Uncategorized

De rest komt later

Ik sudder nog wat na op de geluksgolven die de vorige dag heeft opgeroepen en gevoed. Een dag van het grote niets, na iets wat een invulling van een leven bleek te zijn. Met de snelheid van een slak woed ik door het huis met de stofzuiger achter me aan, kijk uit het raam als zoonlief met de dode vader van zijn vriend en een lange stoet auto’s langs kom. Zie de zwart met gouden vlaggetjes aan de linkervleugel van de auto’s. Ik heb de neiging om een denkbeeldige hoed af te nemen en het hoofd te buigen. Het leven en de dood gaan verder als ik hier in huis niets doe en gelukzalig de vorige avond vermaal tot innerlijke bevlogenheid. Hoe lang geleden is het dat ik die vlaggetjes heb gezien.

044Op de tuin

De wind en het gekras van de kauwen in de bomen en op het hoekje van het dak van de flat roepen kraaien op in mijn droom. Mooie grote zwarte Corvus Coronae, met hun extreem lange zwarte snavels. Hard als staal, stel ik me zo voor en heel anders dan die van de daadwerkelijke kauwtjes. De wind maakt ze onrustig en daarmee ook mijn droom. Er speelt zich van alles af, maar als ik mijn ogen open, spat de voorstelling als een zeepbel uit elkaar.

Kleinzoon wil de autootjes, die zijn diep weggeschoven onder de bank. Daar waar ik niet bij kan en wat nog het meest lijkt op de spinnengrot, waar Bilbo Balings doorheen moet op maandag, als het mijn Hobbitavond is. Grote vlokken stof, zegt dochter die met haar zwangere buikkie de stok erbij haalt. Ik verontschuldig me, licht beschamend, ik trek die bank niet meer zo makkelijk opzij. Dat is een understatement. Hoe ik ook ruk of trek, ik krijg hem niet meer van zijn plek en ben daarna gevloerd.

Afbeeldingsresultaat voor pocket de hobbit

De Hobbitavonden zijn een cadeautje van de televisie. Lang heb ik ze niet willen zien, want ik wilde vast houden aan mijn eigen lieve Bilbo van de eindjaren zestig, toen ik het beeld kneedde en vorm gaf naar aanleiding van het kleine pocketboek  ‘De Hobbit’, intrigerend en in een adem uitgelezen. Het spannendste boek ever tot dan toe. Vond ik. Hoe heb ik niet verlangd de glooiende heuvels van het vriendelijke hobbitdorp met eigen ogen te aanschouwen en nog… Ook het elfendal is zo’n lieflijk oord, waar je voor altijd zou kunnen toeven.

De film die alle gelukzaligheid te weeg bracht van eergisteren, Werk Ohne Autor, kent een wandeling in het park die de eenvoud der dingen aftekent. Vriendin en ik wilden beiden zo zorgeloos, jong en jeugdig, de wereld aan je voeten, de opmaat tot het leven door zo’n park lopen. Zorgeloos is het sleutelwoord wat het verlangen voedt. Elk gras is groener, elk mos is zachter, ieder stukje natuur is mooier als je er jeugdig en zorgeloos, los van verloop, mag toeven. Rivendell is ongeschonden en daarmee volmaakt, een paradijs.

Het stof is de smet op mijn huishoudblazoen, niet dat ik daar erg veel last van heb. We maakten nog grapjes bij het schilderen. Van de een moet ik poetsen en van de ander mag ik veel minder poetsen met de verf, maar wat meer poetsen in het huishouden kon geen kwaad, bedacht ik me gisteren. Nooit een echte poetser geweest en ik vrees dat ik, alleen maar in een kamer of twee, de boel op orde zou kunnen houden. Zo werkt dat, op een dag van ledigheid. Het voelt niet als een duivels oorkussen, zoals mijn oma oreerde. Lekker niets doen, het stof stof laten en mijmeren over een vlaggetje, een Corvus, het Paradijs en een stormachtige wind. De rest komt later.

Uncategorized

Om te delen

Wie in het hoofd van het kleine jongetje weet te glijden om daar de hele film lang te blijven zitten, zal in de ban en betovering raken van een film, die minstens tot de categorie fascinerend behoort. Werk Ohne Autor. Een film die start in Dresden in het begin van de oorlog, met een dromerig nichtje, een gruwelijk harde SS-gynaecoloog, een allesomvattende liefde en heel veel kunst. Als dat alles omlijst wordt door de meest prachtige natuurbeelden en ingenieuze shots mag een film drie uur duren.

006We zitten er klaar voor.

Vriendin en ik hadden afgesproken. We hadden ons deze lange film beloofd en wisten er voldoende bijpraatmomenten naast. Eerst de film met pauze, dan uitgebreid een hapje eten. Het was allemaal in kannen en kruiken. Van meet af aan werden we gevangen door de kleine jongen met zijn observerende blik en zijn vragen. Een kleine Duitse jongen die werkelijk alle fronten van beleving langs zag komen, van dromerig en verstild tot de rauwe werkelijkheid van vernietiging en destructie. Heel subtiel werden beelden terug gehaald die tersluiks genoemd werden, zoals het meisje met de rode vlechten. Daarmee werden de filmische shots een indrukwekkende nauwsluitende aaneenschakeling van beeld. Het was een cadeau van formaat: De heerlijk lang durende film, het eten en het samenzijn.

Van grote waarde is de manier waarop de regisseur de grootste verschrikkingen zonder woord en beeld vertelt. Hij start de episode en eindigt met een suggestie, waardoor de kracht van het verhaal nog krachtiger wordt. Eigenlijk zijn we een boek aan het lezen en behoren de beelden onszelf toe. Daarmee wordt het verhaal eigen. Een drama, dat net zo beeldend wordt als de werkelijkheid. Dat is de kracht van  Florian Henckel von Donnersmarck, de regisseur.

010Blik boven de bar

Natuurlijk licht ik maar een tipje van de sluier op. Wie het drama wil invoelen en meebeleven kan ik aanraden om vooral lekker in de middag te gaan, met voldoende tijd om de film en de fascinerende beelden onder de loep te nemen met elkaar. Daar beleefden we minstens nog eens drie uur ten volste voldoening en vreugde aan. Helemaal omdat we elkaar herkenden in de dezelfde opmerkingsgave en gelijkluidende thema’s, die triggerden. Ons kent ons. Dat wisten we natuurlijk al, maar bevestiging in de witregels is des vriendschaps hoogste goed. De onuitgesproken momenten zijn het meest kostbaar. We namen er een heerlijk glas wijn op in de stimulerende omgeving van het Louis Hartlooper, een begrip in onze filmische wereld.

013Het kleine hartje onder de stoel

Terwijl we stonden te wachten op het toilet met uitzicht op de straat naast het gebouw, schoot een oudere dame ons aan om te vertellen, dat haar moeder daar nog had gewerkt. Het ‘daar’ bleek een werkatelier te zijn met de naam Rembrandt. Het antwoord kwam op de opmerking van vriendin, die haar oog erop had laten vallen en opmerkte, dat het haar nog nooit eerder was opgevallen. Van die kleine geluksmomenten. Een klein praatje in zo’n smalle wat koude gang. Daarna, ook nog wat terloopse opmerkingen van de kant van de dame bij het wachten aan de bar, hoe geweldig ze de film vond. De oude man, die zijn beurt bijna voorbij liet gaan omdat hij aan het zoeken was in zijn portefeuille en de vraag van de studente achter de bar niet hoorde en gelukzalig opkeek toen we hem waarschuwden, het gepermitteerde wijntje mee de bioscoopzaal in, een klein verdwaald hartje onder de bioscoopstoel voor ons.

Wat een heerlijke luxe, wat een verhoging van de feestvreugde in de wetenschap nog eens anderhalf uur te kunnen gaan genieten, maar bovenal: Wat een uitgelezen en warm moment om te delen.

 

Uncategorized

Oprechte vriendschap

In de nieuwe ‘Zin’ werd ik geattendeerd door Dorine Wiersma, op een vers van Annie M.G. Schmidt: De Achteraffers.

Had ik niet beter eerst kunnen denken en dan pas gaan doen, zegt heel het vers. Met een stortvloed aan woorden wordt het uit de doeken gedaan. Minstens twaalf situaties, waarvan ze zich had kunnen bedenken, het beter niet te doen. ‘Als hadden geweest is, is hebben te laat’. Dat wisten ze vroeger te lispelen bij dergelijke verzuchtingen. Reken maar dat er momenten geweest zijn, dat ik liever mijn tong had willen afbijten. Het gaat er ook niet om dat het gebeurd is. Als Achteraffer zou je er beter aan doen te bedenken welke nieuwe wegen in te gaan, nu alles zo gelopen is. Dat geeft wellicht een nieuwe, andere energie, dan stil blijven staan bij iets wat toch niet meer veranderd kan worden. Het gedicht gaat als volgt:

Had ik dat achteraf niet moeten zeggen?
Had ik dat achteraf niet moeten doen?
Zo leven wij – de achteraffers.
Had ik dat moeten verzwijgen – toen?

Had ik de wasman een fooi moeten geven?
Had ik dat achteraf nou maar gedaan!
Had ik met Adriaan moeten gaan leven
of zou dat misschien ook niet goed zijn gegaan?

Had ik die jas liever niet moeten kopen?
Had ik maar niet naar Marie moeten gaan?
Had ik maar beter gewoon kunnen lopen
in plaats van zolang op lijn negen te staan?

Had ik die trap liever niet moeten boenen
en had ik niet uit moeten gaan zonder vest
en had ik me niet moeten laten zoenen
door die vervelende kerel uit West?

Wij achteraffers, wat zijn we toch moeilijk
en – achteraf – voor ons zelf nog het meest.
Had men ons niet beter op kunnen hangen?
Was dat achteraf niet het beste geweest?

Mooi vind ik de quoot die ik bij Lenette van Dongen op internet tegen kwam. ‘Achteraf weet je alles van te voren’. Het hoort een beetje bij de as, die verbrande turf is, bij berouw komt na de zonde. Het gaat nog verder. Het mijmert over spijt hebben en iets over willen doen. Het kleurt een herinnering anders in, vervaagt de directe aanleiding en daarmee de noodzaak. Of heeft de noodzaak de directe aanleiding vervormt.

