Uncategorized

Op eigen tijd, in eigen uur.

Gisteren verslikte de ochtend zich in de haast.  Al aan de late kant was er geen tijd meer om naar radio of anderszins te luisteren en schoof ik de A2 op om naar Woerden af te zakken. Daar mocht het verkeer nog redelijk doorrijden als het richting den Haag wilde maar op de A 12 ging het faliekant fout. Er slingerde zich een zesbaansbrede stapvoets rijdende sliert auto’s voor me uit en er zat niets anders op dan aan te sluiten. Voorbij de afslag de Meern hoorde ik pas, dat het tot aan Nieuwerbrug vast stond. ‘Heeft U even’ fluisterde mijn gemoed. ‘Nee, ik wil bijtijds op school zijn.’ Er zat niets anders op dan die gedachte te laten varen en mee te deinen op het ritme van de rij. Optrekken, rijden, stoppen.

Afbeeldingsresultaat voor kerstballen rode wikifoto: Wikimedia

Daar zaten we allemaal als haringen in een ton, ieder van ons in een een eigen universum, luchtdicht afgesloten, radio aan, met beslommeringen in het hoofd, die de vrije loop konden gaan. De rode oplichtende achterlampen, aan/uit aan/uit werkten biologerend, daar spon het hoofd goed garen bij. Elke regendruppel tegen de vooruit werd een kleine kerstbal. Een raam vol kerstballen met af en toe een zoevende swoesh van de ruitenwisser, die het feest verstoorde, waarna het weer op nieuw kon beginnen. ‘Alle dagen feest, gala’s matinee’s’, was het lied dat dwars door de waarschuwende woorden van de reporter heen zong.

Dan maar het hele programma uitdenken voor de dag en de voorbereidingen voor de weekopening op een rijtje zetten. Te genieten, ondanks het beleg op de tijd, door terug te kijken op de dag ervoor aan het strand met de kinderen en kleinkinderen. Ontmoetingen kwamen boven, gedachten, zinsneden, flarden van de blog van die ochtend en een enkele dichtregel. Eenmaal bij Harmelen was het leed bijna geleden. Wat heerlijk dat ik 27 jaar lang om de hoek werkte en nooit deelgenoot werd van deze novemberchaos zoals al die poppetjes in hun eigen stille wereld, die alle neuzen dezelfde kant op hadden staan.  Over het stuk van hooguit twintig minuten van deur naar deur had ik een uur gedaan. Alle parallel wegen stonden ook muurvast, leerde de mededeling dat een collega het niet zou redden, omdat ze daar verstrikt was geraakt.

IMG_0065.jpg

Het mysterieuze is de manier waarop het weer oplost. Ineens schiet de vaart erin en kan ieder, aarzelend eerst, maar steeds vrijer, los met de voet op het gaspedaal alsof er geen vuiltje aan de  lucht is. In geen velden of wegen is er een aanwijsbare oorzaak te herkennen, zoals een ingedeukt blik langs de kant, loeiende sirenes of een takelende sleepwagen, niets van dat alles. Het  magische stokje doet haar werk. Is het de regenval, het duister waardoor de wereld zoveel beknopter lijkt, de schrik, een onoplettendheid. De reden schuilt kennelijk in een kleine hoek. Het feit ligt er, het maakt niet meer uit. Vandaag maar weer zonder haast op stap. Een kwartier vroeger van huis en zo’n bezinningsuur gaat aan je voorbij. Die heb ik liever in de luwte van de nacht, op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Zonder diepte geen hoogte

Er zijn van die dagen, die als een film langs trekken. Je bent er wel bij en toch ook niet. Gisteren was zo’n dag. Alles was eigenlijk goed verlopen. Bijtijds wakker, koffie maken, schrijven, kortom in alle rust wakker worden. Daarna probeerde ik mijn blog te delen. Daar ging het mis. Hoe ik het ook wende of keerde, ze  kwam er alleen als tekst uit en niet met foto, die de aandacht vestigt. Dan begint het. De strijd tegen de windmolens. Don Quichotte ten voeten uit. Je vinkt wat aan, je haalt wat weg en het gevolg was dat ik later merkte dat niemand meer toegang had.

013.JPG

De tekenlessen in het verstilde Haarlem, die ochtend, waren boeiend, maar ook daar had ik dat wonderlijk afwezige gevoel. Het lukte wonderwel om mijn kleine Oude Gracht van A4 over te brengen op het enorme witte vel papier. Hier en daar een aanwijzing van het geoefende oog was nodig om alles tot de juiste proporties terug te brengen. Tekenen is kijken, kijken, kijken en daarna pas zien. Nooit geweten dat daar verschil in zat. Waar ik vroeger altijd alleen maar aan het droedelen was, vergat ik in de loop der jaren om deze basis verder uit te pakken en bleef het steken op de lessen van Soeur Adolpha. ‘Als het erin zit, komt het er vanzelf uit’, waren haar wijze woorden. Nu is die basis weer opgepakt en het ontdekken van de mogelijkheden geeft net zoveel vreugde als de handeling op zich. Het automatisch willen omkaderen en inperken van het gevoel is het grootste struikelblok. Het zorgt ervoor dat een tekening al gauw een plaatje wordt. Statisch, correct, kloppend, maar vooral saai. Van Margreet leerden we buiten het papier te denken, verdwijnpunten te maken die spanning oproepen, een lijn die oproept tot het  willen weten, hoe het verder gaat. Het grote niets dat de fantasie aanwakkert en sluimerende beelden wakker roept.

054.JPG

Ergens in het achterhoofd bleef de afwezigheid sluimeren en het zorgde ervoor dat de werkelijkheid een stuk onwerkelijker werd. Na een hele ochtend tekenen, stond de overgang averechts op het al vage denken. De omslag was een wereld van verschil. Het was de dag van de herdenking, de zee was het monument en daarmee vormden wij, de kinderen en ik, samen de herinnering, die we onderschreven met boodschappen in het zand.  We reisden af naar het verleden, want de vader van de kinderen, de grote kleine man, zou jarig geweest zijn en het was de uitgelezen dag voor een prachtig eerbetoon. Ik was zo ver weg in het hoofd, dat ik de golf niet zag aan komen rollen, die mijn boodschap, nog voor de laatste punt, oploste in het koude water. Daar zat ik, op de hurken, tas en schoenen nat, tranen vermengden zich met het zilte koude zeewater. Ontredderd bleef ik zitten. Het gevoel van onmacht, dat me omsloot. De grip was er even uit. Zo’n moment dus.  Het tornen tegen de wind in was voldoende om weer wat te aarden, maar het vege lijf verlangde naar de bank.

De combinatie van tekenen en herdenken zorgde voor die vervreemding van de beleving vandaag en de ontdekking van de verdwenen blog. Op de bank, laptop in de aanslag, zoete rust om het hoofd, Pluis aan de voeten, liet alle radertjes weer ineen vallen tot een goed draaiend rad. Geen malle molens meer en mixed feelings, maar het oude vertrouwde zelf. Er zijn van die dagen bij…. En niet om te vergeten maar om te koesteren, omdat een stukje ontreddering de glans geeft aan al die andere fijne momenten. Zonder diepte geen hoogte.

Uncategorized

Vleugelslag

Bij een hele week binnen is buiten weer een aangename verrassing. Het was een van die prachtige ochtenden in november. Prachtige grijstinten boven het hoofd, de opstekend wind om het verstilde hoofd te doorwaaien en het halve arsenaal aan bladeren op de grond, terwijl licht nog altijd gefilterd werd door het resterende blad aan de boom. De lieve kleine blauwe stond braaf te wachten op de plek waar ik hem afgelopen donderdag had achtergelaten.

Zaterdagochtend om acht uur de weg op is een verademing vergeleken bij de voortkruipende dikke lichtstroom die zich doordeweeks op het asfalt begeeft. Jaren zestig op de radio….’She did it again last night’ en op hetzelfde moment viel de hemel open en doorboorde de zon letterlijk het grijze wolkendek om, eerst fel schijnend, later uiteen te vallen. Geen Californische zon met surfende Beachboys op een strand, maar een prachtig doorbreken van het grauw, met stralen om tegen op te klimmen, zo dik. Afwisselende lucht de hele weg lang. Alleen al een uur rijden is een uur genieten.

IMG_0420.jpg Aan de slag

In het atelier lag alles klaar om aan de slag te gaan. We zouden een koperen plaatje bewerken, omdat je dan het salpeterzuur achterwege kan laten en je alleen te doen hebt met ijzerchloride of citroenzuur, wat veel minder schadelijk is. Ter plekke werd de knoop doorgehakt bij het zien van de tekening, die ik nog moest maken. Het zou de leguaan worden in volle glorie, zoals ik hem al had voorgetekend met zwart en alle tonen grijs, die er maar te voorschijn te toveren waren.

IMG_0423.jpg Leguaan op koperplaatje

Het leuke van zo’n ontmoeten is de kennismaking met nieuwe zielen, die al hun vreugde en enthousiasme op hun eigen wijze openbaren. Er zijn stille genieters bij en uitgesproken redenaars, sommige geven alleen een tipje van de sluier bloot en anderen leggen meteen hun hele Brabantse ziel en zaligheid op tafel. Wat een heerlijkheid om moeiteloos te mogen schakelen tussen beiden. Tussendoor is er dat zachte krassen in de deklaag. Alle concentratie is gericht op de handeling, gedachten vervlogen door het raam naar buiten. Als het beeld gestalte krijgt wordt de gedrevenheid gevoed en de snelheid opgevoerd. De precisie blijft. Dank zij de contemplatieve week is al het geduld van de wereld aanwezig.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_oTekening van de ‘Portugese’ libelle

Tussen de bedrijven door wisselen wederwaardigheden zich uit en blijkt dat de raakvlakken vooral in de natuur terug te vinden zijn. Iemand is bezig met een libelle, die onmiddellijk mijn Portugese vondst tot leven roept. Zo herkenbaar, die kleine libelle, die hij op zijn tekening te voorschijn tovert en een andere link opent, omdat een van de ets-vriendinnen en ik twee jaar terug haar libelle-zwanenzang van zoemende vleugels een plek probeerden te geven bij de verstilde vijver van het huis in Drenthe. Mijn lieve leermeester van deze middag deelde deze smart. Zo vallen gedachten samen en is de toon, de juiste toon, gezet.

