Overpeinzingen

De voelbare geborgenheid

Sinds gisteren leef ik met het verhaal van Jonathan Livingston, een verhaal van Richard Bach, omdat de kinderen me vertelden dat dat verhaal de rode draad was die door de afscheidsdienst heen liep. Het was een lievelingsboek van schoonzus. Neil Diamond heeft deze reis ook vertolkt en dat is gebruikt als de muziek bij de film die er van gemaakt is. Op haar verzoek begon men met het zingen van Imagine van John Lennon. Het zingen van dat lied is een mooie manier om duidelijk te maken hoe de wereld er eigenlijk uit zou moeten zien. Grenzenloos, vredevol, liefdevol en voor iedereen een warm bestaan, samen om met elkaar te spelen, te leven en te delen

Er werd gesproken, er was een boekje met het verhaal van Jonathan en een foto van schoonzus naast elke bladzijde, als sfeervolle muziek werd Neil Diamond gedraaid, door haarzelf uitgekozen, en tussendoor was er een gesproken woord, door de kinderen, de broer, de buurvrouw, de vader van de kinderen en haar beide pleegkinderen waaruit vooral naar voren kwam hoe nobel ze was en met haar grote hart openstond voor ieder die hulp nodig had.

Het verhaal kon je dan lezen als de muziek te horen was. ‘Jonathan is anders dan de andere zeemeeuwen, hij wil niet alleen maar eten zoeken, hij wil vliegen en daar het allerhoogste bereiken wat mogelijk was. Hij bereikt zijn doel door de prachtige duikvluchten, loopings of een langzame verticale rol en is in zijn element. Als hij denkt het ultieme bereikt te hebben en niet hoger meer te kunnen komen twee sterrenmeeuwen met hem wedijveren en houden alles met gemak bij. Ze vragen aan hem of hij mee wil om hogerop te gaan naar huis. En Jonathan kijkt naar de wereld beneden hem dat hem zo verschrikkelijk veel geboden had en zei: Ik ben bereid en vloog mee met de sterrenmeeuwen, naar die andere wereld, naar huis.’

Een mooiere verzinnebeelding van de weg die ze heeft afgelegd, vooral de laatste tijd met haar zieke lijf, dat steeds meer veren moest laten, is er in mijn beleving niet. En ja, ze was bereid.

Nadat ik gisteren mijn blog geschreven had, werd er hier hard op de deur gebonkt en Jona Pot geroepen. Lief snelde vanachter uit de hof naar het hek en het bleek de pakketbezorger te zijn, hij had niet de bedbank bij zich maar wel een pakje voor mij. Nou ja, een pakje…zeg maar pak en zwaar en prachtig versierd waarin ik de schilderkunsten van mijn lieve tante Pollewop herkend. Het bleek een echte moederdagdoos te zijn vol met kleine attenties, kattebelletjes, ontroerende brieven, tekeningen en schilderwerk van de kinderen, een gedicht over kletsen en etsen van kleinzoon 2, stroopwafels en Wilhelminapepermunt, een glas in lood om voor het raam te hangen en foto’s, geschept papier om bij het etsen te gebruiken en kaarten, zulke lieve en mooie kaarten. Samen met de herdenkingsdienst in mijn eentje schoot de emotie in pieken omhoog en omlaag, van traan naar lach en terug. Het had geen mooier moment bezorgd kunnen worden. De kinderen, schone kinderen en kleinkinderen zo dichtbij te voelen ook al ben ik zo ver weg is een heel intens houden van. Onze wereld. De wereld van John Lennon in een notendop, de voelbare geborgenheid.

Overpeinzingen

Voor altijd vrij

Ziezo, even rusten, maar de weg naar herstel ligt open. Vanmorgen een lang telefoongesprek met dochterlief, gisteren de jongen trouwens de hele dag door en lieve berichtjes over de app, daarna opgestaan na de gebruikelijke rituelen. Een en ander aan pijnen en pijntjes verbeten. Toch in de ochtend het plan om boodschappen te doen. Als ik het niet zou redden zou ik in de auto blijven zitten en Lief in de plaatselijke super het lijstje afwerken. Zo gezegd zo gedaan. Het ging goed, dus mee naar binnen, en ik redde het. Nu pas op de plaats.

Dat komt goed uit want rond deze tijd trekken mijn lieve schatten naar het crematorium om afscheid van hun tante te nemen samen met de rest van de familie. Het leek mij het juiste moment om een bijzonder iets dat we samen hebben meegemaakt met onze partners destijds, in herinnering te roepen. Op één van de vele gezellige avonden die we samen doorbrachten, hadden we het over een buitenleven. Heerlijk tussen de dieren, weidsheid om je heen, ruimte om te klussen of te scheppen, kortom alles wat niet kon op het huidige verblijf, zij op een woonark en wij in een huis met een maisonnette er bovenop midden in de randstad. Dus snuffelden we eens goed alle kranten na en leken iets gevonden te hebben. Een boerderij in Drente bij Dwingeloo. Het leek een exemplaar die ons op het lijf geschreven was. Natuurlijk wilden we het aanschouwen, dus wrongen we ons in mijn Renault 4 en reden we, al rokend en kletsend(toen heel gewoon, nu moet je er niet meer aan denken), naar Drente en rolden doorrookt bij een grote boerderij naar buiten. Twee heerlijke schuren waarvan nog van alles te maken viel en het huis zelf met de stallen, dat makkelijk op te splitsen zou zijn in twee huishoudens. Doodse stilte op het land erachter, vrij uitzicht over de weilanden en een eindje van het dorp af. Ideaal. Maar ons mooie plannetje viel al gauw in duigen. Er bleek een constructie te zijn waardoor het niet mogelijk was om een hypotheek te krijgen met een woonark. Daar viel het hele aanlokkelijke plan in duigen. Hoe anders zou het leven gelopen zijn als dat idee was doorgegaan.

In de jaren die volgden, stappen, kinderen, verbouwingen, diverse woonadressen en ten slotte zij in de woonark en wij eindelijk een huisje in een echte wijk, geen betonbuurt en er wás een boerderij vlakbij. Avondjes op de woonark, clubje hier, clubje daar, opleidingen, cursus zus en cursus zo, hoe gaat zo’n leven. Z’n gangetje. Haar honden en die ene van ons waren haar meer dan lief. Ik ken niemand die honden zo goed aanvoelt als zij. Met dat enorme hart stond ze ook open voor de dak-en-de-thuislozen. ‘Voor elk praatje is een gaatje’ een motto dat haar als een handschoen past. Al ruim dertig jaar aan de universiteit verbonden en zich daar als een vis in het water gevoeld. Grote steun en toeverlaat toen broer ziek werd. Zodra hulp nodig was, ging ze op pad met hem of om hem te zoeken. Vinden deed ze hem altijd, al was het maar door hun grote hartsverbondenheid.

Eigenzinnig en oprecht, een gouden hart, iemand die mensen met elkaar verbond. ‘Ik ben er vandaag niet bij, maar ik ben er toch en waar jij bent kun je me vast wel voelen of zien(als dat toch eens waar kon zijn), kom maar een keer in een van mijn dromen een borrel drinken, opdat ik weet dat je daar een mooi pensioen mag genieten. Geen pijn meer en voor altijd vrij‘.

Overpeinzingen

Daar kunnen we weer op vooruit

Ze komen op sluipersvoeten naderbij om je dan plotseling in alle hevigheid te overvallen. Ze zijn eigenlijk kleine gluiperdjes, indringers van het zuiverste water. Ik heb het over ouderdomskwalen. Net als je denkt het gaat opperbest, komt er eentje roet in het eten gooien door te gaan dreinen en zeuren. Eerst valt het wel mee om vervolgens op een onbewaakt ogenblik ten volle toe te slaan.

Toen ik klachten kreeg vorig jaar, waardoor ik me bij de uroloog moest vervoegen, had ik eigenlijk zelf de indruk dat de rek een beetje uit het weefsel was, daar beneden. Maar de urologe had een zetpil en ik slikte braaf. De klachten verdwenen niet, waren bij tijd en wijle irritant aanwezig om daarna voor een paar dagen te verdwijnen. .

Nu waren alle ligamenten aan het opspelen en kon ik gisteren nauwelijks meer zitten. Half liggend op de bank ging het nog wel. De nacht zal ik jullie besparen en vanmorgen was het nog niet best, zeker niet als er een hoestbui overheen ging.

Lief liet me gelukkig, hij kent zijn pappenheimer zo langzamerhand. Ik wil geen ruchtbaarheid, geen ach en wee, geen zalvende woorden, maar probeer door ademhaling te reguleren het zo draaglijk mogelijk te maken. Hij kwam af en toe eens kijken, koffie brengen voor het bevorderen van al die dingen die verlichting zouden kunnen geven en deed schietgebedjes onder zijn bezigheden. Zijn theoretische dokter kwam steeds meer bovendrijven. Lief heeft een artsenopleiding op zijn cv maar is daarna het onderwijs ingegaan. Sluimerende medische kennis van jaren her zijn heel goed te gebruiken bij kwaaltjes die zo oud als de mensheid zijn, zoals deze.

Zijn theorie, we hebben zo lopen sjouwen en schuiven, bukken en tillen aan die zware ledikanten en daarna begonnen de klachten. Opgeteld ligt dan de conclusie voor de hand. Alles wat de boel in het lijf nog een beetje bij elkaar houdt, verslapt. Ziedaar de gevolgen. Nu gaat hij eigenhandig aan het schuiven met de bedden tot ze goed staan en mag ik me vooral koest houden. Hij heeft een punt.

