Uncategorized

De dader verklaart

Het duurt even eer ik besef, dat het verhaal alweer bijna achter me ligt. Net begonnen. Vannacht, waar de slaap niet komen wilde en de bril op mijn neus de letters liet dansen. Gegrepen vanaf de eerste zin, die cruciaal de rest van de ontwikkelingen binnenhaalde en daarmee alles bepalend bleek. Jaloerse vleugen over haar schoonheid. De taal verhaalt, vervult, verrijkt. De meester. Ik lees ‘Jij bent van Mij’ van Peter Middendorp.

Lovend zijn de subtiele tekeningen van de gebeurtenissen, ragfijn, geen detail uitgespaard. Het zijn juist dagelijkse dingen, die de dader vormen en daarmee ook het onvermogen, de vraagtekens die opdoemen. Opgebouwd, woord voor woord vult mijn hoofd zich met het beeld. Wat kunst vermag.

044kraai op de tuin

Aangemoedigd door een lovende tweet over de schrijver, in een opwelling aangeschaft, dagen genoten van de prachtige omlijsting, de klapwiekende vogels in dat vuurrode, bloedrode. Onschuldige trek der spreeuwen met hun gehavende vleugels en herkenbaar ook. Net als de kauwen die met luid misbaar iedere dag het veld ruimen wanneer ik huiswaarts keer uit de volkstuin.Ze trekken naar de grote kastanjes rond de hoge flat. Het zwerk vult zich letterlijk met het klokkende zwart en figuurlijk met de vallende avond na een mooie dag. Nooit gaat die trek voorbij zonder Hitchkocks dreigende vogels op het netvlies, die een glimlach ontlokken.

De schrijver wordt eigen als diens taal en de gedachtegang van de dader de mijne worden tijdens het lezen. Het boek is nauwelijks weg te leggen. Bewondering en verwondering lopen hand in hand om zijn prachtige stijl, zijn woordkeus, zijn poëzie, het zachte, waarmee de gruwelijkheid uit de doeken wordt gedaan. Met weemoed nader ik het einde van het verhaal, het laatste hoofdstuk: Winter.

010.jpg

De schrijver in mij heeft woord voor woord de beschouwer losgemaakt. Elke handeling, een ontmoeting, het gesprek mondeling of via het vluchtige digitale woord wordt vastgepind en ontleed. Details voegen zich tot een geheel. Bijzonder maar ook herkenbaar is de manier waarop de man in het verhaal zijn realiteit handen en voeten geeft. Flarden vooruit, dan weer stappen terug, om uiteindelijk te komen tot de grote ontknoping, die vanaf het begin al vast stond.

Mijn ontmoeting met de werkelijkheid speelt zich af in fragmenten en kleuren het plaatje. Natuurlijk vindt het een weg in het schrijven op de vroege ochtend, de foto’s onderstrepen de details. Die wonderlijke kenmerken, waarop de belangrijkheid van een gebeurtenis blijft hangen.  Met een aantal schrijfvrienden sturen we brieven naar elkaar. Om het woord verlegen zit niemand, volgens mij. Het werkt  bevrijdend om vanuit de vrije val iets te delen met iemand die je eigenlijk niet eens kent. Boeken zijn brieven en verhalen die je deelt met al die mensen die je eigenlijk niet kent en vice versa.

In het boek staat een overpeinzing die veel duidelijk maakt en tegelijkertijd de verwarring meebrengt. De dader stelt zich buiten de werkelijkheid. Hij is daarmee de ‘Teacher in Role’, zoals bij het rollenspel de regisseur uit en in het verhaal stapt als dat zo uitkomt. Schouwer en lijdend voorwerp, dader en slachtoffer, de schuldenaar versus de schuldige. Wie rekent af met wie. Het perspectief vanuit de dader, die de buurman kan zijn, je eigen vader of zoon, een collega, de winkelier om de hoek, zit dicht op de huid van de lezer en het zorgt ervoor dat de dreiging intens en voelbaar blijft, het hele boek lang.  Meer diepgang is niet mogelijk. De dader verklaart.

 

Uncategorized

Wie niet waagt, die niet wint

Ik sla de laatste bladzijde dicht en bedenk hoe moeizaam de aanloop was, waarmee ik in het verhaal probeerde te komen. Ergens op twee derde van het boek sloop er iets van spanning binnen en riep het vragen op. Eenmaal daar aangeland lukt het nauwelijks het boek nog weg te leggen en moet het verhaal worden afgerond in mijn hoofd. Ik brei alle losse einden samen. Nu is het dicht en stelt het toch wat teleur. De taal, de vorm, de moeizame, onprettige karakters, de van ver gehaalde voorvallen, de onooglijke, overduidelijke symbolische locatie. Als de kaft zwaar op de bladzijden valt, is het rijp voor de kringloop. Hier volgt geen tweede keer lezen of toch…

Waarom pakt het ene boek je bij de eerste zin en een ander niet of nauwelijks. Waar ligt het aan. Aan het boek zelf, aan de schrijfstijl, aan het onderwerp? Nee, dat is te kort door de bocht. Het ligt voor het grootste deel aan mijn ontvangst. De rust in mijn hoofd, de vermoeidheid, waardoor ik wel honderd keer het boek weg moest leggen. Als je wil verdwijnen in het verhaal, dan lees je door, net zo lang tot je erin zit, ook al is dat pas halverwege of aan het eind. De cirkel rond, dat beoog ik met lezen. Verdwijnen, mee gevoerd worden, jezelf verliezen.

012

Doordat ik de puf niet had, met het gebrek aan energie door de lichamelijke klachten, ogen, die dicht vielen na vijf regels, woorden die aan het dansen waren en alleen de dikke + 4 A.M.G. Schmidt bril versterkend genoeg is, kan ik niet afreizen. Het is een beetje een kip en ei verhaal. Beide, boek en lezer, zijn debet aan het euvel.

0091.jpg

Zelden wordt ik niet het verhaal ingetrokken. Bij de pil van Knausgard met de titel ‘Vader’ bleven de bladzijden maagdelijk en ongelezen. Kleine letters, korte regelafstand, te breedsprakig. Op het stapeltje naast mijn bed ligt het Labyrinth der geesten, een avontuur, die ik in de vakantie zal aangaan, omdat ik uit de drie vorige boeken van dit vierluik weet, hoe geraakt ik zal zijn. Daarbovenop ligt Het boek van Peter Middendorp. De prachtige omslag met de intrigerende titel: Jij bent van mij, schreeuwt erom als eerste gelezen te worden. De kritieken zijn lovend, maar die leg ik te doen gebruikelijk, naast me neer. Zie het verhaal hierboven. Op ontvangst valt geen peil te trekken. Taal proeven is een persoonlijke aangelegenheid. Het wekt wel nieuwsgierigheid als Tommy Wieringa schrijft: Een schrijver heeft zijn stem gevonden.

Sinds ik thuis ben, nu alweer een half jaar, is de tijd aan mij, voor zover het lijf het toelaat. Dat is beperkter dan een totale vrijheid. Het betekent dat er dagen zijn die ingewisseld worden met de nacht of voorbij trekken in totale ledigheid. Iets wat een mens moet leren. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, oreerde mijn oma, die de genen aan ons heeft doorgegeven, waarmee het moeilijk rusten is.. Ik dank het aan de leeshonger van mijn moeder, dat lezen niet tot de ledigheid behoorde, maar tot kennisvergaring.

0071.jpg

Hoe triomfantelijk kon ze kijken met het nieuwe stapeltje boeken onder haar arm. Ze werden op de vensterbank neergelegd en binnen de, door de bibliotheek gestelde, termijn wist ze zich de inhoud eigen te maken. Die gretigheid is doorgegeven, met alle liefde voor het geschreven woord. Er liggen nog wat stapeltjes te wachten. Er zijn zeeën van tijd in het verschiet. Ze zullen elkaar vinden, daarvan ben ik overtuigd. Wie zich eenmaal laat meevoeren door het woord, raakt aan de nieuwe dimensie van een leven. Opnemen, invoelen, verwerken en eigen maken. Het is breien met woorden: Insteken, omslaan, overhalen en af laten glijden in het meer der verbeelding. Wie niet waagt, die niet wint.

009

Uncategorized

Kunst om naar te kijken

Vriendin en ik zijn op weg naar More in Gorssel. Zonovergoten dag, zoevend langs de wegen. Zon, ziel en zaligheid voeden de perfecte timing voor het dwars kijken en het laagland dat zich  aan ons openbaren zal.

073

De tentoonstelling beneden, Dwars kijken, was mij bekend en boven wachtten de foto’s van Het trage, lage, land. De vlinderende zichtlijnen van het gebouw haalden de vrije wereld naar binnen. Een omlijsting voor al dat moois wat ons te wachten stond. Vriendin dook, met het gemak van de kenner, het beeld in, schouwde op millimeters de toets, haar vingers vervaarlijk dichtbij het doek, keurde en herkeurde.Met verbazing stelden we de wording van impressionist tot realist vast in het werk van Raoul Hynckes. De luchtige toets werd zwaar en mistroostig, de donkere tinten en de dreiging van een oorlog doordrenkten het latere werk. Het wekte verwondering.

Al kabbelend trokken we langs de beelden, met gissen en levensvragen, met veronderstellingen en weetjes door de bijbehorende teksten en haakten er een nieuw universum omheen.

096Carel Willink: Dubbelportret

We keken naar de zure blik van de dame links, in het schilderij ‘Dubbelportret’ van Carel Willink en probeerden dezelfde pruillip te trekken. Toen we aan het delibereren sloegen over de reden, kwam de suppoost als een duveltje uit een doosje achter ons staan. Hij verklaarde dat Willink zijn modellen op het atelier los van elkaar had vereeuwigd. De kleding, waarin ze poseerden, bleven op het atelier ondanks rang of status. Verwevenheid tussen de beide dames zien we inderdaad niet. Ze delen hooguit de ijzige afstandelijkheid, versterkt door de misprijzende blik van deze Estella Reed.

