Uncategorized

Zwart.

In het boek het geheime leven van kleuren wordt een tijdsspanne beschreven waarin de kleur ondergeschikt werd bevonden aan lijn en vorm. Door de eeuwen heen klonk de veroordeling van kleuren ‘als een ladder in een nylonkous’. Er zijn zelfs tijden geweest waarbij uitbundige kleur als scharlakenrood voorbehouden was voor een kleine selecte elitegroep en de aardetinten met name voor de arme plattelandsbevolking. Kleur als sociale status, kom daar nu nog maar eens om. De hippies in de jaren zeventig hulden zich in een bonte explosie van kleur. Het antwoord daarop waren de jaren van het diepste zwart van de punkers.

Vanaf de puberteit heb ik zwart omarmd. Ook in de hippietijd. De jassen van mijn oma, die ik droeg, waren zwart, maar ik herinner me ook nog een maxi gobelinjas, waar ik van hield. De binnenkant was van een zacht goudgeel en de buitenkant was als een bloementapijt van kleurschakeringen. In mijn kast ligt heel veel zwart. In de periode dat ik mezelf had voorgenomen te ontzwarten kwam er meer kleur. En toch voel ik me altijd nog het meest op mijn gemak in dat mooie zwart.

Er was een tijd in de zeventiger jaren dat we heel erg bezig waren met het verven van wol en katoen met natuurlijk materiaal zoals planten-en groenten-aftreksel. Het werd gebruikt om het vilt te kleuren en de ruwe grof gesponnen schapenwol te verven. Er was tijd voor. Het leven verliep langzamer toen de kinderen nog klein waren en ik brood kon bakken, stof kon verven, kleren in elkaar flanste, ging haken en breien. Zeeƫn van tijd vond ik tussen de dagelijkse beslommeringen door.

412Turner licht aan het Wassenaarse strand.

Bij het nieuwe huis dat we vonden, was de periode van bruin en oranje, dat tot dan toe het interieur had bepaald in een klap over. Het werd wit wat de klok sloeg. Witte gordijnen, witte muren, witte meubels, hoe onpraktisch ook. Dat bracht tegelijkertijd ruimte in het hoofd. Het effect met een combinatie van een kleur ernaast was groot. In het geheime leven van kleuren haalt Kassia. St. Clair de grote Turner aan, de koning van het magische licht.  ‘Licht is dan ook kleur en schaduw de afwezigheid daarvan’ Zijn kleurschakeringen zijn onmiskenbaar. Het licht van Turner vind ik terug op de winterdagen aan zee. Het brengt een sfeer van geheimzinnigheid en belofte en altijd en overal is een zweem oranje te ontdekken. Schaduw is de afwezigheid van licht, maar niet van kleur. Als ik een slagschaduw wil hebben, blijft kleur er onderdeel van uitmaken.

Heerlijk om mee te spelen zijn de restvormen die er tussen de vormen in bestaan en die een bijzondere betekenis krijgen door kleur of juist de afwezigheid daarvan. Met Kazimir Malevitsj kwam het zwart terug. Zijn zwarte vierkant in 1915 werd de drager van het suprematisme, waarin hij de kunst als autonoom beschouwde los van de politiek of het sociale leven en zwart en de primaire heldere kleuren verheven werden..

In de mode is de zwarte jurk dankzij Coco Chanel net zo’n icoon geworden en niet meer weg te denken. Annemarie van Haeringen schreef het boek Coco of het kleine zwarte jurkje met grappige illustraties die het boek vervolmaken. Het zwart van Jules Deelder zal voor eeuwig verbonden zijn aan het wasmiddel, wat duidelijk maakt dat reclame sterker kan werken dan de overtuiging op zich.

Mijn zwart is die van de kracht en de elegantie. Ondanks de poging te ontzwarten blijft het mijn ‘kleur’, zoals de nacht mijn dag blijft, waarin woorden de gedachten vormen, de stilte binnenvalt en het leven overpeinzing en verdieping krijgt.

 

Uncategorized

De Feniks.

Ik kwam vannacht bij het lezen de term ‘sisyfusarbeid’ tegen. Het klonk me als koeterwaals in de oren, een beetje Engels, een beetje Duits, een beetje Nederlands. Bij de reis naar de herkomst tuimelde ik regelrecht de antieke Griekse Mythologie binnen. Het was afgeleid van de naam van de Griekse Sisyphos, de stichter en de koning van KorinthiĆ«. Zijn Latijnse naam is Sisyphus.

Sisyphus (2008) door Gert Sennema, aan de Brink in Assen(wiki)

Die haalde zich de woede van Zeus op de hals door zich gelijkgesteld te voelen aan de Goden en maling te hebben aan zijn gasten, die hij met het grootste gemak doodde, als hij dacht dat het hem rendement zou opleveren. Ook nam hij het niet nauw met de eerbaarheid naar vrouwen toe. Zeus zond Thanatos de dood op hem af, maar met sluwe listen wist hij weer terug op aarde te komen. Uiteindelijk kregen de Goden hem toch te pakken en werd hij gedoemd voor eeuwig en eeuwig een zwaar rotsblok de steile berg op te duwen. Er zit een flinter Sisyphus in ons allemaal als het gaat om het nutteloze, zijn verdoemenis. De zinloze handeling, het zinloze doel, de zinloze waarde die we ergens aan toekennen en die het niet verdient.

Van de week reed ik met mijn relatief jonge auto tegen een paaltje. Er trok onmiddellijk bij het schurende geluid een wee gevoel door mijn lijf en toen ik de schade monsterde was er die mengeling van woede en verdriet. De hele weg terug bleef dat gevoel van verlies tot mijn zus de zinnige relativerende opmerking maakte, dat we nu gelijk weer wisten dat het maar blik was, zo’n auto. Gisterochtend monsterde ik als eerste mijn lieve aangedane koekblik, maar de diepe holle deuk die zich daar in het Hemelsblauw had bevonden, was verdwenen. Wel was er nog de grote schaafwond op de flank. Hier was sprake van een mengeling van respect voor de materie en de te grote waarde aan het vehikel, dat namen krijgt van mij en waar ik om kan treuren, mijn eigen stukje Sisyphus.

Het andere geval, gevoel moet ik zeggen, is het jarenlang met passie ergens je leven aan geven om daarna te merken dat het met nieuwe zakelijkheid ook zonder jou kan. De bekende bodemloze put, het stoppen van de energie in iets dat uiteindelijk niet oplevert wat je ervan verwacht. Hoog gestelde doelen willen halen, waarbij de lat oneindig hoog ligt is ook zo’n Sisyphusiaantje. Een hele bekende is de verbroken relatie, waarbij een van de twee zich oneindig in de steek gelaten voelt. Vaker echter wordt je gesterkt door het vinden van nieuwe mogelijkheden in jezelf. Het is pas een echte Sisyphus als er sprake is van totale nutteloosheid en dan nog steekt er eerder een depressie en de eigen aanname achter dan de waardering van anderen.

Straks wordt de auto onder handen genomen door een man die zijn vak goed verstaat en zal hij, die kleine blauwe, als een vuurvogel uit zijn as herrijzen. Iets wat Sisyphus nooit meer gelukt is, die rolt nog steeds de rots de berg op. Dat is nou eenmaal het nadeel als je tot in eeuwigheid verdoemd bent. Ik omarm de relativeringstheorie van mijn zus. Het heeft net zoveel waarde als er aan toegekend wordt, dus is het verlies ervan navenant. Dat voelt beter. Het wachten is op de Feniks, die er altijd in besloten ligt en eruit verrijzen zal.

Uncategorized

Memento.

Gisteren op een grijze koude bevrijdingsdag brachten zuslief en ik een bezoek aan het museum Voorlinden. Er was, naast de relativerende tentoonstelling van Martin Creed nog ander fraais te bewonderen. Een van die verstilde werken, die mijn aandacht vasthield, waren de ingelijste miniaturen van Louise de Bourgeois.

Vorig jaar ben ik in het leven gedoken van deze kunstenaar en ik kan niet anders dan bewondering koesteren voor haar werk. Je vindt er alle gradaties aan emoties erin terug. Haat, liefde, eenzaamheid, onderdrukking, pijn, angst en alles is geĆ«nt op haar haat/liefde verhouding met haar vader. Als ik aan haar denk, denk ik eerst aan groot. Enorme spinnen, waarvan er een veelbetekenend ‘Maman’ is genoemd, grote fallussen, en mijn eigen beeld van dat hele kleine oude vrouwtje met een priemende blik, die een vierentwintigjarige niet zou misstaan.

Ze schrijft met passie in de drie bedrukte teksten over de geur en de kleur van de bloemen uit haar tuin, waar de vruchtbare voedende grond van de rivier voor zorgde. Dwars door de mijmeringen deelt ze verschillende rafels herinnering met ons middels deze kleine doeken, die samen een voorstelling geven van die rijke rivier. Het zijn digitale prints op doek en ze vormen samen haar boek Ode Ć  la BiĆØvre. 2007.

Dit werk is ingetogen, een kleinood. Het verhaalt over haar ouderlijk huis in Antony, dat aan de rivier de BiĆØvre grensde, maar meer nog over de rivier zelf. Ze was met haar kinderen teruggegaan om hen deze, voor haar betekenisvolle, rivier te laten zien, maar die was verdwenen en enkel nog de bomen, die haar vader had geplant, doorstonden de tand des tijds. Zo gaat het met meanderende rivieren.

Mijn eerste kennismaking met zo’n echte eigenzinnige rivier was in het Ahrtal in de jaren zestig, waar de forellen in het water sprongen en te vangen waren met je handen. Het was in de jaren zestig. Ik had nooit iets anders gezien dan de sloot langs de Thorbeckelaan met zijn schrijverkens van Gezelle en de minieme bliekjes en voorntjes. Het water was krakend koud, als ijsnaalden prikte het in het bleke benenvel, maar met rode handen, voorovergebogen, probeerden we de zilverflitsende vissen te vangen in een omlijsting van loofhout en geur van het woud.

Een andere herinnering zijn mijn kinderen bij het zinkviolenveld aan de voet van de Ardennen.  Giechelend en glibberend geven ze elkaar dikke keien aan, die uit het riviertje kwamen en bouwden een dam, die de loop van het water zou veranderen. Iedere keer weer ontdekten ze nieuwe sijpelende straaltjes, die met de vette klei werden dicht gesmeerd. Hun stemmen klaterden, de zinkviolen geurden en de lucht was loom en warm, het was een perfecte zomerdag met een picknic aan de rand van het veld. Toen we huiswaarts keerden lachte de kleine rivier met een scheve brede stenen lach ons na.

