Uncategorized

Een hele echte muis

Gisteren probeerde de stagiaire een les te geven, waarin ze de kinderen het verschil tussen echt en nep uit wilde leggen. Ze liep er hopeloos in vast.  Ze had wel plaatjes op de laptop van een getekende baby en een echte, van een tekenfilm Nemo en een echte clownvis en een animatiefilm en een film over het dagelijkse leven.

Al gauw raakten we verstrikt in de definitie van echt en nep en kwamen we op het niveau van de filosofie terecht. Een gouden horloge dat niet echt is, is een nep horloge, maar wel weer van echt metaal gemaakt. Een kerstboom van plastic is nep, maar wel weer echt een boom van plastic. Ze begonnen zelf spontaan alles te bekijken en op te noemen, te zoeken naar lego en wat je er mee kon bouwen, een huis bijvoorbeeld, dat dan geen huis van steen was en derhalve nep, maar toch een huis, maar dan van lego. De benoeming van echt en nep is niet zuiver op de graad, zoals het werd voorgesteld. Het woord imitatie is geen enkele keer gevallen. Een meesterlijke imitatie van Rembrandt is geen echte Rembrandt, maar nog steeds een prachtig schilderij.

Heerlijk om even in te duiken en verder te zoeken dan onze neuzen lang zijn. In Tegenlicht bepleit filosoof en kunstenaar Koert van Mensvoort dat de tegenstelling in denken tussen echt en onecht onderuit moet. Hier in het westen wordt het maken van replica’s beschouwd als vervalsing, maar in AziĆ« gaan ze daar heel anders mee om. Daar staat de beleving voorop en bouwen ze hele digitale voorstellingen met bewegende imitaties van schilderijen, om het zo echt mogelijk aan de bezoeker voor te kunnen schotelen. Hele westerse steden worden nagebouwd.

Koen van Mensvoort pleit ervoor om dat denken in tegenstellingen uit het raam te gooien, omdat het ons niet helpt, maar eerder verwarring sticht. Het komt vooral door het waardeoordeel dat wij westerlingen eraan hebben gehangen. Echt is goed en nep is bedrog. Maar iedereen die een clownvis ziet, zal onmiddellijk aan de kleine Nemo uit de gelijknamige film denken. daar kan je niets aan doen, dat roept het digitale beeld op.

In het programma Tegenlicht van de VPRO heet hij ons welkom in de digitale wereld van de alledaagse onwerkelijkheid. Dat is op zich al een prachtige tegenstelling. Koen van Mensvoort vergelijkt ons met een stelletje mopperaars, die vinden dat alleen echte kunst telt. Maar Taiwan wil kunst bij de kleine man brengen en doet dat middels een digitale wereld waarin bijvoorbeeld het meisje met de parel van Vermeer tot leven komt en zelfs het podium op stapt om iedereen kennis te laten maken met Vermeer.

In deze mediawereld is er heel veel wat we echt noemen , maar wat weer nep was in grootmoeders tijd. Koen van Mensvoort geeft als mooi voorbeeld dat een scan van Vermeer meer informatie geeft en daardoor boeiender is dan het schilderij zelf, waar alle toeristen zich om heen staan te verdringen en dat kleiner is dan een postzegel.

Een dergelijke ervaring had ik wel in het Louvre bij het zien van de Mona Lisa. Dat hele kleine doek, met een zaal vol  bewonderaars er voor zodat ik niets zag, heb ik overgeslagen. Dat had geen meerwaarde, maar de digitale tour door het Louvre waarbij het doek lange tijd minutieus te bewonderen valt heeft dan pas echt waarde.

https://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/09-03-2014/VPWON_1209786

Wat is echt en wat is nep. In de journalistiek wordt men geacht objectief te zijn, maar gevoel en emotie zijn bijna niet te scheiden van het onderwerp, ook al is een journalist nog zo integer. Als objectiviteit niet langer absoluut is, vervagen de grenzen tussen objectief en subjectief. Met name in de fotografie kan je het origineel van bewerkte foto’s nauwelijks meer onderscheiden. Virtuele technologie ontwikkelt zich snel en maakt de beleving nog echter, alsof je op locatie bent als je naar een film kijkt, straks zijn er ook 4D films te zien, waarbij de wind door je haren strijkt en het opspetterende water je haren nat maakt. Het is alsof je er zelf onderdeel van uitmaakt. Het is een andere, een nieuwe werkelijkheid. Dat weten ze in Taiwan en Azie al lang.

Inderdaad. Gooi met Koen nep of echt het raam uit en bekijk alles op de juiste waarde. Welke  impact heeft het op jou. De enorme doeken van Rothko hebben door hun imposante afmetingen een grotere lading voor mij dan een virtuele afbeelding ervan zal hebben, maar bij de Mona Lisa werkte het precies andersom.

Gisterenavond had mijn lieve Pluis een hele echte muis mee naar binnen genomen. Ik woon twee hoog. Dat was geen fantasie en geen verzinsel, ik heb hem gered, zijn hartje klopte in zijn keel. Dat voelde ik. Echt is niet langer van virtueel te onderscheiden, maar de waarneming vertelt in welke wereld je de werkelijkheid aan het beleven bent. Waar een les al niet toe kan leiden.

027

 

 

Uncategorized

Domweg gelukkig aan de Gageldijk

De slaap mijmert nog een beetje na in mijn ogen. Door het raam zie ik de lucht verkleuren van een zachtrode gloed naar oranje/goudgeel en ik weet dat er weer zo’n prachtige dag als gisteren aankomt. Ik was op de tuin. Als je een volkstuin bezit, dan ben je op in plaats van in de tuin. Maanden lang, tijdens de vroege lente, had ik haar laten versloffen en eigenlijk net gedaan alsof ze er niet was. Maar in de meimaand ben ik begonnen met een rigoureuze opruiming. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat er bij mij weinig doorsnee ‘volkstuin’ te vinden is. Hooguit wat kruiden. Het is eerder een nuffig stadstuintje.

105

De andere tuinders om me heen zijn bezig met het aanleggen van houten bakken, waarin de groente welig tiert. Vooraan op de tuin zijn de echte ouderwetse tuinders, veelal mensen met een andere culturele achtergrond dan ik. Zij kennen als geen ander de klappen van de zweep. Al vroeg in het voorjaar liggen hun tuinen hoopvol omgespit, bemest en ingezaaid erbij. Ze werken hard. Er zijn er die de tuin strak en gestroomlijnd opgezet hebben. Anderen oogsten precies hetzelfde, maar met een gemoedelijke rommelpotterij. Alsof je door een Turks boerendorp loopt. Ze roepen naar elkaar over de sloot heen, de klanken verwaaien met de wind mee. Als ik langs kom steken ze joviaal een hand op.

Daar op het tweede deel van de tuin hebben vrouwen de overhand. Iedere week weer staat er ineens een nieuw huis, zijn er houten bakken, ligt er een nieuw gazon of een pad van houtsnippers. Het spelletje Farmville van ooit, maar dan in het echt, zonder het jengelend muziekje. Daar kon je met een druk op de toetsen een complete moestuin met boerderij aanleggen. Net zo strak als de goed geoliede tuinders vooraan. Daarnaast viel het stuk grond te verrijken met mooie hekken, fruitbomen, huizen en dieren. Er moest wel geoogst worden, anders verdorde de groente. Het was behoorlijk dwingend en daardoor verslavend, want niets was leuker dan het steeds mooier, groter en beter te maken. Slimme lui die spelletjesmakers.

Tuin is handen uit de mouwen met sportschoolfanatisme. In ruil daarvoor geeft ze me iedere lente weer een bloemenzee en even zoveel onkruid om te trekken. De schrepel is onmisbaar. Het blijft een bultig weiland, maar door stukje bij beetje te ontginnen, is het gelukt het om te vormen naar een oase van rust, met zes bedden, een hoekje met fruitbomen en een piepkleine vijver, waar twee eenden hun dompelbad nemen. Een koddig gezicht, die twee dikkerds gemoedelijk in dat kleine postzegeltje.

Als je heel stil aan de zijkant bij de haag blijft zitten, zie je pas wat er werkelijk leeft. Niets vermoedend komt haas aan lopen, of zit groenvink op een tak in de hoogste boom te kwinkeleren. Gisteren vloog Vlaamse gaai de fruitbomen in. Hij kraste het paradijselijke genoegen van vier fruitbomen vol jonge vrucht naar ieder die het horen wilde.

Als je voorbij gaat aan wat je ziet en de verbeelding laat spreken, valt er veel te beleven in mijn lapje paradijs, groot genoeg om van te genieten en tegelijkertijd bewerkbaar klein. Domweg gelukkig aan de Gageldijk om met Bloem te spreken, die hier zijn naam eer aan doet. Iedere tuindag weer.

Uncategorized

De sleutel naar geluk

Het komt twee keer op mijn pad in een tijdsbestek van 24 uur, dan verdient het aandacht. Op Twitter komt opdoemen ‘Worden wie je bent’ en bij Brain Pickings kom ik het boek Enormous Smalness tegen, a story of E.E. Cummings, een prentenboek over Cummings leven geschreven door de dichter Matthew Burgess en geillustreerd door Kris di Giacomo.

E.E. Cummings die zichzelf een auteur van beelden en een tekenaar van woorden noemde, schreef vernieuwende poezie, waarin hij speelde met kapitalen, lettertypes, woorden en de ruimte tussen het geschreven woord in, de dichterlijke ruimte die soms meer zegt, dan woorden beschrijven kunnen. Deze Biografie voor kinderen over zijn leven werd gemaakt met passie en liefde en kwam voort uit de bewondering van Claudia Bedrick, de oprichtster van de uitgeverij van kinderboeken, Lion Books, die de dichter Burgess benaderde waardoor, na vier jaar lange nauwe samenwerking, dit bijzondere boek van een bijzonder mens het licht zag.

Het verhaalt, hoe je kan roeien tegen de stroom in, zolang je in jezelf blijft geloven. Het laat zien dat er ontmoetingen op ons pad komen, die de inspiratie vormen voor het eigen leven, omdat ze de persoonlijkheid weten te versterken en daarom meer dan waardevol zijn. Een van Cummings gedichten waarin het benoemd wordt, is  ‘Als’.

Als
Als sproetjes lieftallig zijn, en dag nacht is,
En mazelen mooi zijn en een leugen geen leugen is,
Dan zou 't leven heerlijk zijn,--
Maar de dingen zouden niet kloppen
Want in zo'n droeve staat
Zou ik geen ik zijn.

Als de aarde hemel is, en hier ginder is,
En verleden heden is, en vals waar is,
Dan klopt dit in zekere zin,
Al zou ik in twijfel zijn,
Want met zo'n voorwendsels
Zou jij niet jij zijn.

