Uncategorized

Proost

Een mooi samenzijn is aan het eind van het jaar een wenselijke afsluiting. Het hele gezin compleet, behalve onze ouders, omdat de oudste broer 50 jaar getrouwd bleek. De dag begon fluisterend met schrijven, een lange mail, een dommeltje en de trage animatiefilm Le Tortue Rouge. De druilerige zondag werd in de auto, op mijn paasbest gekleed, een feit, helemaal toen we twee locaties bleken te hebben verwisseld en het parkeren bij het etablissement niet mogelijk was. Met vogelhuis in de aanslag, het gekozen cadeau voor twee mensen die vooral van hun tuin genieten iedere dag, gingen we naar binnen. De vijf kleintjes, de hoop van de natie, vroeger, toen alle oudere broers allangĀ  het huis aan de Amandelstraat hadden verlaten.

coenWaar het ooit mee begon. Oudste broer

Dit was het feest van de anekdotes, van hele en halve waarheden, van herinneringen die geboekstaafd werden met vermeende feiten. Het feest der herkenning. Ik keek de tafel langs en zag al die geliefde gezichten aan. Met geen mogelijkheid kon ik alleen maar ouderdom zien, in tegendeel. De knol in mijn kous hield me aan de tafel gekluisterd, al moest ik twee keer langs het buffet lopen. In dikke zestig deniers panty’s horen geen gaten te vallen. Mijn verbazing was groter dan het uiteindelijke gat en het idee om zoonlief erop uit te sturen mij een nieuwe te brengen, liet ik met dezelfde snelheid weer varen, als ze was opgekomen. Iedereen was boven de 58, veel al ver in de zeventig, dus de waarneming stond op een lager pitje dan mijn melkwitte been door het gat heen schijnen kon.

villachVassach

In de gesprekken met de broers en zussen plakte ik de verhalen uit de diverse jaargangen aan elkaar. Ter plekke vormde zich een nieuw beeld. We kwamen op de verdwenen brieven van Pa uit Oostenrijk in de oorlogsjaren en de vraag, waarom hij daarheen gegaan was. De passie voor het land was er jaren later nog steeds toen hij met ons en een volkswagenbusje die bergen op zocht, waar hij de eerste jaren van zijn huwelijk had doorgebracht. In het troosteloze Vassachermeer was net een inwoner van het kleine dorp verdronken en de waarschuwingen hingen als een beklemmende voile over de donkere spiegelingen van het rimpelloze water. Het kind, dat ik was, speelde verdronken te zijn en zwaar liet ik me zinken in het ondiepe bij de kant om proestend weer boven te stuiven. In water wordt een lijf licht als een veer, maar ook zwaar als de nacht, als je het laat betijen en geen weerwerk geeft.

De vakantie was verkeerd begonnen. Veel lichtere uren gaven de jaren daarna in het gelukzalige Spanje, want het bracht, zonovergoten, de problemen tot stilstand en dwong mijn vader tot rust onder zijn boom uit de felle zon na de enerverende reis.

Reizen doen we allemaal. Een heel leven lang hebben we allemaal onze eigen trektocht door het leven gemaakt. Met vallen en opstaan, puur geluk, grote en kleine verdrietjes en liefde. Maar altijd, in de schamele gedeelde uren, komen de verhalen los en tekenen de levens zich uit, nu gretig afgenomen door de jongere generatie en de Ierse Reel dansende kleinkinderen. Vrolijke noot zijn de kleine voetjes en worden door de zilverwitte haren van de nog veel oudere schoonzussenfamilie geweven, die het vak verstaan om prachtig oud te worden. Breekbaar, doorschijnend en fijntjes, zoals hun moeder ooit was toen ik haar leerde kennen, 50 jaar terug.

2018Samenzijn in 2018

Oud jaar vandaag en met de hele familie op het netvlies het nieuwe jaar in, ik kan me geen mooier begin wensen. Een liefdevol en een bewust gedeeld samenzijn. In mijn zelfgekozen eentje hef ik straks het glas. Proost.

Uncategorized

Het aardse Paradijs

De Hemel gaat sluiten. Vandaag is de allerlaatste dag dat je er nog kunt toeven. Gisteren was ik er, omdat Sinterklaas een heldere ingeving had gekregen en oma met de kleinzonen op stap stuurde. Die Sint, die verdacht veel op de vader van de jongetjes leek.

Het is niet zomaar de Hemel. Nee, het is die van de voetballende natie, kleine Godenzonen in de dop, die rapper zijnĀ  met de voeten dan met de mond en die in het Walhalla op alle manieren hun kunsten mogen vertonen. Sprintjes trekken, koppen, slalommen dat eigenlijk dribbelen heet, vlakschieten, schotkracht. Alles valt te tonen. Vooral de laatste was een succes, omdat de kracht ter plekke digitaal gemeten werd en je dan kon rivaliseren met willekeurig elk ander schotkrachtjongetje.

001-3.jpgRoozendaal, Industriestraat.

Officieel heet die Hemel: Het Nationaal Voetbalmuseum: De Voetbal Experience. Daarvoor moesten we, mijl op zeven, eerst naar Roozendaal. Niet het gemoedelijke stadje maar een gure buitenwijk met een kunstenaarsdorp erachter. Die invulling gaf ik er zelf aan bij het zien van de onnatuurlijk gekleurde gevels en de prachtige staaltjes van graffiti op de onooglijke betonblokken her en der. Een No-go area. Krassende kraaien op de onwillige hekken van het lege terrein. Een enorm, maar leeg, stadion, met tribunes en toegangspoorten, die allemaal het hardst schenen te roepen om te keren en weg te gaan.

002

We reden tot aan de werende slagbomen en mochten, na het uitnemen van de parkeerkaart, gewoon door. De hemel binnen handbereik. We hadden keurig de jassen op de kapstok gehangen, kregen een korte uitleg en wandelden toen de Mythe in. Glunderende ogen, dribbelende benen, juichende knuisten, het kon niet meer stuk. De grootheden hingen als shirtjes aan de muur gespijkerd en je kon er de vuile was ruiken, de grasmat, de kleedkamer en wat al niet meer. Wapperende handen voor de neus. Aan voetbal kleven vreemde luchtjes.

037

Omahanden kleumden in de koude wind, maar de wangen van telg kleurden diep rood van de inspanning. Er waren jongetjes om vriendschappen mee aan te gaan. Voetbalvrienden hebben aan een half woord genoeg. Je oogst bewondering of niet. Ongelooflijk langbenige magere jongetjes, die al hun kruit verschoten leken te hebben qua vetopslag, dansten met de bal. Ze hielden partijtje in het holst van de voetbalkuil. De gelegenheid voor mij om uitgebreid de geschiedenis waar te nemen. De grootste voetbalschoen ooit, maatje 56 en andere trofeeƫn van de beroemdheden, luchtdicht afgesloten, waar ik alleen maar blij om kon zijn, want ik kan me de geur van de schoenen van de jongens nog heugen, die als een wolk opsteeg uit de natte restanten na de wedstrijd, de blikken reporterstemmen door de jaren heen, de aanwassende decibellen van het stadionpubliek.

039

Na elke millimeter te hebben getest, bekeken en onderworpen aan de inspectie, namen we afscheid. Nog net op tijd. Eerst de hemel zien en dan sterven, in variatie op een thema. In ons geval dommelde telg al snel weg en droomde, in zijn gordel achterin, de eclatante successen, de bewieroking, het klaterende gejuich van een volle arena.

053

Uit met oma is feest, patatterdetat, maar nu de ultieme test. Zoete aardappelpatat of gewone. Beide besteld, ketchup, mayonaise en appelmoes in de aanslag. De zoete aardappel won, yeahhhhh, met appelmoes verreweg het lekkerst. De ober schoot meermalen in de lach en onze dag kon niet meer stuk. Terug in het aardse Paradijs.

Uncategorized

Zalig zijn de onwetenden

Terugkijken en vooruit blikken. Pluis heeft het er niet op. Ze kijkt me wat verwijtend aan, of misschien kijkt ze alleen en zorgen mijn schuldgevoelens voor de ingevulde lading ervan. Zelfs het feit dat ze met lodderogen er wat narrig uitziet, verandert niets aan de objectieve waarneming. Ik zit niet in haar kleine poezenbrein.

De slaap had zich laten verjagen door een basale behoefte en piekerde er niet over om terug te keren. Om het nuttige met het aangename te verenigen las ik eerst een hoofdstuk uit het boek dat we voor de leesclub zouden doorvorsen. Zomerlicht…en dan komt de nacht van Jón Kalman StefĆ”nsson. De titel was in ieder geval toepasselijk. Het holst van de nacht, de ideale omstandigheid voor wat gemijmer.

Ik wil niet zeggen, dat het boek me meteen aangrijpt, maar sommige zinnen zijn juweeltjes. Zijn taal is de taal van de gedachte. Het feit dat het gaat over de oude tijd van de jaren zeventig, maakt dat het moeilijk binnenkomen is voor iemand, die niet uit diezelfde periode stamt. Ondanks de vreemde, verlate plek, IJsland, herken ik de aanduidingen. Als hij in plaats van het verdwijnen de vernieuwing had aangehaald, was het meer herkenbaar geweest voor een jongere leeftijdsgroep.

013-1.jpg

Identificatie is een van de trekkers, die garant staan voor succes. Ik sla het boek dicht. Het moet even betijen. De nacht is nog lang, de laatste zandkorrels zijn uit de ogen gewreven en ik ga daarom op zoek naar een boek, dat past bij het volgende thema van het blad Mensenkinderen, voor een recensie. Ik vlieg heen en weer over de verschillende boekensites en ineens bedacht ik me, dat ik het ook fijn zou vinden als het schrijversgerelateerd was en een van de nieuwste boeken. Ik dankte mijn gesternte voor deze ingeving. Binnen een minuut had ik het perfecte boek gevonden. Een boek van Joke van Leeuwen, een van de groten der aarde als het om kinderboekenrepertoire gaat. Rijk en speels, maar zonder doekjes voor het bloeden.Dat kon worden afgevinkt om vervolgens terug te gaan naar Zomerlicht.

