Overpeinzingen

Dat vraagt om jouw lijnenspel

‘Welke baan zou je voor een dag willen hebben’, vraagt WordPress vandaag. Gisteren kwam ik iets tegen waarvan ik dacht: ‘Als ik vrijwilligerswerk zou kunnen doen in de maanden dat ik in Nederland ben, dan zou dat het worden’. Het zit er niet in, vrees ik, omdat de continuiteit ontbreekt. Het zou immers maar om een paar maanden gaan en aangezien het een baan is met en voor kinderen uit bijvoorbeeld een asielzoekerscentrum, vluchtelingetjes, die een houvast verdienen in de onrustige periode waarin ze verkeren, zal het niet gaan. Maar tjonge, wat een prachtige mogelijkheid is het. Het gaat namelijk om ‘tekenen met kinderen. Gisteren kreeg ik op LinkedIn een uitnodiging om lid te worden van de Stichting: ‘Tekenen voor kinderen’.

Dit las ik: In Nederland wonen veel kinderen in asielzoekerscentra wachtend op de uitkomst van hun asielprocedure. Deze periode kan stressvol en onzeker zijn voor hen. Om deze kinderen een positieve en creatieve uitlaatklep te bieden, organiseert stichting Tekenen voor Kinderen tijdens de TIME4YOU bijeenkomsten van Vluchtelingenwerk Nederland een aantal tekenworkshops/Het doel van deze lessen is niet alleen om de kinderen artistieke vaardigheden bij te brengen, maar vooral om hen een moment van vreugde en ontspanning te geven. Door te tekenen kunnen de kinderen hun emoties uiten en even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit van hun leven in een AZC.

Het is in feite wat ik mijn hele werkzame leven op school gedaan heb. Het is me op het lijf geschreven. In feite doe ik met mijn tekendagboeken niet anders dan reflecteren op alles wat er gebeurd is. Van jongs af aan heb ik tekenen als troostend en helend ervaren. Het geeft letterlijk handen en voeten aan je gedachten, het maakt ze tastbaar en beter te doorgronden. Bij elke hobbel die genomen moest worden in de groep liet ik kinderen hun belevenissen tekenen. Daar kwamen ook de emoties bij. Woede, angst of verdriet, maar ook vreugde.

Kindertekeningen en schilderwerken hebben me altijd geholpen inzicht te verkrijgen in het kind zelf. In het jongetje dat prachtige schilderijen maakte en die hij telkens weer aan het eind helemaal zwart overschilderde, bijvoorbeeld. Aan de hand van de tekening gingen we in gesprek. Dat wilde in het begin niet lukken, maar langzamerhand kwam stukje bij beetje het hele verhaal en liet hij delen van zijn schilderwerk steeds meer onbedekt tot het op het laatst niet meer nodig was. En neem bijvoorbeeld de kinderen die de schietpartij in de straat van dichtbij hadden meegemaakt en er pas over konden vertellen aan de hand van hun tekeningen en daarna in de kringgesprekken over doodgaan en wat dat met je doet.

Toen ik op de opleiding voor kleuterleidsters zat, de oude KLOS, maakte ik al een werkstuk over tekenen. En de lieve teken-non die we hadden, had al meer dan eens opgemerkt dat er een andere ik achter mijn vrolijke façade verscholen zat. Via mijn creatieve uitbarstingen had ze haarfijn de vinger kunnen leggen op een van mijn strubbelingen. Dat is wat tekenen vermag.

Kinderen tekenen altijd vanuit hun gevoel, als ze nog niet behept zijn met het oordeel van buitenaf. ‘Hoe het hoort’. Pak een vel, pak stiften en ga je gang. Zet een muziekje op en kom los van alles, voel je vrij. Er is geen goed, er is geen fout, er is alleen maar jij, en dat mooie vel, dat vraagt om jouw lijnenspel.

Overpeinzingen

Een goed gevoel liegt niet

Dodenherdenking was goed voor een paar indringende vragen bij de kleinkinderen, die samen met hun ouders daar naar keken. Zo fluisterde tante Pollewop tijdens de twee minuten stilte: ‘Mag je wel ademen’. En kwam de kleine Spring-in-het-veld met de opmerking: ‘Maar ik ken helemaal niemand van de oorlog’. Mijn dochterlief vertelde dat dat niet uitmaakte en dat je ook aan je eigen dode mensen mocht denken, waarop hij antwoordde: Ik denk wel aan opa André en Jezus, want die zijn allebei overleden. Tante Pollewop vond op haar beurt Overleven en Overleden erg ingewikkeld en vroeg haar moeder:’Bij welke ben je nou dood’.

Mooie kinderlogica en ook is daarbij goed te zien hoe abstract sommige begrippen blijven, ook al leg je ze goed uit. Dat is met regelmaat bij veel meer opmerkingen en gesprekken zo. Het brengt me altijd weer terug bij ‘De Potjes met grote Oren’, waar mijn tantes het op verjaardagen over hadden. Hoe goed ik ook keek, ik zag ze niet. Vaak spreken we in raadselen voor een kind, zeker met dit soort begrippen.

We hebben gisteren zonder de tv stil gestaan, zoals we iedere dag stilstaan bij die onnoemelijke aantallen onschuldige slachtoffers, die er over de hele wereld vallen per dag. De machteloosheid die ons overvalt en waarmee we niet goed uit de voeten kunnen. Het schuurt en het wringt en er is niets wat ons het tij kan doen laten keren. Kinderen van het Flower-power-tijdperk, kinderen van de PSP. Groot gebracht in een wereld waar gelijkheid voor iedereen begon te gelden en waarin alles mogelijk was. Waar zijn we die intense verbondenheid kwijt geraakt.

Hanneke Groenteman zei het gisteren zo mooi. Ik ben niet uit op vergelding, maar ik zou wel willen weten, waarom men besluit een volk uit te moorden. Waarom? Toen en nu. De twee minuten stilte benamen me de adem, omdat je weet, dat het een farce is om te roepen dat het nooit meer mag gebeuren, terwijl we het op rasse schreden terug zagen keren in Bosnië en nu in Soedan en Gaza. Ze lappen het aan hun gulzige en haatdragende laarzen.

Ondertussen fladderen hier de koningspages rond, komen de op springen staande klaprozen een voor een uit, valt er nog een anemoontje te ontdekken en fluiten de talrijke vogels hun verschillende hoogste lied van pais en vree. Hier wel in die groene Hof.

De fietsenmaker had de fiets klaar, maar we hadden hem niet meer zo goed bekeken en ik dacht dat het eigenlijk een blauwe was, maar hij bleek groen te zijn. De fietsenmaker zei dat ie door een vrouw gebracht was en dat gaf nog meer verwarring. Maar uiteindelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar bij het zien van de fiets toen ie vrij stond. Wat was het een rustige en lieve man, in dat piepkleine fietsenwinkeltje, dat nauwelijks ruimte had om de nieuwe en de herstelde fietsen te bergen. Er stonden een paar E-bikes en ons oog viel op een mooie witte, een sterke tour-en-stadsfiets met losse accu, goed voor zestig á zeventig kilometer. We gaan haar morgen halen. Een mooie lage instap en zeven versnellingen met drie jaar garantie. Juist bij dat kleine dorpswinkeltje en niet in zo’n grote fietsenketen. Juist bij die man, die ons in zijn beste Engels breedlachend wegwijs maakte. Bij terugkomst keek ik wat de nieuwe binnenband en het monteren gekost had. Zegge en schrijve zes euro. Een goed gevoel liegt niet.

Overpeinzingen

Waar we zo gul uit mochten putten

Soms kan je hoofd zo vol met indrukken zitten dat het moeilijk schiften wordt om voorrang te verlenen bij het schrijven. Gedachten buitelen over elkaar. Het staartje van de film ‘Into the Wild’, waarin zich een schrijnend drama voltrekt, verweeft zich met het bezinnende interview van Hanneke Groenteman en de kleinkunstenaar en zanger Boudewijn de Groot en zijn dochter. Daardoorheen vlecht zich het grote interview met Hanneke zelf en een groep mensen met autisme in ‘Een Buitengewoon Gesprek’, dat vriendinlief gisterenavond als kijktip gaf. Indringend en werkelijk meer dan boeiend en ontroerend.

Het roept vragen op over de manier waarop mensen zich manifesteren op een manier waarin het verleden, al dan niet weggestopt, zo’n stempel drukken kan. Hoe ga je met die eerder opgedane ervaringen om, hoe kan je bepaalde verworven gedachten ombuigen tot een positieve voortgang in je eigen bestaan.

Mijn jeugd kenmerkte zich door het feit dat ik de stevigste was in het rijtje van elf. Daar werden ook dolletjes om gemaakt, die ik als niet helemaal grappig heb ervaren. De enige kras op mijn ziel die ik daaraan over hield, was het feit, dat ik het eigen lichaam altijd een soort vadsigheid heb toegekend die, als ik de foto’s van vroeger bekijk, eigenlijk reuze meeviel. Maar in mijn hoofd bliezen en blazen mijn bubbelbenen zich nog altijd op tot maatje onmogelijk. Wat doen die malle hersencellen met mijn, zo op het oog, onschuldige trauma’s. Het enige wat ik wil benadrukken is dat het geen aanstellerij was. Het beeld was daadwerkelijk zo. Ik kon het er niet los van zien. ‘De schaamte voorbij’ om met Anja Meulenbelt te spreken, is mij nooit gelukt.

Uit zowel Hannekes verhaal van ondergedoken zitten in de oorlog bij een lieve familie, tante en oom genaamd en de tante waar Boudewijn bij was gestationeerd, nadat zijn moeder in een Jappenkamp was overleden en zijn vader met de kinderen naar Nederland kwam, laten vooral zien hoe belangrijk die vorming in die prille jaren is en hoe moeizaam het blijkt te zijn om dan aan een nieuwe situatie te wennen. Hanneke bij haar ouders en Boudewijn bij zijn stille vader en zijn nieuwe vrouw.