Als angst moedig is, en globes vierkant zijn,
En vuil proper is, en tranen vrolijk zijn
Dan zou alles fraai lijken,--
Toch zou iedereen vertwijfeld zijn,
Want als hier daar zou zijn
Dan zouden wij geen wij zijn.

Ā© E.E. Cummings, 1910(vertaald door Lepus)

Eigenlijk zegt hij ‘Alles vormt iedereen’ De vrijheid om de keuzes zelf te mogen maken, zorgt ervoor, dat je jezelf kunt blijven.

Jaren geleden op school: Het meisje van vier kwam schuchter binnen aan de hand van haar moeder, die groot en imposant was. De verlegenheid duurde, maar toen ze geaard was en de knutselhoek had ontdekt, kwam er een heel ander kind te voorschijn. Ze kwebbelde honderduit en kwam handen en voeten tekort om zich te laven aan de bron in haar hoofd, die zich geopend had. Ze bruiste, het was mijn zonnetje in de groep op dat moment, humoristisch, creatief en een inspiratie voor haar omgeving.

Afbeeldingsresultaat voor floddertje boek

Toen begonnen de klachten van moeder te komen over de kleding van haar dochter. De sokken waren besmeurd, ze had vlekken op haar jurk, ze kreeg de lijm niet meer uit de kleren, er zat verf op de dure lakschoentjes. Hoe ik haar ook bezwoer, dat school een atelier was en dat we, als er hard gewerkt werd, op dat vlak wel eens wat fout kon gaan, ze bleef hardnekkig klagen.

Mijn smeekbeden om oude kleding aan te doen, druiste regelrecht tegen haar mening in. Haar dochter moest ordentelijk en net door het leven als een echt meisje en niet als een halve wildebras. Binnen een tijdsbestek van een half jaar was het meisje van het spontane creatieve kind een schuchter, onhandig, braaf en verlegen schepseltje geworden. Er kwam niets meer uit haar handen. Haar moeders moraal drukte zwaar op haar gemoed. Later toen ze ouder werd werd ze stil en teruggetrokken. Ze zat zichzelf enorm in de weg, omdat er een blauwdruk op haar geplakt was, die niet strookte met haar oorspronkelijke zelf.

De opmerking ‘Worden wie je bent’ werd geretweeted door iemand uit het onderwijs. Vroeger zei men: ‘Men kan iemand maken of breken’. Ieder opvoeder, ouder, leerkracht, grootouders, au pair, zou zich dat bewust moeten zijn. De impact, die moeders wil had op dat meisje, was enorm. Het tij viel niet te keren. Het schrijnt bij mij na al die jaren nog.

‘Alles is mogelijk, zolang je maar trouw blijft aan jezelf en nooit opgeeft, ook al schijnt de hele wereld te zeggen dat je er mee moet stoppen.’zei de juffrouw van Cumming toen hij elf was. Zijn moeder maakte een klein boek van zijn geschreven gedichten, zijn vader speelde de machtige olifant, die de muze was van de jongen. Alles versterkte op zijn pad zijn persoonlijkheid.

Na dat veilige leven trok hij naar Frankrijk tijdens de eerste wereldoorlog. Ging daarna gedichten schrijven en uitgeven, maar werd ook verguisd en zijn poĆ«zie werd niet altijd begrepen. Toch ging hij door in navolging van de overtuiging dat het enige afdoende antwoord op kritiek was:’Goede kunst te maken’. En dat deed hij.

‘Het vergt moed om te zijn wie je werkelijk bent’ schreef hij en daarmee zette hij alle deuren wagenwijd open en schreef poĆ«zie voor al diegenen, die erin geloofden, hun hart openstelden, hem toelieten.Wat zou ik graag aan dat  kleine meisje van weleer dit verhaal mee willen geven. Vertrouw op jezelf en geloof in je kwaliteiten. Het is de sleutel naar Geluk.

Uncategorized

Verwonder je slechts.

Op het literaire weblog Tzum stond een filmpje, waarin Maarten het Hart ons het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis met de titel ‘De wereld waar ik buiten sta’ aanbeval. We zouden het minstens moeten lezen omdat niemand over 500 jaar meer weet hoe je aardappelen moet schillen.

Ik zou het voornamelijk om de titel al hebben kunnen kiezen. Wat een prachtige titel. Het veronderstelt onmiddellijk heel veel, als je niet weet waar het dagboek overgaat. Ik heb het niet gelezen en weet ook niet of ik dat ga doen. Ik weet nog heel goed hoe je aardappelen moet schillen. Ik ben van de generatie Zand, Zeep, Sodabakje, de wasketel op het vuur, de mattenklopper en het klokje van zeven uur op de radio als enig vermaak. Het zal al moeite kosten om de digitale wereld voor te schotelen, dat er een tijd is geweest dat het zonder die wereld moest. Hoeveel ouderen zullen nu niet buiten de wereld staan, omdat ze vergeten zijn de aansluiting te maken.

De recensies over dat boek zijn niet allemaal onverdeeld even positief. Ze kampt met nogal wat wraakgevoelens, wat niet verwonderlijk is als je ouders gedeporteerd zijn naar Westerbork en je zelf ondergedoken bent. En passant laat ze weten dat alle Duitsers na de oorlog gedood moeten worden, omdat ze dom zijn. Boude beweringen, die tonen dat ze onverbloemd en vrij heeft geschreven. Haar melancholische inslag, haar angst en de onrust maken het sterk.

Er zijn veel werelden waar ik buiten heb gestaan en even zovele waar ik midden in sta. De ziekenhuiswereld en de schoolwereld maken onderdeel uit van mijn beleving, de gezinswereld en de wereld van de natuur, de literaire boekenwereld en de wereld van de kunst, de wereld van het volksdansen, de wereld van de moderne dans, de wereld van het kind, de wereld van de rockmuziek, de wereld van de klein muze, de wereld van het woord. Zo heeft ieder mens een mengelmoes van werelden. Bij elkaar vormen ze het individuele leven en geven er een persoonlijke kleur aan. Ik hou van al mijn werelden.

009-001

Aan het eind van dit schooljaar ga ik afscheid nemen van de wereld van het jenaplanonderwijs. Dat voelt goed omdat de cirkel rond is. De school gaat samen met een andere school op in een nieuwe vorm van onderwijs. Het is eigenlijk meer een nieuwe kapstok, waaraan een oude jas hangt, want ze gaan werken met kernconcepten, die vroeger gewoon verhalend ontwerp of project heette. Met 25 jaar ervaring in het draaien van zelf verzonnen projecten en verhalen ging het schrijven nog meer behoren tot de innerlijke cirkel van mijn eigen leven. Ze werden talrijker en groter, vol spannende avonturen voor de kinderen en lumineuze ontdekkingen aan de hand van hun eigen en onze bevindingen. Het werden echte vieringen, zoals het een goed Jenaplanconcept betaamt.

Het is de wereld, waar alle andere werelden moeiteloos inpassen. Mijn verschillende werelden maakten een dikke vuist en dienden als bagage voor het verdere verloop.  Wat een rijkdom. Dat is heel iets anders dan op een klein kamertje te moeten zitten om de oorlog te  overleven, zonder geestelijke voeding, zonder afleiding, met alleen maar jezelf en al je gevoelens om kritisch naar te kijken. Vanuit dat licht bezien dringt zo’n oplossing zich misschien wel aan je op, omdat het geestelijke kringetje steeds kleiner en kleiner wordt. Een wereld behoort te groeien en niet onder je handen af te brokkelen.

Straks gaat de school verder, volgen er ontwikkelingen en ontstaat een hele nieuwe jas, een jas die past. Voor Hanny Michaelis werd het 11 jaar lang een nieuwe wereld aan de zijde van Gerard van het Reve. We zijn vele aardappels verder, vele werelden ook. Haar oplossing is nooit ten uitvoer gebracht. Haar beleving staat ver buiten mijn beleving, maar haar wereld was ook niet de mijne. Ooit kreeg ik de goede raad van een oude wijze vriendin. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Het werkt nog steeds.

Uncategorized

Gedachtenstroom.

Gisteren, terwijl ik aan het filosoferen was over de gedachtenstroom die nooit stil viel, vroeg ik me af hoe mijn vader daarmee was omgegaan in de laatste jaren van zijn leven. Hij had een hersenbloeding gehad toen hij midden in het leven stond en 65 jaar was en functioneerde, in de loop van de elf jaar die volgden, steeds slechter.

We kennen het verhaal van Bernlef, waarbij iemand die aan het dementeren is tegen steeds meer mistplekken aanloopt in zijn belevingswereld. Bij mijn vader ging dat nog veel langzamer. Uitgesmeerd over elf jaar raakte hij steeds verder af van zijn eigen leven. Hij leefde niet in het verleden, maar begreep de omgeving ook niet meer. Hij zat gevangen in het eindeloze vacuüm, waarin je niet meer kan uitspreken hoe je je voelt en je niet meer kan handelen als vroeger. Opgesloten zitten in je eigen brein, of liever, je eigen zijn, is vreselijk.

009 Woordenbrij(ei).

Ieder ochtend schrijf ik mijn verhalen weg, er zijn er altijd genoeg. Dat dat niet meer zou kunnen, van de ene dag op de andere, het niet meer op de juiste woorden komen, zinnen vervormen als je ze uitspreekt, die in je geest wel bestaan, het moet een kwelling zijn. In de jaren zeventig werkte ik op de afdeling neurochirurgie in het AZL te Leiden en kreeg vooral te maken met afasiepatiƫnten, die na een hersenbloeding als restverschijnsel aangetast waren in hun spraakvermogen. Ze waren letters kwijt, of woorden kwijt of konden hun gedachten in een hulpeloze klankenbrij vervatten.

Herinnering: Ze lag net weer prinsheerlijk in bed, nadat ik haar gewassen had en schone lakens op het bed had gelegd. Ik borstelde omzichtig haar zilvergrijze haar. Al die tijd had ze gezwegen. Nu keek ze me met haar grote ogen aandachtig aan, alsof ze me toen pas echt zag en begon te praten. Het was een vraag, dat kon ik horen aan de intonatie, maar haar woorden verbrabbelden in een brij van klanken. Ik verstond haar niet en wat nog erger was, ik begreep haar ook niet. Ik moet vragend teruggekeken hebben, want heftiger herhaalde ze het. Nog moet ik haar niet begrijpend hebben aanschouwd. Toen viel ze stil en keek me met haar grote grijzende ogen moedeloos aan. Ze haalde haar schouders op en haar blik trok naar binnen. De pure onmacht die ik toen voelde. Liefkozend streek ik over haar wangen en omarmde haar spontaan. Wat doe je als gedachten niet meer te verwoorden zijn, hoe gaat het er aan toe in dat hoofd.