Achteraffers horen bij het leven. Acceptatie is de beste oplossing voor het geheel. Het is er en wat gaan we er mee doen. Maak de weg vrij voor het inslaan van een ander pad of maak het euvel bespreekbaar. Makkelijker gezegd dan gedaan. Het is niet waar je doorgaans voor kiest.

Laatst kwam ik in een onverkwikkelijke situatie terecht. In de emotie van een ander zonder dat ik daar op voorbereid was. Kennelijk stond mijn antenne verkeerd afgesteld. Ik  had juist een goed gevoel, omdat ik dacht dat ik een goede weg was ingeslagen. Mijn houding en mijn woorden bleken hartzeer op te leveren bij de metgezel van dat moment. Totaal ontredderd onderging ik iets, wat ik niet voorvoeld had, niet begreep. Waar kwam dat ineens vandaan. In de nachten erna trad de achteraffer in mij in werking. Ik liep het hele scenario door, maar vergat soms cruciale aanleidingen omdat ik de teksten niet meer woordelijk wist. Ik had alleen nog maar het bijbehorende gevoel. Open antwoorden zonder de vragen. Daar schiet een mens niet mee op.

065Gedachten

Ik merk nu ik erover schrijf, dat het helpt om de gebeurtenissen een podium te geven. Het gekwetst zijn af te ritsen, het kale gevoel over te houden. Emotie en achteraf lopen meestal hand in hand. Ze zijn dikke vrienden en vormen een blok ten opzichte van de spijtoptanten. Vroeger hadden we duiveltjes. Kleine rode wezentjes die met een drietand en hoorntjes op je schouder zaten en die kleine stekeleteën tussen je gedachten prikten. Duiveltjes die je naar eer en geweten beter kon negeren, maar die altijd sterker bleken. Ooit slingerde ik in blauwe balpointletters de meest grove verwensingen naar mijn vader en moeder toe. Toen ze achteraf mijn dagboek hadden geopend om te weten waarheen ik, als puber, weggelopen kon zijn, was dat mijn meest deemoedige moment van Achteraffertje. Had ik het maar nooit opgeschreven. Gedachten zijn het onderwerp niet. Gedachten zijn misschien te raden, maar ook het best te verstoppen.

035Echte vriendschap

Ik heb heel wat nachten daarna wakker gelegen en nog. Het liefst zou ik het breiwerk uithalen en overnieuw beginnen, maar een vriendschap is geen breiwerk. Een Annie M. G. Schmidt achteraffertje pur sang. Omdat die verbondenheid me dierbaar is, maar ik het op deze manier niet kan. Omdat ik nog niet het nieuwe pad heb ontdekt. Omdat de eerste steken al bij aanvang anders hadden moeten worden opgezet. Daar is ook het verschil met een breiwerk. Een broddellap haal je uit, iets wat onmogelijk is met oprechte vriendschap.

 

Uncategorized

Winnen voor iedereen

Een slapeloze nacht. ‘Als je je ogen dicht doet, rust je ook’, zei mijn moeder dan. Meer ter vergoelijking van het feit dat er, ook voor haar, op zeven nachten altijd wel twee slechte tussen zaten. Komt het door de gedachten die rond blijven spoken, of heb ik vanavond veel indrukken opgedaan en ben ik blijven hangen in het fijne gevoel, dat achteraf als een voile over de heel avond uitwaaierde.

IMG_0167

Japonisme. Ik had uit de grijze oudheid de kimono opgeduikeld, die terecht was gekomen bij dochterlief en daarna weer weggestopt in de kledingkast. Die had ik meegenomen naar cursus en nog twee andere. Maar vooral de enige echte, zij het van polyamide, werkte het best. De anderen dienden als vulling, lappen voor de achter of de ondergrond, net hoe het uitkwam. Bij gebrek aan model, zou onze lieve coach staan, zitten en liggen in Breitneriaanse sferen. Met het meisje met de kimono, hier een paar jaartjes ouder, maar gehuld in de lappen, viel het verschil volledig weg. In twee uurtjes daarvoor had ik nog snel wat schetsen gemaakt van de foto’s van Geesje. Lang leve internet, die heden met verleden en omgekeerd zo makkelijk verbindt als een verrijkende reis met een tijdmachine.

kimono

Houtskool is een heerlijk medium. Binnen de kortste keren staat er iets wat de indruk geeft de moeite waard te zijn. In ieder geval valt er straks op door te borduren als de olieverf eraan te pas komt. Op dit ogenblik worden we overspoeld door kunst in de media. Er zijn allerlei programma’s met informatie over de Nederlandse meesters, dichtbij of ver weg. Iemand merkte gisteren op dat het zo jammer is, dat van alles een wedstrijden gemaakt wordt. Er wordt gemeten wie er het beste is, het meest dichtbij een oude meester komt, uitblinkt in het tot je nemen van de oude technieken. Zelfs de oude meester moet wedijveren met de nieuwe meester, omdat mensen kunnen kiezen welk schilderij de ‘echte’ is.

Het element van rivaliteit in de kunst zou je juist af willen ritsen. Het belemmert in het uitwisselen, in het leren van elkaar, in het sparren en een klankbord zijn, in het naar elkaar kijken, in het leren van elkaars en eigen fouten, in het zoeken naar een eigen weg. Nergens anders vinden we zoveel aanleiding tot informatie en het ontdekken van mogelijkheden, de verrijking en de verdieping door het leren van elkaar.

005

Vanavond ga ik verder aan mijn jongetje. De wijze waarop we het traject insteken is totaal anders dan bij Knock-Art en het Japonisme. Maar het is even waardevol en verhelderend. Hier werk ik met medium, niet met oil out, dat geeft al een ander effect. Wat als mijn coach, Anneke van der Lende, had besloten alles voor zichzelf te houden en haar geheimen niet prijs te geven. Heerlijk vanuit de eerste hand te mogen leren.

Wij boffen maar in Nederland. Nergens anders krijgen we zo de kans om zelf aan de slag te gaan. Met behulp van al die mensen die niet alleen aan zichzelf denken, maar graag wat belangrijke boodschappen door willen geven. Hun eigen benadering, waarmee wij dan weer ons eigen pad mogen bewandelen. Op alle fronten in iedere variatie die er denkbaar en mogelijk is. Kunstrijk, worden we erdoor en we zijn het. Winnen, zonder wedstrijd, voor iedereen.

Uncategorized

Onnavolgbaar diep

Ik keek het programma ‘Stuk’ terug van de VPRO. Er waren al twee afleveringen geweest die ik beide gemist had. Het ging over revalidatiepatiënten, die een lange weg moesten gaan. Mensen met verlammingen door een dwarslaesie of een spierziekte, mensen met een amputatie. Het liet ook het werk zien van de wondspecialist, de revalidatiearts, de fysiotherapeuten en de verpleegkundigen. In beide delen kwam een hoofdpersoon aan bod, maar werden de anderen ook verder gevolgd.

003

Het bracht me terug naar een tijd, die achter een dikke donkere deur in het geheugen afgesloten had gezeten. ik doel op een specifiek onderdeel van mijn werk in het verpleegtehuis en daarna in het ziekenhuis en de diverse bejaardenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg. Het verplegen van mensen met doorligwonden. Helaas had ik door mijn ervaring in het eerste verpleegtehuis zoveel expertise in huis, dat ik al gauw gevraagd werd bij de meest extreme schrijnende voorvallen. Dat schrijnende als betekenis in alle opzichten van het woord.

Eenmaal behept met decubitus, een slechte doorbloeding ten gevolge van een slechte stofwisselingstoornis, was de weg naar genezing een gevecht tegen het afstervende vlees. Mens van vlees en botten. Het was een afschuwelijke manier voor patiënt en wondverzorgende om zo met je neus op de feiten gedrukt te worden. De weg naar genezing was lang en ondraaglijk pijnlijk.

In de beginjaren zeventig experimenteerden we zelfs met eiwitrijke papjes om maar  te bewerkstelligen dat het weefsel weer aangroeide, maar elke rand zwart kwam als een mokerslag binnen, want weer stond je met lege handen en moest je een stap terug doen in het gevecht naar genezing. Hoe hou je de motivatie hoog voor hen die het moeten ondergaan. We klampten ons vast aan de hoop van het kleinste piezeltje nieuw rood vlees en hielden daarnaast een oppeppend praatje om vooral de moed te voeden. ‘Geef niet op, want dan ben je verloren’, was een moeizaam begrip. Het verdriet bleef hangen op de lijdzaamheid, waarmee men het moest ondergaan.

De machteloosheid steeg boven zichzelf uit, niet weinig heb ik kwaad tegen een verlaten wc-deur aan staan bonken en trappen met de vraag of het, naast alle ellende, echt nodig was om een dergelijke confrontatie met de vergankelijkheid zo nadrukkelijk aanwezig te laten zijn. Wat was dit voor leven. Biogaze leek aanvankelijk een wondermiddel en we juichten de progressie van de genezing toe, tot daar ook weer gewenning in optrad. Ik heb het hele hoofdstuk vaatchirurgie geblokt, bemerk ik nu. Daar was necrotisch leven het meest tastbaar.

Nu ik de beelden zie van deze lange revalidatieprocessen, die de mensen moeten doormaken, gaat het weeë gevoel van gevaar van destijds door me heen, zie ik de vuistgrote wonden weer, waarbij het niet zelden vechten tegen de bierkaai was en iedere overwinning een triomf.

045Tussen hoop en weten.

Het gaat me aan het hart, dit programma, omdat eens te meer wordt aangetoond hoe smal de grenzen zijn van gezondheid en geluk. Het verhaal van het echtpaar, dat beiden tegelijk te stellen kreeg met een onherroepelijke verandering in ieders lichamelijke status, snijdt diep in de ziel. Waar haal je de hoop vandaan, het geloof in het leven. Hun drie jongens zitten tegenover hen. Ze lachen, maar ik zie de verwachting strijden met de vraagtekens in ieders ogen. Optimisme draagt de hoop, hoop doet leven, maar soms zijn de valkuilen onnavolgbaar diep.

