Uncategorized

Nanananana!

Er gaat niets boven een potje raggen in de tuin. Ik weet dat ik één bed tegelijk moet doen en dan de rust weer in acht nemen, maar op de een of andere manier schakelt mijn geest over op de automatische piloot en sjouw en sjor ik achter elkaar door. Nu is tuin ook wel de perfecte plek om ziel en zaligheid te vergeten met het aanwassende werk iedere keer weer.

Hardnekkige kruipers als hondsdraf en bosaardbei groeien niet aflatend door en knevelen elke plant op hun pad. Het middenstuk heb ik aardig bezegeld door er een andere kruiper tegen aan te gooien, de heerlijk geurende lieve vrouwe bedstro met haar prachtige witte bloemetjes in het voorjaar en met lage maagdenpalm die makkelijk op hun plek te houden zijn. Ik begin bij de fruitbomen en graas de grond af. Vooral de hondsdraf is hardnekkig. Ik ontdek dat de kleine geniepigerds zelfs mijn Japanse anemonen aan het belagen zijn geweest en ook de geranium te grazen nemen. De groei blijft staken in een treurige pierigheid. Phlox verheft zich trots en ademt wilskracht om het lijfbehoud. Ik jaag voort. Het leverkruid moet eruit. De springbalsemienen mogen op één te overziene plek blijven. De braam haar loze takken moeten gesnoeid. Daar groeit dit jaar niets meer aan. Waar is het vingerhoedskruid gebleven? De prachtige lupine is gesneuveld aan luis.

Hypericum perforatumHertshooi.

De hibiscus bloeit weer prachtig, maar moet in luister hersteld worden, door wat bonte kornoelje weg te knippen. Ze ruist tevreden met haar takken en rekt zich nog wat meer uit. Een andere wildloper is de hertshooi. Ze bloeit nauwelijks, waar ze nu staat en strekt haar lange vingers waar kleine nieuwe struiken beginnen. Indammen dus en ik bedenk me, tijdens het grissen door, dat ik die gekregen heb van iemand die hem zelf niet meer in de tuin wilde. Ik weet nu waarom en maak er een leerpunt van. Als iemand planten wil doorgeven, omdat ze niet meer gewenst zijn in een tuin, vraag dan even naar de reden. Negen van de tien keer zijn het woekeraars en bezorgen ze je een mijl op zeven aan werk. ‘Bezint eer gij begint’, hoor ik het verleden fluisteren.

Er bloeit nog een exemplaar in mijn tuin, paarse bloemetjes, afgeplatte steel. Normaal weet ik haar bij naam te noemen, maar het heldere denkvermogen is wat beneveld door de overdaad aan arbeid van gisteren. Die groeit echt tegen de klippen op, net als de geurende munt, die zich er doorheen strengelt. Potten zoeken en apart houden is het devies. De groene muntkevers krijg ik er gratis bij. De arme schoenlapper is aan het zieltogen en moet verhuizen naar een wat zonniger stek.

009.JPG

Zo ploeter ik voort en achter mij liggen overal waar ik grasduin, bergen onkruid. Dat is het nadeel, als je geen tijd hebt om het goed bij te houden, maar de komende weken zal dat beter gaan. Ik laat het wat versterven op de tegels, omdat het snel slinkt en daarna makkelijk te composteren valt, maar dan moet ik eerst de uit de hand gelopen compostberg van mij en de buurman aanpakken, want die is veel te hoog en ringslang is verhuisd naar een meer beschutte plek.

Clematis en roos zijn uitgebloeid en de kamperfoelie ook. Oude rozen eruit en wachten op de tweede bloei, rozentakken in de vuurkorf laten versterven. Als ik na vijf uur hard werken naar de auto loop, doet alles me zeer en heb ik even tijd nodig om rust in de aderen te kweken. De endorfine jaagt door het vege lijf, laat aderen zwellen en  handen verkrampen, de vermoeidheid slaat toe als ik rozig in de lediggang duik.

Vrouwelijke goudoogdaas (Crysops relictus)Daas.

De allergrootste plaaggeest die rondwaart in mijn tuin is de daas. Die zweeft hardnekkig om je heen, tot je het niet in de gaten hebt en dan het liefst in een bezweette nek of in de holte van de knie prikt. Ik zwaai, net als de paarden hun staarten, met mijn armen en maai over en langs hem heen. Hij trekt zich er niets van aan. Verbeeld ik het me nou of zoemt ie zachtjes: Nanananana!

Uncategorized

Nog even nergens anders!

Het verhaal was al bijna afgerond en klaar toen ik het selecteerde en knipte. Daarna heb ik het opgeslagen in Word. Het was te persoonlijk, omdat het een beschrijving van een ander zijn leven betrof. Het was een sterk verhaal geworden. Schrijnend maar mooi. Alleen, nog niet geschikt voor publicatie.

Ooit las ik dat je als schrijver ‘sans scrupules’ moet kunnen zijn. Dat vergt nogal wat. Ik besefte bij het schrijven steeds heftiger de impact die het op dat speciale  leven zou kunnen hebben. Het had een stigma kunnen worden, dat voor de rest van het leven zou schuren. Kan ik dat een ander aandoen. Mijn hele schrijvende leven lang ben ik aan het proberen om mijn verhalen te vullen met ‘onherkenbaar’ bekende onderwerpen. Dat is misschien ook wel, waar ik me op toespits. Algemene situaties en mijn eigen persoonlijke beleving komen ruim aan bod. Daar kies ik zelf voor, maar een beklemmende situatie of de grief van een ander verwoorden is van een andere orde.

009

Zodra ik het boek van een gemeenschappelijke kennis lees, die over een gedeelde wereld uit het verleden schrijft, speur ik naar herkenningspunten van een vriendin die daar in voor moet komen. Maar zij is overleden. Dan biedt het troost of soelaas. Bij weer een andere bekende zoek ik hetzelfde. Ook daar biedt het eerder steun. Over de doden niets dan goeds is bij beiden bewaarheid, maar er viel ook geen kwaad woord over te spreken.

014

Met een vriendin bespreek ik die gevoeligheid. Het is makkelijker om over iemand te schrijven als die persoon is overleden. Je kan de al te scherpe kanten milder maken of verzachten. Zelfs voor kinderen of kindskinderen kan een stempel doorwerken. Dat heb ik wel gemerkt bij het uitschrijven van de dagboeken van mijn moeder. daar zaten een handvol passages tussen, waarbij de emotie het had gewonnen van de ratio en die misschien heel anders uitgelegd konden worden als het zwart op wit te lezen stond. Wat is de meerwaarde van een vertekend beeld en daarmee van een gekwetst gevoel, als het niet meer te verhalen valt op de persoon zelf of als het door het tijdsbeeld vervaagde contouren heeft gekregen.

Ooit, jaren geleden, bij een van de eerste blogs, schreef ik over het al dan niet verbergen van kanker voor de omgeving en mijn optiek was, dat ik dat niet eerlijk vond ten opzichte van de achterblijvers. Daarop kreeg ik een schrijven van een nabestaande die iets dergelijks overkomen was en juist in volle bewondering terugdacht aan deze vrouw, omdat ze haar naasten het leed had willen besparen en daar alles voor over had. Er leiden altijd meerdere wegen naar Rome.

029

Het is mijn eigen ongeschreven wet om er rekening mee te houden, waarmee ik het me soms moeilijker maak. De vraag, die zich uitkristalliseerde toen ik dat eerste verhaal aan het schrijven was, ga ik aan de vriend in kwestie stellen. Daar heeft hij recht op. Pas als mijn visie klopt, kan ik aan de verwerking beginnen. Dan weet ik of het juiste licht op de situatie heeft geschenen en kan ik mijn bezorgdheid rechtstreeks neerleggen waar het behoort te zijn en nog even nergens anders.

 

 

 

Uncategorized

Zo’n moederhart dus!

Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang het moederhart gevoeld, zoals het vroeger klopte, als zoons of dochters een avond aan het stappen waren en ik wachtte op hun thuiskomst. Het zijn er vijf. In totaal heeft het arme hart nogal eens overuren gemaakt. Nooit laten merken en me altijd slapend gehouden, kinderen hebben recht op een onbezorgde avond. Daar draagt overbezorgdheid niets aan bij. Bovendien lopen ze niet gauw in zeven sloten tegelijk.

Ingang van woolloomooloo.

Herinnering: Met vriendlief dook ik regelmatig de Utrechtse nachten in eind jaren zestig. Het begon altijd met een kop koffie aan de vismarkt in de Metro, een wijntje in de Vriendschap, dansen bij Woolloomooloo, een uitzwaaier in het Pandje en een afzakkertje in de Bedstee. Als je op tijd binnen was, kon je daar de nacht zelfs doorhalen. Mijn moeder was op de een of andere manier altijd wakker als ik thuiskwam. Ze opende de deur op een kier en sluisde me door  naar boven. Ze moet als de dood zijn geweest voor het feit dat mijn vader wakker kon worden en er wetenschap van kreeg dat zijn dochter op nachtelijke kroegentocht was gegaan. Het huis zou te klein zijn geweest. Een rechtgeaard politieman laat niet met zich sollen.

Nu ik zelf nachten wachtend heb wakker gelegen, begrijp ik als geen ander, dat ze bij het minste of geringste geluid -voetstappen, gemompel-altijd luider dan het feestbeest dacht-gerommel aan de deur, rinkelen van een sleutelbos- wist dat ik in aantocht was. Dat ze het als haar taak voelde om de weg te banen voor het plezier. Het was in  haar ogen onschuldig vermaak. De jeugd had de toekomst en het recht van zelf ontdekken, hoe het leven in elkaar stak. Er sprak een groot vertrouwen uit. Mijn vader zag de beren op mijn pad en voor zijn bureau in levende lijve. Ik was een dochter in het duistere nachtleven en aan de heidenen overgeleverd.