Op de gang liep een meneer, die uit het raam was gevallen en op zijn hoofd terecht gekomen. Zijn naam weet ik niet meer, maar zijn gestalte heeft al die jaren meegelopen in mijn gedachten. Op gezette tijden komt hij langszij en herinnert me aan het moment, dat ik die grote sterke lange jonge vent als een oude man in de gang zag schuifelen, op zoek naar zichzelf en altijd ook naar het toilet. Hij vergat wat hij zocht, zodra hij twee passen verder was en moest het dan weer vragen. Zo liep hij die hoge lange gang uit in het oude gebouw. De jonge krachtige stem schalde tegen de muren op.

een man liep op de gang van neurochirurgie

het lange silhouet in het gefilterd licht

versterkte de lengte van hemzelf en de gang

hij slofte wat , drie vier stappen dicht

langs de kale muur en bleef dan staan

hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen

en schalde ā€˜zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’

het sneed messcherp de stilte uiteen

 

ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort , drie vier stappen

om daarna nog eens stil te blijven staan

en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen

ā€˜zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’

weer wees ik hem de weg en hij ging door

maar  in mijn ogen moest zijn te lezen

hoe dapper deze man de strijd beslechtte

 

door vanuit zijn diepste wezen

volhardend zijn eigen weg te gaan

overtuigd een oplossing te vinden

omdat zijn geheugen hem liet staan

De gedachtenstroom van mijn vader verbleekte in stilte. Of hij meed het of hij dacht niet meer. Berusting had het gewonnen van zijn strijdlust en alle initiatieven gesmoord.

Doodgaan is het minst erg, als het op verloren leven aankomt. De onmacht en het gevoel altijd aan de verkeerde zijlijn te staan, schrijnen heftig na. Al jaren.

Uncategorized

De knop moet om

Met de beelden van de Achromen van Pierre Manzoni in mijn hoofd bestudeer ik de wolkenpartijen die vanuit mijn bed langszij komen zeilen. Statig en langzaam, alsof ze uitnodigen om eens goed naar kleur en vorm te kijken. Als kleine zwarte vegen scheren de gierzwaluwen er langs. Ze vliegen laag, dat was gisteren ook al. Er is misschien onweer, hopelijk met veel regen op komst, waar de droge tuin naar smacht.

Na al dat strakblauwe is er ineens weer veel te zien. De witte toppen als de schuimende golven van de zee, steken verblindend af tegen de vaal grijze en gele vleugen die er doorheen geweven zijn. Hier en daar is er een spoortje violet te bewonderen. Het blauw   er omheen is ook vervaagd en wordt meegenomen in de sluier grauw.

IMG_6437.JPG

Een van onze geliefde bezigheden van vroeger was het wolken schouwen. We lagen op ons rug in het gras en riepen om de beurt welke objecten langs kwamen drijven. Een levend sprookje met een driekoppige hond, of een gemene toverkol, een reus, de leeuw, een kind, konijnen en vogels, je kon het zo gek niet bedenken of we zagen het en wezen elkaar er enthousiast op. Daar, naast die ene kleine wolk en in de lucht tekenden we met onze vinger de vorm na. DƔƔr zit een oor, en dƔƔr de bek, hier de staart en dat is het oog. Daarna volgde het eindeloze verhaal, want wolken vertellen verhalen. Alleen wij waren ingewijd in dat geheim, dachten we.

Bij Manzoni stond het idee centraal waarbij de vormgeving een toevalligheid en/of ondergeschikt was. In het begin zag ik tijdens de zoektocht naar de ziel van de abstracte kunst eerst in elke abstractie toch altijd weer het beeld. En nog zie ik dat. Kan je de expressionist scheiden van de vorm, kan de vorm gescheiden worden van het idee. Als ik zijn Achromen zie, denk ik onmiddellijk aan een subtiel zuchtje wind dat over het water glijdt en plooien trekt in het anders zo gladde wateroppervlak. Of aan het zand van een ongerept strand, waar de stroming bij eb de golfslag van de zee heeft achtergelaten als een blauwdruk van haar bestaan. Het lijnenspel dat ontstaat door wuivende rietpluimen in hun gouden glans en hoe graag ik ook overspoeld wil worden met het idee om het idee en niet om de vorm die het kreeg, ik blijf in beelden denken.

Dat wit van hem, maakt het evenals het blauw van Klein niet eenvoudiger, integendeel. Door het reliĆ«f en de schaduwen die getrokken worden krijgt het nog veel meer betekenis, hetzelfde geldt voor de herhaling. Elk brein werkt naar vermogen. Kunst is een individuele uiting en de beleving ervan allerpersoonlijkst. Kunst wordt het als het er toe doet, in positieve of negatieve zin. ‘Als het een steen verlegd in een rivier op aarde’, zong Bram Vermeulen al. Dat dus, als het raakt, als het zich verweeft.

Dinsdag gaan we met gips, doek, stro en jute aan de slag, structuren en eigenschappen van het materiaal verheffen en in dienst stellen van wat het oproept aan de handen om te vormen. Een sprong in het diepe, verstand op nul, maar om waarachtig te vormen helpt het om met ogen dicht te werken. Materiaal voelen en het idee boetseren.

De blinde kunstenaar George Kabel uit Eindhoven zette een grote trampoline vol met egaal zwart gespoten voorwerpen: een globe, een computer, een verrekijker en nog veel meer. Hij probeert zijn wereld met ons te delen. Als ik mijn ogen sluit zie ik meer kleur dan zwart, zie ik lijnen en vormen Ć” la Manzoni die op een doek niet zouden misstaan, maar de gedachten die het beeld vormen razen voort tot in lengte der dagen, tot aan de einder en weer terug. Dinsdag gaat de knop om.

Er is geen wolk meer te bekennen.

Uncategorized

De cirkel is rond.

Mijn armen schrijnen een beetje. Ik ben gisteren toch verbrand, ondanks het omzichtig laveren in de schaduw. Het kwam door de brandnetels, die eigenzinnig met hun wijdvertakte netwerk onbeschaamd de overhand hadden genomen. De tuin had een tijd mijn toewijding moeten missen, dat was wel duidelijk. Hard aan de slag en sleuren aan de wortels, schrepel in de hand. Elke kuil wordt gevuld met dat trage gevoel van weemoed, dat de overhand dreigt te nemen. Stukje bij beetje kalft het af, mijn hart wordt lichter als er ruimte ontstaat tussen de woestenij in.

022

Noƫl komt langs en vraagt om het droge gras dat die ochtend bij elkaar gemaaid is. Het wekt verbazing, wat moet je ermee. Hij wil het tussen de aardappelplanten strooien, het houdt het vocht vast en er gebeurt wat met de aarde, wormen woelen het beter los. Dat is een mooie manier. Even filosoferen met deze rasechte tuinliefhebber over dit hergebruik en hoe je gewassen als onkruid naar je hand kan zetten, door er iets goeds uit te halen.

Hij vertelt met glimmende konen over een methode van natuurlijke bemesting. Iets in de trant van ‘If you can eat it, beat it’. De Japanse microbioloog Masanobu Fukuoka (1913-2008) had na een ervaringĀ van verlichting de natuurlijke landbouw omarmd en uitgewerkt, hij gebruikte geen enkel ander middel dan de natuur zelf om groei te bevorderen of onkruid tegen te gaan. De gewassen die hij niet in zijn tuin wilde, transformeerde hij door middel van de vergisting met water totĀ digestaat, een soort meststof. Wat een mooi verhaal en wat een prachtige manier om de natuurlijke kringloop in het postzegeltje tuin bewaarheid te maken.

Masanobu Fukuoka. Foto Wiki.

Bij mij lijkt het eerder andersom te werken, ‘If you can beat it, eat it’. Kleefkruid, zevenblad, brandnetel, het is allemaal te eten. Vooralsnog ligt het op de allengs uitdijende composthoop en is de ringslang onder de pannen als hij lekker lui ligt te zonnen voor zijn riante villa.

123Groot hoefblad. Ets.

Met elke schraap boort de schrepel zich voortvarender een weg naar de diepte. De dikke knoestige wortelstokken van het groot hoefblad, ook al een erfgoed van mijn lieve buurman, klauwen zich vaster in de grond dan ik trekken kan, ze halen de angel uit mijn woede om het onrecht, de blauwe vergeet-me-nieten ertussen verzachten het en vragen om Ā zorgzame aandacht en geduld. Uitgraven dan maar, het brengt gedachten in balans.

De Amandel is na het omver halen van de grote iep haar troost gaan zoeken bij buurvrouw Pruim en helt vervaarlijk opzij. Als ik vervolgens aan de stam ga hangen hoor ik een droge knak. Boven mijn hoofd staren haar bladeren me verwijtend aan in een wonderlijk krullend rood. Ze is wel heel erg aangedaan, die tante Amandel. Ā Ze schreeuwt om schimmelverdelger, maar dat hoeft niet als ze de juiste buren krijgt, leert Masanobu mij. Dat blijken dan weer Knoflook, Oost-Indische kers en Mierikswortel te zijn.

014.JPG

De dunne benen van de appel zijn langgerokt en moppert zich ook een schimmel, maar anders dan de Perzikkrul bij tante. Daar ga ik straks mijn wandelende biotoop voor raadplegen, hij heeft me in hele korte tijd al prachtige inspiratie bezorgd om nog duurzamer om te gaan met onze rijkdom op dat grote presenteerblad dat aarde heet. Het is niet langer ‘Verdeel en heers’ maar ‘Leven en laten leven’ op de manier van die zachtaardige Masanobu. De cirkel is rond, wat een mooie gedachte.

 

 

Uncategorized

De engel met de gouden handen.

Er loopt op school een engel rond. Hij heet Mo en heeft zijn vleugels verstopt onder een gifgeel jasje van gemeentewerken. Als je hem niet kent, dan zie je zijn grote gave nauwelijks, want hij pocht nooit over wat hij aan bergen verzet. Het zijn niet de lichtste klussen die hij aanpakt en ook niet op de meest makkelijke tijden. Zelden zie je hem in rust, want naast de school heeft hij ook nog eens een jong gezin met vier kinderen en een lieve vrouw. Daar loopt hij ook het vuur voor uit zijn sloffen.

Naast het werkgebied van het schoolplein heeft hij door de loop der jaren heen ook de verantwoordelijkheid op zich genomen voor heel kinderrijk IJsselstein. Hij zorgt ervoor dat het vuil wordt geruimd, de paden toegankelijk blijven en de speeltuinen veilig zijn. Helemaal speciaal is dat hij daar nul komma nul centen voor krijgt. De lieverd doet dit geheel onbezoldigd. Het is een held.

foto van Moking Bardai.

