Uncategorized

Een deken van aandacht en warmte

Mist legt een dikke deken over de nog volle maan en hult de anders zo drukke weg in een nachtelijk stilzwijgen. Het is nacht en ik ben wakker. Ik denk aan de dienstjaren in de verpleging. ’s Nachts werd alles anders. Was de wereld van mij en de collega’s. In de luwte van de nacht, zonder de hectiek, was er tijd om met de mensen te praten, kwamen gedachten boven drijven. Was er ruimte om angst en twijfel, verlangen en hoop woorden te geven. In de nacht kreeg lijden een omlijsting.

Zeven nachten gingen we op en zeven af. Zo heette dat. Elke ochtend kon ik opgelucht de poort uit lopen, blij dat de klus die nacht geklaard was in de wetenschap dat mijn patiënten in goede handen achterbleven. Mijn patiënten, ze werden altijd van jou als je mocht delen in het leed. De man waar drie dagen lang onafgebroken gestoomd werd, zo benauwd was hij. Praten ging niet, maar de wanhopige blik in zijn ogen sprak boekdelen. Het narrige mannetje vooraan in de gang, die maar niet wilde eten en al zijn vlees in het laatje van zijn nachtkastje schoof. In de nacht was er ruimte om het stiekem weg te halen zonder zijn waardigheid aan te tasten. Hij moet in engelen geloofd hebben.

010-3.jpg

In de stilte knarsten de crêpezolen hoorbaar, ook al liep je nog zo zachtjes. Hier en daar controleerde je een katheter, schoof je een verdwaalde hand  terug onder de dekens, droeg je glazen water aan, schudde een kussen op en draaide hem om zodat het koele katoen de verhitte gemoederen suste. Hier en daar werd een bloeddruk gemeten, een infuus gecontroleerd of de koorts bevestigd door een ouderwetse kwikthermometer. De nacht was een literaire gedachtegang badend in zeeën van tijd.

Totdat ik op de Intensive Care terecht kwam, waar hectiek geen verschil maakte tussen dag en nacht, het daglicht verbannen was door hoge muren. Bij het schijnsel van de lampen lichtte het gezicht van de mensen groenig op door de apparaten. Het hartritme verbrak hoorbaar de stilte. De atmosfeer was broeierig warm. Er was geen tijd voor lome rust. De controles waren elk kwartier en soms frequenter aan de orde en de handelingen werden bepaald door het aantal mensen dat de bedden bezetten. Het kind dat van het paard gevallen was, de vrouw met de ernstige stofwisselingsziekte aan de beademing, de man die gisteren nog in een hoogwerker de lantarenpalen controleerde. Hier brak de nacht de regels van het slaapregime. Gewassen werd er al om vier uur ’s ochtends om de ochtenddiensten te ontlasten, omdat de andere hulpdiensten onafgebroken in zouden breken op het dagritme.

012-1.jpg

Toch, tussen alle bedrijven door, konden we iemand verschonen en keren, De haren kammen met zorg en aandacht. De lippen koelen, de huid zacht en soepel wrijven en troostrijke woorden schenken of het nu gehoord werd of niet. Zo ziek als ze waren, zochten we de mensenkant op om aan te kunnen raken.

Dat kleine beetje dat je betekenis kon geven aan het liggen in dat witte bed, schonk veel voldoening en versterkte het idee, dat jouw aanwezigheid daar, op een tijdstip dat normaliter iedereen uitrust, van grote waarde was, niet alleen medisch maar ook emotioneel. Dat je er toe deed en zelfs het verschil maakte.

Nachtzuster was ik, jaren lang. Wat was het fijn werken door de persoonlijke noot die er aan toe te voegen viel, omdat tijd veel meer aan jou was dan in de roerige uren van de dag. Nacht bracht een deken van aandacht en warmte mee en spreidde zich naar ieder uit.

Uncategorized

Licht aan de horizon

Op het voeteneind van mijn bed is Kermit de kikker omgevallen van het lachen en ook de grote Oranje Je-Weet-Wel-kater knipoogt me schalks toe. De verkiezingen zijn achter de rug en ik word met een vurige kater wakker. Ik begrijp niet wat er te lachen valt dit keer, lieve mannen. Het voelt alsof Trump voor de tweede maal herkozen wordt. Dat is alles wat ik erover kwijt wil. Ik wil andere gedachten in mijn hoofd en omdat wij dat gelukkig nog steeds wel zelf kunnen bepalen buig ik de kronkel om.

009

Gisteren mochten we weer los op het doek, maar op de een of andere manier was ik niet vrij genoeg. Mijn penselen waren door de schoonmaakwoede even ervoor, ontploft tot wc-borstel stugheid en hoe ik ook echt probeerde om steeds weer schone kwasten te gebruiken, had ik halverwege een zooitje ongeregeld liggen. Ik moet er nog eens goed voor gaan zitten. gelukkig mochten we weer een stel mooie nieuwe tips ontvangen om het leven te veraangenamen en dankbaar wisselden we uit onder het genot van een hartverwarmende thee met een stroopwafel op het kopje.

007-3-e1553162282334.jpg

De mannen schoten langs die, aan schoonheid, de wereld veel gebracht hebben. Kees Bol, Frans Dekkers en niet in de laatste plaats, Jan Sluijters. Jennifer Balkan schoof ook nog even aan en zo werden de plaatjes in ons hoofd doordrenkt met prachtige inspiratie. Maar ja, wat in je hoofd zit, staat nog niet op het paneel. Het geworstel was een feit, een gevecht van ratio met haalbaarheid, met ‘dat wat je ziet’ en wat je meent te zien. Te wit, te veel gepoets, te kliederig in mijn beleving. Het medium dat niet wil, zoals ik bedoel. De knoop die ik voel bij het werken in drie verschillende stijlen. Het klassieke, het Japonisme en de losse impressionistische toets, dat elkaar niet hoeft te bijten, maar me opzadelt met de vraag: ‘Waar ben ik’. Ik verdrink, ik verzuip in mijn kennis en onkunde. Help. Tijd om even afstand te nemen, pas op de plaats te maken.

074

Ik verdiep me in Jennifers werk en als een Phoenix voel ik me uit de as herrijzen. Het kan, pen en penseel in een hand, poëzie en literatuur die opstijgen uit de eigenzinnige lichte toets met humor en verve. Die lichte en vooral luchtige toon, met een boodschap die er niet om liegt, was ik wat kwijt door alle gewichtige hoogdravendheid die door blijft schemeren in de serieuze aanpak, waarmee men oordeelt en bekritiseert.

Bovendien heeft ze zeer waardevolle tips voor iedereen die daar kennis van wil nemen. Ze schrijft op haar FB pagina:

‘What you paint…. whatever you paint with the best of your ability will be a strong captivating painting. I truly believe. For me, an idea drives me. But the process takes over. And the strokes are everything to me. My favorite painters are those whose paint exudes passion and feeling. So I carry on, one stroke at a time. And thank you to you painters out there who inspire me everyday.’

Het proces in, met passie en gevoel. Precies dát is wat er aan schortte gisteren, maar dankzij dit soort grootmeesters in de kunst, die moeiteloos de weg tussen hoofd, hart en handen weten te vinden en ons daar hun inspirerende voorbeelden van kunnen laten zien, gloort er letterlijk weer licht aan de horizon.

Uncategorized

De kwetsbaarheid van het bestaan

Ik heb iets ontdekt in deze dagen van rauwe randen. Ik kan niet collectief rouwen. Ik kan het gewoon niet. Ik heb vooral de behoefte om in mijn eigen tijd, ’s morgens bij het schrijven, kop koffie, computer aan, hoofd en handen in de overpeinzing, om daar  beelden langs te laten schuiven. Het gebabbel om de gebeurtenissen heen, de emotie, de driften, de voor en tegens die het los maakt, de heftige verontwaardiging, het tastbare verdriet schuift uit mijn waarneming weg en ik blijf achter met mijn eigen beleving. Heel het kwetsbare mensenleven komt aankloppen, vragen om een eigen aandacht. Al die momenten, dat verdriet mijn hart binnenste buiten keerde en alles weer een plek moest krijgen. De gradatie van erg is er niet voor mij. Ieder mensenleven verdient een eigen bestaan, een betamelijke lengte en elk gemis is leed.

031Caren van Herwaarden

Het filosoferen over de gradatie van het gebeuren zorgt voor een wrange nasmaak. Dood en leven zijn met elkaar verweven, maar als de dood aan komt sluipen, in welke vorm ook, dan is het verdriet navenant heftig. Komt hij op sloffen dichterbij dan is het ook indringend omdat het gepaard gaat met het gevecht om het leven zelf. Elk mens laat een eigen wereld achter zich en daarmee het verdriet van het gemist worden als ze van ons afgesneden zijn. Kinderen, een vader, de club, de school, het werk, de vriendinnen en vrienden, een moeder, de buren, de kring waaiert vanzelf uit in de verste cirkel tot het water zich weer glad strijkt en alleen de verbonden zielen nog rouwen.

100_4464

Het leven gaat door en moet weer opgepakt worden. Een tsunami, een aardbeving, een tornado, een ongeluk, een aanslag en het leven gaat door. Mijn eerste grote bewuste ramp was het treinongeluk bij Harmelen. Ik was volledig ondersteboven. Meer nog door de ontdekking dat dat tot de mogelijkheden behoorde. De kwetsbaarheid van een leven in kaart gebracht. Het feit dat wij een verzameling botten, vlees en bloed zijn als we gaan, en niet meer dan dat. Collectieve rouw is aan de ene kant een zegen, om het medeleven, en aan de andere kant een ramp om de enorme aandacht, die belemmert te voelen. In mijn hoofd branden de kaarsjes voor al mijn geliefden, die deze wereld hebben verlaten en bijna allen onvrijwillig op het moment zelf. Ik treur met de onwerkelijkheid mee, met het vermaledijde toeval, maar het liefst alleen.

