Overpeinzingen

Ik geloof niet dat iemand daar veel wijzer van wordt

De hof is naast andere heerlijkheden ook een paardenbloem-en-een-hondsdraf-paradijs met daar tussendoor verschillende soorten wikke. Dat paardenbloemen nog veel interessanter zijn dan ik altijd al vond, lees ik in een artikel van Marloes Blom. Toepasselijke naam trouwens. Ze schrijft in het blad Seasons tien weetjes over deze vaak verguisde bloem. Zo blijken ze hele goede bodemverbeteraars te zijn. Dat het de grond ontbreekt aan voedingsstoffen kun je zien aan het bladrozet van de paardebloem, die ligt dan plat. Dan gaan ze aan het werk door diepe gangenstelsels te maken, waardoor de bodem luchtiger wordt en ze halen kalk uit de diepere lagen, die weer beschikbaar komen in de bovenste laag. Het wortelstelsel van de paardebloem heeft dus een positieve impact op de bodemkwaliteit. Als de bladkroon rechtop staat betekent het dat de bodem gezond is.Vernuftig toch, die heerlijke natuur.

Vanmorgen heb ik het relaas van het leven van Greet Hofmans gelezen en nu ben ik in het boek van Dieuwertje Blok ‘De dragelijke lichtheid’ (Dagboek van een Joods meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog) begonnen. Dieuwertje schetst in het voorwoord in het kort het leven van haar grootouders en haar moeder Henny. Ze besluit om het dagboek dat zij en haar zussen gevonden hebben na de dood van haar vader, slechts op een enkele verbetering in de interpunctie na, weer te geven. Het is een zeer herkenbaar relaas van een jong meisje dat in lichtheid door het leven fladdert. De levenslust won het van de angst en de doemgedachten, schreef het Parool. Het leest vlot weg en is door de vele foto’s uit die glorietijden voor de oorlog een genot om te lezen. De familie was niet onbemiddeld, Henny was enigst kind en ze hadden het goed met z’n drieën. Ik ben nu bij het Dagboek zelf aanbeland.

Na regen komt zonneschijn. De hele ochtend heeft het gemiezerd of geplensd maar nu trekt het open en schijnt de zon af en toe. Lief heeft al het spinrag gezogen en Stoffie doet de rest. Die walst door de kamer als een volleerde stofzuiger. Een uitkomst, zeker nu ik nog niet al te veel kan verhapstukken.

Een lieve blogvriendin schreef gisteren toevallig een antwoord over de eindeloze hoeveelheid dagboeken van haar moeder die ze vier jaar voor haar sterven allemaal had weggedaan. Ze vond het jammer, maar de reden was misschien dat er ook ‘ergernissen’ in stonden. Dochters en ik hadden een gesprek over dagboeken en of je ze moest koesteren of toch niet. We zijn er nog niet uit. In het geval van Dieuwertje haar moeder is het een uitkomst, want zo komen we heel wat te weten over een spannende tijd, ook al wordt alles op lichte toon benaderd. Mijn moeders dagboeken had ik niet willen missen. Er staan haar eigen wijsheden in, vaak tussen de regels door, die zo op het oog over koetjes en kalfjes gaat. Ze had dan ook een doel voor ogen met het schrijven ervan. Ze wilde vertellen hoe het is om als ‘mantelzorger avant la lettre’ te moeten omgaan met een echtgenoot die in die vijf jaar van haar leven een ware karakterverandering had ondergaan. Ze wilde aantonen wat er allemaal bij kwam kijken en tegen welke muren van de medische zorg of van de hulporganisaties je op kon lopen. Hoe vaak je een roepende in de woestijn werd. We hadden dit als aandenken na haar plotselinge overlijden inderdaad niet willen missen. Maar mijn puber-dagboeken met bakvisaanbiddingen, dat is toch andere koek. Ik geloof niet dat daar iemand veel wijzer van wordt.

Overpeinzingen

Niet voor één gat te vangen

Het had even wat vijven en zessen nodig voor de doktersassistente aan de slag kon met het opsturen van het recept. Daarvoor moest ik naar het patiëntenportaal omdat dat via de DigiD liep en daardoor betrouwbaarder was. Geduld is een schone zaak, maar dan heb je ook in ieder geval iets wat ik aan een apotheker kon laten zien. Pas tegen de middag was een en ander geregeld omdat het netwerk van de huisartsenpraktijk eruit lag. Inmiddels hebben we via alle mogelijke hulplijnen veel geduld opgebouwd, dus hier was in ieder geval een opening. Ik had dochterlief gewaarschuwd, dat ik misschien een geprinte versie of het origineel moest hebben en beloofde haar na het bezoek aan de apotheek onmiddellijk te appen.

We gingen naar de grootste apotheek van het stadje en werden te woord gestaan door de apotheker zelf. Hij luisterde goed, was uiterst vriendelijk, bestudeerde het recept en vertelde dat hij daar wel een geprinte versie van moest hebben zoals wij al hadden gedacht. Hij keek het na en het was in ieder geval op voorraad, dus met het tastbare bewijs was alles zo beklonken. Heerlijk, iemand die de tijd voor ons nam om een en ander goed uit te leggen.

Dochterlief gebeld en ze ging er achteraan. Na het boodschappen doen kwam het verlossende woord. ‘Het is onderweg, aangetekend en met spoed verzonden.’ Top. Nu duimen om een korte bezorgtijd. (2 tot 5 Dagen). In ieder geval was er een gunstig vooruitzicht.

Op de een of andere manier had ik onbedaarlijke trek in patat, dat hier natuurlijk niet af te halen was maar wel zelf te bakken. Toch een soort troostvoer voor alle hoofdbrekens. Samen met 6 zakjes bloemenzaden en diepvries kaasballetjes reden we de weg naar huis terug, langs de schitterende gele koolzaadvelden. Er viel een hele last van ons af. Actie geslaagd, patient nog in leven.

Gisteren kwam vriendlief langs om de potten pindakaas en de pakken hagelslag op te halen. We zaten gezellig op het terras en dronken thee en een o.o biertje. Tijd voor de sterke verhalen naar aanleiding van de meegebrachte lekkernij. Een verslag hoe we vroeger, met een Volkswagenbus met een motor van een Taunus 15M, volgeladen met tent, bagage en kinderen, op pad gingen naar Spanje. Hoe dapper dat was van Pa, zo rond 1965, konden we als kind niet inschatten. ‘Een vreemd land en wat de boer niet kent eet hij niet’ stond garant voor een auto vol aan levensmiddelen. Aardappelen, zure bommen, kampeerboter-blikken en natuurlijk vele pakken hagelslag. Saillant detail was dat de zware tent voor het evenwicht onderin het bagageruim lag. We deden drie campings aan onderweg. Dat resulteerde in een ware uitwas om de auto heen, alvorens de tent kon worden opgezet en daarna, na een heleboel ‘God-zal-me-een-schaap-gevens’ en daarnaast gemor van de jongens die moesten helpen, met een glorieus resultaat. Op de terugweg idem dito maar tevens met de wit uitgeslagen hagelslag.

Toch zijn de herinneringen mooi, ook al verliep het een en ander niet op rolletjes. Het reizen en het ondernemen komt van Pa. Dat moge duidelijk zijn. Als je het niet probeert, weet je het niet. ‘Zo is dat Pa, we zien wel waar een schip strandt’. Er waren altijd meerdere wegen naar Tarragona, in variatie op een thema, en we zijn niet voor één gat te vangen.

Overpeinzingen

Om over na te denken

Na een zaterdag hard werken, dat wil zeggen voor Lief, want ik maak nog steeds een pas op de plaats of foto’s van de ontluikende lente, is er ruimte voor een fijne film.

We kiezen ‘Incendies’ een Canadese dramafilm uit 2010 van Denis Villeneuve. De film is gebaseerd op een toneelstuk uit 2003 van Wajdi Mouawad. Het is een prachtige film, waarbij een tweeling na de dood van hun moeder twee brieven meekrijgt om door te geven aan hun vader en hun broer. Van de eerste dachten ze dat hij overleden was en van de tweede hadden ze geen weet. De kinderen zijn niet onverdeeld trots op hun moeder, integendeel. Als de dochter op onderzoek uitgaat, komt ze erachter dat hun moeder een onwaarschijnlijk dappere vrouw is geweest. De ontknoping is een totaal onverwachte. Hier is heel duidelijk dat de moeder nooit heeft gesproken over haar leven in het land waar ze geboren is. Het beeld dat de kinderen van haar hebben lijkt in niets op wat ze werkelijk geweest is. Gaandeweg de zoektocht ontdekken ze haar vechtlust en haar dapperheid pas.

Hoe rolt het leven zich uit. Wat deel je en wat perse niet en waarom. Zo zou ik om een hoekje willen kijken van de geschiedenis om de oorlogsjaren te observeren en de rol van mijn ouders daarin. Er zijn flarden van mijn moeder, van mijn vader en van mijn oom die ondergedoken heeft gezeten die daar ook hachelijke situaties heeft meegemaakt. Het zijn losse momenten, behalve dat van mijn oom want die heeft zijn relaas opgeschreven. Een tocht met de kinderwagen, parachutisten, mijn moeder, het station, een looptocht naar Kampen om voedsel te vinden, een ondergedoken vader in Noord Holland. Als wij het aan elkaar breien wordt het waarschijnlijk toch weer een ander verhaal dan hoe het werkelijk geweest is. Zo gaat dat. We kunnen ons helaas nog niet katapulteren naar die tijd, die we alleen maar via films, boeken en oude Polygoon-beelden eigen kunnen maken.