Overal waar hij Ā langs gaat, valt het licht in of schijnt de zon. Ineens zijn de heggen aan kant of is er een boom gesnoeid, zijn de prullenbakken geleegd, is er een compostbak gemaakt en nu heeft hij helemaal eigenhandig de moestuinen van school weer hersteld. Ze waren door vandalen in de vakantie vernield. Geweldig. Naast dat alles is het een bescheiden man. Hij waart rond. Dat maakt hem ook de engel. Hij is de man met de gouden handen. Zijn kijk op klussen is anders dan wat de gemiddelde Nederlander voor ogen heeft, maar daardoor is het uniek. Ik hou van mensen met zo’n eigen filosofie op het leven.

In zijn eigen leefomgeving helpt hij alle oudjes en alleengaanden, onderhoudt de tuinen, wisselt de ene dienst tegen de andere uit. Hij heeft een derde zintuig voor problemen en lost ze niet alleen praktisch op, maar ook moreel. Het luisterende oor is er wel, maar wordt gelardeerd met een spraakwaterval van formaat. Als hij praat, moet je zelf ook doorgaan met de bezigheden, want voor je het weet ben je een uur verder. Het maakt niets uit.

Ik heb het voorrecht mogen genieten om alle drie zijn dochters in de groep te krijgen. Het zijn stuk voor stuk kunstenaars in de dop. Ze hebben gevoel voor vorm en kleur en kunnen fantastisch tekenen en schilderen. Net als hun vader leggen ze hun hele ziel en zaligheid erin. Dat is wat hij heeft meegegeven als belangrijke levensfilosofie. Als je iets doet, ga er dan voor de volle honderd procent voor. Dat doen ze. Elk werk wordt aangepakt en alles wordt tot het einde toe volbracht. Ā Wat hun vader in woorden schetst, vatten zij in beelden samen.

049

Vorig jaar werd de buurt opgeschrikt door een liquidatie overdag en op straat midden tussen de spelende kinderen. Het merendeel zat bij ons op school en het gonsde van de geruchten. Hij was ontdaan, want zijn kinderen hadden alles gezien. We spraken erover in de kring en werkten erover in het tekstschrift. Alles wat er gepasseerd was kwam minutieus langs, tot in detail uitgevoerd. Het verhaal hoefde er niet eens bij, want het was overduidelijk wat het met hun eigen beleving gedaan had.

Allen kennen de essentie van het leven. ‘We zijn er met z’n allen om elkaar te helpen.’ De verrijking zit diep van binnen met de voldoening die het oplevert om een ander gelukkig te zien. Daarom moet er een zon op. Hij is een lichtend voorbeeld van hoe het leven zou moeten zijn. Mo, de engel met de gouden handen.

Uncategorized

Afscheid nemen is opnieuw beginnen

Het is Hemelvaartdag en eigenlijk moesten mijn voetstappen voorzichtig de eerste nevelen verdrijven. Ik was om vijf uur al buiten om mijn balkongroen liefkozend toe te spreken, nieuwe bloemen te begroeten en wat dode takjes weg te halen. Het gemoed is bezwaard. Gisteren de hele avond en vandaag weer. Het komt door Teun en al mijn andere duizend doden, die te jong op reis zijn gegaan en waar afscheid onherroepelijk bij hoorde.

Hemelvaartdag is bij uitstek geschikt om wat boodschappen naar ‘boven ‘te zenden of met gedachten te blijven steken op herinneringen, die warm en liefdevol op blijven flakkeren door de hoopvolle vlam, die ooit ontstoken is door zo’n dierbare dode, ergens diep van binnen. Straks ga ik naar de tuin, daar wonen ze het meest. Mijn moeder waart er rond in de akeleien, die ze ieder jaar weer laat wandelen naar een nieuwe plek en in de prikneuzen, die ik zo noem, maar die anders heten en alweer kom ik er niet achter hoe. Mijn lieve vriendin hangt er als een zwaluwnestje aan de muur om kleine koolmezen in te laten nestelen en mijn grote dichter Vasalis staat er als appelboom met twee dunne stammetjes, ooit van de kinderen gekregen.  Mijn ouderlijk huis trekt krom in de Amandel. Allen vind ik terug in het afsterven en ieder jaar weer opnieuw beginnen. Afscheid nemen opent nieuwe deuren.

Ik heb ze de laatste weken wat verwaarloosd. Dat had te maken met het werk op school en de onrust die daar ontstaan is doordat er ruim baan gemaakt wordt, deze maanden, om er een andere school bij in te laten trekken. Samen vormen ze straks een school met een totaal nieuw concept. Alles staat in het teken van afscheid en vernieuwen. Hier vallen dit jaar mijn laatste voetstappen. De nostalgie slaat nu al een beetje toe met golven van weemoed. De laatste portfolio’s, de laatste experimenten, de laatste opgetogen Jenaplan ontdekkingen, het laatste eindfeest, dat ik niet mee mag organiseren en ik kan wel raden waarom niet. Het is goed, want ik heb er precies 25 jaar Jenaplan opzitten en zit boordevol met nieuwe ideeĆ«n.

Daarom moet ik in de tuin zijn vandaag. Liefdevol het lange gras maaien, het onkruid beteugelen, genieten van wat groeit en bloeit , de ringslang ontdekken, de broedse eenden in de piepkleine vijver, de bijenzwermen in de kasten, vlinders en boomklevers, de kieviten boven de weilanden en het aangelegde park, de ooievaren en mijn grote vriend AndrƩ, de vader van de vier, die als een machtige havik hoog boven in de lucht zijn vleugels spreidt.

De laatste zonnebloemenstekken, die in het kleine kastje van de buurman staan te pieren moeten nodig de grond in, evenals de laatste lathyrusplantjes, als ze nog tot wasdom willen komen. Mijn huis kraakt onder ouderdom en krabt haar rimpels weg met afbladderende verf. Ze was eens een voorbeeld bij uitstek van een nieuw begin. Als oude schuur in Driebergen uit elkaar gehaald en opgebouwd door broerlief met hulp van de hele familie werd het een lieflijk atelier. Bijna tien jaar zond ze warmte uit en de juiste vibraties vol van inspiratie voor mooie nieuwe verfstreken op het hagelwitte doek.

Nu moet ik sparen voor een nieuw onderkomen. Aangevreten door de woelmuizen helt haar vloer over, wankelen de meubels en kreunt haar dak. Ze verdient het, misschien neem ik de ramen mee, haar nokraam dat zo ingenieus door mijn broer erin is gewerkt, de openslaande deuren wellicht, in ieder geval de lichtwieren door de witte opbollende gordijnen er voor en de prachtige kleine zwarte  kachel. Een nieuw begin voor haar en voor mij, voor mijn dierbaren daar in die tuin.

001-001

Er is altijd een nieuw begin,  zonder en toch ook weer mĆ©t, voor ieder die afscheid moest nemen, vroeger, gisteren, vandaag, straks. Verloren gewaand komen ze terug op eigen tijd en in eigen uur en onmiskenbaar zul je elkaar omarmen. Afscheid nemen is opnieuw beginnen. Anders, maar onherroepelijk samen.

Uncategorized

Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee

In 2003 stapte Teun bij mij de groep in. Lieve Teun, die ik al kende van een stage in de bovenbouw en met wiens komst ik oneindig blij was. We konden samen meters maken in het sparren over Jenaplanonderwijs in het algemeen en het individuele kind in het bijzonder. Teun vond het uniek, dat het de gewoonste zaak van de wereld was om kinderen een knuffel te geven of te troosten. Het was de tijd van het grote taboe. Hoe kan je van kinderen houden als genegenheid stokt op de getrokken grenzen van de angst.

Teun was op de fiets vanuit Maarsen gekomen en zijn grote lijf parelde kleine zweetdruppels van de inspanning, maar trots en met een brede glimlach haalde hij omzichtig zijn zakdoek te voorschijn en vouwde het open. Daar lag een klein, teer, ongeschonden molletje, die hij onderweg hopeloos dood was tegengekomen. De voorgenomen lessen werden spontaan over boord gekieperd en mol kwam in de kring te liggen, zodat Teun eerst kon vertellen hoe hij eraan gekomen was.

European mole animal.jpg

Nieuwsgierige vragen en het kon niet anders of er moest een les over mol aan vastgeplakt worden. dat betekende, boeken zoeken over het mollenbestaan, informatie van internet afhalen, maar bovenal de observatie. Loep erbij, handschoenen om dode mol te kunnen draaien, en ogen op steeltjes. De verwerking in prachtige tekeningen kwam later. Teun overwoog nog even of het niet interessant zou zijn als we de binnenkant konden bestuderen. Maar snijden en dieren was voor onderbouwers in de leeftijdsgroep 4-6 jaar niet de meest gewenste combinatie, die wilden de zachtheid ervaren, nagels tellen, bekjes opensperren, tanden bestuderen en het darmenstelsel kon er plastisch bijverteld worden. Het werd een boeiende ochtend.

Natuurlijk moest er aan het eind een echte dodenmars gehouden worden. Mol kreeg een prachtig versierde schoenendoos en een heel zacht lapje om op uit te rusten. Daarna brachten we in een lange rij, mol met een kind voorop, terwijl de dodenmars werd geneuried…tam tam tamtam, tam tatamtamtetam en de trommel geslagen, met de aanschuifpas plechtstatig mol naar zijn laatste rustplaats achter het elektriciteitshuisje op het schoolplein. In een halve cirkel namen we afscheid van mol terwijl Teun hielp de eigenhandig gegraven kuil weer dicht te gooien.

Teun is in de mollenhemel, of mol is in de hemel van Teun. Gisteren kwam als een donderslag bij heldere hemel het bericht op mijn tijdlijn, dat hij afgelopen zaterdag was overleden aan een hartaanval tijdens het sporten. Het half jaar dat we samen intensief hebben mogen oplopen, blijft de hele tijd voorbij komen, Vanochtend vroeg bij  het ontwaken ging ik mijn bed uit en pakte het grote dagboek van Kuifje. Waarom ik die moest hebben, bleek al gauw. Het eerste wat er uitrolde was een grote geprinte email van Teun aan mij was. Hij boodschapte me het hele verhaal van de Jenaplan door in zijn dagboekenversie. Zonder hulp had ik het nooit zo snel gevonden.

Daar stonden de zielenroerselen in van een man, die zijn sporen binnen het onderwijs heeft verdiend. Een stagiair die met de grootst mogelijke bezieling voor het onderwijs koos, voor het Jenaplanonderwijs in het bijzonder. Teun schreef de belanghebbende woorden, dat Iederwijs hem het meest na aan het hart lag, maar dat hij er nooit voor zou kiezen omdat de scholen te duur zijn en zich op die manier buiten de maatschappij plaatsen. Dat vormde een absoluut breekpunt voor hem. Goed onderwijs is het recht van ieder mens.