005

Toch ben ik ermee doortrokken. Verdriet dat je niet ziet, maar dat schrijnt en voelbaar haar stempel drukt. Dit is het lied van de dood voor ieder die het aangaat. Aan de andere kant wordt er ergens weer een kind geboren, neemt het leven een vlucht, worden vleugels uitgeslagen, staat er hoop in de ogen te lezen, een belofte om waar te maken. Ik kijk naar buiten. De auto’s stoppen braaf bij de zebra, waar de kinderen oversteken om naar school te huppelen, mensen gaan stemmen met brieven in de hand, er lopen moeders op straat die hun kleine kinderen manen. De kauwtjes zitten nog steeds in de boom en krassen hun lente.

Ergens is een vader die met lege handen staat, ergens is een vrouw en zijn er kinderen, die die leegte in huis heftig voelen, ergens is het verdriet van de leegte bewaarheid. Dat is wat ik intens voel van binnen en dát, het bewust zijn, is mijn beleving en mijn manier om om te gaan met de kwetsbaarheid van het bestaan.

Uncategorized

Een droomkleed met zwarte randen

Kennelijk was ik aan het werk op de nieuwe school. Tenminste, gaandeweg de droom herkende ik enkele elementen. Ik woonde er ook en had er het huisje van mijn dromen. Klein en knus met veel hangplanten, die ik om wat ornamenten heen slingerde, zodat ze goed breed vertakt tot hun recht konden komen. Er was een vide in huis, met een klein trappetje en ik had een van de dansers, het kleinste meisje van de groep, op bezoek, die haar ogen uit keek. Ze vond de sfeer fijn en genoot zichtbaar. Het werd tijd om haar de rest van het gebouw te laten zien. Dat waren klaslokalen en over een daarvan klaagde een vrouw met een mop in haar hand. Ze stond in het midden van de ruimte op een vloer van kattengrit. De hele kamer diende als kattenbak en de schoenafdrukken knersten en verpletterden vele keutels. Het stonk kennelijk, al kon ik de geur niet waarnemen in de droom.

Ik stapte dapper over de bezaaide vloer om het raam te openen. De kittens vonden moeiteloos de uitweg naar buiten en ook mijn eigen lieve poes ontsnapte. De vrouw hing haar mop aan de wilgen en ging weg. Ik ging op zoek naar de directeur om te vragen of ik alsjeblieft die kamer leeg mocht trekken en schoonmaken. Ik kon hem niet direct vinden, maar zag de Oude met zijn armen vol spullen en een grote grijns op zijn gezicht naar buiten komen. Hij draaide even zijn hoofd om op mijn verbaasde uitroep en zei, met dedain, dat hij aan het helpen was. Ja, dat zag ik ook wel. Wat een gemene streek om dat achter mijn rug om te doen. Daar vond ik eindelijk de directeur. Hij had een aantal collega’s verzameld, die een grote hoop spullen aan het uitrafelen waren. Met handen vol werd het weggegooid. Het was het laatste restje herkenbaar speelgoed en materiaal van de oude school. Alles zat bijna nog nieuw in de verpakking of had een hoog gehalte aan duurzaam leren.

Achteloos werd het op een hoop gegooid. Wat een mens toch dromen kan. Ik smeet mijn lieve bijtvisjes en de hengels, die ik nog poogde te redden, van nijd weer op de grond. ‘Dan zoeken jullie het maar uit’, raasde het door me heen. De woede was herkenbaar.

003Verlaten Zeist.

Het zal het gevolg zijn geweest van de actie van een onverlaat die gisteren de wijk, de stad, het land in rep en roer bracht door zijn onvergeeflijke daad. Heel de wereld gonsde. De dansvoorstelling gisteren werd verstoord omdat 100  kinderen vijf minuten voor tijd naar school moesten lopen om op tijd binnen te zijn. De gespeelde razernij in het stuk werd bewaarheid door ongeruste juffen en ouders die alleen maar met mobieltjes bezig waren om voor de honderdste keer dezelfde berichten te horen. Angst waarde door de hoge gymzaal en de kinderen werden zenuwachtig van het gedrag van hun begeleiders.

005

Waarom moesten ze eerder weg. Nu zaten ze met een onaf verhaal in hun hoofd. ‘Het gaat goed komen’ suste ik bij het aantrekken van de schoenen. ‘De mevrouw van het stuk komt weer helemaal over haar bui heen’. ‘Het woeden der gehele wereld’, dacht ik terwijl ik de deur dicht trok achter de laatste kinderen. Zeist lag mijlenver weg van de plek waar het gebeurd was.

Mijn ene dochter woont vlak achter de onheilsplek, de ander zat met haar dikke buikje alleen thuis, omdat manlief en kind niet naar huis mochten. Daar eerst maar heen. Stel je voor dat de bevalling inzet en je kan niemand bereiken. In de avond, met die rafels van de dag in mijn hoofd, dacht ik aan de mensen die hun deuren hadden dichtgetrokken in de ochtend. Volkomen onwetend dat de dag daar, op die desastreuze plek,  voorgoed zou eindigen. Slaap nam alle kronkels mee en weefde er een kleed van, een droomkleed met zwarte randen.

Uncategorized

Onuitwisbaar

Met de onberekenbare buien gisteren, kwamen ook de wisselende luchten mee. In recordtempo viel er te genieten van een steeds weer veranderend decor. Ik had mijn zinnen gezet op de Lek. Heerlijk om zo dicht bij de vrijheid te wonen. Die weidsheid geeft dat gevoel altijd weer. Lucht, de meanderende rivier, de uitgestrektheid van het land en vogels in hun vliegende vaart, gakkende ganzen in V-formatie.

100_4603  100_4591

De wolken waren adembenemend schoon, met een helderheid in het strakke blauw, of de dieppaarse geheimzinnige duisternis met de regen eronder in een vuil geel. Alles kon omslaan per seconde. Ik stapte telkens weer uit en knipte en knipte en knipte of stond adembenemend in te drinken en vast te klinken wat zich daar voor mijn ogen voltrok.

De dijk lag er oogverblindend bij in dit licht, bij ’t Waal reed ik het hochie af om naar de hut te gaan. Het was tijd om de handen uit de mouwen te steken. Schoonzus onthaalde me met een heerlijk bakkie en wees me de materialen. Alles was voorhanden. Lekker muziekje op, snoetje voor en gaan. Er lag een brief bij met de aanwijzingen. Licht schuren, want de latten en de kozijnen zelf stonden al in de grondverf en daarna de hoogglans erop. Deftig mergelwit, dat straks met het monumentengroen nog meer cachet zal geven aan dat prachtige huis op wielen.

003-2.jpg

Euforie om de ruimte die de grote ramen geven, nu ik ze zie zonder het plastic dek. Mijn toekomstig tuinhuis staat binnen in de grote schuur en ik heb vrij spel. De omstandigheden zijn meer dan gunstig en het werkt heerlijk. Kacheltje er bij om de verf sneller te laten drogen, bouwlampen erop gericht, deur open voor de frisse lucht.  Een kind kan de was doen, maar meer nog als een kind zo blij, bedenk ik me gaandeweg het voltooien van de papieren opdracht. Schoonzoon van broer heeft er prachtige solide goten op gezet. Er zit nieuw bitumen op het dak en alles vordert gestaag om een droom bewaarheid te laten zijn. Het leven lacht weer. Halverwege komen broer en zwager aan. Direct wordt de kwast gepakt. Vele handen maken licht werk. Zwager reddert om ons heen, trapje hier en daar, lamp er bij, morsplastic op de grond. Achter mijn rug om veegt broer de druipers weg. Haha, die varifocus van mij werkt niet helemaal optimaal, blijkt.

Met een Wijntje voor Trijntje sluiten we de dag af. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ergens, diep van binnen, begint voorjaarszon te kriebelen, die aan de slag wil thuis. Kamers opknappen, schuren, alles blinkend omzetten in kleur, licht en ruimte. Dat is de kracht van iets moois onder je handen zien groeien.

100_4596

Als ik terug rij kies ik weer de dijk. Nog steeds is er iemand boven met lef aan het schilderen. Het palet is gevuld met de krachtigste combinaties. Het is ongelooflijk, welke prachtige taferelen steeds weer ontstaan, door wind, door regen, door hagel zelfs als de vuilgele lucht zich loodrecht met de aarde verbindt. Het is een adembenemend schouwspel. Er scheuren auto’s langs, er scheren wat aalscholvers over, het water weerspiegelt, trekt glad, kolkt op, al naar gelang de wind luwt of aantrekt en alles past in de sfeer, die opgeroepen wordt. Weer laad ik alles in mijn kleine zwarte vriend. Straks, thuis, zal ik nog eens genieten van wat ik hier nu achter laat. Maar de beelden staan bovenal in mijn geheugen gegrift, voor altijd, onuitwisbaar.

Uncategorized

Dat geeft ruimte en lucht

Badend in zonlicht werd de dag vanmorgen wakker en ik jubelde mee. Eindelijk letterlijk licht aan de horizon. Lucht aan de horizon. Een klein uur later blijkt dat de we op z’n maarts voor de gek gehouden zijn. De hemel trekt dicht in het grijzigste grijs en er komt niet alleen regen met bakken uit, maar zelfs hagel en natte sneeuw. Op het verkeerde been gezet en toch ook weer vermakelijk van natuur, dat ze in staat is om ons zó om de tuin te leiden. Ze wisselt met het grootste gemak van humeur en geeft ons het nakijken.

