Uncategorized

Een nieuwe weg lag open

Hoe zou dat nou toch komen dat nachtelijke uren in mijn hoofd allesbehalve slaapverwekkend blijken te zijn. Op sluipersvoeten komen de gedachten binnen. Ze draaien en wentelen, dringen voor, dringen zich op. Het hoofd is vol. Op de ademtherapie van gisteren leer ik mijn adem te sturen en daarbij, mindfulness ten top, de concentratie te richten op bijvoorbeeld de voeten door met een subtiele beweging  naar buiten te draaien of de tenen te buigen, in zitstand de voeten in de aarde te drukken. Alles met een lichtvoetigheid en speelsheid, waarbij het loslaten zorgt voor ontlading. ’s Nachts pas ik het toe, tijdens die doordravende gedachtestroom.

Vannacht schreef ik in mijn hoofd verder aan het verhaal, ondanks de beproefde oefeningen. Na de ademtherapie was ik aan de wandel gegaan om een flink aantal kilometers weg te kunnen tikken. Ik had de hele week niet meer dan geslenterd, dus een stevige wandeling kon geen kwaad. Na de therapie had ik wat meer lucht dan ervoor.

img_37941.jpgBroodje in het park.

Na wat winkels en omzwervingen zat ik op een bank in het kleine park, met een volkoren broodje met eiwitrijke dik kaasbeleg, de diëtist indachtig. Kinderen speelden bij de toestellen er verder op. De moeder zat druk te bellen. De jongens kregen ruzie en de kleinste liep kwaad naar het midden van het veld. Daar bleef hij staan. De stoom kwam uit zijn oren getuige de opgetrokken schouders en de gebalde vuisten. Niets is zo verraderlijk als lichaamstaal. Ineens begon hij en stukje te huppelen. Wat was daar de reden van, ik keek met hem mee en probeerde de oorzaak te vangen. Een klein koolwitje of een citroentje fladderde voor hem uit. Hij volgde, bleef stil staan, tuurde weer en volgde. Zo ging het spel door tot hij achter de struiken was. Zijn moeder reageerde pas later en riep, al speurend, zijn naam.

018

’s Avonds sloeg ik het nieuwe boek van Renate Dorrestein open. Ze schreef in haar inleiding, dat ze op een strooptocht in de Haarlemmer kringloop de  omgeving ging verkennen en een kleine verscholen school achter het spoor tegen kwam. Ineens voelde ze daar ter plekke, dat ze op de locatie stond van de plaats van handeling voor haar nieuwe boek. Het heette het Noorder Kinderhuis en onmiddellijk schoten er een paar onvervalste, op de bijbel geschoeide, namen door haar hoofd. Zo werkte het dus. Het verhaal diende zich hier op een presenteerblaadje aan. Ineens wist ik het. De hoofdpersoon uit mijn verhaal zou verdwalen, net als de jongen op het grasveld. Natuurlijk. Of dat achter een vlinder aan was, deed er niet toe, het verdwalen op zich was een goed gegeven. Daar konden de prachtigste nieuwe avonturen uit ontstaan. Ineens waren er ontsnappingsmogelijkheden te over.

Ondanks de twee andere boeken, waar ik al in begonnen was, die van Connie Palmen en die van Griet op de Beeck, ging Renate en haar boeiende uitleg met me aan de haal. Misschien ook omdat de reden van schrijven zo aangrijpend was. Het zou haar laatste boek worden. Connie schreef over de dood van haar geliefde Hans van Mierlo, Griet schreef over haar aangrijpende ervaringen uit een verleden dat haar vormde, maar Renate schreef in de wetenschap, dat het een laatste boek zou worden. Een boek dat af moest, omdat het voor een schrijver ondraaglijk was als er losse eindjes zouden blijven hangen, dus een boek met op zichzelf staande verhalen met de schrijfsels uit het verleden, notities en ervaringen als leidraad.

002Losse eindjes

Zo hadden de losse eindjes van mijn eigen krabbels mij wakker gehouden en vormden een nieuw begin dankzij Renate, die me naar de jongen leidde en de vlinder, Een  volgende locatie zou zich ongetwijfeld aandienen. Een nieuwe weg lag open.

Uncategorized

Respect

Als herboren wakker worden met een stralende zon. Als ik de dubbele deuren open gooi, stroomt de koude van de afgelopen dagen naar binnen, maar mét zonlicht. In de wetenschap dat het over twee of drie uur veel behaaglijker zal zijn op het balkon, nestelt poes zich alvast op een appetijtelijk plekje en knijpt haar ogen, koesterend naar het licht, dicht. Voor de afwisseling moest ik gisterenmiddag naar het ziekenhuis.

Dat betekende dat de hele ochtend nuttig besteed had kunnen worden, als ik me niet verloren had in mijmeren. Ik peins wat af deze dagen. Vanuit een ooghoek irriteerde het scheefhangen van mijn zelfgemacraméde hanger van grof sisal. Dat kon anders en ik had nog wol van de okergele sjaal over. In de ledigheid dus toch ijverig aan de slag en klokslag 2 uur had ompot een nieuwe jas en hing weer helemaal recht.Een bron van vreugde voor mijn simpele ziel.

Spoorslags naar de Dietetiek. Wie het wist van dat tussenvoegsel, mag het zeggen. Ik heb echt mijn hele leven lang diëtiek gelezen en geweten, niets anders. Die wetenschap verblikte en verbloosde bij het zien van het bord in het kleine halletje. ‘Als u een afspraak heeft met de Diëtetiek, kan U plaats nemen. U wordt gehaald.’ Naast me zaten een man en een vrouw. Zij was groot en aanwezig, hij miezerde achter haar brede postuur. Ik vroeg hen of je je echt niet hoefde te melden. Dat is normaliter gouden regel. De vrouw haalde haar schouders op. Dat wist ze niet.

007

Als je ergens zit en je wordt bespied, dan voel je het. De vrouw bekeek me, terwijl ik me verdiepte in de boodschappen op de Iphone. Lang leve het digitale verstoppertje. Na vijf minuten draaide ze zich pontificaal naar me toe en zei: Je komt me bekend voor. Ik monsterde haar nu wat beter. ‘Sportschool(ze schoot in de lach), Nieuwegein, onderwijs, verpleging.’ Het was het allemaal niet. ‘Van veel langer geleden’, zei ze. En daar vlogen mijn gedachten naar mijn jeugd. Ondiep? Bingo. Ze vroeg of ik een Spelbos was of een Neerbos, een Van Eyndt. Hoe is het mogelijk. Ze noemde alle naaste buren op uit de straat van mijn ouderlijk huis. Ze woonde op de hoek. Haar ijzersterke geheugen haalde de tijd van vijftig jaar terug met het grootste gemak naar boven. Te bedenken dat ik nu haar naam alweer vergeten ben. Iets met een A. We wisselden verbleekte herinneringen uit.

006Café au lait, lait, lait…met liefde

Een jongen met een open gezicht riep mijn naam. Het was Bram de diëtist. Hartelijk en glimlachend nam hij mijn status op en legde uit dat ik niet zwaarder hoefde te worden. Bij mijn lengte waren de vernieuwde kilogrammen de juiste aanwinst voor de weerstand. Bij de longaandoeningen gaat het er met name om dat je de spieren in conditie houdt. Beweging was de ene kant en bouwstenen als eiwitten de andere kant waar aan getrokken moest worden. Het viel me vooral op dat hij, op alle antwoorden die ik voor zijn vragen had, geen enkele keer negatief of afkeurend reageerde. Daar was wel reden toe, want een grote eter ben ik niet en er zat al helemaal geen regelmaat in. Het eiwitgehalte was met mijn oplos cappuccino te verwaarlozen. Slechts luttele grammen met de drie scheppen kwark erbij per dag.

007-e1525246751336.jpg kwark met blauwe bessen

De kazen en melk, de ongerookte  zalm en de vlezen vlogen me om de oren. Vlees liet ik voor wat het was, maar aan de eerste drie kon ik voldoen. Regelmaat moest lukken met zeeën van tijd.  Brood en pasta mocht ook gewoon cracker en groente zijn. Geen dwang, geen druk, geen bezwerende vingertjes. Deze man had met een ontwapende vriendelijkheid een verruimende vrijheid voor zijn medemens ingebouwd. Wat een verademing, letterlijk en figuurlijk. Daarmee had hij mij tot in elke vezel van mijn eiwitloze spieren geraakt. In het boodschappenmandje, even later, zaten een pak melk, kaas, kwark en blauwe bes. Motivatie dwing je niet af, die vang je met respect.

Uncategorized

Als we weg gaan, glimlacht ze

Wat een heerlijkheid als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Gelijkgestemde zielen met dezelfde kwaal kom ik tegen bij de Longrevalidatie. De samenstelling van de aandoeningen kunnen verschillen, maar de kwaal is hetzelfde. We komen lucht tekort. Het probleem met benauwdheid is, dat het zo wisselend kan zijn. Er zijn dagen dat je niet vooruit te branden ben en er zijn dagen dat er bijna niets van te merken is. Dan hijgt en kraakt het oude lijf niet en kan ik in bedaarde tred de vaart erin houden. Bij de krachtoefeningen om de longspieren te sterken zijn de dagen op de sportschool niet voor niets geweest. De conditie is nog redelijk. De oefeningen zijn fijn, ze geven me het gevoel weer op te bouwen. De twee minuten rust tussen elke handeling zijn nieuw voor me. Twee minuten duren een eeuwigheid als je er op wachten moet.

128We komen lucht tekort

De fysio leert me de inspanning op de uitademing te doen. Het zijn en passant van die opmerkingen die draagkracht hebben. Ik test het bij het trappen lopen. Een diepe teug lucht onder aan de trap en uitademen als ik naar boven ga. De trap is langer dan de uitademing en ik kom in de knoop, hap alsnog naar lucht. Wacht even, dat moet anders, adem in, adem uit. Extra pauzes waar de adem stokt. Het blijft een wondere wereld zo’n aangedaan lijf. Bewust goed ademhalen is een kunst op zich.

