Overpeinzingen

Niets is leuker toch

Nou, de zoveelste dag van veel. Ja, ja, het blijft maar doorgaan met afspraken en bezoekjes. Vandaag was de eerste reünie, in petit comité, van de volksdansvereniging uit de jaren ‘80. Wat vliegt de tijd, want het is inmiddels toch alweer zo’n 36 jaar geleden dat de club nog in leven was. Haar leden gelukkig nog steeds, dus zaten we met vier leden van het eerste uur bij elkaar en genoten vandaag een samenzijn en een lunch. Er vlogen herinneringen over tafel die niet altijd in chronologische volgorde verliepen, maar wel van lieverlee werden gerangschikt in de juiste lijn.

Een van ons zat in een rolstoel en daarmee werden we onmiddellijk met de neus op de feiten gedrukt dat het leven voor iedereen iets anders in petto heeft en dat gezondheid niet voor iedereen is weggelegd. De humor won het van de ellende. Haar manlief, ook zeer bekend bij ons, kwam haar brengen, dronk een bakkie mee en liet de rest graag aan ons over, evenals de man van onze gastvrouw. Dat was prima. Achter elkaar vlogen de opgegraven momenten over de tafel, regelmatig lagen we in een appelflauwte en was er herkenning en waren er vraagtekens, liefdevolle ‘ach ja’s’ en nog meer verdwenen opgravingen.

We waren er om elf uur en om 15 uur waren we eigenlijk nog niet uitgekletst maar toen werd een van ons gehaald. Ach ja. Dit houden we erin, beloofden we elkaar.

Nu zit ik op de bank en haal mijn verzuim van de ochtend in. De napret is minstens zo groot. Maar ook de overpeinzingen dat al die levens zo’n eigen verloop kunnen hebben en dat het spreekwoord: Ieder huisje draagt zijn kruisje’, nog altijd bewaarheid is. Ik voel me gezegend en rijk met al die schatjes om me heen en met lief en de twee (t)huizen.

Gisteren kwamen broer en schoonzus van Lief lunchen op doorreis naar hun vakantieadres. Ze wonen toch nog altijd een goed uur rijden hier vandaan, dus we lopen de deur niet plat. Altijd fijn om elkaar te treffen. Het soepje ging er bij schoonzus in als koek. Broerlief at nooit zoveel in de middag maar liet zich in dit geval de rosbief goed smaken. Zo leuk om een beetje uit te pakken met wat luxere dingen. Eens in de zoveel tijd blijft verwennerij een feestje op zich. Voor broerlief in de Hof hadden ze een metaaldetector meegebracht die nog onverlet in de schuur stond. Een luxe exemplaar waar hij vast mee verguld is. In de bodem valt hier en daar zeker wat aan waardevols te traceren, met al die Habsburgers in die goeie ouwe verleden tijd.

Huygens is bijna op zijn einde, qua verhaal en qua leven, Ik moet er straks nog zo’n 20 bladzijden aan trekken. Daarna ligt ‘Ik ben een eiland’ nog op het slot te wachten, want morgen zijn de twee boekenclubs achter elkaar. Dat is maar goed ook, want in de agenda is er nauwelijks meer een gaatje over, als ik er nog drie tuindagen in wil voegen. Dat is nodig voor de laatste te vlechten staken en de bewerking van de grond. Daarna kan dochterlief haar passie botvieren en alles doen zoals ze zelf wil. De tuin tot bloei, niets is leuker toch.

Overpeinzingen

Wat gaat er in dat kleine koppie om

De ochtend was vol met huishoudelijke karweitjes en het was spic en span toen dribbel en dochterlief binnenvielen. Karnemelk voor de een en thee voor de ander en broodjes, want dribbel had gezwommen. Eigenlijk had hij nog nooit karnemelk gehad, maar hij wilde het. Dat het zuur was, zeiden wij, dat hij het lustte, dacht hij. Uiteindelijk ging de helft van het glas met wat siroop naar binnen. Ogen die smaakvoller denken, dan het ondervonden wordt, in variatie op een thema.

Op naar Tiel en de Gorgels met deze grote fan. Heerlijk, een parkeergarage dichtbij en een mijnheer, die ons naar zijn auto wees, omdat hij zou vertrekken. Boffen, want het liep al aardig vol. Er waren meer mensen met hetzelfde idee.

Buiten liepen er ouders met huppelende, rennende, klauterende kinderen op weg naar de Agnietenhof. Een heerlijk zonnetje zorgde voor een milde zondagsstemming. We hadden drie plaatsen aan het begin van rij negen. Scannen zorgt voor een sneller verloop. Eigenlijk hadden we een hele goede plaats uitgekozen omdat de lange rijen stoelen in carré-vorm stonden. Dribbel met stoelverhoger had een prima zicht op het podium. Tijd voor een uur genieten.

Ik ga niet alles verklappen, maar wat was het leuk. Wel zag ik door het hele stuk heen Jochem Myjer, de schrijver van de Gorgels, het verhaal voorlezen aan zijn pasgewassen kindersnoetjes, met dezelfde woeste uithalen, hetzelfde op en neer springen en dezelfde stemverheffingen als de acteurs op het podium. De poppen waren een groot succes. Iedereen moet wel verliefd worden op die aaibare wollige Gorgels en zeker op Bobba, de waakgorgel van Melle, het jongetje. Om de Krulman(opa) te verstaan, moest ik goed de oren spitsen. Het hele stuk is een uitnodiging om ook eens naar Naturalis te gaan of naar Texel waar ze wonen, met de zeehonden en de fladderende meeuwen, om op zoek te gaan naar de wijze grijze Gorgel. Het lied ‘Joebelabambam’ging er gretig in, nadat ze de Brutelaars te slim af waren geweest aan het eind.

We hadden geen tijd om een Gorgel op de kop te tikken want we moesten door naar het Familiefeest van de vader van de kinderen. Sterk uitgedund, door het overlijden van schoonzus vorig jaar en nu vooral van belang voor de kinderen om elkaar te spreken en voor de kleinkinderen om met elkaar te spelen en elkaar zo beter te leren kennen. Schoonzus zorgde zoals altijd weer voor de authentieke schalen met leverworst, kaas en komkommer. Het is een groot vrijstaand huis met een flink stuk tuin, dus ruimte genoeg om te racen en te skelteren.

Ik probeerde met iedereen even een kort gesprek aan te gaan, per slot van rekening zou het nog wel weer een jaar duren, eer we elkaar zouden zien. De kinderen maakten afspraken met elkaar. Tussendoor dribbelden de kleintjes en bedelden om chips of anderszins. De kleine Njong had een bal aan zijn voet en was zielsgelukkig. Ze worden groot, bedacht ik me, die kleinzonen. De oudste was er niet, maar de middelste ging ook al naar zijn veertiende jaar toe. ‘Wat ruik je lekker’ zei neef bij de omhelzing. Al lang niet meer gehoord. Patchouli kent een haat/liefde geschiedenis. Of je vindt het heerlijk of vreselijk.

Om vijf uur richting huis, waar ik nog net puf had om een soepje te trekken voor de volgende dag. Grote winterpeen, bleekselderij, ui, peterselie. Vandaag maak ik het af voor de lunch.

Een kleine mus ziet iets bij het raam. Ze blijft er maar voor fladderen, steeds weer opnieuw en tikt tegen het raam á la het bekende liedje over de roodborst. Wat gaat er in dat kleine koppie om?

Overpeinzingen

Loon naar werken

Het deed me erg veel deugd dat er zoveel mensen vreedzaam hun protesten lieten zien en horen en op hun manier een duidelijke stem niet onder stoelen of banken schoven maar er flink gewag van gaven richting kabinet en de rest van de wereld. Toch iets om behoorlijk trots op te zijn. We zijn niet wat het kabinet uitdraagt. Dat moge duidelijk zijn.

Met mijn hoofd bij hen en ondertussen in die bewuste winkel de rieten rolgordijnen opduikelen. Zoals altijd op de bonnefooi, want waar was nou dat vermaledijde meetlint als je het nodig had. Ze waren er in zwart, in naturel en in wit. Normaal neem ik de naturellen, maar het was tijd voor wit, vond ik. Drie kleine, een iets grotere en de grootste voor het grote raam.

Daarna waren er wat slapstickachtige momenten toen ik alles naar de auto en van de auto weer alle trappen op moest krijgen. Die Vier kleinere pasten wel in de grote shopper, maar staken uit en dat gedeelte was topzwaar. Twee aan iedere kant van de hengsels lukte niet, dan alles aan een kant en als een tuutje dragen. De grote kon ik vasthouden in de andere hand. Al worstelend naar boven om daar te ontdekken dat mijn autosleutel de kuierlatten had genomen. In vliegende vaart naar beneden en ja hoor, op de grond een metertje vanaf de auto. Lentetenue zonder zakken is geen aanrader. Weer alle trappen op.

Eerst het balkon aanpakken en daarna de boodschappen, werd het devies. Planten van de zijkanten af. Oude rolgordijnen tussen de spijlen uit peuteren, doormidden knippen in een zak doen, balkon vegen, stoel erbij pakken en het nieuwe hagelwitte gordijntje erdoor vlechten. Vastzetten met de witte vuilniszakbinders, handig hoor. Planten terug en door naar de andere kant. Ook daar precies hetzelfde. Daarbij ontdekte ik ook het huis van die arme opgegeten muis. Ze had een bloempot gekraakt en er een holletje in geknaagd. Balkon vegen en daar het gordijn erdoor vlechten. Alles weer op z’n plek en in een andere vuilniszak opgeveegde zaadresten en oude aarde. Ziezo, dat was een. Nu de tweede klus, die was wat tijdrovender.

