Overpeinzingen

Er valt nog veel te overpeinzen

In het dubbeldikke kerstnummer van de Groene vertelt de Analiticus Arthur Eaton hoe fascinerend hij de Eeuwige Vlam vond, die achterin de kerk brandde, als kind. Groot was de desillusie toen hij ontdekte dat de bovenkant van de oude kaars werd afgesneden en boven op de nieuwe kaars werd gezet. Hij bestempelde het als ‘Valsspelen’. Pas jaren later begreep hij dat niet de eeuwige vlam zo bijzonder was, maar het feit dat er iedere keer weer mensen waren die de moeite namen om de bovenkant van de kaars op de nieuwe te zetten. Het is een subtiel maar belangrijk onderscheid in denken en ervaren. Je niet laten verleiden door de feiten maar boven de vlam uitstijgen en te weten wat het moment van deze handeling voortbrengt.

Gisteren keken we naar de film ‘The Hidden Life’ geschreven en geregisseerd door Terrence Malick, waarin de hoofdpersoon Franz Jägerstätter weigert om zijn verzet tegen de oorlog op te geven, terwijl Oostenrijk grosso modo zich achter Hitler schaart. Het begon lieflijk. Een alpenweide, een prille liefde en twee mensen die aan het zeisen waren. Een kalm en eenvoudig leven, waarin in alle harmonieuze eerste behoeften werd voorzien. Een natuurlijk ritme van de natuur en een natuurlijk ritme in het leven. Er wordt getrouwd, er komen kinderen, drie dochters, en er lijkt geen vuiltje aan de lucht in dit lieflijke dorpje op een alpenweide. Zoetgevooisde beelden, kalm en rustig, een deken van geurende veldbloemen er overheen.

En ineens is daar het verlangen om even terug te kruipen in dat beeld net als Erik uit Erik of het klein Insectenboek van Godfried Bomans, die zijn avonturen gaat beleven als hij het schilderij Wollewei instapt. Maar dan sijpelen de eerste haarscheurtjes de film binnen en verstoren dit lieflijke plaatje. Je wacht op het moment dat een en ander tot een escalatie zal komen en dit ideale beeld uit elkaar laat spatten als een zeepbel. De film zelf duurt ruim twee uur. Om de concentratie vast te houden, besluiten we halverwege te stoppen en vanavond het tweede deel te kijken.

In de Analyse van Arthur gaat hij in op een lezer die zich afvraagt waarom alles zo grimmig en intolerant is geworden. Arthur geeft dan het voorbeeld van het Eeuwige licht achter in de kerk. Hij weet niet hoe het komt, maar ‘De waarheid is dat we het tij niet kunnen keren. De uitdaging zit volgens mij in hoe je in duistere tijden je menselijkheid kunt bewaren. Hoe doe je dat? Waardig en veerkrachtig blijven, zonder jezelf te verliezen?’ Hij geeft voorbeelden van klein geluk door je te richten op wat echt belangrijk is voor jou. En raadt ons aan om ‘met dubbele blik’ voort te gaan. ‘Één oog gericht op onze gedeelde menselijkheid—liefde, groei, verbondenheid—en één oog naar buiten, waakzaam en sterk.’ Beschermend, als de hand om de vlam van de kaars en niet met de vechtersmentaliteit van de twee gebalde vuisten.

In een wereld als deze verlangen we allemaal naar een alpenweide en prille liefdes. Die zijn er ook. Ze zijn te vinden, maar zo subtiel als het verschil tussen het vermeende bedrog met de kaars en het voortschrijdend inzicht van de noodzaak dat er altijd iets of iemand nodig is voor de voortgang. Er valt nog veel te overpeinzen.

Overpeinzingen

Ontluikend verlangen

Vanmorgen ontvouwde de wereld zich in al haar ruime kracht. In de nacht had ze haar verschillende grijze lagen een voor een afgepeld. Dat weet ik, omdat ik wakker was en in het licht van de grootste kerstboom van Nederland de dikke plukken wolken en daarna een duistere laag voorbij zag trekken. Lief had het trouwens goed te pakken en soms borrelde een rauwe hoest omhoog en tussen de dromen door was hij aan het zagen met zijn ademhaling. Mijn hoestbuien als concerto voor twee er tussendoor. Maar goed dat de jeugd boven met oordopjes slapen. Hoe verkouden kun je zijn.

Gisteren hadden we de medicijnen opgehaald. Fijn dat ze binnen zijn, alle puffen weer binnenboord, want het begon zo stilletjes aan toch veel benauwder te geraken zonder de luchtverwijder. Nu met de zon zal het al snel beter gaan. Het vochtige weer is funest.

Zuslief en zwager zijn aan het verhuizen van een koopappartement naar een huurappartement midden in de bossen. Zo hou je geld over om te kunnen reizen. Een wijs besluit. Zolang het allemaal nog soepeltjes kan, moet je er van genieten. Met de mooie dagen die we net achter de rug hebben en de verse herinneringen op het netvlies, is het met zon hier ook prima hoor. Vandaag ga ik voorbereidingen treffen voor kerst. Schone dochter en ik doen de tussendoorhapjes, een dochter het toetje, een schoondochter en zoon de drank, de oudste zoonlief draagt zorg voor de entourage, hem wel toevertrouwd, en de oudste dochter zorgt voor de crudité. Het kerstdiner, allen achter de pizzarette, vindt zondag plaats. Dan hebben we met kerst de handen vrij om die naar eigen wensen in te vullen. Schoonfamilie, gezellig samen als gezin, of met vrienden, het maakt allemaal niet uit. Voor het eerst in al die jaren heb ik de kerstboom niet in huis en eerlijk is eerlijk, ik mis het niet echt. Schoondochter is allergisch en dan is de keuze snel gemaakt.

Lief geniet van Maarten ‘t Hart en zijn woeden van de gehele wereld. Ik had hem het boek aangeraden en het raakt hem vooral omdat Maarten de tijdsgeest, die ook de onze is, zo onverbloemd neer weet te zetten en altijd met het oog voor de details natuurlijk. Ik laaf me aan de column van Stef Bos in de nieuwe Zin die over het huidige woeden gaat. Hij schrijft over het credo van de negentigjarige kunstenaar Frans Wuytack, dat ‘De terugkeer van de mens’ verluidt. Ik kende de kunstenaar niet. Hij heeft onnoemlijk veel beeldhouwwerk in marmer verricht en is met negentig jaar nog altijd opvallen vief als ik een interview van hem zie op Youtube. In het licht van de huidige tijd roept hij op om de Vrede te zoeken met elkaar. Hij noemt het met veel passie en overtuiging. Een heel bijzonder mens, vind Stef. Die bijzondere mensen moeten we vooral ruimte geven en delen als tegengif tegen alle polarisaties en snelle quotes en oorlogsretoriek van de dag van vandaag. Zijn moeder had de simpele levensfilosofie;’ Alles komt goed’. Hoe erg het allemaal lijkt, het gaat ook weer voorbij. Het tijdrad draait door en ‘Zolang je de liefde en de hoop in jezelf wakker houdt, kan die op een bepaald moment opbloeien zodra het licht erop valt’.

Iets wat Wuytack met zijn ‘Terugkeer van de Mens’ onderschrijft. In dat licht wil Stef het nieuwe jaar beginnen. Positiviteit om te kunnen groeien. Dat is precies wat de wereld vandaag de dag nodig heeft. Lichtpunten verzamelen, pareltjes rijgen, hoop koesteren en de zon laten schijnen op dat ontluikend verlangen.

Overpeinzingen

De juiste balans

Er was geen tijd meer om te schrijven. Na de maannacht gisteren zat het er wel in dat de slaap met een hamertje zou komen. Pas om acht uur gingen de ogen weer open en was het een beetje haast maken geblazen om om half tien gepikt en gesteven aan het ontbijt van onze lieve gastvrouw te zitten. Met wat variatie op het ontbijt van gisteren was het opnieuw verwennerij. Ook was er tijd voor wat uitwisselingen met de gastvrouw, die nog maar kort bezig is met deze overgenomen B&B. Wat en werk en wat een regels kwamen daar bij kijken. Chapeau. Het gaat vast lukken, want wij hadden het erg naar ons zin en de omgeving is prachtig. Koffers pakken, nog een laatste rondgang en een hartelijk dankwoord voor Kirsten, die de B&B voornamelijk in haar eentje verzorgd.

We hadden ons voorgenomen om opnieuw naar Ootmarsum te gaan, ditmaal om het Museum van binnen te bewonderen. We vonden een parkeerplaats buiten de stadskern en van daaruit was het een kwartiertje lopen naar het centrum. Een straat die liep langs de Gasterij Oatmossche en het Waterrad dat vroeger de korenmolen aandreef en in authentieke staat gerestaureerd is. Het is jammer dat de weergoden ons in de steek lieten en we vanwege de bijtende kou wat haastig door wilden lopen. Een aanleiding om in de lente of zomer dit bezoek nog eens dunnetjes over te doen.

Rond de HH. Simon en Judaskerk was het nu een en al gezellige bedrijvigheid. Alle winkels waren versierd met kerstverlichting en waren open. Vlak voor het museum, dat goed te herkennen is door de moderne gevel, ontdekten we dat de museumjaarkaarten in de Auto lagen. Nou ja, dan maar zonder. Maar de allervriendelijkste mevrouw achter de balie geloofde ons op de blauwe en de bruine ogen en rekende het museum jaarkaart tarief.

We konden naar binnen. Er was een doorlopende expositie van de eigenaar en de stichter van dit museum, Ton Schulten, en in de zaal ervoor waren schilderijen en beelden te zien van andere schilders uit Ootmarsum. De Paeskearls kwamen er veelvuldig op voor, een fenomeen van Ootmarsum tesamen met het vlöggeln, waarbij de Paeskaerls en de mensen van het dorp al zingend hand in hand door de straten trekken. De Paeskearls bereiden ook het Paesvuur voor. Het zijn acht katholieke vrijgezelle jonge mannen van rond de twintig. Ze zijn herkenbaar aan hun lange beige regenjas, zwarte hoed en broek en daardoor onmiskenbaar in de kunstwerken.