Het water van de SĆØvre stroomde jaren later veel sneller en was goed om zoonlief er platte stenen in te laten ketsen en er een hengel in uit te slaan. Er waren hartenstenen te vinden, dooraderd met oker en omberkleurige strepen en glinsterend mineraal. We wikkelden ze zorgvuldig tussen de kleding als symbolisch souvenir. Nu, jaren later breken ze nog steeds een stukje SĆØvre open.

AntonyAntony, return to River Bievre 1999.

Een rivier die verdwenen is, proberen te vangen in beeld, in woord, in beleving. De oude rivier op de foto’s uit het boek in alle grijsschakeringen van het verleden, geeft Louise Bourgeois de kleur terug, de stroom, de golfslag, het deinen en omzeilen, de beweging, en de liefde. Subtiel maar onmiskenbaar in woord, in beeld, in vormgeving. Een ode aan wat ooit was en nooit meer zal zijn, maar altijd zal blijven in dit memento. 

 

Uncategorized

Engel.

Gisteren heb ik iets ontdekt, dat ik altijd onbewust heb voorvoeld, maar dat nu gestalte kreeg middels de hoogstaande techniek van de medische wetenschap.  Er werd een routine-echo gemaakt van mijn hart. Ooit, jaren geleden is er een lekkende aortaklep geconstateerd en moest ik over tien jaar nog maar eens terugkomen. Inmiddels ben ik dicht bij die cruciale tien jaar en erg benieuwd, wat de echo uit zal wijzen. De beelden van zo’n echo maken letterlijk en figuurlijk wat los. Daar lig je op de koude brancard, uitgestrekt en weerloos aan de transmitters en als het apparaat aangezet wordt, barst je hart jubelend uit in een kloeke hartenklop. Omdat je op je linkerzij moet liggen met de linkerarm onder het hoofd is je hele interieur extern waar te nemen. De grote zwarte, in vier parten verdeelde, pulserende vlek op het scherm is het hart, die witte fladderende dingetjes zijn de kleppen. Wat alle roden, groenen, blauwen deed opflikkeren en weer verdwijnen is het wonder van de techniek. Ademloos, bij tijd en wijle letterlijk als ik de adem moest vasthouden, volgde ik elke vervorming van het beeld nauwgezet.

Toen er vanaf de onderkant, waarvoor een ingenieus stukje matras wordt weggehaald, gekeken werd kwam ze eindelijk te voorschijn. Ze had de hele tijd verstoppertje met me gespeeld. Het engeltje dat verscholen zat op het scherp van de snede tussen boezem en kamer in met twee fladderende vleugels. Ze hing daar, als een biddende torenvalk en had niet in de gaten dat ik haar schaamteloos bewonderen kon. Nietsvermoedend ging ze door met haar eigen plan te trekken. Ik overwoog even of ik de echo-laborante zou betrekken in het complot, maar omdat er nauwelijks gepraat werd, besloot ik dit tot mijn eigen geheime waarneming te houden. Stel je voor, dat er iemand op het idee zou komen, dat een engel in de borst niet kon. Op die tafel, een beetje koud door de gel onder de doppler, besloot ik dat ze mocht blijven zweven of bidden, hoe je het noemen wilde. Een geruststellende gedachte was het wel. Een persoonlijke beschermengel, kom daar heden ten dage nog maar eens om.

094.JPGHoop. Ets 05/11/2012

Vriendin moest naar het ziekenhuis om een aantal chemokuren te ondergaan. Ze zag er als een berg tegen op. Ik bezwoer haar dat ik stiekem, als engel op haar schouder, een Tinky Winky, mee naar binnen zou gaan. Die transformatie heette ‘Hoop’ en deed haar werk goed. Het droeg niet bij aan de verlichting van de uitwerking maar aan het feit dat er ter plekke aan haar gedacht werd. Een malle afleiding in haar bange dagen. Een binnenpretje tussen ons samen. De eerste keer mailde ze: ‘Hai Tinky, het heeft gewerkt! De chemo slaat aan. Dok liet me de CTscan zien van maart en van nu, dat was erg interessant. Je zag de buik van A als een in plakjes gesneden worst. In die plakjes zag je donkere vlekjes, die er niet horen te zitten. In maart erg veel grote en kleine ,en daarnaast van juni, daar zag je veel minder vlekken en vlekjes. Ik vond het duidelijk te zien. Ook het bloed was “rustig” volgens hem. Nu gaan we verder met in ieder geval nog drie van die chemokuren’. Waar een verzinnebeelding al niet groot in kan zijn.

Mijn ouders zeiden vroeger, dat we een beschermengeltje op onze schouders hadden, als we ergens zonder kleerscheuren vanaf waren gekomen, waar het heel anders had kunnen lopen. Die waren onzichtbaar voor het blote oog, lastig om te verifiĆ«ren, maar oorzakelijk bewezen door het geluk dat ons ter plekke ten deel was gevallen. Ik hield van engelen. Ze waren in mijn jeugd de enige bestrijders van het kwaad. zoals er nu die andere superhelden zijn, de Ninja Turtles, de PokĆ©monnen, de Power Rangers, de Avengers.  Ze zijn voor mij het symbool voor vrede, voor liefde en een gevoelshart, een passende behuizing dus. Deze openbaring laat zien dat ze haar vleugels effectief gebruikt. Het is een feest van flitsende neonlicht met een stevige stevige heartbeat eronder. Ik kan niet anders dan haar omarmen.

 

 

Uncategorized

Bespiegeling.

In een artikel van Bram Bakker uit de laatste Zus, het kleine zusje van HP De Tijd, las ik dat je bij het kijken in de spiegel jezelf nooit zo ziet als andere mensen waarnemen. Nou is kijken al een kunst op zich en is gedetailleerd kijken ook niet voor iedereen weggelegd. Ik heb leren kijken en nog zie ik niet alles.

Een goede vriend van mij heeft een macula degeneratie in zijn ene oog en aan de andere een netvliesloslating. De laatste wordt nu gelaserd en de eerste wordt gedruppeld. Het is hem zwaar te moede zoveel gezichtsverlies te moeten ondergaan. Zijn grote passie, lezen en tuinieren, worden tot op de letter nauwkeurig heel bewust uitgevoerde handelingen, die weinig onbezorgde vreugde meer bieden. Bij alles wordt hij teruggeworpen op het verstand, die de meeste klappen op moet vangen van het slechte zicht. De dreigende blindheid aan het eerste oog is afgewenteld, want de behandeling slaat aan. Hij wacht het af en grapt zijn leven aan elkaar, maar diep van binnen treurt hij letterlijk en figuurlijk om het gezichtsverlies.

Sinds kort werk ik aan een portret van mijn moeder. Daardoor krijgt het een hoog wensgehalte waar het de gelijkenis betreft. Daarvoor moet je kijken. In de eerste opzet was het portret op zich goed gelukt, maar het klopte niet. Kijken en turen naar de oude sepia foto die ik van haar had en als beeld gebruikte. Naar model is helaas niet meer mogelijk. Het model zit in mijn hoofd en laat zich steeds stukje bij beetje zien, als ineens een liefdevol gebaar, een oogopslag of een giebelende lach zich openbaart.

Steeds nam ik foto’s tussendoor van mijn vorderingen. Gisteren kwam ik achter de cruciale fout. Ze houdt haar hoofd een tikje scheef, miniem, maar net genoeg om een oog, een oor, een kin ietwat scheef te trekken, de ene kant van haar hals wat in te korten, het voorhoofd aan de andere kant wat langer te laten lijken en haar hoofd was kleiner. Aan het werk maar weer. Duwen en trekken aan zo’n beeld en de vervorming lukte ook wonderwel, maar nu moest de hoed weer  worden aangepast. De goed gelukte hoed, waardoor mijn zusje zag dat het mijn moeder was. Geploeter hoor, naar waarneming, maar een interessante leerschool om daadwerkelijk te zien in plaats van te denken.  Ze is er nog lang niet. Sterker nog, ik ben benieuwd of ze het ooit wordt. In dat geval heb ik een mooi portret met een zweem van mijn moeder.

Op Twitter kwam ik jaren geleden Else Kramer tegen, die cursussen gaf en geeft in fotografie. Haar specialisme is ‘Anders leren kijken’. Eigenlijk  verder kijken dan je neus lang is. Dat is tegengesteld aan het schilderen van een portret, maar het zou kunnen helpen om je los te maken van het gevormde beeld in je hoofd.  Door haar is het leven rijker geworden. Het zijn gratis toegankelijke cursussen van een zeven dagen met opdrachten. Je fotografeert bijvoorbeeld geselecteerd op kleur of vorm of minder voor de hand liggende objecten als afval. De benadering vanuit een ander perspectief is ook zo’n waardevolle aanvulling. Kortom het zet je op een ander been en daardoor ontdek je een wereld van verschil vergeleken met de alledaagse vluchtige oogopslag. Kijken is zien en niet weten.

De opmerking van de psycholoog Bram Bakker verbreedt het zicht. Zo heb ik er nooit naar gekeken. Mijn waarneming is vanuit een heel persoonlijk perspectief en daar geef je een eigen invulling aan. Lang zijn in mijn kinderlijke beleving spiegels verbonden geweest met de boze stiefmoeder van sneeuwwitje uit het grote dikke boek met de Srookjes van Grimm. ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de schoonste van het land’. De spiegel gaf het antwoord, waar Bram Bakker ons op wijst. Het sprookje vergroot de kijk op de wereld, als je tussen de regels door kan lezen. Dat vergt een scherpe blik. ‘Kijken en kijken is twee’, zei mijn oma vroeger al. Ik ga met een hernieuwde blik voor de spiegel staan. Waar een bespiegeling al niet goed voor is.

Uncategorized

Vreemde eend.

Awkwardness als nieuwe aandoening kopte het artikel van Floor Rusman in het NRC. Ik kende de term niet. Je ongemakkelijk voelen is de vertaling van deze ‘nieuwe’ gevoelsnorm. Er zijn veel etiketten te plakken, maar als je er dan helemaal geen kan vinden die bij je past, dan kan je nog altijd een beroep doen op deze laatste trend. Iedereen voelt zich volgens mij wel eens doodongelukkig omdat je buiten de heersende norm valt. Daar vallen gaten te vullen en waarschijnlijk ook zakken, maar dat terzijde.

Jonge koekoek in het nest van de karekiet.