De dichter Hallgrimur PƩtersson wordt er in aangehaald, een bekende IJslandse dichter, geboren in 1614. In een van hoofdstukken stond een passage van een van zijn gedichten:

De bomen willen niet meer botten

hun pracht vervaalt, de weeklacht krast

haar trieste leven, mijn wortels rotten

verdwenen de rust van mijn houvast.

In het lover hoorde ik vogelzang.

De storm ontwaakt, de dag vervaagt,

vogels en dieren worden bang.

Mijn gedachten worden opgejaagd.

De vader die dit gedicht aanhaalt, heeft er een fles whisky naast staan en verdrinkt zijn weemoed in de woorden van deze sombere woordenstroom vlak voor hij zich van het leven zal benemen. Het doet hem recht. Met de schaduwen in zijn hoofd kan hij niet verder leven, omdat ze hem de schoonheid van het bestaan ontnemen.

Dat is de kracht van het verhaal, want dankzij de beschrijving en de begeleidende brief ben je geneigd hem en zijn idee te omarmen. De zoon blijft achter, zo doorschijnend als ooit de moeder, verheerlijkte liefde van de vader. Straks, dat voel ik, maar weet het natuurlijk nog niet, verdwijnt hij of hij klautert uit de misjpoge omhoog om sterker dan de vader te verschijnen. Meer verlichtend dan het licht van zijn bleke vel.

012

Het feit dat het verhaal tot nadenken stemt maakt het boek al waardevol. Dat doet literatuur. Ik bundel de opgeroepen beelden van de nacht en ga nog even dromen voordat de dag aan mijn lakens trekt. Pluis is me al voorgegaan en ligt opgekruld aan mijn zij. Zalig zijn de onwetenden.

 

Uncategorized

Zelfs sfeer uit neonlichten

In de brievenbus liggen de liefste wensen. Voorzichtig haal ik de diverse enveloppen eruit. Sinds Zomerbriefjes en Klein Geluk Post heb ik weer een update qua waarde omtrent de brievenbus gemaakt. Waardevol en liefdevol. Die twee dingen. Er wordt aan je gedacht, er wordt extra moeite genomen een postzegel uit te kiezen(de mooiste)en een wandeling naar de brievenbus te ondernemen en er staan extra mooie wensen en gedachten in prachtig beeld gevat, in een zo mogelijk nog mooiere enveloppe. De dag kan niet meer stuk. Zonnestralen zijn het, regelrecht hartverwarmend.

IMG_9207

Van een lieve trouwe bloglezer kreeg ik een bedankje voor het hele jaar mijmeringen. Daarvoor had ik ook nog per boodschap onder de blog een dergelijke dankbetuiging gekregen. Het maakt me verlegen, maar ook heel blij, omdat ik weet dat er mensen zijn die kracht en positiviteit uit de verhalen kunnen plukken. Ik ben, op mijn beurt, net zo gelukkig met die ontvankelijkheid van hen.

Vanmorgen per ongeluk ‘Dag Schat’ tegen mijn vrouwelijke huisarts gezegd. Het was eigenlijk een groot compliment. Omdat ze een en al luisterend oor was. Het leek op thuiskomen, een stukje woordeloos begrijpen hoe het met je is, dat zijn kwaliteiten die ik zo waardeer en zeker als een arts daar mee behept is. Dat nam niet weg, dat ik toch een afbouwkuur van de Prednison als bonus mee kreeg. ‘Even de winter doortrekken’ heet het. Jammer, het is niet anders.

IMG_9199

Schat dus, dat zeg je niet tegen een dokter. Wel tegen mijn kleinzoon. Hij en ik kregen van Sint een middagje ‘Alone Home, de theatervoorstelling’ te zien. Hilarisch met op het eind een hoog moralistisch gehalte. Dat vond ik spijtig en dat stuk van het verhaal ging over alle hoofden van de jonkies heen, maar er waren geweldige scĆØnes bij. Ik heb zo verschrikkelijk gelachen. Het geluid was niet optimaal, ik vroeg even rond en deed vervolgens de belangrijke ontdekking, dat vooral mijn geluid niet helemaal optimaal was. Haha. Dat weet ik al heel lang, maar het is iets wat ik voortdurend wens te vergeten. Annie M.G. Schmidt had een lange litanie met haar ouderdomsgebreken en ze heeft gelijk gehad. Elk jaar kan er een streepje bij op de lijst van onvolmaakt oud worden. Dat maakte voor kleinzoon niets uit. De Maccie was het ultieme slotakkoord.

IMG_9206

Heerlijk om met mijn kleine wijsneus op pad te zijn. Hij herkende stukken tekst, die mijn pet te boven gingen en omgekeerd. Hij wilde er boven de Fristi wel over door mijmeren. Volgende keer heb ik hem een Frans restaurant beloofd, want mijnheer is gek op kaas, en niet zomaar kaas, maar heerlijk Franse kaas. Boven Brie en Camembert, worden de authentieke ronde schimmelende kazen verkozen. Het bloed kruipt in dit geval wel waar het gaan kan, dus in de Franse venen, dankzij de Franse genen. Het wordt tijd om de jongens te ontMacdonalden. Ze zijn er aan toe.

Naast ons-oma met kleinkind-zat een andere generatie-moeder met puberzoon-die zich afvroeg of haar zoon niet liever met een jong meisje op stap ging dan met zijn oude moeder. Ik beet stevig op het puntje van mijn tong, maar omdat je op elkanders lip zit, kon ik het toch niet laten te zeggen, dat dat probleem in de jaren over zou gaan. Dan nemen ze hun oude moeders juist weer graag mee uit. Toch gaf het net dat tintje meerwaarde aan die formica eetfabriek. We glimlachten naar elkaar en ook puberzoon deed mee. De glimlach der herkenning, de glimlach van empathie, de glimlach van voordeel trekken uit de kleinste dingen, zelfs sfeer uit neonlichten.

 

Uncategorized

De kerst voorbij

Het ging precies zoals ik het me had voorgesteld. Die hete soep waar ik gisteren over schreef, was afgekoeld en in mijn hoofd was weer ruimte voor de realiteit. Daar deden we dan ook wel ons best voor, wandelden het park door, roerden elk onderwerp aan. Stijf omarmd gingen we verder en zeiden tegen elkaar: ‘Dat moeten we vaker doen’. Niets zo belangrijk als prime time met elkaar. Daarna was het huis vol, gezellig en warm.

In de middag ervoor dekten jongste zoonlief en ik de tafel en ontdekten dat alle laatjesĀ  van de oude buffetkast en het aanrecht volgelopen waren met nutte en onnutte dingen. Mijn vroegere behoudende aard wil de dingen bewaren, maar de strakke en directe aanpak van zoon stond daar haaks op. Waar ik me tot voor kort verzette tegen zijn kordate handelen en tijd wilde krijgen om er over na te denken, was het nu een zalig en berustend gevoel.Ā  ‘Had ik het nodig? Niet direct. Gebruikte ik het ooit? Ja vroeger. Ga ik er nog wat mee doen? Waarschijnlijk niet’. Dan hoppetee, weg ermee. Kringlooptas in de aanslag, daar redde ik mijn wil weer mee. Als het aan de telg had gelegen lag het in de vuilnisbak. Verschil moet er zijn. Hoeveel rustiger als je niet meteen in het verweer gaat.

De eerder gekomen hulptroepen roerden nog en passant een onderwerp aan. ‘Wat de waarde van het leven was’. Hun patiĆ«nten kwamen uit een streng katholiek dorp en wierpen die vragen op. Zoon was erover aan het nadenken gegaan. Er schoot een vleug vroeger naar binnen met een catechismus. ‘Waartoe zijn wij op aarde’, dreunde het. Een mooi en passend onderwerp voor aan de dis, vond ik. Het zou veel los kunnen maken, had hij bedacht, dus liever een luchtiger onderwerp aansnijden. Hij had gelijk. De aandacht om dergelijke gesprekken te voeren verdronk in het gekrakeel met de kinderen aan tafel. Het voelde goed om te weten, dat die diepere gedachten speelden. Het ware kerstgevoel.

018Pluis onder de boom

Pluis, die de hele kerst nog niet eenmaal naar de boom had getaald, wat ik trots verkondigde, presteerde het om er een kerstbal uit te slaan. ‘Dat doet ie anders nooit’ werd de gevleugelde uitspraak van de avond.

054.jpg Taart

De hachee ging schoon op en de enorme chocoladetaart van mijn schone dochter was een groot succes. De sla lag vergeten in een hoekje. Er was meer dan genoeg. In de keuken was de bedrijvigheid groot. Er werd afgewassen, gedroogd, gelachen, gepraat en nog veel meer gelachen. Vanuit mijn hoekje op de bank, kon ik het hele schouwspel overzien. Het voelde als warmte en een steekje gemis. Rijke kerst, rijke oogst.

De jongste aanwinst in ons gezin was het kerstmannetje in de dop. Met zijn bruine pientere oogjes keek hij de wereld in, net de borst gehad, en nu uiterst tevreden, buikje rond, warmte en een heerlijke plek, lief en genietend naast mijn benen op de bank. Poeh beer op de televisie voor spruit twee en een spelletje aan tafel met paps, oom en tante voor de andere mannen, stuiterend van de opwinding om winst of verlies.