Onze spontane begeleider is de perfecte vraagbaak, een wandelende audio-tour, immer bereidt om een toelichting te geven als de wenkbrauwen vragend omhoog gaan. Met stijgende bewondering bestuderen we zijn geanimeerde manier van vertellen. Hij is in zijn element en wij zijn dankbare toehoorders.

079.JPGWout Berger

Bij de foto’s zorgt zijn uitleg voor de broodnodige verdieping. Deze bijzondere tentoonstelling van, onder andere, fotograaf Wout Berger, omhelst landschapsfoto’s en van zijn hand met name de gifgronden, die hij in de jaren negentig in kaart bracht en nu opnieuw bezocht en fotografeerde. Deze wetenschap geeft een extra dimensie aan de beelden. De tweestrijd tussen leven en dood valt samen met die illusie van leven op gifgronden. Het ziet er bedrieglijk mooi uit.

080Gerco de Ruijter: BS

Overweldigend zijn de abstracte beelden van Gerco de Ruijter, die met camera’s aan vliegers het landschap in kaart brengt. We zijn op slag verliefd op zijn Brusselse spruiten die onder de sneeuw verborgen liggen. Sterk uitvergroot is elk dierenspoor ertussen te herleiden.

091  092 Mijn Brusselse spruiten

In gedachte overbrug ik jaren terug. Winter 2013 waar, bij de buurman op de volkstuin, de spruiten hoog op zijn geklommen en als stramme soldaten de wacht houden in het sneeuwlandschap, mij lokkend verleiden tot het vastleggen. De maagdelijke sneeuw, de zwarte staketsels en de schaduw houden het toestel in hun greep. Het desolate landschap en de meervoudige betekenis vragen erom vastgelegd te worden. Een omslag in vorm en functie.

De engel met zijn breedsprakige verklaringen wuift ons gedag, als we met een hoofd vol  weer terug lopen naar de auto. Nederland, de moeite op alle fronten waard. Zelfs in verval schuilt schoonheid. Kijken is Kunst naast Kunst om naar te kijken

Uncategorized

Geschiedenis

Ik zit op het paaltje en luister naar de geluiden die af en toe zinderend de stilte van de zomerdag lam leggen. Er rijden fietsers langs en een enkele brommer passeert me rakelings aan de linker kant. Het is zo’n doorgang dat geen fietspad is, maar altijd als zodanig gebruikt wordt. Ik zou de regels aanpassen aan hardnekkige sluiproutes. Vechten tegen de bierkaai, hoor ik het verleden zeggen.  Daar tuft de kleine zwarte auto voorbij met een groot deel van wat me uiterst lief is. Er zwaaien twee bleke armen opgetogen. Er hangt een brede glimlach boven.

Naar mijn schoonmoeder gaat de rit. De ongebruikelijke droogte en de trilling in de waarneming van de zonovergoten voortuin zorgen voor een bijna tropische aanblik. Dor gras, zieltogende struiken. In de Maxi Cosi bengelt de jongste kleine telg aan een arm.

013

De deur van het huis houdt verwoed vast aan de instructies van de tochtvrije sluis. Ook al is er niets om mee naar binnen te nemen, de hitte is door alle kieren al geinfiltreerd. De eerst deur moet dicht, alvorens de tweede opengaat. Ik had alles opengezet, ten einde de wind te vangen, die nog net het allerlaatste beetje verkoeling brengen kon.

014

In het huis zitten en staan de vrouwen, allemaal één coupe met dezelfde kapper aan huis, aan de tafel of kruipen achter een kopje thee. Er is geen man te bekennen. De dames zijn zonder uitzondering parelgrijs en kijken nieuwsgierig op naar het jonge grut dat voorbij komt stuiven. Vorsend, in een oogopslag, zien we het vertrouwde koppie niet. De lift ruikt naar natte hond en naar stampotten in de winter. De jaren verschralen waar je bij staat. Er hangt wat tegen de muur om de eenzaamheid op te heffen, maar nergens maakt het beroering los of trekt het je naar binnen. Sommige kamers hebben hun deuren wijd open en gunnen een schaamteloze blik op Oisterwijks eiken en nostalgische koekblikken.

Mijn eigen jaren in de verschillende bejaardentehuizen rond de stad kennen alleen  het nachtleven. Het gedempte licht en in Bilthoven alleen de krekels die on-Nederlands de leegte kleuren. Daar spotten mijn oren ieder vreemd geluid. Stappen op een gang, het lopen van een kraan, een toilet dat doorgetrokken werd. Ze signaleerden de afstand en de praktische invulling van het geheel. De kamer met demente bejaarden, vier in getal, heette een ziekenboeg en iedereen die daar aan bed gekluisterd was, door spanband of boeien, was gemeengoed geworden. Dat enige rijke zelfbehoud was in de grote doofpot beland. Geleefd worden gaat voorbij aan waardigheid en respect.

Ze is 96 jaar en kwiek als een hoentje. Vief en monter schuift ze de zware trijp gordijnen open. We dachten dat ze sliep. Gretig drinkt de kamer het licht in. De televisie gaat uit. Ze roemt haar vrije wil. Als je  heel oud bent, hoef je naar niemand meer te luisteren. Haar adagio onderstreept ze met een ondeugende twinkel in de ogen. Ze peilt onze reacties niet. Van alle banden vrij.

011-e1531959491605.jpg

Als ze de kleine bengelaar ziet, glijdt er een weemoedige herkenning over haar gezicht. Zo’n poppie. Op haar bolronde buik glijdt de telg bijna van haar schoot. Ze overbruggen samen met gemak de jaren, bijkans een eeuw, de oude en de jonge, in een luttele seconde. Zacht glijdt er een glimlach over het kleine toetje en spiegelt zich in de ogen van het oer. De foto’s aan de muur, omgekruld en soms verbleekt, verhalen geschiedenis.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Een nieuwe wereld

Gisteren was het tijd voor water en het penseel. Hoe gaaf zou het zijn om doeken te maken ter grootte van de op rijstpapier geschilderde veldbloemen van Jolanda. De ruimte is er niet. Het nieuwe huis is er nog niet. Een houten achterwand en de rest glas, droom ik over het te herbouwen atelier. Mijn lieve weldoener is met het oude vervallen atelier in een zelfde staat van zijn belandt. Met lede ogen beziet hij de gevolgen. Het is niet anders. Tij valt niet te keren.

020

Mijn lessen bij Koen Ebeling Koning zorgden voor de eerste schreden op het pad van de overtreffende trap: Groot, groter, grootst. We rolden de doeken uit en knipten weidse maten. Alleen dat gevoel al. De vrijheid om niet beknot te worden door de eindigheid van een doek van een geijkte maat was een verademing.

IMG_0892

Een wand van hout en verder glas, het moet te doen zijn. In mijn dromen komt het terug, mooier, meer af, groter en dan lees ik vandaag een artikel over Walden en de schrijfhut van Frederik van Eeden van de hand van Christiaan Weijts, met een titel die vanwege mijn opties helemaal tot de verbeelding spreekt. De Hof van Eeden achter de bouwmarkt. Voor mijn verrichtingen een soort vingerwijzing naar wat nog komen gaat. Het huis staat er nog steeds. Met wat speuren en kunst-en-vliegwerk ontdekt hij het paradijs, daar in Bussum. Eens een lommerrijke ideaalstaat voor iedereen die kunst en natuur, rust en ruimte zocht. Walden, de Utopie en alles goed verborgen in een hoek van de geschiedenis, achter de bouwmarkt.

frederik van eeden

Als een dunne draad heeft het verhaal zich door de jaren heen geweven. Het leek me destijds, in de jaren zeventig, het summum van zijn om in zo’n heilstaat tussen de creatieve geesten te mogen toeven. Couperus was in, Van Eeden had me met zijn verhalen volledig binnen de grenzen gehaald en her en der ontsproten allerhande woon/werkgemeenschappen met als binding kunst, natuur, filosofie, religie en anderszins. Het was de tijd van het collectief.

Weijts beschrijft de poort naar de hof achter de troosteloosheid van beton en opslagloodsen. Ik moet denken aan een regel van lang geleden. ‘Wie door deze poort hier binnen gaat…’ Ze blijft hangen in de beschrijving van het paradijs dat zich erachter ontspint. Niet zelden startte een verzonnen verhaal als inleiding voor de projecten op school met een binnenvallen, door een spiegel, een gat in de grond, een deur van een kast. Alle wereldverhalen van de jeugdliteratuur lagen erin besloten. Het oneindige verhaal, Alice in wonderland, De kleine Prins dwars door zijn wolkendek, waar de realiteit ophoudt en de oneindigheid begint.

Van Eeden zorgde ervoor, dat zijn paradijs bewaarheid werd. Walden heeft niet lang stand gehouden, maar het huis, zijn werkplek, het schrijfatelier bestaat en is nog altijd bewoond door een vrouw des huizes en haar poes Prinses.

Ik dwaal met de woorden van de reporter mee en daar ontspint zich de gestalte van Hedwig uit de Koele meren, als ze zich mijmerend bij de waterkant overgeeft aan haar melancholie. Ademloos dichtte ik haar in mijn ondernemende jeugd wat meer ruggengraat toe en wat realiteitszin, maar in dezelfde lijn verloor ik me aan de uiterst verfijnde pentekeningen van gevoelens. De entree bestaat en roept onmiddellijk nieuwe associaties op. Wie gaat er niet graag een andere, onbekende wereld binnen, waarachter het avontuur lacht en het leven zich rijker aandient.

097

In wezen is elke vorm van kunst, vorm gegeven gevoel en scheppingsdrang, de poort naar de nieuwe wereld met de mogelijkheid om je te verliezen. Groot doek dus, levensgroot, om er in te springen en verdwaald te raken achter de façades van het leven. Nu het huis nog, een nieuwe wereld.

 

 

Uncategorized

De modus van alle dag

Ergens in mijn onderbewuste hoor ik het venijnige zoemen van een mug. Het duurt even eer ik het dwingend en geagiteerde geluid een plek kan geven, dan vallen de lome nachthitte en iets vlak bij het gezicht in elkaar, en zit ik, als door een mug gestoken, rechtop. De schade blijft beperkt. Ik ben hem voor, de snoodaard.

