Uncategorized

Een bezoek waard.

De zondagmorgenrust strekt zich uit over de stad. Een aangenaam zonnetje, de auto iets buiten de singels gezet. Het is elf uur. Ik wandel op mijn dooie akkertje langs de begraafplaats Soestbergen naar het Ledig Erf. Die ochtend staat mijn besluit vast. Ik ga naar Louise en Hiver. Een film van regisseur Jean-François Laguionie over een oude vrouw in de nadagen van haar leven.

foto van Berna van der Linden.

Deze verstilde ochtend is een perfecte omlijsting van het idee en het is in die ochtendrust dat ik besef hoezeer ik in die oude Utrechtse binnenstad thuishoor. Ik wil zwerven langs de grachten als de klokken hun getijdenlied beieren en carillons de betoverde bosnimfen in de eeuwenoude bomen aan de singel los weken. Mijn stappen horen naadloos in die van vele te vallen en met hen Utrecht gestalte te geven, die prachtige oude waardige stad met haar historie en haar bescheidenheid, die zich openbaart aan ieder die iets verder van het winkelgebied wegglijdt en het verleden toestaat het hart te veroveren, de peilers gericht op de eeuwenoude gevels en haar stut in de branding der roerige tijden, de Dom, kaarsrecht hoog boven haar gevels uit torenend als een kloek die over haar kuikens waakt.

Zo’n zondag wordt bijzonder als er een cadeautje uit voort komt. In dit geval een presentje voor mezelf. De animatiefilm over de oude Louise. Prachtig weergegeven in tere aquatinten en onmiskenbaar duidelijk viel een van de kinderen van school met het oude grijzende koppie samen. In alles zag ik dat kleine ernstige peinzende en filosofische meisje, dat mijn hart op alle fronten veroverd had. Diezelfde ernst, de overtuiging ontwaarde ik in Louise, haar verlies van grip op de bestaande situatie en de overwinning die ze er op behaalt, verpakt in die prachtige tekeningen, houden de aandacht ademloos vast.

Haar dromen en herinneringen, haar ongebreidelde fantasie nemen vastere vormen aan waar de realiteit haar de eenzaamheid voorschotelt. Het is de weemoed van het Franse Chanson, de Solitude van George Moustaki.  Met open armen verwelkomt ze haar mijmeringen en langzaam maar zeker glijdt ze in de vergetelheid van het bestaan. Haar trouwe aangelopen viervoeter, Pépère, komt haar helpen om in haar dromen een houvast te vinden in de weg die ze bewandelt. Hij koestert haar, maar bijna achteloos, is er op de juiste momenten en zelfs dat niet altijd.

We zitten in het kleinste zaaltje van het Louis Hartlooper. Met mij zijn er nog acht mensen die de film willen zien op het, voor de doorsnee medemens, onzalige tijdstip.  De zaal beschikt over welgeteld drie rijen stoelen en ik zit in rij drie op stoel drie. Een perfecte afstand voor het doek bij zoveel schoonheid, na het schreeuwerige lawaai van de vooraankondigingen. De kleine kink in de kabel van perfectie.

005.JPG

We drinken de beelden, leunen tegen het doek, vallen stil bij de aftiteling en wachten tot het laatste woord geschreven is. De muziek ebt weg, zoals het leven wegebt. Ik wandel naar de Koningsweg, kom weer langs Soestbergen en moet…om de sfeer, het gefilterde zonlicht, de oude boomreuzen met hun gerimpelde stammen, de verweesde en verwaarloosde grafzerken, mijn vreedzame stemming…er doorheen wandelen, stil blijven staan bij een zerk die verschoven is en kiert, een zwijgend protest, langs de mausoleums, de zwijgende meerderheid. Een mevrouw schiet me aan. Weet ik toevallig waar mijnheer die en die ligt. Ik moet helaas ontkennend antwoorden. Het zijn naamlozen die ik daarnet geëerd heb, mensen die allen figurant hadden kunnen zijn in dat prachtige kleinood ‘Louise en Hiver’ en alleen daarom al een bezoek waard!

Uncategorized

Schreeuw om leven.

Er is een boek dat iedereen zou moeten lezen. Het heet:’Vertel me het einde’ en is geschreven door Valeria Luiselli. Het is geen dikke boekenpil, geen onneembare vesting van gezwollen taal. Het bezit geen ingewikkelde complottheorieën of verwarrende verhaallijnen. Het is om precies te zijn 132 bladzijden dun en na het lezen ervan is je wereldbeeld voorgoed veranderd, staan je verworven inzichten op de grondvesten te schudden en blijken denkbeelden voorgoed weggevaagd te zijn of…het beaamt datgene wat je altijd al verwacht had. Het besef dat je al jaren hebt, schrijnt en schuurt tegen je gemoed, omdat je handen leeg zijn en je deze nood niet hebt kunnen ledigen omdat je koos voor niet anders dan alleen je mening en het woord.

021

Er staan zinnen en begrippen in die me onderuit halen zoals: Vaak jagen ze niet eens de Amerikaanse Droom na, maar hopen ze simpelweg te ontwaken uit de nachtmerrie waarin ze geboren zijn’. Die ze zijn de minderjarige immigranten die zonder begeleiding van een volwassene asiel aanvragen in de Verenigde Staten. Het hadden even zo vrolijk de vluchtelingenkinderen kunnen zijn die zo massaal binnenstromen in Europa. Aan de hand van het tolken loopt Valeria Luisella met ons de vragen door, waarmee kinderen belast worden. Achter iedere vraag schuilt een antwoord dat heftig en pijnlijker is dan het gestamel of de onsamenhangende antwoorden van de kinderen zelf op het moment suprême.

Wie inzichtelijker kan kijken, ziet het leed, dat beschamend wegduikt in de verste uithoeken, dat een murw geslagen gelaat opzet, een krachteloos wuivende hand om niet te hoeven benoemen wat er werkelijk achter steekt. Wij praten hier over het recht hebben op euthanasie, waar deze immigranten-en vluchtelingenkinderen eerst nog moeten bedelen op het recht van leven. Ieder kind dat geboren wordt, heeft recht op dat recht.

Met stijgende verbazing las ik het verhaal, met ontzetting nam ik waar, wat al die tijd besloten heeft gelegen achter de zorgvuldig neergelaten gordijnen van de zogenaamde beschaving. Dit zijn de verhalen die onderwezen zouden moeten worden. Onrecht, leed, miskende toe-eigening van handelingen, die het daglicht niet kunnen maar wel zouden moeten verdragen. Kinderen zijn te allen tijde kind van de rekening, altijd onschuldig omdat de eerste kiem, de eerste aanzet door ons, volwassenen, is gelegd.

Het kleine meisje uit een van de ondervragingen geeft haar antwoord helder en klaar: ‘Waarom ben je hiernaar toegekomen?”Omdat ik ergens wilde aankomen.’ Kinderen vluchten niet alleen, ze ontvluchten vaker. Ieder kind dat een rozig thuis heeft met bloemige vrede en een liefdevolle bedding kent die reden niet en zal zich ook niet zomaar in het ongewisse storten.

Miguel Hernández schreef het gedicht: Elegia

‘Het gras bij de buurman is altijd groener’, zei men vroeger. Vanuit hun situatie, blijkt uit het essay, komen ze in een situatie terecht die zo mogelijk nog ernstiger is, waar de beruchte bendes hun lange tentakels hebben uitgestrekt, het leven nog niet leefbaar blijkt te zijn omdat angst en geweld nog steeds op de loer liggen. De nachtmerrie, vleesgeworden tijdens hun angstige tocht op het Beest, de goederentreinen, waarmee ze de grens proberen te bereiken, stopt niet bij de grens, verkilt niet in de ICE (Immigration and Customs Enforcement), het centrum waar kinderen dagen in quarantaine moeten, verstilt niet na het invullen van de vragenlijsten van de rechtbank, maar gaat onverdroten door.

Hun zwaard van Damocles is vernietigend met zijn verkrachtingen, gedwongen inlijvingen, executies. Het moet wel godsonmogelijk zijn geweest om een leefbaar bestaan op te bouwen en helemaal om kind te mogen zijn. Vertel me het einde is met iedere persoonlijke noot, een schreeuw om Leven.

 

 

Uncategorized

Een uitzonderlijke ervaring!

Gisteren bewonderde ik de tentoonstelling Uit de Mode in het Centraal Museum te Utrecht. Niet zozeer om wat er was tentoongesteld, maar vooral om hoe al dat moois was vormgegeven. Wat een prachtige omgeving hadden de tentoonstellingsvormgevers van het bureau Maison The Faux voor de bijzondere eigen modecollectie van het museum gemaakt. Als middelen had men gebruik gemaakt van  bruine kartonnen dozen en in een zaal de wandlange doorzichtige rozerode plastic banen en kroonluchters. Een van de zalen werd omgetoverd tot een rococo balzaal bij uitstek. Indrukwekkend vond ik het en wat een creatieve geesten, die daarmee aan het stoeien waren geweest.

094

De helft van de collectie had ik al eens gezien dus ik was er sneller doorheen dan gedacht en wilde nog even naar boven naar de zaal waar Isaac Israëls met twee doeken tentoongesteld was en die tot de vaste collectie behoorde. Daarbij stuitte ik per ongeluk op de tentoonstelling van de plastic beelden van Matthieu Klomp. Trekplastic en een föhn was alles wat hij nodig had. Het dubbele gevoel dat over me heen spoelde bij het zien van de verstilde beelden maakte veel los.

119

De ene helft is uitdagend zwart, met hun lange puntige hoofddeksels waarmee de punten zijn verbonden tot een stroom plastic uit het luik in het plafond, alsof ze daaruit voortgevloeid waren. Hun trage blikken, alleen opgewekt door indrukken en houdingen en de uitgestrekte handen met wijzende lange vingers zouden prachtige karakters zijn in een nieuw te schrijven fantasy-verhaal of een meeslepend modern sprookje.  Dolende en dwalende zombies uit de spelonken van een vergane glorie paste ook als een handschoen.

121.JPG

Het bittere contrast werd gevormd door een beeldengroep verstilde menselijke figuren gevangen en versmolten in plastic. Hun serene gelaat, de handpalmen geopend, de terneergeslagen ogen vormden de breekbare overeenkomst met hun dooraderde huid en hun aandoenlijke naaktheid.

Ik was er alleen en liep tussen de beelden door, kon studies maken van elke beweging, elke detail nestelde zich scherp op het netvlies en eerbied en bewondering omkleedde hen door de intense verstilling die ze opriepen. De eerste oogopslag was al voldoende voor een diep gewortelde ervaring. Er zijn van die beelden die zonder ophef en zonder er woorden aan vuil te maken onmiddellijk vertrekken naar het diepste van de ziel. Deze groep kwam binnen in vol ornaat en in volle heftigheid.