Het was spitsroeden lopen op mijn tenen, dus ik moest er een bankje bijhalen, maar kon net niet genoeg kracht zetten om de oude exemplaren er af te halen en voor de nieuwe de haken op de goede plek er in te draaien. Stoel van binnen erbij. Alles steeds met een ruime marge aan uithijgen. Het op de stoel klimmen was op zichzelf al een dingetje. Maar met moed, beleid en trouw en een hoop ‘God-zal-me-een-schaap-geven-‘s’, het bekende prutteltje van mijn vader bij tegenspoed, lukte het me uiteindelijk wonderwel. Het had zegge en schrijve drie uur gekost, maar dan heb je ook wat.

Dochterlief en schone zoon stuurden foto’s door van hun werk in onze tuinen. Ze hadden de drie wilgen gesnoeid. Super. Wat was ik daar blij mee. Nu kunnen we volgende week aan de tuin zelf beginnen en die klaar maken voor de bloei. Zin in, net als nu het balkon, dat opgeruimd en fris oogt. En ik fluister mijn vermoeide spieren als opkikkertje toe: Loon naar werken.

Overpeinzingen

Hemels, echt waar

Ik was al heel lang niet meer in dat ene Zweedse warenhuis geweest en gisteren wist ik weer waarom. De eindeloze afstanden die je er dient te lopen en de overvloed aan producten maken dat het voor iemand met wat zuurstof te kort hier en daar bijna niet te doen is. Niet in de laatste plaats omdat er ook nog van allerhande luchtjes rond hangen die belemmerend werken. Gelukkig zijn er wel steeds objecten waar op uit te rusten valt, bankjes of verpakkingsdozen, krukken, bedden enzovoort. Het was sneu dat het enige waar ik voor ging al vijftien jaar niet meer in de handel was. Rieten rolgordijnen. Waarom eigenlijk niet, vroeg ik me ondertussen af en keerde onverrichter zake terug naar huis, omdat het werk op de tuin al een nodige tol geeist had.

Alle takken zitten in zakken, op een bodempje in de kruiwagen na. Heerlijk om dan verder te kunnen, al moeten er nog wel drie wilgen geknot en zijn we eigenlijk al te laat. Voor de rieten rolgordijnen ga ik vandaag mijn geluk beproeven bij een woonwinkel in het aangrenzende stadje. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Vanmorgen vroeg was er en mals regenbuitje. Dat wist ik omdat om vier uur mijn biologische wekker afging en ik klaar wakker was. Dan maar mijn Hongaarse lessen erin en daarna nog een tukkie, en zo geschiedde. Het werkt altijd.

De biografie van Huygens vordert gestaag. Baruch Spinoza kwam in beeld met zijn filosofie en zijn geslepen lenzen. Wat opvalt uit die tijd is het feit dat men overijverig bezig is elkaar troeven af te vangen omtrent de diverse uitvindingen die gedaan werden. Wat zou er gebeurd zijn als deze grote geesten waren gaan samenwerken met elkaar. De ontdekking van de microscoop door van Leeuwenhoek opende een totaal nieuwe wereld, waarin waterdruppels een veel grotere werkelijkheid ontsloten dan ooit bedacht. In die zin lijken al die experimenten en onderzoekingen op het Jenaplan onderwijs. Door te blijven vlassen en verbanden te leggen kom je tot geheel nieuwe ervaringen. Wat op die manier verkregen wordt, blijft bij de kinderen veel langer hangen. Het was net als toen ik rondliep op de zolder van Huygens vorige week. Als je de door hem ontworpen slinger daadwerkelijk hebt gezien, beklijft het.

Voor maandag heb ik al een lunch bedacht die ik vandaag kan voorbereiden. Morgen en maandag is er zeker geen tijd meer en vanmiddag ga ik het balkon aanpakken, als ik tenminste slaag voor mijn rieten rolgordijnen, want de kleintjes ga ik tussen de spijlen van het balkon vlechten en de rest komt aan de buitenkant voor het raam te hangen. Heerlijk koel en sfeervol als de zon er de hele middag pal op schijnt, zoals dat hier aan de hand is.

Lief belde gisteren en is erg in zijn nopjes over de vorderingen die hij in de Hof maakt. Hij is nu de citadel aan het vrijmaken van grassen en onkruid en hij heeft een ‘natuurlijke’ vogel-observatiehut bedacht. Ik ben zeer nieuwsgierig. We tellen de uren en de dagen. Het enige wat ik vurig hoop, is de aanwezigheid van de vele nachtegalen in de lente. Vorig jaar zaten ze voornamelijk bij de buren verderop. Het is hemels om te kunnen werken in de Datsja met het welluidende gezang door het open raam. Het jaar ervoor zaten ze in de boom vlak voor het atelier. Hemels, echt waar.

Overpeinzingen

Ik rust op mijn lauweren

In de nieuwe Zin staan 9 ideeën voor de Kunst van Tijd maken. Direct de eerste kwam al goed binnen. Dat had ik dus moeten doen bij alle werkdruk in het onderwijs. Misschien was het dan allemaal een tikje makkelijker gegaan. Het is eigenlijk heel simpel. Ze geven als advies: Begin elke dag met drie vragen. Wat moet ik doen? Wat wil ik doen? Wat kan ik laten? Vooral in een werksfeer zal het goed van pas komen, maar voor het vervullen van oma-taken of tuin-taken is het ook een goeie remedie.

In de tijd dat ik een tikkeltje te veel hooi op mijn vork had genomen en derhalve een aantal weken thuis zat, had ik vooral veel steun aan het boek The artist’s way van Julia Cameron. Er stonden op z’n Amerikaans een aantal afspraken met jezelf in, waar ik geheel en al op een vrijelijke manier en passend bij mijn omstandigheden toen, vorm aan had gegeven. Een ervan heb ik ervaren als zeer helend. Dat was het gebruik van de camera, die heette toen mijn kunstenaarsoog en legde alles vast wat me opviel maar waar je normaliter aan voorbij zou lopen. Een stukje schors, een wolk, de zon in het water, het verdorde blad van het Groot Hoefblad. Ook strelend voor mijn hart was het kunstenaarsafspraakje met mezelf een keer per week. Daar koos ik een wonderschoon natuurgebied, een bioscoopbezoek, een museum, of een stedentrip voor uit, dat ik afbakende door bijvoorbeeld één bepaald mooi doek te gaan bewonderen of één bepaalde winkel. Daarbij ging het mij vooral om de schoonheid en de emotie dat iets of iemand oproept en mijn reactie daarop.

Zo leerde ik, naast wekelijks een gesprek met een psychotherapeut, om weer bij mezelf te komen. Door te veel druk op de ketel loop je het gevaar om jezelf volledig te verliezen. Bij mij was dat door allerlei omstandigheden gebeurt. Het leed was al geschied. De adviezen van deze rubriek zijn bedoeld om juist te voorkomen dat je er door heen zakt. Aan die eerste drie vragen had ik daadwerkelijk wat gehad.

Vandaag is er een groot wildfeest met de tweeling en de kleinzoons, een echte mannenaangelegenheid dus. Beiden hebben een abonnement op de Amersfoortse dierentuin en ik mag tegen een gereduceerde prijs aanschuiven, iets wat me niets kost, want zoonlief die het kaartje regelde, wil van een tikkie niets weten. Het enige wat moet, is een dwingend klokje. De oudste gaat van tien tot twaalf uur, wij ook, maar de jongste met de drie rakkertjes en ik blijven dan langer. Opnieuw een vroeg-op-dag, wat met dit prachtige weer geen straf is.

Het is een echte familieweek aan het worden, want afgelopen dinsdag was de oudste dochter komen helpen op de tuin en hebben we in een kleine twee uur alle takken tot staken gewerkt. Vrijdag valt er dus vooral schoven te maken en oud hout in zakken te doen om ze in de compostbak van de werf weer uit te kunnen schudden.

De kofferset is binnen. De arme man had ze alle trappen op gesjouwd en ik had geen baar geld om hem daarvoor een fooitje te geven. Dat bracht het schaamrood op de kaken. Ik ga toch maar weer als gewoonte een paar briefjes in de knip houden.

Terwijl ik dit typ bedenk ik me tegelijkertijd dat ik rustig op kan starten, kopje koffie, mijmeren, wat lezen, wat schrijven, wat lummelen en dat al die anderen nu allang druk zijn met ontbijt maken, kinderen uit hun bed plukken, wasjes draaien, tienuurtjes klaar maken, het grut aansporen om sneller te zijn en al die tijd is het hier een zee van weldadige kalmte. Relativeren van je eigen ‘drukte’ is ook een belangrijk hulpmiddel. De hele wereld is druk en ik rust op mijn lauweren.

Overpeinzingen

Tot die tijd gaan we los

Zeven uur daadwerkelijk opstaan, douchen en al die andere ochtendrituelen uitvoeren voelt inderdaad veel vroeger dan om vijf uur in alle rust kantoor houden op bed. Tjonge, jonge. Net weer thuis van een enerverend maar hééél gezellig ochtendje.

Scherp op de klok bij zoonlief voorgereden. Hij moest het ingewikkelde autostoeltje erin zetten, want daar zijn tegenwoordig veel toeters en bellen voor nodig. De kleine Njong

Hij had er zin in, maar ik vermoed vooral in het ritje met oma’s nieuwe auto. Onderweg ontpopte hij zich als een ware observant. Niets ontsnapte aan zijn aandacht, auto, bal(bij de lege voetbalvelden), schip(in het kanaal)hijskraan. Bij het afslaan knikte hij steeds, en zei telkens: ‘hier, niet daar’ en wees dan naar de eventuele tegenovergestelde afslag.