Ik moest denken aan een van die hele hete zomerdagen op de oude tuin. Daar was het tuinencomplex nagenoeg leeg op een paar volhouders na. De nieuwe eigenaar had een ingenieus plan bedacht om de bewoners van zijn grond af te krijgen. Huurverviervoudiging was hem niet vreemd. Ik kon nog niet weg. Dat laatste jaar was een ‘wenjaar aan nooit meer’. Tijd om afscheid te mogen nemen is een hoog goed. de prijs die er voor betaald werd, was die van de solitude.

scannen0653Uitzicht op de oude tuin

Ik dacht dat ik de haag wel kon knippen. Om mij heen vervielen de tuinen tot wildgroei, maar ik deed dat laatste jaar nauwelijks vruchtbare pogingen om de tuin zevenbladvrij te houden en cultiveerde de chaos door ruimte te scheppen tegen beter weten in, gepruts in de marge. De apothekersroos had zich door de hele haag verspreidt, de bomen zakten schots en scheef en de geraniums en hortensia’s hadden de voortuin overgenomen. De Hosta’s waren tot slakkenrijk gebombardeerd en in de kruidentuinen overwoekerde de munt de diversiteit met het grootste gemak.

scannen0651 glimp van de oude tuin

De haag moest bijgeschaafd. Het was h et ‘uithangbord’ van mijn kleine paradijs met het knusse huis erop, de verweerde groene pomp, de grote regenton, de prachtige blauwe regen boven de veranda. Ik had buiten de waard gerekend. Al snoeiend hoorde ik ineens achter me, terwijl de zon genadeloos brandde, een nijdig gezoem en nog eens en weer. Waarschijnlijk was er een wespennest in de buurt. Het klonk dreigend en dwingend. De toonhoogte veranderde en ik wist dat ik geen kant op kon als ik aangevallen zou worden.  Ineens ving ik de link naar verhalen over kinderen die verdwalen in een insectenparadijs van Bomans en consorten. Zo begon het.

Ik deed wat me op dat moment het allerbeste leek. Ik negeerde het gezoem en wandelde de gevarenzone uit. Rust. Bij de tweede poging herhaalde zich alles en was ik er van overtuigd, dat dit niet het juiste moment was. Toen ik achterom keek en de nijdas recht in de ogen, werden ze groot als schoteltjes en kwam hij angstvallig dicht in de buurt. Mijn angst hing uitvergroot in dat dreigende alarm met zijn trillende vleugels. Wegwezen en tijdelijk de snoeischaar aan de wilgen hangen leek me de beste oplossing.

028Snoeischaar aan de wilgen

Door schade en schande ben ik stukken wijzer geworden. Tuinwijsheid groeit onder je vingers het hoofd in. Door elke interactie landt er weer een zaadje. Al die ontdekkingen weven de tuin. Klein maar fijn, voor een ander misschien niet gecultiveerd genoeg, maar naar eigen dromen vorm gegeven en daarmee een paradijs. Weer een paradijs. Het is goed om te weten, dat er nieuwe uitwegen te vinden zijn. Uithuilen en opnieuw beginnen, zei men vroeger.

raamHet licht op

De mug is verdwenen. Hij heeft er voor gezorgd dat ik nog even in het tweeduuster van de verrichtingen van de vleermuizen kan genieten, die onder de goot door naar de boom scheren en weer terug. Een geluk bij een ongeluk. Ook die verdwijnen in een luttel ogenblik. Langzaam trekt de dag zich op. Tijd voor koffie en gemijmer. Met het raam open stroomt de frisse ochtend binnen en vervagen de beelden in de modus van alle dag.

Uncategorized

Zussen

Letterlijk plannen over boord gooien is een kunst op zich maar door ervaring wijs valt te zeggen, dat spontane plannen tot de mooiste ontdekkingen kunnen leiden.

‘Ik laat Gods water over Gods akker vloeien’, zei mijn moeder in tijden van onverwachtse voorvallen, waarin niet te sturen leek en alles eenvoudigweg gebeurde. Waarop ze met volle teugen genoot van wat zich aandiende. Gisteren traden we in haar voetspoor. Een app is doorgaans genoeg om de zussentrein in beweging te zetten. Er gaan er nog een aantal overheen voor het een gekaderd beeld vormt, maar dan staat iedereen ook binnen een uur in de startblokken. Klaar om te gaan.

IMG_9181

Wij hebben met ons moeder een erfenis binnen gehengeld, die inmiddels onbetaalbare schatten heeft uitgekeerd. We genieten. De kneep zit in het mogen zijn wie je bent. Ieder heeft een aartje naar zijn vaartje of moertje, maar door de loop der jaren hebben we geleerd, dat leven zoveel aangenamer is, als je mee laveert. Gisteren werd het letterlijk en figuurlijk in stelling gebracht. We gingen varen op de Kromme Rijn bij Cothen. Een zus ontbrak, wat altijd als gemis wordt gevoeld, maar met de drie-persoons kano wel handig was.

Onervaren kanoërs krijgen uitgebreide instructies en het was deze gedienstigheid die de juiste toon zette. Het lijstje van obstakels was kort, de handelingen eenvoudig, twee keer de boot uit en bij boer Henk(denk ik) picknicken met een waterdichte koelbox, omdat dat praktischer was dan een romantische rieten mand met geblokte servetten. Er stond 2 1/2 uur voor. Opgetogen staken we de rode peddels in het water.

Daarna begint het communicatieve steekspel. Allemaal hebben we de ijzeren wil van mijn vader in de genen, dus ieder weet voor zichzelf wat het doel is. Genieten, vooruit komen, spierballen kweken, calorieën verbranden, bruin worden, mijmeren, bijzondere momenten vereeuwigen, verhalen de ruimte geven. Je kan het zo gek niet bedenken of een van ons kan daar mee uit de voeten. Voor ieder wat wils.

IMG_9187

Links en rechts zijn dingetjes, tegengas geven ook. We hebben niet gezongen onderweg, omdat de windstille, lome zomerdag haar vogels volmaakt liet kwinkeleren in het verstilde beeld dat om onze ‘fluister’boot heen trok.  De bruggen waren laag en meer dan eens moesten we dubbelgevouwen er onder door met een adembenemend uitzicht in het vizier. De koelte van de tunneltjes verraste aangenaam.

Twee duimlengten vooruit en een achteruit duurde de tocht vier uur, maar daar zat een rijke picknick in met perensap, koffie van de boer, taart, verse boterhammen, tomaat, pruimen en kersen en twee keer klunen met de boot, wat boven verwachting soepel en gladjes verliep en een kniesoor die de tijd had willen beheersen. Om half acht zou de gastvrouw zich achter de oren gaan krabben.

IMG_9146

Ringslang zwom bijna op zijn groenige wereld, de kop fier omhoog om de richting te bepalen voor de boot uit, tot beschutting gevonden was in het riet. Zwanen, majestueus en waakzaam om hun jongen, zorgden voor lichte paniek in de boot, maar zacht laveren langs de kant suste de dreiging. We ontdekten ook dat in een smal gedeelte niet te draaien viel met termen die tegenstrijdig werden ingekopt, achteruit was een weids begrip. Boven ons cirkelde een veel grotere roofvogel dan de buizerd, een havik was het vermoeden, maar met dichtgeknepen ogen in het felle licht was de afdruk ervan naderhand strakblauw.

IMG_9174

De vermoeide armen en de blaar tussen duim en wijsvinger bevestigden de ruimte die geschapen was om de lunch goed te laten smaken en als laatste de verse rivierkreeft, veel gepulk en weinig wol. Maar bovenal was er de balans in de volslagen vermoeidheid en het optimale genieten, de wetenschap dat decennia ervoor de rijkdom werd ervaren van dezelfde kleine geneugten des levens. ‘Gods water’, een ‘Go with the flow’, spontaan en ongepland en daarmee iedere keer weer een ongekende ervaring rijker. Zussen.

Uncategorized

Eeuwige rust

Het was feest. We zaten heerlijk in de luwte van de ommuurde tuin en hadden meer ruimte dan verwacht. Het gesprek kabbelde voort, zoals bij iedere gelegenheid dat mensen elkaar in ontspannen sfeer treffen. Alle voorbereidingen waren getroffen, de schotels stonden klaar en de entourage wisselde voortdurend bij de spontane stoelendans die zich steeds ontspon.

048

Bij zulke gelegenheden, een gouden samenzijn, kom je vaak tot diepere kernen bij de gesprekken. Eerst waren er de gebruikelijke zorgen, gedeeld in kwalen en kwaaltjes van onszelf of van ouders van de jongere generatie. Het gesprek kwam via infarcten op Dood. Dochter van een nog maar net door een hartaanval getroffen vader merkte op dat vooral de angst bij de moeder zat. Pa deed wat laconieker. Dat vormde het beeld, dat vrouwen er emotioneler in stonden en er ook meer moeite mee zouden kunnen hebben.

De herkenning van mijn beleving was er niet. Juist doordat we ouder waren en tijd hadden om aan iets te denken wat onvermijdelijk zou zijn, gezien alle aderlatingen in de vriendenkring, was er al een lange periode van overpeinzing gaande, waarbij een optelsom en in zekere mate een berusting was neergedaald. Rust is een beter woord. Het is niet een ‘je er bij neerleggen’. Het is een bewust overdenken van de invulling voor straks of later. Het besef, dat iets eindig kan zijn, plotseling en zonder pardon, is nu eenmaal een gegeven als je de kwetsbaarheid in de ogen hebt gekeken of aan den lijve ondervonden.

