Overpeinzingen

Een subtiele ingreep voor een groot verschil

Het Arboretum. Eerst de weg gezocht, in Truus de Tom-tom geklopt en op pad. Op naar Pécs, dat was bekend, daarna een buitenwijk in. Via een oud gedeelte, dat eerst een losstaand dorp moet zijn geweest, kwamen we temidden van prachtige maar ruige natuur uit, een weg, waarvan het asfalt in barrels en brokken uiteen was gevallen, daarna nog een zandweggetje met slechts een paar gebouwen, sommige nog een begaanbaar woonhuis, anderen totaal overwoekerd en aan het eind een pracht huis dat te koop stond met een tuin er omheen, ooit heel goed onderhouden en nu al een tikkie overgeleverd aan de weergoden en de grillige groei van de natuur zelf. Een wandelpad rechtdoor, een autoweggetje naast een bos. Lief ging poolshoogte nemen of daar dan het Arboretum zou zijn, want Truus gaf aan dat de bestemming bereikt was. Er bleek een autosloperij en nog wat aggenebbisj zaakjes te zitten, allesbehalve een arboretum.

Niet getreurd. Pécs kende ook een Hortus Botanicus. Dezelfde rommelweg terug en richting het ziekenhuis en de universiteit, alles met Truus, anders kom je er niet uit. Een zegen zo’n bewegwijzering. Toen we daar aankwamen was er alles behalve een Hortus te vinden. Thuis nog maar eens goed bekijken waar ze zou moeten zijn. ‘We zijn vlak bij de radiomast op de top van het gebergte, vandaar uit hebben we een mooi zicht over Pécs en het omliggende gebied. Zullen we er gaan kijken,’ zei Lief. Zo gezegd, zo gedaan. Wat volgde was een weg met heel veel onvervalste haarspeldbochten op z’n Hongaars, dus hele stukken middenstreep ontbraken. Een spannende tocht en alsnog de afslag van het weggetje omhoog gemist zonder gelegenheid tot keren. Het was zo’n dag. Voor de volksdansgroep waren we al te ver afgedwaald.

De Aldi bracht een eerste zonnestraal van die dag. Stroopwafels, Garam Massala, Italiaanse kruiden en mijn eigen Soave had ze in de schappen liggen. Dat was boffen. Bovendien was het er rustig, ruim opgezet, met een groot aanbod. Fijn om aan de lijst met winkels toe te voegen. Met de buit reden we op huis aan. Thuis een belletje van zoonlief. Alles ging goed daar, hij was natuurlijk druk maar beloofde toch even naar de planten thuis te kijken. Het balkon is vast niet meer te redden, maar als het goed is heeft dochterlief toch regelmatig wat water gegeven aan de binnenplanten. De jongste had het beloofd, maar met onze lieve schoondochter die nog niet uit de voeten kan, werd het een beetje teveel van het goede. Keuzes maken is dan raadzaam. Hij houdt ook de tuin van zuslief bij.

Opgetogen bericht uit Budapest, daar was een Hop gesignaleerd. Ze zijn inmiddels al een beetje ingeburgerd. Er kwam een fotootje langs van de filosoof en Bikkeltje die hielpen bij het koffie en thee schenken voor de dak-en-thuislozen. Een zinvolle en mooie ervaring. Om trots te zijn op onze lieve globetrotters natuurlijk.

We hebben de dame met de kruik bevrijd van haar begroeiing ervoor, Dat betekende dat de grote den ervoor aan de zijkanten moest worden gesnoeid. Daardoor is de zichtlijn weer helder en de dame staat nu goed in het zicht. Het geeft de diepte aan de tuin. Een subtiele ingreep voor een groot verschil.

Overpeinzingen

Om daarna pas te kunnen genieten

Het is inderdaad wel afkicken zonder klaterende kinderstemmen in de gordijnen, de filosoof die ergens verdekt opgesteld je probeert te laten schrikken door naar voren te springen en heel hard boe te roepen of Bikkeltje horen bedelen om een spelletje te spelen, doorgaans dieren kwartet. Je moet van goede huize komen om haar te laten winnen, dus vroeg ik diverse malen om dezelfde kaart, terwijl ze me verzekerd had, die niet in haar bezit te hebben. Hilarisch en strelend voor haar ego.

Lief heeft de scheef gevallen fluweelbomen omgezaagd en stoeit nu met de takken, om ze te kortwieken en een plekje in de omheining te krijgen. De plannen zijn gemaakt. Vandaag willen we naar het Arboretum. Dat ligt in een voorstad van Pécs en de omgeving schijnt ook bijzonder mooi te zijn. Even ontsnappen aan de muggenplaag.

De avonden zijn stilletjes, we proberen onze glazen, half leeg en half vol, op hetzelfde level te krijgen, maar het is moeizaam door de vele diepe gedachten die lief koestert en waarbij ik kennelijk net niet de essentie van het verhaal begrijp. Mijn idee is om toch vooral de dag te nemen zoals ze zich aandient en de spontaniteit te bewaken. Door er te lang over na te denken, doemen er natuurlijk onbeantwoorde vragen op, maar ‘wie dan leeft, die dan zorgt’ is mijn motto. Ik koester de vrolijke afwisseling van de afgelopen dagen. Praten erover helpt, maar maakt het soms nog moeilijker, nog dieper. Het vindt haar weg wel. Het moet even betijen allemaal.

Ik observeer het koolwitje die van de nietige gele bloemetjes van de akkerkool fladdert en vergenoegd bij tijd en wijle de vleugels strekt. Het juiste moment krijg ik niet te pakken en ik ben steeds een fractie van een seconde te laat. De hele week belooft de weer-app al hagel en storm, maar als dit het moet zijn, zon tussen de wolken door uitbundig schijnend, dan is dat zo gek nog niet. Laat het dan maar de hele week aanhouden. In de nacht regent het met regelmaat. Goed voor alles wat groeit en bloeit.

Er is alweer een bosmaaier aan het dreinen. In de weekenden omarmen ze dat gevaarte en kunnen de hele dag ermee in de weer zijn, rechts, links, voor, verderop in de straat, overal zeuren ze hun lied. De vogels houden meteen hun snavels, tegen zulk lawaai valt niet op te fluiten.

Vanmiddag is er een uitvoering van een Hongaarse volksdansgroep in het theater. Als we op tijd weg kunnen komen uit het Arboretum gaan we daar ook langs. Dochterlief had al gevraagd, of we wel eens naar het theater gingen om bijvoorbeeld een concert bij te wonen. Dat is een nieuwe mindset. Het zou wel leuk zijn, want Szigetvar heeft een klein aantal inwoners, dus bezoekers leer je op die manier ook kennen.

Gisteren een fijn gesprek met dochterlief in Utrecht. Het is het einde van het schooljaar en tegen de rust en de stilte hier steekt de wedloop op school met eindfeesten, musicals, sportdagen, rapporten er hectisch tegen af. Eigenlijk proppen we die laatste maand te vol met van alles wat nog moet. Verdeeld over het jaar zou voor eenieder toch prettiger zijn en ik kan het weten want ik heb jarenlang dezelfde race gelopen. Wel is de euforie over gedane arbeid heel groot als het eindelijk allemaal achter de rug is. De eerste week van de vakantie is bijkomen en opladen voor gezin en de vrijheid, om daarna pas te kunnen genieten.

Overpeinzingen

Extra leesvoer is nooit weg

Er wordt hard gewerkt in de tuin. Een jonge man met zijn haar in een staartje en een wit t-shirt over zijn buik gespannen sjouwt met de grote ronde flexibele pijpen. Zijn baas, neem ik aan, een oudere man, helpt om de drie delen weer op de wagen te takelen. Ze praten niet met elkaar, maar brullen. De hele dag brullen en dit soort tanks leeg halen. Wat een vermoeiend beroep. Afwisselend is het wel. De oude keek met gefronste blik naar de scheve fluweelbomen die straks nog neergehaald gaan worden. Verder zei hij er niets over. Ziezo, de sceptic-tank is leeg. Niet het meest schone karwei zal ik maar zeggen. Lief is opgelucht. De put kan hem af en toe hoofdbrekens bezorgen. We waren met zessen die gebruik maakten van toilet en douche en dan stijgt het peil snel. Mooi werk. Nu kunnen we weer een hele tijd voort.

Onze globetrotters zijn aangekomen in Budapest en hebben een fijn plekje toegewezen gekregen met een klimboom naast de caravan en een schommel. Ze zijn onder de indruk van de voorgeschotelde armoede en beginnen vandaag aan het hulp bieden. De kinderen kunnen gewoon mee.

De hele week wordt er al hagel en onweer voorspeld en we hebben als grap dat er toch maar vaak hagel en onweer mag zijn, want dan bedden de dagen zich in stralend zomerweer. De enige wolken die aanwezig zijn, zijn in grote getale de agressieve muggen. Het is een ware plaag, want ze zijn overal. Lief dacht eerst dat het door de vegetatie kwam maar het is eerder een gevolg van het klimaat, denk ik zo. Zodra je je verplaatst, moet je je een weg banen.

Gisteren was er de boekenclub, maar helaas was de verbinding heel slecht. Jammer, want ik had graag gehoord wat ze er allemaal van vonden. Jaap Robben schrijft in schemerleven indringend en vanuit het perspectief van de vrouw, waar het om draait, dat is al bijzonder op zich. Er ontspon zich een boeiend gesprek, waarbij de essentie toch een beetje verloren ging omdat hun woorden af en toe een gesmoorde klank kregen. Toen ze aan de borrel gingen, haakte ik af. Die doe ik liever in levende lijve mee. Lief zat in de keuken nog wat te lezen en ik schoof aan met mijn boek over Kuipers. Niet voor lang. Na één glaasje was het welletjes met al die emoties van afscheid nemen en vertrek van die ochtend.

