschap. Vooral het wintertafereel in een combinatie van grijzen en witten hield mijn blik gevangen. Misschien omdat het naast de explosie van geel en groen hing, de opkomende zon.

Het ging niet om wat de schilder had waargenomen, maar meer nog om hoe hij de waarneming naar zijn hand had weten te zetten. Daar was hij alleszins in geslaagd. Wat een rijke verbeelding. In een van de zalen was een klein doek, dat misschien wel als voorstudie had gediend en recht de ziel trof. Het heette Dalfsen II. Het getemperde licht dat door de bomen viel, was treffend neergezet in een heerlijke toets.

Zijn antwoorden op het dubieuze interview hingen aan de wanden van de zalen en wiste het gevormde oordeel op alle fronten uit. Ere wie ere toekomt. Hier was een man met passie bezig geweest en had de juiste toon gevonden om zijn gevoel te verbeelden.

053.jpgFriso ten Holt.

In de zaal er tegenover hing het werk van Friso te Holt. Ook dat werk overrompelde. Een kunstenaar die ik niet kende. Hij werkte met een lichtheid en helderheid van kleur om de beweging vast te leggen, die hij tegenkwam op het strand en in de duinen van zijn woonplaats in Bergen. Diep onder de indruk konden de portretten van Dylan er bijna niet meer bij. Ik had me voldoende kunnen laven aan de schoonheid. Dalfsen moet bijzonder zijn, Bergen is bijzonder, weet ik. Friso ten Holt blijkt de leermeester van Jeroen Krabbé te zijn geweest. Wat een eer voor beiden om in elkaars gezelschap te mogen verkeren. Het is het voorrecht van de meester om de kiem die gelegd wordt te zien uitgroeien en tot  volle wasdom te weten onder de handen van de leerling zelf. Wat een mooie gedachte.

Slenterend door Zwolle zinderden de beelden nog lang na. Ondanks een uitgebreide tentoonstelling in de Grote of Sint Michaëlskerk, die we en passant nog even meepikten bleven de doeken van Krabbé voor ogen en gedachten voeden. De volgende keer wil ik spoorslags naar Dalfsen om licht en omgeving zelf te ervaren en zijn impressie over mijn waarneming te laten schuiven. Dalfsen, het dorp dat voor eeuwig gestalte kreeg door het Late Licht.

Uncategorized

Perpetuum mobile!

Gisteren was het opruimmaandag. Dat had ik besloten toen niemand anders met werk was gekomen. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’. Dat is er in ieder geval goed ingebrand. Lanterfanten is er nauwelijks bij.

Het kan ook niet anders met het lichtende voorbeeld als mijn moeder was. Het enige moment dat je haar kon betrappen op een dergelijke ‘zonde’, was in de ochtend. De tafel was de avond ervoor gedekt, het brood stond klaar, de groten hielpen de kleinen en mijn moeder wachtte tot het geluid verstomd was en een gezapige rust door het huis heen trok. Dan pas stommelde ze in haar peignoir naar beneden, dronk een kop thee, at een sneetje brood en dook vervolgens op de grond om op haar knieën uitgebreid de krant te lezen. Daarna nam het leven een vlucht. Opgeladen kon ze de dag aan en trotseerde menig multitasker heden ten dage, die zou willen bewijzen dat hij het beter kon.

Voddenboer (fotograaf: Eugène Atget, Parijs, 1899)

Het opruimen ging per onderdeel. Er was een moment dat er drie planken van de boekenkast werden gesopt en geordend, hetzelfde gold voor de planken met de kippenverzameling. Het stoffen en stofzuigen was iets van vlak voor de visite, dan zag je er nog wat van. Zo kabbelde het voort. Was, strijken, bedden verschonen, stoffen , ramen lappen in etappes, trappenhuis te lijf gaan, kamers opruimen, kelder uit-en vervolgens weer inpakken, keuken soppen, en vaat wassen. Twee keer per jaar werd de kledingkast uitgemest. In hoeveelheid moet dat een fluitje van een cent geweest zijn. We hadden zomerkleren en winterkleren en dat was een fractie van de vulling van nu. Mijn moeder gaf alles door, eenvoudigweg omdat de ruimte er niet naar was om het te bewaren. Als iets tot op de draad versleten was en de gaten er in vielen, ging het naar de voddenboer, die een keer per week langs kwam en zijn  langgerekte doorrookte kreet de straat in jodelde:’Vodduuuuuuuuuuuh’.

008 De kippetjes, vóór er geruimd was.

De opruimwoede van nu gold mijn slaapkamer. Het Mekka met de laatste relikwieën uit een losbandig leven. Het boompje met de foto’s van vroeger, Buddhabeeldjes al dan niet in scherven, de klei gebakken kippen van de kinderen, een allereerste olieverfschilderijtje, een spreuk van Janusch Korczak, ooit van stagiair Teun gehad, die hem overleefde en daarom nog meer dierbaar werd. Het kastje met de sieraden in de grappige laden en de kleine beelden achter glas. De tijdschriften, de rommelkast met sjaals en schoenen. Kleding. Iedere kleur een eigen plank, te veel om in een jaar aan te trekken. Wat hangt, hangt aan de la van de rommelkast. Natuurlijk is er ook hier, in dat Heilige der heiligen, de boekenkast. Twee Billies tegen elkaar tot de nok gevuld. Onder het bed de plastic bakken met ontelbare foto’s.

175Kunst met mijn lievelingsjasje uit de jaren zeventig.

In de opruimwoede wordt de kledingkast plank voor plank leeggehaald, nagekeken, met een ‘zit het echt helemaal lekker’ en ‘vallen de gaten erin’ blik. Met een opkomende rommelmarkt valt de keuze licht. Anders weet de kringloop er raad mee. De dierbaarste en de mooiste lappen worden tot Kunst verheven. Met repen stof laat ik de kinderen op school vlechten, fietswielen, grove weeframen en alles wat maar voorhanden is. Twee en een halve rommelmarktzak en een ‘vodduh’zak rijp voor de Emmaus later, is de kamer een lust voor het oog. Schoon en opgeruimd, net als mijn hoofd. ‘Bijhouden’ murmelt het diep van binnen en dan start de zoveelste vruchteloze poging tot dat onbegonnen werk. Huishouden, een eeuwig perpetuum mobile!

 

Uncategorized

Het leven kan zo simpel zijn.