Gisteren hadden we nog wel een mooie kalme wandeltocht gemaakt langs het meer van Somogyviszló. Een onooglijk bordje aan het begin, ze schieten met scherp tijdens de jacht. Het deed hem onbedaarlijk lachen. Zoiets had hij in al die jaren hier nog niet gezien. Betreden was op eigen risico, uiteraard. Maar het was een duidelijk zichtbaar, wat hoger liggend pad langs het water. Je moest wel stekeblind zijn als je mijn witte blouse aan zou zien voor wild. De oneindige rust, kwinkelerende vogels, koekoek, nachtegaal, wielewaal, een buizerd, een luid roepende koekoek, eenden, een half vergane vos, die de jacht kennelijk niet had overleefd, en rijen bossalie druk bezocht door het icarusblauwtje en ook, eindelijk, door de koninginnenpage, dacht ik aanvankelijk, maar dat bleek toch de koningspage te zijn.

Het meer spiegelde de roomwitte wolken in het grote wateroppervlak even uitbundig terug. De omgeving waar we met Truus door heen reden, is uitgestrekt. De blauwe heuvels tegen het groen en bruin van puszta en akkers zorgt ervoor dat je verliefd wordt op dit landschap.

Lief kwam net vertellen dat er een zwaluwnest in aanbouw is onder de dakgoot van de buurman aan onze kant. Daar hebben we breed zicht op. Ze vliegen af en aan en kwijten zich van hun taak er een stevig nest van te maken. Leuk om te zien. Het is afwachten hoe de dag vandaag verloopt met dat gammele lijf van dit oude wijf. ‘Een lief oud wijf’ verbetert Lief . Daar kunnen we weer op vooruit.

Overpeinzingen

‘Het houd je van de straat’ zullen we maar zeggen

Ik lees een blog van Schrijfhart over luisterboeken. Ze dwaalt daarbij af naar haar jeugd waar haar moeder met haar zachte stem of haar vader op zijn kolderieke manier haar en haar broer iedere avond voorlas. Ze haalt aan dat het delen van verhalen de oudste vorm van vermaak is die er bestaat en ergert zich aan de discussie of iemand die verhalen beluisterd wel of niet een echte lezer zou zijn. Ik heb daar eigenlijk nooit zo bij stil gestaan. Lezen doe je voor je plezier. Om bijvoorbeeld af te reizen in een verhaal, om de mooie taal die gebezigd wordt, om geprikkeld te worden in het beeldend vermogen, om geïnspireerd te raken, om de uitdaging, om eenvoudigweg te genieten. Er zijn zoveel verschillende redenen om op te noemen.

Op school vond ik het een van de leukste activiteiten om te doen. Heerlijk. Ik in het verhaal, de kinderen in het verhaal en samen op avontuur. Iets mooiers was er niet. Geen kind die niet genoot van elk nieuw boek, dat ik uit mijn voorleesbieb toverde. Soms nam iemand een spannend boek mee. Zo staat de laatste sinterklaas in mijn geheugen gegrift, omdat een van mijn oudste jongens het boek van de Gorgels van Jochem Meijer had meegenomen en met glimogen van trots kwam meedelen dat hij het op pakjesavond had gekregen. Dat betekende een paar maanden lang elke dag de spannende belevenissen van Melle, de Gorgels en de vervelende Brutelaars. Iedereen van de groep, de jongsten zowel als de oudsten, kwamen aan hun trekken omdat het verhaal bijzonder geschikt was om er je eigen beleving uit te halen. Het was vooral spannend met grappige woorden. We ‘joebelabambamden’ wat af in die tijd.

Als het woord je maar bereikt en hoe, dat maakt niet uit. Er zijn immers vele wegen die naar Rome leiden en iedereen heeft zo z’n eigen voorkeuren. Voor mij is dat een boek, knisperende bladen, de geur en de manier waarop het jouw boek wordt als je het gelezen hebt. Een vriendin van mij wil, voordat ze een boek opent, dat niemand het nog bezoedeld heeft of ingekeken. Het is haar kleine zoete wens om als eerste de bladzijden om te slaan en het boek op die manier eigen te maken. Zo hebben we allemaal eigen wensen en verlangens en daar is niets mis mee. Leven en laten leven.

In het boek van MacEwan dat ‘Lessen’ heet, is bijvoorbeeld lichte waterschade ontstaan omdat de plantenspuit, waar ik mijn te bedrukken papier mee bevochtigd, gelekt had, terwijl het boek in dezelfde tas zat, op weg naar de Datsja. Haastig in de zon gelegd, uit elkaar een beetje en nu knisperen de bladeren nog veel meer. Dat verhoogt enkel de leesvreugde.

Gisteren hebben we geprobeerd de zware Auping spiralen in de ledikanten te leggen. Dat ging maar net. Twee oudjes aan het zwoegen met die zware last. Het moest immers over de zijkanten getild worden. En wat bleek? De matrassen zijn te groot. Nijvere Jut en Juul slaan aan het denken. Nu moeten we wat nu middenin is naar de buitenkant doen en dan de iets te grote matrassen over de leemte die op die manier ontstaat tussen de twee binnenkanten om ze zo te overbruggen met de dikke matras. Nog een keer de schouders eronder, dan maar. Het houd je van de straat, zullen we maar zeggen.

Overpeinzingen

En straks een echte

De klaprozen pronken allemaal met hun opwaaiende rokjes als variatie op het thema van Martin Bril en Oek de Jong. De natuur groeit en bloeit. Het trekt erg veel soorten bijen en hommels. Ze zoemen begerig en dronken van de nectar in het rond, hun pootjes zwaar beladen. In mijn hoofd spookt het gedicht ter afscheid, tekening ter afscheid en dat maakt alles dubbel. Had allang in de benen willen zijn, maar dat is nog niet mogelijk.

Gisteren schreef zus dat ze met Ice naar een grote Duitse stad zou gaan. Een hiaat in mijn weten. Wat is Ice. Geen gezelschap, zoals ik aanvankelijk dacht, maar een hoge snelheidstrein. Vergeten op te slaan in de herinnering of nu gewoon teveel aan het hoofd.

Lief gaat gestaag door met werken en klussen aanpakken om alles nog mooier en lieflijker te maken en voor mijn gevoel doe ik niets, omdat ik zit en schrijf. Hij vindt van niet hoor, maar het lijf vindt het ook te weinig beweging.

Gisteren reden we door het dorp Almamellék naar de boemeltrein die daar een stationnetje heeft gekregen. Het ziet er prachtig uit. Het boemeltje met twee wagons rijdt alleen op zaterdag. We wilden nog een stuk doorrijden om van de schoonheid van het land te genieten en kwamen allerlei soorten vogels tegen, we meenden de bijeneters te ontdekken en bij het navolgen van vogels die zich ophouden in de streken rond Magyarlukafa, bleek het inderdaad zo te zijn. Morgen nog maar eens in dit vogelrijke gebied gaan kijken, want Mei is een uitgesproken maand om ze te spotten. De wegen waren nog steeds abominabel slecht. Handig om de kuilen heen manoeuvreren, want je wil toch echt je assen er niet op breken en zo diep kunnen sommige echt zijn. We reden naar einddorpen als Csebény waar de Hongaarse szürkemarha, het grijze Puszta-rund, voor vredige taferelen zorgt als ze samen met een groep puszta-paarden onder de bomen kalm staan te grazen.

Onderweg buizerds, sperwers en valken, allerlei klein grut en het onmetelijke groene land met haar glooiende heuvels. Elk dorp is een einddorp dat overgaat in een wandelpad en waar er niets anders opzit dan om te keren om een doorgaande weg te vinden. Door dorpen met verkrotte ruïnes en huisjes naast de nieuwere vierkante huizen in alle kleuren van de regenboog, doorgaans pastel en dan ineens een uitgesproken fel oranje of roze. Overal de kerk in het midden en een herkenbaar burgemeestershuis met vlaggen, nauwelijks winkels, echte Hongaarse erven met allerlei bouwsels erop, zichtbaar van bij elkaar gescharreld hout, maar ook strakke gazons of keuterboertjes-achtige hoeveelheden bloemen, geranium is favoriet en allerlei potjes, kannen, kruiken, beelden. De kippen scharrelen er tussen door of lopen los rond in het dorp. Een groepje veldwerkers met bosmaaiers, in dit geval, vrouwen zonder helm of oorbeschermers. Maar altijd landelijke rust.

Daarna reden we via Sentlászló terug naar Szigetvar om boodschappen te doen en halen we alles in huis voor de Chinese Tjaptjoy, waar ik ineens onbedaarlijke trek in had, door een verspreking van Lief die de kontjes van de Tjaptjoy zo hard vond gaan. Haha. Hij bedoelde de baby-paksoi. Dankzij de tjaptjoy staat er nu wel een wortelkontje op water, eens kijken of die loof wil schieten.

In de ochtend schrijf ik een gedicht om afscheid te nemen van de periode dat schoonzus en ik samen het leven intensiever deelden en daardoor is de stemming wisselend van hoge toppen naar diepe dalen en terug. Je mag een bloem meenemen. Als ik kon had ik voor een veldbloem gekozen, ongepolijst, natuur in al haar kracht en dapperheid, zoals zij zelf was. Het gedicht deel ik op de memorie-site en steek er een kaarsje bij op. En straks een echte.

Overpeinzingen

Mei is er vol van

De dag verliep gisteren een beetje anders dan gepland. Lief was na de middag begonnen met het stofzuigen van de ledikanten die we op de zolderkamer in elkaar zouden zetten. Er waren vier bedden, twee aan twee, van een verschillende stijl. Oude statige ledikanten en twee een beetje in De Nieuwe Stijl van de jaren 1920/30. De laatsten moesten het worden. Lief had ze al jaren geleden eens in elkaar gezet gebruikt, maar wist niet meer zo goed hoe alles zat. Dus werd het puzzelen op niveau. Toen we eenmaal het eerste bed in elkaar hadden, zagen we dat de matrassen er nooit in zouden passen, die waren groter.