010

Met dergelijke dagen is het goed de zinnen te verzetten en uren te vullen met alles behalve deze grilligheid. Vrijdag was dat met de kleur aan mijn bestaan buiten het schrijven om. Ik ging naar het kleine atelier met haar hoge ramen en plafonds en daar werden de kneepjes van de vele tinten in een object toegediend. Een glas dat doorschijnend Anna groen leek, bleek uit meer schakeringen te bestaan tot  ultramarijn toe. In het begin tuurde ik, ten einde de diverse tinten te ontdekken, maar pas toen me werd verteld bepaalde afwijkende kleuren te pakken, zag ik ze en het effect op de diepgang in het object. Het werkt, dacht ik verheugd. Zuster Adolpha eind jaren zestig in gedachten, die me maande op te schuiven en met het grootste geduld voordeed wat ze bedoelde. Mijn hele leven lang ben ik afhankelijk geweest van deze aanschuivers, waarbij ik opschoof, realiseer ik me nu.

001

Om het paneeltje te vervolmaken moest het groene balletje een limoen worden. Er gaat niets boven een boek, een theekopje, een antieke suikerpot, die al mijn leven lang in bezit is en een limoen voor de broodnodige smaak aan thee. Met één limoen spoedde ik me bij de grootgrutter de winkel door naar de kassa. De vrouw die het bedrag van 17 cent aansloeg, krulde haar mondhoeken en zei: ‘Je zal er maar om verlegen zitten’. Ineens viel het plaatje op haar plek. Hoe bijzonder het moet zijn als iemand om een enkele kleine bescheiden limoen komt, waar schappen tot aan de nok gevuld zijn met een uitbundige hoeveelheid aan keuzes. Zeventien cent en nog moest ik pinnen. Buiten schoof er een zonnetje voor mijn ogen.

Soms begrijp ik de meester niet. Hij praat af en toe wat cryptisch in zijn jargon en het zegt meer over hem dan over mij. Hij gaat zo op in wat een zekerheid is voor hem, dat ik met hinkstap-sprongen en huppelpassen moet denken om hem bij te kunnen houden. Pikkeltjes in een limoen, ik kan je verzekeren, het is moeilijker dan je denkt, vooral met de juiste lichtval erop. Maar ken je het kunstje, dan is er geen kunst meer aan. Weer wat geleerd. Met tadami mangoest borstel ik de stipjes tot leven.

005.JPG

Nu prikt de zon opnieuw door het grauwe grijs en tovert tinten te voorschijn die het licht en de lucht voorzien van schakeringen, waarvan het vermoeden er niet was. De veel-tinten kieren door het streepje licht voor mijn ogen. Er zijn grijzen en blauwen, witten en oker en samen vormen ze een onberekenbare lucht met de zwarte kauwen in hun vlucht ervoor. Die krassen en vertellen dat de lente aan komt kruien. Nog heel even wachten. Natuur glimlacht. Het kwartje valt. Wie de ogen toeknijpt, ziet extra kleur aan het bestaan. Dat geeft ruimte en lucht.

Uncategorized

Er zijn grenzen

Iemand heeft een woord in mijn hoofd gebracht en nu heeft zich het vastgezet en komt op de meest ondenkbare momenten omhoog. Vooral bij tijden van lager bewustzijn, als er iets gevoeld wordt in de krochten van het lijf, dat zo dikwijls en bij het ouder worden steeds vaker een eigen leven leidt.

Ik ga de strijd ermee aan en pareer het met nuchtere overwegingen. Haal verklaringen van stal voor wat ik meen te voelen, daar in dat vermoeide lichaam. Tegelijkertijd denk ik, zo werkt het dus als er een diagnose gesteld wordt. Ze onderzoeken je. Er komt een etiket op en daar begint het volledig een eigen leven te leiden. Alles in het teken van de bijbehorende symptomen en de eigenschappen van de aandoening. We denken ons misschien wel voor een groot gedeelte ziek. Daar komt dan onmiddellijk bij kijken dat je er waarschijnlijk niet omheen kan. Dat je het wel moet verklaren vanuit dat ene ziektebeeld. Pijn is nauwelijks te negeren, als het overheersend aanwezig is.

Gedurende een tijdje heb ik last van de muizen van mijn duimen. Ze zeuren, ze schuren en ze hameren op aandacht. De huisarts vertelt me dat het slijtage is. Helaas pindakaas, er is niets aan te doen. Dat gaat nu eenmaal zo met die oude botten en gewrichten. Het droogt een beetje uit, het scheert langs elkaar heen, het kalft een beetje af en het gevolg is slijtage. Ik negeer het, althans dat probeer ik. Ik ben inmiddels een grootmeester in het negeren van de bijverschijnselen dacht ik. Dat ene woord dan…Tja, dat was niet handig, die had zich niet zo in moeten graven, want daar kan je heel het leven aan ophangen.

022

In mijn hart voelt het als gemiep. Kijk om je heen. De verzuchtingen van mensen met waarachtige problemen, die hun wanhoop en hun ellende van zich af twitteren en er voor zorgen dat de lichtheid van het bestaan zich aan mijn kant schaart. Ik zoek de troostende woorden en kom niet verder dan het lege omhulsel, de zin, een wens, de gedachte. Van daadwerkelijke verlichting voor hen en het lot is geen sprake.

De longen deden het van de week niet best. Ze hadden het eigenzinnige plan om de helft van het weinige dat werkt, nog meer het zwijgen op te leggen. Het weer wreef in haar vochtige handen en bij mij liepen de tranen over de wangen en kroop het listige nat stiekem naar binnen. Hoesten en proesten bij elke bezigheid, elke inspanning vergde een krachtmeting met de natuur, waarbij ik niet zelden het onderspit moest delven. De trap een brug te ver, de brug een berg te hoog, de berg, te hoog gegrepen. Beide voeten op de grond en doen wat tot de mogelijkheden behoort, sprak ik mezelf toe.

100_4101

Doorgaans werkt dat om enige nuchterheid in te bouwen. Maar dat woord. Als alles wat niet lukt niet allemaal aan die longen op te hangen is, wordt het zorgwekkender of in ieder geval, stel ik het me fatalistischer voor. Ik moet terug naar de basis, het uitgangspunt van de beweegreden bij uitstek. Longaandoening, zorgt voor ellende, puft me een weg over de begane grond en daardoor grijp ik niet naar luchtkastelen.

Vaar je eigen koers is de wijze les. Laat geen veronderstellingen meer binnen. Kies voor de grootste zekerheid in dit onzekere bestaan, kies voor de begaanbare wegen. Dat woord, hoor ik jullie vragen, welk woord is dat dan. Ja zeg. Dat verklap ik niet. Straks zitten jullie met de gebakken peren. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Er zijn grenzen.

Uncategorized

Wie wat bewaart, die heeft wat

Gisteren kwam zuslief langs. Ze moest tijdens een uitvoering van het zanggezelschap een Russische spelen die op vakantie was in Egypte in de rol van een kunstenares. De dresscode was artistiek en zonnig. Ik had de dag ervoor al het een en ander bij elkaar gesprokkeld, tot pruik en India slippers aan toe. Twee tassen vol en nog wat spul op hangertjes. Rieten rolgordijnen naar beneden en de verkleedpartij kon beginnen.

Heerlijk om uitbundig te mogen zijn met kleur en stof en in alle rust te kunnen combineren. Ze paste en mat en we keurden en uiteindelijk hadden we na twee uur  wikken en wegen drie goeie setjes samengesteld. Een paarse, een turquoise en een rood/oranje combi. Er was een pruik met zwart en blauw haar en een Rastapruik, met lange minieme vlechtjes tot op het middel. Een geslaagde poging. De rest kon weer op de trap, om straks mee naar boven te gaan. Daar zaten wikkelrokken en jurken bij uit de jaren zeventig. Bij daglicht zag ik dat ze toch wat verkleurd waren en wat sleets aandeden. Normaliter lagen ze als nostalgische herinneringen in mijn kledingkast op de onderste plank. Vijftig jaar aan herinnering. Ik blijf een sentimentele en tegenwoordig oude dwaas.

022

Het was een flashback naar vroegere tijden, waarbij er drie grote koffers op zolder stonden met mijn oude Oma-jurken uit de jaren dertig, bloesjes van mijn moeder, trijp en fluweel naast bloemetjeskatoen en een jas van mijn oma. India-voiles van lange lappen sari, die ik tweedehands gevonden had, met prachtige geborduurde randen ingeweven aan het einde, zonnige vijftige jaren jurken met uitbundige rozen en petticoats, mijn oude hippiejurken, explosie van kleur. Alle vier de kinderen haalden hele verhalen uit de koffer. Ze combineerden naar hartenlust en verkleedpartijen waren aan de orde van de dag. Er waren verjaardagspartijen waarbij de grote koffers centraal stonden, totdat we op een dag een invasie veldmuis kregen met hun ambitie om huismuis te worden en ze net zo verzot op de variëteit aan stoffen bleken te zijn. Ze hadden een nest gemaakt met duizenden stukjes verscheurde schoonheid, papier, stuk geknaagde houtsnippers, en vooral veel indringend muizenstruif. Geen houden meer aan . De verzameling moest op de schop.

scannen0014

Maar een aantal stukken, die gewoon in de kast lagen, zijn gevrijwaard gebleven van de dansende muizen. Daar trekt zus nu profijt van. ‘Heb je een verkleedkist’, vroeg ze. ‘Nee zus, deze kledingstukken zijn gewoon van mij’. Haha. Een Hollandse met varianten op de doorsnee alledaagse werkelijkheid. Een beetje creativiteit, een combineren van ongewone zaken, een snufje eigenzinnigheid en dan komt het allemaal te pas.