Het was in de jaren zestig dat ik met mijn onervaren, wat naĆÆeve zelf op een van de eerste ‘wilde’ hippe feesten kwam in het centrum van Utrecht. Ik weet niet meer precies wat ik aan had, dat heb ik gewist, maar onuitwisbaar was het beklemmende gevoel wat me daar besprong. Een outcast was ik, ik viel totaal uit de toon. Het is zo’n moment dat je ergens binnen komt en een aantal ogen je blijven volgen met zo’n blik waar verbazing en erger nog, de spot vanaf druipt. Het moment dat je de grond wil laten opensplijten om voorgoed in te verdwijnen. Ik ben die avond gevlucht, voor de kritiek op mijn kwetsbare puberpersoonlijkheid en ter bescherming ervan. Nooit heb ik me zo opgelaten gevoeld. Awkwardness avant la lettre, inderdaad!

Nog een herinnering. Een vriendin en ik waren de backing vocals van een coverband. Normaal gesproken speelden we voor een wat ouder publiek, die zich wentelden in wat toen verleden was. Op een avond moesten we spelen voor een stel jonge basketbalspelers en hun aanhang. Voor het podium stonden jonge meiden van een jaar of veertien, strak in het vel, blonde paardestaarten, mobieltjes in de aanslag. Ze hadden enorme lol en even leek het erop dat het een geslaagde avond zou worden, tot we begrepen, waarom ze dubbel van het lachen lagen. Ze waren selfies aan het maken van hun jeugdige uitstraling met ons, twee oude staketsels in kekke leren rokken op de achtergrond. Het kwartje viel. Awkwardness ten voeten uit. Verkeerde doelgroep, zover was zeker en ons besluit stond vast. We zouden als backing vocals nog een jaar doorgaan, mits voor het juiste publiek en daarna de eer aan onszelf houden. Als we het kaliber aan zang van de Stones hadden gehad, hadden we nog jaren door kunnen gaan, maar de eerlijkheid gebied me te melden dat dat niet het geval was.

Ik heb vrienden die een soort pact zweren als ze samen zijn met mij erbij.  Het lijkt alsof ik er niet bij zit. Alsof ik er boven zweef en het plaatje in me op kan nemen, maar er geen deel van uit mag maken. Er wordt geen ruimte gelaten. Ze sluiten de luiken. Ik ben de buitenstaander. Dat gevoel. Wat moet je ermee. Bij dat gevoel ga ik weg. Ik trek liever nog wat aards onkruid, dan dat ik de outcast uithang. Het schuurt wel, zo’n klein nevelig randje ongemak en het denken erover veroorzaakt een grotere impact dan wenselijk is. Ik ga het contact mijden.

‘Awkwardness’, laten we het begrip schrappen en het gevoel gewoon ongemakkelijk noemen. Vroeger heette het ‘de vreemde eend in de bijt’. Er valt mee te leven als je de kwaliteit er van inziet. Niet onszelf achtergesteld voelen, maar er de originaliteit ervan erkennen. Geen eenheidsworst willen zijn en de oorspronkelijkheid van iemand op de juiste waarde weten te schatten. Dat hele ongemak gaan we tackelen met anders denken en met geduld. Dat kunnen we zelf. Er zijn geen zelfhulpboeken voor nodig. Hou de knip maar dicht!

Uncategorized

Ma solitude.

Ik kwam van de week het begrip troostende eenzaamheid tegen. Het lijkt tegendraads. ‘Eenzaamheid’ klinkt niet als de fijne, maar als de schrijnende kant van het alleen zijn. Toch zijn er genoeg mensen die die eenzaamheid omarmen. Vroeger zei men: eenzaam is niet alleen. Het is de vinger op de knoop. In het Frans heet het solitude en de Grieks/Franse George Moustaki heeft er een prachtig lied over geschreven, waarbij hij de ‘eenzaamheid’ verheerlijkt als een trouwe vriendschap, die zelfs de meest intieme geheimen met hem deelt. Met zijn weemoedige stem kan je niet anders dan zijn solitude omarmen. Het klinkt als een troostrijke gedachte te weten dat je nooit door haar in de steek gelaten zal worden.

Georges Moustaki – Ma Solitude

Pour avoir si souvent dormi avec ma solitude,
Je m’en suis fait presque une amie, une douce habitude.
Elle ne me quitte pas d’un pas, fidĆØle comme une ombre.
Elle m’a suivi Ƨa et lĆ , aux quatres coins du monde.

Non, je ne suis jamais seul avec ma solitude.

Quand elle est au creux de mon lit, elle prend toute la place,
Et nous passons de longues nuits, tous les deux face Ć  face.
Je ne sais vraiment pas jusqu’où ira cette complice,
Faudra-t-il que j’y prenne goĆ»t ou que je rĆ©agisse?

Non, je ne suis jamais seul avec ma solitude.

Par elle, j’ai autant appris que j’ai versĆ© de larmes.
Si parfois je la rƩpudie, jamais elle ne dƩsarme.
Et, si je prĆ©fĆØre l’amour d’une autre courtisane,
Elle sera Ć  mon dernier jour, ma derniĆØre compagne.

Non, je ne suis jamais seul avec ma solitude.
Non, je ne suis jamais seul avec ma solitude.

‘Troostende eenzaamheid’ komt uit de koker van de neurowetenschapper Ramón y Cajal, die het alleen zijn in zijn laboratorium verheerlijkte, omdat alleen dan de originele gedachten zonder afleiding binnen konden komen. Ik herken het bij het schrijven van deze kleine stukjes. Mijn eenzame afzondering vindt plaats in de vroege ochtenduren nog voordat de merel haar eerste triller laat horen, nog voor auto’s en brommers de stilte van de nacht uiteen scheuren. In die rustgevende stilte vloeien de woorden hun natuurlijke stroom.

Bij heftig verdriet kan afleiding de pijn verzachten maar juist ook de afsluiting zijn voor andere prikkels van buiten af. Door alleen met het verdriet te zijn, de rauwe pijn het scherpst op de snede te voelen, vraagt het om een directe verwerking en blijft het niet pratten in een jarenlange hunkering naar een onverwoord gemis. Het heeft handen en voeten gekregen. Mijn emotie kiest te allen tijde de weg van het woord. Zodra er betekenis aan is gegeven neemt het een stuk spanning weg.

Ooit lang geleden in de jaren zeventig moest ik een grote verwarring verwerken. Ik had een trouwe vriendschap van jaren verruild voor een oppervlakkige spanning van het avontuur. Het was een wonderbaarlijke beslissing en had met veel factoren te maken. Een van die factoren was de eenzaamheid binnen de relatie. We waren onafscheidelijk veel samen en toch was ik heel erg alleen. Het had ook te maken met mijn eigen groei en ontwikkeling. Het heeft heel lang geduurd, een eenzame periode van wel een half jaar, eer ik dat, en de misstap die er op volgde, verwerkt had.

Spijt heb ik er nooit van gehad, wel heb ik ten volle het begrip ‘eenzaamheid’ leren kennen en in alle gevallen was het woord een dankbaar instrument om er mee aan de slag te gaan, in plaats van het lijdzaam te ondergaan. Daarna kon alleen zijn heel troostend en helend zijn. Geen eenzaamheid maar de zoete rust van het bewandelen van een eigen pad.

Deze verbinding met het verleden heb ik nog niet eerder gezien. Ik had er nog geen woorden voor gevonden.  Hier ziet, in deze overpeinzing, opeens een oorzaak het licht. Zo troostend kan de gedachte alleen al zijn. Wat een woord niet los kan maken.

La Solitude bracht heel wat mijmeringen te weeg in die dagen van zelfverkozen eenzaamheid. Het bracht de zachtheid binnen, de aanvaarding. Voor mij was vanaf dat moment het alleen zijn met de vrije gedachte verbonden en de ruimte die dat geeft in een leven. Nooit meer troostende eenzaamheid, maar het verrijkte solitaire leven naast zoon en poezebeest Pluis. Mijn thuis.

 

Uncategorized

Erop of eronder!

‘Ik was vroeger nogal mainstream, maar dat schijnt niet meer te mogen, dus nu ben ik up-and downstream’, twitterde Guus Kuijer nog geen vier minuten geleden en in een opwelling antwoordde ik: ‘Ik kabbel gewoon maar wat.’

Vlak ervoor was me op een artikel onder ogen gekomen van een filosofe, die kinderen iets wilde bijbrengen over groepsdruk en keuzes maken. Het is mooi als ideeƫn en gedachten op ƩƩn plek vallen. Guus zijn ironie heeft een punt. De mening van de massa en dat er mensen zijn die zich altijd in zullen houden om niet uit de toon te vallen vormen al decennia lang het beeld. Vasthouden aan een ideologie dwars tegen de stroom in, omdat het een visie is die bij je hoort is bewonderenswaardig.

In de jaren van mijn zoons, een tweeling, was er een voor Ajax en de ander voor Feijenoord. Die van Ajax had het makkelijk. De hele school ademde Ajax. De Feijenoord-aanhangers, twee in getal, mijn zoon en zijn kleine blonde vriend, hadden het zwaar. Toch streden ze dapper verder, tegen de stroom in en het verstevigde alleen maar hun innige vriendschap. Het beeld van die twee kleine jongens, nog geen zeven, in hun Feijenoordshirts met de armen om elkaars schouders geslagen, die gebroederlijk, een blond en een donker koppie, de lange gang uitlopen, dwars door alle hoon heen, staat me nog helder voor de geest. Hand in hand, kameraden!

Zwemmen tegen de stroom in, maar ook dan moet je van goede huize komen, want hoor je dan bij de tegen-zwemmers of val je daar ook weer buiten. Ik denk dat er tegenwoordig zo veel autisten en autistifore mensen zijn, dat het etiket ‘massa’ aan het eind van haar latijn zal komen. De eenheidsworst is op, net als de gesneden koek. We moeten weer zelf aan de slag. Gelukkig maar. Hoe mooi kan het zijn met al die kleurrijke individuen, de creatieve geesten, de eigenzinnige denkers los van ras of cultuur.

Massa werkt op mij tegendraads. Ik wil anders dan anders, ik wil uniek, origineel en bevrijd zijn, maar het is lastig met meningen. Die prikken als venijnige stekeleteeĆ«n onder de huid, ze doordrenken het gevoel met schaamte, angst en ongerief. Ze kruipen omhoog als rood op de  kaken en zweet in de handen. Het maakt dat je verdwijnen wil. Waar is Harry Potter zijn onzichtbaarheidsmantel als je hem nodig hebt. Het is heel wat makkelijker om met iedereen mee te joelen. Nee, voor tegendraads moet je heel wat uit je ransel weten te halen.