Met de ijzerchloride bleken de zachte tonen goed te maken en ook de sfeer werd zacht en rond. De open armen waarmee we ontvangen werden spreidden zich over de dag en zetten de kleine glanskopmees, de libelle, de leguaan en de eikels en het eikenblad luister bij. Toen ik terugreed in een zweem van zon en regen stuurden de woorden mee

Op vleugelslag

we zaten in de late lauwe herfstzon

je blik gericht op wat nu toekomst was

het beeld dat stokte

in het hier en nu

Libelle fluisterde  woorden met haar vleugelslag

samen dronken we de weemoed van haar vlucht

te weten dat jij er straks zo voor zal staan

in het koude grijze winterlicht

jouw ogen nu nog even opgelicht

tot straks dat eindeloze zwart.

056

Uncategorized

Een nieuwe horizon tegemoet

Een dag waarop de tijd voorbij vloog. Ledigheid is des duivels oorkussen, hoor ik mijn moeder ergens in het achterhoofd, als ik me bedenk niets gedaan te hebben. Nou ja, bed opgemaakt, koffie gehaald en blog geschreven, kind met kind ontvangen, thee gezet, mandarijntjes gepeld, soepje gemaakt, televisie aangezet, Pluis naar buiten gelaten, tekening gemaakt van mijn Florentijnse reuzen-ei en haar inhoud, Sproet, de gespikkelde leguaan.

foto van Berna van der Linden.

Dat laatste is een plan wat in de hogere regionen van mijn brein opgeborgen zit en, nog in een zeer foetaal stadium, poten en staart heeft gekregen. Ja mam …het voelt als ledigheid. Morgen ga ik etsen in Etten-Leur en denk dat ik voor leguaan ga of voor opa Sterretje, maar daar kan  ik me nog niet helemaal een voorstelling van maken. Wel komen ze beiden uit hetzelfde verhaal. Opa Driehuis is een mooie evenknie, met zijn grote bult op zijn voorhoofd, waar de hoed of diep overheen geschoven werd of erachter, gevaarlijk balanceerde in wankel evenwicht. Wel grappig zo’n verhalende hoed, bij vastberadenheid erover, bij twijfel erachter. Dan moet Tijn nog gestalte krijgen en Tijn is een mengelmoes van eigenschappen die ik hem toedicht. Is denken ook ledig, ligt die duivel nog steeds op het oorkussen. Bij nader onderzoek blijkt het luie mens als oorkussen gebruikt te worden door diezelfde duivel. Er komt alleen maar narigheid van want daar kan hij zijn kwade genius mee voeden.

132Wait van NEOC

De hoogste tijd om weer gewoon aan het werk te gaan. Waarschijnlijk verdwijnen dan de vermeende kwalen als sneeuw voor de zon. Ik beloof aan ieder die het horen wil, wel goed te luisteren naar het vege lijf, maar ze wordt alleen maar zieker van een focus gericht op de kwaal. Leve de afleiding. Daarom dwalen die verhalen in mijn hoofd. Als er zo weinig te improviseren en te associëren valt, gaan die grijze hersencellen op zoek naar een andere manier om de geest te verheffen.

School is een trefcentrum van gedachtegeleiders. Moeiteloos nemen ogen waar dat kinderen met gemak verdwijnen in hun eigen wereld vol verhalen, die niet kunnen tippen aan onze realiteit. Ze scheppen het decor voor de voorstelling en brengen met verve hun act voor het voetlicht, zonder schroom. Sans gêne etaleren ze hun fantasie in volle glorie.’En toen…en toen….en toen’, waarna ze soms verdwalen en verstrikt raken in de vele wegen die allemaal naar het zelfde ‘Rome’ leiden, de zetel van hun voorstellingsvermogen.

IMG_0378.jpg

Straks ga ik nog een stukje in Lampje lezen van Annet Schaap om daarna alle fantasie te stroomlijnen in mijn dromen. Lampje is een aandoenlijk verhaal. Zo een als de Gorgels van Jochem Meyer. Om je vingers bij af te likken en achter elkaar uit te lezen. Dat is wat ik straks, later, bij meer ledig tijdperk, beoog met Tijn en zijn Florentijnse reuzen-ei. Een verhaal om in te verdwijnen en pas na uren, weer uit te voorschijn te komen. Gelouterd en een tikje verdwaasd, omdat fantasie en realiteit nog even niet willen samenvallen en zwijgend naast elkaar oplopen. Tot warmte voelbaar wordt en temperatuur versmelt. Daar krijgt nieuwe fantasie een gezicht en worden zeeën van verhalen toegedicht, waarop we verder kunnen zeilen , een nieuwe horizon tegemoet.

Uncategorized

Geef ze een podium

Er zijn van die zinnen die blijven hangen en pas later betekenis krijgen als de brokstukken zich weer aaneenvoegen tot een verhaal na een reconstructie van de gebeurtenissen. Zoiets gebeurt, onder andere, na een bezoek aan een arts. Op het moment zelf, zie ik, dat hij een heel modieus overhemd aan heeft met verfijnde streepjes en bij de manchetten een tegengestelde streep. Ik zie een hand die door zijn haar strijkt om een vermeende weerbarstige lok naar achteren te dwingen vlak voordat hij de computer induikt. Ik zie een lichte frons tussen zijn ogen, daar waar mijn denkrimpel zit.

Later hoor ik de woorden terug. ‘Infectie succesvol bestreden, minder dan vijf, versnelde polsslag, 95, vocht achter de longen, afspraak radiologie, diverse oorzaken, zou ook arteriosclerose , decrementie, zien we later weer verder, uitslag foto, met telefoon. Mijn aanvullende informatie bestond uit; ‘Goh, nooit zo’n hoge pols’. ‘Ach, net als mijn lekkende hartklepje.’ Vragen spatten, als zeepbellen, voortijdig uiteen. ‘Hoe zit het met de Cholesterol, verhoogde bloeddruk, verdwenen bloedddrukpil.’

089

‘Gooi maar in mijn pet, ik zoek het later wel uit’, zei men vroeger. Precies datgene wat ook gebeurde. Beduusd sta ik, verpleegkundige en om de dooie dood niet gauw onder de indruk, weer buiten. Oké. Adem in, adem uit, met een beetje hijg en piep. Het briefje. Ik staar naar de brede rug voor me, bij de balie, lees de dansende woorden. O ik hoef daar helemaal niet te staan. Ik mag de afspraak zelf maken. ‘Niets aan de hand,’ sust mijn optimistische kijk op het leven. ‘Vocht door de longontsteking. Je hijgt en puft ieder najaar weer.’ Maar de kleine zwarte kobold heeft zijn werk allang gedaan.

Achtereenvolgens voltrekken zich de handelingen. Ziekenhuis bellen, afspraak maken , spoorslags ernaar toe, wachten bij afdeling A, voor een gewone Thorax, vul ik zelf gemakshalve in, omdat de mensen die door stiefelen naar B veel harder kreunen en steunen. En dan een blaag van een röntgenmannetje. Riedelt zijn verhaal over bovenlijf ontbloten, kettingen af etcetera.  Hij vangt mijn grap niet, als ik hem snedig antwoord bij zijn opmerking over mijn longen, die langer zijn dan hij gedacht had. ‘Ze zijn een beetje uitgelubberd’. Zuur antwoordt hij, dat hij daar niet op ingaat. Medisch correct, maar niet bij het vervolg van zijn informatiebandje, die me mededeelt weer aan te kleden, maar waarbij hij voortdurend niet naar mij, maar naar mijn lijf kijkt. ‘Zo’n snotaap’, zou mijn moeder verontwaardigd roepen als ze het had meegemaakt. Ik had een ander woord als een donkergrijze wolk boven het hoofd hangen. Het liefst had ik een trap tegen de deur gegeven. Frustratie ten top.

foto van Berna van der Linden.

Thuis komen de vragen, kinderen, vriendinnen, zussen. Ho ho ho. Het is geen acuut longoedeem hè, niet te veel googlen. Het duurt even tot ik mezelf en hen weer tot de normale proporties heb gepraat. Het is natuurlijk gewoon een gevolg van de infectie. Geef het nog even. De uitslag van de foto is er pas maandag(er staan twee werkdagen voor). Tot dan krijgt het elk voordeel van de onwetendheid. Andere bedenksels zijn olie op het vuur. Ik zit op de bank als een Pasha in India en laat me het bezoek van vriendinnen aanleunen. Mijn hoofd en gedachten verzet ik met mooie zwart/witten, in houtskool en grafiet, ingewikkelde en makkelijke, alles om denkstromen te laten kabbelen en om de tuin te leiden. Maar de waard rekent buiten zijn gasten. Ze komen ’s nachts geniepig om de hoek kijken, als liggen op die linkerzij wat problemen geeft en ik me wentel, van de rug naar de andere en terug.

‘Er was eens een vrouwtje. Ze ging naar de dokter. Ze had ….en daar gaan alle lichten op rood en rinkelen de alarmbellen. Doemscenario’s lopen het hoofd uit, vermenigvuldigen zich met andere grote kwalen, tekenen een monsterbeeld. Ik tik de computer aan en open, geef ze een podium en zorg ervoor, dat slapen straks weer mogelijk is.

 

 

Uncategorized

Verstilde liefde

Via Maria Popova’s Brain Picking kwam ik een illustratie tegen van The lion and the bird. Met de titel in het achterhoofd werd ik volledig op het verkeerde been gezet. Ik dacht in eerste instantie dat er een eend op de voorkant van het boek stond. Daar waar denken de realiteit voorbijstreeft, begint de verbeelding. Het was de leeuw. Het is een fantastisch boek van Marianne Dubuc, waar woorden de accenten leggen bij de alles verbeeldende tekeningen.

