Nu zou de biografie-bijeenkomst zijn, maar het venijn van de griep zit ‘m in de staart, weliswaar alleen in de ochtend nog, de rest van de dag gaat het al beter. Ik heb afgezegd, want de andere dames zijn ongeveer in dezelfde leeftijdscategorie en deze griep wil ik ze niet aandoen, niemand trouwens. Ik heb in ieder geval goede hoop voor het weekend, als ik met de dochters een weekend heb gepland. Misschien ben ik er dan net vanaf.
Gisteren hoorden we dat de broer van Lief van zijn fiets is gevallen. Er zijn allerlei oorzaken voor te noemen, maar hij is gisteren geopereerd en ligt op de intensive care. Daar wordt hij nog een paar dagen in slaap gehouden. Ineens wegen de jaren zwaarder dan anders, zeker als je zo met je neus op de feiten wordt gedrukt. Voorlopig kunnen we alleen maar hopen op herstel. De nacht piekert onze eigen kwetsbaarheid bij elkaar en ik bedenk dat het zaak is om een paar dingen goed te regelen. Daar hebben we het heel vaak over. Maar wat als je het niet meer vertellen kan.
De schrijfcursus is indringend. Het zijn niet de makkelijkste thema’s en soms wil ik niet eens echt er over schrijven, maar ik heb mezelf, en Lief en de kinderen in gedachte, beloofd eerlijk te zijn in dat schrijfproces. Ik ben het ook in deze blogs, maar er zijn natuurlijk altijd zaken waar je niet met de hele wereld over wil praten. Hier maak ik duidelijke keuzes. Daar gooi ik alle deuren van mijn hart open in het kader: ‘Maak van je hart geen moordkuil’. Vandaag was het thema: ‘Wat je ooit begraven hebt’, en daarmee bedoelde ze duidelijk niet het molletje die we ooit in optocht met de kinderen van de groep plechtig begraven hebben, maar een van onze eigen dissonanten en daarvoor moet je dus diep naar binnen. Dat valt niet mee. Het bleek een soort Dostojewski te worden. Ja ja, de menselijke ziel kent bergen en dalen.

Vandaag is de vader van de kinderen jarig en hij zou 69 geworden zijn, had dochterlief uitgeteld. Vierentwintig jaar geleden alweer. Hij wordt nog altijd zeer gemist. Er komt een foto langs van hem aan de maaltijd in mijn eerste kamer, die ik huurde in Nieuwegein. Hij woonde op zolder in hetzelfde huis. Het was in 1979. Daar had ik kurk op de muur. Die vraag hing in de lucht een tijdje geleden, maar ik wist niet meer in welke kamer dat was. Er waren samen met Lief immers vijf kamers in Leiden en daarna een in Utrecht met zuslief en toen deze in Nieuwegein, voordat de vader van de kinderen en ik als gezin aan de ‘volwassen huizen’ begonnen. Het is een groot plantenparadijs. We zaten op kussens op de grond, bord op schoot, zo ging dat. Ik had niet eens een eettafel. Hooguit een bureautje, maar dat zelfs niet geloof ik. Wel een groot plantenparadijs. Een paar maanden later waren we een stelletje.
Het lijkt lang geleden en toch ook weer niet. Tijden zijn omgevlogen. Die weg van de wieg naar het graf is uiteindelijk maar een fractie op de eeuwigheid.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.