Voor het weggaan mochten natuurlijk de schuimkransjes uit de boom gevist. Dat hoefde niet twee keer gezegd. Binnen tien minuten was de drukte voorbij. Om een uur of zeven was de koek op. Schoenen en jassen aan, mutsen op, kleverige kusjes-kruisjes, dag, dag en weldadige stilte. TV even uit, voetstappen en dribbelbenen op de galerij, de kerst voorbij.

 

Uncategorized

Een goed gesprek

Het is tweede kerstdag. Een horror memorabile kenmerkt de dag van een jaar terug. De pijn priemt dwars door de tijd heen en vanmorgen stond ik omzichtig, uit voorzorg, koffie te maken. Exact een jaar later dan toen het noodlot toesloeg. Alleen de herinnering steekt, achter het borstbeen blijft het stil. Gisteren was ik, al kabbelend, de kerst in gegaan. Weinig anders was mogelijk met longen die aan het wedijveren sloegen met het hart, maar die nooit in een overtreffende trap zouden raken.

035

Antibiotica deed haar werk net als de zeven andere lapmiddelen om hart en vaten af te vlakken en in bedwang te houden. Er zijn wat temmers nodig voor een opstandig gemoed. Er kwamen uien-en aardappelschillers langs en het gemak waarmee ze de feestdagen trotseerden, was een verademing op zich. Dan nog wat afleiding met zus, en haar zelf gemaakte voedsel. Ik genoot van de Pepesan, lied van het verleden en zo lekker, de Atjar zonder wortels, vergeten te kopen, maar die, misschien juist daarom, zo heerlijk smaakte en omdat ze overgoten was met een saus van zorgvuldigheid. Ze kwam op de fiets, een barre tocht ook al woonde ze twee straten verder. Het was donker en koud en de straten huilden. Een echte kerstavond dus, waarbij ik onmiddellijk aan de zwavelstokjes en Alleen op de wereld moest denken. Zelfs zoonlief at een hapje mee.

042

De avond verdronk in een glaasje wijn, dat ik weer dorst te nuttigen nu de antibioticakuur voorbij was en in stilte tot de Indiase deurbellen tegen het vensterglas sloegen en dat betekende dat er weer een heilzoeker kwam. De woorden bleven leunen op de stilte. Het hele gesprek vond plaats in ieders eigen hoofd. Regels wit, ongesproken woorden wilde ik vangen in het net, dat ik gebrekkig spande, maar dat toch niet afdoende was. Ik voerde hele gesprekken, maar er kwam geen woord uit. Hoe zit dat toch daarbinnen.

Ik bedacht dat een deel te wijten was aan de schrijver. Die is zo gewend aan het formuleren van woorden door op toetsen te tikken en zinnen te laten stromen. De herkenning is groot. Ik heb het steeds vaker, dat ik een onderwerp niet meer aan weet te roeren anders dan via het schrift. Bedachtzamer, meer weloverwogen.

Straks zijn ze er allemaal en dan gedenken we dat weĀ  mogen genieten van elkaar. Valt er ook te peilen of het goed gaat in geestelijke zin. Hoe hoog spelen de muizenissen op, zijn het dan alleen de mijne, niet die van de anderen. Zie ik beren op de weg?

‘Wat is dat mevrouw van Gelder, houdt U beren in de kelder. echte bruine beren in het perceel, als het nou konijntjes waren of een aantal ooievaren, maar het zijn echte beren en zo veel’.

Hier krijg ik een lesje van Annie M.G. die me voorhoudt dat een stel gezonde beren echt geen nadeel hoeft te zijn. Lekker kniezen, een potje unheimnisch zijn, in de rats zitten, om daarna weer ‘opgelucht’ adem te kunnen halen, als die dikke bruine beren een voor een als een zeepbel uit elkaar ploffen. Dat is moederliefde pur sang. De angst niet benoemd, maar op fluistervoeten. Mijn moeder zei vroeger, ‘Ik bijt liever het puntje van mijn tong af, dan er over te praten’. Als kind vond ik het een rigoureuze keuze. Het ging dan doorgaans om delicate kwesties, die veel los konden maken. Uit die koker kwam ook het spreekwoord ‘Spreken is zilver en zwijgen is goud’ vandaan.Ā  Moederliefde is weten wanneer je moet zwijgen. Maar soms schiet de twijfel er aan voorbij.

026.jpg

Buiten roekoet de duif haar oude litanie, ik omarm mijn beren en mijn twijfels. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend’. Vanavond eten we hachee, in een vlees en vega variant, gelardeerd met een goed gesprek.

Uncategorized

Op z’n paasbest met kerst

De kerstwensen rollen over elkaar mijn schermpjes binnen. Eigenlijk ben ik nog maar net uit een wonderlijk dromenland ontwaakt. Daar was het geen kerst, in tegenstelling tot de kerstavond van Robert ten Brink, die ik de avond er vlak voor gezien had. In de droom kwam ik de afbraak en de onttakeling van de school tegen en het sneeuwde er niet, geen sfeer van veiligheid en geborgenheid, die Robert met zijn Kerstbus zo treffend neer kan zetten. Ik peins verder en bedenk me dat de droom een mooie symboliek is voor al die mensen, die nu niet ergens aan een tafel zitten voor een klein of groot ontbijt met kaarsen en lekkere dingen, tinkelende en ronddraaiende engeltjes, pommanders en kerststerren in een pot, of rode cyclamen.

IMG_0922.JPG

Het ontbijt voorheen, op school, was er een om te gedenken. De kleine sfeervolle lokalen waar de tafels in een grote familieopstelling staan met mooie kleedjes er op. Iedereen op zijn kerstbest gekleed, met strakke en glimmende haren, krulletjes, staarten, kerstballen in een oor. Het zachte licht van de waxinelichtjes in veilige glazen potten, versierd met glitter en verf, gaven alle hapjes extra glans. Het lied van de kerstboom stond bovenaan. ‘Met ballen en slingers versieren we de boom, het sparretje verandert in een kerstboom…’ Om daarna altijd nog weer terug te vallen op de herdertjes die bij nachte lagen onder de Oh Denneboom.

Maar de koppies, die glimmende snoetjes, de verwachtingsvolle ogen, die beroerden me steeds weer tot tranen toe. Tijdens het ontbijt sloop het licht van buiten omzichtig naderbij en aan het eind, een uurtje later, was het gedaan met de betoverde sfeer. De kinderen waren er ook klaar mee en daarna begon in volle vaart de aftakeling. Altijd een te grote omschakeling, zoals die van Sint naar kerstsfeer ook als een donderslag bij heledere hemel plaats vond.

Het kerstontbijt van thuis is altijd van een heiligheid aan sfeer gebleven. Het opblijven tot elf uur, vader of moeder bleef thuis om de tafel te dekken, de wandeling door het donker, de Amandelstraat uit, de Elsstraat in en dan tot aan de kerk, de mensen die feestelijk, en vooral zwart gekleed, dezelfde gang maakten, dassen om de oren, rode wangen van de kou, en dan de grote ‘verlichte’ koude, maar feestelijke, kerk.

Drie missen in het verschiet, pepermuntjes, die we als koorleden mochten sabbelen, en alles in het latijn. De geur van kamfer vermengd met wierook, het gestommel op de houten kale banken, de zachte knielkussentjes van rood fluweel. Het was al goud wat er blonk daar vooraan. Niet zelden was een van de jongens misdienaar en moest belangrijke, onbegrijpelijke handelingen verrichten in mijn ogen. Knielen, buigen, schalen ophouden, kelken aangeven, met wierook zwaaien tot de kerk doordrenkt was van de zware heerlijke kruidige geur en door de rook. Daar doorheen klonken de liederen en verhieven de stemmen van de priesters, ze waren drie man sterk, zich in dat prachtige zangerige latijn. Dominus vobiscum. Op dat moment was ik er ten volle van overtuigd.

l_angel-chimes-goud-original

De gang terug naar huis was een grote ontlading. Huppelend en druk, omdat we wisten wat ons te wachten stond, spoedden we ons naar huis. daar vulde de eettafel de kamer. Voor alle dertien een bordje, de geur van verse broodjes op de kachel vulde de kamer, krentenstol met spijs,Ā  zoete koek en gekookte eieren, maar bovenal de luxe, die er anders nooit was, aan de heerlijkste vleeswaren, die je maar bedenken kon. Rosbief, casselerrib, rookvlees en lever. Mijn moeder keek vast met dezelfde ontroering terug op onze toetjes met die verwachtingsvolle ogen. De engeltjes van goud draafden in een eindeloze rondgang boven hun kleine rode kaarsjes. Zalig kerstfeest in alle opzichten.

Nu ben ik thuis, het is kerstochtend, straks komen de kinderen meehelpen om de gerechten klaar te maken voor morgen. Morgenmiddag zal de tafel feestelijk gedekt zijn, ergens liggen nog zilveren kerstengeltjes die boven de waxinelichtjes dwalen, een nieuw tafelkleed ligt nog in de auto, of gebruik ik weer dat oude vertrouwde lange laken. De tafel is groot genoeg om ons alle veertien te herbergen, net als vroeger. Verwachtingsvol samenzijn. Op z’n paasbest met kerst.

 

Uncategorized

Een oranje Renault vier

Een hazeslaapje en nu al weer wakker. Ik doe natuurlijk al dagen praktisch niets. Daar zou het wel eens aan kunnen liggen. Was het niet zaak om juist de balans te vinden tussen de aard der dingen. Dus een beetje bezig en een beetje niets. Het kan ook aan de oploskoffie liggen of mijn hoge schermgehalte van tegenwoordig. Twee films op een dag is een ongekende hoeveelheid, een film was normaliter niet een te halen. Doorgaans strand ik ergens net na het midden en zak dan op de bank weg in zalige vergetelheid.