129

Was het de kwetsbaarheid of de onschuldig ogende handpalmen versus de zwartgeblakerde uitgestrekte wijzende vingers van de oppositie. De tegenstelling was enorm. Was het de intense aanwezigheid van bijna huid op huid. Ik liep daar als enige als Alice in Wonderland te midden van de beeldengroep en maakte er deel vanuit. Ik was de beeldengroep samen met deze zwijgende meerderheid.

Met moeite rukte ik me los en kwam in de kamer met de krijger en de woeste hond, die me bijna aanvloog, de lippen opgetrokken en de tanden bloot sprong het in de richting van de anderen, bleef verstild maar niet statisch in deze poze in de lucht hangen. Was ik andersom gegaan dan hadden het me de bewakers van de kwetsbare wereld van de anderen geleken. Nu had het me niet kunnen behoeden voor het toeven in de nabije ruimte van de kwetsbaren, een soort mosterd na de maaltijd. Maar ook een razend knap beeld op zich.

153

Diep geraakt ging ik naar beneden en om mijn gedachten te stroomlijnen bestelde ik een heerlijke koude Sauvignon met wat olijven. In de stille ommuurde museumtuin, met elk half uur het lieflijke getingel van het kleine carillon, de witte berk met haar tere groene waterval en de beelden op mijn netvlies viel alles samen. De uitzonderlijke ervaring en de inbedding ervan. Daarna wandelde ik met een grote glimlach weer naar de auto, iets buiten de singels en toen een van de sjofele mannen op een bank op het Ledig Erf opmerkte:’Kijk, die dame heeft plezier’, kon ik dat alleen maar ten volle beamen. Om de rijkdom, die me zojuist ten deel gevallen was.

Uncategorized

Plezier!

Ik had twitter aangeklikt en het eerste wat binnenschoof, zoals de eerste zonnestraal die door het nachtelijke wolkendek piept, was een zin van Guus Kuijer. ‘Leven zonder plezier is geen doen. Ik ga het dus doen.’ Het zijn van die kleinoden die vanzelf aanzetten tot gemijmer. ‘Leven zonder plezier is geen doen.’ Hij heeft een groot punt. Er is niets aan als de vreugde mist. Natuurlijk er zijn ernstige zaken, waarbij het lastig is om het plezier te onderkennen, maar als je goed om je heen kijkt zijn er altijd kleine aanwijsbare oprispingen van plezier. Zelfs daar waar verdriet de overhand neemt.

Vanmorgen hoorde ik een voorbeeld daarvan bij het verhaal van mijn oude vriend, die naar een luisterrijke crematie was geweest van onze gemeenschappelijke vriendin, de wijze oude vrouw. Het was gegoten in een traditioneel Surinaams ritueel, compleet met brassband en feest na alle gewenste speeches van bekende intimi.

IMG_9386

Voor de Calvinistische belijder is luisterrijk een contradictio in terminis als het een begrafenis of crematie betreft. Crematies zijn lange zwarte stoeten met treurige gezichten, geschuifel, gemompel, geweeklaag en geween. Gelach of vreugde hoort daar niet bij of wordt direct onderdrukt door de verwijtende blikken die erop zullen volgen. In de katholieke kringen van vroeger werd er minder benepen over gedaan en tegenwoordig staat alles wat met begrafenis of crematie te maken heeft op losse schroeven, letterlijk en figuurlijk. De kist of het doek of de mand mag worden opgesierd met persoonlijke memorabilia en beeltenissen, foto’s, films met de verscheiden persoon worden groot en levendig neergezet. Een leven voltrekt zich daar met een dood, die er klinkend op volgt.

Gerelateerde afbeelding

In Suriname beleefde men het altijd al anders. Dood is droefenis, maar het afscheid mag met feest, toeters en bellen. Letterlijk, want een brassband neemt dat gedeelte voor zijn rekening. Zelfs de dragers van de baar dansen met baar en al in het rond en ik weet zeker dat vriendin heeft liggen schuddebollen in haar mandje. Dat dus. Dood hoort bij het leven zoals humor en vreugde hand in hand kunnen wandelen met verdriet.

‘Over de doden niets dan goeds’ werd ons vertelt, als sommige zalvende woorden wel ver bezijden de waarheid werden ervaren. Dat was in onze onschuldige kinderogen niet altijd goed. Als je tante Pietje nou echt niet leuk vond, dan hoefde je bij haar stijve lijf toch niet te doen alsof. Dat het iets dragelijker kon maken was pas van later orde. Dat hypocrisie iets was waar je voorzichtig mee om moest gaan in het uur van de dood, dat tevens het uur van de waarheid mocht zijn, ging nog aan ons voorbij. Nog steeds vind ik het lastig als ik denk dat er gehuild wordt, om iemand die bij leven niet gezien of gehoord werd of op z’n minst niet begrepen.

Daar zijn staaltjes van te vinden in de tijd dat ik in de wijk het huiselijke sterfproces mee mocht maken. Zo dichtbij, zo intiem maakt dat je als vreemde eend in de bijt, de verzorger, die de meest intieme verhalen met de overledene heeft gedeeld en daarbij soms de keerzijde van een medaille had vernomen en diep weggestopt, dat relevante gedeelte met de vlag der liefde bedekte. Het is de kunst om gevoel en gemis een plek te geven die het verdient, ook al voelt het anders.

003Olieverf op doek. Plezier.

Leven is leuk, leren is leuk, delen is leuk, van elkaar houden is leuk, alleen zijn is leuk, genieten is leuk, als je er tenminste plezier in hebt. Daar heeft Guus absoluut een punt. Ik ga met hem mee. Bij alles wat ik aan stappen onderneem, of dat nou over afscheid gaat of over een nieuw begin, laat ik in het vervolg vooral het plezier toe in mijn handelen. Dat maakt dat de beleving voor de volle honderd procent aanwezig kan zijn, in welke emotie dan ook. Hoe mooi is die gedachte. Daar alleen al kan ik plezier om hebben!

Uncategorized

Bevrijdende gedachten!

Ik was gisteren op het Wolvenplein, de voormalige gevangenis van Utrecht. Een groot beeld van een geblinddoekte witte wolf die zich uitstrekt op het voorterrein, imponeert dominant de omgeving. Dat enorme gebouw, dat nog binnen de vesting van het oude Utrecht ligt, wordt al sinds jaar en dag uitgedaagd door de grote hashboot, the culture boat, zoals ze officieel heette, aan de overkant. Nananananana, bolwerk van  ongehoorzaamheid in de ogen van de argeloze brave burgers die elke dag er langs reden per fiets of per auto. ‘Na ons de zondvloed’, moeten de cipiers van het Wolvenplein gedacht hebben en konden niet anders dan wegkijken van de plek van stilzwijgend gedogen, waar zij recht beleden. Gevangenissen.

De lik en de nor hadden vroeger een beladen betekenis en het wolvenplein was niet de enige. De tweede gevangenis lag buiten de singels in Utrecht. Ze is gevestigd aan de Gansstraat en kreeg in de volksmond de toepasselijke titel “Het luie end” met als toevoeging: “Aan de ene kant legge (liggen) ze, aan de andere kant zitten ze!“. Tegenover de gevangenis zwijgen de Utrechtse inwoners onder hun grafzerken op de begraafplaats Soestbergen.

Destijds zaten er geen kruimeldieven, maar de zware jongens waar de maatschappij ernstig mee te dealen had gehad. Daar viel geen goed garen mee te spinnen, als je de verjaardagsverhalen diende te geloven. Er was altijd wel ergens een bekende van die en die neef en daar weer een oom van, die zijn tijd aan het verzuchten was tijdens het turven van zijn dagen op de oude stenen muur. Geruchten en aangedikte verhalen, smeuïg opgediend, gaven kleur aan de normale beslommeringen. Later, toen het een penitentiaire inrichting werd, zaten er vooral veelplegers en verslaafden.

Diezelfde tijd heeft de gram ingehaald en er een bloeiende uitbaterij van tijdelijke werkplekken, tentoonstellingen en zelfs een restaurant met verhuur voor trouwpartijen en andere grote feesten van gemaakt, tot er een blijvende bestemming voor het gebouw gevonden is en dat allemaal onder de enige vlag die de lading dekt, namelijk: De vrije wolf.  Eindelijk werd het mysterie en de angst, die de vesting omkleedde, opgeheven, ook al was je er nooit binnen geweest.

Het gebouw zelf is van een industriële schoonheid, de ruimtes die in gebruik zijn genomen, zijn wit geschilderd en van kunst voorzien en verdoezelen de geschiedenis die rondwaart in het doolhof. Als je door de lange gangen gluurt, zie je ergens in het midden een tafereel, die nog het meest doet denken aan het gevangenissysteem zoals vroeger in Amerikaanse films te zien was. Waarschijnlijk is het ook met regelmaat voor een Nederlandse film gebruikt. Ik herkende onmiddellijk de cellenblokken en de trappen met hekken in het midden.

De wolf die op het plein groot en gestrekt geblinddoekt ligt, blijkt ‘De wolvin met de eik’ te zijn en is van de hand van Suzanne Willems. De wolvin is wit, de kleur van de onschuld en haar felrode blinddoek verwijst naar vrouwe Justitia. Het figuratieve beeld is opgetrokken uit keramiek en toont imposant en tegelijkertijd kwetsbaar. Onder de eik werd in de middeleeuwen recht gesproken. Drie componenten van een levende geschiedenis. Voor mij vertegenwoordigt deze wolvin een symboliek van het onneembare bolwerk van de stedelijke verdediging met haar wolventoren en vossentoren en de kwetsbaarheid van de mens zelf, haar gevoeligheid voor verleidingen en daarmee het ongerede bestaan.

027

Ik was er om uitleg te krijgen over e-learning en blended learning.  Vooral blended learning houdt de geest scherp en zorgt ervoor dat niet alleen de theoriemakers in een creatief denkproces verblijven, maar ook hun ontvangers veel interactiever betrokken zijn tot de leerstof. Een vernieuwingsproces, die vooruitgang in zich draagt, net als het oude Wolvenplein dat haar deuren opent voor de creatieve geesten. Laten we hopen dat vernieuwende en daarmee bevrijdende gedachten de overhand zullen hebben, zoals die historische plek, die boven zichzelf uitgestegen is.

Uncategorized

Wat / als?

Vannacht kon ik niet goed in slaap komen. Ik zat gevangen in het net van wat / als. Dat onbehouwen fuik, waartoe je je zelf dirigeert als iets je boven het hoofd stijgt en er demonen rond komen waren, die er eigenlijk niet zijn. ‘Expecto Patronem’ riep ik met bijeengeraapte moed in mijn stem, daarbij de toverstaf verheffend tot de vermeende duivelse onrustzaaiers, maar de spreuk bleef mismoedig hangen in de duisternis.