Ik heb mijn kinderen altijd in de waan gelaten, zoals zij mij in de waan lieten dat er niets gebeurde op al die stapavonden. ‘Wat niet weet, wat niet deert’ stond hoog in het vaandel. Bij mijn moeder, bij mij als kind en moeder en bij de kinderen. Mijn vader zou het pareren met het verdict dat we struisvogelpolitiek bedreven. Maar dan wel in de vrijheid om je eigen fouten te mogen maken, bedenk ik me nu.

Ik was het gevoel al weer een beetje kwijt. Het leek altijd verdacht veel op hyperen, zoals ik het noem. Hoog in de ademhaling schieten er beelden door je hoofd, die je liever kwijt dan rijk bent. Niet tastbaar en reëel maar flarden ongrijpbare ellende. Schuivende auto’s, een nutteloos draaiend fietswiel op z’n kop, een gevallen tas en altijd sirenes. Hoe veelvuldiger de beelden worden, hoe hoger die ademhaling gaat zitten en dan komen er de hartkloppingen bij, het getintel, de paniek. ‘Hyperdepiep’ in de gloria. We zijn er weer! Dat was lang geleden.

foto van Natalie Teeken.Als stippen in het zwerk

De oorzaak van de ellende was een sprong in het diepe van dochter en jongste zoon en een vriend van hem. Nee, niet bungeejumpend van een brug af, wat dochter me ook eens achteraf vertelde, maar vanuit een vliegtuig. Samen met een instructeur. Achteraf, aan de hand van de foto’s, weet ik dat ik er beter bij had kunnen zijn, dan had ik gezien welke voorzorgsmaatregelen er genomen worden. Maar nu zat ik mijn nagels te verbijten op bed en te hyperen als in de goeie ouwe tijd. Zo’n moederhart dus,  dat nu trouwens zwelt van trots als ik aan hun heldendaad denk.

Uncategorized

Heerlijke stations.

Ik hou van stations in het algemeen en van het nieuwe station in Utrecht in het bijzonder. Gisteren was ik er even, omdat we met de zussen hadden afgesproken. De mensen die het bevolken zijn in een aantal categorieën in te delen. Je hebt de Wachters, de Drentelaars en de Haastlopers. De wachters zitten er hun tijd te verbeiden. Ze zitten onderuit gezakt of kwiek rechtop. Ze nemen alles goed in zich op, drinken een kop koffie, cryptoën zich  de minuten door en tellen de seconden tot het tijd is om, om het even wat, hun trein, de ontmoeting tegemoet te lopen.

De Haastlopers haasten met een verwilderde blik iedereen voorbij, in een draf of ongegeneerd rennend, met wapperende jaspanden, dansende haren, de hoofden rood en hijgend. Niet zelden sleuren ze een rolkoffer achter zich aan of sjouwen zware tassen. Ze proberen in een oogwenk het ene universum voor het andere te ruilen. Vanuit de drukke menigte naar de zalige stilte van de coupé van de trein, die ze net op het nippertje gehaald hebben om een zucht van verlichting te kunnen slaken. Als dat niet het geval is kijken ze met een bedremmeld gezicht naar de dichte deuren, terwijl de conducteur nog een dreigende waarschuwing laat horen. Niet instappen, want dat levert een fikse boete op. Voor niets gehaast!

Dan heb je de Drentelaars. Die ijsberen ontelbare paden tussen de anderen in. Stapsgewijs en met een zalige nietsziende blik.   Ze zijn met hun gedachten elders of ter plekke maar peinzen over allerlei zaken, wereldse, filosofische en niet zelden wacht hen een ontmoeting, zoals ik gisteren op de zussen wachtte. Die er wel al waren, maar andere zaken te doen hadden in de tussentijd dat we op zus uit Houten aan het wachten waren. Ik drentelde mijn tijd uit, van de lift tot het bolvormige zitding. Het was geen bank, maar je kon er op zitten. Daarna weer terug van zitje tot de lift en observeerde ondertussen die Wachters en Haastlopers. Niets leuker dan dat. Voor me drentelde een meisje. Onze blikken ontmoeten elkaar, bijna een blik van herkenning en ze keek blij verrast, keerde zich toen weer om en drentelde van van me af.

016

Toen de zussen zich bij me hadden gevoegd en we aan het overleggen waren waar zus uit Houten kon zijn, kwam ze op me toegelopen en vroeg of ze iets heel geks mocht vragen. Ze zei: ‘Ik dacht dat U mijn moeder was. Mijn moeder ziet er ook altijd zo uit. U heeft dezelfde kleur haar en soortgelijke kleren aan.’ Ze lachte er ontwapenend bij en klapte het telefoontje open waarbij sierlijke vingers haastig een foto opzochten, de beeltenis van haar moeder. Ik smolt. Ter plekke.  Ze verontschuldigde zich, dat het op de foto niet zo leek, maar bezwoer dat het toch echt waar was. Het beeld van haar blij verraste blik aan het begin en deze bekentenis vielen samen en kregen betekenis.  Ik verzekerde haar, dat ik absoluut wel haar moeder had willen zijn. Ze lachte zonnestralen.  We vervolgden ons weg en ik keek nog een keer achterom. Ze drentelde verder, met een vorsende blik en had haar moeder nog niet gevonden.

de stijlOutCastDanceCompagny in Stijl.

Wij vervolgden als echte Slenteraars onze weg, tijdloos en bedaard. Die was ik nog vergeten. Ook zij zijn op elk station te vinden. Zus stond al een kwartier te wachten bij de piano. Altijd fijn om een baken als herkenning te hebben en een telefoon te hebben die de mobiele gegevens op tijd doorsluist. Ze had geen app ontvangen. We liepen gevieren verder ‘Utrecht in Stijl’ tegemoet.

Ach, heerlijke stations, waar de tijd sluimert of voortraast en waar spontane ontmoetingen zomaar licht kunnen brengen om een hele dag gelukkig om te zijn. Ik hou ervan.

Uncategorized

Buiten spelen!

Het is lang geleden dat iemand me vroeg of ik buiten kwam spelen. Mieke deed het en zo kwam het dat we gisteren, op een dag die aanvankelijk verloren leek, door de slagregens in de ochtend, toch richting Lek togen. Halflange oude broek en een dunne trui, Mieke in korte broek en T-shirt. Schetsboek en grafietstift in de rugzak en door het gras en de distels. Mieke’s eigen ‘blote voeten pad’, gezond kan kosteloos in je eentje. Alleen die distels, dat was wennen. Ze staken stug omhoog en hadden de modus opgevat om terug te prikken als je er per ongeluk op trapte.

053.JPG

De regen was letterlijk weggevaagd door de harde wind, die aan onze koppen trok en ik bedacht me dat ik geen kwast of niks bij me had om door een haastig gedraaide knot te steken. Geen paniek. De sjaal die ik om had, werd als een tulband om het hoofd geknoopt en voldeed aan de norm om het gezicht haar-en uitzichtvrij  te houden. Als de nood aan de man komt is de redding nabij, lispelde mijn moeder van boven.

Het water in de uiterwaarde was bruinig van de klei en het zand. Het was een oer-Hollands tafereel. Zoeen waar je naar kan verlangen als je in den vreemde bent of ligt te verbruinen op een uitheems strand. De brug van Vianen en de horizon van Vreeswijk met daarboven een strak blauwe lucht, waar het wolkenwit witter afstak dan te doen gebruikelijk. Een kleine kudde pinken stond aan de overkant vredig te grazen. Aan de rechterzijde swoeschten de grote windmolens de herinnering aan de wieken van een oude vertrouwde molen weg.

051

We liepen het water in dat bevrijdend tegen de benen opspatte. Het maakte de boorden van mijn broek nat en kieperde alle remmingen en het normbesef over boord. Lang leve buitenspelen. De klei was hard en liet zich nauwelijks kneden. Ik drukte het in de handpalmen fijn en kneedde eerst vier hoofden, die allemaal stuk voor stuk op een facet van de grote vriendelijke reus leken. Roald Dahl zwaaide vanaf zijn witte wolk. Mieke was veel langer aan het kneden dan ik, maar het bleek, dat ze elk hard stukje klei om wilde buigen tot het als was in de handen was. Ik liet de kern voor wat het was, onbewerkbaar en kneedde er een zachte jas omheen. Grappig om die twee technieken te vergelijken. De kenner die de materie doorgrondde en de leek, die voor het vlugge resultaat ging. Bij eb was er meer zachte klei te vinden, dan nu het vloed was en het water opstoomde, wist Mieke te vertellen en we beloofden ons een volgende keer bij laag water.

079

We ploegden het met de tenen omhoog en haalden grote klompen uit het oprukkende water. We sopten steeds verder weg van de droge plek waar de tassen lagen. Mieke wenste zich een beeld toe, dat zo groot was als een sneeuwpop in de winter. Dus vormden, sloegen, hamerden de vuisten de onhandelbare brokken tot een te bewerken oppervlak en spette de modderspatten tot op de bril, op de kleren en vormden een mooi en nieuw grillig patroon. Uiteindelijk werd het een echte Dubuffet, toen we niet met losse klei maar met de hele hompen gingen werken. Fysiek inspannend en toch een bevrijding. Wind om het hoofd en alle muizenissen naar een grijs gebied. Vrij als een vogel!

111

Daarna een tweede optima forma moment, terwijl we aan de ruige randen langs het water zaten en de schetsboeken trokken. Wolken tekenen in grijs is een sensatie op zich. Ik stak het impulsief in door contouren te tekenen, wat lastig was met wolken die zo snel van vorm veranderden. Hoe vang je dat felle wit in grijs. Turen en kijken en ontdekken dat niet de vorm maar het blauw de basis was, alle tussenvormen eerst, in schakeringen. Mieke wees me op de donkere blauwen op de voorgrond en de lichte blauwe achteraan en het feit dat het boven onze hoofden was, wat een totaal ander perspectief geeft. Magritte bewonderen en ondertussen in grafietgrijs vangen wat daar aan het oog voorbij trok. Niets is moeilijker en natuurlijk lukte het niet, maar een nieuwe manier van kijken was geboren. Kijken, kijken en kijken en dan pas vastleggen. Ineens sloeg de vermoeidheid toe, en wilden we naar huis.