De mensen uit de groep vragen Hanneke het hemd van het lijf en de antwoorden zijn even oprecht en helder. Soms heeft iemand een ontroerend verdriet meegemaakt en deelt dat compleet met de bijbehorende emoties, maar er zijn ook vragen over al die kwesties waar je niet zo makkelijk met anderen over praat. Ze golven moeiteloos boven water en leveren met regelmaat bevrijdende lachsalvo’s op. Bij alles blijft Hanneke de arm om je heen, begripvol, inlevend. Liefdevol en met humor onderkent ze de twijfels, de gevoelens, de beren op de weg en geeft lucht aan die van haar zelf. Mooi om mee te maken. Zo kan het ook. Ze schroomt niet om haar beleving van de tweede wereldoorlog in het teken te zetten van de allesomvattende vraag;’Waarom’. Hoe kom je als mens er toe dat te willen, zo’n heel volk uitroeien. Toen en nu. Wat beweegt iemand daartoe.

Boudewijn ligt, door de aanwezigheid van zijn dochter, als vader ook onder ‘vuur’. Hij was de grote afwezige, die in zijn prachtige liedjes eigenlijk precies zijn gevoelens weergeeft, balsem voor de ziel voor de luisteraar. Alles wat hij niet zeggen kan, zingt hij, naar mijn mening. De betrokken vader komt pas later naar boven en die vader weet dochter na therapie weer ten volle te omarmen. Drie mooie inspiratiebronnen zomaar op een zondagmorgen. En voor straks mee afleveringen. Ze staan op het lijstje.

Dochterlief en consorten zijn gisterenavond om half twaalf thuis aangekomen en rusten nu uit van een twee dagen wervelende reis. Volgende week beginnen de scholen weer. Nog even genieten van de vrijheid van de afgelopen week, waar we zo gul uit mochten putten.

Overpeinzingen

Vanavond verder

Het huis valt stil, voetstappen op de granieten vloeren verstommen, stemmetjes klateren niet meer tegen de muren, het bassen van de oudste is verstomd. We hebben ze samen uitgezwaaid. Aandoenlijk was het moment dat onze Spring-in-het-veld nog een keer door het huis wilde wandelen, om alles goed in zich op te kunnen nemen, en de dikke knuffels en bevestigingen dat het zo’n heerlijke week was geweest. Dat vonden wij nou ook.

Schoonzoon had in alle vroegte al een rondje bakker en fietsenmaker gemaakt. Bij de eerste het heerlijke verse brood en de twee cakejes opgedaan en bij de tweede nul op rekest gehaald, want de fietsenmaker had een heel weekend aan zijn vrije 1-mei-dag geplakt. Het maakt niets uit, maandag komt er weer een dag. De handdoeken draaien al in de wasmachine, de bedden zijn afgehaald, de matrassen weer naar boven gebracht. Alleen de uitgeklapte bedbank in de bibliotheek verraadt een week familievreugde.

Na de brunch werden de koffers en tassen ingepakt en maakte dochterlief brood klaar voor onderweg. Om één uur begon het al te kriebelen en na alles goed nagelopen te hebben kon het stel op pad. Pa had in Zagreb een hotel geboekt met, als verrassing voor de jongens, een zwembad. Dat was bij deze 28 graden geen overbodige luxe. Ze moesten om half vijf in de vroege ochtend al op het vliegveld staan. Het hotel lag op een steenworp afstand en nu had schoonzoon nog volop tijd om de auto gewassen in te leveren. Dat moest kennelijk.

Vanmorgen was er een appje om half zes, dat ze ingecheckt hadden en in het vliegtuig zaten en om haf negen waren ze onderweg naar de Franse oma en opa. Vanavond rijdt schoonzoon het stel weer naar huis. De scholen beginnen pas dinsdag, dus nog een dag respijt om bij te komen en de was te doen.

We trekken de plannen voor de rest van de dag. Wat wassen draaien is ingecalculeerd, boodschappen nog niet nodig, we lummelen wat tussendoor en besluiten pas de volgende dag boodschappen te doen. Dat zou vandaag in alle vroegte gebeuren, maar omdat het behoorlijk warm zou worden is het tropenrooster aangepast en heeft Lief vanmorgen al heel veel gedaan. De supermarkt is goed voor de middag.

Gisterenavond zaten we eerst een tijdje op het terras, waar weer veel vogelenzang te beluisteren viel. Het is een presentabel lijstje al met al. Groenling, nachtegaal, zanglijster, glanskop, zwartkop, putter, spreeuw, huismus, huiszwaluw, merel, houtduif, Turkse tortel, boerenzwaluw en vlak boven ons scheren bij tijd en wijle de ooievaars, die hun nest hebben in de straat aan de overkant en die lustig hun verhalen de wijk in klepperen.

Daarna besloten we toch alvast een deel van ‘Into the Wild’ te zien, naar een boek van John Krakauer, de journalist en bergbeklimmer. Lief had de film nog niet gezien. Met alle afscheid en bijbehorende emoties was inderdaad na een uur de koek wel op met aandachtig kijken. Een groot filmdoek maakt dit tot een wonder van een beleving door de prachtige natuurbeelden, maar dat valt weg op tv. Toen we het beeld stop zetten, was het oordeel van Lief: ‘Alles een tikkeltje overtrokken. Al die verschillende kleedpartijen van de hoofdpersoon, de toevallige ontmoetingen en daarbij ook weer de afwijzing, de wijze raad die de jonge hoofdpersoon het hippie-echtpaar wist te geven.’ Grappig. Ik was bij het zien van de film in de bioscoop totaal overweldigd en had op al die dingen niet gelet. Het is boeiend om met elkaar te kijken hoe zo’n beeld op je netvlies wel eens totaal kan verschillen met die van de ander. Dat is het leuke van samen films kijken. Vanavond verder.

Overpeinzingen

Als roosjes naar bed

Abaliget en de grotten en het vleermuizenmuseum stonden op de planning. Daar waren Lief en ik al eens eerder geweest met het vorige bezoek. De grotten wilde ik niet meer in, omdat de zware zwavellucht en het gebukt naar binnen lopen niet bevorderlijk waren geweest voor het lucht happen. Wij kuierden maar een rondje om het meer. Zoonlief belde en de kleine Njong vertelde in een opperbest humeur over zwemmen en autootjes, altijd goed natuurlijk. Het weer werkte op alle fronten mee en ik liet zoonlief het meertje met de reuze vissen, karpers en donkere exemplaren met het model snoek, zien. ‘Helemaal niet Hongaars,’ vond hij.

Het mooie van dit recreatiegebied, compleet met camping, is dat het zo helemaal niets vermoedend achter het dorp verrijst. Een klein weggetje inslaan en dan: ‘Tadaaaam.’ Iedereen valt van zijn sokken. De jongens vonden de grotten geweldig en omdat ze bijna de allerlaatste van de groep waren, hebben ze ook als enige een rondfladderende vleermuis gespot.

Het plezier in het vleermuizenmuseum werd aardig vergald door een mevrouw, die klaarblijkelijk met de bokkenpruik was opgestaan. Ze vond de kinderen maar niets en keek ze zo ongeveer de tent uit. Heel onaardig en boos sprak ze ze toe. ‘Door een vleermuis gebeten’, dachten wij. Hoe kan je anders in een museum voor kinderen zo kindonvriendelijk zijn. Het was de enige wanklank in deze hele week.

Thuis hadden we al gekeken naar een restaurant waar rustieke Hongaarse maaltijden op het menu stonden. Het was in de heuvels niet ver van het dorp af. Er was nog een manege bij en een hotel. Nationale gerechten als pörkölt en lecsó stonden erbij en natuurlijk heel veel vlees, waaronder de Hongaarse bloedworst, Magyar Bolt Haga, een thuisgerookte pittige worst. De jongens kregen een enorme grillschotel voor hun neus, waarvan het bord in de vorm van het paard was. Zij tweeën en onze Franse schoonzoon smulden met een brede glimlach deze huisvlijt naar binnen. Voor ons, zeer matige vleeseters, was het even slikken. Maar echt vegetarisch was er in dit restaurant niet te vinden. Lief en ik namen een gevuld kippenborstje in de wetenschap dat ze het vlees van hun eigen dieren gebruikten voor de maaltijden. Oprechter bio was niet mogelijk. Ze hadden het er goed gehad. Een doekje voor het bloeden.

De baas kwam met zijn Hongaarse gasten een uitgebreid praatje maken. Ik had de indruk dat zij een kamer hadden in het hotel. Het uitzicht was lieflijk. Glooiende heuvels en dalen met lieflijke sappige boterbloemen-weitjes. Schoonzoonlief is een meester in het verbinden. Binnen no time had hij met zijn telefoontje een volzin Hongaars te berde gebracht voor de oude gerant om hem te laten weten hoeveel we genoten hadden van zijn authentieke producten. Het leverde hem een glimlach van oor tot oor op.

Daarna reden we nog even door naar het meer van Orfü, dat op een steenworp afstand lag van het dorp. Het is er altijd druk in de omliggende restaurants, maar ik wist een plek waar we met wat foto’s de pracht en de kracht van het enorme meer konden vastleggen. Het was te laat om nog ergens te gaan zitten. Bovendien waren we al met al zo’n beetje aan het eind van ons Latijn en zeker onze spring-in-het-veld.

Nog even wat haarspeldbochten en een ondergaande zon, de kleine onder de douche, de jongens een spelletje kaart en daarna als roosjes naar bed.