Vanmorgen vroeg, nog voor het ontbijt, keken we aan de keukentafel om de muggen te omzeilen, Adriaan van Dis in gesprek met Piet Kuipers, die een interview hield over diens boek ‘Ver heen’. Welke hoogleraar in de psychiatrie krijgt een diepe psychotische depressie en kan van binnen uit ervaren wat zijn patiënten hebben doorstaan. Dat vond Kuipers zelf een bijzondere ontwikkeling. Het was een boeiend gesprek en de man in levende lijve te zien, gaf een extra dimensie aan de biografie zelf. Op internet vond ik zijn boek ‘Ver Heen’ digitaal. Een mazzel, want nu kon ik het voor volgende week woensdag nog lezen. Er wordt lovend over gesproken en er zijn veel mensen die schrijven er baat bij gehad te hebben omdat ze zelf depressief waren of bijvoorbeeld een depressief kind of een depressieve partner beter konden begrijpen. De auteur besluit zijn epiloog met de woorden: ‘Moderne Psychoanalytische opvattingen over homoseksualiteit, mannelijkheid en vrouwelijkheid negeerde hij. Had hij die omarmd en was hij meegegaan in een nieuwe tijdgeest, dan had hij zichzelf veel leed kunnen besparen’. Het zou ook eerlijker geweest zijn tegenover zichzelf en de anderen. Ik ben benieuwd wat de loutering van zijn verblijf in de psychiatrische kliniek hem opleverde. Extra leesvoer is nooit weg.

Overpeinzingen

De stilte is overweldigend

Aan alle mooie dingen komt een eind, is ons vroeger vaak voorgehouden. Voor mezelf heb ik er de aanvulling ‘en dat maakt ruimte voor nieuwe energie en ervaringen’ achter aangeplakt. Wat hebben we genoten van de afgelopen week met z’n zessen en wat gaan we de lieve knuffels en de goede gesprekken, het samen delen en het samen beleven missen. Tegelijkertijd zijn het zoveel bijzondere momenten geweest dat we er lang op zullen blijven teren. Door het hele huis heen zijn nog memorabele knutsels te vinden. Twee schelpenkoorden door dochterlief geregen, waarbij de filosoof hielp om de gaatjes erin te maken, een prachtig slakkenhuismobiel in turquoise en goud, creaties van de lieve Bikkeltje op piepschuim met mooie flonkerende plakkertjes erop en natuurlijk de prachtige mozaïek-tafel waar we alle zes letterlijk en figuurlijk ons steentje aan hebben bijgedragen. De hele week is er geen onvertogen woord gevallen. Wat een zalig samenzijn.

Vanmorgen hebben we ze uitgezwaaid. De caravan werd routineus achter de auto geplaatst door alle vier. De kinderen mochten het gevaarte hoger draaien om de blokjes er onderuit te halen die voor de stabiliteit moesten zorgen, mams reed de auto naar de caravan, Paps koppelde hem eraan en daarna kon de grote reis beginnen. Dochter reed. De laatste omhelzingen en strakke armpjes om de nek, zwaaiende armen uit de open ramen en weg waren ze, de hoek om, op weg naar Budapest via Pecs. Onze nieuwe witte nam haar vrijgekomen plekje weer in en alles viel stil.

Gisteren hadden we nog een wonderschone dag in Kaposvar beleefd. De overdekte markt was de aanleiding en tot mijn grote verdriet was maar weer de helft van het aantal kramen gevuld met koopwaar, groenten, vlees, fruit, en kleding. Bij een kraampje kochten we meloen en rode en oranje cherry-tomaatjes. Daarna liepen we het gebouw uit en besloten naar het centrum te lopen. De auto’s hadden we in de parkeergarage onder de markt gezet. Het park door met haar statige oude bomen, langs het imposante theatergebouw. We kuierden door de brede straten langs de gevels met hun immens grote deuren en als er een poort open stond konden we een blik werpen op de mooie binnentuinen her en der. Toen we het centrum met zijn winkelstraten naderden kon je goed merken dat het een universiteitsstad was. Overal liepen groepjes jonge mensen te praten, modern gekleed, met of zonder rugzak of boekentassen. Het maakte de stad levendiger dan waar ze geweest waren in Frankrijk en Italië, de wereldsteden daar gelaten. Kaposvar is half zo groot als Pecs, maar hier waren de Habsburgse invloeden duidelijk herkenbaar. Groots en meeslepend met veel beeldende kunst en twee grote fonteinen, die Bikkeltje wel van heel dichtbij wilde bekijken. We probeerden de kerk, die uitnodigend de deuren open had, maar waar we niet verder mochten dan de hal. In een hoekje zat een oude vrouw, kenmerkend met sjaaltje onder de kin geknoopt en lange rokken voor het Mariabeeld, waar vijf waxinelichtjes waren aangestoken en prevelde haar gebeden.

Aan de overkant van de kerk waren de terrassen. We hadden afgesproken ergens te gaan lunchen. We vonden een zeer betaalbare Italiaanse keuken, dat bij een hotel hoorde en waar plaats genoeg was voor ons allen, dus streken we er neer en kregen van een uiterst vriendelijke gastvrouw drankjes snel geserveerd. Op de bestelde pizza’s en pasta moesten we langer wachten. We kregen het vermoeden dat de keuken pas om twaalf uur openging. Het werd een echte smulpartij, waarbij één Margaritha weer mee naar huis kon voor de lunch de volgende dag. In Hongarije is het de gewoonte om overgebleven voedsel mee te geven. Iets waar Nederland een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Zo wordt er veel minder voedsel verspild.

Op de terugweg gingen we nog het kleine hobby-en-kunstwinkeltje in die we op de heenweg gezien hadden. Met drie mooie linnen doeken en een vlinder-stans voor een vrolijk bikkeltje gingen we voldaan op huis aan.

Ze zijn vertrokken. Nu eerst de kaarten schudden. Natuur zoemt, ruist en vliegt om ons heen, maar de stilte is overweldigend.

Overpeinzingen

Wat een heerlijke nieuwe missie

Vanochtend begon het leven vroeger dan de andere negen dagen. De laatste dag met ons zessen. Daarna zal alleen de echo van de kinderstemmen, de kletsende voetstapjes in de gang, het boeroepen van de filosoof als hij Lief weer eens liet schrikken, de nieuwsgierige kijken om de slaapkamerdeur of we al wakker waren tot het verleden behoren. Wat een heerlijke tijd was het.

Gisteren hadden we per ongeluk een top dag. In de ochtend was er school voor de filosoof en voor kleindochter en mij een spelletjesochtend met hier en daar een aquarelletje tussen, waar broerlief later op de ochtend nog bij aanschoof.

Na de lunch besloten we naar Szigetvar te gaan om het park en de burcht te bezoeken.Lief was daar al heel lang niet meer geweest en we waren dan ook allen hooglijk verbaasd over het diverse aanbod. Er was een museum die de slag om Szigetvar in beeld had gebracht middels foto’s. Schilderijen, poppen in kostuum, maquettes en audiomateriaal maar het allerleukste, dat vlak bij een kleine uitbaterij was, waren de gewelven waarin een heel educatief centrum gericht op de kinderen was ingericht. Ze zaten onder de borstwering. Er was enorm veel interactief materiaal voor handen. Er was een maquette waarbij je met de VR-bril terug kon reizen naar de laat vijftiende eeuw en je het landschap voor ogen zag veranderen in een groot moerasgebied. In een antieke autobus waren filmpjes te zien van diverse veldslagen, in een kamer daarnaast kon je liggend een filmpje kijken boven je hoofd over de geschiedenis. Er was een grote tafel met kneedzand, waar lichtschijnsel in de kleuren grasgroen, zandgeel, moerasbruin aangaven hoe het eruit had gezien vroeger. Met dat speciale zand waren een paar goeie burchten te kneden compleet met torens en donjons. Het was eigenlijk een groot doe-feest.

In de nagemaakte middeleeuwse eetkamer stond een rek met middeleeuwse kostuums en complete ridderuitrustingen die je aan mocht trekken onder begeleiding van een van de vele gidsen die er rondliepen. Dat hebben we maar niet gedaan. Liever haalden we in het restaurantje ernaast eindelijk de lekkere koffie waar we intussen naar verlangden en een ijsje voor het kroost.

Langs de weg er naartoe liep een riviertje waar de filosoof met zijn onderzoekende argusogen een nest m et jonge waterslangen ontdekt. Toen we het nakeken bleek het waarschijnlijk om een nest jonge adderringslangen te gaan. Ze kronkelden af en toe half tegen de steile wanden op of staken parmantig maar waakzaam hun kopjes boven water. De kinderen konden er geen genoeg van krijgen en de filosoof was licht teleurgesteld dat hij er niet een mocht vangen.

Gelukkig bleek de burcht daarna genoeg afleiding en tot groot plezier van de twee marcheerden ze in soldatenpas over de lange borstwering heen, hoog boven de oude Wodanseik en de platanen verheven en zwaaiden triomfantelijk voor hen op dat moment naar de twee mensjes beneden, op dat moment uit een andere dimensie.

Lief en ik namen ons stilletjes voor om samen nog een keer deze hele tentoonstelling in alle rust te gaan bekijken, zodat er tijd te over zou zijn om de diverse films en beschrijvingen te zien en te lezen. Dat was het grote goed met sprankelende jeugd om je heen. Automatisch werden er toch weer deuren geopend, die we eenvoudig weg vergeten waren, ook omdat lief de trekpleisters nog wel kent, maar alles in een veel modernere jas is gestoken en daardoor vele malen boeiender is geworden om te bezoeken. We beloofden onszelf om er meer op uit te trekken. Dochterlief vroeg bijvoorbeeld of we wel eens naar een concert gingen in het theater van Szigetvar of Pecs. Eenvoudigweg nooit aan gedacht. Goed om eens uit de ivoren toren van natuur en boeken te komen en cultuur te gaan snuiven. Wat een heerlijke nieuw missie.