Dankzij de werkzaamheden in het centrum werden we om de stad heen geleid. Eigenlijk veel beter en sneller. Rondweg op en huppetee, bijna vlak voor de deur. Ik hoefde geen parkeergeld te betalen en was hogelijk verbaasd. Utrecht is een parkeergeldvreter. Later bedacht ik me dat de straat misschien alleen voor vergunninghouders was. Dan maar hopen op een gelukkig gesternte.

Het gebouw stond aan de voorkant in de steigers, maar het is een heerlijke plek, theater Zimihc in Zuilen. Pal op de zon, mooi terras, Binnen een fijn theater, moderne opzet, en ruime speelgelegenheid voor de kinderen. Op elke tafel kleurplaten en de doorgaans bijbehorende potloden zonder punt of de te harde vetkrijtjes voor 2+. De ouders waren vooral druk aan het kleuren en de kinderen huppelden vrolijk rond. Dat kan in zo’n gemoedelijke tent. De man achter het buffet, lang en breed gepensioneerd, deed onverstoorbaar waar hij voor aangenomen was en bemoeide zich absoluut niet met het grut. Wel stonden er uitnodigend kleine Utrechtse spritsen op de tafeltjes.

Verbazingwekkend. Ik heb een kleinkind dat op zijn stoel blijft zitten en braaf mee kleurt. Geweldig. Toen het tijd werd om naar binnen te gaan wandelden we in de bonte stoet mee en vonden nog net een plekje aan de zijkant. Op een poefje voor me wilde hij niet zitten, maar wel op schoot. Het was dan ook al tamelijk donker in de zaal met het verlichte podium ervoor. Altijd even wennen voor de kleintjes. Veel toneelgroepen beginnen met groot licht tegenwoordig, dan is het minder eng.

35 minuten lang zat de kleine pork met open mond en geboeid te kijken, af en toe moest hij zich vergewissen of de schoot nog daadwerkelijk die van oma was en dan volgde hij opnieuw geboeid de man op het podium. Veel licht en geluidseffecten, of door de helper zelf gemaakt of door de techniek en er piepte, flikkerde en draaide veel.

Toen het afgelopen was en het (jammer, jammer) vooral niet de bedoeling was dat de kinderen in het decor zouden lopen, kregen ze nog een plaat vaneen raketje van de acteur en begon hij aan de grote klim over de moderne trap. De verrassing was groot, want boven aan de trap stond zijn Mama Anni, wat het Molukse woord is voor peettante, mijn tweede dochter, die in de buurt woont en een bakkie kwam doen. Gezellig.

Na een half uurtje moesten we op huis aan, want Omi, zijn andere oma, zou thuis op ons wachten om zijn zus op te halen en stiekem had ik al bedacht dat het handig was hen dan te rijden, omdat Njong ongetwijfeld in slaap zou vallen. Met dikke zoenen en helphanden voor het stoeltje en om te hijsen namen we afscheid van elkaar. Dag lieverd tot spoedig.

Inderdaad, onderweg met het soezen van Agaath viel hij bijna in slaap, maar gelukkig nog net niet. Zuslief ophalen met Omi en een en al vreugde om elkaar weer te zien na een hele ochtend. En thuis direct een appje van andere zoonlief. Morgen met de drie naar de dierentuin en Njong en zijn vader gaan ook mee. Druk, druk, druk maar zo heerlijk. Over drie weken gaat de retraite in om bij te tanken en tot die tijd gaan we los.

Overpeinzingen

Er in geloven dat het vruchten afwerpt

Vanmorgen was het vroeg dag. Nergens om, of misschien wel omdat er voldoende slaap in was gegaan. Half vijf is een mooie tijd om de dag te beginnen. Gisteren waren er beloofde pakjes en Lief zou bellen. De handgrasmaaier heeft het begeven. De lieve schat kent zijn eigen spierkracht niet. Hij doet wel altijd of dat enorm aan het afnemen is, maar dat valt reuze mee met al het gesnoei, gemaai, gehak en geschoffel. Daarbij vergeleken is mijn meditatief geknip der takken een peuleschilletje. De grote stofzuiger heeft het ook begeven, maar de kleine Stoffie, de accuzuiger, houdt met gemak de zolder in bedwang, vertelt Lief. Ze wilde zelfs al aan de enorme achterzolder beginnen. Daar heeft hij een stokje voorgestoken, want het martertje heeft er nog altijd een schuilplaats. Het diertje had zelfs een vogeltje te grazen genomen. Het woeste buitenleven. Het is één van die dingen en hoort erbij. Ook de mieren waren weer in opmars. Maar met het poetsen van de vensterbank met schoonmaakazijn heeft hij ze rechtsomkeer doen maken, daar houden ze niet van. Degene die binnen waren met een stoffertje omzichtig opgeveegd en in de tuin gezet. Tegenwoordig kunnen we geen vlieg meer doodmaken.

Mijn nieuwe rugtas is binnen en eigenlijk zit deze veel beter op mijn rug dan de vorige. Die hangt meer en trekt derhalve harder aan de schouders. Eindelijk heb ik ook een vervanging gevonden voor mijn oude harembroek van viscose. Een vergelijkbaar exemplaar, broodnodig voor het gemak. Ik ben nou eenmaal geen strakke broekenfan. Nooit geweest overigens.

In de vroege ochtenduren valt er veel schoons te genieten. Zonsopgang in de flat aan de rand van de snelweg en nu met het fenomeen maan langszij. Heel bijzonder. Ze verdween pas heel laat, zo tegen zevenen. In de lucht speelt zich ook van alles af. De reiger met haar karakteristieke vorm, de poten en de staart als in een perfecte pirouette, gracieus snelheid makend, Dolly duif met de borst voor uit, de kauwtjes in vliegende vaart in een wedstrijdje, en de pimpelmees op en neer en op en neer. Tegen de langzaam verkleurende lucht naar zalmroze een prachtig schouwspel.

Voor de reis heb ik toch maar eens een kofferset aangeschaft. Een koffer voor alle kleding en een voor het hotel, met boeken , tekenspullen, toiletartikelen en wat kleding. Geen gesjouw meer, maar compact op reis. Ik wil nog wel de baklijsten voor de schilderijen aanschaffen, anders blijft het gerommel in de marge. Vernissen en inlijsten is een dingetje bij mij.

Morgen ga ik met de klein Njong naar een theatervoorstelling voor 2+. Het duurt maar 35 minuten, maar ik moet vroeg op pad. Om tien uur begint de voorstelling al. Gisteren zag ik ook dat de Gorgels in de Kom zouden komen, maar alleen de zaterdag om 19.00 uur was nog vrij. Dochterlief, Dribbel en ik gaan nu zondag in Tiel. Ben zo benieuwd.

Gisterenmiddag ben ik toch nog even naar de tuin gegaan, heb er de zon gevangen in het water en later op mijn toet en de buizerd bewonderd die laag, op huizenhoogte, overvloog en haar prachtige krachtige binnenkant liet bewonderen met haar waarschuwende schelle kreet. Takken lagen er nog genoeg. Nu zijn er weer een aantal kale staken toegevoegd aan het hek. Niet moeders mooiste, maar mooi genoeg. Op de terugweg had ik een geanimeerd gesprek met twee dames, die fanatiek en goed in hun tuin bezig waren. Het duurde niet lang of het gesprek ging de diepte in met als slotconclusie dat de mensheid vooral empathie nodig heeft en liefde in respect en met ruimte voor elkaar. Daar zijn we op de tuin met al die nationaliteiten al goed mee bezig, vonden we. En zo is het. Klein beginnen en er in geloven dat het vruchten afwerpt.

Overpeinzingen

Tijd voor verandering

En zo geschiedde. Ik had er zoveel zin in dat ik zelfs mijn vaatje vergat af te wassen. Schoenen aan, blos op en gaan, de zonnige kou in. Het was een uitermate geschikte dag om een buitenplaats te gaan bezoeken en zo dichtbij. Dat had grotendeels de doorslag gegeven. 39 minuten vanaf mijn voordeur naar het Huygensmuseum in Voorburg.

Radio aan en onderweg zwanen, eenden, ganzen, kieviten in het veld en hier en daar een verdwaalde ooievaar. Er was kalm verkeer en de reis ging voorspoedig. In Voorburg was het even zoeken omdat de afslag niet duidelijk was en meer borden niet, want ineens zat ik op een busbaan, oops, gauw maken dat ik daar wegkwam. Drie keer rondjes gereden en alsnog een plek gevonden. Hofwijck bleek eigenlijk naast het station te liggen. De aangrenzende snelweg had weliswaar een grote hap uit de tuin van de buitenplaats genomen maar als je stug vooruit bleef kijken had het nog immer een vleug grandeur van de oude tijd.

Bij aankomst nodigde het grote beeld van vader Constantijn en zoon Christiaan de bezoeker uit. Onder de poort was de entree naar een piepklein maar vol winkeltje en de kassa. Museum-jaarkaart opvissen uit de diepe beurs, maar nee, nergens te vinden. Hė, hoe dan. De vrouw wachtte af. Dan maar een donatie doen en gewoon de entree betalen. Over de brede laan met aan weerskanten een tapijt van narcissen en krokussen wandelde ik naar het huis dat ik herkende van de vele foto’s. Het oogde veel bescheidener, maar dat had te maken met dat verdwenen stuk tuin. Voor, rechts en achter viel er nog voldoende te kuieren. De cherubijnen aan het begin van de entree waren echt, maar de beelden van de gevel waren geschilderd. Evengoed zag het er nog indrukwekkend uit.