Er is een vrouw, jonger dan ik, die begin januari een flinke benauwdheidsaanval kreeg en nu langzaam weer aan het opkrabbelen is. Het betekende pijn, prednison stootkuren en flauw vallen. De deemoedigheid, waarmee ze het vertelt, is opvallend. Dan komt het hoge woord eruit. Ze schaamt zich, omdat ze struisvogelpolitiek bedreef en door bleef roken, terwijl ze wist dat ze COPD had. Als je het negeert is het er niet. Haar gêne heeft bijna een grotere impact dan de kwaal. Schoorvoetend ondergaat ze de oefeningen als straf. Het leven sombert. Daar wordt geen mens beter van. We drinken thee en wisselen, zonder elkaar te kennen, diepere lagen uit. We zitten in hetzelfde schuitje en willen allebei niet dat het zinkt.

505.JPGChiharu Shiota: Between the lines

‘Je moet roeien met de riemen die je hebt’, zei mijn moeder, die van de nood een deugd kon maken. Het is een goede manier om tot acceptatie te komen. Dat lijf, het is niet meer dan het is, daar wil je nog mee voort. Wat helpt is het liefdevol aan te pakken en te omarmen. Lastig omdat elk klein pijntje of scheefzakkertje een alarmknop in werking zet. Toeters en bellen gaan af bij elke kleine inbreuk.  Een mens sterft duizend doden. De onderliggende angst woelt zich bloot en trekt op alle fronten de aandacht. Waar eindigt de realiteit en begint de inbeelding. We verstrekten vroeger placebo’s aan angstige patiënten. Angst en ook die schaamte vreten aan en in. Ze versterken de kwaal. Ik leer ‘roeien’ en neem de buurvrouw mee.

0511.jpg

We trappen al fietsend ons een weg naar compenserende spieren, waarbij snelheid veel minder effectief is dan gedacht. Weer wat bijgeleerd. Buuf heeft wat extra zuurstof, ik put het uit de lucht. Praten komt pas bij de thee. We blijven lang na zitten in de lege oefenruimte. Twee vrouwen, ieder met eigen gedachten en een herkenbare kwaal. Er breekt een straal zonlicht door en trekt een Jacobsladder op de vloer. Als we weg gaan, glimlacht ze.

 

Uncategorized

De weldaad van de Stilte

Druilerige koude regen op een zondagmorgen, waar de hele dag nog open ligt. Dat vraagt om actie of een verglijden in zalig nietsdoen. Het kriebelt, dan toch maar een app wie er mee gaat naar de tentoonstelling van de Hyperrealisten in Rotterdam. Veel over gehoord en gelezen, maar een beetje huiverig voor wat we gaan zien.

094Hirshornfolder

Het is 2002 en ik ben in luilekkerland. In Washington zijn alle musea gratis. Het enige wat je er overal moet doen, is de inhoud van je tas omkieperen op een tafel voor geüniformeerde bewakers, die bij alle toegangspoorten van de brede entrees staan. Ik wandel in en uit, bezoek het Hirshhorn Museum and Sculpture Garden en word omver geblazen door een tentoonstelling van Ron Mueck. De narrige kale Big Man kijkt loerend naar al zijn bezoekers, overweldigend en groot. Ergens te midden van de aandoenlijke beelden  ligt een kleine oude vrouw als een vogeltje in bed. Ze ademt of toch niet, ze is te klein, maar zo overduidelijk echt. Ze is een van mijn vier demente bejaarden uit Huize het Oosten waar ik aan het ‘nachtzusteren’ ben en de verbinding aan ga met hun gemoedstoestand. Voor eeuwig heb ik liefde opgevat om de heldere momenten die komen in de warrigheid van de wisselingen van dag en nacht. Terug in het Hishhorn duik in een hoekje en schets de ‘Big man’ waar ik in mijn dagboek Fatman van maak. Dat grote kind met zijn verongelijkte snoet in het lijf van een man. Naakt en kwetsbaar in zijn emotie. Ik kan geen genoeg krijgen van zijn beelden, vergeet de tijd, tot ik weer uit de roes wordt getrokken door mijn gezelschap. We moeten voort.

Het hyperrealisme in de kunsthal in Rotterdam begint al voor de deur, waar een rij mensen wacht tot ze naar binnen kunnen. Ik mag door met mijn museum jaarkaart en wacht tot zuslief de wachttijd heeft doorstaan. Direct bij binnenkomst wisten we dat we de verkeerde dag en het verkeerde weer hadden uitgekozen voor deze populaire en toegankelijke tentoonstelling. Gelukkig waren we er redelijk op tijd en hadden nog ruimte om de verdieping in de gruwelijke boodschap van de Deen Michael Kvium te vangen, die met zijn absurdistische schilderijen, installaties en beelden de wereld tentoonstelt in haar dwaasheid en gekte. Het is er te druk. Er lopen te veel mensen.  Ik beloof mezelf terug te komen op een andere dag, of op een andere plek, om oog in oog te staan met zijn werk en de boodschap diep door te laten dringen, omdat zijn werk gruwelijk eerlijk is.

Op de tweede verdieping is er kaf en koren. Ik ben al lang niet meer onder de indruk van beelden die niet meer van echt zijn te onderscheiden, maar wel in de boodschap die ze brengen. Op de hele tentoonstelling zijn er maar een paar, die recht het hart in gaan. Het meisje dat tegen de muur aanleunt en waarbij geen huid te zien is van Daniël Firman, of de verstilde vrouw met de trui over haar hoofd van Marc Sijan. Een klein hoopje mens in de immense drukte, die met haar peinzende treurige blik ons vastnagelt.

Dat we van Paul McCarthy zijn beelden niet mogen fotograferen terwijl ze daar in hun volle naaktheid liggen, omdat dat zijn model zou schaden, voelt als een contradictie, omdat er horden bezoekers langs trekken. Het doet, door het verbod, meer stof opwaaien dan ooit. De echte naaktheid ligt bestorven in het beeld van Berlinde De Bruyckere. Fascinerende onvolkomenheid.

Ergens ligt een stukje huid. Heerlijk tactiel, al weet ik hoe silicone voelt. Dat is wat je zou willen, aanraken, elk detail van zo dichtbij als mogelijk, opnemen en foto’s maken, om later weer even terug te zijn. Als er nog meer realisme zich opdringt om naar binnen te komen, krijgt de toegangsrij dezelfde megalomane vormen als de sculpturen in de Hal. Weg wezen en uitrusten in een uitgestorven Oudewater, waar de beelden bezinken en indalen ver weg van de massa. De weldaad van de Stilte.

 

Uncategorized

De heerlijke herinnering

Kunstha

Als ik het Atelier magazine heb doorgespit en zin krijg om op groot doek uit te pakken, zie ik vanuit mijn ooghoek iets, een beweging. Ik tuur vanuit bed door het raam en zie een kleine fladderende vogel, mijn hart maakt een sprongetje van vreugde. Het is 29 april 2018 en vandaag heb ik de eerste gierzwaluwen van het jaar gespot. Het vervult me met ontroering en vreugde. Ieder jaar kan ik niet anders dan er over schrijven, omdat ieder jaar hetzelfde gevoel in alle heftigheid weer terugkomt. Vriendin is er.

005

We schrijven het jaar 2010. Het is een droef jaar. Van afscheid nemen en herinneringen, van een kwinkslag en een traan, van steeds een beetje minder tot aan het hele grote niets, de stilte, de leegte, de kilte.Iedere dag is gekenmerkt door een dunner wordende hoop met chemo op chemo en terugslag op terugslag. We hebben net thee gedronken op je majestueuze bank met de grote rolkussens als armleuningen in het statige oude huis.

Door het open venster klinkt het gieren, dat wonderschone geluid. ‘Ze hebben jongen’ fluister je en bijna als afgesproken staan we op en lopen op ons tenen naar het raam, dat het zonlicht filtert en strepen laat trekken op de houten planken. Ze glimmen op.  We volgen samen de bedrijvigheid in verwondering om de schoonheid van dit kleine leven. Met ogen, die de dood aanschouwen, dat te kunnen blijven zien, zorgt voor een onuitwisbaar memento.

We zien de bedrijvigheid van goot naar vrije buitenlucht en terug, op en neer, een buitelend ballet, de fladderende vleugels, het blije spel, de achtervolging. Ze roepen gierend naar elkaar, ‘kom, kom, kom’. Een maand later lig je stil in het grote bed. Kleiner, dunner, kaler, geler, je houdt je ogen dicht en kreunt. Met de gierzwaluwen mee vlieg je de volgende dag weg uit het leven. Elk jaar kom je weer, zachte herinnering, vager en bleker dan toen, maar onmiskenbaar, alweer zeven jaar lang en ieder jaar weer maakt mijn hart een sprongetje.

Nu, vijf jaar ouder dan jij, besef ik des te meer hoe jong je was en hoe groot de verbondenheid, omdat mus voor de computer en foto op ooghoogte staat en altijd knik je bemoedigend tijdens het schrijven. ‘Ga maar door, schrijf maar, deel maar, blijf maar door de brieven en de bloggen in het hoofd van lezers hangen, zoals mijn brieven deden bij jou.’En ik knik terug en beaam. Haal op deze gronden jouw warme woorden terug. Je schreef:

‘tja, ik mail minder,veel minder en veel langzamer gaat het. ondertussen is het allemaal weer veranderd. Heel veel gepraat met Ben en vlak daarna de huisarts. Samen besssssssloten tot verhoging van de dosis. Dus nu heb ik twee pleisters van 12,5 en slik ik bij doorkomende pijn twee oxynorm van ieder 5 mg.. Ook de prednison is verhoogd, voorlopig naar 40 mg, maar dat wordt 60 mg. Ik moet telkens een afweging maken tussen de pijn en de dufheid van de pillen, want ik kan zo slapen dan, midden onder een gesprek. In de rolstoel naar Beverweert ging prima. we reden een geplaveid pad door het bos en zagen een hert, konijnen, jonge spechten, mannetjesereprijs, en nog veel meer. Het is heerlijk om buitenlucht in te ademen. De stoel zit goed….Kuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuus en tot gauw’.