Teun is de Teun van Jibbe in mijn beleving. De grote man en het kleine jongetje, die elkaar filosofisch vonden. Jibbe die nadacht over de oerknal en het bestaan op aarde, die wist dat schelpen zo zijn ontstaan en niet gevonden in Hoek van Holland, zoals Teun wist, maar dat razendsnel verzweeg.  Na die constatering volgde er een les over de grote herkomst van het bestaan en meerdere bespiegelingen konden met het grootste gemak meegenomen worden in het leven van alledag.

‘Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee’, schreef je. Maar dan toch geestelijk dode vissen, Teun. Voor mij zal je altijd de diepe wijsgerige lading hebben, die er voor zorgt dat jouw nagedachtenis voor eeuwig stroomopwaarts gaat.

Uncategorized

Kinderverdriet.

Kinderliteratuur is een hoofdstuk apart, of eigenlijk, juist niet. De Amerikaanse essayist, publicist en schrijver J. B. White schreef in zijn artikel ‘How to write for children’: “Anyone who write down to children is wasting his time. You have to write up, not down.” Kinderen hebben geen behoefte aan een glad gestreken wereld van zoetgevooisde kabbelende verhalen in roze suikerspinnen gedrenkt, maar ze willen heel graag dat er gekeken wordt naar de toppen en de dalen, hun worstelingen met emoties als verdriet, eenzaamheid, onzekerheid en karma.

Ik las dat op een van de brainpicking pagina’s van Maria Popova. Ze haalde als voorbeeld het ontroerende boek van Oliver Jeffers aan. Het is een boek over liefde, verlies en hoop. Hij illustreerde en ving zijn woorden in prachtige beelden, die zelfs zonder de ondertiteling eigenlijk het hele verhaal vertellen, subtiel maar onmiskenbaar.

Bij het lezen vlogen gedachten in eerste instantie weg naar Message in a Bottle, over dezelfde eenzaamheid en de boodschap doorgeeft dat verslagenheid lichter voelt bij de ontdekking niet de enige te zijn met dergelijke gevoelens.

The Police – Message in a Bottle

Just a cast away an island lost at sea-o
Another lonely day, no one here but me-o
More loneliness than any man could bear
Rescue me before I fall into despair-o

I’ll send an S.O.S. to the world
I’ll send an S.O.S. to the world
I hope that someone gets my
I hope that someone gets my
I hope that someone gets my message in a bottle yeah
Message in a bottle yeah

A year has passed since I wrote my note
But I should have known this right from the start
Only hope can keep me together
Love can mend your life but love can break your heart

refr.

Walked out this morning I don’t believe what I saw
A hundred billion bottles washed up on the shore
Seems I’m not alone in being alone
A hundred billion castaways looking for a home

refr.

Dat is wat White bedoelt met het ontrafelen van de echte wereld voor kinderen en niet door die zoete Teletubby Bel als het aankomt op de boodschap die doorgegeven moet worden. Kinderen hebben recht op het juiste referentiekader. Bij het ontkennen van het bestaan van dit soort gevoelens bij kinderen wordt er voorbij gegaan aan hun persoonlijkheid.

Zodra we het in de filosofieles op school over dood hebben, komen achter elkaar de verhalen over lieve opa’s en oma’s die ze missen, maar ook de cavia, de kat, de hond, zelfs het lieveheersbeestje. Dan kunnen er spontaan tranen vloeien of is er die vleug van verzachting, die over de gezichten heen trekt als ze aan een mooie herinnering denken.

In het boek The heart in the bottle begint het leven als een sprookje. ‘Once there was a little girl’. Ze is een gewoon klein meisje met honderd vraagtekens, zoals elk kind die kent. Haar vader laat zich mee voeren en voedt haar nieuwsgierigheid met een groot aantal boeken over de fascinerende wonderen der natuur. Geen zee is te hoog en geen ster is te ver.

Een paar illustraties verder staat het meisje voor een lege stille stoel. Niet alleen speelt Jeffers met het beeld maar ook met het licht en de schaduw, die de eenzaamheid versterkt en voelbaar maakt. Dat is de grote kracht van het boek. Alles wordt vooral tussen de regels door gezegd en getoond en de woorden maken ruim baan voor de beleving.

Het omgaan met dit verlies is voor volwassenen al zwaar, laat staan voor een klein meisje. Ze kan het ook geen plek geven en besluit om haar hart op te bergen op een veilige plek door het in een fles te stoppen, die ze om haar nek hangt. Zo voelt ze de pijn niet meer. Later blijkt dat in diezelfde koude stroom ook haar liefde voor het leven verdwenen is.

Ze vergeet alle mooie verhalen van haar vader en de schoonheid om haar heen. Bij een wandeling op het strand als volwassen vrouw komt ze een klein meisje tegen dat overloopt van nieuwsgierigheid naar het leven en alles wat dat vertegenwoordigt. De afgevuurde vragen brengen haar terug naar het kleine meisje in haarzelf, naar alles wat ze verloor, toen ze haar hart pantserde tegen het verlies. Als ze dan het hart wil bevrijden ontdekt ze dat het glas zich heeft gehard en nauwelijks te slechten valt. Alleen een kinderhand kan het bevrijden. Het hart valt op haar plek en de stoel is niet langer leeg en eenzaam.

Het is een prachtig verhaal met een mooie boodschap, die kinderen moeiteloos aanvaarden en begrijpen. De angst dat dergelijke emoties tere kinderzielen zou beschadigen wordt er door te niet gedaan. Alleen al de schoonheid van woord en beeld is een verrijking.

Er is ook een interactieve app, waardoor kinderen het boek in kunnen en de beleving kan worden aangevuld met hun eigen ideeƫn en gevoel.

De schoonheid en de intensiteit van het boek blijft prefereren, vooral door de mooie dichterlijke manier om het verlies en het buitensluiten van het gevoel een podium te geven, of het nu om de kat, de cavia, de oma of de vader gaat. Kinderverdriet verdient een volwassen benadering met alle rafelranden en de hoopvolle weg van de eigen keuze, die te allen tijde kan worden bijgesteld.

Uncategorized

De taal en haar Muzen.

Gisteren kwam in een dertien in een dozijn serie deze mooie zin voorbij. ‘De tijd bevriest als je weg bent’. Meestal kunnen dat soort series rekenen op een versnipperde aandacht. Zo’n blik voor af en toe op de ondertiteling geworpen. De oorspronkelijke Engelse versie heb ik daardoor gemist. Op een dag kan zo’n opmerkelijke volzin langszij komen en als je er op gespitst bent, worden ze betekenisvol. Ik zette het weg op de laptop om door te sudderen en er later weer wat mee te doen.

De schoonheid van taal is gratis en voor iedereen toegankelijk, maar niet door iedereen begrepen. Sommige zien het gewoon als functioneel. Niet meer dan dat. Je hebt niet per se volzinnen nodig. Dat kan als ballast worden opgevat. Gezwollen taal, overdreven, ouderwets. Mijn hang naar woorden  is er van jongsaf geweest. Daar word je niet mee behept, maar mee geboren. Daarna is het belangrijk dat het gevoed wordt.

Mijn moeder nam ons al vroeg elke week mee naar de kleine huisbibliotheek in de Elsstraat. Het was een gewoon rijtjeshuis, niet groter dan het onze. In elke kamer kon je liefkozend langs de ruggen van de boeken lopen, die netjes in het gelid stonden te wachten op nieuwsgierige en leesgrage bewonderaars. De wandkasten waren tot aan de nok toe gevuld. Mijn moeder werd zacht, rond en blij van boeken. Het was een hele andere vrouw dan degene die de was stond te doen en met een verhit gezicht en rode handen en onderarmen de wasketels op het vuur had staan, of lakens eruit stond te vissen met de grote houten stok. In dat vriendelijke bibliotheekje vond ze, tussen de dagelijkse beslommeringen, zichzelf terug. Het betekende een praatje voor de vaak met de vrijwilligers die de toko onder beheer hadden en veel, heel veel woorden om haar grote leeshonger te stillen. Elke week gingen er nieuwe boeken mee naar huis, die op een stapeltje onder handbereik kwamen te liggen.

009

Zodra ik de sleutel had ontcijferd die losse letters tot woorden smeedde, kroop ik weg in een andere wereld, de buitenluiken hermetisch gesloten voor de alledaagse geluiden van buitenaf. Iedere avond spon ik me in in een eigen cocon van taal. Overdag kon dat ruw verstoord worden omdat er geholpen moest worden in het huishouden, maar zodra ik in bed lag, behoorde de tijd aan mij.

Gisteren merkte zuslief op, dat de Franse taal toch wel de mooiste van alle talen was. Onnadenkend beaamde ik dat. Het is niet waar. IƩdere taal heeft een eigen schoonheid. De zangerigheid van het Farsi bijvoorbeeld, met haar beeldtaal en volle klanken, vond ik prachtig. Het schrift was ontoegankelijk, maar naar haar melodie kon ik uren luisteren want in ieder woord school een gedicht. Aan de Noord-Germaanse talen werd vroeger nauwelijks aandacht besteed. We kwamen niet verder dan een tip van de sluier tijdens de geschiedenislessen van de heer Wieman, waar Wodan en Thor het lieten donderen in hun meeslepende hellevaart. Er stonden indrukwekkende gravures van woeste Vikingen met vlechten in de boeken, waarin soms een deel van de saga was opgetekend, die de wonderlijke tongval die strijdbare lading meegaf.

https://decorrespondent.nl/6248/hoe-een-syrische-tiener-de-schoonheid-van-de-nederlandse-taal-ontdekte-op-haar-tiende-school/416354224-4f714715

Elke taal heeft haar schoonheid, zoals de onze die kent. Ze zijn verschillend maar nooit verstoken van hun eigen muzen. De jonge Syrische Salaam had eerst een jaar onderwijs genoten om de Nederlandse taal te leren, vijf keer wisselde ze hier al van school hier. Op de laatste school kreeg ze een docent Nederlands, die haar hielp om van de taal te houden en bovendien de hekel die ze aan de taal had opgedaan in de schakelklassen wist weg te poetsen. Hij sprak woorden die haar rechtstreeks raakten in haar hart.

De schoonheid en lyriek, die rijkdom is alleen te vertolken als je haar hebt binnengesloten en eigen gemaakt als een wezenlijk onderdeel van het bestaan. De taal en haar Muzen laten zich grenzeloos door ieder lezen die er betekenis aan geeft.

Uncategorized

De roep van de Zurna.