 

 

Uncategorized

Je moet een gegeven paard…

De zon nodigde uitbundig uit om naar buiten te gaan, gisteren. En zondag en zand en zon zijn ingrediënten, die eigenlijk alleen maar kloppen als je van de zondag een doordeweekse dag maakt. Dan is er de rust en de uitgestrektheid, de verstilling en de eenzaamheid die je zoekt als inspiratiebron voor het alledaagse drukke bestaan. Gisteren dachten namelijk dorpen vol hondenbezitters en een handvol paarden met hun begeleiders er precies zo over. En van alle duinen die Nederland rijk is, kozen ze, net als zus en ik, de Soester duinen.

Nu zijn we niet zo snel uit het veld te slaan en zeker niet van een zandvlakte af, dus we zochten en vonden nog wat meters ongerept. Maar de stilte was ver te zoeken omdat de lieve jeugd met het tergend indringende zoomgeluid van de drones aan decibellenvervuiling tot in de verre omtrek deden. Ze hadden wel lol, dat hoorden we ook, al waren we een mijl op zeven weg. De honden waren dolgelukkig en renden met hun lange tongen uit de bek, de poten onder het lijf vandaan. Af en toe klonk er een jankend geluid, waarbij  wij het onderschrift van de reclame van de kleine Fifi bij dachten: ‘Dat doet ie anders nooit,hoor’.

045.JPG

Zondag is bij uitstek een dag om thuis te blijven. Dat hadden ze vroeger al lang en breed begrepen. Toch konden we genieten van de verstoppertje spelende zon, die af en toe achter een brede Payne’s grey wolk dook en dan een mooie gouden rand erom heen aanbracht. De paarsgrijze takken die er lagen, kleurden prachtig met de verdorde aanplant onder de bomen. Alleen het mos piepte heldergroen, zacht en uitnodigend er doorheen. In Japan , vertelde zus, zijn er mosaanbidders. Ook Paulien Cornelisse, die als Japanliefhebber haar programma Tokidoki (‘soms’ betekent dat) voor de VPRO gemaakt heeft in 2018, schrijft erover. Als je goed naar mos kijkt en hoe het is samengesteld, de kleine tentakeltjes, de zachtheid, de kleur, kan je niet anders dan er van houden. Juist in de dorheid van de tussenseizoenen brengen zij kleur aan en een gevoel van verandering.

021

In Japan heet de natuurbeleving ‘Yugen’ je één voelen met de natuur. Er is niet veel voor nodig. Er zijn daar dan ook echte mosfans in clubverband, die Paulien maar zielig vonden, omdat ze de liefde ervoor in haar eentje beleven moest. Ik heb een schrale troost voor haar. Er zijn denk ik best wel veel mosfans in Nederland, maar niet in clubverband. Iedereen die gaat wandelen in de natuur, zal op de dappere status van het kleine plantje stuiten. Door weer en wind, bij regen en ontij most het voort. Hoe vochtiger hoe beter.

Mos hoort niet in een potje, en ook niet in een grote bak, het mag gewoon los gaan waar het kan. Dat edele tapijt dient als bodem voor verhalen over verdwaalde lieden, die de zachtheid en de veronderstelde warmte van mos ervaren en daar neerzijgen op zoek naar hun verlangens.

062

We liepen door, moesten het wel vereeuwigen op de foto al was het alleen maar om de kleur, waar hond en mens geen oor naar hadden. We liepen de duinkam af. In de verte hoorde ik het paard hinniken, dat zo hartgrondig gegaapt had, toen ik hem liefkozende fluisternamen toedichtte. Zus maakte de foto. Zonder uitleg leek het op een bulderende schaterlach om het geneuzel van twee kleine mensenkinderen in een door honden vergeven stuk natuur. Nee, ons hoor je niet. Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken, ook al hinnikt ie je vierkant uit.

Uncategorized

Voor veel is de oplossing nabij

Ik weet niet welke gedachten het hardst blijven spoken, maar het zijn flarden van van alles en nog wat. Kringlopen, die we vandaag bezocht hebben, blijven door het hoofd dwalen. Alles wat ik bewust gezien heb, komt langs. Soms met een lichte vleug van weemoed, omdat ik, wat me trok, heb laten liggen, terwijl het misschien, ergens, wel eens wat had kunnen betekenen voor mij of een ander.

005-1.jpg

Met de zussen op pad om het honderd jarig jubileum van mijn moeder, 71 lentes hier en 29 daarboven, te vieren. Met een etentje en een, wat later zou blijken, toneelstuk dat zo bejaard was als datzelfde honderdtal of ouder. Grijze koppen, in de zaal en op het podium, nagelden het diner naar de achtergrond. Eigenlijk was het teveel. Het kon er niet meer bij. Jongste zus schoof bij de laatste kringloop aan en had de hele dag moeten werken. Het vergelijken van de verschillende moeders schoot ook niet op. Als gegeven naast elkaar zou het een aanvulling zijn. De omstandigheden waren niet gunstig. Het weer werkte ook niet mee. De hele dag was doordrenkt van een miezerige regen.

Vannacht viel ik om vier uur, eindelijk, zware oogleden van vermoeidheid, in slaap. Nu is het buiten van het stralendste blauw. Nederland is onvoorspelbaar grillig en daarmee tekent het ook zijn eigen charme.

012

Gisterenavond had ik ’s avonds laat nog twee programma’s teruggekeken, die me  hadden geraakt. Tijdens onze klassieke academie was Proces Rembrandt ter sprake gekomen. Omdat bij onze cursus, les op les, wordt gezwoegd om het geheim van de Zeventiende Eeuwse schilderkunst te doorgronden, komt dit zo losjes over. Je herkent de adders onder het gras, de fouten die gemaakt worden met de inschatting van de moeilijkheidsgraad. Daarvoor zag ik dat andere programma, de Nieuwe Rembrandt, die eigenlijk zo veel boeiender was, omdat de eigen gemaakte technieken mochten floreren in een eigen stijl en het werk origineel en boeiend kon zijn.

011under construction, derde laag

Geen wonder dat daarna alles door elkaar bleef zweven aan indrukken, imprimatura, ogen, die scheef trekken, gezichten die vervormen, verf die onhandig en dik op papier komt te staan, het model als ongeleid projectiel. Daar door heen zweefde het Japanse penseel, dat niet gevonden werd in de strooptocht langs de kringloop. De Bamboo stengels met de puntige bladeren, de berglandschappen, de exotische kledingstukken die breeduit uitgestald lagen in verband met de carnaval in het vooruitzicht. Spaanse jurken, Indiase sari’s, Indonesische kebaja’s, Chinese nep zijde jasjes, maar géén kimono.

015

Dan de indrukken van dat toneelspel in een entourage van lang geleden, dat zich afspeelde in de jaren zestig. Over een televisie, die een lijkenkleur bezorgd bij de man die er aan sleutelt om hem aan te krijgen, de visite, die komt, de vrouw die hardhorend is en met een oorlogsangst worstelt, de zwarte telefoon nog aan de draad. De digitale dreiging in een tijdperk van lang geleden en achterhaald, net als het feestje dat geen feest is en de hete adem van de oorlog en alle mensen die fout waren in die dagen en de naam van Brouwers eraan verbonden, die ik met geen mogelijkheid erin thuis kon brengen. Losse eindjes.

Alles bij elkaar geen sinecure om ’s nachts in een diepe slaap te vallen. De droom was ernaar. Hoe ik het ook probeerde, ik kende de tekst van het stuk dat ik zou opvoeren maar niet uit mijn hoofd en dat kwam omdat ik op zoek bleef gaan naar een wolfsharen penseel en een kimono tussen alle zijden stoffen met de meest fantastische prints. Toen ik op moest, werd ik wakker. Saved by the bell en een stralende zon. Voor veel is de oplossing nabij.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

‘Goedkoop is duurkoop’ zei men vroeger. Het was een verzachtende vrijbrief voor het aanschaffen van een duur artikel. Iets, waarbij je eigenlijk lang over na had moeten denken, maar waar de opwelling sterker en dwingend bleek. Het was niet zelden een doekje voor het bloeden. Mijn moeder had als stelregel dat je, bij de aanschaf van een duur stel laarzen, moest uitrekenen hoeveel jaar je er dan mee deed en hoeveel dat omgerekend per maand of dag kostte. Dan was het hartzeer minder. Dat ze bij het laatste paar nog niet eens verder was gekomen dan een schamel jaartje was een onvoorziene kink in de kabel. Je kan niet alles weten.

In de maand januari had ik een paar inkopen online totaal verkeerd ingeschat. Bij de aanschaf van een boek, dacht ik in het kader van de duurzaamheid slim te zijn en het exemplaar tweedehands aan te schaffen via de Slegte op internet. Niet geschoten is altijd mis. Hier had iemand al eens plezier gehad van het exemplaar en er hoefde niet opnieuw een boom voor te worden omgezaagd. Twee vliegen in een klap. Ik was trots op mezelf. O  ja en het scheelde ook nog aanzienlijk in de prijs, dat dan weer teniet werd gedaan door de verzendkosten, maar ach, een kniesoor die daar op let.

Achteraf bedenk ik me dat een strooptocht al wandelend langs de tweedehands winkeltjes in Utrecht, waar ik per bus naar af had kunnen reizen, nog veel meer aan duurzaamheid opgeleverd zou hebben. ‘Als hadden geweest is, is hebben te laat’ en ‘As ligt op het kerkhof’. Je ziet , ik kom een eind met de wijsheden van vroeger.