Overpeinzingen

Waardevolle herinneringen

Gisteren was Pécs aan de beurt. De cultuurstad op een half uurtje rijden van hier. Het tijdstip was wat ongelukkig, want de jongens hadden thuis niet geluncht en rammelden van de honger. De auto’s waren tot vier uur gestald op het grote parkeerterrein. We vonden een restaurant op de hoek van de straat waar het grote operagebouw te bewonderen viel. Die hadden we al gezien. Schone zoon wilde eigenlijk naar een authentiek Hongaars restaurantje, maar dat konden we zo gauw niet vinden. Dan maar terug. Een tafel voor zes en uitzicht op het beroemde Szecheny tér, met haar koperen standbeeld van Janos Hunyadi en de Drie-Eenheidszuil.

De ober was meer dan vriendelijk en de kaart bleek van alle markten thuis, behalve van de Hongaarse specialiteiten. Het gaf niets, want de knorrende maag gaf de toon aan. Spare-ribs, vegetarische hamburger, Thaise salade, een vegetarische salade met biet en pijnboompitten en Kebab met frietjes. Morgen gaan we bij Orfü opzoek naar een echt Hongaars restaurant beloofden we elkaar. Er bleef niet veel tijd over om iets te bezoeken en we kozen het meest voor de hand liggende. De moskee van Pasha Qasim, het indrukwekkende gebouw aan het hoofd van het plein.

Onze mannen vroegen zich wel af waarom het plein zo’n mediterrane sfeer ademde. De gebouwen, de terrasjes, maar vooral het gemak en de rust waarmee de mensen langs alle bezienswaardigheden kuierden. Het viel wel op dat aanmerkelijk veel mensen op z’n paasbest gekleed waren en in groepjes bij elkaar liepen, terwijl een van de jongeren, met bossen bloemen liepen. Ik wilde het vragen een een vrouw, maar ze verhaaste haar tred en wuifde me weg. Oké, de boodschap was duidelijk. Geen tijd. We gooiden het maar op een diploma-uitreiking. Morgen is het de dag van de arbeid en dat wordt hier wel gevierd.

De moskee is indrukwekkend als je de geschiedenis van eeuwen meetelt en de animatie aan het begin liet duidelijk zien hoe het huidige bouwwerk was ontstaan. Talloze vernietigingen, met elke verovering van het land, waren er mee gepaard gegaan. Nu is het een Rooms Katholieke kerk waar nog wel elementen van de moskee in bewaard zijn gebleven, zoals de prachtige lampen en een nis waar de tekst; ’Nu is Mohammed de boodschapper van God’, in het Arabisch op staat. Boven op de moskee prijkt een halve maan en een kruis, een mooi symbool van hoe er eigenlijk een samensmelting van de verschillende geloven zou moeten zijn. De Moskee kerk is open voor iedereen. De gewelven beneden dienen nu nog als graven.

We komen langs het Janosz Pannoniusmuzeum aan de noordkant van het plein. De deur staat uitnodigend open, dus ik schiet snel een foto van het indrukwekkende interieur, maar dochterlief leest dat je moet betalen om foto’s te nemen. Tijd is er niet meer. We moeten terug naar de auto. Maar ik weet wel wat ik bij ons volgende bezoek wil zien.

Door de uitgebreide lunch hebben we geen honger meer en voor de avond wordt nog een keer het marshmallow-feest voorbereid. Stoelen worden naar achteren versleept, houtblokken en kinderen en de lange lucifers. Succes verzekerd. Ze hebben grote lol, terwijl Lief luiert op een van de houten stoelen onder de hazelaar en dochterlief en ik de tekendagboeken bij werken. Fijn om alle hoogtepunten de revue te laten passeren. Straks zijn er nieuwe waardevolle herinneringen bij.

Overpeinzingen

Een heerlijke vakantiedag

Op naar Siklos. We hadden rond enen afgesproken en ondanks de vele vijven en zessen lukte het wonderwel om de hele kumpulan in de auto’s te krijgen. Agaath had kennelijk door dat we toeristen bij ons hadden, want ze leidde ons over alle b-wegen via slingerpaden en haarspeldbochten in een stief uurtje naar de stad, waar het kasteel oogverblindend wit achter de 15e eeuwse muren schitterde op de heuvel en hoog boven de stad uittorende. Op wiki vond ik de volgende informatie:

Het kasteel werd gebouwd door baron János György Benyó in de 13e eeuw in de stad Siklós in het zuidelijke deel van Hongarije in de buurt van Pécs. Het werd voor het eerst genoemd in een handvest uit 1294. Het oudste gebouw bevindt zich in het zuidelijke deel van de woonvleugel

Toen we bij de parkeerplaats aankwamen was het heerlijk rustig. Heel wat anders dan toen Lief en ik twee jaar geleden hier een bezoek hadden gebracht. We konden destijds over de hoofden heen lopen.

Entree voor vijf volwassenen en twee oudjes leverde een somma op van om en nabij de 17 euro. Altijd betaalbaar, die kostbare pareltjes van het land. Eerst waren er de martelkamers en de kerkers onder het gebouw. Gruwelijke gravures verduidelijkten de folteringen, niet prettig om aan een nadere studie te onderwerpen. We liepen de grote binnenplaats over met de twee oude bomen, een Acer en een Acacia, en gingen de ingang in, waar in grote zalen oude meubels en wandkleden waren opgesteld.

Met de lift kon ik naar boven, een uitkomst, want de trappen waren hoog en we kwamen uit op de plek waar de bruidfoto’s hingen van de diverse paren die in het kasteel getrouwd waren. In een vitrine kastje wat parafernalia. Aan de andere kant stonden we ineens op het balkon van de kapel. Vanuit mijn Rooms Katholieke achtergrond drong het Credo zich aan me op en ik zong, al galmend door de heerlijke akoestiek, het hele lied. ‘Credo in unum Deum/Patrem omnipotentem/
Credo in unum Deum/Factorem cæli et terræ/Visibilium omnium et invisibilium.’ Lief bromde er een soort van baspartij doorheen. De jongens stonden naast ons en wierpen verbaasde blikken. Wat voor taal was dit in Godsnaam en hoe kwam oma aan dat lied. Alles wat je als kind hebt geleerd, zit in het beestje gebakken.

De afdeling folkloristische kostuums gaven een inkijkje van de romantische tradities van het land. Maliënkolder met kuras en ridder (te paard) met helm mochten aangepast worden. Kleinzoon was in zijn nopjes. ‘En garde’. Er bleek ook nog een tentoonstelling redelijk moderne kunst en fotografie te zijn in drie kamers voor de wijnwinkel met hier en daar een schilderij dat de moeite waard was. Achter de winkel liep de trans en daar was het terras. Een ogenblik was ik bang geweest dat ik me in het kasteel en de mogelijkheden had vergist, maar het klopte gelukkig toch. Tijd voor een versnapering, de koelte van ijs en voor de jongens een drankje erbij met een imposant uitzicht over de wijde omgeving en het Mecsek gebergte tot zover je kijken kon.

Beneden was er een speelkasteel ingericht, letterlijk en figuurlijk, heel leuk, waar de kinderen zich konden verkleden als prinsen, prinsessen en ridders, compleet met rijdende paarden en wapengekletter. Toen we naar de imposante uitgang liepen, de poort uit, was er nog een wassen beelden museum beneden, dat ik links liet liggen, want er was een pittige trap naar beneden, maar waar dochterlief van alles foto’s had genomen, zodat ik toch kon meegenieten. Daarna maakten zij nog een rondje om het kasteel en puften wij uit op een van de marmeren bankjes ervoor en genoten van de stilte en de vogels die floten. We lieten de boodschappen voor wat het was om thuis alles van waarde nogmaals de revue te laten passeren. De conclusie was: Een heerlijke vakantiedag.

Overpeinzingen

Maar nu eerst in de benen

Een van de fietsbanden bleek toch zo poreus als een rieten mandje. Schone zoon vond het geen enkel punt om die naar de fietsenmaker in Szigetvar te brengen, een aardige man, was zijn oordeel ondanks het feit dat ze elkaar op generlei wijze verstonden maar met mimiek en gebaar toch voor elkaar speelden om helder te krijgen wat er moest gebeuren. Laat dat maar aan schoonzoon over.

We hadden besloten vandaag een dag in de Hof door te brengen. Er moest nog wat gewerkt worden en de jongens hadden het basketbalveld in het dorp ontdekt. Bovendien kon de oudste de fiets van Lief meenemen, waarop hij een fietstocht hield van 20 kilometer. Niet verkeerd. Via Kispeterd, Rozsafa, Kadtafa en Banfa, dat een einddorp bleek, die uitmondt in de middle of nowhere, en weer terug. Goed gedaan, lieverd.

Gisteren had schoonzoon de bakker in Szigetvar ontdekt en nu wordt er elke morgen ontbeten met hagelwit vers brood, dat op een manier gebakken wordt dat op de baquettes lijkt, niet te versmaden voor een Fransman natuurlijk. Meergranen crackers dienden als aanvulling.

Van gisteren was er nog sla, komkommer, tomaat en koude aardappel over. Daar wilde ik voor de lunch een aardappelsalade van maken met al het overtollige zoals augurkjes, komkommer, ei erin verwerkt met een saus van mayo met ketchup. Bij het voeden van zoveel monden die dubbele hoeveelheden eten, is het flink, maar met liefde, aanvliegen. Dochterlief had het nog nooit zelf gemaakt, terwijl het vroeger echt een van de specialiteiten van mijn moeder was en ik het vast heb doorgezet.

Dochterlief en ik bogen zich over het ontgrassen van de tuin, tussen alle bloeiende Maartse violen en loken en de nog niet ontloken pioenrozen, klaprozen, kamille, korenbloem en fijnstralen was gras en grote wikke een heikele sta-in-de-weg, maar dankbaar om te verwijderen. De dolle kervel mocht voor het grootste gedeelte blijven staan. We kunnen niet wachten tot alles openbarst.