Ineens wist ik wat ik met de takken van de grote wilgen achter zou doen. Ik ga er een hek mee vlechten onder de wilgen zelf. Het is geen lumineus idee op zich. We gebruiken al jaren wilgentenen om de hekken mee te vlechten en we leggen ze in een ril als service voor het kleine grut, de ringslang en de vogels die zich er graag in op houden. De mogelijkheid van een vlechtwerk op die plek was op de een of andere manier nog niet boven komen drijven. In die zin was het een lichtend idee. Het betekende wel, dat ik wat voorwerk moest verrichten en dat was maar goed ook. De brandnetels stonden tegen de afscheiding van de tuin tot een meter hoog. Verbazingwekkend hoe ze branden en toch niet ‘bijten’. Bij het snoeien klommen ze in mijn benen, maar geen centje pijn.  Met het verzamelen en op de compostberg leggen was meer omzichtigheid geboden.

056.JPGAchteraan, waar de wilgen staan.

De tuin van de buurman groeit dicht. Eik en Iep hebben vrij spel en het gras rukt op in grote lange taaie stengels. Onkruid zegeviert. Hondsdraf, Kleefkruid en Wilde Bosaardbei woekeren er lustig op los. Aan mijn kant van de tuin is dat vechten tegen de bierkaai. Toch houden Schoenlapper en Schildersverdriet, Hosta en Rudbeckia krachtig stand. De Anemonen en de goudsbloem moest ik bevrijden van het opkruipende lage geniep, want die dreigden het loodje te leggen. Nu zijn het weer mooie volle pollen. Als geen ander geldt in de tuin de wet van het vrijwaren. Zodra een plant ruimte krijgt, zet ze haar dank om in een weelderige bloei. Dat is met ons niet anders. Geef een kind de ruimte, pel het uit de geldende regels, zorg dat er iets is wat prikkelt en ze gaan los.

008

Gisteren waren mijn dochter, haar twee zonen en ik bij het Theater Berenkuil voor een voorstelling, die helaas al was ‘uitverkocht’. Er draaide nog een voorstelling. Daarvoor moesten we een uur overbruggen. Er was een knutselactiviteit boven in het mooie oude pand. De kinderen konden een vis maken. De vrouw, die het begeleidde, had een handig stappenplan van mogelijkheden gemaakt en de bijbehorende onderdelen lagen er te kust en te keur. De jongste van zes wilde gelijk aanvallen. De oudste van acht wilde niet. Ik vroeg hem waarom niet. ‘Gewoon niet.’ Na wat aandringen kwam hij met de wonderlijke uitspraak:’Kinderen van acht, die doen dit niet meer.’

021

Hij liet zich toch overhalen en had een meesterlijke mooie vis. De beloning voor ons was zijn trotse koppie en de manier, waarop hij zijn vis koesterde. Alle bezwaren die over hem heen spoelden: Is het niet  te kinderachtig, misschien is er een moeilijkheidsgraad, het aanspreken van zijn verbeelding, het oproepen van de creativiteit, bundelden zich samen in dat ene moment. Hij ging het doen. Het betekende een ware overwinning. Daarna volgde een zegetocht met de vis in de hand.

Ik moest denken aan wat ik  mijn kinderen op school van jongs af aan mee geef. ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, dan heb je het niet geleerd.’ Het is een toverspreuk om aan te zetten tot de mooiste ontwikkelingen, want als je het mag proberen, is er geen sprake van goed of fout. Alles is mogelijk. Er is ruimte tot groei om tot volle wasdom te komen.

041

Net als in de tuin. Waar alles aan het uitlopen is voor een tweede bloei. De gevrijwaarde lupinen bloeien weer uitbundig, de Anemoon komt er zo achteraan. Zelfs de Goudsbloem is het gaan doen, terwijl die in alle pierigheid door achterstallig onderhoud achterbleef en de Rudbeckia haast zich te vermeerderen. Ruimte om te groeien en de oplichtend ogen van een kind te zien én een overdaad aan uitbundige bloei. Het leven kan zo simpel zijn.

Uncategorized

Aandacht met een vleugje ijdelheid!

Eigenlijk is het weer tijd voor de kwast. In de vakantie stond het op een wat lager pitje. Wel maakte ik de hele vakantie lang een tekeningetje die kenmerkend was voor de dag. Een bijpassende krabbel erbij en ziedaar, een mooi en memorabel kleinood van een vakantie. Ook heb ik hier en daar nog wat gekwast aan het portret van mijn moeder, die nog steeds een tikkie vervreemdend blijft, maar eerlijk gezegd was ze dat op de foto ook al.

Die moet in de oorlog genomen zijn en zo kende ik mijn moeder niet. Jong, strijdbaar en een tikje ijdel. Dat straalde haar blik uit onder de rand van de hoed. In onze tijd was ze druk doende de huishouding te bestieren en af en toe, bij kerkbezoek of voetbalfeest, kwam het tikkie om de hoek kijken in een kanten kraagje aan de bloes, de streek lippenstift, de vleug poederdons en de ragfijne kousen.

015

Mijn ijdelheid zit daar ook in. Altijd een lik moisturizing, kleur erover, oogpotlood en mascara. Niet te vergeten lippenstift en ‘aangekleed gaat uit’. Dat is de frisse ochtendblik. Als ik om vijf of zes uur uit school komt, heeft niets van dat alles stand gehouden en is het zwart van het ogenpotlood verspreid over de onder en boven rimpels tussen de wallen in. Afgeknoedeld maar voldaan. Het is goed. ik hoef niet meer zo nodig mijn uiterste best te doen, als ik zo hard aan het buffelen ben geweest. Haar springt alle kanten op, handen onder de verf of ecoline, de boel in de kreukels, maar een uitgedeukte ziel.

scannen0223 De zeeheks!

Ladylike lukt me alleen als ik niets doe en dat ben ik na vijf minuten al zat. Het dilemma is dan ook snel beslecht. Ik ben het niet. Het mooiwezertje, de opzitter, het porseleinen gezicht. ‘Van een schoon bord kan je niet eten’, was een van de vaste stelregels bij ons thuis. De strekking erachter is een kleinood, die gekoesterd zou moeten worden. De mens nemen zoals ze is. Zonder aanzien des persoons, maar met alle kwaliteiten. Het schoon is het Vlaamse schoon, mooi en knap tot in de hoogste graad.