012Ellen ten Damme.

Gisteren waren we in het prachtige kerkzaaltje van het Beauforthuis in Austerlitz. Ellen ten Damme gaf een try-out van haar Franse chansons. Het was de juiste ambiance voor een mooie, ingetogen en persoonlijke sfeer. Wij zaten op stoelen. Muziek doet iets met mijn motoriek. Zodra mijn spieren noten horen, dan willen ze wat van mij. Doorgaans vragen ze er niet om, maar slaan een weg in van totale willekeurigheid. Hoezo keuzes.

Iedereen zat muisstil te luisteren, hier en daar zag ik een enkel hoofd wat meedeinen, maar alles in het betamelijke. Mijn spieren gaan los. Nee ik was niet aan het dansen, want ik conformeerde me al automatisch aan het dogma van de stoel, maar verder wiebelde alles mee. Mijn voeten mijn heupen, mijn handen, mijn hoofd. Daar moest ik aan denken toen ik Guus zijn one-liner las. Mainstream is uit, upper en downstream is in, maar ik…ik kabbel voort in de brede stroom. Mijn zoon is nog steeds voor Feijenoord, wat hem nu geen windeieren legt. Want het recht zal zegevieren. Ware ideologie verloochent zich niet, ondanks de mainstream. Inderdaad Guus, erop of eronder!

 

 

Uncategorized

Kleur bekennen.

Op een Koningsdag, die ongeĆ«venaard koud was en winderig liep ik naar de auto richting park Transwijk. Ik werd aangenaam getroffen door het omfloerste licht dat door de bomen danste en tinten temperden in een zacht rood en geel. Een explosie van kleur gevangen in de gefilterde zonnestralen van een ondergaande zon, waarin duizenden stofdelen dwarrelden en er een extra dimensie aangaven. Getroffen door kleur. Niet zelden sta ik zo stil, aangenaam verrast door wat er op mijn netvlies binnen komt. Met name de zachte warme aardetinten en de heldere schakeringen tussen licht en donker maken de verwonderaar in mij los.

Mijn coach van de kwast , Mieke Siemons, verzucht bij tijd en wijle dat ik niet in de ‘valen’ en schaduwkanten moet blijven hangen, maar ook eens de helderheid van kleur de aandacht kan geven, die het verdient. Moeizaam hanteer ik in navolging het kleurenpalet van Picasso, Lataster, Kandinsky of een Miro en verbaas me over de moeilijkheidsgraad van de helderheid. De verf kruipt snel waar het niet gaan kan en mengt zich tot een onnavolgbaar bruin als je even niet oplet. Het is een zoektocht van het eerste uur naar de mogelijkheden en de kwaliteiten ervan.

008

De inspiratiebron van deze overpeinzing ligt naast me. Het is het boek ‘Het geheime leven van kleuren’ en het is geschreven door Kassia St Clair. De officiĆ«le titel is The Secret Lives of Colour. Annemie de Vries heeft het vertaald. Het valt me op dat ze  ‘Colour’ vertaald heeft met ‘Kleuren’. ‘Het geheime leven van Kleur’ kruipt als zin onder je vel, daar wil je meer van weten. Het meervoud zwakt het af en werpt er een ander licht op. Maar ik heb nog maar slechts wat spreuken en halve strofen gelezen. Waarom ze tot die keuze kwam, zal blijken bij de bestudering van het boek of niet en dan kan ik er naar blijven gissen. Het boek heeft dus ook alles te maken met hoe men tot een keuze komt.

Waar ligt die kiem van de voorkeur voor de persoonlijke kleur. De ervaring telt mee en de emotie waarin de kleuren zich aan je opgedrongen hebben, het innerlijk gemoed dat de vertaalslag maakt in kleur. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. De natuur brengt mij andere lievelingskleuren dan mijn kleding en die weer andere dan mijn doeken. Al kan ik met stelligheid zeggen, dat de harde kleuren mijn deur altijd voorbij zijn gegaan.

Het zal te maken hebben met ons sepia gekleurde leven van vroeger. Vele tinten zwart, bruin, kokosmattengeel en de vaal oranje Beatles-gordijnen, die voor de kleine slaapkamerramen hingen, ‘She loves you yeah yeah’. Donkerrood, donkerbruin en veel donkere plekken in de kelder, op de zolder, het gedempte licht bij een peertje. Natuurkleur uit mijn jeugd als tegenhang. De glimmende torretjes die in het warme zomerzonlicht hun schilden uiteen lieten spatten in ontelbare tinten gouden en groenen en met hun wriemelende poten vliegensvlug een weg zochten naar de luwte. De rijke rode papavers en de goudgele forsythia, de gele regen van de buren en de hemelsblauwe vergeet-me-nieten in de kleine stadstuin van mijn moeder. Moeders trots.

De bijna kleurloze woonwereld, het kleurrijke natuurleven en daarnaast de overtreffende trap, het rijkgeschakeerde Roomse bestaan. Gewaden in scharlaken rood, magenta, goudbrokaat, het wit met rood van de misdienaars, de flakkering van de vele kaarsen, die een regenboog aan kleuren gaven als je de ogen tot spleetjes kneep en er tussen door gluurde, de halo’s, het bewierookte Bloedend Hart die in groot contrast stonden met dat andere leven in de banken aan zwart en bruin, in kamfergeur en mottenballen.

De eenvoud is me lief. De witte gordijnen waarachter ik ontwaak en de zon er tegen op zie klimmen, zodat het kozijn een mooi en teer zicht op licht en schaduw geeft. Het brengt de rust en de serene stilte van de ochtend doet de rest. Zalig wakker worden als tegenhang van dat wat straks weer binnenvalt en te denken geeft. De kracht van licht, dat ook tot kleur behoort. Het Geheime Leven van Kleur.

Uncategorized

De eend, de dood en de tulp.

Ik heb een aantal kinderboekenbijbels die een belangrijk onderdeel vormen van mijn leven. Ze hebben grote betekenis voor mijn relatie met de kinderen op school en ze zijn niet in de laatste plaats ook voor mezelf van groot belang. Ze geven me eindeloze uren om na te denken en voegen hun waarde toe aan mijn bestaan. De groten der groten horen daarbij, zoals Roald Dahl, Arnold Lobel, Lewis Carrol,  Antoine de Saint-ExupĆ©ry, AA Milne, Max Velthuys, Toon Tellegen, Annie M.G. Schmidt.

Het voordeel van literatuur en theater is dat kinderen er zo meesterlijk door groeien. Onsterfelijke gedachten kunnen worden afgepeld tot de kiem, de strekking ervan. Zo worden existentiƫle begrippen teruggebracht tot de oorsprong, waar vragen er niet meer toe doen, omdat het eenvoudig zo reƫel en aanvaardbaar is, dat ze er zijn. Dood en leven zijn zo met elkaar verweven dat het acceptabel is, net als de bijbehorende gevoelens die het los maakt. De kunst is om de emotie, en in het bijzonder de angst, te scheiden van het geheel.

Vandaag bracht Popova  in haar Brainpickings een boek onder de aandacht, die al weer een tijdje naar achteren was geschoven. Soms gebeurt dat. Ze duikelen achter een randje drukte in je hoofd en je hebt er een kleine associatie voor nodig om ze terug te brengen naar hun oorspronkelijke en verdiende plaats in de rangorde. Het is een boek van de schrijver Wolf Erlbruch, die in zijn oeuvre een paar prachtige nadenkers kent, zoals ’s Nachts, dat ooit als kinderboekenweek geschenk is geschreven en het filosofische boek ‘The big question’, die vragen stelt als die uit onze Katechismus van weleer.

‘Waartoe zijn wij op aarde’ vroeg de meester ons destijds en wij dreunden op: ‘Wij zijn op aarde om God te dienen’, wat we een normaal gegeven vonden en waar verder niet over werd nagedacht. Het was immers die man uit de katholieke beeldverhalen met die grote grijze baard op een troon van wolken, de vader van Jezus, de kindervriend. Het leven was in die dagen vrij simpel en afgebakend met eenvoudige beelden in het hoofd.

Dood was verbonden met het lijden van Christus en het wegvallen van je opa, dood was ook het vagevuur en de hel, maar vaker, als je het boek ‘Luistert naar hem’ mocht geloven, met het aardse paradijs en met kleuren die je onmiddellijk inlijfden.  Het leven had goed geweest, als het vingertje je niet zo op de zonden had gewezen, die helaas op de loer en om de hoek lagen. Iedere dag kon ik er wel een bijkerven in mijn tere kinderziel. Dood werd vagevuur en het zwaard van Damocles.

Hoe anders kan het lopen als kinderen worden groot gebracht met het boek: De eend, de dood en de tulp van Wolf Erlbruch. Dood, die zijn hele leven al met eend meeloopt, wordt op een gegeven moment ontdekt door eend, die schrikt. Als dood haar volgt en samen met haar de vijver in gaat en de boom in klimt en ze blijft leven, verdwijnt  de angst stukje bij beetje. Als de dood het koud heeft, houdt ze hem met haar hele lijf warm en als eend het koud heeft, vraagt ze dood haar te verwarmen, maar dan ziet dood dat het niet meer nodig is. Eend is dood. Voorzichtig neemt hij haar mee naar de rivier en laat haar behoedzaam in het water glijden, vlijt de tulp op haar buik en is zelfs wat bewogen als ze weggevoerd wordt op de stroom. Het is een mooie paradox, Dood die afscheid neemt.

duckdeathandthetulip3

 

Dood is een aandoenlijk doodje, zoals eend met zijn starre lange lijf ook vertederend is en je kan niet anders dan je vereenzelvigen met het verhaal. Ook als kind. Dood en bespreekbaar zijn, dat is waar het om gaat. Angst afwikkelen, de gedachte ontdoen van hemel, hel en vagevuur en dood als dood aanvaarden. Wij hebben, middels hel en verdoemenis, het skelet zijn morbide dreiging gegeven. Erlbruch maakt het beeld weer zacht en heel.

 

 

 

Uncategorized

Coloratuurnootjes.

De vlugge coloratuurnootjes van Anett Fritsch zijn allemaal raak, kopt de volkskrant in een artikel over deze Duitse sopraan, die in vijf maanden tijd alle drie de vrouwelijke hoofdrollen wist te vertolken uit Mozarts ‘Le nozze di Figaro’.  Een prestatie van formaat, omdat dat vaak de struikelblokken zijn voor veel zangers.