Alleen de pruiken, die verhalen van een glorieus verkleedverleden, met gevoel voor drama en tragiek. Lange tijd verzamelde ik de bij elkaar gesprokkelde kleding, die we droegen als vriendin en ik ons staaltje straattheater deden. Bep en To, de dames van de retirade of Hummie van de Tonnekreek, in variatie op een thema. Leven is leuk als je de grenzen opschuift en de humor toevoegt. In verkleedkleren kan je buiten jezelf treden. Daar is geen mystiek voor nodig. Geef me een podium en er siddert een ander door me heen.

008

In de albums met vergeelde foto’s van nog langer geleden schittert mijn vader in een rol die ik nog nooit van hem bij leven gezien heb. Oude krantenknipsels vertellen van wervelend spel. Zijn gevoel voor drama kwam steevast boven drijven als het borreltje achter de kiezen was en naarmate de avond vorderde bij feesten en verjaarspartijen. Dan werden Sam en Moos uit de kast gehaald of andere verhalen van Max Tailleur. Mijn vader als komiek. Iets wat in zijn rol als patriarch wat vaker belicht had mogen worden.

Zuslief en ik zitten op de bank met een voldaan gevoel. De Russische staat als een huis. Met een fotoshoot die goed gelukt was en mét de vele herinneringen, die uit de plooien van de stof naar boven borrelden.  Wie wat bewaart, die heeft wat.

 

Uncategorized

Zeepbel van de onschuld

Vannacht was ik op een wonderlijk feest. Ineens bleken alle feestgangers broer en zus te zijn. Er werd veel gekletst, wonderlijk omgegaan met hapjes en drankjes en de voorgevel van het huis was er niet. Je kon op alle verdiepingen kijken, als in een poppenhuis. Het gevaar van een verdieping af te vallen was derhalve een denkbare. Uitkijken geblazen. Waarom poefen die dromen met gerede snelheid als een ballon uit elkaar. Weg droom, de wonderlijke beleving bleef achter.

Gisteren was Hans Boland bij De Wereld Draait Door, die een nieuwe vertaling van Dostojevski’s Misdaad en Straf maakte. De man mocht lang en breed aan het woord en eigenlijk spoorde Matthijs ons aan om hem te zien als een eigenzinnige man met een compleet eigen koers.

007-2.jpg

De vertaling, zo legde Boland uit, moest kloppend zijn en aanspreken. Vol vuur en elan deed hij uit de doeken, waarom hij het boek begonnen was met deze openingszin. Het moet je direct het verhaal inleiden en je meenemen in vervoering. Daar kwamen zijn woorden op  neer en ik kon het alleen maar beamen. Een goed boek pakt je en laat je niet meer los. Dan wil je doorlezen ongeacht welke bezigheden op de agenda staan. Het zijn weinig auteurs gegeven. Woordkeuze doet veel voor zo’n prachtig oud verhaal. Dostojevski stond op mijn lijst als schimmig en zwaar. Ik worstelde er wel doorheen, maar was als puber eigenlijk nog niet toe aan dergelijke zware kost. Het was destijds een brug te ver.

Ik zie DWDD in de herhaling na twaalven omdat ik eerst het onbegrijpelijke verhaal en de gruwelen hoor van de documentaire: Leaving Neverland. Mijn zeepbel van het sprookje spat uit elkaar. Zeven jaar oud was het tweede jongetje, je verzint het niet, denk ik dan. Stel je dat jongetje eens voor met het gezicht van je eigen kleine, die trots in de ochtend naar groep drie of vier loopt. De kwetsbaarheid wordt schrijnend beeldend en duidelijk. Het is geen goede kost voor het slapen gaan

Er komt een boodschap langs om het verleden in te duiken, foto’s zoeken van mijn kleinzoon. Ik glij jaren terug en zie mijn leven aan me voorbij trekken, lachende gezichten, kinderen van klein naar groot, kleinkinderen, trotse oma, ouders en voel me rijk. De veilige geborgen omgeving, de warmte en liefde, onbezoldigd, maar met heel veel oprechte liefde terugbetaald.

Hoe anders dan dat stukgeslagen huwelijk van de ouders van de jongen uit Australië. Op de klippen gelopen door het verlangen van een eenzame en arme gevoelsbeleving van die popster, kwetsbaar en aan de goden overgeleverd. De wereld was een groot koopparadijs. Liefde afkopen met aandacht en mooie spulletjes, kinderlijke spellen en als de kiem gelegd is, daarna de onschuld voorbij. Zijn eigen kwetsbaarheid wordt vertaald in een herhaling van de geschiedenis, maar nu als de machthebber, hoog boven alles uit. Mijn hart bloedt. Om alle kinderen die nooit meer de scheidslijn kunnen maken tussen de schoonheid van waarachtige liefde en die van macht en bezit. De vervuilde verflaag is niet meer weg te krabben.

Dostowjewski in een nieuwe jas en Jackson door het slijk in één adem. Geen wonder dat er wonderlijke dromen kwamen met gevaar voor vallen en de wereldvreemde figuren. Voor de kinderen werd droom en werkelijkheid verweven tot een Dostojevski-achtige nachtmerrie en na een paar jaar spatte ze uiteen, zeepbel van de onschuld.

Uncategorized

Pas op de plaats, rust

Tijdje geleden dat ik zo’n wattenhoofd heb gehad. Ik heb het dekbed geschud en ben weer heel snel terug gekropen. Zin zakt in in de tenen met zo’n verdoofde geest. Natuurlijk weet ik wel waar het aan ligt. Teveel hooi op de vork genomen, niet goed geluisterd naar eerdere signalen en omwille van mijn stappenplan alle voornemens gewist. Het stappenplan is een bandje om de pols, dat aangeeft hoeveel ik er per dag zet. De fysio heeft het me gegeven en ik hou hem om tot morgen, maar ik merk dat ik er niet voor in de wieg gelegd ben. Ik word er zelfs een beetje zenuwachtig van. Ik raadpleeg hem vaker dan de Iphone en dat wil wat zeggen.

004.JPG

Gisteren was er een opvoering van het Meermeisje in de Kom, een jeugdopera door Hollandopera. Met mijn stappen in mijn hoofd besloot ik met banner en al naar de Kom te lopen. Wind is niet langer mijn beste vriend. Waar ik vroeger niets liever deed dan uitwaaien, moest ik nu constateren dat het lopen meer op leunen leek en dat ze me letterlijk de adem benam. Geen sinecure. Ik speelde gastvrouw en glimlachte lief. Het is fijn om met de kinderen te zijn. Ze kijken een beetje tegen je op, vragen of je ook optreedt en naderhand kreeg ik van menigeen een hand of een high five en bedankten ze me voor de voorstelling. Met die schuddende handen voelde ik me een beetje juf Ank. Het zit er goed in. Bij binnenkomst groet je elkaar. Zo heeft de kanjertraining en de Vreedzame school en al die andere verantwoorde aanpak op scholen vrucht afgegeven. Natuurlijk zitten er schelmen tussen. ‘Houdt u van komkommer…’voor de zekerheid schud ik van nee en wacht het antwoord niet af, maar zie nog wel de schalkse lach en de bravoure in zijn ogen. De lachers op zijn hand.

Bij de eerste voorstelling herbergt de zaal 300 kinderen en hun begeleiding, de tweede keer 200. Bij aanvang kakelt het er lustig op los, maar zodra de eerste meerminnen achter het doek zichtbaar worden en de lichten langzaam doven wordt het muisstil. Dan volgt er een echte opera met pittige dramatische stukken en lichtvoetige Beachpop uit de jaren zestig, die komisch wordt, omdat ze zo deftig en goed gearticuleerd wordt gezongen. De heks en haar volgers zorgden voor de nodige spanning met hun prachtige kostuums, grote vissenhoofden. Elk meisje kon zich vereenzelvigen met het prachtige Meermeisje en iedere jongen met de de in zwart surfpak gestoken prins. Nog nooit een prins zo alledaags langs zien komen.

Na afloop ratelt het verder en vinden ze het mooi en prachtig en anders en toch wel goed. ‘Ik zeg niet dat ik het zou kiezen’, zegt een van de jongens, ‘maar leuk vond ik het wel’. De grote zaal doet er ook toe. Een groot podium, de belichting, de schitterende kostuums, die glitteren en schitteren, het imponerende spel van het Ragazze Quartet met hun  violen en de cello  en het verhaal, geïnspireerd op dat eeuwenoude sprookje van de kleine Zeemeermin. Je waant je in je uppie tussen al het volk als een Alice in wonderland. Kunst op een presenteerblad, voedsel voor de geest.

017

Na de tweede voorstelling rol ik de Banner op. Poppetje gezien, kastje dicht. Ik torn tegen de wind in naar huis. ’s Avonds verder aan mijn Kimonomeisje. en na een vruchtbare avond uitgeput op de bank.

018

Elfduizendstappendag. Te veel en te grensverleggend. Vandaag de prijs. Scheurende longen en voelbare spieren. Pas op de plaats, rust.

Uncategorized

Werk aan de winkel

Zwager stuurt een foto door van een glad gepolijste kachel, plek voor de houtblokken, modern, gelikt.

004

Twee jaar geleden. Het is koud. De tuin ligt er een beetje troosteloos bij, met haar kale takken, haar verpieterde struiken, staketsels van vergane glorie. In het kleine huis is het behaaglijk warm. Doek op de schildersezel, zicht op de haag buiten en daarmee op de kleine winterkoning, aan de zijkant hipt een roodborstje al scharrelend rond. De kachel snort. Haar kleine buik licht roodgloeiend op. Het is het mooiste kacheltje van de wereld. Vind ik. Buiten is het guur, koud en nat. Binnen is het behaaglijk en inspirerend warm.