Dan toch de statige ledikanten. Bed uit elkaar naar de grote zolder andere bedden te voorschijn halen, afsoppen en in elkaar zetten. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen zat de binnenkant buiten en de buitenkant binnen, dachten wij. Het bleek een puzzel van formaat te zijn, want als het tussenschot er op de juiste manier in zat, leek het alsof de zijkanten van de bedden nu aan de binnenkant zaten. Het kon niet anders met de ophanging en dergelijke. Dan moest het maar zo. Dicht tegen elkaar aankruipen was er niet bij in ieder geval. Toen we klaar waren met puzzelen was de middag al bijna om. Morgen de Aupings erin hangen.

Tussendoor een belletje van dochterlief dat De zus van de vader van de kinderen was overleden. Maandag al. Dat was een schok, want we hadden gerekend op medio mei. Kennelijk was de toestand snel verslechterd. Ze speelde alle dagen al door onze gedachten. Vlak voordat we weggingen hadden we haar nog drie keer ontmoet. De laatste keer was fijn, want toen was ze alleen en niet met de escorte van de andere broer. We zaten in het restaurant tussen de boeken in een donker hoekje. De hond, een aanhankelijke soort schapendoes, was erbij. Ze vertelde over haar angst voor het verloop en gaf aan zelf te willen uitstappen als het niet meer zou gaan. Zij was ook degene met wie ik het gesprek had gehad over de voors en tegens van een lang ziekbed of een snelle dood. Nu was alles doorgesproken met de kinderen, had ze nog vragen kunnen beantwoorden, dingen zelf kunnen regelen en kon ze er in berusten.

Dochterlief stuurde de kaart door. Na de crematie zou er een borrel zijn in het restaurant om het leven te vieren. Dat was haar op het lijf geschreven. Even is de Hof dan wel heel ver weg. Maar vannacht heb ik over haar gedroomd en van alles kunnen bespreken. Dat voelde erg goed bij het wakker worden. Het leek op de sfeer in het restaurant met haar alleen. Ik weet dat het zo beter is dan almaar in angst te moeten zitten over zaken die een plotselinge wending kunnen nemen en waar je geest geen invloed meer op heeft. Ze zal nog lang bij ons blijven deze dagen. In flarden komen herinneringen boven drijven en zorgen er voor dat je bij tijd en wijle even stilstaat en wegdroomt, terwijl het leven van alledag verder gaat.

De klaprozen staan in allerlei stadia uitbundig te bloeien en gisterenavond stapte er een ooievaar over het veld naast ons achterland. Lief maakt tegen die tijd altijd een wandeling door De Hof om de nachtegalen en de koekoek te kunnen horen en de fazanten en tegenwoordig dus ook de ooievaar te begroeten.

Het leven van alledag. Mei is er vol van.

Overpeinzingen

Een aanrader dus, net als haar schattige schildpadden-familie

In de groene van deze week, die altijd braaf en dubbelgevouwen in de brievenbus wordt gepropt door het plaatselijke piepkleine postkantoor, wordt in de column ‘Opheffer leest’ een verhaal vertelt van een man die een boek in zijn hand heeft dat al door hem gelezen is, maar dat hij cadeau wil doen aan iemand anders. ‘Sommige boeken horen niet in een antiquariaat te liggen, omdat ze zo mooi zijn’ is zijn overtuiging.

Een vrouw spreekt hem aan en vraagt om een geheime leesstip. Hij zegt, ‘Dit boek is zo prachtig geschreven , zo mooi, zo leuk en de schrijfster is zo interessant’, Het blijkt het boek te zijn ‘In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van Beek’. Vervolgens mag ze drie bladzijden noemen tussen de 1 en de 521 en op die bladzijde leest hij dan een passage voor. Als ze het mooie zinnen, woorden of passages vindt mag ze het boek houden.

Daarna mijmert hij over het feit dat hij Fritzi Harmsen van Beek, ondanks de lofuitingen van de laatste tijd, de biografie van haar door Maaike Meijer en de Groene, nog altijd een beetje miskend vindt.

Nu had de biografie hier weer moeten liggen, dan kon ik een en ander opfrissen. Ik weet dat ze een eigenzinnig karakter had en ook wat chaotisch. Haar gedichten zijn vol fantasie, waarmee je regelrecht met haar wonderlijke kleine dieren een sprookjeswereld induikt en bovendien tekenen ze voor haar karakter. Ze maakt er grappige illustraties bij die haar kwinkelerende woorden nog meer versterken. De poezieboys Joep Hendrikx en Jos Nargy hebben aan haar een bundel gewijd, Fritzi genaamd en brachten ‘Een gulle ode aan het werk en leven van Fritzi’ op de Parade, waar ze vaker met succes ietwat in de vergetelheid geraakte dichters weer nieuw leven weten in te blazen. Heerlijke figuren als Hemelse Mevrouw Ping, Geachte Muizenpoot, Flipje in kabouterland dagen het beeldend vermogen tot in de kleinste details uit. Roland A Holst merkte op: ‘Ze schrijft met haar Stem’. Op internet valt er gelukkig nog heel wat bij elkaar te sprokkelen om het geheugen wat te ondersteunen.

De vrouw vindt, wat Opheffer opleest, prachtig en krijgt het boek als geheime leestip mee. Leuk zo’n actie. Om te doen en om te krijgen lijkt me.

Terwijl ik schrijf, stofzuigt Stoffie de kamer. Buiten regent het bij tijd en wijle pijpenstelen maar in tegenstelling tot Nederland schijnt dan altijd tussendoor de zon en warmt de grond dampend op.

Gisteren hebben we de logeerkamer boven en de voorzolder aangepakt. Dat was hard nodig. Er stonden maar liefst vier ledikanten en een opklapbed met spiraal of houten lattenbodems, dik onder het stof. Strijkplank en strijkbout naar beneden om in een sopje te zetten, bedden afstoffen en schoon zuigen, de grote achterzolder ordenen en zuigen. Twee ledikanten mogen naar de voorzolder, waar ze al eens hebben gestaan.

Omdat tijdens onze afwezigheid er nog wel eens wat insecten sneven in de hitte van de kamer kwam vanmorgen het lumineuze idee om op zoek te gaan naar twee klamboe’s. Zo volgt het ene idee het andere op.

Maar morgen gaan we er echt op uit om de boemeltrein van Almamellèk te verkennen. Hoe lang is de tocht, is het de moeite waard, waar brengt het ons. Alles voor het bezoek volgende week. En zo zijn er nog een paar leuke routes uit te stippelen. Broer van Lief is ooit wel geweest, maar toen kon hij vanuit zijn bed, door het slechte dak een glimp van de hemel opvangen. We zijn benieuwd wat ze nu van het geheel vinden en ook wat ze in die ene week willen. Er zijn zoveel mogelijkheden. Van kalm in De Hof verblijven tot een toeristische route in de omgeving of een wijnproeverij in Villany. We horen het wel en kijken er naar uit.

Dochterlief belde gisteren en vanuit een stralend Nederland zat ze Ibiza te vieren op haar piepkleine balkon en het zag er heerlijk uit. Ze heeft schildpadjes gemaakt voor een project bij het boek ‘Kleine Schildpad en de grote Zee’. Een aanrader dus, net als haar schattige schildpadden-familie.

Overpeinzingen

Dat is heel wat waard

De matrassen van de twee ledikanten die boven op de zolderkamer komen te staan, staan te luchten in de wind en het zonnetje. Ze zijn jaren geleden in gebruik, maar in de tussentijd is alles naar de grote zolder verhuist. Een matras bleef op de zolderkamer achter. De grote vogelkooi, op de foto in het midden van de twee matrassen, stond ook op zolder en krijgt zo een leuke plek op het terras. Tot onze opluchting zijn de matrassen in goede conditie gebleven. Daarmee kunnen we een tweede logeerkamer maken.

De zolder bracht me Frankrijk in herinnering. We logeerden daar elk jaar bij een vriendin, die er in een monumentale omgebouwde zijdefabriek woonde. Door de aanpassingen werd het een voorname woonstee, compleet met trap naar het bordes en heel veel grote ramen met kleine ruitjes. Die hebben we ooit voor een feest helpen zemen. Daar was je niet in een dag mee klaar. Wij sliepen of op zolder of in het souterrain. Omdat de eerste ook een behoorlijke afmeting had en er toch twee slaapvertrekken waren, wist ik ineens weer hoe ze dat gerealiseerd had. De kamers waren niet afgetimmerd, maar ze had er groot wit keperdoek tegen de balken aangeniet. Zo leek het op een grote Bedoeinentent. Het was dan ook geen wonder dat de kamers als vanzelf een Afrikaanse uitstraling kregen mede veroorzaakt door de inrichting. Lage bedden, kleurige tapijten en spreien, lage houten Afrikaanse tafeltjes en een hangkast, een tropenkist aan het voeteneind van het bed. Een grote leren poef aan de zijkant en een plankje met wat boeken. Meer was niet nodig om het sfeervol te maken.

Allerlei wilde ideeën voor de zolder hier schieten door ons heen. Maar eerst maar eens de zolderkamer zelf. Voor de rest hebben we nog tijd genoeg. Het huis en de Hof gaan aan alle kanten weer leven, dankzij het feit dat we er met z’n tweeën over kunnen brainstormen en de mogelijkheden goed afgewogen worden. Zo is het dubbel genieten.