Gisteren was ik op een Turks Henna-feest. Ik was zwaar underdressed. Make-up au naturel, haren in de bekende waaistand, geen blingbling in oren, rond de hals, om de polsen. Lange mouwen, hooggesloten met een katoentje als hes erover, zwarte broek Ć©n…platte schoenen. Hele platte schoenen. Het was twee uur rijden geweest, dus ook nog verfomfaaid, want geen in de plooi vallende polyester.

014

Het maakte niet uit voor de mensen die ons ontvingen, maar ik voelde me niet op mijn gemak. Als een stijf muurbloempje, schuchter als een bakvis, voelde ik mijn ruggengraat met de minuut verkrampen. Eten halen moest, naar het toilet moest, dansen moest maar alles ging star en beschaamd.

Wel was er veel te zien. Ik keek mijn ogen uit. Eigenlijk wist ik het van de feesten en partijen van de vader van de jongste zoon. Lange warme zomernachten op een Iraanse bruiloft met alle toeters en bellen. Daar voelde ik me evenmin thuis. Hoe leer je te zwemmen als een zoetwatervis in de zoute zee. 

Ik dagdroomde boven de bling en al het rode nylon uit, liet de raki links liggen en nipte aan wat witte wijn, terwijl de rode gloed van de avondzon en de glooiende velden lokkend en verleidelijk de stilte verbeeldden.

De zanger van het ensemble probeerde hardnekkig de aandacht te trekken met dwepende Turkse klanken, maar zijn woorden stegen bij mij onbegrepen op, terwijl er geapplaudisseerd werd en de taal van de bergen klonk als een vrouw haar luide roep van verbondenheid er door heen weefde.

Opeens klinkt er vanuit het niets de droge harde scherpe klank van een Zurna, schel en hard slaat het blikken geluid van de dubbelriet volkshobo recht mijn hart in en roept me wakker. De zaal opent zich en ik sta in de vroege ochtenddauw in een grote kring voor de tenten in een weiland te Vierhouten. Middenin die enorme kring staat Ersin Ozan en beroert de Davul, terwijl zijn vriend de Zurna laat snerpen. Massaal laten meer dan honderd mensen zich meeslepen door de opzwepende klanken en dansen we, velen nog in nachtkleding met verwarde haren, de zoete dromen weg.  Voeten kunnen niet stil blijven staan bij het lokkende ritme.

Ineens stonden we in  dezelfde lange rijen, mijn katoentje en ik en de hele Turkse gemeenschap en viel alles van me af. De voeten dansten de ritmische beweging, de pinken ineengestrengeld, een zwaaisjaaltje in de hand. Als een vreemde eend in de bijt maar met dezelfde grote glimlach op mijn onopgemaakte toet, tussen al het klatergoud en felle kleuren volgden mijn hele  lijf enthousiast de dwingende klanken. Als de Zurna speelt, valt er geen woord meer te kletsen, dan praat je met hart, hoofd, handen en voeten.

Bij het versnelde gedeelte speelde de warmte parten, maar bij het kijken naar de voeten, sommige op onmetelijke hoogte, vertoefde ik weer in het verleden. Bulgarije, Koprivstitsa in 1990 om precies te zijn, dezelfde roep, dezelfde klanken, tegen het glooiende landschap op en de hele Bulgaarse bevolking die, in klederdracht, vanuit het dorp de heuvels inliep om een groot volksdansfestijn te houden. Twee culturen die zoveel met elkaar gemeen hebben. De Turkse Hora is ook die Bulgaarse Pravo Trakiisti Horo die, met een lang lint van blijde, lachende, dansende mensen, de heuvels en de straten verbond.

Het feest is de beleving, verbroedering en verzustering ten top. Grenzen vervagen, heden, verleden en toekomst laten zich aan elkaar smeden en dat alles door de aard van de muziek, door die schelle, hartveroverende oerklank. De roep van de Zurna!

Uncategorized

Heilige Antonius.

Ik had gisteren bepaalde wachtwoorden nodig om in te kunnen loggen op een paar accounts. Met mijn vergeethoofd en de duizend en een verschillende wachtwoorden en gebruikersnamen heb ik op een geheime plek het een en ander vastgelegd. De schrik sloeg me om het hart toen gisteren mijn ‘geheime plek’ niet meer op de gebruikelijke plaats, waar ze al jaar en dag lag, te vinden was. 125Hier niet dus!

Met de speurogen op scherp zocht ik alle kasten af, tuurde langs ruggen van boeken, in manden, in mappen, maar het was en bleef weg en op geen enkele wijze ging er een licht branden. Dagen daarvoor had ik de kamer rigoureus opgeruimd. Alles wat teveel ruimte innam had ik opgeruimd, de extra ballast die maar plaats bleef innemen in het hoofd naar een passende locatie verbannen. Eindelijk stond alles netjes en ordentelijk. Door de gedrevenheid en de voortvarendheid waarmee ik aan de de gang was gegaan was de geheime plek onbewust naar een andere plaats getransporteerd. Ik zocht beneden en boven en nergens was er een spoor te vinden.

Er zat maar een ding op. De Heilige Antonius moest worden aangeroepen. Mijn moeder deed dat als er in het grote huishouden van 13 personen iets als sneeuw voor de zon verdween.  ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn …..weer vindt’. Ik had de woorden nog niet uitgesproken of er viel me een lumineus idee in. Het was natuurlijk te vinden in het allerkleinste kastje, omdat het zich al jaren vermomde als de dingen die daar in terug te vinden waren. Het is trouwens heel lastig om niet te mogen beschrijven hoe de geheime plek er uitzag, maar dan zou het gewoon een plek zijn. Niet handig en niet raadzaam.

Er is een tijd geweest op school onder het vorige bestuur dat alles in het geniep werd bedisseld en besloten. Er werden met mensen gesprekken gevoerd en alles moest onder ‘embargo’. Dat woord wekte ten leste rode vlekken op in ieders nek. In een vriendschappelijke en gemoedelijke sfeer sloop ineens wantrouwen naar binnen. Naar dit bedisselende bestuur toe maar ook, en dat was funest, naar collega’s onderling. Toen de eerste tekenen van achterdocht zich in het openbaar begonnen te vertonen, braken we als team de boel open en besloten om in samenspraak te blijven met elkaar. Embargo of niet. Niet langer wilden we naar de pijpen dansen van een bestuur waar de cijfers regeerden en voorbij werd gegaan aan het feit dat er achter elk aantal FTE’s mensen schuil gingen met verwachtingen, kwaliteiten, inzet en trouw. Tot op de kleinste procenten werd ingedamd en geschoven. Wat bleef was het feit dat we gedwongen werden keuzes te maken, die voor ons kleine schooltje onherroepelijk de teloorgang inluidde. Vernieuwing en vooruitgang snelden de goede oude Jenaplanprincipes voorbij, we waren het lelijke jonge eendje in de bijt. Onderwijs dat niet meer begrepen werd en alleen op resultaten werd afgerekend.

Het zij zo. Tijd voor vernieuwing. De handel in geheimen is niet lucratief. Nou ja, bijna niet dan. Die van de geheime plek hou ik maar liever geheimen alleen voor mezelf en voor niemand anders, zelfs niet voor de website ‘Geheimen van Nederland’. Die bestaat. Echt waar. Als je erover praat ben je de helft van de zorgen kwijt, maar ik in dit geval mijn wachtwoorden. Als ze in het hoofd hadden gepast had ik ze daar bijgeschreven, maar helaas, de cellen werken traag als stroop. Dus liggen ze ergens en soms raak je ze kwijt. Dan is er altijd nog die vertrouwde heilige Antonius. Probeer maar. Het werkt!

 

 

Uncategorized

Kabouters en zo.

De woningbouwvereniging komt zo. Ze komen kijken naar een groot lek op zolder, dat er al zeker een jaar zit. We hebben al twee keer gebeld. Ze zouden het repareren als er een hoogwerker in de buurt moest zijn. Het lek heeft in de zolderbedekking een grillige vlek geslagen, waar menig materie-kunstenaar jaloers op zou kunnen zijn. Zo au naturel maak je ze niet zo gauw. Er zitten spinnenwebben in, grillige mengvormen, koppen a la Buffet, grotschilderingen, mensfiguren tezamen met de druipgrotten van Han door de afvallende schilferingen, die aan draden blijven hangen.

Het ruikt naar nostalgie, een stuk verleden. De oude kelder van de Amandelstraat komt boven drijven, de meisjesschool aan de Boerhaavelaan, de schuur achter het huis met zijn kolen, de kelders van school waar oude kranten in bundeltjes opgeslagen lagen te wachten tot er voldoende verzameld was, maar bovenal ruikt het naar onze oude kabouterhut achter de Monica kerk.

Zodra daar de deur openzwaaide en je als kind de drempel overstapte werd je een andere wereld ingezogen. Die van de mogelijkheden en de maakbaarheid. Daar in die kleine blokhut, die geurde naar vochtige aarde hadden we onze eigen wonderland, de kleine prins woonde er en Eric en zijn hele insectenboekje, Alice huppelde er in het schattige bruine kabouteruniform rond, maar ook Knikkertje Lik rolde binnen tussen alle regels door. Dunne kinderstemmen werd een krachtig koor als we ‘Luid zing ik uit’ zongen. De tekst ligt nog altijd heimelijk opgeslagen achter een van de deuren in mijn hoofd.

Luid zing ik ’t uit,
mijn blij kabouterlied.
Hoe ik eerlijk steeds speel,
me bij het werk niet verveel
en van iedere wand’ling geniet!

‘k Lach elke dag,
de zon behoort aan mij.
Maar al maken we ook pret,
we zijn trouw aan de wet,
we zijn de hoop van de gidserij!

Kom naar buiten om te stoeien,
naar het bos, of naar de hei.
Waar de bloemen bont,
staan op groene weide grond,
en de wind vertelt van zo menig sprookjesheld.

Waar de vogeltjes ons wachten
en de bomen ruisend staan,
daar gunt ons de lust tot werken geen rust,
Kom, PAK TOCH AAN!

Alles was van hout, de kleine ronde tafels met de ronde banken eromheen, de schappen, de kasten, de houten bril van de wc. Alles wat van oorsprong een eigen geur had, werd ingelijfd in die aardsheid. Het bruine uniform, de blouse, de petjes roken allemaal naar de gewijde grond van het kabouterbestaan, waar Rea Klarenbeek de scepter zwaaide. Trouw aan de wet betekende een onvoorwaardelijke liefde voor haar, die zich eeuwigdurend zou nestelen. Twee vingers aan de pet en onze onschuldige blauwe ogen die in haar trouwhartige Rea-bruine brillekijkers werden weerspiegeld. Zij was de rots in de branding, een wandelende vraagbaak, het doekje voor het bloeden, de goede raad en daad, de vertrouwde have. Zolang zij in de buurt was, was geen zee ons te hoog en geen grot ons te diep. We gingen voor haar door het vuur. Rea Klarenbeek was meer nog dan de moeder aller moeders, ze was een godin in een reuzen kabouterpak.