Overpeinzingen

Toch nog een paar kleine monstertjes gezien

De filosoof had school in de ochtenduren. Dat betekende van negen tot ongeveer twaalf uur samen met zijn moeder de vakken doorspitten, die hij als schoolwerk opgekregen had. Dat hij daarvoor in de werkkamer van lief mocht zitten was een extra feestelijke bijkomstigheid. De grote draaistoel achter de met pluche geklede tafel was gebombardeerd tot zijn werkplek en zijn moeder zat er tegenover. Het vergulde hem zeer en hij had er zowaar weer zin in.

Bikkeltje wilde natuurlijk ook naar school. Een half uurtje was voldoende, daarna was het tijd voor wat creativiteit. Per slot van rekening moesten er nog twee aquarelletjes gemaakt worden op de ansichtkaarten die dochterlief bij de babycadeautjes wilde doen en die ik mee zou nemen. Een voor haar petekind en een voor ons ongeboren kleine wonder dat eind juni zou komen.

Voor de rest van de dag werden er plannen gesmeed. Een hike of een wandeling in het Mecsek-gebergte en we kwamen bij een makkelijke(voor oma)route uit bij Abaliget, waar ook een meer en een vleermuizengrot was. De rit er naar toe was prachtig. Dochterlief vertolkte het goed. ‘Als ik er doorheen rij, doet het landschap me denken aan Toscane’, vertelde ze. En dat klopt. Hier zijn de overbekende cipressen verkleed als grote populieren, de heuvels glooien lieflijk, een prachtige lappendeken van kleuren en groentinten. Gelukkig misten we een afslag, waardoor we nog meer het landschap van binnen uit konden bekijken.

Het meer bleek nu ook zwemwater te zijn. Kennelijk was er toch iets veranderd binnen de wetgeving. Als je er van hield om tussen de grote karpers te zwemmen was het een perfecte plek. Het lag aan de voet van de bergen. De wandelpaden die aangegeven werden door duidelijke aanwijzingen gingen eigenlijk praktisch stijl omhoog. Goed voor mijn schatjes, maar niet voor mij. De filosoof was in de ban van de grot en wilde maar wat graag vleermuizen zien, omdat het ook de vleermuizengrot heette. Voor de ‘kabouter’ingang, een laag hol, sprongen hele kleine mini-padjes rond. Favoriet bij de kleintjes die er niet genoeg van konden krijgen om ze te observeren en te aaien.

De vrouw achter het loket gaf aan dat een rondleiding om twee uur zou beginnen. Bikkeltje had allang de speeltuin ontdekt achter het restaurant, dat er ook was. Het bleek bij de camping te horen, waar nu niemand stond. Kennelijk was het seizoen nog niet geopend. Een meisje, ietsje jonger, keek verlangend naar haar en bleef in het Hongaars van alles aan mij vragen, terwijl ze vliegensvlug deed wat Bikkeltje ook deed. Schommelen, klimmen, glijden, hangen aan de rekstok. Haar moeder vertelde haar dat wij een andere taal spraken en lachte ons vriendelijk toe.

Er kwam beweging in het gezelschap dat kennelijk ook mee de grot in zou gaan. We hadden een audio in het Duits en de kinderen in het Hollands. De Hongaarse familie kreeg direct uitleg door de gids. Dat maakte het verstaan van de audio voor ons moeilijker omdat in de grot het geluid nogal galmde. De eerste 40 meter moesten we bukkend lopen en dat bezorgde me een flink benauwd moment, zo erg dat ik bijna terug wilde lopen. Alleen al de gedachte nog een keer te moeten bukken deed me anders besluiten. De gang door de grot was indrukwekkend, alleen al het idee dat het eeuwenoude steen aan te raken was, druilerig en nat, het pad echter goed begaanbaar met stalen leuningen aan weerskanten. Men bleek ontdekt te hebben dat er sinds kort otters in de grot kwamen. Dat was opzienbarend en nog niet eerder geweest. De verhalen waren angstaanjagend, over boze en stoute kinderen die met hun moeders onder een gesteente doorgingen, die vervolgens dan de grond liet beven. Sussend bagatelliseerden we de woeste verhalen. Ook de draak die je mee zou slepen in zijn hol en het gruwelijke beest met de open bek. Het laatst stuk, twee grote trappen omhoog, bleven lief en ik beneden. Hij offerde zich ter wille van mij belangeloos op.

Het was een belevenis, door de kleine groep en de persoonlijke aandacht. Het bukken naar buiten ging makkelijker. Ik stootte in ieder geval niet meer mijn hoofd bij de laagste overkapping zoals op de heenweg wel gebeurde. IJsje op het terras en daarna door naar het vleermuizen museum die we in de grot hadden moeten ontberen. Toch nog een paar kleine monstertjes gezien.

Overpeinzingen

Goed toeven op de veranda

Gisteren kwam er van alles op ons pad. In de vroege ochtend hadden we al bedacht wat er stond te gebeuren. De auto van de caravan moest gestofzuigd worden, het tafeltje mocht in het gips en de pergola had een steuntje extra en een nieuwe balk nodig, want de druif werd te zwaar. Dus in alle vroegte sloeg lieve schoonzoon het droge gips met water tot een papje. Onder het tafeltje kwam een kartonnen doos te liggen voor het knoeien. Ieder kreeg een paletmes in de hand. De filosoof haalde de losse stenen eraf en dochterlief plakte de paar roestplekken af met tape. Toen kon het feest beginnen. Ingipsen, stenen erop puzzelen en afgipsen. Binnen no time hadden we het tafeltje met vereende krachten gevuld. Niet vergeten om de tegels al voor een groot deel gipsvrij te maken met water en de vingertoppen. Het resultaat mocht er zijn.

Het volgende klusje was de auto stofzuigen, paps kreeg hulp van zijn zoon, die daardoor een deerniswekkende ervaring opdeed. Hij vond op de weg een zwaluweitje, waar het vogeltje dat er nog inzat, al een gaatje in had gepikt. Het vogeltje leefde nog en deed dappere pogingen om helemaal uit het ei te komen. Wat een onmacht voel je dan, als groot mens, laat staan voor kinderen, als het voor zijn leven vechtende diertje straks zou ontdekken dat overleven er niet meer inzat, omdat hij hulpeloos was zonder zijn ouders. We maakten een nestje in het gras en de filosoof en dochterlief zochten een mooie rode roos uit en een steen als grafje voor de inmiddels overleden kleine dappere. Mieren hadden hem intussen ook gevonden en dat was het wrede lot der natuur. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Bikkeltje en ik hadden in de bibliotheek inmiddels een grote glanzende gouden tor gevonden, de Scarabeus Auratus schreef wikipedia, die op zijn glanzende ruggetje terecht was gekomen en nu met alle zes zijn pootjes uit alle macht zich om trachtte te draaien, wat niet lukte. Kleindochter haalde vliegensvlug het observatiepotje en daar schoof de Scarabeus al veilig met grond onder zijn voeten in het potje. Een uitgelezen moment om hem uitgebreid te bestuderen en daarna fluks weer op de bloemen in de tuin te zetten.

Na al dat dierenleed en geluk mochten er best een aantal wafels tegenover staan. Bovendien hadden we snoeihard gewerkt aan het tafeltje. Koek-en-zopie-tijd dus. Dochterlief had een wafelijzer voor haar verjaardag gekregen en ze hadden ergens een kant en klaar wafelmeel op de kop getikt. Eitjes erbij, bakken, rijkelijk met poedersuiker bestrooien en genieten dan maar. Het dode vogeltje bleef nog lang tussen de gesprekken hangen.

Lief en schoonzoon bekeken eens uitgebreid de half ingestorte pergola en met een aantal oude houten palen, die bij de verlaten geiten-en-varkenstallen lagen, viel de boel voor deze zomer eenvoudig op te krikken en werd het een veilige doorgang. De druiven zouden nog verder groeien en de last die er bovenop kwam, zou zwaar zijn. In het najaar is er de gelegenheid om een nieuwe te plaatsen. Dat mag ook wel eens.

Zo komen we de dagen door. De voorspelde hagel, onweer en storm bleef uit, maar dat vonden wij niet zo’n probleem. Zo bleef het goed toeven op de veranda/

Overpeinzingen

Een dag vol kwaliteitstijd

We hadden de dag van te voren al besproken dat een dagje aan een meer fijn zou zijn en onze lieve logees kozen voor het Balaton. Dochterlief was er vroeger eens een keer geweest. In de herinnering kwamen de verhalen over haar puberale overmoed tijdens die vriendinnenvakantie boven drijven. Er stond me bij dat ze daar was gaan bungeejumpen, maar dat dat in een veel te ruim pak gebeurde kwam me pas veel later ter ore. Gelukkig maar. Je moet ook niet alles willen weten. De vakantie van de jongste zoon in Noorwegen waarvan ik iedere dag wel een filmpje kreeg van sportieve klautertochten over vervaarlijk uitziende rotspartijen hielden de gemoederen bezig tot het moment dat hij weer veilig en wel thuis was gekomen. Dat was ook niet alles. Liever hoor ik inderdaad de verhalen achteraf met een smeuïge saus erover.

De escapades van mijn liefjes betekenden een dag waarop wij even konden bijkomen van de intensiteit van tijd delen met anderen, hoe fijn en belangrijk ook. Het was toch ook enerverend voor de oude lijven en het kalme vaarwater waarin we verkeerden. Zo werd de balans weer hersteld. Lief kon na de boodschappen even indommelen in zijn stoel achter de boeddha, een geliefde plek omdat hij heel veel van het land kon overzien en ik besloot om de penselen ter hand te nemen. Heerlijk in het atelier, de nachtegaal liet zich een oogwenk bewonderen, want hij zat met trillende keel zijn prachtige zang te fluiten op een tak vlak voor mijn raam. Liefdevol en vol energie. Dat kleine nietige bescheiden bruin-oranje vogeltje met zulk een schoonheid aan taal.