030

Pas nog was er een documentaire geweest, van een vrouw die het fijn vond om alles in orde te hebben. Haar kist, haar rite, haar graf met steen. Ze vond het een spijtige bijkomstigheid dat ze het zelf niet bij kon wonen. Nou ja, kon aanschouwen, want zonder haar geen begrafenis. Ik moest denken aan de wandeling, een paar maanden voor mijn moeders dood, over de begraafplaats, waarbij we zichtbaar genoten van de wind die door de eeuwenoude bomen ruiste en van het late herfstlicht, het oplichten van de kleuren van de bladeren, de eeuwige rust, die voelbaar werd. Toen ze een rank vaasje gevuld met tere witte fresia’s op een graf zag staan, zei ze knikkend met haar hoofd: Kijk, dat vind ik nou mooi, dat wil ik dan later ook.’ Het symbool van de loodzware steen eronder en de uiting van de lichtheid der dingen contrasteerde verzoening op de juiste plek. Dat dus. Verdriet, maar ook schoonheid en vreugde, tranen met een lach. We vergaten het op de dag van het sterven zelf. Daar moordde de dood een stuk tijdsbesef weg, die dagen van voorbereidingen op het meest definitieve, onafwendbare, afscheid dat komen zou. De scheppen aarde als bewijs, dat er een grens was bereikt.

Nadenken over dood toen, werd weggeschoven en alleen het verlies bleef schrijnen, tot er ruimte kwam om zelf in dergelijke levensvraagstukken te stappen en overwegingen te maken van wat wenselijk was, haalbaar, voor mij, voor de kinderen. In het gesprek kwam de natuurbegraafplaats als favoriete nummer een. Een zelfgekozen ruimte, een natuurgebied, onder een boom, een kleine markering, een gedicht wellicht. Heel anders dan mijn puberdoem uit een grijs verleden, die samen met Jaap Fischer de Feuille Morte zong via een spotvogel in een treurwilg. Het cynisme schopte tegen de heilige huizen en de grote houten kruizen daarboven. Dood is dood.

Met mijn moeder en de wandeling, met vriendin, met het lijden kwam de zachtheid binnen glijden. Dode bladeren zetten luister bij in de schoonheid van het verkleuren, het vervagen der dagen.  Geen vrees, geen vragen, maar de balans in het weten. Het brengt rust. Eeuwige rust.

Uncategorized

Een overweging waard

Wat was wijsheid. Dat hoorde ik mijn vader zich met regelmaat afvragen als hij voor een dilemma stond. De opties lagen er, de keuze was aan hem. Door met zorg te wikken en te wegen werd de richting bepaald door de ratio. Dat betekende soms dat het voorspelbaar en minder spannend was, maar ook dat de loop der dingen werd vastgenageld. Zo gaat het en niet anders. Door impulsief te kiezen, bijvoorbeeld op gevoel dat opveerde bij kleur of geur, uiterlijk, vorm, aantrekkingskracht werd het een emotionele aangelegenheid en stormde je al gauw het ongewisse  in. Go with the flow.

De keuze waar ik gisteren voor stond was er niet direct een van levensbelang. Alhoewel… Voor mijn volkstuin ligt een brede strook Groot Hoefblad, doorwoekerd met kleefkruid, brandnetel en gele lis. Als ik met deze droogte gieters wil halen uit de sloot, kost me dat aanmerkelijk veel energie omdat de eerste laadplaatsen aan weerskanten voorbij die begroeide slootranden zijn. De groothoefbladmuur, eens door de oude aangelegd, oogt als een onneembare vesting.

Ooit heb ik een fotoreportage van haar vergane schoonheid gemaakt, toen droogte toe had geslagen en de grote paraplubladen bruin en breekbaar om krulden tot natuurlijke sculpturen en verhalen fluisterden van een andere wereld daar in het Dorre Woud van Wallekant. Er kwamen wezens tot leven die ik er nog nooit had gezien. Nu stonden ze sappig en groen, majestueus breed gespreid, mijn doorgang te belemmeren.

Ik koos voor een doorgang vlak voor de ingang van mijn tuin en groef mij een weg, als Holle bolle Gijs door de Rijstebrijberg vlak voor Luilekkerland. Dat moest stengel voor stengel. Natuurlijk sneed het door mijn ziel, want zo’n sentimentele dwaas ben ik als het om leven gaat, iedere keer als ik de duimdikke stengels doorsneed met het snoeimes en zo stukje bij beetje het einddoel naderde. De brandnetels, niet langer gesteund door zijn hoeders, stortten soms vol in het gezicht, tegen een been of arm en protesteerden jeukend tegen mijn verrichtingen.

Onder de tanige tafel stond een even verweerd krukje. Een van de vier, de meest aangedane, moest het ontgelden. Met het zweet tappelings over mijn rug, trapte ik het verweerde hout uiteen. Drie mooie vierkanten voor een improvisatorische aanlegsteiger. Mazzelde ik even, omdat de staat van zijn aan vervanging toe was.

IMG_9103

Zo kliefde ik me gisteren een weg naar het gemak en een langer leven. Elke wandeling meer om de twee gieters te vullen betekende immers een aanslag op het aangedane, met chemische middelen gevulde, lijf. De handelingen bleven even capriool. Op de hurken op de  vermeende steiger gaan zitten, een gieter aan de steel in het water hangen, dat laag stond vanwege de huidige aanhoudende droogte. Vol tanken, eruit vissen, naast je neer plempen en zorgen dat ie niet omvalt. De volgende gieter vullen en dat tot twintig keer toe. Tel uit je winst en de bloemen hun water.

IMG_9092

Ze keken me dankbaar aan met z’n allen en als beloning stonden ze allemaal volop in bloei, uitbundiger als voorgaande jaren, de hondsdraf, de bosaardbei, het kleefkruid en het leverkruid profiteerden volop mee. De volgende keer zal ik een aantal stengels moeten vrijwaren van de kleine versluieraars, die graag wortel en plant omwoekeren en afsnijden. Wie dan leeft, dan zorgt. Keuzes, keuzes, keuzes. toch bijna altijd op gevoel, met een zweem van realisme.

Het eindresultaat mocht er zijn. Minder uitgeput, wat zeg ik, te volbrengen zelfs, ik kan het wegstrepen tegen mijn gemiste fysiotherapie van deze week. Nog drie dagen chemie te gaan, maar dan met het gemak van een bereikbare slootkant. Als het water je door de vingers glipt is een dankbare tuin een overweging waard.

Uncategorized

De diepte van het woord en de gedachte

In een column van Maria Barnas in het nieuwe nummer van Museumtijdschrift trekt ze me de wereld van het geluid en de stilte binnen als ze de verhouding tot elkaar in ogenschouw neemt. Daarbij geeft ze de met potlood geschreven connotatie van de Stilte  van de kunstenaar Rumiko Hagiwara, die te bewonderen valt in de Galerie Juliette Jongman in Amsterdam als overpeinzing mee.

Ik word getroffen door een zin uit haar verklaring erbij over het verschil van het gebruik van het pauzeteken in de muziek.

003

Rumiko Hagiwara: ‘The word would be without depth if the background of silence was missing?’

Voor haar Westerse muziekleraar geeft het stilteteken slechts een rust aan, voor de Japanse beeldend kunstenaar Rumiko heeft stilte op zichzelf betekenis. ‘Silence can exist without speech, but speech can’t exist without Silence’. Zonder stilte geen diepte, wat een mooi voorbeeld van de samenhang der dingen.

030

Aan de drukke weg waar ik woon is het nooit stil. Het ruisen van de A2 is altijd aanwezig ook in de nacht. Ze zoemt de kamer binnen en blijft monotoon als achtergrond fungeren. Het weeft een compositie met het ruisen in mijn oren, dat ook nooit meer stoppen zal. Altijd geluid went, maar de wens naar de stilte wordt daardoor groter. Hoe minder omringende geluiden hoe meer aanwezig het binnengeluid. Alsof het lijf protesteert op die momenten, omdat het al te lang niet opgemerkt is geweest. Ze is de strijd aangegaan.

Het begon met ongemak in de ogen, daarna de oren, dan de longen en het hart. ‘Het is oké lijf, je bent er en ik vang het in een net van oorverdovende stilte en vertaal het naar bestaan’. Nooit meer stilte, hoe valt dan de betekenis van het woord te herleiden. Ik her-eik de definitie voor mezelf anders is het ondraaglijk, wat Kundera bedoelde met The Unbearable Lightness of Being, die ook alleen maar kon bestaan in tegenstelling tot de zwaarte. Mijn stilte bestaat door de aanwezigheid van het eeuwige geluid. Dat is geen tegenstelling meer, maar een afstrepen van decibellen, die er voor zorgen dat miniem geluid stilte is in mijn oren.

026

Lastig maar te vergelijken als met de stiltetekens in de muziek. Daar verstomt het geluid, vangt de stilte, ook al is het de stilte van mijn oren, het is een herkenbare pauze. Even geen viool, geen sopraan, geen paukenslag, maar rust. Zoals de nacht rust brengt. Ze overvalt dan evenzeer, als de laatste auto’s wegvallen en de ruisende stilte zich verweeft.

In Nederland kent men de stilte niet. Er is een stiltebankje op een van de vier stilste plekken van Nederland in het natuurgebied, ergens op de grens van de Utrechtse heuvelrug. Er is een koperen plaatje opgeschroefd met een tekst van de dichter Henriëtte Roland Holst:’ De stilte der natuur heeft veel geluiden’. Door de jaren heen wordt de natuur overwoekerd door verkeersgeluiden, decibellen die als kleefkruid tegen de stilte aanhangen. Afhankelijk van de wind versterken ze of zwakken ze af, soms, een  seconde, is er misschien niets, totale stilte.

005.JPG

Toen ik een opname maakte van de vogelgeluiden langs de lek, had mijn mobiel alleen de raspende ademhaling opgepikt. Ergens in de verte waren nog wat trillers te horen. Zelfs natuurgeluid laat zich niet zomaar vangen, laat staan de stilte.

Een mooi uitgangspunt voor de vakantie, zoek en vind en ervaar de stilte en daarmee de diepte van het woord en de gedachte.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Hoe bijzonder was het. Voor een echo naar het Antonius. ‘Tja, ik kan er toch echt niet meer van maken dan twee’verzuchtte de gynaecoloog.  Huh…Twee. Dat wisten we niet. 26 weken in de veronderstelling een derde telg op de wereld te zetten en het waren er ineens twee. Wanneer was dat gebeurd.