Ik herinner me een opschoonbeurt in de vorige tuin, waarbij een van de vriendinnen van zoonlief destijds, heel lang geleden, aankwam met poezelige nageltjes, verfijnd gemanicuurd en gelakt. Er moest met takken gesjouwd worden, de vuurdoorn had dringend een snoeibeurt nodig, het zevenblad zouden we te lijf gaan en uitroeien tot op de laatste wortel. Dat laatste was tegen beter weten in en een onmogelijke taak. Dat was alles óók voor de escorte van zoonlief. Het was de hogere natuurschool en die zat duidelijk niet in haar koker van levensgeluk.  Het was omgekeerd evenredig herkenbaar. Ze moet zich erg ongemakkelijk hebben gevoeld, zoals ik me vroeger vaak voelde bij feesten en partijen met een hoge opdofcode. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Sylvain Poons en Heintje Davids hebben een tekst van Louis Davids met de passende titel: ‘Omdat ik zoveel van je hou’ ooit meesterlijk uitgevoerd. Waar kleinkunst niet groot in kan zijn. De mooiste levensles ooit en rekbaar, want moeiteloos toe te passen in een omgekeerde setting.

Ik buffel en knoedel en ploeter wat af, de haren pieken zoals ik me voel. Ik ben een makkelijk te lezen boek, kloek en goed in de hand liggend, geen pageturner, maar een streekroman. De hollewaai, het kind in mij maar ook de vrouw in eigen tijd en eigen uur. Dicht bij de oorsprong van het leven, daar waar het om draait. De kiem is ooit gelegd. Aandacht met een vleugje ijdelheid. Het volstaat.

 

 

Uncategorized

Een gezegend mens!

‘Een gezegend mens telt voor twee’ werd vroeger gezegd. Mijn moeder zei het, als er ergens iemand een extraatje ten deel gevallen was of als iemand een geluk bij een ongeluk te beurt viel. Het had alles te maken met de engel op de schouder.

067

Als kind vond ik dat wonderlijk. Een engel op je schouder, die ik nog nooit gezien had, maar die je net wegtrok voor een vallende begonia van drie hoog, of je aan de stoep genageld liet staan als er een auto met hoge snelheid over een zebra scheurde. Het hing samen met het bijgeloof, dat er voor zorgde dat je met een Don Bosco in de auto of met een medaillon van een engel in je portemonnee veilig door het aanwassende verkeer van alle dag heen werd geloodst. Dat goldt zeker op de lange autoritten van het gezin naar Spanje toe in de jaren zestig.

Beschermengel door Matthäus Kern (c. 1840)

‘Ik heb m’n wagen vol geladen’ zongen we dapper eventuele ongeruste buikpijn weg. Wat dat voor mijn vader betekende, vertaalde zich nooit in krampachtige handen aan het stuur, maar wel in de manier waarop zijn hoofd steeds meer tussen de schouders in zakte en de rimpels in zijn voorhoofd dieper groefden dan ooit. Wij, die kwetterende, kibbelende, zingende, tellende en zeurende kleverige kinderen achterin, hadden daar geen weet van. De auto reed, de weg was te lang en we zaten als haringen in een ton. Kon deze beker aan ons voorbij gaan. Helaas behoorde dat niet tot de mogelijkheden. Wij waren gezegend met een hele ris engelbewaarders en nooit hadden we het in de gaten als er geen aanwijsbare oorzaak voor was.

Wel die keer met ondeugdelijke schokbrekers, omdat we toen allemaal op elkaars schoot aan een kant van de bus moesten bivakkeren, tot we gillend van de kramp, het zweet en het ongemak gelost werden in de berm en mijn vader op zoek ging naar een tussentijdse oplossing. Mijn moeders schokbrekers deden het altijd, dus ging ze met ons bloemetjes plukken langs de kant van de weg en ze knoopte met het grootste gemak, een positieve inslag eigen, een picknick er aan vast of een wandelingetje door beemd en veld.

Er was ook nog een flinke duw en trekpartij de GrossGlockner op, omdat de motor rokend er de brui aan gaf. ‘Doe het nou maar zelf’ had ze tegen mijn vader gesist, die alle broers met spierballen vervolgens ‘Godsakkerjude’. Wij, de vijf kleintjes mochten er achter aan sloffen en geen onvertogen woord uitbrengen.

Als we een dergelijke aanval van materiemoeheid hadden overleefd en we aan een Sauer Brot mit Schwarzwalder Schinken zaten op de top van een andere berg, na een wandeling die ieder redelijk perspectief te boven was gegaan, loste mijn moeder haar favoriete constatering: ‘Een gezegend mens telt voor twee’. Altijd was er na de mispoge wel een gelukje te behalen. De lucht werd lichter, bezwaren verdwenen ermee als sneeuw voor de zon.

021

Toen ik gisteren jarig aan kwam bij de inval-school, schenen de eerste zonnestralen net boven de daken van de huizen uit en zette de straat in gouden gloed. De kinderen, nooit eerder gezien voor deze tweede dag, kwamen met zelfgemaakte tekeningen en knuffelarmen. Dat zijn dé momenten dat ik weet, dat ik gezegend ben. Net als bij de watervallen van genegenheid, die over me uitgestort werden op Facebook, bij het jarige jubileum van gisteren. Het zorgt ervoor dat je je jariger dan jarig voelen kan samen met het feest in petit comité.

Die liefdevolle aandacht vormt de oplichtende glans op een schouder, het aureool om hart en hoofd, de tastbare engel. Dat schrijft zegeningen. Ik voelde me met recht een gezegend mens.

Uncategorized

Toeval bestaat niet!

Het was al weer even geleden, dat ik een totaal nieuwe groep onder handen had gehad. Normaliter is er in een groep 1/2 altijd een groep die ouder is en die alweer een jaar meeloopt. Een blanco groep overkomt je dus alleen, als je zelf ‘Ins Blaue Hinein’ stapt. Gisteren was het zover. Mijn eerste invalgroep. Zonder wetenschap van kinderen, klimaat, heersende orde, vak-en familiejargon een school binnenstappen en dan toch te moeten doen, alsof het gesneden koek is, is geen sinecure.

Kinderen kunnen lezen is een vak apart, begrijp ik nu. En ik heb het volledig onder de knie. Dat is geen op de borstklopperij van kijk mij nou”, maar dat is gewoon waar dertig jaar onderwijs haar vruchten heeft afgeworpen. Kinderen kun je lezen en dan mag je er mee versmelten, om zo uit dat kind te halen wat er al lang ligt te sluimeren. Dat wiel is er, het hoeft niet meer opnieuw te moeten uitgevonden. Op een klein groepje van zestien zijn ze allemaal in het vizier. Natuurlijk haal je er de drie grootste hollewaaien tussenuit. Lieve K hoeft geen hand te geven, een high five of box mag ook en dan volgt zonder je aan te kijken een high five met een ingetogen  schuchter lachje. En ‘F-fekind, kan jij je een beetje omdraaien, want ik zie veel liever je lachende ogen. Muis trouwens ook’.