Ton Schulten maakt de meest kleurrijke zeefdrukken van enorme afmetingen en daar zijn de zalen mee gevuld. Een indrukwekkende hoeveelheid, met daar tussenin prachtige beelden. De schilder van het concensisme wordt hij genoemd. De vaste tentoonstelling geeft een inkijkje in het leven en het werken en de bezieling van deze kunstenaar. We genoten van de rust en ruimte, van al die schoonheid bij elkaar. Er is ook nog een niet te versmaden binnentuin met prachtige beelden, waarbij twee zwanen vooral mijn aandacht trokken.

We maakten daarna nog een klein uitstapje naar de kledingwinkel met natuurlijke gevilte stoffen, maar daar was het me te benauwd en moesten we snel wegwezen. Kleine ruimte, veel mensen, te warm. Terug naar Truus, met wind tegen, ook dat deed geen goed. In de auto lekker uitrusten dan maar. Het suffe weer had bij Zwolle een opleving. Fel licht door het wolkendek en daarna hing de lucht weer even laag met regen incluis en versterkte het winterse grauw. Drie dagen zon van binnen was de juiste balans.

B&B Sagenland. Website: http://www.sagenland.nl

Overpeinzingen

Wat ben je mooi

‘Let the Sunshine, let the Sunshine in, the Sunshine in…’. Het mocht niet baten, of tenminste, helemaal aan het eind van een lange dag prikte de zon toch nog door de grijsheid heen. Was het om het gezongen lied, of misschien toch om de twee kaarsjes die we voor onze overleden harten hadden opgestoken in de Mariakapel van Onze Lieve Vrouwe van Lourdes in Tilligte, een van die kleine dorpjes op de route van de Sagenroute.

De dag was begonnen met een uitgebreid ontbijt, een mini croissant, lekker bruin brood, beschuit en krentenwegge, vleeswaar, kaas, fris groen, melk, optimel, yoghurt cruesli en fruit, jus, koffie en thee. Een optimaal begin door een leuk ontdekgesprek met onze gastvrouwe. In de nacht had ik tevergeefs de volle maan proberen te tackelen, moest ik Lief zoeken dwars door de twee afzonderlijke dekbedden heen en had ik het enorme badlaken bij wijze van ophoging onder het kussen geschoven. Slaap was bijzaak, wist ik uit inmiddels lange ervaring. De eerste nacht zijn voor de hazenslaapjes. Zolang het geen spookhazen van het Twentse land zijn vind ik alles best.

Daarna was er besloten de Sagenroute met de auto te rijden, zonder echt vooropgesteld plan, maar meer met het idee:’We zien wel waar het schip strand’. Maar voor de 800 jarige Kroeseboom, een kruisboom, hadden we een uitzondering gemaakt. Met deze gigantische Es, aan alle kanten ondersteund door zijn stalen geraamte, moest natuurlijk op de een of andere manier contact worden gemaakt. Hij staat midden in het veld in Fleringen, vlak bij Tubbergen. Er stond een hek omheen en de toegang was ook op slot. Gelukkig was er een opstapje van de kapel en konden we daar er overheen stappen. Wanner hou je nou een boom van die leeftijd tegen je aan. ‘Klop maar lieve Es en fluister je verhalen, kralen aan het snoer van de eeuwigheid’.

Daarna vonden we eindelijk de binnendoorweg van de Sagenlandroute, dat eigenlijk de fietsroute was, maar waar je met de auto ook kon komen. Bij Ootmarsum wandelden we nu om de Watertoren heen die op de kuiperberg staat, naast de oude Joodse begraafplaats en het hoogste punt met de orienteertafel van de ANWB ter herinnering aan de Bondsdagen van weleer, bewonderden daar het grandioze uitzicht zo ver als je kon kijken in dit blauwbleke middaglicht en drentelden langs de muur van het monument aan de weg, met de glazen afbeeldingen in de ronde poortjes. De glazen kunstwerken zijn vervaardigd door Desiree Groot Koerkamp en maken samen ‘een knipoog naar het verleden’.

Een dorp verder zochten we de begraafplaats op waar Lief tevergeefs speurde naar het voorgeslacht. Dan maar de Mariakapel zoals eerder genoemd. Een klein kapelletje met de elegance van een goed onderhouden bedevaartsoord. Waxinelicht 0,25, euro, kaarsjes 0,50 en een mooie mariakoker van plastic met kaars, gegarandeerd veel branduren, 5,00 euro. Twee bescheiden maar wel echte, kaarsjes leken ons voldoende om het doel te bereiken. Even stilstaan bij die lieve schatten.

Toen we uiteindelijk rondjes gingen rijden besloten we toch weer rechtstreeks richting Denekamp te gaan. Wat mottige kerststalletjes, waarvan een met knikengel die maar een zeer minzaam knikje gaf, wat sneeuwwitte schapen en veel nieuw dorp tussen het oude. Zeer de moeite waard op een zonnige dag met uitbundige winkelende mensen, nu een tikkeltje uitgestorven onder de klanken van een forse verbouwing in het centrum en een snijdende wind, maar…dan toch die zon! Vlak voor dat we, Jozef en Maria bij uitstek, de herberg opzochten, piepte ze haar dankbaarheid door het grijze dek.

We laafden ons aan een voedzaam maaltje. Lief nam de zalm, ik de oesterzwamcroquetjes en heerlijk verwarmd kwamen we thuis, moe maar voldaan. Twente wat ben je mooi.

Overpeinzingen

Hoe het allemaal werkelijk in elkaar steekt

Ziezo, het koffertje is gepakt. Nog een kop koffie en dan wordt het tijd om…En daar kwam een kink in de kabel. Welke weet ik niet meer, maar van schrijven kwam het niet langer. Om elf uur reden we weg, tank volgooien, langs de apotheek om te kijken of ze per ongeluk een van mijn pufjes hadden die op bleek te zijn. Niet dus, maar gelukkig was mijn puf in noodgevallen een goede vervanging. Daarna en route, de vrijheid, de rust en de ruimte tegemoet. We waren vroeg en hadden de keuze om onderweg een pitstop te maken of eerst van A naar B te rijden en dan tot Ootmarsum door te rijden, het centrum te verkennen en daar een gezellig restaurant te zoeken. We kozen voor het laatste.

De lucht bleef pareltjesgrijs, al piepte hier en daar naarmate we meer oostwaarts reden, er wat blauw tussendoor.

Truus kon vrijuit op een kleine parkeerplaats achter de kerk staan. Geen parkeermeter te bekennen. Wat een lief stadsdeel. Uitgestorven straten, kinderkopjes die hier en daar spekglad waren, leibomen, gemoedelijke ruitjesramen, uitbundige kerstverlichting jubelde voor, achter en naast de ramen en overal kunst in de meest denkbare vormen achter en voor de grote of kleine etalages. Glas, keramiek, schilderijen en brons, er was van alles wat. Twee vruchtbare kerken, piepkleine en majestueuze grotere huizen, klompenschuurtjes, stegen en steegjes al dan niet doodlopend en een modern museum. Twee grote restaurants oogden gastvrijheid, andere waren dicht, we hadden er op gerekend deze maandag.

Een ander kenmerk waren de veelvuldige grijze en witte koppies boven de verschraalde huid, die net als wij, gemoedelijk rondwandelden of stevig de pas erin hadden, al dan niet met rugzak op. Het was er niet warmer op geworden, dus laafden we ziel en zaligheid aan een heerlijke hete champignonsoep met bruin brood en een sauvignon om het samenzijn te vieren.

Ik vertelde Lief over het onderwerp dat me bezig hield, een artikel in de Groene van deze week, waarin een mevrouw haar verontwaardiging deelde over het thema Sprookjes op de Jenaplanschool van haar zoon, omdat hij thuis kwam met een tekening van een nogal boze heks. Het had de mijn oude redactie in rep en roer gebracht. Ten eerste bracht ze het alsof het hele Jenaplan Onderwijs dat thema jaarlijks op de rit heeft staan en kijkt ze er met een zeer scherpe feministische blik naar. Weinig genuanceerd ging ze eveneens voorbij aan het nut van deze sprookjes, sagen en legenden, die zo’n heerlijk podium zijn juist voor dat kritisch denkvermogen van kinderen. De Groene ligt thuis en ik dien het nog eens grondig te bestuderen. Dan kom ik er op terug.

Toepasselijk is het wel. We zijn nu in Sagenland, het land van de Witte Wieven, geesten en heksen. Er zijn verschillende meningen over de betekenis van de witte wieven. Bij de ene verklaring zouden de witte nevelslierten van het land de aanleiding zijn, maar er is ook een bron van Balthazar Bekker die al in zijn boek De Betooverde Wereld’ uit 1691 opperde dat het witte afkomstig zou kunnen zijn van wittende wieven ofwel wetende wieven, wijze vrouwen dus. (Uit: abedeverteller.nl))

Het zijn deze verhalenvertellers die noodzakelijk zijn om het kaf van het koren te scheiden. Wil je weten wat er werkelijk aan ten grondslag ligt, dan is het zaak om eens grondig die oude boeken te raadplegen. Maar meer nog ben ik benieuwd naar de mening van mijn lieve heksenvriendinnen in mijn vriendenkring. Hoe kijken die er zelf tegen aan.

Eerst ga ik maar eens uitgebreid rode oortjes halen bij de verhalen van het Sagenland van deze Abe de verhalenverteller, die ik vond toen ik op zoek ging naar het belang van het sprookje. Wie weet word ik vannacht in mijn dromen dan wel door een wijze vrouw ingefluisterd hoe het allemaal werkelijk in elkaar steekt.