‘Gauw’ kwam als die laatste keer, daarna als blijvende verbeelding met gierzwaluw en mus en de vrije natuur. Met dat ik dit schrijf weet ik waar de volgende wandeling zal zijn. Het pad in Beverweert, om het ‘nog veel meer’ met eigen ogen te aanschouwen. Nu eerst genieten van het betere buitelwerk van mijn eigen gierzwaluwen en de mooie schets die erbij hoort, de heerlijke herinnering.

Uncategorized

Nog even geduld

Gisteren was een dag van pas op de plaats. Het was de hele week een overdosis aan activiteiten geweest waar ik elke avond de prijs voor moest betalen, maar gisteren besloot ik het hele boetekleed aan te trekken.  aan te trekken en rust op hoog niveau te nemen. Dat wil zeggen: Te lanterfanten, te luilakken, te onthaasten. Ik deed niets. Nou ja, een boek lezen waar ik een recensie voor moet schrijven dit weekend, het hoofd in de Henna Auburn zetten, een tikkie schilderen aan een zelfportret(altijd bij de hand), wat prachtige violen en tulpen fotograferen op het balkon en in de vaas en verder de totale stilte over me heen laten vallen als een deken van weldaad.

001

‘Kom je asperges eten’ klonk het uit de verte. De vastberadenheid antwoordde ‘Nee’. Met teleurgestelde vasthoudendheid probeerden ze nog te overtuigen. Hoewel ik gek ben op asperges met botersaus in deze tijd van het jaar bleef ik bij mijn standpunt. Pas op de plaats betekent geen stap verzetten. Vadsig lui op bed blijven, langer dan normaal, de nachtelijke onrust weg laten kwijnen in dageslaapjes tussendoor en het boek met de schrijnende inhoud ten volle binnen laten komen, zodat ik straks zou weten wat er over te zeggen.

027

Vannacht schoot de titel me te binnen. Voordat dat me weer zou ontglippen, snel de computer opgestart en het in Word alvast een plek geven. Zo, die was veilig gesteld. Het is het meest ingrijpende kinderboek wat ik dit jaar gelezen heb. Als de review gepubliceerd is, zal ik meer onthullen over vorm en inhoud. Het feit dat het me bezig hield betekende wel weer voor de zoveelste keer op rij een onderbroken nacht. Ondanks de drukte draai ik de cyclus weer naar een eigen onzichtbare hand, met het gevolg dat nachten in stilte denkbaar blijven en dagen verglijden in vermoeienis.

063.JPG

Vandaag wilde ik naar de tuin. Vorige week heb ik broer gepolst naar zijn opzichterskwaliteiten en daar had hij wel weer oren naar. Een en ander doorgesproken om de oude vervallen Bernagie af te breken en een nieuwe  te laten herrijzen. Eigenlijk is dat het ultieme doel van dit moment. Een feest voor de toekomst. een nieuw atelier, waar ik behalve schilderhut ook schrijfhut van wil maken. Tuin krijg ik er praktisch gratis bij door de huidige opzet van minimaal te onderhouden bloempartijen. Na samenspraak met dochterlief hebben we bedacht dat zoveel mogelijk oude meuk wordt afgevoerd, enkele dingen thuis opgeslagen en het kacheltje gestald onder een buienwerend zeil. Daar wilde ik alvast mee beginnen, maar nu is het eigenlijk te druilerig.

024

Vannacht had ik het huis in gedachte al twee keer leeg gemaakt. Daarna dommelde ik weg in een droom waar het ook een rol in speelde samen met het meisje uit het boek en een vliegend tapijt en naar aanleiding van het verhaal van een vriendin een tocht op de rug van de adelaar. Als het huis af is, ben ik weer vrij als een vogel, zou de strekking van de droom kunnen zijn, zoals het meisje vrij is. Vrij om los te gaan met schilderen en schrijven in een droomomgeving omringd door Borage en Lupinen, Stokrozen en Kamperfoelie, Akeleien en Tranend hart, Euphorbia en Hemelsleutel, Maagdenpalm en Lieve Vrouwe Bedstro met dichtregels in het hoofd en bij koude een snorrend kacheltje, waar het water voor de verse muntthee stomend koken zal.

Kortom een paradijs op aarde, mijn paradijs. Nog even geduld.

Uncategorized

Altijd een feest

Drie keer naar de zelfde tentoonstellingen lijkt wat veel, maar het is opvallend hoeveel nieuwe deuren weer geopend worden met de verfrissende blik van een ander.

016

Het begon  dramatisch. In  mijn hoofd zat elf uur bij het station en dat bleek tien uur te zijn. Ik ontdekte de vergissing om acht over half tien. In In 22 minuten douchen, aankleden en van Nieuwegein naar station Overvecht rijden is een race tegen de klok die je altijd verliest. Lang geleden dat ik zo in de kuierlatten moest. Om tien over tien draaide ik van de rotonde de toegangsweg naar het station binnen. De dames zaten gelukkig genoeglijk aan de koffie en stapten volledig gelaafd van de nog wat gure winderige parkeerplaats de auto’s in. Door het tijdstip reden we betrekkelijk rustig en ongeschonden op fileloze wegen de zon tegemoet om in een heerlijk wijds en stil voorland van het museum frisse buitenlucht te snuiven. Tot zover was de missie eigenlijk al geslaagd. Omdat ik de befaamde worteltaart de hemel in had geprezen konden we er niet omheen. Eerst latte en lust en dan gaan.

097Martin Puryear: Faux Vitrine-2014

Door de ogen van mijn kompanen kon ik een aantal zaken anders bekijken. De tentoonstelling van Martin Puryear was er al twee keer bekaaid van af gekomen, omdat ik tegen de tijd daar te zijn aangeland, te vol in het hoofd zat. Tijd om zijn  houtbewerking beter te bewonderen, wat een magisch handwerk. De spiegelkast was me niet eens eerder op die manier opgevallen en we bekeken de diverse mogelijkheden van alle kanten. Wat zijn spiegels toch dankbare projecten om mee te spelen.

066John Armleder: Spark. Spark.Spark-2004

Ooit had ik een verkleinde spiegelwand in mijn onderbouwgroep à la Spark. Spark. Spark. van John Armleder, die daarmee in de tentoonstelling The State of Being aan de haal gaat met onze persoonlijkheid. Holle en bolle spiegels op een vierkante meter vastgeprikt met hoedjes en kleden ernaast, waar kinderen zich naar hartenlust konden spiegelen. In ‘The State of Being’ van het moment. Je kleden op gevoel.  Eerst voelen hoe de vlag er bij stond van binnen met de hulp van de gevoelskaarten en dan met of zonder bijpassende accessoires de verbeelding. Het hoogtepunt was de foto van het geheel. Het was een flitsend project en werd een groot succes

. 1071.jpg 108.jpgSong Dong: Through the Wall

Nu bij de spiegelkast en later bij de spiegelkamer van Song Dong denk ik, ja…een hele ruimte ingericht als verwondering. Wat valt er anders te doen in een kamer waar diepte dieper, ver verder en wijd wijder is en ongrijpbaar blijkt. Tot hoever gaat het Droste-effect. De reacties van de binnenkomers waren hilarisch. Ineens verdwijnt de vaste grond onder de voeten en wordt je een met de zwevende ruimte, waar niets is wat het is. Het geheim van het uitvergroten is het op de grond zitten en vandaar de peilingen te doen en de effecten vast te leggen. Eindeloos valt er mee te spelen. De verwondering ten top.

128lucht in ander licht…James Turrell: Skyspace

De drukte nam toe. De busladingen met mensen kwamen binnen en wij hadden bijna alles gezien. Restte nog Skyspace van James Turrell en zijn verfrissende kijk op de lucht. Zo had iedereen in het museum gedacht, want alle banken op een na waren vol en de spiegelende vloer vulde zich. Daarmee ging de gedachte verloren in de wolligheid van het gesprek. Ik heb er een keer alléén gezeten in doodse stilte. Ik, de verstilde omgeving en de lucht. Adembenemende ervaring, die ik vast wil blijven houden, dus maken we dat we weg komen om onze eigen ruimte te zoeken in de frisse buitenlucht.

Op het lage muurtje uit de wind in de zon met uitzicht op de museale natuur smaakten de stokbroodjes met liefde extra lekker. Voorlinden, altijd een feest.

 

Uncategorized

Wonderland, bijzonderland

Gisteren overviel het me weer. Het opkomen van de ongerede angst bij een wandeling in het Schokker bos, alleen met de zuchtende zielen van Schokland. Er was veel te zien. Ik kwam een houtsculptuur tegen op een fiere zuil, een wilde sering midden in de woestenij van omgevallen , ontwortelde, en afgebroken bomen. In mijn hoofd hoorde ik de bijpassende krakende stem: ‘Als Luciferhoutjes, mevrouwtje’.  Boombaard stond er te midden van de ravage, een kabouter met een nog langere neus dan Pinokkio. Het beeld werd omlijst met vogelgezang. De merel en de specht, hoog in de lucht de roep van de buizerd en het gekwetter van de vinken en mezen. Het was genieten.

011Boombaard

Tot ik voorbij de bocht op het pad in de verte iemand aan zag komen op de fiets. Het was een man. Hij zwoegde tegen de wind in, dichterbij gekomen zag ik dat zijn wangen rood kleurden van de inspanning. Ik voelde mijn nekharen prikken en mijn hart begon sneller te slaan. Ik, de man op de fiets en de eenzame bosweg, geen ander levend wezen in de buurt. De vogels, ja en mijn verhoutte boomkabouter, daar zou ik niet veel aan hebben. Behoedzaam wachtte ik af. Met een vrolijk ‘goeiendag’ fietste hij met een brede glimlach verder. Ik haalde opgelucht adem en besloot ter plekke rechtsom te keren. Een wandeling alleen is er na alle foute verhalen nooit meer bij, registreerde het bezwaard gemoed.

027

Toch weer even terug gereden naar het kleine museum en vol verbazing gekeken naar het zwoegen van de Schoklandse bevolking en hun onmogelijke strijd tegen het kolkende water. Het beeld van de turende vrouw staat er hoog verheven. Ik volg haar blik, maar mijn zichtlijnen duiken recht de bosjes in. Het kleine kerkje staat er fier bij in het zonlicht dat door het wolkendek heen eindelijk haar stralen kan lossen. Ongetwijfeld is er hel en verdoemenis gepreekt vanaf de houten kansel met zoveel louteringen er omheen en het eeuwige gevecht tegen het wassende water.