024Oma, Muis en Happertje.

‘Hé, waar is muis? O, die durft niet te voorschijn te komen. Oma kan jij muis even roepen’. Geen enkel probleem voor oma. Met haar krassende stem masseert ze muis, die kraaloog voor kraaloog voorzichtig contact maakt. F is bij het horen van muis zijn fliffende ftemmetje als een blad aan de boom bijgedraaid. Rest me nog de aanwezige T, die met een temend stemgeluid zeven keer achter elkaar juf roept en de armen slapjes in de schoot laat hangen. Afwachtend van wat er komen gaat. Kleine duidelijke regels helpen en toch ook weer die onvergetelijke muis, die overal de draak mee steekt. Hij speelt de hoofdrol in ‘Muisje muisje waar zit je’ en prijst elke kat die niet bij machte is hem te vangen, de hemel in, omdat muis er buiten adem van geworden is, zo hard moest hij lopen. ‘Jullie fijn fo goed hoor, pffft, ik ftik bijna’, wat bij elke verliezer pur sang glim-ogen en een lach te voorschijn tovert. Een compliment voor die onvolprezen talenten.

019Je lekker uitleven.

De andere 13 doen heerlijk mee, vooral de ‘wildebras’ zoals ik uit het verhaal van de vaste juf begreep, doet zijn uiterste best, alleen maar omdat ik gevraagd heb of hij me een beetje kon helpen vandaag. Drie meter gegroeid en trots als een pauw wijst hij alles aan en legt geduldig uit, wat ik , omdat hij er zo groos op is, nog wel een keer of twee blijf vragen. We zingen gekke liedjes en als Happertje, die alleen maar groen lust, ‘T’-eetje haar groene blaadjes van buiten oppeuzelt, kan het feest niet meer stuk. Morgen gaan we weer een feestje maken, heb ik ze beloofd. We sluiten af met een evergreen voor Happertje. ‘Ik zie een muis’van Rudi Carrell. Succes verzekerd!

Intussen ontdek ik in die nieuwe groep al mijn lieve oude vertrouwde schatjes weer. Ik zie een stukkie Ties, een vleugje Salma, een snufje Collin en een scheutje Nizar, stuk voor stuk glijden ze langs. Het maakt het lezen stukken makkelijker. Het is mijn oude vertrouwde boek ten voeten uit. Ik hoef er hier en daar alleen wat nieuwe elementen aan toe te voegen en dan wordt het een volstrekt nieuw verhaal op oude leest geschoeid. Zo werkt dat dus met vernieuwen. ‘Een kind kan de was doen’.

022

En wat zie ik na school onder het raam, nog net voordat ie wegduikt…. Toeval bestaat niet, zei mijn Oma altijd. Ik denk, dat ze een punt heeft.

 

Uncategorized

Chapeau!

Eergisteren stuitte ik  per ongeluk op een documentaire van Hans Polak uit 2000 over de afdeling Vangnet en Advies van de Rotterdamse GGD. Wie daar terecht komt volgt daarna vanzelf het vervolg: De bemoeizorgers en even later ‘leven in een garagebox’ van zorg voor het gezin, dat op 25 juli gepubliceerd werd onder de titel ‘Aan lager wal’ en gefilmd is in oktober 2016.

Toen ik het terug zocht, dacht ik te moeten zoeken op ‘In de war’. Dat klopte niet, maar was wel een logisch gevolg van een ochtend deerniswekkend leed op het netvlies. Alle mensen die onder behandeling waren of in het vizier lagen van dergelijke zorginstanties waren deerniswekkende gevallen van mensen die het net niet hadden gered in de maatschappij, omdat ze ‘in de war’ waren of omdat ze door de problemen verward geraakt waren.

Onder de documentaire van het tweetal in de garagebox stond een vernietigend commentaar van iemand, die erg boos was dat de man, ondanks zijn COPD nog rookte en zo zichzelf te gronde bracht. Ze hadden geen medische zorg. De wonden aan zijn voeten zorgden voor de grootste problemen, en de vrouw raakte gedesoriënteerd van de geestelijke kommer en kwel. Het was intriest om te zien, hoe je als mens kan afglijden op grond van vermeende keuzes, die een averechtse uitwerking hebben.

005Spiegeltje, spiegeltje…

‘Spiegeltje, spiegeltje’ dacht ik, toen ik het narrige, bittere commentaar las. Daarbij kwam onmiddellijk de spreuk van lang geleden boven drijven: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Verbeeldde ik het me nou, of zag ik daar de dreigende vinger boven de kansel uitsteken in een van de preken die over onze kinderhoofden heen denderden, met een waarschuwende blik erachter aan en hoorde ik het geschuifel van de omstanders in hun mottenballen gesteven zwart terwijl de hoeden boven onze hoofden instemmend knikten.

Het gaat hier niet om de oorzaak, het gaat, weer die vinger, om de lediging van het kwaad. Deze mensen hadden hard zorg nodig. De documentaire van Polak laat dat ook overduidelijk zijn. De veerkracht en de empathie, waarmee die Rotterdamse engelen tussen de psychische problemen door laveren om die verwarde mensenziel in de waarde te laten en toch naar een hoger plan te helpen, is zo bewonderenswaardig, dat ik ter plekke een stijgende bewondering voelde opkomen. Iedereen die gewerkt heeft met mensen aan de schaduwkant van ons rijke luxe leven, weet hoe zwaar en moeilijk het is. Hoe snel deuren worden dichtgeslagen omdat de angst, de vertwijfeling en de schaamte zorgen voor gebroken contactdraden in het sociale circuit van die arme vereenzaamde medemens.

De oude, letterlijk op haar enkels lopende zanglerares, schuifelde aan haar helpende hand. Wekenlang was die niet verder gekomen dan de voordeur met het bericht dat het helemaal goed ging met mevrouw. Uiteindelijk maakten ze samen een pure zegetocht toen de gang der gangen eindelijk naar de orthopeed werd ingezet. Ze kreeg deugdelijke steunende kistjes aangemeten, die ze natuurlijk ook niets vond, want alles wat nieuw was, was per definitie niet nodig en niks. Haar kranige verwarde dappere koppie straalde alle onzekerheid van de wereld uit, ondanks dat haar stellige mond hele andere dingen beweerde.