074Denken in mogelijkheden:’De phoenix”.

Wat / als is een van de meest sterke aanzetters tot het piekergeweld. ‘As is verbrande turf’, siste oma gedecideerd, als we weer eens een veronderstelling opperden. Mijn moeder vulde aan: ‘Geen zorgen voor de dag vanmorgen’. Ik hoor het mezelf herhalen tegen mijn kinderen en hun liefdes. ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt’ is er ook een uit die koker. Inderdaad. Mindfulness, toen het nog niet in de mode was. Pas op de plaats, gewoon van de koude grond. Leef maar in het heden, de dingen die komen gaan, zullen uitwijzen welke mogelijkheden er zijn. Het heeft geen zin om daar nu al bij stil te staan.

Ergo: Ik ben twee nachten en een dag te vroeg. Pas vrijdag heb ik uitsluitsel. Hoe meer ik het issue probeer weg te dringen, hoe helderder het op het netvlies verschijnt. Voor vandaag geldt dus, afleiding zoeken in de hoogste graad. Wat er (nog) niet is, deert niet.

The Making of Harry Potter 29-05-2012 (7528107930).jpg

Natuurlijk heb ik vaker met dit bijltje gehakt. Het zijn de twijfels die toeslaan als je zwanger bent en het bijna zover is, met baby’s op je netvlies die ver buiten het doorsnee circuit vallen en waar paal en perk mee te stellen valt. Het zijn de sollicitaties, waarbij je je zelf al in het honderd ziet lopen, omdat je verstrikt raakt in de vraagstelling en hakkelend en brabbelend het maximale tracht te bereiken in het verdedigen van je eigen persoonlijkheid, maar het tegenovergestelde te weeg brengt. Het zijn de misstappen tijdens het werk, waarbij je weet dat je de fout ben  in gegaan en het niet durft toe te geven. Het zijn de beren op je weg.

Wat / als is voor iedereen bekend. Net als de Dementors van Harry kan je er op wachten. Je weet dat het gaat gebeuren en je weet dat het vermomde beren zijn en toch…. Dat menselijk brein is kwetsbaar in die zin. Over twee dagen haal ik waarschijnlijk weer gewoon opgelucht adem en in het ergste geval kan ik mijn recht halen. Een vriend stuurde gisteren een WhatsApp over het verloop van zijn ernstige aandoening. Het hele doemscenario van vooronderzoek, donor, cellen die al dan niet aan slaan, kwam voorbij. Dat zijn de echte beren, daarbij hangt het leven af van zoveel toevalsfactoren dat je alleen maar duimen kan, of zoals je wilt, bidden misschien.

Mijn Dementor minimaliseert tot een trolletje van pinkformaat bij dergelijke serieuze problemen, waar nauwelijks mee te dealen valt. Overgeleverd aan de heidenen moet je er het beste van hopen. Zelfs voor dierbaren om je heen valt er weinig aan troost te schenken. Het zijn naakte feiten en hoe het vege lijf daarop reageert gaat de geest te boven. Het is goed om bij dergelijke dilemma’s stil te blijven staan. Ze bagatelliseren dat wakker liggen, want dan is dat probleem niet langer halszaak omdat er altijd nog een mouw aan te passen valt. Voor de vriend is het een hellevaart zonder ontsnappingsclausules.

048

De mens wikt, God beschikt, maar de medische wetenschap zal er alles aan doen om zijn Dementors te verEngelen. Ik berg mijn ieniemienievraag voor dit moment maar even op onder de rubriek: ‘Onbelangrijke zaken’ en later, als ik weer eens wakker lig van futiliteiten in het leven, zal ik beschaamd terugdenken in mogelijkheden, in plaats van het wat / als scenario.

 

Uncategorized

Uitgerust en opgeladen!

Gisteren was het zover. Zuslief en ik zouden het Singermuseum gaan bezoeken. De vorige keer dat we er waren was het nog een sluip door, kruip door om de auto op het hobbelige grasveldje kwijt te kunnen raken, maar bij aankomst was er al onmiddellijk een gestroomlijnd parkeerterrein met vele vakken meer ruimte, afgesnoept van het braakliggende land erachter. Het kon het hebben en het was in beide gevallen een aanwinst.

014.JPGfiligrein van staal.

De ingang was verplaatst en onmiddellijk viel de grote filigrein olifant  op die statig met de opvliegende zwanen de bezoekers aanmoedigden zich toch vooral te laten verrassen met wat nog komen ging. Cuba Art Now was het thema. De Olifanten bevolkten Laren op de hoeken en pleinen van elke straat, want de grote Elephant Parade, die Bangkok, Londen en Amsterdam had aangedaan, was neergestreken in het ontvankelijke dorp. Alles wat kunst vermag en namen met zich meedroeg als Hilfiger, Hardwell en Perry, maar ook met nieuwe beelden van de hand van de Nederlandse illustratrice Gitte Spee, was van harte welkom. Het paste ook bij de vrolijke noot, die de Cuba-tentoonstelling bracht.

033.JPGCaballero

Ik vond een Caballero terug met prachtige schilderijen, die me sterk aan Michael Borremans deden denken, een landschap waarmee misschien wel het crackelee van Lita Cabellut verklaard kon worden, namelijk overspannen met folie en daar weer over heen geschilderd. Materiekunst met bakblikken of een uit elkaar gesloopte typemachine, bedrieglijk eenvoudige kindertekeningen opgeblazen tot indrukwekkend formaat en kleinoden als de stad der doden van Alejandro Campina.

042.JPGWillem Dooijewaard: Balinese weefster.

Als slotaccoord waren de werken van Dooijewaard uit het archief gehaald en in volle luister bijgezet. Vooral zijn Indische werken spreken me altijd weer aan en ontroeren ook, misschien omdat het voorgoed tempo doeloe is, misschien ook door de toewijding waarmee de plaatselijke bevolking in haar kwaliteit is neergezet, maar bovenal door zijn mooie losse toets.

074.JPG

De zon brandde en het was een van die uitzonderlijke zomerse dagen in een regenachtig bestaan. De nostalgie van de oude binnentuin van voorheen, grenzend aan het oude woonhuis, was nu strak en naadloos uitgevoerd bij het nieuwe gedeelte, maar het prieel en haar weelderige pergola deden dapper hun best om die oude sfeer vast te houden en slaagden daarin samen met de weelderige bomengroei in het achterste gedeelte. De olifanten stonden er koddig bij, vreemde eenden in de bijt. Een rolstoel werd handig omgebouwd tot rollator, toen de wielen met gewicht stokte in het zompige gras. De stemming was rozig.

148

Daarna trok de heide. Het eerste wat binnenviel, was het lied van de grote stille heide. ‘Op de grote stille heide, dwaalt een herder eenzaam rond, wijl zijn witgewolde kudde, trouw bewaakt wordt door zijn hond’. En juist daar vonden we de levende invulling terug te midden van de immense, bloeiende paarse vlakte. Het was de perfecte afsluiting van de dag. Hier en daar popten paddestoelen, zwammen en boleten uit de grond op om aan te kondigen, dat het niet zo lang meer zou duren eer de herfst haar intrede deed en ons erop te wijzen dat we mazzel hadden met zo’n uitbundige zomerse dag met al die juiste elementen om domweg gelukkig te kunnen zijn. Op die heide, met dezelfde witgewolde kudde van het begin van de twintigste eeuw.

174De Hilversumse hei.

De tijd stond even stil, hei, herder, schaap en hond vlakten met een veeg de tussenliggende jaren uit. In mijn hoofd zong het lied en vannacht dwaalde ik er weer rond met hetzelfde gelukzalige gevoel, dat er nog was toen ik wakker werd. Uitgerust en opgeladen.

 

Uncategorized

Tijd heelt!

Gisteren was het een extra vrije dag. ‘Tel uw zegeningen.’ ‘Ja Mam.’ Ik ben aan het worstelen gegaan met mijn moeder. Niet letterlijk hoor. Er was met mijn moeder nooit veel om over te kissebissen. Alleen in de momenten dat ze het veel te druk had en in de stress schoot, omdat die kleine druktemakers haar teveel voor de voeten liepen, kon ze uitvaren. Wel met een heftigheid die ze beslist van haar moeder had geërfd. Dat was een kleine pittige tante, die met priemende ogen haar mening niet onder stoelen of banken schoof. Mijn moeder had eigenlijk meer weg van haar vader. Opa kenden we als een mooie rijzige dove man, die sigaren rookte en met zijn vingers, tegen de maat van de muziek op de radio in, op tafel trommelde. Hij strooide met geheime dubbeltjes en kwartjes, die in kleine vuisten werden gefrommeld als Oma even niet keek. Hij noemde haar ‘moeder’.

Een geuzennaam, want mijn moeder werd door mijn vader ook zo genoemd. Er waren veel moeders in die dagen. Een enkele keer heette ze ‘Ali’ met een speciale ondertoon en dan waren de rapen gaar. Niet dat ze er onder leed, want ze stapte luchtig over zijn gram heen en veegde argeloos met de juiste argumenten zijn onmin aan de kant. Dat was in mijn tijd.

282112_1955097517248_7052878_n

De verhalen van mijn broers zijn anders. Er zat dan ook een wereld van verschil tussen hun jeugd en die van de vijf kleintjes. Zij kenden mijn vader vooral van de opvliegende buien en de onredelijkheid. Zijn wil was wet en dat was niet altijd wat de oma-overerfde eigenzinnigheid van de broers er mee voorhad. Er scheen nogal wat mattaklap gevallen te zijn in die begindagen. Ik herinner me de uitlopers van die ruzies nog wel. Een koffiekopje met het chique schoteltje erbij die, met kerstmis, dat feest van Vrede, door de kamer zeilde in de richting van mijn oudste broer en gelukkig jammerlijk miste. Het was geen wonder dat wij de hoofd-en de bijzaken op een strikt ander peil hadden liggen.

Kerstmis was, de kerstnacht uitgezonderd, een van de grootste stressbelevingen binnen het grote gezin. Iedereen was niet uitgeslapen en nog moe van de drie missen van de vorige avond en de heerlijke feestelijke broodmaaltijd ’s nachts erachteraan. De volgende ochtend was de vrede met de missen naar de Noorderzon vertrokken en donderwolkte mijn vader in het rond, gaf gebiedende wijs enkelvoud opdrachten en verbood per definitie alles wat er gevraagd werd. Dat werd hem niet in dank afgenomen en toen de jongens groot en sterk genoeg kwamen, kwam het grote verweer.