Na gedane arbeid is het zoet rusten met een glas thee. De kleine spring-in-het-veld bast er met zijn buisjes-oren aardig op los. Hij houdt ons aardig bezig, maar sinds de ochtend heeft hij de vogel-app ontdekt en komt hij regelmatig om tijd vragen op zijn telefoon, om te onderzoeken welke vogels er achter in het bos kwinkeleren. Dochterlief gaat de eerste keer mee. Een indrukwekkende lijst aan zangvogels op zijn lijstje is het resultaat. Van nachtegaal tot fazant, van zwartkop tot boerenzwaluw. Al spellend leest hij ze voor. Goed zo jongen.

De middag kabbelde voorbij, terwijl dochterlief en ik fijne en lange gesprekken voeren. Ik laat haar het boek zien dat ik vol moet schrijven en waarvan de vragen duidelijk van deze tijd zijn. ‘Beschrijf je eigen kamer van vroeger’. Haha, we hadden geen eigen kamer, we hadden een eigen bed en dat was het wel zo’n beetje. Zo zijn er meer van die hedendaagse uitspattingen waarvan vroeger geen sprake van was. Het schrijven met de hand gaat twee keer zo langzaam, omdat het ook nog leesbaar moet zijn. Op een toetsenbord typ ik drie keer zo snel voor de vuist weg.

Na de tuin was het opnieuw tijd om de maaltijd voor te bereiden. Het voordeel van mijn manier van koken zijn de weeshuis-hoeveelheden. Dat kwam nu goed van pas, maar mijn 500 gram spaghetti met mijn vermaarde stoofsaus ging erin als koek en alles was aan het eind schoon op. Als aanvulling werden er nog een paar sneden brood aangerukt. Iets om aan te wennen al dat eten. Als toetje waren er geroosterde marshmallows. Alleen het fikkie was al een feest op zich. Daarvoor moesten ze eerst de takken eeken met de oude aardappelmesjes. Ze slepen ze mooi blank met een puntje. Toen ik vroeg wat het leukst was, werd dat vooral genoemd.

Daarna ging alles douchen en konden wij onder uitzakken. Straks gaan we naar het slot in Siklós, het is heerlijk weer en het wordt vast genieten daar bovenop de trans met uitzicht over de hele streek. Maar nu eerst in de benen.

Overpeinzingen

Morgen weer een dag

Rond enen konden we richting Szigetvar. De tomtom leidde me over een hele andere weg naar de Burcht. Aan de ene kant lag het grote imposante thermaalbad met haar twee torens, een indrukwekkend complex. Er lag een voetbalveld tussen en bruggetjes leidden naar het park achter de burcht waar we eerst, om de honger van de jongens te stillen, een lunch genoten, kleedje, bankje, broodjes en water. Er was een trimbaan rondom een vijver en de kleine spring-in-het-veld had nog wat overtollige energie, die hij graag in twee rondjes wilde omzetten. De laatste met tijd. Het was goed voor 2 minuten en 20 seconden ontladen. Daarna gingen we op zoek naar de ingang van het bolwerk, dat natuurlijk precies aan de andere kant was. We mochten ondanks een volwassene meer op een familiekaart en konden naar het museum en het interactieve gedeelte. In het museum werd in woord en beeld uitgelegd hoe de slag bij Moacs verlopen is in de tweede helft van de 16e eeuw, een strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. Er waren gruwelijke beelden van poppen met doorgestoken borstkas en vertrokken gezichten, nogal plastisch en verwrongen uitgebeeld, en waarheidsgetrouwe filmpjes.

Een vrije stugge ‘beheerder nam kennelijk alles met argusogen op want toen de helft van ons gezelschap naar boven liep, bleek dat allesbehalve de bedoeling te zijn en kwam hij haastig aan om de ‘kerker’deur te sluiten, maar de oudste was nog boven. ‘Achter de tralies ermee’ heeft de man gedacht. Gelukkig moest hij er zelf ook weer uit en dat bleek uiteindelijk de verlossing. Na de hachelijke onderneming vonden we de weg naar het interactieve gedeelte. Er zat een eenzame soldaat voor de ingang met een oude motorfiets uit de tweede wereldoorlog en het bleek dat er boven een expositie was van moderne en oude wapens, waar we zomaar een kijkje mochten nemen, al was het voor de inside crowd, voor zover we het begrepen. De spring-in-het-veld vond het lastig om niet met zijn handen te mogen kijken, maar onder de barse blikken van de historisch verkleedde mannen leek het dochterlief niet raadzaam om hem door de hele zaal te laten darren, dus nam ze hem mee naar het eerste echte interactieve gedeelte waar hij alvast met de VR-brillen en het bouwmateriaal in de hoek kon spelen.

Ik had eigenlijk hetzelfde idee. Weg van die oorlogs-tamtam. Zo helemaal niet mijn ding en zeker nu niet. Maar schone zoon was in zijn element toen hij een Japans zwaard van honderden jaren oud in de, weliswaar wit gehandschoende, handen mocht houden met een hele uitleg erbij, hoe dat exemplaar hier ter plekke was aangeland. Het tweede gedeelte was echt heel vermakelijk. Een coöperatief balspelletje waarbij een balletje verschoven moest worden over een ronde tafel om uiteindelijk in een gat te belanden. Het kwam vooral neer op een samenspel tussen de vier deelnemers die aan de touwtjes trokken. Grote lol. Ook de houten stellingen waartussen je kon liggen om te luisteren naar een uitleg over de historie in beelden boven het hoofd, waren hilarisch. Helaas was de zandtafel met kinetisch zand gesloten.

Buiten was nog een kleine speelplek ingericht met skilatten waar je met drie personen op moest staan en dan tegelijk moest stappen. Kaasje voor de twee oudsten en dochterlief die op een commando van de middelste volleerd rondstapten. Zij liepen naar de uitgang over de trans en ik onder de eeuwenoude bomen. Het zonlicht filterde prachtig er doorheen. Altijd weer imposant die woudreuzen. Natuurlijk moest er nog een ijsje achteraan, net buiten het complex, met zicht op de voetbal, een seniorenteam schatten we in.

Met een barbecue op hout tot besluit werd de eerste topdag uitgeluid. Moe maar voldaan. De oudste ging met paps nog even een stukje op de fietsen fietsen naar het volgende dorp, als onderdeel van zijn revalidatie. De slaap rukte langzaam op, zeker na het avondwijntje. Zo is het goed. Morgen weer een dag.

Overpeinzingen

We zijn er klaar voor

Kleine voetstapjes op de granieten vloer, pek pek pek, een nieuwsgierig koppie om de deur, twee vragende ogen:’Oma’. Ik was al wakker en bezig met het Hongaars op Duo. Een warm lijfje naast me nestelde zich in de kussens met zijn mobiel en deed Engels op de duo. Samen een uurtje leren. Ja gezellig. Even later kwam broer er ook nog bij en deed mee met een uurtje Spaans. Het nieuwe leren.

Ze waren er gisteren rond drieën en hadden een spannende tocht door Kroatie achter de rug, want ze hadden langs binnendoor-wegen moeten rijden. Uitstappen, rondkijken, alles uitvoerig bekijken, de slaapkamers, de woonkamer en de werkkamer, het sanitair, de kamer boven en de enorme zolder, die er uitziet zoals zolders er behoren uit te zien met geheimzinnige hoekjes en onooglijke plekken, met spullen van lang geleden, de dorsmachine en het biedermeier kaptafeltje. Ze waren hogelijk verbaasd over alle ruimte, de schoonheid, de grootte van het huis en de weidsheid van de Hof.

De stemmen klaterden en basten tegen de hoge muren op met verbaasde kreten. Altijd weer leuk. Het brengt me onmiddellijk terug naar het moment dat ik de eerste keer het huis zag en hoe ik vol ongeloof de historische pracht van het huis voelde, de voorname sfeer van de glazen deuren en het glas-in-lood en de hoge eikenhouten deuren, de rozetten tegen de hoge gepleisterde plafonds, de oude houtoven in de keuken en de voorname kasten en het dressoir in de slaapkamer. Eigenlijk was ik plaatsvervangend trots op alles bij de uitbundige bewondering. De Hof zelf en de uitgestrektheid ervan oogstte ook de nodige verbazing, evenals de Datsja. Het maakte de lange reis meer dan goed.

Tegen vijven was er voor het gemak pizza voor vandaag en daarna sloeg de vermoeidheid toe. Met zeven mensen werd er met gemak zes van die pizza’s soldaat gemaakt, ziezo. Melk erbij en een snelle salade en klaar. Toen alles daarna gedoucht had, waaierde iedereen nog even uit naar plekjes in huis waar ze ongestoord konden internetten en dochterlief las onze spring-in-het-veld voor uit ‘Het laatste avontuur’ van de Gorgels, spannend zat om daarmee naar dromenland te vertrekken.

De volgende ochtend had duidelijk goud in de mond door de korte avond ervoor, al had iedereen heerlijk geslapen. Dus ontbijt rond achten en dan een hele morgen in een heerlijk zonnetje als bonus op de wat koude dag gisteren. Lief ging zijn gangetje en liep rond met de snoeischaar, de schone zoon en zoonlief gingen een nieuwe pomp halen om de banden van de oude fiets op te pompen, hier en daar weer olie te smeren en ook een tweede oude fiets op te knappen. Voor het gemak hadden ze ook maar een nieuwe waterkoker gehaald, want de oude bleek kaduk te zijn, had schoen zoon ontdekt. Vele ogen weten meer dan twee paar. De kleine pork hielp met het schoonmaken van het frame, emmertje sop erbij en stapje voor stapje tot en met de profielen van de banden toe. Heerlijk, al die helpende handen.

De fietsen weer als nieuw. De jongens met ballen naar het basketbalveld en dochterlief maakt de lunch. We zijn klaar voor een bezoek aan de burcht hier in Szigetvar. Dan kan Lief in alle rust maaien en wij dompelen ons onder in de geschiedenis van het stadje tot groot genoegen van schoonzoon, die graag het naadje van de kous wilde weten van de strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. We zijn er klaar voor.