013.jpg

Het pakje plofte een paar dagen later in de brievenbus. Er zat stevig en veel verpakkingsmateriaal omheen. Bewustwording is goed en soms ronduit confronterend. Het schoot dus eigenlijk niet op. Het voelde trouwens opmerkelijk licht. Wonderlijk. Na de vier trappen op en in de beslotenheid van mijn eigen huis pakte ik mijn duurzame cadeautje aan mezelf uit. Het bleek een miniboek te zijn. Dundruk en met de afmeting van een klein doosje. Het hoorde thuis in de rubriek ‘Dwarsligger’ en deed zijn naam op alle fronten eer aan. Waar je al niet op moet letten in het leven.

014

Het zijn heel veel bladzijden in onooglijk kleine lettertjes, waar ik naast mijn Annie. M. G. bril ook nog een vergrootglas moet gebruiken. Ja ja. Goedkoop is duurkoop. Het boek is een aanrader, dat dan weer wel. Het heet ‘Wees Onzichtbaar’ van Murat Isik en bijna had het zijn naam eer aan gedaan.

Zo gaat dat dus. Hetzelfde heb ik met kleding. Plaatjes kunnen met het grootste gemak een sfeer neerzetten van soepel en zacht, terwijl bij binnenkomst de stof zo anders aanvoelt. Mijn tweede grote verkeerde inschatting kwam vorige week door de bus. Op de laptop schitterde mij de rugtas tegemoet, die me zo handig leek als verzachting voor de aangedane longetjes. Een heerlijke tas waar ik alles in kwijt kon, mooi in het donkergrijs uitgevoerd, heerlijke nostalgische pukkelstof(lees stevige keperkatoen) en fantastisch omdat ik alles op de rug zou kunnen dragen, zodat het minder pakezeltjes-effect zou zijn en het torsen en zwoegen beperkt zou blijven. Ik heb brede schouders.

016

Het pakje kwam, zag en overwon glansrijk mijn stoutste verwachtingen. Prachtig, duurzaam en kwaliteit. Maar… het was formaatje ‘Reus’, een rugzak der giganten! Het torende hoog boven de nu zo smalle schoudertjes uit. Dat was de druppel die mijn emmer deed overlopen. Voortaan zou ik me altijd en overal eerst vergewissen van het plaatje, mét alle eigenschappen die er bij hoorden. Ik zou met de centimeter in de weer gaan, de eigenschappen van de opgegeven stof natrekken, de kleine letters tot in essentie uitpluizen, kortom…eerst zien en dan geloven ging eigenlijk alleen maar op als ik het door de handen kon laten glijden.

‘Zien is weten en bewust worden’. Niet meer en niet minder.

 

 

 

Uncategorized

Geniet met volle teugen

Het waren de eerste plaatjes die we draaiden, hoorden ook, op de radio in de periode dat ik met roodvonk, geïsoleerd van de rest, het kleine meisjeskamertje van vier bezet hield gedurende een week of zes. Een van de broers had met een ingenieus dradenstelsel een boxje buitenom naar boven geleid, zodat Adamo, the Beatles, the Stones, Hermans Hermits en de Kinks vrijelijk naar binnen konden stromen om mijn eenzaamheid te verlichten. Daar hoorde ik ‘No milk today’ van Hermans Hermit’s terwijl Jo de melkboer zijn dagelijkse rondjes hield en gewoon door ging met bezorgen en werd het een Sunny Afternoon in de bedompte kleine kamer als het nummer van The Kinks doorkwam.

005The Kinks

Gisteren zag ik, in het uur van de Wolf, een docu over deze laatste groep, één van mijn Áll-time favourites’, Ik werd geraakt door de tijd. Ze kwam, ze zag en raakte me vol in het hart. Ray Davies als jonge man, die de intro deed en het programma aan elkaar praatte, een oud interview waarin hij al lopend door zijn geliefde omgeving, uiteen zet hoe belangrijk het was om te kunnen blijven staan in de schoenen die hem als gegoten zaten, daar in dat Engeland van weleer. Het was vooral ook de nog niet eerder vertoonde opname van 1994, die ontroerde. Ray en Dave samen in de een of andere huiskamerentourage, schemerlamp met franje groot in beeld, zittend op twee krukken, die samen een sessie weggaven van de mooiste Kinks-nummers. De peinzende blik van Dave trof me het meest. Misschien wel om dat zijn oudere ik, in deze tijd, zo fragiel was. In die engelachtige breekbare oude man was het niet moeilijk om de stille en peinzende Dave te herkennen, maar tijd had, in alle ernst, haar beslag gelegd op zijn uiterlijk.

003.jpg1994

Hun verhaal was zo verhelderend voor mijn kennis van hun muziek. Wat een prachtige docu. Er zijn er te weinig van. Daarna kon ik de slaap niet vatten en bleven de beelden door het hoofd heen spoken. Evenals de teksten en de uitleg ervan. Alle nummers die genoemd werden stonden in mijn geheugen gegrift, ik hoefde enkel maar de deur open te zetten. Het heette ook een van de beste vergeten albums en dat was waar. ‘The Kinks Are the Village Green Preservation Society’. Het was een LP, die het verhaal vertelde van de jonge Brit Ray, met zijn typische Engelse humor verpakt in een spreekwoord van mijn moeder: ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Ze lieten hun oren niet hangen naar het Amerikaanse imperium, maar bleven trouw aan zichzelf.

004.jpgJeugd

Het beeld van het zachte innemende gezicht van Dave omkranst door het grijzende wat sliertige haar en de zo herkenbare standvastige trekken van Ray in het tanige gezicht, onveranderd, die aan het eind van het verhaal van de jonge Ray het stokje overnam, liet tijd op haar grondvesten schudden. Met het besef, dat niet alleen zij, maar ik evenzeer dat tijdperk van hun prachtige nummers voorbij was gesneld en ze zelfs geparkeerd had op een bijna onbereikbare plek, opende ik de deur van mijn herinnering wagenwijd. Laat maar binnenstromen, dat jeugdsentiment, en geniet met volle teugen.

Uncategorized

Een gat in de nieuwe dag

Er was iets wonderlijks aan de hand waren we vorige week bij het schilderen achter gekomen. In de tube cadmium geel zat een bleke huidkleurige substantie. Gisteren ging ik ermee terug naar de winkel. Peter, de eigenaar, begon onmiddellijk te knikken. Hij snapte al van ver wat er aan de hand was. Ik had een zogenaamde ‘lege’ tube meegekregen. De dummy’s, waardoor men kon zien, dat de winkelvoorraad op was. Met een prachtige nieuwe reed ik opgewekt naar de kringloop om te kijken of ik er niet een Japans Penseel, of misschien zelfs de hele set, kon opduikelen. ‘Je weet nooit hoe een koe een haas vangt’ zei mijn moeder altijd. Daarachter aan kwam steevast: ‘Niet geschoten is altijd mis’. Ik beaamde haar wijze raad en belandde tussen de ondefinieerbare snuisterijen. Je kan niet weten.

Toen er niets vergelijkbaars op kwam doemen, ging ik toch nog even bij de nieuw binnen gekomen boeken kijken. Ineens hoorde ik ‘Oma’ roepen. Daar toornde kleinzoon hoog op de schouders van zijn breedlachende vader. Mijn dochter liep bij de kleding rond. Wat een mazzel. Heel bijzonder om ze hier, zo ver van huis, aan te treffen. Ze kwamen de kinderwagen ophalen en ik mocht er nu getuige van zijn. Even later zaten we achter een heerlijk appeltaartje met een dot slagroom erbij, te kouten over alles wat onze gemoederen bezig hield. Kleinzoon maakte ondertussen drie puzzeltjes, waarbij ik absoluut niet mocht helpen.

008            007

In de gezellige kindvriendelijke stek waren er buiten de keuvelende parkieten buiten in de volière, ook nog een rattenslang, die zijn honderdslaap lag te soezen samen met een makker. In een ander hok lag een prachtige verstilde Baardagame. Geen fototoestel bij me en geen telefoon, beiden in de haast om voor de sneeuw uit even het tubetje om te ruilen, vergeten. Schoonzoon schoot op mijn verzoek, vooral van de Agame, twee kiekjes. Hij lag er echt in de kijker, terwijl de rattenslangen zich verstopt hadden met hun prachtige glanzende velletjes. Het was een dag van bijzonderheden.

005-2.jpg

De sneeuw bleef uit dus kon ik met een gerust hart naar het centrum van Utrecht om het nieuw veroverde cadmium-geel uit te proberen. Onder heerlijke zoetgevooisde klanken ontstonden de uitwisselingen van de know-how van het vak, boeken met imposante voorgangers als Isaac Israëls en Rob Houdijk, museumbezoek, maar ook kleine filosofieën en overpeinzingen onder het penselen door. Langzaam kreeg mijn jongetje vorm. Dankzij de lichte toets werd het dromerig en stukje bij beetje sterker. Het feit dat we een werk altijd tot aan de randen willen vullen, doet soms afbreuk aan de kracht van het beeld. Ook hier geldt ‘Less is more’ binnen het proces dat zich afspeelt en zoveel zuchten, maar ook voldoening schenkt.

We naderden de essentie, niet alleen in het werk maar ook in de kennismaking en dat is zo waardevol. Breitner kwam langs en de kimono, die ik weer terug zag bij dochterlief aan een haakje. Die zal dienen bij het Japonisme. In een spagaat door alle verschillende technieken heb ik eindelijk  weer de ruimte gevonden om op de vleugels te gaan van het gevoel en dat geeft lucht.

Ik glibber terug naar huis. De sneeuw is, in een natte derrie en met een verraderlijk glad, gekomen en ik rij met een vaartje van 50 over de snelweg, maar met dat gelukzalige gevoel van thuiskomen. Het is meer dan waardevol. Het duurt even eer ik in slaap val. Zo’n avontuur en zo’n beleving moet tot in alle poriën neerdalen, maar dan komt de slaap, gelukzalig en diep, en slaat een gat in de nieuwe dag.

 

Uncategorized

We gaan het beleven

Gisterenavond klonk in mijn hoofd nog altijd het sonore geluid van de digitale gong na toen ik allang en breed op de bank zat. Dat het digitaal gestuurd was werkte aanvankelijk een beetje op de lachspieren, maar het was wel een mooie inleiding om Japan binnen te treden. Aan de hand van de wrijfinktset, die voor ons stond waren we nog maar twee stappen verwijderd van de geheimen van de Japanse Sumi-e.