Als de kinderen zich proberen voor te stellen hoe onze tijd in Leiden was, het eerste kleine appartementje in dat spaarzaam bewoonde huis, de trappen, het keukentje, de geuren, de kleuren, de was aan de deuren. Maar ook mijn geworstel in dat eerste verpleegtehuis waar ik op de bonnefooi ging werken, Zonnegloed op z’n Zweeds, mijn eerste handelingen, het overwinnen van de angst daarbij, mijn eerste overleden persoon, mijn manier om harten te winnen, die vreselijke spanlakens en de wanhoop van de verwarde mensen eronder. Het bracht veel zekerheid over hoe het niet moest en de stap naar het Academisch Ziekenhuis was niet groot, maar wel een verademing, al voelde ik me nog steeds dat beetje naïeve kind van mijn ouders.

Op Instagram komt een interview van de zus van Dieuwertje Blok met Eva Jinek langs, waarin het grote optimisme van Dieuwertje doorsijpelt. ‘Ze heeft ons er doorheen gesleept’, zeggen zowel haar man als haar zus. Door haar laconieke houding, ‘Ik ben niet in de wieg gesmoord’ en in de wetenschap dat ze niet bang was voor de dood heeft ze het rouwen in zekere zin lichter gemaakt. Ook dat is iets om over na te denken.

Overpeinzingen

Een been in het nu en met het andere in vroeger

Natuurlijk wel vaag bedacht maar me laten leiden door de hoop. Geneesmiddelen mag je niet opsturen. Schoonzoon had een goed idee, ‘Bel de spoedpost,’ het was namelijk inmiddels al avond. Gedaan want blij met elke ingeving. Mis poes. Je moet bij de huisarts zijn. Oké dan wordt het maandag. De huisarts kan een internationaal recept uitschrijven en daarmee kan ik hier naar de apotheek. Als ze tenminste digitale recepten goedkeuren. Anders moet ik nog ergens heen waar ik het uit kan printen. In ieder geval zal ik in het vervolg dubbelchecken of ik werkelijk alles heb.. Het zal me niet meer gebeuren.

Ziezo de boodschappen zijn gedaan. We hebben onze eerste lunch buiten gehad. De vogeltjes laten zich van hun beste kant zien. Heel veel mussen en mezen in de struiken op de grens van het land, de groenling en de putter zijn er ook, verklapt mijn vogelapp. Ik hoor ze niet, maar als ik het geluid op de app afspeel, dan weet ik dat ze in de buurt zijn.

De eerste houtbij is gesignaleerd rond de balken van het terras en gisteren vloog er een kolibrivlinder bij de vijg. De kleine salamanders erachter koesteren zich in het heerlijke warme zonlicht. Alle lege perkjes zijn ingezaaid met oude en nieuwe bloemenmengsels.

Gisteren keken we naar fragmenten uit de keek-op-de-week stukken van Koot en de Bie. Wat een heerlijke tijd was dat toch. Er kon overal vrijelijk over gesproken worden. Satire op het hoogste niveau. Goed doordacht met een meesterlijke clue. Werkelijk elk onderwerp kon geschikt zijn voor een stukje humor van de bovenste plank. Tegelijk was het scherp en kritisch en bedoeld om een stuk bewustwording aan te wakkeren. Naar die tijd kan ik echt terug verlangen.

Het boek van Lieke Marsman is een grote duik in het diepe en nog veel verder dan dat. Ik ben benieuwd wat de anderen eruit gesprokkeld hebben. Het is geen boek dat je zo maar even uitleest. Er zijn veel momenten van bepeinzingen. Soms vraag je je af, wat zou ik doen in zo’n geval, al is het natuurlijk niet voor te stellen. Je hebt geen kanker, je staat niet bewust voor de grensovergang van leven naar dood, jouw leven bestaat niet alleen uit de ‘misschiens’ of ‘de-wat-alsen’. De kwantummechanica aan het eind, moeilijk voor te stellen materie, roept nieuwe vragen op. Haar nieuwsgierigheid naar andere werelden stelt haar letterlijk en figuurlijk in staat om buiten grenzen te denken.

Het is vredig hier in de hof. De natuur laat zich van haar beste kanten zien. Door een opdracht ben ik weer aan het graven in het verre verleden. Daarvoor moet ik soms heel diep gaan. Ineens wist ik weer dat, als er sprake was van een luizenplaag wat nogal eens gebeurde, mijn moeder zuchtend een groot wit laken op de grond legde, wij op de blote knietjes in je ondergoed recht voor haar moesten gaan zitten, ze onze haren insmeerde met wasbenzine, die ze dan, niet zachtzinnig, met de netenkam uitkamde. Alles wat luis of neet was viel van onze voorover gebogen hoofden op het witte vlak. Hetzelfde gebeurde met vlooien. Stuk voor stuk keek ze alle kledingstukken na en als ze er een vond, kneep ze ‘m tussen duim en wijsvinger plat of gooide ze ze in een kan met water, waarna ze jammerlijk verdronken. Dat vonden we niet zo erg, want ze beten en jeukten.

Gek hoe dat gaat. Ineens komt zo’n herinnering helder door de mazen van het brein heen vallen. Er volgen er vast nog meer, zolang ik bezig ben met een been in het nu en met het andere in vroeger.

Overpeinzingen

Tot zolang hou ik me een beetje koest

Adelheid Roosen komt zondag praten met Annemiek Schrijver in de Verwondering. Ik heb haar altijd bewonderd. Ze leeft, zoals ze zelf zegt, vanuit haar innerlijk kind en dat is te merken aan haar manier van in het leven staan en de acties en programma’s die ze doet en maakt.

Ik zag die intensiteit terwijl ze haar moeder begeleidde die weggleed in dementie. Ze ging daarbij heel ver. Het was ontroerend, en heel mooi en zacht en soms riep het ook bij mij vraagtekens op, maar wat ze vooral deed, was het menswaardige eerbiedigen en met dat respect iedereen tegemoet treden.

In het woord vooraf lees ik dat ze als levensfilosofie een opmerking van haar scheikundeleraar heeft omarmd: ‘De schoonheid van een experiment is dat het nooit kan mislukken’ en haar levenstekst, jaren later, komt van Ghandi: Maak de wereld elke dag zoals jij hem zou willen zien.’

Die woorden vond ze eerst te groot, maar later kon ze er in gaan wonen, omdat ze begreep dat de wereld niet groter was dan de vierkante meter waarin je je beweegt. Dertien April wordt het uitgezonden, dit boeiende gesprek.

Lief zit hier vooraan bij de bloementuin grond te vrijwaren zodat we er straks de klaprozen en de bloemzadenmixen kunnen uitstrooien. Voor de Lathyrus zoeken we nog een goed plekje. Verder kijken we natuurlijk iedere dag alles de grond uit, omdat het eindelijk warmer is geworden. De insecten en de vogels hebben er ook aanmerkelijk meer zin in.

In het boek van Han van Bree over het leven van Greet Hofmans komt het leven in de Jordaan aan het eind van de negentiende eeuw aan bod. Greet is daar in 1894 geboren. Geen sinecure, ondanks de schilderachtige films die in die periode was gesitueerd, zoals Ciske de Rat en eerder de Jantjes en Bleeke Bet, waarin je vooral naast de armoe vooral de romantische kanten ziet. Het leven speelde zich voor meerdere gezinnen af in één kamer, waar alles gebeurde tot en met het toiletbezoek toe. Humor vond ik het dat ze de kar die de poepemmers leegden, omgedoopt hadden tot de ‘Boldootkar’. Boldoot was die bekende geur die oma’s en tantes op hun zakdoekjes sprenkelden. Men zat er hutje op mutje en hygiene was ver te zoeken.

Gisteren werden we ook teruggeworpen in een andere tijd. Mijn puf was leeg en ineens zag ik de twee nieuwe ampullen voor me, veilig opgeborgen in hun kartonnen dozen. Niet hier in de koelkast, maar dáár. Het is mijn ontstekingsremmer, dus ik heb hem echt nodig. Wat nu. Nood breekt wetten. Naar de apotheek in Szigetvar, die kon niets betekenen voor ons als we geen recept hadden, maar raadde ons aan naar het ziekenhuis te gaan om bij de eerste hulppost om een recept te vragen. Na vieren, dat dan weer wel. Waarom dat was vergaten we te vragen.

Om vier uur vonden we het ziekenhuis in een achteraf wijk. Een grote vrij oude flat, met de entree en de gangen zoals het bij ons vroeger was. Een desk bij de eerste hulp, waar een mevrouw net bezig was haar tas in te pakken. Ze riep een collega in het donkerblauw en die schudde haar hoofd en begon onmiddellijk in snel Hongaars tegen de vrouw te praten. Zelfs Lief kon het alleen maar in flarden horen. Het kwam er op neer dat we morgenochtend om acht uur naar de longarts moesten gaan, want dat was de enige die dat recept uit mocht schrijven. Een broeder die er bij was komen staan, had nog iets ‘Over-het-hart-strijkerigs, maar de vrouw in het blauw was onvermurwbaar.