Bikkeltje in een lieflijk blauwe zomerjurk die een geitje aaide werd als vanzelfsprekend het onderwerp. De wateroplosbare olieverf het materiaal en een oud doek, geprepareerd met gesso. Ze zat in een vervreemdend perspectief en was daarom alleen al een uitdaging, maar met behulp van dat lieflijke gezang was het heerlijk werken.

Na het boodschappen doen hadden lief en ik eerst nog even de dorpen met de verschillende wijnhuisjes op het achterland bezocht en weer overviel me de grote verschillen in arm en rijk. Eenvoudige, vaak een beetje verkrotte woninkjes, naast keurig nette opgeknapte huizen en erven. Een wijnhuisje wordt soms ook bewoond maar vaker is het bedoeld om er de druivenoogst te verwerken. Tegen de heuvel aan zijn de rijen druivenranken op ooghoogte goed te bewerken. Helaas zijn er ook vele, net als bij ons de volkstuinen, die niet of nauwelijks bemand worden Het levert wel zeer schilderachtige plaatjes op, maar ook volledig ingestorte ruïnes

Hoe lieflijk oogt het landschap. De koolzaadvelden maken plaats voor de mais, er is voldoende geoogst. Langs een van de velden liggen de grote ronde schoven, gelukkig niet in het afzichtelijke plastic verpakt maar au naturel. Achterop het veld stond een jaknikker voor het oppompen van het water, geen overbodige luxe tijdens de hete droge zomers.

Na het schilderen genoten we van de aanblik van de verschillende werken die lief in de tuin had gedaan. Het vrijmaken van de grond onder de kersen en morellenbomen, zodat er plek was voor schaduwplanten als hosta en hortensia. Daarvoor lag een rotsachtige heuvel met bloeiende salvia waar veel vlinders op af kwamen en rozemarijn, het zou ook leuk zijn om er gele muurbloemen tegen te laten groeien, zoals bij het muurtje achter de druif.

Tegen zessen waren ze terug met mooie verhalen over het zwemmen in het grote meer en de bodem van slik en zand, een heerlijk zonnetje, weinig toeristen dus een fijn dagje uit. Lekker picknicken in het gras en fijn spelen. We hadden de kliekjes over van de vorige dagen en al met al was de dag voor iedereen een succes geworden. Dubbele belevenissen om uit te wisselen. Een dag vol kwaliteitstijd.

Overpeinzingen

Een toonbeeld van harmonie

Zonder de kinderen naar Pécs, gewoon met z’n tweeën, was de grote wens van dochterlief en schone zoon. Natuurlijk behoorde dat tot de mogelijkheden. Omdat ons tochtje naar deze mooie stad letterlijk in het water was gevallen, leek het me, met de stralende ochtendzon, een perfecte dag om te gaan. Wij zouden ons wel vermaken met de filosoof en bikkeltje.

Tegen elven vertrokken ze en kon het grote feest beginnen. Eerst kwamen er allerlei spelletjes uit de grote mand te voorschijn. Iets met autootjes en de weg vrij schuiven, dierenkwartet was ook heel geliefd. Het grappige van deze spellen is dat bikkeltje eindeloos op eigen regels de koers bepaald en de filosoof juist heel kien is op een goede hantering van de juiste spelregels. Daarom is het des te aandoenlijker om zijn tolerantie ten opzichte van zuslief te zien. Ondertussen probeerde hij een kaartenhuis op te zetten. Daar is moed en eindeloos geduld voor nodig. Dat lukt je niet in een blauwe maandag, het vergt oefening en oefening en dat was wel wat veel gevraagd.

We zaten met alles uitgestald aan de grote tafel op het terras onder het afdak. Hoog en droog. Dat was maar goed ook, want er klonk gerommel in de verte. Wel konden we daardoor genieten van de mooiste luchten, diep donkergrijs met aan de tegenovergestelde kant een helder blauw, De natuur in contrasten. Bikkeltje had haar beesten en beestjes uitgestald en speelde daarmee een uitgebreid verhaal met allerhande toonhoogtes in haar stemmetje. Dochterlief appte dat ze met hun neus in de boter, lees een pittige onweersbui met regen en hagel, verzeild waren geraakt toen ze uit de parkeergarage kwamen en ze vroeg of het bij ons regende. Geen druppeltje te zien, maar wel een regenwolk aan dansende muggen, die nog steeds venijnige stekers bleken.

Eigenlijk wilden we naar het atelier, maar de donder en de bliksem hielden ons tegen. Het kwam de filosoof op een nauwkeurig tellen te staan van de tijd tussen het gerommel en de flits. Dat bleek haast niet mogelijk, want inderdaad was de echte bui behoorlijk ver weg. In een van de tekentassen had ik nog een guts met een linoplaat. Het was scherp materiaal en ik had geen goede werkplank met opstaan randje, dus dorst ik niet de kinderen te laten snijden. Maar ik kon ze wel laten zien hoe het werkte en in-inkten met de roller was al feest evenals het afdrukken. Daarna gingen lief en de filosoof verschillende bladeren zoeken die we ook nog konden inkten en afdrukken.

Zo rommelde de dag door. Met extra lekkers natuurlijk in de vorm van een bakje chips voor ieder, waarbij kleinzoon heel snel en zijn zus heel langzaam alles oppeuzelde. Dat kwam haar weer op loerende blikken naar het nog volle bakje te staan, waartegen ze zich dapper verweerde, maar oma bezweek. ‘Nou vooruit , een beetje erbij’. Als toetje hadden we een ouderwetse ganzenbord in een nieuw jasje. De afgekloven houten gansjes van vroeger waren nu glanzende plastic exemplaren met een magneetje erin, eenmaal in je vakje dan viel je niet meer om.

Er was nog een dingetje met winnen en verliezen. Altijd lastig te aanvaarden, maar de filosoof loste het heel goed op. Als je uitgaat van een eerste winnaar en een tweede, vervolgens een derde en een vierde, dan zijn er geen verliezers. Slim nagedacht en uitgelegd. Bikkeltje keek hem stralend aan toen ze als tweede winnaar over de streep ging. Daarna was er een moeilijk spel met het raden van het dier dat op je hoofd zat achter een rubberen bandje, waarbij je er middels vragen achter moest komen wat je was. ‘Kan ik zwemmen, vliegen, heb ik poten, hoeveel etcetera’. Stikmoelijk omdat de keuze reuze is, maar hilariteit verzekerd.

Halverwege de middag kwamen hun pa en ma terug met een mooi keramieken bloemetje, die bij de boeddha werd neergezet. Dochterlief maakte heerlijke wraps en na deze volle rijke dag liet ze me een prachtig stilleven zien op de lantaarn bij de voordeur. Daar zat in vredig geel licht de kleine huiszwaluw, praktisch roerloos, bovenop en dat al avonden lang. Een toonbeeld van harmonie.

Overpeinzingen

Een feest op zich

Muggen dansen hun eigen vitusdans, maar ze weten het nog niet. Ze steken waar ze kunnen en ze zijn behoorlijk brutaal. Een wang, voorhoofd, ooglid of lip, ze aarzelen geen moment. Dat is een soort oorlogsverklaring en de slachtoffers, wij dus, elimineren er behoorlijk wat. Misschien kwam het door het maaien, maar gisteren, toen dat niet het geval was, zaten er ook talrijke diertjes overal. Het voordeel is de grote vogelvariatie die ze aantrekken. Van wielewaal en nachtegaal tot withalsvliegenvangers en een uitgebreide verscheidenheid aan mezensoorten.

Vannacht had een wolkbreuk aardig huisgehouden, maar de dag begon weer stralend en zonnig. Een heerlijke temperatuur. Rond de caravan was wat gerommel maar er was ruimte genoeg voor een kalme start en een hap uit de biografie van Kuipers. Rond tienen zaten we allen gepikt en gesteven aan het ontbijt en werden de plannen voor de dag gesmeed. De Bőszénfai Szarvasfarm stond op het programma. We waren er al eens eerder geweest en hadden toen vooral genoten van de herten maar zeker van de min of meer vrije natuur daarbuiten waar we waterbuffels hadden gesignaleerd en hertenroedels. Dat wilden we ze graag laten zien. Vooralsnog was het eerst genieten van de prachtige reeën, damherten, edelherten en geiten en springbokken, een glimp everzwijn, de emoe’s en de malle kalkoen met haar slodderneusvel tussen de kippetjes.

Er was een klein speeltuintje voor de filosoof en bikkeltje, altijd welkom en een mooie afleiding voor hen. Ze probeerden ieder toestel uit. Paps stond paraat om bij te springen als het nodig was. Toen we doorliepen naar het grote hek, dat de vorig keer wijd open stond, maar nu grondig afgesloten was met de ketting, moest er weer een heuveltje terug genomen worden. De zon, die eerst uitbundig aan het branden was geweest, was verdwenen. En daardoor werd de laatste wandeling ouderwets kuieren langs de kleine beesten. Prototypes van onze quark scharrelden in hokjes rond en de ganzen met hun waakzaamheid gakten hun tongen eruit omdat ze achter het hekwerk maar weinig uit konden richten. In het restaurant werden leuke kleinoden aangeschaft om uit te delen of als memorabel aandenken te houden.

Het jachthuis verderop was open, dus wandelden we daar naar binnen. Dat was het rijk van de everzwijnen en de herten, die met zwijgzame koppen langs de lange muren hingen naast reeksen geweien van de verschillende soorten herten. Gelukkig werden er films afgespeeld van hun levende soortgenoten, dat regelmatig een ‘zo schattig’ ontlokte. Eenmaal weer buiten, bleek de lucht aardig te betrekken, maar we besloten toch nog langs de buffels, paarden en herten buiten het park te gaan. Bijna hadden we te snel opgegeven, omdat ze in de uitgestrekte velden niet te zien waren maar nog een stukje doorrijden bleek een schot in de roos. We kwamen ze net om de bocht tegen. Hoera.