De eerste film had ik zelf opgezocht. Op Netflix. The ghostwriter, omdat ie, hoe kan het anders, over een schrijver ging. Maar het bleek meer politiek geĆ«ngageerd te zijn. De tweede was een hoog ‘ Kerstmis, voel je goed gehalte’, met sneeuw, sentimentele club: ‘Rijke superster valt op eenvoudig dorpsmeisje’. Tussendoor humor met tumor, wat een pittig nadenkertje is en een wonderlijke politieserie.

A7519BDF-F0D9-42CF-A0A5-A093A6EE5A1B.jpeg

Gisteren begon de dag met een belletje, Zoonlief deed open en ontving van vriendin wat Ā foto’s en een jubileum boek van de oude school. Dertig jaar notendoppenwerk. Liefdevol briefje erbij, tranen om wat nooit meer bij het oude was gebleven, maar zo gemist werd. In een app de herinnering aan mijn uitspraak, als ik weer eens niet droog door een tekst heen kon komen. ‘Sentimentele oude dwaas’ mopperde ik dan op mezelf. Ze maakt er Bok van, en dat tekent bij mij een grote glimlach tevoorschijn. Ā Dat was wat mijn vader een hele tijd over zichzelf riep en het klopte. Bij elk karretje over de zandweg, bij alle groene en stille dalen, weenden zijn ogen nostalgie, zoals later die van mij. En onvermogen om het juiste gevoel te duiden. Altijd werden wijze woorden gesmoord in een tranendal.

Het had alles met leeftijd te maken en hormonen, verhoogde gevoeligheid bij de ouderdom, overgang noem het maar. Er was altijd wel een uitweg te verzinnen om het te gedogen. Nu zijn de anderen aan de beurt en weet ik dat ze het dan pas echt zullen begrijpen.

Het oude jaar draait zich nog een keer op het andere oor. Dit zijn de dagen bij uitstek om nostalgie en tranen met elkaar te verweven, een staatje op te maken van wat is geweest. Een jaar om te vergeten. Nee. Ondanks de tegenslag bracht het als keerzijde ook het opperste genieten. De Wijze zegt: De goeden lijden onder de kwaden. In metafysisch opzicht. Ik ben geen groot abstract denken, ik kan het alleen maar vertalen in beelden. Het goede lijdt, als het kwade gedijt en vice versa, zingt het in mijn hoofd. Dan heeft het elkaar nodig om balans aan te brengen. Heft het uiteindelijk elkaar op, vraag ik me af. Zonder negativiteit zal positiviteit niet zegevieren. Wie diep is gegaan, herkent de treden die uit het dal zullen leiden.

Maar dat betekent niet dat het soms niet een onsje minder mag. Dit jaar beschouw ik als de inleiding naar een vierde periode in mijn leven. Die van de bezinning en de rust en alle stappen die ik tot nu toe gezet heb, zijn onderdelen van het hele proces. Geeneen kan gemist worden. In die wetenschap is het plezierig toeven. Spijt raakt op die manier de weg kwijt en wat zich aandient is zelfrespect.

Het was on dat opzicht ‘ Een erg goed jaar’ om met Sinatra te spreken. Ik was nooit een grote fan, maar dit is een van zijn songs, die hoog op het filosofenranglijstje mag en daar nooit zal misstaan. Bij niemand trouwens, al leek mijn limousine verdacht veel op een oranje Renault vier.

 

Uncategorized

Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest

In de Klein Geluk Post van gisteren kwam een grote verrassing. Een prachtige harmonicatekening over een onderwerp waar ik lang geleden met vriendinlief een ochtend over heb lopen mijmeren. Bij het zien van die concrete voorstelling van wat we ooit bedacht hadden, begon het onmiddellijk te bruisen daarboven in het brein. Ik kon niet meer stoppen met denken en het verhaal stapte uit zijn kleine nevel en kwam met duidelijke contouren op me af. Ik wist wat me te doen stond. Snel pen en papier en schrijven, voordat de ideeën in een vacuüm terecht zouden komen. Zo werkt het proces. Nu moet het nog body en gestalte krijgen en hebben we een format gevonden waar tot in lengte der dagen op door te borduren valt.

ik en jimi schrijvend

Hoe gelukkig viel ik veel te laat als een blok in slaap.Ā In de nacht klopten de dromen met avonturen aan, maar ik sliep te diep om ze een podium te geven en bij het wakker schrikken door de Antibiotica-song (ik moet er de wekker voor zetten) ploften ze een voor een weer weg. Zelfs daar is een verhaal over te maken.

48425625_10214033120002189_5784870959693430784_n_003

Gisteren zat er een andere verhalenschrijver in de dop op mijn schoot. De derde van mijn kleinkinderschare was op bezoek en wilde ook schrijven. Met mijn beste tekenpennen omzichtig in de knuisjes verzonnen de verhalen zich eerst nog uit mijn pen, maar alras werd het overgenomen door mijn evenknie in fantasie. Hij krieuwelde en tekende, zoals alleen kinderen dat kunnen, frank en vrij, maar ineens merkte ik dat hij fluisterend het hele verhaal aan het papier toevertrouwde. Bijna hoorbaar vormde het verhaal zich in zijn hoofd en gaf zijn pen er de invulling aan. Wat een bijzonder moment. Het verhaal begon met een mandarijn die de wereld inrolde, omdat dat het enige was, wat voorhanden was. De mandarijn ontmoette vanalles, maar zeker ook de eland en de brontosaurus, met scherpe tanden, de pen schreef en tekende naar hartenlust en hij hoefde haar alleen maar te volgen en vertelde maar door. Klein moment van gelukzaligheid.

Klein gelukpost

Zo werkt dat. Een klein ding is er maar nodig om een keten aan ideeƫn los te maken te ontrafelen, zoals het geval was met de harmonicavoorstelling, dat in een juweel van een zelf gevouwen envelop zat uit een oud boek, compleet met woordwens en kleurige voorstellingen op de millimeter.

Het voordeel van ‘ziek zijn’ zijn de zeeĆ«n van tijd om alles te overpeinzen, ze in je hoofdĀ  vorm te geven en nu ik al weer beter uit de voeten kan, ze te laten stromen onder mijn vingers door. Op laptop en op papier. Beide werkt verheffend. Nog heb ik te weinig gelezen in mijn huiswerk, de stapel boeken naast me, gister werd er een exemplaar aan toegevoegd, dus voordat ik er niet meer overheen kan kijken, moet ik eigenlijk beginnen. Als laatste op de plank, zoonlief weet dat ledigheid des duivels oorkussen is, het boek met de intrigerende titel: De hemel verslinden van Paolo Giordano. In een recensie afgeschilderd als broodschrijver, zo een met dollartekens in zijn ogen, door anderen wordt het verhaal gezien als een meesterwerk.

Dat willen we graag zelf beoordelen. Paolo moet nog even wachten en alle andere ook, want als fantasie om de voorrang strijdt, dan wordt die inspanning te allen tijde bekroond. Zorgvuldig, om opgelaten ballonnen niet in het luchtledige te laten verdwijnen. Het is zaak om er handen en voeten aan te geven. Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest.

 

Uncategorized

Kunst valt niet te duiden

Wij vrouwen hebben het maar makkelijk, of nee, we hebben een voorsprong, die langzaam aan kleiner wordt. Derde dag van gekwakkel, kringen onder de ogen, scheurende hoest, bleke Betje. Douchen was eergisteren mijl op zeven en zette me voor een uur of vier uitgeput op de bank. Vandaag was ik om twaalf uur nog niet klaar om zo’n klus te klaren.

Dochterlief belde ’s ochtends op. Ze zouden ’s avonds naar de schoonfamilie in Montmorency gaan, dus een paar verloren kusjes rondstrooien met de jongens had verreweg de voorkeur. Gauw met mijn gehavende aangezicht naar beneden gestrompeld en bij het zien van die toet in de spiegel toch maar even een crĆØme, fond de teint, lippenstift, mascara en kohlpotlood. De jongens zouden Ā hun oma anders niet eens herkennen. Borstel door de haren en klaar. Plaid over de blote winterbenen en voeten en het feest kon beginnen. De diva kon ontvangen.

kerst 2018

Ze kwamen met bekertjes ijs met dikke lagen chocola want, als in een grijs verleden, had ik mijn onbeschrijfelijke trek eerder met hen kunnen delen via de telefoon. Welke hormonen deden nu weer hun calorierijke werk. Er was ook al een verlangen naar Oliebollen, het lijf schreeuwde om het normaliter afwezige zoet. Speelde de Onbevlekte Ontvangenis door mijn hoofd. Na het verstandige broodje kwam al ras het lekkers. Veel te machtig en de smaakpapillen proefden bij lang na niet de beleving van mijn voorstellingsvermogen. Toch gelukkig geprobeerd. Weer een verlangen en een verleiding door een reclame af te vinken. Zonder geluid en beeld is de schijn snel gewekt. Een oma, blakend van gezondheid met haar drie oogappels. Een bliksembezoek lang hield ik het vol. De knuffies waren zalvend.

met de jongens en ijs

’s Avonds rolde er met stijgende verbazing een andere schijnwereld de kamer binnen. Die van kunstenaar Walden Keane en zijn vrouw Margaret. Hij hield de schijn hoog. Zij was het, die in het echt de doeken van de kinderen met de grote ogen schilderde. Ze werkte soms 16 uur per dag en hij streek de centen en het luxe leven op. Dat is andere koek dan een snufje make-up. Met stijgende verbazing bekeek ik de film ‘Big Eyes’ van Tim Burton. Niet alleen om het matige acteerspel en omdat ik de hoofdpersoon deze week al in een matige verfilming had gezien, maar vooral om het stijgende ongeloof dat me ten deel viel. Waarom greep de vrouw zelf niet in, vooral toen ze de eerlijkheid in haar relatie met haar dochter moest verloochenen.