Overpeinzingen

Komt dat even goed uit

Gisterenavond hielden we bioscoop thuis vanwege het motto:’Kalmte zal U redden’ op dagen met wattenhoofden en maar aanhoudende verkoudheden en benauwdheid. Lief had in de middag wat lekkere hapjes gehaald voor bij de borrel en ik had de film uitgekozen. Gehuurd bij Pathé. Het was dit keer opnieuw een Iraanse film: ‘Tatami’. De regisseurs zijn Zar Amir Ebrahimi en Guy Nattiv, een Iraniër en een Israëliet en dat is op zichzelf al bijzonder, maar meer nog als je de film. Hebt gezien begrijp je dat. Mijn keuze is niet in de laatste plaats geschoeid op het feit dat Lief ooit in het grijze verleden onder de leiding van Anton Geesink nogal eens een Tatami van dichtbij bewonderd had. Hij zat er met zijn neus op, zo gezegd. Nee hoor, ik ben heel trots op zijn Eerste Dan en het heeft me meer dan eens gered uit de klauwen van hachelijke momenten.

Dit was andere koek met de dreiging van de Iraanse lange arm, die tot over de grenzen reikt. Het is een indrukwekkende politieke thriller rond een Judoka op het wereldkampioenschap van Georgie en we hebben vanaf minuut één aan de buis gekluisterd gezeten. Met een jaar van mijn studie Iraans, waar ik moedeloos van werd omdat ik het er niet ingestampt kreeg, was het wel weer fijn om al die weggezakte woorden te horen. Bebachshied, Godafesz, Tammoemshot, Azizam, Baleh, Geli Goebe(fonetisch weergegeven). Helaas heeft het niet veel zoden aan de dijk gezet. Het Hongaars gaat me hopelijk beter af, want de gebruikelijke opmerkingen bij de kassa zijn al woordelijk te volgen en de aangeboden artikelen te lezen en dat is geen sinecure. Maar de film dus. In een paar woorden: Vol kracht en doorzettingsvermogen, met moed en offerbereidheid, spannend, het betere puntje-op-je-stoelwerk en goed voor een dikke anderhalf uur.

Daarna vielen we per ongeluk in ‘Even tot Hier‘, een beetje wonderlijke overgang, maar ze waren op dat moment al erg goed bezig, dus toch maar even meepikken. Wat een must om te zien en wat zijn ze scherp.

De appjes van de kinderen over wat iedereen gaat doen vandaag. De oudste zoon wil naar het park, dochterlief gaat nog even rondneuzen op de gezellige kerstmarkt in de Twijnstraat en de rest kampt ook met zieke en snotterende kinderen. Er heerst een griepje. Lief en ik zijn allebei nu mistig en we hopen vurig dat drie dagen in de frisse buitenlucht ons goed zal doen. Dit weer is funest voor de aangedane longen.

Morgen vertrekken we naar een Bed and Breakfast in Sagenland. Volop natuur, rust en ruimte. Eerst wilden we een aantal plannetjes bedenken, maar nu laten we het water over de akker vloeien, in variatie op een thema, en gaan we zien wat zich aandient. Wat het ook is, het lijkt me allemaal de moeite waard.

Vannacht was het volle maan en ik droomde over een beer die de kinderen op school de stuipen op het lijf joeg, alleen al door zijn aanwezigheid. In het begin liep er nog een kleintje bij, maar die verdween op de een of andere manier. De beer zelf kwam binnendoor lopen, keek vrij goedmoedig naar mij en deed niets dreigends. Op het plein voor de school was er opnieuw hectiek. In de Indiaanse cultuur wordt de beer vaak geassocieerd met de Grote Geest of beschouwd als een spirituele gids. Het zou een opsteker kunnen zijn voor je innerlijke kracht. Met al deze lichamelijke ongemakken is dat een mooie tegenhang. De natuurlijke balans, iets om in rust eens over na te denken. Komt dat even goed uit.

Overpeinzingen

Veel aangenamer

Broerlief was jarig en de familie had een verrassingsfeest georganiseerd. Natuurlijk wisten we het al weken van te voren, maar omdat broer ook veel leest, was mijn pen zo gesloten als een oester. Altijd moeilijk om grote geheimen te bewaren. 77 Jaar zou hij worden en het hele gezin probeerde zoveel mogelijk om aanwezig te zijn. Sommige waren druk met overhuizen, een broer woont een eind weg, maar verder was het de familie toch gelukt. Zelfs de tweede broer op rij, die ziek is en veel verzorging nodig heeft was met een speciale bus en de niet aflatende zorg van onze schoonzus met rolstoel en al gekomen. Hij kreeg een mooi en overzichtelijk plekje aan de familiekant.

Lang geleden dat ik zo’n kringverjaardag had meegemaakt. Vrienden aan de achterkant van de kamer en wij allemaal aan de voorkant op twee uitzonderingen na. Iemand speelde de roerganger met singeltjes uit vervlogen tijden en als het Lang zal ie leven door hem werd ingezet kregen we er een hele potpourri aan dijenkletsers gratis en voor niks bij. We vinden het stiekem wel fijn om bij elkaar te kruipen, want we lopen de deur niet plat, en dit zijn dé gelegenheden bij uitstek om even bij te kletsen. Wel en wee in grappen en serieuzere praat, een wijntje, een hapje en drankje, een grote schaal met heerlijkheden vol vis, garnalen en salade verhoogden de feestvreugde. In vergelijk met vroeger zijn dit de heerlijke bijeenkomsten zonder rookgordijnen.

Als cadeau hadden we een Nieuwegeins nipje, een koffielikeur, meegenomen, want niets is lastiger dan iets te kopen voor iemand die in feite alles heeft. Lief genoot en praatte breeduit met deze en gene. Dat is zo leuk en bijzonder. We kennen elkaars familie door en door.

Toen Lief voor het eerst de woonkamer van ons ouderlijk huis binnen schuifelde in de jaren zestig op zijn Jezus-sandalen en met zijn lange hippieharen werd hij grondig bekeken en toen we weer een deur verder gingen, liet broerlief de pet rond gaan om bij de familie te collecteren voor nieuwe schoenen. Deze mare gaat steeds weer rond, als Lief ter sprake komt. Bij zo’n kamersetting is het wel handig dat je op elke lege stoel kan ploffen, zodat degene die is opgestaan, een andere plek moet zoeken. Variatie in gesprekspartners te over, op die manier. De vrienden bleven nog zitten, maar wij stapten bijna allemaal tegelijk op. Broer was helemaal jarig geweest, de verrassing was gelukt.

Ik lees in het Zin magazine van deze maand over de schaapsherder Marianne Duinkerken die met haar kudde van 400 Drentse heideschapen over het Balloërveld in natuurgebied De Drentsche Aa loopt. Ze is er op een romantische manier ingerold. Als ik haar naam op zoek op internet kom ik uit bij opnames van Binnenste Buiten, waarin ze, al wandelend met haar kudde, erover vertelt. Wat een mooie dingen komen er uitrollen. Ze bagatelliseert niets, schapen zijn niet de meest meegaande dieren die er zijn, maar als ze met haar kudde over de hei dwaalt en ieder schaap zijn weg zoekt, laaft ze zich aan de kracht van de elementen die er voor zorgen dat je eigen kracht daardoor versterkt wordt. Met haar twee honden gaat ze er vakkundig mee om. Ik bewonder haar omdat ze daar naadloos tussen past en op een rustige natuurlijke manier leiding geeft aan de kudde.

De spencer die ze aan heeft is gebreid met de wol van de schapen zelf in het breiatelier dat een onderdeel vormt van de schaapskooi. Met haar ranke verschijning, de laarzen over de broek en de hagelwitte bloes onder haar spencer, een kekke pet op het hoofd ziet ze eruit als een grande dame.

Het doet me denken aan de volkstuin, waar de achterbuuf een keer vroeg waarom ik er altijd uitzag of ik een kerkgang ging maken. Ongetwijfeld was daar mijn voorkeur voor zwart een aanleiding toe en haar Calvinistische inslag, maar ik kleed me ter plekke altijd om als ik aan het werk ga, om me als ik huiswaarts keer weer in mijn plunje te hijsen. In mijn hoofd klinkt ‘Elk vogeltje zingt gelukkig zoals zij gebekt is.’ Dat maakt het leven zoveel aangenamer.

Overpeinzingen

Uit handen

Met een Wally-boek, een Gorgel prentenboek en een boek over het eendje Gonnie stapten we na een uitvoerige inpaksessie van de verkoopster eindelijk uit de plaatselijke boekhandel en gingen op pad naar zoonlief en de rakkertjes. Bij aankomst was het huis donker en zichtbaar leeg. Gelukkig is dan de telefoon voorhanden en dat bracht de verlossing. Ze waren bij de dierenarts, want Fred de kat was geopereerd aan een niersteen en die mochten ze nu ophalen. Wat overbleef van het goed gevulde poezenlijf was een scharminkeltje in een rood jasje dat strak om het lijfje zat. Hij wiebelde op zijn pootjes en leek voortdurend om te vallen. Iedereen had medelijden want het was alleen al pijnlijk om te zien.

Hij zocht naar een plek om zijn rust te pakken, maar dat was met de drie spring-in-het-veldjes geen sinecure. Tussen alle bedrijven door, thee voor ons, aandacht voor de kinderen, extra opletten op Fred moest er ook. Nog een maaltijd worden gefabriceerd, speciaal kattenvoer gehaald met een extra waarschuwende vinger van de dienstdoende dierenarts per telefoon, dat hij het vandaag nog moest hebben, omdat anders de kans op herhaling te groot zou zijn, besloten we dat ik ging koken, Zoonlief het voer zou halen en Lief de kinderen en de poes in de gaten zou houden.

Het werd een totaal andere maaltijd dan ik gewoonlijk maken zou. Er moet een kookboek komen voor simpele maaltijden in drukke gezinnen als de kieskeurigheid groot is en de tijd beperkt. Ik kan in ieder geval al een aantal recepten opsnorren en delen. Vroeger kreeg ik het kookboek van de Libelle mee en de boekjes van de Blue Band en daarmee kon ik mijn kookkunsten tot dan toe aanvullen. Helaas heb ik denk ik nooit de kinderen laten meehelpen met koken. Ook hier speelde de factor tijd een rol in. Alleen ging het sneller. Sorry lieve schatten.