Mijn allereerste boek zonder woorden was Monkie van Dieter Schubert, die ik wilde voorlezen aan de kinderen van mijn apengroep. Kleine monkie staat voor de allerliefste  knuffel van elk kind op de wereld en hij maakt bange avonturen mee, als hij uit de innig knellende handen valt achter op een fiets in de stromende regen. Hij raakt verdwaald, er volgen bange uren. Gelukkig wordt hij gevonden door een poppendokter, die hem opkalefatert, waarna twee liefdevolle armpjes hem weer plat kunnen knuffelen. Hij is veilig en wel.. De tekeningen spreken boekdelen, er hoeft geen woord aan te pas te komen. Als je mee kijkt  door die verschrikte kinderogen voel je de heftigheid. Het is alsof je willekeurig welke vermissing meemaakt van dat wat je het liefste is, een hartenkreet.

Hakim zong er een evergreen onder: ‘Je knuffel kwijt, je knuffel kwijt, dat is toch erg, want wat moet ik zonder jou! Zonder jou alleen in bed, zo stil zo kil zo kil die kou, je allerliefste knuffel in je eentje zonder jou! De kinderen van de groep omarmen lied en verhaal net zo woordeloos als het prentenboek is. Hier en daar zie ik traanogen en trillende mondhoeken. Het overkomt mij altijd weer.

Waar is de taart? - Maxi-editie

Een ander tekstloos boek is ‘Waar is de taart?’ van Thé Tjong-Khing. De taart maakt een reis over de wereld ontmoet kleine en grote problemen, uiteindelijk wordt alles opgelost en aan het eind is er een grote picknick met taart. De panoramische beelden trekken je het landschap in, je dwaalt mee en trotseert de gevaren, hoog op een bergtop of in een diep dal, door donkere bossen en langs wilde rivieren.  Deze boeken zijn tijdloos, evergreens die altijd hun kracht blijven behouden.

Het boek The lion and the bird is vertaald als De leeuw en het vogeltje. De vogel valt tijdens een wintertrek uit de lucht, als leeuw in zijn tuin staat te schoffelen. Er ontwikkelt zich een liefdevolle vriendschap die de eenzaamheid van herfst en winter, de nadagen, verzacht en opheft. Met de gedachten vervat in een poëtisch adagio brengt leeuw zijn gevoel over aan vogel. Door de liefdevolle manier waarop hij haar tussen zijn manen laat nestelen, of  een warm plekje voor haar maakt bij de open haard, hij haar koestert in zijn pantoffel en een venster maakt in zijn muts met uitzicht op het winterse landschap. Het onvermijdelijke afscheid komt, maar na de wisselingen van seizoenen, waarin Leeuw en zijn eenzaamheid verzachtend voorbij glijden, wordt het toch weer herfst. Verlangend tuurt leeuw naar de lucht en dan weet je dat het goed komt.

Het verhaal zingt de vergankelijkheid en de kracht van de vriendschap, de onafhankelijke afhankelijkheid, omdat je bij elkaar kunt zijn zonder elkaar te zien en elkaar kan ontmoeten zonder daadwerkelijk er te zijn. Het past als een handschoen. Alleen zijn is geen eenzaamheid als die verweven verbondenheid de basis vormt. De leeuw en de vogel zeggen meer dan het de woorden vermag. Verstilde liefde.

 

Uncategorized

In alles wat je bezielt

Vandaag diende de blog zich aan als een vraag op twitter. Wat is het verschil tussen heimwee en missen. Bij het overpeinzen wordt het ingewikkelder, omdat beide begrippen tentakels hebben in het ontbreken van iets. Soms is het een diepste verlangen naar een bepaalde sfeer, die zowel in het verleden als het heden past. Het heeft met omgang te maken, ruimte die je gegeven wordt, woorden die zalven, kwaliteiten die gezien worden en soms is het slechts een warm kaarslicht op een speciale plek. Sfeerbeelden dwalen rond en dienen zich te pas en te onpas aan, omdat een kleine schakel je terugbrengt naar een eerdere beleving.

069

Afreizen naar het verleden roept herinneringen op, anekdotes. Het komt door die beelden in het hoofd, dat je weer even thuis bent in die setting, met die lieverds, die je allemaal zo node missen moest. Maar het gemis heeft een plekje gekregen en borduurt voort in een nieuwe beleving. Tijdens de verhalen krijgt moe een glans om haar hoofd van zachtheid en liefde, de liefde die we allemaal afzonderlijk en op een eigen manier hebben ingevuld. Bij mijn vader worden scherpe kanten afgeschuurd, omdat de jongere generatie de milde vader hebben gezien en meegemaakt en niet de echte patriarch.

IMG_0367.jpg

Emoties worden afgepeld, de realiteit komt boven drijven. Hebben we een verlangen naar de periode dat we woonden in het te krappe huis in de Amandelstraat. Geen van ons, denk ik. Maar wel naar het huis, met die malle kelder en die geheimzinnige zolder met het rookraampje. Zeker naar de warme glimlach van mijn moeder, maar ook de koele hand van mijn vader als hij over onze verhitte koortsige voorhoofd streek als onze hele ziel en zaligheid zich binnenstebuiten keerde. Wel naar de perenboom en de forsythia, die we nu gestalte geven in onze eigen aangelegde tuinen.

Heimwee is missen als het om iets gaat dat in een ver verleden ligt of op kilometers afstand is en waarbij je spijt voelt dat het er niet is. Heimwee doet je verlangen naar je eigen bed, naar je knuffel, naar je moeder als je je ontheemd voelt. Je zoekt naar veiligheid en geborgenheid. Ziek kan je zijn van het idee, dat je niet thuis bent maar elders. Dat gevoel kan zich gaan vertalen in nostalgie en een sterke hang naar het vasthouden van hoe het ook al weer was. Het staat groei in de weg en vernieuwing omdat de naald blijft hangen in een weerbarstige groef en het vervolg van de plaat op afstand houdt. Heimwee maakt je ziek van verlangen omdat het verlangen opzwelt en opzwelt totdat het hoofd, het hart, het hele lijf tot in de diepste vezel zich ermee vult.

094

Missen is voor mij iets wat veel verder gaat. Het is het eerste moment waarop je letterlijk misgrijpt. Een lach, een antwoord op een vraag, de eerste kerst zonder, de lege stoel tegenover je bij de maaltijd van elke dag. Het schrijnt. Het besef van nooit meer wordt allengs groter. Nooit meer samen zijn, nooit meer lachen en huilen, nooit meer hinkstapspringen over de hei. Nooit meer delen met die ene, dat kind of met die geliefde. Dan draait het niet om het missen zelf. Vasalis schreef het al.

‘Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Dat afgesneden zijn is precies het verschil met de afstand van de heimwee, die te overbruggen valt. Dat maakt ‘Gemis’ zo heftig. De verbeelding gaat er mee aan de slag. Het bedt een wereld in, waar de vele doden hun eigen plek innemen, maar ook het verdwenen huisje op de tuin, het oude huis. Het vervaagt de contouren tot een zacht beeld, dat nostalgie oproept en herinnering. Een leven lang lopen ze mee op, maken hun eigen leven naast dat van jou en verweven de feiten. Zodat uiteindelijk het gemis een deel van het geheel is geworden en het onmisbaar en onwisbaar voortleeft in alles wat je bezielt.

Uncategorized

Dobberen op het grote niets

Er waren zoveel schapen geteld dat de draad van hun wol versleten was. Alle roze olifanten, waaraan niet gedacht mocht worden, gingen langszij. Elk slaaplied, de enige echte Lullaby, hield een lange periode van de nacht het denken gevangen en toch bleef de gedachtegang er doorheen spoken. Die had inmiddels al drie keer een generale gelopen voor de weekopening, was maskers aan het verzinnen geweest voor Kikker en de vreemdeling, had een pratend schimmenspel uitgedacht voor hetzelfde verhaal. Er tussendoor spookten de foto’s van afgelopen zondag die rond waren gegaan tijdens de familiebijeenkomst in prachtig sepia, maar mijn silhouet in bed werd grijzer en grijzer en schrompelde in tot een hoopje nergens.

Afbeeldingsresultaat voor mueck oude vrouw in bedOude vrouw in bed: Mueck.

Ze leek op de bejaarde vrouw van Mueck in het overweldigende ledikant. Jaloers bespiedde ik door mijn oogharen Pluis, die warm en ingekruld tegen mijn buikholte aan lag en dichtte mezelf een droomloze, of juist misschien wel een droomvolle slaap toe. Loom deed ze een lodderoog open om vervolgens zich behaaglijk uit te rekken en de andere kant op te krullen. Poezen kunnen dat met een miniem aan geluid. Bij mijn draaien en woelen ging dat met het nodige opschudden van de kussens met veel gesteun gepaard.

O ja, het decor voor de grote voorstelling was ook al af. geen centje pijn. een zinkend schip, kleurrijke bergen en en een grote kartonnen radio, inclusief blikken geluid. In de pepernotenfabriek liep de opzichter op de tonen van Pink Floyds ‘Welcome to the machine’ zijn arbeiderspieten te controleren: check, check en dubbel check. Een scene, die de gelijke zou zijn van de memorabele lopende band van Charly Chaplin in ‘Factory work’ uit de film Modern Times, maar dan met pepernoten. Het was ‘all in the pocket!’

Tussendoor legden mijn handen alles vast in licht en donker, met repoussoirs in passend perspectief en hielden niet op elke herinnering om te zetten in die beelden en te staven. Er gonsde ergens een naar pijntje, die misschien wel de oorzaak was van alle andere gedachtestromen en ademhaling probeerde het te beheren en te reguleren, wat maar ternauwernood lukte. Penicilline deed haar werk en was net zo heftig bezig als mijn hoofd. Ik moest denken aan de klotterende mannetjes in de binnenkant van de mens bij een programma uit de jaren tachtig over dat bedrijf, dat lichaam heette en waar we een kijkje mochten nemen in het grote lijf van een stevige meneer. Een naarstige zoektocht verzandde in de villa Achterwerk bekenden en Roos en haar mannen. Verder kwam het niet.