Een waandenker kan alleen maar groeien als hij het podium krijgt, waar hij om vraagt. Margaret oogde in de film als haar breekbare wonderlijke kinderen. Pas bij een levensbedreigende situatie neemt ze uiteindelijk de kuierlatten. Zelfs dan nog verschuilt ze zich als Kunstenaar en reikt de lange arm van haar hebzuchtige ex over het continent. Geloof sterkt haar uiteindelijk in het vertellen van de waarheid. Ze moeten beiden een schilderij maken in de rechtszaal. Een dergelijk script van een film zou welhaast knullig overkomen. Realiteit valt soms niet te filmen.Mijn ongeloof en het schrijnend gevoel van het feit dat vrouwen in de Kunst alleen maar konden bloeien als ze zelf sterk genoeg waren, denk aan Bourgeois en Kahlo, zorgde ervoor, dat ik naar de waarheid op zoek ging.

Leven in een leugen, leven in een waan. Op het laatst is de gedachte een gevierd kunstenaar te zijn sterker dan de realiteit. De schijnwereld groter dan je persoonlijkheid. Twee verschrompelde karakters. De een in dienst van de Hebzucht en de ander in dienst van de Angst, waarbij uiteindelijk het Recht zegevierde.

De schilderijen die ze maakte onder haar eigen naam en waar haar bewondering voor Modigliani doorsijpelt, spreken me meer aan dan haar beroemde doeken. De wonderlijke ogen zijn het innerlijk protest tegen haar zwelgende man. Op dat moment had ze geen ander verweer. Gevangen in haar eigen wereld. Kunst valt niet te duiden, maar zegt vaak alles.

Uncategorized

Klein Geluk ben je

Met al dat bank zitten en binnenste buiten hoesten is er eindelijk tijd voor de ‘Klein Geluk Post’. Wat een gaaf idee van vriendinlief. Schrijf elkaar in een groep, van vijf in dit geval, over Klein Geluk. Dat van jezelf, in de omgeving, van anderen of gewoon… datgene wat invalt. De eerste brief had ik heerlijk vroeg binnen, maar toen had ik nog geen tijd om er bij stil te staan. Nu ben ik er klaar voor. Kerstsfeer in huis, serene kalmte en de overtollige rommel weggebracht door de twee zonen.

Eigenlijk is het feit dat kerstmis het feest van het licht is, ooit zo overdrachtelijk bedoeld, wel degelijk het feest van de kerstlampjes geworden. Zodra die hun plek hebben gekregen in de kerstboom, in de palm en in de bal is het feest compleet door de zachte uitstraling die het de kamer geeft. ik heb de neiging om overal een snoer van lampjes neer te leggen. Klein Geluk dus, een roodborst vleugelt naar boven als ik de envelop open, daar is een lofzang op de mooie kleine Parmanticus en doet me plaats nemen op het paarse krukje bij het gapende gat van wat eens het atelier was.

004

Daar hipt ze troostend over het zeil en het gras van wat ooit was en pikt in de grond om vermeende zaden. Roodborst hoort net als alle vogels bij mijn Klein Geluk. Bijna verschrijf ik me en wil stil in plaats van klein schrijven. Maar ook dat klopt. Stilte hoort er bij. Juist omdat het de gelegenheid geeft om naar binnen te keren. Natuurlijk is het lawaai in de eerste schil rond mijn hoofd al oorverdovend door de suizende gehoorgangen, maar vaak lukt het om ze in die buitenste schil te laten en ‘de beste remedie ever’ ze te negeren.

Schoonheid van klein en groot hoort erbij en kinderen, als afspiegeling van het onbegrepen kind dat ik ooit zelf was. Toen ik voor de kleuterkweek stage liep op de reguliere Frƶbelscholen had ik mezelf voorgenomen nooit, maar dan ook nooit, te worden wat ik daar aan voorbeelden voorgeschoteld kreeg. Volwassenen, die ruim over het denken van de kinderen heen walsten en daarmee heel weinig hoorden van wat er werkelijk speelde. Klein Geluk was de juf, die het helemaal anders deed. een uitzondering in haar klasse, destijds. Ze leerde me buigen naar het kind toe.

IMG_8937

Klein Geluk waren de paardenblommen van het meisje in haar eigen wereld, kleine knuisten omvatten de tere stelen als een kleinood en met haar ‘Elza’mantel om werd ze Prinses Paardenbloem om vervolgens languit te gaan liggen en in een schone slaap te vallen. Klein Geluk ook in een boeiende zin, die binnenkomt en raakt. Hoe is het mogelijk dat een combinatie van enkele woorden een mens van zijn sokken blaast of dieper laat schouwen.

winter 2018 3

Klein geluk zijn de poezenpoten in de verse eerste sneeuw, poezenpoten sowieso, omdat je ze zacht en aaibaar weet, het grijze vel. Het zijn de enveloppen op tafel, klaar voor het versturen en de voorstelling van de verwachtingsvolle ogen, als de inhoud naar buiten glijdt. Het is de slaap achter mijn ogen die zorgt voor nog een uurtje soezen, een verlichtte vuilnisman achter op de rijdende vuilniswagen, het filigrein van de boomtakken voor het raam in het schemerduister, een goede film, het juiste boek.

003-1.jpg

Klein Geluk zijn de woorden die ik iedere dag weer vind, om het gevoel te vangen. Klein Geluk is de lezer die het ontvangen wil. Klein Geluk is wie je bent en wat je voelt en wat je denkt en wat je doet, waardoor je al die anderen ontmoet. Klein Geluk ben je.

Uncategorized

Aandacht, kunst en liefde

Ondanks de tegenslagen van de afgelopen dagen sluimeren er van die mooie kleine bacteriedodertjes, anders dan de antibiotica, tussendoor. Kleinzoon komt een kusje brengen en tovert uit de gitten glittertas uit de verkleedkist van zijn moeder, een borsteltje dat ik allang niet meer had gezien. Zo’n plastic inklapborsteltje dat je uit moet drukken om te kunnen gebruiken. Ingevouwen is het een rond doosje zo groot als een handspiegel. Terwijl hij borstelt zie ik zijn moeder terug met haar kleine handjes en eenzelfde parmantig gebaar. Ze kijkt me vergenoegd aan en de jaren vallen ineen als in een waas, de jaren tachtig en nu. Maar ook zie ik mijn eigen moeder die met haar borstel haar ‘Wasch en watergolf’ recht strijkt en opduwt in de beslagen spiegel van de bescheiden badcel in de Amandelstraat. Herinneringen vlechten is een geliefde bezigheid geworden.

015.JPG

Ik maak een serveerschoteltje van een mandarijnenschil en hij peuzelt vergenoegd achter elkaar twee exemplaren op. Waarnaar hij in het holletje duikt, waarover ik hem zojuist verteld had. Geef ze de tijd om over de dingen na te denken. Ze komen vanzelf wel. Daar in dat knusse stukje geborgenheid hoort hij deel ƩƩn van de Pozzebokken, schijnbaar afgeleid, maar ƩƩn en al oor. Hij moet vreselijk lachen als de moeder uit het verhaal de naam verhaspelt in ‘Bozzepok’ of iets dergelijks.

Pozzebokken

Dan is er zwager, die opbelt over Jut en wat een handig idee is, waar het de aanwezige elektra betreft. Slopen is de beste optie, want luchtvriendelijke ledlampen lijken een perfecte oplossing voor een vervuilend aggregaat met dieselolie en veel lawaai. De arme levende have op de tuin zou zich spontaan een bult schrikken bij het horen van al dat decibellengeweld en het ruiken van die walmende vervuiling. Er zijn betere wegen die naar Gods akker leiden. Verder gaan mijn kabouters gestaag door met de wederopbouw van het karkas. Wat een heerlijk weten!

Vriendinnen appen en mailen met tips en hulp en warme digitale vitaminen en aandacht, een warm bad, dat in dank aanvaard en ontvangen wordt. waar zou je zijn zonder al die lieve aandacht.

033Detail van ‘Ragazzo van Caravaggio

Ik lees van vriendlief een ode aan Caravaggio met de folder van het centraal Museum erbij en bedenk, dat het zo iets bijzonders is. Ik was al van mijn sokken in Antwerpen in het Museum van Hedendaagse Kunst. Daar hing zijn ‘Ragazzo morso da un ramarroIndrukwekkend en intrigerend. Die helderheid, die uitdrukking, het eindeloze verhaal dat zich vertelde op het doek. Elk doek is een buitenkans.

Zoonlief komt een mooi scheef kerstboompje brengen. Lief en aandoenlijk is ze, zoals ik zelf ook altijd zoek. De kansarme. Haha. Met een beetje aarde staat ze zo weer recht op haar kluit. Maar gisteren nog niet. Vandaag zijn er twee paar van die spierballenbielzen, om de boom neer te zetten en omzichtig de lampen er in te hangen. Daarna kan ik haar elke dag mooier kleuren met mijn oude kerstversiering. Het gaat goed komen.’

 

Een eerste aanzet met ‘Zomervlucht en dan komt de nacht’ wordt gemaakt, maar de letters dansen hun eigen verhaal. Te vroeg, straks beter. Vriendin voegt een mooi verhaal over het Japonisme bij op social media. Het volgende project in ons geschilderd leven. Daarbij wordt Madame Butterfly genoemd en er is een afbeelding van Breitners meisje in witte kimono. Een van mijn absolute lievelingen. In mijn hoofd openen zich de perspectieven. Geen geisha’s van de plaatjes, maar de mensen van vlees en bloed met de bloesemtochten van Monet, van Gogh, Whistler met zijn porseleinen prinses, de golven van Hokusai.