Vannacht schoten de gedachten structuurloos heen en weer. Er ging van alles behalve slaap door me heen. De kinderen en kleinkinderen, een ernstig zieke zus van de vader van de kinderen, leven en dood, geluiden van het huis die al vertrouwd waren maar altijd worden waargenomen, het bliksembezoek van van de week. Zo werkt dat met overpeinzingen. Ook als je een boek leest en het pakt je nog niet helemaal of er is een moeilijke passage kan het gebeuren, dat je na een halve bladzijde weet dat je moet stoppen omdat het hoofd heel ergens anders is. Dat was dan ook de reden dat, bij het zien van de satirische uitvoering over de dodenherdenking van het programma ‘Even tot Hier’, ik geen ogenblik gedacht heb, dat het ongepast zou zijn of zoals ik las, minachtend of ongehoord. Juist bij dergelijke plechtigheden nemen gedachten vaker een vlucht. Daar draagt de hele entourage aan bij. Satire mag er zijn. Het leven is al serieus genoeg.

Hoera, de baby paksoi waarvan we twee kontjes op water hadden gezet na een tip van dochterlief, krijgt nieuwe groeischeuten. De oude uitgesproten aardappelen zijn ook al in het veldje van de pompoen en de courgette gegaan. Straks eten we onbespoten van eigen bodem en dat is heel wat waard.

Overpeinzingen

Maar op zijn minst de richting

Een mailtje, of we de slaapbank, die deze week zou komen, vooraf wilden betalen. Daarvoor moesten we naar de winkel terug, want Lief kan met het Hongaars goed uit de voeten, maar in dit geval was persoonlijk contact toch beter, dacht hij. De juffrouw achter de kassa was allerliefst en oprecht geïnteresseerd in welke nationaliteit we hadden, complimenteerde Lief met zijn Magyar en of we hier woonden of op vakantie waren. Een warme glimlach. Ziezo, bank betaald, nog wat kleine benodigdheden meegenomen en eindelijk slopen in de kleur en zonder bloemetjes. Nu maar hopen dat er deze week nog geleverd kan worden.

Boodschappen bij de Aldi, altijd fijn, die hebben mijn eigen wijnmerk en gewone lichtgewicht sesam-crackers, bovendien duikelden we Chinese noedelsoep op. Met de tassen volgeladen weer op huis aan.

Met deze dag die al begon met het neerleggen van het wilde bloemenzaad, dat ingebed was in papier nog voor de zon op het stuk grond zou schijnen en die je als strook neer kon leggen onder een bescheiden laagje aarde, ben ik de tijd kwijt. Ineens is het nu al bijna kwart over vier terwijl het net nog acht uur was. Waar sprokkelt een mens nieuwe tijd. Er moest in feite nog een hele middag zijn.

Om bijvoorbeeld verder te gaan aan het doek uit de serie ‘Hongaarse vrouwen’. Ze heeft zo’n lief hoofd, zo’n allesomvattend wijs gezicht,, peinzend, iet of wat naar binnen gekeerd en toch ook een tikje hulpeloos, met vermoedelijk een te zware tas in haar handen geklampt. Dat stel ik me tenminste voor. Verbeelde handen. Ik had die dag eindelijk weer eens inspiratie om naar het atelier te gaan en er verder aan te werken, maar ook om afdrukken te maken van de ets van de twee Indiase vrouwen. Alle ramen gingen wagenwijd open. Zo ving ik tegelijk de geluiden uit het bos. De nachtegaal natuurlijk, de lijsters achterin, de koolmees en de karakteristieke luide roep van de Wielewaal. Het uitzicht is prachtig, één op het bos en één op het land van de buurman met zijn sokkippen en sokhaan. Koddig waggelende dikke kippetjes en een trotse Haan, die een flink stuk grond hadden om rond te scharrelen. Iets voor Annie M.G. Schmidt, denk ik altijd, die daar meesterlijke verzen en rijmen over heeft.

Daarna Lief bewonderd, die het verleden aan het afsluiten is met een zen-waardige verbranding van zijn bewaarde parafernalia in de buitenoven, ver uit de buurt van de Datsja, om mijn longen te sparen. Onderweg zag ik een jonge merel, die zich vooral stil hield, omdat hij wist niet snel genoeg te zijn en dan kan je maar beter je gemak houden. De wilde apothekersroos was op de plek, waar de oven was neergezet vlak naast het stuk achterland, welig gaan tieren en had dankbaar gebruik gemaakt van een aantal aanwezige bomen. Een waterval van bloemen. Door het poortje heen maakte ik de foto van die idyllische aanblik. Dan terug om te gaan afdrukken. Op de een of andere manier zijn er nog steeds kinderziektes in het proces. Of het papier is niet nat genoeg, de inkerving te oppervlakkig, de inkt van mindere kwaliteit, of niet het goede papier, of het afslaan verloopt niet volgens de regels. Het blijft experimenteren. De dametjes komen maar matig uit de pers. Niet getreurd morgen weer een dag.

De grote zwarte houtbij is van slag door de draaiende wind. Hij dwaalt doelloos van hoek naar hoek. Misschien is hij ook tijd kwijt net als ik, maar op zijn minst de richting.

Overpeinzingen

Zoals het op een dag als gisteren betaamde

Dat is mooi. Op de dag van de bevrijding ontsluit klaproos haar knop en siert de wereld met haar papierzijden bloem. Ze viert haar eigen vrijheid. Korenbloem heeft er ook zin in en volgt het voorbeeld enkele uren later. Natuur is een mooi voorbeeld van hoe het zou moeten zijn. Leven en laten leven.

Als ik terug kom van het concert dat door de vogels gegeven wordt bij de Datsja ontdek ik vlak voor de klaproos een druk zoemend, tja, wat eigenlijk. Het lijkt op een bij en op een kolibrie, met zeer spitse snuit of tong en snel wapperende vleugels. Google leert ons dat het de Grote Wolzwever is. Wat een wonderlijk en nijver diertje. Er blijken veel meer soorten van te bestaan. Met mijn heldere blik is een onderscheid eindelijk weer te maken. Dat heeft lang geduurd.

Met mijn sloffen nog aan was ik naar achter geslopen door het natte gras, voorbij de lijsters en de merels, waar nachtegaal jubelend zich eindelijk voluit liet horen met het prachtige geluid van de wielewaal er tussendoor.

Gisterenmiddag hoorde ik bij het hek Lief ineens praten. Hij kwam terug met het verhaal dat zijn ex met de camper voor het huis stond. Dat was even schakelen omdat hier niemand onaangekondigd op visite kwam. Ze had geprobeerd te bellen die ochtend, maar dat was in het feestgedruis van werken op het land niet aangekomen. Er was thee of koffie en ze wilde naar de plek waar al heel lang vijf honden van Lief en zij begraven lagen. Traantje wegpinken en koetjes en kalfjes gebabbel. Even dreigden we alle info te krijgen over dierbare gestorvenen, maar het lukte steeds om het onderwerp een positieve richting op te duwen. Ze vond het huis goed opgeknapt. In de tijd dat zij er woonde had de veranda nog een strooien dak en waren in de kamers oude kozijnen met een overbevolking aan insecten.

Even ging het gesprek de diepte in toen ze van haar avontuurlijke aard vertelde en het feit dat ze te rusteloos was voor een vaste relatie. De camper bracht uitkomst. Nu kon ze bij tijd en wijle er een paar maanden tussenuit. ‘Rust krijg je als je in jezelf kan wonen’ merkte ik op. Dat was een van de dingen die ik de laatste jaren vooral heb geleerd. Dat werd volmondig beaamd. Ze beschreef hoe ze van plan was verder te trekken en daar was inderdaad nauwelijks een adempauze in te bespeuren. Even hier en even daar. De camper sluit zich naadloos aan aan haar aard en is daarbij een hulpmiddel bij uitstek.

Het hondje dat ze bij zich had kreeg uit een oude bak van de andere honden water en slurpte het gretig op. Lief genoot ervan. Hondenliefde vergaat niet.

Nadat ze vluchtig door het huis was gelopen en de veranderingen had bewonderd ging ze er, na een paar foto’s te hebben gemaakt voor dochterlief, er weer vandoor richting camping in Pécs. Er stonden nog een aantal te bezoeken adresjes op haar lijstje.

De rust daalde neer. Kalm kabbelde de namiddag voorbij. Een lichte maaltijd werd een couscous met zoetzure saus, in een handomdraai klaargemaakt. Daarna konden de stoelen naar de zon bij de berk versleept om de dag uit- en de avond -in te luiden. Vogels weten niet van herdenken, insecten ook niet. Als cadeautje kwam de mooie Atalanta ons begroeten en erbij zitten. Stilletjes, zoals het op een dag als gisteren betaamde.

Overpeinzingen

Een dag als vandaag

Gisteren keken we naar een filmpje van de filosoof en zijn zus die de Benjamin van de familie op visite hadden. Onverwachts, voor ons tenminste, brabbelde hij ineens hele zinnen en tante Pollewop wist zonder aarzelen te vertellen dat hij het over Nijntje had. Een goed verstaander heeft immers maar een half woord nodig.