Gisteren de hele dag rust houden zorgt ervoor dat het vege lijf ergens zijn energie aan moet onttrekken, aan slaap dan maar. Het geeft niet, maar kantelt de tijd, want straks willen de ogen niet meer open blijven en tuimelen meters omlaag of omhoog, net als bij Pluis in zijn diepste innerlijke rust. Ik laat het gebeuren. Niets hoeft, dat is de zorgeloze daadkracht van een ziek lijf. De tuimeling die tijd maakt, zorgt voor nog meer rust. Alles wat in het verschiet ligt, zit in frames in mijn hoofd, kant en klaar uitgeschreven en belicht. Er kan niets meer fout gaan. Het is goed rusten op een zinvolle gedachte, een uitgekiend en passend plan. Weg met schapen, olifanten, en scenario’s. Nu alleen nog dobberen op het grote niets

Uncategorized

Dit is rijkdom en onbetaalbaar

Het was een tranende dag, zo een met snel wisselende luchten in alle grijsschakeringen die er te bedenken zijn. Mijn moeder zou gezegd hebben: Het is een tranendal hier beneden, om vervolgens een plastic kapje om haar gepermanente haren te hebben getrokken en met optimisme en een brede lach de regen in te stappen. Ook de beloofde kisten zure appelen zeilden voorbij en trokken een spoor met hun hagel en slagregens. Binnen vlochten heden en verleden zich aaneen tot een groot tapijt. Anekdotes, die wat vergeeld waren en achterop geraakt, stroomden vrijuit en in volle glorie. Diepste geheimen, maar ook rare bokkensprongen, kinderen uit de buurt, vrolijke verhalen, krakende grappen, het liefste leed voegden de contouren toe aan pa en moe. Ze waren levender dan ooit tevoren sinds het lange afscheid zoveel jaren terug.

IMG_0342.jpgMoe op stap met de kleinkinderen.

Turend op vergeelde kartonnen voegden we, met hulp van de oudsten, tantes toe aan namen uit een grijs verleden, vergeelde steden, zochten naar trekken die overeen kwamen met de gezichten die aanwezig waren. Hier een oogopslag, een kuiltje in de wang, de tonsuurtjes, die almaar groter werden, lachrimpels en neuzen. Pa en Ma ten voeten uit. Ook de buurt kwam weer tot leven, een wereld in de Amandelstraat. Thuis, na het kopje thee, werden we direct naar buiten geveegd,. Lekker gaan spelen en geen ruzie maken. Twee verschillende levens, dat van de oudsten en de jongsten en soms zelfs een wereld van verschil, omdat de tijd er negentien jaar over gedaan had om het hele gezin te vormen. De eersten in plusfours en de laatsten in een minirok en korte broek.

IMG_0314.jpgIn Plusfours

Er waren nieuwtjes, die een mooie aanvulling waren op lopende verhalen. Ineens stond Jochem in zijn hemdsmouwen eerst films te draaien in de huiskamer op het toegeschoven gordijn, als proef en goedkeuring voor zijn zondagse filmhuis. Ook liep de grote patriarch al stofzuigend zijn taak te vervullen, de was te wringen en de aardappelen te schillen voor het hele gezin als emancipatoire man avant la lettre. Zo werd hij zachter en zachter door de jaren heen. Zure en scherpe kanten schuurden weg.

IMG_0333.jpg

Vol trots keek hij over zijn fiets heen naar de glanzende zwarte citroen, als een kind zo gelukkig en streelde koesterend de binnenkant met zijn ogen. De gebruiksaanwijzing  vertelde hoe hij zijn boegbeeld der natie kon oppoetsen tot een glanzend en soepel lopend vehikel. Auto’s waren zijn ziel en zaligheid. Dat hij op handen gedragen werd bij de voetbalvereniging was me niet bekend door de manier waarop hij buiten spel kwam te staan. Letterlijke en figuurlijk en alleen die periode stond op het netvlies gebrand. Hoe een gebeurtenis een beeld kan tekenen.

Mijn lieve evenwichtige moeder had een paar eigenzinnige kantjes, die meestal door haar optimisme werd ondergesneeuwd, maar wel degelijk  de richting bepaalde en eigengereidheid bleek ons geen van alle vreemd. Oma kwam langs en haar rigoureuze opvoedingsmethoden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat was er met de paplepel ingegoten. Dus verbijten we nu dapper de versleten knieën en schouders, de kleine lichamelijke kwalen aan luchtwegen en hart en ineens realiseer ik me dat mijn vader, 12 jaar jonger dan mijn oudste broer nu, zijn leven in handen moest leggen van al wat hem lief was en met elke dag, elf jaar lang, de zeggenschap verloor over het onstuurbare lijf en de grillige geest.

IMG_0331.jpg

Het is zomaar een dag in november. Het weer schrijft verhalen, binnen dwalen ze rond, breien het portret van de geschiedenis van dat grote gezin van Jochem van der Linden en Alida Driehuis in het huis op de laan van Chartroise en veel langer in de Amandelstraat onder de perenboom en slaan een brug naar het heden. Elf paar warme ogen kijken elkaar aan, ieder met hun eigen invulling en voelen en weten…Dit is rijkdom en onbetaalbaar.

 

 

Uncategorized

Ze wortelt mijn gedachten

De hele maand staat het hoofd al gericht op denken in contrasten en dan met name licht en donker. Elk beeld dat op mijn netvlies binnenkomt vertaal ik naar schaduwen en lichtplekken. Alle foto’s worden gefilterd met een zwart/wit mantel om het in de juiste verhoudingen te blijven zien.

Vanuit het etsen was er een denken in zwarten en witten, want het zwart en zeker het diepste zwart moet veel langer bijten. Dat omgekeerde denken is naast het ontbreken van de lijn bij het etsen een studie waard en geeft ongekende mogelijkheden bij het schilderen en tekenen, waar je ook liever geen lijnen bij gebruikt. Het resutaat is voor mij altijd weer verbluffend. Focus op de uitsparing. Bij linoleumsnede gaat het weer anders. Dan denk je in lagen en kleurschakeringen. Volgend weekend ga ik bij leven en welzijn weer eens linoleumsnede doen.

146 Linoleum in wording van Greet.

Ook daar guts je met je guts de niet af te drukken delen uit. Het hoger gelegen gedeelte drukt af. Hoe dat werkt met lagen over elkaar wil ik uitvogelen. Het werk van de enige grafiek-weekender die erbij was, was prachtig om te zien. Ze had bomen genomen voor het onderwerp. Eigenlijk lag de focus voornamelijk op bomen. Mijn grote liefde voor bomen binnen het tekenen en schilderen kreeg met name ook gestalte door het bestuderen van het late werk van Hockney.

Daar ruisen en ritselen zijn bomen geheimen en strooien met hun tere aftakeling. Daar verstopt zich de aloude wijsheid in elke groef en fluisteren de bladeren  het de wereld in. ‘Zegt het voort.’ Daar siddert de stam van het leven en de dood. Die grote stille vrienden zijn de ijkpunten aan de horizon, de markers langs de weg. Ze tekenen de beelden uit voor beeldhouwers en scheppen houtkunst naar vorm en grilligheid.

Grimm: De oude vrouw in het bos. Illustratie: Arthur Rackham.

In de boeken van Grimm en Andersen wordt de boom vaker gepersonificeerd, als de prins of de heks die hij ooit was. In het verhaal van de tondeldoos bergt het een wereld vol rijkdom onder de wortels. Bomen helpen bij ontij Rozerood en Sneeuwwit met het gevangen houden van de vervelende kobold bij zijn baard door de wortels. Hoe harder hij springt hoe verstrikter hij raakt. Arthur Rackham is de illustrator van deze prachtige uitgave van de sprookjes van Grimm, een zeldzame editie  uit 1917.

arthurrackham_grimm1

Sprookjes kussen de nymf en de halfnymfen in de bomen wakker en stoppen alle wijsheid van natuur en haar overweldigende stilte in een mooie karaktertrek of roepen woorden wakker om het te omschrijven, geven het handen en voeten aan een muziekstuk, strijken de kleuren op het doek en geven het de zekerheid en veiligheid van het bestaan. Troostrijk en groots kan een enkele boom zijn, beschuttend of dreigend een heel bos. De meest intrigerende, de eenzame op de heuvel,  de oude in een park, de wonderlijk vergroeide in de stad sturen hun nymfen langs.

Jacques Goldstyn

Ik voel me als de Oude Bertolt en de kleine jongen, die hem de naam schonk, omdat hij zich veilig en beschut voelde. Ik voel wat ze te zeggen heeft in de aloude muziek van ritsel en ruis. Daar komt Grimm tot leven en alle wijsheden door de jaren heen, mijn moeder fluistert mee en oma. Dat is wat een grillige oude boom vermag. Ze wortelt mijn gedachten.

 

 

Uncategorized

Dag rijke grote man

Ooit,  in de glans van jarig zijn en pas een half jaar later ouder worden, hadden de ouders mij op school een kleine menspop gegeven. Eigenlijk dus een kind-pop. De kinderen verzonnen er een naam bij en zo werd kleine Greetje liefdevol geadopteerd.  Ze woonde met Mo en Fien, haar vader en moeder, onder de trap en later op het Robbeneiland op school. Bij het afscheid van mijn prachtige jaren op de Overkant reisden Greet en ik af naar Nieuwegein, waar ze zich thuis voelde op haar nieuwe stekje naast de bank. Ik verdenk haar ervan lange gesprekken te voeren met Pluis, als het huis stil en verlaten is.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Bij iedere reis langs de scholen duikt ze in de leren-is-leuk-koffer, maar ze vindt het ook heerlijk om goed garen te spinnen in alle rust. Nu met de gedwongen pas op de plaats kunnen we hele truien breien van stilte en zijn we blij met de kruimels afleiding. Kind en zoon op bezoek, hoera. Gezellig op de bank, lekker theeën met glazen vol en verhalen uitwisselen. Greet doet dapper mee nu ze op de hand van dochter zit en kletst honderduit. Opmerkelijk volgen de twee kleine blauwe argusogen haar handelingen. Ze bestuderen de mond, de ene hand met bewegende vingers, de slappe andere. Er hangt nog een klein beetje te overwinnen angst in de lucht, maar bij ieder gesprek, in totaal zijn het er vier, overwint de moed.