087

In de documentaire over de geschiedenis in een van de houten huizen zijn de beelden zwaar en stuurs net als de verbeten hoofden van de Schoklanders zelf  en de onderduikers, die millimeter voor millimeter met hun handen en een schop de stugge klei te lijf gingen. Het is een inlijven van land in de ware zin van het woord. De tekeningen van dit gevecht zijn tentoongesteld in de voormalige pastorie en gemaakt door Henk Rotgans in 1942-1943 . Terwijl de wereld in brand stond, ging het winnen van land gewoon door. Wat een bijzondere ontmoeting met een bijzonder verleden, juist in deze tijd. Geen passender plek denkbaar dan hier te zijn.

051

In de eenvoud van de sobere kerk schudde ik de toeristenmodus van me af.  De bijzondere lichtval, de stemmen uit het verleden, de offerzakken aan de muur, de houten preekstoel waar ongetwijfeld elke preek donderde als het water er omheen en om de strijd, die woedde tussen de schoolmeester en de predikant van het eiland lieten, brachten de verstilling.

091

De tulpen in de kleine museumwinkel waren glansrijk aanwezig, maar talrijker nog waren de velden onderweg naar Urk. Rissen lange bollenvelden, als kleurrijke plukken in het laagland, met de vissersvrouw in Urk stoven alle muizenissen het IJsselmeer op, terwijl de wind rukte en trok aan het kolkende water. Boven mijn en haar hoofd de felblauwe lucht met flarden wit als verwaaide meeuwen en er verscheen een brede glimlach bij de gedachte aan het bezoek van die middag. Oud-leerlingen bezoeken is zo gek nog niet. Schokland, wonderland, bijzonderland.

082

 

Uncategorized

Wie weet.

Vandaag ga ik naar een stuk Nederland, waar ik nog nooit een voet op de bodem heb gezet. Ik ga naar Schokland. Daar zal ik de grote verrassing zijn in mijn kleine blauwe prins, waar geen strik om zit. Als je het woord alleen al proeft, dan woelt het allerlei fantasieverhalen los en gaat het aan de haal met de wildste avonturen. Het hoort in de orde van grootte thuis bij andere mysterieuze benamingen als Verdronken land, Het Zwarte Water,  en de Witte Wieven. Er liggen dorpen die Nagele, Tollebeek, Espel en Luttegeest heten, een droomomgeving voor een vuistdikke avonturenroman.  Ik ga naar Ens. Een klein dorp waar het gezin met mijn lieve oud-leerlingen naar toe zijn verhuisd. Drie jongens die de ruimte nodig hebben om hun tomeloze energie de vrije loop te kunnen laten gaan. De keuze was meer dan terecht. ‘Het is heel ver rijden hoor’, had de moeder van het drietal ingefluisterd. Maar dat valt reuze mee. Wel beschouwd is het een uurtje weg. Het weer is aan het somberen en het is een uitgelezen dag om er op uit te trekken.

Satellietfoto Noordoostpolder, Wiki

Het was niet de enige wonderlijke naam op mijn pad. Gisteren had ik de intake van de longrevalidatie. De fysiotherapeute die me kwam halen heette Tinky. Daar alleen al kan ik blij om zijn. Iemand met zo’n vrolijke naam, die gegeven was, lang voordat de Teletubbies een begrip werden, moet wel uit een gezin komen met levenslef. Daar school ook het avontuur achter. Het ijs was onmiddellijk gebroken. We hebben honderduit gekletst. Het was een beetje ons kent ons. Niets is geruststellender bij een achterliggende reden als een vervelende Dyspnoe. Ze stond me lang en uitgebreid te woord en ik moest een paar testen doen om de spierspanning in de benen te meten en de knijpkracht in de handen. Daarnaast ook een looptest. Zes minuten lang stevig doorstappen in de lange gang. Aan het eind kon ik letterlijk geen pap meer zeggen. Ik leek het meest op ‘het hijgend hert der jacht ontkomen’. Tinky vroeg naar de beoordeling van mijn benauwdheid. Ik bleef hangen op matig, tot ze uitriep: Zeg nou eens wat je werkelijk voelt’. Ernstig dus, ernstig benauwd. Wat een malle denkwereld zit daar boven in het hoofd. Altijd vergoelijken en verkleinen. Het valt wel mee. Nee, het valt om de dooie dood niet mee. Ook als je ouder wordt, zou je lucht genoeg moeten hebben om een flink stuk te lopen. Daar schort het nogal aan. Alles bij elkaar was er genoeg om te beschouwen en waren er genoeg indrukken om met een vernieuwd inzicht aan de haal te gaan.

IMG_0378.jpg

Naar Schokland bijvoorbeeld. Het zou best kunnen, dat ze me vergeten zijn, onwennig worden, ja, zelfs verlegen. Ik ga het zien en beleven. Even onderdompelen in het lage land onder de zeespiegel en de oude Germanen en Vikingen ruim baan geven om een sprookje met druïden en heksen in mij wakker te schudden te midden van de historie van het aloude land en de nuchtere realiteit van het leven. Een omgeving die met de oorspronkelijke zeebodem met gemak de basis zou kunnen vormen voor boeken als de Duinheks, de Gorgels en Lampje. Met drie hollewaaien in de hoofdrol én een kleine dappere nuchtere Tinky.  Wie weet.

Uncategorized

Een kind kan tegenwoordig de was doen

Ik wilde gaan schrijven, maar het draadloze toetsenbord gaf geen signalen meer door. Vreemd. Batterijen vervangen. Niets. Het scherm bleef vlekkeloos wit. Niets hielp, schudden, de batterijen opnieuw laden, instralen, er kwam geen signaal meer door. Heel irritant. Ik zou naar beneden moeten om de laptop te halen, bedacht ik mij. Na nog eens alle magische handgrepen uit de kast te hebben getrokken, begon er ineens iets vaag te dagen. Het eerste wat zoonlief doet, als ik zijn hulp om het een of andere digitale mankement in roep, is kijken of de stekker er wel in zit en opnieuw opstarten. Gouden gedachte en trots op mezelf. Ik ben niet in paniek geraakt, heb geen onherstelbaar leed veroorzaakt, ben er niet op gaan stampen. Ik bleef de ijzige rust zelve en kwam tot een wijs besluit. Chapeau en een schouderklopje.

238

Tot zover deze malaise. Ik ben van mijn stuk als apparaten, waar ik afhankelijk van ben, er ineens de brui aan geven. Auto’s, koffiezetapparaten, wasmachines, computers en stofzuigers dienen het te doen. We hebben het onszelf makkelijker gemaakt met die vooruitgang sinds mijn jeugd, maar daarbij zijn we veel afhankelijker geworden.

IMG_3575.jpg

Als ik bedenk dat mijn moeder eigenlijk de hele dag bezig was met het huishouden, de eindeloze wasdagen, het schrobben en schuieren van kleden, het verstelgoed, de strijk, dan bleef er nauwelijks vrije tijd over. Vandaag ben ik na de ademtraining in ledigheid naar de kringloop in Eemnes gereden, heb een rondje Blaricum gewandeld en er een Naardervesting aan vast geplakt. Ontvankelijk en met een leeg hoofd de dartelende paarden begroet, de lammeren en schapen in een grappige combinatie met de kippen ergens midden op het veld, de Vlaamse Gaai, onvervalste mussen en de eerste kievit gespot in buitelende vlucht. Op de terugweg, om de file en ander autoleed te vermijden, ben ik door de prachtige dorpen in de buurt gereden. Kortenhoef, Nieuw Loosdrecht, Tienhoven en heb vooral genoten van wat het zicht te bieden had.

IMG_3584.jpg

Toen de kinderen klein waren, was ik eigenlijk, op mijn manier, ook met het huishouden bezig. Alleen was er altijd wel ergens ruimte voor meer dan dat alleen. Mijn moeder had als ontsnappingsmogelijkheid de bibliotheek, het lezen van een boek en de kerk ingebouwd. Een half uurtje wegdromen uit de dagelijkse beslommeringen. We hebben het eindeloos veel makkelijker met al onze hulpstukken en omdat het mijn hobby niet is, blijft het gebruik beperkt tot het hoogst noodzakelijke.

Met de bereiding van de maaltijd was vroeger ook een halve dag gemoeid. Alleen al de enorme hoeveelheid aardappelen en groenten, die schoongemaakt diende te worden en het langdurige koken. Met vernieuwde inzichten wokken we ons zorgeloos door het leven. Binnen een half uur staat er een uitgebreide gezonde maaltijd op tafel. De winst is de tijd en die te kunnen vullen met hoe de pet staat. Dankzij zoonlief zijn wijze lessen heb ik het weigerende toetsenbord aan de praat gekregen. Het is een nachtelijk uur, dus ik had niet veel anders kunnen doen dan geruisloos accepteren dat apparaten gaan zoals ze gaan. Dit is beter en het spaart tijd. Inderdaad, voor nog meer aangename vrije tijd, want een kind kan tegenwoordig de was doen.

Uncategorized

Het juiste zetje

Toen ik hoorde dat er een tentoonstelling zou komen met de jurken van Jan Taminiau, had ik de stellige gedachte opgevat om die aan mijn neus voorbij te laten gaan. Geheel en al een vrijwillige keuze. Ik hou van kleding, ik hou van mooi, maar om weer een fashionshow te aanschouwen, nee, daar voelde ik me niet toe geroepen. Ooit had ik op Dutch Design in Eindhoven in 2013 de blauwe jurk van Maxima gezien en bewonderd met nog een prachtig exemplaar en dat volstond was, tot gisterenavond, mijn stellige overtuiging.

Jan TaminiauJan Taminiau

Soms komen er op televisie programma’s voorbij, die er toe doen. Ze zetten ontwikkelingen in een bepaald licht vanuit een hoek die je nog niet ontdekt had, of ze geven een onderbouwde mening weer, die de schellen van je ogen doen vallen. Kunstuur is zo’n programma. Al menig keer heeft Lucas de Man mij meegenomen naar de diepere laag van een verzameling werk. Visie en beweegreden worden ontbloot en liggen ontroerend voor het aanraken. Zijn interviews met de kunstenaars zijn herkenbaar, lichtvoetig en toch diep doordrenkt van het belang waarmee de kunst wordt bekeken. Het proces wordt niet geschuwd.