Overpeinzingen

Een familie-uitje bij uitstek

Soms zou ik willen, dat ik niet 22 jaar lang in de kringloop had gewerkt. Iedere vrijmarkt zou een feestje hebben betekend en niet zoals nu, een gelegenheid die hoe langer hoe mee tegen is gaan staan. De kringloop betekende de enige manier om met het geld van de bijstand in de jaren ‘80 het hoofd boven water te kunnen houden, omdat ik voor een groot deel het huis er mee aan kon kleden en mijn kinderen. Alles wat ze in hun jonge leven droegen waren ‘afdankertjes’ die voor ons een ware schat konden zijn. Ik zat natuurlijk wel op de eerste rij omdat ik degene was die de kleding sorteerde, nakeek en besliste over wat in de winkel kwam te hangen. De tol was hoog. Door het uitsorteren van de vele vuilniszakken in een niet geventileerde ruimte, met wolken stof rondom mijn oren, zijn de longen er niet beter op geworden, integendeel.

Vandaag is het Koningsdag. De vreugde vroeger, toen het nog koninginnendag was. Met de kleintjes en manlief naar de markt, mee schuifelen langs de vele kraampjes op zoek, altijd op zoek, naar gewilde koopjes, meevallertjes en uitblinkers. Vooral als de markt al ten einde liep en mensen hun koopwaar voor een habbekrats van de hand deden of als er bergen spullen lagen opgestapeld, waar nog altijd veel bruikbaars uit te halen viel.

Manlief was een nachtvlinder. Hij reed rond om te kijken wat er zoal bij het grof vuil stond en nam het, als het bruikbaar of mooi was mee naar huis. In die zin was het ook een sport om echt mooie juweeltjes te vinden. Ooit zette de buurman aan de overkant zijn halve bibliotheek aan de straat. We hebben gewacht tot het donker was en de lichten om ons heen gedoofd en sleepten de buit naar binnen. Literatuur was de grote vangst, inmiddels weggegeven of naar de kringloop gebracht, maar een enkel exemplaar is nog in mijn bezit. Poëzie van Longfellow bijvoorbeeld of de gedichten van Baudelaire. Ik koester ze.

Als wij het niet konden gebruiken dan waren er altijd wel vrienden of kennissen die we er blij mee konden maken. Door het vrijwillig werken bij de kringloop is mijn blik nog altijd die van een professioneel. Het moet aan alle eisen voldoen. Onbevangen rond lopen is er niet meer bij. Het maakt nu niet meer uit, maar ik heb verlangd naar het zorgeloos rondslenteren en genieten van alles wat aangeboden werd.

We hebben niets meer nodig. Nou ja, we overwegen om hier een nieuw keukenblok in te laten maken door vriendlief die van alle markten thuis is. Dat is meer vanwege hygiene, comfort en duurzaamheid. Geen gas meer, maar een kookplaat bijvoorbeeld en een nieuwe gootsteen, geen overbodige luxe. Een aanrecht van ander materiaal dan het oude hout, dat er nu ligt.

Koningsdag 2025 gaat aan ons voorbij, zoals de dagelijkse drukte in de stad aan ons voorbij gaat. Geen behoefte meer aan mensenmassa’s langs kraampjes, geen behoefte meer aan nog meer spullen, alleen als er een noodzaak voor bestaat, zoals logees en dan nog zo sober mogelijk. Het stemt tevree.

En toch, even nog, even weer met al de kinderen slenteren tussen de drommen door, een cafeetje pakken, de uitdaging aan gaan van de een of andere wedstrijd op een hometrainer, of zo maar, het uitwisselen van de meeste wonderlijke voorwerpen, heerlijk. Koningsdag, een familie-uitje bij uitstek.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Ziezo, weer een wonderlijk verlopende dag. Als juffrouw Mier, tuttuttuttut(ken uw klassiekers)rijden en rennen we van hot naar haar om op het laatste nippertje toch nog een matras en een dekbed en kussen en bijbehorend dekbedovertrek en alle slaapbenodigdheden aan te schaffen. De Scandinavische winkelketen, een broertje van die ene Zweedse zus, viert zijn verjaardag en deelt pittige kortingen uit. Om met Lubach(gisteren op televisie) te spreken, daar zijn wij Hollanders niet vies van. Het scheelde echt veel. We wisten het niet, dus kwam de prijs als een geschenk uit de Hemel vallen. Nu kunnen onze drie rakkers alle drie breeduit op hun eigen matrassen liggen. Goed geregeld, vonden we zelf.

De boodschappen gingen ook met een volle kar mee naar de kassa. Zeven mensen of twee maakt een groot verschil. Pizza voor morgenavond als ze moe van het reizen met eventuele jetlags aankomen en veel melk, broodjes om af te bakken, jus d’orange en gekookte eitjes voor het ontbijt. Maar eerst, na de vroege start, een power nap, half zes opstaan was voor mij net iets te vroeg.

Nu is alles gereed. De logeerkamer is klaar, ze kunnen er zo in. En ik stik van nieuwsgierigheid hoe ze alles zullen vinden. Het huis, de Hof, het land. We gaan het zien en beleven.

In een artikel van Caroline Buijs in een van de oude Flows van dochterlief, frist ze haar kennis op over het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron. Ik heb eerder over Julia geschreven omdat haar boek me in een erg moeilijke periode, waarin ik volledig was ingestort, me heeft geholpen eruit te klauteren samen met mijn psycholoog. De laatste wilde dat ik me zou storten op mindfulness, maar dat was in die periode een ver-van-mijn-bed-show, omdat we op het werk werden belaagd met mensen die allemaal in het nu wilde verblijven en ons op zalvende toon daarvoor probeerden te enthousiasmeren. Daar werd ik op dat moment ongelooflijk opstandig van. Ik noemde het mind-foolishness. Verheven werd het niet, integendeel, verre van. Ik zat achteraf gezien toen al niet goed in mijn vel.

Gelukkig, en dat is het kenmerk van een goede psycholoog, kon ze zich daar in vinden en vroeg steeds aan de hand van mijn bevindingen wat de woorden van Julia Cameron me hadden gegeven. Dat betekende onder andere door in de ochtend voor de vuist weg drie A4-tjes weg te tikken in ieder geval een leeg hoofd en ruimte voor andere gedachten. Een andere belangrijke vraag was dat je eerst je creativiteit moest vinden, als je dat wilde redden. Ze bracht me terug naar het vergeten kind in mij met haar vragen. Waar werd je blij van, wat deed je graag, Ze lepelde dat onbevangen dametje omhoog, dat zich nog verwonderde over alles en iedereen om haar heen, mijn poppetjes, die te pas en te onpas op doken, mijn gedichtjes in het schrift met de dubbele lijntjes, mijn verhaaltjes over kabouters en elfen.

Een andere belangrijke basis was dat je elke week een afspraak maakte met jezelf om je creatieve bewustzijn, dat op dat moment tot nul gedaald was, te voeden. Alléén naar een museum, een bioscoop, een wandeling in de natuur, fotograferen, mensen observeren. Alléén werkt intensiever en dieper dan met anderen. Je gaat met jezelf in gesprek. Je vult je tijd met iets wat op spijbelen lijkt. Je hebt geen haast en voedt je zintuigen schrijft Caroline Buijs en ze heeft gelijk. Dat is precies wat het is. Ze haalt Maaike Meijer aan die voor het dagblad Trouw schreef over aanpassen: ‘Misschien heb je juist pas ruimte voor anderen als je eerst de ruimte neemt om jezelf te zijn.’ Daarvoor moet het labeltje ‘Perfectionisme’ overboord, vindt Julia Cameron. Dat blokkeert alleen maar, het verstrikt je in gemiesmuizer en dan is loslaten een kunst op zich.

Tegen de tijd dat ik dit allemaal goed tot me door had laten dringen en die lange weg was gegaan, kon ik tegen de psycholoog zeggen, dat ik weer klaar was voor de grote stap. Mindfulness heb ik hier in de Hof pas geleerd en ook de diepere betekenis erachter. Eerst ervaren en dan omarmen, zonder zalvende woorden, zonder uitgestippeld pad, maar zoals het leven komt. Stap voor stap.

Overpeinzingen

We hebben er zin in

Vanmorgen kwam het aangetekende recept pas binnen. Dat hoeven we nooit meer te doen. Met spoed en aangetekend verzenden, met hulde voor dochterlief die een ingenieus idee kreeg om het digitale exemplaar te vereeuwigen met een screenshot en er een PDF van te maken, zodat we het hier konden kopiëren.

Vanmorgen stond gedeeltelijk in het teken van het voorbereiden van de verschillende tochten die we dit jaar gaan maken. Omdat we in Augustus toch vanaf de camping in Slowakije terugkomen, hebben we besloten om daarna voor een week een kamer in een hotel in Debrecen te huren. Het is de tweede stad in Hongarije en is gelegen in het Oosten van het land, in de Hongaarse laagvlakte Alföld, voor mij een nieuwe streek, voor Lief een reis naar het verleden.

En hier stokte de blog gisteren. Eigenlijk om niets, of nou ja, omdat het bereik bij de Datsja wegviel en de vogels van allerlei pluimage zo’n kathedrale koorzang aanvingen, dat ik niet anders kon doen dan genieten en luisteren, ademloos luisteren. Geen opnames, geen foto geschoten, alleen maar zitten te zitten en alles, elke triller, elk nieuw geluid, toevoegen aan mijn lijst van ongekend. Putter, zwartkop, merel, spreeuw, groenling, huismus, Turkse tortel, boerenzwaluw, koolmees en last but not least, de nachtegalen, die waren samen met de merels de voorzangers van het koor. Uitbundig en niet aflatend, met hoog boven ons de roep van de torenvalk er tussendoor.