De jongens en hun zusje waren allerliefst. Spelletjes met de oudste, de middelste wat witjes had behoefte aan extra knuffeltjes en de kleine grande dame wilde vooral bij paps in de buurt blijven dus die ging mee poezenvoer halen. Ondertussen maakten we afspraken om met tweede kerstdag en twee dagen daarna naar lief zijn broer en zwager te gaan en een nicht en haar gezin te bezoeken, dus boekten we opnieuw twee nachten. Aan zee, dus helemaal fantastisch. Lekker met de kop in de wind uitwaaieren aan het strand na alle visites. Het kan allemaal, omdat ons eigen familiekerstfeest de zondag ervoor wordt gevierd.

De verkoudheid houdt aan maar er is geen koorts en voor de benauwdheid kan ik vier extra puffen nemen. ‘Het gaat wel weer over voor ik een jongetje ben’, was de wijze spreuk van vroeger, die altijd uitkwam.

Vanmorgen vroeg om kwart voor negen werd Dribbel hier gebracht door dochterlief. Er was geen inval voor de zieke juf op school en hij had huiswerk bij zich. Ik ontving hem op het grote bed. Een extra gemoedelijk sfeertje, zoonlief zorgde voor een harde ondergrond en schone dochter voor de potloden. Lief bracht de limonade en ik hielp hem zich te concentreren. Hij begon met rekenen. Snel en uit zijn hoofd, soms op zijn vingers, daarna schrijven, dat me honderd procent meeviel en daarna pas het lastige lezen. Dochterlief vermoedt dyslexie net als bij de middelste en ik denk dat ze gelijk heeft door de grondige aversie die hij er tegen heeft. Het was zo heerlijk en sfeervol om daar samen aan te werken. Ook voor mijn wattenhoofd een stuk relaxter. In de kussens met een kop koffie en dat warme opgetogen lijf tegen me aan. Na al het werk nog een stukje kerstfilm en toen was paps er al weer. Bijna jammer vond ie, met een beetje rekken.

De ochtend was omgevlogen. Nu even snel in de benen anders komt er niets meer uit handen.

Overpeinzingen

Wel de lusten, niet de lasten

De schijn-van-controle-knop. Vast zitten in eigen aannames, er heilig van overtuigd zijn dat het zo is. Tot er scheurtjes in komen en het niet helemaal waterdicht blijkt te zijn. Dat is wat Annemiek Schrijver in de overpeinzing van de verwondering ons meegeeft. Daar eens over na te denken. Ik begrijp wat ze bedoelt.

Vooral bij veranderingen die op je pad komen. Je wilt eigenlijk nog de vermeende romantiek van het oude behouden, maar nieuwe ontwikkelingen hebben aangetoond dat die niet meer kunnen in een tijd als deze, waarbij allerlei misstanden benoemd worden zoals het hoort te zijn. Namelijk als misstanden. Je kan niet langer iets onschuldig noemen als het dat niet meer is. Je eigen tolerantie, geschoeid op eerlijke ideeën, dienen toch bijgesteld te worden, omdat er van je gevraagd wordt bewust in het leven te staan. Ik heb veel gewoonten, die vroeger doodnormaal waren, af moeten zweren, omdat het echt niet meer kan.

Wat maakt het moeilijk om te veranderen. Bij alles wat ik gedacht heb, meende ik van het goede uit te gaan. Er zat zogezegd geen greintje kwaad bij. Juist omdat alles wat nu als beledigend bestempeld wordt maar nooit als zodanig zo werd beschouwd door jou, vormt dat een extra obstakel. Eigenlijk een soort wolf in schaapskleren terwijl jij als lammetje heilig van zijn onschuld overtuigd was. Het is confronterend om over na te denken en tegelijkertijd ook mooi dat je de scheuren goed ziet. Weten dat het klopt. Een schijn-van-controle-knop veranderen of afzweren in het groeien naar een bewustwording van wat het werkelijk veroorzaakt.

Het is deze ochtend toepasselijk mistig buiten. Net zo mistig als je hoofd soms kan zijn en alles in een wattendeken lijkt te zijn gehuld. Fijn dat er toch nog wat heldere gedachten uit gefilterd kunnen worden, ook al is mijn hoofd niet alleen mistig, maar tevens snipverkouden en daardoor er eigenlijk niet meer toe in staat. Plezierig dat er andere vorsers zijn, die je wakker schudden. Ik hou van dit soort overpeinzingen. Juist omdat het wakker schudt.

Zoonlief maakt ons er op attent naar buiten te kijken en wat loopt er over de daken van de schuurtjes tegenover ons. Een gele kwikstaart. Heel bijzonder. Inderdaad zien we het beestje gaan met dezelfde voortvarende vlugheid van de kwikstaarten hier bij de plas naast de Lek. Afgemeten pasjes, schijnbaar ongestuurd, het staartje monter opwippend om zijn naam eer aan te doen.

Gisteren had ik, om het wattenhoofd wat te klaren, onbedaarlijke trek in Harira, die overheerlijke pittige soep met kikkererwten en linzen en een pepertje. De kalfsschenkel die er normaliter ingaat, verving ik door aubergine. Kurkuma, komijn en gember erbij en de verse groene selderij, peterselie en koriander. Het is een heerlijke hartversterker en een goed alternatief voor de befaamde kippensoep met foelie van mijn moeder.

Straks komt de oudste zoon langs met zijn kleine Njong en daarna gaan we naar zijn tweelingbroer in Amersfoort. Een gevulde dag maar alles in een trage tred. De voorbereidingen voor het kerstdiner met de hele familie volgende week zondag is in volle gang. Appjes over en weer wie wat haalt en wat maakt. We gaan kleine pizzaatjes ter plekke op tafel bekleden en bakken op een pizzarette. Ik had er nog nooit van gehoord. Die laatsten moeten overal geleend worden, maar het is bijna rond. We zijn benieuwd. Het samenzijn vindt plaats bij zoonlief die er volop de ruimte voor heeft. Zo is het helemaal feest voor ons en heel erg lief, want wel de lusten en niet de lasten.

Overpeinzingen

Bij tijd en wijle

Er staat een vreemde auto onder de carport van het tweede huis beneden aan de overkant van de straat. Als ik beter kijk, blijkt dat de ramen kaal naar buiten stralen, zonder opsmuk. Ik merk het op waar zoonlief bij is en hij zegt, langs zijn neus weg, dat ze dood zijn. Er stond een lijkenwagen voor de deur toen we weg waren. Gek genoeg heeft de onwetendheid ervan impact. Zomaar er tussenuit gepiept. Niet helemaal waar, want ze waren al wat ouder. Minstens een moet zijn verhuisd nadat de ander was overleden. In de straat die in het buurtje van vroeger stond, zou dat nooit gebeurd zijn. Daar had het nieuws een zegetocht gehouden tot ieder ervan gehoord had, over de heg, aan de deur, op een feestje of zomaar op straat. ‘Heb je het al gehoord? ‘ zou er gefluisterd zijn.

Een leeg raam blikt op de straat. De auto behoort toe aan de nieuwe mensen, die het huis gebruiksklaar maken. Poppetjes die verwisseld worden en je weet er niets van af. Je moet het per ongeluk ontdekken. De oude man was keurig gekleed en best nog vief, ze gingen minstens een keer per dag boodschappen doen. Hem herinner ik me wel, maar haar ben ik een beetje vergeten.

De enige die hier alles weet van de buurt is de buurman. Hij heeft een nieuwsgierige aard en maakt graag een praatje met ieder om op de hoogte te blijven. Maar de laatste tijd is hij niet zo goed meer ter been. Soms staat hij nog op de galerij en rookt een shaggie, al is dat hem verboden door de slechte vaten in zijn benen. Die zorgen ervoor dat hij de trap nog nauwelijks op en af kan. En daar stokt de betontelegraaf, in variatie op een thema.

Uit het verleden wordt een scene uit de serie Ja zuster, nee zuster opgediept over het wel en wee van Hendrik Haan, die de kraan open had laten staan. Het werd bij elke roddel groter en groter, totdat de hele stad was overstroomd. Uiteindelijk kwam Hendrik Haan het zelf weer ter ore. ‘Het hele verhaal is zo overdreven, keukenmat een tikkie nat, onverwijld opgedweild, zo gebeurt zo gedaan, hi hi hi hi’ zei Hendrik Haan. De dames zagen eruit als mijn moeder. Sjaaltjes om hun wasch-en-watergolf, regenjassen aan en boodschappentas onder de arm. Misprijzend getuite lippen en meewarig schuddende hoofden. Het lied van de onvolprezen Annie.M.G.Schmidt.

Mijn griep resulteerde in het afzeggen van het bezoek aan zoonlief en schone dochter en de drie kleine belhamels. Nog steeds geen puf om een boek open te slaan. Wel heb ik het tekendagboek wat bij gewerkt. Daar liep ik een paar dagen mee achter.

Lief kwam opgewekt terug van zijn bezoek aan onze vriend. Het was een aangenaam verpozen geweest en het staat op de nominatie van de herhaling. Verleden en heden, gedachten over de wereld, oorsprong, relaties, achtergrond, kennis, langs een tijdlijn van de ene en associaties van de andere kant. Dochterlief zat er te theeën met een vriendin en was helemaal verbaasd om de twee, ze kende vriend ook, samen aan te treffen. Wat is het leven toch verrassend bij tijd en wijle.