De paarden kwamen nieuwsgierig naar het hek. Ze snuffelden met hun grote zachte monden aan de in de haast getrokken grasjes en langs de kinderhanden, dat gegiechel en lichte opwinding veroorzaakte. Een hengst met leidsel kwam na verloop van tijd dominant naar de groep en drong alle anderen terug. Toen vonden we het welletjes. Op naar het restaurant met het blauwe dak waarvan lief en ik wisten dat er patatjes te krijgen waren. Een beetje feest moet goed gevierd worden. Dat vonden ze boven op de wolken ook, want toen we gingen rijden barstte er een flinke bui los en eenmaal veilig in de serre liet het onweer zijn bliksemschichten rollen en grommen. Er stond patat op de kaart en tot onze vreugde was er zelfs een vegetarisch menu in drie talen te vinden. Ook in het Nederlands, te danken aan de jaren negentig, toen veel Hollanders naar dit deel van het land waren gekomen.

Unaniem waren we er over eens, dat er een mooie dag kon worden bijgeschreven. Dit samenzijn en delen met elkaar was een feest op zich.

Overpeinzingen

Een cliffhanger van jewelste

Zo verschoof het ochtendritueel naar de avond, als de stemmetjes geluwd waren, de kinderen zoet achter een filmpje zaten, de vaat werd gewassen en de koffie werd gezet. De laatste rommeltjes van een dagje thuis met alle leuke karweien op zich, die zich in de loop der dag hadden voorgedaan. Natuurlijk allereerst de boodschappen maar daarna bleek het afwisselend te regenen en dan weer droog tot halverwege de middag de zon opkwam en stralend de somberte overnam. ‘Laat mij maar even, het is nog steeds lente’, scheen ze te zeggen. De douche was koud na al die spetterpartijen van kinderen en volwassenen. Dat betekende even een betere verdeling maken voor de komende dagen, maar voor de rest was er geen vuiltje aan de lucht.

De vorige dag had ik aan dochterlief al geopperd dat de mogelijkheden van een mozaiektafel met het gietijzeren geraamte bij de schuur tot de mogelijkheden behoorde en vandaag ging het hele stel voluit aan de slag. Lief wist op zolder achter een van de schuine deurtjes nog wat antieke tegels van de gevel van het huis en natuurlijk stond er in zijn schuur vol schatten zowel cement als voegsel. De kinderen leefden zich uit door met zonnebrillen op de tafel te prepareren, afbikken van de oude tegels was niet zonder gevaar, pa kwam helpen. Moeder veegde aan en lief fatsoeneerde de tuin. Zo had iedereen een functie. Ik knipte het restant van de te lange druif tot een respectabele en te behappen omvang, speelde met bikkeltje haar honderd-en-een spelletjes en genoot van alle bedrijvigheid. Een kinderhand is gauw gevuld, zeker toen de tegels aan gruzelementen mochten worden geslagen met de hamer en de tafel zich zeker maar gewis vulde met de brokstukken.

Dochterlief was in de weer geweest met schelpenkoorden rijgen. Er moesten gaatjes geslagen worden in de onderweg gevonden schelpen waar de filosoof mooi mee kon helpen. Maar ook was hij in de weer met gras knippen, onkruid trekken, het kleed vegen op het terras en meer van dat soort kleinigheden, soms onder supervisie van papa dan weer van zijn moeder. Bikkeltje vlinderde overal doorheen met sommige van haar glitteroogjes, knuffels met grote ronde ogen. Ze spaarden ze allebei en ze hadden ingewikkelde namen. Gismo was er een van en dat deed me direct denken aan die goede oude tijd met de Muppets. Het is genieten op dit soort dagen dat niets hoeft en alles.kan. De kinderen vermaken zich met hun speeltjes en hebben af en toe een opzetje nodig naar een volgend moment, maar doorgaans is het een goed gevulde dag qua bezigheden.

Er werd een grote groene hagedis gespot in de buurt van de varkensstal, dat was al vaker gebeurd, dus werd hij omgedoopt tot Harry de hagedis. Die voelde zich kennelijk optima forma onder de omstandigheden. En wij met hem, want we waren opnieuw een observatie-object rijker, net als de kleine hagedisjes tussen de dakpannen aan de rand van het terras. .

Lief is verguld om het feit dat er weer kinderstemmen galmen door de gangen en er mensen zijn, die intens genieten van dit zalige buitenleven. Zo hoort het huis te leven bij tijd en wijle.

Vanavond is er een meeting via de zoom met de redactie van Mensenkinderen. Dan buigen we ons over de nieuwe materie en kan ik gaan bedenken welke boeken er het beste bij zouden passen. Kuipers van kaft tot kaft in plaats van digitaal leest heerlijk weg. Het begint interessant te worden nu hij met zijn vrouw het psychiaters-echtpaar Droogleever-Fortuyn in Groningen hebben ontmoet ofwel de dichter Vasalis. Natturlijk is dat voor mij, Vasalis-liefhebber bij uitstek, een cliffhanger van jewelste

Overpeinzingen

Regeren is vooruit zien

De caravan paste, hoe mooi compact ook, allesbehalve in de tuin. Die was wel groot genoeg, maar voorin achter het hek lag grint en daar strandde de wilskracht van het gevaarte op, zo niet van de auto. Diens wielen bleven slippend in het spoor hangen. Er was fysieke duwkracht voor nodig om een en ander weer in werking te krijgen en daardoor heeft dochterlief nu een ruggetje die hevig protesteert bij elke onhandige wending of draai. Het gevaarte staat nu op de oprit achter het eerste hek en herbergt met vreugde het kroost en hun ouders. Flexibel zijn staat hoog in je vaandel als je al drie maanden door Europa trekt. Ze hadden voor hetere vuren gestaan.

De grote mand met knutselspullen kwam de volgende dag op tafel op het terras. Bikkeltje en ik konden er allebei wel wat van. Binnen de kortste keren waren doosjes, tekeningen, versierde glazen groentepotten en papieren kleedjes met vouwblaadjes, scharen, lijm en krijtjes tot een uitgebreid arsenaal aan potentiële cadeau’s voor moeders omgetoverd. Boordevol ideeën zit dit knutselmonster. Ze laat zich leiden door het moment. Afhankelijk van hoe iets uitpakt kan een plan zomaar ineens 180 graden draaien. Ze heeft het van geen vreemde.

De filosoof vond het heel fijn om bezig te zijn met behapbare klussen, meterhoog jacobskruiskruid ging voor de bijl, evenals het lange gras dat door hem met de grasschaar werd geknipt. Op een gegeven moment was hij er wel klaar mee en werd het tijd voor het tekenen op de Ipad. In mijn speciale teken-en-schilderprogramma hadden we erg veel lol. Bikkeltje verzon haar twee fantasiefiguren Kaashaas en Haaspaas en de filosoof wierp zich op zelfontworpen vlaggen. Altijd weer een wonder hoe een krabbeltje van niets iets kan worden als je er maar de juiste aandacht aan besteedt. We luisterden ondertussen naar de vogels en probeerden ze te determineren aan de hand van het geluid. De verrekijker was er om ze beter te kunnen zien. We trokken ook naar de Datsja om die uitvoerig te bekijken en alles en iedereen was enthousiast over het grote bezit. Wat een heerlijk paradijs.

Dochterlief moest af en toe liggen, want dan was de pijn verdwenen. Het gaf ons mooi de gelegenheid om snode plannetjes te smeden voor haar verjaardag de volgende dag. Er was beschuit met thee op bed alleen met het gezin, cadeautjes aan de terrastafel. Een pioenrozenbosje met de fijnstralen als verjaarsboeket, Vlaggetjes om ‘s avonds na haar vertrek op te hangen en de versierde vazen. Van lief kreeg ze twee mooie rode rozen. Het kon allemaal niet op.

Rozig van de wijn en het bier en het goede gesprek rolden we uiteindelijk in bed. Het beloofde een lange verjaardag te worden, de volgende ochtend. Zo vroeg als verwacht werd het ook. Boeketten geplukt, cadeaus klaar om uit te pakken neergelegd, de rechte stoel als verjaarstroon ten behoeve van de aangedane rug, het schallen van de liederen. Het vers gehaalde ontbijt kwam ietsje later met echte bolussen, nou ja, zonder de kaneel,

Een plan was snel geboren. Naar Pecs om daar wat te flaneren en een terras te pakken, maar dat viel een tikkie in het water. Alhoewel, er bleek een treintje door de stad te rijden, die op elke toeristische plek kwam. Het boemelde de stad door en kwam met een krakerige mevrouw die in het Engels uitvoerig uitleg gaf bij d verschillende bezienswaardigheden. In de leukste straat van de stad trakteerde ik op echte koffie en heerlijke cakes in een moderne entourage en we waren verheugd over de vele studenten die met hun jonge moderne outfit een mooie tegenhang vormden voor de theatrale oudheid. De stad bruiste en leefde.

Het verjaarsmaal bij thuiskomst was de vega shoarma die wij hadden meegenomen compleet met de knoflooksaus en verse groenten. In de krop sla die de globetrotters hadden meegebracht uit Kroatie bleek een heel nest Italiaanse mieren te zijn meegekomen. Die hebben we wijselijk niet gebruikt. De krioelende schatjes zijn helaas in de kuka beland. Regeren is vooruit zien.

Overpeinzingen

Wegdromen

Het is de 29e, tweede pinksterdag en wij slapen weer in ons eigen bed. De reis was heel goed gegaan, alleen vond onze Truus Tom-Tom het nodig om een toeristische route uit te stippelen door de natuur die Verweggistan rijk is. We hebben in de veronderstelling een ‘snelste’ route te hebben gekregen, ongeveer ieder dorp aangedaan dat tussen hier en Sopron lag met als extra toegift een ritje vlak langs het Balaton.