Daarna werkte ik aan het doek verder. Had gezien dat het gezicht te breed, de wangen te rond waren, dus moest het hele portret centimeters verschuiven. In het kader van ‘kill your darlings’ als ze het net niet zijn. Geen probleem. Liever dat, dan doorwerken aan een dreigende mislukking, naar mijn mening natuurlijk.

Vanmorgen vond ik het E-book met handige informatie over dit land en stuurde het door aan nichtlief en haar man, die eind augustus hierheen komen om fietstochten te houden, waarbij wij steeds de basis zullen zijn. Iets waar ik het met Lief ook over heb gehad. Fietsen is makkelijker voor mij dan lopen. Het vergt veel minder inspanning, dat wil zeggen, als het een elektrische fiets is. Nu gaan we toch op zoek naar een exemplaar. Lief heeft nog een goede solide fiets van de vriendin, die hier heeft gewoond en het hem heeft doorgegeven en kan daar prima mee uit de voeten. Met zijn energie en uithoudingsvermogen redt hij het makkelijk. Hoe leuk zal het zijn om de hele omgeving te verkennen. Daarnaast zitten de elektrische vouwfietsen ook nog steeds in mijn hoofd. Ergens naar afreizen, fietsje pakken en gaan, daarmee kan ik praktisch moeiteloos wat hellingen nemen, zonder hijgend en puffend hoogstens de weg tot de helft te gaan.

Bij een kleine wandeling door het bos zag ik een lieflijk tafereeltje van de handwerktuigen die Lief aan en rond het hek gehangen had. De paden zijn inmiddels ruim begaanbaar, dus slang hoef ik niet meer per ongeluk te overlopen en straks onze belhamels ook niet, al zullen ze het machtig interessant vinden, die vrij grote hagedissen en slangen. Bij de kleine exemplaren tussen de dakpannen verwacht ik eveneens spontane speurtochten.

Vandaag en morgen gaat het regenen. Een uitstekende gelegenheid om alles voor te bereiden voor onze vijf logees. De boodschappen doen we morgen in alle vroegte. Het huis aan kant in de komende resterende twee dagen. Ze komen in de avond dus een heerlijke pot van het een of ander bij ontvangst. Ze drinken voornamelijk melk, thee, water of siroop en lusten nagenoeg alles, heeft dochterlief me ingefluisterd. We hebben er zin in.

Overpeinzingen

Maar nu eerst aan de slag en gauw

Nu de week vordert en de goegemeente al over vier dagen op de stoep staat moeten er voorbereidingen getroffen worden. Het komt goed uit dat deze komende dagen met afwisselend regen, soms veel volgens de voorspellingen, en zon gevuld zullen zijn. Dat geeft de burger moed. Alle huishoudelijke karweitjes, waar je hier bijna los van komt omdat het leven zich voornamelijk buiten afspeelt, zullen toch echt gedaan moeten worden. Het sanitair een schrobbertje, spinnenwebben raggen met de ragebol en de kans geven aan de spin om te ontsnappen, Stoffie inzetten en voor sommige onmogelijke hoekige plekken haar grote broer de stofzuiger, de bibliotheek omtoveren tot slaapparadijs, kussens, beddengoed en matrassen controleren en luchten op het terras, boodschappen in huis halen en daarmee de laatste puntjes op de -i- zetten.

Hoeveel eten die mannen eigenlijk? Nooit over nagedacht. Ze zijn (bijna)7, 12 en 16. Wat gaat er aan brood in en wat aan drinken. Voor een weeshuis koken doe ik gemiddeld nog steeds met mijn gewoonte om voor vijf te koken, maar ontbijt en lunch ben ik een beetje kwijt omdat wij hier maar twee maaltijden per dag eten. Een brunch rond twaalven en in de vroege avond een warme maaltijd rond zessen. Ieder vogeltje zingt zoals hij gebekt is.

Ik moet denken aan mijn vader, die erg gesteld was op de vaste tijden. Op een gegeven moment is mijn moeder overgestapt van de warme maaltijden ‘s middags naar de vroege avond, ik denk omdat dat handiger was met mijn vaders diensten en de voetbaltrainingen en dat werd op een gegeven moment vaste prik om 17.00 uur. Geen denken aan om daar van af te wijken. Vroeg eten betekent een lange avond. Alles vroeg aan kant en dan kon mijn moeder nog genieten van de laatste avondzon op haar tuinstoel achterbuiten. Dat zorgen voor een lange avond hebben we er min of meer in gehouden, ook dankzij trainingen, clubjes en wat dies meer zij.

Ik overwoog een airfryer, maar denk dat ik maar op zoek ga naar ovenfrietjes. Nog nooit naar gezocht, voor onze twee kleine porties bak ik altijd nog op een ouderwetse manier met olie in het pannetje.

Apart serveren is mooier, de mozzarella kleurde lichtgeel door de kurkuma

Gisteren wilden we een lichte maaltijd na al het harde werken van Lief. Het werd Insalata Caprese gecombineerd met couscous. Een variatie op een recept van internet. De couscous liet ik wellen in kokend water en ondertussen snipperde ik een uitje, knoflook en wat kastanjechampignons in de olie en husselde dat met kurkuma en een schep marmelade, bij gebrek aan rozijnen en nog wat olijfolie. Samen met het zoetzure van de Balsamico in de Caprese een geweldig lekker gerecht en simpel.

Vrienden zijn aan het fietsen door Italië en we kunnen het bijhouden op Polar Steps. Dat mis ik wel eens. Die grote uitdagingen uitproberen. Pittige fietstochten langs B&B’s en maar zien waar het schip strandt of kanotochten over woeste rivieren, rotspartijen beklimmen, het zal er allemaal niet meer van komen. Het Mecsek gebergte is vooral om te aanschouwen of met de auto naar het hoogste punt te rijden, maar niet meer om te beklimmen. Daar tegenover hebben we vanuit hier de vrijheid om overal naar toe te rijden en te genieten van dit grote land en haar diversiteit en van de landen om ons heen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Oostenrijk, het ligt allemaal binnen een paar uur bereik. In de zomer Slowakije vooralsnog. Maar nu eerst aan de slag en gauw.

Overpeinzingen

Twee vliegen in een klap eigenlijk

In het bos achter de Datsja is het gras hoger, mede omdat er zoveel wilde bloemen groeien die we nog even de kans willen geven. Het walstro, de dovenetel, het harig zenegroen, look-zonder-look, stinkende Gouwe, de paardebloemen en de boterbloemen tieren er welig. Die ruimte is er. Tussendoor kleine gemaaide paadjes, die de doorgankelijkheid moeten waarborgen. Ik mag graag tussen de bedrijven door wat kuieren, al zou ik meer kleine paadjes tussendoor willen zien, maar ach, het is veel voor mijn Lief, die dat zware werk ook nog eens allemaal in zijn eentje bijhoudt, in kalme tred, zeker, maar gestaag, niet aflatend. Bewonderenswaardig.

Gistermiddag op zoek naar de trillers van de Nachtegaal, die ik niet vond, kwam er iets anders op mijn pad. Op weg naar de klapstoel die er tegen een boom stond, zag ik ineens op een metertje afstand de slang, koesterend in het zonnetje. Zijn kop was verscholen in het gras maar zijn minstens een meter lange lijf liet hij opwarmen in de uitbundige zonnewarmte tussen de bomen door, op dat ene plekje daar.

Toch de ingehouden adem, toch stokstijf op de plaats, want hè, een slang die je in Nederland niet vaak ziet is toch andere koek. Minstens net zolang is de ringslang die we met regelmaat zien op de tuin, maar deze rakker ken ik niet. Toch maar terug wandelen en Lief vertellen van mijn vondst. Samen gingen we het geitenpaadje nog een keer op, maar hij was allang veilig en wel weggegleden. Het resultaat is dat er wat bredere paden zullen komen in ons bos, zodat we, weliswaar altijd speurend, geen ‘oer’bewoners onverwacht op de staart hoeven trappen.

Vanmorgen keek ik na een tip op Social Media naar Bureau Buitenland van de VPRO. Wat een aangename kennisvergaring valt op te doen over de wereldorde en haar verschuivingen. Objectief en beeldend aan de hand van een grote wereldkaart, waar de juiste plekken worden aangeduid met markers. Onder de positieve benadering van Sophie Derkzen en Tim de Wit wordt helder en duidelijk met behulp van twee steeds wisselende gasten inzicht verkregen over een snel veranderende wereld. Een aanrader voor ieder die snakt naar de juiste informatie.

Vorige week was er op het journaal een item over mierensmokkel. Grote Afrikaanse mieren die in kleine buisjes worden vervoerd naar Nederland en daar onder de verzamelaars soms voor honderden euro’s worden verkocht. Waanzinnig. Bij het mijmeren op de veranda lopen diezelfde grote mieren, lookalikes van die Afrikaanse, in processie al jaren te wandelen van en naar hun nest. Waar dat is hebben we nog niet onderzocht. Ze doen geen kwaad, ze lopen hun weggetjes, kruipen nergens in of op, maar sjouwen moeiteloos het ene na het andere mee, duwen het voor zich uit of klemmen het tussen de kaken. Kleintjes lopen in hun kielzog, over de richeltjes van het terras, tastend en speurend, soms talmend, maar altijd voort.

Waarom komen invallen en ideeën toch altijd op sluipersvoeten als het donker is. We hebben een ongerept stuk grond achter het bos, dat door buurman steeds dreigt te worden geconfiskeerd. Vannacht bedacht ik dat het een te groot terrein is om dat met z’n tweeën aan te pakken en dat het misschien een idee is om eens uit te kijken naar een ecobedrijf die de basis zou kunnen leggen voor dat voedselbos, dat we daar zo graag zouden willen hebben. De eigenschap van een natuurlijk voedselbos is dat het nagenoeg onderhoudsarm is, maar voor de natuur en ons een zegen. Twee vliegen in een klap eigenlijk.