IMG_1468.JPG

Speurtochten, die achteraf niet meer behelsden dan een vierkante meter bos, werden onder haar bezielende leiding een woest woud met reuzenspinnen en kobolden, ridders en toverkollen, misvormde aardwezens, de roep van de galvogel klonk mistroostig en zorgde voor zwijgende stilte, terwijl het hout onder onze voeten met droge tikken knapte. Altijd overwon het goede het kwade en altijd ging de mate waarin de spanning opgevoerd werd, voorbij aan tere kinderzieltjes. We leerden snel.

De man van de woningbouwvereniging is inmiddels geweest. Hij keek erg mistroostig naar het lek en begreep niet dat het al twee keer gemeld is zonder actie. Ik moet binnen twee weken weer bellen als er nog niemand geweest is. Dan gaan ze het dak slechten en weer opbouwen. Kan ik schaamte-vrij iedereen weer op het atelier ontvangen, reukloos en fris. Alleen ik weet nog waar de geheimen uit mijn jeugd zich schuilhouden, gelukkig maar.

 

 

Uncategorized

De mantel der liefde.

Gisteren hebben we weer geschilderd, nee geboetseerd, geduwd, getrokken aan de beelden in ons hoofd of het beeld dat ontstond door het samenvallen van verschillende aspecten binnen het proces van de materiekunst. Ik heb de foto’s ingeladen en ten toon gesteld en onmiddellijk zit het lijf weer in de uitputtingsslag die ik gisteren voelde en waar ik mee naar bed ben gegaan.

Slapen was er niet bij. Alsof elke vezel door sidderde en probeerde de beelden op het netvlies te plaatsen. Ik schoot in een onrustig dromen en het spinrag dat ik in het laatste werk had toegevoegd die avond, lag er als een film, uitvergroot, overheen. Het was een wonderlijke droom, zoals de wereld op dinsdag wonderlijk is nu we met materiekunst bezig zijn en diep de materie induiken. Letterlijk en figuurlijk. Hoe kan een mens op een dag vier werelden betreden en het voor lief nemen. Daar moet je uitgeput van raken.

 In de wereld van mijn groep kabbelt het voort. Daar heb ik alles onder controle en weet ik precies wat me nog te doen staat. Buiten de groep, in school zelf, is er veel ongewis, nu we van de ene naar de andere fase gaan. Vernieuwing en vooruitgang gaat altijd gepaard met voetangels en klemmen. Water bij de wijn en voort is het motto. Schouders eronder en in mogelijkheden denken, maar hoe verschilt die wereld van mijn vroege ochtenduren, waar de merel haar zalvende tonen fluit, onbekommerd. Het leven gaat voort, luister naar mij, ik fluit nog precies hetzelfde als zestig jaar geleden, honderd jaar geleden, eeuwen geleden.  Hij heeft gelijk. Het brengt een fluĆÆdum aan rust en valt, net als het spinrag van de nacht over me heen. Een mooi begin van een nieuwe dag.

Jaren geleden, eeuwen geleden, nee jaren slechts, las ik de mei van Gorter. Een nieuwe lente, een nieuw geluid, ik wou dat dit lied klonk als het gefluit… Het was een jongen, die noeste werkers deed glimlachen bij het horen van zijn trillers die de stilte verbrak. Iedere keer als ik de merel hoor, denk ik aan dat gedicht. Een andere wereld door een associatie bij een gedicht. Zo werkt het denken . Als de geest onrustig is door de belevenissen van de avond ervoor, zoekt ze de rust vanzelf op. Niet voor niets viel in de droom het witte fijne spinrag als een film over de gedroomde werkelijkheid heen. Je moet het bedekken met de mantel der liefde, was vroeger de goede raad van deze of gene tijdens een verjaardagsfeestje of een zondagochtend visite. Als kind verwonderde ik me daarover. Er was nooit een mantel te zien.

033

Als ik naar mijn tintelende handen kijk, nog steeds ondanks een nacht verwerking,  met de vette rivierklei onder de nagelriemen en ik voel mijn verkrampte spieren, dan schiet het weg op het moment dat ik de foto’s inlaad in de computer. Niet iedereen zal begrijpen, bij het zien van die beelden, hoe het is om in het proces te duiken en deze materiekunst te maken. Men zal vertwijfeld zoeken naar de schoonheid van een plaatje die niet af te leiden zijn uit de grimas van de dame op het doek, de schaterlach, haar naaktheid, de oervorm, die van de dromen, die van de woorden, die van gedachten die vrijuit gaan en stromen en zich laten leiden door de weg die op dat moment ongewis voor je ligt. Experimenteren, ontdekken, ervaren en zeeĆ«n bevaren, het nieuwe omarmen en bedekken. Juist ja, met de mantel der liefde en dan schoonheid zien.

Uncategorized

De roep van Kairos

De tentoonstelling ‘Tussentijd’ in museum Voorlinden is geĆÆnspireerd op het werk van de filosoof en romanschrijver Joke J. Hermsen, die het boek: ‘Stil de tijd’ schreef, met als ondertitel: Pleidooi voor een langzame toekomst. Na het lezen van een interview met deze filosofe in het NRC-handelsblad door Arjen Fortuin (28-07-2010), wil ik nogmaals naar de tentoonstelling, om het vanuit die invalshoek te bestuderen. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen, waar valt het tijdloze, de verstilling van de tijd, samen met het pleidooi.

Een paar dagen geleden haperde mijn iphone een aantal malen, totdat hij zich zondag in een permanent en hardnekkig zwart stilzwijgen hulde. Zoonlief verving gisteren de batterijen, maar zwart bleef het antwoord. Het zwarte gat, de leegte, de ruimte die het met zich meebracht was voelbaar op alle fronten. De tijd die ik samen met mijn iphone doorbracht op een dag, viel stil.

De interviewer had een punt toen hij aangaf dat Joke pleitte voor een leven dat niet gedomineerd werd door de klok, maar dat ze wel de agenda’s hadden moeten trekken om een gaatje te vinden. Ze vertelde hem dat het makkelijker was in de maanden dat ze in Frankrijk of ItaliĆ« vertoefde en alles wat maar een lijntje heeft met media vermeden wordt. ‘Radiostilte’ zou men vroeger zeggen. Geen computer, geen televisie, geen radio en dus ook geen telefoon. Ik ben al aardig op weg. Een buitenlandse taal, die je niet helemaal beheerst maakt het ook makkelijker om je af te sluiten. Onder die omstandigheden is er ruimte voor de tijd die je ervaart en niet ondergaat, zoals bij kloktijd het geval is.

132.JPGKoen Camp: Wait. (2009) Detail, museum Voorlinden.

Als er geen connecties meer zijn met de digitale buitenwereld overdag, als men verstoken is van de controlemomenten op de Iphone, het even checken op Fb, twitter, nieuws, apps, telefoon, klok, zoals me nu overkomt, houden we zeeƫn van tijd over. De langzame tijd, de tijd voor jezelf, vanwaaruit nieuwe en inventieve ideeƫn geboren kunnen worden, niet langer beheerst door druk van buiten af, maar ingebed in verinnerlijking krijgt ten volle de kans, mits er geen andere factoren zijn die aan de panden van de jas trekken.

Tijdens het werk heerst de kloktijd. Alles is ingedeeld in tijdschema’s. We leren kinderen al vroeg dat structuur en orde zo werkt. Als je weet waar je aan toe bent, geeft het meer zekerheid, wordt daar mee gezegd. De vraag is of dat daadwerkelijk klopt. Is het niet veel belangrijker voor kinderen om te leren luisteren naar hun eigen innerlijke tijd. Ik ben geen voorstander van opgelegde indelingen via uitgebreide schema’s. Het is een gevoelskwestie, maar onmiskenbaar aanwezig. Ik ben geen mens van de klok, maar om een organisatie te leiden moet je structuur bieden en dat doe je met een tijdschema. Dat daardoor andere gevoelselementen in de knel komen is een belangrijk deel van wat als werkdruk ervaren wordt tezamen met de bijbehorende stress.

Kinderen worden meegezogen in die mallemolen van tijd. Hoe zou het zijn als we in de groep het planbord leeg laten en de opdracht ’s morgens geven om eens naar de lichaamstaal te luisteren, de werkopdrachten vrij te laten en te kijken wat er ontstaat aan creativiteit om met eigen tijd om te gaan. Het zou heel veel spanning weg nemen. Geen cito’s in een opgelegde tijdsspanne, maar pas als je denkt dat je er klaar voor bent.

Wij zijn overvleugeld door dwingende digitale tijd, die weer anders is dan de analoge kloktijd. Hoe rustgevend was het niet om in het huis van mijn oma de pendule de tijd weg te horen tikken, het verbeiden van de tijd en nog weer anders dan het ritme van de natuur, de seizoenen, de zon, dag en nacht.  Wezenlijk vrije tijd om het leven van alledag in te vatten, te luisteren naar de roep van Kairos in ieder van ons en het glorieuze moment te omarmen als er iets nieuws geboren wordt. De tussentijd, vat de samensteller van Museum Voorlinden het samen, de langzame toekomst zegt Joke. J. Hermsen. Het lijkt me een prachtig experiment.

 

 

Uncategorized

De laatste regen.

Vannacht kreeg ik de pageturner van de Newyorker van 9 mei 2014 onder ogen, met een artikel van Ruth Margalit met de indringende titel ‘The unmothered’ onder de aandacht bracht. ‘De Ontmoederden’ maar in essentie ook: ‘De Moederlozen’.  Later in het stuk bleek dat deze omschrijving op het conto van Meghan O’Rourke kon worden bijgeschreven. Een ontologische aanduiding, omdat het eerder een bestaansrecht uitdrukte, ‘het Zijn’, met de nadruk op het afwezig zijn ervan, dan een omschrijving. Gedachten stokten bij het lezen ervan op moederdag, een onmoederdag, onze onmoederdagen van de zussen en de broers en mij, die al jaren duurde, 27 jaar om precies te zijn en die zo voelde, elke moederdag weer.

Toen deze Ruth zeven jaar oud was was er een show op televisie waar zij en haar zus dol op waren en die in de uitzending opmerkte, ‘dat ze moeder moesten vragen de televisie harder te zetten’. De moeder van Ruth sprak daarna de historische woorden: ‘En wat als je geen moeder hebt’. Drie jaar na de dood van haar moeder op Moederdag bleef deze zin in haar hoofd hangen. Het is Moederdag, maar wat als je geen moeder hebt. In die dagen stond er ergens een willekeurige oproep  om moeder te bellen die dag. Hoe ze het ook probeerde te bagatelliseren als een dag die goed was voor de handel en anders niet, knaagde het en  schreef ze, dat ze vanaf dat moment Moederdag ingelijfd had op haar persoonlijke treurkalender.