Dat je daar door heen kan kijken maakt een hulpverlener bijzonder, die stijgt naar een hoger plan, omdat je dit voor elkaar krijgt, zonder iemand geweld aan te doen. Hetzelfde geldt voor de  vrouw en haar jonge stagiaires en medewerkers van Zorg voor het Gezin. Liefdevol meebewegen en in massseren tot iemand zover is, dat hij overstag wil gaan uit vrije wil, waardig en respectvol. De kracht van de zorg in optima forma. Chapeau.

 

 

Uncategorized

Dag, dag, heerlijke dag!

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem, omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund.

De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker, die in navolging van zijn naamgenoot Jimi altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook alles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. Jimi moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’. De melodie blijft in mijn hoofd omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden tussen neus en lippen door moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom.

Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

052  054  057

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders van de grond af te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ’s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

067  070  069

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert… Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben!

Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjestweeling knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl Branmansam zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

078Hakim

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

076

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!

 

 

Uncategorized

Een bezoek waard.

De zondagmorgenrust strekt zich uit over de stad. Een aangenaam zonnetje, de auto iets buiten de singels gezet. Het is elf uur. Ik wandel op mijn dooie akkertje langs de begraafplaats Soestbergen naar het Ledig Erf. Die ochtend staat mijn besluit vast. Ik ga naar Louise en Hiver. Een film van regisseur Jean-François Laguionie over een oude vrouw in de nadagen van haar leven.

foto van Berna van der Linden.

Deze verstilde ochtend is een perfecte omlijsting van het idee en het is in die ochtendrust dat ik besef hoezeer ik in die oude Utrechtse binnenstad thuishoor. Ik wil zwerven langs de grachten als de klokken hun getijdenlied beieren en carillons de betoverde bosnimfen in de eeuwenoude bomen aan de singel los weken. Mijn stappen horen naadloos in die van vele te vallen en met hen Utrecht gestalte te geven, die prachtige oude waardige stad met haar historie en haar bescheidenheid, die zich openbaart aan ieder die iets verder van het winkelgebied wegglijdt en het verleden toestaat het hart te veroveren, de peilers gericht op de eeuwenoude gevels en haar stut in de branding der roerige tijden, de Dom, kaarsrecht hoog boven haar gevels uit torenend als een kloek die over haar kuikens waakt.

Zo’n zondag wordt bijzonder als er een cadeautje uit voort komt. In dit geval een presentje voor mezelf. De animatiefilm over de oude Louise. Prachtig weergegeven in tere aquatinten en onmiskenbaar duidelijk viel een van de kinderen van school met het oude grijzende koppie samen. In alles zag ik dat kleine ernstige peinzende en filosofische meisje, dat mijn hart op alle fronten veroverd had. Diezelfde ernst, de overtuiging ontwaarde ik in Louise, haar verlies van grip op de bestaande situatie en de overwinning die ze er op behaalt, verpakt in die prachtige tekeningen, houden de aandacht ademloos vast.

Haar dromen en herinneringen, haar ongebreidelde fantasie nemen vastere vormen aan waar de realiteit haar de eenzaamheid voorschotelt. Het is de weemoed van het Franse Chanson, de Solitude van George Moustaki.  Met open armen verwelkomt ze haar mijmeringen en langzaam maar zeker glijdt ze in de vergetelheid van het bestaan. Haar trouwe aangelopen viervoeter, Pépère, komt haar helpen om in haar dromen een houvast te vinden in de weg die ze bewandelt. Hij koestert haar, maar bijna achteloos, is er op de juiste momenten en zelfs dat niet altijd.

We zitten in het kleinste zaaltje van het Louis Hartlooper. Met mij zijn er nog acht mensen die de film willen zien op het, voor de doorsnee medemens, onzalige tijdstip.  De zaal beschikt over welgeteld drie rijen stoelen en ik zit in rij drie op stoel drie. Een perfecte afstand voor het doek bij zoveel schoonheid, na het schreeuwerige lawaai van de vooraankondigingen. De kleine kink in de kabel van perfectie.

005.JPG

We drinken de beelden, leunen tegen het doek, vallen stil bij de aftiteling en wachten tot het laatste woord geschreven is. De muziek ebt weg, zoals het leven wegebt. Ik wandel naar de Koningsweg, kom weer langs Soestbergen en moet…om de sfeer, het gefilterde zonlicht, de oude boomreuzen met hun gerimpelde stammen, de verweesde en verwaarloosde grafzerken, mijn vreedzame stemming…er doorheen wandelen, stil blijven staan bij een zerk die verschoven is en kiert, een zwijgend protest, langs de mausoleums, de zwijgende meerderheid. Een mevrouw schiet me aan. Weet ik toevallig waar mijnheer die en die ligt. Ik moet helaas ontkennend antwoorden. Het zijn naamlozen die ik daarnet geëerd heb, mensen die allen figurant hadden kunnen zijn in dat prachtige kleinood ‘Louise en Hiver’ en alleen daarom al een bezoek waard!

Uncategorized

Schreeuw om leven.

Er is een boek dat iedereen zou moeten lezen. Het heet:’Vertel me het einde’ en is geschreven door Valeria Luiselli. Het is geen dikke boekenpil, geen onneembare vesting van gezwollen taal. Het bezit geen ingewikkelde complottheorieën of verwarrende verhaallijnen. Het is om precies te zijn 132 bladzijden dun en na het lezen ervan is je wereldbeeld voorgoed veranderd, staan je verworven inzichten op de grondvesten te schudden en blijken denkbeelden voorgoed weggevaagd te zijn of…het beaamt datgene wat je altijd al verwacht had. Het besef dat je al jaren hebt, schrijnt en schuurt tegen je gemoed, omdat je handen leeg zijn en je deze nood niet hebt kunnen ledigen omdat je koos voor niet anders dan alleen je mening en het woord.

021

Er staan zinnen en begrippen in die me onderuit halen zoals: Vaak jagen ze niet eens de Amerikaanse Droom na, maar hopen ze simpelweg te ontwaken uit de nachtmerrie waarin ze geboren zijn’. Die ze zijn de minderjarige immigranten die zonder begeleiding van een volwassene asiel aanvragen in de Verenigde Staten. Het hadden even zo vrolijk de vluchtelingenkinderen kunnen zijn die zo massaal binnenstromen in Europa. Aan de hand van het tolken loopt Valeria Luisella met ons de vragen door, waarmee kinderen belast worden. Achter iedere vraag schuilt een antwoord dat heftig en pijnlijker is dan het gestamel of de onsamenhangende antwoorden van de kinderen zelf op het moment suprême.