Er komen meer beelden langs, foto’s van de kleine krullebol die in de moestuin helpt, en onze lieve kleine stralende kleindochter, die met een brede glimlach een banaantje verorberde.En een foto waarop te zien is dat mijn tuin gemaaid is door dochterlief en ook daar lopen de filosoof en tante Pollewop. Vanmorgen in alle vroegte zag ik een klein yoghurtmonstertje, die zichzelf met een gouden lepeltje aan het bedienen was. Helemaal alleen met papa in de buurt om een oogje in het zeil te houden natuurlijk. Dus kreeg ik honderd lekkere yoghurtkusjes dwars door de aether. En Dribbel ligt iedere middag diep in een koortsslaapje verzonken, zie ik op de video die dochterlief laat zien, terwijl mijn lieve kunstkanjer toegelaten is op de lievelingsschool van zijn keuze, daar waar hij het portfolio voor nodig had en dat we samen gemaakt hebben. Het gemis is meer dan missen alleen. Deze deelbare wereld zou eigenlijk één moeten zijn. De Hof is groot genoeg voor een familiefeest, dartelende kinderen, klaterende stemmetjes tegen de bomen, kampvuurtjes maken, aardappelen poffen, broodjes bakken, wandelstokken snijden, dood hout bewerken, uitgebreid groente roosteren, speurtochten houden over de kruip-door-sluip-door-paadjes, dansen op het pas gemaaide gras.

Kijken naar Volle Zalen, heerlijk programma. Cornald Maes ontmoet de zanger en kleinkunstenaar Sven Ratzke in Berlijn bij het graf van Marlene Dietrich. Haar graf is onopvallend en bescheiden, haar toneelnaam Marlene staat op de grafsteen, niet Dietrich, niets van dat alles. Een tekst die luidt: ‘Hier steh ich an den Marken meiner Tage’. ‘Hier sta ik op de grens van mijn dagen’. Ratzke denkt dat ze zich ter plekke zou omdraaien als ze wist dat ze in alle bescheidenheid daar ligt. Ze gaan door met het aimabele gesprek en Ratzke geeft toe er een beetje tegen op te hebben gezien om naar de begraafplaats te gaan. Hij vertelde dat hij zijn jongere collega’s altijd voorhoudt om niet hun helden te gaan ontmoeten. Een goede raad vind ik dat. Hou ze levend in de betekenis die ze hadden voor jou. Als ik even door mijmer kom ik uit bij een reünie van de kleuterkweek heel lang geleden waar destijds ook enkele leerkrachten bij waren. Mijn lievelingszuster, die tekenen en schilderen doceerde, zat in een rolstoel. Mijn glorieuze, vol levensvreugde vrolijke zuster van destijds was veranderd in een bibberig oud dametje dat nauwelijks uit haar woorden kwam. Het was spijtig voor het beeld in mijn hoofd, dat ter plekke naar achteren verdween. Het gaf niet echt, want het kwam wel weer terug, maar het dametje bleef haar eveneens achtervolgen.

Straks ga ik verder kijken naar Volle Zalen, maar eerst is de Hof aan de beurt. Vanmorgen hoorden we én de Wielewaal én de Nachtegaal. Eindelijk zijn ze geland op hun stekkie van vorig jaar en niets ter wereld klinkt vreedzamer als deze twee. Tot overmaat van geluk konden we vanaf het terras ook nog twee ooievaars spotten die op de grote, hoog boven alles uit torenende, schoorsteen zaten. Tijd om in de buurt van het atelier te zijn. De verwachte regen hebben we vannacht gehad. Daardoor waren de groene wantsen aan het feesten op het bladgroen van de stokrozen. We hebben de dorre exemplaren er tussenuit geknipt en met wants en al op het achterland gezet. Daar mogen ze zich tegoed doen aan de daar ontstane poesta. Nieuwe velden, nieuwe mogelijkheden, moeten ze maar denken. Doodmaken konden we ze niet en zeker niet op een dag als vandaag.

Overpeinzingen

Of dat nou positief was of negatief bleef in het midden

De vlierbloesem heeft de hele dag en nacht in de koelkast in ongeveer een liter water gestaan en vanmorgen mocht het mengsel door de zeef. Een liter kwam er moeiteloos uit, maar het laatste was bevroren. Dat is een euvel van deze koelkast. Hij staat op de laagste stand maar op het bovenste plateau vriest het. Nu staat het te ontdooien. Of het wat afdoet aan de smaak zal Lief straks weten. Mijn reuk en smaak zijn helemaal weg. Ik ruik soms nog vaag, bijvoorbeeld de bijenwas waarmee de oude originele voordeur, waar een nieuwe voor is gezet, werd behandeld. De vlierbloesemgeuren, die ik me herinner als een zachte geurende lente, ruik ik ook niet meer. Zelfs het sterke knoflookaroma, waar ik zo van hou, is verdwenen. Lief zei gister bij het frituren dat de deur of het raam open moest. Maar ik heb niet in de gaten dat de keuken op zo’n moment vergeven is van de baklucht.

Het blijft braaf wachten tot de bloesem is ontdooid. Ondertussen is het pak regen dat jullie aan het begin van de week hadden, deze kant opgekomen. Gelukkig ligt het dorp gunstig en zwijnen we regelmatig tussen alle buien om ons heen door. Het is wel weer wat graden kouder. De natuur vaart er wel bij en geeft een groeispurt ten beste.

Ja die voordeuren. Ze zijn al in geen jaren gewreven, maar ze zijn prachtig. Voor het kleine raam zit een welhaast dada-achtig smeedijzeren hekwerk van twee vogels . Het zijn de originele deuren, dus al minstens anderhalve eeuw oud. De bijenwas werd gretig opgeslurpt en op een gegeven moment was een oude schoenborstel beter dan het doekje dat ik gebruikte. De was was niet aan te slepen. Maar ze knappen er zienderogen van op. Helaas moest elke spin of wants die zich verschanst had tussen de afgesloten rechterdeuren wijken. Geen plaats voor rag en anderszins.

Gisterenavond toen we klaar zaten voor onze lievelingsserie van dit moment, een Zuid Koreaans krimi-drama, kwam de vraag weer boven, hoe Lief aan de vleugel was gekomen. We zijn namelijk de enige bezitters van een vleugel met een grenen prothese en een golvend bovendek. Zijn vorige buurman had hem verteld, dat zijn moeder vroeger in ons grote huis huisconcerten had gegeven ten gehore van familie en vrienden. Bij het verschuiven van het bakbeest had een wieltje het begeven en was de grenen console eronder geplaatst. Op hoge leeftijd en met wat kwalen, net als wij. Er zit weinig muziek meer in. Nog altijd vragen we ons af of er een renovatie in kan zitten, maar we schuiven het voor ons uit, evenals een mogelijke sloopactie. De poot ligt boven op zolder. Ze ademt toch historie per slot van rekening.

Ziezo, het bloesemwater is gezeefd, er is een afgepaste hoeveelheid suiker ingegaan, wat minder dan in het gemiddelde recept staat, citroensap erbij en alles koken tot de suiker gesmolten is. Daarna kan het in de flesjes worden gegoten. Twee flessen vlierbloesemsiroop van eigen oogst.

Het is meivakantie in Nederland en dat was goed te merken in een van de supermarkten van Szigetvar. Het leek wel alsof we in Nederland rond liepen. Nou ja, eerlijk is eerlijk, hier en daar was er ook gebabbel met een Vlaams accent en werd er door een vader tegen zijn kindje Amerikaans gesproken. Zijn vrouw was Hollands vertelde hij. ‘Wat een hoop Hollanders’, zei een man, die we al eerder gezien hadden. ‘Het is er van vergeven’. Of dat nou positief of negatief was bleef in het midden.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk de vruchten en de vreugde te plukken

Zoonlief vraagt of ik ‘met mijn nieuwe ogen’ al wat meer vogels heb gezien. Hier hoor je de vogels eerder dan dat je ze ziet, omdat ze genoeg struweel hebben om zich te verstoppen. Toen ik opschreef welke wel was het toch een lijstje. Maar niet anders bijna dan je in Nederland kan vinden. Spreeuw, lijster, mus, zwaluw, merel, glimp van de nachtegaal en hoog in de lucht de buizerd, de sperwer en de ooievaar. Op het achterland, dat een of ander kort had gemaaid toen we in Nederland waren, tiert het gras en de granen, de bloeiende veldsalie, de wikke, de ereprijs, haverhalmen, alles wat nu weer weelderig kan tieren, doet haar best. Achteraan in ons laatste bosje dat het land scheidt van het pad langs de akkers zitten drie stelletjes fazanten. Lief zag al drie fazantenhanen scharrelen. Hij heeft er de pompoenpitten in de grond gestopt, die mogen daar dan vrijelijk uitwaaieren. We zijn benieuwd.

De salie staat nu echt in volle bloei en is prachtig. Ze correspondeert met de blauw/paarse lobelia die in de potten op het rustieke tafeltje staan. We ontdekten daar, vlakbij de enorme papaver, de ranke juffertjes in het groen, die zijn aan komen waaien. Margrieten in bloei, klaprozen in volle knop en korenbloemen op het punt van uitbarsten. Overal groeit de citroenmelisse tussen en de vlier staat ook eindelijk echt in bloei. Gisteren na al het werk in huis heb ik vlierbloesem geknipt en, na een handige tip op youtube even ondersteboven laten rusten om de kleine beestjes de kans te geven weg te vluchten. Er kropen twee kleine spinnetjes uit, net zo prachtig wit als de bloesem zelf. De bloemen staan nu onder water in een pan in de koelkast met een citroenschilletje erbij, zodat de siroop straks mooi helder van kleur zal zijn. Straks gaan we een zeef en kaasdoek op de kop tikken om het mengsel daarna, gezeefd en wel, met suiker en citroen te koken en in flessen te stoppen.

Gisteren was het 1 mei. Dat is hier een echte feestdag die vooral met familiebezoek en dichte winkels gevierd wordt, maar voor ons betekende het nog steeds een dag van noeste arbeid. Dus Lief maakte de oude stenen aan de ingang van de tuin zichtbaar en kroop metertje voor metertje vooruit om de wildgroei in te dammen. Een rand langs de muur mocht blijven. Zo konden de varens ook beter gedijen. Voor de bui, die dreigde, was het gras aan de voorkant aan weerskanten van de goot, aan de beurt. Dat maaide hij met de handmaaier. Hongaren schudden wijselijk hun hoofd over het handwerk. Daar heb je toch ander materiaal voor. De bosmaaiers zijn hier erg in trek. Wij houden er niet van. Zoveel herrie dat maar door dreint en drenst. Ik lapte huiselijk de ramen. We vonden ergens in een hoek van de keuken een oude ragebol. Soms zijn juist die dingen uit onze jeugd eenvoudigweg de meest handige schoonmaakmiddelen.