Jan Taminiau 2detail

Dat laatste is met name van belang bij deze tentoonstelling. Juist bij Taminiau ontdek je zo de intensiteit waarmee zijn stukken gemaakt zijn. In zijn creaties zitten de vezels van zijn ziel verweven. Elk lovertje, elk borduursel is er met de hand opgebracht. Zijn visie sprak me enorm aan. Het is een issue die me na aan het hart ligt. Hij vertelde van zijn jeugd en de opgedrongen perfectie om binnen de lijntjes te blijven. Daardoor kreeg hij een onbedwingbare drang om juist buiten die lijnen te kleuren. Daar was een belangrijk herkenningspunt, een zielsverwante gedachte, een eigenheid des persoons die me raakte. Juist de doordachte imperfectie in zijn prachtige stof maakte het zo bijzonder. Waarom had ik me nooit eerder in de visie van Jan verdiept.

Mijn kleinzoon raakte op zijn school in Frankrijk faalangstig en gefrustreerd en kwam op een gegeven moment thuis met het idee dat hij niets kon. Niets is zo aandoenlijk als een klein jongetje in een diepe put te zien zitten, vol schaamte en met het boetekleed aan door een beoordeling. Hij kon niet binnen de lijntjes kleuren. Letterlijk. Zolang je dat niet kon, telde je in de ogen van zijn juf niet mee. Hij was net vijf jaar. Hoe fijn is het voor een kind als hij zelf mag bepalen waar de lijnen komen, erin of erbuiten. Super gemotiveerd gingen mijn kinderen vorig jaar aan het werk met hun eigen ontworpen Pozzebokken, die nooit fout konden zijn.

120Eigen lijnen trekken

Als je eenmaal het effect van de afkeuring hebt gezien, of dat ooit zelf aan den lijve hebt ondervonden, dan weet je dat het te allen tijde een averechts effect zal hebben. De frustrerende gedachte dat je het nooit goed zal doen, hoe hard je je best ook doet, heeft een verlammende uitwerking. ‘Dan maar helemaal niet’ is de eerste gedachte die binnenschiet. Met het gevolg dat het ‘kunstje’ vermeden wordt of werkjes weggemoffeld. In ieder geval is de vreugde van het hele proces grondig te niet gedaan. Datalleen al is voldoende om kinderen vooral hun gang te laten gaan. Zelf laten ontdekken, zelf experimenteren, zelf fouten maken en daar weer van leren. Lijnen en grenzen zijn er om overschreden te worden. Juist dan.

Lucas gaf Jan Taminiau de ruimte om te vertellen, waarom ‘imperfectie’ tot perfectie leidt. Dat is een mooi gegeven. Ik ga straks naar zijn tentoonstelling in het Centraal Museum, omdat niet alleen daar de handgemaakte kunstwerken te bewonderen zijn, maar ook het hele proces, tot aan de zweetdruppels toe, erin verweven is. Dat maakt het intens en waardevol. Lucas de Man bracht met deze verrijking het juiste zetje.

Uncategorized

Ongekende mogelijkheden

Ik heb een transformatorkabouter in mijn hoofd. Het is een kleine kwelgeest, die alle gemaakte afspraken omzet in nieuwe. Zodra iemand met mij een datum en een tijdstip prikt, houdt de snoodaard de juiste dag aan, maar klokt een andere tijd. Zo kon het gebeuren dat afgelopen donderdag vanuit het niets een telefoontje kwam toen ik aan het schrijven was. Anonieme telefoontjes neem ik niet aan dus luisterde ik later de ingesproken Voice mail.

409Kabouterpad Strabrechtse Heide bij Heeze.

‘Goedemorgen mevrouw van der Linden, wij hadden een afspraak om half tien. Er is vast iets tussen gekomen, kunt U me terugbellen op dit nummer.’ Terwijl ze cijfers opdreunde, schoten duizendmaal excuses  en uitvluchten door mijn hoofd. Die laatste zijn nooit nodig, maar het gebeurt. Ik verstijfde. In mijn Iphone had ik half twaalf bij de afspraken staan. Ik speurde de brief af en inderdaad stond daar de zojuist genoemde tijd. Ergens achter de brij aan gedachten hoorde ik die vermaledijde kabouter zachtjes grinniken.

117

Met mijn schaamtevolle gemoed belde ik terug en wat een weldaad is het dan, als iemand aan de andere kant van de lijn onmiddellijk aan het vergoelijken slaat. ‘We maken gewoon weer een nieuwe afspraak.’ Zo simpel kan het zijn. De bedrijfsarts een extra koffie-uurtje en ik kon diezelfde dag nog,  deze keer om half twaalf, weer een poging ondernemen. Een tijdje later zat ik in de wachtkamer in stemmig zwart.

005

Tegenwoordig grijpt iedereen onmiddellijk naar de mobiel in plaats van naar een van de beduimelde tijdschriften. Als de laatste gepakt worden, blijft het bij vaag doorbladeren. Ik vermoed dat men, net als ik, al bezig is met het komende gesprek. Een bedrijfsarts is toch een soort keuringsdienst van waren. Goedgekeurde makke schapen naar rechts en de afgekeurde met stempel op het voorhoofd naar links. Dat leverde in mijn hoofd grappige beelden op en ik schoot in de lach. Ook geen handige actie in een volle wachtkamer. In één tel draaiden alle hoofden tegelijkertijd mijn richting op.

240

De bedrijfsarts was mijn grote verlosser, want op dat moment riep ze mijn naam. Als een hondje zo trouw, graaide ik mijn spullen bij elkaar en ging achter haar aan. Ze beende voor me uit met grote zakelijke stappen, zwaaide de deur open en voordat ik mijn verontschuldigingen op tafel kon leggen, tackelde ze het moment met een vraag over de afgelopen onderzoeken. Ze hoorde alles aan, stelde af en toe een vraag om meer uitleg en bracht een en ander in kaart in haar notities. Haar conclusie kwam er op neer dat ik eigenlijk tot aan mijn pensioen niet meer zou werken. Uit het niets trof mij deze opmerking recht in het hart. In een luttele seconde dreunden de termen arbeidsongeschikt, einde loopbaan, maatschappij-unfähig door mijn hoofd en ik schoot vol. Tegelijkertijd wist ik ook dat het rust zou schenken. Vanuit die wetenschap kon ik me gaan oriënteren op een andere invulling van tijd. Daar vroeg ze naar. Ik vertelde over mijn wens om ooit beeldende vorming met demente bejaarden te realiseren en zij gaf aan dat scholen zaten te springen om vrijwilligers. ‘Ooit’ was ineens dichtbij. Ze was met de gemoedstoestand begaan en gaf een peptalk om me op te vrolijken. Ik vertelde haar dat het goed was en we namen afscheid. Hier hoefde ik niet meer terug te komen.

216.JPG

Buiten, met de wind door de haren, drong de vrijheid zich aan me op, opende de weg naar een nieuwe toekomst. Eerst de longen op peil brengen en daarna…Het pad der ongekende mogelijkheden lachte me tegemoet.

 

Uncategorized

Een hart onder de riem steken

Twee weken geleden was ik op een zaterdag voor het eerst na deze onverkwikkelijke winter op de tuin. Het was zompig en nat en de woelmuizen en mollen hadden overduidelijk het rijk alleen gehad en als muizen op de tafel gedanst in mijn lange en grote afwezigheid. De grond was verend en zacht, het gras lang en ongelijk.

Ik heb een lichtgewicht grasmaaier die op een accu als een zonnetje loopt. Met het oog op de zomerse dagen die beloofd waren verderop in de week, zat maaien in mijn systeem. Hart voelt sterker, benauwdheid is er toch, machine behapbaar registreerde het hoofd. Maaien werd afgevinkt en het was eigenlijk heerlijk om de lieverd weer in gebruik te zien. Maar goeie genade. Hoeveel jassen had ik aan spierkracht uitgedaan en waar waren de bielzen van armen gebleven.

061

Over de rulle grond lukte het niet anders dan de kar te trekken in plaats van te duwen. ‘De grasmaaier achter de mens te spannen’, in variatie op een spreekwoord. Zwoegend en trekkend beet ik mijn lippen stuk op simpelweg eigenwijze volhouderij. ‘Ik wil het, ik wil, het, ik wil het’. Het verwende prinsesje uit Sesamstraat kwam bovendrijven. Tot ik  in een laatste poging moest bekennen, met kloppend hart, dat het gekkenwerk was. Het was water naar de zee dragen, want door de molshopen en de lengte van het gras leek het net alsof er een barbier was uitgeschoten met zijn trimmertje. ‘Kappen van der Linden, wees wijs’. Dat is een dingetje, maar eigenwijs kan altijd nog en in dit geval had het lijf genoeg te vertellen. Dus borg ik de grasmaaier weer weg en keek naar mijn geplukte tuintje. Zucht. Volgende keer beter en misschien al sterker.

064

Woensdag was ik weer in de tuin. De voorzienigheid had mij behoed want de accu’s lagen nog in de auto en ik kon het niet opbrengen om de kilometer terug en heen te lopen. Met lede ogen maar met frisse moed viel er volop te genieten. Alle kruipers schoten als paddenstoelen uit de grond dus ik kon de strijd aan met bosaardbei en hondsdraf om weer kleine nietige ontkiemsels van mijn bloemrijke pollen te ontdekken. Mijn lieve tuinvriendinnen kwamen op bezoek en zo konden we heerlijk in de eerste zon een heel jaar vangen in de intrigerende belevenissen van elkaar, de perikelen met het gras maaien en de onbereikbare hoogtes, letterlijk en figuurlijk, van de doorgeschoten wilgen  en ander grut. Over de afgebroken en omgevallen amandel, die gelukkig nog niet heel dik was en daar werd al beloofd om vrienden in te schakelen met een zingende zaag, die in een handomdraai tuin van mij en de buuf onder handen zouden kunnen nemen tegen vrijkaarten voor het komende festival. Goed plan.