039

Met precisie werd de zwarte inktsteen in een klein beetje water uitgewreven, drie minuten stond voor dit ritueel. Eigenlijk werkte het felle neon kunstlicht tegen. Het vloeide niet mee met de steen die uit waaierde in diep zwart. Bovendien zat de vermoeidheid in de benen en werd concentratie een heikel punt.

020  028

’s Middags was ik in een totaal andere wereld geweest, van blauwwit keramiek en snuisterijen, poppenhuizen, een kleinste kamertje in rozengeuren, rozengloed, rozenweelde, Engelse hogere sferen en een poes die de kruimels van de flan op snoepte op tafel, pannenkoeken met een ondenkbare combinatie van tonijn en kaas, die toch niet te proeven was, Boerenbontgordijnen en een strooppot, diep roodbruine dennenbossen en twee paarden in de schilderachtige entourage, de vluchtigheid van een wereld door de autospiegel. Het verschil kon niet groter zijn.

050

Zen dus, het lukte niet echt, ondanks de gong, de prachtige rituelen en penselen, de gewassen inkt. Bamboo stond op tafel en we konden aan de slag. Eerst zelf ondervinden. Strepen trekken. Het verschil was opmerkelijk. Als je erbij praatte, trok het vibrato van de stem al in de inkt. Maar ook het papier, Japans papier had zo haar eigenschappen. Gladde kant, ruwe kant, te veel of te weinig inkt, de manier van indopen van het penseel, de wijze waarop je het hanteert, te veel of te weinig water en het Westerse ongeduld. Het lawaai, de stemmen, het gegiechel en gelach. Zen zijn is een modus waar je aan moet werken.

De filmpjes wekten bewondering, verwondering, verbetenheid en onbegrip. Hoe doen ze dat nou, hé, het werkt wel, als je maar blijft proberen. Het hoofd, mijn arme hoofd vol van het Hollands-Victoriaanse toeven van de middag, de schurende ademhaling, de vermoeidheid tot in mijn vingertoppen die langzaam de stelen veegde,de bladeren trok uit het sierlijke handwerktuig, zat vol van alle indrukken. Wolfsharen penselen. De cirkel, de Ensö, waarvan ik wil weten hoe dat uitgesproken wordt in het Japans om dat het Nederlands er direct Knol achter laat vallen en een totaal andere belevingssfeer brengt, kan er niet meer bij. Dat is waar je eigenlijk mee wil beginnen. Open geest, open hart. De Japanse cirkel. De kracht, de verlichting, het heelal, de oneindigheid, de leegte.

022

‘De geest leeg’ is mijn les voor de volgende keer. Wat meditatie vooraf en niet de hectiek van een Victoriaans uitstapje, waar ik ook ontzettend van genoten heb, samen met mijn twee oude vriendinnen van de opleiding uit 1968. Wij, drie bakvissen in een autootje, craquelé, grijs, wit of hennarood, met de zachte meisjesogen van lang geleden en de wijsheid der jaren verenigd in het tanende lijf. Kwaaltje hier, kwaaltje daar, maar altijd in staat om de zon te vinden. Alle drie. Bijzonder.

057

De Japanse Zenmaan stond ’s avonds aan de horizon van een nieuw avontuur, maar  net niet haalbaar op dat moment. Dat drukte zich uit in de onrustige cirkels die neerstreken uit de haren van de penseel. Ovalen, bibberaars, bultige exemplaren. De open en de gesloten vormen ontstaan, maar te grillig, hier en daar al prachtig rond, maar met nog altijd te weinig volledige concentratie. Haar betekenis, de gesloten vorm nadert de perfectie en de open vorm ruimte geeft voor beweging en ontwikkeling, vervaagt. Mijn cirkels rommelen maar wat aan. Te weinig concentratie, te vermoeide armen om het penseel te liften.

069

Ik verlang naar de Zen uit de jaren zeventig, zo ver weg en nu weer zo dichtbij. Straks, thuis, zal de herkansing zijn in alle rust en stilte. Volgende week verder met de Kimono’s van Breitner.  Een enorme sprong door de tijd, een kraanvogelvlucht. Ik heb nog wat voorwerk te doen. We gaan het beleven.

 

 

Uncategorized

Bevrijdende hagel

De lucht trok dicht in een inktzwart sussen. Net op tijd zat ik in de kleine blauwe en toen barstte de hagel los. Kleine keiharde korreltjes tikten in een tegengesteld protest, terwijl in de duisternis, half door de laatste zonnegloed beschenen alweer een regenboog verscheen. De tweede in twee dagen.

Even daarvoor waren we teruggekeerd van Broei aan de Oosterkade en hadden gelopen tot aan het huis van vriendinlief. Broei is dat, wat je verwachten kan van een natuurlijk samenzijn, dat zich afspeelt in de vriendelijke huiskamermodus. Warmte, een proces van creativiteit, de bezegeling van het deelgenoot zijn, de bevestiging van verbondenheid. De emmer leeg en het hart weer vol. Het was de tweede keer dat we er waren. Echte vriendschap voedt zich met warmte en aandacht, een luisterend oor, het broodnodige klankbord, de eerste keer voor het mijne, de tweede keer voor het hare. Kwetsbare mensenharten.

004

Ik luister naar de verhalen en denk tegelijkertijd hoe snel de realiteit kan omslaan. Hoe kleine nietige tentakeltjes slechts nodig zijn om het gewone leven volledig op de kop te zetten. Die ochtend had ik fysiotherapie gehad en dat is de plek bij uitstek om te zien hoe kwetsbaarheid naast de lichamelijke ongemakken veel meer nog inwerkt op de geest en zorgt voor een herstel dat stapje voor stapje wordt geslecht, maar altijd langzamer gaat dan wij wensen. Nietigheid, devotie die ons ondergeschikt maakt aan het tempo ervan en dus traag als stroop haar weg volgt

De oude man zwoegt met het gewicht aan zijn voet heen en weer, de oude botten kraken, de spieren knarsen, een zucht ontsnapt hem en nog een, terwijl het zwaaien vertraagd en zichtbaar zwaarder gaat. De vrouw trapt de trappers naarstig rond, de weerstand is zichtbaar te horen in de versnelde ademhaling. De man er tegenover vliegt op de bal met twee gewichten in zijn handen aan de uitgestrekte armen, als vleugels in het luchtruim,  weg van het aardse onvermogen.

167.jpg

Een ander trekt de gruisbuis voor zich uit en strekt en zwaait hem boven het hoofd, denkt hem hoger dan het is, en neer en weer, op en neer tot tien keer toe. We stonden allen midden in de hectiek van het leven toen plotsklaps een vat sprong, een handvol longblazen leegliepen, het hart er de brui aan gaf, de benen verstramden. Het sociale leven gaat hier al weken, maanden, jaren in een vertraagde versnelling voort. We zijn gedoemd, want beter dan dit wordt het niet meer, weten we. Toch geloven we in dat laatste klankbord met opdrachten die de spieren aanzetten tot het uiterste vermogen. Met de haren worden we erbij gesleept. Je kan te langzaam, maar ook te snel en zaak is om in de juiste dosering de heilzame werking van het bewegen op de rit te krijgen. Dan blijft de weg lang open.

Dat denkhoofd van ons is niet anders. Braaf voert het de oefeningen uit die we aanbieden als remedie. Rust, gedoseerd bewegen, schoonheid, kunst verzacht, voldoende slaap en de kleine geneugten. Niet meer en niet minder. Forceren heeft geen zin. Alle onderwerpen komen langs, ze volgen een eigen route tot ergens in het hoofd weer een kiem wordt gelegd voor een nieuw idee en lucht brengt in de hyperende ademhaling. Passen op de plaats sparren wegen open.

We gaan naar buiten, lichter dan het was. In de felle zon op het nu glinsterende water trekt de lucht weer dicht. Grijs tot inktzwart als we bij haar thuiskomen en ik in de kleine blauwe stap en de lucht zich ontlaadt in een bevrijdende hagel.

Uncategorized

De bal kan nog zo rond zijn

Dat was de eerste keer dat ik zo dicht langs de voormalige hoogovens over het strand liep. Nou ja, zweefde, schoof, tornde, schuurde, hijgde, voortgestuwd of tegengehouden door de pittige wind. We zochten Timboektoe en buiten de aanhoudende geselende wind en regen en het door het wolkendek priemende zonnetje, was het inderdaad een brug te ver.

De bijbehorende Afrikaans, tropisch temperaturen bleven uit, wat ook mijl op zeven is midden op de winterdag. Binnen was het aangenaam warm, maar ik keek tegen het licht in en mijn kinderschaar was net zo schaduwrijk als de grote slagschepen die langs voeren. Ik was in een andere wereld, een totaal andere beleving terecht gekomen. Er stonden tapasjes maar niemand nam een hap. De kinderen zorgden voor de afleiding, een glas chocomel dat omging over de kaart heen en een flinke val van de bank, die vals ophield te bestaan onder het grote kussen.

039

Buiten striemde de wind in het gezicht, het strand was verder dan ooit en de kinderwagen was niet te trekken door het rulle zand. Haha. Maar Andre bleef maar door de wisselende wolkpartijen heen gluren en twee dappere kleinzonen vertelden dat ze ook wat in het zand geschreven hadden. Ik was benieuwd naar hun tekst. Ik heb ‘ik mis je’ geschreven, zei de jongste van de twee, ‘Omdat ik hem mis’. ‘Maar je kent hem toch niet’, zei iemand. ‘Jawel, want er staat een foto thuis met….’en er volgde een uitgebreide beschrijving, die ik niet kan herhalen omdat mijn oren dichtsuisden .

088

Het aandoenlijke koppie, de kleine hand, die in de mijne schoof waren voldoende om de hele dag op haar plek te laten vallen. Die eenvoudige woorden: Ik mis je. Als opa, als persoon, als belangrijk mens voor zijn moeder. In mijn hoofd schreef ik ter plekke mijn eigen tekst, zodat, op goed geluk de woorden meegenomen werden door de wind, want het slagregende.