Wie inzichtelijker kan kijken, ziet het leed, dat beschamend wegduikt in de verste uithoeken, dat een murw geslagen gelaat opzet, een krachteloos wuivende hand om niet te hoeven benoemen wat er werkelijk achter steekt. Wij praten hier over het recht hebben op euthanasie, waar deze immigranten-en vluchtelingenkinderen eerst nog moeten bedelen op het recht van leven. Ieder kind dat geboren wordt, heeft recht op dat recht.

Met stijgende verbazing las ik het verhaal, met ontzetting nam ik waar, wat al die tijd besloten heeft gelegen achter de zorgvuldig neergelaten gordijnen van de zogenaamde beschaving. Dit zijn de verhalen die onderwezen zouden moeten worden. Onrecht, leed, miskende toe-eigening van handelingen, die het daglicht niet kunnen maar wel zouden moeten verdragen. Kinderen zijn te allen tijde kind van de rekening, altijd onschuldig omdat de eerste kiem, de eerste aanzet door ons, volwassenen, is gelegd.

Het kleine meisje uit een van de ondervragingen geeft haar antwoord helder en klaar: ‘Waarom ben je hiernaar toegekomen?”Omdat ik ergens wilde aankomen.’ Kinderen vluchten niet alleen, ze ontvluchten vaker. Ieder kind dat een rozig thuis heeft met bloemige vrede en een liefdevolle bedding kent die reden niet en zal zich ook niet zomaar in het ongewisse storten.

Miguel Hernández schreef het gedicht: Elegia

‘Het gras bij de buurman is altijd groener’, zei men vroeger. Vanuit hun situatie, blijkt uit het essay, komen ze in een situatie terecht die zo mogelijk nog ernstiger is, waar de beruchte bendes hun lange tentakels hebben uitgestrekt, het leven nog niet leefbaar blijkt te zijn omdat angst en geweld nog steeds op de loer liggen. De nachtmerrie, vleesgeworden tijdens hun angstige tocht op het Beest, de goederentreinen, waarmee ze de grens proberen te bereiken, stopt niet bij de grens, verkilt niet in de ICE (Immigration and Customs Enforcement), het centrum waar kinderen dagen in quarantaine moeten, verstilt niet na het invullen van de vragenlijsten van de rechtbank, maar gaat onverdroten door.

Hun zwaard van Damocles is vernietigend met zijn verkrachtingen, gedwongen inlijvingen, executies. Het moet wel godsonmogelijk zijn geweest om een leefbaar bestaan op te bouwen en helemaal om kind te mogen zijn. Vertel me het einde is met iedere persoonlijke noot, een schreeuw om Leven.

 

 

Uncategorized

Een uitzonderlijke ervaring!

Gisteren bewonderde ik de tentoonstelling Uit de Mode in het Centraal Museum te Utrecht. Niet zozeer om wat er was tentoongesteld, maar vooral om hoe al dat moois was vormgegeven. Wat een prachtige omgeving hadden de tentoonstellingsvormgevers van het bureau Maison The Faux voor de bijzondere eigen modecollectie van het museum gemaakt. Als middelen had men gebruik gemaakt van  bruine kartonnen dozen en in een zaal de wandlange doorzichtige rozerode plastic banen en kroonluchters. Een van de zalen werd omgetoverd tot een rococo balzaal bij uitstek. Indrukwekkend vond ik het en wat een creatieve geesten, die daarmee aan het stoeien waren geweest.

094

De helft van de collectie had ik al eens gezien dus ik was er sneller doorheen dan gedacht en wilde nog even naar boven naar de zaal waar Isaac Israëls met twee doeken tentoongesteld was en die tot de vaste collectie behoorde. Daarbij stuitte ik per ongeluk op de tentoonstelling van de plastic beelden van Matthieu Klomp. Trekplastic en een föhn was alles wat hij nodig had. Het dubbele gevoel dat over me heen spoelde bij het zien van de verstilde beelden maakte veel los.

119

De ene helft is uitdagend zwart, met hun lange puntige hoofddeksels waarmee de punten zijn verbonden tot een stroom plastic uit het luik in het plafond, alsof ze daaruit voortgevloeid waren. Hun trage blikken, alleen opgewekt door indrukken en houdingen en de uitgestrekte handen met wijzende lange vingers zouden prachtige karakters zijn in een nieuw te schrijven fantasy-verhaal of een meeslepend modern sprookje.  Dolende en dwalende zombies uit de spelonken van een vergane glorie paste ook als een handschoen.

121.JPG

Het bittere contrast werd gevormd door een beeldengroep verstilde menselijke figuren gevangen en versmolten in plastic. Hun serene gelaat, de handpalmen geopend, de terneergeslagen ogen vormden de breekbare overeenkomst met hun dooraderde huid en hun aandoenlijke naaktheid.

Ik was er alleen en liep tussen de beelden door, kon studies maken van elke beweging, elke detail nestelde zich scherp op het netvlies en eerbied en bewondering omkleedde hen door de intense verstilling die ze opriepen. De eerste oogopslag was al voldoende voor een diep gewortelde ervaring. Er zijn van die beelden die zonder ophef en zonder er woorden aan vuil te maken onmiddellijk vertrekken naar het diepste van de ziel. Deze groep kwam binnen in vol ornaat en in volle heftigheid.

129

Was het de kwetsbaarheid of de onschuldig ogende handpalmen versus de zwartgeblakerde uitgestrekte wijzende vingers van de oppositie. De tegenstelling was enorm. Was het de intense aanwezigheid van bijna huid op huid. Ik liep daar als enige als Alice in Wonderland te midden van de beeldengroep en maakte er deel vanuit. Ik was de beeldengroep samen met deze zwijgende meerderheid.

Met moeite rukte ik me los en kwam in de kamer met de krijger en de woeste hond, die me bijna aanvloog, de lippen opgetrokken en de tanden bloot sprong het in de richting van de anderen, bleef verstild maar niet statisch in deze poze in de lucht hangen. Was ik andersom gegaan dan hadden het me de bewakers van de kwetsbare wereld van de anderen geleken. Nu had het me niet kunnen behoeden voor het toeven in de nabije ruimte van de kwetsbaren, een soort mosterd na de maaltijd. Maar ook een razend knap beeld op zich.

153

Diep geraakt ging ik naar beneden en om mijn gedachten te stroomlijnen bestelde ik een heerlijke koude Sauvignon met wat olijven. In de stille ommuurde museumtuin, met elk half uur het lieflijke getingel van het kleine carillon, de witte berk met haar tere groene waterval en de beelden op mijn netvlies viel alles samen. De uitzonderlijke ervaring en de inbedding ervan. Daarna wandelde ik met een grote glimlach weer naar de auto, iets buiten de singels en toen een van de sjofele mannen op een bank op het Ledig Erf opmerkte:’Kijk, die dame heeft plezier’, kon ik dat alleen maar ten volle beamen. Om de rijkdom, die me zojuist ten deel gevallen was.