Gelaafd door alle liefde en de aandacht ging ik naar huis. Vrijdag zou ik wél het gras gaan maaien. Nu het al een paar dagen droger was, moest het makkelijker en beter gaan, bovendien zou dochterlief  komen en als het niet zou lukken, kon ze het overnemen. Wat schetst mijn verbazing bij aankomst toen het hele grasveld geschoren bleek te zijn. Welke engel had hier huisgehouden? Ik kon er maar een bedenken, de vriendin achter mij, dus appte ik. Het antwoord kwam en ontroerde.

010Hartenliefjes

Er was woensdagavond een vergadering van onze tuinvereniging geweest en er was afgesproken om voor elkaar te zorgen als het fysiek tijdelijk niet mogelijk was. Dus had mijn buurman twee tuinen verderop zijn grasmaaier door mijn tuin heen getrokken en was mijn taak in de feestcommissie overgenomen door twee nieuwe vrijwilligers. Kijk, dat is nog eens voeding voor het hart. Wat een mooie geste en wat kan ik anders dan genieten van een met liefde gemaaide tuin. Dat is, in de ware zin van het woord en mijn planten werken er aan mee, een hart onder de riem steken.

Uncategorized

‘Opnieuw geboren’

Mijn vader had na een aantal hersenbloedingen Parkinsonachtige verschijnselen over gehouden. Als hij  zijn dagelijkse blokje om ging wandelen, leek het net of hij door een onzichtbare hand in zijn rug geduwd werd om daarna, met een aanloopje haast,  in beweging te komen. Daarbij helde hij steeds vervaarlijker naar voren. Er was ook sprake van decorumverlies dat met de jaren erger werd, met name naar zijn stut en toeverlaat, mijn moeder, toe. ‘Was sich liebt das neckt sich’. Hij mopperde veel, had geen eetlust, en hulde zich daartussen in een lethargisch zwijgen of slapen.

Die beelden van hem kwamen glashelder omhoog toen ik naar de documentaire over het verzorgingshuis Leeuwenhoek keek met Adelheid Roozen en Hugo Borst. Beide trokken zich het lot van de demente bejaarden erg aan na het hele verloop van de ziekte van heel dichtbij bij hun eigen moeder te hebben meegemaakt. Een man en een vrouw in de buurt van de Leeuwenhoek stonden klaar voor vertrek. De man des huizes met Parkinson zou die dag worden opgenomen, de vrouw stond rokend op het balkon. Hugo Borst was er om ze te vragen wat die opname voor hen betekende. Hij stelde een vraag  waar de vrouw naar eer en geweten antwoord op gaf. De man richtte zich boos tot haar, zei dat ze haar mond moest houden met haar eeuwige gezeur, want dat hij er klaar mee was en nu werd hij nog boos ook. Allemaal haar schuld.

055.jpg

Het was alsof ik in een echo mijn vader en moeder samen een gesprek hoorde voeren. Later kreeg de vrouw alsnog de kans om uit de doeken te doen, wat die gedragsveranderingen van haar man allemaal voor haar betekende. Ze zei: ‘Hij is verdwenen’. ‘Wat zeg je dat mooi’, antwoordt Hugo. Het was waar, haar eigen man, van pakweg twintig jaar geleden, waar ze ooit verliefd op was geworden was langzaam maar onmiskenbaar uit haar leven getrokken. Opgelost in de mist in zijn hoofd. Het was beter als hij niet meer zeven dagen thuis zou wonen, want anders zou ze het niet meer trekken. Mijn moeder is aan mijn vader zijn nukken en grillen in de tijd van zijn geestelijke onvermogen te gronde gegaan, zoals ook mijn vader zelf lijdend ten onder ging. Zij trok het nog wel, ternauwernood, maar haar hart niet.

Messing-3

Adelheid rolt een rode traploper uit in de gang, ze trekt haar tas met verkleedkleren open. Er rollen pruiken, hoeden en verkleedkleren uit. Iedereen, die wil, wordt aangekleed. Even later lopen een aantal bewoners te pronken op de vermeende catwalk. Hun glimlach is meer ‘glamoureus’ dan die van de sterren bij het uitreiken van de Emmy Award. Ze lopen de sterren van de hemel. Ze hebben publiek. Twee mannen zitten op een stoel in de gang en klappen mee met de muziek. Een grijnst de open plekken in de tandenrij bloot.

Er komen een kapper en een visagiste langs. De vrouwen krijgen een voor een een schoonheidsbehandeling, compleet met haren wassen, zachte crèmetjes en getut met mascara, oogpotlood en lippenstift. De baarden  van de mannen worden stijlvol in model gebracht, al naar gelang de wensen. Onder de vaardige handen bloeien de rozen op. Een verschil van dag en nacht, zoals wij ieder ochtend meemaken als lichte make-up de slaap verdrijft. Er zijn maar weinig stappen te zetten om het leven terug te brengen.

048

Hugo en Adelheid peinzen en vragen zich af, waarom men in de zorg niet aan het leven van vóór het patiënt zijn denkt. Milieu, gezin, werk, hobby’s, kinderen. Sans scrupules zijn bewoners vaak aan hetzelfde strakke regime onderhevig. Een man die altijd weg loopt, omdat hij zijn vrienden wil bezoeken, moet naar de gesloten afdeling, waar hij letterlijk weg kwijnt in eenzaamheid. Mijn vader met zijn vaardige motorblok-vingers moest pitrieten dienblaadjes vlechten voor de fijne motoriek. Hoe oneindig veel effectiever had een schroevendraaier geweest. Hij onderging het gelaten, maar in een helder moment stikte hij bijna in zijn woede.

Beide zorgdragers dansen met hun demente bejaarden door dat verdorde leven, dat meerwaarde krijgt en veerkracht. Dat doen ze met respect. Ze brengen zonlicht in de mist en glans in de ogen. Als Adelheid een totaal verkrampte mevrouw mee  in een verwarmd zwembad neemt, komt Vasalis boven zwemmen.

‘De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen..

(fragment uit de idioot in bad: Vasalis)

De vrouw duikt in een foetushouding tijdens het wiegen en Adelheid moet de spanning hebben voelen wegebben. Als een kind zo onbevangen is ze. Gewillig laat ze zich meevoeren als de warmte haar omarmt, net als de liefdevolle kus op de haren. Even ‘opnieuw geboren.’*

* Quote uit het gedicht.

 

Uncategorized

De cirkel is rond

Gisteren vroeg iemand mij, hoe het mogelijk was dat ik niet in de gaten had dat ik aan het dwalen was, toen ik in den Bosch zocht naar mijn kleine blauwe Prins. Daarbij keek ze me zo ongeloofwaardig aan, dat ik in de lach schoot. Dat kan dus. Als je zó in je hoofd zit, is dat mogelijk. Nee, ik moet het anders formuleren. Ik kan dat. Zoals ik kan vergeten te eten en ik soms een deel van de tijd kwijt ben, omdat iets me bij me lurven grijpt. In het verleden vroeg ik mijn moeder: ‘Waar zitten je lurven eigenlijk.’ Dan wees ze vaag richting schouders en wist ik het nog niet.

107.JPG

Later stelde ik dezelfde vraag aan mijn onderbouwgroep. ‘Wie weet waar de lurven zitten.’ Het woord lurven lijkt op slurven en dat is ook een andere betekenis voor mouwen, maar de vlag dekt dan de lading niet. Het hoofd gaat voor een deel uit, het beeld op blanco. Het mist gevoel voor richting, voor tijd, voor de rest van het fysieke bestaan. Toch is het geen vergetelheid. Dat bewustzijn zit tijdelijk in een andere hoek. Je wordt volledig in beslag genomen door datgene wat je net gezien, gehoord of meegemaakt heb. Ik was misschien wel onder hypnose van de rode regen. Wie zal het zeggen. In ieder geval kon ik na die ervaring bijna niet meer naar de rest van de tentoonstelling kijken.

En toch ben ik een scherpe observant, schrijver eigen. Ik zie breed en veel. Wel op een andere manier dan de gemiddelde medemens kijkt. Ook weer anders dan mijn zus, die met haar scherpe fotografen-blik de kleinste insecten en vogels en bloemen in de handeling ziet op de meest onmogelijke plaatsen, waar ieder ander aan voorbij zou lopen. Ik kijk, verbind en denk er doorgaans ook verhalen bij, beweegredenen van de ander, stemmingen, gemoed. Daar hoef ik niet bij stil te staan, het gaat vanzelf. Het is ingebakken.

032.JPGNoordbrabants Museum

Gegrepen zijn door iets en dan op de cadans verder gaan, niet om de omgeving. Zompig in het hoofd, door alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden en overvleugeld door de gebeurtenissen. Het ronddraaien in je eigen ‘Inner Circle’ maakt wel dat je behoefte hebt aan ontsnapping. ‘Laat me eruit. Ik wil weer mondiaal, ik wil die lurven en dan met een zwaai…’ Ja wat. Aan het begin van mijn ontwikkeling terecht komen. Alles dunnetjes overdoen?

Ben je mal. Ik vond een deel moeizaam, vooral de puberteit. Daar worstelde ik met gezag en met gewicht. Ik werd regelmatig bij de lurven gegrepen door mijn vader, waardoor bij mij de intentie ontstond om nog feller in verzet te komen. Wil ik mijn tijd in de verpleging terug? Ook niet echt. ik kan wel verlangen naar de interactie, maar nu ik aan de andere kant van die ervaring sta, is het aardig weggeëbd. Omdat ik weet hoe het is om je te voelen, als je afhankelijk ben van jonge mannen en vrouwen, die over ervaring en wijsheid heen walsen in hun bevlogen passie om te zorgen. Verlang ik terug naar mijn jaren als moeder en echtgenoot? Die herinnering is omfloerst met weemoed. De lieve schatjes van toen zijn prachtige mooie mensen van nu, de onbezorgdheid mis ik, maar niet het sappelen om rond te komen.