De twee Indiase dametjes voor het keukenraam staan nu op een schetsje voor een ets. Straks als alle beslommeringen gedaan zijn, is er weer volop ruimte om in het atelier aan het werk te gaan en letterlijk en figuurlijk de vruchten en de vreugde te plukken.

Overpeinzingen

Pure weelde

In de kunstbrief van See All This stelt Nicole Ex een aantal vragen aan de trendvoorspeller Lidewij Edelkoort. ‘Wat betekent tijd voor iemand die de toekomst voorspelt? En hoe word je een voorloper, een tijdreiziger, een duider van dingen die in een ver vooruitzicht liggen?’. Onmiddellijk treedt het brein in werking bij het woord tijdreiziger.

Een prachtig woord, iets wat we allemaal wel zouden willen kunnen. Door de tijd reizen. Niet voor niets fantaseren we over tijdmachines, die ons tot ver terug of vooruit in de tijd kunnen voeren, te beginnen met het boek Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman, een klassieker waar velen van ons mee bekend zijn, hetzij door het voorlezen of door het voorgelezen worden. Maar ook haar tegenknie: ‘De tijdmachine’ van H.G. Wells met een verhaal over het reizen naar de toekomst en vele andere verhalen of projecten waarin de mogelijkheden van het hebben van zo’n machine de fantasie-radartjes aan het werk zetten.

Edelkoort antwoordt het volgende: ‘Je moet aan de rand van de maatschappij staan om dingen te kunnen duiden. Je moet ruimte houden tussen jou en datgene wat je wilt snappen. Daarom is reizen (vertrekken) zo belangrijk: ‘Ik let op uitzonderingen, want de toekomst maakt zich kenbaar door ongewone mensen, dingen en gedachten, die eerst verdubbelen en dan als een explosie multipliceren.’ 

In de wereld van trendzetter begrijp ik het. Ongewone mensen hebben vaak uitzonderlijke gedachten die weer stimuleren tot nieuwe associaties en creaties. De kiem zorgt voor het verloop der dingen en als je er oog voor hebt om die kiem te zien dan is het mogelijk om te voorspellen welke kant iets opgaat. Soms zijn tijdreizigers de trendsetter zelf, door aandacht te vestigen op iets uitzonderlijks en ook telt mee dat de geschiedenis zich herhaalt. Het waarnemen schoeit op ervaring, inlevingsvermogen, observatie en deductie. Ik mijmer er nog even over door. Het blijft boeien, zo’n eigen tijdmachine, al reizen we op de keper beschouwd allemaal door de tijd.

Het hier en nu gisteren was er een van de onwillige werkelijkheid. De gordijnen op de gang moesten eraf. Helaas is het voile sleets geworden door het felle zonlicht op de ramen. De Sari-gelijkende gordijnen zijn van een prachtig oranje nu tot een wonderwel samenvloeien geworden van oranjegeel. Bijzonder. Natuurlijk had het een handwasje moeten zijn, maar door het goede uitpakken van de gordijnpartijen uit de kamers leek de wasmachine dit keer eveneens haalbaar. Het eraf halen van de gordijnen was het punt niet, maar de roede stak ook in het midden door een ring, dus met het opnieuw ophangen was het puzzelen geblazen. Dat lukte met vereende krachten wonderwel. Voor twee raampartijen stonden planten, de grote Yucca’s en een side-table met vetplanten en palm, daar verdween alles wat sleets was in de plooien en achter het groen. De derde raampartij was au naturel in volle vergane glorie te bewonderen. De oplossing bleek in ouderwets bij elkaar geraapte gordijnen samengebonden met het bandje van een afgeknipte panty.. Een oudhollands burgerlijk tafereeltje voor zolang het duurt, nood breekt wetten. Als nieuwe sari’s in de juiste kleuren zich aandienen kunnen we overstappen op iets anders.

Toen de klus geklaard was ging ik met bijenwas aan de slag om de kast in de keuken, een van bijzonder oude weerbarstige makelij, op te pimpen met een glanzend jasje. Als je door de oogharen heen kijkt lijkt het best wel wat.

Tijdens het theedrinken kwam er een brutale hagedis, iets groter dan de rest, achter ons langs sluipen. Voordat hij van het terras af de tuin in schoot, kon ik ‘m nog net vereeuwigen.

Ziezo vandaag de ramen buiten en dan zijn de hoognodige klussen geklaard, al houdt het nooit op. Maar je hoort ons niet klagen. De schoonheid ervan is pure weelde.

Overpeinzingen

Daar helpt geen ‘lieve-vadertje-of-moedertje’ meer aan

Afgelopen zondag ging de missie ‘Gordijnen wassen’ van start. Het huis heeft hele hoge plafonds, de gordijnen zijn praktisch even lang. Vorig jaar hadden we al eens geprobeerd om de losgeschoten haken vast te maken. Daarvoor kroop Lief op de lange ladder en had de grootste moeite om een haak aan te haken omdat hij zich aan de ladder vast moest houden. Zo wilde ik het niet. De grote tafel had ik in gedachten, maar die bleek nauwelijks te verplaatsen. Konden we dan de keukentafel niet nemen, ook stevig en met de leunstoel erop. Dat bleek niet te gaan, want dame op leeftijd kon niet meer omhoog komen via een te grote opstap. Wat nu. Wijsheid was geboden. De trap. Het kleine keukentrapje, daar zou ik het mee kunnen redden.

Lief bezorgd, of dat wel goed zou gaan en ik wapperde alle ongerustheid weg. Lenige Lientje in actie. Het bleek een lumineus idee. Tafel sjouwen, trapje ernaast, op de tafel klimmen, trapje naar boven takelen, dwars op de tafel zetten, Lief hield de trap tegen. Vanaf de tweede sport kon ik er al bij. Een voet een treetje hoger voor de veiligheid en in een mum van tijd lagen de gordijnen op een hoop. Het wasprogramma duurde per kamerramen drie kwartier. Er waren drie kamers te gaan. Als we klaar waren met het terughangen van de eerste partij gewassen gordijnen was de tweede al weer gewassen en brandschoon.

Het gaf een heerlijk gevoel om die prachtige zonnige oranje gordijnen helemaal tiptop in orde te zien hangen. Vandaag of morgen is de gang aan de beurt. Ik heb eindelijk glassex gevonden bij de Tesco. Eerst de ramen zemen en dan weer voort.

Gisteren was het een lummeldag voor mij. Lief maaide de hele Hof van voor naar achter en is daar dan gelijk een hele middag zoet mee. Ik trok hier en daar gras, schoonde het kruidentuintje op en elimineerde wat akkerkool, dat hier welig tiert als je haar haar gang laat gaan. De witte pioenrozen bloeien al, de rode nog niet. Bij het muurtje staat een hele rij varens die, nu de blauwe regen weg is, het uitstekend naar hun zin hebben.

Toen ik wat zat te suffen op het terras zag ik een mier een indrukwekkend karkas van een wants of iets dergelijks voortduwen en dan weer meetrekken. Oneindig veel kracht moeten ze hebben. Wat hij meesleepte was twee maal zo groot als hijzelf was. Het bracht me even bij het boek ‘Het vertrek van de mier’, een van die onnavolgbare mooie kleine filosofische overpeinzingen van Toon Tellegen. De mier wil weg. Wat de redenen waren somt Toon op via er niet hangende briefjes in zijn verlaten huis. Het gaat over zichzelf vinden, verlangen, grenzen verleggen, onzekerheden overwinnen, moed houden en afscheid nemen. Kleine juweeltjes van hersenspinsels van de kleine mier. Groot in zijn daden, zoals de mier op het terras. Het is me nogal niet stoer om de wijde wereld in te trekken zonder het doel te weten. Ja, ‘De Verte’, maar is die niet overal.

Deze mier hier heeft als einddoel zijn mierenhoop, waarin hij zijn prooi mee zal slepen. ‘Kijk eens vrouw, er is eten voor ons allemaal’. De hele mierenkolonie is trots op die grote sterke mier, die zo goed voor hen zorgt. Ze vieren feest en gaan in optocht naar de keuken voor nog een lekker suikertje erbij.

Als je gedachten je die kant opsturen, wil je elke mier in leven houden. Daar helpt geen lieve-vadertje-of-moedertje meer aan.

Overpeinzingen

Haar tijd komt nog wel

‘Heb je ooit gekampeerd’, vraagt WordPress. Toen de tweeling 15 was vond ik het tijd om ze te laten beleven wat kamperen eigenlijk inhield. Als vakantieoord zat Portugal in mijn hoofd. Daar was ik nog niet geweest. Het was een lange rit, waar ik me op verkeken had. De jongste zoon ging ook mee. Zo deden we onderweg dutjes in de auto en kwamen na twee lange dagen op de plaats van bestemming aan. Een prachtige camping, de sheltertjes onder de bomen, een voor hen samen en een voor mij en de jongste zoon, een butagasstelletje, wat dunne matrasjes en dekbedden.