Ik moest de betekenis opzoeken. De wereld van de muziek ligt me vooral blind na aan het hart. Ik ken doorgaans geen titel, geen namen. Ik stel me open en alles vloeit in die bodemloze put, die het warm omarmt. Ik droom weg, ik laat me meevoeren, ik plak er beelden en verhalen onder, laat mijn gedachten en gevoel de vrije loop en  en de reikwijdte mag zo breed zijn als de muziekgeschiedenis zelf. Coloratuur komt van het latijns/italiaanse Colorare dat kleur betekent en het klinkt zoals het rolt, huppelt, vooruit snelt en danst in de muziekstukken zelf.

Klassieke muziek is voor mij nog altijd zondagmorgen, het mooie witte licht, de eerste zonnestralen die de kamer binnen vallen en de kamer een teer ontwaken bieden, daarbij de geur van echte koffie en dan radio vier, de klassieke zender. Ik laat me, als nitwit, graag verrassen. Het geeft een extra dimensie aan het wakker worden. Dat het een zondag moet zijn stamt uit de kinderperiode. Vrij van haastig zorgen en jachtig aansporen duiken we de luwte in van een wereld vol tijd en aandacht voor het moment en de dingen om ons heen. Mindfulness avant la lettre. We wisten wel waar we het evenwicht moesten vinden.

Een keer in het jaar ga ik samen met een collega-vriendin etsen in Drente bij de grootmeester van de naald, Han van Hagen en zijn gastvrije vrouw Lia van Rhijn, die prachtige keramiek sculpturen maakt. Als we met dat eeuwenoude ambacht bezig zijn en geluk hebben en de de zon door het mooie lichte atelier filtert, dan klinken er vanuit de keuken de rollende aria’s van de dochter des huizes, die het gekras van onze pennen laat doen verbleken en de ambiance sfeervol laten samenvloeien. Het geeft net dat hele speciale tintje aan toch al een heel bijzonder weekend.

IMG_3789De etspers.

Ze zingt de sterren van de hemel, maar als de plek zo bijzonder is, dan vervagen de benodigdheden voor de aankleding van het lied. Het mag een eenvoudige spijkerbroek zijn, want haar prachtige stem zorgt voor de baljurk van Assepoes gedragen door een hele zwerm kleine ‘mussen’ , die de zware tafzijde over haar heen laten vallen, juist ja, de coloratuurnoten. Wat een uitgesproken ervaring en wat meesterlijk er deel van uit te mogen maken.

Door de ervaring van de jaren heen vallen ineens stukken op hun plek en weet ik bij welke componist ze horen of uit welke opera ze komen. Sommige stukken koester ik, omdat ze me na aan het hart liggen, zoals Madame Butterfly, de prachtige opera van Puccini.

Ooit, lang geleden, zag ik The love of Three Oranges van Sergei Prokovief uitgevoerd worden ‘ On Broadway.’  We zaten op, nog enigszins, betaalbare rijen van de zaal en geloof me, dat was hoger dan hoog. De sinaasappels hadden vanuit onze ooghoeken het formaat van verschrompelde mandarijntjes en we konden geen uitdrukking op het gezicht waarnemen. De akoestiek was niet best en naast me klonk al spoedig het geronk van een warm draaiende propeller, een helikopter, die spoedig oprees naar een oneindige bestemming.

De huis -tuin-en-keukenaria’s van Brigitte zijn me honderd keer liever. Zo zie je maar, dat alles afhangt van de entourage en de ambiance. Ooit zal ik bijna blind weten welk stuk gespeeld wordt, maar tot dan zal ik het gewoon maar binnen laten komen.  Zielenroerselen, in alle eenvoud en vol met die grappige lichtvoetige coloratuurnoten, laagdrempelig en toegankelijk, maar dan wel gezongen door een Brigitte in de keuken van Han en Lia, telkens weer, keer op keer. Daar kan geen Broadway tegenop!

Uncategorized

Die onbegrensde tijdloze wereld!

Dromenboek: 22 februari 2007.

‘G. mag een wens doen. We gaan naar een tuinencomplex. G is helemaal lyrisch en wil de wortel van een Cassandra. Die krijgt hij van mij. Daarna gaan we naar een huis, een appartement dat te huur was, maar degenen die het zouden huren, hebben een huis te koop aangeboden gekregen, dus kunnen wij het huren. Het wordt gemeubileerd verhuurd. Er staat iets in wat we heel leuk vinden, maar het bed is afschuwelijk, alle kanten zijn gecapitonneerd in een Bleke Betten-goud. Er ligt geen matras in. Het is een protserig geheel G. is heel moe als we terug willen naar huis. Hij wordt wit en valt bijna languit. We hijsen hem de auto in.’ De droom gaat nog verder, we komen op een verpleegafdeling en werken daar ook. Iemand wil nog met een paard de draaideur door, maar het paard raakt met zijn hoofd beklemd.

De G. uit de droom is een goede vriend. Wij kennen elkaar al jaren. Natuurlijk wil ik weten of die Cassandra echt bestaat. Het blijkt een blauwe Clematisstruik met die naam te zijn en ook is het de Nederlandse aanduiding voor de Crossandra, een oranjekleurige bloem. Ik kende tot vandaag de naam niet. Hoe zit dat toch met de droom, die ongekende begrippen op kan roepen.

Ergens vinden begrippen dus een weg door de ruimte en komen letterlijk aanwaaien in dromen. Sommige bestaande begrippen vervormen of gaan hand in hand met combinaties die niet mogelijk zijn, de droom trekt een eigen pad. De verbazing blijft hangen op de details, die soms loepzuiver zijn en tot in de puntjes beschreven. De Cassandra vermeerdert daadwerkelijk door wortelstokken. Ergens is er ooit informatie doorgesijpeld.

Het protserige bed herken ik uit de beelden die tijdens het sporten op de sportschool doorsijpelen op de kleine schermen. Tijdens het fietsen en lopen trekken deze wonderlijke werelden voorbij en al zappend vallen ze in flarden uiteen. De overdaad van de Kampers, die alles in overtreffende trap uitvoeren, meubels, huizen, auto’s, trouwerijen, graven. Die laatste mausoleums vroegen pas nog om aandacht op het kerkhof, toen we de bescheiden naam van mijn vader op het familiegraf van mijn moeder lieten plaatsen. Eigenlijk schreeuwden ze het uit, overladen met bloemen, grote engelen, enorme stenen, die je niet zomaar even neer kan vleien.

Ware graftombes zijn het en binnenin stel ik me een trappetje voor, waarbij men af kan dwalen naar de verschillende spelonken waar familieleden zijn bijgezet. De grote kerk in Delft, maar dan anders.

Toen de plechtigheid van Claus plaats vond, daar in die kerk, kon ik hem er boven zien zweven, met dat prachtige gebaar van hem, dat hij maakte tijdens een speech en de stropdas die over de hoofden van de menigte heen vloog. Totale bevrijding. Ik vond het een mooie toepasselijke en symbolische gedachte, met zijn stoffelijke lijfelijke aanwezigheid in de kist eronder. Fantasie is eigenlijk de basis van het voorstellingsvermogen. Hoe groter het is, hoe leuker, spannender, echter de droom en het leven zijn.

In een andere droom valt het een en ander te herleiden omdat ik het ooit zelf heb ervaren. Ik schreef op  april 2008: ‘Ik doe aan stervensbegeleiding. Het mevrouwtje is heel klein en mager en ligt op een gebloemd kussen zwaar te ademen.’ mueck

Het is de vrouw, die ik gezien heb in de Hallen in Haarlem tijdens een tentoonstelling met beelden van Ron Mueck. Als een klein vogeltje lag ze in haar bed. Ze ademde zwaar met half open mond en de ogen toe geloken maar net niet dicht. Vanuit die houding trok een spoor van intense weemoed over het beeld en voegde zich bij de oude gekrompen vrouwen uit mijn ziekenhuisbestaan van weleer, wiens laatste uren op een dergelijke wijze zijn verlopen. Fluisterend, schor, soms te moe om aan te geven dat ze er nog waren, een verdwaald klauwtje boven de dekens, die het hulpeloze niets wilde vatten. Beelden die voorgoed op het netvlies zijn bijgeschreven en derhalve komen aankloppen in die onbegrensde tijdloze wereld van de droom. Ik verlang naar een volgende en zal de verhalen weer vangen in dat immense dromenrijk.

 

 

Uncategorized

Een kleinood.

Ik vond een film op facebook van de Marokkaanse schilder Dani Zouhir. De ondertiteling is:’Wie loopt daar’. In de streek rond Auvers-sur-Oise, waar van Gogh de laatste jaren van zijn  leven doorbracht en samen met zijn broer Theo ook begraven ligt, loopt deze Dani door de velden heen om, helemaal aan het eind, de schilder te midden van de goudgele korenvelden aan de horizon te zien verdwijnen terwijl de kraaien krassend opvliegen. Het is een prachtige animatie, maar ik kan het niet delen. Wel zie ik op You tube meer animaties van deze veelzijdige kunstenaar. Dezelfde tocht heb ik nauwkeurig beschreven in een dagboek van 2008. Dat dagboek had ik gekocht in het museum van de Auberge, waar van Gogh zijn beroemde zolderkamer te bewonderen viel, duidelijk herkenbaar, dankzij het doek dat hij aan ons achterliet.

In dat kleine benepen mausoleum van zijn leven ademden op dat moment teveel bezoekers zuurstofarme, muffige lucht in. Ik wilde er alleen doorheen dwalen, mijmerend met de vingers de spijlen van het krakkemikkige bed volgen en de geest proeven door me te wanen in die tijd. We verlieten de herberg en gingen het open veld in. Dat was exact zoals deze Dani Zouhir het tot leven had gewekt. Het hele beeld van de akkers met de kraaien erboven viel er te bewonderen en de locaties waar de schilder honderd jaar daarvoor de waarneming had proberen te vangen, waren volledig te herleiden.

De toeristen uit de Auberge hielden het voor gezien en daarom konden dochter, zoonlief en ik door de geschiedenis heen trekken zonder pottenkijkers, stilstaan bij de twee sobere stenen op de scheefgetrokken begraafplaats met het verbleekte opschrift, half onder de klimop verscholen. Het enige wat daaraan ontbrak, was het opvliegen van de kraaien en hun schorre gekrijs dat de stilte doorscheuren zou. De lome drukkende warmte gaf de zindering weer, waar zijn landschappen in zijn gedrenkt. Bij het zien van zijn schilderijen voel ik die warmte tot in mijn ziel.