Met een hoofd vol val ik in een helende slaap. Opstand van bacteriƫn geveld door een beetje antibiotica en prednison en vƩƩl aandacht, kunst en liefde.

 

 

 

Uncategorized

Nu, vandaag of morgen

Energie die als een vloeibare massa traag wegstroomt door het afvoerputje. Er waren al de hele herfst voortekenen. Elke natte mistige dag gorgelde een deel weg. Twee stappen vooruit en een stap achteruit, dat effect. Er waren wat deadlines en belangrijke afspraken en toch ook bezinning op mijn bank, vaste plek vanuit mijn kamer, waar ik de lucht kon zien veranderen van grauw grijs naar hemelsblauw en vice versa. Donkere dagen voor kerst is iets om letterlijk te nemen, leert natuur ons.

Het lichaam had al haar misstappen een voor een opgespaard en maakte er een optelsom van. Vermoeidheid, check, lome ledematen, check, hoestbuien, check, scheurende longblazen, check, verhoging check, geen enkele ondernemingsdrang meer check, ontstoken oog, check, volle neus, check, snotterende aanwezigheid check.

009

Tule netje eromheen, kerstlint om het vast te knopen, strik erin en klaar was ik. Exacerbatie en longontsteking hing er als een kaartje aan te bungelen. De stapel boeken naast mijn bed lachte. Eindelijk was de grote verlossing nabij van een maandenlang stilzwijgen en bladzijden op elkaar persen. Zafon, Claudia, Bouazza en Komrij en hun Wagner, Kalmann StefÔnsson, Roos Schlikker en Griet. De kleine Beatrice op mijn doek moet wachten in een groot vacuüm van wit. Straks, later, is er weer alle tijd van de wereld.

De prednison en de antibiotica grijnzen. Ze liggen op hun rug te spartelen in mijn ellende. Kleine onderdeurtjes. Maar zonder red je het niet en dat weten ze maar al te goed. ‘Heb je maagbeschermers.’ vroeg de norse apothekersassistente. ‘Jawel hoor, 20 mg is dat afdoende’. Een droge knik. OkĆ©.

Koortsachtig, wat toch knap is voor iemand die nooit koorts heeft, trek ik de geplande gangen na. Kerstboom kopen, optuigen, met de jongetjes op stap naar theater, voetbalmuseum en nog een voorstelling, kersthachee voorbereiden. Ze moeten op een lager pitje. Het leven stap voor stap.

006

Het uitzicht wordt de natte donkere straat, de flat beneden, de lucht en de gedachte. Dat noem ik binnenvetter spelen ten top. Zuslief wilde langs vandaag, maar de vermoeide draak in mij wimpelt het af, net als de musical en het etentje op eerste kerstdag. Met het hoofd eerst maar goed onder de dekens, het ruisen van het verkeer als achtergrondmuziek, de gedachtestroom als ondertoon. Dit jaar dan misschien alleen een kerstboom in mijn hoofd. Meer dan ooit is de behoefte aan en het verlangen naar warm en lichtjes en familie, aan geurende dennenappels in het open vuur, aan wandelingen door een winterbos, vogels spotten op hun eigen kerstreces.

008

‘Om mani pad me hummmmm’, zoemden de kinderen en ik, als we daar sterk behoefte aan hadden in tijden van onrust en vermoeienis en er bezinning nodig was. We trokken de zon in ons omlaag tot op de kleermakerzit-knieĆ«n met duim en wijsvinger en ontvingen haar warmte in de open handpalm. Dat moment kwam op vrijdagmiddag, tussen spel en weeksluiting in, als de gemoederen oververhit waren van een hele week aan indrukken. Het hielp altijd. Zelfs de grootste belhamels met hun motorische onrust, sloten de ogen en trokken aan hun eigen zonnetjes. Warmte is op te roepen.Ā  De mantra uit het verre Oosten had vooralsnog alleen ten doel om naar binnen te keren. Binnenvettertjes voor het ogenblik.

Berusting. Laat het maar stromen, de lettervreter heeft een kerstmaal, dat nauwelijks geƫvenaard kan worden. Het komt allemaal vanzelf weer goed. Nu, vandaag of morgen..

 

 

Uncategorized

Opnieuw geboren

het hoofd is vol

geen plek voor gedachten

nu start het grote wachten

opĀ  frisse wind en lafenis

de dag sluimert door

en scheurt dan soms in twee

of drie of vier

uiteen

wijsheid waaiert naar beneden

als een verdwaalde veer

tot in mijn grote teen

 

ik duik onder de dekens

en voel me

schuim

op de golven

grint op het land

het knarst

het schuurt

het trekt haar voren

zakt weg in vergetelheid

morgen weer

en dan

opnieuw geboren

Uncategorized

De kleine geschiedenis

Het hoofd zit dicht. Er kan niets meer bij. Het is volledig afgesloten. Elke holte levert dof snuiven op. Het voelt niet fijn, maar zolang ik me koest hou en op bed blijf zitten is er niets aan de hand.

Bij inspanning, de futiele aanpak, bijvoorbeeld was in de machine stoppen, is er een confrontatie met het onvermogen. Het voorover buigen, was pakken, was in de trommel doen, wasverzachter en wasmiddel erbij, deur dicht, knop aan sorteert in als de gesmeerde bliksem, heftig hijgend als een ‘Hert der Jagt ontkomen’, naar bed terug.Ā  Zo voelt het ook. Aangeschoten wild. In de kracht van je kunnen geraakt, een voltreffer. Gisteren was het al duidelijk, de hele week eigenlijk en ik had eerder bij de huisartsenpraktijk op de stoep moeten staan. Ik kan jullie niet vertellen hoe zeer je daar soms genoeg van hebt. Het rituele geweeklaag en het doekje voor het bloeden als oplossing. Antibiotica en prednison.

001

Soms maakt het kiezen tussen twee kwaden gewoon te kwaad, maar ook dat helpt je niet. Integendeel. Gelukkig bestaan de bezigheden deze week vooral uit papieren en digitale post, brieven voor het klein geluk, reviews van de theatervoorstellingen, filosofische verhandelingen richting de Wijze en voor vriendin.Ā  Ik liep gisteren met mijn eucalyptisch engeltjes in mijn tas naar het restaurant een flinke straatlengte verder. Het mistige natte weer hing laag als een deken over alle druppende restanten van wat vanmorgen nog een witte wereld was. De wereld huilde. Al dat vocht in de lucht slaat elke vorm van lucht terneer. Het was een wonderlijke tocht met die zaagmachine binnenin mij. Hartelijke ontvangst met het verleden en heden. Vertrouwde koppies, fijne gesprekken die soms verbazingwekkend eerlijk werden. Dat gebeurt dus als je weet dat het leven niet zekerder is dan het moment van zijn.

Schoonmama nam haar muizenhapjes van de min of meer gestuurde keuze. Een frietje, een onooglijk stukje vis op haar vork en daar bleef het wel bij. De wijn smaakte haar beter en de garnaaltjes vooraf hadden de oude maag allang voldoende vreugde gebracht. 96 Jaar en te mogen aanzitten met de familie is een mijlpaal. Een paar keer per jaar is er zo’n reünie. Voorts gaat ieder zijns weeg.

De laatste tijd heb ik met de komst van Jut veel meer contact met zwager en eigen broers. Vergenoegd kreeg ik de prachtige beelden van mijn gestaag vorderend ateliertje voor ogen. GeĆÆsoleerd, ramen erin….Broers en schoonzoon van een van hen en de facilitaire zwager zijn net kaboutertjes. Iedere keer wordt het mooier en volmaakter. Ze gaan gestaag en onbezoldigd verder. Wat een liefde spreekt daaruit. Het ontroert. Misschien ook wel omdat dit zo maar in mijn schoot geworpen is. Ik vertrouw op de glimmende kooltjes van enthousiasme, die bezweren dat het weer het mooiste huis op de tuin zal zijn, net als het oude.

Jut wordt een paleisje. Waar make-overs al niet goed voor zijn. Straks moeten ze nog schuren en verven, het dubbel glas in de kozijnen gehangen. De kleine zwarte houtkachel krijgt een mooie nieuwe plek. Wat een luxe en rijkdom. Jut van Juul, een adelijk onderkomen voor het nieuwe werk, retraite, zuurstof voor allen en rust.

002

Ik verzamel moed. Ga straks naar beneden voor de eerste koffie en weer omhoog. Dat gaat niet vanzelf. Het verlangen naar snerpende vrieskou stijgt met de seconde. Droog, koud weer, adem die dan afgesneden wordt door de wind, maar zonder het gepiep en gekraak, frisse buitenlucht, zuurstof voor twee. Tuin, mijn roodborst, de koolmezen die hun verhalen kwetteren, de boomklevers, de winterkoning, die zo parmantig hipt, ze vormen mijn eigen sprookje. Met Dantes Beatrice en andere beelden om tot eeuwig leven te wekken. Wie weet. Tezamen schrijven we de kleine geschiedenis.

Uncategorized

Pas op de plaats

Soms kan de wijsheid me komen aanwaaien. In een opwelling had ik gisteren, na een hele lome ochtend en de optrekkende kou, ondanks de verwarming hier in huis, water opgezet. De handige thermosfles van de garage, dikke letters erop, wist ik boven op de koelkast te staan. Gauw anderhalf groot glas koffie gemaakt en de fles gevuld, dubbele dop erop gedraaid en klaar was ik voor twee uur blauwbekken langs de lijn bij mijn eigen godenzonen.