Pinksteren, dus alle winkels dicht. Maar de vorige keer had ik bemerkt dat je bij de benzinestations gewoon de drankvoorraad aan kon vullen. Nu kwam dat goed van pas, maar het is natuurlijk een tikkeltje tegenstrijdig als je alcohol uit het verkeer wil hebben en je laat het langs de weg in grote mate aanbieden.

Enfin, ongeveer vier uur later reden we moe maar voldaan regelrecht in de armen van ons welkomst comité, dochterlief en Co, die uitbundig op de weg stonden te juichen en te joelen. Kleindochter, het bikkeltje, knelde haar armen stijf om dat stukje thuis dat ze af en toe zo gemist had en ook de kleine filosoof, die allang niet meer echt klein is, omhelsde ons en daarna dochterlief en schone zoon, zo lang al onderweg en zoveel maanden geleden voor het laatst geknuffeld. Het was een warm, warm welkom. In sneltempo werd de auto leeg gehaald en de krat met levensmiddelen voor hen, voor het vluchtelingenwerk straks en voor ons uitgeladen. Terwijl de mannen bezig waren met het sjouwen, liet ik de kinderen de geheime duer zien, die de filosoof open had proberen te krijgen maar wat niet gelukt was. In volle verwondering zagen ze de grote trap erachter, nog een houten deur naar het onafgetimmerde maar grootste gedeelte en de geheimzinnige voorwerpen allemaal. We vonden ook de vreemde poepjes, waar lief al eens op had gewezen en dat leverde de vreugdevolle kreet ’we hebben een poepboek’ op. Je bent een ontdekker of je bent het niet.

Dochterlief had ondertussen een heerlijke en rijke Indiase maaltijd bereid en de beide mannen hadden de grote bank uit de gang gehaald, zodat de lange tafel met zijn twee chaperonnes weer als vanouds stond te pronken. Tafel gedekt, met chique glazen op voet voor iedereen en smikkelen. De sambal werd met gejuich ontvangen evenals het Naanbrood en de bawang goreng. Het is soms goed om iets te moeten missen, dan is het waarderen als het weer voorradig is, navenant groot.

Na de heerlijke maaltijd was het tijd voor de cadeautjes, ze hadden al lang en breed de tas ontdekt. Boeken voor schoonzoon, deel 104 en 117 van de waanzinnige boomhut voor de filosoof, een groot boek met gedichten en gedichtjes en een bloemenpersje voor bikkeltje. Een vlinderboek voor allen, Hongarije is een vlinderland bij uitstek en de bijbehorende veldgids. Dochterlief kwam er bekaaid af, want ze is morgen jarig en krijgt dan pas alle cadeaus natuurlijk. De kinderen genoten. In de wijnglazen vloeide de cola, de appelsap en de wijn en het bier, de waxinelichtjes ondersteunden de feestelijkheden en slaap overmande de koters na een leeskwartiertje en het tandenpoetsritueel.

Na de thee wisselden we de opgedane ervaringen uit en genoten meer dan ooit, van elkaars gezelschap. Het klopt, ieder die je lang moet missen wordt intens gekoesterd bij hernieuwde vereniging. Daar konden we goed op wegdromen.

Overpeinzingen

Morgen is er een nieuwe dag

Na een voorspoedig vertrek, half zes uit de veren, inpakken, huis schoon achterlaten en wegwezen, met een voorspoedige reis, zijn we aangekomen in een klein dorp in Beieren. Slingerweggetjes, help een tractor als tegenligger, keurig opgelost met van beide kanten bermrijden en dan een oase aan rust. een heerlijk appartement voor ons alleen met een uitzicht om te zoenen en kerkklokken op een zonnige pinksteravond over de groene weilanden, wat wil een mens aan geluk nog meer.

De kamer zelf was er ook een vol inspiratie, de hele sfeer was precies zoals we het hebben willen. Een donzen dekbed et een veren overtrek, kunst aan de muur, planten in overvloed, wat wil je nog meer, Een lieve emailwisseling deed de rest. Als dit ons vaste overnachtingsadres zou kunnen zijn, zijn we dik tevreden. Lief geniet van de ondergaande zon, terwijl mijn ogen eigenlijk nauwelijks meer willen, na de lange autorit. Het was lekker rustig, goed te doen, een of twee langzaam rijdende files, geen Duitsland op vrijdag gelukkig. Dat probeer ik tegenwoordig te vermijden. Vroeger opstaan heeft ook zeker voordelen. We konden doorkarren zonder een enkel probleem bij grens of anderszins. Onthouden.

Gisteren kwamen zoonlief en schoonzus met de kleine krullebol en de benjamin langs. Wat een heerlijk bliksembezoek. Ik had een taart gekocht en bloemen, want de hoogzwangere lieverd was jarig. Met de kleinzonen stiekeme kaarsjes erop gezet en ‘lang zal ze leven’ zingend, moeders verrast met taart en de bloemen.

De lieve grote broer ging achter zijn autootjes aan, bij oma altijd een groot succes met de verzameling van de tweeling uit de grijze oudheid, maar de kleine spelbreker liet zich van zijn beste kanten zien. Dan maar de cadeautjes, een groot en mooi plantenboek voor de krullebol en hoekjes van geluk voor de kleine. Twee loeps erbij zorgden voor de grootste verwondering. Wow, als je een poppetje hebt getekend en je houdt er een loep boven, steeds verder er vanaf, dan groeit ie. Dat moest uitgebreid bestudeerd worden. Iets om noot meer te vergeten, vonden we allebei. Het boek was een schot in de roos. Fijn om te weten.

De oudste zoon kwam gisterenavond laat de auto nog halen om hem te wassen en rond negen uur was ie weer terug met een stralend wit dametje. Maar de volgende ochtend bleek bij het wegrijden dat er een (altijd gewenste)zak drop op de voorbank lag en dat de tank vol was. Om te smelten toch, zo’n lieverd.

Ik schrijf nu onder het veren dons en geniet van de herkenbare sfeer in deze kamer, zo anders als de steriele hotelkamers die we tot nu toe bezocht hebben. Morgen zien we de lieve schatten, onze globetrotters. Ik ben nu eigenlijk best moe, dus brei er een eindje aan. Morgen is er een nieuwe dag.

Overpeinzingen

Tot een volgende keer

Er kwam een allerliefst berichtje binnen van onze host in Duitsland voor de komende zaterdag. Ze gaan zelf op vakantie, maar de hulptroepen om ons te verwelkomen zijn ingezet in de gedaante van de buurvrouw, tot haar kinderen slapen en anders zijn de deuren open. Wat een fijn idee, dat dit eventueel wel eens een vaste verblijfplaats zou kunnen worden.

Gisterenochtend was het gelukkig heel kalm, want de rest van de dag zou het druk genoeg zijn. Bij aankomst zagen we al dat casual smart gewoon gepikt en gesteven bleek. Keurige kapsels, glanzende pumps, nette pakken en stropdassen en prachtige jurken. De setting was een restaurant dat hier en daar in de oorspronkelijke oude staat bewaard was gebleven. De ceremonie zelf vond onder het overdekte terras plaats dat voor de dienstdoende gelegenheid omgetoverd was met een idyllisch bruids-guirlande, waaronder het uitwisselen van de ringen plaats zou vinden.

Zo viel het sprookje op haar plek met een ambtenaar die zich goed ingelezen had en twee aandoenlijke kleine subambtenaren, die het stuk mochten afhameren. Een ander kleinkind bood de ringen aan . Zo werden de twee in de echt verbonden. Er waren de nodige toespraken en levensverhalen, soms ontroerend, soms hilarisch en er werd a capella gezongen door de familie van de bruid die uit een hele muzikale familie komt.

De bombastische bruidsmars liet men luid klinken tijdens de binnenkomst van de twee en de twee kleintjes strooiden rozenblaadjes. Een echte bruiloft dus. Als je een feest viert, mag er uitgepakt worden, ongeacht de leeftijd. Wij hadden in allerijl een cadeau in elkaar geknutseld met een zelfgemaakte kaart en het gevraagde geld erin. Het diner bestond uit drie gangen en alles was even lekker, kleine hapjes en ruim voldoende. Smaken die in lang niet meer langs gekomen waren. Er bleek ook een tafelschikking waarvan de indeling werd aangekondigd door geprinte chocolade namen op een zilveren achtergrondje, netjes verpakt, zodat het kon gebeuren dat we slechts zijdelings met broer en schoonzus konden spreken, maar des te meer met zijn lieve zoon en dochter en aanhang. De manier om mensen beter te leren kennen. Voor Lief oude jongens-krentenbrood, voor mij was het wennen aan al die nieuwe gezichten, families, verhalen en stijl.

Schoonzus had een metamorfose doorgemaakt. Ik moest denken aan mijn kleurenpalet waarmee ik de portretten kon aanpassen, zachter maken, meer schaduw hier, wat oplichten daar, een vleugje accent aanbrengen. Dat dus. Broer van lief had zich een paar mooie schoenen aangemeten en daar het hele pak bij uitgezocht. Een genietend gezicht erboven en een wat ongelovige blik. Wat een werk moest het zijn geweest voor zijn ceremonie-dochter. Die liep bedrijvig heen en weer in een van de mooiste Gudrun-creaties en zorgde stilletjes voor alles wat aangepast of uitgebreid moest worden, dat diëten niet vergeten werden en er voldoende aanspraak was. Er was een oude klingelbel als er publieke aandacht nodig was. Het verhaal ging dat het een erfstuk was van een hele oude oom, maar gaandeweg begon men toch te twijfelen. Dan zou het minstens uit de 19e eeuw stammen en ooit bij de eerste oom Jodokus hebben gehoord. Het vermeende familiestuk deed zijn werk ondertussen evenwel behoorlijk en regelmatig viel het geroezemoes even stil om de volgende aankondiging te horen.