De tent opzetten was eigenlijk een werkje van niets. We konden de paar haringen die er aan zo’n tweepersoons tentje gaan met de hand in de grond duwen. De jongens hadden hun draai snel gevonden. De jongste was bevriend geworden met een visser. Er was een lagune, waar ze konden roeien, kanoën en waterfietsen. De zee was prachtig en ruig. Het was windstil en bloedheet, twee weken lang. We reden een eind om een ruïne te bezoeken en naar Lissabon. Aten met regelmaat in het restaurant op de camping omdat dat net zo duur was als de eenpansmaaltijden op het eenpittertje, dat we bij ons hadden. De jongens waren diepbruin en ik verschoot zelfs ook van kleur. Dat kwam niet vaak voor. We aanschouwden de kurkeiken, de te drogen hangende tabaksbladeren op hun houten stellages en de ooievaars in een dorp waar op elk dak wel een stel zat te broeden, terwijl ze zich allemaal in de weilanden er omheen te goed deden aan wat er zoal kroop en sprong. Portugal was een succes.

Italië een jaar later was een ander verhaal. Op de eerste camping was de grond zo hard en droog dat alle haringen krom sloegen. Geen boom te bekennen en de zee alleen voor de daar aanwezige hotelgasten. We namen de vlucht naar het Gardameer om daar vlakbij aan een kleiner meer, het schoonste water van Italie stond er in de brochure, onder de bomen ons kamp op te slaan. Er was een groot animatieteam en dat was vooral ‘s avonds en in de vroege morgen te horen aan de muziek en enthousiaste kinderstemmen die tegen de sparren en dennen opklaterden. Het meer was heerlijk, de muggen minder, de jongens diep donkerbruin en ik speelde sneeuwwitje. De reis was aangenamer, want veel minder lang en goed te doen. We zagen de voetbal-arena in Milaan tot twee keer toe, de gouden Duomo, koele water spuwende fonteinen, een winkelstraat die ons budget ver te boven ging en een vrouw in de trein die me omstandig prees met mijn drie knappe zonen. We aten pizza en likten aan Italiaanse ijshoorntjes, die nergens anders zo lekker smaakten. Zoonlief en ik vonden een pad in het gebergte bij Turijn, reden op waaghalzerige weggetjes naar boven, klauterden naar beneden en vergaten dat we ook weer omhoog moesten. Dat was een behoorlijk inspanning, daar hadden mijn longen destijds al flink moeite mee. Maar het was een tocht om nooit te vergeten.

Ondanks onze fijne vakanties kamperen de jongens niet echt meer. Soms wordt er op een park een huisje gehuurd. Alleen dochterlief en haar hele gezin is gek op haar lieve caravan en stalt hem met regelmaat op een mooie bosrijke camping of ze komen zoals vorig jaar hem hier een weekje stallen.

Als ik nu zou gaan vertellen hoe mijn eigen kampeeropvoeding is verlopen, wordt dit een eindeloos verhaal. Ze blijft achter een van de luiken in mijn hoofd. Haar tijd komt nog wel.

Overpeinzingen

Kom maar door

Nu moest ik gisteren van mezelf toch even doorzetten en de biografie van Paul van Ostaijen uitlezen. Vijftig bladzijden te gaan dus het was te doen. Maar het was ook de eerste heerlijke warme dag weer sinds een week. Truus stond vuil te wezen op de oprit. De insecten die tijdens de reis tegen haar waren opgevlogen hadden stille getuigen achter gelaten als kleine druppeltjes op de gloeiende plaat, maar dan echt. Een emmertje met sop, een sponsje, een zachte droge doek en een grotere spons brachten uitkomst. Kalmpjes aan de slag, er bleef genoeg tijd over voor de zwanenzang van Paul. Na een korte pauze ook de binnenkant grondig gepoetst. Nu kan ze er weer een tijdje tegen, vermits we geen route kiezen dwars door de poesta heen zoals vorig jaar.

Tijdens het laatste hoofdstuk raakte ik erg onder de indruk van de manier waarop men vroeger omsprong met tuberculose en hoe Paul er zelf mee omging. Het naderende einde riep bespiegelingen bij hem op. Hij mijmerde over het ouder worden. In het verhaal ‘Lijnen’ observeert hij bijvoorbeeld ‘een man die nog niet oud is, maar dat tot zijn verbazing, in de gewone gang van deze man ook reeds het gaan van een ouderling woont’. Daaruit concludeert hij dat ’de ouderdom al vanaf het begin in de jonge mens aanwezig is’. Zijn erbarmelijke lichamelijke staat brengt hem diepgang in zijn gedachten en sterkt zijn lang voordien verworven overtuiging. ‘De werkelijkheid in essentie is onherkenbaar en dat het onder meer tot de taak van de literatuur behoort om te peilen naar een wereld die zich voorbij de beperkingen van de menselijke ervaring ophoudt’. In die strijd gaat hij vaak voorbij aan de grenzen die zijn ziekte hem oplegt, maar er komt een tijd dat hij zich er bij neer moet leggen en wordt het steeds vaker stukje bij beetje inleveren van alles wat inspireert en wat roert. Het is zo herkenbaar, al is het niveau waarop hij worstelt oneindig veel dreigender. Inleveren staat gelijk aan ouder worden. Dat is niet erg, maar wel iets om rekening mee te houden en te zoeken naar de nieuwe mogelijkheden die zich voordoen. Die ouderdom zal hij nooit bereiken, maar hij herkent hem wel in zijn aftakeling.

Als het boek dicht is, blijft het nog lang malen in mijn hoofd.

Dat alles gebeurt tussen de bedrijven door. Hoofstukken lezen, nadenken, lezen en nadenken. Nog altijd willen we eerst het huis en het land in orde brengen. Dan is er volgende week eindelijk gelegenheid om er op uit te trekken. Er is zoveel wat we nog willen bewonderen. Vandaag is de logeerkamer aan de beurt, maar wel met zijn tweeën. Dat is praktischer in verband met het sjouwen van kasten en onhaalbare hoge gordijnen, die eraf moeten voor de was. De zolderkamer heb ik gisteren gezogen. Dat er veel dode insecten lagen was geen wonder want het raam was niet goed dichtgetrokken geweest en daar kierde het. Een kleine zwaluw, aan zijn staartveren te zien, was er ook per ongeluk ingevlogen, want in een oude rieten mand lag het kleine verdroogde karkasje. Poëzie gevangen in een beeld.

Het nieuwe boek ‘Lessen’ van Ian McEwan ligt al klaar. De eerste bladzijden zijn gelezen en het belooft wat. Maar eerst het werk en tussendoor genieten van al wat opkomt en bloei geeft. Inspiratie dus. Kom maar door.

Overpeinzingen

Hoe mijn binnenwereld eruit ziet

De morgenstond heeft goud in de mond. Volle maan helpt daar flink aan mee. Klaas Vaak komt maar met halfgevulde zakken zand langs en vanaf vier uur lukt het niet meer opnieuw in slaap te komen. Het is fijn om de dag langzaam te zien gloren. Zwaluwen spelen voor het huis op de elektriciteitsdraden een prelude op wat we mogen verwachten deze ochtend. Ze vliegen op, bepalen een nieuwe plek en dalen weer neer. Een mooie notenbalk au naturel.

Gisteren het buffet uitgekamd op zoek naar de verborgen schatten uit een ver of minder ver verleden. Als ik een la opentrek glimt me een twaalfdelige goudkleurige bestekset tegemoet compleet met opscheplepels en zelfs een taartschep. Het is zo heel erg niet iets voor Lief, dat er onmiddellijk de wildste verhalen in mijn hoofd ontstaan. Maar het blijkt dat ze het ooit ergens op de kop hebben getikt. Geen cadeau voor een samenlevingscontract, geen erfenis van een rijke oudtante of een bezoekje van een lieve petemoei die het metaal in goud veranderde. Niets van dat alles. Nooit gebruikt, dat wel.

Vandaag wordt het warmer en morgen breekt dan eindelijk de lente los. De nachtegalen achter bij de Datsja zijn zich al aan het opmaken voor een lange en trillerrijk seizoen. Alle vogels zijn opnieuw druk in de weer, nu de koude langzaam het land uittrekt.

In de Groene lees ik over de Kroatisch-Nederlandse schrijfster Dubravka Ugresic en haar postuum verschenen boek ‘Baba Jaga legde een ei’. Ze haalde de onderwerpen daarvoor uit de Slavische Mythologie en stuitte met name op de ‘Binnenwereld van oudere vrouwen’. Baba Jaga is de klassieke heks. De goede versie, een oude oma, hebben we gebruikt in een project op school, dat op een Russisch sprookje was geënt. Een aandoenlijk verhaal, waar zelfs de notenkraker-suite van Tschaikovski aan te pas kwam. Vermoedelijk was het kleinste poppetje uit de Matroesjka verdwenen en moesten we die op de een of andere manier terugvinden. Dat staat me tenminste nog bij.

De toverende Baba Jaga werd in een ander verhaal, dat ik voor de kleinkinderen maakte, een Italiaanse afspiegeling, de Vecchiëta. Even boosaardig en gemeen. Gelukkig struikelde ze midden in haar toverspreuk, Opa Sterretje, die een belangrijke rol in het verhaal had, brak de toverstaf en de lelijke oude veranderde op slag in een sneeuwwitte zeearend. De betovering verbroken. En dat allemaal in Florence. Aan fantasie geen gebrek.

Ugresic laat een verzonnen schrijfster vertellen dat het om een binnenstebuiten gekeerd sprookje gaat. Het ei is de symbolische kern van het boek, zowel graf als baarmoeder, de kracht van Baba Jaga is zowel scheppend als vernietigend. “Maar vergis je niet, legt ze aan het begin van haar verhaal uit. Ze zijn overal om je heen. ‘Ze trekken als schimmen aan U voorbij, pikken in de lucht om zich heen, schuifelen langzaam over straat, slepen met hun voeten over het asfalt, trippelen met kleine muizenpasjes voort, met een boodschappenkarretje of achter een rollator die met allerhande zinloze zakjes en tassen is behangen, als een gedeserteerde soldaat die nog altijd met volle bepakking rondloopt.’ O,o een schuifelende oude vrouw en al die anderen die je tegenkomt, worden op die manier onmiddellijk een Baba Jaga.