Terug op de fiets, lacherig, moorkoppen gehaald, grote stevige moorkoppen gevuld met slagroom voor ons en de meiden. Waar had die ene van die twee zich al die tijd verstopt. Achter grote broer gekropen. Nee. Toen dachten we nog alleen in meisjes.

Dat betekende dat we als een haas een kamer voor twee moesten maken. Nou ja, we hadden nog wel wat tijd. De zolder voor de dametjes en hun oude kamer voor de twee. Er werd wat afgetimmerd in huize van der Valk.

Trots en bijzonder, dat was het bijbehorende gevoel. Mijn moeder had een tweeling en in de familie van der Valk kwam het ook voor. Maar uitgerekend van alle kinderen bij ons, een tweeling, twee monden te voeden, twee kleertjes van alles, het huis een grote babywereld, dubbele wagen, dubbele wiegjes, dubbele babykraampakketten, dubbele blije doos, dubbele bezoeken van mensen die we niet goed kenden, dubbele euforie. De roes, de drukte, de grote heerlijke babybubbel op dat moment.

Ze hielden elkaar bezig en hadden geduld. Was de een met voeden aan de beurt, dan wachtte de ander. Huishouden werd samenwerken op hoog niveau. Wat de een niet aan kon, nam de ander over. Het huishouden met vier zieltjes te hoeden, monden te voeden en het kwam allemaal op de pootjes terecht. Mooie zelfstandige invoelende kinderen in verbondenheid met elkaar. Mijn liefje, wat wilde ik nog meer!

mar en niek

Mijn moeder had er al negen en toen kwamen tien en elf. Hoe was dat. Het maakte niet uit een of twee maakt verschil, maar daarna voedt het elkaar en zichzelf op. Ook dat was wel bijzonder. Twee dikke bolletjes in de dubbele ouderwetse wagen, twee minikruipers over de straat, twee hangjongeren bij de kerk op het hek. Geen van beiden leken ze op elkaar. Een tweelingbroer en zus hoe speciaal was dat. Er werd goede sier mee gemaakt, want elke oudere uit de straat, die langs kwam lopen, stopte om een aai over de bolletjes te geven. Als het meezat kreeg je wat centen in de hand geduwd, ga maar iets lekkers voor ze kopen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.

Er was geen babykamer. Er was een jongens en een meisjes kamer. Bij de jongens drie stapelbedden en een opklapbed, bij de meiden twee stapelbedden. Het ouderlijk bed klem tussen vier muren. Waar sliepen de baby’s? Misschien waren de oudste jongens het huis al uit. We schrijven 1958. De herinneringen zijn even sepia en in grijstinten als de foto’s van weleer. Ze vlechten zich door Okkie Trooy en dappere Dodo heen en het klokje van zeven uur las voor.

Elke avond de eend op de pot voor de vier. Ze konden er geen genoeg van krijgen. ‘Marijke was gek op handen en katten, Marijke was gek op haar klein marmot, maar mijn lievelingsdier, zegt Marijke, staat hier en dat is de eend op de pot’ Nannie Kuipers schreef een onuitwisbaar boek. Na 32 jaar ken ik het nog uit het hoofd. Elke avond voorlezen, daarna zingen en dan lekker slapen terwijl moeders de was ophangt in het trappegat.

Het is voorbij gevlogen. Ze zijn jarig. De vlag gaat uit, denkbeeldig, evenals de taart, de slingers en de toeters en bellen. Ik was er weer even. Bij dat glorieuze moment. De geboorte van de twee, de beertjes voor de gynaecoloog en de gedichten van Vasalis. Het blijft een wonder tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Een nieuw verlangen

Mijn voorlaatste Magnum stamt nog uit het tijdperk dat er drie smaken in waren en de reclames niet zo verleidelijk roos-en goudkleurig. Het was een uit de kluiten gewassen ijs en smaakte naar het laatste puntje van de Cornetto, maar dat was uitsluitend te danken aan de dikte van de chocola. De Cornetto was onovertroffen door de combi van chocola en wafel. In de punt is geen ijs meer te bekennen.

052.jpg

IJs is ons met de paplepel ingegeven. Hoogie reed tingelend door de straat met zijn wagen. Dat alleen al was een bijzonderheid, want er stond geen paard voor en het was ook geen handkar, zoals bij de leveranciers van groenten en melk, haring en brood. Die waren  veel mooier. Althans de houten karren van de visboer en de bakker. Glimmend hout met mooie krulletters. De melkboer die Jo heette, had een kar waar je melk mocht tappen, ook een uitdaging, want er mocht geen druppel gemorst. Met bevende knuisten hielden we de kan vast en draaiden de hendel van links naar rechts. Een keer was een kwart liter. Schuimend liep de romige melk erin. Natuurlijk was het lekker!

Hoogie kwam toen een duppie geen godsvermogen meer was, dus ik denk aan het eind van de jaren vijftig. Met een gezin van elf kinderen was je minimaal f 1.30 kwijt aan ijs voor iedereen. Mijn moeder was er gek op en wij ook. De allereerste keer kan ik met de beste wil van de wereld niet meer voor me halen. Hemelse vreugde of alleen de kou, wie zal het zeggen. Maar al gauw won de smaak. Romig ijs van Hoogie was lekker, een klein koekbekertje, een bolletje en dat voor een duppie.

Zijn winkel was over de Rooie brug in de Hoogstraat. De naam sneed hout. Later, toen de broers geld gingen verdienen, was er ook weleens eens ijs met slagroom tussen de wafels. Dan aanbaden we alle engelen tegelijk om dat grote genot. De heerlijkheid zelf was nedergedaald.

Het lekkerste waterijs kwam trouwens uit een straatje achter het Noorderbad. Daar verkochten mensen bij regen uit de voorkamer van hun huis, bij zon voor het raam buiten, uit een grote vrieskist, hun ranja-ijs. Plastic bekertjes gevuld met ranja, stokje erin gestoken en omgekieperd. De lekkerste, zo koud en heerlijk zoet, we zogen de lippen ranjarood tot het ijs wit was. Ze waren de enige die in mijn beleving de functie van het waterijs goed hadden begrepen. Vreugde om de handeling op zich! Nergens vond je zulk echt waterijs.

053-e1531291348473.jpg

Al een paar dagen had ik sinds kort trek in een magnum. Die met de pure chocolade, waar ze breekt met de kracht van een ijsschots , als er in gebeten wordt. Tenminste in de bioscoop, waar deze reclame vaak langs komt. Het mocht ook het puntje van de Cornetto zijn. Geen idee, want met zoekgeraakte smaakpapillen proef je het ijs niet. Kwam het door de antibiotica en gisteren versterkt door de prednizooi of speelden mijn hormonen op, na een week hernieuwd oma te zijn geworden.  Zoonlief bracht een pak mini’s mee. Gevaarlijk. Ik at er drie, het kraakte zoals de ijsschotsen op antarctica als ik alle sluizen der verbeelding open gooide. en smaakte nergens naar, zoals te verwachten was. Ik ga ervoor. Wie weet wat ik nog meer ontdek. Een mooiere voorstelling is er niet te maken. Ooit maakte Hoogie het verlangen wakker en weer word ik verleid, zuiver door de verbeelding, Een nieuw verlangen.

 

Uncategorized

Weef

Ze kijkt me met haar grijs/blauwe ogen stralend aan. De saturatie was goed, de longen nog niet helemaal waar ze zijn moeten. Dat wordt een kuurtje prednizooi voelen mijn klompen haarscherp aan. Halvering maagtabletgrammen en de gevreesde stootkuur van zeven dagen. Ze zou op een terras moeten zitten met zo’n prachtig dun gebreid pastel vestje om de tengere schouders en een stel goedgevormde benen in een korte broek. Maar ze zit achter het bureau en de slanke vingers razen pijlsnel over de toetsen, raken ze nauwelijks.

 George Hendrik Breitner in Amsterdam

Maak ik er een schilderij à la Breitner van of een John Singer Sargent met als titel ‘Zomers pastel aan het strand’. Haar optimisme klinkt door de ellende heen. Ach ja, waarom niet. Meerwaarde is de warme aandacht die onbevangen achter die mooie kijkers leeft en die ze deelt met mij. Boodschap ontvangen en aanvaard en dank voor de consideratie. Het kan geen toeval zijn dat de maand is begonnen met een onderschrijving van echte attentie voor elkaar met de correspondentie van 25 vrouwen en met een blog van vandaag door Rupsje Nooitgenoeg van het tekstburau van drs. Pee, die draait om aandacht.

Wie verzuchtte ook alweer theatraal met een handpalm tegen het voorhoofd, de hand geopend naar buiten: ‘Aandacht, geef mij aandacht”. Het had Adèle Bloemendaal kunnen zijn in een van haar theaterstukken.

0072-e1530337064418.jpgbegrenzen

Vandaag liep ik Moeder M met twee van mijn schatten tegen het lijf. Warme omhelzingen, tot drie keer toe. Zo gemist te worden, plat geknuffeld streelt het ego en het had na de boodschap van de ochtend daar meer dan anders behoefte aan. Vanwaar die hartelijkheid. Omdat het zo anders is geworden, na het vertrek, vonden ze. Hoe de school is opgedeeld in strepen. ‘No going area’s’ die vroeger vrij toegankelijk waren. Op het plein moeten wachten, je letterlijk buitengesloten voelen. Dat was hun boodschap en de opmerking over aandacht van Rupsje viel door dit  belangrijke issue op haar plek. Door een denkbeeldig rood/wit lint te spannen geef je een indruk mee. Interfereren mag tot op zekere hoogte, maar het voelde voor hen niet meer als samen. Het draaide niet langer om gezien worden. Er werd, naar hun beleving, afstand geschapen. Duidelijke structuur kan, zonder iemand erin mee te nemen, spontane aandacht omzetten in distantie.