125

Langs de koeien en de distels trotserend. Ze staarden ons wantrouwend aan, klaar om op te springen bij een verdachte beweging en lieten de natte neuzen niet aaien, hoe Mieke ook paaide met lieve zachte woorden. Ze hadden het beste plekje van de wereld. Waar kon je anders zo heerlijk buiten spelen als daar, in de uiterwaarden van de Lek.

 

 

Uncategorized

Die kinderhand is nog steeds goed te vullen!

Uncategorized

Stilte scherpt de geest.

Ik slaap als een roosje. Niets bijzonders zullen jullie zeggen, maar dat is het wel, want ik mis mijn nachtelijke uren. De ochtenden met het witte licht, waarbij ik in alle stilte schrijven kan en de woorden zich als zinnen aaneen rijgen met een gemak waar ik altijd nog verbaasd over ben. Sinds de vakantie ga ik er om vier uur even uit en val daarna als een blok weer in slaap.

093

Ik werd om zeven uur wakker van een bladblazer en een bosmaaier. Het zijn beide beroepen waarvan ik het nut waag te betwijfelen met name omdat ze zo’n herrie maken dat het denken ter plekke stokt en omgewroet wordt tot ergernis. De mannen namen ook nog eens de moeite om uitgebreid met elkaar onder het raam van mij in gesprek te gaan. Het geluid echode mijn kamer in en riep mij uit die heerlijke droom weg. Dat dus. Verkeerd wakker gekust, maar met een prachtige droom op het netvlies. Die heb ik maar gauw even vastgelegd, omdat het anders een flard herinnering wordt.

Ik weet, waardoor dat slapen komt. Alle onrust van school is naar de achtergrond verschoven. De tijd behoort mij en niet langer rust er druk op of te ondernemen actie. Ik kan gaan en staan waar ik wil en hoe ik wil. Zo werkt spanning door. De kiem voor eventuele onderliggende stress, maar ook voor een creatieve draai door het ver van me af te schrijven. Hoe moet een mens anders de tijd aan zichzelf houden.

De rust en de stilte ’s nachts geven een totaal andere energie. Het ruisen van het verkeer langs het raam heen verbreekt de gedachtegang meerdere malen en dat maakt het lastiger om de woorden te vinden. De bosmaaier blijft dwingelanderig aanwezig en schoont niet alleen de randen van het grasveld op, maar schuurt evenzeer de zinnen weg. Het is net of iemand met zijn brommer indruk maken wil, door te blijven gassen met zijn handvaten, te indringend om het te negeren. Tijd voor koffie.

Matic AV (1969)

Herinnering: De eerste keer een brommer in handen.  Ik zou een blok rijden om de Zuilense laan en de velden van DSO heen. Net vijftien en geen enkele ervaring. Het was een mooie  Spartamatic van een van de meiden van het handballen. Tijdens de rit begreep ik dat ik vergeten was te vragen hoe je af moest remmen. Ze had het ongetwijfeld verteld, maar in mijn opwinding voor het ritje, dat ik zou mogen doen, had ik niets aan uitleg opgeslagen. Blind was ik op die snelheidsduivel gestapt en toen het asfalt steeds sneller onder me wegschoot, dacht ik pas aan de rem. Er vlamde een lichte paniek door me heen. Ik was bijna bij het laantje waar ik in moest, de bocht zag er angstaanjagend smal uit. Impulsief rukte ik aan het stuur en ineens zweefde ik door de lucht en belandde hard in de greppel, de brommer er half overheen, pruttelde nog wat na en daarna viel de stilte in. Hoe overweldigend luid stilte kan zijn.

Gebutst en blauw kroop ik er verfomfaaid onderuit, brommer was oké, op een enkele kras na. Vriendin was toe komen rennen en meer bezorgd om de brommer dan om mij. Het duurde even voordat ik frank en vrij op mijn eigen grijze brommertje dorst te rijden, waarmee ik elke dag naar Amersfoort moest. Zodra het kon, werd de brommer ingeruild voor een Daf 33. Veilig en besloten.

Ik was nooit op het verhaal van de brommer gekomen als de bosmaaier niet zo lang had staan drenzen. Elke beleving brengt een nieuwe met zich mee. Toch maar weer opteren voor het stille uur en ’s avonds wat vroeger in de veren! Het filosofen-uur verdient het om gekoesterd te worden. Herrie brengt mooie verhalen, maar stilte scherpt de geest.

Uncategorized

Wat je noemt een koopje!

Van de regen in de drup belandde ik, toen bleek dat op maandag alle musea gesloten waren en de regen met bakken naar beneden kwam. De eerste keuze om te schuilen was natuurlijk een troostrijk en duur restaurant voor een heerlijke hartverwarmend kop koffie. Daarna lag er nog de mogelijkheid van een aantal kerkbezoeken, met gelukkig in een van die kerken ook wat kunst. Toch museaal uitzicht.

508

Daarna was het definitief gedaan met de rust en hengelden we winkel in winkel uit. Het was duidelijk en ik moest het volmondig aan mezelf bekennen. Ik ben geen echte shopper. Dat beeld van mezelf dat me ongemakkelijk aanstaart in die paskamer met een grasgroene top aan, die ik normaal gesproken nooit aangeschaft zou hebben en die toch op een knaapje aan de kastdeur hangt, bezorgt me nog steeds rillingen van ongemak.

Foute keuze, fout moment. Ik had niet daar willen zijn, maar met mijn neus in de bloemen, een hortus bewonderen, die mooie kloostertuin, dwalen door de bossen, verdwijnen in een goudgeel graanveld, liggen op de top van een heuvel en niet al slenterend langs alle Sales met hier en daar een mooi antiek geveltje er tussendoor dergelijke stadse veldtochten ondernemen. Maar ja, het regende pijpenstelen en er waren echte winkelaars bij. Dan doe je water bij de wijn.

De enige mogelijkheid om zo’n stads geweld te bezweren is je een opdracht te geven. Zwarte gympen bijvoorbeeld, zodat je met dat doel voor ogen op zoek kan gaan en alles verder links kan laten liggen. Als het dan zo’n waanzinnige groot en compleet aanbod blijkt te zijn, bezwijk je uiteindelijk toch en weer glijdt mijn vinger langs de ontelbaren rekken. Het was wel met een missie, want een zus had voor de zonovergoten vakantie in het verschiet nog wat moeilijk te vinden niemendalletjes nodig. Solidair zoeken we mee.

086.JPGEen van de fonteinmannetjes

Er was een wonderlijke beleving en of dat kwam omdat ik al murw geslagen was door het winkelen, weet ik niet. We hadden de stad al aangedaan, maar herkenden het in eerste instantie niet omdat er de vorige keer stoffenmarkt was met uitgestrekte dubbeldikke rijen stoffenkramen, die het zicht op de historische binnenstad volledig ontnamen. Ons oog viel toen vooral op de fontein achter een van de kramen met grappige kobold-achtige figuren.

082 Het beeldje.

 

We zagen hem de tweede keer onmiddellijk, omdat het een markant punt was op het nu lege plein voor het oude raadhuis. Even dacht ik, het was bijna surrealistisch, dat we in een andere stad waren met exact dezelfde fontein. Niets van de lege stad herinnerde aan het eerste bezoek, slechts een beeldje in een etalage bracht de werkelijkheid terug. Hier hadden we inderdaad al voetstappen liggen.

289De kip

Achter de binnenstad was een oase aan rust, ontvolkt, geen mens te zien. De stemmen weerkaatsten hoog op naar een gouden kip die op de toren blonk en het beeldende vermogen van haar omgeving verried. Het was de plaatselijke kunstacademie met een eigenzinnige bank er voor en in de vensterbank buiten een eenzame vrolijke beschilderde afgetrapte werkmansschoen. Kunst met liefde.

298

Wat kon ik er naar verlangen. Mijn tekenboek vulde zich met grappige momenten en schilderachtige teksten ernaast. Tekenen moet, laven aan de beelden, ‘in prenten’ en opslaan wat je ziet. De grasgroene top ontbreekt, verdrongen, misschien ga ik straks ‘Ton sur Ton’ spelen in de tuin. Kijken of het gras groener is. Er is in ieder geval geen winkel te bekennen, al etaleert alles wat kleur heeft, zich op haar voordeligst. Toch meer een buitenmens van gratis en voor niks! Wat je noemt een koopje!

 

 

Uncategorized

En de boom die wordt hoe langer hoe dikker…!

Mijn vader is vandaag 100 geworden. Daarvan was hij er 79 in dit aardse tranendal en de afgelopen 21 jaar zit hij op een wolk. Tijdens de vakantietochten zijn we hem steevast tegengekomen. Al jaar en dag is de lindeboom onze stamboom, omdat mijn broer eens een ode aan mijn vader en moeder en hun gezin heeft gebracht met het lied The Lindentree. Dit jaar blijft Pa maar posten en ontdekken we zijn naam in alle toonaarden op de plaatsen waar we zijn. We beschouwen het als zijn eigen facebook. Zuslief en ik kwamen hem tegen in de Jochumhof in Steyl. Hij heette Adriaan, maar omdat hij de jongste van het gezin was werd het al gauw Joch, van Jochie en later Jochem. Mijn broer Niek vond vandaag een 100 jaar oud schilderijtje van Jan Steen uit 1917, zijn geboortejaar. En ergens was er een Jouchem Sprinckmeijerweg in Loenen.

315.JPGSteyl.