Vechthanen tegenover elkaar met dat zeilende koffiekopje en de vliegende schotel als gevolg. Het kon altijd erger. Buurman had zijn een-na-oudste met zijn wilde haren van de trap gesmeten en die moest écht naar het ziekenhuis. ‘Ieder huisje draagt zijn kruisje’ lispelde de verjaarsvisite over dergelijke gezinsperikelen. Een klap er vlak voor, was vrij normaal. Geen billenkoek, maar een oorvijg kon je krijgen. In een tijd dat leerkrachten met linialen op de vingers hun gelijk maten, was dat normaal. De goede oude tijd had hier en daar toch wat schurende randen en films uit het volkse leven van vroeger, zoals die van Ciske de rat zijn niet uit de lucht gegrepen, maar nu nauwelijks meer voor te stellen. Misschien was ik daarom zo gek op het boek van alleen op de wereld. Omdat het altijd erger kon en het spiegelen daaraan het leven dragelijker maakte. Tel Uw zegeningen inderdaad.

007

Ik worstel met mijn moeder. Ze is nog lang niet gevangen in mijn pogingen om haar sepia foto te vertalen naar de beelden in mijn hoofd. Ik weet dat het gaat lukken. Het is fijn om er mee bezig te zijn. Mijn oudste broer had al zijn weerbarstigheid nog in een kleine nagel aan zijn pink zitten. Hij kijkt wat angstig naar het onbekende apparaat. Ze staan bij het paard in haar geliefde Julianapark. De jaren verkleuren de foto, kleuren de beleving anders in, warmer, zachter, liefdevoller dan ooit. In mijn beleving is dat vliegende kopje nu een storm in een glas water, een tand des tijds, toegedekt met de mantel der liefde. Tijd heelt.

Uncategorized

Cholesterollebollen!

De keuringsdienst van waren heeft mijn auto goedgekeurd. Er moest wel een nieuwe dynamo in, hart van de motor. Bij mij was het gelukkig nog niet zo ver, maar wel een alarmerend belletje. ‘Bleep, bleep, bleep. Cholesterol te hoog’. Die sluipmoordenaar eerste graad. Sneaky komt hij binnen en verovert binnen no time terrein. Je hoort hem niet, je ziet hem niet, hij is er plotseling.

AardappelchipsChips.

‘Eet je te vet’? ‘Nou….nee’ ‘Eet je te zout’? ‘Ik lust graag ‘naturellen’. ‘Naturellen’? ‘Chippies’. ‘O’, wenkbrauwen opgetrokken, licht verwijtende blik. ‘Beweeg je wel goed’, ‘Drie maal per week de sportschool’. Ze haalt haar schouders op. ‘Gebruik je veel suiker’. ‘Ik hou niet van zoet’. ‘Tja’. ‘Komt het in de familie voor’? Hoopvolle vragende ogen.

Nou zijn de van der Lindens allemaal behept met een zekere struisvogelpolitiek. ‘Als je het niet weet, is het er niet’. Een rustgevende gedachte als je je levensstijl niet wil veranderen. In de wetenschap dat elk jaar in goede gezondheid boven de 65 jaar meegenomen is, is dat voor mijn oudere broers een credo geworden. De oudste is al bijna 76. Hij heeft elke vorm van aderverkalking al ruimschoots gezegevierd. Mijn moeder werd niet ouder dan 71 en mijn vader kreeg zijn hersenbloedingen op 65 jarige leeftijd. Tel Uw zegeningen. Daar is broerlief hard mee bezig, evenals de andere broers.

Eenmaal in de greep van het medisch circuit stuit men op uitslagen. Bloeduitslagen, bloeddrukmetingen, urinepeilingen. Al zou je willen, er valt niets meer te verbergen. Grootscheeps schijnt het theaterlicht op de overgeleverde. Daarna gaan ze met je aan de haal. Er worden voorschriften geleverd. Voortaan ben je iemand met een gebruiksaanwijzing. Vanaf nu eet ik elk chippie en die zijn al praktisch gereduceerd tot het nulpunt, zeer schuldbewust. Zo werkt het nu eenmaal. Daar speelt men op.

488bourgondisch leven, franck en vrij.

Als je eenmaal in het circuit zit, behoren alle Bourgondische vormen van het leven eigenlijk min of meer tot een taboe. Zolang je voor de grens blijft hangen valt het reuze mee, maar eenmaal erover… ik speel mijn rol met verve. Ik laat me niet kisten door zo’n stelletje doembrengers, maar probeer ze om te buigen naar het dragelijke. Ik zet ze naar mijn hand en niet omgekeerd. Maar wat als er geen denkbare oorzaken zijn, zoals bij dat vermaledijde verhoogde cholesterol het geval is. De bloeddruk is spontaan vanuit zijn koele hoogte omlaag geschoten en heeft het beeld alleen maar vertroebeld. In ieder geval zorgt dat laatste wel weer voor een pilletje minder.

Ik ben daar waar mijn vader onverhoopt argeloos de weg van zijn teloorgang op wandelde. Zonder het in de gaten te hebben kukelde hij rechtstreeks een te delven onderspit van elf jaar tegemoet. Een narrig en warrig bestaan te danken aan die gele vraatzuchtige vaatvernauwende destructieve parasieten.

bakker boonzaaijerBakker Boonzaaijer, Laan van Chartroise 1, Utrecht.

Ik heb een streepje op hem voor. ‘Regeren is vooruitzien’, fluistert mijn moeder in mijn oor. Daar heeft haar hang naar zoetigheid het niet mee gered. ‘Maar het was wel een zalig zoet leven’, knikt ze me toe. En dat is ook heel veel waard. vandaar die koppies in het zand van mijn broers. Je kan heel lang leven en tamelijk saai en voorspelbaar, je kan kort leven en op de toppen, je kan balanceren tussen wat goed en wat kwaad is, laveren tussen de mijnen door en dan nog heb je het niet in de hand.

‘Gewoon maar gaan’, denk ik dan ‘en doen en vooral genieten’. Kwaliteit van leven zit hem niet in een chippie meer of minder, maar kwantiteit eventueel wel. Malle molen van medisch geweld met ontsnappingsmogelijkheden. Ik golf op en neer op haar paard zonder de mierzoete suikerspin en zonder de roze bril, maar wat is het leven waard om geleefd te worden. Ik ga lekker cholesterollebollen en kijk of dat vruchten afwerpt. Ik heb een hele maand om de pieken te laten dalen!

 

 

Uncategorized

Onverwachts en voelbaar!

Na een lange vakantie, tijdens een verjaardag,  is het weer goed toeven tussen een paar liefhebbende ex-collega’s die je al een tijd niet gezien hebt. Het ons-kent-ons viert hoogtij en zonder het te willen, het loopt nu eenmaal zo, zijn we een kleine besloten club te midden van het feestgedruis. Er valt ook zo veel te bespreken. Opgroeiende kinderen, gezondheid, anekdotes, puberperikelen, schoolse grappen-en gruwelen, de hele santemekraam komt langs.

003.JPG

Tussendoor luisteren we naar de postpubers, omdat dochter des huizes ook verjaardag viert. Ze zijn in gelijke getale aanwezig. Vergeleken bij dergelijk feestgedruis van vroeger vindt er een opmerkelijke verandering plaats. Ze nemen de overhand. Ze leiden het gesprek. Een jongen is aan het debatteren zoals wij vroeger de politiek bespraken tijdens onze eigen feesten op de tonen van de dwarsfluit van Ian anderson van Jethro Tull op de trappen van de Stairway to Heaven van Led Zeppelin die we bestegen tot op grote hoogte. Daar kwam geen vader of moeder aan te pas. we keken wel uit. De kamer stond blauw van de rook, de eerste joints waren al waarneembaar, wijn was er in overvloed en de discussie was ons handelskenmerk. Als je iets zei, werd het vanzelf een stelling. Welles/nietes en beargumenteren maar. Het was ons eigen voorland van de maatschappij. Hier kreeg Toekomst een bodem. Hier werd de kiem geboren voor wat nog komen zou!

Wij zaten in die kamer, een ‘ouderwetse’ kring mensen bij elkaar die met buurman-of vrouw in gesprek waren en naarmate het feest vorderde, verstomde het geroezemoes en luisterde bijna iedereen naar het dispuut van een van de jongens en het gedecideerde antwoord van de ander erop. Wij, als club oudgedienden, waren een zijspoor en konden redelijk lang ons eigen pad volgen, maar op een gegeven moment was er alleen die jongen. Hij zat niet op het puntje van de bank fel van leer te trekken, maar was, rustig achterover hangend, zijn stelling aan het verkondigen met een bravoure die hem sierde, omdat het hem kennelijk niet deerde, dat er zoveel vreemde oren in het publiek toehoorden. Waar het over ging weet ik niet meer. Ik heb namelijk niet geluisterd, alleen gekeken en me verbaasd, tot in mijn tenen.

verjaardag

Herinnering: Met elkaar om de natuurstenen langwerpige salontafel. Iedereen in nette zondagse kleren, overhemden, stropdassen, zondagse jurken, petticoat, blouses met kant, de plooien rok. De kinderen op een krukje of op de grond, de tantes en ooms in de beste stoelen. De ooms hadden het woord met jenever gescherpt en met een dikke sigaar, zodat onzinnigheden achter een rookgordijn konden oplossen. De dames kwebbelden er genoeglijk tussen door met een advocaatje in de beringde vingers, waar een piepklein lepeltje tussen rustte. Ze smekten genoeglijk met hun lippen en haalden onderwerpen aan waarbij ze angstvallig de klein potjes met de grote oren in de gaten hielden. Dat waren wij. De veelbetekenende blikken flitsten boven onze waarneming heen en weer. Wij zaten op de voetenbankjes of hingen op een kruk en probeerden dat maatschappelijke steekspel te volgen. Niet zelden werden we weggeroepen door mijn moeder, die dan een schaal met Hausmacher, leverworst met augurk en kaas in onze handen stopte. Rondje ooms en tantes. Het boord van de jurk kriebelde en de rook prikte in je ogen. Onderweg kneep men in je wangen met een ferme knipoog vergezeld van opmerkingen die je liever niet had gehoord. ‘Nou, die zie je ook niet over het hoofd, Ali’. Kon de grond zich openen?

Dylan zong het al: ‘And the times they are a changing’. Gelukkig maar. Generaties verschuiven, ineens zijn we de achterban in de meest letterlijke zin van het woord. De oudjes van de toekomst, die niet zo ver weg meer is. Tijdsbesef valt in, zoals de avond vallen kan. Onverwachts en voelbaar.

Uncategorized

Alle tijd van de wereld!