Overpeinzingen

Om ze nu te koesteren

Gisterenmiddag toen ik in de Datsja een doek aan het bijwerken was en even buiten uit ging puffen om los te komen van het beeld, omdat het nog niet helemaal naar mijn zin was, hoorde ik ineens een bekend geluid. Ik kon het bijna niet geloven. Na de betrekkelijk stille lente vorig jaar was daar ineens een lange triller van de nachtegaal. ‘Ze zijn terug’, jubelde het door me heen. Het was er niet één, bleek later, maar meerdere. Wow. Sinds ik ze de eerste keer hier hoorde, heb ik dat tot mijn lievelingsconcerten gebombardeerd, nog mooier dan dat van de merel. Ik schrijf op de veranda van de Datsja. Vannacht dacht ik erover om de hele doek te laten verdwijnen, maar nu ik hem zo terug zie, weet ik het niet. Die eeuwige twijfel, maar vooral de onzekerheid, blijft, vrees ik.

De vogelapp gaf de Hop aan. Dat kan je hopen, maar eerst zelf horen en dan geloven, zoals het een ongelovige Thomas betaamt.

Foto’s van de hele familie die eieren aan het zoeken zijn in de bossen van de Treek bij Austerlitz. Foto’s stromen binnen van al het grut, dat aan de meegebrachte boterhammen zit . Heerlijk om te zien en spijtig dat we er niet bij zijn, maar de beelden verzachten dat gemis.

Pasen hebben we vanmorgen met een zeer bescheiden ontbijtje gevierd met verse broodjes en een gekookt eitje zonder PFAS, die warmgehouden werd onder de twee kippetjes, de vilten eierwarmers van Sjaal met Verhaal en ooit van zoonlief gekregen.

De buren zijn hier achter op hun land een soort speelparadijsje aan het bouwen voor het kleinkind. Er is een huisje, een trampoline, een glijbaan en het wordt vast heel mooi, want ze klotteren en boren dat het een lieve lust is. Ze zijn er vrolijk onder want regelmatig klinkt er een spontane schaterlach. Af en toe ook helaas het scheuren van een elektrische zaag.

Gisteren keken we nogmaals in de brievenbus of het opgestuurde recept, dat inmiddels gelukkig niet meer nodig is, er al zou zijn. Nul op rekest. De actie met dochterlief was dat gelukkig wel. Note to self: Opsturen hoeft echt niet aangetekend, want het komt toch veel te laat. Goed om te weten.

Met het halen van de thee zag ik onderweg op de takken van de hazelnoot een koninginnenpage. Top. Het hele lenteleven ontwaakt. Wat er ook ergens vliegt is de bijeneter, zelfs hier is hij zeldzaam. Hij boft want van uitsterven van de bijen is hier nog geen sprake. Vriendlief die een dorp verderop woont, vertelde dat zijn Hongaarse vrouw zo’n hekel heeft aan het getjilp van de mussen. Het is zo erg dat ze er soms zelfs voor binnen blijft. Wij vinden ze eerder vertederend, met dat bezige gedoe van ze. Tak op, tak af à la Guido Gezelle, het scheren door de lucht, in rap tempo achter elkaar aan en het struinen in het lage struweel. Ze tjilpen de oren van je hoofd, dat is waar, maar ik denk dat je eerst een leefwereld moet hebben gezien, waar ze niet meer te vinden waren zoals in Nieuwegein, en node gemist werden, om ze nu te koesteren.

Overpeinzingen

Dat moet lukken

‘Als je er echt niets aan kunt veranderen: accepteer de beperking, kijk wat er aan mogelijkheden opengaan en doe dáár dan iets mee. Het geeft je vrijheid en wendbaarheid en dat zijn dingen die ik elk mens gun.’

Vriendinlief schrijft rake blogs. Een van haar laatste was een blog over een opdracht die een ver-van-mijn-bed-show voor haar betekende. Haar aversie blokkeerde, maar bij het overpeinzen kwam ze tot het hier bovenstaande inzicht. Laat je leiden, verleg grenzen, open nieuwe deuren. Inderdaad het brengt vrijheid. Go with the flow.

Lucht tekort brengt een groot aantal beperkingen met zich mee, maar daar tussenin liggen terreinen braak, die je daarvoor nooit gezien zou hebben of waar je in de verste verten niet aan gedacht zou hebben. Zo werkt het. Natuurlijk zijn er flinke aderlatingen. Niet meer mee aan de wandel kunnen met de zussen omdat mijn tempo zoveel lager ligt, niet meer even snel dit of dat aanpakken, omdat je daar later de rekening van krijg, constant spitsroeden lopen in de bewaking van je flexibiliteit. Je wilt zo graag, maar eigenlijk is het te hoog gegrepen. Aan de andere kant zijn er zoveel meer nieuwe ontdekkingen.

Iets wat ik lang niet heb gekund, is het waarnemen in stilte, zonder iets om handen te hebben en alleen maar te kijken. Naar kever, naar bij, naar bloem, naar boom, naar het scheren van de zwaluwen boven mijn hoofd of te luisteren naar de vogelgeluiden achter bij de Datsja en het gezoem overal. Het brengt een wonderschone serene rust in mij, dat als tegenhang dient voor het jachtige leven van ooit. Natuurlijk helpt de Hof er aan mee, dé uitgelezen plek om stil te staan bij het moment van de dag. Of om met dochterlief te spreken: ‘Magisch gewoon.’

Hier is het makkelijker omdat de tijd met het tempo mee vertraagt. Lief werkt hard, maar uiterst kalm, veel met de hand. Alles vordert gestaag. Het uitdunnen van het groen, bedenken waar het mag blijven bestaan en waar het beter is om weg te halen. Een feest maken voor iedereen, de insecten, de vogels, het kleine grut als egel en muis. Het grote geheel blijven zien, een paradijs.

Gisteren heb ik de Datsja aangepakt, stof gezogen, spinnen buiten gezet en het atelier gebruiksklaar gemaakt, ramen open gegooid, nieuwe lentelucht erin laten stromen en genoten op de veranda in de verweerde rotan stoelen, terwijl de merel zijn trillers liet horen, in goed gezelschap van de putter, de zwartkop, de koolmees, die zich uitgebreid laat bewonderen, de roodborst en de boerenzwaluw. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ om met Gorter te spreken. Wantsen hebben hier en daar het leven gelaten, ze zijn er dit voorjaar niet zo veelvuldig als anders, deze kleine brommers, die te pas en te onpas binnen vliegen.

Atalanta, licht beschadigd, rust uit op een blad, we ontdekken een zure kers door zich door de wilde prunus heen heeft gestrengeld of andersom. De bloem is veel kleiner.

Nog een week dan komt oudste dochterlief en haar gezin. Er moet nagedacht worden over de boodschappen. Hoeveel eten die vier mannen van haar en ook, niet onbelangrijk, hoe vaak. De bibliotheek moet omgetoverd worden tot familieslaapkamer, de slaapbank uit, de matrassen naar beneden, het beddengoed gelucht. Ze denken zaterdagavond hier op de stoep te staan met een huurauto vanuit Budapest. Heerlijk om de drie rakkers en hen te kunnen knuffelen. Nu maar duimen op wat warmer en droger weer dan tot nu toe. Van alle kanten wordt ons zon toebedacht, dus dat moet lukken.

Overpeinzingen

Een troostrijke zee aan bloemen

De ooievaars in het dorp zitten weer op hun nest. Ook de zwaluwen zwermen door de lucht, helaas laag, want er is nogal wat regen gevallen en er belooft nog veel meer te komen. Voor de tijd van het jaar is het eigenlijk te koud. Andere jaren was er volop zon en warmte. We rommelen wat om de Hof heen. Inmiddels ben ik aan een nieuw tekendagboek begonnen. De tekeningetjes zijn kleiner en met viltstiften gekleurd. Weer eens wat anders.

De mythische paashaas hier wekt mijn nieuwsgierigheid, maar vooralsnog kan ik er niet veel over vinden. Het voelt alsof zijn rol zoiets is als die van de Maartse Haas in Alice in Wonderland, die aan het hoofd van de theetafel zat en Alice uitnodigde een kopje thee te komen drinken. Ik was ook in de war met het witte konijn die ‘Te laat, te laat’ riep zodat Alice hem achterna ging, recht het konijnenhol in en in wonderland terecht kwam.

In de cultuurgids van het NRC wordt de tentoonstelling van Magdalena Abakanowicz geroemd. Ze zijn ondergebracht in het Noordbrabants museum, het Textielmuseum en het Provinciehuis Noord-Brabant. Magdalena maakt enorme indrukwekkende Kunstsculpturen. Ze raakte geinspireerd toen ze bij de Club van Rome hoorde over de klimaatverandering (in de jaren ‘70)waarna ze zich richtte op het herstellen van de balans tussen mens en natuur. Een bijzonder actueel onderwerp en helaas nog steeds van deze tijd. De tentoonstelling loopt gelukkig tot 24 augustus. Ze gaat op mijn lijstje.

In diezelfde gids de aankondiging van de tentoonstelling over Verzetsfotografie met het werk van de leden van ‘De ondergedoken Camera’ in het laatste oorlogsjaar 1944-1945. Indrukwekkende foto’s met elk hun eigen verhaal erachter. Het werk is opgenomen in het prestigieuze Nederlandse Unesco Memory of the World-register. Het is de eerste fotocollectie die die eer te beurt valt. Vanaf 2 mei te zien in FOAM en een kleinere buitenexpositie op het museumplein van 29 april tot en met 6 mei.