Overpeinzingen

We zijn er nooit te oud voor

Via een artikel over Jan-in-de-zak, een deeg dat gekookt moet worden en niet gebakken, herinner ik me ineens de Broeder weer, die een moeder van een van de vriendinnen van dochterlief maakte en dat super makkelijk, machtig en kerstig was. Zelfrijzend bakmeel, krenten en rozijnen, melk eieren en een snuf zout en een uur de oven in op 175 graden. In sommige recepten wordt de broeder ook jan-in-de-zak genoemd, maar zo ken ik hem niet. Er blijken nog veel meer varianten te zijn, al dan niet in een zak gekookt of in tulbandvorm gebakken. De laatste is het minste werk. Alles goed mengen in een ingevette tulbandvorm doen en bakken maar. Heb je die niet dan bak je ‘m in een cakevorm, het blijft heerlijk smaken en kinderen zijn er gek op.

Truus werd gisteren met glans goedgekeurd en was om half twee al klaar. Er stond verder niets op het programma en ik kom er niet toe om ook maar iets te ondernemen. De puf is eruit. Dochterlief had haar eerste werkdag bij een nieuwe werkgever en was verwend met een grote bos bloemen. Heerlijk als men zo attent reageert. Het hoeft natuurlijk niet, maar het geeft er een extra mooi tintje aan. Zo zou je altijd wel willen beginnen.

Het is weer tijd voor vijftig tinten grijs. Het wolkendek hangt laag en zelfs de vele lichtjes aan de huizen maken het niet feestelijk genoeg, wat ook te wijten is aan de wind. De wolken rook spelen ton sur ton met de lucht zodra ze die bereiken. Om in al die grauwheid wat kleur te toveren kijk ik Sterren op het Doek terug waarbij Eus Ranomi Kramawidjojo heeft uitgenodigd en drie kunstenaars die haar gaan vereeuwigen. Altijd heerlijk om de kunst af te kijken en de gesprekken van Eus met Ranomi over haar topsport te beluisteren. De sessie vindt toepasselijk plaats in het oude zwembad De Blikken in Oosterhout, dat op de nominatie staat om afgebroken te worden. Ranomi zwemt al twee jaar niet meer. Ze had al diploma A en B toen ze vier jaar was, best bijzonder voor zo’n kleine meid. Dat kwam omdat water van jongsaf aan al een aantrekkingskracht op haar uitoefende en dan kan je maar beter in het voren denken. Regeren is vooruit zien per slot van rekening. Kinderen die het water inwandelen kunnen dan maar beter weten wat ze moeten doen om het hoofd boven water te houden.

Het werd zoals altijd een prettig gesprek, over topsport, doorzettingsvermogen, ik-gericht bezig zijn als puber en alleen maar de beste willen zijn en pas later de impact zien die een en ander op mensen in je omgeving heeft. De kunstenaars werken alledrie weer anders. Een echte klassieke tekenaar zit erbij, een meer impressionistisch schilder en een stoere portretschilder op groot formaat. Ze kiest het zachte klassieke portret van de tekenaar en laat twee prachtige werken hangen. Die zijn voor de veiling.

Zoonlief belt en wenst me beterschap, zijn twee belhameltjes krioelen door het beeld, delen kusjes uit, brabbelen wat en laten trots hun sinterklaascadeaus zien en de kerstversiering op de ruit. Hijzelf is bezig met lange afstanden lopen en dat betekende een prachtige foto van de verlichte Koppelpoort in Amersfoort gisterenavond over de app. Goed voor 12 kilometer. Ik heb oneindige bewondering ervoor, want hardlopen is mijn deur voorbij gegaan. In mijn beste dagen kon ik de hele avond Bulgaars, Grieks, Macedonisch en Roemeens dansen van zeven tot een uur zonder moe te worden, maar vijf minuten hardlopen zat er gewoon niet in.

Lief kwam even een kus brengen. Hij heeft een afspraak met de man van mijn lieve vriendin, een soort samenzijn dat ze op gaan bouwen, hoe leuk is dat. Ze passen goed bij elkaar. Het zijn alle twee vorsers. Ben benieuwd hoe hij het zal vinden. Nieuwe vriendschappen. We zijn er nooit te oud voor.

Overpeinzingen

Gewoontedier

Gisteren keken we op aanraden van vriendinlief de film ‘Skunk’. Een film geregisseerd door Koen Mortier, een Vlaams/Nederlandse productie, een rauw realistische film. De hoofdpersoon Liam komt uit een getraumatiseerde jeugd en wordt in een jeugdinstelling geplaatst.

Op school ging het met zijn vorderingen steeds meer mis en herhaaldelijk wordt zijn moeder gebeld omdat hij steeds vaker in zijn broek poept. In de instelling geeft hij toe dat hij op dergelijke momenten met rust gelaten werd. Zijn vader en moeder zijn extreem gewelddadig en hij delft met regelmaat het onderspit. In de instelling vinden er allerlei verwikkelingen plaats die hem met regelmaat tot wanhoop drijven. Alles bij elkaar is het een ongelooflijk rauwe film, het geeft een scherp inzicht in de moeilijke situatie waarin hij verkeerde en de obstakels, die er zoal te overwinnen zijn als dat zou lukken, en hoe hij uiteindelijk tot daden komt.

Ondanks de niets verhullende beelden was de film toch zeer de moeite waard door het schrijnende gevecht die zo’n jonge jongen moet voeren. Wij zijn watjes, maar hier is het verhaal sterker dan wat je ziet. Je kan er niet aan voorbijgaan dat zoiets bestaat. Dat maakt dat je toch blijft kijken maar wel af en toe je hoofd wegdraait.

Daarna zag ik een herhaling van Even tot Hier, altijd goed om alles wat er in ons leven plaats vindt te relativeren. Lief was al naar bed, want deze ochtend moesten we om zeven uur op. Maar als ik te vroeg ga, slaap ik niet goed en dat zou dan averechts werken. Het was ook de manier om de film weg te sluizen achter de luiken van mijn ogen. Met het Lied van Fabertje nog naklinkend, was het zoet indommelen. De grote kerstboom deed mee en verspreidde haar heldere licht als een wiegend slaapliedje.

De garage gaf me een hybride Opel mee, haha. Waar zat die vermaledijde handrem, nee mutsje, dat gaat allemaal vol-automatisch. Welkom in de wereld van weinig handelingen. O, ik hou zo van ouderwets schakelen, het zoete zachte opkomen van de koppeling, het beheerste remmen. Lekker actief zijn, meedenken en niet in een volmaakte stilte over Gods wegen zoeven.

Gisteren gingen we de auto een beetje poetsen om Truus schoon af te leveren bij de garage. Er zaten immers nog Hongaarse moddersporen op haar banden. Schone zoon, waar we even thee dronken, moest er hartelijk om lachen,maar ik legde hem uit dat dat nou typisch een dingetje van vroeger was. Als je iets aflevert behoort het ordentelijk te zijn, want net en schoon. Zo is het me geleerd en zo voer ik het nog altijd uit. Als ik het anders zou doen zou de schaamte hier overstijgen. Er zijn manieren om die schaamte niet meer te voelen, maar dit koekje van eigen deeg en een beetje van het verleden is al te lang ingebakken. Dat poets je niet meer weg. De auto wel, waarmee mijn gemoed ook weer gerustgesteld is.

Nu zit ik op de bank met mijn wat grieperige lijf. De keelpijn heeft plaats gemaakt voor stramme en kouwelijke spieren. Het warme noedelsoepje doet goed werk. Iets anders helpt doorgaans niet. Om vijf uur mogen we Truus weer ophalen. Er gaat niets boven dat waar je aan gewend en gehecht bent geraakt. Mens, uw naam is gewoontedier.

Overpeinzingen

En wie wil dat nou niet met kerst

Ergens achter in mijn keel spelen bacteriën krijgertje. Het voelt als schuurpapier. Mijn vader had de gewoonte om bij een dergelijk gevoel onmiddellijk aan de strepsils te gaan. Mijn moeder hielp hem daarbij door een aantal zakjes aan te schaffen. Ik vond het geen goed idee. Er zat vast iets in wat bij grote hoeveelheden minder gezond zou zijn. ‘Alles met mate’ zei men vroeger en daar heb ik tegenwoordig wel mijn lijfspreuk van gemaakt. Waarom zou je veel van iets verorberen, terwijl het bijzondere en het lekkere extra benadrukt wordt door een of twee van die heerlijkheden.

Gisteren zijn de lampen ontstoken van ‘De grootste Kerstboom’ van het land in IJsselstein. Vanuit ons raam hebben we mooi zicht. In deze grijs geschakeerde lucht zie je alleen de lampen en vaag de tuien waaraan ze hangen. Zelf hebben we dit jaar de boom niet aangeschaft. Schone dochter blijkt allergisch te zijn. Daar heeft ze het eigenlijk nooit over gehad en alleen maar antistoffen geslikt, maar ik was al aan het nadenken over de duurzaamheid van een echte boom, ook al mag je hem terugbrengen voor herplaatsing in het bos. En nu viel alles op z’n plek. Wel hebben we een zee aan licht voor het raam. Kerst is meer en meer een feest van licht geworden, verlichting, bron van inspiratie als het dat ook brengt. Nu dus dubbel. Fijn voor de Schone dochter en helemaal oké voor ons.

Ik denk aan mijn moeder die ook steeds minder kerstelijk de kamer aankleedde. Eerlijk is eerlijk, het kwam natuurlijk ook door de ruimte, maar na jaren kerst vieren met de kinderen, wordt de invulling ervan toch anders. Ik zou willen dat het vrede bracht. Dat zou pas echt kerst zijn. Herinnering aan de tijden van de kleintjes met pas gewassen haren voor het stalletje met de echte witte kaarsjes, die met glimmende snoetjes het aandoenlijke lied zongen:’Het is kinderbedtijd zei vader. Vooruit, de kaarsjes die moeten nog uit. Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag, dat is kleine Coenie, die doet dat zo graag, fuut fuut fuut fuut fuut fuit, dan blaast hij zijn kaarsje uit’. Ze zijn onherroepelijk voorbij. Kaarsjes zijn linke soep, stalletjes doen het ook niet altijd meer goed, de geur van dennengroen is allang geleden aan mij voorbij gegaan.