Zodra je binnen was kon je al niet om de grote slinger van Christiaan heen, die er in vol ornaat hing. Een gedekte tafel met veel fruit van het landgoed zelf was er, in plastic weliswaar, wat een klein jongetje vooral betreurde. Hij mocht een echte walnoot hebben van de vrouw die aanwezig was, maar hij wilde een glanzend rood kersje. Spekkie voor zijn bekkie. Dat kon niet en toen zijn broer moeiteloos het fruit wat er lag opnoemde, kweepeer, granaatappel, niet het meest voor de hand liggende, liet hij zich verleiden door het spinet,maar beheerste zich en botste prompt met zijn koppetje tegen een van de deurtjes van de secretaire.

Ik mocht doorlopen naar boven en keek nog wel even in de tussenkamers. Het huis was eigenlijk heel compact en zeker niet groot. Hier lagen de gedichten van Constantijn en hingen alle portretten uit de biografie aan de muur. Het was een wonderlijke gewaarwording om te lopen waar belangrijke geschiedenis was geschreven en het eigenlijk nog precies dezelfde sfeer ademde. De trap leek me vernieuwd, een wenteltrap van het zuiverste water, die onmogelijk hoog leek maar reuze bleek mee te vallen.

Die malle beelden die in een hoofd blijven hangen na het lezen van een boek. De zolder had ik me twee keer zo groot gedacht met een stethoscoop die bijvoorbeeld zo groot zou zijn als in de Utrechtse sterrenwacht, maar het bleek een veel eenvoudiger en vrij klein exemplaar te zijn. Waar ik heel bij mee was was de praktische uitvoering van de isochronie, een soort reusachtige knikkerbaan met twee balletjes, die ongeacht waar je ze inzette, beiden tegelijk door de deurtjes beneden rolden. Heerlijk die praktische eenvoud om de voorstelling in je hoofd volmaakt te krijgen. Ook de Laterna Magica voor huiselijk gebruik bleek net zo realistisch als wat in mijn hoofd zat omtrent dat onderwerp.

De vitrine kast met de holle en bolle lenzen, de verbeelding van de ring van Saturnus en nog veel meer was interessant. De lage balken, waar je moest bukken om eronder door te kunnen, aandoenlijk, en de sleetse vloeren evenzeer.

Een praatje met de enthousiaste mevrouw beneden, een boek over de bewoners van het pand en een boekje over de vrouwen(vriendinnen) die Constantijn hadden omringd, intrigerende en geschoolde vrouwen. Dat laatste bevestigde eens te meer dat onze geschiedenis in de boeken alleen door mannen is geschreven. Tijd voor verandering.

Overpeinzingen

Ik hou er van

Met drie jaar algebra en meetkunde zijn een aantal uitvindingen van Huygens nauwelijks te begrijpen. Ik zou willen dat er een knopje achter mijn oren zat waardoor er licht geschenen wordt op allerlei wiskundige en fysische vraagstukken, zodat het inhoudelijk inzichtelijk zou zijn. Helaas begreep ik de eerste syllabe al niet van mijnheer Link, mijn algebradocent en mijnheer Zeilstra, mijn meetkunde docent, toen ze de eerste keer hun mond open deden in klas 1B van de MULO in 1963. Daarna deed voornamelijk het dedain en het sarcasme van mijnheer Link de rest. Met ezelsoren tot in de wolken werd ik iedere keer voor het bord geroepen en bracht er nooit wat van terecht, wat me honend werd ingewreven door de beste man. Er ontwikkelde zich als vanzelf een hartgrondige afkeer en dat was een studie waard op zich, maar dan meer van psychologische aard.

Het worstelende derde jaar was goed voor eenaantal zware onvoldoendes en ik werd als vanzelf een alpha in plaats van een Beta. Nu ik de principes bestudeer die Huygens hanteerde in zijn tijd, had ik het nog beter willen kunnen begrijpen al lukt het wel, door er praktische beelden bij te bedenken en zijn er tekeningen na te pluizen om er een voorstelling van te maken. Gisteren liep ik dertig bladzijden achter. Nu zijn die ingehaald en kan ik voort. Wie weet wat het oplevert. In ieder geval ben ik een beetje wijzer geworden wat betreft isochronie, uurwerkmechanieken in het algemeen, centrifugale kracht, berekeningen van het toeval in wiskundige berekeningen en de Laterna magica. Tegelijk zou ik het nog beter willen doorgronden. Er zit niets anders op om naar het Huygens-museum te gaan in Voorburg, waar Huygens zijn eerste bevindingen deed op zolder en die bewaard zijn gebleven. In ieder geval is de verwondering over deze zaken gewekt.

Een appje van zoonlief die met de kleine Njong langs wilde komen. Altijd gezellig. Wel mijn leeswerk naar een later tijdstip verkassen. Geen enkel probleem. Verder ligt de dag nog maagdelijk voor me. Knuffels voor beiden, warme knuffies terug. De mand met autootjes in de aanslag, spelletje kleur sorteren met de vele kleurtjes auto in de mand, maar snelheid wint het. Welke kunnen rijden en welke niet. Foto’s kijken op oma’s fotogalerij is ook leuk en filmpjes zijn ronduit spannend. De boekjes waren goed voor even aandacht vast houden. Erich Carle hield minder lang de aandacht dan Dikkie Dik. Met boven een kusje geven aan oom, een praatje met de menspop Greetje en een rondje rond de zuil na het doosje rozijnen, werd het tijd voor de kleine man om te gaan slapen in zijn eigen bedje. Jas aan, muts op en de winterkou in, ‘Dag oma, daaaaag.’ met knuffeltjes, zwaaien en voetstappen op de galerij.

Extra stil is het huis als alle geluid ineens wegvalt. Tijd voor het wetenschappelijk gezelschap en iets later voor de boodschappen.

Ineens is er een lumineus idee. Het Huygensmuseum is hier zegge en schrijve 39 minuten vandaan. Het is zondag, niet al te druk op de weg en de zon schijnt uitbundig. Een uitgelezen moment eigenlijk en voor ik het weet is de beslissing genomen. Op naar de zolder van Christiaan Huygens. Heerlijk, die spontane oprispingen. Ik hou er van.

Overpeinzingen

Meerwaarde geven aan het leven zelf

Dribbel had zo zijn eigen ideeën over Jezus, sinds hij op een Christelijke school zit hoort hij nog wel eens het een en ander. Hij maakte gisteren de opmerking dat Jezus eigenlijk wel een beetje de blauwe pet op had. Zijn moeder vroeg waarom. ‘Omdat hij de hele tijd zegt wat iedereen moet doen,’ beklaagde zoonlief zich. ‘Hij zegt de hele tijd, maak de wereld mooier, doe lief’. Vanmorgen belde dochterlief en hij zat ernaast. Dus vroeg ik hem of dat dan niet goed was, als de wereld mooier en liever zou zijn. Maar daar had hij ook wel een antwoord op. ‘Iedereen mag dat toch zelf weten.’ Een ding is zeker. In dat lieve hoofdje draaien de radartjes op volle toeren en hij is om de dooie dood niet bang om een eigen mening te ventileren.

Tuinaarzelingen zijn er voldoende geweest, deze week. Het komt door de kou en de buitjes tussendoor. Geen zin om nat te werken. Het maakt mijn spieren stijf, de motoriek van de vingers wrokkig en mijn lijf vindt het onaangenaam. Je kan je er op kleden, hoor ik fluisteren in mijn brein. Ja hoor, dat weet ik wel, maar met die ouwe dunne huid houdt een mens geen warmte meer vast. Het verdwijnt als de zon door de sneeuw(in een variatie op een thema). Lief ploetert in Verweggistan met eenzelfde probleem, zij het dat de hemel daar een ware zondvloed uitstort over het koude land. Geen eer aan te halen en geen land mee te bezeilen. Het is er trouwens nationale feestdag omdat er een revolutie herdacht wordt van lang geleden. Gelukkig had hij gisteren boodschappen gedaan want niets is open. De schoolkinderen uit Pécs kwamen met hun koffertjes massaal met de bus naar huis om daar de feestelijkheden mee te maken.

Column van Stef, oude foto opgestuurd van ons met drie van de vier kinderen en een goede vriend, rijstvelletjes met verse groenten, zo goed als volle maan door het slaapkamerraam.

Vandaag dus een leesdag invoegen. Dat kan, alles ligt nog open dit weekend. De nieuwe Zin is gekomen en dat betekent een overpeinzing van Stef Bos, die altijd prikkelt tot nieuwe gedachten. Dit keer beschrijft hij hoe een stadsgenoot van zijn oude geboorteplaats overleden is en dat hun verwantschap was dat beiden zich als een vreemde eend in de bijt voelden, toen en toen en daar en daar. Er was een reünie van hun oude school en er was aan Stef gevraagd om iets te zingen. Maar met tweeduizend oud-leerlingen in de hal was er geen beginnen aan om er bovenuit te komen. Waarop deze vriend opmerkte: ‘Stef, maak dat je wegkomt. Dit zijn niet de omstandigheden voor datgene wat je schrijft en zingt.’ Waarop Stef nu bij het overlijden van zijn plaatsgenoot zich voornam, met dit fragment voor ogen, om die stem van de vriend mee op reis door de tijd te nemen, voor als hij ergens zou zijn, waar hij eigenlijk niet zou moeten zijn. Een mooi staaltje van ombuigen is dit. De waarde van deze sporadische ontmoetingen uitvergroten tot een bezinning door daarmee de vriend een waarde voor de eeuwigheid toe te kennen. Dat is nog eens zinvol sterven. En tegelijk het idee voor onszelf, dat we soms onmerkbaar, soms bewust, waarde toevoegen aan anderen en zo meerwaarde geven aan het leven zelf.