Arme mannen in de kou, die hard aan het werk waren, maar de strijd niet konden slechten. Ze verloren door twee onhandige acties, waardoor de achterstand groot en onoverwinnelijk werd. Het handjevol dat aan de lijn stond, had zich teruggetrokken tegen de muur. Alle andere trouwe supporters zaten boven op de tribune, maar ik wil aan de lijn staan, focus op het spel en dan het spel alleen. Nu met die heerlijke warme koffie, prullenbak als bijzettafeltje, had ik mijn eigen knusse warme omgeving gecreëerd. Alsof er geen tochtgat was, de kauwen  niet luid krassend op roestvlucht zijn en de oostenwind mijn ponchodeken af en toe over mijn hoofd liet vliegen. Het was een van mijn meest heldere ingevingen, want afgezien van wat koude uitlopers, was ik nog nooit zo warm gebleven.

winter 2018

De koude was voldoende om vannacht de wereld in een wit wintertafereel te veranderen. Poes Pluis had al diverse malen geprobeerd of ik wakker wilde worden uit mijn zalige droomvlucht. Naadloos had ik haar smeekbedes ingepast in het verhaal. Nu mocht ze dan eindelijk haar eerste stappen zetten op het maagdelijk witte balkonnetje. Het blijft een feest om te zien hoe ze behoedzaam de poten in het koude witte zet, optrekt, uitschudt, omkijkt naar mij, terugzet. De aarzelingen trekken door haar hele lijf en zorgen voor een verhoogde behoedzaamheid. Geen thermosfles voor Pluis, maar haar dikke grijze wintervacht om de kou te trotseren.Het zet het hele tafereel schilderachtig luister bij. Pluis, grijze lieve Pluis in witte sneeuw. Grijs en wit, schoonheid op de vierkante meter.

winter 2018 3

Aandoenlijker nog welhaast, zijn de donkere poezenpootjes in de witte massa. Ze trippelen links en rechts, dralen om een mand heen, krabben aan wat bedekte plantenbakken, talmen om de boom en zorgen voor een nostalgisch romantisch beeld voor ogen. Ach ja. Poezenelletje met haar poezenvelletje. Van oudsher zijn ze zacht aan ons voorgeschoteld in lied en gedicht, in verhalen, met als klap op de vuurpijl een heel eigengereid karakter, Minoeswaardig als het boek of de film, of eigenzinnig en stoer als in de musical Cats. Als ik voor de tweede keer koffie haal, wil ze wel weer naar binnen. Gelukkig maar, het is te koud om de balkondeur open te laten en er is geen kattenluikje.

winter 2018 2

Het is altijd weer bijzonder te merken hoe de wereld naar binnen trekt als het gesneeuwd heeft. Niet dat iedereen binnen blijft, maar dat het een sfeer oproept van verstilling. De capriolen van Pluis krijgen meerwaarde, door de omzichtigheid, waarmee ze nattigheid en kou wil ontwijken. De geluiden van buitenaf verdoffen. Alleen een kleine auto met ambulancedokter snerpt haar sirene en snijdt de stilte uiteen. Het trage en voorzichtige rijden van de andere auto’s trekt haar natte sporen en het klinkt als ruisen, zacht ruisen. Winterdag in Nederland, huis tuin en keukengeluk. Binnen gaat de verwarming een tandje hoger of komen de dikke wintertruien uit de kast. De zwarte silhouetten van de bomen roepen poĆ«zie op. Pluis is met haar natte pootjes onder de lappensprei gekropen en droomt haar wereld heel. Met haar warme poezenlijf tegen mijn benen , de witte winterwereld buiten, voedt het behaaglijkheid. Pas op de plaats.

 

Uncategorized

Geen mooiere afsluiting denkbaar

Houten koffer staat klaar, penselen in de aanslag, op naar mijn tijdmachine, die me in een oogwenk transporteert naar de 17e eeuw met moderne kwinkslagen er tussendoor om het evenwicht te bewaren. De opdrachten zijn korte magische aanwijzingen, die ik nu als iets minder leek met korte aanduidingen begrijp. Rauwe omber met likje Pruisisch en meer titaan. Oud Hollands Geel. Gebrande omber met tikkeltje Zinc. Platte kwast, varkensharen kwast, ragfijne kwast. Het geluid van schaven, schrapen, of doodse stilte, een dolende opmerking, de aanwijzingen van de magister.

foedralen-en-asperges.jpg

Langzaam worden de asperges meer asperge, nog niet de ‘finishing touch’, eerder wat kubistische vormen, maar au naturel beter dan op de foto, een deken van kleuren en langzaam valt het kwartje, of liever de florijn, op z’n plek. Zwart met ultramarijn, het ongeloof wordt weggelachen. Ja. Foedralen moeten doortrokken zijn van ouderdom. Betengeld leer beteugelen met fijnzinnige streken, ik leer het stapsgewijs.

Daarna spoorslag met mijn kleine blauwe naar IJsselstein, dat zich opmaakt voor de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. IJsselstein verandert voor het tiende jaar in een levend spektakelstuk met meer dan 100 acteurs, kunstenaars, muzikanten, dansers, kinderen van een basisschool, een grote optocht door de binnenstad en dat alles onder de noemer Laterna Magica. IJsselstein als ƩƩn grote toverlantaarn, die oude tijden doet herleven met mevrouw Sprokkelhorst en haar gezelschapsdame en een van haar nazaten in levende lijve.

035.jpgtwee van de stokpoppen

In de kelder van Het Poppenhuis, the place to be, als je van poppenhuizen houdt, wordt koortsachtig de entourage klaar gemaakt voor onze vertelling. Wij kleden ons om, persen ons in de iet of wat krappe jurken, testen de mogelijkheid om adem te halen, zetten de kamishibai neer, de witte oplichtende roosjes erom heen, de stokpoppen in de aanslag. Kleine details als het kleine kabinet uitgelicht, de porseleinen hond, de boeken.

Haar op zolder moet op de tast. Gelukkig had ik thuis al wat uitgewerkt. Veel touperen en ouderwets uitwaaierende haren vangen in een knotje bovenop, devoot kruisje om de nek, water bij de hand. Roze kanten t-shirt nergens te vinden voor Wilhelmina. Dan maar het zwarte, met een roze drab, balletschoentjes met band om de enkel en witte sokken met randje kant.

sprokkelhorst.jpgVoorbereidingen

Alles in gerede haast, maar ook berustend. Als we eenmaal zitten is al het leed geleden en de rust neergedaald. Op de achtergrond klinkt het slaaplied van Brahms. Goed voor een avondvullende lullaby. Er kunnen ongeveer, met wat trapzitters erbij, 14 mensen in. Zo knus en intiem is de sfeer daardoor, zo aandachtig kan men luisteren met alleen de focus op dat lieflijke en kleine tafereel onder de tingeltangelklanken en de stokpoppen en onszelf als levend bewijs.

De avond leert dat bewondering en ademloos luisteren zich op verschillende manieren voltrekt. Voorover leunend of schijnbaar achteloos. De ganzenhoedster achter ons aan de overkant van de kleine gracht trekt aandacht met haar levende have luid gakkende ganzen en met haar trommelaar aan het eind van de koddige stoet, maar iedereen blijft bij het verhaal en het mooiste cadeau is de zucht van geluk om dat kleine intieme moment in een roerige wereld. Het sterkt ons en doet de volgende vertelling nog meer met passie leven, en nog meer, en nog meer. Het was bijna jammer om die mooie beslotenheid af te moeten breken.

sprokkelhorstklein tafereel

Een oudere vrouw talmde met weggaan, ze vertelde, dat deze plek voor haar bijzonder was, omdat hier haar geboortewieg had gestaan. Op de plek waar wij zaten, schommelde ze als kind de wereld in en erachter lagen de aardappelen en uien opgeslagen. Haar hand zocht die van ons en bedankte voor de kans op deze reis door de tijd. Wat een bijzondere verdieping van een prachtige dag. Warm doken we aan het eind van de avond de koude 21ste eeuw weer in. Geen mooiere afsluiting denkbaar.

 

Uncategorized

Klein Geluk

Er kwam een mail van de Wijze over iets wat, ooit in het grijze verleden, een zaadje heeft geplantĀ  en dat er voor zorgde in het leven om te blijven zoeken naar balans, wat als een rode draad door alle gebeurtenissen heen verweven werd. Het is dat deel wat er voor zorgt dat het glas half vol blijft, dat tegenover tegenslagen evenveel positieve ontwikkelingen staan, dat het geloof in de zeven vette en de zeven magere jaren, zij het zonder het vooropgestelde tijdpad, altijd is en zal zijn..Een kosmisch evenwicht.

In het eind van de jaren zestig kregen de mystieke waarden bijzondere betekenis. Niet alleen verdiepten we ons in het Boeddhisme en het HindoeĆÆsme, maar zochten we naar andere wegen dan het katholieke geloof om zin en betekenis te kunnen geven aan het leven in het algemeen en ons leven in het bijzonder. Waar mijn moeder haar waarden uit de ontwikkelingen in de vernieuwingen van het oude geloof vond, lazen en discussieerden we over bewust leven, kosmisch en mystiek evenwicht en een eeuwige balans in Yin en Yang. Ook bij ons stond na de jaren des onderscheids vrijheid hoog in het vaandel en bleef de zoektocht naar balans, het Yin en Yang, een belangrijke leidraad voor het leven.