Ik had een onrustige droom vanmorgen. Om vijf uur was ik even wakker geweest en omdat het nog steeds vakantie is, had ik me nog even omgedraaid. Daarom weet ik dat de droom zich in de ochtend pas aandiende. Ik werkte bij het Flexkantoor en er was nog geen werk maar Joris(?) zo heette degene, die me begeleidde, had me wel alvast een observatie van een man in het vooruitzicht gesteld in Zuilen, op deze ochtend. Omdat ik weer in slaap gevallen was en verder droomde, (een droom in een droom), was ik het weer kwijt en hij belde me wakker met een glimlach en een zacht verwijt dat ik iets vergeten was. 

Omstandig verontschuldigde ik me en beloofde me te haasten. Hij had nog niet neergelegd en ik zat steunend op mijn bed de slaap uit mijn ogen te dromen of er klopte vaag een andere afspraak tegen de binnenkant van mijn geheugen. Verdraaid. Ik moest al naar iemand toe, dat had ik heel lang geleden beloofd. Hoe kon ik zo dom zijn. Joris weer gebeld en me in honderd bochten gewrongen om de stommiteit waarachtig aan de man te brengen. Het verwijt klonk door bij het daadwerkelijke wakker worden en nog lig ik me af te vragen, wat ik eigenlijk aan het vergeten ben.

001

Het vege lijf begint dus al iets van de adrenaline aan te maken die bij werk en gerelateerde vormen hoort. Stress ligt op de loer. Ik heb me voorgenomen om deze nieuwe baan zo laconiek mogelijk op te vatten en me niet gek te laten tikken door eventuele werkdruk in het kader van de organisatorische beslommeringen. Hoe halen die twee hersenhelften in mijn hoofd dan eruit dat het bijna tijd is om stresscellen aan te maken. Hoort het bij het pakket van de overlevingscultuur. ‘Ik werk dus ik stress, ik stress dus ik handel, ik handel dus ik werk, ik werk dus ik stress’.

Mijn eigen verfoeide vicieuze cirkel. Je kan je zelf zo gek tikken, als je wilt. Ik heb er per slot van rekening al een hele week extra vakantiebonus opzitten. Ja, U leest het goed. In deze week, dat de schoolvakantie gewoon nog een vrije uitloop heeft van een week, gaan al die dapperen onder ons, de leerkrachten met een vaste baan in het basisonderwijs, vrijwillig naar school om er de hele week te buffelen en te ploeteren. Er zijn zelfs twee of drie verplichte vergader-en/of studiedagen bij.

013

De hele week wordt er uitgeruimd, ingeruimd, geschoven, worden er hoeken gemaakt, schriften klaargelegd, namen geschreven, de groepsmappen op orde gemaakt, de leerling-volg systemen nagekeken, de overdrachten gelezen. De groepen worden nog eens geboend en gepoetst, frontjes van laden met gekleurd karton beplakt, hier en daar een likje verf gegeven, een frisse poster of een voile extra opgehangen.  Als finishing touch de gangen het speellokaal, de kapstokken, de aula’s in stelling gebracht en dat alles om maandag de lieve schatjes weer met open armen een frisse start te bezorgen. Let wel, dit is geheel onbezoldigd inleveren van vakantietijd.

Frustrerend is alleen dat in deze week van bikkelen, en dat is het echt, alle heerlijke vakantiegevoelens, de opgebouwde weerstand, de positieve energie tot het nulpunt dalen omdat het een stressen blijft tegen de tijd. Ieder jaar zeiden we weer tegen elkaar dat we het het jaar erop anders zouden moeten doen, maar steeds blijft men hangen in hetzelfde patroon.

086Mijn geweten…

Ik heb nog vakantie. Mij wekt slechts een ochtenddroom de indruk dat ik aan het werk zou moeten gaan, een schuldbewust geweten misschien in solidariteit met mijn ploeterende collega’s. Het zorgde ervoor, dat ik elke ochtend van deze week tot nu toe ontwaakt ben met een heerlijk luxe gevoel. Gisteren had ik er dertig jaar onderwijs opzitten, na twaalf verpleegkundige jaren en nog wat moederschap. Het voelt als luxe, maar is het niet gewoon mijn goed recht? Nu nog één jaar invallen en dan valt het doek. Met verhalen voor een leven en hopelijk alle tijd van de wereld om ze te laten schitteren. .

Uncategorized

Er gaat een wereld voor je open!

Het schilderij is De Waspit, de schilder is Breitner, die het meisje gestalte gaf in 1893, de schouwer ben ik, de sfeer is bijna gewijd met het gedempte licht, de locatie is een zaaltje in het gemeentemuseum Den Haag.

De workshop heet kijken, schrijven en beleven en de opdracht is dat je een schilderij uitzoekt dat je raakt, om daar wat subversieve vragen over te beantwoorden. Het heeft zo moeten zijn dat ik tussen de, door mij zo bewonderde, tachtigers loop. Israëls en Breitner dansen door mijn schildersleven met hun lichte toets en hun voorliefde voor het leven in alle facetten, omdat alles schoonheid in zich draagt, als je het maar onderkent en benoemt.

090George Hendrik Breitner: De Waspit. 1893.

Wat is een waspit! Tijdens speurtochten komt een staafje bovendrijven, een pit van was, voor in de kaars, niet meer dan dat. Dat is niet de betekenis die Breitner eraan geeft. Dus teken ik in mijn hoofd mijn eigen invulling van het onbekende woord aan de hand van het schilderij. Een meisje met de handen rood van het boenen, het schrobben, het wassen, het wringen en het spoelen. Ze dampen nog na als ze de was aan de lange lijnen in de pijpenla van de stadse tuin hangt of het witte linnen spreidt op de bleek, het weitje in de zon naast het huis, waar de witte was helder en fris droogt. Daar kon het zakje blauw van later niet tegenop.

 schrijven waspit

Ik nestel me met het nieuw verworven opschrijfboekje voor het schilderij en neem elk detail in me op, de voeten, de (baaien) rokken met de witte schort, de handen krampachtig er omheen geklemd, opgeheven, letterlijk opgeschort, het rozerode jac en de donkerrode halsdoek. In haar linkeroor een oorbel,die bijna frivool afsteekt tegen de sobere werkkleding. De haren zijn omhoog gestoken in een strenge knot. Haar blik is naar beneden gericht. De mouwen van haar jac zijn iets omhoog geschoven.

161 (2)

In haar hoofd is ze al voorbij het witte huis met de gepleisterde muren en de donkere ramen.  Ze gunt zich de tijd niet om zich te bezinnen maar is duidelijk onderweg naar een volgende handeling en levert een race tegen de klok. De blos op haar wangen verraadt de haast. Ze doet een poging om de tijd in te halen.

“Bleekveld in een dorp”, door Jan Brueghel de Jonge

Een van de vragen is om je te verplaatsen in een figuur op het schilderij. Ik laat het gebeuren en smelt samen met de beeltenis en schrijf het uit: ‘Hallo. Ik ben Aagje. Ik ben de dochter van Henrikus en Margje. Mijn vader is keuterboer. Ik ben 20 jaaar oud en woon in het dorp bij een familie, die een grote wasplaats bezit. Ik ben waspit en ook de dienstmeid van het gezin. Het is hard werken. Ik heb geen man en ook geen kinderen, maar Jochem zie ik graag.’

163

Dan volgt er een vraag om Aagje te interviewen. Ze blijft staan, wrijft met haar handen de schort recht en steekt van wal. Aagje vertelt me dat ze al zo lang als ze zich kan herinneren bij de familie in het dorp is, er was geen mond meer te voeden met de dertien oudere broers en zussen. Ze werd doorgegeven. Ze was het nakomertje en er was niet meer gerekend op nog een kostenpost. Ze mist haar familie niet. Op zondag gaat ze na de kerk naar de boerderij, drinkt een kop koffie, houdt een beleefdheidspraatje en vertrekt. Maar straks, en haar ogen worden zacht, krijgen glans, gaat ze met Jochem trouwen, die de winkel van zijn vader overneemt. Dan wordt ze kruideniersvrouw. Wel zal ze de andere waspitten missen. Dat zijn haar ‘zussen’meer dan haar eigen zijn. Op dat moment tikt mijn coach me op de schouder en val ik terug in mijn tijd.

Zo snel gaat dat dus. De volle focus op de beeltenis, bezinning en de verdieping en openstaan voor de ontmoeting. Op die manier kom je het museum nooit meer uit. Het is een rijke ervaring. Zet een andere bril op en duik in het schilderij,. Er gaat een wereld voor je open.

 

Uncategorized

Het onvolprezen kinderboek!

Al sinds ik kon lezen ben ik een lettervreter. Zo noemden ze de mensen die urenlang in een boek konden verdwijnen om dan een beetje wereldvreemd eruit op te duiken. Zo’n boek las je onder de tafel achter de veiligheid van het rode pluche, dat je aan het oog onttrok van theeënde visite of in bed met een kleine zaklamp onder de dekens, omdat broerlief om de haverklap het licht van de zolder uit deed. ‘Ga slapen’ klonk het dan door de verstilde nacht.

009

Op de K.L.O.S leerde ik Paul van Ostaijen kennen. Dat was dankzij een of ander cabaretstuk over de Singer naaimachine. De uitvoerende theatergroep ben ik kwijtgeraakt maar het stuk is me altijd bijgebleven. Hoe je de letters, woorden en klanken breien kan tot een comfortabel pak, dat iedereen past. ‘De singernaaimachine, de si si si singernaaimachine’ en zocht ik naar de bundels en alle informatie die ik krijgen kon over deze grootheid in de kunst van Letter, Woord en Klank. Dat was destijds geen sinecure, want daar moest ik heel wat bibliotheken voor afstruinen, omdat het niet tot de standaarduitrusting behoorde.

Eenmaal eindelijk in het bezit van De Bezette Stad vond ik rust. Hier had ik de schoonheid van het woord onder handbereik. Heel veel jaren later was er een verzamelbundel van Ostaijen. Zijn kinderboek: ‘Marc begroet ’s morgens de dingen’ is een van die geheimen, die rechtstreeks de harten van de kinderen in huppelt. Daar een ochtend mee beginnen in de groep en de dag kan niet meer stuk. Het is de kunst om de juiste verbinding te leggen.

Er zijn nog twee grootmeesters van woord en vorm. Dat zijn de Amerikaanse grafisch ontwerper Paul Rand en Ann Rand, zijn vrouw. Ze gaven een reeks van vier kinderboeken uit. Paul verzorgde de illustraties en Ann schreef er de teksten onder. Grappig, kleurrijk en het kind op de huid geschreven.