11-11-2017 B

Fantasie met de grote F, je erin mogen verliezen, de weg volgen van een Alice in Wonderland om te tuimelen in een wereld van mogelijke onmogelijkheden of onder te dompelen in een bodemloze put vol verhalen, Vrouw Holle’s wensput ten voeten uit. Natuurlijk schudden we de appels uit de boom en halen we de broden uit het vuur, schudden het dekbed op tot het dons ons om de oren dwarrelt. Onuitputtelijk is de bron en oneindig rijk de beloning.

In het Amerikaanse kinderboek A child of Books van Oliver Jeffers en Sam Winston, vaart een meisje op een golf van woorden en haalt een kleine jongen op om op avontuur te gaan. Het was de sleutel, die zijn verbeelding voorgoed ontsloot en hem naar de  levenslange weg leidde van magie en avonturen.

Gisteren haalde Greetje een kleine stoere jongen over om zijn schroom opzij te zetten en met haar op avontuur te gaan. In ieder gesprek gaf hij iets meer van zichzelf en op het laatst had hij zelf de hand in het hoofd van kleine Greet en probeerde haar te laten praten. Toch spatte de zeepbel van de magie geen enkele keer uit elkaar. Moeiteloos schakelde hij tussen realiteit en fantasie. Het was aandoenlijk om te zien hoe hij zorgvuldig zijn vriendschap uitbouwde door vragen en het verwerken van de antwoorden. De wand tussen twee werelden werd zichtbaar dunner.

Kleine Greet heeft zijn en mijn hart gestolen. Bij het naar huis gaan knellen twee kleine armpjes om haar stoffen nekkie en overlaadt hij haar met knuffels. ‘Dag dag, tot de volgende keer’. Altijd weer is er die bijzondere uitwerking van verwevenheid van hart en gevoel, realiteit en fantasie, openheid en open staan voor al wat komen gaat. Blij klepperen zijn stappen op de galerij, terwijl Greetje, nu op mijn hand, uitgelaten zwaait. Dag rijke grote man.

Uncategorized

Het komt wel goed

Gisteren stond ik in de wacht. Ik was er wel bij gaan zitten. Om tien over negen besteld en om tien voor tien uitgelezen. Dat noem ik nog eens stoeien met tijd. De locatie, de huisartsenpost, leende zich voor observatie, geloken wel eens waar, want heel erg uitgebreid iemand bestuderen is niet kies.

Huisartsenpraktijk JutphaasFoto: Google

Glurend tussen de wimpers door, af en toe onderbroken door mijn eigen scheurhoest, zag ik sokken in badsandalen steken, een donkerblauwe veelvuldig gedragen trainingsbroekenpijp erboven. Het hoorde bij de brede meneer naast me, die er voor zorgde dat mijn kleine hoekje naast de verwarming nog angstvallig veel kleiner werd. Hij zat breeduit en ademde zwaar.

Vanuit de open balieruimte klonk de luide stem van een van de doktersassistenten. Een cryptisch gesprek, waarbij ze telkens stil viel en instemmend knikte.  Waar hebben ze hem…..dat kwam als een ……hij was toch altijd al…..in het buitenland gevonden…..al een paar weken……en nu gaat…. Met als laatste het verklarende einde: ‘Wanneer wordt hij gecremeerd.’ In mijn hoofd plakten alle flarden zich tot een verhaal.

cropped-open-deur-digital-painting1.jpg Wachten

Tussendoor werden er mensen opgeroepen. Aan de andere kant van de stevige meneer zat zijn vrouw en daarnaast een kleine vrouw, waar ik met liefde een foto van had willen maken. Misschien waren het haar berustende knikkerronde ogen met een trouwhartige blik. Ze speelde wat met het touwtje van haar mouw met duim en wijsvinger rond de knop van haar wandelstok . Ze zuchtte niet, ze wachtte niet pontificaal op de verlossing, zoals de man naast mij. Ze zat stilletjes. Haar witte haar zat als een sjaaltje strak rond het hoofd getrokken, de scheiding kaarsrecht in het midden. Ze zat, ze speelde, ze luisterde.

Tegenover me een echtpaar, zij zuchtend en steunend, hij al grappend er naast. Zijn grappen vielen stuk voordat ze haar oren hadden bereikt, want ze had een schild van angst opgetrokken. Gehaast keek ze bij iedere oproep naar de gang waar het vandaan kwam, naar haar man, die het hoofd schudde, waarna ze weer zuchtend verdween in haar eigen wereld. Ze schoof, ze snoof, ze krabde, ze kuchte haar zenuwen eruit. Eindelijk mocht ze. De man was mager, maar zij verdween helemaal in het niet in de te ruime lappen stof om haar lijf.  Ze schuifelden de dokter tegemoet.

Eindelijk was het mijn beurt. Ontwapenende glimlach, excuses voor het wachten en de volle aandacht voor mijn verhaal. Wat een heerlijk gevoel. Hoesten, benauwd, bij inspanning werd het erger, het riedeltje draaide braaf af. Al lang? Schuld kwam boven drijven. Natuurlijk al te lang, voor Portugal al. Bekennen of het mee laten vallen? Het eerste. Er moest verandering in de staat van zijn komen.

004 Wachten

Terug naar de wachtkamer om straks de ontstekingswaarde te laten bepalen. Daar zat het vrouwtje nog op de hoek. Ik sprak haar maar eens aan, want haar wachten bracht een visioen van lang geleden, waarbij ik volledig voorbij gesneefd werd in de wachtkamer van het ziekenhuis. Men was me vergeten. Mijn onbeholpen opmerking dat ze zo lang moest wachten, werd met een dankbare lach beantwoord. ‘Ze was een tussendoortje en mocht komen als er een plek vrij viel. Ze was van de week gevallen met de scootmobiel en die had boven op haar gelegen. Mensen waren zo lief. Ze hadden haar direct geholpen. Gelukkig was er niets gebroken, want ze hing van de protheses aan elkaar. Nu had ze last van haar hoofd, een hersenschudding misschien, daarom zat ze er.’ Weer die lieve glimlach.

Ik werd weggeroepen voor de prik en moest naar de dokter terug. Infectie. Antibioticum en rust en verbeterde het niet snel dan prednison. ‘Rust…uhhhh.’ ‘Niet werken,’ knikte de raadgever vriendelijk. ‘Uit lijfsbehoud.’ Dat hoorde ik goed, het lijf ook. Dat zakte met een verzaligde overgave in de kwaal. Op de weg naar buiten zag ik haar zitten. Berustend en nog steeds spelend met het touwtje. Duim en wijsvinger, als de mantra met een tasbih of een rozenkrans. Ze knikte en knipoogde. In haar ogen las ik het vertrouwen. Het komt wel goed!

Uncategorized

Een eigentijds begin

Ik ben al een paar dagen op zoek. Bij ieder Lidl die ik tegen kom, in welke stad dan ook, ga ik met argusogen naar binnen en speur alle schappen af naar de plek van de koffie. Eenmaal gevonden valt me onmiddellijk het kleine bescheiden doosje oploskoffiebussen op en dan weet ik al hoe laat het is. Teleurgesteld druip ik af, na eerst, tegen beter weten in, nog wat etiketten te hebben bekeken. Ik vraag het voor de zekerheid nog even na aan een voorbijgaande winkelbediende.  Bij het schudden van zijn hoofd bekruipt me een mistroostigheid, die duurt tot aan de geparkeerde auto.

‘Adem in, adem uit en door!!!’ denkt mijn optimistisch gemoed. Er zijn belangrijkere zaken dan jouw twee bakken troostkoffie in de stille ochtenduren. Waar, allemaal waar. Maar dat ene zalige moment van beginnen. Toetsenbordje op schoot, koffie in de aanslag en gaan. Alsof de warmte en de geur de woorden onderschrijft en onderstreept. Deze koffie is de voeding voor het verzetten van de gedachten of het vasthouden van de droom.

070

Herinnering: La Douce France vijftien jaar terug. Met het blik koffie onder in de tas afreizen naar St.Ambroix. Het bleek niet meer nodig te zijn, want in ieder dorp verrees een Lidl en daar kon ik ruimschoots aan mijn trekken komen. Iedere ochtend, als de Filature nog in diepe rust was, sloop ik naar het keukentje om heet water voor mijn te brouwen kop oplos. Met een dampende beker op blote voeten naar het terras. Daar, met uitzicht over de grote tuin, die rust ademde en ochtendstilte en waar de morgenster zich langzaam opende onder de eerste zonnestralen, verwelkomde ik de dag. Koffie smaakte nergens anders zo lekker als daar.

Op elke vakantie waar dan ook, speur ik het eerst naar mijn winkel, in de wetenschap dat mijn koffie ook hier een feit zal zijn. Maar nu, in mijn eigen kleine stad nota  bene, in de hele provincie trouwens, wordt er bot gevangen. De Classico behoort niet langer tot het assortiment. Het zou verboden moeten worden, dat de handel eerst de verslaving kweekt en vervolgens weer de handen er vanaf trekt. Dat doen ze met Coca Cola nou nooit, jammer genoeg.

069

De laatste inspectie heeft uitgewezen, dat er nog maar een halve pot in voorraad is. Er zal moeten worden overgegaan tot een nieuw experiment. Het is een nogal eigenzinnig bakkie, waar een tweede niet snel van gevonden zal zijn. Echte koffie is het niet. Die heb ik lang geleden afgezworen. Ik ben toch meer van de koffie verkeerd, dat tegenwoordig zwierig besteld kan worden als een Latte Macchiato, met meer melk dan de echte koffiegenieter hebben kan. In de Bellarom Classico zit, vrees ik , weinig koffie, maar het is aandoenlijk warm en geurt een beetje naar opgeklopte warme melk zonder de aangekoekte steelpan en de klopper eronder. Nostalgie in een modern jasje en heel anders dan de andere merken oplos-cappuccino, wat proefondervindelijk door de jaren heen is bewezen. Nu dus van mijn heerlijkheid afstappen en een nieuw concept uitvinden of de Vienna mengen met de ongezoete, die ik wel uitprobeerde, maar die het niet haalde bij de Classico.