Als je wilt, ligt de wereld aan je voeten. Mijn vader was een brigadier/wachtcommandant, maar daarvoor was hij rechercheur. Ik kan het beeld nog goed voor de geest halen. Pa in zijn uniform. Hoe hij elke morgen weer de imposante benen in de blauwe broek over de stang van zijn dienstfiets zwaaide en statig rechtop met zijn pet op zijn hoofd en het pistool in de holster om het middel de straat uit fietste. Oneindig veel spannender zijn de foto’s van de tijd daarvoor, toen herinneringen allemaal vervaagden, omdat we te jong waren om ze vast te leggen. Hij nam zijn taken als rechercheur serieus. Op de sepia foto’s speurde hij, als een Columbo avant la lettre de rails of de weg af, zijn kraag omhoog, de hand aan de gleufhoed, schalks op zijn voorhoofd, een shaggie in de mondhoek, turend naar sporen van het misdrijf, ongeval, of botsing. Als hij nadacht, kringelde de rook omhoog, langs zijn gefronste voorhoofd en was hij voor een ogenblik in diepe gedachten verzonken. Associëren en verbindingen leggen was zijn specialiteit.

kerst Patriarch bij uitstek.

Er was ooit  nog eens een hele andere Jochem geweest, die toneel speelde aan de Politieacademie en tapdanste als de beste. Nooit, nooit, nooit hebben we hem meer kunnen verleiden om het een keer aan ons te laten zien. Maar de filmvader hoorde wel bij onze jeugd. Aan zijn hand huppelend naar het jeugdhonk, een zijgebouw van wat niet lang daarvoor nog een klooster was. De enorme filmrollen, het celluloid, mijn vader in hemdsmouwen die de grote spoelen op het apparaat schoof. Het intense donker en de wetenschap dat jouw grote sterke vader in de buurt was, ook al waren de films soms spannend en eng, al ging het niet verder dan de boefjes, Marcellino en Anton en Puntje, maar toch. Vier jaar was ik en de wereld ging open.

Daarna slokte het voetbal alle tijd op en werd hij in onze optiek te fanatiek als voorzitter van de club.  In die periode werd hij ook de politieagent thuis. Te veel aan zijn hoofd, de nachtdiensten, het sluipen door de gang, hou een hok vol kinderen maar eens af van lawaai. De enige remedie was het buitenspelen. Daar vervolgden we onze avonturen terwijl er een kat en muisspel om de hiërarchie tussen alle buurtkinderen onderling gaande was. De ouderen zorgden voor de jongsten, de maan was altijd rond en ‘buut vrij’ kletterde tegen de ommuurde Amandelschool op. We hoepelden en hinkelden ons een weg door de dag en de bal stuiterde tevreden tegen de randen van de autoloze stoepen aan. Pa sliep.

Even dreigde hij teloor te gaan, omdat hij werd neergezet op een onbelangrijke post, kennelijk afgedaan als oudere werknemer, maar na zijn pensioen herpakte hij zich in een oude hobby en bloeide op als docent sportmassage aan de opleiding voor fysiotherapie. Daar was ie weer, na een hele tijd weg te zijn geweest. De goedlachse, hardwerkende, innemende man, waar de studenten mee wegliepen, omdat hij hen met een oneindig engelengeduld de fijne kneepjes van het vak leerde. Wat zou hij trots zijn geweest op beide fysio-kleinzonen.

Het noodlot sloeg toe. De verbitterde Pa, die door het leven gegrepen werd en weggerukt uit de vervulling, die hem aanzien bracht, verpakte zijn verdriet in narrig en boos en drukte zijn stempel stevig op het bestaan. Deels door de beroertes, deels door zijn teleurstelling kon hij eigenlijk niet meer geloven in nieuwe beloften. Men had hem in de tang en van krachtige zelfstandige kwijnde hij, al roerend, boos en driftig, steeds verder weg, tot de opstand alleen nog bleek uit zijn lakende felle oogopslag. Door de nevelen en mist heen kon hij eindelijk zijn ogen na elf jaar lijden sluiten. Het was genoeg geweest. 100 jaar is hem bespaard gebleven. Hij kan trots zijn op zijn nazaten. De stam staat fier rechtop en de boom: ‘Die wordt hoe langer hoe dikker…’

Uncategorized

Niet geschoten is altijd mis!

We zijn weer thuis na een week elders toeven. Pluis steekt haar vreugde en liefde niet onder stoelen of banken. Ze draalt en talmt om mijn benen, laat zich gewillig aaien, geeft kopjes tegen mijn stramme kuiten. De kattenbak heeft hulp nodig en de vloer behoefte aan een stofhapper, maar verder is huis in redelijke staat. Zoonlief heeft er goed op gepast.

640

De plunjetas plofte in de gang, de tas met los/vast in de kamer en de eerste missie was de boodschappen, met drie heerlijke tijdschriften om, wat gisteren nog morgen was, door te kunnen komen met nieuws, ideeën en inspiratie. Het waait hard, stormachtig bijna. In totaal hadden we vorige week zegge en schrijven twee dagen pittige regen. Dus telden we alle zonnige momenten op en die waren er talrijk. Was ik boos omdat de wifi niet doorkwam? vroeg zus. Nee, boos niet want daar werkte het echt niet harder door. Lastig was het als tijdhapper. Ik was gemiddeld twee uur aan het proberen om deze dagelijkse blog te posten. Zonder foto’s of andere tierelantijnen. Zo kaal en recht mogelijk. Eerst in Word schrijven en dan kopiëren en opslaan in die ene tel dat de virtuele wereld zich op een kier opende. Niet te vroeg en niet te laat, anders werd het weer oeverloos wachten. Geduld is een schone zaak, placht mijn vader te zeggen, die daar zelf al te weinig van had.

spanje de bus

Hoe deden we dat op vakantie in de grijze oudheid, toen vervoer nog een busje was met een motor van een Taunus 15 M, er een stuk of acht kinderen ingeblikt zaten in het vehikel en de aardappelen onder onze voeten door rolden. Ik had een dagboek. Altijd en overal. Iedere twee of drie dagen werd er ergens een pauze ingelast om kaarten te sturen. Nieuws voor het thuisfront, in de wetenschap dat dat hen pas zou bereiken als we lang en breed weer in Nederland waren en de herinneringen aan de vakantie een rolletje foto-negatieven en die ansichten waren.

Ik schreef om me later te herinneren wat we hadden ondernomen, maar meer nog, waar ik in was beland. De behoefte om te publiceren was er niet. ‘Waarom schrijf je iedere dag’, vroeg zus. ‘Omdat het voor mij een verwerking is’ denk ik nu. De indrukken komen binnen en kunnen me ter plekke murw slaan of overweldigen. Er zijn momenten die ik zou willen wissen en anderen die ik wil omarmen, vasthouden, maar voor beiden voel ik de behoefte om ze te boekstaven in mijn hoofd eerst en later tijdens het schrijven er de juiste woorden aan te geven. Het is de associatie die me soms steeds verder afvoert van het moment.

206.JPG

Ik ben een denker geworden, een schrijver die denkt en niet direct kan ik meer antwoorden op wat ik ter plekke meemaak. Schrijven brengt dat met zich mee, als een natuurlijke voeding voor het vatten van het beeld in het woord, zoals de fotograaf dat nodig heeft om wat hij waarneemt te voegen in het beeld. Het heeft ook nog een andere oorzaak. Ik hoor slecht. Hang op de grens, want kom nog niet in aanmerking voor een gehoorapparaat, maar mis de helft aan opmerkingen. Ik ben er zo aan gewend geraakt, dat ik overal mijn eigen ondertiteling voor heb gevonden. Dat is lastig soms, want adequaat in een deuk liggen lukt niet als je de clue net heb gemist. Bovendien ligt het gevaar van een eigen invulling op de loer. Het is niet altijd makkelijk.

‘Digitaal’ is fijn om alles te herbeleven. Ik klik de foto’s aan en zie voor me hoe de situatie was, maar vanuit een andere positie dan toen ik er middenin zat. Ik lees de verhalen erbij en dat voelt helemaal goed. Dat maakt dat je er dubbel van kan genieten. Twee keer achter elkaar op vakantie gaan is top. Ze verschillen niet veel maar essentieel op bepaalde punten. Daar draait het om. Zodat ik achteraf nog eens hartelijk kan lachen om een gemiste clue! Niet geschoten-in beeld en woord-is altijd mis!

 

Uncategorized

De puntjes op de i!

We zijn bezig met een hoofdbreker. Nu is dat niet het punt, want ik mag graag een robbertje in het wilde weg denken en daarna door middel van allerlei kleine uitgezette lijnen een volledig nieuw denkweb spinnen. Niets heerlijker dan dat.

Het is een extra puzzelboek in Vrij Nederland met een pittig gehalte aan puzzel en een hoog opzoekgehalte aan geschiedkundige vragen. Tenminste, ik zou niet uit mijn hoofd weten welke rol Robespierre had in de Franse revolutie. Nu weet ik het wel, ondanks de gebrekkige Wifi-verbinding, dankzij het puzzelboekje. Wijs terwijl U reist!

Het bezorgt ons een heerlijk avondje piekeren en peuren. En er worden prachtige vondsten gedaan. Puzzelen zit vast in de genen. Is het niet met woord, dan toch in daad met de vele puzzels in kranten en tijdschrften. Mijn moeder was een fervent aanhanger van de cryptogram uit het Utrechts Nieuwsblad. Ze had een heel weekend om alleen of met behulp van mijn broerminnende puzzelaars de crypto rond te krijgen en voordat de inlevertijd verstreken was op maandag, de envelop door de brievenbus te schuiven, net altijd even voor de stroom uit.

Van de week stopten we bij een jagershuis. Dergelijke restaurants tref je hier doorgaans aan in ‘the middle of nowhere’ te midden van uitgestrekte bossen en na een lange autorit.

Het is onze specialiteit, de autoritjes. Omdat we bij A beginnen maar nooit bij Z zullen eindigen. Schier onmogelijk, er zijn teveel secondenkapers op de vlucht. Het is even hier langs en daar stoppen, al snelwegvermijdend komen we in lengte der dagen niet op de plaats van bestemming aan, wel altijd dichtbij en niet zelden gestrand midden in het ongeschonden en goed verzorgde boerenland, met de prachtige wuivende aren van de tarwehalm of, met als fotogenieke achtergrond, de robuuste maisvelden in dit Nedersaksen.