Overpeinzingen

In de vergetelheid

Omdat ik officieel altijd de verjaardagen van twee van de drie rakkertjes van zoonlief en schone dochter mis, was er gisteren een voorbank van tante Agaath volgeladen met presentjes. Een kleine mini-gorgel, Hobba, aan een sleutelhanger, het laatste deel van de Gorgels, namelijk ‘De Gorgels en de Laatste Kans’, dat zich afspeelt in het Hoge Noorden. Er zat ook een kleurboek bij. Dat was allemaal voor de lieve Krummel, de oudste van het stel. Voor zijn middelste broertje een zwart stokpaard met mooie blauwe ogen, dat kon hinniken en voor de benjamin, tante Betje, die ik zo noem omdat ze zo ondernemend is en de kaas niet van haar brood laat eten, een lieve kangeroe-knuffel met baby in de buidel. Krummel vond in eerste instantie het zachte stokpaard veel interessanter, maar toen ik hem een stukje voorlas over de zeearend, de Brutelaars en de dappere Bobba en Melle ging de betovering in werking en wilde hij later nog meer horen.

Toen ik aankwam stonden zoonlief en de jongste twee net op het punt om Krummel van school te halen met het idee om nog even op het schoolplein te spelen met zijn vrienden. Het was koud maar omdat de zon volop scheen en al veel warmte gaf, was het er heerlijk. De BSO bleef eveneens, dus konden ze alledrie hun energie kwijt met stoeien en zandbakduiken, rennen en balanceren. Tante Betje had de glijbaan in het vizier. Er waren bankjes voor oma’s die moesten uithijgen. Zoonlief hield alles in de gaten.

Het werd een heerlijk middagje met al dat dartelende grut om me heen. Zoonlief haalde herinneringen op aan de vele knuffels die hij tot laat, als grote man nog, bij mij haalde. Dat was waar. Ooit was ik op mijn hoede, toen men heel strikt de regel op school wilde invoeren dat op schoot zitten niet meer mocht, maar als ik op die manier een kind geen warmte en liefde meer kon geven, zou een groep leiden ondoenlijk zijn, was mijn opinie. Een kind troosten in vertrouwen is het hoogste goed en ik was plaatsvervangend kwaad op al diegenen die dat idee bezoedeld hadden, zodat het ons schier onmogelijk werd gemaakt. Ik ben altijd blijven troosten. De baken op de weg naar volwassenheid.

Schone dochter kwam thuis van haar werk en smeerde als een wervelwind haar liefde over de drie rakkertjes uit, kletste in rap tempo bij en ging zich toen omkleden om met vriendin naar een hip eettentje te gaan. Na het eten, dat er in ging als koek, liet ik de boel de boel, beloofde een snelle terugkeer en reed langzaam het keukenraam voorbij waar drie kleine kopjes en zoonlief stonden te zwaaien. Dag lieve schatten, het was hartverwarmend.

Vanmorgen in de biografie van Christiaan Huygens, heel boeiend vind ik persoonlijk, was er een opmerkelijke passage van een vriendin van de oude Constantijn Huygens, Margareth Cavendish, hertogin van New-Castle, die een opmerkelijk science fiction-achtig boek schreef in 1666: The Blazing World. Daarbij wordt de hoofdpersoon getransporteerd naar een nieuwe wereld met sprekende dieren, waar zij keizerin van wordt. Met haar kennis van zaken als dichter, schrijver en natuurfilosofe en het feit dat ze zich op een uitzonderlijke manier kleedt en lak lijkt te hebben aan de bestaande orde, zet ze een krachtig statement neer. Er is veel over terug te vinden op internet. Boeiende materie in deze Eeuw van Licht.

Schone dochter heeft het eerder gegeven prentenboek van de Gorgels weer gevonden en voorgelezen en nu is hij in de ban. Zo gaat dat met goeie jeugdboeken. Ik kijk er nu al naar uit om straks ‘Krekel’ van Annet Schaap te lezen, maar ik bewaar het voor Verweggistan, net als nog een stapel van vijf andere boeken. Mijn laatste aanwinst is het boek van Dieuwertje Blok. Ik kon het niet laten. ‘Dragelijke Lichtheid’, iets waarvan ze zelf doordrongen was als je haar sprankelende persoonlijkheid in acht neemt. Het zijn de tienerdagboeken van haar moeder, die ze heeft gebundeld. Het is misschien wel een antwoord op de vraag van de dochters en mij wat je met tienerdagboeken en hun kalverliefdes op iedere bladzijde moet doen en of het nog iets toevoegt of beter maar verdwijnen kan in de vergetelheid.

Overpeinzingen

Waar een beetje zonlicht al niet toe kan leiden

Na uitgebreid wikken en wegen kon de knoop worden doorgehakt. Geen tuin vandaag, gezien het wat wisselende weerbeeld, maar eindelijk de film over het leven van Bob Dylan, ‘A Complete Unknown’ gaan zien. Op het moment dat de beslissing was gevallen begon de zon uitbundig te schijnen. Niets veranderlijker dan het weer.

Alles was goed uitgeplozen en het besluit om naar Pathe, Leidsche Rijn te gaan, leek logischer dan een van de oude filmhuizen in de stad op te zoeken. Op de website stond dat hij om kwart over twee zou draaien. Check check en dubbelcheck.

Het Berlijnplein ontlokte een glimlach. Ach ja die heerlijke dagen in Berlijn met lief aan mijn zij. Het leek alweer zo ver weg. Deze omgeving leek in niets op de prachtige naamgenoot. Als paddestoelen uit de grond waren er torenhoge gebouwen rondom verrezen en daardoor oogde het niet meer zo majestueus als in het prille begin, toen nog temidden van de lege vlakten met alleen het enorme bioscoopgebouw. Er waaide een schrale wind.

Bij de ene kassa die open was, was er ontkenning. Sorry, de film draaide niet. ‘Wel dan staat het verkeerd op de website’. ‘Heeft U misschien bij Pathe Rembrandt gekeken.’ ‘Nee, wis en drie niet.’ Nou dan kon ik daar nog naar toe, want die zou later draaien. Ik bedankte voor die mogelijkheid en ging spoorslags op weg naar huis. Wat jammer. Inmiddels zo op verheugd. Achteraf toch maar goed, want ik was vergeten mijn parkeer-app aan te zetten. Een geluk bij een ongeluk.

Dan maar verder lezen in het boek van Tamsin Calidas: ‘Ik ben een Eiland’, dat zich ook heel filmisch aan mijn oog voltrok. Halverwege vorige week werd een en ander te somber en verdween het boek naar de tweede plaats. Bovendien werd het de hoogste tijd om aan de biografie van Christiaan Huygens te beginnen. Het boek las opnieuw vlot weg, al was het nog steeds even zwaar en er sijpelde in mijn achterhoofd de vraag binnen, waarom iemand een dergelijk zwaar leven verkiest, want dat is het. Stroperige omstandigheden, onvriendelijke of soms ronduit venijnige eilandbewoners, grove omgangsvormen. Het zet aan het denken. Hoe komen we erbij om keuzes te maken die niet de meest rooskleurige in het leven zijn. Wat is de meerwaarde ervan. Haal je er verrijking uit, buiten de verdieping in de natuur of ben je alleen maar aan het bewijzen. Vraagtekens cirkelen boven het boek en ik zoek tussen de zinnen door naar de antwoorden.

Zoonlief appt om een afspraak te maken voor vandaag. Graag. Ik heb de kinderen door alle virussen al te lang niet gezien. Zo meteen is oma uit beeld. We gaan de oudste ophalen van school. Fijn omdat het zijn nieuwe school is, waar hij gewaardeerd wordt en lief gevonden. De broodnodige erkenning dus, waar het bij de andere school aan ontbrak. Zo belangrijk in dat jonge leven.

Straks videobelt Lief. Hij heeft er twee dagen ‘pas op de plaats’ opzitten vanwege de aanhoudende regen, maar nu schijnt de zon en is het aangenaam zacht, rond de 18 graden.

Ik ontdekte gisteren dat een van de buitenplaatsen van Vader Constantijn Huygens, dat Hofwijck heet en dat in 1642 gebouwd werd, nu een Huygens Museum is. Het is dus nog steeds in tact. Het ligt in Voorburg en ziet er nog precies zo uit. Een vaste collectie is ‘De Eeuw van Constantijn’, maar mijn grootste belangstelling gaat uit naar eveneens een vaste collectie op zolder en die heet:’Christiaan onder de sterren’. Het lijkt me een verrijking om al die voorwerpen waarmee Christiaan heeft gestoeid, nu in het echt te mogen aanschouwen. Er hoort ook nog een Notarishuis bij op een lokatie in de stad. Eens kijken of er voor de bijeenkomst een bezoek te plannen valt. Dat zou toch mooi aansluiten.

Gisteren bij mijn tocht ontdekte ik dat de boom naast de flat ineens helemaal in bloei stond. Dat blijven toch wonderen der natuur. Waar een beetje zonlicht al niet toe kan leiden.

Overpeinzingen

Al was het maar voor eventjes

De zwarte kat van de bewoners aan de overkant van onze flat heeft een sluiproute naar ons balkon ontdekt. In de nachtelijke uren klimt ze omhoog in de prunus, die in de tuin van onze onderburen staat. Vandaaruit kruipt ze het balkon op en installeert zich, als een volleerde Jakkepoes, tegenover de potten rechts en loert en krabt en mauwt en loert en krabt en mauwt, tot in het oneindige.