Zo, dit kind is weer even aan het spelevaren geweest met prietpraat en muizenissen. In de benen en aan de slag. Maar eerst nog even genieten van een van de laatste der Mohikanen. Er gaat niets boven een eigenzinnig bakkie voor een eigentijds begin.

Uncategorized

Dat voelt meer dan goed

Een vader van een meisje uit de groep is opgenomen in het ziekenhuis met een hersenbloeding. Het ziet er naar uit dat er een stevig stuk revalidatie aan vast zit. We waren allemaal aangedaan door het bericht. Om met zoiets onderuit geschoffeld te worden in de bloei van je leven, veel te jong nog, hakt er in.

Hij houdt van grapjes, vertrouwt zijn dochter me toe. Daar kunnen we wat mee. Een moppenboek en een wissellijst voor op het nachtkastje, zodat er iedere dag een andere mop in kan.  En moppen maken kunnen ze hoor. ‘Waarom legt een lam geen ei??? Omdat een lam geen ei kan leggen.’ Of deze: ‘Welke dino’s springen hoger dan de gebouwen.  Gebouwen kunnen niet springen.’ Ik ben in het voordeel, want terwijl ik dit tik, trekt er om mijn mond een brede glimlach als ik die twinkelende ogen en die glunderende gezichten erbij zie. ‘Een haan heeft een poot in Nederland en een andere in België, waar legt hij zijn ei.’ Je voelt hem al aankomen. ‘Een haan legt geen ei.’   Zo gaan ze door. ‘Een meisje stapt op de regenboog. Haha, dat kan helemaal niet, dan zakt ze er door.’ ‘Een koe met groenwitte vlekken. Haha.’ ‘Waarom is deze beer groen? Hij heeft teveel groene kikkers en groene bloemen gegeten.’ Echte schuddebuikers dus.

Ik zal haar vader adviseren elke dag een mop te nuttigen. Daardoor heb je de meest gunstige voorwaarden om sneller op de been te komen. De A4 plakken we op mooi gekleurd A3 en de wissellijst wordt even groot. De losse moppen op A3 bewaren we in een mooi doos. Misschien wel een moppentrommel. Iedere dag een nieuwe mop luidt het  recept.

Kinderhumor is ongecompliceerd. Tijdens het flitsen in de middenbouw waren kinderen bij de boeken steeds aan het klessebessen en derhalve stoorde het. Al een paar keer had ik ze vermaand. Ze bleven doorgaan. Ik stuurde een van de eerste boekenhalers terug, omdat hij de vraag negeerde en hij eigenlijk al lang een boek had. Hij keek zeer verontwaardigd, totdat ik opmerkte: ‘Anders bijt ik in je billen hoor.’ Dat had hij niet verwacht. Met een brede grijns en een geklaarde blik vervolgde hij zijn weg. Een beetje humor in onderwijsland kan absoluut geen kwaad.

002

‘Je moet kinderen kunnen lezen en schrijven’, zei mijn grote mentor Juffrouw Weldam. Soeur Adolpha had hetzelfde idee. ‘Je moet ze kunnen uittekenen.’ Daar kon ik mee uit de voeten. Wie weet waarom er gehandeld wordt, kan er beter op acteren. Observatie is de drijfveer, de hele dag door, bij alle kinderen. Waarom , welke keuzes, beweegredenen, acties, emoties, samenspel. Niets onttrekt zich aan mijn blik. ‘Jij hebt ook ogen in je achterhoofd,’ merkte een stagiaire eens op. Dat klopt. De oren, hoe doof ook, zijn altijd gespitst op de gesprekken achter me. Het is de ervaring die het verhaal compleet maakt en de associaties aan elkaar breit tot de juiste contouren.

Het allerbelangrijkste is de liefde. De liefde voor mensen in het algemeen, dieren in het algemeen, liefde voor alles wat leeft, maar de liefde voor kinderen in het bijzonder. Mijn hele Jenaplan schoolleven roep ik het al. Kinderen zijn uniek. Ieder kind weer. Ze hebben allemaal recht op een eigen stukje speciale liefde. Als die band gesmeed is, zijn grenzen geen obstakels en regels geen handenbinders. Dan passen ze volkomen au naturel in het verhaal. Een van de ouders merkte van de week op: ‘Je bent zo lief en zo zacht, maar ook heel duidelijk en dan zonder boos te worden, hoe doe je dat toch.’ Kinderen voelen dat je niet boos bent op hen. Je keurt het handelen af, maar het kind mag  komen. Dat is het verschil. Ze kunnen altijd terecht want de deur staat open.

049

Het gaat voor ons ook op. Humor en liefde lopen hand in hand. Iedere dag een mop, een kwinkslag, het kleinste lieve dingetje voor in je rugzak en het leven wordt een stuk aangenamer samen met het vertrouwen, dat er iedere dag ontwikkeling zal zijn. In het geval van de vader letterlijk stapje voor stapje. Wij zijn erbij.  Met onze moppentrommel. Dat voelt meer dan goed.

 

Uncategorized

Ik kan niet wachten

Vroeger bestond de analoge wereld uit zwart-wit. De televisiebeelden  en de foto’s waren in grijstinten en contrasten. De belevingswereld,waar de foto’s deel van uit maakten, waren echte sfeerbeelden. Steeds vaker grijpt men weer terug naar de kennis van vroeger op het gebied van de analoge fotografie en de vertaling in zwart/wit. Voor de tekencursus was ik al een tijdje bezig om sfeerbeelden om te zetten in het krachtige geschakeerde denken. Op die manier was de vertaalslag naar schaduw en licht makkelijker te maken. Ineens krijgen personen en objecten een andere lading.

Afgelopen zaterdag was ik op een opening van de tentoonstelling Drentse Drukkers in de galerie van Strien in nieuw Amsterdam. Ik was behoorlijk onder de indruk van het werk van Krin Rinsema, dat, naast de vele vogels en landschappen, opviel door de lijnen, de leegte en de verstilling van haar kinderen en personen.

Ze zoekt ermee de kwetsbare kanten van de mensheid op. Zelf zegt ze al geboeid te kunnen raken door een zorgelijk loopje van een man. Heel duidelijk komt dat naar voren in haar etsen, waarbij een groot zwart vlak, afsteekt tegen de tere contouren. Haar techniek is net zo kwetsbaar als haar etsen. Het is met droge naald geëtst op aluminium offset platen van de drukkerij, die na zes à zeven keer drukken op zijn.  Voor haar schilderijen gebruikt ze ziekenhuisgordijnen die al een verhaal op zichzelf te vertellen hebben. Haar materiaal is net zo doorleefd als haar onderwerpen.

066.JPG

De soberheid van het zwart/wit, met weinig nuances erin, de grootte van haar doeken, waar soms haar kinderen in lijken te verdwalen, focust zich op details. De open handen van een kind, het gebogen hoofd, de witte handen, de rollende zee, de opdoemende mist met vage contouren van een gestalte. Bij de etsen van Krin horen gedichten, gedachten op papier. Ze werkt veel met houtskool. In een van haar vroege interviews in de telegraaf van 1998 staat dat ze een gruwel heeft aan grijstonen. Je komt ze ook niet tegen. Ze is een zwart wit denker. Iets is goed of niet goed. Een tussenweg bestaat niet voor haar.

039

Jammer genoeg was deze interessante etser niet aanwezig bij de opening. Door het hele verhaal achter haar werk, intrigeert ze minstens zo, als haar etsen zelf. Altijd denk ik bij het volgen van drijfveren en normen bij uitgesproken meningen en keuzes aan de Spin Sebastiaan: Eigenzinnig en niet bang.

Nu ik dit aan het opschrijven ben, weet ik ineens welke foto ik in zwart/wit had moeten nemen, al is door de lichtval de kleur hier ondergeschikt. Wel weer even lekker om in contrasten te denken. Het is een foto van mijn kleinzoon aan de kust van Portugal. De handen open, het gespannen lijf in afwachting van de golf die komen gaat. De intentie verkleedt zich soms in schijnbare eenvoud.

tom

Vandaag ga ik met een zwart/witte bril op pad, al hou ikzelf wel van subtiele nuances, al was het maar, dat een sfeer zich op allerlei manieren aandient en het een uitdaging op zich is, om die goed neer te zetten. ‘Er leiden vele wegen naar Rome’, hoor ik het verleden roepen. Gelukkig maar, anders hadden we naast het werk van Krin, niet zo genoten van de houtsnedes, de steendruk, de litho’s de etsen van de andere exposanten.

063.jpg Litho’s van Lidwien Chorus

Poëzie zit overal en gedachten zijn te vangen in elk klein detail. De kunst is om ze uit te vergroten tot de kracht die het verdient. Ik kan niet wachten.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Ik geef me over

Ik stond gisteren in de hectiek van Utrecht rond spitstijd in de avond. Het valt me op dat dat verkeersinfarct meer en meer de overhand neemt gedurende de piekuren. Opeens begon er een lampje te branden op het dashboard. Het was alarmerend oranje en stelde een Engelse sleutel voor. Met alle tijd om er over te piekeren werd de picto groter en groter. Daarmee begon het. Er trad een siddering op die al snel uitbreidde naar een grotere huivering. Vanuit het niets stoomden de doembeelden in alle hevigheid op, aangewakkerd door het plastische vermogen van de verbeelding.