Hoe was dat toch met de kachel. Ik zag haar staan bij vrienden op het erf. Een klein boerenkacheltje. De tijd had zich ingevreten, maar het was nog in redelijke staat en ik mocht haar zo maar mee nemen. Echt waar? Zeker. De meest dierbare dingen in mijn leven zijn dit soort gouden vondsten, toevalligheden die meer zijn dan dat. Alles wat op je pad komt, is voorbestemd, hoor ik mensen zeggen. Wie ben ik om aan die woorden te twijfelen als ik er zo gelukkig mee ben.

huis leeg halen

De reden dat ik totaal verknocht raakte aan de kleine. Broer had met zijn gouden handen eerst de wanden brandveilig gemaakt en haar daarna glanzend opgewreven met kachelzwart, een make-over van formaat. Daar stond ze in de hoek en was een bescheiden pronkstuk van het atelier en niets maakte me gelukkiger dan het oplaaien van het vuur, de rood/oranje gloed, de vlammen die likkebaarden om de takken heen. Dat kleine kacheltje is overeind gebleven na de neergang van het verzonken huis. Ooit was het een slagschip maar de woelmuizen hadden hun werk goed gedaan en de veengrond was er zompig op ingegaan. Langzaam maar zeker zakte ik door de bodem en moest ze plat.

002

In de schuur achter het huis van zwager staat de nieuwe. Er wordt druk aan gewerkt, Likje verf hier en daar, nieuwe ramen erin, kachelpijp, nieuw dak en straks aan die kachelpijp mijn oude vertrouwde kleine hartverwarmer. Voor sommige voorwerpen bestaat een inruil niet. Met geen mogelijkheid zou ik haar het plezier ontnemen om weer als vanouds te snorren in dat nieuwe atelier, de kar op wielen. Een nieuw onderkomen op mijn postzegel tuin, daar in dat land van ooit, dat straks opnieuw mijn inspiratiebron bij uitstek zal zijn en waar de dorre takken, het oude hout, weer uit zullen lopen in een oase van groen en bloemen.

001

Zo werkt dat en geen moderne strakke uitvoering kan daar tegenop, nostalgie, sentiment, noem het maar. Ze vertegenwoordigt het allemaal. De hele winter lang ben ik al aan het mijmeren. Als ik mijn ogen sluit is alles in kannen en kruiken.We hebben de hut door het veen getrokken en ze staat veilig op haar plek. De omlijsting, de nog niet omgekapte wilgenrij, zal weer dicht gegroeid zijn met het nieuwe opgeschoten groen en in de haag zit de winterkoning en de koolmees, op de grond hipt de roodborst, tegen de stam loopt de boomklever. De woelmuizen kunnen rustig hun gang gaan want de kar staat op wielen. De kachel snort en krult haar takken roodgloeiend.

Geduld heeft een lange adem, maar het is nu bijna op. Het wordt lente, de takken botten uit, het dode hout moet opgeruimd. Handen uit de mouwen.Werk aan de winkel.

 

Uncategorized

Zoet rusten

Terwijl de dag zich in een somber stilzwijgende grauwheid hulde, ging de klimaatmars in het natte Amsterdam van start. Op hetzelfde ogenblik, in Utrecht, startte ik bij de Bartholomeusbrug, liep richting het geertebolwerk en zo het klokje rond. Niets vertelde dat ik een klimaatmars liep, maar ik bleef stil staan bij de oude boombasten, het roerige water, de bloesems van de rode en witte prunus, de oude boomwortel, de grote en de kleine woudreus. Al het schoons kwam binnen en hield een eigen mantra voor het behoud van kind en toekomst.

022Grote en kleine woudreus

Utrecht vanuit een ander perspectief, van buiten naar binnen openbaart vaak meer dan verwacht. Het Geerte Bolwerk, de Sterrenwacht met zijn bol weerspiegelend aan de overkant in een huis aan de Singel,  het Lepelenburg, het Wolvenplein, het Paardenveld waar de voetsporen van mijn vader liggen als brigadier wachtcommandant. Hoe vaak is hij de poort niet doorgegaan. Ik sta er even stil.

070.JPGSingel vol zand

Bij Hoog Catharijne komen twee wandelaars bijna klem te zitten tussen de draaideur en het euvel blijkt niet snel verholpen, dan maar liever buitenom langs de bouwput. Zand, opgebroken weg en graafmachines, waar straks het laatste stukje singel in ere wordt hersteld. Wat een rust zal dat geven in die mooie oude stad, die nog goed te belopen is. In gedachten reis ik af naar New York, waar ik van de ene kant van de Hudson naar de andere gelopen ben. Dat kostte aanmerkelijk meer versleten voetzolen. De meerwaarde van alleen wandelen is dat alles aan je oog voorbij trekt, maar ook gezien wordt.

014De haren van een treurwilg

Twee uur duurde mijn mars en daarna ging de tocht naar het Springhaver. Net op tijd want de regen kwam met bakken naar beneden. Spoelde ze de aarde schoon of huilde ze uit onmacht. In het café was ik de enige ‘allenigste’, iedereen was met iemand. Het glas wijn smaakte er niet minder om en ik was in afwachting van wat komen ging. The Green Book, een film over Don Shirley en zijn optreden als pianist met zijn combo door het discriminerende Zuiden van Amerika. In mijn hoofd had zich een cultfilm gevormd en toen de film begon na de aftiteling begreep ik al snel dat dát niet de juiste gedachte was. Had even de Oscar over het hoofd gezien.

 

Juist door de overdosis aan cliché ’s werd de toon grappig, maar de ondertoon loog er niet om. Wat een schrijnende geschiedenis heeft de mensheid zich aangemeten, als rassenhaat gemeengoed is geworden. Waarbij men wel de vruchten wil plukken, terwijl er tegelijkertijd veracht wordt om kleur of geaardheid en dat in elke vorm. Dat men iedereen afmeet en indeelt in soorten, anders dan wat we uiteindelijk allemaal zijn. Mens van vlees en bloed en werkend met hart, hoofd en handen. De verwarring was groot. Juist door het zwaar aangedikte mierzoete einde, wat tegelijkertijd toch ook weer een traan los wrong. Juist omdat het allemaal om de liefde draait. Hebt elkander lief. Dat is het enige dat telt.

Het is heel bijzonder om uit de film te komen en nog een vleug daglicht te aanschouwen. De middag is een uitgelezen moment. De avond ligt nog voor me. Er kan uitgebreid gemijmerd worden over de beelden die, zo weet ik, de hele avond langs zullen blijven trekken. Flarden, die er toe doen, fragmenten waar een diepere betekenis onder ligt, of gewoon, de kracht van een beeld, het spel van de twee hoofdrolspelers, beide zeer overtuigend in hun rol.

Als ik eindelijk thuis ben en op de bank plof, voelt het als voldaan en welverdiend. Zowel voor de voeten als voor de geest is het na gedane arbeid meer dan zoet rusten..

Uncategorized

De dag kan niet meer stuk

‘Stormy weather’….neuried Ella Fitzgerald in het kleine compartiment met mijn stem, terwijl de Blauwe zich dapper staande houdt als hij, door de windvlagen heen,  over ’s lands wegen zoeft. De bestemming is Almere en alle windvangers zijn gebundeld in het enorme verbazingwekkende grote windmolenpark. Het kleine plastic molentje op mijn kinderfiets van lang geleden had deze windkracht niet gered, maar deze windreuzen staan stevig te staan en trotseren, te recht van lijf en leden, de enorme natuurkrachten.

004.JPG

De tomtom wijst me vaag de weg. Zo vaag, dat ik ineens voor de kringloop sta, waar de hele Rataplan te koop is, wordt beloofd, als ik afga op het bord dat boven haar uittorent. Zelfs die constructie staat een beetje te zwaaien. De winkel is enorm. Als altijd bij binnenkomst, word ik overweldigd door de overvloed aan spullen die een mens verzamelen kan. Stellages vol glazen, bekers, pannen, prullaria in alle soorten en maten, de gekste dingen kom je tegen. Het duizelt me zoals de wind deed, die me daarstraks om de oren sloeg. Een hausse aan spullen. Zelfs semi-antieke poppenwagens voor een habbekrats, kachels, lampen en vloerkleden in overvloed.

013-1.jpg

Ze schreeuwen me allemaal smekend toe. ‘Laat ons hier niet verstoffen, gebruik ons’. Ik vlucht eerst naar de betrekkelijke rust in het kledingrek, maar al gauw beter naar de boeken, afdeling kunst. Een boek met werk van Will: Berg. De stilistische puntjes tussen voor en achternaam duiden zijn eigenzinnigheid. Het is een bonte verzameling van tekeningen, verschillende periodes en een verhaal van zijn eigen leven. Ondergedoken in de oorlog en alles wat daaruit voort vloeide. Boeiend om te lezen en daarna weer door te geven. Daar zijn boeken voor.

Ik dwaal met een vinger over de vele ruggen, liefkozend en vorsend. Daar staan ze allemaal, ooit in veredelde boekenkasten, op stapels naast een bed, in wandkasten in de huiskamers en nu rijen lang onder kopjes als romans, literatuur, geschiedenis, geloof of hobby met een handvol mensen ertussen, die met geknakt hoofd de titels lezen. Naast me een redelijk jonge man die ook bij de afdeling Kunstboeken snort. Een vrouw komt naast hem staan. ‘Wat doe jij nou hier? Normaal lees jij nooit een boek. Wat zoek je dan’. Er volgt een gebrom en direct een wedervraag of de vrouw al wat gevonden heeft. Ze heeft een aantal kleding stukken over de arm. Hij kijkt nog even een rij langs en al kibbelend vertrekken ze.