Uncategorized

Plezier!

Ik had twitter aangeklikt en het eerste wat binnenschoof, zoals de eerste zonnestraal die door het nachtelijke wolkendek piept, was een zin van Guus Kuijer. ‘Leven zonder plezier is geen doen. Ik ga het dus doen.’ Het zijn van die kleinoden die vanzelf aanzetten tot gemijmer. ‘Leven zonder plezier is geen doen.’ Hij heeft een groot punt. Er is niets aan als de vreugde mist. Natuurlijk er zijn ernstige zaken, waarbij het lastig is om het plezier te onderkennen, maar als je goed om je heen kijkt zijn er altijd kleine aanwijsbare oprispingen van plezier. Zelfs daar waar verdriet de overhand neemt.

Vanmorgen hoorde ik een voorbeeld daarvan bij het verhaal van mijn oude vriend, die naar een luisterrijke crematie was geweest van onze gemeenschappelijke vriendin, de wijze oude vrouw. Het was gegoten in een traditioneel Surinaams ritueel, compleet met brassband en feest na alle gewenste speeches van bekende intimi.

IMG_9386

Voor de Calvinistische belijder is luisterrijk een contradictio in terminis als het een begrafenis of crematie betreft. Crematies zijn lange zwarte stoeten met treurige gezichten, geschuifel, gemompel, geweeklaag en geween. Gelach of vreugde hoort daar niet bij of wordt direct onderdrukt door de verwijtende blikken die erop zullen volgen. In de katholieke kringen van vroeger werd er minder benepen over gedaan en tegenwoordig staat alles wat met begrafenis of crematie te maken heeft op losse schroeven, letterlijk en figuurlijk. De kist of het doek of de mand mag worden opgesierd met persoonlijke memorabilia en beeltenissen, foto’s, films met de verscheiden persoon worden groot en levendig neergezet. Een leven voltrekt zich daar met een dood, die er klinkend op volgt.

Gerelateerde afbeelding

In Suriname beleefde men het altijd al anders. Dood is droefenis, maar het afscheid mag met feest, toeters en bellen. Letterlijk, want een brassband neemt dat gedeelte voor zijn rekening. Zelfs de dragers van de baar dansen met baar en al in het rond en ik weet zeker dat vriendin heeft liggen schuddebollen in haar mandje. Dat dus. Dood hoort bij het leven zoals humor en vreugde hand in hand kunnen wandelen met verdriet.

‘Over de doden niets dan goeds’ werd ons vertelt, als sommige zalvende woorden wel ver bezijden de waarheid werden ervaren. Dat was in onze onschuldige kinderogen niet altijd goed. Als je tante Pietje nou echt niet leuk vond, dan hoefde je bij haar stijve lijf toch niet te doen alsof. Dat het iets dragelijker kon maken was pas van later orde. Dat hypocrisie iets was waar je voorzichtig mee om moest gaan in het uur van de dood, dat tevens het uur van de waarheid mocht zijn, ging nog aan ons voorbij. Nog steeds vind ik het lastig als ik denk dat er gehuild wordt, om iemand die bij leven niet gezien of gehoord werd of op z’n minst niet begrepen.

Daar zijn staaltjes van te vinden in de tijd dat ik in de wijk het huiselijke sterfproces mee mocht maken. Zo dichtbij, zo intiem maakt dat je als vreemde eend in de bijt, de verzorger, die de meest intieme verhalen met de overledene heeft gedeeld en daarbij soms de keerzijde van een medaille had vernomen en diep weggestopt, dat relevante gedeelte met de vlag der liefde bedekte. Het is de kunst om gevoel en gemis een plek te geven die het verdient, ook al voelt het anders.

003Olieverf op doek. Plezier.

Leven is leuk, leren is leuk, delen is leuk, van elkaar houden is leuk, alleen zijn is leuk, genieten is leuk, als je er tenminste plezier in hebt. Daar heeft Guus absoluut een punt. Ik ga met hem mee. Bij alles wat ik aan stappen onderneem, of dat nou over afscheid gaat of over een nieuw begin, laat ik in het vervolg vooral het plezier toe in mijn handelen. Dat maakt dat de beleving voor de volle honderd procent aanwezig kan zijn, in welke emotie dan ook. Hoe mooi is die gedachte. Daar alleen al kan ik plezier om hebben!

Uncategorized

Bevrijdende gedachten!

Ik was gisteren op het Wolvenplein, de voormalige gevangenis van Utrecht. Een groot beeld van een geblinddoekte witte wolf die zich uitstrekt op het voorterrein, imponeert dominant de omgeving. Dat enorme gebouw, dat nog binnen de vesting van het oude Utrecht ligt, wordt al sinds jaar en dag uitgedaagd door de grote hashboot, the culture boat, zoals ze officieel heette, aan de overkant. Nananananana, bolwerk van  ongehoorzaamheid in de ogen van de argeloze brave burgers die elke dag er langs reden per fiets of per auto. ‘Na ons de zondvloed’, moeten de cipiers van het Wolvenplein gedacht hebben en konden niet anders dan wegkijken van de plek van stilzwijgend gedogen, waar zij recht beleden. Gevangenissen.

De lik en de nor hadden vroeger een beladen betekenis en het wolvenplein was niet de enige. De tweede gevangenis lag buiten de singels in Utrecht. Ze is gevestigd aan de Gansstraat en kreeg in de volksmond de toepasselijke titel “Het luie end” met als toevoeging: “Aan de ene kant legge (liggen) ze, aan de andere kant zitten ze!“. Tegenover de gevangenis zwijgen de Utrechtse inwoners onder hun grafzerken op de begraafplaats Soestbergen.

Destijds zaten er geen kruimeldieven, maar de zware jongens waar de maatschappij ernstig mee te dealen had gehad. Daar viel geen goed garen mee te spinnen, als je de verjaardagsverhalen diende te geloven. Er was altijd wel ergens een bekende van die en die neef en daar weer een oom van, die zijn tijd aan het verzuchten was tijdens het turven van zijn dagen op de oude stenen muur. Geruchten en aangedikte verhalen, smeuïg opgediend, gaven kleur aan de normale beslommeringen. Later, toen het een penitentiaire inrichting werd, zaten er vooral veelplegers en verslaafden.