Yin en yang

Bewust of onbewust is ieder mens ermee bezig. Als iets uit balans is, voelt het vaak niet senang. Er mist iets. De wijze noemt deze twee tegenpolen, tegen-dĆ©len en geen tegenstellingen, want dat zou spanning veronderstellen en dat is precies datgene, wat een evenwicht in de weg zou blijven staan. Het is een mooie gedachte om bij stil te blijven staan. Het symbool van de twee in elkaar schuivende delen, die samen een kosmische zon en maan vormen, mannelijke en vrouwelijke energie, waren in die tijd niet weg te denken, evenals de toen nog bescheiden kleine porseleinen boeddha’s. Het was de tijd van vóór de enorme plastic en gipsen reuzen op het tuincentrum en in de bouwmarkten. Proberen de macrobiotiek te evenaren tot in het hoogste goed was teveel van het goede. Men zaagde daarbij rechtstreeks onder de poten van het kleine genot, zoals het glaasje wijn bij een mooie maaltijd. Dan alleen het vlees schrappen en onze eigen filosofie erbij verzinnen toegepast aan het leven hier, op twee kleine studentenkamers aan de Hoge Rijndijk. Het leven was turbulent, maar daarbij ook heel wezenlijk en bewust. Er werd overal over nagedacht en vooral over gepraat.

Na die periode volgden de Wijze en ik ieder een eigen pad, waarbij het noodlot wonderlijke gelijkluidende wendingen toebracht. We verloren elkaar uit het oog en met vallen en opstaan leerde ik de balans in mijn leven weer te benaderen. Grote waarde heeft het om er nu over te mogen filosoferen. De aanzet in het prilste begin heeft er voor gezorgd dat het een lievelingsbezigheid werd van het werken met kinderen. Doordat ze zich zo kunnen verwonderen, is het denken tot op grote hoogte zuiver en eerlijk. Iedere stap, die er gezet werd op het pad van hun bewustwording, leverde doorgaans pareltjes op.

031

Gistermorgen liep ik langs de met rijp bedekte bladeren op de grond, iedere nerf ragfijn uitgelijnd en ik dacht aan mijn groep en hoe de kinderen zich zouden hebben verwonderd. Ik zette de foto die ik er van maakte op FB en bijna onmiddellijk was er een antwoord van vriendin-duo, dat de kinderen uit haar groep er ook zo mee bezig waren geweest. Op zo’n moment schuiven Yin en Yang als de krachtige cirkel in elkaar en wordt, zoals een andere vriendin opmerkte, Klein Geluk geboren.

Uncategorized

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten

Een beklemmende droom houdt me erna uit de slaap, geen zin in het vervolg. De nacht pinkelt met haar lantaarns speldenprikken licht in de duisternis. De harde doffe knal die volgt, laat visioenen oplaaien van in brand gestoken auto’s, die de laatste tijd weer schering en inslag zijn. Geen goede basis voor een aangename slaap. In de verte klinkt een sirene.

Weg met die muizenissen. Het is weer ouderwets piekeren geblazen over honderd-en-een dingen die achter het netvlies oplichten. Snel sla ik daarboven deuren dicht, wat erachter zit, mag niet meer mee doen. Natuurlijk laat het zich niet leiden. Op zulke momenten verlang ik naar de zee. Vanmorgen al geschreven over eb en vloed. Daar begon het mee. Even het hoofd leegĀ  maken en alle gedachtekronkels aan de wind toefluisteren, zodat ze ze mee kan nemen, licht als veertjes in plaats van de molensteen rond mijn nek. Het is niet zo gek, dat piekeren. Benauwd als ik ben in dit jaargetij, veel te naar mijn zin en vorig jaar in het zelfde schuitje met een infarct als ultieme nachtmerrie. Ze luidde een jaar in vol tegenslag en tot vier keer toe een verdrietig samenzijn. Het lukt wonderwel ook highlights te tellen. Turbulente emoties, dat is de vlag die de lading dekt.

092

‘Geen optelsommen maken, van der Linden’, spreek ik mezelf bars toe. Daarvoor was ik ook altijd benauwd zonder dat dramatische einde, dus er zijn andere mogelijkheden te over. Een man op de fysio vertelde over zijn magische puf. Hij kon ineens weer moeiteloos de trap op. Ik durf er alleen maar van te dromen. Stel je voor. Alsof je vleugels krijgt aangemeten. Ik moet er eens naar vragen. Het zou voelen als een magisch wondermiddel. Ondertussen was ik toch weer in slaap gesukkeld en moest me nu haasten om uit te schrijven wat er in mijn hoofd rondtolt. De tweede droom was er een waar ik met liefde in bleef hangen, maar ik heb haar vergeten op te slaan en dan vliegt ze weg. kwetsbaar als een zeepbel, blijft nog even hangen en spat dan uit elkaar. Dag fantastische verzinsels.

089

Van de week zeiden de schildervriendinnen mij, nooit zo te dromen. Stiekem weet ik dat ze dat wel doen, maar alle dromen ook voortijdig los laten. Eerst in de sudderslaap de droom terugdenken en dan pas wakker worden, dan opschrijven . Op het laatst lukt het om ze langer vast te houden, soms een ochtend lang. Als ik ze opschrijf, vergeet ik nooit meer een detail. Prachtige onderwerpen zitten erbij en doorgaans tot in de details uitgewerkt. Ik stap zonder problemen een Zeventiende Eeuws milieu binnen of de huiskamer van oma vroeger, met de worteldoek en de salamander aan de muur, de tikkende eiken pendule met het deurtje voor en achter, waar klokkabouters woonden. Dat wist ik zeker. Aan de achterkant van de wijzers liepen ze mee, soms kon ik hun rode mutsjes zien, dat dacht ik tenminste. Waar schemerlampenlicht al niet goed voor is. Die was er ook, met licht van onder en van boven, zo’n ronde kap. Mijn opa zijn rulle plusfour staat stoer met de warmeĀ  wollen spencer erbovenĀ  en de witte hemdsmouwen met glimmende gouden mouwophouders. Oma en opa waren rijker dan mijn vader en moeder, want ik kreeg altijd een stuiver of een dubbeltje mee.

065

De droom van vannacht was zo gedetailleerd dat de angst me letterlijk om het hart was geslagen. Sommige houden de angst vast en spreiden ze uit als een zwarte deken. Daarom wilde ik niet meer verder slapen. Pas om kwart voor vijf viel ik van vermoeidheid om. Nu belooft de dag een prachtige koude wintersfeer, maar pas om kwart over negen en moet ik straks een race tegen de klokkabouters lopen om op tijd op de fysio te zijn. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

 

Uncategorized

Zo is het maar net

Zo’n dag, waarop alles als een puzzel in elkaar schuift, zo’n dag was het gisteren. Het begon met de jacht op een kostuum voor Tante Sarah en Willemien uit begin 1900 of daaromtrent. Het lijdend voorwerp vond ik in mijn favoriete kledingkringloop. Twee jurken, die naadloos pasten in het tijdsbeeld. De slobschoenen, die er niet bij hadden misstaan, bleken met maat 43 een brug te ver. Het kon de pret niet drukken.

001

Dat schattige poppenjurkje was perfect voor vriendinlief en op haar lijf geschreven. Het bovenlijf van tantes jurk was iet of wat te krap, maar daar verzin ik wel een pelerine of wat striklinten op. Geweldig, aangekleed gaat uit en het verhaal staat met de gemaakte stokpoppen, de Kamishibai en de kostuums als een (poppen)huis. Het weer belooft een koude winteravond, niets leukers bij zo’n entourage dan in intiem gezelschap te luisteren naar een mooi verhaal. Er zijn voor die avond heel wat vertellers, acteurs, dansers en muzikanten bij elkaar gesprokkeld.

003

We oefenden een keer of vier, bedachten eerst een schimmenspel erbij, te lastig, dan alleen het kleine Japanse verteltheater en de losse stokpoppen. Het zachte gepingel als dat van een muziekdoosje, maakte de omlijsting compleet.

Met die wetenschap was het hoofd weer licht genoeg voor Dante en zijn Beatrice. Eerst werken aan de kosmos, deel 2. Lastig om steeds maar weer te bepalen, waar ik wĆ”t wil doen. Mijn handen voeren het penseel de wereld van duisternis en licht binnen en ik volg, soms schoorvoetend, soms vastberaden. Het wordt een tocht van penseelstreek, kijken, penseelstreek, kijken…Door afstand te nemen zie je het proces haar loop nemen. Het commentaar van de anderen wordt dankbaar verweven met mijn eigen gedachten en brengt letterlijk nieuw licht.Ā  De Beatrice is geĆ«nt op de houding van mijn lieve dochter, die op een van de foto’s een devote uitstraling heeft, perfect voor een adorabele vertolking. Hoe werkt het toch in mijn hoofd, dat die associaties maar aan komen rollen als het tij dat van eb naar vloed keert en vice versa. Ik ben te voorzichtig bezig, het eerste schilderij blijft harder trekken aan mijn gedachten.

013Under construction

Aan het eind van de les bij het schoonmaken van de penselen, komt de werkwijze ter sprake. Twee van ons gaan op de bonnefooi te werk en een ander denkt het helemaal uit van te voren, met studies en prints. Die schilderijen zijn nauwgezet en kloppend. Ik rommel wat in de marge, laat me leiden door het gevoel. Weet nooit precies van te voren wat in het hoofd zit, vaag maar vormend. Dat het eruit komt, is zeker. Het levert boeiende materie op, zo divers en zo interpretabel bij de een, zo gekaderd en vastomlijnd bij de ander.Ā  Stof te over om door te spreken. Het maakt de vriendschap zichtbaar en eeuwig en we missen de andere vertrouwde persoonlijke noten, die er dit keer niet bij zijn.

De koude nacht trekt verfrissend de geur van olieverf uit de haren en thuis op de bankĀ  passeert de dag de revue met mijn vondsten en het verdwijnen van de lichte druk door het vele werk, dat nu al geklaard blijkt te zijn en in het hoofd altijd groter wordt, dan het in werkelijkheid is. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Zo is het maar net.