Lief was in alle staten om de vasthoudendheid van de niet vriendelijke dame. Ik kende die regels als verpleegkundige maar al te goed. Als het fout gaat, wordt zij er op aangesproken. Zo werkt dat. Maar ja, het ging om een Foster en niet om tranquillizers.

Enfin. Na tien minuten keerden we onverrichter zake weer naar huis. Eerst maar eens het thuisfront appen om de doosjes op te sturen. Tot zolang hou ik me een beetje koest.

Overpeinzingen

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Waarom droom ik nou van een macrobiotische winkel waar een van mijn minst macrobiotisch bewuste leerlingen werkt en van de crackers die ik vond, vezelrijk en flinterdun(die je hier niet kan krijgen}op de onderste plank maar aangebroken, met een verklaring van een andere winkeljuffrouw dat ze dat expres gedaan hebben, omdat het anders niet in het vakje paste en dat er niets uit was, maar alleen maar geopend. Dat laatste geloofde ik niet. Er was teveel ruimte in de verpakking. Bij dergelijke vraagstukken wordt een mens dan wakker. Precies dat gebeurde.

In de oude Groene van November, die hier nog ongeopend lag, las ik de lezersvraag van L, die zich afvraagt hoe het komt dat er in je droom soms iemand voorkomt in een rol die totaal niet aan de orde is of ooit zal komen. ‘Waarom’, vraagt ze zich af. De analyticus Arthur Eaton geeft als antwoord, dat we niet veel weten over dromen. ‘Er zijn wel theorieën maar we zijn honderd jaar later nog niet veel verder dan Freud. Zijn theorie is trouwens erg mooi. ‘Dromen beschermen onze slaap’ zegt hij.

Freud vond het ‘hallucinaties die ons helpen in slaap te blijven’. En ik moet denken aan broerlief, die door zijn nare vorm van dementie: Dementie met Lewy Bodies, vooral in de nacht aan het hallucineren slaat. Ze houden hem en zijn lieve vrouw juist uit de slaap. Worden zijn dromen bewaarheid?

Thomas Ogden stelt dat alle figuren of personen onderdeel zijn van de persoonlijkheid van de dromer zelf, die met elkaar in gesprek zijn. Daar vloeit volgens de analyticus de vraag ‘Wat wil ik mezelf vertellen’ uit voort. Antwoorden op de vragen zijn er niet, maar wel geeft het een leidraad om bij jezelf te raden te gaan. Boeiende materie.

Vanmorgen haalde ik de buitenluiken open met het touw en de katrol aan de binnenkant en zag tot mijn spijt een grauwe donkere lucht, dreigend van regen, boven het dak van de buurvrouw. De weer-app gaf tot minstens tien uur nattigheid en pas vanmiddag de zon terug.

Gisteren keken we het tweede deel van Restaurant Misverstand. Het is confronterend genoeg voor de deelnemers, maar tegelijkertijd helpt het hen om met hun aandoening om te gaan. De man die nog tamelijk aan het begin staat van zijn jong-dementie zegt dat hij veel leert van de manier waarop de anderen allerlei handige foefjes gebruiken om toch vooral iets te onthouden. Het leert ook dat je niet het onmogelijke kan doen. Als het verlies vooral in besef van tijd en ruimte zit, dan moet je geen servetten laten vouwen, want het feit dat dat keer op keer fout gaat, werkt uiteindelijk wel frustrerend. Hun zelfinzicht wordt ook vergroot en het feit dat er veel vormen van jong-dementie zijn, maar dat het heel troostend is als een ander precies hetzelfde ervaart als jij.

Er komt een foto op FB langs van de vijg op het terras in blad op 8 april vorig jaar. De foto van gisteren vertoont de vijg dik in knop, maar nog geen blad te ontdekken. Wat een verschil.

Het wordt lichter. Tijd om aan te vangen met de gebruikelijke ochtendrituelen. Vandaag zijn er boodschappen te doen en grote potten te halen voor de twee potjes Agapanthus, die nodig verplant moeten worden. Er is een klein tuincentrum in Szigetvar. Ook kan er nu gezaaid worden in de volle grond, nu ze nog nat is. Er zijn hele oude zaadzakjes en nieuwe. We zien wel wat het gaat doen en wat niet. Lief heeft in ieder geval voldoende nieuwe perken gemaakt. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Overpeinzingen

Zolang de anderen het niet doen

Peinzend staan mijn twee vrouwtjes voor het raam. ‘Zal het nu eindelijk lente worden,’ hoor ik ze denken. Vandaag tikt de temperatuur 14 graden aan en dat is aanmerkelijk hoger, dan de afgelopen dagen. De mussen in de druif op het geïmproviseerde prieel malen niet om die aandacht. Ze pikken hier en daar een insect op en ook de uitgedroogde druifjes van vorig jaar zijn nog steeds in trek.

Iemand tipte op Blue Sky ‘Restaurant Misverstand’. De naam prikkelt mijn fantasie. Ergens vaag dacht ik nog aan Loenatik, die meesterlijke serie van de VPRO uit de jaren negentig, maar dat sloeg de plank aardig mis. Het bleek over acht mensen te gaan die allen lijden aan de aandoening: Jong dementie. Onder begeleiding van een Chef en een sous-chef en een case-manager gaan ze aan het werk in het restaurant. De Chef kijkt goed naar de verschillende kwaliteiten en de mogelijkheden van ieder. Op deze manier willen de mensen laten zien wat er nog wel kan na die verschrikkelijke diagnose. Het is met name het proces, dat zo’n jong dement iemand meemaakt als hij met de hiaten in zijn geheugen wordt geconfronteerd, dat binnenkomt bij mij. Daarbij is er berusting, maar ook veel humor en vooral het idee ‘Samen staan we sterk’.

Langzaam ben ik hier aan het landen. Met een wandelingetje door de tuin gisteren in de kou, scheen een en ander troosteloos, omdat er zo op het oog nog geen enkel teken van leven was te zien, op de fruitbomen en de forsythia na, dan. Lief heeft enorm zijn best gedaan om alles in orde te krijgen. De paden van het kruipende groen bijvoorbeeld bevrijden en de grond onder het prieel. Daarvoor gaat hij op de knieën. Zwaar maar dankbaar door het resultaat. Vandaag met een paar graden meer en een zonnetje, loop ik er weer alleen door en vind overal kleine sprekende aankondigingen van die mooie lente.

Lieke Marsman beschrijft in haar boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’: ‘Als ik geen uitgezaaide kanker had, dan zou ik nu toch zeker een nieuw leven beginnen’. In een gedicht beschrijft ze dat ze een heel nieuwe wereld binnen laat, nadat ze in een nieuw land een winkel was begonnen en haar luiken had geopend. Hier stroomt met het licht mee iedere morgen zo’n andere wereld binnen. Anders dan in Nieuwegein. Het oogt anders en als je het venster opent ruikt het anders(geloof ik). Er moeten meer werelden zijn, denkt Lieke. De wereld van macht bijvoorbeeld, of die van oorlog of die van rijkdom. Ze heeft ze allemaal nog nooit gevoeld of gezien. Als ik nu door de social media scrol wordt ik geconfronteerd met zo’n wereld, slechts door een venster, maar ik zie het allemaal wel. Briesende staatshoofden, brullende beschietingen, drommen ontheemde mensen en ze brullen steeds harder en ze briesen steeds luider, als kemphanen in hun te krappe toernooiveldjes. Herman van Veen zong: Als ik kon toveren kwam alles voor elkaar, als ik kon toveren was niemand de sigaar. Ik zou zo graag met een verdwijngum aan de slag gaan, om die lelijke gedachtenwolkjes weg te gummen boven al die hoofden van de Brullers, de Briesers, de Ongenuanceerden.

Zolang dat niet gebeuren kan, verdwijn ik in deze Hof van tijd en eeuwigheid, in mijn boeken en in mijn verhalen. Want nieuwe werelden kan je zelf maken, zolang de anderen het niet doen.

Overpeinzingen

Het voorlezen van verhalen

Ziezo, alle koffers zijn leeg, er is een zak met kleding voor de kringloop en alle boeken liggen weer onder handbereik. Twee hele interessante, die ik gekregen heb bij het afscheid van de redactie van Mensenkinderen: Satoshi Yagisawa met ‘Morisaki’s boekwinkel’ en Martin Bootsma met zijn ‘ Brieven aan Miyo.’

Bij de eerste staat op de kaft: ‘Morisaki’s boekwinkel is een fijngevoelig verhaal dat lijkt te zijn gemaakt van rijstpapier. Geen helden, geen dramatische plotwendingen. Niets anders dan het gewone leven.’ Corriere Della Sera. De kaft is prachtig en natuurlijk wil je een verhaal dat zo fijngevoelig is als rijstpapier meteen lezen. Er staat een allerliefst hartverwarmend bedankje voor de afgelopen jaren in van de gulle geefster.

De brieven van Miyo had ik eerder onder handen moeten hebben, toen we nog volop bezig waren op onze bloeiende Jenaplanschool. Het gaat over het lezen van de klassieken met kinderen. Martin Bootsma had in de groep een brievenhoek, een idee dat hij had afgekeken van de beroemde Japanse leraar Toshiro Kanamori. Het was hem namelijk opgevallen dat kinderen die al vanaf de Onderbouw met elkaar optrokken, elkaar zo slecht werkelijk kenden. Zou het niet fijner zijn als daar verandering in zou komen. Dus liet hij elke week een kind een brief, die thuis geschreven was, voorlezen aan de groep. Door zich in de brief te openen , te laten zien wie ze waren, te vertellen wat ze voelden en hoe ze naar de wereld keken leerden de kinderen elkaar beter kennen. Met deze voorbeelden vloeit de inspiratie vrijelijk mijn brein binnen. De sterke kant van het lezen van boeken en het voordeel dat je te beurt valt.