073

De afstanden waren letterlijk te ver. Volgend jaar dichterbij op een behapbaar Zuid-Hollands strand, met korte afstanden, de warme pleisterplaats om de hoek, geen industriële moderne witte fijnstofpluimen van meters hoog en dik als entourage, geen schuimende golven mijlen ver weg. Witte rook betekent doorgaans dat er een beslissing gevallen is en dat men door kan gaan. Maar hier hield alles aan natuur ons tegen. De beloning kwam toen we terug liepen naar de auto. Even was daar een halve regenboog tegen het intense blauwgrijs.

De weg terug naar huis liet alles zien wat zo’n dag te brengen had. Een buizerd op de lantaarnpaal, zon boven Schiphol, striemende regen en straffe wind vlak bij huis. Thuis in de veilige warmte, de boeken onder handbereik, kaarsen aan, klassiek bij Witteman en een andere klassieker, een voetbalwedstrijd, waarbij de een de ander volledig en historisch wegspeelde, de laatste met een andere focus, volgens schoonzoon, was het goed toeven.

Gedachten liet ik de vrije loop en soms sluisde ik ze weg aan de hand van flarden, die invielen en de weg bepaalden. Zo gaat dat op dit soort memorabele dagen, waarbij niets gaat zoals gedacht en alles altijd eigenzinnig uitpakt, maar ze niet minder waardevol maakt. In de mail een kattebelletje van de wijze, die aan ons dacht. Dit en ander medeleven weet, koester en omarm ik.

De bal kan nog zo rond zijn, hier werd hij vierkant ingekopt.

 

Uncategorized

Tot sterrenstof zullen we wederkeren

‘Uit sterrenstof zijt gij geboren en als sterrenstof zult gij wederkeren’, was de troostrijke gedachte die Leoni Jansen en Govert Schilling in de voorstelling Starry Starry Night ons voorschotelden. Ik had nooit verzonnen naar een dergelijke vermakelijke semiwetenschappelijke verhandeling te gaan, als de kaartjes niet waren komen aanwaaien.

010-2.jpgUnder construction(detail)

Rij drie, stoel drie en een uitmuntend zicht, perfect geluid en een fantastische bassist en gitarist als versterking. Govert hield zijn lectoraat en Leoni walste er haar liedjes doorheen. Bekende sterrenhemelaanbidders als Ground controle for major Tom als je op de zinnen wegdreef ‘And I’m floating in a most peculiar way/And the stars look very different today.’ Woodstock waarbij we al lang wisten dat we sterrenstof waren: ‘We are stardust, we are golden/We are billion year old carbon/And we got to get ourselves back to the garden’. Natuurlijk waren er veel meer. Leoni zong met haar zuivere stem de sterren van de hemel en ze daalden met hun betoverende kracht een voor een neer. Govert verbond ondertussen zijn wetenschappelijke kennis met lyrische overtuiging, de oerknal kwam voorbij, het zwarte gat, de uitbarstingen van de sterren in een regen van lichtdeeltjes en sterrenstof. Een prachtig verhaal over de Dominicaner monnik die de wetenschappelijke oerknal aan zijn theologische kapstok hing.

Zo zweefden we voort. Heerlijke afwisseling van aardse genoegens en hemelse gedachten, evolutieleer en poëzie. De taal der sterren kent vele vormen.

IMG_9847.JPG

Mijn Melkweg, die altijd bij het steelpannetje ophoudt en de Poolster, krijgen tal van dimensies erbij, een heel conglomeraat van zwevende sterren, lichtjaren ver, tijd bestaat niet of nauwelijks in de ruimte en de dikke Winkler Prins, die Govert er aan de duizenden pagina’s bijsleept, verduidelijkt de onnoemelijke, nee, onmetelijke afstanden die daar in het heelal gaande zijn. De nietigheid afgemeten aan  talrijke dundruk, de uitgebreidheid van een encyclopedie, een op schaal gemeten heelal. Mooier en duidelijker kan het niet voorgeschoteld worden. Tijdsbegrip heeft handvatten nodig en Govert reikt ze aan. Ineens schuiven de beelden in elkaar en ze worden begripvol aan de hand van een reeks boeken, van een bal en een speldenknop, dat fiezeltje.

Beeldend gezien geeft Leoni de nodige poëtische aanvullingen erop. Ze schetst het beeld van een meisje dat met haar vader aan het strand zit, waarbij ze kijken naar de ondergaande zon. Vol verbazing ziet ze de zon zakken. Haar vader corrigeert. ‘Nee lieverd,  dat denkt iedereen. De zon zakt niet, wij draaien  uit het schootsveld van de zon weg’, waarmee voorgoed een beeld veranderde in het hoofd van dat kleine meisje en nu, bij deze vertelling, in onze volgende ontmoeting met een ondergaande zon, pardon, wegdraaiende aarde.

011Olieverf op doek

We dompelden onder in de sterrennevels, met de verstarde Orion aan het firmament door zijn strijd met de Schorpioen en zijn ongelukkige  Zus Artemis, die hem per ongeluk doodde, maar hem ook het eeuwig leven schonk als lichtend voorbeeld. Verstarring, versterring, versterven, versterfelijkheid, begrippen worden nieuw leven ingeblazen nu ik in de materie duik, woorden zweven in mijn talig heelal rond, barsten in een oerknal uiteen en bruisen ideeën.

Het zoetgevooisde, lieflijke Woodstock van Crosby, Still, Nash and Young brengt me terug naar lang geleden, mist de uitwerking niet.

Ik droom ‘Mannetjes op de maan met witte pakken aan, die hinkstapsprong en zwevend een vlag planten op het bolletje in een zwart/wit Televeetje met de afmeting van een schoenendoos en wij, ademloos, ervoor met deze songs op volle decibellen in het oor’.

De avond sluit met een meezinger, we mogen los. De stramme knieeën gestrekt, de hoeveelheid kennis gehusseld, daalt de sterrenregen op ons neer als een voile van licht.

Sterrenstof zijn wij en tot sterrenstof zullen we wederkeren.

 

 

Uncategorized

Dan komt de rest vanzelf

Er zijn van die dagen die een film start waar je liever niet in wil zitten. Het is geen slechte film op zich, maar een totaal onverwachte. Vandaag komen de woorden op mijn pad die weer een opening brengen voor het amorfe gevoel dat er opvolgde. Een lieve volger schreef: ‘Elk schijnbaar falen/wijst gaandeweg de richting/naar het punt van ongekend succes.’ Het gaat in dit geval niet over ongekend succes, maar het feit dat er een doel steekt achter schijnbaar falen. Zo voelde het gisteren. Ik ben tekort geschoten. Maar kennelijk, volgens de stelregel,  is er nog niets verloren. Er wacht een uitkomst met een tree hoger te klimmen. Niet op de ladder van succes, maar op de ladder van begrip en liefde.

Het overrompelde zo, dat ik niet meer helder kon denken. Ik ben een boek voor de leesclub aan het lezen, dat ‘Wees onzichtbaar’ heet. Dat wilde ik zijn. De dag uitgummen had ook gekund. Ik heb mezelf afgevraagd, waar ik dan de fout in ben begaan. Ik heb alle handelingen uitgeplozen. Ik heb de woorden, voor zover ze terug te halen waren, gewikt en gewogen. De lading die er aan verbonden werd, kon ik er niet uithalen. Nu ben ik in de war.

Vandaag is de dag om de focus te leggen op het verleden Ik parkeer het vermeende onvermogen en het unheimisch gevoel, in het vertrouwen dat met de tijd de raad zal komen. Ik heb wel het idee dat er bepaalde consequenties uit voort zullen vloeien en dat is dan zo. Echte vriendschap kan een stootje hebben.

1158

Het is 26 januari en een bijzondere dag werd het 18 jaar geleden. De vader van de kinderen overleed. Al langer en rusteloos probeerde hij het leven vorm te geven. Maar het lukte niet. In een ogenblik kan een situatie totaal veranderen, een wereldbeeld 180 graden draaien. Je weet dat wat was, nooit meer zal zijn. Ieder van ons, alle mensen die hem liefhadden en kenden, hebben dat idee een plek moeten geven. Niets is zo eindig als een definitief afscheid. Daar verbleekt elke andere twijfel bij.

In het hoofd kleuren herinneringen zachter. Het worden pastels in een bijzonder licht. Morgen zullen we naar het strand gaan. Al jaren neemt de zee onze boodschappen mee. Het is een terugkerend ritueel dat verzacht en troost schenkt. Woorden die je denkt een podium te geven door ze mee te laten voeren in een oneindige beweging. Dat doet zee. Zoals ze ooit, jaren geleden, de as mee heeft genomen. Zee was huisje op het strand, forten bouwen, wandelen, uitwaaien, zee was meer jij en de kinderen. Onze wandelingen vroeger zijn allang verbleekt bij die latere zee.

buizerd in noorderpark 7

Voor mij is het nog meer de buizerd die heel soms boven het voetbalveld cirkelt, maar elke dag op de lantaarnpaal zit, daar waar de A2 overgaat in de A27. Hij zit er elke dag en kijkt naar beneden, stel ik me zo voor, met trotse blik. Zoals ik hem vond in de havik van een paar jaar geleden, die voor mijn ogen zijn kostje scharrelde. Het verzacht om een personificatie aan gemis te verbinden. Een nieuw leven in vrijheid is zoveel meer dan het gemis hier beneden.

Gisteren verloor ik een stukje vertrouwd gevoel, vandaag hervond ik het vertrouwen. Het klopt. Elke stap terug betekent twee treden omhoog. Dat hou ik voor ogen en dan komt de rest vanzelf.

 

 

Uncategorized

Wat kunst al niet vermag

Een jongetje dat helemaal opgaat in het stuk. Hij klapt, hij stuitert bijna van de bank. Hij is te bewegelijk, stoort anderen met zijn gefladder, maar ik smelt als ik de gelukzalige glimlach op zijn gezicht zie.