MAKI:minimag I know a lot of things 1

Het meest aandoenlijk vind ik het bundeltje: ‘I know a lot of things’. Een waarheid als een koe. Als kind leer je er iedere dag weer tientallen begrippen bij en als je die aan het benoemen slaat, kan je niet anders dan trots zijn op hetgeen je geleerd hebt. Daarom is dit zo’n ijzersterk boek. Het zet het kind in de kwaliteit en dicht het kind letterlijk waarde toe. Het is het glas half vol. ‘Kijk eens, dit kan ik al’. Een beetje pochen mag best, als de wereld zich met elke stap vergroot.  Zo simpel is het om het geloof van een kind in zichzelf te sterken. Door het van jongsaf aan te leren waar het goed in is, zonder zich er op voor te laten staan. Anders wordt het een strijd, die zo mooi verwoord is in een oud lied, dat ik bij tijd en wijle nog altijd zing in de groep. ‘Alles wat jij kan kan ik lekker beter, alles wat jij kan, kan ik beter dan jou.’

De oorspronkelijke tekst komt uit ‘Annie Get Your Gun’ en heet oorspronkelijk  ‘Anything you can do’. Het is gecomponeerd door Irving Berlin in 1946 voor de Broadway Musical. Knoop er een filosofieles aan vast en je hebt een en ander weer in balans gebracht. Zo werkt dat. Je geeft iets aan, maar niet zonder dat weer binnen de kaders te plaatsen, anders mist het de juiste uitwerking.

Illustratie uit Sparkle and Spin.

De andere titels van de kinderboeken van het Amerikaanse duo spreken voor zich en zijn achtereenvolgens: Sparkle and Spin, Little 1 and Listen, Listen. Stuk voor stuk laten ze het kind groeien. Dat is waar de kiem van lezen wordt gelegd. Bij het onvolprezen kinderboek, die precies de vinger legt op de didact, de pedagoog, de filosoof, de denker, de technicus, de vormgever, de woordkunstenaar en de wetenschapper in het kind.

 

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk!

Straks moet de auto naar de garage voor de keuring, daarna mag ik zelf naar de verpleegkundige voor bloed en bloeddruk. Worden we allebei binnenstebuiten gekeerd, wat fijn is als de ouderdomskwalen sneaky binnen komen sluipen. Ja pas op, want dat doen ze. Ongeveer eigenlijk al vanaf de overgang. De benaming ouderdom is dan ook fout. Het zijn de postovergangskwalen. Zo noem ik ze tegenwoordig. Als je er van uit gaat dat de gemiddelde mens van tegenwoordig zo’n beetje negentig wordt, dan vind ik dertig jaar ouderdom net een té lange periode om te vieren.

026Een oude meester in de prullenbak.

Ouderdom is voor mij als je oud en krakkemikkig bent, als je elk woord schreeuwend moet repliceren: Wat???, of als ze breed articulerend met een verhoogd aantal decibellen tegen je gaan praten. Oud worden is als ze je vloeibaar voedsel voor zouden zetten in een restaurant of bijvoorbaat stoelen en tafels aan de kant gaan schuiven als je er door moet. Oud worden is als je in een stoel gepoot wordt en elke nazaat moet opdraven om oma maar een kusje te geven. Als ze een glas onder je neus duwen om je gebit in te doen omdat eens even lekker schoon te maken. Daar ben ik voor mijn gevoel nog lang niet. Ik sta met twee benen in de jeugd van de ouderdom zal ik maar zeggen. Kom niet aan mijn eigen bedoeninkje want ik stort een tirade over je heen.

043

Gisteren had ik er nog een staaltje van: Ik moest de wasstraat door. Als je auto door de keuring moet, dan wil ik dat die mensen schoon en prettig kunnen werken. Dat vind ik zelf ook heel plezierig. Zoonlief zou helpen, daar had ik hem om gevraagd omdat dit zo’n lopende band is, waar je de auto met de rechter wielen in rijdt, die dan de auto in z’n vrij voortbeweegt. Daar word ik zenuwachtig van, merk ik. Ineens is de controle over de kleine blauwe weg en ben ik genoodzaakt me over te geven aan de Samaritanen en vind nergens barmhartigheid. Niets is zo slecht voor de zenuwen. Vlak voor ik er in schoof zei zoon dat ik vooraf moest pinnen. Help. Mijn tas met alle benodigdheden van de tuin, twee zware accu’s, alle schrijf en schetsboekjes had ik net achterin geplompt. Ik graaide hem van de achterbank en moest de inhoud over mijn zoon’s schoot uitstorten. Hij maakte maar een opmerking:  ‘Ik snap niet dat je zo kunt leven.’ Hé dat zijn normaal de oneliners voor verzuurde moeders hoor!

De auto is gewassen en gezogen, ik stap zo onder de douche, allebei lekker schoon en klaar voor de check-up. Toch wil ik pleiten voor een nieuwe fase tussen overgang en ouderdom. Ik kan nog heel lang mee en er zijn zelfs mensen die qua energie alle oudjes eruit leven. Er is die ene kranige als voorbeeld. Ze heet Roos, is 93 jaar en kunstschilder van beroep. Ze leeft haar heerlijke leven op haar eigen manier. Beweegt veel, fietst elke dag op de hometrainer en schildert nog altijd.  Een heerlijk voorbeeld van actief jong blijven, niets oud worden. Je bent zo jong als je je voelt. Roos is er een sprekend voorbeeld van. Die geraniums zet je maar lekker op je eigen balkon of in de tuin.

Zo en niet anders zou ik het willen. Voortrennen en rusten als het zo uitkomt, met een hutkoffer als tas of niet, met mijn eigenaardigheden, met mijn eigen invulling van dat waardige leven. Ouderdomskwaaltjes beginnen pas als je ziek bent. Het zijn de postovergangskwalen waar je de strijd nog mee aan moet binden of waar je een nieuwe manier van omgang voor moet faciliteren, zodat het geen gebrek is maar een nieuwe mogelijkheid! Ik ben onderweg, letterlijk en figuurlijk. Tot later!

Uncategorized

En het roer ging om!

Soms heb ik het idee dat ik in golven het leven beleef. Er zijn momenten van literatuur, van drama, van dans, van muziek, van kunst. Een hartstochtelijk beleven en verdieping zoeken, altijd meer op de uitingsvormen gericht dan op de achterliggende beweging. Onder andere omdat je geraakt wordt door iets, of dat iets geraakt wordt door jou. Een interactie met je omgeving van dat moment. Deze stromingen wandelen naast elkaar en soms vloeien ze in elkaar over. Soms kan het gebeuren dat het een pas later verbonden blijkt aan het ander. Dat overkwam me gisteren. In een oogwenk, een split second, schoven de werelden van de literatuur en de kunst in elkaar. Dankzij het gemeentemuseum den Haag en hun grote overzichtstentoonstelling van de tachtigers: Rumoer in de stad.

094De koffiepiksters van Isaac Israëls

De jonge Breitner en Isaac Israëls als vaandeldragers voorop met hun blikken gericht op het straatleven, dat doodgewone straatleven. Met het klootjesvolk, de arbeiders en hun grauwe bestaan, met hun kleurrijke, romantisch ogende, maar toch zo’n bikkelharde werkelijkheid, naast dat heersende mondaine, de luxe, de feesten, de keerzijde van de medaille. Zij omarmden de oude stad in al haar facetten en zagen de schoonheid in dat, wat tot dan toe werd weggeschoven, het volk, de plebs, de armoe en daarmee het vermeende Onvermogen van de Riche met een hoofdletter. Het totaalbeeld van het stadse leven in de ware betekenis van het woord, het rumoer, voor eeuwig vastgelegd op het grote doek.

090 ‘De Waspit’ van Breitner

Jaren geleden, om precies te zijn, in de jaren tachtig, wat een heerlijke speling van een natuurlijk verloop, tijdens de opleiding MO-A Nederlands was de geschiedenis van de Nederlandse literatuur een belangrijk onderdeel. Het maakte veel los, want op alle fronten waren er raakvlakken te vinden, van Middelnederlandse teksten tot aan de moderne literatuur. Bij het werk van de impressionisten en naturalisten werd er langdurig stilgestaan. Wat een power en een kracht droeg het met zich mee. Geen gelatenheid, geen gezapigheid maar leven. Het bruiste tegen de klippen op en ook tegen de gevestigde orde.

Jacques Perk (door Herman van de Voort in de Betouw, 1879) Jacques Perk, het grote voorbeeld voor de tachtigers.

Literair-en maatschappij-kritische geluiden werden aangevoerd, onverbloemd en met verve. L’ Art pour L’ Art. Niet omdat de kerk het voorschreef of voor het algemene idee over de heersende esthetiek, maar omdat de  kunst op straat lag en te vinden was in elke vorm van leven. Multatuli had ik al in de jaren zestig in mijn hart gesloten net als Frederik van Eeden, maar Jacques Perk, Kloos, Gorter en Albert Verwey leerde ik destijds pas kennen in de jaren tachtig, precies honderd jaar later. Het moest zo zijn. Daarmee vielen een aantal zaken in de literatuur op hun plek.

110De drie bundels.

Ik wandelde gisteren door de zalen met schilderijen en genoot. Er lagen schetsboeken van de diverse schilders en ineens ontwaarde ik de drie eerste bundels van Kloos, Verwey en Gorter naast  een portret van Albert Verwey, geschilderd door Jan Veth. Op dat moment schoven de twee stromingen, literatuur en kunst, naadloos in elkaar. Tijdens de opleiding werden de tachtigers alleen maar vanuit de literatuur behandeld en, vice versa, in cursussen over de impressionisten werd het begrip ‘Tachtiger’ nooit genoemd. Thuis las ik, nee dronk ik, de feiten. Daar legde ik het laatste puzzelstuk, de tachtigers in de Muziek.

Waar het Albert Verwey betrof, stonden zij met hun voeten in dezelfde grond. Kunst is passie en dat heeft alles te maken met de rauwe werkelijkheid in de oude stad. Breitner en Israëls ten voeten uit. Maar ook Kloos, Verwey en Gorter. Van de laatste komt de uitspraak: ‘Dat wat je zintuiglijk doorleefde met uitschakeling van den geest onmiddellijk te verklanken’. Hetzij door Poëzie, proza, beeldende kunst maar te allen tijde onderstreept door muziek van Alphons Diepenbrock, Giacomo Puccini en Claude Debussy. Zij bereikten tezamen wat ze voor ogen hadden. Vernieuwing op alle fronten om de weg te openen naar de vrijheid, de passie van het leven. Het roer ging om!

 

Uncategorized

Zijn beelden zeggen alles!

Het regende gisterochtend. Niet een klein miezertje, maar een flinke loodrechte regen uit een loodgrijze zware lucht. Gunstig voor het verdere verloop van die dag, omdat een buitenlocatie niet langer tot de opties behoorde. De mens wikt en de natuur beschikt. Dat maakt kiezen een stuk eenvoudiger.