0441.jpg

Het onderwijs ligt me na aan het hart. Ik sta te trappelen om rond te bazuinen waar de essentie ligt. In het onderwijs heb ik het licht gezien. En dan nóg niet zaligmakend en niet allesomvattend. Tijd voor het opschrift stellen. Dan moet ik eerst mijn hoofd uit en …Inderdaad…mezelf bij de lurven grijpen. De cirkel is rond.

Uncategorized

Op eigen tijd, in eigen uur

Nu de dagen zich aaneen rijgen zonder echt vooropstaand doel dan die ik mezelf stel, kruipt er een verlangen omhoog. Een paar maanden geleden kwam het abrupte einde van mijn werkbare leven en dat vergt het nemen van andere besluiten. Is dit het zwarte gat waar in mijn onbezonnen jong zijn de ouderen hun mond vol van hadden. Ik blufte altijd dat ik zoveel bezigheden had, dat ik dáár in ieder geval niet bang voor hoefde te zijn. Met de slijtageslag van het lijf zijn de kaarten geschud en is er toch wat veranderd. Nooit rekening gehouden met futloosheid of vermoeidheid. Onwillige spieren, hart en longen die zich (nog) niet willen voegen naar de zonnige kanten van het leven. Dat had ik allemaal over het hoofd gezien. Saillant detail. Nu kom ik ze tegen, mijn beren op de weg en moet ik heel veel moeite doen om ze met mevrouw van Gelder van Annie M.G. Schmidt te koesteren en niet op stang te jagen.

‘Wat is dat, mevrouw van Gelder
Houdt u beren in de kelder
Bruine beren in de kelder van ’t perceel
Als het nou konijntjes waren
Of een aantal ooievaren
Maar ’t zijn echte bruine beren en zoveel

Kijk es hier, meneer Verhagen
Moet ik u permissie vragen
Houdt u bij uw eigen zaken alstublieft
Kom vooral geen stap meer nader
Het zijn de beren van m’n vader
En ik heb ze alle zeven even lief’

Ik verkeer op dit moment in een soort twilight zone. Nog niet echt met pensioen, maar arbeidsfähig onderhevig aan de kwalen. Dat maakt het lastig. Anders was ik iets gaan zoeken dat een bepaalde maatschappelijke betekenis zou hebben. Ik mis het werken met de kinderen en verlang naar de gedeelde momenten, maar niet naar de schooldiscipline of het keurslijf waarin het onderwijs gegoten wordt. Ik moet er mee dealen. Tijdens mijn dwaaltocht door het Brabantse had ik op de weg terug volop tijd om aan het dromen te slaan. De dagen daarna, een grote vermoeide benauwdheid, bracht weer veel onzekerheid en angst. Twee stappen vooruit, een stap achteruit en pas op de plaats maken. Dit is toevallig een week van weinig afspraken. Volgende week starten alle therapieën weer en wordt stramien een keurslijf, maar ook verlossing voor de tijdelijke gewichtsloosheid. Zou dat het zijn. Maken we graag deel uit van een bepaalde stroom, mensen ontmoeten, iets ondernemen ook al is het maar het werken aan je eigen gezondheid met een groep gelijkgestemden.

IMG_3173.jpg

In mijn hoofd ontstaan hele schilderijen en uit mijn lege handen vloeit gebakken lucht. Ik ben aan het lezen in het logboek van Connie Palmen, zwelg een beetje mee op haar verdriet, maar wil er eigenlijk niet echt ten volle in duiken. De zon brengt luchtigheid, de mooie dingen die ik gezien heb de afgelopen dagen vooral stof tot nadenken en de behoefte om weer zelf aan de slag te gaan. Hoe haal ik die rem er vanaf.  Tuin wacht, maar de angst voor het over de grens gaan is groot, omdat je achteraf pas beseft, hoe groot de blaren zijn waar je op moet zitten. Een ingebouwde graadmeter zou handig zijn, een belletje dat gaat rinkelen zodra je over de scheef gaat. ‘Pwaaaahhhhh, deze wilgentak niet meer snoeien, ik herhaal…niet meer snoeien.’ Oké. Laat vallen het gereedschap en ga rusten. Niets is lastiger dan gedoceerd leven.

Vandaag heb ik mezelf de opdracht gegeven om nieuwe medicijnen te halen en ben ik nog aan het dubben of het tuin wordt, of een wandeling. Het kan beiden maar dat is weer teveel. De oude Hortus trekt ook, prachtige tijd voor de eeuwenoude bomen, kijken of ik de geometrie nog kan ontdekken in de trompetboom, zo die er nog staat. Al schrijvend denk ik het laatste. Maar vroeg en dan toch misschien een beetje tuin, al kan ik daar te weinig uit de voeten. Alle kleine beetjes helpen.

Dat geldt ook voor de veroveringen op het bestaan. Schoorvoetend, mondje voor mondje en geduld kweken, zoals ik het met de kinderen heb. Alles komt op eigen tijd, in eigen uur.

Uncategorized

Laat je meevoeren en voel

Ik ga op reis en neem mee…Niets anders, dan mijn fototoestel en mijn museum Jaarkaart. In het Noordbrabants Museum mag ik op reis met Uli Sigg, die als eerste het werk van dertig Chinese kunstenaars verzamelde.

055.JPG

Even later loop ik door een Chinese tuin, heel Shansui en Zen, volmaakte rust en stilte, kom ineens mijn schaduw tegen. Mijn groteske houdingen brengen rimpelingen in deze ideale getekende tuin op de muur van Feng Mengbo. Ik spreid de armen breed, omhels het beeld dat opduikt uit de zwarte lijnen en wordt een vogel hoog in de getekende wolkpartijen. Ik vloei samen met de beelden, maak me los en vervolg mijn weg.

059He Xiangyu: The Tankproject, 2011

Ik wandel regelrecht het plein van de Hemelse Vrede op. De grote indrukwekkende tank behoort na de tuin tot de ouverture van de tentoonstelling. Iedereen heeft de moed van de kleine tengere onbekende student voor ogen, als hij blijft staan voor die reusachtige tank. En hier is het antwoord op dat grootste protest ooit. De tank staat er niet in zijn schreeuwerige onoverwinnelijkheid, maar als de samengeperste resten van gebroken macht. Het vult de zaal en eist alle aandacht op voor zijn teloorgang.

102Tsang Kin-Wah: Second Seal

Een donkere pijl voor mijn voeten wijst naar een vertrek met de woorden: Every Being That Opposes Progress Should Be Food For You. Iedereen blijft in de deuropening staan. In het donker zitten drie kinderen op de grond. Ze verkneukelen zich. ‘Straks wordt het spannend’ fluistert er een als er langzaam rode neonzinnen naar beneden druppelen, eerst incidenteel verspreidt over de drie muren, daarna allengs meer en nog meer, tot het woordenbrij plenst en het geluid het opgewonden praten van de kinderen overstemt. Ze proberen de zinnen te raken met handen en voeten, terwijl die staccato neer blijven dalen tot het uitmondt in het donderend geraas van een fikse regenbui. Ik krijg visioenen van een vloer vol plassen waarin de druppels vallen, opspatten en uiteen slingeren op ons, over ons. Ik had bij die kinderen moeten gaan zitten

.110

Het ziet me rood voor ogen, letterlijk. Het zou niet misstaan in een andere kleur. Wat zou het prachtig zijn als je een installatie had, die de kleur aannam van het gevoel op dat moment. Een regen van stemmingen met de woorden die het onderstrepen. Het koele blauw, het vredige groen, het stralende geel. het machtige paars, onheilspellend zwart. Verrassend welke kleuren er te voorschijn zouden komen bij de betreders van de zaal. Veranderend als de gevoelsringen en beeldjes, of de meters die de gevoelstemperatuur aangeven en waar teamcoaches gretig aftrek van namen in de jaren negentig.  Een experiment andersom zou ook verrassende gevolgen kunnen hebben, want treedt er bij een smaragdgroene kamer ineens totale rust en vrede in.

de hoedMarijke Warmerdam: Le Retour Du Chapeau, 1998

Door de afmetingen worden we deel van het geheel. Ooit zag ik de installatie: Le Retour du Chapeau van Marijke Warmerdam. Een film waarbij de hoed ons bij de hand neemt en de vallei in leidt, terwijl de wind je om de oren suist. Een kunstwerk dat ons willoos meevoert, gevoelens losmaakt, vragen oproept en er om bewonderd wordt, heeft het ultiem haalbare bereikt, zoals ook  deze ongrijpbare woordenregen van Tsang Kin-Wah. Kinderlijke vrijheid haalde eruit wat er in zat. Ga er instaan, dompel je onder, laat je meevoeren en voel.

 

 

Uncategorized

Net als toen

Vanaf verre hoorde ik dat het draaiorgel straks hier zou zijn. De vrolijke klanken schoven licht als een voile de straat over en klonken steeds dichterbij. Gespannen wachtte ik op wat komen ging. ‘Wel bij de deur blijven’, had mijn moeder gewaarschuwd. De muziek was aanstekelijk, de dribbelbenen wiebelden. Alle kinderen kwamen naar buiten, we rekten ons uit. Daar, daar was het paard en ineens was het alsof de zon begon te schijnen. De kleurige, rijk vergulde beelden vulden het hoofd, de aanstekelijke klanken lieten ze deinen en golven. We huppelden erachter aan, terwijl de orgeldraaier zijn centenbak op de maat van de maatstokken van de poppen mee liet tikken en alles te samen bracht.

Zonder het te beseffen was ik toch achter de muziek aan gegaan en ineens stond ik ergens waar ik de weg niet kende. Huizen met bakstenen die er allemaal hetzelfde uitzagen, onherkenbare voortuintjes, de stilte die dreigender en dreigender werd. Waar was ik? Waar was ons huis? Waar was mijn moeder? Ineens werd mijn kleine hand door een grote vastgepakt, vroeg een stem waar ik woonde en door de verstikkende deken van tranen heen, haalde ik mijn schouders op. Ik was verdwaald en nog geen vijf. De herinnering bleef hangen, werd soms volmaakter en aangedikt, soms waren er alleen het orgel en de bakstenen. Maar het gevoel bleef.