Nog zo’n mooi voorbeeld van inspiratie staat in een van de Flow’s die ik van dochterlief meekreeg om hier op mijn gemakje uit te spellen. In de eerste Flow van dit jaar haalt de creative director een quote aan die ze op instagram tegenkwam. ‘Remember that/the opposite of/depression is not/joy-its expression,/so create, create/create. For it is/the soul’s medicine. Proef deze prachtige zin en reken je rijk. Want ik denk dat het waar is.

Genoeg om de dag door te komen en zoveel meer. Er wordt straks een nieuw tekendagboek aangemaakt, de oude is vol. Even bedenken hoe ik het zal aanpakken in een variatie op het thema. Bijvoorbeeld op de ene bladzijde een gekaderde tekening en op de andere een tekstje, min of meer poëtisch,weergegeven of iets dergelijks, of meer zoals een journaal met flarden van herinneringen aan die dag. Er moeten nog wat hersentjes gekraakt worden.

Vandaag is het te koud, dus zit ik aan mijn vertrouwde keukentafel te schrijven en kijk het blad uit mijn druivenprieeltje. De sering heeft al geantwoord met prachtig fris groen. Lief is deze dagen druk in de weer op het land met het ruimen van Brandnetel en de grote Berenklauw. Niet alle brandnetels hoeven weg, want de jonge toppen kunnen in de soep. Ook het gras wordt hier en daar weggeharkt, een struik pioenrozen bevrijd, paden gebaand en de grote oude stenen van de Utvar zijn weer vrij.

Het boek met de Griekse Mythen ligt klaar. Straks als de avonden wat langer worden en we weer op het terras kunnen zitten, gaan we beginnen met het voorlezen van de verhalen.

Overpeinzingen

Van de Hof, van de rust en van elkaar.

Om Agaath uit de ‘Tiefgarage’ te krijgen moest ik voorzichtig door een nauwe doorgang omhoog manoeuvreren. Niet te voorzichtig, want dan kon ze de stijging niet meer aan. Dat betekende dat ik om 9 uur in de vroege zondagochtend al alle voelsprieten op scherp had staan. En dat na een rommelig nachtje, een heerlijk Vegan ontbijt bij Frau Erika(één volkoren bolletje maar?)en het uitchecken bij een vriendelijke receptionist, die de sleutel in ontvangst nam. ‘Wiedersehen’. Of dat er ooit nog van komt weet ik niet. Passau is prachtig maar je kunt er over de hoofden lopen en dan heb ik het niet over kinderkopjes.

De tomtom gaf een aankomst aan van om en nabij vier uur ‘s middags. Dat was te doen. De reis door Oostenrijk heen ging voorspoedig. Geen enkele file, kalm verkeer zonder vrachtwagens en een heerlijk zonovergoten afwisselend landschap. Het stuk naar Budapest toe is een beetje saai en de weg naar Pécs is altijd langer dan gedacht. Op zo’n moment ruik je de stal.

Zodra ik het Mecsek gebergte de stad zie omarmen, ben ik thuis, dan is het nog maar een half uur. Agaath doet het geweldig op de rommelige weg van Pécs naar Nagypeterd. Ze maalt niet om butsen en kuilen. Wat een verschil met Truus, die een soort Prinses op de erwt was en ieder hobbeltje liet voelen.

Ik stopte om vijf uur voor het grote hek en daar zat Lief, als een klein mannetje, weggedoken in zijn dikke jas onder de Fluweelbomen. ‘Daar is ze eindelijk’, riep hij uit. Hij zat al een tijdje op wacht. Hek open, toegangshek wagenwijd open, maar eerst een warme omhelzing. Daarna reed ik de auto achteruit erin. Thuis, eindelijk, wat een lange rit. Volgende keer, besluit ik, neem ik geen ontbijt en vertrek gewoon rond zes uur. Wakker ben ik toch al en krentenbollen doen het ook goed.

Lief sjouwt de koffers naar binnen en ik maak foto’s van de vertrouwde kamers, heerlijk warm is het binnen omdat het buiten wel een jas scheelt met Nederland. De laatste stuiptrekkingen van een nat voorjaar, annex koude winter. Deze week lopen de temperaturen op tot 20 graden. We borrelen wat, kletsen bij, gaan vroeg naar bed om als een blok in slaap te vallen. Moe van twee slechte nachten en de lange rit tegen het vertrouwde lijf aan na twee maanden. Heerlijk.

Schoonzus is weer opgeknapt en mag vandaag na een echo naar huis. Dan te bedenken dat voorheen mensen wel twee weken gehouden werden na een dergelijke grote operatie. Zuslief stuurt een foto van haar in het ziekenhuisbed. Ze ziet er goed uit en ik weet, van de stent die ze bij mij hebben gezet, dat je je ogenblikkelijk weer sterker en beter voelt omdat de benauwdheid en daarmee de vermoeidheid verdwenen is. Nu maar duimen voor een spoedig herstel. De beide broers hadden de nacht goed doorstaan en alle twee doorgeslapen.

Ik sliep vanmorgen een gat in de dag. Toen ik de klerenkast opentrok om het aantal hangertjes te monsteren, zag ik dat ik veel te veel aan kleding heb meegenomen. Dat wordt wikken en wegen en een bezoek aan de kledingbakken bij de supermarkt.

Vandaag uitpakken en de tuin en het atelier bewonderen, mijn lieve vertrouwde plekkie aan de rand van het bos. En verder, boodschappen doen en daarna genieten. Van de Hof, van de rust en van elkaar

Overpeinzingen

Het zal goed rusten zijn na deze enerverende dag

Nou, ik ben onder de pannen hoor, of eigenlijk niet echt want ik zit op een terrasje aan de Donau. Binnen is een grote groep mensen bier aan het drinken en ze zijn schlagers aan het zingen. Uitzicht op der Altstadt Passau en de overzijde van de Donau. Heel toeristisch, dat dan weer wel.

De reis ging voorspoedig. Heerlijk weer, niet druk op de weg én, niet onbelangrijk, Truus was geen grote drinker, maar Agaath vult haar benzinetank graag, dus vlak bij Regensburg pas de eerste keer tanken. Dat is gunstig want dan kan je een flinke ruk maken. In Passau was het even zoeken en het was mijn eerste ontmoeting met een ongelooflijk krappe garage, spitsroeden rijden, als dat bestaat en anders vanaf nu.

Bij aankomst een bericht dat deed schrikken. Schoonzus heeft een hartaanval gehad, mijn broer, haar man, heeft die zeldzame vorm van Alzheimer en dus van hulp afhankelijk. Ze is geopereerd en heeft omleidingen en stents, maar volgende week wacht nog een operatie. Dubbel ongeluk dus. Broer en zus zorgen voor hem tot de kinderen uit het buitenland zijn teruggekomen. Wat een mispoge. Het leven neemt zijn eigen wendingen.

Zoonlief beloofde ‘s morgens vroeg de bagage naar beneden te dragen, maar ik had al zo’n voorgevoel. De twee handkoffertjes, waarvan een de leeskoffer en dus meer dan zwaar, heb ik zelf naar beneden gezeuld. We zijn niet van suiker, maar van een beetje porselein toch wel. Dag lieverdje.

Zodra ik in Agaath zit begint de vrijheid. Vrijheid van politiek, vrijheid van angst om de toekomst en vrijheid van bewegen. Lekker naar het moment leven. Wat komt er nu. De schatten van het hotel verzorgden in een ogenblik een kamer beneden toen ze me hoorden hijgen na de trap naar boven. ‘Nog mooier dan die je had,’ beloofden ze mij. Natuurlijk dacht ik aan Trojan in Bulgarije waar ik een kamer met balkon boven de rivier had(met kakkerlakken dat dan wel) maar deze was zeer schoon en met een raam waar je in kon zitten met opgetrokken knieën, geen balkon helaas maar ook prima. Op het terras van de Bierstube aan het hoofd van de straat bestelde ik een klein salade en een Veltliner. Precies genoeg. Ik kom deze dag wel door.

Op FB wordt door de tuindersvereniging de Doordouwers clementie gevraagd voor de mol, omdat het zulke nuttige dieren zijn. Ooit hadden we op school een favoriet project omtrent de mol. Door hem te volgen leerden we alle lagen van de aarde kennen tot aan het magma toe. Maar toen had onze mol(een schattige handpop) al een zilverfolie pak aan om hem te beschermen tegen de hitte en aan het eind van het verhaal vond hij een kistje met ‘De liefste schat ben jij’. Alle kinderen keken in het kistje en ze vonden zichzelf in de spiegel. Herinneringen van onschatbare waarde, zo hebben we er vele gemaakt.

Ziezo, de koek is op. Ik denk aan mijn lieve schoonzus en haar ongetwijfelde getob om broer, maar hij is in goede handen. Zuslief heeft de innerlijke mens verzorgd en broerlief zorgt voor hem deze nacht. Zorg voor jezelf lieverd, dat is nu op zijn plaats. Ik ga heel hard duimen. Morgen nemen de kinderen het over.

