Uncategorized

Al zou ik er bijna in gaan geloven

Terwijl het leven buiten door raast, vertraagt het binnen mateloos. Lijzig kruipen de seconden het uurwerk uit en spreiden zich als een ‘Never ending story’ om me heen, als in een werk van Dali. De muren komen angstaanjagend dichterbij. Het balkon en de kamer heb ik al honderd keer uitgetekend. Ik moet even iemand zien. Dan maar met de de Kleine Blauwe Prins naar de kringloop aan de Nedereindse weg. Even door de rekken heen en laven met de oren open naar verhalen van anderen, mensen zien, huis-tuin-en keuken avonturen meebeleven, de wereld door de bril van toevallige passanten. Alles is beter dan de stilte van het huis

.009Dali: De volharding, detail.

De vingers wandelen over de hangers, blijven hier en daar rusten als de ogen vorsend een kledingstuk willen bekijken. De tassen trekken aandacht. Een ervan wil ik wel. In ieder geval iets. De prullaria schiet aan mijn oog voorbij. Kopjes, schalen, theepotten, glazen. Aardewerk, glas, koper, zelfs tin. Wit, bruin, Annagroen, lavendel je kan het zo gek niet verzinnen, alles is netjes gesorteerd op kleur, hoekje rood, hoekje groen, hoekje geel, hoekje blauw. Leve het luxe overschot. Er staat een staande schildersezel, zal ik, wel nee, niet nodig, een ander misschien wel. Achter me drenst een Somalisch meisje. Ze pakt het glazen deksel van een dito schaal en wordt toegesproken door een zus, een nicht, de moeder loopt verderop. Met een zwaai belandt de kleine in de kinderwagen, krijsend. Ze wordt vastgesnoerd en ergens wordt er een zak cornuco opgeduikeld, die ze tussen de twee vuisten geklemd krijgt. Stilte daalt neder, alleen het gekraak van de zak en het vermalen  van de kleine gele wormpjes valt te beluisteren. Moeder en zus zoeken verder. De wandelwagen met kind blijft verloren in de ruimte staan.

007De tas

Tussen het antiek iets verderop, waar nostalgie als een deken ligt uitgespreid tussen de kabinetten en de singer naaimachines ligt een schaal met oude ansichtkaarten. Het wekt nieuwsgierigheid en kriebelt de voyeur los. Als ik de beeltenissen omdraai zie ik de geadresseerde. Aan Dien Roelands, aan oma, aan D. Roelands. Als afzender staat er bij sommige ‘Van Chiel’, dat is grappig, zo schrijf ik de naam van mijn oudste zoon ook.  Ik dwaal verder, langs het speelgoed, de kettingen en oorbellen. Met de tas als buit reken ik af, vier hele euro’s armer en een uurtje vertier rijker. Na de boodschappen verdwijn ik weer naar mijn vesting. In de brievenbus ligt een brief met een vreemd handschrift. Weer een van de zomerbrievenschrijvers. Leuk. Met de nieuwe opleving in de hand start ik eerst de te nemen uitdaging, vier trappen hoog. Het overtuigd me, dat ik er nog niet ben, al wil ik het denken.

0051.jpgDe ontvangen kaart

Op de bank met een karnemelk als lafenis open ik de envelop. Daar rolt een brief uit van zes kantjes op lijntjespapier en een samengevouwen frommeltje. Bij het openmaken blijkt het een ansichtkaart te zijn van IJsland-pony’s. Ik draai hem om. ‘Aan de heer en mevrouw J. Roelands en de kinderen.’ Hier valt elk gevoel van realiteit in duigen en stapelen de raadsels zich op. De briefschrijver heeft met dezelfde kaarten, uit de schaal in de kringloop, in haar handen gestaan. In mijn kringloop, vlakbij, ze komt uit de buurt. De Sherlock Holmes in mij zoekt naarstig naar het adres. Het blijkt in IJsselstein te zijn. Hoe toevallig dat de schaal met kaarten mijn aandacht trok en ik de achterkant ervan bekeken heb. Het verhaal in de brief is geïnspireerd op de kaart van de Fitjamijri Hoeve in Epe.

008.jpg de zwart-witten

Ik rijd terug naar de kringloop, duikel de zwart-witten uit de schaal omhoog en vertrek weer met de buit. Daarmee start de speurtocht, die mijn eenzame zieke zelf uit de diepte omhoog trekt. Op internet kom ik iemand tegen, die onderzoek heeft gedaan naar de familie Faber en die vertelt dat ze naar Canada zijn geëmigreerd. Dat had mijn briefschrijfster ook al ontdekt uit de andere kaarten. Er blijkt daar een florerende Fitjamijri Farm te bestaan. Ik duik in de verhalen. Voor ik het weet ligt de dag achter me.

De wereld is klein en toeval bestaat niet, al zou ik er bijna in gaan geloven.

 

6 thoughts on “Al zou ik er bijna in gaan geloven

    1. Ik vrees dat dien roeland niet meer is, Mies. We kregen vroeger bij de kringloop hele zakken haastig volgepropt met van alles binnen. Door de dingetjes die soms best kostbaar waren kon je zien dat men haastig te werk was gegaan. (heb er 22 jaar vrijwillig gewerkt) Over kleding maar niet te spreken.
      Ik vond dit ook echt een staaltje van bijzonder! 😉

      Like

      1. Het moet dus aan die haast liggen. Het blijft opmerkelijk maar het komt dan wel terecht bij iemand die er een mooi verhaal van weet te maken. Wie weet hoeveel verhalen er her en der nog te vinden zijn.

        Like

Comments are closed.