Het geheel hadden ze aan mijn vertrek gekoppeld. Maar daar lag het niet aan. De veranderingen zouden zich ingezet hebben en blijven voortgaan, ook als ik gebleven was. Het zorgde voor mijn besluit om nog een jaar te freewheelen op andere scholen. Ik had de overgang, het afgesloten zijn, nooit eigen kunnen maken. Het geheel is de som der delen en elk deel was me even lief. Hoe kon ik anders.

147

Het maakt iedere overgang moeilijk. de vraag is of je oude schepen moet verbranden. Is er de mogelijkheid ze in te weven tot een nieuw tapijt. Ze verdienen de credits. Een nieuw systeem is als een nieuw kleed dat gemaakt wordt. Er vallen gaten in het stramien, er ontstaan knopen in het samengaan van de weefdraden. Voor een probleem is een oplossing, als de verwevenheid maar blijft. Die sterke ondergrond geeft elke nieuwe visie een bodem, zelfs als regels zouden veranderen. Aandacht voor elkaar in rollercoastertijden, aandacht voor de situatie en aandacht voor het proces. Pak elkaars handen en weef.

 

Uncategorized

Los van banden

Het was even zoeken, maar ik vond het wel. NPO1, geen idee wat het was, nooit opgezocht.  In een oogwenk glimpt het kanaalnummer op en dat registreer ik met zorgvuldigheid. De Engelsen zeggen het zo mooi: Throwback in time. Met een grote zwaai stond ik met beide benen in de jaren tachtig. Het riedeltje aan intro, vertrouwd en een beetje vergeten, de vredige wegen in een Engels dorp met de voortuinen en de bloemen, een enkele oude auto die voorbij kwam en het wiebelende hoofd van Mrs. Marple. Niet die barse grote, maar de breekbare met het porseleinen hoofd en dat eeuwige hoedje op.

030Joan Hickson als Miss Marple

Programma’s en boeken van vroeger, op de nominatie om herhaald te worden, omdat ergens in het achterhoofd de hunkering bestaat naar een langzaam leven. Ik heb een lieve jonge vriendin die haar blog zo heeft genoemd. Langzaam leven. Ze kan niet sneller omdat ze een luchtwegaandoening heeft. Misschien klopt het wel en is dat wat er voor zorgt dat het trager gaat. Aangedane longen geven de garantie op een langzame voortgang. Dat ondervind ik dagelijks aan den lijve.

016

De hang naar die traagheid van het bestaan zoek ik achter mij in de jaren die voorbij gegleden zijn. Het schrijven van brieven, de oproep op facebook, kwam op het juiste moment. Schrijven is letterlijk stilstaan. Je gaat zitten, trekt een nieuw vel papier te voorschijn. De zwarte fineliner in de aanslag, de woorden die zich ontspinnen die de weg slaan naar het verhaal, iets om te vertellen, te delen en om bij stil te staan, erop te blijven hangen. Traag als dikke stroop glijden de letters op het witte vel.

Ontjachten. Is dat een woord. Ik ben aan het ontjachten. Daar gaat tijd overheen. Het duurt nu al een half jaar. Waar ik in aanvang teveel hooi op de vork nam,  om snel verloren tijd te kunnen inhalen, daalt nu de rust neer. De dag begint met trage pas, de gieter voor de planten, de koffie, de kwark en de batterij pillen. Daarna het schrijven. Nee, de blog gewoon met een toetsenbord onder de handen. Daar vallen woorden samen, zoeken dichterlijke spinsels een weg, terwijl de boom voor het raam de nostalgische filosoof in mij zoekt, samen met de merel en de duif. Soms verstoord door de metalen geluiden van een vrachtwagentje dat aan het lossen is, beneden mij en de langs zoevende auto’s.

327

Ik zocht naar compensatie voor wat ik verlies achtte. Niets is minder waar. Het is geen leemte, maar pure winst als je ontdekt dat de traagheid meerwaarde heeft. Het heilige moeten ontrafelt tot nul. ‘Niets moet en alles mag’, zongen we elkaar toe als regel bij een van de onbegrensde spelletjes. Zo voelt het. Bevrijdt tot in elke vezel. Ondanks de, of misschien wel juist dankzij de, lichamelijke klachten. Als de vanzelfsprekendheid op de loop gaat, worden de haalbare activiteiten des te waardevoller.

Omgaan met iets dat er nooit was, de vanzelfsprekendheid heeft zevenmijlslaarzen aan getrokken. Spierziekten, kanker, longaandoeningen, hartfalen zorgen voor vrije worstelaars in de ruimte. Ze zoeken hun eigen wegen en er is er geen hetzelfde.

Mijn voorland rijdt voorbij. Een mevrouw met een scootmobiel. Ze kijkt monter om zich heen, slangetjes in haar neus, de haren wapperen door de wind, de vaart zit er aardig in. Dat wil ik. De vaart erin. Voorlopig ben ik mijlen veraf van die toekomst, dat tevens de wil tot vertragen verklaard. Op alle fronten ga ik het aan, maar altijd met wapperende haren in de wind. De vrije geest, los van alle banden.

 

Uncategorized

Al zou ik er bijna in gaan geloven

Terwijl het leven buiten door raast, vertraagt het binnen mateloos. Lijzig kruipen de seconden het uurwerk uit en spreiden zich als een ‘Never ending story’ om me heen, als in een werk van Dali. De muren komen angstaanjagend dichterbij. Het balkon en de kamer heb ik al honderd keer uitgetekend. Ik moet even iemand zien. Dan maar met de de Kleine Blauwe Prins naar de kringloop aan de Nedereindse weg. Even door de rekken heen en laven met de oren open naar verhalen van anderen, mensen zien, huis-tuin-en keuken avonturen meebeleven, de wereld door de bril van toevallige passanten. Alles is beter dan de stilte van het huis

.009Dali: De volharding, detail.

De vingers wandelen over de hangers, blijven hier en daar rusten als de ogen vorsend een kledingstuk willen bekijken. De tassen trekken aandacht. Een ervan wil ik wel. In ieder geval iets. De prullaria schiet aan mijn oog voorbij. Kopjes, schalen, theepotten, glazen. Aardewerk, glas, koper, zelfs tin. Wit, bruin, Annagroen, lavendel je kan het zo gek niet verzinnen, alles is netjes gesorteerd op kleur, hoekje rood, hoekje groen, hoekje geel, hoekje blauw. Leve het luxe overschot. Er staat een staande schildersezel, zal ik, wel nee, niet nodig, een ander misschien wel. Achter me drenst een Somalisch meisje. Ze pakt het glazen deksel van een dito schaal en wordt toegesproken door een zus, een nicht, de moeder loopt verderop. Met een zwaai belandt de kleine in de kinderwagen, krijsend. Ze wordt vastgesnoerd en ergens wordt er een zak cornuco opgeduikeld, die ze tussen de twee vuisten geklemd krijgt. Stilte daalt neder, alleen het gekraak van de zak en het vermalen  van de kleine gele wormpjes valt te beluisteren. Moeder en zus zoeken verder. De wandelwagen met kind blijft verloren in de ruimte staan.

Tussen het antiek iets verderop, waar nostalgie als een deken ligt uitgespreid tussen de kabinetten en de singer naaimachines ligt een schaal met oude ansichtkaarten. Het wekt nieuwsgierigheid en kriebelt de voyeur los. Als ik de beeltenissen omdraai zie ik de geadresseerde. Aan Dien Roelands, aan oma, aan D. Roelands. Als afzender staat er bij sommige ‘Van Chiel’, dat is grappig, zo schrijf ik de naam van mijn oudste zoon ook.  Ik dwaal verder, langs het speelgoed, de kettingen en oorbellen. Met de tas als buit reken ik af, vier hele euro’s armer en een uurtje vertier rijker. Na de boodschappen verdwijn ik weer naar mijn vesting. In de brievenbus ligt een brief met een vreemd handschrift. Weer een van de zomerbrievenschrijvers. Leuk. Met de nieuwe opleving in de hand start ik eerst de te nemen uitdaging, vier trappen hoog. Het overtuigd me, dat ik er nog niet ben, al wil ik het denken.

Op de bank met een karnemelk als lafenis open ik de envelop. Daar rolt een brief uit van zes kantjes op lijntjespapier en een samengevouwen frommeltje. Bij het openmaken blijkt het een ansichtkaart te zijn van IJsland-pony’s. Ik draai hem om. ‘Aan de heer en mevrouw J. Roelands en de kinderen.’ Hier valt elk gevoel van realiteit in duigen en stapelen de raadsels zich op. De briefschrijver heeft met dezelfde kaarten, uit de schaal in de kringloop, in haar handen gestaan. In mijn kringloop, vlakbij, ze komt uit de buurt. De Sherlock Holmes in mij zoekt naarstig naar het adres. Het blijkt in IJsselstein te zijn. Hoe toevallig dat de schaal met kaarten mijn aandacht trok en ik de achterkant ervan bekeken heb. Het verhaal in de brief is geïnspireerd op de kaart van de Fitjamijri Hoeve in Epe.

Ik rijd terug naar de kringloop, duikel de zwart-witten uit de schaal omhoog en vertrek weer met de buit. Daarmee start de speurtocht, die mijn eenzame zieke zelf uit de diepte omhoog trekt. Op internet kom ik iemand tegen, die onderzoek heeft gedaan naar de familie Faber en die vertelt dat ze naar Canada zijn geëmigreerd. Dat had mijn briefschrijfster ook al ontdekt uit de andere kaarten. Er blijkt daar een florerende Fitjamijri Farm te bestaan. Ik duik in de verhalen. Voor ik het weet ligt de dag achter me.

De wereld is klein en toeval bestaat niet, al zou ik er bijna in gaan geloven.