De fotosessie kende ik nog van de bruiloft van oudste dochter in Frankrijk, het echtpaar met de hele groep, met de familie, met de kinderen, met de vrienden, met de kleinkinderen, de bruid met haar familie, de bruidegom met zijn familie, en zo ging het nog even door. De zon had bedacht als feestelijke belichting even te gaan schijnen, dus een en ander kon in de prachtig aangelegde tuin. De wind was ook van de partij en blies dwars door alle dunne stofjes heen.

Na het afscheid nemen en de laatste uitwisselingen spotten we de futen met jonkies in de vijver, maar het was inmiddels zo koud geworden, dat een fotootje er niet meer in zat. Dat bewaarden we tot een volgende keer.

Overpeinzingen

Stilte voor de storm

Wonderbaarlijk hoeveel tijd je in een dag kan stoppen als die al in de nacht begint. We begonnen na het ontbijt met een kringloop voor de broodnodige presentjes hier en daar. Kan natuurlijk nog niet verklappen wat er op de kop werd getikt, maar bij de tweede kringloop was het raak. Glansrijk geslaagd.

Daarna gingen we de bestelde boeken ophalen en de henna in het centrum. De laatste was gearriveerd, het boek niet, maar de boeken voor de kleine filosoof waren er wel. Vrijdag, laatste kans, nogmaals de tocht ondernemen om de papieren versie van de biografie over Kuipers op te halen. Lief afgezet bij de kapper en door naar de drogist die alles per twee met korting heeft. Shampoos, tandpasta voor kleindochter, douchegels, opzetborstels voor de tandenborstel. Daarna de bloemen gehaald voor onze lieve schone dochter, die van het scooter-ongeluk, en lief opgevist met kortere haren maar geen kappershoofd. Dat was de bedoeling ook.

De volgende stap waren de T-Shirts voor zijn casual-smart uiterlijk van morgen. Vier mooie nieuwe om uit te kiezen, amarant-rood, zeegroen, hagelwit en China-blauw. Daar was er vast een bij die te combineren viel met het donkerblauwe denim overhemd en de off-white broek. Aangekleed gaat uit.

Spoorslags langs zoonlief en daarna naar Utrecht. Het hele relaas in geuren en kleuren van het ongeluk aangehoord en meegedacht over de te volgen mogelijkheden. Heerlijk om met z’n drieën rustig het verloop der dingen uit te kunnen wisselen. Soms is daar te weinig tijd voor als iedereen aanwezig is.

Terug langs de nieuwste aanwinst van de familie. Het flesje met afgekolfde melk was bewaard voor mij, de kleine pork was het er zelf niet zo mee eens, want zijn buikje gaf een hongersignaal dus hij brulde het uit, tot eindelijk de verlossende fles de behoefte kon vervullen. Leven op de voelsprieten van de zintuigen, zoals het een baby betaamd. Ik miste de geur van babyharen en zachte velletjes door mijn slechte reukvermogen en ervoer dat dat met deze kleine schat in de armen als des te groter gemis werd ervaren.

We ontdekten dat we niet bij de dansvoorstelling van zijn grote zus konden zijn in juni, maar geen nood, kleindochter, als vlinder geschminkt, gaf gewoon in de kamer een uitvoering ten beste die er niet om loog. Eerste rang voor ons tweeën, wat wil je nog meer. Na nog meer knuffels en een belofte van zoonlief en kleindochter om de auto te poetsen voor we weer op reis zouden gaan, reden we op huis aan. Daar was de puf tot het nulpunt gedaald en bewaarde ik het Hennahoofd voor de volgende dag.

Intussen zit ik, en het is nog voor achten, met dat hoofd in de henna en overbrug de wachttijd van twee uur met de blog. Gisteren belden we het feestvarken van de bruiloft terug, want hij had ons tevergeefs geprobeerd te bereiken. Ze hadden er zin in, maar hij hoopte sterk op een gemoedelijk en intiem feestje en dat gaat het vast worden. De plechtigheid, hapjes en drankjes daarna, dineren in het restaurant ergens aan zee en om 21 uur uitzwaaien van het bruidspaar. Daarna rijden wij terug naar huis voor de laatste drukke dag. Maar eerst nog een rustige ochtend ter voorbereiding van dat alles, waar we dankbaar gebruik van maken. Stilte voor de storm.

Overpeinzingen

De boodschap was duidelijk.

Het tuinencomplex lag er verlaten bij, toch stonden er nog aardig wat auto’s. Het was heerlijk weer al zorgde de wind voor een scherp noorderrandje. Niet te warm dus en goed om het kniehoge gras aan te pakken.

Een kraai zat op de staander van een hek. Hij had een voorname bontjas aan en keek spiedend om zich heen. Bij zoveel indringers vloog hij krassend een deurtje verder. Gelukkig had ik net een foto kunnen schieten. Halverwege nog een ontdekking. Een fuut zat op haar nest in de sloot en het mannetje zorgde nijver voor de juiste onderbouwing. Dames schaap in het weiland ernaast, met aandoenlijke bruine koppies en hun witte jassen, keken ons aan met welhaast peinzende blik. ‘Waarheen gaat gij’. Kleine filosofen hoor, die dames.

Dochterlief was in de tuin van haar zus bezig. Water geven, beetje wieden, wat inzaaien en hopen dat het goed ging. Onze hollewaai met zijn klikkertje was er ook bij en wilde eigenlijk al naar huis. Ik raadde hem aan zijn moeder te helpen met gras te trekken. Zuchtend begon hij aan die taak, toen konden wij door.

Halverwege het pad ontmoetten we de achterbuurman van onze tuin. Hij en zijn vrouw hadden beide corona gekregen aan het begin van de lente en ze waren er niet goed van afgekomen. Vooral de buuf was steeds bij vlagen benauwd en erg moe. ‘We hebben vaak aan je moeten denken’, vertelde hij, nu ze ontdekten wat het was om niet over voldoende lucht te kunnen beschikken.

De tuin was erg blij met onze komst. Het gras wuifde ons tegemoet, het stond vol boterbloemen en pinksterbloemen. De brandnetels en het kleefkruid deden een wedstrijdje wie het hardste groeien kon. Met de maaimachine op standje zeven en wat tegensputteringen begon ik aan het opschonen, terwijl lief de brandnetels te lijf ging en ruimte maakte voor een wat grotere composthoop. Helaas vergde een en ander meer energie dan de twee batterijen groot waren. Ik besloot naar huis te rijden en ze opnieuw op te laden. Tussendoor was er tijd zat om de maaltijd te bereiden. Rijst met sumak, sperziebonen met paprika, ui en champignons en vega köfte. De kleine pimpelmees was zich toch een hoedje geschrokken van het lawaai gisteren en liet zich niet meer zien. Het bleef ijzingwekkend stil rond de nestkast.

Daarna met een vaartje weer terug naar lief, die inmiddels het onderdeel ‘teveel van alles’ flink had aangepakt. Er was dankzij het gewoeker veel verdwenen van wat was ingezaaid. Niets aan te doen. Het gras liet zich korten, maar de maaimachine had er niet veel zin meer in, of was het mijn vermoeidheid die parten ging spelen. Op een gegeven moment vond ik het welletjes. Nog even wat foto’s schieten van al het moois. We stonden net de bloemen van de braam te bewonderen omdat ze in de zon zo teer scheen als Japans papier terwijl merel in de appelboom zijn uiterste best deed om er een sfeervol melodietje onder te leggen toen de oude riep en ons wees op de witte regen, die eindelijk na jaren in bloei stond. Hij knoopte zowaar een gesprekje aan en trachtte in een notendop van de hoed en de rand te horen. Lief hield wijselijk in. De vlier aan het begin van de tuin stond volop in bloei. Die bloemschermen zijn het bestuderen meer dan waard. Wat een vernuftige staaltjes van groei zijn ze toch.

Op de terugweg viel het mee met de drukte en konden we gestaag doorrijden. Dochterlief had drie boeken van Mees Kees in de brievenbus gestopt voor de kleine filosoof. Die nemen we mee. Eenmaal boven en na de heerlijke maaltijd nam de vermoeidheid de overhand. Tijd om goed uit te rusten en niet te laat de ogen te sluiten, liet het lijf merken. De boodschap was duidelijk.

Overpeinzingen

Een soort thuiskomen

Kalm bijkomen en rustig opstarten naar een week die tamelijk volgepland is. Dochterlief kwam langs met de twee oudste zonen. Helaas is die lieve Dribbel bij zijn oma in Frankrijk. De jongens hadden honger en natuurlijk was er nog maar weinig in huis. Wel crackers met brie en chocopasta. Het ging er in als koek en natuurlijk nog een restje muesli-repen. De jongste van de twee stuiterde er heerlijk op, met zijn lumineuze ideeën. Hij had de blikken dop van een fles in zijn broekzak en kon er mee klikken, zoals wij in het grijze verleden kleine blikken kikkertjes lieten klikken. Maar hij had ook uitgevonden dat je er twee verschillende tonen mee kon maken. Die jongen komt er wel. Gelukkig voor zijn moeder moest hij na het bezoek aan ons door naar Free Running, daar zal hij zijn overtollige energie wel kwijtgeraakt zijn. Er kwam een filmpje langs waarbij hij zijn eerste salto had gemaakt.

Het was heerlijk om ze allemaal te kunnen knuffelen. Mijn jongste zoon schoof ook naar binnen. Die wilde nog naar de sportschool en zou hier omkleden en douchen. Trots lieten we hem de gezinsuitbreiding zien. Jongen in het nestkastje ven de pimpelmezen. Ze vlogen af en aan en hadden het tot gisteren natuurlijk heerlijk rustig gehad, maar nu waren ze wat zenuwachtig bij al die wonderbaarlijke geluiden. Natuurlijk kwam de groothoeklens erbij, maar de foto was niet goed te maken door te weinig lichtinval. De prunus van de buren zorgde voor een mooi beschutte plek voor de twee kleine fladderaars en hun kroost.