Kerst was ook thuiskomen uit de lange Latijnse Nachtmis met drie heren en een meer dan lege maag. Daardoor geurde het brood op de kachel zo heerlijk en waren de vleeswaren extra lekker. Na het vasten is het zoet eten. Ook het tijdstip na middernacht speelde een rol. En als er winters waren met verse sneeuw werd het vanzelf een plaatje. Ze zijn zoet en memorabel, die herinneringen, maar lijken tegelijk zo lang geleden, zo veel verder weg dan ooit gedacht.

De kerstspullen kwamen destijds in de oranje kartonnen brievenbus naar beneden van de zolder en vakkundig werd de boom opgetuigd terwijl we een voor een de beelden van het stalletje mochten uitpakken. De schapen, de herders, de drie koningen met de grote kameel, Maria en Jezus, de os en de ezel en het kindeke. Ook het blauwe ezeltje met de twee manden langszij kreeg een plekje.

Bij een grondige verbouwing aan ons ouderlijk huis, waarbij mijn ouders naar een soort chaletje moesten achter de betonbuurt, werd er ingebroken en verdween die mooie oude brievenbus of in ieder geval kwam alles er sterk gehavend uit de strijd. Kerstmis was daarna nooit meer hetzelfde.

De hoogtepunten van dergelijke speciale dagen van toen zijn allang van alledag geworden. Als je wilt eet je elke dag kerstlekker. Alleen die Hemelse Modder, die ik ooit bij een vriendinnetje kreeg, die zal ik toch nog eens maken. Dat was zo zalig, alsof er een engeltje…En wie wil dat nou niet met kerst.

Overpeinzingen

Voor zolang het duurt

Wonderlijk verloop van de dag en ze vroeg derhalve toch om een beetje beweging. De somberte buiten en de wind trotserend wandelden we naar het centrum van het stadje. Geen oord waar ik voor mijn gezelligheid naar toe ga, maar we hadden een missie. Lief wilde sokken van de Hema en vitaminepillen. Omdat we er nu eenmaal toch rondliepen besloten we boven eens in een winkel te kijken, die een aantal producten huisvest van verschillende bedrijven en voornamelijk op vrijwilligers draait. Een cadeautjeswinkel. Dat was het en het bleek een genot om er door heen te slierten en al die prachtige kleinoden te zien. Sieraden, keramiek, prachtige lampen, handpoppen, gebreide poppenkleertjes, kimono’s, wereldwinkelspulletjes, sieraden en hebbedingetjes als kaarsen, magneten, lekkere zeepjes en wat dies meer zij. Bewonderenswaardig.

Lief vond het ook heel mooi allemaal en vol verbazing keken we onze ogen uit in dit bolwerk van creativiteit. Een kimono en een ringetje sprongen eruit. Van lief kreeg ik de ring, de kimono komt later en vermoedelijk ook zo’n prachtige, niet goedkope, maar originele lamp.

De sokken en de vitaminen kwamen daarna aan de beurt, maar een zo’n leuke originele winkel geeft mij vitaminen genoeg om een hele tijd op te teren. Lief is van de terrasjes en de koffie. De entourage is niet helemaal mijn ding maar bij een koffietentje op de hoek voelden we ons redelijk onbespied en op ons gemak. Je zou er kunnen schrijven zoveel personen kwamen er langs die je onvermoed kon observeren.

Op een protserige zuil in zoete kleuren stond een waar woord. Er stond ‘Samen is alles een feestje’. Dat konden we zeker op dat moment beamen. Lief zat achter een enorm brok chocoladetaart en ik was helemaal in mijn nopjes met mijn cadeautje van hem. Het herinnerde me aan mijn allereerste cadeau van hem, een ketting van natuurlijk gedroogd fruit met pitten afgelakt in oranje/bruin tinten, destijds erg gewild. Dat was zestig jaar geleden. De verleiding was groot. Natuurlijk zat er niets anders op dan er naar op zoek te gaan, ik moest wel even door mijn laden met goud op snee en ja hoor, in het zevende laatje vond ik de bewuste ketting terug. Hoe is het mogelijk. Dwars door alle verhuizingen heen in de loop der tijd is het nooit kwijt geraakt. Sommige lieve cadeautjes hebben ongeschreven waarde.

We wandelden na de koffie op ons dooie gemakje terug. Brug over de weg met trap, de wat rommelige straatjes achter de huizen door met de hier en daar wat verwaarloosde tuintjes en schuttingen aan de achterkant en speuren naar alles wat de winter tekent. De kronkelboom, waarvan ik niet meer weet hoe hij heet, staat op haar mooist te wezen. Vroeger stonden ze altijd gedrieën op het veld schuin achter onze flat en waren prachtig naar elkaar toegegroeid, maar bij de laatste snoeibeurt werd de middelste er tussenuit gehaald en nu staan er nog maar twee en heeft de voorste zich van verdriet afgewend van de ander. Deze heeft nu wel volop de ruimte om te kronkelen en dat doet ze met verve. Het licht erboven zet luister bij. Naast de flat hebben ze een lange rij struiken gezet, waar nu allemaal oranje bessen aan groeien. Een kerstig sfeertje tussen het beton.

Ergens staat de aankondiging over een tentoonstelling van de foto’s van Moesman. Het indrukwekkende verleden ten voeten uit, een Israëls of Breitner waardig. De tentoonstelling is te zien in het Utrechts archief.

De lucht is stralend blauw, de zon schijnt volop en het belooft een mooie dag ongeacht de aangekondigde stormachtige voorspellingen. Even genieten maar, voor zolang het duurt.

Overpeinzingen

Aan de slag

Sinterklaas is een beetje aan me voorbij gegaan dit jaar. Ik denk dat het stormachtige weer er debet aan was. Geen lust erop uit te trekken. Het geeft niet, de ervaring leert dat het vanzelf weer komt. Vandaag is het een dag van tegenstellingen. De lucht doet mee. Dan weer een felle regenbui, rukwinden, meeuwen en kauwen die zich mee laten voeren op de wind, luwte, dun zonnetje, stukjes blauw. Het is er allemaal. Lief zit nog steeds in het Iran van Kader Abdollah en zijn Huis van de Moskee.

Mijn boeken liggen dicht op de plank. Even een aanloopje nemen tot een marathon aan woorden als de tijd daar is. Wel lees ik hapsnap uit de twee boeken met overpeinzingen over Kunst, de een van drie jonge Kunsthistorici ‘De Kunstmeisjes’ genaamd, een aanstekelijk werk met vijftig van hun favoriete kunstwerken en de beschrijvingen daarbij en de ander, die ik koester, is De kunst van het Oordelen van Wieteke van Zeil met de titel: ‘Altijd Iets te Vinden’.

In haar verhaal over een Japanse Courtisane beschrijft ze de opbollende haardracht en de sieraden, de kanzashi, die er ingestoken worden. Ze staan bijvoorbeeld symbool voor het seizoen. De courtisane die erbij staat afgebeeld is van Keisai Eisen met de titel: ‘Courtisane leest een boek(ca 1830)’. Ze draagt een een speld met een lief bloemetje en een vogeltje eronder in haar wrong. De bloesem is pruim of kers. Pruim staat voor de maand februari en kers voor de maand April.

Optreden van Cioful in de jaren negentig

Ik moet terugdenken aan onze optredens in Arnemuidense klederdracht, waarbij we de rol die op het voorhoofd onder de witte kap uitkomt moesten bestuderen om hem zo te krijgen als wenselijk was. Het wonderlijke ervan was de richting waarop we moesten rollen. Niet naar voren maar juist naar achteren. Op een gegeven moment draaiden we er onze hand niet meer voor om, maar het was even pittig oefenen. De betekenis ervan en de grote oorijzers aan de kap hadden vast zo’n zelfde symbolische waarde als die van de Courtisane, maar ik vind het zo gauw niet terug. Wel is er duidelijk een verschil in gewone en rouwkleding, waarbij zelfs de spelden in het haar in plaats van wit, zwart zijn.

Bij de kunstmeisjes lees ik het stuk over van Gogh die in de periode dat hij leed aan psychoses en opgenomen was in een psychiatrisch ziekenhuis een aantal zelfportretten schilderde. Misschien wel, opperden de auteurs, dat hij zichzelf zocht en vond in een wereld die steeds onwerkelijker werd. Dat vind ik een mooie en ook plausibele gedachte, die in de brieven aan broer Theo keer op keer bevestigd wordt, omdat hij hem steeds vraagt of hij ook de rust in zijn ogen ziet.

Het is net als bij de film gisteren. Details vergroten de aandacht, omdat je nauwkeuriger kan speuren naar dit soort elementen. Symbolieken verrijken het leven en als je er op gaat letten ontdek je er meerdere en ook nieuwe. In het schilderij van Van Gogh van Arlense vrouwen in een danszaal, beschrijft Wieteke aan het begin van haar verhaal, hoe hij het haar van de vrouwen ook laat opbollen omdat, net als bij de Japanse geisha’s en courtisanes, ze het witte gelaat luister bijzetten en ze zo beter uit zullen komen. Hij was zeer door de Japanse kunst geïnspireerd, ze deelden een voorliefde voor contrast en contouren.

Zo bijzonder dat deze twee verschillende verhalen elkaar raken in de opmerkingen over van Gogh, weliswaar met een totaal andere benadering, maar evenzeer een aanvulling en het werkt inspirerend. Misschien toch maar weer eens een zelfportretje? Het weer is er naar. Winterse buien schudden kennelijk de schilderkriebels wakker. Aan de slag.

Overpeinzingen

Laten we vooral onze vrijheid koesteren

We hadden vandaag eigenlijk met dochterlief en schone zoon afgesproken in de tuin, maar dat gaat ‘m met al dat hemelwater niet worden vandaag. Dan maar een inhaalslag Hongaars en schrijven en mijmeren over alles wat gisteren voorbij kwam. Mooie sferen, dat zeker.