Er stond een man achter de toog en een zat er op een hoge kruk aan de bar. De tijd leek te hebben stil gestaan. Het was er niet stoffig of vies, ondanks de overvloedige aanwezigheid van het rijke  pluche, het vele hout tegen de wanden en de hertenschedel tegen de muur. Je bent een jager of je bent het niet. We werden met alle egards bediend en het was zeer aangenaam. Die beide mannen die de sfeer droegen van twee oude bekenden die herinneringen ophaalden in de luwte van het dagelijkse bestaan. De witte koppen zacht omlijst door een stralenkrans van de ouderwetse schemerlamp boven hun hoofden, het gedempte praten en de vriendelijke gezichten. De tijd maakte hier een pas op de plaats, hun laatste puzzelstuk sloot naadloos aan bij het geheel. De wereld was buiten. Geen hoofdbrekers meer, geen hiaten die als een wolk bleven hangen. Het voltooide leven met een minzaamheid en tijdloosheid van formaat. Zo kon je honderd worden.

De prijspuzzel over de Franse revolutie is bijna af. Robespierre zit weer op het netvlies. Nooit geweten dat directoire direct volgde op het schrikbewind van Robespierre, omdat dat begrip bij vroeger en oma hoorde en bij niemand anders. Legendarische tenten wit aan de waslijn, die ik me hooguit voor zou kunnen stellen, bij gebrek aan beter, als vlaggestok ten tijde van een overgave. Stof genoeg!

We gaan de special er niet mee redden. Teveel wit en gepieker, maar wat is het toch heerlijk om eens het hoofd over een ander probleem te kunnen buigen, af te stappen van de paden, een geschiedenis in te duiken die al lange tijd niet meer op het netvlies stond en nieuwe betekenissen te leren kennen. Geen dode bezigheid, maar breinprikkelende vragen. Lang leve de vakantie en de tijddoders, de avondvullers, het spel en de spelen op een avond zoals deze.

Straks gaan we weer naar huis. Maar ik hou het er even in, dat hersenkraken. Simpelweg om het geheugen ruim baan te bieden en een vrije hand te geven om te associeren. Niets heerlijker dan dat. 76 horizontaal: Niet-modieuze revolutionairen. ‘Puntje, puntje culotten’. Nu alleen nog de puntjes op de i.

Uncategorized

Met volle teugen!

Het thema is ‘de inwendige mens’ . Dat denk ik. Daar gaat het voortdurend over. Dat is voor iemand, die dat niet op het netvlies heeft, in het begin koddig om aan te horen, maar na het zoveelste uittellen van de calorieën, het wikken en wegen tussen een taartje of een ijsje is het calorie-arme slachtoffer ten einde raad. Handen wringend hoor je het vergelijk aan en de minuscule verschillen wekken spontaan een knarsetandden op.

Hemelschreiend telt de radeloze dader het aantal misstappen en kerft ze in het onbehandelde grenen aan de deurpost van zijn geweten. Weer de plank mis geslagen. Het zijn onvoorstelbaar veel frequenties van eten en drinken, nooit met voorbedachte rade, maar altijd door de verleiding of de blaas en/of hele moeie voeten. Met dat laatste kan ik leven.

Die arme maag moet daarnaast ook nog de overdosis zoet en vet, lees gebak, bratwurst, katenspek, geoliede kippetjes van de markt, zure matjes, mierzoet snoep zien te verwerken tot een minieme afmeting aan calorieën, een onbegonnen zaak kan ik U verzekeren.

‘Elk nadeel hep ze voordeel’ zei Cruyff of vice versa. Een waarheid als een koe en dat kan ik onderstrepen. Dankzij de longaandoening en de drie puffen is het reuk en smaakvermogen gedaald tot 30 %. Dat betekent dat ruim 2/3 aan lekkere verleidingen hun betekenis verloren hebben. Ik probeer het over en over uit te leggen aan de anderen, maar het schijnt een onmogelijk begrip te zijn. ‘Lust je geen chocolaaaa, lust je geen taarrrrrrt, lust je geen toetjeeeeee’ lichte wrevel en ongeloof met hoog trillende uithalen, want zoiets wonderlijks bestaat niet.

Welkom in de wereld van de Kraak-en-Smaaklozen, het Calorie-arme bestaan, de Suikervrijen onder ons. Er valt niets aan te verhapstukken en alle dieet-goeroes delven moedeloos het onderspit. ‘Je bent zo fragiel’, zegt men. ‘Mager of dun’ bedoelen ze. Ik laat het me aanleunen. Prachtig, want doorgaans steekt deze Hollandse met reuzenhoogte af tegen een verfijnde Francaise of een temperamentvolle Spaanse. Ik torende met kop en schouders boven ‘les petites’ uit, maar nu niet meer, bij lange na niet. Nu word ik overvleugeld door de Friese en Groningse invloeden van stavast. De Noorderlijke kenmerken winnen terrein en rukken op. Mijn, van oorsprong met griesmeel geplaveide, vege lijf legt het af tegen de kracht van de jeugd, haar oorsprong en haar genen.

Zelfs de groep achters uit de school overstijgen je waar je bij staat. Je moet van goede huize komen om daar een oplossing voor te vinden.  De aanschaf van plateauzolen is er zo een, maar als je daarvan af stort, is het leed voorgoed geschied. Tel Uw zegeningen.

We eten al drie dagen Schwartzbrot, een imitatie, omdat we de echte niet kunnen vinden. Ze hebben er een dik stuk katenspek bijgekocht Dat laatste behoort ultradun gesneden in mijn beleving. Dit zwoerd en het vel zijn onappetijtelijke knauwers geworden. Goed voor de lijn? Absoluut! Het is al een prestatie op zich als je het verorberd krijgt.

In de greep van de voeding. Het is toch een andere planeet. De wereld van lekkernij en van calorie. Ik val er helaas buiten en kan er niet meer over meepraten, maar heb ook niet de behoefte. Calorieën en weegschalen zijn notoire insluipers, die een gesprek dwingen tot egocentrisch denken.  Nergens anders wordt er zo’n preciese balans opgemaakt over een handeling dan met dat wat de inwendige mens zou moeten versterken. Het is een bron geworden van geestelijke zwakte. Er ligt een film over deze consumptieve vakantie, aar het weer is er debet aan. Nooit hebben we zo vaak moeten schuilen voor deze slagregens. Nu schijnt de zon, dus wie weet. ‘Het kan verkeren’ zei Bredero. Verder heb ik makkelijk praten. De beste stuurlui staan aan wal. Als je niets anders meer proeft dan de structuur van de hap, kost het geen enkele inspanning om het te laten staan. Dus balanceer ik mee. Als zij twee ons zijn bijgekomen, loop ik solidair ook twintig meter meer.

Genieten is een vak, dat blijkt en als er niet meer van te genieten valt, is dat ook een vak op zich, dat is me wel duidelijk geworden. Gelukkig blijft er nog heel veel over om voor te gaan. Dat kunnen we als de beste. Het andere thema is kleding en winkelen, maar daarover later meer. Nu eerst de heerlijke ochtendzon in en de nieuwe dag begroeten, met een heerlijke kop koffie en …je raadt het al….genieten dus. Inderdaad, met volle teugen!

Uncategorized

De rest komt vanzelf!

Sluipenderwijs neemt het denken de overhand en dat maakt dat de helft van alles wat er gebeurd langszij trekt. Het is de weerslag op de laatste enerverende weken, de emotionele rollercoaster, de voorbereiding op een andere fase. Gevangen in een denkhoofd, dat helemaal wordt opgeslokt door eigen beslommeringen of eigen verhalen en dromen, net hoe het uitkomt.

Het maakt niet uit, het is de gebruikelijke pas op de plaats, voeding voor de geest. Ga op je hoofd staan onder het eigen schedeldak en zie wat er gebeurt. Muren worden geslecht, langzamer dan gewoonlijk. Natuurlijk maait de grasmaaier het gras tussen de grijze cellen keurig weg en schept ruimte voor nieuwe ideeen, maar vooralsnog dendert ze op pure willekeur, door mijn breintuin heen. Met gevolg dat er inhammen verschijnen in gebieden waar je dat liever niet zou zien en uitwas op andere fronten. Wat gevangen zit, moet vrij. Althans bij haar daar van binnen.

Vannacht schoot er een droom doorheen van school. Althans van de nieuwe situatie, met de berichten over een overspoeld Duitsland op televisie nog warm op het netvlies, trad het water ver buiten de oevers en zwommen kinderen en ouders in dezelfde vaart met de stroming mee. Ik en mijn duo stonden te wachten op de voorrangskruising, waar ze allemaal voorbij dobberden, daarna vloeide het uiteen.

Wij waren gevlucht omdat ons, koeltjes en afstandelijk, werd meegedeeld, dat we ze niet genoeg hadden geleerd, die arme kinderen. Ik had geen muziekles gegeven, maar rare liedjes gezongen met vreemde stemmen en malle gebaren. Zo deed een goed opgeleide leerkracht het niet. Ik had met gedegen oefeningen moeten komen voor maat en ritme. Tijd om de staat op te maken:

Terug denken aan de periode dat ik met een van mijn lievelingsstagiaires, als de rattenvanger van Hamelen voorop en alle kinderen in een grote rij erachter aan, rakelings langs de grote plas bij de verstopte put in het midden van het speelplein sliertten, terwijl iedereen met een blokfluit aan de mond ‘Ik  ben zo blij, zo blij’  floten, staccato en op de maat. De blije  gezichten, de oplichtende ogen, de overtuiging waarmee ze dapper doorstapten.

Aan de plechtstatige dodenmars voor mol, doder dan dood. Het voortschrijden. ‘Pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pom, pommmmm’ met mol op het kussentje in een lange rij van droefenis.