Het hele stel vertrok naar het voetbalveld voor de oudste, die een wedstrijd moest spelen en wij gingen mee naar beneden om af te reizen naar de oudste zoon. We hadden beloofd om hem te helpen met zijn nieuwe planten voor in de grote vaste plantenbak in zijn tuin. Hij had een mooie hoeveelheid gehaald. Het pampusgras en de vijg kwamen op de uiterste hoeken en daar tussenin veel mooie paarskleurige en witte vlinderminnende planten zoals de buddleja, de clematis, de ooievaarsbekken, de rozemarijn, nepeta en een witte echinacea en hier en daar een oranje accent erbij met de crocosmia, een klimmer, die je moet leiden. Kleinzoon was met zijn moeder en zijn zus op stap, maar zoonlief beloofde van de week nog even aan te wippen.

Daarna konden we genieten van de rust thuis. Als afleiding was er een heel fijn satirisch programma op de televisie. Plakshot is een uitgekiend programma dat laat zien hoe je mensen kunt bespelen om je doel te bereiken. Roel en Jos Maalderink laten dat zien via een heldere uitleg over de verschillende toonaarden waarop je het nieuws kan brengen en laten de reacties van het publiek daarop zien. Dit keer ging het over wel of niet vlees eten en het molesteren van dieren. De meeste geïnterviewde mensen waren voor de eerste en tegen de tweede stelling. Zo zie je maar. Alles is betrekkelijk. Het is maar net hoe je het brengt.

Daarvoor was de film De luizenmoeder en omdat lief de serie niet kende, keken we die ook. Het ontroerde en niet in de laatste plaats door de reacties van het balsturige jongetje. Weliswaar een prototype van het onbegrepen en verwaarloosde kind, maar de draai die er aan gegeven werd, was niet minder aangrijpend.

Vandaag gaan we naar de tuin. De batterijen van de maaimachine zijn opgeladen. Als ik dochterlief mag geloven staat het gras kniehoog en vol brandnetels. Werk aan de winkel. Zij komt ook nog even voor de tuin van haar zus. Daarna krijgen we de kans om lekker bij te kletsen, zonder haar twee hollewaaien.

De overnachting in Duitsland voor de Pinksteren is rond. We gaan naar een particulier in een klein dorp tussen Neurenberg en Regensburg in. Voor de helft van de prijs van het hotel en met uitzicht op de ons omringende natuur. Heerlijk. We hopen erop dat dat de vaste stek wordt. Ook een soort thuiskomen.

Overpeinzingen

Tot maar even later

Inmiddels hebben we tijd en afstand overbrugd en zijn we met de nieuwe witte veilig aangekomen in ons zonnige andere thuisland. Het reizen ging voorspoedig op een dieet van drop en mueslirepen met af en toe een snelle stop bij het benzinestation of een klein wegrestaurant. De eerste waren eigenlijk al te druk. Als je een tijd zonder mensen om je heen bent geweest, raak je aan de stilte en de rust gewend en is de drukte van meer en anders al gauw teveel.

Bij het laatste fijne restaurant waar we waren, een bakkerij met de meest heerlijke taarten en broodjes, behoorde een sanitair bezoekje dat prompt verstoord werd door een oorverdovend lawaai. Een loeiende sirene ging af en ik was er de oorzaak van. Een bordje naast een deur gaf het overbekende logo weer, van waar ik moest zijn, maar dat er een heel klein pijltje onder stond naar twee deuren verderop had ik niet gezien. Er zat een kastje onder de klink, maar ik dacht dat het de automaat voor het geld was. Ik drukte de klink naar beneden en verstarde. Een schel hoog gillend geluid zorgde ervoor dat ik van schaamte in de grond wilde zakken. Verkeerde actie, begreep ik. Het personeel was lief, maar het duurde nog zeker een kwartier eer het geluid verstomde. Geen boze gezichten gelukkig.

Het hotel bracht een domper op de voorspoedige reis, want men had de kamer slechts voor een persoon gereed gemaakt. Foutje van de collega, natuurlijk. Parkeerplekken waren ook een probleem. Het hotel ging aan haar eigen grote succes ten onder. Te weinig personeel, dat aan wisseling onderhevig was, teveel klanten. We moeten gaan zoeken naar iets kleinschaligers, want dit is te lastig voor alle volgende keren. We hebben al wat gevonden, maar moeten wachten op de goedkeuring.

Nu zijn we hier en genieten van de wijdse blik op deze Westerse wereld. Daken met boompartijen erachter, rondvliegende kauwtjes en duiven, nog geen vogeltje gehoord trouwens, koffie op bed en schrijven op de ouderwetse manier. Beneden staan de grote planten overal en het is een complete jungle. Hier en daar heeft er een te veel water gehad, maar er is goed voor gezorgd. Natuurlijk mis ik de mauwtjes van Pluis bij aankomst, haar zachte velletje en poezenstaart tegen en om mijn benen.

We hebben een hele boodschappenlijst van dochterlief ontvangen om mee terug te nemen. Aanstaande zondag staan ze op de stoep in Verweggistan. Appelmoes, hagelslag en pindakaas staan bovenaan, naan en bawang goreng, tandpasta voor de kleine stoere dame, boeken en alles voor een heerlijk pitahbroodje met vega-shoarma en er komen nog boodschappen bij voor de vrijwilligersorganisatie, waar ze na hun bezoek aan ons naar toe gaan. Zij zitten in Budapest.

Het weer is prachtig hier, maar deze week zou het ook daar heel mooi worden. Vrijdag konden we gelukkig nog een keer alles maaien en in de vroege ochtendzon heb ik nog wat foto’s geschoten ter afscheid. Dag lief huis, dag lieve tuin(land noemt lief het), dag fijn atelier, tot maar even later.

Overpeinzingen

In variatie op een thema

Juist op hemelvaart, als je ze nodig hebt, kraaien beide hanen niet. Maar om vier uur was ik al klaar wakker, dus gaf het niet. Bovendien hadden we met dit gure weer niet de intentie te gaan dauwtrappen. Mijn moeder was trouw in dat soort tradities. Iedere hemelvaart trok ze er, weliswaar met de fiets, op uit. In het begin nam ze ons nog mee, maar later ging ze fietsen naar degene die het verst weg woonden. De Bilt, Nieuwegein of Houten. Er zat altijd iets lekkers in de tas en de koffie was voor onze rekening. Amelisweerd was ook geliefd of wandelen langs de Kromme Rijn over het jaagpad aan weerskanten, de ene kant heen, de overkant voor terug.

Natuurlijk namen we de gewoonte mee naar onze eigen gezinnen. In alle vroegte de warme kinderlijfjes uit hun bed pellen, voor en achter op de fiets en karren door het doodstille Jutphaas, waarheen de wielen ons maar brengen wilden. In de tas zat het ontbijt. Met vier was dat te ingewikkeld. Nu kwam de auto om de hoek kijken maar daarmee kalverde het echte dauwtrappen af. Als je niet de stilte ervaren kan van een dorp in diepe rust en de eerste zonnestralen op je snoet dan is de beleving minder intensief.

Uit die begintijd stammen ook de fietstochten langs de kersenboomgaarden. Rode tong van de zoete meikersen, oorbel aan je oor met de tweelingkers en ergens, waar dan ook, vlekken in je kleren en steevast een bruine zak vol heerlijkheid mee naar huis. Soms viel de hemelvaart samen met de oogst. Ergens is me ontschoten of we dat vaak gedaan hebben. Het zou even zo vrolijk kunnen dat we maar een of twee keer op zo’n tocht zijn gegaan en dat het diepe indruk heeft achtergelaten, waardoor de frequentie er automatisch bij gedroomd werd. Alleen ging ze later wel trouw elke hemelvaart.

Gisteren heeft lief trouwens de arme dichtgegroeide fluweelboom voor het grootste gedeelte bevrijd. Dat bezorgde de boom en mijn gemoed een hele verlichting. Ik kreeg het al benauwd als ik al dat dichtgegroeide struweel zag. Nu mocht er weer licht en lucht tussen de stammetjes stromen. Zo fijn. De Wisteria had zich als een liaanplant om elke tak geslingerd. Door de starheid en de zwaarte zou de boom zelf bij een beetje stormwind afknappen als een luciferhoutje. Bij toeval, omdat ik een andere naam zocht voor ‘fluweelboom’ die dus ook azijnboom wordt genoemd, ontdekten we dat ‘sumak’ de gemalen bessen zijn van een struik uit de fluweelbomenfamilie. Het is een heerlijk zurig kruid, dat ik vooral ken uit de Perzische keuken. Over de gekookte rijst gestrooid staat het garant voor een hemelse smaak. .

Het zijn hopeloze herfstdagen en vooral het gebrek aan blauwe lucht en zon zorgt voor een hang naar een warm huis, dikke truien, sokkenvoeten in de sloffen en hete koffie of thee in de kom. De vrouw in het boek van Jaap Robben drinkt vooral anijsmelk. Iets wat bij die nostalgie van het dauwtrappen hoorde. Dat heb ik jaren gedaan. In de kast stonden altijd drie langwerpige doosjes de Ruyter anijsklontjes. Mijn moeder bezwoer dat je daarna sliep als een roosje. Ik vond het alleen maar lekker. Sinds de kinderen sliep ik in de nacht matig, niet alleen door hen, maar ook te wijten aan de nachtdiensten, 7 nachten op, 7 nachten af, die ik na de opleiding een lange periode gedraaid had. Bovendien hoorde ik in die dagen elke zucht en elke kraak.

Nu horen mijn dove oren alleen nog selectief. Tussen de hoge pieptonen, die er altijd zijn, klinken alleen de uitzonderlijke geluiden nog door, afwijkend in frequentiehoogte van dat wat er altijd is. Ik negeer het geluid aan de binnenkant. Dat is noodzaak, anders wordt je horend gek. Zo voegen we ons langzamerhand naar de kwalen, die zich in het geniep aandienen. Als je ze niet kan verslaan, dan moet je ze benutten, in variatie op een thema.