Het zal goed rusten zijn na deze enerverende dag.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

In de vroege ochtend kwam zoonlief met twee van de drie rakkertjes langs. Zijn tweelingbroer wilde in de middag komen omdat kleindochter, die op school zat, er ook bij wilde zijn. Helaas pindakaas lieve zoon, dan zit ik bij de kapper. Misschien erna dan zelf even langs wippen, afhankelijk van de moeheidsgraad.

Zus en broer vermaakten zich wonderwel met elkaar, met de autootjes, met rondjes rond de zuil en peuzelden tussendoor een rijstwafel en een soepstengel naar binnen, dat weggespoeld werd met wat siroop.

Aandoenlijk hoe lief broer kan zijn voor zijn zusje, maar even zo vrolijk kan hij haar ook plagen, echte apenliefde dus tussen die twee. Ze zijn aan elkaar gewaagd want de benjamin laat de kaas niet van haar brood eten.

Thee en bij-babbelen, voet bekijken en constateren dat die aan de beterende hand is en zijn relaas over een bezoek aan het ziekenhuis. Er komt een operatie aan voor zijn knie, helaas. ‘Je levert ze heel af, maar dan…’, verzucht ik nog wel eens.

Ruim op tijd op pad voor de kapster. Eerst kleuren en dan knippen. Heerlijke verwennerij is de hoofdmassage en de massagestoel bij het uitspoelen van de natuurlijke kleurstoffen.

Dan het spannendste stuk van de middag, de schaar werd in het haar gezet. Ze heeft beloofd laagjes te knippen om meer volume te krijgen. En ziedaar, als bij toverslag beginnen de slagen krullen te worden. De lengte tot op de schouder. Toch geen Faberkapsel hè. Maar nee. Mooi van kleur en model, alleen aan de pony moet ik erg wennen, die veeg ik op zij. In de autospiegel ziet het er niet uit, maar thuis in de spiegel kan het mijn goedkeuring wegdragen. Ook de vijf kleintjes-app reageert enthousiast. ‘Je lijkt nu op mij’, vindt zuslief. De kinderen prijzen het eveneens. Jaren jonger, nou dat waag ik te betwijfelen. Schone zus vraagt met een belletje belangstellend of het wel wennen zal. Als de nieuwigheid er af is, went alles, verzin ik nu. Het is wel een kapsel om weer leuk met sjaaltjes aan de slag te gaan. Wie weet.

Terug rij ik onnadenkend, want met de gedachten bij het kapsel, pardoes een enorme file in. Zegge en schrijve is de kapper ongeveer twintig minuten rijden, maar nu stond het al direct aan het begin muurvast. De mij bekende sluipwegen boden ook geen soelaas. Er zat niets anders op dan lijdzaam stapvoets verder te gaan. Twee uur later was ik thuis. Te moe want murw geslagen door het wachten en de hete zon op de auto, ondanks de airco, dus niet langs zoonlief. Morgen is er weer een dag.

Vandaag komt dochterlief nog langs en eventueel zoonlief ook. Daarna is het inpakken geblazen, de laatste boodschappen halen, en aftanken. Het grote materiaal, zoals het schildersdoek, kan er misschien al in. De rest komt morgenvroeg.

Gisteren kwam het boek Griekse Mythen binnen van Imme Dros. Net op tijd. Heerlijk idee om ‘s avonds, bij het lengen van de dagen, elkaar op het terras voor te lezen. Wie weet welke inspiratie we eruit opdiepen. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Morgen dan de laatste loodjes en rust

Nog even twee dagen duizend-dingen-doekje spelen. Het heugelijke nieuws, de zwelling neemt af en met mijn kloffen aan kan ik heel goed autorijden zonder pijn. Gisteren had ik dochter beloofd dat ik ondanks de enkel toch zou helpen met het begeleiden van Tante Pollewop bij het turnen. De lessen vinden plaats in de oude Cereolfabriek waar een cultuurhuis van is gemaakt, compleet met restaurant Buurten, de bibliotheek, allerlei ateliers, de muziekschool en dan helemaal bovenin die turnles. Het gebouw zelf is prachtig. Die oude muren vertellen heel wat. Van de juf mocht ik met schoenen (vanwege de enkel) de gymzaal niet in, want ‘blote voetjes’ en ‘nee, een lijn trekken’

De tijd die ik moest overbruggen bracht ik door in een hoekje van het restaurant met een earl grey met blauwe bloemetjes en een miniem stroopwafeltje. Die blauwe bloemetjes was vast van de Borage, zo’n vorm hadden ze.

Ik nam bij terugkeer foto’s door de open deur, binnen en buiten krioelde het van de kleine meisjes, al dan niet in het turnpakje van de juf. Tante Pollewop liet haar van haar lenigste kanten zien. Goed zo lieverd, heel anders dan je oma, die met gym nooit over de bok kwam of hem mee nam in een theatrale val. Omkleden deden we maar buiten het krappe hok, ze hoefde alleen haar vestje over haar legging en topje aan.

En haar schoenen. Uithijgen kon in Agaath. We kregen er ruim de tijd voor want dankzij de opgebroken weg was er maar één rijstrook beschikbaar waar er anders vier lopen. Dus je begrijpt. Over het kleine stukje deden we een half uur. We waren net binnen en toen kwam dochterlief alweer. We calculeerden een thee-uurtje in en stevige omhelzingen want ik zou haar voor de reis niet meer zien. Ze had vrijdag het kinderfeestje van tante en zaterdag het kinderfeestje van de filosoof.

Ik moest denken aan de kinderfeesten van vroeger. Een picknick in verkleedkleren, die ze eerst allemaal zelf uit de grote verkleedkist hadden mogen zoeken, wat schminck op de toetjes, de picknickmand met lekkers, de cadeautjes en in optocht naar het parkje aan de zijkant van de wijk. Meer was er niet nodig, met vrolijke koppies als resultaat.

Dochterlief is meesterlijk in het organiseren, dat heeft ze niet helemaal van ons, want we waren en ik ben nog redelijk chaotisch, al lukt het met het ouder worden veel beter door het motto:’First things first.’

Vandaag is de kapper aan de beurt en dit is de eerste keer dat mijn haar door iemand geknipt wordt sinds de bloempotmodelletjes uit de jaren vijftig en zestig. Vanaf de Mulo heb ik het laten groeien en knipte ik er zelf wel stukjes af. Het is dan ook een beetje spannend zo’n hernieuwde primeur.

Straks komen de zonen met de kinderen nog een laatste graantje moeder en oma meepikken voor de grote reis aanvangt. Zoonlief, de fysio, zal nog even naar de enkel willen kijken. Het laatste wasje is gisteren gedraaid. De eerste boeken zitten al in de ‘leren-is-leuk’ koffer. Het zijn er heel wat, maar het maakt niet uit. Gisteren heb ik de pindakaas en de hagelslag voor vriendlief ingeslagen en onder in de bagageruimte gelegd, waar vroeger de reserveband lag. Heerlijk zoveel plek om van alles in te kunnen stouwen. Morgen dan de laatste loodjes en rust.

Overpeinzingen

Zo prikkelt de een de ander

Ineens moest ik denken aan de groentekar van Duikkie die vroeger iedere woensdag bij ons aan huis kwam. En dat na twee wonderlijke dromen, een over Wilders, die spullen verhuist uit het raam van onze slaapkamer in de Amandelstraat via een transportband naar een vrachtwagentje en de waarschuwing dat wij drieën er niet mee mee mochten, terwijl we wel al klaar stonden. Mijn zus had mijn zwarte leren maxi-jas aan en ik haar witte leren maxi-jas. De derde persoon is vaag. De enkel moet wel veel pijn gedaan hebben als je over Wilders droomt.

Daarna een droom over een Oosters land, bijvoorbeeld Thailand. Met een heel kleurrijk geheel van huizen en tempels, grotten en torentjes en veel mensen. Ze blijven allebei beklijven als ik na iedere droom even wakker word. Ik schreef ze niet direct op, zoals vroeger in mijn dromenschrift maar nu pas, dat wat ik me ervan herinner.

De enkel is inderdaad weer wat pijnlijker dan gisterenavond. Maar dat komt door het minder bewegen. De slaap is evenwel verkwikkend.

Stiefbeen en zoon

Duikkie dus, die per kist leverde aan mijn moeder met haar elf kinderen. Altijd monden te voeden. Hij was het prototype van Stiefbeen, google maar op Stiefbeen en zoon, een beetje verfomfaaid, niet helemaal proper en met hele smoezelige kleren aan. Hij droeg handschoenen zonder vingers, om de kisten makkelijker te kunnen vatten en sjoemelde er altijd nog wat extra’s bij, door hoog op te geven van zijn, met regelmaat, voze waar. Zijn gelaat hing groezelig in de vele rimpels.

Hij glijdt weer weg uit mijn geheugen. Wat een andere tijden waren dat toch. Om te bedenken dat mijn moeder op oudere leeftijd misschien ook iets dergelijks gedacht moet hebben over haar ‘moderne’ tijd in de jaren ‘80. Hoe was dat vroeger. Jong zijn in de jaren ‘20 en ‘30. Ze heeft schortjes aan en een mooie strik in het haar, het staartje aan de zijkant, een lief gezichtje, de twee broertjes iets meer snottebel en niet helemaal schoon. Maar die hadden alle twee een beperking. Oma kijkt zorgelijk, opa lacht.