IMG_3369.jpgBakstenen in Den Bosch

Gisteren gebeurde iets onwaarschijnlijks in deze tijden van digitale bewegwijzering. Ik had er een verrijkend bezoek opzitten aan het Noord Brabants Museum en het Stedelijk Museum in ’s Hertogenbosch. De auto had ik ergens vlak bij geparkeerd. Had de straat onthouden waar ik vlakbij stond. De Julianastraat. Vrolijk en onbezorgd genoot ik van het verrassende wat geboden werd, kwam zelfs tijd te kort, zo werd ik in beslag genomen door het werk van Chinese kunstenaars van de afgelopen 15 jaar uit de de verzameling van Uli Sigg.

052Zhao Bandi: portret van Uli Sigg

Door de prachtige doeken van Sluijters, door het indrukwekkende keramiek van de kunstenaars die waren samengebracht in de tentoonstelling van ‘American Beauty’. Het was eigenlijk te veel en het hoofd zat vol. Zo vol dat ik op de terugweg de straat in toetste op de Iphone en begon te lopen, terwijl ik de diversiteit aan beelden nog eens één voor één naar boven trok en mijmerde over de schoonheid, het bijzondere effect, de impulsen die het had gegeven voor nieuwe ideeën en alles wat het innerlijk had losgemaakt. Ik lette niet op afstand en omgeving op realistische gronden, maar stapte domweg voort. Zo eindigde ik in Rosmalen. Weliswaar de Julianastraat, maar wel in het dorp kilometers verder op. Goeie work-out, maar niet in de stemming ervoor. En toen….viel de telefoon uit.

0211.jpgJan Sluijters: Liesje is jarig, 1929

De enige manier om bij de auto uit te komen was terug te lopen naar het centrum. Met die dode telefoon kromp ik ineen tot het kleine meisje van vroeger. De tijd had me verlaten, de stenen die allemaal op elkaar leken, een infrastructuur die ik niet doorzag. Waar was ik. Vlakbij het centrum liet een mevrouw de hond uit. Het was de grote hand van lang geleden, die de mijne vastpakte, de verlosser, de reddende engel. ‘U moet helemaal aan de andere kant van den Bosch zijn, zal ik U even brengen, ik moet toch nog met de auto weg’.

Ik voelde het branden van mijn beenspieren, de raspende ademhaling. Een diepe dankbaarheid stilde de kwalen toen ik in de ‘verlossende redding nabij’ stapte. Wat een zegen is algemene empathie en die van de vrouw, die Mieke heette, in het bijzonder. Thuis op de bank, kwam de verwondering over de afwezigheid van enig gezond verstand. Zo opgaan in de emotie is een kunst op zich, zeker als alle realiteit uit het oog verloren wordt. Kind met de kinderen, net als toen.

Uncategorized

De warmte van de Italiaanse zon

We hadden de zangvoorstelling van zuslief erop zitten en togen naar de plaatselijke Italiaan in Zeist. Dat is al twintig jaar de traditie en daarin zijn we behoorlijk trouw. Misschien ook wel om de petieterige sfeer, die de grote serre achter het restaurant zelf uitstraalt. Met haar plafond van Chianti-flessen, die er al jaren bungelen.

008Zang in Zeist

Het meest aantrekkelijke is de sfeer die het oproept, Italië in het klein ten voeten uit , niet in de laatste plaats door de twee pizzabakkers, de oude en de jonge, die jongleren met het deeg en er een wervelende show van maken van dun, dunner, dunste deeg voor de bodem. Ze gebruiken een indrukwekkend tempo, waarin de bodem wordt bekleed met heerlijkheden en stralen ervaring en kennis van jaren uit. Hier staan pizzabakkers die trots zijn op hun eindproduct en die er alles aan zullen doen om de gasten te fêteren op de heerlijkste pizza ooit.

Het allermooist vind ik de stem van di mama. Ik zat met de rug naar bar en keuken toe en als mijn zussen tegenover mij, hun nek verrekten om maar niets te missen  van het schouwspel, moest ik het hebben van wat er in losse flarden de gehoorsafstand binnen viel. De Kleine zilverkwikke Italiaanse ken ik al zo lang we daar komen en haar stem heeft voor mij een magische klank. Zodra ik die hoor, beginnen spontaan de groene glooiende heuvels van het Italiaanse land te zingen, dwarrelen er flarden Italiaanse film voorbij, komt Sophia Loren een sombere flat ingeschoven, begint daar de zon te schijnen bij zoveel schoonheid in armoede en wordt het heden precies zo’n Giornata Particulare. Als er gezinnen beginnen aan te schuiven aan de simpele tafels, zie ik grote families zitten in de avondzon, die zich te goed doen aan de overbekende sauzen. Dwars daar doorheen marcheren de van hun vrijheid beroofde arbeiders tegen de zwarthemden in een aangrijpend protest met een lange tocht door de bergen onder begeleiding van de muziek van Ennio Morricone. Novocento van regisseur Bernardo Bertolucci trekt voorbij. La bella Italia onder handbereik door de geuren en kleuren van dit kleine authentieke restaurant.

De stem van de vrouw is omfloerst, doorrookt en bast boven alles uit. Ze houdt als een bescheiden zwarte draad het stramien bij elkaar. Haar haar heeft de sporen van het harde werken in grijs gevat. Ze is nergens en overal, begroet, kust of verdwijnt in een omhelzing. Haar klanten zijn een grote familie geworden, haar familie.

Ik kies de Lasagna met aubergine, tomatensaus en mozzarella, heb eigenlijk te veel trek en eet alles schoon op, omdat het zo verfijnd is en lekker. Ik proef vooral de kruiden en de knoflook en eet veel te veel. In mijn voorzienigheid heb ik de auto helemaal aan het begin van de oude Arnhemse weg gezet, zodat zuslief en ik een aardig eind terug kunnen kuieren, om het opgeblazen gevoel, maag is niet veel meer gewend, te ontluchten.

017

Met de aria’s van het zangkoor, het toeven in klein Italië en de vondst van het beduimelde boek over Don Bosco  in een Biltse rommelige kringloopwinkel is mijn uitstapje naar Turijn, Milaan, Rome en Emilia voor deze week weer rond. Tijd om ze af te sluiten met de herhaling van een aantal films. Al ben ik bang dat ik de verschrikkelijkste scènes van Novocento niet meer aan kan. Ik ga vooral voor de groene heuvels en de warmte van de Italiaanse zon.

Uncategorized

Adem in, adem uit en erbij blijven

De hele week ben ik er onbewust mee bezig geweest. Op de Cardio-revalidatie is het de gewoonte om aan het eind van de laatste training van de hele serie te trakteren. Omdat iedereen op verschillende dagen binnen komt druppelen, is er frequent een afsluiting met thee en koffie en tot dan toe gevulde koeken of glacé’s. Lekker maar nauwelijks te rijmen met het gezonde eetpatroon dat geadviseerd wordt ten einde de conditie voor een gezond hart te kunnen waarborgen. Ik was er oprecht verbaasd over.

Het idee dat dat anders kon, had zich in mijn hoofd vastgezet en er tuimelden in mijn  dromen voortdurend allerlei nieuwe versproducten en kruiden en flitsende vitrines in  eko-en biozaken over elkaar heen. Sinds een langdurige periode van macrobiotiek, de hang naar yin en yang en de queeste naar gezond, gezonder, het gezondst in de jaren zeventig bezocht ik al de winkels van de net ontluikende reformzaken. In die jaren waren het schimmige winkels met, vaker dan je lief was, een hor-magere meneer of mevrouw, die er al even flets en dor uitzag als de havermout en de gierst die over de toonbank ging. Ook het onbespoten fruit en de groente hadden allemaal een zweem van onaantrekkelijkheid in zich. Al bij binnenkomst drong schimmel en en andere aarde geuren je neus binnen.  Maar we waren in de leer, dus nam je bepaalde zaken voor lief.

chocola

Tegenwoordig zijn de eko speciaalzaken een walhalla van vreugde. Nog steeds ruikt het er naar de vele granen, kazen en kruiden, maar de winkels zijn gestroomlijnde snelle speciaalzaken geworden, waar iedereen wel iets naar smaak vindt. Niet onbelangrijk is het feit dat de prijzen wat dichter bij de gemiddelde beurs zijn gekomen. Ik besloot naar Ekoplaza op de markt te gaan en daar iets uit te kiezen. Het moest lekker en redelijk hartengezond zijn. Met de Belgian thins, flinterdunne chocola met Kokos en Amandel, of met Quinoa en Goji hoefde ik niemand meer te overtuigen dat lekker ook gezond kon zijn.

cyrikllisch

Er kwam een nieuwe meneer binnen, een Syrische man, die geen Nederlands sprak, maar zijn vrouw tolkte een beetje. Hoe moeilijk is dat om in de ziekenhuiswereld terecht te komen met haar jargon en vaste gewoonten als alles om je heen onverstaanbaar is. Ik moest denken aan de eerste dagen van een vakantie in Bulgarije, waar ik niets begreep van de straatnamen, verkeersborden en bijna niemand Engels sprak. Het betere handen en voetenwerk kwam er aan te pas.  Dat was dan nog vrije tijdsbesteding. Cyrillisch schrift is met logica zelfs al bijna niet te ontcijferen. Zo moet het hier ook voor hem zijn. Medicijnen gebruik, voorschriften, leefregels die allemaal als Acacadabra aan je voorbij trekken. Wat moet hij gedacht hebben bij het balspel dat we deden, waarbij we de bal met andere ballen moesten proberen te verplaatsen, twee vrouwen en vier mannen, uitgelaten en vrolijk en wat te denken van het uitdelen. Hé, Cardio is feest, fietsen, spelletjes en een hartverwarmende thee aan het eind met iets lekkers erbij. Probeer daar maar chocola van te maken. Ik geef het je te doen.

2864_300px_thumb

Cardio is klaar, nu mag ik door naar de Longrevalidatie, de Diëtiste en de Ademtherapeut. Een peulenschil omdat alles goed te volgen zal zijn. Het ziekenhuis kent inmiddels ook geen geheimen meer. Ik ben er kind aan huis. Zo gaan we door met bikkelen. Ik red nu al drie trappen naar het parkeerdek, iedere keer een treetje meer. Adem in, adem uit en erbij blijven.