Diezelfde tijd heeft de gram ingehaald en er een bloeiende uitbaterij van tijdelijke werkplekken, tentoonstellingen en zelfs een restaurant met verhuur voor trouwpartijen en andere grote feesten van gemaakt, tot er een blijvende bestemming voor het gebouw gevonden is en dat allemaal onder de enige vlag die de lading dekt, namelijk: De vrije wolf.  Eindelijk werd het mysterie en de angst, die de vesting omkleedde, opgeheven, ook al was je er nooit binnen geweest.

Het gebouw zelf is van een industriële schoonheid, de ruimtes die in gebruik zijn genomen, zijn wit geschilderd en van kunst voorzien en verdoezelen de geschiedenis die rondwaart in het doolhof. Als je door de lange gangen gluurt, zie je ergens in het midden een tafereel, die nog het meest doet denken aan het gevangenissysteem zoals vroeger in Amerikaanse films te zien was. Waarschijnlijk is het ook met regelmaat voor een Nederlandse film gebruikt. Ik herkende onmiddellijk de cellenblokken en de trappen met hekken in het midden.

De wolf die op het plein groot en gestrekt geblinddoekt ligt, blijkt ‘De wolvin met de eik’ te zijn en is van de hand van Suzanne Willems. De wolvin is wit, de kleur van de onschuld en haar felrode blinddoek verwijst naar vrouwe Justitia. Het figuratieve beeld is opgetrokken uit keramiek en toont imposant en tegelijkertijd kwetsbaar. Onder de eik werd in de middeleeuwen recht gesproken. Drie componenten van een levende geschiedenis. Voor mij vertegenwoordigt deze wolvin een symboliek van het onneembare bolwerk van de stedelijke verdediging met haar wolventoren en vossentoren en de kwetsbaarheid van de mens zelf, haar gevoeligheid voor verleidingen en daarmee het ongerede bestaan.

027

Ik was er om uitleg te krijgen over e-learning en blended learning.  Vooral blended learning houdt de geest scherp en zorgt ervoor dat niet alleen de theoriemakers in een creatief denkproces verblijven, maar ook hun ontvangers veel interactiever betrokken zijn tot de leerstof. Een vernieuwingsproces, die vooruitgang in zich draagt, net als het oude Wolvenplein dat haar deuren opent voor de creatieve geesten. Laten we hopen dat vernieuwende en daarmee bevrijdende gedachten de overhand zullen hebben, zoals die historische plek, die boven zichzelf uitgestegen is.

Uncategorized

Wat / als?

Vannacht kon ik niet goed in slaap komen. Ik zat gevangen in het net van wat / als. Dat onbehouwen fuik, waartoe je je zelf dirigeert als iets je boven het hoofd stijgt en er demonen rond komen waren, die er eigenlijk niet zijn. ‘Expecto Patronem’ riep ik met bijeengeraapte moed in mijn stem, daarbij de toverstaf verheffend tot de vermeende duivelse onrustzaaiers, maar de spreuk bleef mismoedig hangen in de duisternis.

074Denken in mogelijkheden:’De phoenix”.

Wat / als is een van de meest sterke aanzetters tot het piekergeweld. ‘As is verbrande turf’, siste oma gedecideerd, als we weer eens een veronderstelling opperden. Mijn moeder vulde aan: ‘Geen zorgen voor de dag vanmorgen’. Ik hoor het mezelf herhalen tegen mijn kinderen en hun liefdes. ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt’ is er ook een uit die koker. Inderdaad. Mindfulness, toen het nog niet in de mode was. Pas op de plaats, gewoon van de koude grond. Leef maar in het heden, de dingen die komen gaan, zullen uitwijzen welke mogelijkheden er zijn. Het heeft geen zin om daar nu al bij stil te staan.

Ergo: Ik ben twee nachten en een dag te vroeg. Pas vrijdag heb ik uitsluitsel. Hoe meer ik het issue probeer weg te dringen, hoe helderder het op het netvlies verschijnt. Voor vandaag geldt dus, afleiding zoeken in de hoogste graad. Wat er (nog) niet is, deert niet.

The Making of Harry Potter 29-05-2012 (7528107930).jpg

Natuurlijk heb ik vaker met dit bijltje gehakt. Het zijn de twijfels die toeslaan als je zwanger bent en het bijna zover is, met baby’s op je netvlies die ver buiten het doorsnee circuit vallen en waar paal en perk mee te stellen valt. Het zijn de sollicitaties, waarbij je je zelf al in het honderd ziet lopen, omdat je verstrikt raakt in de vraagstelling en hakkelend en brabbelend het maximale tracht te bereiken in het verdedigen van je eigen persoonlijkheid, maar het tegenovergestelde te weeg brengt. Het zijn de misstappen tijdens het werk, waarbij je weet dat je de fout ben  in gegaan en het niet durft toe te geven. Het zijn de beren op je weg.

Wat / als is voor iedereen bekend. Net als de Dementors van Harry kan je er op wachten. Je weet dat het gaat gebeuren en je weet dat het vermomde beren zijn en toch…. Dat menselijk brein is kwetsbaar in die zin. Over twee dagen haal ik waarschijnlijk weer gewoon opgelucht adem en in het ergste geval kan ik mijn recht halen. Een vriend stuurde gisteren een WhatsApp over het verloop van zijn ernstige aandoening. Het hele doemscenario van vooronderzoek, donor, cellen die al dan niet aan slaan, kwam voorbij. Dat zijn de echte beren, daarbij hangt het leven af van zoveel toevalsfactoren dat je alleen maar duimen kan, of zoals je wilt, bidden misschien.

Mijn Dementor minimaliseert tot een trolletje van pinkformaat bij dergelijke serieuze problemen, waar nauwelijks mee te dealen valt. Overgeleverd aan de heidenen moet je er het beste van hopen. Zelfs voor dierbaren om je heen valt er weinig aan troost te schenken. Het zijn naakte feiten en hoe het vege lijf daarop reageert gaat de geest te boven. Het is goed om bij dergelijke dilemma’s stil te blijven staan. Ze bagatelliseren dat wakker liggen, want dan is dat probleem niet langer halszaak omdat er altijd nog een mouw aan te passen valt. Voor de vriend is het een hellevaart zonder ontsnappingsclausules.

048

De mens wikt, God beschikt, maar de medische wetenschap zal er alles aan doen om zijn Dementors te verEngelen. Ik berg mijn ieniemienievraag voor dit moment maar even op onder de rubriek: ‘Onbelangrijke zaken’ en later, als ik weer eens wakker lig van futiliteiten in het leven, zal ik beschaamd terugdenken in mogelijkheden, in plaats van het wat / als scenario.