De schrijfster van het artikel, Ilse Josepha Lazaroms, beziet de verschillende mogelijkheden van deze oude vrouwen. Zijn het heksen of brengen ze geluk? In ieder geval legt het boek de binnenwereld van oudere vrouwen bloot op een manier, die ze zelden is tegengekomen. Het ei schijnt in de folklore, grof gezegd, een symbool te zijn voor de (vrouwelijke) creativiteit. Al met al een stimulans om dit boek bovenaan mijn lijst ‘te lezen boeken’ te zetten. Want ik behoor tot die oudere vrouwen. Zo’n Baba. Ik ben benieuwd hoe mijn ‘binnenwereld’ eruit ziet.

Overpeinzingen

Het kan niet anders dan bewondering oogsten

Huis en tuin zijn bijna klaar op enkel de doorgaande onderhoudsbeurten na. De grove toets is nagenoeg gebeurd. Het opschonen van het land, het vrijmaken voor zaailingen, paden onttrekken aan hun overwoekerende vegetatie. Vele kruiwagens heeft Lief weg gekruid naar de composthoop en met het nu welig tierende kleefkruid komen er nog een paar bij, maar dan is het tijd om te gaan genieten, al gebeurt dat natuurlijk even zo vrolijk ook tussen al het werk door.

Stoffie kwijt zich dapper van zijn taak en komt nog al te dikwijls besmeurd onder een kast uit. De vloeren in de gang en de badkamer zijn gedweild. Wat rest is de logeerkamer, waar gordijnen in het sop moeten en de archiefkast omgeruild moet worden voor een garderobekast, die op de gang bij de keuken staat.

Gordijnen wassen is een dingetje. De rails hangt zo hoog, dat je er een lange ladder bij zou moeten halen waarbij je eigenlijk nooit je handen helemaal vrij hebt om de haken los te maken. Ik verzin de versie stevige grote tafel met stoel, maar dat hebben we nog niet uitgeprobeerd. Ja we denken goed na en nee, we doen echt niet nodeloos roekeloos. We zijn per slot van rekening ook geen drie maal zeven meer.

Dan komen nu de klussen die bijdragen aan de feestvreugde, hoop ik. Bijvoorbeeld een homp oud brood, droog geworden omdat er hier geen vershoudmiddelen in worden gestopt, kan perfect dienen als paneermeel. Een rustiek en meditatief werkje. De rasp erbij en steeds in gedeelten, vanwege een eventuele lamme arm, een beetje raspen. Rits, rits, rits, terwijl gedachten alle kanten op vluchten en soms ook helemaal niet. Dan blijven ze bij de handeling. Rits, rits, rits. Zoals ik al zei: Stof tot nadenken.

De vlier, die her en der in groten getale prijkt, zal straks jubelend uitbarsten met haar bloeiende schermen en een sluier van wit tonen. Uitstekend geschikt om hier en daar wat voor eigen gebruik te plukken. Vlierbloesemsiroop en vlierbloesem/aardbeien jam. Zou vlierbloesem ook lekker zijn met rozemarijn of met oregano. Tijd voor het experiment.

Het idee is ook, om het kaptafeltje dat boven staat naar de logeerkamer/bibliotheek te laten afdalen. Het wordt tijd dat ik het weer eens aanschouw om te kijken of het qua sfeer en uitstraling in die kamer zou passen. Te lang geleden al dat ik op de grote voorzolder een kijkje ben gaan nemen, terwijl her en der nog zoveel leuke dingen staan.

Van de week ontdekte ik hier beneden dat in het dressoir waar de televisie op staat, in de rechter en het middenkastje ook nog allerhande snuisterijen staan en liggen. Het linker had ik al wel leeggehaald en daar stonden bijvoorbeeld alle koperen figuurtjes in die nu weer de randen van de gevelkachels sieren. Er zijn aardig wat voorwerpen die moeiteloos in onze Afrikaanse kamer kunnen. Juist omdat het vandaag nog een iets mindere dag is, grijs en 13 graden, een uitstekend moment om een en ander uit te zoeken.

Ik zou natuurlijk ook bosnimf kunnen spelen met het kleefkruid dat Lief in grote getale in het bos achter heeft weggehaald, maar het is voor die kouwelijke botten van mij net iets te fris. Morgen beloven ze alweer volop zon en 17 graden. Dan ga ik spelevaren in de tuintjes. De zaden zijn gisteren geplant en we zijn zeer benieuwd wat het allemaal worden gaat.

De biografie over Paul van Ostaijen is bijna uit. Hoe meer ik over hem lees, hoe meer ik de dichter en zijn standvastigheid in zijn benadering van het woord om de vorm ben gaan bewonderen. ‘Zijn visie op de moderne letteren was even gefundeerd als doorleefd’, schreef Du Perron, die van Ostaijen beslist geen ‘bijlooper’ vond. Dat vooral, die boeiende beschrijving van iemand die zijn hele leven op zoek is naar de vervolmaking van zijn ideeën en dat met vallen en opstaan weet te bereiken. Het kan niet anders dan bewondering oogsten.

Overpeinzingen

Hij mag nog even blijven staan

Gisteren vond ik toch nog wat foto’s terug van het verhaal over het poppenhuis en een van de sfeervolle entourage in de kleine winkel met Poppenhuismeubelen. We zaten beneden in een soort kelder en er was misschien maar ruimte voor zo’n tien mensen. Het geeft goed de intieme sfeer weer en de vertelling komt altijd onmiddellijk over. Geen versterking van het geluid nodig, geen overschreeuwen, maar au naturel vertellen.

Gisteren hebben we de planten erin gezet. Drie hydrangea’s, bloeiend bonenkruid en lobelia’s. Daarbij ontdekten we een eikenbladhortensia en we zagen dat de klaprozen in knop staan. Verder was er zaad van twee soorten pompoen en een courgette, die in de lege citadelbedden kunnen. Als ze teveel uit hun voegen groeien, dan mogen een aantal op het achterland verder uit de pan rijzen. De lobelia’s, hele kleine plantjes, mogen in de potten op het oude tafeltje bij de rotstuin.

Het huis hier heeft zeker geschiedenis, zoals een goede blogvriendin opmerkte. Lief verhaalde van wat hij zich nog herinnerde, uit de papieren bij aankoop, hoe het hier vroeger moet zijn geweest rond 1900. Het land behoorde toe aan een rijke Habsburgse familie. De huizen met de identieke hekken in deze straat behoorden alle aan deze familie toe. De huizen kwamen allemaal uit op de Utwar, een soort binnenhof, waartoe de put ook behoorde. Zo’n bezit heette een Birtók. In het hoofdhuis, ons huis, woonden de grootgrondbezitters, echte herenboeren en in de andere huizen woonden het personeel en de familie. Ze bezaten Lippizaners, werkpaarden, trekpaarden voor de karossen, koeien, varkens en geiten, patrijzen, fazanten, kippen, hanen en duiven. Op het land werd graan, mais en koolzaad verbouwd. Op zolder staat nog de mechanische enorme zware gietijzeren maiskolf-ritser uit die tijd.

De ouderen in de straat die het nog kenden van vroeger, vroegen Lief regelmatig hoe het met het landgoed stond. Nu zijn de huizen afzonderlijk verkocht met het bijbehorende land erachter. Wel zijn de hekken aan de straatkant nog gebleven als stille getuigen uit een ver en rijk verleden. De onze is wat gammel, maar die van de buurvrouw is tiptop in orde.

In ons paradijs is het ‘Hollands’ keurig vergeleken bij de erven van de beide buren. Hongaren zijn bij uitstek gewend om hun erf vol te bouwen met ondefinieerbare gebouwtjes en hokjes. Voor kippen en de haan(aan beide kanten), voor ganzen twee huizen verder, als schuur of opslagplaats voor houtstapels, oud ijzer, droogplaats, stokerij, noem het maar. Hoe die schuurtjes eruit zien, doet er niet zoveel toe. Als er een wandje scheef gaat wordt het vervangen met alles wat voorradig is aan materiaal. Plastic golfplaat, dakplaten, ijzeren platen, noem het maar op. Alles is mogelijk.

Het zijn wel echte scharrelkippen en scharrelganzen. De buren rechts hebben schattige sokkippen lopen met een imponerende sok-haan. Vorig jaar was er een kwartel ontsnapt naar onze tuin. We hadden hem quark gedoopt en wilden hem best houden, maar men ontdekte de vlucht en haalde het diertje terug, waarna de buurvrouw er weer een golfplaatje tegenaan gooide om het gat te dichten. Wel jammer om te weten dat ze toch één voor één bij tijd en wijle de pan niet kunnen vermijden, maar in de wetenschap dat ze heel goed verzorgd worden.

In onze huiskamer staat nog altijd een symbool van de rijkdom van de vroegere bewoners. Een oude vleugel, een J. Schmidt uit Wenen, te kreunen op twee poten en een spalk gemaakt van een grenen console die Lief op zolder had gevonden. Hij zakt langzaam in elkaar en uit zijn klavier komt een geluid dat een echte tingeltangelpiano niet zou misstaan. Tikkie vals.

Ik stof hem braaf af. Er brandt ‘s avonds huiselijk een kaarsje op en we laten hem in de waan dat hij nog mee mag doen. Er zijn menig mooie huisconcerten opgegeven. Hij mag nog even blijven staan.