Waarom ze dat deed, werd gisteren duidelijk toen zoonlief ineens de balkondeuren opende en naar buiten stoof om de potten links naar voren te trekken. Muis gesignaleerd en wel twee stuks. Ik ben niet benauwd voor muizen buiten, zolang ze daar blijven. Toch was er sprake van opluchting toen de wit/zwarte Minoes van hiernaast haar weg zocht naar de potten rechts en ineens met een gevulde bek waar nog een staartje uitstak triomfantelijk naar haar eigen terrein terug wandelde. Beet! Leven en laten leven is niet het motto van moeder natuur als het zo uit komt. Haar jachtinstinct is breed ontwikkeld, want ze struint altijd buiten in de bosjes naast de flat. Van de week toch maar eens grondig het balkon vegen en geen vogelzaad meer op de grond strooien.

In een van de oude Mensenkinderen die hier keurig op een stapeltje liggen, vond ik het stukje wat de hoofdredacteur bij mijn afscheid heeft voorgelezen. Het is het slot van een stuk over de door mij geschetste eigen tijdlijn qua natuurbeleving. Het begon ooit in de Amandelstraat onder de perenboom en naast de forsythia van het postzegeltje stadstuin en het eindigde via het landje aan het eind van de poort, de sloot langs de Thorbeckelaan, de kabouter-kampen, de vakanties in de bergen en de vakanties in Hombourg bij het zinkviolenveldje in Belgisch Limburg.

Citaat: Het zinkviolenveld waar we eigenlijk niet mochten zijn, bracht een lome schoonheid mee, met de kabbelende beek en een zee aan geel/wit wuivende bloemen. Daar speelde de nietige wereld van de insecten, die namen kregen en zich uitgebreid lieten bewonderen in hun schoonheid en eigenzinnige gewoonten. Dankzij de verbeeldingskracht en de meesterlijke vertelkunst van mijn oude wijze vriend leerde ik met mijn kinderen alles van wat de natuur te bieden had. De wereld ging open tot in de kleinste spleten en kieren van beemd en wei en werd wortel voor wortel en blad voor blad steeds meer van ieder die hem horen wilde. De wind nam zijn verhalen mee omhoog naar de sperwers en buizerds, de kiekendieven en de valken. Het leven ontsloot zich in al haar natuurlijke schoonheid en wij wisten ons een bescheiden deel van het geheel. Het was een week waar een jaar op te teren viel Zingend togen we naar huis, de oranje Renault 4. Afgeladen vol met kind en kennis voor het leven tot aan het hier en nu. Tot in de eeuwigheid.

Het was inderdaad een pareltje van natuurbeleving, die hele dag in de zomerzon, met de kinderen die dammen bouwden in de beek en een hele weide vol met wuivende gele bloemen. Alles wat te warm was ging uit. De kinderen stonden met hun blote voeten in de beek en hun stemmetjes klommen hoog tegen de omringende bomen op, terwijl ze een beverdam maakten met de platte stenen in het heldere koude water.

Er zijn foto’s van maar het staat veel levendiger en natuurgetrouw (letterlijk en figuurlijk) in mijn hoofd gegrift. Inderdaad. Momenten voor de eeuwigheid. Soms zou je willen dat je terug kon reizen, al was het maar voor eventjes.

Overpeinzingen

Een pas op de plaats

Vooraan bij het tuinencomplex waren enkele mensen hard aan het werk. Als je ziet wat voor werk erbij komt kijken om een goed resultaat te boeken, dan waardeer je het product. Bloed, zweet en tranen, zou je kunnen zeggen. In de winter wordt er aangeaard, eventuele kwetsbare gewassen afgedekt en als de oogst binnen is gehaald blijven de tuinen in de winter kaal om in de vroege lente weer omgeschoffeld te worden. Zwaar handwerk in onze zompige grond. Een aantal tuinen waar ik langsloop zijn weer bedekt met verse lagen grond en rijtjes frisse groene planten. Al dan niet tegen haas beschermd door gaas.

Sommige liggen nog afgedekt en wachten op wat komen gaat. Het grootste obstakel voor de tuinen achteraan is het vervoeren van de benodigdheden. Een zak aarde is al een heel gewicht. Takken of onkruid afvoeren is mijl op zeven en daarom proberen we naar manieren te zoeken om alles wat van de wilgen afkomt naar behoren in te zetten in een nieuw proces. Gevlochten hekwerk bijvoorbeeld. Maar de lange staken van tweejarig hout wat nu van de vier wilgen is afgekomen is voor mooi bijna onhandelbaar met haar dikke stammetjes aan het uiteinde. Toch ploeter ik met de eerste staketsels naar de achterkant van de tuin om daar langs staken en stammen de eerste aanleg te vlechten. Het knippen tot staken is een rustgevend en mediterend werk, vooral als het begeleid wordt door vogelgezang. Gestaag verwerk ik de dunne twijgen tot een stapeltje te behappen exemplaren die straks tot schoven samengebonden worden.

Om een nieuw hekwerk te vlechten moet het oude vermolmde geval verwijderd worden. Die kunnen straks naar de compostbak op de stort. Ik ploeter voort. Staken twee aan twee naar achter sjouwen, verwerken en opnieuw. Stoelen om uit te rusten op de gehele route. Steeds even zitten en daarna door. In mijn hoofd het lied ’It’s just a perfect day’ van Lou Reed. Dat maakt het moment als vanzelf goed. Buizerd cirkelend in de lucht. ‘Ha lieverd ben je er ook’ dicht ik de vader van de kinderen toe, die voor mij altijd is verzinnebeeld in de aanwezige roofvogels, de haviken, valken en buizerds op de tuin.

Het achterste stuk wil niet goed vallen bij het vlechten. Het komt omdat een onuitgenodigde vlier zichzelf op een plaats heeft gewurmd tegen de kers aan, star en onbuigzaam. Improvisatie en niet helemaal tevreden met het resultaat, maar later weer te verhelpen.

Ik mis Lief en onze samenwerking daarin, hij het hele zware werk en ik dat wat behapbaar is. Ik pep me op met de gedachte aan de vrouw op de derde tuin van onze rij die met haar volwassen zoon met zijn beperkingen alleen haar hele grond omspit en moestuinklaar maakt, in haar eentje, terwijl de jongen aan een tafel zit. Ze is altijd vriendelijk, lachend en groetend, altijd voorovergebogen naar de te bewerken grond. Toewijding en volharding zijn de juiste woorden.

Tegen de tijd dat het kouder wordt en de oude vermolmde delen in de kruiwagen zijn opgehoopt, kan je aan de stapel nog niet bewerkte wilgentakken niet zien dat ik er al zoveel geslecht heb. Het hek oogt dankbaarder tegenover die zware klus. Zo goed en zo kwaad buigt ze zich wat golvend om de staken heen, hier en daar gesteund door de wilgen zelf. Merel komt opvrolijken in de late middagzon en geeft een recital ten beste. Het Japanse zwaard gaat in het atelier, de mand met tenen ook, deur op slot met de sluitbalk en het hangslot en in rustige kalme tred naar Tante Agaath, die bijna moederziel alleen op me wacht. Vandaag is er een pas op de plaats.

Overpeinzingen

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet

De brillenverkoper van Rembrandt, een vroeg werk, geschilderd in 1624 toen hij 18 jaar was, is een van de serie van vijf allegorieën over de zintuigen van de mens. Een zigeuner probeert een echtpaar over te halen om een bril te kopen. Hij draagt een exotische tuniek en een tulband. Voor zijn buik hangt een kistje waarin allerlei brillen liggen. De man van het echtpaar wil feitelijk alleen een bril die op zijn bloemkoolneus past en de vrouw’s ogen zijn half gesloten. Ze steekt tastend haar hand uit, bijna blind of half blind, bril of geen bril.

Door die passage uit de biografie over Christiaan Huygens van Hugh Aldersey Williams in het hoofdstuk ‘Zand, Glas en Licht’ borrelen een paar beelden op. Tijdens een tentoonstelling van Caravaggio in het Centraal Museum van Utrecht een aantal jaar geleden, dwaalden vriendinlief en ik door de oude schilderijen heen op zoek naar brillen. Heerlijk om met zo’n onderwerp, naast de schildervaardigheden, je onder te dompelen in de geschiedenis. We vonden er een en later meen ik nog een. Men weet niet zeker wanneer de eerste bril werd uitgevonden, maar voor zover bekend was het in 1284 de Italiaan Salvino D’armate die voor het eerst en bril gebruikte. Dat moesten we opzoeken.

Het tweede beeld was mijn staaroperaties aan beide ogen, waarbij ik in het begin behoorlijk moest wennen aan de ronde randen van de lens(neem ik aan), omdat je daar tegenaan denkt te kijken. De blik is begrensd, zeg maar, net als bij een bril, waarbij je aan de zijkanten het montuur waarneemt. Natuurlijk went dat, maar het moment van de eerste keren staat me nog helder voor de geest en het heeft even geduurd voor het me eigen werd.

Gisteren scheen de zon volop en dat was maar goed ook want ik wandelde naar de tuin met mijn nieuwe Japanse zaagje, om de boel eens grondig aan te pakken. Dochterlief was al bezig in haar tuin. Ze wilde de doorgang realiseren tussen onze beide tuinen, maar eerst zou ze helpen met knotten van de wilgen. Ik had me weer soepel en jong gerekend, maar het zagen van een tak lukte al niet eens meer. Ik had de dunne twijgen kunnen knippen. Buurman had nog een handige hoogzaag en een scherpe schaar, met een les over hoe te zagen met een Japanse zaag.