220px-Praatpaal

Ooit had ik een spontane brand in een van de auto’s gehad en de angst daarvoor bleef altijd sudderen. Met het grootste gemak trokken de mogelijke opties aan me voorbij. De eventuele ongemakken aan remschijven, remblokken, de versnellingsbak, accu, distributieriem en het vloeistofpeil, een wetenschap in jaren ‘second hand’ opgebouwd, schoven langs. Helaas ook de bijbehorende gevolgen van eventuele mankementen en de keren dat ik, ANWB-proof, de hogere hand van de hulpverlening nodig had, omdat ik  niet meer verder kon en onthand aan de kant van de weg stond. Destijds was er geen sprake van een Iphone in de buurt.Een hulpeloos mens was overgeleverd aan de grote gele praatpalen met hun blikken stemgeluid. Gevangen in de gassende lange rij auto’s had ik alle tijd om te piekeren en werd de kleine blauwe steeds groter, terwijl mijn eigenwaarde smolt en smolt.

Het tweede deel van de reis ging wat voorspoediger en eindelijk kon ik de prins aan de kant zetten, griste de handleiding in zijn mooie zwarte hoesje uit de la en bestudeerde met schoonzoon de eventuele mogelijkheden. Het eerste dwingende advies was ongenaakbaar en priemend aanwezig. ‘Zoek zo spoedig mogelijk de Merkdealer.’ Ik zweer bij mijn eigen garage, die dat predicaat draagt, maar het is wel een handige zet van de fabrikant. Hoe jaag ik mensen, arme onwetende stakkers met een lichte zenuwaanval door de voedende onzekerheid, in de armen van het grootkapitaal.

220px-Adjustable_Angle_Wrenches

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik moest morgen naar Drenthe en had beloofd te rijden. Ik had helemaal niets aan een auto die uitviel, maar met de oranje sleutel in het vizier was er geen haar op mijn hoofd, die negeren als optie overwoog. Er zat niets anders op dan de volgende ochtend om acht uur op de stoep van de garage te gaan liggen en de eventuele mogelijkheden te onderzoeken. Tot dan toe zou ik opgescheept zitten met een unheimisch gevoel dat zwaarder en zwaarder drukte. Een droom diende zich onrustig en woelend aan, waar ik als Alice in Wonderland het hele motorblok in onderdelen uiteen zag vallen, de baco de rol kreeg van het witte konijn, die met zijn zeurende toon het lied:’Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat’ de bodem onder het laatste restje hoop sloeg.

‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend’, knikte mijn oma vriendelijk achter mijn lede ogen en daar begon de dag mee. Nou vooruit. Eventuele onrust zo goed mogelijk onderdrukken, straks de zon in mijn koffer pakken, tekenspullen mee, school opbellen dat ik iets later kom en als laatste optie de mogelijke leenauto overwegen als verlossing. We gaan het zien en beleven. Ik geef me over.

 

Uncategorized

Nu het hele korset nog uit

Nou, daar gingen we hoor. Een schilderij van Leonora Carrington op  het digibord. Een beklemmend schilderij met twee kinderen in een donker bos en een huis op roofvogel-poten. ‘Stel je nou eens voor dat je in zo’n verhaal terecht komt, wat zou er dan gebeuren.’ Ze hadden geen tekstschriften, maar werkten soms wel met maatjes samen. Dan maar op losse bladen. Dat samenwerken waren ze toch niet zo gewend. Er was gesteggel over wie zou tekenen en wie zou schrijven. Maar de opdracht luidde: Eerst samen het verhaal verzinnen, dan samen opschrijven, bijvoorbeeld ieder een zin en dan samen de tekening maken.

23032356_10210991310718858_6956069117186514769_n

Aderlatingen voor iemand die heel goed kan tekenen en voor iemand die snel en goed schrijft, want dat betekent dat iemand, die het anders doet, ook aan je tekening mag zitten of tussen je handschrift door mag.  Het gaf even wat gesteggel, maar allengs werden ze steeds enthousiaster. Het werden bloedige verhalen, want Halloween was net achter de rug voor sommige, maar ze waren er goed mee bezig en ze waren apetrots op het eindresultaat. Vooral dat laatste viel op. Zo uitgesproken blij. ‘Wat hadden we nu geleerd,’ vroeg ik. ‘Schrijven en tekenen,’ was het antwoord. ‘Dat is waar, maar wat nog meer?’ Ze kwamen er niet op. Fantasie gebruiken, een verhaal opbouw maken met kop en staart, moeilijke nieuwe woorden schrijven, die je soms moest vragen, overleggen, taken verdelen en zo goed mogelijk uitvoeren. Kortom, Samenwerken op hoog niveau. Top. Stil en fluisteren was er niet bij, want ze waren veel te enthousiast. Dat zou een leerpunt kunnen zijn voor de volgende keer. Ik beloofde de twee blaadjes aan elkaar te plakken en dat ze het mee mochten nemen naar huis. ‘Echt?’riepen ze in koor.

23032878_10210991311278872_961243809391179749_n

Kleine verlegen Greetje kwam ook nog even om de hoek kijken. Ze durfde niet, toen er hard geschaterd werd om haar oranje pruik, die uit de tas piepte en haar in de veiligheid van de tas liet duiken. Iedereen beloofde niet meer te lachen en daar kwam ze hoor. Ze kende een liedje. Of ze dat mocht zingen. Ze zette loepzuiver met een enigszins hoog stemmetje in op ‘Ik zag een muis”. De kinderen vonden het helemaal te gek. Greetje bewoog met haar hand en streek door haar haar. De gebaren van een echt mens. Ze kende een rap. Aha. Dat was bekend terrein. Er werden onmiddellijk rap-gebaren gemaakt. Toen kleine Greet de Muis in een rap stak, hadden ze het niet meer, omdat haar hoofd en haar oranje ragebol enthousiast mee rapte. Wild sprongen haar haren en die van de volgers heen en weer.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Tussendoor moest ik wel voortdurend werk neerleggen, vermanen, toespreken, frikken ten voeten uit, maar dat kan je verwachten van deze groep, die deze losse aanpak niet gewend is. Vandaag komt iemand een van mijn bestempelde kinderen observeren, om te kijken of hij toch weer terug moet naar het speciaal onderwijs. Mijn bescheiden mening is dat hij in een volstrekt verkeerde setting zit. Deze jongen zou op mijn oude school opvallen door de motorische onrust, maar waanzinnig fantasierijk zijn en mooie dingen maken. In deze strakke structuur van de hele dag stil zitten en werken is elke vorm van schrijven al een kwelling. Geef hem een toetsenbord en je zou versteld staan.

De andere is problematischer. Hij zit met zijn ziel in de knoop en heeft zenuwtrekjes        Hij reageert veel te fel en veel kinderen zijn bang voor hem.  Toch loopt hij het vuur uit zijn sloffen en werkt hard.  Zijn gruwel verhalen hadden een hoog horrorgehalte, er gaat heel veel om in dat kleine magere koppie. Dit kind hunkert naar liefde in elke vezel. Hij kon echt niet samenwerken want zijn maatje, een bescheiden meisje, mocht alleen maar volgen en kon het tempo niet bijhouden.

Vandaag gaat de focus op op het proces. Welk doel zou je jezelf stellen. Wat kan je goed en wat wil je verbeteren. En een eindevaluatie over hoe het deze drie dagen gegaan is en wat ze er van hebben opgestoken. Ze vinden me lief, maar ik maak me geen illusie. Dat is omdat ik niet snapte, hoe de leerstof normaliter aangeboden werd en welke extra opdrachten erbij horen. Als ze klaar waren mochten ze een boek lezen of tekenen. De liefde gaat in dit geval niet door de maag, maar vloeit door de vrije geest. De eerste veters van het keurslijf zijn al losgemaakt door de nieuwe directie. Nu het hele korset nog uit.

Uncategorized

Kriebeltrui

Het was een pittige dag gisteren in groep vier en dat kwam niet door de kinderen, maar door de wijze waarop de leerstof werd aangeboden. De kinderen waren fantastisch, met een werkhouding waarvan ik stond te kijken. Ze kwamen binnen druppelen aan de hand van hun moeder of oppas of oma en in een enkel geval alleen. Een uitstekend moment bij zo’n eerste kennismaking om alvast een klein tipje van de sluier opgelicht te krijgen. Een had er net een beugel, een ander kwam met een pakketje vol met stickers. Van een meisje met grappige rode krulletjes was de opa deze week overleden en ze had ’s middags de begrafenis.

033

Er waren kinderen die letterlijk in hun schulp doken, hoofd tussen de schouders, schouders naar binnen gebogen , koppie naar beneden, zie onhoorbaar zacht hun naam lispelden. Er waren er die hun verlegenheid overschreeuwden en met bravoure hun stoelen van de tafel gooiden. Toen de groep compleet was, ging de deur dicht en kon de les beginnen. Het strakke schema lag verpakt in bronnenboeken en antwoordenboeken bewegwijzerd, met gele briefjes tussen de bladzijden, op mijn bureau.

De tijden stonden afgemeten in zwart-wit op papier, de te verwerken stof in grote zwarte cryptische omschrijvingen op het Whiteboard. Taal: 4/2/blz…Etcetera. Voor een leek lastig te lezen. Daar zaten we dan. De kinderen achter hun tafels en ik voor naast het bureau. Jarenlang startte ik de dag alleen vanuit een kring op en nu was de afstand een reële werkelijkheid. Letterlijk en figuurlijk zijn kinderen aan tafels mijlen ver weg van datgene wat je vertellen wilt. Ruimte te over voor iedereen, die ergens niet bij betrokken is, om wat anders te doen en weg te dromen.

119Matthieu Klomp.

Drie tafels stonden volstrekt geïsoleerd. Een tegen mijn volgepakte bureau aan en een tegen de muur naast het bord. De kinderen die daar zaten hadden de plek aangewezen gekregen vanwege hun ADHD en autistisch spectrum. Een stond op vrijwillige basis in een hoekje, vlak naast het raam met het overzicht over de hele groep en een bevrijdend zicht op buiten. Die plek begreep ik het best. Het was van een stil meisje dat zich de hele dag nauwelijks liet horen en wiens handschrift net zo bescheiden en klein was als zijzelf. Ze bemoeide zich nauwelijks met haar medeleerlingen.