Eerst na lange tijd met het openbaar vervoer naar Utrecht centrum. Normaliter nemen we de bus, die een straat verder stopt, maar mijn nieuwe ov-pas was nog leeg, dus die moesten we eerst opladen en dat kon hier in het centrum. Ik wist een oplaadpunt in City Plaza, maar bij aankomst bij de tramhalte zagen we dat er daar ook een was. Nou ja, wat extra passen op de teller kan geen kwaad. De tram reed en wij genoten van alles wat we langs zagen komen en van wat we hoorden in de tram. Een vrouw was langdurig aan het telefoneren over iets wat ze bij een ouder iemand in de voortuin zouden dumpen bij wijze van sinterklaasgrap. We konden er in ieder geval uitgebreid van meegenieten. Dubbele voorpret dus.

Een paar bakvissen kwamen binnen. Luid giebelend renden ze van de ene naar de andere kant. ‘Zie je dat ik gelijk had’, zei de een tegen de andere twee en maakte een gebaar van ‘duh’. Ze keek triomfantelijk ‘Ach wat vliegt de tijd’, zeiden we tegen elkaar. Onze eigen jonge zelf en de nostalgie kwamen bovendrijven. Bij het centrum stapten ze kakelend uit en wij ook. Met de roltrap naar Hoog Catharijne en dan met flukse pas het winkelcentrum door. Daar hadden we niets te zoeken.

Op het Vredenburg was markt, gezellige lichtjes, keuvelende mensen voor de kraampjes en ondanks het tijdstip niet heel erg druk. Eigenlijk hadden we naar de Dom willen lopen maar het weer was wat somber, de meerdere eer en glorie van de make-over zou niet schitteren. Dat stelden we uit. Wel was ze te zien aan het eind van dit deel van de Oude Gracht. Eindelijk weer uit haar groene rokken.

Het filmhuis piept altijd tussen twee grote gebouwen van de Neude op aan het eind van de kleine Slachtstraat. Dat verklapt ook de nieuwe naam, voorheen Het Hoogt. Een stukje authentiek Utrecht, met het snoepwinkeltje van Betje Boerhaave erachter, dat nu ‘Het Kruideniers Museum’ heet.

De thee verwarmt net als de aangename kalme sfeer. Er viel een half uurtje te overbruggen en daarna was het vooral trappen lopen naar de tweede verdieping, ik was vergeten hoe hoog het was en ik had met de lift kunnen gaan. Nou ja een beetje extra beweging kan geen kwaad. Het kleine zaaltje liep vol met grijze koppies, nog wat laatkomers en eindelijk kon de film beginnen.

We vergisten ons in de impact in ‘My Favourite Cake’. Het was in eerste instantie een lieve trage film over ouderdom, eenzaamheid, liefde en wanhoop, niet spectaculair vonden we. Waar we aan voorbij waren gegaan en achteraf pas lazen, was dat de film is opgenomen in 2022 in Iran en gezien wordt als een vulgaire film omdat er alcohol gedronken wordt en een man en een vrouw samen zijn in een huis, de vrouw zonder chador en met make-up op, dansend en toostend op het leven. De film is een aanklacht tegen het Iraanse regiem en deels in het verborgene opgenomen.

Dit hadden we graag van tevoren geweten, want daardoor krijgt de film een grote lading erbij, die het ineens de moeite waard maakt om vooral deze ‘onschuldige liefde’ te zien groeien en bloeien. Alles wat voor ons normaal is, is daar buitensporig. Het is goed omdat te beseffen en vooral de rijkdom te voelen die hier zo voor het oprapen ligt. De regisseurs hang een proces boven het hoofd. Laten we vooral onze vrijheid koesteren.

Overpeinzingen

Daar kan men alleen maar respect voor hebben

Het is een pas-op-de-plaats-dag geworden gisteren, want vandaag gaan we naar het filmhuis De Slachtstraat, het vroegere Hoogt. Daar bekijken we doorgaans een mooie film waar achteraf veel over te denken of te praten valt en dat doen we dan bij een portie vegetarische bitterballen en een wijntje. Het is er altijd knus en het is heel goed voor je gestel door de serene rust waar het in plaats vindt. Een druppeltje vrede.

Met de bus gaan we vervolgens op huis aan. Ook dat is zo plezierig. Niet met de auto te hoeven rondrijden om een geschikte parkeerplaats te vinden en alsnog einden te moeten lopen. De bus stopt bij halte De Neude, als we willen kunnen we vooraf de stad nog even in. De nieuwe Dom bekijken bijvoorbeeld, die weer een lichtend voorbeeld is voor de schoonheid van de oude stad. We hebben gekozen voor een Perzische film niet in de laatste plaats omdat Lief het boek aan het lezen is van Kader Abdolah: ‘Het Huis van de Moskee’

Zuslief belde nog. Wilde weten hoe het ging zo na de thuiskomst. Tja, dat het pas anderhalve week is, is nauwelijks in te denken. Voor ons gevoel is er al een marathon aan bezoek gelopen. Zo kan het gaan. Maar tjonge, wat was het gezellig. Lief is maandag met vriendlief de stad in gegaan. Ze zijn allemaal zo rond de 75 en langzaamaan beginnen de kwalen een hartig woordje mee te spreken. We zijn natuurlijk ook nog de generatie van alle remmen los geweest in de grijze oudheid. De beruchte jaren zeventig. Dat werpt zijn vruchten af maar ook obstakels op. .

In de Flow, die ik hap-snap lees in de app van de items van diverse tijdschriften stond een interview met Yoko Ono. Ze is altijd de activiste gebleven die ze vroeger in de jaren zeventig al was. Als mensen commentaar hadden op het feit dat ze in hotpants liep op haar 82ste, protesteerde ze vervolgens met de woorden: ‘Laat me vrij zijn, laat me mezelf zijn, maak me niet oud met je gedachten en woorden over hoe ik me zou moeten gedragen’.

Dat is zo waar. Elke bemoeienis van buitenaf is er een teveel eigenlijk. Het heeft lang geduurd eer ik mijn eigen frustratie achter me kon laten en dan soms nog komt ze om een hoekje kijken. Ik moest leren te bedenken, dat ik goed was zoals ik ben. Van jezelf houden is moeilijker dan we denken. Sommige van ons kunnen dat moeiteloos, maar doorgaans valt er heel wat te overwinnen voor je jezelf met open armen kan ontvangen. Hier ben ik, neem me zoals ik ben, met al mijn hebbelijkheden en onhebbelijkheden. We zijn allen mens en niets menselijks is ons vreemd.

‘Mijn wensboom’, de oudste Ginkgo in de oude Hortus van Utrecht

Yoko is bijna negentig en woont nu op een boerderij buiten. Haar zoon Sean organiseert voor haar verjaardagsfeest een virtuele wensboom in navolging van zijn moeder die wensbomen maakte voor de musea in 1996. In die speciale wensboom voor haar kunnen mensen online hun wensen plaatsen. Haar werk wordt eindelijk op de waarde geschat, vooruitstrevend als ze was heeft ze lang tegen allerlei vooroordelen aangelopen. Niet in de laatste plaats omdat men vond dat ze John Lennon had weggekaapt en de oorzaak was van de breuk van de Beatles. Dat ze ondanks alles toch haar weegs is blijven gaan met de tomeloze energie en scheppingsdrang geeft haar kracht weer. Daar kan men alleen maar respect voor hebben.

Overpeinzingen

Er valt weer een hoop in te halen

Parkeergelden in Utrecht, het mag wat kosten. Gemak dient de mens en als de auto een aanvulling op je gebrek is, is het ineens een zegen. Dan neem je vijf euro per uur op de koop toe. Truus stond nu netjes op me te wachten aan de rand van dat wonderschone park in herfsttooi. Ik denk dat het rook naar natte bladeren en zompige grond, zo’n heerlijke aardse geur stelde ik me voor, die uit mijn herinnering oppopt. De liggende vrouw, groot en meeslepend werd gemaakt door de kunstenaar H.C. Wezelaar in 1972, ze kijkt richting de Mozartlaan. Een mooie compositie, dat prachtige beeld en de componist van de schoonheid.

De sneeuwwitte ganzen in contrast met de donkerte van het water komen gakkend naderbij en vormen gevijven een troostrijke en vredige aanblik. ‘Er is altijd een lichtpunt aan de horizon’ stralen ze uit. Een overvliegende vrouwtjesmerel bevestigt een en ander. De entourage maakt mijmerend. Het prachtige landhuis midden in het park verheft zich statig boven de bomen en er is geen vergissing mogelijk. Hier moet je zijn. De tegenstelling wordt men gewaar bij binnenkomst, van een kalme serene stilte naar het drukke geroezemoes, een restaurant vol mensen die tijdens een lunch druk babbelen, kraaiende kinderen er tussendoor. De temperatuur stijgt met graden tegelijk. Vanuit mijn ooghoek vang ik gezwaai op bij het raam. Daar zitten ze hoor, mijn twee lieve dochters, boven een dampend glas thee of latte.

Wat een heerlijk idee om de maandag stuk te slaan met een lunch. Vier de tijd en het leven. Goed verzonnen dochterlief en de oudste koos deze super gezellige locatie. Aan gesprekstof geen gebrek. De een wisselt van baan en de ander vertelt over de veranderingen in de hare, we mijmeren na over de dag van gisteren, kijken vast vooruit naar de mogelijkheden van ons samenzijn de zondag voor de kerst en verzinnen plekken voor een vakantie met de hele familie op de eilanden of daar waar maar een groot huis te vinden is voor een schappelijke prijs.