Lang geleden zei iemand me er niets aan te vinden. Het oordeel van iemand die je in hoog aanzien hebt, is altijd een verbuigende toevoeging aan je eigen beeld. Ineens ga je er anders naar kijken. Het stempel dat ze me meegaf was groot. Altijd als ik naar een van Gogh kijkt, komt haar beeltenis erbij. Ik zou wel weer eens onbevangen en vrij willen zijn.

Het heeft me aan het denken gezet en de impact duidelijker doen omlijnen. Waardeoordelen zijn te persoonlijk en zijn het eigenlijk niet waard om ze op de waarneming van een ander te plakken. Nu we bij Knock-art onder leiding van Mieke Siemons het proces proberen te doorgronden, krijgt de beleving een andere dimensie.

031

Het omzetten van de emotie, het volgen van de drijfveren om iets te willen uiten, de eigenzinnige benadering van iedere kunstenaar in het bijzonder trachten te doorgronden, is een boeiend avontuur. Van de impressionisten tot de Abstracten van Monet tot aan Howard Hodgkin, elk proces roept verwondering, verbijstering of vervoering op. Misschien wel omdat het moeizame trage, of de koortsachtige snelheid waarmee de kwast wordt aangevoerd de ziel van de kunstenaar met zich meetrekt, van het uitgemeten glaceren tot aan die dikke glinsterende klodders olieverf.

Ik oordeel niet meer, ik beschouw en stel de honderd vragen die diep in mij van binnen woeden gerust, door de antwoorden te vinden, die in het doek besloten liggen.  ‘Oordeel niet, maar verwonder je slechts’, zei de lieve wijze Noni Lichtveld me ooit en raakte daarmee de kern. Een kleinood, dat je ieder mens zou willen meegeven.

 

 

Uncategorized

Braakliggen.

Dingen gaan zoals ze gaan. In de trein terug van Groningen naar Utrecht stak een verdwaalde NRC uit een van de plastic netjes aan de rugleuning van de volgende stoel. Ha, even iets anders dan een boek. Boffen.

Op het moment zelf had ik kennelijk de rust niet om te lezen en vlogen de ogen, in dezelfde sneltreinvaart als de intercity in verhouding reed, over de koppen heen. Hier en daar dwaalden ze naar het artikel af, als er een aangrijpende of opvallende aanduiding de aandacht had getrokken. Rusteloos sprokkelde ik alle losse onderdelen bij elkaar en vouwden ze op tot handbagage-formaat, groot genoeg om in de bruine tas te passen, naast het boek over Camille Claudel, het opschrijfboek en de goudkleurige zakjes van de Hema, waar ik op de heenweg zorgvuldig het cadeau had ingepakt.

Een NRC laten liggen, is zoiets als geld weggooien. Ik was blij dat mijn voorganger zo achteloos was geweest. Nu, vannacht, werpt het zijn vruchten af, die bewaarwoede van je-kan-maar-nooit-weten-wanneer-je-er-tijd-voor-hebt. Ik heb zeeƫn van tijd op dit moment. De vakantie is nog niet eens begonnen, want weekenden tellen niet mee. Die zijn normaliter altijd al vrij.

Maar vannacht, morgen uitslapen, had ik dus nog deze kers op de taart liggen en viel ik recht in de armen van Francine Oomen, een van mijn geliefde kinderboeken schrijfsters. De ondertitel van de kop van het artikel: ‘Het was op, ik was opbracht, wat ik al vermoedde. Het artikel ging over de overgang in het algemeen en over die van Francine Oomen in het bijzonder. Het is wonderbaarlijk, dat over deze fysieke teloorgang van ons lijf veel geschreven wordt en dat het toch zo weinig aan empathie oplevert. Dat heeft alles te maken met de ervaring.

Alleen wij vrouwen die er middenin zitten of gezeten hebben, weten exact waar het over gaat. Voor de ander is het al gauw gezeur, een afdoener voor al die verantwoordelijkheden, waar mensen geen zin in hebben, een doekje voor het bloeden. Dat laatste kan je vergeten, dat bloeden wel te verstaan. Er komen schommelsgewijs nog wat druppels aan te pas, in sommige gevallen nog een paar keer een zondvloed, maar dan is de bron toch echt opgedroogd. Het ontrafelt daarmee wel precies de kern. Niet alleen voelt het zo, je bent zowel geestelijk als lichamelijk uitgeblust.

004.JPG

Francine heeft er een mooie term voor gevonden. Ze noemt het braakliggen. Een fase waarop de boer zijn ontgonnen land rust geeft om te kunnen regenereren. Dat laatste is nu net waar het omdraait. Als de mallemolen zich in gang zet, symptomen, die afgedaan worden als hyperventilatie, psychische druk, een verkeerd eetpatroon, je finaal van de sokken hebben gebracht en jij je tot op het bot uitgekleed maar niet gehoord voelt, valt daar plotseling de luwte.

Symptomen verdwijnen als sneeuw voor de zon, zoals ze, even plotseling, zijn gestart. De werkmodus verloopt van ambitieus naar begrip omtrent het oorspronkelijke, het waarachtige van het werk en het leven. Het lijkt op berusting maar het is verwerking.  Ik kijk naar de veel jongere Francine Oomen dan op de foto’s van haar middelbare teloorgang, alleen haar hangende oogleden heeft ze gecorrigeerd. De rest hoeft niet te hangen, daar  valt aan te werken. Na het braak liggen, het schudden van de kaarten, het ophogen van het restant aan hormonen, blijkt de soepelheid van geest groter dan ooit tevoren, mits er tijd en ruimte aan gegeven wordt. Het levert creativiteit en energie op. Het brengt een nieuwe golf van inspiratie met zich mee, die los staat van de knellende dwingende prestatiedrang.

Op dat punt, in die orde van grootte, was ze als ‘een emmer zonder bodem, zegt ze in het interview. Mijn eigen moeder waarschuwde cryptisch. ‘Het blijft water naar de zee dragen’ was de verzuchting bij zo’n vruchteloze dwaling in de queeste naar dwangmatig doelgericht, aanzien en schouderklop. Daarmee is alles gezegd. Die stuwing, het kolven en de afvloeiing om daarna ten leste braak te mogen liggen tot de geest weer vruchtbaar is en voedend. Hand in hand met de natuur en fijn als je weet dat dat het voorland is.

Uncategorized

Een pad naar de voldoening.

De titel van een essay van de filosoof en de auteur Joke Hermsen is ‘Melancholie van de onrust’. Ze schreef het voor de maand van de filosofie. Ze borduurt haar verhaal op het stramien van de natuurlijke aanwezigheid van deze angst en stemmingsstoornissen die tegenwoordig depressie heten, maar vroeger geschaard werden onder de noemer:’Melancholie’.  Ze ontvouwt met precisie het beeld. ‘We zijn in de tijd verzonken wezens en kunnen nadenken over wat is geweest of wat er nog komen gaat.’ Ik zou er middenin aan toe willen voegen ‘Wat is’. Ook haalt ze aan dat de gezonde melancholie lijdt tot reflectie en creativiteit en de ziekelijke vorm ervan angst en onrust brengt.

Ik heb vrienden die van me houden en bezorgd om me zijn. Ze vragen me bij iedere gelegenheid  hoe ik me voel. Daarbij kijken ze me lang en doordringend aan en monsteren het gezicht op iedere graad van vermoeidheid. Het luiken van een oogopslag, het zuchten na een inspanning worden nauwlettend geturfd en als het bloed uit het gezicht trekt komen de bezwerende gebaren. Ieder moment van hun aanwezigheid wordt ik op mijn onvolkomen lichamelijkheid gewezen. Ergens in mijn achterhoofd wordt rebellie aangewakkerd tegen het onuitgesproken vonnis. Ik voel me in zo’n situatie doorgaans gewoon goed en gezond vermoeid na inspanning, maar moeiteloos spreiden ze de diepe put, waar ik kniesorend het gebrek aan energie in kan storten om er vervolgens in te mogen hangen. Ik bedank voor de eer.

026‘Er ligt een oude meester in mijn afvalbak.’

De vriend, wiens levensloop niet ongemerkt voorbij gaat en die te dealen heeft met een aantal tegenslagen, had zich een fort gebouwd om ze te lijf te gaan. Enigszins verkluizeld viel hij ten prooi aan de overbezorgdheid van de omgeving. Het etiket werd geplakt, de ‘depressie’ deed hem zwijmelen in zijn eigen onmacht. Nu het weer beter gaat met zijn gezondheid en het leven lichter is geworden, beaamt hij het volmondig. Ik waag het te betwijfelen. Hij deed op het moment wat hij moest doen, toen de wereld zich verkleinde en hem in letterlijke duisternis opsloot. Hij hield vast aan zijn geschudde kaarten en vegeteerde zich een weg door het ongemak heen.

Dat het leven weer ‘Zin’ moest krijgen was buiten kijf. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden en zijn diepe melancholie hadden hem in nevelen van alcohol gehuld. Dat was het allereerste obstakel dat uit de weg geruimd diende te worden en daarnaast moest het licht aan de horizon weer gaan schijnen. De eerste drempel verbleekte met hem het gevoel te geven, dat hij belangrijk was voor het algemeen maatschappelijk belang door een handvol aandacht in het bijzonder. Er kwam iemand een avond per week in zijn huis logeren, die er voor zorgde dat de grote onverschilligheid veranderde in zorg en aandacht voor zijn huis en niet op de laatste plaats voor deze persoon in kwestie. Die doelmatigheid leverde een optimistischer kijk op dan daarvoor. Zijn bloed ging stromen en zijn ideeĆ«n werden talrijker. Hij zocht en dacht weer in oplossingen.

Joke Hermsen schrijft: ‘Wat is er nodig om die melancholische gevoelens waarmee we behept zijn niet te laten omslaan in depressiviteit? ā€žHet is belangrijk om onze melancholie een plek gevenā€, zegt Hermsen. ā€žDaarvoor kunnen we de kunst en cultuur inzetten. Als je naar een muziekstuk luistert, een boek leest of een kunstwerk bekijkt, wordt die melancholie bemiddeld. Het leidt tot bezinning en verstilling.ā€

Die wandelgang van vriendlief heeft me geleerd dat de vorm van belangrijkheid minstens zo belangrijk is als het inzetten van kunst en cultuur. Zijn diepe melancholie heeft een plek gekregen door dat gevoel van relevantie. Het eigen gewicht dat in de schaal van het leven wordt gelegd en dat de tegenhang vormt voor het verleden, het heden en de toekomst. Bij pathologische melancholie heerst de angst, maar ook de berusting, die verneveld en verstikt. Die andere melancholie is de zingeving aan het bestaan. ‘Ik denk, dus ik ben’, zei Descartes. ‘Ik ben, dus ik besta’ vul ik aan en kleur mijn lichamelijke onbeholpenheid met de fantasie en de melancholie van het leven en hijg me een pad naar de voldoening.