Aan de mini-operette in het lied: Koning, mag ik je dochter trouwen, op de wijs van een klassieker in een vraag en antwoordspel. Aan de opgetrokken snuitjes als konijn, als we op visite gingen bij Alice in Wonderland en ‘Te laat, te laat’ zongen, de betrokkenheid en de bevlogenheid om zelf van die malle intervallen te verzinnen.

Aan Ubbi en Frummie waarmee we rechtstreeks omhoog vlogen en aan de geheimpjes die we in onze handen bewaarden. We veranderden in stekelige balletjes als we zongen:’Ik ben een raar gevalletje, omdat ik steeds maar prik’. En met Hakim raakten we, bijna in tranen, steeds weer onze knuffel kwijt, of ging het huisje verhuizen en verhuisden we mee. Het lied van de kleine grijze muis: ‘Ik ben zo grijs, ik ben zo grauw, ik wou, ik wou, dat ik zo was’ als zij keek naar de kleurrijke dieren om haar heen en de bezwering van de ander, dat hij alleen maar grijs en grauw wilde, alleen maar jou’ daar smolten we bij weg.

Muziek doorgeven is vooral het bieden van de beleving. Geen droge opsommingen, geen techniek alleen, maar vooral het doorwroeten en doorvoelen van wat er gebeurt, met je hele ziel en zaligheid, als er een noot wordt aangeslagen of gezongen. Hoe het doortrekt en laat huiveren, de fantasie prikkelt en uitvloeit als een grote golf. Dat is hoofdzaak, de rest komt vanzelf!

 

 

 

Uncategorized

Een zegen!

Wat is regen toch een wonderlijk fenomeen. Zo heb je er te weinig van en even later weer teveel. En de goegemeente maar klagen. Het is heel simpel. Als ik zin heb in regen is het nooit teveel en als ik er geen zin in heb, is het altijd te veel. Mijn moeder zei vroeger: ‘Zin moet je maken.’ Dan keek ik naar de druipende was aan de lijn, die mistroostig naar beneden hing en zo mogelijk nog natter was, dan was behoorde te zijn, keek naar de piekende haren in het verhitte gezicht van mijn moeder en haar blozende armen, keek naar mijn doelloze handen in mijn schoot, luisterde naar dat stemmetje in mijn hoofd, dat siste:’ Ik verveel me zo’. En weer naar mijn moeder die met haar handen een handdoek wrong tot een droge worst en mompelde dat zin te maken viel. De lust zakte in mijn schoenen en mijn moeder joeg me de bijkeuken uit.

Terwijl we door de natte oude binnenstad van Oldenburg slierten, jaagt het water mijn springerige Hennaharen over de kling en dwingt ze humeurig naar benedeen. Het ergst zijn de natte druppels in mijn nek die onder mijn zwarte sjaal doorglippen en naar beneden glijden met een verkillende uitwerking. ‘Negeren’,  denkt mijn stoicijns gemoed, maar vergist zich in het effect.

Kerken zijn in NoordDuitsland allemaal open en dat hebben ze met name gedaan om op die regenachtige dagen toch vooral de toerist een onderdak te bieden. Binnen regent het niet en opmerkelijker, soms is zelfs de kerk verwarmd, iets waar een kerk in Nederand nooit geld genoeg voor heeft. Dat laatste is een kwestie van prioriteiten stellen, maar dat terzijde. Ze bieden er schaarse verlichting, de gouden gloed van weleer en altijd weer de zielekaarsen, maar tegenwoordig zijn kerken bij uitstek expositieruimte. Ken uw pappenheimers. Niet alleen beminde gelovigen maar ook de kunstkenners en zoekers pikken hun graantje mee. Het mes snijdt aan twee kanten, want alle musea daarentegen, zijn wel op maandag gesloten enhet regent pijpestelen.

Een andere schuilplaats werd geboden door de Artshop, de kunstkreiss, die Kunstlerinn, noem het en het was er. Tientallen snuisterijen, echte en vermeende kunst en alles om verzopen katers tegen te gaan, onafhankelijk of het van de Duitse droge sloeberwijntjes kwam of niet. Winkels, ik kan ze na drie dagen niet meer zien. In Italie smeken ze om regen en wij zitten, off all places en people, toevallig net in een immense regengebied in het Ost Friesland. Dat is even slikken voor iemand die al jaren bij machte is de zon te bellen op school en altijd vanzelfsprekend goed weer bij feesten en partijen verzorgde.

De toverformule werkt buiten de schoolgrenzen niet goed. Het is de derde zussenvakantie, die half of heel in het water vallen. Waarom hebben we dan zo’n lol, op het moment zelf iets minder, maar later, als we in een appelflauwte het voorval te voorschijn trekken uit de herinnering.

Het regent tranen. Niet van verdriet, maar van de vele gebbetjes. ‘Het leven is een tranendal’ zei Oma en Moe lachte het weg. Ze zong: ‘Het regent, het zegent de pannetjes worden nat.’ Het zegende van boven naar beneden op ieder die het maar ontvangen wilde. Soms vielen soldaatjes op hun gat en dan weer boerinnetjes op hun kinnetjes, maar altijd bleek het een zegen, voor de tuin, voor het effect als de zon ineens doorbrak en druppels parels werden en omdat er na regen immer weer zonneschijn kwam. Toen we gisteren huiswaarts reden, brak de hemel open en zagen we de zon breed uitgestrekt in gouden gloed beloftevol ondergaan. Ze had gelijk. Een zegen!

Tot morgen.

Uncategorized

Ze zijn het stuk voor stuk waard!

Op dit ogenblik spelen de Nederlandse voetbalvrouwen tegen Belgie. Het staat 1-1. Dat laatste doelpunt is net gevallen en net als bij alle voetbalwedstrijden van de voetbalzonen, overheerst de teleurstelling en komt er strijdbaarheid bij Belgie en angst bij de Nederlanders om de hoek kijken.

Als je let op de spelers en hun techniek is het een voetbalwedstrijd die elke man, vrouw, A1 tot en met 17, junior of pupil spelen op eigen niveau. De kritiek van onze lieve thuisspelers liegen er niet om als het gaat om voetbal in et algemeen en vrouwenvoetbal in het bijzonder. Het verschil met de ‘hockeymeisjes’  wordt breed uit gemeten door een onnadenkende achterbuuf.

Zijn ze lesbisch, androgyn, onvrouwelijk? Voetballen ze onder invloed van de genen, de hormonen of van de afwezigheid daarvan? Er zijn hele theorieen over, maar in mijn beleving komen ze allen van de koude grond. De beste stuurlui staan aan wal en zo is het zo vaak met algemeenheden.

De buuf weet me te vertellen, dat hockeymeisjes doorgaans van een–en ze zei het nog net niet-hogere klasse komen. Een achterhaald standpunt. Een vlieger die met de moderne gezinnen van tegenwoordig met hooguit twee kinderen niet meer op gaat. De schatjes van tegenwoordig mogen en kunnen alles bereiken wat er in hun mogelijkheden ligt, van ballet tot alle mogelijke denkbare sporten en vice versa.

Of je nu dealt met een hypersensitieve hockeyer of voetballer, het ontloopt qua gedrevenheid elkaar niet veel. ‘Ze zien er zo mannelijk uit’ is een veel aangehaalde opmerking en daar ligt een vooroordeel van hier tot Tokio in besloten. De wedervraag die te stellen valt is:’Heb je wel eens op noppen gelopen, laat staan jaren lang getraind’. Het is de moete van het proberen waard. Het ligt in dezelfde orde van grootte als het jarenlang trainen met spitzen aan je voeten. Op het laatst kan je niet anders dan met licht uitgedraaide tred je weg vervolgen.

Jarenlang noppen onder je voetzolen vereist een andere balancering. De voeten en in hun kielzog de benen, zetten zich schrap om de juiste balans te vinden bij het hardlopen, de armen en handen spannen zich in een juiste pose om het evenwicht te bewaren. Ik kan het weten want ik heb mijn lieve zonen van pupil tot Topspeler grootgebracht. Inmiddels zijn mijn mannen bijna een herinnering.

Die arme vrouwen van het Nederlandse team, leeuwinnen van het eerste uur, bikkelen zich een weg omhoog, lopen de benen onder zich vandaan, met blunders en hoogstandjes, met een gedrevenheid en enthousiasme en met een teamspirit, waar menig mannenteam nog een puntje aan kan zuigen. En altijd moeten ze zich verdedigen. ‘Ze zien er zo mannelijk uit, ze zijn zo onvrouwelijk, ze hebben veel testosteron, ze komen een paar vrouwelijke hormonen te kort, enzovoort, enzovoort”

Het voelt niet terecht als ze op die manier worden weggezet. De emotie ligt in elke sport op de loer. Een sporter houdt vooral van zijn eigen sport in het bijzonder. Je genen en het soort milieu waarin je opgroeit spelen een grote rol. Niet zelden wordt het verlangen naar godenzonen bij de komst van louter meisjes omgevormd tot een kweken van voetbalgodinnen, zoals er vroeger altijd wel een priester uit een goed katholiek gezin te peuren viel.

Het zijn allemaal, stuk voor stuk, hard werkende mannen en vrouwen uit welke teamsport of solosport ook. Maar bovenal zijn het mensen. Met een passie en een visie, met een drive en gemeenschapszin, met ego en met verantwoordelijkheidsgevoel. Met mensen die zich allen kunnen storten op een doel. Of dat nu letterlijk of figuurlijk zo is. Daar kan je alleen maar bewondering voor hebben en de rest is bijzaak, volkomen ondergeschikt aan hun eigen beleving. Lang leve die leeuwen en leeuwinnen, die goden-zonen en godinnen-dochters, die sportmannen en sportvrouwen anno 2017. Ze zijn het stuk voor stuk waard.

Nederland won van Belgie met 2-1.

Uncategorized

Elkaar ontmoeten.