 

Uncategorized

Voor elkaar

Het is prachtig om te zien hoe een gedachtewisseling kan uitmonden in actie. Een paar dagen geleden nog had ik het over de nostalgie van het brieven schrijven. Dat was naar aanleiding van een verzoek van mijn lieve vriendin Emmy Reichgelt, die op FB een oproep deed aan mensen die zin hadden om deze zomer wat brieven te schrijven en te ontvangen. Al gauw had ze de club van 25 bij elkaar. Gisteren was er de ontdekking, waarom mensen zijn gestopt met schrijven. Het kost tijd. Tijd, die er in deze vluchtige wereld nauwelijks meer is. Ze is gevuld met nutteloze bezigheden als het checken van belangrijkheid. Word ik gezien, gehoord, gelezen. Elk resultaat hangt in de tabellen. Een leven in ranking, vinken op het vinkentouw, gemuts. Tijd kan je maken.

buren.jpgMussen op het vinkentouw

Na mijn brief aan de eerste van mijn groep, het broddellapje, vier kantjes vol geschreven, meen ik me te herinneren, volgde gisteren de tweede schrijfsessie. Er was iets kostbaars gebeurd. Als kleinoden druppelden drie kaarten binnen van mensen die niet tot het desbetreffende schrijversclub hoorden. Het waren wildschrijvers van FB en twitter, die via de blog mijn liefde en de nostalgie voor de brieven hadden herkend en de nood hadden gelenigd door liefdevolle aandacht op te sturen in de vorm van een mooie en zorgvuldig gekozen kaart met een kleine boodschap erin. Ik was verguld.  Het voelde zo warm aan.

Gisteren installeerde ik me om ’n uur of een achter de keukentafel. De lijm, aquarelverf, penselen, het water, wat oude tijdschriften, schaar en stiften stonden in de aanslag. Drie uur later dook ik weer op uit de onderdompeling in creativiteit. Van een afstandje lachten de tekeningen me tegemoet. Prachtig eigenhands briefpapier en met elke volgende brief werd het uitbundiger. De drang tot scheppen was los. De oude tijdschriften bleven heel. Tekenen wilde ik en schetsen met woorden. Geen enkel moment zat ik verlegen om een verhaal. Het vertelde zich vanzelf. Het was heerlijk om te doen. Toen ik dan ook uiteindelijk drie dikke enveloppen door de grote rode bus liet glijden kon niet alleen de drang tot versturen zich daar aan laven, maar ook het idee dat er een daad was verricht. Het gaf een goed gevoel mensen, een klop op mijn eigen schouder, een compliment aan mezelf. Ik was voldaan.

005

In deze hectische maatschappij stond daar iemand met beide benen op de grond volmaakt gelukkig te zijn om een eenvoudige, doeltreffende handeling. Bewust aandacht schenken aan een ander in een persoonlijke noot. Misschien is mijn aan huis gekluisterde week debet aan de euforie en vinden jullie het niet bijzonder, maar hoe intens overviel me die gedachte.

Voldaan, vervuld van, vol zijn, tevreden. ‘Geen wensen meer hebben’, lees ik op een van de vele sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte van schrijven en verrassen gehoor te geven. Dat is de boodschap die ik ontvang van de ouderwetse rode bus. Verbeeld ik het me, of staat ze daar te bellefleuren na ontvangst van de enveloppen en schittert ze in de glorie omdat haar oude waarden opnieuw worden geschat.

Het geeft alleen maar winnaars, zoveel is duidelijk. Als ik terugwandel naar huis, over de dorre grasrand langs de zoevende auto’s en de deur in het slot steek van de flat, kan ik het niet laten de brievenbus te checken. (waar ken ik dat toch van, even checken).

ER LIGT EEN ENVELOP IN.

0061.jpg

Warm en  handgeschreven is er een prachtige kaart, die geurt naar Irissen en Monet van een lieve FB-vriend. Dát is het nuttige met het aangename verenigen. Ik kan weer aan het werk, ter meerdere eer en glorie van ons allen. Aandacht, warme aandacht voor elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voldaan, ld van, vol zijn, tevreden. Geen wensen meer hebben, lees ik op een van de vle sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte ban schrijven en verrassen gehoor te geven

 

Uncategorized

En dan…

Nu kan ik eindelijk vertellen, waarom het zo spijtig was dat de bacterie mij uitgerekend maandag had geveld. Het begon al op zondag, tijdens de escapades naar de tuin in de vroege ochtend en twintig gieters uit de sloot, met daarna het bezoek aan de tentoonstelling: Jan Taminiau: Reflections. Ergens in het hoofd hadden ze me al te pakken. Ik merkte het aan het feit, dat ik geen zin had om in verbinding te gaan met de mensen om me heen. ‘Laat me maar even betijen’, adviseerde mijn moeder vroeger, als ze ergens van bij moest komen. Precies. Betijen, het enige juiste woord.

077

Maandag trok mijn dochter naar het Antonius voor een Sectio Caesariae om haar derde zoon geboren te laten worden. De twee oudsten zijn in Parijs geboren. Nu bleek ze verder weg dan die vijf uur scheurijzer in de kleine blauwe Prins, die er voor zorgden dat ik op tijd in de recovery kon zijn. Niets van dat alles. Het Antonius, op een steenworp afstand, bleek mijl op zeven, een brug te ver. In mijn hoofd beviel ik die ochtend van mijn eigen vijf in heldere beelden en schrijnde het verleden.

naomi in frankrijk

Het moment dat je je dochter in de armen kan sluiten na het geven van leven is een van die meest intense belevingen. Ze gaat over alle grenzen heen. In één omarming overbrug je de tijd van je eigen geboorte tot de eeuwigheid en terug. Alles wat ooit geschreven is wordt bewaarheid, Bijbelse teksten dansen er door heen. Vlees van jouw vlees, het doorgeven van het leven, in de naam van de vader, in ons geval een belangwekkende betekenis, hoedster, voedster. Ons kent ons. Liefdevol sluit je in, wat betekenis geeft aan het leven op dat tijdstip. Hereniging, vereniging, bezegeling van het bestaan.

Ik had mijn eerste bevalling achter de rug van haar, mijn oudste. We schrijven 1980. Het Antonius lag nog aan de Jan van Scorelstraat. De laatste twee maanden van de zwangerschap had ik in een herenhuis aan de Biltstraat het welbevinden van mijn uitdijende buik laten checken door een oude gynaecoloog met kolenschoppen van handen en een norse blik. Hij had niets met betrokkenheid en begrip te maken, verre van dat. Ik wist niet anders of oude artsen konden zo zijn. De baby lag in stuit, daarom moest ik er heen. Eerst had ik een vrolijke zachte ronde dame bij het Wilhelminapark. Niets aan te doen. Ik was onervaren en de nurks een expert.

naomi en andre

Dat een eerste bevalling kon uitmonden in een volkomen stuit, ingeleid door een weeënstorm, met een gynaecoloog die net naar huis was gegaan en een onervaren verpleegkundige was tot daar aan toe. Het ging allemaal zo snel. Daarna bibberden zich alle spieren  een nacht lang in de oerstand. Het stopte niet meer. Alles wat ik had aan willekeurige en onwillekeurige musculatuur deed mee. Het gezicht van mijn moeder om de deur van de slapeloze nacht, de volgende ochtend, lichtte op met een stralenkrans. Mijn verlosser. Samen huilden we de baby binnen.

Drie keer heb ik voor een ontlading mogen zorgen bij mijn eigen lieve dochters, maar nu bereiden de longen een nog groter verlangen voor. Nog even wachten tot ik weer boven de waterspiegel ben en dan…

Uncategorized

Nachtwende

Een van de boeken naast mijn bed heb ik vorig jaar gekregen bij het afscheid van mijn oudste kleuters op de Overkant. Het is de ‘Botanische revolutie’ met als subtitel: ‘De plantenleer van Charles Darwin’ en het is geschreven door Norbert Peeters. Iedere dag een verhaal uit dit boek blijft smullen, herhalen en smullen, herhalen en smullen. Er is geen moment van verveling bij of een gevoel van: Nou weet ik het wel. Zet het werk van Norbert Peeters naast het prachtige werk van Jolanda Schouten en zie hoe de wereld van plantenkennis en haar schoonheid in elkaar schuift.

134.jpg  jolanda schoutenJolanda Schouten

Mijn eerste tuin op de Westbroekse Binnenweg was van een oude tuinman, die met zorg zijn planten, bomen en struiken op kleur had gerangschikt. Een toef vruchtbomen die elkaar versterkten in de lente, een jonge rode Acer, die correspondeerde met de lichtere felrode ranke lelies in haar zichtlijn of de prachtige gloomy sfeer, die de Hosta’s opriepen afgewisseld met de bonte rij Hortensia’s voor het raam van mijn kleine huis. Aan de schaduwkant groeiden en bloeiden zijn wilde geraniums in alle maten en soorten en wisselden elkaar beleefd af in bloemenpracht.

Op de tuin daar kon je tot laat in de avond genieten van de rust en de stilte van het land.  Eerst waren er alleen de koeien die loom het gras uit de grond trokken met hun lange tong en me regelmatig kwamen begroeten met hun trage koeienblik over de sloot heen. Vanuit het weiland kwam de avond aan, daalde neer over het struweel en dompelde geleidelijk de tuin in diepe rust. Darwin en zijn zoon hadden voor de plantenslaap een prachtige naam verzonnen. Ze noemden het nyctitropie en later werd dit Nyctinastie. Het is afgeleid uit het Grieks van Nux en Tropein, nacht en wenden.  Onmiddellijk na het lezen van dit verschijnsel in de Botanische revolutie veroverde een woord haar plek in mijn brein. ‘Nachtwende’ noem ik vanaf nu de sluimerstand der planten.

img_8874.jpgBloeiende bermen

In Frankrijk maakte ik voor het eerst kennis met een verschil van dag en nacht in groei en bloei. Daar werd ik door de Oude opmerkzaam gemaakt op de Morgenster. In mijn vroege ochtendwandelingen als ik de berg opging langs de kleine landweggetjes met uitbundig bloeiende bermen, was er een stralende bloem die om het hardst om de aandacht streed en won met haar fiere, felgele krachtige uitstraling. De Morgenster ofwel ‘De tragopogon pratensis’.