Bewaren

Uncategorized

De oersprong.

De diepe duisternis, die vannacht rondwaarde en die de de aarde liet vervloeien in een troosteloze aanblik van glinsterend lantaarnlicht en de  late voorbijganger die luid schreeuwend zijn misbaar kenbaar maakte aan de wereld, pasten naadloos bij het boek dat ik opensloeg: ‘Camille Claudel, een vrouw’. De biografie door Anne DelbĆ©e geschreven kwam in 1982 in Parijs uit onder de oorspronkelijke titel”: Une Femme.

In flarden en frasen ontstond het beeld van een klein meisje met een grote passie voor  natuur, steen, aarde, aardetinten. De drang, het vormeloze om te vormen tot iets wat bruiste, diep van binnen in haar dolende kinderziel, had al bezit van haar genomen. Het kost geen  moeite me te verplaatsen in de dwingende omschrijving van haar schepper in dit verhaal.

Weken daarvoor was ik getroffen door de onpeilbare diepte in haar gezicht, zoals ze je aankijkt op de foto als jonge vrouw in 1884 en ik probeerde het in olieverf te vangen, maar de blik in haar ogen, onpeilbare diepte en het weerbarstige plukje aan de zijkant van haar opgestoken haar, geven er de bruisende ondertoon aan. Het brengt me naar een gedicht van Vasalis over plichtmatigheden, waaruit een mens het liefst ontsnappen wil, maar het niet kan ontduiken.

‘Onder het net en vlot gesprek,
dat mijn hoofd, met bruine hoed,
met de gastheer voeren moet,
denkt mijn hele ziel: verrek!’

023

De ogen ontsnappen ook op het doek. Ze laten zich niet vangen. Het boek is een zware tocht door haar innerlijk gemoed, de weg naar haar tragische einde. Vanaf het begin is daar de strijd met de moeder en in zekere zin ook met de broer, al volgt hij haar in haar ontsnapping aan de wegen der betamelijkheid en sliert hij met haar mee, dwars door alles heen, los van de materie. Tot er een kink in de kabel komt en ze haar broer onder haar veren uit laat schieten door zelf de bescherming te zoeken van de meesters in de beeldhouwkunst en tenslotte haar grote zielsverwant ontmoet die de beelden in zijn hoofd vorm geeft op een gelijke manier, haar evenknie. Ze mag bij hem in de leer, De grote Rodin en hij misschien ook bij haar als ze zijn beelden tot perfectie voert met haar handen en zijn ontwerpen ten uitvoer brengt. De muze en de beeldhouwer, de beeldhouwster en haar muze.

Haar aanwezigheid is haar moeder een doorn in het oog. Ze heeft de heilige plek van de eerstgeborene in het gezin ingenomen, ook al had ze part nog deel daaraan en er mankeerde beschaving. De broer is misschien wel door haar passie voor Rodin en de kunst, verbitterd geraakt. Niet langer is hij meer ‘Mijn kleine Paul’. Hij velde samen met de moeder op een cruciaal verward moment in haar leven het vonnis. Eenzame opsluiting in een gesticht ver weg van de moraal, uit het vizier van de gegoede burgerij.

Mijn eigen gedachten strijden om voorrang en hebben zo een eigen beeld geschetst in een diepe bewondering om het vechten voor haar bestaansrecht en het feit dat de grote storm die in haar woedde, de aanhef ervan, nog altijd te bespeuren viel, ook al lagen haar handen dertig jaar lang als een albasten werkeloosheid in haar schoot. Ze wordt in ere herstelt. Door een romantische levensloop, boeken, wat films, een facebookpagina, lezingen en straks de baanbrekende biografie Camille Claudel Statuaire by Karin Haanappel. Er zullen exposities zijn en er is een eigen museum in Villeneuve en in Nogent.

Ik ga verder in het boek, dat pas gekomen is na het portret, dat zonder dat ik wist welke tragedie erachter school, al zo’n diepe indruk heeft achtergelaten en nu vorm krijgt door de woorden van Lydia Chiarelli en weer ben ik geraakt, ontroerd, in vervoering gebracht door een mensenleven. Dit leven aan banden dat ten leste in oneindige vrijheid, met de onzichtbare raven mee, de oersprong waagde.

Il y a toujours quelque chose d’absent qui me tourmente.― Camille Claudel. (19 octobre 1943)

Corbeaux invisibles

flottants dans le ciel de la Provence

nuages denses

le vent s’enrage

et ouvre des fissures bleues

 

petite fille ƩtonnƩe

seule, tu Ʃcoutes la voix du silence

et regardes les grandes flaques

et l’argile brune

cadeau prƩcieux

que la pluie de la nuit

a apportƩ

 

pour la derniĆØre fois

dans une lumière irréelle

de cette boue

des crƩatures Ʃtranges

s’animent

caressƩes

par ta main tremblante

abandonnƩe Ơ leur vie

 

c’est alors qu’un calme inconnu

te saisit

et tu souris

infiniment libre

en ce matin d’octobre

Ć  Mont des vergues

 

 

Uncategorized

Het nu van net

Gisteren liep ik tegen de volgende spreuk aan. ‘Life is what happens to you, while your busy making other plans.’ Het staat op het conto van John Lennon en druist regelrecht in tegen het advies van mijn wijze moeder, die gedecideerd riep bij elke planning: ‘Regeren is vooruit zien’ en graag een stap of tien verder keek. Als ik verder zoek, blijkt het een quote te zijn die verwerkt is in een song voor zijn zoon Sean met de veelzeggende titel Beautiful Boy(darling boy).

Het speuren werpt nog meer vruchten af. De quote blijkt in 1957 te zijn geschreven door Allen Saunders, de Amerikaanse schrijver, journalist en cartoonist uit Amerika en komt voor in een thema van The Readers Digest. Als je iets gebruikt moet je het goed doen. ‘Beter goed gejat, dan slecht bedacht.’ John Lennon heeft er vleugels aan gegeven door het te verwerken in een tekst voor zoonlief. Het lied van kinderen voor kinderen schiet door mijn hoofd. ‘Met een been op de stoep en een been in de goot en als ik dat niet doe, dan ben ik morgen dood’. Groot zong ik toen dood nog een volstrekt taboe was. Het komt  door het hinkepinken. Die spreuk van Allen hinkt ook op twee gedachten. Met het ene been staat men midden in het leven en met het andere is men aan het vooruitzien. Het heeft vooral te maken met het tijdsgewricht en de hectiek van nu.

Ik ben al weken aan het plannen hoe de afsluiting van het project er vandaag uit zal gaan zien. Het slokte zeker de helft van de vrije tijd op, omdat er iets verzonnen moest worden en gemaakt, de cruciale afsluiter, daarnaast moest het gewone leven ook doorgang vinden. Het ei is nu, bijna letterlijk, gelegd en daarna zal de tijd zich weer vullen met andere taken die in het vooruitzicht liggen. Het is navenant aan de druk op school en de blokken van de thema’s waar het in gevat is, naast de andere beslommeringen. Dat ik me daarvan bewust ben is waar. Dat leven aan de gang is terwijl we maar blijven plannen is ook een feit. Dat dat op het moment niet anders kan is een gegeven.

Ik had een collega die gek was op het plannen. Haar schema’s voor het hele jaar waren ingenieus opgezette staaltjes van orde en netheid met mooie kleuren, afkortingen, jaren in blokken verdeeld en elke seconde van de tijd gevangen in een ‘te doen’ lijst. Aan het begin van het jaar kregen we het toebedeeld en ieder jaar weer vloog het me naar de keel. Ik weet dat we een aantal weken hebben en ik weet dat er elke week wel wat te doen staat, maar weten en willen is twee.

Ik wil het liefst op de toppen van het bestaan surfen, de dag nemen zoals ze wordt aangediend, meebewegen in de eb en vloed van het bestaan. Niets is heerlijker dan het ene moment te mogen kabbelen en het volgende moment met een stevige borstcrawl er tegen in te gaan.’Life is a cabaret, old Chum!’ ‘Vergeet niet te leven’,  zegt Allen over de grenzen heen. ‘Voordat je het weet is het al weer voorbij’.  John beaamde het en gaf het zijn zoon mee in een prachtig lied. Alles wat er nu gebeurt is straks verleden tijd, een herinnering. Vasthouden lukt niet, maar inprenten, beelden vereeuwigen in je hoofd, en straks de tijd , eindeloos de tijd, zeeĆ«n van tijd te hebben om te mijmeren in het hier en het nu van net.

‘Out on the ocean sailing away
I can hardly wait
To see you come of age
But I guess we’ll both just have to be patient
‘Cause it’s a long way to go
A hard row to hoe
Yes, it’s a long way to go
But in the meantime

Before you cross the street
Take my hand
Life is what happens to you while you’re busy making other plans

Bewaren

Bewaren

Uncategorized

De laatsten zullen de eersten zijn

Vandaag ga ik verjaardag vieren met mijn duocollega. Als ik alle verjaardagen die gevierd worden op school en thuis bij elkaar optel dan ben ik zo oud als Methusalem. Niet helemaal waar want thuis vier ik het praktisch nooit. Ik hou niet echt van feesten en partijen. Een en ander heeft te maken met het zondagse pak van vroeger. Ik weet dat mijn collega een extra mooi jurkje uit de kast trekt met voor vandaag een thermopanty, want koud wordt het wel. Glimmers in de oren, een mooi lippenrood en prachtige blozende wangen maken haar extra feestelijk. Ik zip aan mijn koffie en bedenk wat ik perse niet aan wil trekken. Dat is een ongewone volgorde en het verkeerde uitgangspunt.

Het is feest tralala. Tussen de bezwaren door schijnen de verwachtingsvolle toetjes van de kinderen, de pretogen als ze ons in het kamertje mogen halen, omdat de groep stiekem versiert is, waar wij zogenaamd nog niets van weten en het tafeltje vol staat met geschenken. Het wordt mijn laatste verjaardag op deze school. Ik zal nog een keer van de ene verbazing in de andere vallen met kinderlijke bijval en klappende handen. Voor de zoveelste keer weet ik niet of ik nu vóór of achteruit jarig ben. Word ik vandaag vier-of vijf(enzestig). Een luxe probleem, want in september is het daadwerkelijk zo ver.