Ergens in mijn achterhoofd zweefde een visie op de film Rodin van iemand die dat met ons deelde via twitter. Ze vond het aanbevelenswaardig als je bekend was met de meester en zijn leven, waarbij men niet uit het oog moest verliezen dat het vanuit Rodin zelf beschreven werd en niet vanuit Camille Claudel, zijn maitresse.  De meester in het ‘zonnetje’. Hoogste tijd om de film te gaan zien.

010

De verwachting was hooggespannen. Ik kende vooral het werk van zijn leerling en maitresse Camille Claudel en afgelopen winter was ik naar Groningen getogen om de indrukwekkende expositie te zien van Rodin. Die hakte er evenzeer in als de documentaires over Claudels leven en haar intrieste en schrijnende levensverhaal.

Ik was drie kwartier te vroeg en ik nestelde me met een lekker glas Chenet in het bijna lege café. Met mijn rug tegen de muur in de verste uithoek en het overzicht op alles wat er gebeurde. Het geroezemoes van de drukte buiten schoof door het openstaande bovenlicht naar binnen en af en toe onttrok zich een schrille uithaal of een schaterlach. In het café was een gezin bezig met op te breken. Het jongetje van ongeveer vier jaar oud, had, om de wachttijd te doden, een zangspelletje om de grote middentafel bedacht, waarbij hij dapper voort stapte met zijn gestippelde laarsjes aan en luid een Italiaans liedje zong. De kleine handen ribbelden intussen over de houten spijlen van de ruggen van de stoelen.

Iedere keer keek hij mij, vlak voor hij afboog voor het volgende rondje, met een ontwapenende glimlach aan. Moeder liet luid en duidelijk weten dat hij er mee moest stoppen, omdat ‘de mensen’er last van zouden hebben. Hij wist dat dat meeviel en er volgden nog twee rondjes. Die vrijheid en de blijdschap nam ik mee de stilte van de filmzaal in. Misschien was de tegenstelling te groot. Misschien was het nog te zonnig en licht buiten nu de regen was weggetrokken, maar de film viel als een granieten blok binnen en wikkelde zich, traag als stroop, af.

023

Ik zie Rodin als een gepassioneerd man, ik lees van zijn beelden af dat hij houdt van vormen, rondingen, billen, borsten, torso’s, naakten, maar ook is hij iemand die de subtiliteit en sereniteit niet schuwde, getuige zijn beelden van handen, tot in de finesses volmaakt en de beelden van de Chinese muze. Ik had hem de tijd willen zien verliezen als hij zijn passie vervulde met het hakken en vormen, het kneden en gipsen.

009

Ik had willen zien, hoe hij zich met zijn hele ziel en zaligheid zou storten op zijn schepping, waarbij hij alles om zich heen vergat. Het bleef angstvallig stil en traag, de dialogen en monologen, een vlakke Camille die haar bewondering voor de meester en het opboksen tegen zijn bekendheid en zijn dwingende karakter zonder dat de vonken ervan af spatten, neerzette. Het moet veel tragischer zijn geweest, dan wat ik nu zag.

022

Zijn gevecht om het beeld van Honoré de Balsac en Dantes Hellepoort bracht bij mij niets in beroering. Het bleef hangen in de plooien van de gipsen mantel, die hij om Honoré heen drapeerde, evenals de statische ontmoeting met zijn Chinese model, die dwaas en onvoorstelbaar wordt  neergezet en in niets overeenkomt met de lieflijkheid van haar beeltenis, die ik bewonderde in Groningen.

Buiten wandelde ik peinzend naar de auto, keek om me heen en zag het leven. Precies dat was wat ik had gemist in de film. Waarachig leven, zodat de toeschouwer het meebeleven kon. Rodin, als je hem wilt leren kennen, moet je naar een tentoonstelling van zijn oeuvre. Zijn beelden zeggen me alles, de Rodin van de film vertelt me niets.

Uncategorized

Vooralsnog ongrijpbaar!

Ik weet niet waar ik toevallig mijn oog liet vallen op de documentaire ‘Waterlijken’ , een bejubeld debuut van Nelleke Koops uit 2011, maar die kwam behoorlijk binnen. Alleen de titel al vraagt om een verklaring. Het kunnen dode vissen zijn en dode eenden, het zou over botulisme kunnen gaan, maar het gaat over ons, mensen. Natuurlijk weet iedereen wel, dat er bij tijd en wijle iemand wordt opgevist. Vaak vergeten we dat dat door mensenhanden moet gebeuren en dat een heel apparaat daarachter in werking treedt bij de vondst van zo’n ongelukkige. We gaan gemakshalve ook voorbij aan het feit, dat de gebeurtenissen daarna weer worden vervangen door de taal van alledag. De maaltijd, het gezin, het spelen met de kinderen, maar ergens spookt in het achterhoofd altijd het lijk, de geur, de sponzige huid, de verwassen haren.

 Rodin: De denker. ( Wiki)

De documentaire is boeiend en triest tegelijk. Zo’n voltooid leven dat nog niet af is, ook al is het doek definitief gevallen. Het roept bewondering op voor de bergers en de schouwers, de speurders naar de eeuwige waaromvraag met het onvermijdelijke antwoord verstopt in de locatie, het al dan niet geschonden lichaam, de identificatie, de meanderende rivier en die patholoog, die een diepzinnige filosofie in een paar woorden verfijnd neerlegt. Waar gaan gedachten naar toe, als je overleden bent.

Daar peinst hij dus over, als de klus is geklaard en er weer een mens op de baar ligt na een minutieus totaalonderzoek, maar altijd dat ene ongrijpbare. Waar zijn zijn of haar gedachten heen. Vroeger dacht ik dat ze weg konden vliegen in de wind, als vogels in een vrije val, omhoog stijgend en neerduikend en wederom omhoog. Werken met de dood roept dit soort vragen op. Ik weet het want ik heb die man met de zeis regelmatig zien rondwaren om de bedden heen en zelfs gevoeld. Een koude windvlaag die optrok.

 Gravure door Reinier van Persijn: Zwanenzang (Wiki)

Altijd is er een kleine opleving van een stervende, een oprichten, een blik, die helder is en klaar, vanuit de lethargie van het berusten, om na een paar seconden maar, weer terug te vallen in de status quo en niet lang daarna de laatste adem uit te blazen.  Een zwanenzang. Dat maakt dat je aan het peinzen slaat over waar de geest heen is. Omdat er lijntjes zijn, of omdat je die er zo graag in zou willen zien. Omdat je van te voren al niet kan accepteren dat iets afgelopen is als met die oorverdovende stilte het doek valt en met een zucht de ademhaling stopt. Einde verhaal, geen volgend hoofdstuk meer.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2014/februari/waterlijken.html

Definitiever haast, omdat je de persoon in kwestie niet meer in leven hebt meegemaakt, is het werk van de patholoog-anatoom, die elke vezel van het lijf angstvallig naspeurt op oneffenheden, die het stoffelijke benadrukken zal. Hij kent de corpus van de hoed en de rand, elke cel en elke molecule en toch is er die ongrijpbare andere wereld. Gedachten, die boven adrenaline en endorfine uitstijgen, die amorf en licht zijn, zonder body.

Waar is het karakter heen, de spirit. Is de levensbagage voldoende doorgegeven of ligt ze op straat, letterlijk en figuurlijk. In het uur van de dood vraagt het om waarachtigheid, antwoorden op vragen die blijven hangen in de geloken ogen en boven de baar. ‘De dood is altijd op tijd’, orakelt men en refereert aan de Tuinman en zijn ontmoeting met de Dood in Isfahan.

Als robots in staat zijn om een eigen taal te ontwikkelen, dan moeten gedachten ook hun eigen weg kunnen gaan. De patholoog-anatoom peinst zijn eigen gedachten, die van het waterlijk zijn verdwenen. Waar gaan ze naar toe. Er moet meer zijn dan de metelijke en onmetelijke stoffen en stofjes, waar hij in roert. Het is de identiteit van de geest, een entiteit van het leven, de blauwdruk van de gedachten, maar vooralsnog ongrijpbaar.

Uncategorized

Zoals zij zelf!

Als ik dit schrijf, is de vrouw die me mijn allerbelangrijkste les in het leven geleerd heeft, vast van plan om niet langer meer te leven. Ze is 91 en ‘der dagen moe’ zoals mijn oma dat zo mooi placht te zeggen. Ze eet niet meer en drinkt niet meer en uit ervaring weet ik dat het dan zolang gaat duren, als het hart het volhoudt. Ze is in goede handen en ligt in een ziekenkamer met haar dierbare vertrouwde hebbedingetjes om haar heen en haar familie in de buurt. Ik heb gisteren een foto van haar gezien en ze lijkt het meest op een zichtbaar vermoeid klein vogeltje. De ogen gesloten, diep weggedoken in haar plaid op een chaise longue. Het kleine, vergrijzende donkere krullekoppie, er bovenuit. Haar gezicht draagt reeds de sporen van een ander leven. Ze is er af en toe nog en glijdt steeds verder weg in haar lethargische zaligheid. Alleen de pijn maakt wakker en heel soms een herinnering.

Mijn eerste ontmoeting : Een kleine kwieke vrouw met een aparte intonatie in haar stem dat nog vaag haar Surinaamse roots verried, vol verhalen en beelden op haar netvlies. Ze zat in de tuin bij een goede vriend het feest mee te vieren, dat daar gegeven werd. Er was geprietpraat onderling, gelach,, kinderstemmen die boven het geroezemoes uit vlogen, geplons van water in de sloot. Er werd wijn geschonken en naarmate de decibellen luider werden, de gezichten roder, de stemmen onvaster, viel ze me op. Daar zat ze als een rots inde branding en luisterde als enige echt, terwijl haar vriendelijke kleine ogen alles, wat er om haar heen gebeurde, opnamen en vastlegden. Dat was wat ik zag.

A party in the open air, Isaac Oliver, 1590-1595. (wiki)

Ik raakte met haar aan de praat en ze had het over haar leven, een tip van de sluier, haar kleindochter en haar vader, haar jeugd dat in verschillende landen een deel van haar fantasie had gevoed, Spanje, Nederland, Mexico. Door haar gesticulerende handen, de gloed in haar ogen en de levendige mimiek ontspon zich een andere wereld voor mijn ogen. Ze schreef, schilderde en illustreerde. ‘Hier zat een dame van formaat’, bedacht ik me, ‘die zichzelf was gebleven en iedereen met open armen ontving’. Haar verhalen waren geestig en ze speelde met het grootste gemak in op de humor van de oude vriend, die met kwinkslagen door het leven ging en zijn bonte vriendenrij hartelijk verwelkomde in zijn paradijs aan de lange tafel. Er was eten en wijn, er waren goed gevulde potten en volle glazen, de zon brandde en de guirlandes van dit leven van melk en honing waarden rond. Een feest in alle opzichten.