Zo’n dag dat je een bospad afwandelt, bij het meer uitkomt en langs het fietspad verder wandelt. Levensgevaarlijk begreep ik, want achteropkomende fietsers hoor ik niet bellen, met geen mogelijkheid. Zo’n bel wordt zwierig teniet gedaan door mijn fluittoon en tackelt daarmee onmiddelijk mijn alertheid in verkeerssituaties. Wat  moeten die hoge tonen in het verkeer, ze halen elke stokdove onderuit.

Dat zijn de achteropkomers, maar nu de tegemoettreders. We zitten in Haselunnen net over de grens, maar door de vakhuizen, het karakter van de dorpen en de vele Bierkeller, die we tegenkomen is het onmiskenbaar Duits en dat zet de sfeer. Het opmerkelijkst is de mate van begroeting. ‘Morgen, Chuss, Gutentag, Hallo’, klinkt het ons tegemoet. Het zorgt voor wat verlegenheid als het een groep is, maar vooral bij de enkele begroeter vormt het onmiddellijk een nieuwe vorm van een band door de blik, die kennis neemt van het feit dat je bestaat. Sommige kijken opmerkzaam, sommige nieuwsgierig, weer anderen nemen je tot in detail in ogenschouw en anderen mompelen het schijnbaar achteloos, maar altijd met een contact door de blik.

We blijven niet hangen in de anonimiteit van de Hollander, maar imiteren dit gedrag onmiddellijk, aarzelend eerst nog maar allengs fermer en het resultaat is opmerkelijk. Veelal schuilt er achter de blik een zachte verstandhouding, een onomwonden acceptatie ondanks welke grens dan ook. Die buren van ons. Daar vallen bij ons nog wat stappen te zetten in de contactlegging. Overal klinkt in dat Noorduitse steengebied een gemoedelijke ondertoon, lachende gezichten en een ongelimiteerde aanvaarding van de aanwezigheid van de toerist in het algemeen en de Nederlander in het bijzonder.

Vergelijking: Nieuwegein tijdens een willekeurige wandeling. Zwijgend passeren de eenden, de honden, de mensen. We kijken omhoog, of intens naar het uiteinde van de lijn waar de hond aan zit. Ik schouw de vogels in de buurt als een eventuele begroeting van mij blijft hangen in het luchtledige en de woorden vliegen naarstig met de merel op in de hoogste plataan die ze kan vinden. Een enkele keer doorbreekt een kind of een grappige actie van een hond de stilte door een heimelijke glimlach om monden te toveren.

Elke glimlach die gij uitzendt, keert weer tot U terug’ glimlacht Confucius in mij uit dat kleine boekje met de wijze spreuken van de Jaren zestig en ik ben het wel met hem eens. Zodra mensen deuren openen en zich tonen, verandert er iets wezenlijks. Muren brokkelen af, onzichtbare draden worden geweven om ze direct daarna weer vrij te kunnen laten, maar de toon is gezet. Voor een seconde heeft men notitie genomen van je aanwezigheid, je krijgt, ook al is het maar voor even, een fractie betekenis en al die kleine beetjes, geven je aanwezigheid vorm. Je doet er toe.

Eenzaamheid komt binnen sluipen als je je alleen voelt staan, als de wereld zich niet meer opent, als er geen contact is met de belangrijkste mensen om je heen, als het verleden en de toekomst schrijnen en het heden huilend stil blijft staan. Als je vraag om aandacht blijft steken, een aanraking in de lucht blijft hangen en de muur tussen jou en de maatschappij groter en niet te slechten blijkt. Als je je blijft afvragen of je aanwezigheid verschil maakt. Als het duister valt en de luiken zich sluiten. Om een opening los te wrikken kan de eerste aanzet zo’n onbekende glimlach zijn.

Daar peinsde ik vandaag over in dat kleine wandelingetje langs het meer, waarbij ik meer mensen in de ogen heb gekeken, dan in mijn vrije week daarvoor. Zo gaat het dus. Iemand aankijken, contact maken, begroeten en weer loslaten in de wetenschap dat we gezien worden zonder aanzien des persoons, zonder aanname, zonder gevormde mening, maar als ons hele eigen zelf, elkaar ontmoeten. Vasthouden en meenemen en dan een steen leggen in die niet aflatende stugge vloed van tegemoettreders en achteropkomers. Wie weet!

 

 

 

Uncategorized

We wachten het rustig af!

Mijn broer is een held. In de afgelopen nacht dat wij de slaap probeerden te vatten in het nieuwe vakantie onderkomen, bracht hij zijn nacht door in een sheltertje op een mini postzegel gras grenzend aan het huis.

Dat was hij op zich gewend, want hij trekt er heel vaak op uit. De afgelopen nacht echter, terwijl ik door de Walkuren uit bed werd gedreven, Wodan en Thor tegelijkertijd aan het stoeien waren in het luchtruim, begreep ik in een luttele seconde onder welke omstandigheden Dante zijn hel moet hebben geschreven. Die was losgebroken boven onze hoofden en alle zondaars daalden neer.

Ik kon de slaap niet vatten en in mijn hoofd ontspon zich de strekking voor dit verhaal, maar ik bleef wel krampachtig liggen en hield de luiken gesloten uit angst, dat de bliksem naar binnen zou slaan als ik het ook maar waagde om de laptop open te zetten. Bovendien was er geen wifi aanwezig dus het tijdstip van schrijven was totaal ondergeschikt en van geen belang. Een rustgevende gedachte.

Ik probeerde een foto te maken van het sheltertje, dat als een grote libelle met dichtgevouwen vleugels over mijn broer zijn leven waakte,maar de weergave deed slechts een vermoeden reizen van wat vage contouren. Hij heeft zich er doorheen geslapen. Misschien net als mijn andere zus, als een roosje, maar ik waag het te betwijfelen. Terwijl ik dit schrijf, is hij nog niet uit zijn schuilplaats gekropen.

Herinnering:

Het huis boven op de heuvel in Hombourg, het allerhoogste punt uit de wijde omgeving. Wij bewoonden met 20 goede vrienden tijdelijk deze vakantiewoning. Kinderen en volwassenen achter alle ramen van dit huis dat met haar stralende lichtbundels de ogen richtte op het dal. Als de lucht zich onheilspellend samenpakt en de eerste strijdwagens zichtbaar worden, de eerste flltsen met kracht in de diepte schichten, doven de lichten van het huis en blijven we hangen achter dichte vensters om de vergankelijkheid van de wereld in ogenschouw te nemen. De kinderen hingen ademloos op de vensterbank en ik berekende de kansen op een snelle vluchtroute als het mis zou gaan. De hemel scheurde open.

Vakantieontspanning op het terrein van DOS, Door Overwinning Sterk, de plaatselijke voetbalclub. De schapenhokken verrieden het landelijke karakter en de mate waarin het veld ooit tot de verdedigingslinie behoorde en nu boden ze een veilig heenkomen, als plotseling vanuit het blauwe de donkere wolken zich samenpakten en de hemel zich ontsloot boven onze hoofden.

Teveel makke schapen van vier tot tien jaar in het hok en als er maar een van ons begon te huilen, brak de paniek los en drukte voorgoed een stempel op alles wat een vakantie ontspannen kon maken. Angst voor onweer werd voor eeuwig ingefreesd.

De houtduif koert gemoedelijk, een zus is wandelen en de ander kleurt een mandala, broer sluimert de slaap der onwetenden en zijn tweelingzus ligt ook nog op een oor. De koffie maakt de herinnering aan het onweer zoet, het leven neemt een vlucht en de eerste donkere wolken pakken zich al weer samen. We wachten het rustig af. De vakantie duurt nog een hele week.

 

 

 

 

Uncategorized

Zussen.

Straks ga ik met de zussen op stap. Aan de wandel. ‘Hoe bijzonder is dat’, zegt men. Ooit zijn we samen begonnen aan dit leven, ik als oudste het eerst, een jaar later de volgende, twee jaar later de volgende en daarna na twee jaar een tweeling, een jongen en een meisje. Het klapstuk van een reeks van elf. Destijds was dat heel normaal als katholiek gezin. We schrijven de jaren vijftig.

Geen echte wasmachine, geen televisie, geen telefoon, maar wel een patatsnijder, een schoenenpoetsblik, schuiers en mattenkloppers, een wasketel, een wringer, een paddenstoel van hout om sokken mee te stoppen, een naaidoos, een koffiemolen en een snijbonenmolen en pluchen kleden op de tafel en de typemachine, de ansichtkaarten en de vulpennen. We speelden op straat of tussen de was in de achtertuin. We waren ‘de vijf kleintjes’.

Nicolaaskerk aan de Oude Noord!

De kerk en de kabouters waren belangrijke elementen in de vorming van ons bestaan. De magie van het sprookje, dat zich elke zondag voltrok. De wierookgeuren, de priesters in hun goudbrokaten jurken, de met kamfer en zwart gevulde kerk, zondagse kriebeljurken, kniekousen, latijn dat een tweede taal werd en wat nog steeds opgedreund kan worden. Het theatrale drama met knielen, staan, zitten en weer knielen. Misdienaars die gouden kelken brachten en de bezwerende gebaren en het schrijden van de jurkenman. Het orgel en de liederen, plechtstatig gezongen, het offerblokje dat rond ging en de sok van zwart fluweel aan een lange stok die onder je neus geschoven werd en waar geld in werd gedaan. Zoveel geld, dat je je ogen uitkeek. Het rijke roomse leven.

017.JPGAls een vis in het water. ( 6 jaar)

De kabouters met Rea aan het hoofd in de blokhut achter de Monicakerk waar we alle basisbegrippen van het spel aangereikt kregen om er later, toen ik voor de groep stond, oeverloos van te profiteren, zo zwaar gevuld was mijn mouw, met ongebreidelde fantasie, een hang naar verhalen en sprookjes en samenzang, een verantwoordelijkheidsgevoel voor de groep in het algemeen en de medemens in het bijzonder, de liefde voor de natuur en al wat leeft.