Ik had mijn gewone stem op, maakte kwinkslagen en grapjes, maar, zo bemerkte ik al gauw, daar werden ze onrustig van. Toen mijn collega van de andere groep haar stemgeluid liet horen en de groep op slag stil was, begreep ik waarom niet. Deze kinderen werden heel anders toegesproken. Zo’n stem hing bij mij in de kast onder de kriebeltruien, maar kon ik natuurlijk te voorschijn toveren. Vanaf dat moment kwam de leerfabriek op gang. Wat een ongelooflijk ervaring om een hele lange dag alleen maar aangeboden leerstof te zien consumeren.

De school zit in een meanderende flow. Dit zijn de restverschijnselen van jaren, maar de nieuwe aanpak was al ingezet en stroomde in de vrije klanken naar buiten door de ramen in groep zeven, waar een meisje op een krukje stond en een liedje door een microfoon zong met de hele groep er enthousiast om heen. Een prachtige schildering op de muur in de lerarenkamer laat zien, dat kinderen in het dal mogen vallen en er met behulp van de anderen weer uit leren kruipen. Geen fouten maar leermomenten en eigenaarschap van je eigen leerproces. Voor de groep die ik onder mijn hoede heb, kan die ontwikkeling niet vlug genoeg gaan. Morgen maar eerst eens beginnen met een boeiende tekst en een tekening over eigenaarschap van je persoonlijke groei. Ik ben benieuwd welke lumineuze ideeën dat oplevert. Binnen drie dagen moet het lukken om de kriebeltrui en de bijbehorende stem op haar knaapje te laten hangen

Uncategorized

Mijn kinderhand is weer gevuld

Gisteren is me iets bijzonders overkomen. Ik kan zeggen dat ik, in dit afwisselende vrije bestaan, iedere dag wel iets bijzonders mee maak, maar dit was van een heel speciaal kaliber. Ik was uitverkoren. Niet omdat ik een ‘Postcodeloterij-we-houden-ze-zoet-prijs’ had gewonnen met emmertjes Ben & Jerry’s of een bon voor de Rituals, die iedere keer weer net op het nippertje wordt verzilverd. Nee, door mijn oprechte mening te geven.

Ik had een klein stukje reclame leuk gevonden en braaf gedeeld op FB van het kinderboekenmuseum en daarnaast aangegeven waarom dat museum zo belangrijk was voor mij en een must voor alle kinderen van Nederland. De eerste keer dat ik met beide kleinzonen er naar toe was geweest, kon ik alleen maar denken, hoe fantastisch het moest zijn om met kinderogen te dwalen door zo’n prachtige boekenwereld, die zich aan je voeten uitspreidde en waardoor je kon wandelen en dromen tegelijk.

Fantasie en verbeelding zijn bij mij volop aanwezig en het kost volstrekt geen moeite om die wereld op te roepen uit een boek, maar er daadwerkelijk doorheen te kunnen lopen is een stap van hier naar de maan. Als dat het al voor mij was, hoe zou dat dan voor een kind zijn. Het huis van kikker, het bed van kikker, de tafel van kikker door te lopen, in te liggen, aan te eten. Het zijn wonderen die je stoutste dromen waar maken.

219

Ik genoot en met mij mijn twee kleinzonen, waarbij een er maar niet genoeg van kon krijgen om over de ijsschotsen van kleine beer te springen en als rupsje nooit genoeg te eten en te eten totdat hij eindelijk een vlinder mocht zijn. Heel veel eten om boven jezelf uit te stijgen. Wat een heerlijk sprookje. Dat wil ieder kind.

140

Ook beneden in de spelonken van gestapelde boeken is het een walhalla voor de lezer, maar er tussenin ligt het literatuurmuseum. Dat is een uitgelezen plek om alléén doorheen te dwalen en de tijd te nemen om de vele manuscripten, gedichten, stukken proza te bewonderen en terug te vliegen in de tijd om zo’n schrijver aan zijn tafel te zien zitten onder een ouderwetse leeslamp, met zijn vulpen in de aanslag en een lijntjesschrift. Of om hem te zien hameren op zijn oude Remington. Daardoor vliegen ze het hoofd in en uit, gezichten doemen op en vervagen weer en blazen leven in die stemmen van het verleden. Willem Frederik Hermans, Remco Koolhaas, Slauerhof, Marten Toonder, Hugo Claus, Hanlo, Zwagerman en Vasalis, ze komen allemaal door.  Alle gezichten zijn me vertrouwd en prijken op de achterflap van vele boeken in mijn eigen kleine minimuseum thuis. Meer dan een bezoek waard, deze schatkamer van het geschreven verleden.

Een keer heb ik met dochterlief een weekend doorgebracht in huis ‘De Zulthe’ te Roden. De woning waar Vasalis woonde.  Om de sfeer te proeven wilde ik, dwars door haar dode ogen heen, haar uitzicht zien, de wijde blik, als ze aan het mijmeren was  voor het venster. Het was een bijzondere ervaring in een, door rijp, verstilde wereld.

schaap-lampje

Voor de loting heb ik eigenlijk niet meer gedaan dan mijn overtuiging neer te pennen. Dat viel in goede aarde en maakt me nu de koning te rijk. Ik krijg het boek Lampje van Annet Schaap. Die komt natuurlijk als belangrijk item in mijn leren-is-leuk koffer als ik op bezoek ga bij mijn invalgroepen.

Ik schreef: ‘Het kinderboekenmuseum, om een wereld levensecht groter te maken! Voor eeuwig verkocht.’ Het kwam recht uit mijn hart. Mijn gegevens heb ik doorgestuurd per mail en Lampje wordt thuisbezorgd. Dat betekent een paar dagen in blijde afwachting en met dubbele voorpret. Mijn kinderhand is weer gevuld.

 

Uncategorized

Daar is het leven me te lief voor

Kunstuur stond een maand lang in het teken van Dutch design, onder andere naar aanleiding van de jaarlijkse Dutch Designweek in Eindhoven. Alleen al omdat veel gestationeerd is rond het oude Klokgebouw, die heerlijke industriële vormgeving, is het de moeite waard om te bezoeken. Dankzij Kunstuur hoeven we de hoogtepunten niet te missen. De presentator van het programma, Lucas de Man, heeft een plezierige en ondernemende manier van bevragen en ik glij op die heerlijke Belgische tongval en zijn subtiele kwinkslagen de designwereld binnen.

De eerste die hij opzoekt, is Bas Timmer. Hij is de ontwerper van de Sheltersuit voor daklozen. Hij maakt ze onder andere van oude slaapzakken. Ze worden door vrijwilligers in elkaar gezet. De uitvinding is geniaal. Een jas, waaraan je een zak kan ritsen, zodat je warm en droog, dus comfortabeler, de nacht kan doorbrengen. Overdag rits je het onderste deel af en stop je het in een bijbehorende rugzak. Ineens schiet het gezegde:’ Sta op, neem uw bed op en wandel’ door mijn hoofd. Misschien heeft die Bijbel  zijn paden gebaand. Hij is in ieder geval in de voetsporen van de verlosser getreden. Wat een prachtig idee.

012.jpg The place to be.

In de Dutch Design week zie je vooral de betrokkenheid en bevlogenheid van doorgaans jonge ontwerpers voor zaken als het klimaat, het milieu en de drang om de leefbaarheid van de aarde te vergroten. Het is een grote zoektocht naar vruchtgebruik van de grondstoffen, die de aarde voortbrengt of het speuren naar plaatsvervangers, die ervoor zorgen dat ontbossing en andere schadelijk verbruik gestopt kan worden. Elk jaar weer worden deuren geopend, die tot dan toe hermetisch gesloten bleven.

De kiem tot eenzelfde drang bespeur ik ook in de onderbouw. Met een enthousiasme, die zich meten kan aan dat van Lucas, brengt een verhalend ontwerp de directe uitnodiging om het proces in te gaan. Door de betekenisvolle hoeken in de groep borrelt het tot leven en gaan ze als jonge speurhonden aan de slag.  De onweerstaanbaarheid van het verhaal zorgt voor optimale betrokkenheid. Ze duiken erin en komen er met heel veel nieuwe ideeën en uitvindingen weer uit. De kunst is om op het juiste moment de juiste aanvullingen te doen en de nodige verklaringen te geven. Niet meer dan dat, want hun neiging tot onderzoeken en experimenteren is groot en opent makkelijk de deuren.

076Design uit 2013

Zo worden jonge uitvinders geboren of wetenschappers, laboranten en kunstenaars, schouwers en zieners en ergens in het hele proces valt ineens dat kwartje waardoor, voor het leven, het verlangen om het licht te zien, beklijft. De vruchten plukken we in die Dutch Designweek, want door het zien van de vele nieuwe ontwikkelingen en ontdekkingen, halen wij weer de voeding voor het nieuwe aanbod in de groep. Zo kruisen die belangen elkaar. ‘Zien eten, doet eten’ zei mijn moeder cryptisch, terwijl er geen piezeltje voedsel in de buurt was.

021Eindhoven

De  Sheltersuit van Bas Timmer is genomineerd voor de Dutch design Award en wat mij betreft heeft hij hem al gewonnen. Arne Hendriks is een andere opmerkelijke onderzoeker. Hij bestudeert groei en is er van overtuigd dat we, als we allemaal tot 50 centimeter krimpen, de voedseltekorten en de milieuproblemen de wereld uit zijn geholpen. ‘The incredible shrinking man’. Bonzai voor de mensheid, zeg maar. Nee, dit zijn geen loze kreten. Er zit nog een wereld aan gedachtegoed achter, een wereld voor kleine mensen, die groter is dan je denkt. Persoonlijk wil ik dan wel dat we allemaal tegelijk krimpen, want als er maar een prototype van 1,80 overblijft, dan is het gevaar dat we, letterlijk, onder de voet gelopen worden, groot en daar is het leven me te lief voor.

https://nos.nl/artikel/2081552-sheltersuit-moet-dakloze-warmhouden-in-de-winter.html

http://www.arnehendriks.net/