Een paar blogs geleden kwamen de dagboeken van moeders ter sprake. Het dagboek van Dieuwertje Blok haar moeder is eigenlijk precies zo’n ‘bakvissen’dagboek, met verliefdheden op elke bladzijde, soms in elke regel. Daarnaast echter sijpelt het wereldnieuws er doorheen. Op deze manier kreeg ik een antwoord op de vraag of dergelijke dagboeken wel interessant zijn voor bijvoorbeeld de kinderen. Het is wel degelijk een tijdsdocument. Met name bewijst het, zoals het Parool op de omslag aanhaalt, ‘dat zelfs in de meest afgrijselijke tijden de levenslust bij jonge mensen het won van de angst en de doemgedachten.’

Kunst, cultuur en natuur is de juiste tegenhang voor al de onrust in deze dagen. Alles wat de maatschappijkritiek aanscherpt en voedt is van belang. Juist nu zijn er allerlei tentoonstellingen van waarde, waarvan ik er helaas een paar zal missen. Op mijn lijst stond ook het werk van Kunstenaar en Ecofeministe Lara Schnitger. Je vindt het terug op de tentoonstelling ‘Stitch Witch’ in Museum Kranenburgh, waar men aandacht vraagt voor haar veelzijdig kunstenaarschap, feministisch engagement en focus op de verbondenheid van mens en natuur. Sculpturale werken in textiel.

Er zit trouwens een vreemd insect tegen een van de palen van het druivenprieel, vanachter mijn keukenraam zit ie maar te zitten en moet ik er even een foto van nemen. De druivenbladeren beginnen eindelijk te komen. De vijg heeft zelfs al ieniemienie-blad en piepkleine vijgen, Gisteren zijn alle zaadjes in de grond gegaan en kwam er een plensbui overheen. Als ze niet weggespoeld zijn, hebben we zo een troostrijke zee aan bloemen.

Overpeinzingen

Soepdag

Vanmorgen zaten we om negen uur gepikt en gesteven in de auto om in een overvolle super boodschappen te doen. Karrevrachten vol laveerden om ons heen. Pasen wordt inderdaad groots gevierd. Naast onze Agaath stond een busje met een Nederlands kenteken. Dat zie je hier niet vaak. De Nederlanders die er wonen hebben allemaal een Hongaars nummerbord.

Vandaag is het de sterfdag van mijn moeder en ter ere daarvan een fragment uit haar dagboek en een herinnering

Op zondag 21 juli 1985 schreef mijn moeder in haar dagboek:‘(…).Koffie en een mis voor de scheepvaart op België, met daar muziek en vendels  en dat alles op ’t strand van Blankenberge. Ton en Marijke, soeptijd, Pa brood met ossenworst. Marijke en Moe gaan wandelen met de jongens. Raar weer, zon, regen, dreiging, harde wind, koud, felle zon, heet. De heren zaten aan een pilsje, moe zet koffie. Ton moet half vijf werken, dus om drie uur huiswaarts. Moe doet de vaat en leest en puzzelt. Pa zit te zitten.(…)’

De zondagse loomheid vloeide uit haar pen. Iedereen was verder op vakantie en de afwisseling bleef bij dat ene bezoek van mijn zus en haar gezin. Zondag betekende haar hele leven lang in het middaguur, als de trek begon te komen, soep, heerlijke zelf getrokken kippensoep of verse tomaten of groentesoep met eigenhandig gedraaide balletjes. Kom daar nu nog maar eens om. Soep kreeg betekenis door haar vele vermeende eigenschappen. Het stilde de trek en wekte de eetlust op, het was heilzaam en helend en het werd ook gezien als troostend bij ziekte of malaise. Het hele huis ademde soep, omdat het trekken van de kip al de dag ervoor gebeurde. Afzuigkappen waren er niet toen ik klein was. Wat je rook was wat je at, zo simpel lag dat.

Het kon problemen opleveren bij spruitjes, kool en oliebollen. Dan bleef de zware lucht lang hangen en hielp er geen lieve vadertje of moedertje meer aan, zelfs niet met het openzetten van de keukendeur. Koollucht in de gordijnen, we raakten er aan gewend, net als de grauwe rook die mijn vader erin joeg. Bovendien stonk de benenkluiffabriek vele malen erger. Je kon het inderdaad beter afwegen aan iets wat heftiger was. Dan werd het fait accompli  lichter om te dragen.

Vroeger stonden de potten en pannen veel langer op het vuur. Postelein, spinazie en bloemkool werden drassig doorgekookt. Spinazie bleef bitter tot de fijngeschuurde beschuiten en de verkruimelde hardgekookte eieren dat wegnamen. Bovendien was alles te prakken met de aardappelen, smeuïg te roeren met de jus en ging er in een erger geval ook nog een flinke schep appelmoes overheen. Aan alles viel een mouw te passen en mijn moeder was niet voor een kleintje vervaart. Bovendien was er uiteindelijk altijd mijn vader nog, die alleen al door er te zijn, er voor zorgde dat de borden leeg kwamen. Je keek wel linker uit om hommeles te riskeren.

Mijn moeder, Bobby de hond en mijn jongste broertje

Wij werden wel behendig en gewiekst en zorgden ervoor dat de, in onze optiek, meest vieze dingen via het afzuigertje onder de tafel verdwenen. Bobby was een onbestendig hondje, een vuilnisbakkenras en een grote omnivoor. Om die hachelijke onderneming ongemerkt te doen, moest je je gezicht in een onschuldige plooi houden en stoïcijns zogenaamd aan je sok krabben, waarbij je duimde dat onze kameraad in bange uren, niet in een tevreden gesmak uitbarstte. Kluiven konden niet, want die hadden ons subiet verraden, omdat Bobby ze met veel gekraak versplinterde. Bij mijn moeders soep hadden we hem niet nodig en vochten we zelf om de balletjes.

Als mijn moeder op maandag de restjessoep serveerde vond ik dat eeuwig zonde, omdat daar alles was ingegaan wat van de zondag restte, tot aan de bloemkool toe. Dat was echt niet lekker, maar moest op tot de laatste snik. Twee smekende ogen keken ons aan vanonder het tafelzeil, maar ja, soep lepelen aan de hond was vragen om moeilijkheden. Dus aten we braaf, een tikje meesmuilend, de soep en wenste ik dat het zondag was. De enige echte soepdag!

Overpeinzingen

Al met al voldoende mazzel

Dochterlief belde vanochtend hoe het er mee was. Beetje benauwd, was het antwoord. Met het gesprek kwamen we er ook nog achter, dat het recept in het tijdsbestek van twee tot vijf dagen ook wel een s na de Pasen zou kunnen vallen. We zochten beiden het patiëntenportaal van de huisartsenpraktijk op en ik loodste haar naar binnen. Zij kon het recept niet openen, maar ik wel. ‘Maak er een screenshot van en print het uit’. Daar had ik ook wel aan gedacht maar ik was vergeten hoe je een screenshot maakte. Ouder hoofd, dan krijg je dat. Zij zette het om in PDF en stuurde het per mail naar me toe. Nu kon ik het laten uitprinten. Het postkantoor in Szigetvar leek de aangewezen plek. Niet dus. De papirette verderop in de straat. Ook nul op rekest. ‘De fotozaak’, wist die mevrouw, ‘die kunnen dat doen’.

Een dichte deur die even open ging om een van de laatste klanten uit te laten. Op onze vraag streek de vrouw van de winkel over haar hart en liet ons binnen. Met twee kleurenkopieën stonden we na een kwartier weer buiten. Perfect. Bij de apotheek was het druk. De hoofdapotheker werd er weer bijgehaald, die zich ons nog herinnerde en keurde de kopie goed. Pffff. Heerlijk zo’n man die meedenkt. We konden met de puf op huis aan. Missie geslaagd. Bij thuiskomst lag er nog steeds geen brief. Goed denkwerk van dochter. ‘En eerder aan álle bellen hier trekken ma’, vond ze. ‘Met elkaar komen we er altijd.’ Zo is dat.

Zo nu de zorgen weer voor morgen zijn, kan het feest beginnen. Pasen wordt hier groots gevierd en op goede vrijdag en eerste en tweede paasdag zijn alle winkels dicht. Met andere woorden: Regeren is vooruit zien’. We halen morgen en zaterdag op een vroeg tijdstip de boodschappen. In de dorpen worden de paastradities veelal in ere gehouden. De vrouwen bereiden de maaltijden met gerookte ham, gekookte eieren, verse ingelegde mierikswortel en vers melkbrood(Kalacs, een soort brioche), heel vaak staat er Palinka op tafel. Ze wachten op de mannen in huis die een gedicht(Husvéti vers) voordragen en parfum in hun haar spuiten. Vroeger werd er met water over ze heen gegooid en tegenwoordig worden ze daarmee besprenkeld. (locsolkodas). Eigenlijk draait Pasen om het einde van de veertig dagen vasten, de komst van de lente, hofmakerij, vruchtbaarheid en gezondheid. De eieren worden beschilderd en aan de waterbesprenkelende mannen gegeven. Voor de kinderen deelt een mythische paashaas eieren en paashazen uit. Veel kinderen krijgen een konijntje, want een haas is in het Hongaars een wild konijn ofwel een mezei nyúl.

In Pécs schijnt er wel een Paasmarkt te zijn. Dat moet ik nog uitzoeken en anders is een bezoek aan het eieren museum of aan de cultuurwijk het Zsolnay interessant. Daar is de tentoonstelling van het rozenporselein zeer de moeite waard.

Gisteren kwam vriendlief spontaan langs om even de handmaaier na te kijken, die het op de een of andere manier begeven had. Hij haalde het ding vakkundig uit elkaar en kreeg er zowaar weer beweging in. Toen hij nieuw vet in de tandraderen deed ging het soepeler. We vermoeden dat het vet niet meer goed was. Tijd voor thee was er niet, want hij moest weer aan het werk. Heerlijk zo’n Handige Harry in de buurt. Mijn verkregen puf en de werkende maaier. Al met al voldoende mazzel.