De tocht met de ezeltjes: We waren in de Ardennen met een schildersclub. Tot dan toe had ik nog nooit echt geschilderd en ik begon voorzichtig met tekenen in een schetsboek. Zij zaten allen in en om het huis met indrukwekkende doeken en potten verf. De maaltijden werden door een echte kok verzorgd, die wel wat weg had van de kok van de Muppets, die fuzzelde en voerde, lepelde en roerde. Tussendoor waren er wandelingen, anekdotes, liedjes, een groot stripverhaal over twee ganzen, die ter plekke verzonnen en letterlijk opgetekend werd op grote vellen. Hilarische soorten werden verzonnen, omdat in het huis de oubollige ganzen overal terugkwamen.

Foto Wiki, twee Catelaanse ezels.

Er was een wandeling gepland. De rest van de groep, fier van lijf en leden stapte voort. Ik bleef bij haar, omdat haar gekozen woorden de verhalen diep van binnen een bodem gaven. Aan de andere kant maakte ze de Pleegzuster Bloedwijn in me wakker, omdat ze voetje voor voetje schuifelde met haar lappen en lapjes over arm en schouder en grote hoed, zwaar leunend op een oude tak. De kleine voeten in de sokken en sandalen stapten omzichtig voort. Voetje voor voetje voorbij twee kleine ezels, waar een heel gesprek mee werd gevoerd, zodat de dames, welwillend en vriendelijk, antwoordden met een langgerekt gebalk, de berg op, het bos in, langs het kleine kapelletje, waar we even tot bezinning kwamen en ook de gelegenheid te baat namen om te rusten. Daar werd een band gesmeed, die tot in lengte der dagen is gebleven, ook al vertrok ze uit mijn leven door omstandigheden.

IMG_9386.jpgEen kapelletje als deze in Niort.

Daar vertelde ze wat haar vader haar had meegegeven, een geheim dat ik van haar in mijn levenskoker mocht stoppen: ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. En echt… Het helpt de wereld mooier kleuren, zoals zij zelf. In haar eenvoud en met haar liefde voor het leven.

Uncategorized

Net als de verf kies ik mijn eigen weg!

Gisteren was ik bij museum Voorlinden om de tentoonstelling van Rodney Graham te zien. Zijn enorme foto’s zijn grote etalages waar de tijd heeft stil gestaan en die oneindig veel meer vertellen als je er in kon of mocht verdwijnen, Dat is het enige wat ik mis aan die heerlijke ruimtes daar. De bankjes in het midden, waar je over kan gaan tot verstilling. Tot even verdwijnen uit de menigte van omstanders om rond te wandelen in het beeld, dé manier om je er mee te verenigen. Dwalen in de grote foto’s, tegenover de bezoeker zitten in een café, dat vol hangt met kunst en bewonderen, of voor de dichtgeplakte etalage van Woolworth dralen op een been en tegelijkertijd weten dat de oorlog woedt over zee. Dat idee.

099

herinnering: In de boekenkast stonden boeken van Godfried Bomans, naast de grote natuurgidsen van Jac.P. Thijssen, de serie ‘Het aanzien van…’,Piggelmee, Alleen op de wereld en Gullivers reizen, temidden van enkele naslagwerken en de rode kleine volledige schoolencyclopedie. mijn moeder had er een aantal geërfd en de rest op de kop getikt bij de Slegte of andere tweedehands boekenwinkels voor een appel en een ei. Wie niet rijk is moet slim zijn. Er stonden ook enkele pockets tussen van Guido Gezelle bijvoorbeeld en Eric of het klein insectenboek van Godfried.

Als de biebboeken waren doorgestruind, vervolgde ik mijn weg in de kast. Zo werd ik samen met Erik door grootmoeder het schilderij ‘De wollewei’ ingetrokken. Niets is fijner dan een wereld te ontdekken, die tot dan toe maar voor een klein deel de jouwe was en een te worden met de diverse karakters van de dieren die de Wollewei bevolkten,  de wespenfamilie van Vliesvleugel leren kennen, die adellijk blijkt te zijn en die ik tot dan toe alleen maar verschrikkelijk vervelende treiteraars had gevonden, de mieren, de hommel, de vlinder.

Het reizen per boek staat gelijk aan het reizen per beeld. Telkens weer liet ik me, als kind,  meeslepen door de karakters en radeloos hoorde ik dat eisende vrouwtje bij de Keulse Pot aan, terwijl ik mijn hoofd schudde en Piggelmee waarschuwde vooral weer niet naar de vis te gaan. Steeds opnieuw-en het dunne boekje was bijna stuk gelezen-sloeg hij de goede raad in de wind. Ik bedacht er hoofdstukken bij, waar het verloop een totaal andere wending zou hebben. Het mocht niet baten. ‘Hoogmoed komt voor de val’.

Met Remy in ‘Alleen op de wereld’ heb ik gehuild en gelachen, me verweesd en verlaten gevoeld en de blijdschap gedronken toen de Zwaan eindelijk zijn weg kruiste en hij Mevrouw Milligan en Lise ontmoette. Er zijn vele boekreizen bij gekomen. Het rijke leven.

Later verzon ik projecten waarbij de kinderen dezelfde ervaring zouden hebben als ik vroeger en de wereld rijker werd met een zelf verzonnen verhaal eraan vast of het bedenken van een andere wending. En toen….en toen….en toen….Literatuur pur sang voor onderbouwers, maar ook ademloos kijken naar een schilderij en bedenken hoe het zou zijn als je er in verdwijnen kon. ‘Wat zie je? Wie zou je willen zijn? Wat zou er kunnen gebeuren?’ Vragen die ik nog steeds aan mezelf stel als ik voor een prachtig doek sta. Wegzinken in gepeins, je mee laten voeren op de golven van de beleving en de sfeer voelen die rechtstreeks, door de blik heen, het hart beroert.

Rodney Graham en zijn enorme installaties, foto’s, om in te verdwijnen,  waar de tijd stil staat in de kombuis, de ketel stomend wordt opgepakt en de kop gevuld wordt met warm water voor de thee of de oploskoffie en in het atelier de dripping points, van de kunstenaar afglijden, als hij het doek in schuine stand heeft gezet en de verf haar vrijheid krijgt. Zoals ik ervoor…nee…erin….of toch er voor maar, vrij in het verhaal, mijn gang mag gaan. Net als de verf kies ik mijn eigen weg.

Uncategorized

Er is!

Gisteren zag ik op Netflix de documentaire The Witness. Eenmaal binnengekomen, laat het verhaal niet los. Er blijven flarden rondspoken. Het gaat over de moord in 1964 op Kitty Genovese te New York. Ze was 28 jaar oud.  Haar dood werd wereldnieuws omdat een journalist van de New York Times er een artikel over schreef. Er zouden 38 getuigen zijn geweest, die alles hadden gehoord en gezien, maar langer dan een half uur niet hadden ingegrepen. Haar moordenaar, Winston Moseley,  kreeg ruim een half uur de tijd om in twee fasen de moord en de verkrachting te klaren. De journalist maakte er een sociaal cultureel probleem van en verdraaide, naar later bewezen werd, de feiten, om te prediken dat Amerika en met name de grote steden de voedingsbodem bij uitstek zouden zijn voor het ‘bystandereffect’. Wij zouden zeggen:’Ik stond erbij en ik keek er naar’.

KittyGenovese.JPGKitty genovese.

Bill Genovese was gek op zijn zus. Hij  had moeite met het idee, dat 38 mensen  stoïcijns weg hadden gekeken tijdens het noodweer en het geschreeuw om hulp. Om zichzelf het tegendeel te bewijzen, meldde hij zich bij de marine en werd naar Vietnam uitgezonden. Daar verloor hij beide benen door een mijn en werd hij door een vriend uit de rijstvelden getrokken. Bijna ten kostte van zijn leven werd het tegendeel bewezen. Om het hele verhaal een plek te kunnen geven, moest hij op onderzoek uit. We volgen hem in de documentaire en zien dat zijn intuïtie hem niet in de steek gelaten had.

Duidelijk wordt in het hele stuk, dat een verhaal nooit de werkelijkheid is. Het is altijd de belichting van de persoon die het vertelt. Feitelijke onwaarheden, die van essentieel belang zijn, het achterhouden of verdraaien ter meerdere eer en glorie van een goed verhaal, is van een andere orde. Bijna iedereen, ook journalisten van de andere kranten, twijfelden aan het verhaal. Omdat het echter de gerenommeerde A. M. Rosenthal was, ging men er in mee. Na een onderzoek van elf jaar kon Bill vijftig jaar later beginnen met de verwerking van de moord op zijn zus en rechtvaardigde daarmee zijn keuze voor Vietnam en het verlies van beide benen.

De moord zelf was al aanleiding genoeg om de levens van alle betrokkenen voorgoed te veranderen, maar het gevolg ervan zorgde ervoor, dat haar familie schrijnend herinnert bleef worden aan die nacht in New York.  Niet uit piëteit voor Kitty maar om het ‘bystandereffect’ ,veroorzaakt door het vermeende gedrag van de omstanders, waarbij de moord telkenmale als voorbeeld werd aangehaald.

Door het onderzoek kwam Bill er pas jaren later achter dat zijn zus in de armen van haar buurvrouw stierf. Alleen al die wetenschap had een totaal andere wending aan het leven van hem, zijn vader, moeder en broers gegeven. In de documentaire wordt pijnlijk duidelijk dat toegeschreven roem tegen wil en dank verstrekkende gevolgen kan hebben. Bill gaat de confrontatie aan met de zoon van de moordenaar, omdat diens vader weigerde. De zoon vertelde altijd gewaarschuwd te zijn geweest voor die beruchte misdadige Genovese-familie, een doekje voor het bloeden om de heftige impact, een vader als koelbloedige moordenaar en verkrachter, met de mantel der liefde te bedekken.

http://hazlitt.net/feature/darn-story-just-didnt-go-away-interview-bill-genovese-and-james-solomon

Beiden hebben al die tijd in een verdraaide werkelijkheid geleefd. Er valt nog veel over te peinzen. Puzzelstukken, die passen of wringen, flarden die op komen zetten of weg zeilen, de indringende beelden die erbij horen. Bill heeft na elf jaar eindelijk een hoofdstuk van het verleden kunnen sluiten en kunnen werken aan een nieuw leven, los van het stigma, los van de vragen, die Kitty hem als jonger broertje heeft geleerd te stellen. Er is geen waarom. Er is.