135.jpgIllustratie uit de Botanische revolutie

Darwin en zijn zoon kwelden hun planten met insomnia, door ze uit de kas in de tuin te plaatsen, ze te prikken met spelden, stokjes en ze bewerken ze met kurk. Daardoor komen ze tot de ontdekking dat slapeloosheid bij planten tot dodelijke gevolgen kon leiden, maar er zaten haken en ogen aan hun bewering. Ze twijfelden op het laatst aan het idee of warmteverlies wel het uiteindelijke doel was van de slaapbeweging, zoals ze aanvankelijk dachten. De dagelijkse lichtwisseling lag meer voor de hand. Linnaeus zocht het in het ritme van de openings-en sluitingstijden van bloemen. Hij piekerde over een bloemenklok, de Horologium Florae

Hij heeft hem nooit aangelegd. Als hij het wel had gedaan was de dag begonnen met mijn Morgenster, die om vijf uur haar bloembladeren opengooit om de ochtendzon op volle sterkte te ontvangen. De ‘Morning glory’ de akkerwinde is de volgende om zes uur, de Japanse rimpelroos om zeven uur, de goudsbloem om acht uur enzovoort. Nooit op gelet. Alleen die ene werd me bijgebracht. Waar zou ik zijn en mijn kennis over Botanica zonder dit heerlijke boek vol wetenswaardigheden en onthullende geheimen.

133

Die Morgenster, de zonnebloem, alle bloemen die hun hart richten naar het licht, roepen gedichten op, zoals bij ene Otto Vaenius, die het volgende optekende in zijn Amorum emblata :

Altijd na mijn sonne/Der sonnen blom altijdt draeyt na der sonnen ganghen:/ Soo doet een minnaer oock, die na zijn lief hem wendt,/Daer hy  sijn hert en gheest, en sijn ghesicht na sendt/ Om haer altijdt te sien is meest al zijn verlanghen.

Het verlangen groeit iedere keer in balans naar het licht, het lief, de zon en de voorkeur voor een ochtendwandeling in het uur voor uur ontwaken na een verkwikkende nachtwende

Uncategorized

Erbarme dich

Bij het voetbal maken de regels het spel, zou je denken. Ik kijk al voetbal sinds mijn eigen lieve godenzonen met de bal aan de voeten over grassprieten dribbelden, die bijna kniehoog leken. Hier hoor ik Herman van Veen weer roepen: ‘Het gras groeit harder dan…’Ja, dan wat ook al weer, dat de bal rollen kan. De boodschap was helder.

Jarenlang stonden we als echtpaar samen aan de lijn tot hun grootste voorbeeld aller tijden, de terriër van het middenveld, ineens er tussen uit viel. Vanaf dat moment ging ik alleen. Uit en thuis. Ik heb alle amateurvelden in Nederland wel gezien. En ze klommen. Tweede klasse, eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Maar toppers waren ze al toen ze met de kleine voetjes over het hoog ogende gras dribbelden, mijn toppers, moeders toppers, onvoorwaardelijk en altijd in welke klasse dan ook.

Gisteren zag ik een wedstrijd waarbij moeders van waar dan ook met glimmende ogen hebben zitten kijken naar hun toppers. De ogen nat van tranen van trots of niet? Wat ik gisteren zag bij Colombia tegen Engeland had het voetbalniveau van een slechte amateurwedstrijd met af en toe een oprisping. De hele eerste helft voetbalde het team met de voeten, de ellebogen, de handen, de schouders, de heupen. Er werden rake en nare elleboogstoten uitgedeeld, er werd ostentatief op enkels(nee, niet alleen hakken) getrapt, die door de kracht wonderlijk ombogen en in een rare hoek kwamen te liggen. Bij ieder duel lag er één partij na afloop op de grond.

Ik had ineens zin om de Mattheuspassion op te zetten, ‘Erbarme dich’, mein Gott’ vrij door de ether te laten stromen als bevestiging van mijn eigen ongeloof. De tragedie van het voetbal, het diepste dal, van hieruit naar een nieuw besef. Daar hoopte ik op. Wat ik had gezien had niets meer met voetbal te maken en dat op dit niveau, waar onze volgende generatie godenzonen naar zouden kijken en een voorbeeld aan moesten nemen. Dit team vecht niet om de eer of het spel. Ze maken het spel kapot en daarmee hun geloofwaardigheid. Ze worden opgezweept door een duivelse oude man, die verbitterd en handen wringend langs de lijn loopt te tijgeren en de jongens opzweept tot ongekende hoogte in hoe diep je kan gaan. Zo voelde het in de stijgende verontwaardiging die over me heen spoelde bij het zien van al die schermutselingen.

Toen na een voetballende tweede helft de verlenging kwam, dacht ik alleen maar aan het einde van deze lijdensweg voor beide partijen. Met de penaltyreeks betrapte ik mezelf op het kruisen van de vingers. Engeland won de serie en er viel een last van mijn schouders. Nooit had dat dramatische, vrij worstelende Colombia nog verder mogen komen in een WK.

scannen0604 De jongens vooraan in zwart wit.

Ik ben geen voetbalvrouw, ik ben boven alles altijd de moeder geweest. Anders was ik ook een balletvrouw geworden. De kinderen genoten van hun hobby. Ik heb het geprobeerd. De bal van de voet te halen en er volksdanslaarzen voor in de plaats te schenken. Er hielp geen lieve vader of moedertje aan. De jongens zijn met de bal geboren, de balletschoenen hadden we in kunnen ruilen voor welke dansschoen dan ook. Flamengo, caractères, Opanken, het had niet uitgemaakt. Als ze maar mochten dansen, wegdansen op de muziek, zoals ik zelf ooit mocht. De schoenen voor de jongens hadden noppen. En noppen brachten plezier , het was genieten, een spelletje. Dat is het voor hen gebleven. Gisteren moeten er moeders geweest zijn, die een bittere nasmaak hadden, niet door het verliezen, maar door de daadkracht waarmee hun zonen de onmacht neersabelden, met maar een doel voor ogen. Winnen, ten koste van eigen eer en vaderland. ‘Erbarme dich’

 

Uncategorized

Tot het hoofd weer lichter wordt

Als ik naar mijn handen kijk op het witte dekbed, zie ik de handen van opa Driehuis. Hij was een lange slanke man. Als kind waren we graag in zijn buurt, want buiten zijn gemoedelijke aard, viel er ook altijd wel een duppie of een stuiver uit zijn portemonnee, recht in onze kleine knuisten. Zijn gezicht vlak bij het onze als hij zich voorover boog en een vinger tegen zijn mond hield. ‘Sssst, niet tegen oma zeggen hoor’ met een heimelijke knipoog erbij. Onze lippen waren verzegeld. Nooit zouden we die grote kindervriend verraden. Het liefst zat ik naast hem en trok dan aan de velletjes op zijn handen, waar grote blauwe aders onder liepen en zich als grillige riviertjes toonden. Nu zou een kleinkind hetzelfde kunnen doen met mijn handen. Dezelfde blauwe aderen, dunne huid, geen vet, veel ader. Je observeert wat af in een gedwongen periode van rust.

060-001.JPG Michaël Borremans

Nieuw is ook de pijn in de kaken. ‘Kakement’, zei men vroeger. Alsof dat lijf besloten heeft een geheel eigen leven te gaan leiden. Nou was ze daar al flink mee bezig, maar dit had ik niet zien aankomen en het tikt hard binnen. Iedere keer denk ik dat het meevalt, maar zodra er een handeling verricht is, stukje lopen, trap op, dan zijn het bergen van inspanning. Ik voel me die vrouw op het randje van haar bed waarbij alles steeds groter wordt. Hoe heet die reclame ook al weer…

Dat dus. Nieuw zijn ook een soort opvliegers, waarbij ik het eerst voortdurend koud heb en dan ineens vanuit mijn nekharen tot  op mijn kruin alles in lichterlaaie lijkt te staan. Wangen die rood aangloeien en gezond de wereld in glimmen, de hitte kruipt langzaam omlaag, koorts. Al jaren niet gehad. Zoonlief denkt dat ik het vergeten ben. Echt, koorts was al tijden niet meer de mijne. Ogen vallen weer dicht in het rozerood gesluimer, hoofd achterover op het kussen. Ontladen, te zwaar om zelfs geluiden van buiten te herleiden.

zomerbriefjesFoto: Emmy Reichgelt.

Straks ga ik een wandeling naar de brievenbus ondernemen. Dat is mijl op zeven want ze bestaat uit vier trappen. Af zal wel gaan, maar op. Er komen namelijk zomerbrieven aan. Zonnige zomerbrieven met de hand geschreven. Emmy Reichgelt nam het voortouw voor deze actie en 25 mensen nemen er aan deel. Dan betreur ik het wel, dat ik niet meer een deur heb, die bereikbaar is voor de postbode. Wat een heerlijk geluid was dat, als de brievenbus klepperde. Ooit, nog niet zo lang geleden, schreef iedereen elkaar lange brieven, die werden in versierde enveloppen gestopt en je kon niet wachten tot het antwoord kwam. Het was een modus, Facebook ‘Après la lettre’. Hoe moest je anders aan alle weetjes komen. Naast gezelligheid, dus ook noodzaak.

Ik ben voor. Laten we elkaar weer meer brieven schrijven. Wezenlijk lezen wat een ander schrijft is het optimale luisteren. Omdat je regels terug kan lezen, dingen kan overdenken, situaties kan schetsen aan de hand van de beschrijving. Ze is niet zo kwetsbaar als een whats app of een tweet. Eens geschreven blijft geschreven en een ingekorte tekst kan heel verkeerd vallen. Bij de meeste whats app groepen maak ik regelmatig een Babylonische spraakverwarring mee. Aan de ene kant gaat de communicatie super snel, aan de andere kant is er sneller sprake van een misvatting.

De brieven krijgen gouden randen, al was het alleen maar uit nostalgie en omdat ik op dit ogenblik niet veel meer doe, dan duimen draaien en sluimeren. In alle tinten rood sluimeren, tot het hoofd weer lichter wordt.