Ik bedenk of ik de koffiehoek in wil, maar besluit door te lopen en dan zie ik een boek dat de aandacht trekt. Het ziet er oud uit, maar het is een nieuwe druk. Het ziet er aan de buitenkant prachtig uit. Als ik het in mijn handen neem, weet ik dat ik een juweeltje heb ontdekt.

006

Het is het boek van Shaun Tan, uitgegeven bij Querido en het heet ‘De Aankomst’. Als ik het doorblader raak ik in vervoering. Het hele boek staat vol met gedetailleerde tekeningen. De tekeningen zijn met de hand gemaakt en digitaal ingekleurd. De tekenaar liet zich inspireren door zijn vader die emigreerde vanuit Maleisië naar Amerika. Ik aarzel geen moment. Dit boek mag mee naar huis.

012.jpg

Het is Shaun’s eerbetoon aan de moed en het doorzettingsvermogen van alle migranten, vluchtelingen en ontheemden. Een zo’n onverwachte vondst blijkt een ontdekking van onschatbare waarde en het trotseren van de aanwakkerende wind meer dan waard.

007-1.jpg

Met de luchtballon mee vlieg ik door de geschiedenis en gevoed door de kracht van zijn tekeningen. De dag kan niet meer stuk.

014

Verklaring van Shaun, achter in het boek.

 

Uncategorized

Tussen de regels lezen

Zo’n dag dat je denkt, ik moet er wat mee. Veel zon en blauwe lucht, maar vooral ook indrukwekkende wolkenpartijen afgewisseld met prachtige grijsschakeringen en regen. Echt een moment om naar Den Bosch te gaan. Dat kan nooit zonder Zoete Lieve Gerritje van stal te halen. Du moment ik die richting op zoef in de kleine Blauwe Prins is Gerritje ook van de partij. Hij dartelt door mijn hoofd en laat me zijn highlights zien. De akkers en velden, de stompe spits van Zaltbommel, waar de dichter Nijhoff aanschuift, om zijn brug te tonen en door naar de Bossche Bollen. Op mijn goedkope parkeeradres net buiten de stadsgracht laat ik De Blauwe achter en wandel naar het uitzicht met haar adembenemende schouwspel boven het vrije veld, het buitengebied van de stad..

100_4459

Stilzwijgend wachten ze me op aan de overkant van de Ringweg, de Bosschenaren met hun paraplu’s, de wachtende mensen bij de abri, een beeldengroep van A.L. (Sander) Dorenbosch. Ze staan er in weer en wind en het voelt als een warm onthaal. Kom maar binnen.

100_4464

Den Bosch is mooi en overzichtelijk nu ik deze ingang ken. Jan Sluyters is het doel. In het NoordBrabants museum is het drukker dan verwacht, maar het zijn nog niet de aantallen van het van Gogh of het stedelijk, gelukkig niet. Dan ben ik geneigd om door te lopen. Bovendien stort men zich op Sluyters en Jheronimusch Bosch. ‘Iedereen’ is overwegend grijs en tanend, niet zo uitgerekt, als de beelden van Giacometti, maar minstens even dun.

031.JPG

Ik zwaai een deel van de ruimte binnen waar moderne en hedendaagse kunst beloofd wordt en val onmiddellijk voor de intense beelden van Caren van Herwaarden. Kleine aandoenlijke figuren in lakenstroken verpakt en met touw omwonden worden gedragen door papieren handen, de uitgeknipte figuren ertussen doen me denken aan de film met de papieren pop van Zweedse of Deense makelij, lang geleden op de televisie in een jeugdfilm, maar nu indringend en bepalend, schrijnend en schreeuwend zonder geluid. Een wirwar van papieren handen.

Ook prachtig zijn de grote mensfiguren in aquarel, herkenbare vormen, ze hebben geen woorden nodig om binnen te komen, ze gaan recht op hun doel, mijn hart, af. Er is een groot doek met een assemblage en tekeningen die het verhaal vertellen van oerdriften en emoties, die ons leiden en vorm geven aan het bestaan.

094

Het intrigeert me bovenmate en ik ben blij, dat ik haar heb ontdekt. Er zweeft een lakenpaard in de ruimte met zijn berijder onorthodox onder hem. Alles is te gebruiken om je innerlijk te keren, denk ik. Ze werkt met passie en ik voel haar tot diep in de vezels. ‘Larger then life’ heet haar houten beeld aan de muur en het is van toepassing op al haar werk. Ze kijkt verder dan alles wat uiterlijk is en je voelt haar queeste het innerlijk te omvatten, te vormen, te aarden in al haar vezels.

077 Paard en man

Ik dwaal verder en duik bij Sluyters naar links ten einde de stroom die de audio volgt te ontlopen. Ik scan en pluis er een paar doeken uit, de geraniums bijvoorbeeld, maar ook het delfts blauw dat er naast hangt. Gestel, Braques en van Dongen zijn belangrijke companen en goed vertegenwoordigd in de periode van zijn wilde jaren in Parijs.   De gedrevenheid spreekt overtuigend uit de enorme hoeveelheid doeken die hij gemaakt heeft. Ik laat me van mijn sokken blazen door zijn Sunrise uit 1910 en zijn Moonlight artwork, maar het vergt inventiviteit om de samenklonterende groep te ontwijken die er net een lezing over krijgt.

195 Sunrise 1910: Detail

190Moonlight Artwork

Met zijn Parijse periode sluit ik af, een stortvloed aan kleur en beweging. Onderweg speur ik naar mijn eigen innerlijk, vang de St jan in wijwater en een eenzame winterjas, klaar voor deze of gene die het hard nodig heeft, verwarmt mij alleen al bij het zien ervan.

224.jpg

Het was een vruchtbare dag met de ultieme werken van Caren als extra bonus. Dat is waar het om draait. Tussen de regels lezen levert zoveel meer op.

 

 

 

 

Uncategorized

De wondere schoonheid der natuur

Dat onze onschuldig ogende druppels levertraan op een lepel zoveel leed hebben bewerkstelligd.

Herinnering: Schoon geboend, haren kammen, ponnen aan en met de knieën opgetrokken, de kleine voetjes weggemoffeld onder het flanel, nog even het klokje van zeven uur. Daarna riep mijn moeder ons voor de levertraan. De kleinsten moesten er allemaal aan geloven. Eerst de hand van mijn moeder met het flesje en de lepel erin. Ze draaide de fles los, dan het koude staal, de goudgele druppels, zes als ik me niet vergis, de opdracht: ‘Mond wijd open’. Haar mond sperde zich ook wagenwijd.

Met kloppende hart, in de wetenschap wat er komen ging,  voerde je de opdrachten uit. Daar werd vaardig de lepel naar binnen geschoven, recht naar binnen en dan langs de lippen weer terug omhoog. Schone lepel voor de volgend. Het vertrokken gezicht en de rilling tot onder langs je ruggengraat, het haastige geslik volgde steevast. Soms te haastig, dan stikte je bijna. Als het kon de neus dicht geknepen. Kinderlogica: Het heette levertraan omdat het je tranen liet. Levertraan, de heilbrenger van het gezin, de wonderdokter in een flesje, levenselixer in druppelvorm.

De hele kinderschare achter elkaar kwam langs en steeds weer dezelfde handeling. Vervolgens appel eten en dan naar bed of tanden poetsen, maar de eerste gold ook als schoon en afdoende. Wisten zij veel. We schrijven 1956.

019 Koningspinguïns

Gisteren zag ik de uitzending van Floortje Dessing van haar programma ‘Floortje naar het einde van de wereld’.  Daarvoor nog eerst de kritische vraagstelling van Matthijs van Nieuwkerk bij DWDD voor deze ferme milieuhoedster naar het feit van het vliegen om op de plaats van bestemming te komen. De aarzeling. Een boodschap uit willen dragen maar zonder vliegtuig de onbereikbaarheid van het doel weten. ‘Het doel heiligt de middelen’, wist men vroeger al. Kennis verspreiden aan deze wetenschap om niet langer consumptief zo onwetend te blijven als onze ouders en wij met hen. Er was een hele populatie aan walvissen uitgeroeid om onze gouden druppels.

023.jpg Beelden uit de aflevering

De plaats van bestemming was het laatste minieme plekje van de bewoonde wereld. South Georgia. Een maand lang reizen om zeven uur op dit wonderschone eiland met haar gruwelijke verleden te mogen vertoeven. De Britse Sara verblijft er al 25 jaar. Als ze de geschiedenis beschrijft doen de verhalen de haren ten berge rijzen. Die vangsten, de slachtpartijen en dat alles voor die paar druppels smerige levertraan van vroeger. Een  druppel, die de emmer der verwoesting deed overlopen. Samen wandelen ze door de oude walvisfabrieken, oude schuren, verroest aangezicht. Daar ontleedde en kookte men 25 tot 30 walvissen per dag, dag in dag uit, jaar in , jaar uit, decennia lang, 175.200 walvissen. Omgezet in 900 miljoen vaten olie. Rokende schoorsteenpijpen en een overweldigende stank.

025

Het eenvoudige onschuldig ogende Lutherse kerkgebouw oogt onschuldig tussen de overgebleven verroeste getuigen van de stil gevallen fabriek. Om de nederzetting heen is die overweldigende natuur met de prachtige koningspinguïns en de zeeolifanten, die zich koesteren in het zonnetje. Het aandoenlijke verhaal van Sara, die er al 25 jaar woont en werkt en met haar museum de geschiedenis doorgeeft aan iedere expeditieganger of toerist. Als iedereen vertrokken is, blijft er de stilte, de maagdelijke witte bergen, de wind, de koude, de volmaakte eenwording met dat wat bijna ten gronde was gericht als er in 1960 geen einde was gekomen aan de walvisvaart hier.