Gisteren kreeg ik een brief van het stafbureau. In 2013 was ik al 25 jaar werkzaam in het onderwijs en in augustus ben ik 25 jaar bij de Stichting. Dat heeft men vastgesteld aan de hand van de gegevens, die ik heb ingebracht. Mijn vader werd als ‘bijna’ pensioengerechtigde op zijn zestigste afgeserveerd naar een afgelegen politiebureau en daarna getrakteerd op een jubileum feest. Hij bedankte stellig voor de eer. Ze hadden hem de kroon op het werk ontnomen dus er viel niet langer iets te vieren. Het voelde voor hem als een judaskus. Een jubileum met toeters en bellen is dat pas echt als het overrompelt, als je totaal onverwacht die dag de zon blijkt te zijn, een stralend middelpunt. Feesten zijn mijn ding niet echt.

002

We gaan naar een kinderboerderij annex speeltuin en vieren het als een echte belevenis voor de kinderen, met hapjes en drankjes en lieve ouders, broers en zusjes,  de hele rataplan mag mee. Het is een laatste verjaardag, dus dubbel feest, een lach en een traan. Nog één keer de repen, de douchegel, de roosjes of chrysanten, de beeldjes, de handcrème, de zakdoekjes en de de zeechocolaatjes. Nog één keer de bedrukte gezichten van de kinderen die niets hebben en het verrukte beamen als we veronderstellend vragen of ze toch ergens nog wel een dikke knuffel in hun binnenzak hebben zitten. Knelarmpjes, wangen tegen wangen, pretlichten in de ogen en de opgetogen afwachting bij het uitpakken van hun cadeau. Jarig met kinderen, taart, toeters en bellen! Niets is leuker, ook als je er niet van houdt!

Daarom sta ik straks toch voor de kast te dubben. Het feestelijkste feestelijk, dat tegelijkertijd ook praktisch is, want klimmen en bukken en buigen en reiken en dansen en springen moet mogelijk zijn en de modder van de boerderij, natte snuiten van het pasgeboren kalf en snotneuzen langs de mouwen moet het allemaal aan kunnen, betraande gezichten, slagroom, een schaterlach moet er in gewikkeld kunnen worden zonder dat het kreukt.

Even de knop om zetten en dan gaan. Ik ben jarig, voor of achteruit is geen issue meer, de laatste zal het zijn, dus voor deze ene keer weet ik zeker dat het vooruit tellen wordt. De laatsten zullen de eersten zijn! Het dak gaat eraf.

Bewaren

Uncategorized

Beter een goede buur….

Mijn buurman droomt van bloembakken die zo weelderig zijn als de reclamebladen van de tuincentra doen geloven. Wij wonen met zes mensen aan de galerij in onze maisonnettes. Het klinkt vriendelijker Frans dan het is, maar het zijn grote grijze uit beton verrezen comfortabele woningen, die ondanks welke handigheid dan ook te allen tijde de uitstraling zullen blijven behouden van betonblokken. Hij heeft over de afscheiding van de galerij grote bloembakken gehangen. Ze gapen me iedere morgen zwart en onheilspellend leeg aan. Het weer werkt niet met buurmans droom mee. Ze blijft op alle fronten winter voelen, waar lente wordt gedacht.

 

074

Straks als de kou uit de grond is gaat hij met zijn knoesten de bakken vullen met mooie zwarte aarde en Petunia Hybriden en Pelargonia Peltatum. Hij doet dat belangeloos voor alle galerijbewoners. De bedoeling is dat de planten weelderig het grijze beton zullen maskeren en dat de aanblik ervan zal gaan ogen als de vriendelijke Bauernhofen in de Alpen. Ik vind het dapper. Een Don Quichotte, die onvervaard vecht tegen het grauw van de moderne tijd, met als lans de beloftes der catalogi en als einddoel de hangende tuinen van Nieuwegein.  Waar een droom niet groot in kan zijn.

Niet lang geleden brachten de zussen en ik een bezoek aan Des Jardins Suspendus de Thuin, een middeleeuws dorp in de provincie Henegouwen in de buurt van Charleroi. De muren voor al die hangende tuinen waren er wel, maar weelderige begroeiing was er in de zomerluwte niet te vinden, wel heel veel trappen, die aangaven dat de namen van de hangende tuinen vooral zijn ontstaan door de ligging van de huizen. Schouder aan schouder zijn ze in een wirwar van straten en stegen tegen de berg aangeplakt. De afdaling was een aangenaam genieten, maar de terugtocht liep langs de trap der verzuchtingen. Een weg omhoog, die zich met gemak kon meten aan het beklimmen van de Domtoren door de dribbelpassen van weleer. Van plateau tot plateau vierden we de ouderdom.

Ooit behoorden de hangende tuinen tot de klassieke zeven wereldwonderen. De hangende tuinen van Babylon dragen de fluistering van een uitgestorven beschaving met zich mee, terwijl wetenschappers aanwijzingen hebben dat die tuinen een vierhonderd kilometer verderop lagen in Ninive. Het doet aan het mysterie en de feeƫrieke fantasie niets af. Ik zou de buurman zijn illusie kunnen ontnemen op grond van het feit dat de zes kleine bloembakken, vorig jaar, bleven pieren. Hij had ze nijver gevuld met goudgele en oranje afrikaantjes, die fier over de rand van de bloembak keken, maar zich niet mengden met elkaar of met de entourage. Gele stippen boven het beton bleven het. Buurman een illusie armer en een ervaring rijker.

Opnieuw vlast hij op een nieuw wereldwonder. Ergens in zijn hoofd zijn die bontgekleurde guirlandes vaste vormen aan gaan nemen. Ze bloeien weelderig naar de toppen van zijn fantasie en zijn de tƩ bescheiden violen, heesterachtigen en afrikanen ontstegen. De Zwitserse Alpenweelde moet de betonnen aanblik bestrijden en zijn coulante zorgzaamheid streelt daarmee het hart van de galerij.

Wij spinnen er goed garen bij als de gapende zwarte bakken de bakens worden van die nieuwe lente. Nu eerst de vorst nog uit de grond, de gierzwaluwen onder de pannen en de zonnegloed op volle sterkte. Vroeger wist men het allang. Beter een goede buur, dan een verre vriend. Als het om bloembakken gaat, kan ik het volmondig beamen.

 

 

 

Uncategorized

Een blijvende herinnering.

‘De dagen der vergeten woorden’ staat er in het kleine dagboekje, dat ik gedurende een korte periode vorig jaar heb bijgehouden. Daarna raakte het in vergetelheid, zoals zo vaak tegenwoordig de dagboeken doen, omdat het digitale werk makkelijker wordt ingezet. Het ligt aan mijn concentratie of ik woorden vergeet of niet, aan de drukte in het hoofd, dat niet aflatend bezig is met het verzinnen van allerlei verhalen en ondernemingen. Daardoor zakken woorden verder weg, dwars door de mazen van de alertheid heen. De periode van ‘De dagen der vergeten woorden’ duurde zegge en schrijven een week.

Dat selectieve geheugen van mij is een allegaartje. De meest wonderlijke dingen kan ik tot in detail vasthouden en andere zaken, die belangrijker lijken, volkomen vergeten. Er zijn momenten geweest, dat ik naast een vriendin zat, waarbij ik op het moment suprĆŖme niet op haar naam kon komen. Met leeftijd had het niet van doen, want ik was jaren jonger. Ook niet met de moeilijkheidsgraad van de naam, maar er werd in het hoofd teveel met de deuren geslagen. De gedachten sprongen alle kanten op en het was chaos en onduidelijkheid daarbinnen. Het is vergelijkbaar met de gangen van Zweinstein waar Harry Potter cum suis rondwaren en de schilderijen leven en praten en elkaar dwars door al het gebruikelijke lawaai heen, niet zelden van ongezouten kritiek voorzien. Die hectiek dus. Zie daar maar eens een aanduiding in vast te houden.

Bernlef

Het is verstrooidheid van de eerste orde. Als het meer wordt of erger, als er iets niet meer werkt in die fabriek daarboven, is de wetenschap ervan dan in de kiem aanwezig, of verglijdt men ongemerkt in een dergelijke staat van zijn. In Hersenschimmen van Bernlef zie je de hoofdpersoon langzaamaan in zijn eigen mist verdwalen. Het is als een net dat zich om hem hen sluit, zoals  in de avondschemer, als in een donker bos de witte wieven de overhand nemen en de boomkruinen laten zweven door de stammen te verbloemen.

Geheugenverlies in een milde vorm heette vroeger Oostindisch Doof, maar dat werd doorgaans veroorzaakt doordat aan de andere kant van de lijn zo veel gevraagd werd Mijn opa was stokkedoof, maar ook ondeugend. Als oma een van haar heilige litanieën op touw zette, trommelden zijn vingers harder op de tafel en glinsterden zijn ogen rebelsheid in een vermeende stoïcijnse blik. Steevast ging zij dan over op orkaansterkte en schreeuwde boven zijn pom,pom, pom uit, maar hij verblikte of verbloosde niet en gaf geen sjoege.

In het Academisch ziekenhuis in Leiden op de afdeling neurochirurgie liep in de jaren zeventig een jonge glazenwasser rond. Hij was vanuit grote hoogte ongelukkig terecht gekomen. Zijn geheugen duurde een zin lang, daarna was hij alles vergeten en moest opnieuw beginnen, steeds maar weer opnieuw. Jeugd valt niet te rijmen met vervroegde aftakeling in die orde van grootte. Hij werd een blijvende herinnering.

Amnesie

een man liep op de gang van neurochirurgie

het lange silhouet in het gefilterd licht

versterkte de lengte van hemzelf en de gang

hij slofte, drie vier stappen dicht

langs de kale muur en bleef dan staan

hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen

en schalde ā€˜zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’

het sneed messcherp de stilte uiteen

 

ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort , drie vier stappen

om daarna nog eens stil te blijven staan

en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen

ā€˜zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’

weer wees ik hem de weg en hij ging door

maar  in mijn ogen moest zijn te lezen

hoe dapper deze man de strijd beslechtte

 

door vanuit zijn diepste wezen

volhardend zijn eigen weg te gaan

overtuigd zelf een oplossing te vinden

omdat zijn geheugen hem liet staan