De oudste dochter kwam met het hele gezin ook helpen. Dat wil zeggen, manlief zorgde voor een versgebakken appeltaart. De oudste moest leren voor school en de jongste dartelde tussen alles door. Zijn bevindingen: De grote schaar te groot, de kleine schaar te zwaar, dunne takken afknippen op de grond te saai en de glijbaan, de bal en de trampoline waren achteraf leuker. Zijn harde stemmetje als gevolg van de buisjes in zijn oren schalde door de stilte.

Ik posteerde mezelf op de stoel en begon alle dunne en iets dikkere twijgen van de afgezaagde wilgentakken af te knippen om kale staken over te houden waar ik weer een hek mee zou kunnen vlechten. De middelste kleinzoon hanteerde even voortvarend de voorhande zijnde zagen als zijn moeder en zijn tante. Met hun gedrevenheid spiegelde ik mezelf jaren jonger. Precies zó heb ik altijd gewerkt. Geen pauzes, één doel en verbeten voortgaan tot het is bereikt.

Er gingen vier kruinen aan gort tot mooie knotten. De berg takken voor mijn voeten zwelde aan. Nee, ik heb het niet gered om ze allemaal te slechten. Vandaag ga ik er mee door. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet.

Overpeinzingen

Maart roert zijn of haar staart in alle opzichten

Het mooie van zo’n happening als de mars is dat het nog zo lang na zindert. Het duurde even voor alle indrukken een plek hadden gekregen en ik in kon slapen. Alles wat je de wereld toewenst was aanwezig. De warmte van de zon en van elkaars aanwezigheid, blikken die elkaar kruisten, een glimlach op ieders lippen, de creatieve en humoristische of recht voor de raap borden die meegedragen werden, het scanderen wat een gevoel van verbondenheid bewerkstelligde, het joelen, het klappen, het uitpuffen op een van de bankjes langs de weg en de herkenning met andere dames op leeftijd, dolle mina’s van ooit en toen nu ook weer in eenzelfde hoedanigheid aanwezig, moeders die het beste wensten voor hun dochters en dochters die het strijden van de moeders hoog in het vaandel hadden, veel solidaire mannen, wat altijd fijn is om van die kant ondersteuning te krijgen, de grote verscheidenheid mensen in alle vormen en maten vreedzaam naast elkaar, geen onvertogen woord. In die zin kwamen we er een beetje bekaaid af in het journaal.

In Frankrijk was een groep radicale vrouwen met de vlag van Amerika over de ontblootte borsten, Hitlersnorretjes, hakenkruizen in die vlaggen, die fanatiek hun yel over het publiek uitstorten. Hier kon geen misverstand over bestaan. Geef ons een feminiene wereld in plaats van al die ultra conservatieve, ultra rechtse, denkers, de op macht en geld beluste witte narcisten, geef ons de vrijheid om zelf te beslissen. Het is een gotspe dat we in de jaren zeventig, vijfenvijftig jaar geleden, resultaat hebben geboekt en dat we nu weer terug zijn bij af.

Natuurlijk zijn we niet allemaal even fanatiek. Maar deze wereld van nu is onze wereld niet, dat wensen we niet voor de kinderen en de kleinkinderen.

Tijd voor een videobelletje met Lief. Hoe is het op het achterland en met de boze buurman. Die laatste houdt zich koest, maar de buurman vlak naast ons wilde wel helpen met de scheve Acacia die tegen de grens aanleunde. Hij kwam, zag en overwon met zijn loeiende cirkelzaag. Dat was een fluitje van een cent. Of hij die andere scheve boom ook om moest zagen. Nou, dat was niet helemaal de bedoeling. Scheef is per definitie niet opgegeven, wat ons betreft. Hij hielp met de stam in stukken zagen en Lief wilde er enkele palen van behouden om de afscheiding, die de buurman van zijn kant met lelijke golfplaten had gemaakt, af te dekken. Maar de rest van het hout was voor hem.

De beide dochters appten. Of we richting tuin gingen. Heerlijk, dat wil ik wel. Het weer leent zich er uitstekend voor. Met de Japanse zaag in de aanslag de wilgen aanpakken, eindelijk. De kleinkinderen zijn er ook bij. Misschien kunnen we aardig wat werk verzetten. Het veen waar de grond uit bestaat was na de regenmaand in december en januari aardig verzadigd. Eigenlijk zou ik wat scherp zand en humus er door moeten spitten. Of dat gaat lukken is de vraag. Misschien dat de jongens het kunnen sjouwen vanaf het tuincentrum. Et is ook nog kleurrijk bloemenzaad en wat oude papaver-en-klaprozen-zaaddozen.

De accu’s van de grasmaaier zijn nog in het atelier. Ben benieuwd of die inmiddels niet leeg gelopen zijn. Met de pimpelmezen gaat het goed. Ze bezoeken regelmatig het vogelhuisje. Ook op het balkon is het volop lente. Maar ik begrijp dat het volgende week weer een paar graden naar omlaag gaat. Maar roert zijn of haar staart in alle opzichten.

Overpeinzingen

Dit was hard nodig

Ik plof neer op de bank en kan geen pap meer zeggen, maar van mijn tenen tot aan mijn kruin zindert de energie nog na. Vanmorgen een versneld ochtendritueel. Koffie, kwark en medicijnen en gaan. Op weg met de bus naar Utrecht Centraal in een kalm tempo en wachten op de bankjes in het midden tot dochterlief, de filosoof, tante Pollewop en schone zoon.

We zochten de trein die in verband met werkzaamheden niet verder reed dan naar Zuid dus vandaar uit namen we de Metro naar het Rokin. Vervolgens was het nog maar een klein eindje naar de Dam, waar al veel mensen op de been waren en een enorm aantal duiven, die ook, in spectaculaire vluchten als er door de microfoon geluid kwam, hoog boven de mensenmassa heen zwenkte en waar de feministenmars zou beginnen.

Koffie had de prioriteit waar een hotel/restaurant weer goed voor was. We moesten geduld bewaren, want de Engelse bediening was niet heel voortvarend, maar de koffie, de choco, de fanta met veel ijs en de twee lattes waren dan ook niet te versmaden. Als je maar geduld bewaard dan heb je wat.

We stonden tenslotte op de Dam, de zon scheen meer dan uitbundig. De jassen konden uit. Er waren sprekers, er was muziek, waar we het inzingen als een van de weinigen ook van hadden gezien, en het werd heter en heter. Een grote verscheidenheid aan mensen sierden het plein met of zonder leuzen op karton gekalkt. Ik hou van mensen, bedacht ik me, terwijl ik de uitgelaten massa, die van tijd tot tijd in joelen en klappen uitbarstte, en zeker als er geeneen hetzelfde is. Vrouwen en solidaire mannen en de filosoof die van alles wilde weten. Wat is abortus, wat is verkrachting, wat is solidair. Niet altijd even makkelijk in een paar zinnen uit te leggen. Dochter had een rugzak aan geduld bij zich en de rest was voor later, beloofde ze.

Samen met dochter, hand in hand, deze hele happening mee te maken. Af en toe een bankje te zoeken, uit de brandende zon gehouden worden door onze kartonnen borden die dochterlief om hoog hield, of kleindochter. Soms wapperend om koelte af te dwingen. Hoera een trommel werd aangeslagen. Ja dansend voortbewegen is minder vermoeiden dan schuifelen. We scandeerden ook, soms was het niet helemaal duidelijk, dan joelden we maar wat. De toespraken waren fel, maar de sfeer was de gehele tocht er een die in een lijstje paste. Er waren onderweg wat auto’s die lang moesten wachten en daar wat ongeduldig bij werden. Het was inderdaad een enorme lange tocht die voorbij trok. Het leverde hem een uitgebreid gesprek met een van de meelopers op. Natuurlijk trokken de rubberen roze eileiders een zwijgend protest op van een aantal mensen die anti-abortus hoog in het vaandel hebben, maar de politie had ze in het oog en schermde ze af. Er werd natuurlijk met stemverheffing gereageerd op de foto’s. Daar zat men niet echt op te wachten.

Een bord: ‘Mijn moeder liep hier ook in de jaren zeventig’ sprak me aan. Dat is waar, beaamde ik. Ik hou niet van mensenmassa’s, maar heel erg van erkenning, respect en solidariteit voor vrijheid en vrede voor iedereen, in welke hoedanigheden ook. Prioriteiten stellen en dit was hard nodig.

Overpeinzingen

Op naar een volgend avontuur

Hoera, we hebben een kans op gezinsuitbreiding. De pimpelmezen doen hun best om van het vogelkastje hun thuis te maken. Nu maar hopen dat de wit-zwarte prinses van de buren geen kruip-door-sluip-door gaat spelen met haar hooghartige snoetje. Ze loert altijd vanachter het hekje op de afscheiding naar de lieve kleine nijvere vogels.

Truus is gepikt en gesteven en nu spic en span voor de omruilsessie. Het levert me een beetje pijn in de buik op. Ze heeft ons toch maar trouw twee jaar lang feilloos door berg en dal gereden en meer dan dat. We hebben wel heel bijzondere dwaaltochten langs beemd en veld met haar gemaakt. Ze heeft er nauwelijks averij door opgelopen.

Tijdens de wasbeurt ben ik in de auto blijven zitten om die fantastische foto’s te maken van de ronddraaiende lappen, het gebonk tegen de wieldoppen, het gekletter van het water. Afscheid van Truus in een tranendal. Nu staat ze afgetankt en wel te wachten. Ik probeer de tijd te doden met het schrijven.