Tijd verschuift of loopt het paralel, zoals Lieke Marsman graag zou willen geloven, die andere planeet, waar ze haar kunnen redden. Het is een fascinerend boek omdat haar gedachten herkenbaar van hot naar haar schieten, van de Griekse oudheid tot aan het hutje op de Veluwe, net als haar gevoel. Het verhaal van Ifigeneia in Aulis vertelt ze en tegelijkertijd weet ik dat daar een hiaat zit. Ik heb nooit het geduld gehad om die verhalen te lezen. Het zou een prachtige inspiratiebron kunnen zijn. Misschien toch eens proberen en dan wellicht beginnen met een boek van Imme Drost en haar klassieke verhalen.

Mijn slaap verschuift trouwens ook. Niet zelden word ik rond drie uur wakker en begin te malen, waarna ik maar een lesje Hongaars doe, er twee uur mee bezig ben en dan weer in slaap val. Vandaar die twee beklijfde dromen.

Het dagje van de zussen was goed geslaagd als ik de fotocompilatie van zuslief bekijk. Met al die mooie beelden ben je er toch steeds een beetje bij. Wel fijn dat ik ze nog even heb kunnen knuffelen.

Lief appte en we tellen de dagen. Ik heb hem beloofd dat ik een boek met Griekse Mythen van Imme Drost mee zal nemen, dan kunnen we elkaar voorlezen op de lange avonden in Nagypeterd. Bij hem is het weggezakt en ik ben er erg benieuwd naar door het boek van Lieke Marsman. Zo prikkelt de een de ander.

Overpeinzingen

Knoop in mijn zakdoek

Ondanks alles toch goed geslapen. ‘s Nachts au-stap-o ja-stap, hink-stap-hink-stap, naar het toilet. In de ochtend een grondige inspectie van de enkel die me prachtig blauw tegemoet schittert. Dat zat er wel in. De remedie blijkt vooral been hoog, ijzen en in beweging blijven. Met dit tempo is het niet te doen om achter de zussen aan te hobbelen. Ik appte ze dat ik thuis zou blijven. Het zou voelen als een blok aan het been. ‘Dan komen we aan het begin van de wandeling bij jou op de koffie met iets lekkers.’ Toch even samen.

Zo geschiedde, want als Mohammed niet naar de berg komt, dan komt de berg naar Mohammed, luidt een heel oud spreekwoord. En ineens zijn er zeeën van tijd. Een hele dag is behoorlijk veel bij deze overvolle agenda. Morgenochtend zit de tuin er ook niet in, maar in de middag wil ik toch proberen tante Pollewop van en naar turnen te brengen. Wel alles met Agaath ondanks dat het op loopafstand is.

Van de fysio van mijn lieve schoondochter kreeg ik draaioefeningen met de enkel mee, om het gewricht vooral niet stijf te laten worden. Hoe vaker draaien hoe soepeler en een brace ter ondersteuning, maar ook weer rustig aan. Verder blijf ik masseren met een emulg-gel om gewrichtspijnen te verzachten.

Lente op balkon

De deuren van het balkon staan wagenwijd open, de zon schijnt uitbundig. Vol bewondering bestudeer ik de bij die al heel lang in de lucht hangt, dan weer wegvliegt, en terugkomt. Zijn vleugels glinsteren in het zonlicht, zijn lijfje wollig van de stuifmeel, met wassende pootjes laat hij zich wiegen op de luchtstroom. Hij keert steeds terug naar het beginpunt. Prachtig.

In de middag zie ik In Het Uur van de Wolf de hommage aan de Golden Earring in Ahoy. Duizend muzikanten en zangers die de nummers spelen die de band zo beroemd hebben gemaakt. Het heerlijke van Golden Earring is dat iedereen helemaal uit zijn dak kan gaan. Het hoeft niet omfloerst en sereen, maar juist rauw en vol passie. Met onze band zongen we twee nummers. Twilight zone en Radar Love. Altijd een groot succes. Op deze klanken kan je niet stil blijven staan. Een zee van dansende en hossende mensen.

Daarna doe ik een ontdekking. Een geweldige boekenrubriek van de VPRO, die ik niet kende. Het heet ‘In een boek kan het wel’ dat nu gepresenteerd wordt door Karin Amatmoekrim en inderdaad komt de magie van leeservaringen letterlijk tot leven door beeld, geluid en liefde voor de schrijfster. Het is een heerlijk programma en dát is het cadeautje voor vandaag. Na alle pech weer een geluk bij een ongeluk. Zijn afsluiting voor deze aflevering: ‘Het leven staat aan jouw kant.’ Besproken werd het boek: Their eyes were watching God’ uit 1937 door Zora Neale Hurston, dat beschouwd wordt als een classic uit de Harlem-renaissance.

Morgen gaat de laatste was erin. Dan is het tijd voor de koffers en misschien is alles geslonken wat slinken moest. Voorlopig hou ik me koest en lummel wat op de bank of loop een rondje om de zuil in de kamer. Twee boeken naast me en wat filmpjes die de moeite waard zijn, terwijl in het hoofd de lijstjes groeien van niet te vergeten zaken. Vooral de beloofde pindakaas en hagelslag voor vriendlief niet die in Verweggistan woont. Knoop in mijn zakdoek.

Overpeinzingen

Wat een onzalige gebeurtenis

Die woestijnregen had Agaath een gelig/grijs jasje gegeven, hier en daar nog wat meeuwenflatsen, kortom niet gekleed in chique Agaathzwart, zal ik maar zeggen. Al dagen was ik aan het loeren naar de rijen voor de wasstraten, maar die slonken voor geen meter. Dan maar uitstellen, was het idee. Maar maandagochtend vroeg om tien uur dat moest toch kunnen. Niet als de benzinepomp een actie had lopen op extreme wash, iedereen stond in de rij voor zeker een kwartier, dus appte ik dochter eerst half twaalf, of nee, toch maar twaalf uur. ‘Beter’ appte ze terug. Ineens bedacht ik dat ik de vuilniszakken was vergeten, dus snel naar de super om dat aan te schaffen en voort, naar de tuin waar dochter al stond te wachten met haar middelste zoon.

Aan de wandel naar achteren en daar meteen begonnen met het maken van de staken. Met drieën beter te doen, dat was zeker waar. Op het laatst, vlak voor we moesten opbreken, vlochten we nog een hekje en in deze actie presteerde ik het om te struikelen over een staak.Dat wil zeggen mijn hak van mijn kloffie bleef haken achter een van die staken. Het rijmt wel maar qua gevoel niet. Aiii. Dochterlief kwam aangesneld op de roep van haar zoon. Stijf van de schrik. Uiteraard, daar lag ik. De beer geveld, of zoiets. Op het hoofd, knie, pols en enkel, en vooral die laatste presteerde het om uit te groeien tot een pijnlijke, stijf wordende, aangelegenheid. Alle alarmbellen gingen af. Autorijden, tochtje naar Verweggistan, uitje met de zussen, alle afspraken voor de rest van de week tot zaterdag. Maar de eerste was natuurlijk het meest heftig.

We hadden met zoonlief en schone dochter afgesproken op locatie om de verjaardag van kleine Njong in te luiden. Hij werd twee vandaag. Dat werd op de tanden bijten. Van huis uit heb ik het idee, dat je door de pijn heen moet. Zoiets als zachtende heelmeesters maken stinkende wonden. Of dat waar is waag ik te betwijfelen, maar ik wil het zo graag. Anders ben ik zaterdag misschien wel niet in staat om naar mijn Lief af te reizen.

Rare gewaarwording om met je zelf en met de kleinzoon bezig te zijn. Zo graag op mijn eigen bankje, maar toch, dit is even belangrijk. Volhouden en dan inzakken.

Hoe pijn beïnvloedt. Om over te peinzen. Na het taart-ritueel ga ik naar huis, zoonlief belt broer dat hij me op moet vangen. Iets wat ik bezwaarlijk vind, maar hij is er als ik aankom en sjouw mijn tuinplunje mee naar boven. Als ik afwikkel blijkt het minder pijn te doen. Meer bewegen?

In mijn vertrouwde omgeving op de bank was het niet beter, wat betekent dat voor het pootje. Zuslief zegt, dat als het niet gaat, ik niet mee moet gaan, morgen. Maar het was het laatste uitje met elkaar voor ik naar Verweggistan zou gaan. Als het niet zou gaan schrijnt het, maar moet ik kiezen voor wat het is. Gaat het morgenochtend niet dan voelt het alsof dat dagje door de neus geboord wordt

Wat een onzalige gebeurtenis.

Overpeinzingen

We houden contact

De nacht met het Hongaars, de dromen die er voor zorgden dat ik over tienen wakker werd, het beeldbellen met Lief en de komst van een van de oudleerlingen van onze school Een appje. Hoera haar zus komt ook mee. Die zat bij mij in de groep. Een tweeling dus en zoals altijd onafscheidelijk.