Na de thee of koffie volgt een lichte lunch, een bliksembezoek van de hardlopende schone zoon compleet in het zweet en de komst van een goede bekende die met haar collega aan het tafeltje verderop gaat zitten. Er zijn dus meer mensen op dit lumineuze idee gekomen. Appje van schone dochter of ik kleindochter op kan halen van school, voordat ik op de thee en knutsel kom. Natuurlijk, dat ligt op de route. Als de innerlijke mens verzadigd is, breken we op. Tijd voor boodschappen en daarna richting de school. De parkeerapp op mijn telefoontje geeft 0,25 aan. Het valt dus nog wel mee met die prijzen, haha, ik denk dat het vooral geldt op spitsuren. Mazzelen.

Dribbel kwam het eerst naar buiten en rende regelrecht in mijn armen. ‘Oma’. Langszij kwam een oude bekende met zijn dochter en de kleinkinderen. Wat leuk om dat vertrouwde gezicht te zien. Wat grijzer, wat gegroefder, maar nog altijd even vertrouwd. Ons dametje vroeg een vriendinnetje om mee te gaan knutselen en zo reed ik met de twee op het huis van zoonlief aan. Daar was schone dochter al met thee in de weer en er lagen twee canvas doekjes klaar voor de eerste schilderijtjes. Het viel me op dat ze beiden zorgvuldig en netjes aan het inkleuren waren, macht der gewoonte of schoolse sturing? Het vriendinnetje had het hoogste woord. De kleine Njong was bezig aan de slaap der slaapjes, want hij werd pas om vier uur wakker. Gezellig met hem op schoot boekjes lezen, terwijl de dames boven gingen spelen. Het rijk alleen om favoriete liedjes te zingen en soepstengels te knabbelen.

Na nog wat dansen op de muziek van Kinderen voor Kinderen, werd vriendin gehaald door haar moeder. Zoonlief kwam spoedig daarna. Schone dochter had in een handomdraai de tafel sfeervol gedekt. Het werd tijd om naar huis te gaan omdat Lief op tijd thuis zou komen, dacht ik. Mispoes. Hij was gaan eten met onze beste vriend en kwam pas veel later. De volgende keer moeten we beter afstemmen. Morgen gaan we naar ons geliefde filmhuis. Daar hebben we alle twee echt zin in na al die tijd. Er valt weer een hoop in te halen.

Overpeinzingen

Een welkome afwisseling

Een zonnige zondag is bij uitstek geschikt om een wandeling te plannen met de familie. Dochterlief en ik hadden dat vorige week al bekokstoofd om met haar hele gezin ergens naar toe te gaan, waar voldoende energie te verbruiken viel, maar tante Pollewop en haar moeder sloten op het laatste nippertje aan en Zoonlief kwam later met de kleine Njong. Het Maximapark bood voldoende ruimte om de drukte op zo’n heerlijke dag te spreiden. We wandelden naar het restaurant en volgden de weg langs de Japanse tuin. De rietkragen sponnen goud in het zonlicht. De rododendrons die de Japanse tuin omzoomden waren tot een grote golvende wal uitgegroeid en stonden volop in knop. Dat belooft wat voor het voorjaar.

De vlindertuin lieten we links liggen. In en rond het water hield een hele gemeenschap meerkoeten kennelijk ook familiedag. Ze stapten parmantig heen en weer en als we te dichtbij kwamen, weken ze uit naar het water waar ze waardig heen en weer bleven zwemmen. Tante Pollewop en onze dribbelaar dirigeerden hun grote neef met dichte ogen alle kanten van het park op. Ze hadden de grootste lol, vooral als neef expres richting sloot wandelde. Al gillend en lachend commandeerden ze hem naar een andere richting.. Dribbel had zijn step bij zich en stepte dan weer ver vooruit en dan weer achter ons tussen de bedrijven door. Het was heerlijk. Af en toe arm in arm met beide dochters, lekker kletsen over van alles en nog wat en prachtige natuur om vast te leggen.

In het restaurant had schone zoon met zijn charmes binnen een tel een mooie lange tafel geregeld waar we aan konden schuiven. Eerst aan de thee en voor alle kinderen drie appelpunten om te delen en daarna, toen zoonlief met de kleine Njong ook was gearriveerd, tijd voor de borrel en wat lekkere hapjes, vega en gewoon, voor elk wat wils. Ook dat was als van ouds gezellig. Het scheelde dat de kinderen af en toe even stoom af konden blazen in de grote speeltuin ernaast. Vlak voor we waren gearriveerd hadden ze ook al de hoge uitkijktoren binnen een mum beklommen.

Tegen vijven wandelden we met z’n allen weer terug naar de auto’s. Goede timing, want het begon net zachtjes te regenen.

Vanmorgen moesten we al vroeg in de weer. De afspraak met de longverpleegkundige was om half negen. Officieel hadden we het plan te gaan lopen, maar ook nu regende het. Dan toch maar met de auto en omdat het nog vroeg was kon ik met het grootste gemak parkeren in de wijk, omdat de parkeergarage van het Ziekenhuis nog altijd niet herbouwd is, na het instorten van de opritten van de verschillende etages.

Het werd een genoeglijk gesprek. De thuismeter had een prima controlefunctie en toch was het prettig nu. Met iemand een lang gesprek oog in oog te kunnen hebben. Er waren geen bijzonderheden en het beeld van de COPD was heel stabiel. Nar ruim een half uur gingen we weer ons weegs. De longfunctie staat voor maart en verder zijn er geen spectaculaire veranderingen.

Het is maandaggrijs en het regent, maar de dochters en ik gaan er een eigen kleur aan geven met een lunch in Utrecht. De variatie is na de retraite weer een welkome afwisseling.

Overpeinzingen

Het hoogste goed

Het was een uitgelezen dag om mijn ‘nieuwe’ outfit aan te trekken die ik in dat leuke winkeltje in Tihany bij het Balaton had gekocht. Dat alleen al voelde feestelijk. ‘Haar op zolder’ en klaar is Marie. Lief in zijn mooie spijkerbloes. Om half vier gingen we op pad om een klein cadeautje voor de gastheer en gastvrouwe te kopen en een kleinigheidje voor ieder stel. In de bloemenzaak vonden we een prachtig vaasje, bestaande uit vijf keramieken dennenkegels, waar afzonderlijk bloemen in konden worden gestoken. De jongen die ons hielp raadde ons een paar vuurrode koraaltakken aan met een roze belladonna-achtige lelie, familie van de amaryllissen. Dat allemaal voor een gedoseerde kerst, haha.

In de boekwinkel vier lieve kleine draaiorgeltjes met een kerstliedje en een afbeelding van poezen, ook helemaal goed. Lief een flesje wodka voor thuis en daarna nog even tanken. Onderweg was het niet al te druk maar natuurlijk moest eerst de hobbel wegwerkzaamheden op de brug van Vianen genomen worden. Twee minuten vertraging viel ons alles mee. Toen we bij de boerenlandweg naar het huis aankwamen was het alweer pikkedonker en schitterde het kerstverlichte huis ons al van verre tegemoet. Het kostte derhalve geen moeite in een feestelijke stemming te komen.

De grote tafel stond vol met lekkere hapjes voor de entree, voor elk wat wils. De groene pesto, zo fluisterde de heer des huizes me toe, kwam weliswaar uit een potje, maar was aangevuld met een schep mayonaise en wat zout en proefde daardoor fluweelzacht, een engeltje over de tong. De rode pesto uit eigen koker was ook niet te versmaden. Verder veel verse knabbeltjes, een schimmelkaasje, en een schaal met salami, prosciutto, olijven en meer van dat heerlijks. Een echte antipasti dus. Daarbij voor de meesten een rode of witte wijn en wat 0,0 biertjes. Water was er in overvloed. We hebben heerlijk lang geborreld en een heel jaar aan verhalen ingehaald met de korte versie ervan. Als we zo bij elkaar zitten merk ik dat de wetenschap van een ontmoeting eens per jaar het gemis dimt.

Il primo piatto bestond uit een heerlijke romige risotto met parmezaanse kaas. Smullen met deze kok, die het liefst alles op zijn eentje uitdoktert in de keuken en gracieuze hapjes uit zijn koksmuts tovert. Onderwerpen die het begeleidde waren soms met een lach, soms een herinnering, soms met een traan, maar vooral ook met muziek, want de gastvrouwe had zich toegelegd op de jazz. Ella Fitzgerald en Sarah Vaughn werden tot leven gewekt. Het is vriendinlief op het lijf geschreven. We genoten en zijzelf stond te stralen tijdens haar ‘biejoebidoeba’ riedeltjes. Een hele kluif om in te studeren.

De secundi platti bestond uit een heerlijke stoofschotel rundvlees, koffie en biet, met daarnaast als groenten, frisse bloemkool, sinaasappel met olijf en wortel, en een champignonschoteltje. Eventjes was daar een aandachtige stilte, want als de katjes muizen, dan mauwen ze niet. Vlak ervoor kwam Jaap Fischer ter sprake en de lieve goegemeente kende zijn liedjes niet. Eerst het sprookje van Esmeralda opgelepeld, dat ik er voor een gedeelte wel bij moest zoeken en Het Ei gezongen. Voor de echte Utrechters onder ons kon ‘De Bal’ natuurlijk ook niet ontbreken. Het bleek trouwens met al die verhalen dat veel van ons uit het oude Utrecht kwamen. Korenmolen Rijn en Zon speelde een middelpunt en daaromheen, in de buurt of iets verder weg hadden onze voetstappen gelegen. Wie weet, waren ze vroeger nog in ‘mijn’ automatiekje geweest voor ijs of een patatje, waar ik na school werkte op mijn vijftiende.

Het dessert kwam regelrecht van de Goden, was de algemene mening. Luchtig en mierzoet, maar niet te versmaden. Een Semifredo. Letterlijk betekent het ‘Half Koud ‘. Een soort bevroren mousse met amandel of pistache.

Maar het hoogtepunt van de avond was toch wel het delen van al het lief en leed, de verbinding, de wetenschap dat we er zijn voor elkaar, altijd en overal waar nodig. Lief paste er naadloos in. Zo fijn om met een dergelijk warm gevoel huiswaarts te keren. Verbondenheid voor het leven, het hoogste goed.