Ik droomde vanmorgen van de nieuwe auto. De laadbak was zo groot, dat ik er vanaf de achterbank in kon springen. Maar ja, toen kon ik er zelf niet meer uit. Toen ik me afvroeg wat wijsheid was, werd ik wakker. Wat een grappige droom.

Krekel van Annet Schaap is vers van de pers binnen. Het is de opvolger van Lampje en volgens de recensies in dezelfde sfeer geschreven. Dat belooft wat. Ik had dinsdag voor de redactie van Mensenkinderen een grappige boekenlegger gekocht voor ieder. Een lezend mannetje, die je met de voeten omhoog uit het boek laat steken. Het is een koddig gezicht. Er waren zes pakjes, maar een van de doosjes was leeg. Gelukkig was er iemand verhinderd. Dus kon ik met het doosje terug naar de boekenwinkel. Het kereltje stak daar braaf in een boek als voorbeeld. Haha. Wat stom zei de trouwe verkoopster. Geeft niets, juist leuk zo’n intermezzo.

Gisteren was ik even bij zoonlief die me zou helpen met het interieur nog wat op te poetsen. De kleine Njong kan op het ogenblik niet buiten zijn vader. Hij zat achter het stuur, zonder de sleutel en zag zich zelf in de zilveren ‘H’ in het midden van het stuur. Hij gaf zich steeds kusjes, om dan met een verheerlijkte glimlach naar ons te kijken. Vandaag gaat hij met peettante naar het theater.

Omdat het morgen 8 maart en internationale vrouwendag is organiseert Simavi en Cinetree het Her Film Festival, omtrent Health, Empowerment en Rights. Het sluit mooi aan bij de feministenmars van morgen. Je kan je gratis aanmelden en je kan dan zes films over zes kranige vrouwen kijken. Vrouwen uit Italie, Chili, Amerika, Tsjaad, Spanje en Tunesië. Ik ben zeer benieuwd.

De auto’s zijn omgeruild. Tante Agaath is een forse tante, wel fijn voor de lange ritten en zeer comfortabel met haar nieuwste snufjes. Een hybride, wat in Hongarije alleen maar handig is, omdat er niet al te veel laadpalen zijn. Ik heb natuurlijk al een proefrit gemaakt en het voelt gelijk vertrouwd. Fijn. Met een heerlijke hoge instap, dat was het doel van deze aanschaf. Op naar een volgend avontuur.

Overpeinzingen

In de spoedmodus

Had mijn bescheiden schrijfsel al klaar, druk op een knopje en weg is het. Verdwenen in de onderaardse krochten van WordPress. Alles geprobeerd, maar het komt niet meer terug. Welke onderwerpen kwamen allemaal naar boven nu de schriftelijke ondersteuning vooralsnog, ik vrees ook voorgoed, ontbreekt.

Don Bosco was er een van, de talisman van mijn vader op zijn lange reizen, die nu nog altijd met mij meereist op elke autotocht. Het magneetje achter de beeltenis ontbreekt, maar hij waakt trouw over ons door in de buurt van de chauffeur te zijn. Piep werd natuurlijk ook genoemd. Muis Piep, wit en wollig gebreid, lacht me op de solitaire reizen bemoedigend toe, ze verblijdt, omdat ze me sterk doet denken aan de dag dat ik haar aanschafte op Texel met vriendinlief en Lief. Zo is die heerlijke tijd in het geheugen gegrift.

Ik had het over poetsen en schoon en fris opleveren omdat morgen de dag is dat Truus gaat en tante Agaath haar plaats inneemt. Een robuuste tante is dat, met een betere instap en stoelen waarin we niet hoeven weg te zinken.

Straks mag Truus door de wasstraat en poetst zoonlief het Hongaarse zand uit alle kieren en reten. Rond de benzinedop zit nog altijd de woeste rit, toen de weg ineens verdwenen bleek te zijn. Wat dat betreft zijn er wel meer dingen verdwenen dan die ene pagina die nu foetsie is.

Ik schreef over de mars van zaterdag, die geen vrouwenmars heet, omdat dat de Geuzennaam is voor de mars van 11, 12, 13 april, waarbij de politieke gevangen vrouwen uit Westerbork, alle verzetsvrouwen, uit het kamp werden geevacueerd om in Groningen tussen Grijpskerk en Visvliet weer bevrijd te worden in 1945. Nog altijd vinden er vrouwenmarsen van 25 km plaats in de voetsporen van deze dappere vrouwen. De mars van zaterdag is een feministen-mars: Dit is de inleiding en het doel er van.
Feminisme staat onder druk. Wereldwijd zien we een groeiende tegenreactie op gendergelijkheid, mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Zien we oorlog en onderdrukking, in plaats van vrede en vrijheid. Juist nu moeten we de straat op, schouder aan schouder, om te laten zien dat de toekomst feministisch is en dat die toekomst vandaag begint.

Lief video-belde net. Altijd fijn om dat vertrouwde gezicht en zijn stem weer te zien en te horen. Kilometers overbruggen gaat stukken makkelijker dan vroeger. In die zin hebben de ontwikkelingen veel goeds gebracht. Het wel en wee op de Hof nodigt uit tot veel werk op het achterland. Hij is daar ellenlange wortels aan het weghalen. Met de hand is dat een pittig karwei, maar hij wil graag zien hoe de structuren lopen en met elkaar verweven zijn. Bovendien schrikt het de eventuele belagers, die azen op het onbebouwde stuk grond, af. Het is goed dat hij er in deze periode is en dat ze hem regelmatig zien. Het kleine winkeltje is weer open en heeft een aantal basisdingen. Dat is plezierig, want dan hoeft hij alleen voor de grote boodschappen met de bus naar Szigetvar.

Wat er verder in de verdwenen blog stond weet ik niet meer. Zo is het goed. De volzinnen komen later weer, als de drukte en de onrust achter de rug is. Lief noemde het de week van het afscheid en dat brengt meer te weeg dan je denken zou. Vooralsnog ga ik nu in de spoedmodus.

Overpeinzingen

Vlinder, een vleugje geluk

Het is uitbundig buiten. Lente tot in elke vezel verwarmt het hoofd, het hart en geeft energie. Maar na twee zeer intensieve dagen is het tijd voor pas op de plaats, omdat er nog drie van een dergelijk kaliber aankomen.

Gisterenmiddag kwam een lieve vriend op bezoek voor de gezelligheid en om te praten over eventuele illustraties bij zijn fabels, maar vooral ook uit belangstelling. Voor we er erg in hadden was de middag al voorbij en kon ik me klaarmaken om naar Wageningen te gaan waar ik met de redactie van Mensenkinderen had afgesproken om verlaat afscheid van elkaar te nemen. Dat was er niet meer van gekomen, toen het moment daar was. Wat in het vat zit verzuurd niet.

Het was zo fijn en vertrouwd, warme omhelzingen over en weer bij de begroetingen en opgetogen uitwisseling van het wel en wee tot dan toe. Ergens middenin volgde een toespraak van de hoofdredacteur over mijn reilen en zeilen vanaf het begin. Hoe ik binnen was gekomen en hoe ik me ontwikkelde. In het begin het vrije schrijven en later de rubriek ‘Berna’s boeken’, met altijd een verwijzing naar de praktijk in de groep of met mogelijke tips en hints. Mijn eigen grote voorbeeld van vroeger was de verzinnebeelding van het voorbeeld dat ik voor hen was geworden. Een groter compliment kan je niet krijgen. Hij las het einde voor van mijn allereerste grote artikel voor en ik was ontroerd over de lofuitingen erbij. Wat een mooi en bedachtzaam afscheid was dit. Warm en respectvol.

Terug naar huis met boeken en lieve viooltjes genoot ik na terwijl de wassende maan me toelachte. Stiekem blijf ik toch altijd een beetje digitaal in de buurt. Ze zijn me zo lief. De mensen én hun bevlogenheid.

Vanmorgen was al even hectisch. Bloed prikken om half tien, maar geen vastgezette afspraak dus voor niets aangeklopt. Vlak daarvoor het gesprek met de longarts, die vertelde dat ik nog nooit zo ver was gekomen met de blaastest. Hulde. Medicijnen bleven zo het was en we gaan rustig door met ademhalen, dat dan weer wel.

Daarna spoorslags naar dochterlief die met de kinderen een studiedag had en we hadden afgesproken naar de Botanische tuinen te gaan, waar ik de hele winter al naar hunker, maar die pas op 1 maart de deuren hadden geopend. Spoorslags langs het bamboebos naar de vlindertuin. Er vlogen enorme hemelsblauwe morpho’s in grote getale rond, mooie tere glasvlinders en oogverblindende oranje/zwart gestreepte, overal in de kas stonden schoteltjes met fruit waar de soepele vlindertongen zich aan konden laven. Daar, temidden van de schoonheid van plant en dier, zou ik uren kunnen zitten en kijken, en genieten, en kijken en genieten. In de poppenkast hingen reeksen poppen en een aantal vlinders waarvan de vleugels bijna opgedroogd waren, die konden dadelijk gaan uitvliegen. Dartelend vlinderleven, wat een weelde.

Als cadeautje vliegt er een kleine vlinder op het balkon voorbij terwijl ik dit schrijf, te snel om op de foto te zetten, maar zo te zien ook aan een uitgebreide verkenningstocht bezig en misschien wel een om een groet over te brengen van die ene morpho, die kalm op mijn rug ging zitten uitrusten, volkomen op haar gemak. Vlinder, een vleugje geluk.