Na de verjaardag van tante Pollewop even bijkomen en alles de revue laten passeren. Een heerlijke verjaardag met wat afbelletjes wegens ziekte, volle agenda en alles verspreid zorgde ervoor dat we met niet meer dan acht mensen om de tafel zaten. De kinderen er huppelend tussendoor.Cadeautjes zijn altijd welkom, maar wat zou ze denken van mijn getufte ‘regenboogje’ van een maand geleden. Ze scheurde zo snel als kon het papier open en bij het zien van het schilderij riep ze verheugd:”Mijn tekening!’ Ze glimlachte van oor tot oor en hield hem tegen haar wangetje. ‘Wat is ie lekker zacht.’ Een groot succes dus. Heel bijzonder dat ze én de tekening had onthouden die ze drie jaar geleden had gemaakt én mijn versie herkende.

We hadden aan die tafel heerlijke gesprekken over wat iedereen zoal bezig hield. Van een van dochters vriendinnen was haar man cameraman en hij zou een maand op pad gaan naar Myanmar voor een serie. Boeiend. Als vrouw ben je dan een soort onbestorven weduwe, maar ze had genoeg hulptroepen in de aanslag. Fijn om te horen.

Er was taart en er waren lekkere hapjes, veel vriendinnen voor tante zelf en genoeg vrienden voor broerlief, die helaas ongelukkig terecht kwam en een flinke bult op zijn achterhoofd opliep. Stoeien met elkaar geeft dit soort ongemakkelijkheden. Het hoort erbij. Mijn moeder zei altijd: ‘Ze worden vanzelf groot.’ Wat we vroeger niet allemaal voor gevaar liepen. Alles lag open en bloot. Sloten, stopcontacten, vuur, eilanden, wegen. Geen zebra’s en overal bouwplaatsen en sloopterreinen. Heerlijk om er te spelen en spannend ook. Met putten en kuilen en heuveltjes en muren waar tegenaan gebutst kon worden of, erger nog, ingevallen.

De foto’s van vroeger zijn gemaakt door de vader van de tweeling

Om half vijf was voor mij de koek op. Morgen weer een dag. Net op tijd wakker en gepikt en gesteven om per telefoon Lief te ontvangen, die gisteren vriendlief op bezoek had. Ze gingen door de regen maar boodschappen doen in plaats van klussen aan de Datsja. Vriend heeft een auto, dus er is weer behoorlijke voorraad. Het resulteerde wel in een belletje aan mij. Hij vroeg of ik alsjeblieft vijf potten pindakaas en vijf pakken pure hagelslag mee kon nemen. Haha, dat wil ik wel. Er zijn altijd dingen die je mist.

Daarna belde de tweeling aan. Twee mooie meiden van 23 jaar, die beiden de kunstacademie in Rotterdam deden en goed bezig waren met betrekking tot de samenleving. Hoe krijg je een maatschappij zover dat het een soort leefgemeenschap wordt als een goede jenaplanschool, met betrokkenheid van iedereen en grote saamhorigheid. Iedereen heeft kwaliteiten waar een ander van zou kunnen leren. Daarvan gebruik leren maken is prachtig. De rijkdom ligt binnen handbereik. Niets is beter of slechter. Geef mensen de ruimte om hun kennis en kunde te etaleren en maak een verbinding met de natuur, waar we als mens onderdeel van zijn. Eigenlijk net als een soort studentenhuis, fantaseerde ik, of een jenaplanschool inderdaad. Samen sterk staan en vertrouwen houden in elkaar. Ze hadden en paar leuke foto’s van mijn juffenrol en de ervaring dat alles wat we er ingestopt hebben, ook daadwerkelijk er toe heeft gedaan in hun leven, is voor mij van onschatbare waarde, want het geeft mede zin aan mijn bestaan. Wat fijn dat ik dat op deze manier mag aanschouwen. Dank lieverds, we houden contact.

Overpeinzingen

Juist de ongrijpbaarheid ervan

Lieke Marsman schrijft zo, dat je na elke uitspraak, gedachte of overpeinzing zelf eveneens aan het denken wordt gezet. Op die manier is het dunste boekje, dat ik in lang gelezen heb, tevens een oneindig dik boek, dat niet uitgesponnen raakt in mijn hoofd. Als gedachten dan zorgen dat ik afdwaal tijdens het lezen, blader ik terug en lees en herlees nog eens de zinnen woord voor woord. Een boek van waarde, over wandelen met de dood. ‘Alles wat ik tot nu toe heb gedaan, heb geleerd, alles wat me overkomen is ontoereikend,’schrijft ze. Het woord valt uiteen in lettergrepen on-toe-rei-kend, waardoor de impact nog groter wordt. Ik zal vanaf het begin opnieuw gaan lezen, nog zorgvuldiger en nog trager de zinnen en de woorden, de lettergrepen en letters trachten te voelen, te doorgronden en dat waar naar ze streeft. Doodgaan met hoop.

Dit was vanmorgen omdat het boek ‘De Nomade’ beneden lag en Lieke Marsman haar boek: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ onder handbereik naast me op het lege kussen.

Ondertussen gaat het familieleven onverdroten door. Gisteren was de verjaardag in petit comité van de oudste kleinzoon een heerlijk samenzijn. Twee goede vrienden, de broertjes en enkel ons hele gezin met aanhang op een zoon na. Er was soep, er waren heerlijk broodjes uit de zuurdesembakkerij die in de metaal kathedraal zit en daarna taart. Natuurlijk, een feestje zonder taarten is ondenkbaar. Appel, confetti en aardbeienbavarois werden gretig afgenomen. Mijn lieve schoonzoon sneed ze aan met zijn bekende Franse slag, het best te omschrijven als gul en groot.

Het was een aangenaam kouten en na alle heerlijkheden verdwenen de jongens naar beneden. Dochterlief en co gingen, zoonlief en co kwamen en de warmte en de sfeer aan tafel bleef. Tegen half negen was bij mij de koek op. Tijd om te verkassen. Dag lieverds. En vandaag? Weer een feestje. Tante Pollewop wordt zes. Nu kan ik eindelijk mijn getufte schilderij van haar Ipad-tekening aan haar geven. Ben zo benieuwd hoe ze het zal vinden. Het wordt vast druk, want het feest is de hele dag en er zijn veel vrienden en vriendinnen voor haar van vrienden en vriendinnen van dochterlief en schone zoon, tel daar de hele familie van beide kanten bij op en het is een vol huis.

Lief wenst me zoals elke morgen al het goede toe: ‘Jo reggelt Kedvesem’ en stuurt een foto van een ruim in bloei staande Hof met het bericht mee. Als ik goed kijk zie ik twee merels vlak bij elkaar zitten. Mooi symbool voor deze lentekriebels. Nog maar zeven dagen.

Als ik het relaas van Lieke Marsman verder lees, dan heeft ze zojuist het gevecht met haar behandelend arts, die voortdurende bezwaren opperde, beëindigd, dit tot haar grote opluchting. De woorden van Jevtoesjenko indachtig:

Het is eentonig—altijd juist te handelen./Het is saai je expres te misdragen./Maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen.’

Want als ze de arts-patient relatie stopt schrijft ze: ‘Ik heb geen idee of het gras elders groener is, maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen.’

Het leven duikelt alle kanten op. Ik bewonder haar moed om het lijden aan te gaan. Voortdurend zijn er flitsen van het eigen handelen in zo’n situatie, maar dat weet je pas als het er is, want het is onvoorstelbaar en daarom dapper om het te benoemen in dit boek. Juist de ongrijpbaarheid ervan.

Overpeinzingen

De eenvoud van het leven

‘Een mens die zich bekeken weet, raakt gevangen door de blik van een ander en reageert daarop.’

‘Een land van verschuivende grenzen.’

‘Iedereen houdt de grenzen van zijn eigen gezichtsveld voor de grenzen van de wereld (ws Schopenhauer).’

Drie citaten uit het boek ‘Nomade’ van Anya Niewierra, een boek dat een logisch vervolg lijkt om te lezen na haar prachtige eerste spannende verhaal. Ook nu weer over een onderwerp waar je niet zo gauw aan zou denken. Belarus, in dat deel van de wereld waar de grenzen inderdaad nog al eens verschoven zijn. Lezen zonder drijfveer voelt bijna als luxe. Werelden betreden die komen binnenvallen op elk willekeurig deel van de dag, omdat er tijd is en omdat het kan. In het eerste hoofdstuk zit je al tot over je oren in het verhaal. De rest wordt dan een cadeau, dat je zo snel mogelijk uit wilt pakken.

Vanmorgen had ik nog de opvatting om naar de tuin te gaan, maar toen ik vanmorgen de ogen open deed, zag ik vooral veel grijs. De wereld was in een dikke laag mist gehuld. Dit was voldoende om mijn ideeën radicaal om te zetten. Een lummeldag tot het tijd was om naar de verjaardag van onze eerste zestienjarige kleinzoon te gaan. Geen kinderverjaardag meer voor een hele dag, maar een feest op een volwassen tijdstip vanaf vijf uur. Soep en broodjes ingecalculeerd.

Het bovenste citaat kwam van de vader van de hoofdpersoon uit het boek, die een hele goeie amateurfotograaf was, maar toch niet wilde exposeren. Op de vraag van zijn dochter waarom niet, gaf hij dat als antwoord. Als mensen gaan oordelen over je werk dan gaat al het spontane eraf, bedoelde hij te zeggen. Met schrijven vind ik het fijn als mensen laten weten dat ze er iets aan gehad hebben, een woord, een zin, een passage, een voorbeeld, noem het maar, toch is schrijven voor mij iets wat onbevangen plaats vindt en wel in eigen tijd en eigen uur. Doorgaans in de vroege ochtend, maar soms ook midden op de dag of in de avond. Met schilderen heb ik veel meer last van het oordeel van anderen. Vooral in het begin had ik de neiging om aanpassingen te doen omdat men iets niet mooi vond. Van lieverlee heb ik me aangeleerd om te denken ‘Het doet mij wat, als ik het zo op het doek zet. Het voelt goed zoals het is.’ Maar mijn twijfel heeft heel lang geduurd.