024

Een druppeltje goudgele levertraan is een verspilling van formaat geworden en wij zijn ons daar nu gelukkig ten volle van bewust door instanties als Green Peace en met mensen als Floortje Dessing. Het doel heiligt zeker de middelen als de schellen van onze ogen vallen door zo’n prachtig verhaal van een dappere vrouw en de strijd om te behouden wat er nog is. De wondere schoonheid der natuur.

Uncategorized

Zo’n zonnige gedachte

Half vier ’s nachts en nog steeds maken de hersenspinsels ingewikkelde weefconstructies, grote harige webben, waar alle gedachten achter blijven hangen, gevangen in dat ene woord van de longarts . In een brei van woorden , terwijl hij toch heel rustig het gesprek met me voert, alleraardigst, begripvol, geduldig, valt ineens de conclusie. Eigenlijk een beetje verscholen achter die sluiering van gemoedelijkheid. Copd D is iets anders dan Copd C. ‘Wat voorheen Gold vier heette’, vraag ik nog. De bevestiging en de verwarring. De andere opmerkingen vallen weg of vangen op. Dat weet ik niet. Maar ergens blijft de conclusie haken voorin de gedachtestroom.

002-1.jpg

Oké. Dat wordt even schakelen. Tandje hoger inzetten qua levenslust, trapje lager in daadwerkelijk gaan. Verdeel en heers, denk ik het advies van de longarts anders. Hij noemde het: ‘Verdeel je energie goed.’ Als het echt niet gaat, is er nog het revalidatiecentrum. Hij aarzelt. Waarom aarzelt hij. ‘Geen aannames’ waarschuw ik mezelf. Ons kent ons. Je hebt geen idee in welke richting hij echt denkt. Maar toch…die peinzende blik op mij gericht.

De lucht, de zee, de wind, Vlieland, wolken, hoofd in de wolken, longen vol lucht.

Tien kilo aangekomen door zin in zoet. Veel beter dan afvallen vindt hij. Ha, een geluk bij een ongeluk. ‘Waar zit die tien kilo dan bij jou?’ vraagt iemand mij later. In mijn hoofd op dit ogenblik, denk ik, en klets op de dijen. Zo werkt het. De optelsom is gemaakt. Nu de naakte feiten zijn opgeteld, kan ik aan het werk. Meer inzetten op de ademhalingsspieren en rekken en strekken. Ik ben ergens 3 centimeter kwijt geraakt.

014

Voordat ik aan de lange trap begin naar het atelier van mijn wolkenluchten-specialist komt ze me al tegemoet om de zware tas over te nemen. De hemel op aarde en wat zoete jazzklanken om in de sfeer te komen, een kop thee en een stroopwafel. Muziek, luisterend oor en de vrijheid om de lucht in te gaan. Mijn lucht boven de dromerige zee. Het palet vult zich met ultramarijn, omber en oker, titaanwit en daarmee de grijzen en een foute cereleumblauw, dat zich toch voegt. Brede penselen, doek om weg te wrijven.

013

De buuf steekt haar penselen in frivool  paarsig violet met ultramarijn en geel toetsen, het ochtendlicht piept door de wolken. Ooit in Portugal zag ik haar opkomen, die zon. Prachtig rood en paars, verkleurend naar roze en violet, weerspiegeld in de gladde rimpelloze zee, alsof de lucht was opengeklapt en zich had uitgevouwen, een vlinder van zonlicht in een wandeling, van baai naar baai, lang.

009.JPG

Als de Yogacursus aan de overkant van de gang is afgelopen gaat de volumeknop omhoog en swingen we het paneel op en af met een au naturelle afstandsbenadering. ‘Penselen en achteruit, swing swing, naar voren, penselen en achteruit swing swing’. Een ongedwongen penseelvoering? Nou reken maar, dat wordt het vanzelf. De gedachten wapperen zich losse eindjes en verliezen het in zoveel warmte.

Te moe van dagelijkse beslommeringen hier aankloppen om voldaan en energiek, na een avond je te verliezen in de wolkenluchten, weer weg te gaan. Dat is wat kunst vermag.

Thuis een lieve app met luchtige toets. ‘Wel grappig dat je nu letterlijk lucht aan het creëren bent. Mooi voor aan de muur thuis als ankerpunt’.

Dát is nu precies wat een mens nodig heeft, zo’n zonnige gedachte.

 

 

Uncategorized

Goed garen spinnen

Gisteren waren er wat alarmbellen van broer. Zus was jarig, maar vierde het niet en had al een paar dagen pijn in haar heup/rug. Dat betekende in de benen en afreizen naar het dorp verderop. Wel eerst een veldboeket aangeschaft, bij de bloemist die niet wist hoe een veldboeket er eigenlijk uitzag. Een mooie bos zelf uitgezochte bloemen maar allemaal op één niveau afgeknipt. Bovenin prijkte een musje van stof. wat bungelende lente aan een tak.

Bij zus geen gehoor. Twee keer aan de deur staan rammelen. Broer meldde per app dat ze vast haar oortjes niet in had. Dan is zus stokkedover dan ik ben. Achterom dan maar. Uitwerken hoe de klink naar beneden kon, vervolgens veilig verstopte sleutel zoeken met steeds weer afbrekende takken en daar stond ik binnen als een volleerd insluiper. Mijn broer was inmiddels al gewaarschuwd door een alerte collega die aan de overkant aan het werk was. Aan de trap drie keer galmen, er was geen sjoege, maar er brandde wel licht.

De hele trap lang, doken er allerlei doemscenario’s op en toen stond ik voor haar dichte deur. Ik zou ter plekke stil vallen als er een deurklink naar beneden zou gaan en ik had niets gehoord of niemand verwacht. Zus stond midden in haar ochtendrite, verbaasd maar blakend. ‘Ha zus, ik kom zo naar beneden. Wil je koffie’. Zo werkt dat. Via internet speurden we een vragenlijst van de fysio op en als een volleerd ‘selfmade fysio’ vuurde ik de honderd vragen op haar af. Ze moest in allerlei houdingen liggen en de hele handel aan spieren in het heupgebied kwam langs. Drie indicaties rolden uit mijn medische portefeuille. Een Impingement van de heup, een Trochanter major pijn syndroom of een slijmbeursontsteking. Ha ha, nu de dokter nog.

100_4450.JPGMarja de Jong. (under construction)

’s Avonds met kruidenthee en heel veel zin. Mijn eigen anatomische lessen. Door met de vrouw in de spiegel. Eerst maar eens de stofvoering had ik me bedacht. Alles was mogelijk, die avond. Breitner, van Gogh en Japanse prenten. Voor het van Goghgiaanse effect werd een dikke impasto pap gemaakt van krijt en standolie om de verf mee aan te lengen en op te hogen. Ik zat met mijn hoofd bij stofvoering en kimono plooien. Later vroeg ik me af of het effect van die dikke pasta in combinatie met losse pigmenten niet veel intenser zou zijn.

008Ploeteren met plooien

Eigenlijk is een atelier aan huis de beste oplossing voor het werk. Net als je lekker in het proces zit, is het tijd. Aan de andere kant voel ik dan wel elke spier in mijn lijf naderhand. Weliswaar niet de Trochanter major, maar alle Scapulae, Collum, Rursus en Pectus musculi. Om over het hoofd nog maar te zwijgen. Dat plakt verlangens en werkelijkheid aan elkaar, lijmt, vleit, teemt om door te gaan. Likje hier, veegje daar, op de valreep nog een advies van een medestudent en dan penselen spoelen en gedachten wissen. Als je het als een Mindfull werkje beschouwt, is het zelfs prettig om zo de overgang van de intensiteit van het scheppen naar het gewone leven  te maken en wordt het geen losscheuren.

100_4447

Vanaf de doeken lachen ons de resultaten toe. Bloesem, een kop van een Youkai, tere Japanse vrouwen, de vrouw in de spiegel en een fraai Japans landschap met springende mannen. Volgende week weer door. Met het hoofd dook ik in het nutteloze niets van de tv, terwijl gedachten garen sponnen. Voor de prints in de kimono natuurlijk, volgende week.

Uncategorized

Verruimde blik

Er was ooit een interview met Hockney op de BBC, waarin hij met geen woord over van Gogh repte. Wel werd uitgebreid ingezoomd op zijn laantje van Woldgate, de Romeinse weg naar Bridlington. Zijn eindeloze inspiratiebron, telkens weer. Door de kleuren, omdat natuur nooit hetzelfde is. Hij gaf in zijn enorme doeken alle veranderingen weer. een weggetje, een laan eigenlijk, in eindeloze variaties en nooit hoorde ik de naam Van Gogh.

Het had tot gevolg dat ik, voor dat ik dit interview had gezien, wel vertelde aan een vriend dat Hockney niet per definitie was geïnspireerd door van Gogh. Ik was van mening, te snel getrokken conclusie, dat onder andere de commercie erop had ingezet én dat het samenbrengen van beide schilders, de dode en de levende, in hun eigen natuur en naast die van elkaar enorm tot hun recht zouden komen. Nu zag ik vanmorgen een interview met Hockney over deze expositie en daar wordt van Gogh genoemd als de inspiratiebron bij uitstek. Wie ben ik om aan de woorden van de grote meester te twijfelen?

Aan vriend mijn welgemeende excuses gemaakt en nu toch enigszins verward. Ik grasduin het internet af en kom van Gogh in Hockneys oudere verhalen nergens tegen. Hockney legt het uit. Als je natuur schildert moet je goed kijken. Met fotografie zie je het niet. Pas als je echt grasspriet voor grasspriet schildert, ontdek je de betekenis. Van Gogh werkte ook zo.