282112_1955097517248_7052878_n

Zes oudere broers die vaderden en wij als een nest jonge poezen  achter hen aan hobbelend of in hun kielzog meegezogen, met schaatspartijen in plusfours met kranten, met kerstbomenjachten, met zwemmen in het Noorderbad, met fietspartijen achter en voorop de fiets. De buurt was een haven, veilig en vertrouwd, waar buren een oogje in het zeil hielden op het grut van elkaar en overal wel een lekkernij te snaaien was. De grote kinderen waakten over de kleinen en zo werden we groot.

Wij bedisselden, kibbelden, deelden, speelden daar tussendoor met als angsten de kinderlokker in het eerste huis bij het braakliggende veld aan de Oudenoord, De bende van de zwarte hand, de tandarts met zijn warmlopende waterboor en zijn grove handen, een losgebroken koe uit het slachthuis achter ons huis en de angst te verdwalen en nooit, nooit meer de weg naar huis te kunnen vinden. Alleen op de wereld als Remy.

Een hele week met de vier meiden en misschien komt broer ook nog langs fietsen. We wandelen, kletsen, winkelen, bezoeken kerken, waar steevast kaarsen worden opgestoken, we delen, we eten, we puzzelen en spelen, we liggen in een appelflauwte van het lachen of discussiëren over het leven en de dagen vullen zich als een warm bad.

001

Al die jaren trekken samen in die ene week, alle tussenliggende jaren ook, maar vooral dat gevoel van vroeger, je hoorde bij elkaar, was op elkaar aangewezen en nu kan je zomaar de jaren overbruggen en delen met elkaar, herinneringen ophalen, elkaars verhalen aanvullen en nieuwe avonturen schrijven. Die rijkdom, de zaligheid, zussen!

Uncategorized

Tot in lengte der dagen!

Met de trein naar Amsterdam om cultuur te snuiven is een beleving op zich. Vanuit huis met een scheurende bus naar het station gereden en daar de kleinstedelijke rust vervangen door een krioelende mierenmassa met schelle aankondigingen die dwars door de tinnitus heen fluiten. Tussen alle gezichten maakten zich al snel drie vertrouwde los. Amsterdamproof tot in het oneindige.

Wat licht talmen en dralen, maar al gauw de juiste weg gevonden en bij Amstel eruit om daar de tram naar het stedelijk te pakken. Ben je de Utrechtse zoevende stavenglijders gewend, dan is een Amsterdammer weer een beleving op zich. Hotsen en botsen en genuttigde cappuccino klaar om in gekarnde melk te worden omgezet. Hoe zou dat werken met een ontbijt?

051

Het museumplein is een schilderij op zich. Je wandelt er regelrecht een mondiaal bestaan binnen en het is een genot om tegen een muur te zitten en alles aan indrukken  de revue te laten passeren en hier en daar een uitsnijding te maken en op te bergen achter de deuren van het hoofd voor later.

Hoeveel kan dat hoofd bevatten. Het verwondert me dat we na de materiekunst van Jean Dubuffet, na een onbekende wereld van Sett Price en zijn Social Synthetic, de sluizen helemaal open kunnen zetten voor de fotografie van Zanele Muholi.

152.JPGZanele Muholi.

Hoe vol het hoofd ook, als er ware schoonheid in contrast en visie op je pad komt, vervaagt alles en ik laat me, week als een lam, meevoeren op de golven van haar ogenschouw bij Somnyama Ngonyama (Hail, the Dark Lioness) haar zelfportretten met onder andere een ode aan haar moeder. Zij heeft veertig jaar lang als bediende gewerkt en Zanele eert haar met attributen van de dienstbaren, de schuursponzen en de knijpers die ze, door het contrast tussen wit en zwart te optimaliseren, regelrechte relikwieën laat worden. Dit werk is nog niet voltooid. Het zullen er 365 worden, voor elke dag van het jaar een. De andere fotocollectie, Brave Beauties, is een portrettenserie en een ode aan de lesbische en transgender wereld, haar wereld in het hedendaagse Zuid Afrika. Je voelt haar verwantschap en betrokkenheid  bij elk beeld dat indringend binnenkomt en een weg zoekt tussen al die eerder opgedane indrukken.

090.JPG

De koffie wordt een surrealistische ervaring in een leeg restaurant op de eerste verdieping. Het witter dan wit, de scheve schilderijen aan de muur, de nurkse ober die verbeten toe sist dat koffie aan de tafel wordt geserveerd en zijn kater van de vorige dag aan het verwerken is, werkt op de knip van de fooienpot. Die blijft dicht.

Maar daarna die prachtige Zanele, die verzacht tot in de diepste vezels. Karakters vangen, tegenstellingen vergroten en het tegenovergestelde effect bewerkstelligen, een omarmen. Een wereld erkenning weten te geven op de juiste tijd en in het juiste uur, dat brengt zij ten voeten uit. Ze is een zielendrager, een kunstenaar.

055

Als daarna nog een vleug Rijksmuseum wordt meegepakt, om een onweer met zo’n onvervalste Ruyschendaalse dreigende lucht erboven te ontvluchten, vang ik nog snel de meester zelf en Rembrandt, maar daarnaast vooral de wereld voor de doeken en blijf ik naar de schouwers en de zieners kijken. Een wereld op zich.  Het Rijks doen we dunnetjes over in de winter, als de zee van toeristen is uitgedund tot een handjevol, Amsterdam weer van de Amsterdammer wordt en het museumplein plein is in plaats van zee.

088

Een cadeau komt altijd onverwacht en is daarom zo intens genieten. Terug treinen als haringen in een ton kon niet meer deren. Het netvlies stuurt zorgvuldig de beelden door voor een helder en stil herbeleven samen met de foto’s. Rest me alleen nog die arme voeten te laven, net zoals de geest. Als alles in balans is, kan de tocht beginnen en daal ik,  tot in lengte der dagen, af.

 

Uncategorized

Het is de warmte!

Gisteren kocht ik bij het Kruidvat, na een tip van mijn zus, een treinkaartje voor onbeperkt treinen op een dag. Ik moet vandaag naar Amsterdam. ‘Niet geschoten altijd mis’ glimlachte mijn moeder in mijn achterhoofd.

Het was een te warme dag. Ik had net van de longverpleegkundige een nieuwe puf voorgeschreven gekregen met twee luchtwegverwijders ineen. Daarbij de boodschap dat ik goed moest naspoelen, omdat de kans op schimmelinfectie in de mond groot was. Met die gedachte was ik nog aan het stoeien. Je krijgt een medicijn om je van een probleem af te helpen en dan heb je er  een nieuwe handeling bij om een nieuw probleem te voorkomen. ‘Al te goed is buurmans gek’, fluisteren de moederlijke wijsheden voort. We nemen maar gevoeglijk aan dat het is zo als het is, maar is dat het dan ook. Wat is wijsheid?
276_1.spiolto

In die flow kocht ik het kaartje, waarvan de werking net werd uitgelegd aan een andere mevrouw, die kennelijk ook zo’n vrij reizen kaart besteld had. De voucher werd onder code via de mail verstrekt. Kruidvat gaf de code op een kassabonnetje. Zo’n floddertje die je met gemak kwijt kon raken als je bijvoorbeeld aan hele andere dingen dacht. Mijn eerst verkregen code ooit, voor het wassen van de auto, had ik met het bonnetje weggegooid, onwetend als ik was. ‘Dat is met recht het kind met het badwater weggooien.’ Mijn moeder knikt instemmend.

11781718_10204599732448409_5532904736403445508_n

Met het nieuw verworven codenummer, zorgvuldig opgeborgen in mijn portemonnee’ ‘een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen'(Ja mam), probeerde ik na thuiskomst het kaartje via een NS app op de Iphone te krijgen. Dat was nog een dingetje. De Appstore stond niet meer op zijn gebruikelijke plek, maar was gaan wandelen naar een derde pagina. Volstrekt zinloos en overbodig zo’n zelfdenkende actie. Of had ik hem er per ongeluk naar toe geveegd. Het zou zo maar kunnen. Bij zo’n begin van een transactie had ik alles moeten laten vallen en me ergens anders op richtten. Ik wist eigenlijk al, dat ik in een verkeerde flow zat.

Ik moest het kaartje voor vandaag hebben. Ondanks alle tekenen van onheil, heb ik toch doorgeworsteld. Keurig netjes aanmaken van een NS account, inloggen, actie verzilveren. Nee dus. Grrrrr. Dan maar gewoon via de printer. Zoonlief schoot te hulp, want hij heeft de printer. Op dat moment werd het noodlot duidelijk. Het was een weekendactie en het stond nu verzilverd op de 22ste. Maar die dag ben ik helemaal niet in de gelegenheid om met een trein te gaan. ‘Goedkoop is duurkoop’ fluistert ze en zweeft de warmte in.

Bij de NS een E-ticket gekocht, 15 euro armer en de 13 van het Kruidvat. Een dure trip naar Amsterdam. Het was de warmte, ik wist het zeker. Ik was eigenlijk door de hitte, zoals Annie M.G. Schmidt het al eens had omschreven, uitgelopen als een pakje boter net als juffrouw Scholte. Alles wat nog mogelijkheden en potentie had, was opgelost in het niets, zweefde net als mijn moeder door het zwerk.

089

Er bleef niet anders over dan het gelaten te ondergaan, er viel ook niets nieuws meer te bedenken. Hoe een mens van slag kan raken door een ondergronds smeulende gedachtegang. Straks maar eens flink puffen en spoelen en dan maar kijken waar het schip strand. (een goedkeurend knikje van boven). Vandaag ga ik, hoe dan ook, met de trein naar Amsterdam. Dat staat als een paal boven water! ( Ze lacht me uit!), want ‘wie niet waagt, die niet wint’. Met een parelende lach verschimt ze weer en verbeeld ik het me nou, of vloog mijn oma in haar kielzog. Het is de warmte. Ik weet het zeker.