Dat laatste citaat van Schopenhauer is er eentje om langer over na te mijmeren. Natuurlijk denk en handel je vanuit je eigen zijn, je eigen waarden en normen en gelukkig maar, want anders zouden er nog veel meer van die autocraten rondlopen. Er zijn er mijns inziens al genoeg. Er ging een filmpje rond van Tom Waes die in Nederland bij een bejaard echtpaar aanbelde en die aan de man vroeg wat van waarde was in het leven. ‘Tevredenheid,’ antwoordde de man. En samen met zijn vrouw waarmee hij 62 jaar getrouwd was, kwam op de vraag wat het geheim achter dit harmonieuze samenzijn schuilde, het antwoord van zijn vrouw: ‘Liefde’.

Die twee antwoorden ontlokten mij nog een derde begrip. ‘Eenvoud’, want dat straalden beiden uit.

Een zo’n klein moment en we kunnen er weer even tegen. Het laat de mooie kanten van het leven zien. Liefde, een koolmees in een boom, een bloeiende perelaar, twaalf dikke dollie’s (duif) in de boom voor het huis(gisteren), de bloeiende scillae in de Hof, een vlucht aalscholvers in formatie, een scherfje uit het verleden. De kleine dingen, de eenvoud van het leven.

Overpeinzingen

Aan boeken geen gebrek

Na die drukke dag met twee leesclubs achter elkaar heb ik de hele wijk afgezocht voor Agaath naar een plek om de nacht door te halen. Er zijn teveel busjes op de grote parkeerplaats en achter de flat staat het al snel vol want dat zijn relatief weinig plaatsen. De wijk er tegenover meer dan vol, met chaotisch geparkeerde exemplaren, maar bij de drie scholen aan de overkant bleken er voldoende plaatsen die leeg stonden. Hoera. Weliswaar niet in het zicht maar vooral veel ruimte. Om te onthouden. Weliswaar pas over twaalven thuis. Nachtbraker pur sang,

De avond was heerlijk. Interessante onderwerpen. Op de eerste plaats het boek ‘Ik ben een eiland’, een debuut van Tamsin Calidas. Twee van ons hadden hier en daar moeite met de breedsprakigheid en de lijdzaamheid van de hoofdpersoon. De vier anderen waren er zeer door geroerd. Af en toe dacht ik, grijp in, schreeuw, maak gewag van het onrecht en meer van dat soort opstandigheid in de geest.

Een van de onderwerpen, die eruit voortkwam, was de vraag in hoeverre je je zou moeten aanpassen aan de gebruiken, de gewoonten, de ongeschreven regels en de riten van de gemeenschap waar je naar toe verhuist. Dat ging zover tot het stilzwijgen bij opgelegde wetten, bijvoorbeeld in landen als Iran en Afghanistan maar daar, omdat er sprake is van onderdrukking van de vrouw in het bijzonder, is er heel veel stil verzet, eenvoudigweg omdat je anders vast komt te zitten. De actie van de vrouwen om de hoofddoek af te doen was dan ook zo intens dapper. Dit alles was in verband met de vrouw op het eiland die vooral van de stugge kerels uit de gemeenschap, die zich allerlei vrijheden aanmatigden, behoorlijk wat hinder ondervond, vooral als ze uitgesproken mannentaken uitoefende toen haar echtgenoot haar verlaten had.

Er was aandacht voor het verhuizen naar zo’n gesloten gemeenschap en daarna ook voor het thema: ‘Wat als je alleen achterblijft als je in de middle of nowhere woont’. Dood werd een item. ‘Maak het bespreekbaar. Het is een normaal onderwerp.’ Ook als je jonger bent dan ik (ik ben de oudste). Dat vond een van ons, die zelf onder andere van stervensbegeleiding in de ruimste zin van het woord haar beroep heeft gemaakt. Zo diep kan het gaan, die gesprekken van ons en dat maakt deze groep zo bijzonder. Het nieuwe boek dat we gaan lezen is: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ van Lieke Marsman.

Na mijn zoektocht in de nacht was het gebruikelijkerwijs later deze ochtend. Als eerste waren de apotheek en de dokter aan de beurt. Ik heb een soort wratje ontdekt, waar het niet hoort te zitten en ik wil er naar laten kijken voordat ik naar Verweggistan vertrek. De agenda van de huisartsen zaten voller dan de mijne. Precies om half vier op de vrijdag voor het vertrek kan ik terecht. Nou ja, in ieder geval krijg ik dan hopelijk goede raad. Bij de apotheker was er iemand die me kon helpen door vooral praktische oplossingen aan te reiken, bijvoorbeeld voor de Ascal die niet in de oude vorm te krijgen was, maar wel wist ze een tabletje met nagenoeg dezelfde eigenschappen. Top.

Daarna was de tuin aan de beurt. Een tikje ontmoedigend, die lange takken van drie wilgen, na de vier van vorige week. Verstand op nul en gaan, staken maken, wél met gelukkig de trillers van de koolmees en de roodborst als begeleiding. Thuis wachtte de nieuwe biografie, die van Greet Hofman. Altijd leuk om het mysterieuze kantje van deze intrigerende vrouw te leren kennen en dan tegelijk een vonkje Juliana mee te pikken. Alles gevat in zo’n 600 bladzijden. Aan boeken geen gebrek.

Overpeinzingen

Het gaat als altijd vast weer lukken

Nog even de laatste puntjes op de -i- en dan kan het boek worden dichtgeslagen. Dat was de biografie van Huygens en vervolgens het allerlaatste stuk van ‘Ik ben een eiland’, Twee totaal verschillende werelden. De eeuw der verlichting, die prachtige 17e eeuw, niet in alle opzichten, maar waar het verwondering, ontdekkingen, uitvindingen betreft kon het allemaal niet op. Wat een fantastische ontwikkelingen allemaal. Zo rijk, zo belangrijk voor alle verdere ontdekkingen.

In het andere boek zit op het eiland een vrouw temidden van de woeste natuur alleen met haar honden en moet tegengas geven tegen de stugge bevolking van het eiland en haar schapenkudde onderhouden, met aanpassingen die over het algemeen niet binnen de lijntjes kleuren. Alles komt op haar bord neer en het is meer dan doorbikkeln, vooral als ze dan vast van plan is om voor een deel op te gaan in dat wat de natuur te bieden heeft: De woeste omarmende zee, de buizerds, de herten, de zeehonden en de getijden, winter en warmte trotserend, maar ook eenzaamheid en leed.

Rond drie uur stond Agaath op haar parkeerplek en de gevel van het huis van onze gastvrouw in de steigers, met een glanzend rode deur, waarvoor een briefje lag met ‘Pas geverfd’, dat op z’n plek werd gehouden door twee flinke stappers. Jas bij elkaar grissen en omzichtig naar binnen.

Iedereen was er op tijd en met thee, koekjes en chocolade eitjes konden we van start. Huygens was met mijn Alpha achtergrond geen makkelijke kost, ook qua geschiedenis hadden we maar beperkte informatie verkregen vroeger. Er bleek daadwerkelijk verschil te zijn tussen de calvinisten onder ons en de katholieken, maar natuurlijk ook met milieu en achtergronden. Bovendien had ik mijn vraagbaak ernstig gemist, want met Lief hebben we om dat soort wetenswaardigheden de mooiste en meest boeiende gesprekken.

Er viel veel te luisteren en er waren veel uitwisselingen. Zo werden er veel dingen verduidelijkt, vonden we af en toe de uitwijdingen wat veel, waren de vertalingen niet altijd even goed en sommige opmerkingen die duidelijk niet aan de orde waren, of was er zomaar ineens een passage, die eigenlijk helemaal niet in de context paste.

Kritische lezers, beter onderlegd dan ik, in bijvoorbeeld natuur en wiskunde, Nederlands, kunstgeschiedenis en meetkunde, verduidelijkten mijn verbleekte kennis. Het was amusant en boeiend tussen de lentebloesems en de magnolia in. Het nieuwe boek dat we daarna kozen werd de biografie van Margreet Hofman, door Han van Bree. Helaas nog geen Godfried Bomans, die ik nog steeds wel hoog op het lijstje heb staan. Straks is het ‘Eiland’ aan de beurt. Ben benieuwd wat dat gaat worden.

Lief video-belde vanmorgen. Alles gaat daar ook prima, maar het moet wel allemaal tussen de buien door. Ik heb hem beloofd om de zon mee te nemen in mijn koffers. Het moet te doen zijn. De voorspellingen bij de weersverwachting zijn hoopgevend. Maar eerst volgen er nog een aantal boordevolle drukke dagen. Met verjaardagen, kapper, tuin en bezoekjes. Nu nog een opvolger voor het boek van vanavond bedenken, normaal is er een lijstje van ongeveer vijf en doen we welk boek de meeste stemmen haalt. Het gaat als altijd vast weer lukken.