Met die blik kijk en tuur ik opnieuw, ik graas alles af wat voor ogen komt. De korenvelden van van Gogh, de bomenrijen van Hockney en alles valt op z’n plek. Beiden hebben die alomvattende blik op de natuur tot in de allerkleinste details. Kijken is verrijken. Als je zelf schildert, weet je hoe de worsteling werkt van schilderen wat je ziet of denkt te zien.

Gisteren was ik, in een inhaalles van het Japonisme, bezig met de reflectie in de spiegel van het meisje in kimono ervoor. Het was weer een doorbijten pur sang. Weg witten met titaan, nieuwe lijnen zetten, ontdekken dat het nog niet klopte. ‘Kill your darlings’. Het lukt steeds beter ze om zeep te helpen en weer opnieuw te beginnen. Het is fijner dan voortborduren op de fout en alle verbanden scheef te trekken.  Hoe schijnbaar makkelijk gaat het deze grootmeester af, die je in de eerste video schilderend mag aanschouwen of mensen als Charlotte Caspers in Het geheim van de meester, de dappere deelnemers aan het Rembrandt project in een te krap tijdsbestek.

001

De weerspiegeling staat opnieuw. Dun en doorschijnend, maar het beeld past haar beter. Vanavond verder en zien of het schip nog eens strandt. Zichtlijnen, tussenruimte, vlakverdeling, de kennis is er, maar toepassen ervan is twee. Als het lukt na eindeloos geploeter, de roes, de eenwording met het proces en het beeld op het doek is er het applaus in je hoofd, de opluchting, de euforie. De kracht van het scheppen. Maar ooit zo luchtig te schilderen als Hockney doet, met zijn eindeloze blik, is een intens verlangen.

Over twee maanden gaan we naar de expositie. Het is nog ver weg. Het zal ook onwaarschijnlijk druk zijn. Ik hoop op een ontmoeting, alléén, met dat prachtige werk, zoals ik ooit voor Rothko’s enorme doek heb gestaan, lang geleden.  Het is is net zo’n illusie, als het ooit, schijnbaar moeiteloos, penselen. Ik ga rustig door met scheppen en onder al dat worstelen ligt altijd de vreugde om te mogen en kunnen ventileren van alles wat erin mij bruist en leeft. We zullen zien met steeds verder verruimde blik.

 

Uncategorized

Meer te doen dan ooit

Er was een oproep op FB van Inge van den Thillart om een presentatie bij te wonen van Paul van Capelleveen, de auteur van twee boeken over de Koopmancollectie: Voices and visions uit 2009 en Artists and others uit de periode 2000-2015 van het Franse kunstenaarsboek bij te wonen in de Koninklijke Bibliotheek. De eerste is al geweest, waarbij vooral veel aandacht was voor de invloed van de dichter Mallarmé op de vormgeving en de typografie van het Franse Kunstenaarsboek. De locatie is logisch want Koopman had zijn hele verzameling gegeven aan de Koninklijke Bibliotheek

de goede moet

De oproep is ook niet zonder rede, want Inge werkt in atelier de Goede Moet en geeft workshops boekbinden. Nieuwsgierig geworden door die fantastische kunstenaarsboeken waarvan ik het bestaan me niet echt bewust was, zocht ik haar site op en kwam een Japanse manier van boekbinden tegen die bij uitstek geschikt is voor zo’n prachtig kunstenaarsboek, waarvan als de directe voorloper livre ‘Artiste ook wel livre de Peintre gezien wordt. Het ontstond in Frankrijk aan het begin van de twintigste Eeuw en heeft de vorm van een boek.

099

Onmiddellijk begon het te kriebelen en te bruisen. Wat een mooie manier om je handzame kunst te verpakken. Ik denk dan aan de losse etsen die op de boeken in de boekenkast liggen of in zwarte lijstjes bij de kinderen aan de muur hangen. Aan de gedichten die ik digitaal diep weggestopt bewaar, of de losse tekeningen. Het roept ook onmiddellijk associaties op met de Art Journaling die nu volop beoefend wordt en waar workshops in worden gegeven. Het verschilt wezenlijk met de scrapbooks, die veel meer gericht zijn op design. Bij Art Journaling  geef je  de verschillende artistieke vaardigheden en technieken weer, ideeën die je nog wil uitwerken, opzetjes voor groter werk. Bij een scrapbook wordt het meer een dagboek, een verzameling herinneringen in verschillende technieken. Hoe het ook zij, het zijn alle drie prachtige manieren om aan de drang van een creatief proces gehoor te geven.

tumblr_p64i7n7BSA1rjhvsto1_500 Japanese hanging daicho account book Meiji period  (Dealer: hotoke antiques) –

In combinatie met die Japanse bindtechniek zou het een idee zijn om de tekeningen van het Japonisme van vorige week erin te bewaren. Een eigen kunstenaarsboek. Het kleine antieke hangende Japanse boek dat ik tegenkom tussen Japanse antiquiteiten, een soort veredelde scheurkalender is ook een goede vorm en snel te verwezenlijken met bijvoorbeeld geschept papier. Als je op kunstenaarsboeken gaat zoeken zijn de ideeën onuitputtelijk en de grote verscheidenheid aan vormen evenzo.

009

Dat is de kracht van het delen. Door de oproep is er weer een nieuwe en aantrekkelijke wereld opengegaan. Een, die ik vast wel ergens tegen kwam, maar nog niet eerder zo. Ik heb bij brievenpost wel een aantal staaltjes gezien en zelfs heb ik een kleine kunstenaarsboekje gehad over een veerhaaltje dat we zelf hadden verzonnen ooit, lang geleden, vriendin en ik. Het behoort zonder uitzondering tot mijn eigen collectie kunstenaarsboeken. Art Journaling ten top, want ooit moet het hele verhaal er van komen. Zo zie je maar. Doorgaans zijn we rijker dan we denken.

Het heeft een nieuwe vorm  van creativiteit aangeboord en na het schilderen en de fysio stort ik me erop. Tegelijkertijd eens mijn licht opsteken bij de boekdrukkunst. Het kind is in ieder geval weer van de straat. Er is nog genoeg te doen. Wat niet lukt, is in dat gat der verveling vallen, zo zonder werk. Integendeel. Er valt meer te doen dan ooit.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Misschien wel beide

Het is half zes en donker. Alles wat lente was is weggeblazen door een stormachtige wind. Merels die al aan het fluiten waren in de vroege ochtend op de vorige dagen houden van de weeromstuit hun bek. Op mijn schrijversscheurkalender staat een citaat van Renate Rubinstein. ‘De grootste eer bewijs je iemand soms door het zwijgen over hem te doen’ Ze doelt daarmee op een uitspraak van Clara Eggink die, in opdracht van de dichter J.C. Bloem, aankondigde 200 van zijn jeugdgedichten te vernietigen. Zij zou hetzelfde doen en niet als Felice, de verloofde van Kafka, zijn brieven aan haar te publiceren. Eronder wordt terecht opgemerkt, dat ze zelf de kaarten van Carmiggelt aan haar openbaarde.

003

Even daarvoor las ik in een interview een schrijfster, die zichzelf voorgenomen had boven de kritiek te gaan staan en daarmee los te gaan in gedachten en woord. Niet schrijven om indruk te maken maar om gehoor te geven aan die innerlijke drang. Daarmee verlaat je ook de grenzen, net als het nalatenschap van anderen die door derden op tafel wordt gelegd. De gedachte bekruipt me dat men schrijft om gelezen te worden. Het is naïef te denken dat alles wat men produceert in een mensenleven uitsluitend voorbehouden zal zijn aan enkele dierbaren. Arme erfgenamen.

Intieme gedachten publiekelijk maken is zoiets als na de dood alsnog op de snijtafel te worden gelegd om een imaginaire vileine trepanatie te ondergaan. ‘Kill your darlings’ in meerdere opzichten. Toch behoren de brieven aan Felice tot de hoogtepunten van Kafka’s werk. Het had eeuwig zonde geweest, die te vernietigen. ‘Wat niet weet wat niet deert’, hoor ik de geschiedenis achter me fluisteren. Ook dat is tweeërlei op te vatten. Kafka weet het niet en als het wel vernietigd was geweest, hadden wij niet geweten wat we hadden gemist. Nog een andere gedachte borrelt op. Hoeveel mensen lezen Kafka in feite nog. ‘Kafkaësk’ is tegenwoordig een paarse krokodil.

002

Mijn gedachten worden hier dagelijks geventileerd in de blog, die over me heen spoelt om in zinnen uiteen te waaieren. Ik luister braaf en geef het een platform. Het aantal mensen dat het leest is mondjesmaat. Geen Kafkaiaanse aantallen, daarvan ben ik overtuigd. Straks is er een nalatenschap, die ik zelf al te grabbel heb gegooid. Dat scheelt in de keuze. Carmiggelt wilde zijn verhouding geheim houden voor zijn vrouw, wat lukte tot aan de dood van zijn geliefde.  Zijn vrouw is niet lang na hem overleden. Daarmee is er alleen nog het woord en de herinnering. De twee kinderen van Carmiggelt waren het niet eens met de publicatie.  Kan je iemands gedachtegoed opeisen, dat heeft toebehoord aan een ander.

53502707

Ik heb de ‘Brieven aan Felice’ ‘van Franz Kafka nooit gelezen en de openbaring over Carmiggelt in het boek ‘Mijn beter ik’ van Renate Rubinstein ook nooit. We hebben een lange regenachtige herfstige dag voor de boeg. Buiten waait het harder, de voederhouders tikken tegen het hek en het is of ik de gamelan hoor of een windgong. Ik ga maar eens een paar boeken opsnorren. Dan vertel ik later of het ongepast voyeurisme was of een literaire ervaring van formaat, ergo, rode oortjes of een voldane geest en in het meest gunstige geval, misschien wel beide.