De juf ergert zich zichtbaar. Kijkt verstoord om, steeds naar hem, terwijl er om hem heen ook wel wat gebeurt. Haar focus ligt niet bij de dans, niet bij de andere kinderen, niet op haar collega’s of mij, maar slechts op hem. Ik zie het verbeten trekje om haar mond. Het vreet zich dieper en dieper. Op het podium is er een scene gaande waarbij totale anarchie heerst. Iedereen laat zijn eigen binnenbeest los en niemand luistert meer naar de vormgever van het experiment. Ze dirigeert iedereen in een hoek, ze bijt van zich af, nijdasserig versterkt het zich, ze begint te schreeuwen en daarna brult ze in een oerkreet al haar ongeloof en onmacht uit totdat ze in een catarre verstard.

002-5.jpg

De juf spiegelt zich onbewust en het jongetje dat in het lawaai steeds wiebeliger en beweeglijker wordt, maar die lieve grijns oprekt van oor tot oor, moet het ontgelden als hij per ongeluk in zijn enthousiasme een buurman van de bank stoot. Als door een adder gebeten springt de juf op en sleept hem aan zijn arm de gymzaal uit. Hij protesteert nog zwakjes, maar dat levert alleen een verbetener aanpak op. Na de voorstelling zit ik naast hem en vraag hem hoe hij het vond. Hij heeft genoten. Ik vertelde hem dat ik dat kon zien én dat ik er dubbel blij van werd. Echt waar? Het jongetje keek me vol ongeloof aan.

Tijdens de fantastische voorstelling zat er ook een andere jongen naast me. Hij bleef om zich heen kijken, aandacht trekken met getrommel op een van de twee paarden waar de bank tussen geklemd was en volgde gespannen de onrust op het toneel. Het werd hem duidelijk te veel. Hij vond het zo spannend, dat hij toch bleef kijken tussen alle afleiding door. Hij trommelde zijn onrust weg, ritmisch, op de maat van de muziek en als hij uit de pas was, trommelde ik voor. Zo hadden we ons eigen spel zonder woorden. Hij, de kleine trommelaar en ik. Dan keek hij me vol ongeloof aan, terwijl ik snel mijn ogen weg draaide. Aandacht zou de woordeloze communicatie veranderen en teniet doen. We genoten beiden.

004Natte kleding drogen voor de tweede voorstelling

Er waren twee keer honderd kinderen tijdens een dansvoorstelling van Binnenbeest van De Dansers en de jonge dansers, vijf in getal, konden 50 minuten lang de aandacht nagelen. De eerste, de kinderen van een wat onrustige speciale groep, drukten bij het lawaai de handen tegen de oren, doken ineen bij het schelle geluid, maar tot het uiterste getriggerd volgden ze ook ademloos de grappige, koddige, uitdagende, beweeglijke dansers op het podium.  De grote groep daarna was muisstil op de lachsalvo’s na.

Het was weer een topdag. Op het moment suprême zat de buurman van de trommelaar na afloop te huilen op de bank in de kleedkamer, waar ze hun schoenen uit moesten doen. Iemand van de andere school had zijn laarzen laten staan en de zijne aangetrokken. Hij dacht dat er enkel nog meisjeslaarzen stonden en weigerde die aan te trekken. Hij haalde alle argumenten aan die hij maar kon verzinnen o zijn verzet te rehabiliteren. Zijn moeder, meisjeslaarzen…zijn moeder weer. Aan het hoopje verdriet en wanhoop kwam geen eind, ook niet nadat ik de ander school gebeld had, dus nam zijn begeleidster, de stagiaire, het kind op de rug, galoppeerden we als echte paarden, die hadden we net gezien, naar de auto en reed ik spoorslags naar de andere school. Laarzen omgeruild. ‘Zie je het waren precies dezelfde, geen meisjeslaarzen.’ De opluchting was groot. Ik was niet zijn vriend, maar wel een goed alternatief.

Ook aan fijne voorstellingen komt een eind. Opruimen, kletsen met de dansers en de regisseuse en op huis aan met een warm gevoel. Wat kunst al niet vermag.

Uncategorized

Zoete dromen

Dat je denkt zeeën van tijd te hebben en dat die binnen een seconde van bedachtzaamheid zijn opgedroogd tot een half uurtje, dát. Vooral als je net je ogen hebt opengeslagen. Op die momenten zou ik de tijd terug willen draaien. Met de kinderen deed ik dat wel eens letterlijk. Ik riep dan: ‘Stop schatjes. Laat alles vallen. Even overnieuw’. Dan draaiden we met ‘jabbertalk’ aan een denkbeeldig wiel en begonnen overnieuw. Het is zo’n heerlijk spontaan bewustwordingsmoment, waarbij je een mindset kon maken. En het werkte!

023

Maar nooit als het op tijd aan komt. Haha, de minuten slaan me per seconde om de oren. Het was een latertje, de avond ervoor. Ik had les in Utrecht. We waren allang wéér de tijd vergeten. Om rond elven reed ik weg van de pittoreske kade, het glibberde en schoof, maar het zag er prachtig uit. Ik had niet langer privéles, maar er was een cursist bijgekomen en het was weer pittig maar waardevol geweest. Het accent lag op kijken. Dat moet niet moeilijk zijn als je je ogen gebruikt, hoor ik jullie denken. Niets is minder waar. Het is een fenomeen, datje al heel lang kan oefenen, maar waarbij je toch ziende blind als een olifant door de porseleinkast stommelt. Met de ogen op een kier keken we naar mijn jongetje. Hij stond verkeerd in het beeld. Waarheid. ‘Dan gaan we overnieuw’. ‘Nee joh’, zei mijn teacher in roll, maar de wil om nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de beren op mijn tekenpad, bracht een bepaalde standvastigheid boven. Natuurlijk wel. Met titaan is het makkelijk blörren. Binnen een tel was de vorige sessie verdwenen. Kijk, daar werkte het wel. Dus veel is er wel aan tijd terug te draaien. Je begint eenvoudigweg opnieuw. En weer liep ik vast….

‘Alleen een ezel stoot zich twee maal aan dezelfde steen’, mompelde het verleden over mijn schouder. Nou…ik kan het wel drie of vier keer hoor. Ten slotte stond ik echter zelf de aanwijzingen op te sommen. Ik zag het eindelijk. Het effect is of je het licht ziet, maar het kwam pas ná de handeling. Eerst had ik nog tersluiks opgemerkt dat ik nóg niet was opgeschoten. Daar greep mijn stut en toeverlaat in. Ze deed wat meer dan waardevol was. Ze noemde de reeks leerpunten op, waar ik mee had geworsteld en die ik had overwonnen. Ik keek nog eens naar mijn paneeltje en toen pas vielen de schellen van de ogen. Nee, ik ben er nog lang niet, maar er waren hobbels en obstakels en ik ben tot in het diepste diep gegaan om ze te overmeesteren. De basis is waar het om draait. ‘Kill your Darlings’ is een meesterlijke uitdrukking en niets is minder waar, maar alleen als je de vesting weer opbouwt, steen voor steen, en de problemen tackelt. Als het niet lukt, weer en weer en weer. Eindeloos vertrouwen in dat ene licht dat komt, het kwartje dat valt, de kennis die indaalt, op het juiste moment dat het komen moet.

022

Met mijn ‘collega’ ging het precies zo. Ze had een fantastisch opzetje van een portret gemaakt en was er toen met straffe lijnen in aan het werk gegaan. De hardheid van de kleuren werden stukje bij beetje aangepakt en opgelost. Kijken, terug lopen, nog weer kijken, terug lopen, nog weer kijken en proberen. Het effect werkte verruimend. Ineens wisten we allebei tegelijkertijd dat dit onnoembare precies was, wat we we wilden leren in deze cursus. De kracht van het geheim van deze meester. Als het in woorden gevangen moet worden, is het niet mogelijk. Kijk, luister, doe. Dát, bovenop alle andere kennis en telkens weer.

Thuis in bed, al ingedoezeld van vermoeidheid, schoot ik wakker. De Parkmobile. Haastig greep ik mijn mobiel. 82 cent stond er in de geschiedenis. Ik had 82 cent uitgegeven en de rest van de avond heeft de auto onbetaald onopgemerkt staan wachten op mijn terugkeer. Dat scheelde weer een tientje. Met een grote grijns, de glorie van het overwinnelijke, op het netvlies, dook ik terug in mijn zoete dromen.

Uncategorized

Een leven lang

Kinderen, wat een bron van inspiratie zijn ze toch. Vanmorgen bij de voorstelling, zat, terwijl alle informatie verder over zijn hoofd heen uitwaaierde, een jongen op het puntje van zijn stoel. Hij had een guitig koppie met een ontwapenende lach, die niet van zijn gezicht week. Hij keek zijn ogen uit. Naar de beelden, naar de acteur, naar de kast. Iedere keer als er een verborgen of openlijke grap langs kwam schaterde hij het uit en stootte zijn buurman en vrouw aan. Nog net geen dijengeklets. De emotie was van zijn gezicht af te lezen ondanks de gebeitelde glimlach. Een nog nauwelijks beschreven open boek.

002

De kunst van de humor is om het net niet teveel boven de kinderen uit te laten stijgen, maar ook niet te laag in te koppen. Het mag aan grenzen raken. De doelgroep vijf, zes, zeven heeft vileine humor. Na een reeksje wereldmuziek kwam er ineens een modern populair ‘meisjes’muziekje tussendoor, dat onmiddellijk herkend werd en een enorm lachsalvo ontfutselde. Ik moest om uitleg van de grap vragen. De ‘bad jokes’ werden met ongeloof ontvangen of lokten een schuchter glimlachje uit. Dat zal ie toch niet bedoelen. ‘Het is geel en je kan er op staan…een kui….’. Dit soort gruwelijke mokerslagen tussen de goedmoedige speldenprikken gaven de waarde aan het spel, verrijkten de intentie, juist omdat ze de waanzin van dit soort harde grappen niet schuwde. Het is de kennis van de meester die de taal van zijn leerlingen spreekt. De laatste groep was een woelige groep, onrustig vaak, maar ze waren in de handen van de acteur mak als een lam, plooibaar als was. De leerkracht kwam het hem nog in het bijzonder vertellen. Ik had de ervaring niet willen missen.