Ze verhaalde over het lijden en de dood van haar moeder en wat dat met haar deed om als moeders dochter aan de zijlijn te moeten staan en niet te kunnen helen. Hoe pijnlijk het was als men tegen haar zei dat ze het zo goed deed en zo sterk was, dat men niet kon merken, dat ze rouwde en hoe dat voelde als een verloochening van die moeder en daardoor dubbel hard aankwam. Dat ze met deze ervaring bij het lezen van de woorden die Roland Barthes in zijn ‘Mourning diary’ schreef, troost putte, omdat zijn beleving precies zo voelde, als zij het zelf ervaren had. “Ze is nog niet vertrokken of de wereld verdoofd mij met haar voortdurende ontwikkeling”, schreef hij. Ook bij hem dachten mensen dat hij het goed aan kon en die gedachte was hem zwaar te moede. ‘Alsof de liefde voor elkaar weer uiteen gescheurd werd’. Hij noemde het: “Het meest pijnlijke moment op het meest abstracte moment.” Het gaf herkenning en erkenning. Verdriet overvalt je immers op de meest vreemde uren.

Op de stapel naast mijn bed ligt een ander boek: ‘Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben.’ Het is geschreven door Kjersti Annesdatter Skomsvold. De oude vrouw in dit verhaal is juist bang om te sterven, zonder dat iemand van haar bestaan op de hoogte was. Twee, haaks op elkaar staande, invalshoeken met een even deerniswekkend gedachtegoed. Tegelijkertijd niet minder heftig, eenvoudigweg omdat het de gemoederen bezig blijft houden en dat is precies ook de overeenkomst. Het laat niet meer los en blijft het leven beheersen. De eenzame oude vrouw uit het verhaal gaat op zoek naar de acceptatie van de dood, die ze uiteindelijk zelf in gang zet.

De treurboeken, haar buddies, zet Ruth terug in de boekenkast, als ze beseft dat ieder verdriet persoonlijk is. Ze denkt aan het leven van haar moeder als aan het verschijnsel van de ‘Laatste regen’ in IsraĆ«l. Die valt na de winter en voor de droge zomer, waarbij je je altijd afvraagt of het de laatste regen is, omdat je dat nooit weet op het moment zelf, maar pas als de droge zomer aanbreekt. Ze beseft dat het verlies net als de laatste regen is. ‘Moeder en moederschap krijgen achteraf gezien de diepste betekenis met de vraag wie ze was, wie ik was voor haar en waar ze me mee heeft uitgerust.’

‘Like a last rain, my mother left behind an earthy scent that lingered long after she was gone. Like a last rain, for a fleeting moment, everything she touched seemed to glow.’

 

Uncategorized

Alles met mate.

Vandaag rolde er een artikel over honing mijn mail binnen. Het was er een van Monique van der Vloed, die een blog heeft met de titel ‘Meukvrij met Monique’ heet. Alleen het woord meuk is al leuk, dus een vergelijkend warenonderzoek was op z’n plek. Ze hanteert de kritische bewustwordingsnorm. Niet vanuit de handel gezien, maar vanuit de gebruiker en de pure grondstof gedacht.

Honing, die prachtige goudgele vloeibare heldere honing, kregen we vroeger op een lepeltje als we last houden van een opkomende angina. Het verzachtte de pijn in onze rauw als schuurpapieren kinderkeeltjes en ook al was het slikken pijnlijk, het mierzoete gladde was als het gebruikelijke engeltje, dat over de tong gleed.

Honing: nƩt zo ongezond als gewone suiker??

Het artikel is interessant genoeg om helemaal uit te lezen, ook al is het een longread. Er staan een aantal kritische noten in, die aangeven waarom je niet klakkeloos moet geloven in de mierzoete beloftes van de potjesleveranciers. Een van die opmerkelijke weetjes is dat honing die verhit wordt boven de 45 graden zijn gezonde enzymen en mineralen verliest en het feit dat alle honing die we in de winkel kopen doorgaans de verhitte versie is, want dat is langer houdbaar en daarmee gunstig voor de verkoop.

Een biologische benadering van de imker levert koudgeslagen bijenhoning op, waar verreweg de voorkeur naar uit dient te gaan. Een belangrijke toevoeging op het artikel was een commentaar onderaan, waarbij iemand terecht opmerkte of het niet ten koste van de bij zou gaan als we zo’n grote honingproductie wilden hebben. Daar wordt vermeld dat de honingbij gekweekt is door de mens, soms suikerwater als bijvoeding krijgt en veel zwakker is.  Zij mengen zich weer met de veel sterkere wilde bij, waardoor die ook vatbaarder wordt. Altijd fascinerend, die biologische ketens, waar wij vaak te rigoureus in aan het roeren zijn en daarmee het natuurlijke verloop verstoren.

065.JPG   De bijenkorf bij Steegland.

Laatst waren broer, zussen en ik aan het wandelen in de Gooise Heemtuin. Er voor bevond zich de Bijenschans Steegland van de Imkersvereniging Blaricum. Er waren moderne houten kasten, maar het mooist vond ik de prachtige gevlochten korven met voor de opening een zwermpje zoemende honingbijen, die zich verdrongen om naar binnen te kunnen. In de aangrenzende heemtuin stonden een aantal drachtplanten, waar deze bijen zich aan konden laven, een kleine kringloop met een prachtig en een krachtig effect. Er is nog een leuk weetje. Oudere bijen zijn in staat om de tijd terug te draaien als ze de taken op zich moeten nemen van de jonge bij. Daar kunnen we misschien zelf ook nog wat van leren. Het staat allemaal te lezen in een artikel van Joost de vos op de imkers blogspot.

http://imkers.blogspot.nl/2012/12/oude-bij-kan-de-tijd-terugdraaien-en.html

Dat de bijenhoning niet verwarmd moet worden om het optimale aan voedingsstoffen eruit te kunnen halen heeft nog een gevolg, waar doorgaans niet aan wordt gedacht. Om ze koudgeslagen te gebruiken, moet je ze niet verwarmen en dus ook niet gebruiken om mee te bakken of om warme koffie en thee mee te zoeten. Zijn we op het verkeerde been gezet, met het idee dat er niets boven de natuur gaat.

Er was een tijd, het lijkt zo lang geleden, dat het leven minder gemanipuleerd leek, maar ook dat was maar schijn. Niet voor niets oreerden de grootmoeders en de tantes van toen om alles met mate te gebruiken. Dat zeiden ze vooral, als ze achter hun glaasje met advocaat met slagroom zaten en zo’n minilepeltje hemelse goudgeel met witte zoetigheid over hun tong lieten glijden, net als de bewuste engel. Precies. Het leven is een zoete zaligheid, maar wel koudgeslagen en met mate.

Uncategorized

Djembe

Als ik dit schrijf is de blauwe begrenzing, waar de handpalm verloopt in de vingers, weggetrokken. Er zit nog slechts een gevoelige verheffing. Jaren geleden ben ik begonnen met eelt kweken, maar dik genoeg was het nooit. Overal bleven tussen mijn handpalmen minuscule kleine bloedvaatjes wachten tot ik ze met slap of tone stuk sloeg op de rand van de Djembe.

Gisteren hadden we het jaarlijkse teamuitje en zaten we in een grote kring achter de djembe. De man die ons les gaf, kwam uit Senegal en binnen een seconde bij het ten gehore brengen van zijn solo trokken de glasheldere zweetdruppels een glinsterende film over zijn gezicht en zochten biggelend een weg naar hals en nek. Zijn grootste troef was hoor en wederhoor. Hij koos een eenvoudig ritme en iedereen kon mee. Als je in een halve cirkel zit, heb je de kans om tijdens het trommelen, de anderen te observeren en dan zie je wat er gebeurt met de mensen die frank en vrij los durven gaan en anderen, die nog niet in hun lichaam wonen en onwennig en aarzelend met slappe handen.

Jaren geleden hadden we een teambuilding bij fort Vechten. Ik zat er net zo onwennig bij als de eerste ontmoeting van die anderen gisteren en had nog niet ontdekt wat er letterlijk los getrild zou worden bij het horen van die eerste roffel op de djembĆ© van de meester. Ergens diep van binnen ontwaakte het ritmegevoel, die tot dan toe alleen maar aan westerse maatstaven gewend  was maar nu in een tegengesteld ritme tussen de regels door haar eigen weg volgde. De enthousiaste begeleider rafelde zijn opzwepende muziek tot een begrijpelijke opbouw door de afwisselende slagen. De sonore klanken van de bas, de hoge opzwepende tikken van de slap en het verbindende timbre van de tone.  De kracht van de massa riep hartstochtelijk om meer. Het bracht bevrijding, alsof met het doorvoeren van de slagen het keurslijf van dagelijkse beslommeringen op en wegvloog. Het hoofd was leeg, gedachten weekten zich los, de energie had ruim baan. Voor het eerst werd daar in de beleving een brug geslagen naar de wetenschap, dat samen muziek maken alles met vraag en antwoord te maken had. Die polyritmiek lag besloten in elke roffel en de aarzelende antwoorden erop.

De Senegalees van vanmiddag had nauwelijks woorden in de Nederlandse taal tot zijn beschikking. Zijn liedjes waren zangerige klanken, zijn roep en de herhaling. Oleleleh, oleleleh, dance dance oleleleh. Ondertussen speelden zijn handen met de verschillende ritmes telkens uitmondend in een dwingende solo met de snoeiharde slaps, het gezicht in een grimas getrokken, de ogen gesloten, het hoofd verheven, de spieren rond de mond in een uiterste krachtsinspanning, volledige concentratie. Beweging vervaagde tot kleurrijke vlekken.

Deze houding kenmerkt de meester. Hans de Vries, Victor Sams, Amara Diabata, mijn leermeesters van weleer en elke andere djembe speler van niveau kennen diezelfde extase bij een solo, een volledige ontlading, om daarna terug te vallen in het samenspel. De lessen zijn het feest, iedere week opnieuw, de handen de pineut, stukgeslagen oude vaatjes tussen minder elastische spieren door.  De djembe vraagt om mee te deinen op je gevoel. Het vergt alles los te laten wat je tot dan toe veroverde en vraagt om blind te vertrouwen op de vertaalslag die je armen en handen maken op dat vel. Door te leren luisteren naar de taal van je lichaam, maar bovenal die van de ziel en zaligheid, door letterlijk handen en voeten te geven aan je eigen energie geeft het vleugels, waarmee je geaard kan zijn en toch ontstijgen kan. Opperste vrijheid dus.