Adrianus I  (middeleeuws schilderij van onbekende schilder

Ooit had ik een wonderlijke leraar geschiedenis. Hij was tevens het hoofd van de school. Als hij binnen kwam dan draaide hij zich om naar het bord, pakte een wit krijtje en riep: ‘Schrijf op, één…’. Daarna draaide hij zich om met de wisser in zijn hand, gooide het als een ongeleid projectiel tegen het prikbord achter in de klas aan en begon te vertellen. Fantastische verhalen over dappere ridders en wenende jonkvrouwen, woeste kenaus en barmhartige Florence Nightingales die vochten en zalfden, boude uitspraken, rauwe beweringen en lieflijk gefluister. Voor mijn ogen begon het fluweel te ruisen, de voiles te golven, de witte volanten te waaieren. Paarden galoppeerden voorbij, strijd was er, bloedig en rauw, het kermen, de bedelaars met hun nap, hun lompen, de modder, de drek. Ik kon het ruiken. Zoals ik het gebraad rook, het gerstenat zag schuimen, de verwilderde ogen van de angstige paarden. Geen rust meer in mijn hoofd zolang hij aan het woord was. Schrijf op, één, maar ik had geen woorden voor de waterval aan taferelen. Op de golven van mijn eigen fantasie zwom ik in die woelige zee der verbeelding. Thuis bestudeerde ik de getekende platen in het boek. De kragen, de stoffen, de mantels, de wambuizen, de schoenen en de lange gewaden met de verhoogde taille.

013

In mijn kledingkast ligt onderin nog altijd een witte bloes met de wijd uitwaaierende geplooide mouwen, ruimvallend, een schildersbloes, nee, meer dan dat alleen. Een stil verlangen naar de verhalen van toen, een weemoed naar de opgeroepen beelden van weleer. De nostalgie van de leerling voor haar oude meester, die de taal van zijn leerling sprak en daarmee de verwondering wekte. Ze duurde al een leven lang en zal nooit ophouden te bestaan.

Uncategorized

De volgende zet

Leusden lag een kleine file te ver weg. Maar met moed beleid en trouw haalde ik ruim op tijd de Tuin. Wat een lieflijk en intiem theatertje is daar verstopt achter het grote winkelcentrum en de borden met werk in uitvoering, omleidingen en verwarrende aanwijzingen. De klein Prins reed onverstoorbaar en in een rechte lijn naar de plaats van bestemming, zoals het een echte prins betaamd.

Een uur voor aanvang en nieuwe kindersnoetjes was alles al in stelling gebracht en het decor opgebouwd. Het hele theatergezelschap dat ik in mijn hoofd had bestond uit zegge en schrijve een man. Vol verbazing hoorde ik dat hij de speler van de Wagners opera van een paar dagen er voor was geweest. Toeval? Daar geloof ik allang niet meer in. Het leek erop dat als een rode draad door de voorstellingen heen de ontdekking van de acteur als het door mij bewonderde idool van een vorige voorstelling zou worden. Er zijn vervelender rode draden geweest. Er ontspon zich een genoeglijk gesprek over het thema van het verhaal. Afscheid. Fantasie en realiteit vlochten zich door elkaar. De kinderen kwamen binnen. De groepen vijf. zes en zeven met hele kleine krielkippen en lange lijzen. Verwachtingsvol, luid kakelend om de spanning te verbergen, was het wachten op de laatste groep fietsers. De juf met rode vlekken in de nek ‘ Sommige hadden hun sleuteltjes nog binnen liggen toen we op het punt stonden te vertrekken grrrr. ‘ Zo gaat dat.

001

De jassen werden op de tafel gelegd of gesmeten, zorgvuldig opgevouwen of in een das geknoopt, zoals een jongen deed. Tergend langzaam, alsof er geen hele theatervoorstelling aan het wachten was op de laatkomers. Met zachte drang maande ik hem tot haast. Het manusje van alles wilde het woord om te vertellen dat ze naar het toilet moesten als er nog nood was, want tijdens de voorstelling was het niet meer mogelijk. Giebelend doken de meisjes de dameswc binnen. Enkele jongens maakten van het aanbod gebruik.

‘Hans’ stond al in tenue te wachten en hield eerst een praatje vooraf. Wisten ze wat onverschilligheid was. Niemand. Hij haalde termen aan, die hen allen bekend waren. Boeien, What-Ever, kan mij ’t schelen. Iets om over na te denken. Geen moralistische preek daarna. Alleen die zinnetjes. De kiem was gezaaid. Daarna werd gevraagd of ze wel eens afscheid hadden moeten nemen. Daar kwamen de verhalen over een opa, een scheiding, vakantie, een verhuisd vriendje, een vader, het konijn of de cavia. Dezelfde die ik altijd weer hoorde in mijn eigen groep met kinderen die jaren jonger waren. Afscheid zit in alle groeven van elke ziel, daar valt niets aan af te dingen. Scheiden is lijden, zeiden ze vroeger. Het is de waarheid, hoe oud of jong je ook bent.

003

Het stuk was komisch, avontuurlijk, eigentijds en had een bijzondere ondertoon. Ze waren geboeid en doodstil, lachten om de grapjes, werden geraakt. Een jongen had zijn moeder aan de zijkant zitten. Hij wist het en was behoorlijk aandacht aan het trekken. Voeten op de stoel van de voorganger, kletsen met de jongens naast hem en speelde met zijn sleutels zodat ‘Hans’ uit zijn rol moest stappen om hem te waarschuwen. Hij keek steeds tersluiks naar zijn moeder, alsof hij wachtte tot ze wat zou zeggen. Ze negeerde het. Misschien wel de beste oplossing. Meester of juf reageerde niet.

Het sprookje eindigde met een lang en gelukkig leven voor Hans en zijn mooie prinses en voor de kinderen met een prachtig nieuw verhaal om op door te bomen en te ontleden. De boodschap was duidelijk.

Bij de jassen stonden ze weer te babbelen, maar de toon was anders. Iedereen had zijn jas al aan. Bij een van de tafeltjes stond de jongen knoop voor knoop zijn jas van de das te ontwarren, verdween weer in zijn eigen universum. Ik maande hem stilletjes tot de volgende zet.

Uncategorized

Ze telt dubbel

Het was zo’n zonnige winterdag gisteren. Mooi scherp en droog weer. Mijn longen veerden op en hadden er weer zin in. Het zagen was gestopt en met volle teugen haalden ze de zuurstof binnen en ik de schoonheid. Waar ik de vorige dag geen meters kon maken, had ik er nu de pas weer in. Wat heerlijk om net te kunnen doen of er niets aan de hand was. Amelisweerd lag als een cadeau voor me open met een nieuwe strik. Er was een brandnieuw pad gemaakt van de parkeerplaats naar Rhijnauwen langs de zeven bunkers.

54.JPG

Er liep enkel een mijnheer met een hond en verder niemand. Dat vroeg om een nadere verkenning. Heer en hond waren op de hoogte van de laatste boerderij toen twee honden luid blaffend over de omheining sprongen en de lopende hond kwamen begroeten. We bleven alle twee stokstijf staan, heer en ik. Als in een ouderwetse film kwam er een vrouw met een schort over het erf gerend. Ze riep luid en waarschuwend de namen van beide honden. De twee raakten aan de praat en uit de lichaamstaal, een arm die naar de parkeerplaats wees en naar de honden, kon ik opmaken dat hond niet over dit pad heen mocht. De vrouw dirigeerde haar beide blaffers weer terug naar de boerderij. De  man keerde om. Ik groette hem vriendelijk.

53    4

Het was prachtig. IJskristallen waren rijkelijk uitgezaaid over de graspollen en gaven het hele weiland een fonkelend voorkomen. De zon zette extra luister bij.Halverwege was weer zo’n gemoedelijk klaphek, als waar ik in het begin ook door moest. Het geluid van het dichtvallen zorgde voor een Aha-beleving naar de knoestige klaphekken in de weilanden, waar we doorheen zwierven toen de kinderen klein waren. Halverwege kwam ik wandelaars tegen die door de laagstaande zon pas gezichten kregen toen ze dichtbij waren. Lieve vrienden, hoe was het mogelijk. Toeval bestond niet. Dochter, ooit, achttien jaar geleden onder mijn hoede, was erbij. Het leven suist voorbij als je er even bij stil staat, daar op dat nieuwe weggetje in Amelisweerd.

44.jpg    46.JPG

Langs het pad dat naar de schapen leidde, trokken de bomen lange statige schaduwen over het weiland. De schapen verblikten of verbloosden niet. De bruine keek me wat lodderig aan en maalde toen verder met zijn kaken. Lekker zo’n ijsje. Door Rhijnauwen liep ik terug en zag kleine pimpelmezen, mussen, duiven en hier en daar een verdwaalde kauw.

33.jpg

Poes kwam even aanlopen bij het oude gekrulde hek dat de tuin op slot hield. Ze gaf kopjes en mauwde wat. De oude bleekroze hortensia’s met de prachtige rode hulstbessen erachter luisterde haar wereld op. Het was geen onverdeeld genoegen, al vroeg ik me af waar ze thuis zou horen, want buiten en alleen leek me koud en eenzaam. Het oude schuurtje zou niet genoeg beschutting geven. Ze keek me na met een ongeschreven verlangen en draaide zich toen om.

25.jpg    27.jpg

Het was veel te druk bij de veldkeuken om aan te schuiven dus ik liep door en kwam op de brug nog een vriendin tegen met man en kind. Op zondagen is half Utrecht aan de wandel in het oude vertrouwde bos. Als je de weg weet, zijn er altijd paden te vinden waar je je alleen op de wereld waant. Onder de oogverblindende ondergaande zon sloot ik de dag af met een bliksembezoek bij zus en broer. Het was, wat je noemt, een dag van aangenaam verpozen in eenvoud. Ze telt dubbel.